You are on page 1of 10

Nr.

43 maart 2007 pagina 1


Het woord van het kruis is voor mensen een dwaasheid of een kracht van God.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want ieder die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is nog
een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
Het Woord van het Kruis
Want het woord van het kruis is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor
ons, die behouden worden, is het een kracht van God (1 Cor. 1:18).
Doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een
dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken (prediken wij) Christus, de
kracht van God en de wijsheid van God (1 Cor. 1:23,24).
Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd (1 Cor.
2:2).
De aanstoot van het kruis
Een Nederlands cabaretier noemde onlangs de kruisdood van Christus een slechte PR actie.
Er is niets nieuws onder de zon. Paulus noemde het kruis reeds een aanstoot (Grieks: skandalon)
voor de Joden en een dwaasheid voor de heidenen (1 Cor. 1:23).
Alexamenos die zijn God vereert
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
De grote nood van de gemeente van J ezus Christus is
dat het kruis niet meer de plaats inneemt die het dient het hebben.
Het Griekse woord skandalon, waarvan ons woord schandaal afkomstig is, wordt in de
Statenvertaling doorgaans met ergernis vertaald. In het woord ergernis zit het woord erg.
Wanneer men zich aan iets ergert, wordt alles nog meer overdreven en afstotend. Het kruis wordt dan
een obstakel en een aanstoot. Paulus predikte een gekruisigde Christus die een aanstoot was. Het
kruis en Christus zijn niet te scheiden en zijn daarom beiden een aanstoot. Dit verklaart ook ten
diepste waarom mensen tegenwoordig wel zijn genteresseerd in God, maar minder in Christus. Maar
God kan alleen gekend worden in Christus. Veel mensen voelen aan dat overgave aan Christus het
einde betekent van hun zelfbeschikking en willen niet de weg van het kruis gaan, omdat zij meer
gesteld zijn op eer van mensen dan op de eer van God (vgl. J oh. 12:42,43).
Het kruis is altijd een aanstoot geweest. In Rome is er een bekende muurtekening uit de derde
eeuw. De afbeelding laat een persoon zien met een ezelskop aan een kruis. De tekst die erbij staat
geschreven is: Alexamenos die zijn God vereert. We weten hoe moslims tegenwoordig reageren op
spotprenten; de wereld is dan te klein. Heel begrijpelijk, want een moslim kan alleen uit het vlees
reageren. Christenen echter hebben het ongeschapen leven van Christus in zich, waardoor deze
christenen in de derde eeuw hun kruis op zich namen, in zachtmoedigheid konden reageren en voor
hun spotters baden. Wat een verschil! Het was de Geest van het Lam van God die hen leidde!
De grote nood van de gemeente van J ezus Christus is dat het kruis niet meer de plaats inneemt die
het dient te hebben. Veel christenen vinden dat het kruis niet meer van deze tijd is. Laagdrempeligheid
en show moeten mensen binnenhalen en de smalle poort is omgeruild voor de wijde poort (Matt.
7:13,14). Hoewel er binnen de evangelische beweging veel is om God voor te danken, is er, gemeten
naar de praktische nadruk die het kruis van Christus heeft, sprake van een crisis. Een geestelijke
crisis en een afkalving van geestelijke rijkdom leidt bij God altijd tot dezelfde reactie. Allereerst zal de
Heer door het kruis ons op een hogere geestelijke grond willen zetten en christenen uit de sfeer van het
formele en georganiseerde christendom halen om het tot een spontane organische uitdrukking te
brengen.
Elke opwekking van God is een terugkeer naar het kruis. Dit is een Bijbels fundamentele
waarheid.
Toen God tegen Mozes zei: Klim op tot Mij, de berg op (Ex. 24:12), bouwde Mozes eerst
een altaar onder aan de berg (Ex. 24:4). Een altaar is een type van het kruis en een berg is een type
van het koninkrijk. Eerst komt het kruis dan het koninkrijk, en er is geen koninkrijk zonder het kruis.
Het kruis is altijd de poort tot een dieper geestelijk leven. Er is een aspect van het kruis waarin wij
geen deel hebben en waarin de Heer een werk voor ons heeft gedaan. Maar er is ook een aspect van
het kruis waaraan wij wel deel hebben en waar wij in ons vlees aanvullen wat ontbreekt aan de
verdrukkingen van Christus (Col. 1:24). Gods gebod voor een ieder van ons is Klim op tot Mij, de
berg op . Dat betekent dat we allereerst een keuze moeten maken een altaar te bouwen en het
woord van het kruis de plaats te geven die het toekomt.
Om het woord van het kruis te begrijpen, moeten we de twee woorden woord en kruis goed
begrijpen. Er is een onmiskenbaar verband tussen de Heer die het Woord werd genoemd en het
woord van het kruis. Christus, de Zoon van God, is de Persoon die ten volle de verlangens en het
hart van God tot uitdrukking brengt. Daarom geeft ook de titel het Woord weer wat God in Christus
wil openbaren. In Hebr. 1:1 lezen we: Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de
vaderen gesproken had, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon.
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
Het hele evangelie kan samengevat worden in het Griekse woord logos.
God spreekt tot ons in de Zoon, in het Woord. Het Griekse woordlogos (Woord) verwijst naar alles
wat in het gedachteleven tot stand komt en tot uitdrukking wordt gebracht. Zo brengt het Woord de
Zoon van God tot uitdrukking, in Wie het hart, de gedachten en plannen van de Vader zijn
samengevat.
In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God Alle
dingen zijn door het Woord geworden In het Woord was Leven Het Woord is vlees geworden
en het heeft onder ons gewoond een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader (J oh.
1:1-4, 14). Het hele evangelie kan samengevat worden in het Griekse woord logos. Christus, de
Logos van God, is Gods verklaring van alles. Gods Logos is Gods oneindige betekenis van alles, de
reden waarom Hij alles schiep. Gods Logos is de sleutel van ons bestaan en zonder deze Logos tasten
we in de duisternis en krijgen we geen deel aan het onvergankelijke leven dat in het Woord is.
Om het Woord tot uitdrukking te brengen, kent de Schrift verschillende woorden om het
Woord van verschillende kanten te belichten. Zo kennen we:
Het woord van het koninkrijk (Matt. 13:19)
Het woord van het evangelie (Hand. 15:7)
Het woord van de belofte (Rom. 9:9)
Het woord van het geloof (Rom. 10:8)
Het woord van het kruis (1 Cor. 1:18)
Het woord der verzoening (2 Cor. 5:19)
Het woord van de waarheid (2 Cor. 6:7; Ef. 1:13; J ac. 1:18)
Het woord des levens (Fil. 2:16; 1 J oh. 1:1)
Het woord van Christus (Col. 3:16)
Het woord van de prediking van God (1 Thess. 2:13)
Het woord van de gerechtigheid (Hebr. 5:13)
Het woord van de eed (Hebr. 7:28).
Al deze twaalf woorden zijn als de kleurschakeringen van een prachtige diamant, de Logos van
God. Achter al deze woorden gaat een rijke theologie schuil die een centraal begrip van de Bijbel in
haar volle omvang belicht. Soms overlappen deze theologin elkaar of maakt het ene woord deel uit
van een ander woord. Bijvoorbeeld, het woord van het kruis maakt deel uit van het woord van het
koninkrijk, omdat het kruis als voorwaarde dient om vrucht te dragen voor het koninkrijk (vgl. Matt.
13:23; J oh. 12:24,25). Het woord van het koninkrijk verwijst naar Gods openbaring dat het
koninkrijk der hemelen Gods doel is voor de christen. Matths 13 is het klassieke hoofdstuk om
duidelijk te maken waar het woord van koninkrijk betrekking op heeft.
Twee aspecten van het kruis
Het kruis van Christus kent twee aspecten. Het eerste aspect is dat Christus voor ons is gestorven.
Dit aspect kan niet losgezien worden van het bloed dat op Golgotha heeft gevloeid. Christus dood en
Zijn vergoten bloed zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Op basis van dit eerste aspect dood
en vergoten bloed zijn we voor eeuwig met God verzoend, een verzoening die voor altijd in stand
blijft. Dit heil is zo zeker als het volbrachte werk waarop het is gebaseerd. Dit eerste aspect van het
kruis wordt ook wel het objectieve aspect van het kruis genoemd en beschrijft het meest elementaire
aspect van het kruis.
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
Het is van het grootste belang om te zien dat de basis van alle geestelijke strijd
een strijd is om morele grond.
Het tweede aspect van het kruis van Christus is dat een christenmet Christus is gestorven aan het
kruis. Dit aspect wordt het subjectieve aspect van het kruis genoemd. Tweeduizend jaar geleden is
Christus gestorven, begraven en opgestaan. De Schrift leert echter dat met de dood van Christus ook
wij zijn gestorven: Indien wij met Christus zijn gestorven, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen
leven (Rom. 6:8). Wij zijn met Christus gestorven, omdat God ons in Christus heeft geplaatst:
Maar uit Hem is het dat gij in Christus Jezus zijt (1 Cor. 1:30). Er was als het ware een deurtje
in de Here J ezus, waardoor wij in Hem werden geplaatst. Toen Christus stierf, stierven ook wij.
Toen Christus werd begraven, werden ook wij begraven. Toen Christus opstond, zijn ook wij
opgestaan.
Het inzicht van veel christenen in het kruis beperkt zich helaas tot het objectieve aspect van het
kruis. Het is van groot belang dat we zien dat het kruis van Christus veel meer is dan een elementaire
zaak, waar we hebben gezien dat onze zonden waren vergeven en we voor eeuwig werden gered. Let
wel, het objectieve aspect is alleen het begin. Het objectieve aspect en het subjectieve aspect samen
maken het kruis tot de enige weg om het einddoel van ons geloof te bereiken (1 Petr. 1:9). Alle
geestelijke groei, de Here beter leren kennen, is altijd het resultaat van het kruis. Elke geestelijke
stagnatie is terug te voeren tot een gebrek aan het toepassen van het kruis in ons leven. Een
natuurkundige kan toegepaste natuurkunde studeren en een wiskundige kan toegepaste wiskunde
studeren, maar een christen is geroepen om Golgotha toe te passen in zijn of haar leven.
De betekenis van het kruis
Het kruis is Gods meesterlijke oplossing voor het immense probleem van de zonde dat werd
veroorzaakt door de val van de Satan en de val van de mens. Door deze val kwam de mens in een
positie waarin hij niet alleen ongerechtigheid had gedaan, maar ook ongerechtigheid was geworden.
God had de mens geschapen om over Zijn schepping te heersen (Gen. 1:28). De verzoeking van de
duivel was dat de mens deze dingen in onafhankelijkheid van God zou bezitten en hij zelf het centrum
van alles dingen zou zijn. Op het moment van de zondeval, begon het zelf-leven deel uit te maken
van de mens en werd het gif van de k-gerichtheid van de duivel in de bloedbaan van de mens
gespoten. Dit is de oorzaak van alle problemen in deze wereld: zelfgerichtheid.
De mens had een zonde gedaan die tot de zondeval leidde. Dit maakte hem tot een zondaar waaruit
alle verdere zonden voortvloeiden. Het gevolg was dat de mens de morele grond kwijtraakte waarop
God de mens kon zegenen. In plaats daarvan had hij de duivel een immorele grond verschaft en de
mens een slaaf van de zonde en van de duivel.
Het is van het grootste belang om te zien dat de basis van alle geestelijk strijd een strijd is om
morele grond. Indien God een morele grond krijgt in ons leven, zal Hij in actie komen en ons kunnen
zegenen. Zonder die morele grond zou de mens tot in eeuwigheid een slaaf van de duivel blijven, want
God kan geen gemeenschap hebben met een mens die verkocht is onder de duivel.
Het kruis heeft God de morele grond verschaft om de mens los te kopen van de duivel en zijn plan
met de mens verder ten uitvoer te brengen. De dood en het vergoten bloed van het Lam kocht de mens
los en bracht verzoening teweeg. Dit alles werd mogelijk door de dood van Christus voor ons.
Christus stierf echter niet alleen vr ons, maar wij werden ook ingelijfd in zijn kruisiging, dood en
opstanding.
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 5
Er zit geen ontwikkeling in het kruis; de ontwikkeling ligt bij de gelovige in de mate waarin
hij of zij het subjectieve aspect van het kruis aanneemt en toepast.
Hierdoor werd de zondige mens, die vergiftigd was door de Satan, gekruisigd en zonder reserve aan
de dood overgegeven. De eerste Adam, die ons leven was, werd gekruisigd, en in onze opstanding met
Christus, werd de laatste Adam, de Tweede Mens, ons nieuwe leven.
Het belang van het kruis kan niet te veel worden benadrukt. Het kruis was het einde van een
mensheid in Adam. Dit omvat veel meer dan dat de Heer onze zonden heeft weggenomen. God heeft
ook de mens in Adam meegenomen in Zijn dood. De Heer reinigde ons van zonden, maar nam aan het
kruis ook de mens mee die zonde is: Met Christus ben ik gekruisigd (Gal. 2:20).
In Zijn dood nam Hij onze oude mens mee, en in Zijn opstanding ontvingen wij het zoonschap in
Christus. Zoonschap is altijd op basis van opstanding en daarom is de waarde van het kruis om een
gekruisigd leven te leiden dat de weg opent naar de kracht van Zijn opstanding. God lapt niets aan
deze wereld op, maar heeft alles wat niet de Zoon van God als bron heeft, aan het kuis genageld en
veroordeeld. God heeft de toekomst van deze wereld verbonden met Zijn Zoon, door alles in Zijn
Zoon samen te vatten (Ef. 1:10 ). Het kruis heeft daartoe opnieuw de weg geopend.
Twee kanten van het kruis
Het kruis van Christus heeft twee aspecten, maar ook twee kanten: 1) dood, en 2) opstanding. In
onze ervaring kent het kruis twee stappen: 1) een crisis, en 2) een proces.
Het betekent een crisis in ons geestelijk leven wanneer we zien dat onze dood met Christus ons
totale wezen betrof. Wij stierven in Adam. Ons hele denken, willen, redeneren, oordelen en spreken,
zijn met Christus gekruisigd. Het is nu Christus die in mij leeft. Het meest volle leven met de Heer is
daarom voor hen die in hun ervaring het diepst met Christus zijn gekruisigd. De toepassing van het
kruis is daarom dat wij in toenemende mate onszelf opzij zetten en dat we Christus in alles tot
uitdrukking laten komen. Er moet een inzicht in het kruis komen dat moet leiden tot het inzicht dat
Gods weg de weg van het kruis is. Het kruis is daarom de basis van onze training tot zoonschap, en
zolang wij dit inzicht door een crisis niet hebben gekregen, zal er geen sprake zijn van wezenlijk
geestelijke vooruitgang.
De crisis van het kruis en het proces van het kruis
De crisis van het kruis moet leiden tot het proces van het kruis. Het kruis heeft niet tot doel om
ons alleen tot zondeloze mensen te maken. Voor de zondeval was Adam zondeloos, maar dat was niet
het uiteindelijke doel dat God had. De positie van Adam was er een van zondeloosheid en naviteit,
waarin hij op de proef werd gesteld door God. Als hij de test zou hebben doorstaan, dan zou er een
verdere geestelijke ontwikkeling hebben plaatsgevonden om het doel te bereiken dat God met hem
had. Let wel, het kruis zelf is geen proces. Het kruis is geen weg en kent geen vooruitgang. Het kruis
is het directe einde van alles; het was een absoluut moment.
Er zit geen ontwikkeling in het kruis, maar in de ervaring van de gelovige is het echter wel een
ontwikkeling en een proces, in de mate waarin hij of zij het subjectieve aspect van het kruis aanneemt
en toepast.
Wat is het doel dat God heeft met de mens? Gods doel heeft te maken met het zoonschap dat wij in
onze opstanding met Christus ontvangen. De Trainer van zonen is de Zoon van God. Deze training
kan in n zin worden samengevat: wij zijn bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn
Zoon (Rom. 8:29).
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 6
Men kan grote kennis hebben van de Bijbel zonder de kracht van God te kennen.
Elk christen is op weg naar gelijkvormigheid, naar gelijkvormig aan de wereld (Rom. 12:2), aan
begeerten (1 Petr. 1:14), f naar gelijkvormigheid aan Zijn dood (Fil. 3:10). Deze gelijkvormigheid
heeft altijd betrekking op de twee kanten van het kruis, op dood en opstanding. Hieruit zien we
duidelijk dat de training van de zonen de weg van het kruis is.
Het kruis betekent altijd lijden; het kruis is nooit prettig. Daarom is onze training ook een pijnlijk
proces en betekent gelijkvormigheid aan het beeld van Christus altijd geestelijk lijden:
van wie ik opnieuw ween doorsta, totdat Christus in u gestalte heeft gekregen (Gal. 4:19).
Geestelijke ween en gelijkvormigheid aan Christus gaan altijd samen. Levende kennis van de
Bijbel is een belangrijk aspect in onze geestelijke gelijkvormigheid aan Christus, maar is op zich niet
voldoende. Kennis van de Schrift leidt niet automatisch tot gelijkvormigheid aan Christus. Anderzijds
kan er ook geen gelijkvormigheid plaatsvinden zonder kennis van de Schrift. Naast de kennis van de
Schrift, moeten we ook de kracht van Christus opstanding kennen (vgl. Matt. 22:29). Als deze
balans er niet is, negeren we een geestelijke wet die nodig is om tot geestelijke groei te komen.
Er bestaat een wijd verbreid misverstand om geen onderscheid te maken tussen de Schriften en de
kracht van God. De Schriften laten de noodzaak zien van het getuigenis van Jezus en men kan grote
kennis hebben van de Bijbel zonder de kracht van God te kennen. We moeten er voor waken te denken
dat wanneer we enthousiast zijn over een leer en die leer met hart en ziel omarmen, dat die leer
werkzaam is ons leven. Die werkzaamheid kan alleen plaatsvinden door de toepassing van het kruis
en uitmondt in de kracht van Christus opstanding.
Kennis van de Schrift en de kracht van Zijn opstanding zijn de twee hoofdingredinten in onze
training als zonen. De kracht van Christus opstanding uit zich door een gekruisigd leven te leiden.
Positioneel hebben wij dit al bereikt, een positie waarin wij met Christus zijn opgestaan. Veel
christenen zijn echter tevreden met hun positionele redding en heiliging, maar God is daar nooit mee
tevreden. God wil dat deze positie in geloof een realiteit wordt, waardoor wij door lijden heen
gelijkvormig worden aan het beeld van Christus. Soms verwarren christenen hun positie in Christus
met hun ervaring. In Christus is de zonde dood en begraven, maar in onszelf is de zonde nog
springlevend. Dit laatste maakt het bloed van Christus en vergeving ons hele leven noodzakelijk (vgl.
1 J oh. 1:9). Het is een grote fout om te zeggen dat we in Christus zonder zonden zijn en daarom geen
vergeving van zonden meer nodig hebben.
We kunnen vier onderwerpen nooit scheiden: 1) Christus, 2) het kruis, 3) de gemeente en 4) het
koninkrijk. Dit betekent dat het woord van het kruis niet is te scheiden van het woord van het
koninkrijk.
Het woord van het koninkrijk en het woord van het kruis
De uitdrukking het woord van het koninkrijk komt n keer voor in het Nieuwe Testament (Matt.
13:19). De uitdrukking wordt contextueel gebruikt binnen de gelijkenis van de zaaier, maar is tevens
het centrale thema van alle gelijkenissen in Matths 13. In Matths 13:23 lezen we dat het zaad in
de goede aarde veel vrucht opbrengt. Dit doet ons denken aan J ohannes 12:24,25: Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar
indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort. Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat,
maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 7
Het koninkrijk der hemelen is de heerschappij van de hemelen over de aarde.
Deze verzen laten zien dat het woord van het kruis ten grondslag ligt aan het woord van het
koninkrijk. Het woord koninkrijk is een hoofdthema in de Bijbel dat verschillende aspecten kent.
Zo is er Gods eeuwig koninkrijk, het koninkrijk der hemelen en het Messiaanse koninkrijk. Christenen
denken uiteenlopend over het koninkrijk. Hoe verschillend we ook over het koninkrijk denken, elke
theologie van het koninkrijk moet beginnen met het eeuwige koninkrijk van God. God heerst over
alles; dat is altijd zo geweest en dat zal altijd zo blijven:
Ja, de Here troont als koning in eeuwigheid (Ps. 29:10).
Het koninkrijk der hemelen is Gods koninkrijk in beperkter zin, want dit koninkrijk beperkt zich
tot de provincie van Gods rijk waarin de aarde zich bevindt. Het koninkrijk der hemelen is de
heerschappij van de hemel over de aarde (Dan. 4:26b). Het is een heerschappij vanuit de hemelen
over de aarde. Momenteel is het de heerschappij van de Satan en zijn engelen over deze aarde en
vanaf het komende Messiaanse tijdperk zal de mens deze heerschappij vanuit de hemelen over de
aarde uitoefenen: Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken,
onderworpen Wat is de mens dat U hem gedenkt? (Hebr. 2:5,6).
Het Messiaanse tijdperk is het komende tijdperk van duizend jaar dat Christus zichtbaar over deze
aarde zal heersen, nadat Hij is wedergekomen (Openb. 20:4-6). De Messiaanse heerschappij van
Christus zal echter niet alleen aards, maar ook hemels zijn.
Het woord van het koninkrijk heeft betrekking op het dragen van vrucht voor de komende
heerschappij van de christenen in het koninkrijk der hemelen. Voor dit doel heeft God zelfs engelen
uitgezonden ten dienste van christenen om een toekomstig, berfd heil te ontvangen (Hebr. 1:14). Het
woord van het koninkrijk heeft te maken met het dragen van vrucht voor het Messiaanse koninkrijk.
Dit houdt in dat het woord van het koninkrijk niet te maken heeft met ons verkregen eeuwig behoud,
want vrucht kan pas gedragen worden nadat men tot geloof is gekomen. Het woord van het koninkrijk
heeft te maken met een huidig behoud in relatie tot het woord van het kruis en met een toekomstig
behoud met het oog op het komende Messiaanse koninkrijk.
In 1 Corinthirs 1:18 lezen we: Want het woord van het kruis is wel voor hen, die verloren gaan
[verloren gaande], een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden [behouden wordende], is
het een kracht van God.
1 Corinthirs 1:18 verbindt ons huidig behoud met het woord van het kruis, dat niet anders is
dan het principe van dood en opstanding. Onze mate van discipelschap wordt bepaald in de mate
waarin wij ruimte geven aan Christus in ons leven. De Heilige Geest werkt in ons leven op basis van
het kruis (J oh. 12:24), opdat we ons natuurlijk leven niet lief zullen hebben en dat wij onze
natuurlijke verlangens onderwerpen aan de belangen van de Here, om ons leven te bewaren ten
eeuwige leven, dat wil zeggen om ons toekomstig berfd behoud te verkrijgen (vgl. J oh. 12:25)
Ons huidig behoud is gebaseerd op kennis van de Schrift die uitgewerkt en beproefd moet worden
in onze ervaring door de toepassing van het kruis en door de kracht van Zijn opstanding die het
gevolg van het kruis is. Om deel te krijgen aan ons toekomstige erfenis, heeft ons huidige behoud tot
doel dat we geen geestelijke kracht hebben in onszelf, maar in Christus. In alles moeten we van Hem
afhankelijk zijn om Hem te kennen als de bron van ons leven. In alle beperking en lijden die God
toelaat in ons leven (J oh. 15:2), moeten we beseffen dat het God te doen is om grotere geestelijke
ruimte voor Christus in ons leven.
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 8
Het woord van het kruis verbindt een christen met het huidig behoud
binnen het woord van het koninkrijk.
Deze voortdurende toepassing van het kruis in ons leven heeft als doel om ons van alles af te snijden
wat niet gebaseerd is op het leven van de Heer in ons (J oh. 15:5).
De uitdrukking verloren gaande in 1 Corinthirs 1:18 is geen verwijzing naar een eeuwige
verlorenheid.
Het verwijst in tegenstelling tot behouden wordend - naar een proces dat uiteindelijk niet
resulteert in het toekomstig behoud, waarbij men niet de hoop verwezenlijkt om een mede-erfgenaam
te zijn in het toekomstige Messiaanse tijdperk van duizend jaar.
Deze vorm van verlorenheid komen we ook tegen in 1 Corinthirs 8:11, waar het verwijst naar een
christen. Aangezien de eeuwige zekerheid van de gelovige niet toestaat dit vers op eeuwig heil te
betrekken, kan deze verlorenheid als proces alleen betrekking hebben op een huidig behoud met het
oog op een toekomstige erfenis.
Het woord van het kruis verbindt een christen met het huidig behoud binnen het woord van het
koninkrijk. Het woord van het kruis heeft daarom betrekking op het huidige aspect van het koninkrijk.
Het is dit huidige aspect dat tot groot verschil van mening leidt onder christenen. Veel christenen
denken - op basis van Colossenzen 1:13,14 - dat het volbrachte werk van Christus hen momenteel al
in het koninkrijk der hemelen heeft gebracht.
(In Colossenzen 1:13,14 lezen we: Hij heeft ons verlost uit de macht van de duisternis en
overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde, in wie wij de verlossing hebben,
de vergeving van de zonden.
Als christenen zijn we overgebracht uit het kamp van de duivel in het koninkrijk van Gods
Zoon. We zijn nu onder de heerschappij van Christus gekomen, verlost van de slavernij van
de duivel. Dit is niet hetzelfde als het koninkrijk der hemelen binnengaan, want dat verwijst
naar het komende Messiaanse koninrijk. Momenteel heersen de satan en zijn engelen in dit
koninkrijk, terwijl Christus en Zijn mede-erfgenamen pas in de toekomst bezit zullen nemen
van dit koninkrijk.
Het Griekse werkwoord voor overbrengen in Colossenzen 1:13 is methistemi. Het
werkwoord betekent verplaatsen [een berg verplaatsen (1 Cor. 13:2)]; [overbrengen in het
koninkrijk (Col. 1:13)], of uitzetten, ontzetten [ontzetten uit een functie (Luke 16:4)].
Om te begrijpen wat overgebracht in het Koninkrijk in Colossenzen 1:13 betekent,
moeten we Handelingen 13:22 vergelijken met verzen waar k het Griekse werkwoord
methistemi voorkomt.
Handelingen 13:22 gaat terug naar het boek 1 Samul, waar Saul werd verworpen [hij
werd uitgezet, ontzet] en David gezalfd om koning van Isral te zijn: "en nadat Hij deze
verworpen [uitgezet, ontzet] had, verwekte Hij hun David als koning, wie Hij ook dit
getuigenis gaf: Ik heb David, de zoon van Isa, gevonden, een man naar mijn hart, die al mijn
bevelen zal volbrengen".
Saul behield echter zijn koningschap tot zijn dood. Zijn verwerping [uitzetting] was
slechts Gods aankondiging dat zijn dagen als koning waren geteld. Saul zou, ergens in de
toekomst, opgevolgd worden door David die de troon dan zou bestijgen.
Nadat Saul was verworpen, maar nog steeds op de troon zat, zalfde Samul David tot
koning. Maar David besteeg niet direct de troon. Saul, alhoewel verworpen, bleef heersen. en
David zag zichzelf, niet door God, maar door mensen verworpen.
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 9
J urisdictie is een ander woord voor rechtsmacht en heeft betrekking
op het gebied waarover het rechtsorgaan bevoegd is.
In die tijd sloten velen zich aan bij David en kwamen in dezelfde verworpen positie als
David: verworpen, verbannen en vervolgd.
De mannen die het koninkrijk van Saul hadden verlaten en zich bij David hadden
aangesloten, veranderden van positie op dezelfde wijze als in Colossenzen 1:13. In die tijd
bestond er geen koninkrijk onder David, en er is in deze tijd geen koninkrijk onder Christus,
waarin christenen zijn geplaatst. In de dagen van David bekleedde Saul de troon, zoals de
satan momenteel de troon bekleedt. David verwachtte de troon, zoals Christus ook de troon
verwacht. De mannen die met David in zijn verwerping deelden, wachtten een plaats in het
koninkrijk van David. Op dezelfde wijze wachten de mede-erfgenamen van Christus een
positie in het toekomstige koninkrijk der hemelen.
Handelingen 13:22 vormt daarom de type van Colossenzen 1:13, de antitype. En de type
en de antitype moeten in de Schrift altijd met elkaar overeenstemmen.
Het overbrengen in Colossenzen 1:13 is daarom een verplaatsing van de macht en het
gezag van de satan naar de verworpen positie van de Koning die de satan zal vervangen. Het
heeft niets te maken met het verplaatsen in een positie waarin de Koning al macht en gezag
uitoefent. Dat is onmogelijk, omdat de huidige bediening van Christus die van Hogepriester is
in de hemelse tabernakel. Pas na deze bedeling zal Christus de taak uitoefenen van Koning-
Priester naar de ordening van Melchizedek, nadat Hij het koningschap heeft aanvaard
(Openb. 19:6).
Christus is momenteel geen Koning en er daarom is de openlijke manifestatie van het
koninkrijk nog toekomstig. Onze wedergeboorte brengt ons echter innerlijk wel onder de
heerschappij van Christus en is daarom Zijn koninkrijk in ons (Luc. 17:21 S.V.).)
Het overbrengen in Colossenzen 1:13 is een verplaatsing van de macht en het gezag van de
satan naar de verworpen positie van de Koning die de satan zal vervangen.
Het Griekse woord voor macht in Colossenzen 1:13 is exousia. Het woordexousia komt in het
Nieuwe Testament ongeveer 50 keer voor en wordt doorgaans vertaald in de NBG met macht, gezag,
bevoegdheid, overheid. Als we het woord goed bestuderen, zien we dat exousia in de meeste gevallen
het beste vertaald kan worden met jurisdictie. J urisdictie is een ander woord voor rechtsmacht en
heeft betrekking op het gebied waarover een rechtsorgaan bevoegd is.
In J ohannes 1:12 lezen we: Doch allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft hij macht
[exousia]
gegeven om kinderen Gods te worden, hun die in Zijn naam geloven.
Geloof in de naam van de Heer verschaft ons de jurisdictie om een kind van God te worden. Door
het volbrachte werk van de Heer, zijn wij uit de jurisdictie van Satan verlost en in de jurisdictie van
Christus overgebracht. Dit verschafte God de morele grond om ons een kind van God te maken.
We kunnen niet zeggen dat we momenteel in het koninkrijk der hemelen zijn, net zo min als David
in zijn verworpen positie reeds de troon innam en zijn helden de heerschappij met hem deelden.
Vanuit het oogpunt van jurisdictie zien we dat de type en de antitype wel naadloos aansluiten en
vanuit dat oogpunt moet Colossenzen 1:13 worden gezien. Wanneer christenen dan ook spreken om
het koninkrijk van Christus uit te breiden, kan dit alleen vanuit het oogpunt van jurisdictie correct
zijn, nooit als een apart huidig koninkrijk waarin Christus momenteel Koning is. Christus is
momenteel geen koning; Christus is momenteel Hogepriester in de hemelse gewesten. Pas in Openb.
19:6b zien we dat de Heer het koningschap heeft aanvaard, wanneer de bruiloft van het Lam
plaatsvindt.
Het is van het grootste belang om steeds de Bijbel te bestuderen vanuit de typeantitype relatie om
onze huidige en toekomstige relatie tot het koninkrijk te zien.
Nr. 43 maart 2007 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 10
Het kruis is ons leven, omdat het God de morele grond verschaft
om de kracht van Christus opstanding in ons leven te uiten.
Het is opmerkelijk dat het koninkrijk nooit in de Bijbel een aanstoot wordt genoemd. Het is het
woord van het kruis dat deel uitmaakt van het woord van het koninkrijk dat de basis vormt van alle
oppositie tegen het woord van het koninkrijk. Ieder christen die oppositie ondervindt vanwege het
woord van het koninkrijk, ondervindt deze oppositie in essentie vanwege het woord van het kruis.
Satan is ten zeerste gekeerd tegen het koninkrijk, maar hij weet dat, zolang hij zijn immorele grond
over de mens kan handhaven, het koninkrijk geen gevaar voor hem is. Het zijn de christenen, de
overwinnaars, die de bedreiging voor hem vormen, want zij zijn in een positie om het koninkrijk te
berven. Zonder voordurend de morele grond te bewaren waarop God kan handelen, kunnen we het
koninkrijk niet berven. Ons eeuwig heil is een onvoldoende basis om het komende koninkrijk te
berven: Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens (Openb. 2:10).
Trouw tot de dood is nodig het koninkrijk binnen te gaan. Paulus was getrouw tot de dood en telde
zijn leven niet en achtte het niet kostbaar voor zichzelf (Hand. 20:38). Hij wilde slechts zijn bediening
ten einde brengen en liet niet na de volle raad van God te verkondigen (Hand. 20:24-27). Die volle
raad omvatte het evangelie van de genade en de prediking van het Koninkrijk (20:24-25). We kunnen
niet zeggen dat het evangelie van de genade alleen de boodschap van ons eeuwig heil betreft, want
genade overkoepelt ons hele christelijke leven (vgl. Ef. 2:8,9; 1 Cor. 15:10).
We kunnen ook niet zeggen dat het woord van het koninkrijk alleen het toekomstige aspect van ons
heil omvat (vgl. Hebr. 1:14), want dan zou het huidige aspect van ons behoud geen deel uitmaken van
de volle raad van God die Paulus predikte. De prediking van het koninkrijk met betrekking hebben
op de prediking van het kruis vanuit het oogpunt van jurisdictie en met het oog op het komende
koninkrijk. Het is deze nadruk die Paulus in Rome moet hebben verkondigd in zijn eigen gehuurde
woning (Hand. 28:30,31).
Conclusie
De volle raad van God zal zich altijd centreren op Christus en het kruis die beiden een aanstoot f
een kracht van God zullen betekenen. Gods genade leidde Christus naar het kruis en uit die genade
vloeit alle verdere genade voort. Deze grootste genade zien we in de vorming van Zijn lichaam, dat is
de gemeente van Christus. De kracht van Christus opstanding vloeit voort uit het kruis, waardoor de
Heer Zich een bruid kan verwerven. De bruid maakt zich gereed door zich met fijn linnen te bekleden,
dat zijn de rechtvaardige daden van de heiligen (Openb. 19:8).
Deze rechtvaardige daden komen voort uit de toepassing van het kruis.
Het kruis is niet Gods doel. Christus is Gods doel en het kruis is Gods middel tot het doel. Om het
einddoel van het geloof te bereiken, dat met het komende koninkrijk heeft te maken, is het van het
grootste belang om het kruis steeds voor ogen te houden. Veel christenen denken dat zij het kruis
achter zich hebben gelaten. Moge God ons ervoor behoeden om z lichtvaardig over het kruis te
spreken en te denken dat we het kruis achter ons hebben gelaten. Het is waar dat het kruis altijd met
dood heeft te maken, maar het kruis omvat veel en veel meer dan onze dood. Het kruis is ons leven,
omdat het God de morele grond verschaft om de kracht van Christus opstanding in ons leven te
uiten. Het doel van het kruis is om ons te verlossen van onszelf en onze beperkingen en ons tot
volheid in Christus te brengen. Zolang we niet inzien dat het kruis het einde is van ons natuurlijke
leven en dat Christus nu ons leven is, zullen we geestelijk niet groeien. Het is dit inzicht en deze groei
die ons de basis verschaft om het koninkrijk te berven. De weg tot het leven en de weg tot het
koninkrijk is de weg van het kruis.