You are on page 1of 28

Juni 2011

M.M. van Gaans, MSc
‘Wat nou Social Media?’
Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden
ervan voor uw bedrijf of organisate
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto
Inleiding ............................................................................................................................................................. 3
1: Het veranderende medialandschap ..............................................................................................................4
2: De opbouw van het sociale web ................................................................................................................... 7
2.1: De ontwikkeling van het sociale web .....................................................................................................7
2.1.1: Sociale netwerken door de tjd heen ............................................................................................. 7
2.1.2: Waarom nu? .................................................................................................................................. 8
2.1.3: De ontwikkeling van het huidige sociale web ................................................................................ 8
2.2: Componenten van het sociale web ......................................................................................................10
2.3: De bekendste social media bronnen .................................................................................................... 11
3: De social media gebruiker ........................................................................................................................... 13
3.1: Persoonskenmerken ............................................................................................................................. 13
3.2: Sociaaleconomische factoren ...............................................................................................................13
3.3: Mate van partcipate ........................................................................................................................... 14
3.4: Verschillende typen ‘infuencers’ ......................................................................................................... 16
3.5: Motvate voor het gebruik van social media ....................................................................................... 16
3.6: Privacy en social media types ...............................................................................................................18
4: Online reputatemanagement ..................................................................................................................... 19
4.1: Social media monitoring .......................................................................................................................19
4.1.1: Waarom social media monitoring? .............................................................................................. 19
4.1.2: Social media monitoring plan ......................................................................................................20
4.2: Webcare ............................................................................................................................................... 21
4.2.1: Waarom webcare? ....................................................................................................................... 21
4.2.2: Het bepalen van een webcare strategie ...................................................................................... 22
4.3 Het gebruik van social media monitoring en webcare technologie ......................................................23
Conclusie ......................................................................................................................................................... 24
Bronvermelding ............................................................................................................................................... 25
Inhoud
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 3
Overal om ons heen worden we tegenwoordig bedolven met de term ‘social media’. Als men de optmisten
moet geloven, dan is social media een ware revolute. Of u deze mening nu deelt of niet, niemand kan meer
ontkennen dat social media een grote invloed heef op de huidige maatschappij. Te midden van deze social
media explosie vragen steeds meer mensen zich echter af wat social media nu precies inhoudt, hoe het is
ontstaan, waar het heen gaat en wat men als bedrijf of organisate kan doen om de stroom aan berichten
op het sociale web te kunnen analyseren en erop te kunnen antciperen. Dit paper is bedoeld om antwoord
te geven op al deze vragen en meer. Voor degenen die nog relatef nieuw zijn in de wereld van social media
kan het fungeren als gids om deze wereld te verkennen. Voor hen die al wel bekend zijn met social media
kan dit paper als verdieping dienen.
We starten met een beschrijving van de rol die social media inneemt in de huidige maatschappij. In een
periode van enkele jaren is het gebruik en de zichtbaarheid van social media enorm gegroeid. Dit heef ook
gevolgen voor de manier waarop mensen hun mening vormen en zich gedragen.
Hierna gaan we het hebben over de opbouw van het sociale web. We kijken naar de geschiedenis en de
ontwikkeling van het sociale web, naar de componenten waaruit het sociale web is opgebouwd, en naar
verschillende soorten social media bronnen.
Vervolgens gaan we in op de social media gebruiker. We kijken eerst naar wetenschappelijk onderzoek over
de relate tussen het gebruik van social media en bepaalde karaktereigenschappen zoals extraversie en
emotonele stabiliteit. Tevens beschrijven we hoe het gebruik van social media samenhangt met sociaaleco-
nomische factoren als geslacht, leefijd, inkomen en etniciteit. Vervolgens bespreken we de mate van part-
cipate; we leggen uit hoe aan de hand van de ‘ladder van Forrester’ internetgebruikers in groepen kunnen
worden ingedeeld. Hierna gaan we kort in op verschillende typen ‘infuencers’ (invloedrijke personen).
Vervolgens kijken we naar verschillende theorieën over de motvate voor het gebruik van social media, en
bespreken we hoe verschillende typen gebruikers aankijken tegen social media in relate tot privacy.
In de laatste secte van het paper gaan we in op online reputatemanagement. We kijken naar verschillende
vormen van reputatemanagement, en bespreken hoe bedrijven of organisates social media monitoring en
webcare in kunnen zeten voor het analyseren van berichten op het sociale web.
Na het lezen van dit paper zult u niet alleen een goed beeld hebben van wat social media inhoudt en wat de
vele mogelijkheden van social media zijn voor uw bedrijf of organisate, u zult tevens goed voorbereid zijn
om aan de slag te gaan met social media monitoring en webcare.
Over de auteur
Milou van Gaans studeerde Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Utrecht en is werkzaam bij
Coosto B.V. op de afdeling strategie en ontwikkeling.
Inleiding
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 4
In december 2008 meldde het Amerikaanse onderzoeksinsttuut PEW dat het internet de krant had inge-
haald als belangrijkste bron van nieuws
1
. In datzelfde jaar berichte het Future Media Report
2
dat bijna 70%
van de Amerikaanse journalisten regelmatg blogs leest en 20% dit meer dan een uur per dag doet. Deze
cijfers zullen inmiddels al weer hoger liggen.
Het medialandschap is sterk aan het veranderen. Waar vroeger radio, kranten en tv een prominente rol
speelden in het verstrekken van informate en entertainment, is het afgelopen decennium het gebruik van
internet voor deze doeleinden explosief gestegen. Opvallend is hierbinnen de signifcante groei van social
media: ‘een groep internet-applicates die gebruik maken van de ideologie en de technologie van Web 2.0
3

en de createve uitwisseling van User Generated Content’
4
. De computergenerates, ook wel ‘millenials’
of ‘digital natves’ genoemd, worden opgevoed met de computer als middel om zelf nieuws te vergaren
en hierop te reageren. In plaats van passief te luisteren naar wat een tv- of radiozender bericht, willen zij
de mogelijkheid hebben om te partciperen in de discussie
5
. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ‘Social
Network Sites’ zoals Facebook en Twiter snel groeien in omvang en bereik, en dat het gebruik van weblogs,
forums en nieuwswebsites razend snel stjgt. Uit een onderzoek van Multscope (2010) naar social media
in Nederland
6
, is gebleken dat 44% van de Nederlandse internetpopulate de maand voorafgaande aan het
onderzoek gebruik heef gemaakt van Youtube, 60% een profel heef op Hyves, 11% een profel op Twiter,
28% een profel heef bij Facebook en 23% een profel bij LinkedIn (bij Twiter, Facebook en LinkedIn wordt
een sterke groei verwacht in 2011). Op het web is er voor ieder wat wils; sommige sites zijn er voor een
groot divers publiek terwijl andere zich richten op specifeke groepen, gebaseerd op bijvoorbeeld politeke
overtuiging, geloof of etniciteit
7
.
Social media enthousiastelingen noemen social media ook wel de grootste verschuiving sinds de
industriële revolute. Is dit overdreven of schuilt er een kern van waarheid in deze stelling? Een aantal
interessante feiten over sociale media op een rij
8
:
• Radio deed er 35 jaar over om 50 miljoen mensen te bereiken, tv 13 jaar, internet 4 jaar;
• 96% van de ‘millenials’ heef zich aangesloten bij een sociaal netwerk;
• Social media heef pornografe overtrofen als nummer 1 actviteit op het web;
• Facebook heef er in minder dan een jaar 200 miljoen gebruikers bijgekregen;
• Als Facebook een land was, dan zou het qua bevolking het op twee na grootste land ter wereld zijn
(na China en India);
1 Pleijter, A. (2008).
2 Future Exploraton Network (2008).
3 ‘Web 2.0’ is een verzamelnaam voor diverse internetsites die de nadruk leggen op interacte tussen gebruikers. Dit in tegenstelling tot
internetsites die alleen een boodschap uitzenden of een dienst verlenen. (bron: Berlo, D. van (2009) ).
4 Kaplan, A. M., Haenlein, M. (2010). ‘Users of the world, unite! The challenges and opportunites of social media’. Business Horizons, 53(1),
p. 59-68, p. 61.
5 Rhode, C. (2009).
6 Multscope (2010).
7 Boyd, D.M. & Ellison, N.B. (2008).
8 Qualman, E. (2010).
1: Het veranderende medialandschap
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 5
• 80% van de bedrijven in de Verenigde Staten gebruikt social media voor het rekruteren van werknemers,
95% hiervan gebruikt hiervoor LinkedIn;
• Op Wikipedia bevinden zich meer dan 15 miljoen artkelen;
• Er zijn meer dan 200 miljoen blogs;
• 25% van de zoekresultaten voor ’s werelds 20 grootste merken zijn links naar user generated content;
• 34% van de bloggers plaatst regelmatg hun mening over producten en merken;
• 78% van de consumenten vertrouwt op aanbevelingen van vrienden of kennissen, slechts 14% vertrouwt
reclames.
Deze veranderingen in het medialandschap hebben ook tot gevolg dat de manier waarop mensen wor-
den beïnvloed aan het veranderen is. Waar het gedrag van mensen voorheen werd bepaald door wat zij
zagen of hoorden op de traditonele media, spelen vandaag de dag berichten op het sociale web een grote
rol. Ross Dawson heef de verschillende elementen die een rol spelen in hoe mensen worden beïnvloed
weergegeven in een zogenaamd ‘Infuencing Landscape’ (zie fguur 1). In dit landschap komen de volgende
elementen voor:
9
• Driving Forces. Door een heel spectrum aan ‘drijvende krachten’, zoals fragmentate van de traditonele
media, democratsering van de media, het afnemen van de impact van reclame en vertrouwen in vrien-
den, ebt invloed steeds verder weg van de traditonele media en advertsing.
• Infuencers. Er zijn verschillende rollen weggelegd voor verschillende ‘infuencers’, allen met een verschil-
lende dynamiek in hoe ze invloed uitoefenen en hoe ze bereikt kunnen worden.
• Infuence Mechanisms. Voor invloed is communicate nodig. Vandaag de dag is er een groot spectrum
aan communicatemiddelen, van persoonlijke interacte tot traditonele media en social media. Allen zijn
mechanismen die gebruikt kunnen worden om mensen te beïnvloeden, maar de impact van de verschil-
lende mechanismen kan duidelijk verschillen.
• Infuence Aggregators. Onder ‘infuence aggregators’ wordt verstaan: distributeurs van online informa-
te. Wat social media zo belangrijk maakt, is dat het informate, en daarmee invloed, van verschillende
kanalen verzamelt en deze doorgeef.
• Infuence Networks. Invloed wordt verspreid via een netwerk. Je kan invloed alleen begrijpen als je de
onderliggende netwerken kent en begrijpt.
9 Dawson, R. (2009).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 6
Figuur 1: Infuencing Landscape
Social media aggregaton
Peer trust
Mass media
Radio
TV
Print
Twiter
Blogs
Social networks
Email
Phone
Meet
Network density
Cascade windows
Influence agents
Digg
Delicious
TweetMeme
Techmeme
StumbleUpon
Experts
Celebrites
Everyone
Analysts
Journalists
Bloggers/
Twiterers
Transmission ratos
Social
media
Personal interacton
Democratzaton of media
Driving forces
Influence
mechanisms
Influence networks
Influence aggregators
Influencers
Mass media fragmentaton
Decline of advertsing impact
INFLUENCE
Impact on
how people
think, behave
and spend
Bron: Advanced Human Technologies (zonder jaartal).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 7
Voordat een bedrijf of organisate aan de slag gaat met social media is het belangrijk om een goed beeld te
hebben van welke ontwikkelingen het sociale web doorloopt, hoe het sociale web is opgebouwd, en wat de
meest bekende social media bronnen zijn.
2.1: De ontwikkeling van het sociale web
2.1.1: Sociale netwerken door de tjd heen
Al sinds mensenheugenis spelen sociale netwerken een rol in de maatschappij. Reeds in de prehistorie
leefden mensen in groepen omdat dit de meest functonele manier was om te overleven. Met de opkomst
van transportmiddelen verspreidden familieleden en vrienden zich, en werd het noodzakelijk om brieven
te schrijven om met elkaar in contact te blijven
10
. Een voorbeeld van een sociaal netwerk uit deze tjd dat
gezien zou kunnen worden als één van de voorlopers van het huidige sociale web is dat van Julius
Lipsius, een Zuid-Nederlandse humanist, floloog en historiograaf uit de zestende eeuw. Hij en zijn vrienden
gebruikten hun vriendenkring voor onder andere het najagen en delen van kennis, mond-tot-mond reclame
en het opbouwen van een internatonaal netwerk van relates
11
, actviteiten die veel samenhang vertonen
met huidige social media actviteiten. Het onderhouden van dit soort netwerken was echter voor velen een
inspannende bezigheid en was dan ook in de meeste gevallen voorbehouden aan naaste familie. Mensen
vonden het vaak waardevoller om te investeren in mensen die dicht bij hen stonden (de goede buur) dan in
mensen die ver van hen verwijderd waren (de verre vriend)
12
.
In de zeventende en achtende eeuw ontstond er in de populaire kofehuizen in Londen, Parijs, Venetë
en Amsterdam een cultuur van informate-uitwisseling die veel overeenkomsten vertoonde met de huidige
social media
13
. Het waren levendige omgevingen waar mensen heen konden gaan om, naast kofe te drin-
ken, met gelijkgestemden bij te kletsen en te discussiëren over het laatste nieuws. Mensen bezochten vaak
diverse kofehuizen, gerelateerd aan hun persoonlijke interesse, en de kofehuizen spitsten zich toe op de
specifeke wensen en informatebehoefe van hun klanten
14
.
Terwijl in de jaren na de Tweede Wereldoorlog contact met mensen in de directe omgeving erg belangrijk
werd geacht, werd het contact met de goede buur in de jaren zestg en zeventg, toen de verzuiling en indi-
vidualisering inzete, steeds sporadischer. Met het opkomende beeld van keuzevrijheid in het achterhoofd
wilden mensen vooral contacten onderhouden met mensen die in geestelijk opzicht op hen leken, mensen
die dezelfde interesses hadden, of mensen die je aan een baan konden helpen
15
. Het internet faciliteerde
deze keuzevrijheid. Begin jaren zeventg werd de eerste e-mail verzonden, eind jaren zeventg ontstonden
de eerste usenet nieuwsgroepen, en eind jaren tachtg werd het voor het eerst mogelijk om te chaten.
De explosie in internetgebruik vond echter pas plaats in de jaren negentg, toen er fatsoenlijke browsers
werden geïntroduceerd en het wereldwijde web alle sites aan elkaar koppelde, wat het internet toegan-
kelijk maakte voor het grote publiek. Al snel ontstonden er datngsites en fora voor van alles en nog wat
16
.
10 Schoondorp, M. (2010).
11 Mout, M.E.H.N. (2001).
12 Schoondorp, M. (2010).
13 The internet in a cup. Cofee fuelled the informaton exchanges of the 17th and 18th centuries (2003, 18 december)
14 Schoondorp, M. (2010).
15 Ibid.
16 Ibid.
2: De opbouw van het sociale web
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 8
Eind jaren negentg zagen blogs het licht, wat het begin was van georganiseerde vormen van gezamenlijke
acte. Met het ontstaan van social network sites als MySpace en Facebook werd de overgang van web 1.0
naar web 2.0 echt goed zichtbaar. Web 2.0 is eigenlijk niets anders dan internet hoe het altjd al bedoeld
was
17
. Tim Berners-Lee, de grondlegger van het web, zei hierover het volgende:
‘I think Web 2.0 is, of course, a piece of jargon, nobody even knows what it means. If Web 2.0 for you is blogs
and wikis, then that is people to people. But that was what the Web was supposed to be all along.’
18
2.1.2: Waarom nu?
Al zijn er in het verleden voorbeelden te vinden van voorlopers van het huidige sociale web, de manier
waarop social media vandaag wordt gebruikt is zeker uniek te noemen; het is een compleet andere manier
waarop mensen relates aangaan met bedrijven, organisates en elkaar. Waarom dit fenomeen zich juist nu
voltrekt wordt door onderzoeksbureau Forrester in het boek Groundswell – winning in a world transformed
by social technologies toegeschreven aan drie dingen: mensen, technologie en de economie
19
.
Mensen zijn altjd van elkaar afankelijk geweest en hebben altjd kracht aan elkaar ontleend. Tevens heb-
ben mensen altjd gerebelleerd tegen de insttutonele machthebbers, bijvoorbeeld in sociale bewegingen
als vakbonden
20
. De behoefe van mensen om relates aan te gaan en een netwerk te gebruiken om iets te
bereiken is een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van social media.
De tweede drijfveer is technologie. Technologie heef ervoor gezorgd dat een aanzienlijk gedeelte van
de bevolking online is. Dit is belangrijk omdat social sofware, sofware die mensen met elkaar verbindt,
hierdoor kan rekenen op een massa die in staat is online relates aan te gaan. Dit heef ertoe geleid dat de
sofware veel interactever is, gezien het kan rekenen op een krachtge machine met een snelle verbinding.
De sofware is tevens meer gericht op mensen en menselijke behoefes
21
.
De derde drijfveer achter de social media is het ontstaan van een online economie; internetverkeer bete-
kent namelijk inkomsten. Adverteerders weten inmiddels dat internetverkeer indiceert dat klanten hun tjd
aan het internet besteden en vertalen deze aandacht naar advertente mogelijkheden
22
.
2.1.3: De ontwikkeling van het huidige sociale web
Het huidige sociale web is nog volop in ontwikkeling. In deze ontwikkeling kunnen we vijf tjdperken
onderscheiden:
23

24

25
• Era of social relatonships. Mensen beginnen met het aanmaken van online profelen en het toevoegen
van vrienden om zo informate en ervaringen te delen.
• Era of social functonality. Sociale netwerken ontwikkelen zich tot een functoneel systeem. Sociaal
interacteve functonaliteiten geven bedrijven of organisates de mogelijkheid ‘fans’ op sociale netwerken
te gebruiken om populaire onderdelen van een bedrijf of organisate uit te dragen.
17 Ibid.
18 Lanningham, S. (2006). developerWorks Interviews: Tim Berners-Lee. Verkregen op 14 maart 2011 van:
htp://www.ibm.com/developerworks/podcast/dwi/cm-int082206txt.html
19 Li, C. & Bernof, J. - Forrester Research (2008).
20 Ibid.
21 Ibid.
22 Ibid.
23 Owyang, J.K. (2009).
24 Tsaj, J. (2009).
25 Haterd, B. van de (2009).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 9
• Era of social colonizaton. Grenzen van sociale netwerken worden steeds verder open gegooid. Sociale
netwerken worden steeds meer een onderdeel van de bredere online ervaring, en grenzen tussen de
social network sites en reguliere websites vervagen.
• Era of social context. In dit tjdperk draait het om persoonlijke inhoud; bedrijven zullen steeds meer
persoonlijke aanbiedingen doen die zijn gebaseerd op persoonlijke identteiten en sociale relates die
mensen zelf vrijgeven op het web.
• Era of social commerce. Sociale netwerk sites zullen invloedrijker zijn dan corporate websites. Merken
zullen inspelen op de interesses van de community en zullen de community gebruiken voor het ontwik-
kelen van producten.
Figuur 2: De vijf tjdperken van het sociale web
Social networks Social networks
Websites
Era of social relatonships
Social networks Social networks
Websites
Era of social functonality
Social networks Social networks
Websites
Era of social colonizaton
Social networks Social networks
Websites
Social networks Social networks
Websites
Era of social context
Era of social commerce
Applicatons
Context
Shared ID Shared ID
Shared social experience
Context
Widgets
Bron: Owyang, J.K. (2009).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 10
Men moet zich echter realiseren dat deze tjdperken elkaar niet in een rechte lijn opvolgen maar elkaar
overlappen (zie fguur 3). Zo is de ‘era of social relatonships’ ondertussen volwassen en zijn we de ‘era of
social functonality’ binnengetreden (deze functoneert echter nog niet optmaal). Ook is er al een duidelijke
start gemaakt met de ‘era of colonizaton’ en zien we verschijnselen van de ‘era of social context’. Naar
verwachtng zal het dan ook niet lang duren voor de ‘era of social commerce’ zijn intrede gaat doen.
26
Figuur 3: Tijdsweergave van de vijf overlappende tjdperken
Era of social relatonships
Start: 1995
Maturity: 2003 to 2007
Start: 2007
Maturity: 2010 to 2012
Era of social functonality
Start: 2009
Maturity: 2011
Era of social colonizaton
Start: 2010
Maturity: 2012
Era of social context
Start: 2011
Maturity: 2013
Era of social commerce
2006 2007 2008 2009 2010
Note: these eras are not sequental but overlapping
2011 2012 2013 2014
Bron: Owyang, J.K. (2009).
2.2: Componenten van het sociale web
In 2003, toen social media nog in de kinderschoenen stond, sprak Stewart Buterfeld op zijn blog over de
opkomst van social sofware
27
. Hij beschreef social sofware als een vorm van sofware die communicate
op het web faciliteert. Volgens hem bestond social sofware uit een combinate van de volgende compo-
nenten:
• Identty. Een manier om mensen in het systeem te kunnen identfceren.
• Presence. Een manier om te weten te komen wie online of beschikbaar is.
• Relatonships. Een manier om te zien op welke wijze gebruikers binnen het sociale web aan elkaar
gerelateerd zijn (bijvoorbeeld via Flickr, als vrienden, of via professionele contacten).
• Conversatons. Een manier om met elkaar praten.
• Groups. Een manier om groepen (communites) te vormen op basis van bepaalde interesses.
Deze lijst is later aangevuld door Mat Web met nog twee componenten:
28
• Reputaton. Een manier om te herkennen wat de status is van iemand op het sociale web (bijvoorbeeld
of iemand een nete burger is of betrouwbaar is).
• Sharing. Een manier om dingen te delen die relevant zijn voor gebruikers, zoals foto’s of video’s.
26 Owyang, J.K. (2009).
27 Buterfeld, S. (2003).
28 Web, M. (2004).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 11
Anno 2011, nu we niet meer spreken over
social sofware maar over social media, wordt
deze lijst met zeven componenten frequent
gebruikt door mensen die schrijven en spreken
over social media. In fguur 4 zien we de com-
ponenten van het sociale web weergegeven in
het honingraat model van Peter Morville
29
. Vol-
gens informate-architect Gene Smith, die deze
lijst van componenten (en het hiernaast weer-
gegeven fguur) herhaaldelijk gebruikt in zijn
seminars, heef niet iedere verschijningsvorm
van social media al deze componenten in zich,
maar bevaten de meeste applicates wel twee
of drie van deze componenten
30
. Moderne
social media applicates hebben de meeste van
deze componenten wel in zich, maar focussen
op één aspect. Zo ligt de focus van Twiter bij
het volgen van nieuwtjes (presence), die van
LinkedIn bij het volgen van relates (relaton-
ships), en die van Flickr bij het delen van foto’s
(sharing)
31
.
2.3: De bekendste social media bronnen
Er zijn verschillende soorten social media bronnen. Het meest bekend zijn de ‘social network sites’. Een
social network is een groep van mensen of organisates die online een ‘community’ (gemeenschap) vor-
men. Op een social network site maak je een profel aan en koppel je deze aan de profelen van anderen,
waardoor een netwerk ontstaat waarbinnen je met elkaar in contact kan treden en informate kan uitwis-
selen
32
. De grootste social network sites in Nederland zijn: Facebook, Twiter en LinkedIn (internatonaal)
en het Nederlandse Hyves.
Een andere social media bron is een ‘blog’ of ‘weblog’. Een blog is een website waarop regelmatg nieuwe
berichten worden geplaatst, al dan niet gecombineerd met foto, video of audio materiaal. De auteur van
een blog wordt ook wel een blogger genoemd, en houdt op zijn blog een soort logboek bij. Het nieuwste
bericht is altjd bovenaan te vinden. Bij de meeste blogs kan men reageren op de geplaatste berichten
33
.
Bekende blogs in Nederland zijn: geenstjl.nl, bright.nl, elsevier.nl en nrcnext.nl.
Een social media bron die steeds populairder wordt is het zogenaamde ‘internetorum’. Een internet-
forum is een publieke discussiepagina op het internet. Bij de meeste fora kan je in een hoofdpagina
kiezen uit verschillende onderwerpen waarop je kan reageren. Het reageren gebeurt via een formulier.
29 Het oorspronkelijke model, dat door Peter Morville is ontwikkeld voor het verbeteren van websites, bestaat uit zeven onderdelen
(useful, usable, fndable, credible, desirable, accessible & valuable) die weergeven waaraan een goede website moet voldoen
(Bron: Coolen, C (2008).)
30 Smith, G. (2007).
31 Ibid.
32 Wikipedia (2011a).
33 Wikipedia (2011b).
Figuur 4: Componenten van het sociale web
Flickr Twiter Digg
Sharing
Presence
Identty
Groups
Conversatons Reputaton
Relatonships
Bron: Smith, G. (2007).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 12
Ook kunnen er nieuwe onderwerpen aangedragen worden of kan je een oplossing vragen voor een spe-
cifek probleem. Er zijn fora waar je je eerst moet registreren. Op andere fora kunnen berichten worden
geplaatst zonder vooraf te registreren. Een moderator houdt in de gaten wat er op het forum gebeurt en
kan bepaalde berichten, indien nodig, verwijderen, of bepaalde personen uitsluiten zodat ze geen berichten
meer kunnen plaatsen
34
. Bekende Nederlandse fora zijn: fok.nl, stand.nl, trosradar.nl en kassa.vara.nl.
Op ‘Nieuwssites’ kunnen mensen steeds vaker reageren op een bepaald nieuwsartkel. Hierdoor worden
ook nieuwssites tot social media gerekend. Tevens kan je artkelen van nieuwssites delen met anderen via
bijvoorbeeld Facebook, Twiter of Hyves. Bekende Nederlandse nieuwssites zijn: nu.nl, detelegraaf.nl, ad.nl
en volkskrant.nl.
Voor het delen van foto’s, video’s en muziek (podcasts) kan je terecht op een van de vele foto-, video- of
audiosites. Voorbeelden van fotosites zijn Mobypicture en Yo2. YouTube is de meest bekende videosite;
iedereen kan op deze site (zelf gemaakte) flmpjes plaatsen en bekijken. Andere voorbeelden van videosi-
tes zijn: Zideo, Dik.nl en Feeb. Voor het beluisteren van podcasts kan je sites bezoeken als iTunes, of sites
van radiostatons als radio 538 of de Nederlandse Pubieke Omroep, die radioprogramma’s als podcast ter
beschikking stellen
35
.
34 Wikipedia (2011c).
35 Wikipedia (2011d).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 13
Veel onderzoekers hebben zich de afgelopen jaren beziggehouden met vragen omtrent de gebruikers van
social media. In de onderstaande paragrafen bespreken we verschillende dimensies van de social media
gebruiker: persoonskenmerken, sociaal-economische factoren, mate van partcipate, verschillende typen
‘infuencers’, motvate voor het gebruik van social media, en hoe verschillende soorten gebruikers aankij-
ken tegen social media en privacy.
3.1: Persoonskenmerken
Dr. Amichai-Hamburger, sociaal-psycholoog en directeur van het Israëlische Centre for Internet Psychology,
heef veelvuldig onderzoek gedaan naar de impact van internet op het welzijn van mensen. Studies van
Amichai-Hamburger et al. (2002) naar Internet and personality en Amichai-Hamburger & Ben-Artzi (2003)
naar Lonelyness and internet use toonde aan dat online actviteiten gerelateerd zijn aan persoonsken-
merken als introversie en neurotcisme. De verklaring die voor deze resultaten werd gegeven, was dat de
anonimiteit van het internet aantrekkelijk was voor mensen die zich niet comfortabel voelen met zichzelf en
moeilijk contact maken met anderen.
De huidige social media applicates hebben echter een andere situate gecreëerd; een situate waarin het
niet langer draait om anonimiteit, maar juist om het leggen van contacten en het uiten van persoonlijkheid.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat uit recent onderzoek van Ross et al. (2009) naar Personality and mot-
vatons associated with Facebook use is gebleken dat juist mensen met een extravert karakter meer gebruik
maken van Facebook dan mensen met een introvert karakter
36
. Ander recent onderzoek (2009) naar
Personality and social media use van Correa et al., een team wetenschappers van de Universiteit van Texas,
bevestgt dat mensen met een extravert karakter meer gebruik maken van social media. Uit dit onderzoek
bleek tevens dat mensen die open staan voor nieuwe ervaringen meer gebruik maken van social media.
Social media wordt door velen nog gezien als relatef nieuw, en mensen die openstaan voor nieuwe erva-
ringen zijn daarom eerder geneigd social media te gebruiken. Een derde uitkomst van dit onderzoek was
dat mensen die emotoneel instabiel zijn meer gebruik maken van social media. Er werd geredeneerd dat, al
draait social media dezer dagen niet zo zeer meer om anonimiteit, het door velen wel wordt gezien als een
type media waarbij je meer tjd hebt om na te denken over een eventuele reacte. Dit wordt als aantrekke-
lijk ervaren door mensen die kenmerken van emotonele instabiliteit vertonen zoals neurotcisme
37
.
3.2: Sociaaleconomische factoren
Naast persoonskenmerken spelen ook factoren als geslacht, leefijd, sociale klasse en etniciteit een rol in
het gebruik van sociale media. Onderzoek in de Verenigde Staten (2009)
38
heef uitgewezen dat vrouwen
meer gebruik maken van Facebook en MySpace en meer blogs lezen, terwijl mannen juist de kroon spannen
als het gaat om het gebruik van LinkedIn. De gemiddelde leefijd van LinkedIn gebruikers is 40.6 jaar, die van
MySpace gebruikers een stuk lager, namelijk 33.0 jaar. Facebook en Twiter gebruikers, evenals lezers van
blogs, liggen hier qua leefijd tussenin (respectevelijk 37.1, 35.5 en 38.3 jaar). Het gemiddelde inkomen van
LinkedIn gebruikers ligt een stuk hoger dan dat van gebruikers van Facebook, MySpace, Twiter en lezers
36 Ross, C. et al (2009).
37 Correa, T. et al. (2009).
38 BIGresearch (2009).
3: De social media gebruiker
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 14
van blogs. Als men kijkt naar etnische achtergrond, dan bleek uit dit onderzoek dat blanke Amerikanen veel
meer gebruik maken van social media dan Amerikanen met een Spaanse achtergrond, Afro-Amerikanen en
Aziatsche Amerikanen. Recent onderzoek van Pew Internet (2011)
39
heef echter uitgewezen dat Latno’s
en Afro-Amerikanen in gelijke mate of zelfs meer gebruik maken van grote social media platormen. Het lijkt
er dus op dat deze etnische minderheidsgroeperingen een inhaalslag aan het plegen zijn als het gaat om het
gebruik van social media.
Uit gegevens van STIR
40
, dat maandelijks onderzoek doet naar het bereik van honderden websites op het
Nederlandse web, blijkt dat 84.2% van de Nederlandse mannen en 77. 3% van de Nederlandse vrouwen
actef is op het internet. Van de Nederlandse jongeren (13-34 jaar) is 94.4% actef op het internet, onder
50-plussers is het gebruik van internet het laagst (64.1%). Het blijkt tevens dat mensen met een hogere
opleiding meer gebruik maken van het internet dan mensen met een lagere opleiding, en dat mensen die
behoren tot een hogere welstandsklasse meer gebruik maken van het internet zijn dan mensen die behoren
tot een lagere welstandsklasse.
3.3: Mate van partcipate
Niet iedere burger is dus in dezelfde mate aanwezig en actef op het sociale web. Een veel gebruikte
methode waarbij internetgebruikers worden ingedeeld naar de mate van online partcipate, is de Social
Technographics ladder van Forrester (zie fguur 5).
41

Onderaan de ladder staan de ‘Inactves’; mensen
die wel aanwezig zijn op het internet, maar enkel
voor het bezoeken websites en om gebruik te
maken van e-mail. Op de tweede trede van de lad-
der vindt men de ‘Spectators’; mensen die blogs en
forums lezen, podcasts beluisteren, video’s bekij-
ken, online forums lezen en klantbeoordelingen
lezen. Een trede hoger staan de ‘Joiners’; mensen
die social network sites bezoeken en daar een
profel onderhouden. Weer een trede hoger vindt
men de ‘Collectors’; mensen die RSS feeds gebrui-
ken, polls invullen en foto’s of websites taggen.
‘Critcs’ zijn de mensen die reviews van producten
of diensten plaatsen, op andermans blog reageren,
een bijdrage leveren aan online forums en bijdra-
gen aan artkelen op wiki’s. Helemaal bovenaan
de ladder vindt men de ‘Creators’; mensen die een
eigen blog hebben, zelf websites creëren en die zelf
video’s, muziek en artkelen plaatsen.
42
39 Pew Internet (2011).
40 STIR (2010).
41 Li, C. & Bernof, J. - Forrester Research (2008).
42 Ibid.
Figuur 5: Social Technographics Ladder
• Publish a blog
• Publish your own Web pages
• Upload video you created
• Upload audio/music you created
• Write artcles or stories and post them
• Post ratngs/reviews of products or services
• Comment on someone else’s blog
• Contribute to online forums
• Contribute to/edit artcles in a wiki
• Use RSS feeds
• ‘Vote’ for Web sites online
• Add ‘tags’ to Web pages or photos
• Maintain profile on a social networking site
• Visit social networking sites
• Read blogs
• Listen to podcasts
• Watch video from other users
• Read online forums
• Read customer ratngs/reviews
None of the above
Creators
Critcs
Collectors
Joiners
Spectators
Inactves
Bron: Li, C. & Bernof, J. - Forrester Research (2008).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 15
Figuur 6a, b en c geven de Social Technographics profelen weer van de Nederlandse internetgebruikers.
Figuur 6a: Social Technographics profel Nederland
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Creators
Critcs
Collectors
Joiners
Specators
Inactves
Bron: Forrester Research (2010).
Figuur 6b: Social Technographics profel Nederland, man-vrouw
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Man
Vrouw
Creators
Critcs
Collectors
Joiners
Specators
Inactves
Bron: Forrester Research (2010).
Afeelding 6c: Social Technographics profel Nederland, leefijden
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
18-24
25-34
35-44
45-54
55+
Creators
Critcs
Collectors
Joiners
Specators
Inactves
Bron: Forrester Research (2010).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 16
Zoals men kan zien in fguur 6a, is het aantal Nederlandse internetgebruikers dat niets doet met social
media, de ‘Inactves’, vrij klein (27%). Het grootste gedeelte van de Nederlandse internetgebruikers wordt
gevormd door mensen die wel dingen lezen en bekijken op het sociale web (‘Spectators’) of al wel een
profel hebben op een sociale netwerk site (‘Joiners), maar zelf niet reageren op berichten, foto’s taggen,
blogs posten et cetera. Wat opvalt in fguur 6b, is dat in vergelijking met de algehele Nederlandse inter-
netpopulate, mannen zich meer begeven in de groepen ‘Spectators’, ‘Collectors’, ‘Critcs’ en ‘Creators’ en
vrouwen zich vooral begeven in ‘Joiners’ en ‘Inactves’ groepen. Hieruit kunnen we afeiden dat vrouwen
(nu nog) minder actef zijn op het sociale web dan mannen. Dit kan echter snel veranderen. Als we kijken
naar leefijdsverdeling (fguur 6c), dan zien we dat in de actevere groepen mensen met een jonge leefijd
oververtegenwoordigd zijn, terwijl de ‘Inactves’ groep grotendeels wordt gevuld met oudere internetge-
bruikers. Er moet echter wel bij gezegd worden dat zelfs van de 55-plussers nog 50% behoort tot de ‘Spec-
tators’, wat aangeef dat ook in deze groep er nog grote interesse bestaat voor social media.
3.4: Verschillende typen ‘infuencers’
Niet iedereen die zich op het sociale web begeef is even invloedrijk. In zijn boek The Tipping Point beschrijf
Simon Gladwell verschillende vormen van ‘infuencers’ (invloedrijke personen), de zogenoemde ‘Connec-
tors’, ‘Mavens’ (experts) en ‘Salespersons’. Deze verschillende typen infuencers hebben alle drie andere
kenmerken en kwaliteiten die bepalend zijn voor de invloed die ze uitoefenen op het sociale web.
‘Connectors’ zijn mensen die veel connectes hebben; ze kennen veel en verschillende soorten mensen
waar ze in meer of mindere mate een band mee hebben. Hun invloed komt dus vooral voort uit het grote
netwerk dat ze hebben
43
.
‘Mavens’ zijn mensen die een neus hebben voor alles wat nieuw en interessant is. Ze zijn invloedrijk omdat
ze een nieuw product of informate razendsnel oppikken en hun omgeving hier mee in contact brengen
44
.
Tot slot zijn ‘Salespersons’ mensen die goed zijn in het verkopen van iets. Hun invloed schuilt in hun kracht
om mensen te verleiden en te betrekken bij een onderwerp
45
.
3.5: Motvate voor het gebruik van social media
Er zijn veel redenen aan te dragen waarom mensen gebruik maken van social media. Onderzoeksbureau
Forrester geef de volgende redenen voor social media partcipate:
46
• Het bijhouden van vriendschappen. Mensen willen graag weten hoe het met vrienden en bekenden gaat
en waarderen het op hun beurt als mensen zich interesseren voor hun leven.
• Het maken van nieuwe vrienden. In alle lagen van de bevolking zien we dat mensen zich aanmelden bij
een social network, niet alleen om relates te onderhouden, maar ook om nieuwe relates te laten ont-
staan.
• Toegeven aan sociale druk van bestaande vrienden. Mensen die zich begeven in de wereld van de social
media willen dat hun omgeving dat ook doet. Al zijn mensen zelf nog niet actef op het sociale web, hun
vrienden, kinderen of sportmaatjes zijn dat wel en zullen anderen vragen mee te doen.
• Het is waardevol. Een website kan al snel nutg zijn voor mensen. Als mensen ondervinden dat een web-
site ook iets voor hen kan betekenen, zijn ze snel geneigd een bijdrage te willen leveren, vooral als het
gemakkelijk is om bij te dragen.
43 Rohde, C. (2009).
44 Ibid.
45 Ibid.
46 Li, C. & Bernof, J. - Forrester Research (2008).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 17
• Onbaatzuchtge impuls. Er zijn veel voorbeelden van mensen die bijdragen aan social media simpelweg
omdat ze social media de moeite waard vinden.
• Entertainmentmpuls. Mensen zijn interessant om naar te kijken en over te lezen, en op het sociale web
ligt alles voor het oprapen.
• Createve impuls. Voor veel mensen is het sociale web een uitstekend platorm om hun creatviteit te
uiten en om hier reactes op te krijgen.
• Erkenningsimpuls. Mensen vinden het fjn als hun kennis en creatviteit wordt gewaardeerd. Erkenning is
dan ook een sterke drijfveer voor sociale netwerken en vooral voor bloggers. Mensen geven zich bloot en
de community stelt hen gerust over hun plek in de wereld.
• Afniteitsimpuls. Mensen begeven zich graag in een omgeving met gelijkgestemden. Op het sociale web
is het makkelijk om jezelf te verbinden aan mensen met wie je afniteit hebt.
IT-professional Andreas Richter heef de piramide van Maslow
47
gebruikt voor een analyse van de motvate
voor het gebruik van social media. Hierbij zijn volgens hem de volgende lagen van de piramide belangrijk:
48
• Behoefe aan zekerheid. Vergelijkingssites, klachtenfora en dergelijke zorgen ervoor dat bedrijven extra
hun best doen om goed voor de dag te komen, wat consumenten meer zekerheid geef.
• Behoefe aan sociaal contact. Deze behoefe komt het sterkst naar buiten in het gebruik van social net-
work sites.
• Behoefe aan waardering en erkenning. Acteve leden van communites worden over het algemeen
meer gewaardeerd dan niet-acteve leden. Deze waardering draagt bij aan hun status.
• Behoefe aan zelfontplooiing. Social media als YouTube bieden rijke ervaringen die bij kunnen dragen
aan iemands mentale en persoonlijke groei.
Naast verschillende theorieën die zijn ontwikkeld over de motvate van social media gebruikers, is er de
afgelopen jaren door onderzoekers veel data verzameld over dit onderwerp. In fguur 7 worden de resul-
taten weergegeven van de Global Web Index (2010), een studie naar social media gebruik die twee maal
per jaar wordt uitgevoerd onder 32.000 consumenten in 16 landen. Uit dit onderzoek bleek dat een groot
deel van de social media gebruikers (meer dan 40%) social media gebruikt voor het volgen van nieuws, voor
onderzoek naar producten, om met vrienden in contact te blijven of om uit te vinden hoe men iets moet
doen. Ook het doen van onderzoek voor werk, entertainment, scholing, inspirate opdoen voor actviteiten,
het vinden van muziek, vrienden up-to-date houden van huidige bezigheden en netwerken voor het werk
wordt door meer dan 20% van de social media gebruikers opgegeven als motvate voor het gebruik van
social media
49
.
47 De piramide van Maslow is een door Abraham Maslow in 1943 gepubliceerde hiërarchische ordening van behoefen. De onderste laag wordt
gevormd door lichamelijke behoefen, de tweede laag door behoefe aan veiligheid en zekerheid, de derde laag door behoefe aan sociaal
contact, de vierde laag door behoefe aan waardering en erkenning en de bovenste laag door zelfontplooiing (bron: Wikipedia).
48 Richter, A. (2007).
49 Trendstream (2010).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 18
Figuur 7: Motvate social media gebruikers
Stay up to date on news/events
Research/find products to buy
Stay in touch with friends
Research how to do things
Research for work
Entertainment
Educaton
To get inspired/get ideas
Fill up spare tme
Find music
Keep my friends up to date with my life
Networking for work
Find films/TV shows
Share my opinions
Organise my life
Express myself
Play games
Share content
Promote something
Meet new people
Take on a different personality
0% 5% 10% 15% 20% 25%
% Very important
30% 35% 40% 45% 50%
Bron: Trendstream (2010).
3.6: Privacy en social media
Privacy speelt een steeds belangrijkere rol in discussies rondom het gebruik van social media. Elke social
media gebruiker is uniek, maar gelet op hoe social media gebruikers aankijken tegen privacy, weet Laura
Coggins op haar blog vier typen gebruikers te onderscheiden:
50
• The Exhibitonist. Dit is een persoonlijkheidstype dat ervan houdt om te delen. Al zijn informate is open
voor het publiek. Het is iemand die met zoveel mogelijk mensen een open vorm van communicate wil
onderhouden. Dit type vind je vooral op Twiter, waar allerlei informate openlijk gedeeld kan worden
met anderen.
• The Professional. Dit type is wat voorzichtger als het gaat om social media. Deze persoon houdt zijn
profel wel open en deelt informate over zichzelf, maar zorgt er altjd voor dat de informate die hij deelt
een professioneel beeld van hem geef. Dit is het type dat je vooral terugvindt op LinkedIn.
• The Mafoso. Dit is het soort type dat belangrijke informate voor zich houdt, behalve voor mensen die
bij zijn ‘familie’ horen. Hij heef privacybeperkingen ingesteld voor zijn profelen op bijvoorbeeld Face-
book.
• The Boo Radley. Een persoonlijkheidstype dat geen waarde ziet in social media.
50 Coggins, L. (2011).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 19
Onder reputatemanagement wordt verstaan: ‘de strategie om een gunstg imago bij doelgroepen op te
roepen of een ongunstg imago te vermijden’
51
. Belangrijke determinanten van een reputate zijn: commu-
nicate, klantgerichtheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en kwaliteit van producten en diensten.
Elk bedrijf of organisate streef naar een positef imago, een negatef imago kan namelijk leiden tot wan-
trouwen.
Er zijn verschillende vormen van reputatemanagement:
52
• Tactsch-defensief reputatemanagement. Deze vorm van reputatemanagement wordt toegepast als
een bedrijf of organisate beschuldigd wordt van overtreding van een wet of norm, of geconfronteerd
wordt met een ramp of andere onaangename gebeurtenis. Reputatemanagement is in dit geval gericht
op het voorkomen van beschadiging van het merk of de naam van de organisate.
• Tactsch-assertef reputatemanagement. Deze vorm van reputatemanagement is vooral gericht op
korte-termijnversterking van het merk of de naam van de organisate. Door het verstrekken van positeve
informate over het merk of de organisate wordt gestreefd naar een onmiddellijke beloning in de vorm
van sympathie of respect.
• Strategisch-defensief reputatemanagement. Een strategie die erop is gericht niet negatef op te vallen
te midden van andere organisates. Er wordt een interne standaard gesteld die niet uitgaat boven het
gemiddelde van de bedrijfstak. Strategisch-defensief reputatemanagement is er dus vooral op gericht
dat men zich aan de geldende regels houdt.
• Strategisch-assertef reputatemanagement. Hier draait het om investeringen over een lange termijn die
gericht zijn op het creëren en behouden van een positef imago.
Met de opkomst van social media is de beeldvorming van een bedrijf of organisate steeds vaker overgele-
verd aan de publieke opinie; je bent wat men vindt dat je bent. De taak van een reputatemanager is steeds
meer gericht op het herkennen van de online opinie en het zo goed mogelijk in kunnen spelen op deze
opinie. De belangrijkste elementen van online reputatemanagement zijn het monitoren van online berich-
ten over het bedrijf of de organisate, het controleren van de inhoud van de berichten en het eventueel
reageren hierop.
4.1: Social media monitoring
Social media monitoring helpt ons te zien hoe er over het bedrijf of de organisate wordt gedacht en welke
discussies er spelen: waarover zijn mensen enthousiast? Wat zit mensen dwars? Waar kan op verbeterd
worden? Et cetera.
4.1.1: Waarom social media monitoring?
Bedrijven en organisates geven van oudsher grote bedragen uit aan het ‘luisteren’ naar hun klanten.
Onderzoek in de Verenigde Staten heef uitgewezen dat door bedrijven jaarlijks ongeveer 15 miljard dollar
51 Floor, J.M.G. & Raaij, W.F. van (2006). Marketngcommunicate strategie. Wolters-Noordhof bv: Groningen/ Houten, Nederland, vijfde druk,
p. 401.
52 Floor, J.M.G. & Raaij, W.F. van (2006).
4: Online reputatemanagement
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 20
wordt uitgeven aan marktonderzoeken
53
. Veelgebruikte methodes zijn het verspreiden van vragenlijsten via
e-mail, telefoon of het internet, en het werken met focusgroepen.
Al valt er veel informate uit deze vormen van marktonderzoek te halen, reactes die mensen geven bij het
invullen van vragenlijsten zijn niet spontaan. Tevens kunnen mensen je alleen iets vertellen over punten
waar jij vragen over hebt gesteld, terwijl juist die punten waar je niet aan gedacht hebt uitermate interes-
sant kunnen zijn. Daarbij komt dat veel mensen niet de moeite nemen om vragenlijsten in te vullen of mee
te doen aan een focusgroep
54
. Het zou daarom mooi zijn als een bedrijf of organisate haar klanten zou
kunnen observeren in hun natuurlijke omgeving, terwijl ze converseren met het bedrijf of de organisate, de
compette en elkaar. Dankzij de opkomst van social media is dit mogelijk. Mensen die actef zijn in de social
media geven dagelijks hun mening over tal van zaken; ze bloggen over jouw product of dienst en plaatsen
er flmpjes over op YouTube, ze praten in discussieforums over jouw bedrijf of organisate en over de manier
waarop er om wordt gegaan met klanten et cetera. Al deze informate ligt voor het oprapen.
Forrester Research heef een aantal redenen op een rij gezet waarom het belangrijk is voor een bedrijf of
organisate om te luisteren naar de online berichtgeving:
55
• Vind uit waar je merk of dienst voor staat. Jij weet wat de boodschap is die je wilt verspreiden, maar is
dat dezelfde boodschap die je klanten bediscussiëren?
• Begrijp hoe de ‘buzz’ zich verplaatst. Als je begint met luisteren heb je een basis, als je blijf luisteren,
kan je de veranderingen begrijpen.
• Bespaar geld voor onderzoek en verhoog het aantal reactes. Als je bedrijf of organisate een vast
onderzoeksbudget heef zou een deel daarvan besteed moeten worden aan luisteren. Social media moni-
toring is sneller dan het versturen van vragenlijsten en geef je de mogelijkheid om door te vragen en om
informate te vergaren die je anders niet had gekregen.
• Vind de factoren die invloed hebben op jouw markt. Wie praat er over jouw product? Zijn het de
bloggers die veel invloed uitoefenen of zijn het vooral de discussieforums? Is er iemand een community
begonnen rond jouw product, dienst of organisate op Facebook?
• Manage een PR-crisis. Mocht je bedrijf of organisate negatef worden beoordeeld op het sociale web,
dan merk je dit eerder op als je luistert. Zo kan social media monitoring ook fungeren als een ‘early-
warning system’.
• Genereer ideeën over een nieuw product of dienst. Jouw klanten maken contnu gebruik van jouw
dienst of product, wat ze op veel interessante ideeën kan brengen. Vaak bieden ze deze ideeën grats aan
op het sociale web. Pik ze op en maak er gebruik van.
4.1.2: Social media monitoring plan
Als een bedrijf of organisate gaat starten met social media monitoring is het belangrijk om een gedegen
plan op te zeten. Een aantal tps voor een goed social media monitoring plan:
56
• Bepaal het Social Technographics profel van je doelgroep. Social media monitoring is vooral efectef
als je doelgroep actef is op de social media. Bepaal daarom eerst waar je doelgroep zich bevindt op de
Social Technographics ladder.
53 Honomichl Global Top 25. The world’s leading marketng research frms (2007).
54 Li, C. & Bernof, J. - Forrester Research (2008).
55 Ibid.
56 Ibid.
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 21
• Begin klein en denk groot. Social media monitoring kan al snel een grote operate worden. Begin daarom
met het monitoren van een segment van je bedrijf of organisate, product of dienst. Wees echter wel
voorbereid op een groeiende vraag binnen je bedrijf of organisate naar social media monitoring.
• Zorg er voor dat je een enthousiast en ervaren team hebt. Social media monitoring is voor velen een
nieuwe wereld. Een ervaren team is in dit geval van essenteel belang.
• Kies een senior om de informate te interpreteren en te integreren met andere informatebronnen.
Door te luisteren kan je veel informate verkrijgen, maar deze informate komt niet zomaar in iemands
oren terecht. Zorg dat er iemand is om de rapporten te lezen, de informate te interpreteren en deze te
koppelen aan informate die is verkregen uit andere bronnen.
4.2: Webcare
Naast het volgen van online berichtgeving kan een bedrijf of organisate afwegen of er een reacte nodig is
op een specifek bericht. Dit wordt ook wel webcare genoemd: het actef in contact treden met online bur-
gers of consumenten om zo de online reputate van het bedrijf of de organisate te beschermen
57
.
4.2.1: Waarom webcare?
Op het internet wordt er over van alles gesproken. Hierbij gaat het veelal om klachten of uitngen van frus-
trate. Geen enkel bedrijf of organisate wil negatef in het nieuws komen, en als dit toch gebeurt wil men
kunnen reageren.
Volgens Social Inc., een full-service bureau gespecialiseerd in social media, heef webcare de volgende
doelen
58
:
• Crisismanagement: het beperken van reputateschade, het verbeteren van klantervaringen. In het
geval van een crisis wordt er veel over een merk of bedrijf gesproken op het sociale web. Pik deze berich-
ten op, geef de correcte informate en toon betrokkenheid. Hierdoor voorkom je lange termijn imago-
schade.
• Service verlenen: het verhogen van de klantevredenheid, het verbeteren van de Net Promoter Score
(NPS
59
). De nieuwe generates verwachten in toenemende mate dat je bedrijf of dienst service verleent
via het internet. Goede online service biedt ook kansen om op te vallen en is goedkoper dan een callcen-
ter.
• Innovate: omgaan met nieuwe klantdialoog, PR. Webcare biedt de mogelijkheid om conversate over je
merk, bedrijf of organisate op te pikken en om op een innovateve manier deel te nemen aan de conver-
sate.
UPC is een van de voorlopers op het gebied van webcare. In 2006 zete dit bedrijf als een van de eerste
een webcare-team op om de klagende online klanten te helpen. Het imago van UPC was destjds tot een
dieptepunt gedaald. Al waren de problemen die ten grondslag lagen aan de slechte reputate verholpen,
UPC leek niet van de slechte beeldvorming af te komen
60
. Bij UPC merkten ze dat er steeds meer klanten op
het internet over UPC spraken; berichten die het imago zouden kunnen schaden, maar ook berichten over
hoe je bijvoorbeeld een modem open kan sleutelen. Een beweging naar ‘2.0 marketng’ was volgens Marco
Vianen, destjds VP Customer Operatons bij UPC, iets waar de markt om vroeg
61
. En dus werd het webcare-
57 Rohde, C. (2009).
58 Social Inc. (2010).
59 De Net Promoter Score is een management tool die wordt gebruikt om de loyaliteit van klanten aan te geven (Source: Wikipedia).
60 UPC (2009).
61 Janssen, F. (2008).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 22
team in het leven geroepen. Service via het web kent volgens Vianen een groot aantal voordelen. Zo kan je
van een klacht een ‘Wow! Ervaring’ maken en worden goede en positeve ervaringen ook doorverteld. Een
webcare-team heef volgens Vianen tevens een lage workload en een hoog bereik
62
.
Veel bedrijven hebben inmiddels webcare-teams ingezet om negateve beeldvorming in online media tegen
te gaan. Zo werd UPC al snel gevolgd door o.a. Vodafone, KPN en Ziggo
63
. Ook Dell computers heef de
waarde van webcare aan den lijve ondervonden; toen het bedrijf
bijna kapot dreigde te gaan aan klachten die in blogvorm op het
internet werden geplaatst, heef het een webcare-team opgezet die
deze neerwaartse spiraal wist om te zeten in een opwaartse
64
.
65
4.2.2: Het bepalen van een webcare strategie
Voor het efectef inzeten van webcare is een goede strategie van essenteel belang. Net als bij het bepalen
van een social media monitoring plan, is het bij het bepalen van een webcare-strategie belangrijk om het
Social Technographics profel van je doelgroep vast te stellen. Door uit te vinden waar je doelgroep zich
bevindt op deze ladder, kan je bepalen wat voor soort relate je op wilt bouwen met de doelgroep.
Als je vervolgens aan de slag gaat met webcare zijn er een aantal dingen die je goed in de gaten moet
houden:
66
• Interacte. Waar vindt de interacte plaats; op welke websites wordt het meeste over je producten of
diensten gesproken? Wat is de doelgroep van die websites en wat is de bijbehorende insteek? Wat is de
toon van de berichten en het doel van de community (problemen aan het licht brengen of simpelweg
schelden)?
• Populariteit. Hoeveel bezoekers hebben deze websites? Wat is het bereik van de websites?
• Experts. Wie beheren de websites en wat voor rol hebben zij in conversates?
Naast een analyse van de websites waarop discussies plaats vinden, is het belangrijk om te analyseren wie
de invloedrijke personen zijn op het sociale web. Hierbij moet je rekening houden met het volgende:
67
• Bereik. Wat is het aantal connectes van een persoon?
• Snelheid. Wat is de snelheid waarmee content door een netwerk wordt verspreid?
• Interacte. Wat is de mate van interacte?
• Reputate. Wat is de reputate van een persoon op verschillende sociale netwerken?
• Kwaliteit van het netwerk. Hoe lang bestaat een connecte? Hoe loyaal zijn de mensen binnen het net-
werk? Hoeveel bruikbaars komt er uit een netwerk?
Door jezelf als webcare-medewerker contnu deze vragen te stellen krijg je meer inzicht in wat de beteke-
nis en mogelijke impact van berichten is. Dit is van groot belang voor het bepalen van een mogelijke reac-
te. Wat betref het reageren is het tevens verstandig om vooraf te bepalen wat het reactebeleid van een
webcare-team is: waarop zal gereageerd moeten worden, hoe wordt er gereageerd en door wie?
62 Ibid.
63 Riet, F. van (2009).
64 Online ambite (zonder jaartal).
65 Social Inc. (2010).
66 Riet, F. van (2009).
67 Bijl, F. (2009).
‘An entre generaton is growing up
that will never dial a 1-800 number
to reach Customer Care’
65
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 23
4.3 Het gebruik van social media monitoring en webcare technologie
Het analyseren van gegevens van het sociale web brengt ook problemen met zich mee. Zo hoor je alleen
de verhalen van mensen die actef zijn in de social media en die bereid zijn iets over jouw organisate te
zeggen. De informate die je verkrijgt is dus niet representatef. De vele berichten die dagelijks verschijnen
op het sociale web vormen echter een vaste bron van informate waarvan het jammer zou zijn als je die zou
laten liggen.
Een tweede probleem is de hoeveelheid aan informate. Er is zoveel informate beschikbaar in de social
media dat het bijna niet te doen lijkt om er precies die informate uit te halen die je nodig hebt. Om de
grote stroom aan berichten op het sociale web te kunnen beheersen, zal je gebruik moeten maken van
technologie die de informate in de juiste vorm giet
68
. Met professionele monitoring tools als Coosto kan je
meten hoeveel online berichten er zijn verschenen over een bedrijf of organisate, welk sentment aan deze
berichten is gekoppeld, welke onderwerpen eruit springen, en waar de berichten vandaan komen.
Investeren in social media monitoring- en webcaretechnologie is zeker geen weggegooid geld. 88% van de
Europese communicateprofessionals vindt dat social media monitoring een integraal onderdeel moet zijn
van het communicateproces
69
. 36% van de marketeers had voor 2010 al geïnvesteerd in social media moni-
toring en/of webcare. Daarnaast was 66% van de marketeers van plan om in 2010 in social media monito-
ring en/of webcare te gaan investeren. Van deze groep wilde 40% hiervoor meer dan een vijfde deel van het
marketngbudget inzeten
70
. Ook bij overheden groeit langzaam het besef dat investeringen in social media
de moeite waard zijn; steeds meer ministeries, maar ook polite en gemeenten oriënteren zich op wat ze
met social media monitoring en webcare kunnen doen.
68 Ibid.
69 Wright, D.K. et al. (2009).
70 Beemster, R. (2010).
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 24
In dit paper hebben we u meegenomen door de wereld van social media en de mogelijkheden hiervan voor
bedrijven en organisates. Voor sommigen was dit misschien een reis door bekend gebied waarin men toch
weer nieuwe dingen wist te ontdekken. Voor anderen was het een trip in een nog onbekende wereld, een
wereld die na het lezen van dit paper hopelijk wat minder vreemd is.

Hoe men het ook wendt of keert, social media is niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij.
Gedrag van mensen wordt niet langer bepaald door wat zij zien of horen in de traditonele media, maar
ook door wat ze op het sociale web tegen komen. En op het sociale web wordt over van alles en nog wat
gesproken, ook over uw bedrijf of organisate.
Dit biedt enorm veel kansen. Zo kan men door te luisteren naar de social media inzicht verwerven in wat
de consument denkt over het bedrijf of de organisate, op tjd ingrijpen bij een crisis, klantervaringen en
klantcontact verbeteren, en ideeën oppikken voor verbetering van een product of dienst. Als uw bedrijf
of organisate in staat is om op deze ontwikkelingen mee te lifen, dan kan social media het bedrijf of de
organisate veel opleveren. Wordt echter besloten om deze ontwikkelingen te negeren, dan loopt men niet
alleen veel kansen mis, maar bestaat tevens het risico dat social media ongemerkt het imago van het bedrijf
of de organisate veel schade berokkent. Eric Qualman, schrijver van het boek Socialeconomics: How social
media transforms the way we live and do business, vat de rol van social media pakkend samen in de vol-
gende quote: ‘We do not have a choice whether we do social media, the queston is how well we do It’
71
. En
zo is het maar net.
71 Qualman, E. (2010).
Conclusie
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 25
Boeken
Floor, J.M.G. & Raaij, W.F. van (2006). Marketngcommunicate strategie (5
e
dr.). Groningen: Wolters-Noord-
hof.
Li, C. & Bernof, J. - Forrester Research (2008). Groundswell: winning in a world transformed by social tech-
nologies. Boston, United States of America: Harvard Business Press.
Richter, A. (2007). Web 2.0 and the business value behind it. Diploma Thesis. Nordestedt, Germany: Grin.
Artkelen en rapporten
Amichai-Hamburger, Y. (2002). Internet and personality. Computers in Human Behavior, 18, 1–10.
Amichai-Hamburger, Y. & Ben-Artzi, E. (2003). Loneliness and internet use. Computers in Human Behavior,
19, 71–80.
Berlo, D. van (2009). Ambtenaar 2.0. Nieuwe ideeën en praktsche tps om te werken in overheid 2.0. Uitgave
van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Boyd, D.M. & Ellison, N.B. (2008). Social network sites: defniton, history, and scholarship. Journal of
Computer-Mediated Communicaton, 13, 210-230.
Correa, T., Willard Hinsley, A., Zuniga, H.G. de (2009). Who interacts on the web?: The intersecton of users’
personality and social media use. Computers in Human Behavior, 26, 247-253.
Kaplan, A. M., Haenlein, M. (2010). Users of the world, unite! The challenges and opportunites of social
media. Business Horizons, 53, 59-68.
Ross, C., Orr, E. S., Sisic, M., Arseneault, J. M., Simmering, M. G., & Orr, R. R. (2009). Personality and motva-
tons associated with Facebook use. Computers in Human Behavior, 25, 578–586.
Schoondorp, M. (2010). Social media en de kansen voor het onderwijs. Uitgave van Surfnet/ Kennisnet
innovate-programma.
The internet in a cup. Cofee fuelled the informaton exchanges of the 17th and 18th centuries (2003, 18
december). The Economist.
Bronvermelding
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 26
Artkelen, rapporten en posts op het internet
Advanced Human Technologies (zonder jaartal). Infuence networks. Geraadpleegd op 15 April 2011 via:
htp://ahtgroup.com/services/networks/infuence
Beemster, R. (2010). Marketeers investeren massaal in social media monitoring. Geraadpleegd op 26 januari
2011 via: htp://www.adformate.nl/nieuws/bericht/marketeers-investeren-massaal-in-social-media-moni-
toring/
BIGresearch (2009). BIGressearch profles social media users: not all created equal. New analysis provides
roadmap for digital marketng. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via: htp://www.bigresearch.com/news/
big081309.htm
Bijl, F. (2009). Social media infuence: onmisbaar in je nieuwe internetstrategie. Geraadpleegd op 26 januari
via: htp://www.frankwatching.com/archive/2009/09/03/social-media-infuence-onmisbaar-in-je-nieuwe-
internetstrategie/
Butefeld, S. (2003). Blogpost over social sofware. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via:
htp://www.sylloge.com/personal/2003_03_01_s.html#91273866
Coggins, L. (2011). Four Social Media Privacy Personality Types. Geraadpleegd op 8 maart 2011 via:
htp://argylesocial.com/blog/2011/02/21/four-social-media-privacy-personality-types.html
Coolen, C. (2008). Modellen voor het verbeteren van je website. Geraadpleegd op 11 april 2011 via:
htp://www.optmalisme.nl/modellen-voor-het-verbeteren-van-je-website/
Dawson, R. (2009). Launch of the Infuence Landscape framework (Beta). Geraadpleegd op 15 april 2011 via:
htp://rossdawsonblog.com/weblog/archives/2009/05/launch_of_the_i.html
Future Exploraton Network (2008). Future of Media Report 2008. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via:
htp://rossdawsonblog.com/Future_of_Media_Report2008.pdf
Haterd, B. van de (2009). CSN Conference: Jeremiah Owyang. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via:
htp://www.marketngfacts.nl/reporter/report/20090514_csn_conferencte_jeremiah_owyang/
Honomichl Global Top 25. The world’s leading marketng research frms (2007). Geraadpleegd op 26 januari
2011 via: htp://www.marketngpower.com/ResourceLibrary/Documents/HONOMICHL%20GLOBAL%2025.
pdf
Janssen, F. (2008). Webcare Team UPC: De kracht van online klantcontact. Geraadpleegd op 8 maart 2011
via: htp://www.frankwatching.com/archive/2008/05/27/webcare-team-upc-de-kracht-van-online-klant-
contact/
Lanningham, S. (2006). developerWorks interviews: Tim Berners-Lee. Geraadpleegd op 14 maart 2011 via:
htp://www.ibm.com/developerworks/podcast/dwi/cm-int082206txt.html
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 27
Mout, M.E.H.N. (2001). De geleerde als insttuut. Justus Lipsius (1547-1606) en zijn vriendschappen.
Jaarrede door de voorziter, Dr. M.E.H.N. Mout. In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Let-
terkunde, 2001. Geraadpleegd op 14 maart 2011, van: htp://www.dbnl.org/tekst/_jaa004200101_01/_
jaa004200101_01_0001.htm
Multscope (2010). Nederlander ‘netwerkt’ 7 uur per maand. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via:
htp://www.multscope.nl/organisate/nieuws/berichten/nederlander-netwerkt-7-uur-per-maand.html
Online ambite (zonder datum). Webcare. Geraadpleegd op 17 februari 2011 via: htp://www.internetredac-
te.com/nl/includes/blog/webcare.html
Owyang, J.K. (2009). The future of the social web: in fve eras. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via:
htp://blogs.forrester.com/jeremiah_k_owyang/09-04-27-future_social_web_fve_eras
Pleijter, A. (2008). Wat is het belangrijkste nieuwsmedium? Geraadpleegd op 26 januari 2011 via:
htp://www.toekomstvandejournalistek.nl/2008/12/wat-is-het-belangrijkste-nieuwsmedium/
Qualman, E. (2010). Social media Revoluton 2. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via: htp://socialnomics.
net/2010/05/05/social-media-revoluton-2-refresh/
Riet, F. van (2009). Webcare: imago versterken & efectef reageren op klachten. Geraadpleegd op 26 januari
2011 via: htp://www.frankwatching.com/archive/2009/01/28/webcare-imago-versterken-efectef-reage-
ren-op-klachten/
Smith, G. (2007). Social sofware building blocks. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via: htp://nform.com/
publicatons/social-sofware-building-block
STIR (2010). STIR Webmeter december 2010. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via: htp://www.str.nl/
Tsaj, J. (2009). Social media: the fve-year forcast. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via: htp://www.destna-
toncrm.com/Artcles/CRM-News/Daily-News/Social-Media-The-Five-Year-Forecast-53635.aspx
Web, M. (2004). On social sofware consultancy. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via:
htp://interconnected.org/home/2004/04/28/on_social_sofware
Wikipedia (2011a). Sociaalnetwerksite. Geraadpleegd op 8 februari 2011 via: htp://nl.wikipedia.org/wiki/
Sociaalnetwerksite
Wikipedia (2011b). Weblog. Geraadpleegd op 8 februari 2011 via: htp://nl.wikipedia.org/wiki/Weblog
Wikipedia (2011c). Internetorum. Geraadpleegd op 8 februari 2011 via:
htp://nl.wikipedia.org/wiki/Internetorum
Wikipedia (2011d). Podcastng. Geraadpleegd op 8 februari 2011 via: htp://nl.wikipedia.org/wiki/Podcastng
‘Wat nou Social Media?’ – Een gids door de wereld van social media en de mogelijkheden ervan voor uw bedrijf of organisate
© 2011 – Coosto 28
Wright, D.K., Leggeter, B., Zerfass, A. (2009). Global survey of communicatons Measurement 2009 - Final
Report. Geraadpleegd op 26 januari 2011 via: htp://benchpoint.com/summit.pdf
Presentates op het internet
Trendstream (2010). European social media trends, behaviour, impact, evoluton. Geraadpleegd op 14 april
2011 via: htp://www.slideshare.net/Tomtrendstream/iab-social-media-research-october-22nd-2010
Pew Internet (2011). Technology use by people of colour. Overview of Pew Internet project research. Califor-
nia Immunizaton Coaliton Webinar. Geraadpleegd op 11 maart 2011 via: htp://www.pewinternet.org/~/
media//Files/Presentatons/2011/Jan/Tech%20use%20by%20people%20of%20color%20-%20slides.pdf
Social Inc. (2010). Webcare seminar. Geraadpleegd op 17 februari via: htp://www.slideshare.net/SocialInc/
webcare-def-ex-piet-hein
UPC. (2009). Webcare UPC Nederland. Geraadpleegd op 8 maart 2011 via: htp://www.slideshare.net/UPC-
Webcare/webcare-upc-nederland
Websites
www.coosto.nl
Tools
Forrester Research (2010). What’s the social technographics profle of your customers? Geraadpleegd op 26
januari 2011 via: htp://www.forrester.com/empowered/tool_consumer.html