You are on page 1of 13

Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 1

Het Woord van de Gerechtigheid


Nummer 108, september 2013
Want ieder die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is nog
een kind (Hebr. 5:13). Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de
uitspraken van God (Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden
waarin God handelt op basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken.
Bijbelse waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van
het geloof (1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://wvdg.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx

Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid
Galaten 4
Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt (Gal. 5:1a).
zonen kinderen van de vrije (Gal. 4:6-7,31).
Paulus kende de wet en later ook de genade. Hij ondervond ook de kracht van de wet nadat
hij door de genade was wedergeboren. Dit maakt hem tijdelijk tot krijgsgevangene van de zonde
(Rom. 7:14-24). Die ervaring was noodzakelijk om tot het volle inzicht te komen dat God Zijn
Zoon in Hem openbaarde (Gal. 1:15). Paulus wist toen dat hij door de wet en voor de wet
gestorven was en nu uit het geloof van de Zoon van God leefde. Dit alles was terug te voeren
naar het verbond van Abraham dat op de belofte van genade berustte en nooit ongedaan kon
worden gemaakt door de wet van Mozes. Door de belofte van Abraham was hij in Christus
gedoopt, had hij zich bekleed met Christus en had hij door het geloof de Heilige Geest
ontvangen. Naar de belofte was hij een erfgenaam van Christus geworden. Al deze beloften
gelden ook voor ons, christenen, en het duizelt om de toekomst te zien die God voor ons heeft
gelegd. Wij zijn kinderen van God geworden (Joh. 1:12), maar heel specifiek zegt Gods woord
dat wij zonen zijn geworden die deel hebben aan hun eerstgeboorterecht. Nu spreekt het
Nieuwe Testament ontegenzeggelijk over broeders en zusters (1 Cor. 7:15; 9:5; Jac. 2:15),
maar als het gaat om onze erfenis, beschouwt God alle gelovigen, zowel mannen en vrouwen,
als broeders, want alleen zonen kwamen in het Oude Testament in aanmerking voor een
erfenis. Het gaat dan als het ware om de vrouwelijke broeders en de mannelijke broeders als
het gaat om de erfenis in Christus waar er noch man noch vrouw is. Wanneer Paulus dan ook
spreekt in Galaten 4 over zonen, erfgenamen en broeders, zijn ook alle vrouwelijke gelovigen in
beeld. Dit moet in het verdere hoofdstuk in gedachten worden gehouden.
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 2
Zoonschap
Gal. 4:1-7:
Ik bedoel dit [Doch ik zeg SV]: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van
een slaaf, al is hij ook eigenaar van alles; maar hij staat onder voogdij en toezicht tot op het
tijdstip, dat door zijn vader tevoren bepaald was. Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren,
onderworpen aan de wereldgeesten. Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God
zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet
waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen. En, dat gij zonen zijt, God
heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Gij zijt dus
niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door God.
Nu wij deel hebben aan de belofte van Abraham, zijn wij erfgenamen volgens de belofte.
Kunnen we de erfenis dan meteen ontvangen? Paulus heeft hierover een en ander te zeggen en
brengt vooralsnog wat beperkingen aan: Doch ik zeg We zijn weliswaar zonen, maar nog
geen volwassen zonen. De jonge erfgenaam moet nog gevormd worden, zoals ook prins
Willem-Alexander jaren van voorbereiding nodig had voordat hij koning werd. Ook ons wacht
een koningschap, maar een toekomstig koningschap vanuit de hemelen over de aarde. Zoals
David gezalfd was, maar nog jarenlang verworpen was, is ook ons zoonschap verbonden met
lijden op weg naar het koningschap. In de vorming tot volwassen zonen zit een patroon van kind
tot jongeman tot vader (1 Joh. 2:12-14). Wanneer we tot geloof komen, zijn we geestelijk nog
onvolwassen en zullen we nog veel geestelijke voeding ontvangen van mede-gelovigen. Dan
volgt de fase dat we ons geestelijk sterk voelen en veel voor de Heer willen betekenen. Deze
fase is belangrijk om onszelf te leren kennen. De laatste fase is die van vaderschap waarvan
geschreven staat vaders, want gij kent Hem (1 Joh. 2:13). Dit is de fase dat we de betekenis
van Galaten 2:20 hebben begrepen en zien dat we met Hem zijn gestorven. We zien dan geen
scheiding meer tussen God en ons. Hij is dan als ons. Hij vult het hele beeld en er is geen
gescheiden denken meer tussen Christus en ons.
Wat zou Jezus doen? (WWJD: What Would Jesus Do?)
Wanneer we als zoon van God nog in de fase van kind zijn, gaat het
om wat Christus voor ons heeft gedaan en doet. In de fase van de
jongemannen willen wij doen wat Hij ons heeft voorgedaan. Dan willen
wij zijn karakter uitbeelden en morele principes toepassen. Het is de
fase van navolging wanneer we ons de vragen stellen: Heer, wat zou
U doen? Het gaat dan om wat wij doen voor Christus. De vraag Wat
zou Jezus doen? is populair tegenwoordig en wordt gezien als een
belangrijke vraag in onze navolging. Maar navolging is niet waar de
Heer op uit is. De fase van jonge mannen is die van navolging en dient gevolgd te worden door
die van de vader. In deze fase leven we vanuit Galaten 2:20 en zien we dat we zijn gestorven
met Christus. Een gestorven persoon kan zich niet afvragen wat Jezus zou doen en Hem
navolgen.
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 3
De meeste christenen komen niet tot de geestelijke volwassenheid van een zoon, omdat zij
niet tot de bodem van zichzelf zijn gekomen. Ze weten nog niet wat het is dat zij niets uit zichzelf
kunnen doen (vgl. Joh. 15:5). We denken dat als we niet gevoelig blijven voor de Heer door
Bijbellezen en gebed, we dan helemaal afglijden. Maar gestorven zijn met Christus is gestorven
zijn en dat geldt voor alles. Jozef kwam tot het einde van zichzelf nadat de schenker niets meer
van zich liet horen. We komen eerst tot het einde van onszelf voordat we God als onze Eeuwige
Alles leren kennen.
Wat zou Jezus doen? is een vraag die niet voldoet in onze wandel in de Geest. Het is een
gescheiden denken van ik hier en Jezus daar. Het is ook niet een kwestie van het uitbeelden
van het karakter van Christus met behoud van ons eigen karakter en te doen wat Hij ons heeft
voorgedaan. Wij kunnen niet doen wat Hij ons heeft voorgedaan. Jezus was menselijk gezien
een onvoorspelbaar persoon. Hij voldeed nooit aan de verwachting, Hij was politiek niet correct
en kon over mensen spreken als sluwe vossen en gewitte graven. Navolging van Christus is
noch het christelijke leven noch het ontvangen van kracht om dit leven te leven.
God heeft Christus niet gegeven als een voorbeeld om na te volgen. Hij is ons niet gegeven
om kracht te ontvangen om Hem na te doen. Hij heeft Christus zelfs niet gegeven om ons kracht
te geven Hem na te volgen. God heeft Christus Zelfs niet gegeven om ons te helpen om op
Christus te lijken. Galaten 2:20 is niet een standaard om naar te streven. Nee, Paulus zegt
hiermee dat alleen Christus het hart van God bevredigt. Dit leven alleen geeft God voldoening in
de gelovige en er is geen vervanging. Niet ik, maar Christus, betekent Christus in plaats van
mij. Wanneer Paulus deze woorden gebruikt, maakt hij geen aanspraak iets bereikt te hebben
wat anderen nog niet hebben bereikt. Hij geeft een definitie van het christelijke leven. Het
christelijke leven is het leven van Christus. Christus is mijn leven geworden en Hij leeft mijn
leven in plaats van mij. Ik vertrouw zelfs niet op Hem dat Hij apart van mij handelt. Nee, God
geeft Christus om mijn leven te zijn (Watchman Nee).
Het recht van zonen
Elk kind van God is in een wedloop geplaatst om het recht van zonen te verkrijgen. Dit recht
is het eerstgeboorterecht van elk kind van God.
In het Oude Testament was er iets bijzonders aan de hand met een eerstgeborene: hij bezat
de rechten van de eerstgeborene. Die rechten waren 1) een dubbel deel van de erfenis die men
kon verliezen vanwege zonde, zoals bij Esau en Ruben (Deut. 21:15-17), 2) Positie van gezag -
koninklijke bediening (Gen. 27:37; Gen. 43:33), 3) 3. Positie van priesterschap - priesterlijke
bediening (Num. 8:17-19). Deze twee rechten (de koninklijke en priesterlijke) zien we ook vervat
in het koningschap en priesterschap van Melchizedek. Melchizedek zegende Abraham met
brood en wijn. In de Messiaanse tijd zal Christus als priester naar de ordening van Melchizedek
het zaad van Abraham zegenen. Christenen zullen dan met Christus heersen als mede-
erfgenamen in de functie van koningen en priesters. In Psalm 2:8 lezen we dat die erfenis zal
bestaan uit volken tot je bezit, het einde der aarde.
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 4
Dit zal een dubbel deel zijn, want het omvat een heerschappij vanuit de hemel over de aarde. Dit
is het patroon dat God in het Oude Testament heeft neergelegd en dat patroon moet dan ook
onveranderlijk in het Nieuwe Testament van kracht blijven.
De Schrift noemt in het bijzonder drie zonen: Christus (Col. 1:15,18), Isral (Ex. 4:22,23) en
de Gemeente (Hebr. 12:23) . Al deze drie zonen worden eerstgeboren zonen genoemd.
Isral heeft haar hemels erfdeel verspeeld (Matt. 21:43) en heeft alleen haar aards erfdeel
over, dat straks in alle heerlijkheid zal worden tentoongespreid.
Voor de christen geldt precies hetzelfde: zijn extra deel is voorwaardelijk. Dat moet ook, want
in het Oude Testament waren de extra rechten van de eerstgeborene ook voorwaardelijk.
Daarom zegt het Nieuwe Testament ook: dit is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons ...
Daarom, wie meent te staan ziet tot dat hij niet valle (1 Cor. 10:11,12).
Zoonschap is verbonden met heel het panorama van ons behoud. Door onze wedergeboorte
worden we zonen van God en worden we erfgenamen. Een zoon krijgt als erfgenaam deel aan
heel het bezit van de Vader. Bij een erfenis denken we meestal aan materile zaken, aan de
boedel, aan het gezamenlijke vermogen dat aan de erfgenamen toekomt. In de Bijbel is ons
erfdeel gekoppeld aan wie God is: Mijn erfdeel is God voor eeuwig (Ps. 73:26). Al Gods bezit
en al Gods vermogen is God Zelf en is een uiting van Zijn Leven waaraan wij deelhebben.
Efezirs 1 noemt alle geestelijke rijkdommen in Christus, maar geen van die zegeningen is
materieel. Onze erfenis zal daarom altijd verbonden zijn met onze verbonden eenheid in
Christus. Wanneer we zijn wedergeboren, hebben we deel aan eeuwig leven, aan het leven van
God Zelf, en is er sprake van ons eeuwig erfdeel.
Er bestaat ook een huidig aspect van onze erfenis: Ik wandel op het pad van de
gerechtigheid, midden op de wegen van het recht, om hen die mij liefhebben, bezit te doen
berven; hun schatkamers zal ik vullen (Spr. 8:20,21). De huidige vorming van zonen bestaat
uit een training waarin we leren wie we zijn: Niet meer mijn ik, maar Christus. Sleutelverzen
zijn hierbij Romeinen 5:10b,21: ... zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden
worden[de] doordat Hij leeft zo ook de genade zou heersen
Gods grote doel is dat in dit tijdelijke en aardse leven wij leren dat de genade heerst in ons
leven. Zolang we nog een plaats voor de wet zien, lopen we mank in de geestelijke wedloop en
dreigen we een andere, toekomende erfenis te missen, namelijk het heersen met Christus in Zijn
duizendjarige vrederijk. Deze Messiaanse erfenis is afhankelijk van ons huidig aspect van
erfenis. Er kan niet genoeg benadrukt worden dat tot de volle kennis moeten komen dat de
genade moet heersen. In de uitdrukking de genade zou heersen worden wij helemaal niet
genoemd. Christus is de Begenadigde en het betekent dat Hij leeft en heerst in het christelijke
leven. Dit is niet een doel dat moet worden nagestreefd en gegrepen. Het vloeit voor uit onze
eeuwige erfenis, dat door het nieuwe leven wij geestelijke n met Christus zijn geworden. Het
betekent gewoon dat Christus en ik n zijn zonder dat er sprake is van twee personen. Het is
Christus als ik. Zoals de Vader en de Zoon n zijn, zijn de Zoon en wij dat ook.
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 5
Wij zijn Hem en toch onszelf. Zodra wij door openbaring zien dat wij dood zijn en Hij nu Zijn
leven leeft als ons en we meer en meer onszelf daarin zijn, heerst de genade in dit leven.
Dit is een cruciaal moment in ons leven. Dit moment is cruciaal omdat we daar voor denken
dat ik iets moeten doen, ik iets moet bereiken, ik iets moet worden. In onze ogen is het te
simpel dat Christus alles doet. Genade zegt dat wij niet hoeven te sterven want dat heeft
Christus al voor ons gedaan. Genade zegt ook dat wij niet kunnen leven, want wij zijn met Hem
gestorven. Genade zegt dat wij niet hoeven te leven, want dat doet Christus in Zijn opstanding
als mij, in plaats van mij.
Genade is daarom een term voor zo is een ieder die uit de Geest is geboren. Wanneer we
zijn geboren uit de Geest zullen we uiteindelijk tot het besef komen dat we in de Heer niet twee
zijn, maar n en we een uiterlijke uitdrukking zijn van de Ene die ons diepste leven is. De hele
strijd tussen wet en genade draait hierom. Elke vorm van de wet duidt op scheiding tussen Hem
en mij. Het volk Isral dat uit Egypte werd verlost, kende deze scheiding van zelfinspanning in
Egypte. De woestijn was n groot getuigenis dat ze probeerden zich voor God in te spannen.
Het gevolg was dat ze het beloofde land niet konden binnengaan. De tweede generatie, die niet
in Egypte was geboren, en daarom een type is van de nieuw mens, ging het beloofde land
binnen.
Hoe gaan wij het beloofde land binnen? Sommige predikers zeggen: Doe jouw deel, dan
doet God Zijn deel. Maar een mens kan zijn deel niet doen. Dat is het Oude Testament, een
gescheiden denken. Wanneer we beseffen dat Christus ons leven is, is Hij alles wat we nodig
hebben. Christus is het Beloofde Land en waarvoor we bidden zijn we al in Hem! We hebben
het al die tijd niet gezien. We bidden om de doop in de Geest en de zalving van de Geest, maar
zien niet dat Hij de Gedoopte in de Geest is en de Gezalfde. Het is genade en deze genade
moet heersen in ons leven. Onze vrijheid in Christus komt wanneer we beseffen dat we zonder
Hem niets kunnen doen. Veel gelovigen lopen rond met een loodzware last om aan Gods
standaarden te willen voldoen. Maar hoe kan een dood mens aan bepaalde standaarden
voldoen. Wij zijn gestorven met Hem! God heeft geen vertrouwen in ons, alleen in Zijn Zoon.
Daarom heeft Hij de hele mensheid in Zijn dood opgenomen. Zand erover! Dan, in Zijn genade
leeft Hij door ons, als levende instrumenten, in onze situatie en met al onze psychologische en
fysieke make-up. De vraag is daarom: Hoe kijken we naar onszelf? Kijken we alleen naar
onszelf, en aanvaarden we onszelf alleen op basis van ons gedrag, gedachten, gewoonten en
motieven? We komen echter pas tot de volheid in Christus wanneer we de waarheid hebben
ontdekt dat Hij in ons en als ons, ons leven is en al deze dingen is in ons. Christus is onze
heiligheid en wij zijn Gods tempel. Het binnengaan in het beloofde land is niet een kwestie van
toewijding of aan een bepaalde geestelijke maatstaf te voldoen, maar tot de ontdekking komen
wat Galaten 2:20 voor ons betekent en te zien wie we werkelijk zijn. En in Hem betekent dat er
geen plaats is voor een uiterlijke wet of uiterlijke regels. Dat is een gepasseerd station. We leven
nu uit Hem en ontmoeten Hem in elke situatie in ons leven. Zelf voordat we een nood ervaren,
voorziet Hij al: En het zal geschieden, dat Ik antwoorden zal, voordat zij roepen; terwijl zij nog
spreken, zal Ik verhoren (Jes. 65:24).
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 6
Gal. 4:8-11:
Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn. Nu
gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans
terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan
dienstbaar wilt maken? Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar. Ik vrees, dat ik
mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb.
Paulus richt zich nu op de heidenen voordat zij God kenden en hun jammerlijke godsdienst
naleefden. Er is een tijd in ons leven dat we God niet kennen. Vanaf onze geboorte zijn we in
het kamp van de boze, waarin we, zonder het zelf te weten, dienstbaar zijn aan zwakke en
armelijke wereldgeesten. Zij waren onderworpen en verslaafd aan deze geesten (3:2),
verduisterd in hun verstand om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun
hart (Ef. 4:19).
Er kan een moment komen dat we God leren kennen, ja sterker, door God gekend zijn. We
kennen het spreekwoord kennen en kennen is twee. Er is een groot verschil in het kennen van
Christus en terug te keren naar de wet en het diepe
persoonlijke kennen van de vaders in 1 Johannes 2:13.
Wanneer we avondmaal houden, komt dit verschil aan het
licht. De wijn verwijst naar de dood van Christus voor ons en
het brood naar het lichaam van Christus dat spreekt van onze
dood met Hem. Het eerste kennen heeft daarom te maken
met Christus voor ons. Wanneer Christus Zich voor ons heeft
gegeven, willen wij ook voor Hem gaan leven. De meeste
christenen brengen hun leven door in deze fase. Ik wil een discipel zijn voor Hem en Hij leeft in
mij opdat ik iets word. Het is in deze fase dat we gevoelig zijn om de wet van Mozes te houden.
Hoewel de Bijbel duidelijk is op dit punt, laat God ons vaak gaan om onszelf te leren kennen.
Het christelijke geloof is namelijk niet een oproep om voor Jezus te leven, de wet te houden of
principes na te leven. Leven volgens principes lijkt nobel, maar is een subtiele vorm van de wet
houden. Natuurlijk geeft het Nieuwe Testament hoe we moeten leven, maar het zijn
beschrijvingen hoe het leven van Christus zich manifesteert als Hij leeft als ons. Hij die u roept,
zal het ook doen (1 Thess. 5:24). Wanneer we voor God willen leven, is er altijd een
gescheiden denken van God daar en ik hier. We beseffen dat we Hem moeten gehoorzamen en
dat zal altijd tekortschieten. De wet spreekt altijd onszelf aan en dat is waar we struikelen. We
belijden onze zonden en vragen de Heer ons te helpen, maar diep in ons hart beseffen we dat er
niemand is die goed doet zonder te zondigen. Deze inwendige strijd wordt vaak versterkt door
de mening dat er in ons een strijd gaande is tussen de oude en de nieuwe mens en wij de oude
mens dagelijks moeten afleggen. Zo wordt het christelijke leven een zware last om de vos in het
kippenhok van de kippen weg te houden. In plaats van rust is er een innerlijke strijd ontstaan die
bij voorbaat is verloren. Wanneer we in deze fase blijven, kan het zijn dat de persoon die ons tot
Christus heeft geleid, zich misschien tevergeefs heeft ingespannen. De oplossing ligt in het feit
dat wij het tweede aspect van het avondmaal zien, dat wij met Christus zijn gekruisigd.
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 7
Het tweede aspect van het avondmaal is het brood, het lichaam van Christus. In Zijn lichaam
zijn wij met Hem mee-gekruisigd en gestorven. Maar wat stierf er dan in ons? Onze dood vond
plaats in onze geest, niet in onze ziel, ons natuurlijke leven, of in ons lichaam. Onze kruisiging
was voor de Heer wel een lichamelijke kruisiging, maar niet voor ons. Ook veranderde ons
temperament en natuurlijke gaven niet bij onze wedergeboorte. Onze dood vond plaats in onze
geest en onze geestelijk dode geest, de oude mens, verdween letterlijk uit ons leven en werd
we leeggegoten in een staat van niet zijn. Deze staat beschrijft Paulus in Galaten 2:20 als niet
meer mijn ik. In onze wedergeboorte ontvangen we echter een nieuwe geest en is het nu (niet
meer ik) maar Christus. Paulus omschrijft dit als volgt: Maar wie zich aan de Here hecht is n
geest (met Hem) (1 Cor.6:17). De woorden met Hem komen niet in de Griekse tekst voor en
daarom is er in de geest na de wedergeboorte alleen maar Christus, niet ik en Christus, maar
Christus. Wanneer Galaten 2:20 zegt dat ik met Christus ben gekruisigd, betekent dat in onze
geest onze identiteit ligt: Wie toch onder de mensen weet, wat in de mens is, des mensen eigen
geest, die in hem is (1 Cor. 2:11). Wij hebben vaders naar het vlees en er is een Vader van de
geesten (Hebr. 12:9). Hieruit zien we wie we in essentie zijn als mens, we zijn in onze geest.
Onze volmaakte eenheid in Christus is dus ons vertrekpunt: Laten wij allen, die volmaakt zijn,
aldus gezind zijn (Fil. 3:15). Onze natuurlijke leven, de ziel, en ons menselijk lichaam, ons lijf, is
dan onze periferie, want leven in de geest is dieper dan de gevoelens en
gedachten van de ziel. Onze ziel en lichaam zijn belangrijk als levend
instrument om de geest, het leven van Christus, tot uitdrukking te
brengen. We kunnen ons leven dan vergelijken met een dubbelwandig
thermoglas. Christus woont in ons als in een dubbelwandig vat van ziel
en lichaam. De identiteit van ons leven ligt niet in ons natuurlijke leven of
ons lichaam en daarom hoefden zij ook niet meegenomen te worden in
de dood van Christus. Het zijn alleen levende instrumenten om Christus
tot uitdrukking te brengen. De vrees dat we dan een robot zouden zijn, is
ongegrond. Ook onze Heer was geen automaat of robot toen Hij zei dat Hij gekomen was om de
wil van de Vader te doen. De Vader en Hij leefden als n. De Heer deed de werken van de
Vader, maar Hij zei ook, wie Hem had gezien de Vader had gezien. Dit is de paradox van het
christelijke leven. Wanneer we daarom willen zien dat wij voor de wet zijn gestorven, moeten wij
zien wie wij zijn. Christus is ons leven en Hij leeft Zijn leven als ons. Dat betekent dat we de wet
niet meer houden, want Hij is ons Nalever van de wet. Wij vragen niet om Zijn zegen, want Hij
is de Gezegende. We bidden niet om leiding, want Hij is onze Leidsman. Een rank vraagt niet
om aan de Wijnstok verbonden te zijn. Zij is het! Deze eenheid in Christus is de sleutel tot alles.
Het is waar we heel ons christelijke leven bewust of onbewust naar op zoek zijn geweest.
Wanneer we zijn wedergeboren, is er geen oude mens, geen zondige macht in ons leven. Als
onze gevoelens en gedachten zijn aanvaard en nodig om een stap in geloof te nemen als
Christus in ons werkzaam is. Zolang onze gevoelens en gedachten niet toegeven aan enige
verzoeking, hebben ze geen morele waarde. Ik verwijt mezelf niet meer dat ik toch nog
gerriteerd word. Hij is mijn leven en heeft de verantwoordelijkheid voor mij op zich genomen.
Het is daarom van belang dat we Christus kennen als ons leven, opdat we niet tevergeefs onze
wedloop lopen.
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 8
Gal. 4:12-20:
Weest zoals ik, bid ik u, broeders, omdat ook ik ben zoals gij. Gij hebt mij in geen enkel
opzicht verongelijkt. Ja, gij weet, dat ik aan u de eerste maal, omdat ik ziek geworden was, het
evangelie verkondigd heb, en toch hebt gij de verzoeking, die er voor u in mijn lichamelijke
toestand gelegen was, niet als iets verachtelijks beschouwd of ertegen gespuwd, maar gij hebt
mij ontvangen als een bode Gods, ja, als Christus Jezus. Gij hebt u toen gelukkig geprezen; wat
is daarvan over? Want ik kan van u getuigen, dat gij, ware het mogelijk geweest, uw ogen
uitgerukt en ze mij gegeven zou hebben. Ben ik dus een vijand van u geworden, nu ik u de
waarheid zeg? Zij zijn vol ijver voor u, maar niet op de juiste wijze, want zij willen u buitensluiten,
opdat gij vol ijver voor hen zou zijn. Nu is het goed, dat er ijver getoond wordt in het goede, mits
te allen tijde en niet alleen, wanneer ik bij u ben, mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw
ween doorsta, totdat Christus in u gestalte verkregen heeft; ik zou wensen, dat ik op dit
ogenblik bij u was en op een andere toon kon spreken, want ik ben in zorg over u (Gal. 4:12-
20).
Nu wordt het persoonlijk, broeders ik ben zoals gij. Paulus wist wat het was om ijverig
te zijn voor de wet. Hij wist ook wat de zwakte van de mens was, zowel in ziel als in lichaam. Het
is een kenmerk van het evangelie dat zij die het verkondigen meestal geen indruk maken in de
ogen van de wereld. Ze komen in zwakheid, lichamelijk gebrek of onbekwaamheid, opdat ons
geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God (1 Cor. 2:5). Het
kenmerk is dat zon verkondiger zijn leven voor de ander uitgiet en in gebed en daad ween
doorstaat om Christus geboren te zien worden in de ongelovige Nadat Christus in ons is
geboren, dient Hij gestalte in ons te krijgen. Maar wat betekent het dat Christus in ons gestalte
krijgt?
Wanneer ons christelijke leven beginnen, zijn we er van overtuigd dat we ons moeten
inzetten om toegewijde discipelen te zijn van Christus. Alles om ons heen spoort ons aan om
iets te wezen: Wees een man van het woord, wees heilig, wees een dienstknecht, wees
nederig, wees betrokken, wees wees wees Hoe meer we hierin groeien, hoe meer we
deze dingen omarmen, des te meer krijgt Christus gestalte in ons leven. We voelen ons hierin
bevestigd door 1 Johannes 2:6: Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf wandelen zoals Hij
gewandeld heeft. Dat vinden we vaak niet gemakkelijk, want we beseffen dat we op deze aarde
nooit zondeloos zullen zijn, hoewel we er wel naar uitzien en naar streven. We willen onszelf wel
blijven vervolmaken door de Heilige Geest, waarbij we de menselijke ziel toch als een
belemmering zien voor geestelijke groei. Onze gevoelens en gedachten bevallen ons niet en we
vinden ze vaak ongeestelijk en onchristelijk. Wees gedisciplineerd in je gedachten is dan ons
volgende project om Christus in ons gestalte te doen krijgen, want ik wil een verandering in
mezelf zien en constateren dat ik meer op Christus ga lijken.
Sommige christen haken hier helemaal af, omdat ze de druk om te presteren niet meer
aankunnen en zien dat het ontbrekende nooit is te tellen. We voelen de innerlijke strijd en
worden dan opnieuw uitgedaagd door Johannes wanneer hij schrijft:
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 9
Hieraan zullen wij onderkennen, dat wij uit de waarheid zijn en voor Hem ons hart
overtuigen, dat, indien ons hart ons veroordeelt, God meerder is dan ons hart en kennis heeft
van alle dingen. Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid
tegenover God, en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en
doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht (1 Joh. 3:19-22).
Waar Johannes naar verwijst is een dualisme met God, ons hart en Zijn hart. Daar is niets
mis mee, want het is een noodzakelijke fase, maar geen eindfase, in ons geestelijke leven.
Thomas Merton (1915-1968) scheef eens treffend: Je moet dualisme voor een lange tijd
ondergaan om te zien dat het er niet is.
Het is een grote dag in ons geestelijk leven dat we zien dat er geen dualisme is in ons
geestelijk leven. Het is de dag dat we zien wie we werkelijk zijn, namelijk niet meer mijn ik,
maar Christus. Dualisme spreekt van ik en Christus, ik met Christus en ik voor Christus. Dit
dualisme kleurt dan onze visie op hoe Christus in ons gestalte krijgt. De dag moet echter komen
dat het is Christus als mij. Christus is ons leven geworden en we zijn volmaakt in Hem. Dit is
steeds ons uitgangspunt. We leven daarom niet van onvolmaaktheid naar volmaaktheid, maar
van volmaaktheid naar volmaaktheid, van geloof naar geloof, van heerlijkheid naar heerlijkheid.
Onze eenheid in Christus, onze organische eenheid van de rank en de Wijnstok, is de sleutel
tot alles. We verontschuldigen ons niet met we blijven toch mens, want er is ook geen
verontschuldiging door te zeggen we zijn maar (feilbare) ranken. Onze identiteit is in onze
geest waar Christus is.
Wat betekent het dan dat Christus gestalte krijgt. Een voorbeeld. In de afgelopen tijd is een
nieuwe metrolijn in Amsterdam aangelegd. Deze lijn was niet om Amsterdam te volmaken, maar
om de bereikbaarheid te verbeteren. Zo is het ik ons leven. Naar mate de bereikbaarheid van
Christus beter wordt door ons natuurlijke leven, krijgt Christus gestalte. Dat betekent niet dat ons
natuurlijke leven onze vijand is, maar noodzakelijk om een geestelijk potentiaal verschil te
creren om uit geloof te leven. Hoe meer dit zich uit in een zelf-voor-God-en anderen-leven en
Christus door ons Zijn eeuwige kruis van Zelf-niet-voor-Zelf zich kan manifesteren, zal de Vader
tot uitdrukking worden gebracht.
De sleutel tot Galaten 2:20 is plaatsvervanging niet samenwerking. Het is niet Christus in
mij, maar Christus IS mij. Dat is de sleutel tot Galaten 2:20. Galaten 2:20 zegt dat ik leef. Nee, ik
leef niet, Christus leeft. Het is niet dat ik leef en Christus leeft. Er ziet geen en bij. De en is de
valstrik. Het is niet dat ik leef en Christus in mij leeft. Dan zijn het er twee. Ik leef niet, Christus
leeft in mij. Dat is plaatsvervanging. Dat betekent dat Christus de echte ik is. De echte ik wordt
Christus en ik word als kleine rank een vorm van de wijnstok. De echte ik is Christus, de
Wijnstok. Ik heb alleen maar de vorm van een rank waardoor Hij werkt. Je zegt niet langer,
Arme ik, ik ben zo zwak. Laat dat gaan! Zeg wat Hij zegt, Je bent met Mij gekruisigd. Je bent
gestorven en kan door deze zaken niet meer beheerst worden. De echte persoon is Christus in
mij geworden. Je ziet je leven nu vanuit de Wijnstok, niet vanuit de rank. De rank is een vorm
van de Wijnstok (Norman Grubb).
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 10
Gal. 4:21-27:
Zegt mij, gij, die onder de wet wilt staan, luistert gij niet naar de wet? Er staat immers
geschreven, dat Abraham twee zonen had, een bij de slavin en een bij de vrije. Maar die van de
slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. Dit is iets, waarin een
diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sina, die slaven baart, dit is
Hagar. Het woord Hagar betekent de berg Sina in Arabi. Het staat op een lijn met het
tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. Maar het hemelse
Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder. Want er staat geschreven: Verheug u, gij onvruchtbare,
die niet baart, breek uit en roep, gij die geen ween kent; want talrijker zijn de kinderen der
eenzame dan van haar, die een man heeft (Gal. 4:21-27).
Elke beweging om terug te keren naar het principe van het Oude Verbond, is desastreus voor
onze geestelijke groei omdat het dualisme benadrukt. Dit is het argument van Paulus brief aan
de Galaten. Paulus maakt dit duidelijk door in een allegorie te wijzen op Hagar en Sara. Hagar
was de slavin naar het vlees en Sara de vrije door de belofte. Dit is iets, zegt Paulus, waarin
een diepere betekenis ligt.
(De uitdrukking een diepere betekenis in Galaten 4:24, is de letterlijke vertaling van het
Griekse werkwoord allegoreoo [], waarvan ons woord allegorie is afgeleid. Het
Griekse werkwoord betekent in beelden spreken, allegorisch spreken. De Willibrord
vertaling vertaalt het als Deze dingen zijn allegorisch bedoeld.
Wat is een allegorie? Een allegorie is een metafoor in engere zin. Bij een metafoor wordt
het te vergelijken object vervangen door het beeld. Zo omschrijft de dichter Jacob Revius,
Herodes als den gecroonden wolf en de slachtoffers van de kindermoord in Rama met de
schaepkens nieu-geboren. Als de metafoor consequent wordt volgehouden in het gedicht,
werk of vertelling, is er sprake van een allegorie. Hoewel het Griekse werkwoord allegoreoo
maar n keer voorkomt in het Nieuwe Testament, weten we dat de Bijbel rijk is aan
figuratieve taal. Types, gelijkenissen en allegorien worden door God overvloedig gebruikt.
God laat door figuratief gebruik van de Schrift ons nooit in het duister wat Hij beoogt met dit
taalgebruik. God geeft altijd andere Schriftgedeelten om verder licht te werpen in een zaak
die op zichzelf niet duidelijk zou zijn. Het thema van Galaten is de wet en het Oude Verbond
versus het leven in Christus. Het is het Oude Verbond versus het Nieuwe Verbond, waarvan
Hagar en Sara metaforen zijn).

Hagar en Sara, zegt Paulus verder in Galaten 4:24, zijn twee bedelingen. De NBG
vertaling bedelingen in dit vers is misleidend. Het woord bedeling verwijst in het
algemeen naar het Griekse woord oikonomia [] (zie ook: Eeuwen en Bedelingen,
Het Woord van de Gerechtigheid, juni, juli 2003, nr. 6). Het woord bedeling in Galaten
4:24 is echter niet de vertaling van het Griekse woord oikonomia, maar van diatheke
[]. Het woord diatheke komt drie keer voor in de brief aan de Galaten (Gal.
3:15,17; 4:24), en wordt vertaald met testament en verbond (Staten vert.) of bedeling
(NBG).
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 11
In het Nieuwe Testament is diatheke de Griekse vertaling van het Hebreeuwse beriet. De
Septuaginta (de Griekse vertaling van het Oude Testament) vertaalt het woord ook met
diatheke. In Griekenland verwees diatheke naar een regeling, die door n partij was gemaakt,
waarbij de andere partij de keuze had die regeling te verwerpen. Diatheke werd in Griekenland
praktisch alleen gebruikt bij een laatste wilsbeschikking. De Griek kende ook het woord syntheke
voor verbond. Dit verbond verwees echter naar een regeling tussen twee gelijkwaardige
partners. De Septuaginta vermijdt het woord syntheke, omdat er bij een beriet van God geen
sprake is van gelijkwaardigheid.

Hagar en Sara verwijzen dus niet naar bedelingen zoals het woord oikonomia dit omschrijft,
maar naar het Oude en het Nieuwe Verbond. Hoewel het Oude Verbond een openbaring was
van God, had het een tijdelijk karakter in Gods handelen met Isral en stond het in de weg om
tot een vollere openbaring van Christus te komen. Het Oude Verbond was verbonden met het
aardse karakter van de berg Sina, en het Nieuwe Verbond was verbonden met het hemelse
karakter van het nieuwe Jeruzalem. Het hemelse karakter van Christus kan niet tot openbaring
komen als er verbondenheid blijft van het aardse karakter van het Oude Verbond . Wat tijdelijk
een rol vervulde in het plan van God, zou dan worden tot slavernij en gebondenheid.

Sara, de vrije, is verbonden met het woord belofte (Gal. 4:23). Het woord belofte komt vaak
voor in de brief aan de Galaten (3:14,16,1718,21,22,29; 4:23). Het is de belofte dat de
nakomelingen van Abraham, het zaad van Abraham, erfgenamen zijn (Gal. 3:29). Christus is
een lijfelijke nakomeling van Abraham. Christenen zijn in Christus en organisch verbonden aan
Christus. Dit betekent niet dat God ook met christenen een verbond heeft gesloten. Onze
organische eenheid met Christus brengt ons in de positie dat wij de zegen van het verbond van
God met Abraham kunnen ontvangen door middel van het principe van het Nieuwe Verbond .

In Galaten 4:24 ziet Paulus geen probleem om het Oude en Nieuwe Verbond te omschrijven
als een diatheke. In de Griekse samenleving werd diatheke verbonden met sterven, erfenis en
erfgenamen. Dit feit komt Paulus goed van pas als hij spreekt over de erfenis die voor ons ligt
door de dood van de Here Jezus aan het kruis. Door de dood heeft de oude diatheke afgedaan
en sluit God een nieuwe diatheke met Isral. Diatheke als vertaling heeft echter het bezwaar dat
een beriet niet de gedachte heeft van een laatste wilsbeschikking. Toch wordt de gedachte van
een wilsbeschikking sterk naar voren gebracht in Hebreen 9:15-17:
En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond [diatheke], opdat, nu Hij de dood had
ondergaan om te bevrijden van de overtredingen van het eerste verbond [diatheke], de
geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen zou. Want waar een testament
[diatheke] is, moet noodzakelijk de dood van de erflater melding gemaakt worden; een
testament [diatheke] toch wordt alleen van kracht, indien er iemand gestorven is, daar het nog
geen gevolg heeft, zolang de erflater leeft. Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed
ingewijd.

Door het Nieuwe Verbond heeft Gods plan om alle dingen in Christus samen te vatten,
doorgang kunnen vinden.
Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 12
Gal. 4:12-20:
En gij, broeders, zijt, evenals Isak, kinderen der belofte. Maar zoals destijds hij, die naar het
vlees verwekt was, hem, die naar de geest verwekt was, vervolgde, zo ook nu. Maar wat zegt
het Schriftwoord? Zend de slavin weg met haar zoon, want de zoon der slavin zal in geen geval
erven met de zoon der vrije. Daarom, broeders, zijn wij geen kinderen van een slavin, maar van
de vrije (Gal. 4:28-31).
Iedere gelovige is een kind van de belofte, een kind van de vrije, een geestelijke Isak. Alles
wat Isak deed in zijn leven was passief. Alles wat hij deed, ontving hij door zijn vader. Zelfs een
vrouw werd voor Hem geregeld. Vanuit menselijk standpunt gezien was hij een man zonder
initiatief. Niets wat hij deed, was origineel. Abraham groef drie putten en Isak heropende ze
eenvoudig. Wanneer God de God is van Abraham, Isak, en Jacob, dan waren Abraham en
Jacob mannen vol initiatief. Isak was geen harde werker die veel bezit vergaarde. Hij erfde
gewoonweg alles van zijn vader.
Door Isak leren we een belangrijk les dat ons natuurlijke leven niet onze vijand is. Een leven
zonder initiatief is niet minder dan een leven vol initiatief. Isak spreekt namelijk van de Heer die
zei: de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze
doet, dat doet ook de Zoon evenzo (Joh. 5:19).
Isak werd niet geboren door menselijke inspanning, maar kwam als een gave van God. Zo
zijn ook wij kinderen van de belofte, kinderen van God die niet uit bloed, noch uit de wil des
vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn (Joh. 1:13). Als de God van Isak
ontvangen wij alles in de Zoon. Het grote nieuws is dat wij niet hoeven te sterven, want dat heeft
de Zoon van God al gedaan. Maar er is meer goed nieuws, namelijk dat wij ook niet hoeven te
leven, want het leven is ons Christus. Christus zei dat Hij zonder de Vader niets kon doen en dat
de Vader Zijn werken deed. Hij zei ook dat Hij alleen deed wat Hij de Vader zag doen. Dit is het
geheimenis van Christus in het vlees. De Vader was Zijn leven en toch leefde Christus in het
vlees in dat geloof. Wat voor de Vader en Christus geldt, geldt ook voor Christus en ons. Wij
leven als kinderen van de belofte vanuit wie we zijn en niet waar we naar moeten streven. Hij is
ons leven en dat is ons dagelijkse blijdschap, dat Hij zich spontaan uit zolang we niet door
verzoeking en ongeloof tot zonde komen. Zo zijn we kinderen van de vrije en staan we in onze
vrijheid. We ervaren dan de Levende God als ons persoonlijk innerlijke Leven.
Wij zijn een zoon van de vrije! We hebben een nieuwe bron gekregen in onze geest. Het
probleem van de zonde is opgelost in ons leven en ons natuurlijke leven en lichaam is niet onze
vijand, maar God middel om Zich te openbaren. 1 Corinthirs 6:17 geeft ons de diepste
waarheid over onze wedergeboorte: we zijn vereniging tot n persoon, n hart en n geest.
In de seksuele vereniging worden man en vrouw fysiek n. Maar in onze vereniging met God
door de wedergeboorte geldt: twee ZIJN n: Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn
wij Want wij zijn ook van zijn geslacht (Hand. 17:28). Zonen van de vrije!

Galaten - Het Evangelie van Onze Vrijheid (4) 13
Studievragen

1. Wat vind je van de regel: Wat zou Jezus doen?
2. Wat betekent onze erfenis in Christus?
3. Wat is Gods doel met ons als zonen in dit leven?
4. Waarvan spreekt het avondmaal?
5. Wat betekent heersen in leven?
6. Wat is de sleutel tot Galaten 2:20?
7. Waarom is ons natuurlijke leven niet onze vijand?