You are on page 1of 10

Nr.

55 mei 2008 pagina 1


Al onze bronnen zijn in Christus.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want ieder die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is nog
een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
De Poorten van Jeruzalem
Deel 5
6. De Bronpoort
De Bronpoort herstelde Sallum, de zoon van Kolchoze, de overste van het district Mispa; hij
herbouwde haar en voorzag haar van een dak en bracht de deuren, sluitbalken en grendels aan;
bovendien herbouwde hij de muur van de waterleidingvijver bij de tuin van de koning, tot aan de
trappen die afdalen van de stad Davids (Neh. 3:15).
Hope Israels, Here, allen die U verlaten, zullen beschaamd worden; wie afwijken, zullen in de
aarde geschreven worden, omdat zij de bron van levend water, de Here, verlieten (J er. 17:13).
Maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in
eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat
springt ten eeuwigen leven (J oh. 4:14).
Al mijn bronnen zijn in u (Ps. 87:7).
Al onze bronnen zijn in de Here die de Bron van het levend water is. Dit levend water hebben wij
in Christus; Christus is onze Bron. De Bronpoort volgt op de Aspoort, dat wil zeggen, Christus kan
pas onze Bron zijn, nadat wij met Hem zijn opgestaan en wij de nieuwe mens hebben ontvangen door
onze wedergeboren geest. Om te begrijpen wat het betekent dat Christus onze Bron is, moeten we
daar eerst een basis voor leggen.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
De oude mens wordt uit ons lichaam verwijderd.
Christus, onze Bron
Van nature is Christus niet onze Bron, want wij zijn geestelijk dood om Christus als leven te
kennen. God had tot Adam gezegd: En de Here God legde de mens het gebod op: Van alle bomen
in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij
niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven (Gen. 2:16,17).
Adam en Eva aten van de boom, maar stierven die dag niet lichamelijk. Hun dood was daarom een
geestelijke dood. De mens verloor de morele basis om met God te leven en de mens werd een slaaf
van de zonde. De oude mens, de slaaf van de zonde, deed daarmee zijn intrede. De bron van de oude
mens werd de zonde. Door natuurlijke geboorte is ieder mens verbonden met Adam en zijn zonde.
Ieder mens wordt daarom geboren in een positie waarin hij of zij moreel gescheiden is van God door
de aanwezigheid van de oude mens. De Bijbel noemt deze positie in Adam. De zonde is tot alle
mensen doorgegaan, omdat Adam het federaal hoofd is van heel het menselijk geslacht. Van nature
kunnen wij deze zondige positie niet doorbreken en ons moreel aanvaardbaar voor God stellen. Onze
verlossing moet van buitenaf komen. Het evangelie geeft de oplossing en biedt ons de mogelijkheid
om uit Adam en in Christus te worden geplaatst. Het is Gods werk dat Hij ons in Christus plaatst
(1 Cor. 1:30), maar wij moeten het volbrachte werk van Christus aanvaarden (Col. 2:6). Zodra wij
het evangelie hebben aanvaard, wordt onze identificatie, die op Golgotha plaatsvond in de dood,
begrafenis en opstanding van Christus, een realiteit voor ons. Door deze identificatie met Christus
wordt onze ziel gereinigd door het bloed van Christus en wordt de oude mens gedood. Deze dood is
niet louter juridisch, maar een letterlijke dood in ons gestel. We ervaren dan wat Isral in de toekomst
nog zal ervaren: Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van
steen zal ik uit uw lichaam verwijderen Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven (Ezech.
36:26-27). God verlossing begint dus met het ontvangen van een nieuwe geest en de reiniging van de
ziel. De ontvangst van deze nieuwe geest heet wedergeboorte. Het is daarom onmogelijk een christen
te zijn zonder wedergeboorte. Bij onze wedergeboorte wordt onze ziel tegen haar natuur gent op onze
wedergeboren geest, dat wil zeggen, onze menselijke natuur krijgt deel aan de goddelijke natuur (2
Petr. 1:4). De oude mens wordt uit ons lichaam verwijderd en maakt dan plaats voor de nieuwe mens.
Het entproces kent twee kanten. Ten eerste, Gods Geest is in onze wedergeboren geest de
onuitputtelijke bron geworden van het leven van God, een leven dat zich tot in eeuwigheid zal
voortzetten. Anderzijds, onze oude mens is niet langer de bron waaruit onze ziel put. Gods doel is dat
onze ziel de rationele uitdrukking wordt van onze wedergeboren geest door middel van ons lichaam.
We kunnen niet zeggen dat Gods Geest onze geest wordt, maar er is een eenheid ontstaan als een rank
aan de wijnstok, waardoor wij in voortdurende eenheid en gemeenschap met de Heer zijn verbonden.
Wat er ook in ons leven plaatsvindt en welke crisis ook op ons pad komt, het is deze diepe
verbondenheid met de Bron van waaruit wij de crisis tegemoet treden.
Een illustratie hiervan vinden we in Marcus 4:35-42, de storm op met meer. De Heer stak met zijn
discipelen het meer over. Er stak een zware stormwind op en het schip begon vol te lopen. De Heer
sliep op dat moment. Zijn discipelen maakten Hem wakker en zeiden: Meester, trekt u zich er niets
van aan, dat wij vergaan? De Heer bestrafte de wind en sprak hen aan op hun ongeloof. De storm
op het meer illustreert Christus als Bron. Hoe stormachtig ons leven ook is, er is een Bron in ons
leven die altijd in rust is en waartoe wij ons kunnen wenden. Hij kan elke storm aan.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
Onze wedergeboren geest is een voortdurend rustpunt.
Het is daarom van groot belang dat wij niet op onze omstandigheden zien of op onze zwakheden,
maar ons steeds wenden tot de Heilige Geest die in ons woont. De kwestie is steeds: Wend ik mij tot
mijn ziel of tot mijn geest? De Heer woont door de Heilige Geest in onze geest waar de Bron van ons
leven is. Christus sliep op het schip; dit illustreert dat onze wedergeboren geest ons voortdurende
rustpunt is. Er is in ons wezen altijd een plaats waar vrede is en rust is om van daar uit de stormen
om ons heen het hoofd te kunnen bieden.
Zodra wij zijn wedergeboren, zijn wij geplaatst in een levende eenwording met ons nieuw Federaal
Hoofd, de Zoon van God. Wij zijn dan niet langer in Adam, maar in Christus. In Christus zijn wij een
nieuwe schepping geworden en is het oude voorbij gegaan, dat wil zeggen, de oude mens is voorbij
gegaan en de nieuwe mens is gekomen (vgl. 2 Cor. 5:17). Het kenmerk van het entproces is dat wij
zijn afgesneden van de oude mens en zijn gent op de nieuwe mens. Wij zijn daarom niet louter
juridisch afgesneden van de oude mens, maar in ons hele gestel ervan verlost.
De oude mens en de nieuwe mens kunnen in ons niet naast elkaar bestaan, omdat onze geestelijk
dode geest en onze wedergeboren geest ook niet naast elkaar kunnen bestaan.
Heeft een christen n natuur of twee naturen?
Een christen heeft een oude mens of een nieuwe mens. Deze twee kunnen niet naast elkaar bestaan,
want we kunnen niet tegelijk een christen en een niet-christen zijn. Dualisme is niet mogelijk. De strijd
tussen vlees en Geest kan daarom niet verklaard worden door een strijd tussen de oude mens en de
nieuwe mens. De oude mens is er niet meer, zoals ook de gente tak niets meer van doen heeft met de
oude stam. De gente tak heeft geen bron in zichzelf, maar wordt gedwongen om de stam, waarop het
gent is, als bron te gebruiken. Omdat wij nog steeds kunnen zondigen, denken veel christenen dat een
christen twee naturen heeft, namelijk de goddelijke natuur waaraan hij of zij deelheeft (2 Petr. 1:4), en
de zondige natuur.
Deze indeling in twee naturen is echter niet de wijze waarop de Bijbel onze verlossing benadert.
Om dat uit te leggen, moeten we nader kijken naar de woorden mens en natuur.
Een mens is een persoon met morele, psychische en lichamelijke kenmerken. De natuur van een
mens beschrijft de wezenlijke kenmerken van de mens. De natuur van een mens kan onderverdeeld
worden in bijvoorbeeld morele, mentale en lichamelijke kenmerken, maar daarmee kan niet gesteld
worden dat een mens meerdere naturen heeft. Het zijn verdere specificaties van n natuur. Een
persoon kan snel zijn in denken, maar traag in lopen, maar daarmee heeft die persoon nog geen twee
naturen.
Wanneer de Bijbel spreekt over een christen, wordt er nooit gesproken over een zondige natuur. Er
wordt gesproken van een menselijke natuur (J ac. 3:7), en het deelhebben aan de goddelijke natuur (2
Petr. 1:4). Tegen onze menselijke natuur is onze ziel, die in het proces van verlossing is (2 Petr. 1:9),
gent op onze wedergeboren geest (vgl. Rom. 11:24). Dit betekent niet dat wij nu twee naturen
hebben, want wij waren van nature kinderen des toorns (Ef. 2:3). Het is de oude mens die
bepaalde wat wij vroeger van nature waren. In onze wedergeboorte verandert God onze dispositie,
dat wil zeggen, onze tendens om op een bepaalde manier te reageren.
Er is echter een overblijfsel over van onze relatie met de oude mens, namelijk het vlees. Het vlees
is vergelijkbaar met de natuurlijke eigenschappen van de gente tak, zoals de eigenschappen van het
hout en de nog aanwezige oude sappen.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
Er bestaat geen zondige natuur in relatie tot een wedergeboren persoon.
Onze natuurlijke eigenschappen zijn onze ziel, die in het proces is om verlost te worden, en ons
lichaam dat nog verlost moet worden. Een christen heeft daarom maar n natuur van zichzelf en dat
is de menselijke natuur die in toenemende mate in lijn moet worden gebracht met de goddelijke natuur
die in hem of haar woont door de inwoning van Gods Geest. De goddelijke natuur hebben wij niet in
onszelf en is de bron voor onze eigen menselijke natuur. De oude tendens van de gente tak wordt
Bijbels niet als een natuur gezien, omdat de persoon, de oude mens, die ermee was verbonden, niet
langer aanwezig is.
Het probleem in de discussie dat de christen een nieuwe natuur en een oude natuur heeft, heeft
meestal drie oorzaken.
Deeerste oorzaak is dat er geen duidelijk verschil wordt gezien tussen de oude mens en het vlees.
De oude mens met zijn zondige wortel huist dan nog steeds in de gelovige. De oude boom moet
worden beschouwd als juridische dood ten opzichte van God.
Een tweede oorzaak kan zijn dat er verwarring is over zonde en de oude mens. Zonde wordt dan
de wortel genoemd. De zonde is echter de slavendrijver en de oude mens is de slaaf van die
slavendrijver. Wanneer God ons verlost, laat hij de zonde als macht ongemoeid. Wij worden verlost
doordat de slaaf van de zonde sterft, waarmee de zonde, die nog steeds leeft, buiten spel wordt gezet.
Er is dan slechts een rudiment aanwezig van wat vroeger met de oude mens was verbonden, namelijk
het vlees.
De derde oorzaak is dat er geen verschil wordt gezien tussen de zonde en het vlees. Er is een
duidelijk verschil tussen de zonde en het vlees. We kunnen niet zeggen dat we ons dood moet rekenen
voor onze zondige natuur (Rom. 6:6), en stellen dat we geen schuldenaars zijn van onze zondige
natuur (Rom. 8:12-13). Nee, wij zijn dood voor dezonde (Rom. 6:6), en wij zijn geen schuldenaars
van het vlees (Rom. 8:12-13). Dit onderscheid moet goed gezien worden, want een christen moet het
vlees wel kruisigen, maar niet de zonde. In relatie tot een christen moeten we daarom de uitdrukking
zondige natuur vermijden, want zon natuur bestaat er gewoonweg niet naast de nieuwe mens.
Het is een geweldige gedachte dat we n nieuwe Bron hebben gekregen. God identificeert onze
natuur met de nieuwe mens, ook al is er vanuit ons lichaam nog een rudiment aanwezig van wat we
waren. De angel is echter verwijderd en we kunnen vanuit onze nieuwe Bron de oude tendens
tegemoet treden en om door de nieuwe tendens van Gods Geest te overwinnen.
Gods verantwoordelijkheid en onze verantwoordelijkheid
Christus is onze Bron en het is onze verantwoordelijkheid om ons natuurlijk leven in lijn te
brengen met het nieuwe leven waarop het is gent. We moeten daarom een onderscheid maken tussen
de Bronpoort, die de nadruk legt op Christus die ons leven is, en de Paardenpoort (Neh. 3:28), die
verwijst naar ons natuurlijk leven (vgl. Ps. 147:10). Veel christenen zien dat Christus hun Bron is en
zij zien dat de Heilige Geest ons geeft wat wij niet in onszelf hebben.
Anderzijds missen deze christenen vaak het inzicht dat zij verantwoordelijk zijn om zich over te
geven aan het entproces. Wij moeten doen wat de Heilige Geest niet voor ons zal doen. Gods Geest
lapt onze natuurlijke deugden niet op. Zijn doel is dat Christus in ons wordt gevormd en daartoe moet
onze ziel, ons natuurlijke leven, in overeenstemming worden gebracht worden met het nieuwe leven
dat in ons is.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 5
Alleen Christus kan het hart van God bevredigen.
Het christelijke leven kent twee kanten: Gods verantwoordelijkheid en de verantwoordelijkheid van
de mens: En indien de Geest van Hem Want indien gij Indien gij door de Geest (Rom.
8:13). Het is de morele plicht van een bijbelleraar om het verschil te onderwijzen wat de Bronpoort
leert en wat de Paardenpoort leert. Onze Heer sprak altijd de wil van de mens aan en voor
evangelisatie en geestelijke opbouw geldt hetzelfde. Zodra de wil wordt aangesproken en wij ons
uitstrekken om de Heer te gehoorzamen, springt leven op en is er een uitdrukking van de kracht van
Christus opstanding.
In deze studie houden we ons bezighouden met Christus die ons leven is, met de Bron die onze wil
aanspoort. Christus, die ons leven is (Col. 3:4), geeft de betekenis van de Bronpoort weer. Het is
een grote dag in ons leven wanneer we zien dat Christus ons leven is. Het is de dag dat we zien dat
onze oude mens is gekruisigd en voor altijd buiten beeld is en wij voor eens en altijd zijn verbonden
met de nieuwe mens, als een rank aan de wijnstok. Alleen Christus kan het hart van God bevredigen
en daarom moet Christus ons leven zijn. God geeft mij geen nederigheid en vult mijn armetierige
geduld niet aan tot vol geduld. Nee, God geeft ons Christus en Hij is alles wie mij moeten zijn. Hij
geeft ons Christus: Christus Jezus die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid,
heiliging en verlossing (1 Cor. 1:30). God heeft ons Christus niet gegeven om Hem te imiteren. Ook
helpt Christus ons niet om het christelijke leven te leven. Nee, Christus is ons van God geworden wie
wij moeten zijn. Hij leeft Zijn leven door ons en wij moeten onze menselijke natuur in
overeenstemming brengen om dat Leven een kanaal te laten zijn, opdat Christus Zich openbaart in
ons sterfelijk vlees.
Onze wedergeboren geest: de zetel van de Bron van het leven
Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen.
Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw (Ps. 91:1-2)
Het christelijke leven begint met de Geest van God die Zich aan onze geest hecht en ons tot nieuw
leven wekt. Zalig de armen van geest, want hunner is het koninkrijk der hemelen (Matt. 5:3),
betekent niets anders dan dat we geestelijk geen enkele bijdrage kunnen leveren aan de Bron van het
christelijke leven. Hoe eerder we tot het diepe besef komen dat AL onze bronnen in Hem zijn, hoe
eerder God ons kan gebruiken om de geur van Christus rondom ons te verspreiden.
Onze wedergeboren geest is onze schuilplaats, toevlucht en vesting ten dage van de vergelding.
Wie of wat is onze toevlucht? Zijn het gunstige omstandige omstandigheden, dingen of mensen? Onze
toevlucht moet zijn in de hemelse gewesten waar ons leven met Christus verborgen is in God (Col.
3:3). Geestelijk moeten we onze aardse toevluchtplaatsen verlaten en voortdurend de positie innemen
dat ons leven veilig is en in de hemelse gewesten met Christus is verborgen in God. Een veiliger
schuilplaats bestaat er niet.
Sallum, de zoon van Kolchoze
De Bronpoort herstelde Sallum, de zoon van Kolchoze, de overste van het district Mispa.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 6
Het christelijke leven is geen make-over.
De naam Sallum (Hebr. sjalloen ]`7 _ 2) betekent vergelding, vergoeding, beloning. Sallum was
de zoon van Kolchoze (Hebr. kolchoze 2 7 * ). De naam Kolchoze betekent alziend.
Waarom wordt de gedachte van vergelding gebruikt in verband met de Bronpoort? Hiervoor
moeten naar Psalm 91:7-9: Al vallen er duizenden aan uw zijde slechts zult gij het met uw eigen
ogen aanschouwen en de vergelding aan de goddelozen zien. Want Gij, O Here, zijt mijn
toevlucht.
Gods Geest, de Alziende, die zich verbonden heeft met onze geest, is onze toevlucht. Elke aardse
toevlucht zal ons uiteindelijk tot wanhoop drijven en ons menselijk gezien geen perspectief meer
bieden. Menselijk gezien was er geen perspectief voor J ozef in de put en Jozef in de gevangenis. Maar
een mens die met Christus verborgen in God, lichamelijk in de put of in de gevangenis is, is werkelijk
een vrij man die door de onmogelijke situatie de kracht van Christus opstanding tot uiting kan
brengen. Onze roeping is om onze positie in Christus, vanuit de schuilplaats tot uitdrukking te
brengen. Of vragen we aan God dat Hij ons ons gemak wil geven? Dat is gelijk aan het vragen dat Hij
onze kroon zal wegnemen. Deze wereld is een chaos en elk onverlost mens is geestelijk ook een chaos.
Zodra wij echter zijn wedergeboren, verandert God onze geaardheid en worden wij een nieuw mens
met een nieuwe Bron. Deze Bron is altijd het startpunt van alles wat voortvloeit uit ons geestelijke
leven. Ik ben zo teleurgesteld in mezelf laat zien dat we nog steeds aardse toevluchten toelaten.
Waarom moet mij dit overkomen? laat zien dat we in onze toevlucht de Heer beter moeten leren
kennen als de God op wie ik vertrouw en die mij volmaakt liefheeft. Van nature hebben wij geen
liefde voor de Heer. De beste manier om de Heer als onze Toevlucht te leren kennen, is voortdurend
te bidden dat de Heilige Geest de liefde voor de Zoon in onze harten uitstort.
Christus in u, de hoop der heerlijkheid
Er is een grote nood onder christenen om Christus als Bron te leren kennen. Velen kijk naar binnen
en concluderen dat ze niet hebben wat ze denken te moeten hebben. We spreken dan onze natuurlijke
capaciteit aan om een verandering teweeg te brengen, met de gedachte: Wanneer ik er niet aan werk,
wat zal er dan veranderen? De diepste oorzaak van dit probleem is dat we te klein denken over de
Heer die in ons woont. Hij is te klein voor onze problemen en te klein om een wezenlijke verandering
in ons karakter teweeg te brengen. In onze leerstellingen nemen we Hem vaak gedachteloos aan en
zijn we vaak meer gericht op zijn zegeningen dan op de zegen van wie Hij Zelf is.
De Bronpoort leert ons, dat het christelijke leven geen systeem of organisatie is, maar het deel
krijgen aan een Persoon, aan J ezus Christus. Het christelijke leven is: Zie, ik maak alle dingen
nieuw. Het christelijke leven is niet dat de Heer ons van binnen of buiten opknapt. Veel
televisieprogrammas spelen zich tegenwoordig af rond een make-over. Het christelijke leven is geen
make-over. Christus geeft Zichzelf om ons een compleet nieuw leven te geven.
Het christelijke leven kent niet meerdere bronnen. Er is maar n Bronpoort en de Bron is
Christus. De enige bron van het christelijke leven is Christus die door Gods Geest in ons woont.
Onze natuurlijke capaciteit wordt nooit door God aanvaard. Wij worden aanvaard door de dood
van Christus. Wij hebben een bron nodig buiten onszelf en die bron is Christus. Daarom hebben we
de boodschap nodig dat Christus in ons de hoop der heerlijkheid is. Er is rust en die rust vinden we in
Christus als een rank die haar bron heeft in de wijnstok.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 7
De grote nood onder christenen is dat we niet de enorme potentie zien
van het leven in Christus.
De hele leerschool van Christus is dat er een voortdurende ondermijning moet zijn van het
natuurlijke leven en wij het nieuwe leven moet uitwerken op basis van de goddelijke natuur die in ons
woont (2 Petr. 1:4).
Onze natuurlijke capaciteiten zijn, hoe goed ook, niet uit de opstanding van Christus. Het beste
van onze natuurlijke afkomst is niet aanvaardbaar voor God. Alleen wat uit Zijn Zoon uitspruit, is
een lieflijke reuk voor God.
De Wijnstok en de ranken
De betekenis van de Bronpoort zien we op volmaakte wijze in de betekenis van de Wijnstok en de
ranken. Christus is de Wijnstok en wij zijn de ranken (J oh. 15:1). Wij leren de betekenis van de
Bronpoort kennen wanneer we de realiteit leren kennen van de rank aan de Wijnstok. Wij kunnen deze
realiteit afmeten naar de mate dat we gefrustreerd zijn over onze natuurlijke capaciteiten en die willen
veranderen. Het antwoord van de Heer is: Zonder Mij kunt Gij niets doen (J oh. 15:5). Het
christelijke leven is een leven waar we niets kunnen doen buiten de Heer om. Dit betekent niet dat een
ander mens ons niet tot hulp kan zijn, maar dat we niets kunnen zonder Christus die in ons woont.
Het betekent ook niet dat we Christus alleen nodig hebben om ons eeuwig leven te geven; het betekent
dat Christus de Bron is van heel ons geestelijke leven en onze gelijkvormigheid aan Hem. Onze
geestelijke groei is afhankelijk van de mate waarin we leven als een rank uit de Wijnstok. Alle
doctrines en bijbelstudie moeten zijn gericht op deze relatie van de rank aan de Wijnstok. Veel
leerstellingen zijn gericht op de zegen die de Heer geeft en niet op de Gever Zelf. Maar Christus Zelf
is groter dan al zijn zegeningen. De grootste zegen is om aan Christus Zelf deel te krijgen, door het
leven dat Hij door ons leeft, in lijden en in heerlijkheid. Veel leerstellingen blijven in ons hoofd hangen
zonder uitgewerkt te worden in een persoonlijke verbondenheid met de Heer. Leerstellingen moeten
toegepast worden in onze relatie met Christus. De Bijbel is een microfoon en geen grammofoon. Het
Woord moet in ons hoorbaar en zichtbaar uitgewerkt worden in ons leven, en niet alleen horen naar
wat dit boek ons heeft te zeggen zonder een uitstralend effect in ons leven van de Christus die in ons
woont.
De grote nood onder christenen vandaag is dat we niet de enorme potentie zien van het leven in
Christus. Christus is niet genoeg voor ons en we wenden ons bijvoorbeeld tot de seculiere psychologie
om onze nood aan te vullen. In plaats dat we ons wenden tot Hem die de Herder en Hoeder van ons
zielen is, zoeken we ons heil in een mix van theologie en psychologie. Het gevolg hiervan is dat ik wil
leren hoeik de teugels van mijn leven in handen neem, ik me kan ontwikkelen enik mijn gevoelsleven
moet reguleren. Bijbelse psychologie, met het onderscheid tussen geest, ziel en lichaam, is van groot
belang, maar seculiere psychologie zal altijd leiden tot een groter zelfbewustzijn in plaats van het
bewustzijn van niet meer mijn ik, maar Christus (Gal. 2:20).
De psychologisering binnen de gemeente van Christus neemt grote proporties aan en wordt
verkocht onder het motto dat seculiere psychologie kan worden gentegreerd met de Bijbel. De
waarheid is echter dat de moderne psychologie enkel steunt op het verschil tussen ziel en lichaam,
zonder de aanwezigheid van de geest te kennen. Deze psychologie kan daarom alleen de ziel van de
natuurlijke mens aanspreken met haar mentale, gevoelsmatige en wilskrachtige activiteit.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 8
Het is van het grootste belang om de onmetelijke Bron te zien die in ons woont.
Zodra we zien dat Christus onze Bron van leven is, zien we dat onze ziel onderworpen moet zijn
aan de Geest van God om een geestelijke mens te zijn. Daarom is de moderne psychologie
onverenigbaar met de geestelijke mens die God Zijn volle plaats geeft.
Wanneer we niet de immense Bron in ons zien en daar niet genoeg aan denken te hebben, zal ook
de Bijbel ons niet genoeg zijn en zullen we aanvulling zoeken in geschriften van mensen die ons
bronnen aanbieden die geen water houden (J er. 2:13).
Christus, de Bron van het levend water
Christus is de Bron van het levend water (vgl. J er. 2:13). Die Bron bevindt zich in onze
wedergeboren geest waar de Geest van God huist. Onze wandel in Christus begint in onze geest. Onze
geest is de plaats waar de Heilige Geest in ons woont en ons leven geeft. Het is ook de schuilplaats
waar wij met Christus in de hemelse gewesten zijn verborgen in God. Het is de plaats van waaruit wij
de geestelijke strijd voeren en wij onze ziel onderwerpen aan de Heilige Geest. De grote uitdaging van
moment tot moment is onze ziel te verloochenen en in de Geest te blijven. We moeten wandelen in de
Geest (Rom. 8:4), bidden in de Geest (Ef. 6:18), en dienen in de Geest (Rom. 1:9; 12:11). Wanneer
we wandelen in de Geest, kunnen we de aanwezigheid van Christus ervaren in elke omstandigheid van
ons leven. Een leven in de Geest kenmerkt zich door de vrede van Christus die in ons harten regeert
(Col. 3:15). Het is een leven dat steeds de aanwezigheid van de Heer kent en niet alleen tot rust komt
in eigen gekozen omstandigheden. Wat doen we als we ons geduld verliezen, een waardeloze gedachte
hebben of onze vrede verliezen in een omstandigheid? We heffen ons hart op tot Christus en putten uit
de Bron die de Wijnstok is voor ons. Dan is ons probleem voorbij en door de weigering om uit onze
ziel te leven. Een voortdurende wandel van deze aard in de Geest leidt tot de metamorfose, tot
transformatie van de ziel (Rom. 6:19,22).
De onmetelijke betekenis van Christus
Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten,
heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot
erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft (Hebr. 1:1-2).
Het is van het grootste belang om de onmetelijke Bron te zien die in ons woont door de Heilige
Geest. De grootheid van deze Bron zien we nadrukkelijk in de openingsverzen van de brief aan de
Hebreen. Wat was het doel van deze brief? Wat had de schrijver in gedachten toen hij deze brief
schreef? De grondslag van elke bijbelboek wordt in de openingsverzen van dat boek gelegd en het
doel van de brief aan de Hebreen is om de grootheid van Christus te laten zien. Deze brief heeft veel
over onze erfenis te zeggen, maar de grootheid van die erfenis wordt bepaald door de grootheid van de
Persoon met wie wij deze erfenis mogen delen. De brief aan de Hebreen begint niet met een erfenis,
maar met de Erfgenaam. Het is de Erfgenaam in deze brief die de inhoud van de erfenis bepaalt. Hoe
meer wij groeien in ons geloof en we de Erfgenaam leren kennen, des te meer we zullen zien dat het
kennen van de Erfgenaam onze erfenis bepaalt. Paulus wilde Christus winnen, want Hij wist dat wie
de Erfgenaam won, ook de erfenis zou verkrijgen.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 9
Wij hebben een schat in aarden vaten.
De brief aan de Hebreen begint met de Zoon van God die de de afstraling is van Gods
heerlijkheid en de afdruk van Gods wezen (Hebr. 1:3).
Het is deze afstraling en afdruk die de blauwdruk is van Gods erfenis. Het zijn zonen die in deze
erfenis mogen delen en daartoe moeten er vele zonen tot heerlijkheid worden gebracht (Hebr. 2:10).
Deze zonen moeten zich ook kenmerken door een afdruk van het wezen van Christus in hun leven
om een toekomstige heerlijkheid te ontvangen. De gedachte van Hebr. 1 en 2 centreert zich rond de
grootheid van de Zoon van God als Erfgenaam van alle dingen waarin wij in zoonschap mogen delen.
Om deel te krijgen aan deze erfenis, moet de Leidsman van onze behoudenis ons door lijden heen
volmaken. Dit proces begint bij het ontvangen van de nieuwe mens die wij in onze opstanding met
Christus hebben ontvangen en waar Hij ons een nieuwe natuur met een nieuwe dispositie geeft. De
voorwaarde om onze erfenis te ontvangen gaat veel en veel verder dan de leer van het komende
koninkrijk te kennen en in de toekomst de heerschappij over n of meer steden te krijgen.
Heerschappij met Christus is een geestelijke zaak en daartoe moet de Heer ons door lijden heen
volmaken. Met dit in gedachte, waartoe moet de Heer ons dan volmaken? Ook hier geeft Hebr. 1 het
antwoord. God, die in het laatst der dagen heeft gesproken in Zijn Zoon, heeft daarmee aangegeven
dat Zijn Zoon het doel van God vertegenwoordigt. Wij delen met Christus in het zoonschap om een
afdruk te worden van het wezen van God. Gods eeuwig doel is dat Christus alle dingen vult en de
afdruk van Zijn wezen in alles zal worden gezien.
Wat betekent verlossing? Wij denken voornamelijk over onze verlossing, maar verlossing is er in
de eerste plaats voor God. God verlost om Zichzelf door ons te laten zien. Wij nemen in Gods doel
dus een centrale plaats in.
Wat is Gods doel? God heeft maar n doel en dat is een uitdrukking van Zichzelf door Christus in
dit universum. Dit is het enige bestaansrecht van de gemeente van J ezus Christus. Een plaatselijke
gemeente heeft geen betekenis als dit doel niet aanwezig is. We kunnen een scala aan gemeentelijke
activiteiten hebben, diepe bijbelstudies geven en het onderling naar de zin hebben, maar de kernvraag
is steeds: Is er een uitdrukking van Christus, die onze Bron is, en zien we in toenemende mate dat de
plaatselijke gemeente een uitdrukking is van de heerlijkheid van God? Zijn al onze activiteiten
gericht om de Erfgenaam te kennen en gelijkvormig aan Hem te worden?
In Lucas 10:41-42 zei de Heer: Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen,
maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar
niet zal worden weggenomen. Vaak gaat het bij ons over dingen, zoals ook de gelovigen in
Laodicea zich hadden verrijkt met veel dingen, dingen waarvan we denken dat we er niet zonder
kunnen. Maria zag wat Martha niet zag: J ezus was genoeg voor Maria. Paulus zag wat Maria ook
zag: Dit alles om Hem te kennen ik jaag ernaar of ik het ook grijpen mocht (Fil. 3:10-12). De
Bron om Hem te kennen is in ons. Wij hebben een schat in aarden vaten (2 Cor. 4:7). Het vat is
breekbaar en zwak en daarom is ons vertrouwen niet op onszelf, maar op de schat die in ons woont.
Onze Bron is onze Schat. Het doel is dat de Bron of de Schat zichtbaar wordt in onze zwakheid. In
Hooglied 4:12-16 wordt de bron van levend water genoemd in verband met de balsemgeuren die
moeten stromen. In Marcus 14:3 zien we dezelfde gedachte. De vrouw brak een albasten kruik en
goot de mirre uit over het hoofd van de Heer. Wil je de Heer graag beter kennen? Het geheim vinden
we in Lucas 24:30-31: En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de
zegen uitsprak, het brak en hun toereikte. En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en
Hij verdween uit hun midden.
Nr. 55 mei 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 10
Welke indruk geeft ons geestelijk leven?
J ezus sprak de zegen uit en brak het brood. Maar zij herkenden Hem pas nadat het brood was
gebroken en was aangereikt. Om Hem te kennen, hebben we de zegen en de verbreking nodig.
Wanneer God momenteel veel breekt in ons leven, kan dat een aanwijzing zijn dat we op het punt
staan om Hem beter te kennen.
Het goede deel uitkiezen
Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of
slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden
weggenomen (Luc. 10:41-42).
De grote les die wij uit de Bronpoort kunnen trekken, is dat het in het christelijke leven niet om
veel dingen gaat. De Bronpoort leert ons dat het christelijke leven Christus is. Het leven van een
christen is Christus. Gods eeuwig doel is om Zijn Zoon tot het centrum van alle dingen te stellen en
Hem in alles tot uitdrukking te brengen. Alles beweegt zich in de richting van een Christocentrisch
universum. Dit houdt in dat Christus ook in heel ons leven tot uitdrukking moet worden gebracht. Het
kenmerk van die uitdrukking is dat de kracht van Christus opstanding laat zien: leven over de dood.
Veel christenen bezien alles van het oogpunt van goed en kwaad, maar waar het om gaat, is het
verschil te zien tussen leven en dood. Zijn we in druk of in een onmogelijke situatie, laten we dan
bidden dat Zijn leven de dood overwint. Is er geestelijke strijd, laten we dan vanuit onze positie met
Christus in God aanspraak maken op Zijn overwinning op Golgotha. De grote geestelijke waarheid
van Gods Woord is dat alles buiten Christus om dood is. We kunnen al jaren een christen zijn, Gods
woord bestuderen en ons leven voor Hem inzetten, en toch een diepe, diepe onvrede hebben over ons
geestelijk leven. Waar we in diepste zin naar op zoek zijn, is leven. Dit leven is in Christus. Voordat
we Christus kennen als ons leven, kunnen we veel activiteiten voor Hem ontplooien. We kunnen veel
dingen voor Hem doen, maar vroeg of laat zal Hij ons tot het besef brengen dat Hij niet wil dat wij
voor Hem leven, maar dat Hij door ons wil leven. Christus geeft ons leven door Zichzelf te geven.
Wij vragen Hem steeds om dingen: Heer geef mij nederigheid, geef mij meer geduld. De Heer
verwerpt ons natuurlijke geduld, want al onze gerechtigheden zijn als een bezoedeld kleed (J es.
64:6). Christus is onze nederigheid en geduld, want Hij is ons geworden (vgl. 1 Cor. 1:30).
Wanneer Christus ons leven is en door ons leeft, hoe kunnen wij in beweging komen wanneer Hij niet
in beweging komt? Wat kunnen wij spreken, dan wat Hij door ons wil spreken? Welke indruk geeft
ons geestelijke leven? Is het een indruk van de aanwezigheid en de geur van Christus? Of is het
voornamelijk een indruk van onze theologische kennis? We kunnen kennis van Gods woord hebben
zonder dat het ons tot Christus brengt en leven in ons doet opspringen (vgl. J oh. 5:39-40). De
Farizeen wisten waar de Messias geboren zou worden, maar gingen niet naar Bethlehem om Hem te
aanbidden. Het doel van Gods woord is om in contact met Christus te komen. Wie Christus ontmoet,
ontmoet leven. Er moet een dag in ons leven komen dat we zien dat Christus ons leven is en Hij de
hoop der heerlijkheid is. Het is de dag dat we zien dat we geen bron in onszelf hebben en dat het onze
enige verantwoordelijkheid is om onze menselijke natuur in lijn te brengen met de goddelijke natuur
die onze Bron is. Dit is een gekruisigd leven, waarbij wij op de Levende Stam zijn gent.