You are on page 1of 8

Nr.

60 november, december 2008 pagina 1


De zeven feesten in Leviticus 23 geven de profetische geschiedenis van Isral weer.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want ieder die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is nog
een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
De Poorten van Jeruzalem
Deel 10 (Slot)
11. De Eframpoort
Het volk trok uit en zij haalden het loof en maakten zich loofhutten, ieder op zijn dak, en in
hun hoven en in de voorhoven van het huis Gods en op het plein van de Waterpoort en op het plein
van de Eframpoort (Neh. 8:17).
In de afgelopen studies hebben we de tien poorten van Jeruzalem in Nehemia 3 besproken. In de
dagen van Nehemia waren er echter twaalf poorten. In Nehemia 8:17 en 12:39 lezen we over de
Eframpoort, en in Nehemia 12:39 ook van de Gevangenpoort. Dit lijkt niet zonder betekenis, want
het getal 10 spreekt over de verantwoordelijkheid van God en mens, waarvan ook de Tien Geboden
spreken. Het getal 12 spreekt echter van de volmaaktheid in heerschappij, waarvan ook de twaalf
poorten van het hemelse Jeruzalem spreken. De betekenis van de elfde en de twaalfde poort zijn
daarom van bijzonder belang voor een christen, want de lessen die we hieruit kunnen leren, zijn in het
bijzonder van belang om tot het einddoel van ons geloof te komen (vgl. 1 Petr. 1:9). Deze zaligheid
van de ziel is een proces waarin wij het natuurlijk leven omzetten in een geestelijke leven, met als
climax om te mogen delen in de Messiaanse heerschappij met Christus. Laten we deze twee poorten
verder in dat licht bekijken.
De elfde poort van de muur van J eruzalem, de Eframpoort, wordt in verband gebracht met het
Loofhuttenfeest. Het Loofhuttenfeest was het zevende feest dat God aan Israel had gegeven.
Nr. 60 novenber, december 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
De gemeente van Christus wordt ook een eerstgeboren zoon genoemd.
Deze zeven feesten in Leviticus 23 geven de profetische geschiedenis van Isral weer. Al die feesten
zijn profetisch nog onvervuld.
De feesten omvatten de volgende facetten:
1. Het pascha (Lev. 23:5).
Het eerste feest, het pascha, heeft te maken met de nationale bekering van het volk Isral, wanneer
het volk zal zien op Hem die zij hebben doorstoken. Het Lam is al geslacht, maar het bloed is nog niet
door Isral toegeigend (Ex. 12:7). In de type vond het pascha plaats in Egypte, maar in de antitype
zal dit plaatsvinden wanneer Isral verstrooid is onder de volken.
2. Het feest van de ongezuurde broden (Lev. 23:6).
Dit feest heeft te maken met het wegdoen van de zonde na het pascha. Waaraan is Isral
schuldig? Aan het kruisigen van haar Messias. Wanneer Christus terugkeert, zal die zonde uit het
huis worden weggedaan.
3. Het feest van de eerstelingen (Lev. 23:10).
Dit feest heeft met opstanding te maken. Christus, de Eersteling, stond op uit de doden. De grote
oogst moet nog volgen.
4. Pinksteren (feest der weken) (Lev. 23:16-21).
Dit feest verwijst naar de profetie van J ol en zou geheel zijn vervuld als Isral zich had bekeerd
op de Pinksterdag (Hand. 2:38). Het verwijst naar de uitstorting van Gods Geest op Isral.
5. Het feest van de bazuinen (Lev. 23:24).
Dit feest verwijst naar de algehele terugkeer van Isral in het land.
6. De Verzoendag (Lev, 23:26-32).
Deze dag verwijst naar de reiniging voor het volk dat onder het bloed van het Paaslam staat.
7. Loofhuttenfeest (Lev. 23:33-36).
Dit feest verwijst naar de rust voor Isral in het millennium dat volgt op de verzoening.
Isral en de gemeente van Christus nemen in het millennium een centrale plaats in. Isral is in het
Oude Testament een eerstgeboren zoon (Ex. 4:22-23). De eerstgeborene bezat het zogenaamde
eerstgeboorterecht (Deut. 21:15-17). Dit recht hield in dat de oudste zoon een dubbel deel van de
erfenis ontving. Dit extra deel was vervreemdbaar, terwijl het enkele deel van alle zonen, ook van de
oudste, onvervreemdbaar was. Isral was als eerstgeboren zoon, de ontvanger van hemelse en aardse
beloften. Het aardse deel was het onvervreemdbare deel, terwijl het hemelse deel het vervreemdbare
deel was. Door de verwerping van haar Messias, heeft Isral haar hemelse deel verspeeld en is de
gemeente van Christus de ontvanger geworden van deze hemelse beloften (vgl. Matt. 21;43).
De gemeente van Christus wordt echter ook een eerstgeboren zoon genoemd (Hebr. 12:22-24). Dat
betekent dat christenen als eerstgeboren zonen ook deel hebben aan hemelse en aardse beloften. Aan
de overwinnende christen wordt de belofte gegeven om in het millennium vanuit de hemelen over de
aarde te zullen heersen met Christus (vgl. Openb. 2:26).
Nr. 60 novenber, december 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
Om het komende koninkrijk goed te begrijpen, moeten we het onderscheid zien tussen
het hemelse een aardse deel van dat koninkrijk.
Christenen die de wereld, de Satan en het vlees niet hebben overwonnen, zullen dit voorrecht missen
en zullen zich in hun roeping beperkt zien tot de hemelse sfeer. In het millennium zal Isral daarom
als eerste onder de volkeren heersen op de aarde en overwinnende christenen vanuit de hemelen over
de aarde.
Er zijn tegenwoordig weinig christenen die het onderscheid zien tussen het hemelse deel en het
aardse deel van het komende koninkrijk. Dit onderscheid is echter nodig om het komende koninkrijk
goed te begrijpen. Bijbelkenners als Robert Govett en G.H. Lang zagen dit onderscheid en hun
boeken geven buitengewoon licht op het Messiaanse koninkrijk. Indien we dit onderscheid niet zien
tussen het onvervreemdbare deel en het vervreemdbare deel van de twee eerstgeboren zonen - Isral
en de gemeente - dan lopen we het gevaar geen toekomst meer voor Isral te zien of de prijs van de
roeping van God voor christenen uit het oog te verliezen.
Het kernvers van het evangelie naar Matths is Matths 21:43:
Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven
worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.
Om de betekenis van de Ephrampoort te begrijpen, moeten we verder op de typologie van de
Bijbel ingaan. We hebben al gezien dat de Ephrampoort een verwijzing heeft naar het komende
Messiaanse tijdperk. Een verdere betekenis vinden we in Hebreen 11, het hoofdstuk over de
geloofsgetuigen. De volgorde waarin deze geloofsgetuigen worden genoemd, geven ons licht over
Gods heilsplan met Isral en de gemeente van Christus:
De Gemeente en Isral:
1. Abel het offer van Christus: dood en vergoten bloed (11:4).
2. Henoch de opname van de gemeente van Christus (11:5).
3. Noach Isral door de grote verdrukking (11:7).
Isral en de volkeren:
4. Abraham het offer van de zoon (11:8, 17).
5. Isak de rechten van de eerstgeborene (11:20).
6. J acob hemelse en aardse beloften (11:21).
7. J ozef de opstanding van Isral (11:22).
8. Mozes het herstel van Isral (11:23).
9. J ericho het einde van de macht der volkeren (11:30).
10. Rachab het behoud van de volkeren (11:31).
Laten we eens nader kijken naar de hemelse en aardse beloften in Hebreen 11:21, en in dit
verband Gen. 48:5-20 lezen:
En nu, uw beide zonen, die u in het land Egypte geboren zijn, voordat ik tot u naar Egypte
gekomen was, zij zijn de mijne; Efram en Manasse zullen mij als Ruben en Simeon zijn. Maar uw
nakomelingen, die gij na hen verwekt hebt, zullen de uwe zijn; naar de naam hunner broeders
zullen zij genoemd worden in hun erfdeel. Wat mij aangaat, toen ik uit Paddan kwam, is Rachel mij
door de dood ontvallen in het land Kanan op de reis, toen wij nog maar een eindweegs van Efrat
verwijderd waren, en heb ik haar daar begraven aan de weg naar Efrat, dat is Bethlehem.
Nr. 60 novenber, december 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
De naam Efram is verbonden met vruchtbaarheid te midden van ellende.
Toen Isral de zonen van Jozef zag, zei hij: Wie zijn dit? En Jozef zei tot zijn vader: Dat zijn mijn
zonen, die God mij hier gegeven heeft. Daarop zei hij: Breng hen toch tot mij, opdat ik hen zegene.
Israls ogen nu waren dof geworden van ouderdom, hij kon niet zien. En Jozef bracht hen dichter
bij hem; en hij kuste en omhelsde hen. Daarna zei Israel tot Jozef: Ik had niet kunnen vermoeden,
dat ik uw aangezicht zou zien, en zie, God heeft mij zelfs uw nageslacht doen zien. Toen deed Jozef
hen van zijn knien weggaan, en boog zich neer met zijn aangezicht ter aarde. En Jozef nam hen
beiden, met zijn rechterhand Efram aan Israls linkerhand en met zijn linkerhand Manasse aan
Israls rechterhand, en hij bracht hen dichter bij hem. Toen strekte Isral zijn rechterhand uit en
legde die op het hoofd van Efram, hoewel hij de jongste was, en zijn linkerhand op het hoofd van
Manasse; hij legde zijn handen kruiselings, ofschoon Manasse de eerstgeborene was. En hij
zegende Jozef en zei: God, voor wiens aangezicht mijn vaderen Abraham en Isak gewandeld
hebben; God, die mij als herder geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag; de Engel, die mij
verlost heeft uit alle nood, zegene deze jongelingen, zodat in hen mijn naam en die van mijn
vaderen Abraham en Isak voortleven en zij in menigte mogen toenemen in het land. Toen Jozef
zag, dat zijn vader zijn rechterhand op Eframs hoofd gelegd had, was dat verkeerd in zijn ogen, en
hij greep de hand van zijn vader om die van Eframs hoofd te verleggen naar het hoofd van
Manasse. En Jozef zei tot zijn vader: Zo niet, mijn vader, want deze is de eerstgeborene, leg uw
rechterhand op zijn hoofd. Maar zijn vader weigerde het en zei: Ik weet het, mijn zoon, ik weet het;
ook hij zal tot een volk worden en ook hij zal groot worden; nochtans zal zijn jongere broeder
groter zijn dan hij, en diens nageslacht zal een volheid van volken worden. En hij zegende hen te
dien dage en zei: Met u zal Isral zegen toewensen door te zeggen: God make u als Efram en als
Manasse. En hij plaatste Efram voor Manasse (Gen. 48:5-20).
Tegen de verwachting en de wil van J ozef in, plaatste J acob Efram vr Manasse, hoewel
Manasse de eerstgeborene was. In Isak waren hemelse en aardse beloften toegekend. Door de
verwerping van haar Messias ging het eerstgeboorterecht van Isral over op de gemeente.
Typologisch houdt dit in dat het recht van Manasse over gaat op Efram. De naam Manasse is
verbonden met Gen. 41:51. J ozef noemde zijn eerste zoon Manasse, want God heeft mij al mijn
moeite doen vergeten, en ook het gehele huis mijns vaders. De naam Manasse is daarom verbonden
met huis van zijn vader, het huis van Isral. Zijn tweede zoon gaf J ozef de naam Efram, want God
heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land mijner ellende (Gen . 41:52). De naam Efram is daarom
verbonden met vruchtbaarheid te midden van ellende. Wanneer we verder in de Bijbel lezen over
Efram, dan heeft dit steeds te maken met het doel van God om het eerstgeboorterecht binnen Isral te
houden en het volk Isral vruchtbaar te zien. Wanneer Isral geestelijk vruchtbaar zou zijn geworden,
zou het hemelse en aardse beloften hebben berfd en was de gemeente van Christus niet zijn ontstaan.
De gemeente heeft immers de hemelse beloften verkregen door de ongehoorzaamheid van Isral (vgl.
Matt. 21:43).
Hiermee komen we bij de praktische betekenis van de Eframpoort. Efram vertegenwoordigt de
hemelse beloften die aan ieder kind van God zijn gegeven en die verband houden met onze komende
heerschappij met Christus in het Messiaanse tijdperk. Om aan deze beloften deel te krijgen, is
geestelijke vruchtbaarheid nodig die alleen ons deel wordt in het land van mijn ellende. Wat dit
betekent vinden we in J eremia 31:18-20:
Nr. 60 novenber, december 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 5
Onze geestelijke groei kan niet zonder de discipline van de Heilige Geest.
Ik heb werkelijk Efram horen klagen: Gij hebt mij getuchtigd, als een ongetemd kalf werd ik
getuchtigd; bekeer mij, dan zal ik mij bekeren, want Gij, Here, zijt mijn God. Want nadat ik tot
inkeer ben gekomen, heb ik berouw gekregen; nadat ik tot inzicht gekomen ben, heb ik mij op de
heup geslagen; ik ben beschaamd, ja, ook te schande geworden, want ik heb de smaad van mijn
jeugd gedragen. Is Efram Mij een lievelingszoon, een troetelkind, dat Ik, zo vaak als Ik van hem
spreek, gedurig weder aan hem denken moet? Daarom is mijn binnenste over hem ontroerd, Ik zal
Mij zeker over hem ontfermen, luidt het woord des Heren.
En van de belangrijkste zaken in het leven van een kind van God is de discipline van de Heilige
Geest. De discipline van de Heilige Geest betekent dat de Heer ons vormt en disciplineert door wat
ons dagelijks overkomt. Gods Geest gebruikt mensen en omstandigheden om ons natuurlijke leven te
ondermijnen, opdat we ons natuurlijk leven in lijn brengen met de goddelijke natuur in ons. Alles wat
ons overkomt, zijn lessen in de leerschool van Christus om ons gelijkvormig aan Hem te maken. Het
kan ons helpen wanneer we voortdurend te vraag stellen: Welke les heb ik hieruit geleerd en wat
heeft het me veranderd naar het beeld van Christus? Zon houding zal ons helpen onze
omstandigheden zonder klagen te accepteren en in geloof onze omstandigheden te accepteren.
De discipline van de Heilige Geest heeft altijd de liefde van God als achtergrond: Is Efram Mij
een lievelingszoon, een troetelkind, dat Ik, zo vaak als Ik van hem spreek, gedurig weder aan hem
denken moet? Daarom is mijn binnenste over hem ontroerd. God weet wat het betekent om vrucht
te dragen in het land van mijn ellende: Want niet voor eeuwig verstoot de Here. Want als Hij
bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen. Immers niet van harte
verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen (Klaagl. 3:31-33).
Onze geestelijke groei kan niet zonder de discipline van de Heilige Geest: En gij hebt de
vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet
gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en
Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u
als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt? (Hebr. 12:5-7).
De grote les van de Eframpoort is dat elk kind van God een eerstgeboren zoon is met grote
geestelijke beloften in het vooruitzicht. Om die beloften waar te maken, tuchtigt God ons als zonen.
Deze tuchtiging is een praktische zaak die in de realiteit van het dagelijkse leven door de discipline
van de Heilige Geest tot ons komt. Onze verantwoordelijkheid is om de Heilige Geest hierin te
gehoorzamen. Zelfs onze Heer leerde de gehoorzaamheid uit hetgeen Hij heeft geleden (Hebr. 5:8).
Mensen kunnen ons onrechtvaardig behandelen, omstandigheden kunnen onredelijk zijn, dierbaren
kunnen wegvallen, maar God laat dit toe, opdat we leren wat een gekruisigd leven betekent en we
gedwongen worden om uit Zijn leven te putten. Van nature kiezen we niet om uit Christus te leven.
Dit leren we alleen door de discipline van de Heilige Geest, waar we als een ongetemd kalf worden
getuchtigd. Wanneer we Christus en Zijn kruis centraal stellen, zal het gevolg zijn, dat we
voortdurend de discipline van de Heilige Geest voor ogen houden, benadrukken en gehoorzamen.
Laten we de gewoonte vormen om de discipline van de Heilige Geest voortdurend te onderkennen en
ons daaraan te onderwerpen. Paulus onderkende deze gewoonte toen hij schreef:
Nr. 60 novenber, december 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 6
Paulus beschouwde zich niet als een gevangene van Rome,
maar als een gevangene in de HeeI.
Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, zodat de kracht, die alles te boven gaat, van God
is en niet van ons; in alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet
radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren; te allen tijde het
sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam
openbare. Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus' wil, opdat
ook het leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare. Zo werkt dan de dood in ons, doch het
leven in u (2 Cor. 4:7-12).
Heel onze geestelijke groei is verbonden met de discipline van de Heilige Geest. Heel ons geestelijk
onderwijs moet verbonden zijn met de discipline van de Heilige Geest. In heel ons onderwijs moet er
steeds een parallel zijn met de discipline van de Heilige Geest. De discipline van de Heilige Geest laat
ons het belang zien van het kruis als de weg ten leven. Het opent de deur naar de groei van Christus
in ons sterfelijk vlees. Dit is de grote les van de Eframpoort.
12. De Gevangenpoort
langs de Efraimpoort, de Oude Poort en de Vispoort, en langs de Chananeltoren en de
Meatoren tot de Schaapspoort; zij bleven staan bij de Gevangenpoort. Toen stelden de beide
zangkoren zich in het huis Gods op; ook ik en de helft der leiders met mij (Neh. 12:39-40).
De laatste poort in de muur van J eruzalem is de Gevangenpoort. De betekenis van deze poort sluit
geheel aan bij de betekenis van de Eframpoort.
In Efezirs 4:1 schrijft Paulus: Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen De
opsomming van de poorten in het boek Nehemia sluit af zoals ook het boek Handelingen wordt
afgesloten, met gevangenschap. Na alles wat geschreven is over de betekenis van de poorten van
J eruzalem, blijft er een leven over waarin we een gevangene van de Heer willen zijn.
Efezirs 4:1 heeft een diepe betekenis. Paulus beschouwde zich niet als een gevangene van Rome,
maar als een gevangene in de Heer. En in Filemon 1:1 schijft hij: Paulus, een gevangene van
Christus Jezus
Naarmate wij groeien in onze omgang met de Heer, zullen we zien dat een vruchtbaar leven het
gevolg is van geestelijk gevangenschap, van beperkingen die de Heer ons oplegt en we beseffen dat
wij zonder Hem niets kunnen doen (vgl. J oh. 15:5). Daarom kon Paulus ook zeggen in Efezirs 3:1:
Daarom is het, dat ik, Paulus, die ter wille van Christus Jezus voor u, heidenen, in gevangenschap
ben. Wanneer de Heer ons beperkt en de lijn kort houdt, wordt het natuurlijke leven gedwongen om
uit Hem te leven, opdat er een rijke zegen mag doorstromen naar de gemeente.
Het geheim van het christelijke leven is om een gevangene van de Heer te zijn. De eerste stap die
we dan moeten nemen, is te kiezen om een gevangene van de Heer te willen zijn. Het is de keuze die
wij kunnen maken wanneer we de Heer liefhebben:
Wanneer gij een Hebreeuwse slaaf koopt, zal hij zes jaar dienen, maar in het zevende jaar zal hij
om niet als een vrij man weggaan. Indien hij alleen gekomen is, zal hij alleen weggaan; indien hij
gehuwd was, dan zal zijn vrouw met hem weggaan. Indien zijn heer hem een vrouw gegeven heeft
en zij hem zonen of dochters gebaard heeft, zal de vrouw met haar kinderen het eigendom blijven
Nr. 60 novenber, december 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 7
Een gevangene van de Heer te zijn, betekent niets anders dan
dat wij het principe van het kruis volgen.
van haar heer, en hij zal alleen weggaan. Maar indien de slaaf nadrukkelijk zegt: Ik heb mijn heer,
mijn vrouw en mijn kinderen lief, ik wil niet als vrij man weggaan, dan zal zijn heer hem bij de
goden brengen, hij zal hem bij de deur of de deurpost brengen, en zijn heer zal zijn oor met een
priem doorboren en hij zal hem voor altijd dienen (Ex. 21:2-6).
Het hele idee om een gevangene van de Heer te willen zijn, lijkt helemaal verdwenen te zijn in het
hedendaagse christendom. We geloven in God, maar onze voldoening vinden we toch in deze wereld
en het volgen van Christus mag ons niet alles kosten. We vertrouwen op God, maar we willen wel
onze schaapjes op het droge hebben. De Hebreeuwse slaaf koos om zijn heer voor altijd te dienen. Hij
had geen ander doel dan het doel van zijn heer en hij had geen bezit meer, dan dat hij zelf het bezit
van zijn heer was. Hij kreeg een priem in zijn oor geboord, zodat hij besefte dat hij voor niemand zijn
oor meer leende dan voor zijn heer.
Deinzen we echter terug om ons helemaal aan de Heer over te geven? Denken we dat ons leven
benauwd, bekrompen en beperkt zal worden als we al onze rechten aan Hem overgeven? Zijn we bang
dat al ons plezier en blijdschap uit ons leven zal verdwijnen wanneer we ons leven aan hem
toewijden? Dit is de grootste leugen die we kunnen bedenken. Wanneer we er geheel voor Hem zijn,
maakt ons leven plaats voor het eeuwige, ongeschapen leven van God, waar we in afhankelijkheid aan
deel krijgen. Wanneer we dit leven proeven, beseffen we pas waarvoor we zijn geschapen. Met onze
wedergeboorte komt er een nieuw doel in zicht, en dat doel heeft te maken met het kennen en dienen
van de Zoon van God. God heeft een eeuwig doel en dat doel is verbonden met de man van Zijn doel,
met de Man van Zijn raadsbesluiten:
Ik immers ben God, en er is geen ander, God, en niemand is Mij gelijk; Ik, die van den beginne de
afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht
worden en Ik zal al mijn welbehagen doen; die uit het oosten een roofvogel roep, uit een ver land
de man van mijn raadsbesluit; Ik heb gesproken, Ik doe het ook komen; Ik heb het ontworpen, Ik
breng het ook tot uitvoering (J es. 46:9-11).
God heeft een eeuwig plan dat volbracht zal worden, maar momenteel is de Man van Zijn doel en
plan nog in een ver land (vgl. Matt. 25:14 e.v.). Er komt echter een dag dat deze Man, de Here J ezus,
terug zal komen en deze wereld in rechtmatigheid te heersen. Dan zal Zijn plan verder ontvouwen, het
plan dat Hij heeft ontworpen en tot uitvoering zal brengen. De keus is aan ons: Willen wij leven voor
onszelf met plannen die uiteindelijk op niets zullen uitlopen, of voor het eeuwig plan van God In
Christus? Totale overgave aan Christus maakt ons leven niet smal, maar verrijkt het en laat ons het
geheim van ons leven zien.
Een gevangene van de Heer te zijn, betekent niets anders dan dat wij het principe van het kruis
volgen. Het christendom draait tegenwoordig helemaal om in onze behoefte aan levensgeluk te
voldoen. Geluk is nooit het doel van een christen. Het Engelse woord voor geluk is happiness en
staat in verband met het werkwoord to happen (gebeuren). Geluk wordt bepaald door de dingen die
gebeuren, door de dingen die gelukken.. Het doel van Paulus was niet om met geluk zijn wedloop te
beindigen, maar met blijdschap:
ook acht ik mijn leven niet kostbaar dierbaar voor mijzelf, om mijn loop met blijdschap ten
einde te brengen (Hand. 20:24). Er is een groot praktisch verschil tussen geluk en blijdschap.
Nr. 60 novenber, december 2008 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 8
Profetie is niet zo zeer het verkondigen van toekomstige gebeurtenissen,
maar het voorzeggen van Gods gedachten voor dat moment.
Om gelukkig te zijn, moeten de omstandigheden gunstig zijn. Blijdschap kan ons deel zijn te midden
van de meest ongunstige omstandigheden, en de Heer wil dat wij Hem volgen en vertrouwen,
onafhankelijk van omstandigheden. De Heer liet Zich altijd leiden door de wil van de Vader en niet
door de nood van mensen. Het doel van het evangelie is niet in de eerste plaats om in onze nood te
voorzien, maar Christus gestalte te zien krijgen in ons sterfelijk vlees.
Waar is de Heer op uit in ons leven? De Heer is er niet op uit om al mijn natuurlijke talenten in deze
wereld tot zijn volle rechte te doen komen en waar het evangelie ons een handje bij zou kunnen
helpen. De Heer is er op uit dat wij Hem zullen leren kennen:
Zo zegt de Here: De wijze roeme niet op zijn wijsheid, en de sterke roeme niet op zijn kracht, de
rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstand heeft en Mij
kent, dat Ik de Here ben, die goedertierenheid, recht en gerechtigheid op aarde doe; want in
zodanigen heb Ik behagen, luidt het woord des Heren (J er. 9:23-24).
In de leerschool van Christus staat het kennen van Hem centraal, en die kennis kan alleen
verkregen worden door het principe van het kruis. Een gelovige die daarin tevens zijn of haar geluk
wilt laten prevaleren, is ongeschikt voor de geestelijke wedloop. De Heer wil ons geestelijk vruchtbaar
maken en onze dienst aan Hem moet voortkomen uit een persoonlijke kennis van Hem.
Dienst aan de Heer is niet om ons te verzadigen met theologische leerstellingen en die dan te
verkondigen in de gemeente. Alles moet voortkomen uit Zijn persoonlijk woord voor ons en voor
anderen. We moeten leren om het woord van de Heer te verstaan. Er is een verschil tussen het
objectieve woord van God dat wij kunnen verkondigen door de grote leerstellingen van de Bijbel te
onderwijzen en het profetische woord van God. Er bestaat veel onduidelijkheid wat nu eigenlijk het
profetische woord van God is. In wezen houdt het profetische woord zich bezig met een Persoon en
niet alleen met feiten. De Here J ezus is gekomen om verlossing te brengen en Hij zal terugkomen om
eeuwige heerschappij op Zich te nemen. Profetie is niet zo zeer het verkondigen van toekomstige
gebeurtenissen, maar het voorzeggen van Gods gedachten voor dat moment. De Oudtestamentische
profeten waren voorzeggers van hun tijd, waarbij de geest van God het tevens projecteerde naar het
komende Messiaanse tijdperk.
Als gevangenen in Heer moeten we gevoelig worden voor de stem van de Heer, en Hem vragen
wat Zijn woord is voor het moment. Er is plaats voor de verkondiging van het objectieve woord van
de Bijbel, maar wanneer we voortdurend vragen: Heer, spreek in deze situatie, dan ervaren we een
stroom van levend water die voortvloeit uit onze gemeenschap met de Heer.
Samenvatting
De Eframpoort spreekt van ons eerstgeboorterecht om ons Zoonschap tot volle manifestatie te
zien komen. Daartoe tuchtigt God ons door de discipline van de Heilige Geest. Die tuchtiging kan
alleen ten volle uitwerken, wanneer we kiezen om een gevangene van de Heer te zijn. Dit is de
climax van discipelschap. De lessen van al de poorten van Jeruzalem moeten leiden om niets voor
onszelf te willen, maar alles voor Hem. Een leven van gehoorzaamheid, gebed en het persoonlijk
kennen van Gods woord, zijn drie elementaire vereisten om vervuld te zijn van Gods Geest en het
einddoel van ons geloof te kunnen behalen. Moge God dit verlangen in ons hart leggen.