You are on page 1of 9

Nr.

67 augustus 2009 pagina 1


De Parakleet is een Helper en Pleitbezorger.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want ieder die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is nog
een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
De Gave van de Heilige Geest
En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus
Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want
voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die verre zijn, zovelen als de Here, onze
God, ertoe roepen zal (Hand. 2:38-39).
In de vorige studie hebben we de twee vormen van de bediening van de Heilige Geest in ons leven
gezien. Het eerste aspect heeft betrekking op onze wedergeboorte op basis van de opstanding van de
Heer en onze geestelijke groei in dat leven. Het tweede aspect is de doop in de Heilige Geest op basis
van de verhoging van de Heer. Deze twee aspecten zien we ook in J ohannes 14:16-17:
En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om in eeuwigheid bij u te
zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem
niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik
Hem tot u zenden (J oh. 16:7).
De Parakleet
In het Oude Testament was de Heilige Geest bij en op de mensen (vgl. J es. 42:1; 61:1). In
J ohannes 14:17 laat de Heer het verschil zien met de bedeling van de Heilige Geest. De Heilige Geest
zou nog steeds bij en op hen blijven voor kracht in de bediening (Hand. 1:8), maar Hij zou ook in
hen komen wonen (J oh. 20:22). De Trooster (NBG; St. vert.), wordt ook wel de Helper
(Willibrord vert.) of de Pleitbezorger (Naardense vert.) genoemd. Het is de vertaling van het
Griekse woordparakletos en verbonden met het Griekse werkwoordpara-kaleoo.
Nr. 67 augustus 2009 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
De gave van de Heilige Geest veronderstelt dat wij al kinderen van God zijn.
Para betekent bij en kaleoo betekent roepen. De letterlijke naam voor onze Helper en
Pleitbezorger is daarom de Parakleet, de Heilige Geest die we erbij roepen, meestal in de zin van
een dringend verzoeken of smeken. Wanneer we verdriet, zorg of tranen hebben, is de Parakleet onze
Trooster. Maar Hij is veel meer dan dat. Wanneer we in benauwdheid zijn, is Hij onze Helper (Ps.
46:1). Wanneer we niet weten wat we moeten bidden, is Hij onze Pleitbezorger (Rom. 8:26). Wanneer
we leiding nodig hebben, is Hij onze Gids, en wanneer we inzicht in Gods woord nodig hebben, is Hij
onze Onderwijzer. En wanneer het vlees zich wil doen gelden, is Hij onze Strijder (Gal. 5:16,17).
Met uitzondering van de naam Parakleet is het onmogelijk omparakletos als n naam te
vertalen. De beste omschrijving is Hij die erbij wordt geroepen.
De gave van de Heilige Geest
In Handelingen 2:38-39 spreekt Petrus over de gave van de Heilige Geest. Heeft deze gave te
maken met het eerste aspect, met onze wedergeboorte, of met het tweede aspect, de belofte van de
Vader? Het antwoord is niet moeilijk te geven.
Ten eerste moeten we letten op de volgorde. Bekering en de doop in de naam van Christus waren
noodzakelijk om de gave van de Heilige Geest te ontvangen. Bekering is nooit zonder de Heilige Geest
en wedergeboorte gaat altijd vooraf aan de waterdoop, namelijk de doop der bekering. Handelingen
2:38-39 kan daarom niet betrekking hebben op het eerste aspect van de bediening van de Heilige
Geest. Het heeft te maken met de belofte van de Vader en de voorwaarde om deze belofte te
ontvangen. Handelingen 2:38-39 zijn sleutelverzen in het boek Handelingen. Ze geven aan hoe de
gelovigen de gave van de Heilige Geest kunnen ontvangen. De gave van de Heilige Geest
veronderstelt dat wij al kinderen van God zijn en nu de belofte van de Vader moeten ontvangen door
het geloof, op basis van de zegen van Abraham die tot de heidenen is gekomen (vgl. Gal. 3:14). De
gave van de Heilige Geest heeft niet bekering tot doel, noch om Christus als onze Heiland te
ontvangen. De gave van de Heilige Geest wordt gegeven aan kinderen van God, om in kracht
toegerust te worden om getuigen van Christus te zijn (Hand. 1:8).
1. Bekeert u
Het is interessant dat Petrus begint met Bekeert u en niet zoals Paulus en Silas zeiden: Stel u
vertrouwen op de Here Jezus (en gij zult behouden worden) (Hand. 16:31).
Het Griekse woord metanoia (ctuvoiu) dat in Handelingen 2:38 wordt gebruikt, betekent
bekering of berouw. Het woord betekent meer dan spijt hebben (Grieks: metamelomai
(ctucoui)). Metanoia is een zelfoordeel, een nadere beschouwing waarvoor ons geweten buigt.
Bekering kan daarom nooit losgezien worden van geloof en de genadevolle werking van God in ons
hart. Metanoia betekent dat de ziel zichzelf oordeelt in het licht van wat God laat zien. Daarom kan
metanoia ook betrekking hebben op gelovigen. Dit zien we bijvoorbeeld in Openbaring 2 en 3 waar
bekering tien keer wordt genoemd (2:5 (2 keer),16,21 (2 keer), 22; 3:3,19,20,21).
Zowel in Handelingen 2:38 als in Handelingen 16:31 is er sprake van bekering in relatie tot geloof.
Bekering heeft niet alleen betrekking op de wedergeborene, maar ook op de Jood onder de wet en op
de heidense gevangenisbewaker die van het evangelie nog niets wist.
Nr. 67 augustus 2009 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
De gave van de Heilige Geest is typologisch verbonden met de J ordaan.
Toch legt Handelingen 2:38 de nadruk op bekering en daar is alle reden voor, want er is namelijk
geen bekering tot leven zonder geloof.
In Handelingen 2:38 zet de Schrift bekering op de voorgrond, omdat de Joden de Messias hadden
verworpen en gekruisigd. Dit feit moest hun geweten allereerst bereiken, een feit dat bij de
gevangenisbewaarder geen rol speelde. In het algemeen kunnen we zeggen dat metanoia het terzijde
stellen is van onze ego door een zelfoordeel in het licht van God.
2. Een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus, tot vergeving van uw zonden
De Joden, die J ezus hadden gekruisigd, moesten niet alleen berouw hebben en tot een verandering
van denken komen. Zij moesten ook een openbaar getuigenis geven dat zij nu hun vertrouwen in de
opgestane Messias zouden stellen.
De doop van de bekering tot vergeving van zonden werd al door J ohannes de Doper gepredikt,
maar in de christelijke doop wordt het karakter van de bekering verdiept, omdat ook het geloof een
verdieping ondergaat. Paulus spreekt over nu echter het geloof gekomen is (Gal. 3:25). Indien hij
had geschreven: Nu echter bekering is gekomen, dan had hij inhoudelijk niets nieuws te zeggen.
Daarom is de christelijke doop veel rijker dan die van Johannes, want de christelijke doop spreekt van
onze dood en opstanding met Christus, die plaatsvindt als een getuigenis van de wedergeboren
christen.
3. En gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen
De gave van de Heilige Geest wordt gegeven aan de christen die door bekering en geloof tot
wedergeboorte is gekomen. Wedergeboorte vindt altijd plaats op basis van de opstanding van
Christus (vgl. J oh. 20:22; 1 Petr. 1:3). Daarna komt de waterdoop in beeld als voorwaarde om de
gave van de Heilige Geest te ontvangen, namelijk de belofte van de Vader, dat is de doop in de
Heilige Geest. De gave van de Heilige Geest volgt daarom op ons eeuwig behoud en op de waterdoop.
Deze gave is nooit identiek met onze wedergeboorte. Om tot wedergeboorte te komen is geloof nodig,
want wij zijn behouden door het geloof (Ef. 2:8-9). Hoewel metanoia niet te scheiden is van geloof,
zijn wij behouden door het geloof, niet door berouw. God zal er altijd op toezien dat bekering en
geloof samengaan, maar om de gave van de Heilige Geest te ontvangen, is een grotere mate van
bekering nodig dan om de Heilige Geest tot wedergeboorte te ontvangen. Deze waarheid is
gemakkelijk te zien, omdat, typologisch gezien, onze wedergeboorte is verbonden is met de Rode Zee
(de Schelfzee), terwijl de gave van de Heilige Geest typologisch is verbonden met de J ordaan. Alleen
wie de Rode Zee waren doorgetrokken, konden ook de Jordaan oversteken. De eisen hiervoor waren
echter zwaarder, zodat slechts een aantal van hen, zoals J ozua en Kaleb, het beloofde land konden
binnengaan.
De gave van de Heilige Geest eist een bekering die het zelfleven wil afleggen en bereid is een
gekruisigd leven te leiden voor de Heer. Het kost veel om de kracht van de Heilige Geest te
ontvangen. We moeten bereid zijn om onszelf te verloochenen en onszelf op het altaar te leggen. Het
kost volharding in gebed en vaak lang wachten tot de Heer in ons een kanaal van Zijn zegen kan
vinden, zonder dat het vlees een deel van die zegen opeist. Maar zodra wij in de realiteit van deze
kracht komen, kunnen we ook deel krijgen aan het boek Handelingen als een onvoltooid getuigenis
van christenen die deze gave van de Heilige Geest hebben ontvangen.
Nr. 67 augustus 2009 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
De doop in de Heilige Geest is het zichtbare bewijs dat wij de J ordaan zijn overgestoken.
4. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die verre Zijn
De vraag: Wat moeten wij doen, broeders (Hand. 2:37), was meer dan een vraag hoe voor
eeuwig behouden te worden. Zij hadden de uitstorting van de Heilige Geest gezien als gevolg dat
J ezus de Christus was (vgl. Hand. 2:33-36). Zij wilden alles doen wat met de beloofde uitstorting van
de Heilige Geest in verband stond. Petrus verzekerde dat deze belofte ook voor hen gold. De belofte is
niet alleen voor Isral, maar voor allen die aan het Nieuwe Verbond deelnemen, voor christenen die
deelhebben aan de zegen van het Nieuwe Verbond, en voor Isral met wie de Heer in de toekomst het
Nieuwe Verbond zal sluiten. De belofte van de Vader is voor een ieder die tot bekering is gekomen en
het nieuwe leven heeft ontvangen en zich in de naam van de Here J ezus heeft laten dopen. De
bekering moet leiden tot een vrijmaking van onze geest door onze ziel op het altaar te leggen. Onze
wedergeboorte is verbonden met onze geest. De gave van de Heilige Geest heeft te maken met onze
ziel die een kanaal moet worden van Gods Geest, en daartoe moet er een volle overgave komen van de
wil aan God.
De gave van de Heilige Geest is onontbeerlijk in onze dienst aan God in deze wereld. Laten we ons
daarom uitstrekken naar deze gave en de Heer vragen alles te openbaren wat de toe-eigening ervan in
de weg staat.
De theologische basis voor de belofte van de Vader vinden we allereerst in het verbond met
Abraham: Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de
belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof (Gal. 3:14). De belofte van de Geest, dat is
de Geest die beloofd is, werd door de Heer altijd verbonden met de belofte die gegeven werd door de
Vader. De belofte van de Geest is verbonden met de belofte dat wij als zaad van Abraham
erfgenamen van Christus zijn: Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham , en
naar de belofte erfgenamen (Gal. 3:29) .
Typologisch gezien bevindt het erfdeel zich in het beloofde land en moeten wij de J ordaan
oversteken om ons erfdeel in bezit te nemen. De belofte van onze erfenis vereist daarom de belofte
van de Geest, de bediening van de Geest die behoort bij Pinksteren. Met Pinksteren staken de
gelovigen typologisch de J ordaan over om de strijd met de bewoners van het land aan te gaan. Het
boek J ozua in het Oude Testament is daarom sterk verbonden met het boek Handelingen en met de
brief aan de Efezirs in het Nieuwe Testament.
Zoals dedoop in water het zichtbare bewijs is dat wij met Christus zijn opgewekt en typologisch
uit de Rode Zee zijn opgestaan, zo is de doop in de Heilige Geest, dat is de belofte van de Vader en
de gave van de Heilige Geest, het zichtbare bewijs dat wij met Christus de Jordaan zijn overgestoken
en wij de Heilige Geest der belofte hebben toegeigend (Ef. 1:13). De gave van de Geest vindt daarom
zijn basis in het verbond met Abraham. Dit werd door de Heer verder uitgewerkt door het als een
specifieke belofte van de Vader aan de gelovigen te geven. Petrus benadrukt dat deze belofte er is
voor alle gelovigen in Christus. Paulus beschreef deze belofte als een verzegeling, die toegeigend
moet worden in het geloof in ons verlangen de J ordaan over te steken en om bereid te zijn de volle
prijs te betalen die de strijd in het beloofde land met zich meebrengt. Zijn wij daarom klaar om alles
op het altaar te leggen en alleen nog maar te leven tot eer van Hem en niet van onszelf (vgl. Rom.
12:1)?
Nr. 67 augustus 2009 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 5
De enige reden van de belofte van de Vader is om een getuige van Christus te zijn.
De gelovigen in Samaria (Hand. 8:4-25)
Filippus ging naar Samaria en predikte daar de Christus (8:5,12). Het resultaat was dat vrouwen
en mannen, onder wie een zekere Simon, tot geloof kwamen en zich lieten dopen (8:12-13). Dit
betekende dat deze mensen in Samaria werden wedergeboren en zich op hun geloof lieten dopen in
de naam van Jezus Christus (8:16). Hun wedergeboorte impliceerde dat zij de Heilige Geest hadden
ontvangen, want er is geen wedergeboorte mogelijk zonder de inwonende Heilige Geest die de geest
van de mens tot nieuw leven wekt.
De apostelen in J eruzalem hoorden dat Samaria het woord van God had aanvaard en zonden
Petrus en J ohannes, opdat zij de Heilige Geest mochten ontvangen (8:14-15). Deze geschiedenis is
opmerkelijk, want Petrus en J ohannes baden voor deze mensen, die waren wedergeboren en waren
gedoopt in de naam van J ezus, dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen. Deze geschiedenis
bevestigt het feit dat er twee aspecten zijn van Gods Geest voor wedergeboorte en geestelijke groei, en
de kracht van Gods Geest, dat is de gave van Gods Geest, voor dienstbetoon.
Simon, die ook tot geloof was gekomen en was gedoopt (vers 13), ontving de belofte van de Vader
echter niet, omdat hij de gave van God voor zijn eigen gewin wilde ontvangen. Zijn hart was niet
recht voor God. Het antwoord van Petrus was dan ook: Bekeer u van deze boosheid ... (vers 22).
Hieruit leren we dat er voldoende bekering kan zijn om iemand tot wedergeboorte te brengen, maar
onvoldoende bekering om de belofte van de Vader te ontvangen. Deze conclusie hoeft ons niet te
verbazen, want het heeft alles te maken met het kruis in relatie tot de Heilige Geest. Elke stap vooruit
in het christelijke leven is een stap waar het kruis van Christus moet worden toegepast en in
toenemende mate moet worden toegeigend. Het pascha, de Rode Zee (de Schelfzee) en de J ordaan
zijn allemaal types van het kruis die stap voor stap toegeigend moeten worden. Het pascha verwijst
naar de verlossing van de wereld die voorbijgaat. De Rode Zee verwijst naar de verlossing door het
kruis van de heerschappij van de zonde en van de wereld. Tenslotte, de J ordaan verwijst naar de
verlossing van het vlees door het kruis. Het volk Isral had bekering en geloof om de Rode Zee door
te trekken, maar onvoldoende bekering om de J ordaan over te steken. Het verschil is dat de Heilige
Geest ons leven geeft in de wedergeboorte, maar dat de Geest Zichzelf geheel aan ons kan
toevertrouwen wanneer wij de J ordaan overtrekken. Typologisch kon Simon de J ordaan niet
overtrekken, omdat zijn motieven verkeerd waren.
Hoe zijn onze motieven om de belofte van de Vader te ontvangen? Wanneer we uit zijn op een
speciale ervaring of mensen voor ons willen winnen, zullen we de zegen missen. Maar als ons motief
is dat Christus verheerlijkt wordt in ons lichaam en we niets voor onszelf zoeken, zijn we op de goede
weg. Als onze motieven niet zuiver zijn, vraag de Heer dan dat Hij ons verlicht en reinigt, en geef
Hem de volledige heerschappij door een overgave in gebed. Onze God, die ons toetst en loutert als
zilver (Ps. 66:10), zal dan plotseling tot Zijn tempel komen (Mal. 3:1), om ons de zegen te geven
die wij zo hard nodig hebben.
De enige reden waarom de Heer ons de belofte van de Vader geeft, is om een getuige van Hem te
zijn (Hand. 1:8), geen getuigen van wat Hij kan doen, maar getuigen van Hem, zodat alles wat ons
overkomt in vreugde, verdriet, verwerping of vervolging, is als het Hem overkomt.
De grote verzoeking tegenwoordig is om te prediken als broodwinning, of zich verzekerd te weten
van een gehoor. Het enige motief dat Gods Geest erkent is: Want ik had niet besloten iets te weten
onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd (1 Cor. 2:2). Prediking waar het kruis stap voor stap
wordt verkondigd, is prediking waar betoon van geest en kracht is (1 Cor. 2:4).
Nr. 67 augustus 2009 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 6
Het bereiken van het einddoel van ons geloof (1 Petr. 1:9),
en het ontvangen van de volle Pinksterzegen, zijn nauw met elkaar verbonden.
De gelovigen in Efeze (Hand. 19:1-7)
Paulus kwam in Efeze aan en ontmoette daar een aantal discipelen. Hij vroeg aan hen: Hebt gij
de Heilige Geest ontvangen, toen gij tot geloof kwam (Hand. 19:2).
Deze twaalf mannen wisten niet eens dat er een Heilige Geest was en vertelden Paulus dat zij
gedoopt waren in de doop van J ohannes. Nadat Paulus hen had gedoopt in de naam van Jezus en hen
de handen had opgelegd, kwam de Heilige Geest over hen (Hand. 19:6).
De eerste vraag die wij ons moeten stellen, is welk aspect Paulus in gedachten had bij zijn vraag:
Het eerste aspect dat de Heilige Geest wordt gegeven tot wedergeboorte, of de belofte van de Vader
als toerusting tot dienstbetoon? Alles wijst op het laatste.
In de eerste plaats is de vraag van Paulus niet de vraag die men aan een niet-wedergeboren
persoon stelt. Het evangelie aan de ongelovige is niet een vraag om de Heilige Geest te ontvangen tot
wedergeboorte, maar om het offer van de Here Jezus op Golgotha te aanvaarden. De boodschap die
dan moet worden verkondigd, vertolkte Paulus als volgt: Want vr alle dingen heb ik u
overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de
Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften (1 Cor. 15:3-4).
Het is de verkondiging van deze boodschap die tot wedergeboorte leidt door het ontvangen van de
Heilige Geest in ons.
Wanneer wij echter willen weten of een christen de belofte van de Vader heeft ontvangen, ligt de
vraag van Paulus voor de hand: Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij tot geloof kwam.
De voorwaarde om de belofte van de Heilige Geest te ontvangen, vinden we in Handelingen 2:38-
39, namelijk bekering en de doop in de naam van J ezus.
Om Handelingen 19:1-7 te begrijpen, moeten we ook Handelingen 18:24-28 lezen. Deze discipelen
waren klaarblijkelijk tot geloof gekomen door de prediking van Apollos, hoewel hij alleen wist van
de doop van Johannes (Hand. 18:25). Priscilla en Aquila legde hem echter de weg nauwkeuriger uit.
Hieruit blijkt dat de kennis van de weg om tot wedergeboorte te komen, in Efeze aanwezig was. De
discipelen in Handelingen 19:1 waren dan ook daadwerkelijk discipelen van Christus, de Heiland, van
wie Apollos voortdurend bewees dat Hij de Christus was (Hand. 18:28).
De vraag van Paulus is nu heel begrijpelijk, want hij sprak tot wedergeboren personen die nog niet
waren gedoopt in de naam van J ezus en niet de gave van de Heilige Geest hadden ontvangen.
De eerste stap van Paulus was dan ook om deze mannen te dopen in de naam van J ezus (Hand.
19:4). Het gevolg was dat zij nu ook de belofte van de Vader ontvingen, omdat de waterdoop der
bekering een voorwaarde was om die gave te ontvangen. Die vraag getuigt ervan dat Paulus de
belofte van de Vader van het allergrootste belang achtte. De ervaring leert ons echter dat er geen
leerstelling is waar zon verdeeldheid over bestaat als deze doop in de Heilige Geest. Het moet ons
niet verbazen dat de duivel veel verwarring heeft gesticht over deze doctrine en het in diskrediet heeft
gebracht. Hij weet wat voor schade het hem toebrengt wanneer christenen deze waarheid gaan
ervaren. We zijn in goed gezelschap wanneer we christenen vragen: Heb je de Heilige Geest
ontvangen, toen je tot geloof kwam? Het kan een eerste stap zijn voor die christen om de J ordaan
over te steken en in een positie te komen om het land berven. Het bereiken van het einddoel van ons
geloof (1 Petr. 1:9), en het ontvangen van de volle Pinksterzegen, zijn nauw met elkaar verbonden.
Nr. 67 augustus 2009 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 7
De belofte van de Vader wordt gegeven door het geloof.
De gelovigen in Caesarea (Hand. 10:1-11:18)
Cornelius, een hoofdman van de Italiaanse afdeling in Caesarea, was een vereerder van God met
heel zijn huis (10:2). In een visioen kreeg hij de boodschap om Petrus uit te nodigen die op dat
moment in J oppe verbleef.
Petrus kreeg ook een visioen, waarin een groot laken uit de hemel werd neergelaten met onreine
dieren. Een stem zei: Petrus, slacht en eet! Petrus, als vrome Jood, weigerde dit beslist en het laken
werd opgetrokken in de hemel. De volgende dag vertrok Petrus naar Caesarea, nadat hij de
uitnodiging van Cornelius had aangenomen. In zijn huis aangekomen, verkondigde Petrus het
evangelie (10:34-43). Het gevolg van deze prediking was dat zij de gave van de Heilige Geest
ontvingen en de Geest op hen viel (10:44), en dat zij zich lieten dopen in de naam van J ezus.
Hierna begreep Petrus de betekenis van het visioen van het laken. God had aan de heidenen ook de
bekering ten leven gegeven (11:18), en daardoor was het verschil tussen rein en onrein voedsel
opgeheven.
Het is opmerkelijk dat in Handelingen 10:44 de belofte van de Heilige Geest werd gegeven voordat
zij werden gedoopt in de naam van J ezus. De volgorde in Handelingen 2:38-39 is namelijk 1)
bekering, 2) de doop in de naam van J ezus, en 3) de gave van de Heilige Geest.
Wat is de reden van deze andere volgorde? Het antwoord vinden we in Handelingen 11:17:
Indien nu God hun op volkomen gelijke wijze als ons de gave heeft gegeven op het geloof in de
Here Jezus Christus ... De belofte van de Vader wordt gegeven door het geloof (Gal. 3:14) en de
waterdoop is een getuigenis van dit geloof. Het staat God daarom vrij om de gave van de Geest te
geven voordat de waterdoop heeft plaatsgevonden. De volgorde in Handelingen 2:38-39 is dat de
waterdoop eerst plaatsvindt, maar de waterdoop was voor God de volgende en zekere stap, zodat deze
ook na de gave van de Geest kon plaatsvinden.
Er is echter nog een reden dat God in zijn soevereiniteit deze volgorde heeft gekozen. De gave van
de Heilige Geest werd niet gegeven door het opleggen van handen van mensen of door de waterdoop
door mensen. Hierdoor konden de gelovigen uit de Joden nooit een claim leggen dat door hun
medewerking de heidenen ook de gave van de Heilige Geest hadden ontvangen.
Deze gedachte vinden we ook in 1 Corinthirs 1:14-15: Ik ben dankbaar, dat ik niemand van u
gedoopt heb dan Crispus en Gajus, zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt bent.
Door de afwezigheid van het opleggen van handen en door de waterdoop na de gave van de Heilige
Geest te verplaatsen, kon niemand uit de Joden zeggen dat de heidenen in afhankelijkheid van de
J oden de gave van de Heilige Geest hadden ontvangen.
Petrus speelde een centrale rol in de verkondiging van het evangelie in het huis van Cornelius. Van
alle discipelen had de Heer aan Petrus de sleutels van het koninkrijk der hemelen toevertrouwd (Matt.
16:19). Deze gebeurtenis, maar ook de Pinksterdag en zijn rol in Samaria (Hand. 8:14), laten zien dat
de belofte van de Vader een sleutel is van het koninkrijk der hemelen. Een ieder die het koninkrijk wil
berven, zal zich ook de belofte van de Vader moeten toeigenen. De strijd in de hemelse gewesten,
waar we sinds de verhoging van de Heer ver boven zijn gesteld, kan namelijk alleen gestreden worden
door de kracht van Gods Geest die ons wordt gegeven door de verhoging van de Heer.
Nr. 67 augustus 2009 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 8
We moeten dienstknechten zijn wanneer de Vader ons
de kracht van Zijn Geest wil toevertrouwen.
Het getuigenis van Arthur Wallis
Arthur Wallis (1922-1988), was een Britse Bijbelleraar en auteur van
meer dan tien christelijke boeken. Hij schreef vooral over opwekking en het
werk van Gods Geest. Zijn bekende boek Gods chosen Fast is ook vertaald
in het Nederlands onder de titel Vasten voor God (De Stem, Heerlen 1968).
In februari 1952 kreeg Arthur bezoek van een goede vriend, Oscar
Penhearow. Tijdens hun gesprek vertrouwde Oscar Arthur toe dat hij de
laatste maanden zich bewust werd dat er iets ontbrak in zijn leven. Hij zag
weinig vrucht van zijn evangelisatieactiviteiten. Hij kwam tot de conclusie dat
er meer moest zijn. Er moet een geestelijke kracht zijn die ik mis, zei hij
tegen Arthur, en vervolgde: de Heer en Zijn discipelen hadden dit probleem niet; hun bediening was
altijd effectief. Arthur reageerde dat we het evangelie trouw moeten verkondigen, ook al zien we niet
direct de vrucht ervan. Oscar beaamde dit ten volle, maar voegde eraan toe dat Handelingen 1:8 toch
de belofte was die hij zo nodig had. Wat vind jij?, vroeg hij aan Arthur. Arthur draaide er wat
omheen, want de doop in de Heilige Geest was voor Hem een controversieel onderwerp; hij wilde zich
niet met een Pinksterleer associren. Oscar had blijkbaar behoefte aan zon ervaring, maar Arthur
beslist niet. Misschien is er wel zon ervaring, Oscar, zei hij, maar ik weet niet of ik die nodig
heb. Oscar liet zich echter niet aan de kant zetten en beide mannen spraken af zich verder te
verdiepen in zon belangrijk onderwerp en Gods wil hierin te zoeken.
Hoewel Arthur allereerst wilde onderzoeken wat God in Zijn woord over dit onderwerp had te
zeggen, was hij bijzonder genteresseerd wat G.H. Lang hierover had te zeggen. G.H. Lang was een
gerenommeerde Bijbelleraar uit de Open Vergadering van Gelovigen.
Zijn persoonlijke studie begon steeds meer honger in Arthur op te wekken. Hij zag dat wanneer de
Heer en de eerste christenen een zalving van Gods Geest nodig hadden, hij die zelf des te meer nodig
had. De reactie van G.H. Lang was heel positief. Hij geloofde dat er een ervaring was die te maken
had met kracht uit de hoge voor onze dienst aan de Heer. Hij verwees naar J esaja 42:1: Zie mijn
knecht ... ik heb mijn Geest op hem gelegd. We moeten dienstknechten zijn, schreef Lang,
wanneer de Vader ons de kracht van Zijn Geest wil toevertrouwen. Meer hoefde Arthur niet te
weten; hij was overtuigd. Een paar dagen later las Arthur in zijn dagboek over de twee blinden in
Matths 9:27-31: Jezus zei tot hen: Gelooft gij, dat ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja Here.
Toen raakte Hij hun ogen aan en zei: U geschiede naar uw geloof (Matt. 9:28-29). Ik zie het, zei
Arthur tegen zijn vrouw Eileen en twee dagen later kwam Gods Geest op hem toen hij in zijn
studeerkamer zat. Hij sprak niet in tongen, maar hij wist dat de Geest was gekomen. Eileen was meer
terughoudend over het onderwerp dan Arthur was geweest, maar ze kreeg meer belangstelling
naarmate Arthur deelde wat hij ontdekt had over het onderwerp. Een paar dagen later ontving zij ook
de ervaring die Arthur had ontvangen. De prediking van Arthur Wallis kreeg een nieuwe dimensie
door een grotere impact in de levens van anderen. Ook Eileen, die op bijeenkomsten van vrouwen
sprak, ontdekte dat zij haar boodschap met veel meer vrijmoedigheid en effectiviteit kon verkondigen.
Ook hun gebedsleven kreeg een diepere betekenis, hoewel ze ontdekten dat de doop in de Heilige
Geest niet zozeer een doel was, maar meer een toegangspoort. Het was een beginpunt en niet een
eindpunt. Het was een essentile basis voor hun toekomstige leven en dienst nu zij de J ordaan waren
overgetrokken.
Nr. 67 augustus 2009 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 9
Handelingen 2:38-39 is een universele belofte voor alle christenen.
Samenvatting
De gave van de Heilige Geest is de belofte van de Vader. Het is de belofte dat de Heilige Geest
over christenen komt om getuigen te zijn in J eruzalem, heel J udea en Samaria en tot het uiterste van
de aarde (Hand. 1:8). De voorwaarde van deze belofte vinden we in Handelingen 2:38-39, waar we
lezen dat de Geest wordt gegeven op basis van bekering, geloof en de doop in de naam van J ezus.
De belofte in Handelingen 2:38-38 geldt voor alle christenen:
En Petrus antwoordde hun: Bekeert u eneen ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus
Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want
voor u is de belofte envoor uw kinderen en voor allen die verre zijn, zovelen als de Here, onze God,
ertoe roepen zal (Hand. 2:38-39).
Deze woorden vormen een universele belofte voor alle christenen. Iedere gelovige kan deel krijgen
aan dit grote voorrecht en de toepassing voor ons is boven alle twijfel verheven.
De gave van de Heilige Geest is typologisch verbonden met onze oversteek over de J ordaan om
ons tot volheid in Christus te brengen. Zijn wij verlangend, zoals ook Arthur Wallis, om een nieuwe
dimensie te zien in ons geestelijk leven? De prijs is hoog, want de prijs om de Jordaan over te steken
is de prijs om ons vlees over te leveren aan de dood door de crisis van onze heiliging. Aan de
wedergeboorte van discipelen was geen wachten verbonden. De belofte van de Vader op de
Pinksterdag werd echter voorafgegaan aan wachten en gebed en gevolgd door tongen van vuur. Dit
alles spreekt van de verdrukking van het vlees, dat nooit geduld heeft om te wachten, en van loutering
door vuur. De gave van de Geest wordt daarom gegeven aan hen die radicaal besloten hebben niet uit
het vlees te leven en te vragen om de belofte van de Vader.
Heb jij ook dat verlangen? De strijd in de hemelse gewesten kan niet gestreden worden zonder de
realiteit van Handelingen 1:8. Ieder christen is een soldaat van Christus (2 Tim. 2:3-4). Geen enkele
soldaat wordt uitgezonden zonder de juiste toerusting en bewapening. Onze bewapening is de gave
van de Geest die over ons komt en ons kracht geeft. God heeft ons met allerlei geestelijke zegen in
de hemelse gewesten gezegend (Ef. 1:3). Laten we ons uitstrekken omalle zegen in ontvangst te
nemen die de Vader ons in Christus geeft.
In de volgende studie hopen we verder naar de belofte van de Vader te kijken door ons te
verdiepen in de uitdrukking de doop in de Heilige Geest.