You are on page 1of 31

Bree, vrijdag 1 augustus 2014, 21:15 uur

Iets later dan gepland staat er plots een gitzwarte zeepkist voor de poort van de woning. Chauffeur
van dienst – of wat ervoor moet uitgaan – is mijn kamergenoot en toekomstig collega Michael
Vastmans. Enkele maanden voordien spraken we samen af om op rondreis door Europa te gaan.
Vandaag was het dan zo ver.
Twee rugzakken, meer hadden we allebei niet nodig om ons voornemen van een actieve roadtrip aan
te vatten. Actief, dat zou het zeker zijn: een rit van meer dan 6000 kilometer, verdeeld over 16
dagen, met iedere dag één of meerdere stopplaatsen doorheen Zuid- en Oost-Europa. Met een laat
vertrekuur ook, want pas op: Touring België voorspelde een zwart weekend met files over het ganse
traject. Met een strak tijdschema en dit onheilspellende vooruitzicht, hielden we al rekening met
enkele spannende momenten in het verschiet. Wat hier volgt, zijn slechts enkele van deze
momenten.
Terwijl we Bree City en het gehucht Bocholt achter ons laten, denk ik aan de Beach Party die
vanavond zou plaatsvinden. Wat had ik dit jaar zin om te gaan! Maar met de te verwachte files in ons
geheugen gegrift, besluiten we om die kermisfuif toch maar links te laten liggen. Ons eerste stoppunt
zou Lausanne in Zwitserland worden. Het zal een zware eerste dag worden waarin we reeds een
hoop kilometers afleggen. De aankomst staat gepland om 07:00 uur, als het verkeer ons gunstig
gezind is. Het eerste deel rijdt Michael door Duitsland, waarna ik halverwege de nacht mag
overnemen. De files blijven als bij wonder uit en het lot lijkt ons eindelijk voor eenmaal gunstig
gezind. Tot een rode lichtflits ons in het holst van de nacht over de grens van Zwitserland doet
wakkerschrikken uit onze overpeinzingen. Nieuwe spits/flitstechnologie van onze vrienden de
Zwitsers, zo blijkt na enig opzoekwerk. Of ik 130 of 140 per uur reed, kan ik niet met zekerheid
zeggen, maar ik heb in een vlaag van galantheid beloofd aan Michael dat ik de helft van de flitsboete
wel zal betalen. Daar zijn goede kennissen immers voor.
Lausanne, zaterdag 2 augustus 2014, 05:00 uur
Lap. Twee uur eerder aangekomen, ligt heel Lausanne nog onder zeil. Omdat we er een vermoeiende
trip van 800 kilometer hebben opzitten, besluiten wij hetzelfde te doen. Maar slapen in een zeepkist,
dat is niet voor iedereen weggelegd. De lederen zetels zijn gloednieuw en ongemakkelijk, de
hoofdsteun eerder gemaakt voor mensen van 1m50 zoals Michael dan voor iemand als ik. Na drie
kwartier besluit ik dan ook om mijn slaappogingen te staken en aan een vervroegde excursie
doorheen de stad te beginnen. Alleen, want onze lilliputter is met geen stokken wakker te krijgen.
Het weer is somber en grijs, maar zeker niet onaangenaam. Aangezien onze parking zich vlakbij het
meer van Genève bevindt, besluit ik een wandeling langs de waterkant te maken in de richting van
het Olympisch museum, hetgeen later die ochtend op het programma zal staan. Lausanne is een
mooie stad: gelegen aan het water, met verschillende parken en een propere, opvallend glooiend
wegdek.
Om 08:00 uur terug aangekomen bij de auto met een stel koffiekoeken in de hand, zit Michael op de
achterbank al trouw op mij te wachten, verwachtingsvol door het raampje kijkend naar hetgeen ik in
mijn handen heb. Zodra we eenmaal gegeten hebben, begeven we ons samen naar het Olympisch
museum. Het gebouw straalt een zekere grandeur uit, met zijn trappen en thematische tuinen die
volledig gewijd zijn aan de sportdisciplines die op de Spelen worden
beoefend. De rondgang door het museum is aangenaam en juist zoals
een bezoek aan het museum zou moeten zijn: geen opeenstapeling
van weinig tot de verbeelding sprekende teksten en anekdotes, maar
een rondgang met aandacht voor het audiovisuele aspect. We zien
een hoop foto’s, video’s met geluidsfragmenten van bekende atleten
en wereldrecords, eeuwenoude artefacten van de Spelen en zelfs een
kamer waarin we zelf de “atleet” kunnen uithangen. Zo viel ons oog
op een spelletje waarbij je met zijn tweeën zo snel mogelijk de
oplichtende knoppen op een bord moest indrukken, en dit zoveel als
maar kon binnen een minuut. Dat we ons als fiere Belgen niet laten
doen door een stel Japanners die zich vlak voor ons van hun beste
kant lieten zien op het bord, moge duidelijk zijn aan de score.
Belgium: 56, Japan, 34. Toch één keer dat we het goud voor de neus
van de Japanners wegkapen.
Lausanne, zaterdag 2 augustus 2014, 11:30 uur
De rondgang doorheen het museum is iets eerder voorbij
dan we voorspelden, maar dat hindert niet. We konden
ons immers nog steeds ieder moment aan een kanjer van
een file verwachten volgens Touring België. Met deze
kennis in ons achterhoofd besluiten we een lichte maaltijd
te nuttigen in de stad, om daarna iets eerder dan gepland
naar Milaan te vertrekken. Ons hongerig oog valt op een
lege bar waar we op het terras een broodje kip bestellen.
Aangezien het niet bepaald storm loopt en we toch een respectabele tijd dienen te wachten op ons
eten, kunnen we enkel concluderen dat de kip in kwestie nog gevangen moest worden. En dat
kunnen wij enkel maar toejuichen, want verser dan die dag in Lausanne zullen we dan niet snel meer
meemaken op onze reis.
Lausanne, zaterdag 2 augustus 2014, 13:00 uur
We arriveren terug aan de auto, waarna we ons begeven naar
hotel Ritter in Milaan. Verwachte aankomst: 17:30 uur.
Werkelijke aankomst: 16:30 uur. Tsja, als er zo’n heisa wordt
gemaakt om de files op de autostrade, doet dit toch de
wenkbrauwen fronsen. Eenmaal gesetteld in ons hotel, begeven
we ons de stad in om... pasta te eten. Wat verwacht je anders te
eten op een trip door Italië? Voornemens om een kort dutje te
doen om te bekomen van de lange reis, schrikken we om 22:30
uur wakker in onze hotelkamer. Michael besluit met een voor
mij tot dan toe onbekende vorm van motivatie terug de stad in
te trekken. Ik daarentegen voel al snel mijn oogleden terug
zwaar worden en besluit om op de kamer te blijven. Jammer van
Foto in het museum van Lausanne met de
twee mascottes.
It’s a new world record.
Sfeerfoto onderweg met de zeepkist.
het bezoek aan nachtclub Alcatraz, maar de rit had bij mij serieus zijn tol geëist. In Firenze zouden we
dit wel ruimschoots gaan goedmaken.
Milaan, zondag 3 augustus 2014, 09:15 uur
Zondag worden we gewekt door regen- en onweersbuien. Hierdoor valt plan A letterlijk in het water
en moeten we een streep trekken door ons bezoek aan één van de grootste waterpretparken van
Europa: Gardaland waterpark. Plan B zou een bezoek aan het voetbalstadion van AC Milan worden.
En hoewel dit ook plezant klinkt, zijn plan B’s in principe altijd minder aantrekkelijke oplossingen
indien hetgeen men écht wilt doen spaak loopt. Aan de regen lijkt echter geen einde te komen,
hoewel het zeker niet koud is. Wanneer we aankomen in Milaan, beginnen de hemelsluizen pas
werkelijk open te gaan. De parking is zoals overal in Italië gratis, zolang ze geen briefje achter je
voorruit hebben gehangen wanneer je terug bij de wagen komt.
De stadiontour was kort en geenszins te vergelijken met wat je
in Barcelona voorgeschoteld krijgt. We krijgen de kans om de
kleedkamers te bezoeken en de coulissen binnen te gaan.
Schril contrast trouwens, die kleedkamers van AC Milan en
Inter Milan. Voor de spelers van AC zijn er lederen zetels in de
kleuren van de club, voor de spelers van Inter zijn er houten
banken zoals je die bij een club in België in derde provinciale
kunt terugvinden. Eens we aankomen op de tribunes, blijkt het
veld volledig omgeploegd te zijn. Het leek wel op een akker,
tractors incluis! Daarna was het tijd voor een bezoek aan het
museum, wat in de verste verte niet te vergelijken was met het
museum in Lausanne. Ondanks de rijke geschiedenis van beide
clubs, bestaat het museum slechts uit korte voetnoten en
foto’s. Geen beeldmateriaal van legendarische
matchen, spelers of doelpunten, noch enigerlei
andere activiteiten. Het museum zelf bestaat uit
een benedenverdieping met enkele
standbeelden van spelers en gewonnen bekers.
De bovenverdieping is een tijdlijn die enerzijds
de geschiedenis van Inter beslaat en anderzijds
die van AC. And that’s all, folks! Word of the
wise: stay out of San Siro. U bent gewaarschuwd.
Milaan, zondag 3 augustus 2014, 11:40 uur
Door het tegenvallende weer rijden we ruim
eerder dan verwacht richting Firenze, waar we
van plan zijn om ’s nachts de stad onveilig te maken. Wanneer we de autostrade oprijden, brandt er
een stralende zon aan de heldere hemel en bleek een bezoek aan het waterpark toch nog een optie
geweest te zijn. Opvallend trouwens, hoe goed we reeds ingeburgerd zijn in Italië. De plaatselijke
bevolking maakt er een gewoonte van om hun voertuig steeds ruim voorbij de stopstreep te zetten
voor een rood licht. Voorrang van rechts bestaat niet en richtingaanwijzers hebben is een luxe, geen
De akker van San Siro.
vereiste. Wanneer men dan wel het genot heeft van
richtingaanwijzers te bezitten, zijn de mensen er zodanig
trots op, dat ze deze minutenlang laten opstaan op de
autosnelweg. Bovendien is het op de snelweg een goede
gewoonte om niet één, maar twéé rijvakken in beslag te
nemen. Maar het toppunt is misschien wel hoeveel
mensen aan het bellen zijn achter het stuur. Wat zouden
die mensen toch allemaal te vertellen hebben? Dit alles,
en nog veel meer, doen wij dus ook om er in Italië bij te
kunnen horen. Zo heeft Michael al twee keer de bocht
gemist, wat mij er voortdurend aan herrinert dat ik
vergeten heb om een laatste wilsbeschikking op te stellen,
moest het noodlot ongenadig op reis toeslaan. Maar we
wijken af.
Firenze, zondag 3 augustus 2014, 14:30 uur
Firenze is dus onze volgende halte. Door het
tegenvallende verkeer, wederom zonder de aangekondigde files, arriveren we reeds in de vroege
namiddag slecht gehumeurd in Firenze. Meteen bij aankomst blijkt de stad ons al een stuk beter te
liggen dan de drukte in Milaan. Ons hotel bevindt zich dan wel op een redelijke wandelafstand van
het centrum, maar met een gevorderd kaartlezer als Michael in mijn gezelschap, voel ik me helemaal
op mijn gemak. We hebben nog maar net onze rugzakken het hotel binnengedragen, of de regen
begint weer met bakken uit de lucht te vallen. Het zou tot 20 uur duren voor het weer opklaart,
waarna we onze lange wandeling naar het centrum besluiten aan te vatten. Gelukkig zijn er
restaurants waar je pasta kunt bestellen, want de hele avond op je kin kloppen is ook maar niks.
Nadat onze innerlijke geest weer versterkt is, worden we op het
marktplein aangeklampt door een zuiders type dewelke ons een
brochure overhandigt met een bon om drie cocktails te kunnen bestellen
voor 12 euro in een plaatselijke bar. Niet slecht om de avond mee aan te
vatten, me dunkt. De man vertelt ons dat hij zelf in Brussel en Namen is
geweest, zoals hij aan alle Nederlandse toeristen wellicht zal mededelen
dat hij in Amsterdam en Eindhoven is geweest, waarna hij ons begeleidt naar het café in kwestie. Het
mooie volk op het terras – achteraf kunnen we besluiten dat de mooiste
Italiaanse vrouwen in Firenze te vinden zijn – namen we er met plezier bij.
Wanneer ik vraag wat hij ons kan aanbevelen, zegt de ober ons dat we drie
glazen Sex on the beach moeten bestellen. Zodoende zitten we niet veel
later van zes cocktails te genieten die er veel te gemakkelijk in gaan. Voor
de tweede lading cocktails vraag ik naar Piña Colada, omdat ik plots aan
dat liedje moet denken. De ober zegt me dat Piña Colada niet op de lijst staat van cocktails die je
voor 12 euro kunt krijgen, maar dat hij het voor mij gaat proberen te regelen. En regelen doet hij het.
Ik begin licht in mijn hoofd te worden als ik merk dat Piña Collada een stuk straffer is dan Sex on the
Beach.
Nee, het linkse voertuig is NIET aan het inhalen. Dit is
schering en inslag op de Italiaanse wegen.
Nadat we dankzij het voordrinken een stuk
vrolijker zijn geworden, begeven we ons naar
nachtclub Space Electronic in hartje Firenze.
Voor het eerst in mijn leven betreed ik een club
waar meer vrouwen dan mannen zijn, en wàt
voor vrouwen. Onder hen een zwartharige
jongedame uit Australië die danste alsof ze net
een glas vloeibare XTC had gedronken, een
Italiaanse blondine die een geanimeerde
conversatie plotseling afkapt wanneer ze beseft
dat ik een toerist uit België ben, en het soort
meisjes waarover ik weinig goeds kan zeggen
omdat ze iedere vijf minuten met een andere
jongen op de bek gaan. Omdat de cocktails en de drank in de club mij een serieuze slag van de molen
gegeven hebben, kan ik verder weinig anekdotes van het feestje in de club naar boven halen. Ik
begon zelfs de pop-muziek die de DJ draaide te appreciëren, stel je voor zeg!
Tegen twee uur ’s nachts begint het draaierige gevoel in mijn hoofd erger te worden en moet ik
dringend in een lounge gaan plaatsnemen om te bekomen. Ondertussen begint Michael marginaler
te worden met de minuut, waarover ik hier niet in detail zal treden. Maar we kennen allemaal wel
iemand die geil begint te worden zodra hij of zij te veel op heeft, dus laat jullie gedachten maar op
volle toeren draaien. Om mijn roommate een zoveelste afgang te besparen, besluiten ik het voor
gezien te houden en vertrekken we terug naar het hotel.
Vol goede moed en met de stadskaart in handen van de beste kaartlezer in
Europa, kan er op de terugweg onmogelijk iets misgaan, toch? Een uur
latere dwalen we hopeloos verloren rond in de uitgestorven straten van
Firenze. De wil is er wel, maar het verstand wilt niet meer meewerken. Door
de bovenmatige alcoholconsumatie waren we namelijk beiden niet meer in
staat om de straatnamen op de kaart te lezen, maar dat was Michael een
uur geleden toen we aan de club vertrokken vergeten te zeggen. Kunnen we
een hulplijn inschakelen? Even later hangt Michael met collega Fré Wouters
uit het pitoreske Tervuren aan de lijn:
‘Dag Fré. Zeg, we hebben een probleemke. We vinden ons hotel niet meer...’
‘En waar ligt da?’
‘Dat weten we niet meer.’
‘En hoe heet dat hotel?’
‘Da weet ik ook niet meer.’
Zodoende bleek de hulplijn evenmin soelaas te brengen. Dan maar aan de plaatselijke bevolking met
behulp van nattevingerwerk proberen uit te leggen hoe de vork in de steel zit.
Tegen vier uur ’s nachts valt mijn oog op twee jongedames die samen op het trottoir zitten.
Studentes, zo lijkt het wel, en ongeveer van onze leeftijd. Misschien kunnen zij ons wel verder
helpen.
Dat was me een avondje wel in Club Space Electronic. Jammer dat ik me er
niet meer al te veel van herinner.
Michael die zijn kunstjes laat zien in
het midden van de straat. Binnenkort
op aanvraag in de PZ Tervuren.
Aangezien ik vloeiend Engels spreek en Michael enkel Koetervlaams, voer ik zoals altijd het woord.
We wijzen de dames op een plaats op de kaart waar ons hotel ongeveer zou moeten liggen en vragen
of zij de weg hier kennen. De boodschap komt slechts met mondjesmaat over, want ze spreken enkel
Italiaans en mijn Italiaans laat nogal te wensen over om 4 uur ’s nachts. De meisjes vangen het woord
hotel op en ik kan afleiden dat ze willen weten van waar wij afkomstig zijn. ‘Belgium’, zeg ik met
enige intonatie om de trotsheid op mijn afkomst niet te verbergen. Het blonde meisje zegt dat zij uit
Albanië komen en zegt er in één adem bij in welk hotel zij verblijven, waarna ze eerst naar zichzelf en
dan naar mij wijst en met enkele niet mis te verstane gebaren duidelijk maakt wat ze van mij
verlangt, als ware zij een skiester zonder skistokken. Stoute
college girls in Albanië, zoveel is zeker. Wanneer ik haar
oneervolle voorstel afsla, schieten beide dames in een gênante
giechelbui die me duidelijk maakt dat we nog weinig hulp van
deze kant hoeven te verwachten om ooit ons hotel te kunnen
terugvinden. Wanneer ik onze nieuwe beste vriendinnen de rug
toekeer, hoor ik Michael zeggen dat ik net de kans van mijn leven
heb gemist. Nou, daar moet ik dan maar van uitgaan, want ik kan
me met met de beste wil van de wereld niet meer herinneren hoe
de Albanese deernes eruit zagen. Drank is echt den duvel.
Sindsdien heb ik me voorgenomen om me voortaan te
distantiëren van alcoholgebruik, zodat ik niet opnieuw spijt kan
krijgen van ondoordachte keuzes die ik maak als mijn gedachten
minder helder zijn.
Iets verderop in de straat klampen we twee fietsers aan om de
weg te vragen. Zij weten evenmin waar ons hotel zich bevindt, maar raden ons aan om een taxi te
bellen en geven ons het telefoonnummer om een taxi-service te kunnen bereiken. Twee minuten
later staat er al een taxi voor onze neus te blinken. De chauffeur vraagt waar we heen moeten. Wij
tonen hem de kaart en wijzen hem de plaats aan waar volgens ons het hotel zou moeten liggen.
Meteen verschijnt er een begripvolle blik op het gelaat van de chauffeur. Hotel Ungherese is waar we
moeten zijn, zegt hij, en dan begint er in mijn troebele bovenkamer een lichtje te branden. Un-Ghe-
Re-Se. Doodeenvoudig. Hoe konden we zoiets vergeten? Nadat de taxi-chauffeur voor een derde
maal het rood verkeerslicht negeert, besluit ik hem er aangezet door de alcohol op te wijzen dat er
wel twee politiemannen in zijn wagen zitten. Gelukkig bevinden we ons op dat moment vlakbij het
hotel en hoef ik me geen tweede keer zorgen te maken dat ik vergeten heb om een testament op te
stellen. Met veel toeters en bellen brengen we de andere hotelgasten op de hoogte van onze
aankomst, waarna ik languit op het hotelbed neerplof en sneller in slaap val dan ik me ooit kan
herinneren.
Firenze, Maandag 4 augustus 2014, 10:30 uur
Tijdens mijn nachtelijke escapades blijkt mijn GSM-toestel uitgevallen te zijn, zodat we wekkerloos en
met barstende hoofdpijn ontwaken uit onze roes. Zonder ontbijt achter onze kiezen en met drie uur
vertraging verdertrekken is de balans van een onvergetelijke nacht die door de alcohol voor een
groot deel vergeten is. Zonder veel erg, want op het moment van ontwaken is onze eetlust ver te
zoeken.
What happens in Firenze, stays in Firenze.
Gezien onze tocht in Firenze van gisteravond,
besluiten we wijselijk om de wandeling van vandaag
over te slaan en rechtstreeks naar Pisa te rijden. Het
is snikheet buiten. We parkeren onze wagen op zijn
Italiaans en kuieren rustig in de richting van het
centrum voor een foto met de scheve toren. Honger
hebben we nadien nog steeds niet, maar dorst des
te meer. We besluiten om een terrasje te doen aan
een café dat vlakbij de toren ligt. Lang ben je in Pisa
echter nooit op je gemak. Het ziet er letterlijk en
figuurlijk zwart van het volk, waarbij het letterlijke
gedeelte voornamelijk bestaat uit louche handelaars
die je handtassen of uurwerken aan de man
proberen te brengen. Na een hoop gepalaver- en
afgeding – volgens Michael nog lang niet voldoende
– schaf ik me een horloge aan dat achteraf wel heel
bijzonder blijkt te zijn. Na enige tijd merken we op
dat het horloge enkel werkt op zonne-energie, en
dat het horloge tussen 13 en 15 uur ’s middags een
siësta neemt. Dit zorgt na enkele dagen voor
onnavolgbare discussies tussen mij en Michael over of het al dan niet maandagochtend 11.15 uur is
of woensdagnamiddag 14.45 uur.
Omdat we Pisa snel beu gezien zijn, vertrekken we al na enkele uren richting Grosseto, de
eerstvolgende stopplaats op onze reis. Onderweg merken we aan de flora en fauna dat de zee nabij
is. Niet veel later krijgen we aan de rechterkant van onze route een prachtig uitzicht van de westkust
van Italië te zien. Michael zegt dat het een zeer bekend meer is waarvan hij de naam vergeten is,
maar ik herken een zee als ik er één zie.
Bijna-Grosseto, maandag 4 augustus 2014, 16:30 uur
We besluiten de auto te parkeren en wat verkoeling op te
zoeken in de zee. Het water is voor lange tijd ondiep en zeer
warm, zodat we een heel eind moeten doorwaden om afkoeling
te kunnen vinden. Opdrogen doen we op het strand, vlakbij een
bruingebrande Italiaanse schone met opgestoken haar en
tatoeages en piercings op nèt de plaatsen waar ik ze graag zie.
Toch was het eerder haar hondje dat geregeld onze aandacht
trok. Het beestje had namelijk een bloedhekel aan mensen van
Afrikaanse origine, dewelke rondleurden met handdoeken op
het strand. Na enige tijd lopen alle verkopers dan ook in een
grote boog om ons heen, waarvoor wij de hond zeer erkentelijk
zijn. ‘Apparently your dog doesn’t like black people’, zeg ik nog
tegen ons Italiaans wereldwonder, maar aan haar stijve glimlach
kan ik zien dat ze het niet helemaal begrepen heeft.
Been there, done that.
Schrijnend trouwens, hoe weinig Italianen de Engelse taal machtig zijn, zelfs in de meest toeristische
gebieden. In Milaan was er bijvoorbeeld een kelner die me zo slecht begreep, dat ik me afvroeg of ik
wel het juiste drankje besteld had. Later op de avond in het minder toeristische Grosseto krijgen we
te maken met een vriendelijke serveerster die maar niet wilt begrijpen wat “Orange juice” is. Omdat
ik weet dat “Fruti di mare” zeevruchten betekent, besluit ik het over een andere boeg te gooien. Het
woord “Fruti” doet helaas evenmin een belletje rinkelen bij haar. Wanneer Michael vlak na mij een
cola probeert te bestellen, kijkt ze opnieuw vreemd op, hoewel cola een alombekend woord is in
Italië. Na veel “Frutti’s” en “Tutti’s” slagen we er allebei in om
een grande cola te bestellen en verorberen we onze eerste
pizza op vakantie. Italiaanse pizza is toch echt niet te vergelijken
met wat ze ons in België durven voorschotelen. De pizza is
enorm en goed doorbakken, in een vorm die nauwelijks kan
doorgaan voor “rond”. Zo moet een pizza eruit zien.
Het was trouwens geen sinecure om aan ons hotel te geraken.
Ons navigatiesysteem kende namelijk twee “Via Piaves” – de
straatnaam van ons hotel – in de regio van Grosseto. De eerste
plaats waar we arriveren, bevindt zich vlakbij een azuurblauwe
zee en een kilometerslang strand. Huisnummer 22 blijkt echter
een bouwval te zijn, wat ons in eerste instantie doet
vermoeden dat we serieus in het zak gezet zijn. We parkeren
onze wagen in het midden van een pleintje, alwaar ik
traditiegetrouw enkel aan de plaatselijke schoonheden de weg
vraag. Mijn oog valt op een brunette en blondine die onderweg
zijn naar het strand en des te aantrekkelijker worden wanneer blijkt dat ik niet de enige poliglot ben
in Italië.
‘Via Piave 22 in Grosseto?’Vraagt het blondje.’It’s a long way from here, to the left.’
‘Really?’Zeg ik ietwat ongelovig, al begint mij plots te dagen dat we inderdaad een afslag naar
Grosseto hebben gemist omdat Maggie (onze GPS) beweerde dat onze bestemming de andere kant
op was. Een irritant mens trouwens, die Maggie. Niet alleen denkt ze het altijd beter te weten – het
is natuurlijk een vrouw voor iets – maar bovendien heeft ze een spraakgebrek dat na de eerste en
tweede keer “rechts afshlaan” nog amusant is, maar des te ergerlijker wordt bij de vijfhonderdste
afslag naar rechts.
Zodra we op de minder toeristische bestemming arriveren – waar de gemiddelde leeftijd 40+ lijkt te
zijn – krijg ik spijt dat ik mijn befaamde openingszinnen niet op het aantrekkelijke tweetal heb
losgelaten. Omdat u het zich toch al afvraagt, zal ik er enkele uit mijn uitgebreid arsenaal als
voorbeeld geven, want wie A zegt, moet B zeggen:
* ‘Are all the ladies in Grosseto as pretty as you?’
* ‘When I look at you I actually believe we found the right place to stay at. Can you show us around?’
* ‘I am Andrè Schürrle. I scored twice against Brazil. Now I’d like to score you.’
Jawel, dat laatste hebt u goed gelezen. Eén van mijn favoriete bezigheden op vakantie, is me
voordoen als een internationale voetbalster. Hoewel dat meer zegt over mijn schizofrene gewoontes
en grootheidswaanzin dan over mijn werkelijke scoringscapaciteiten, ben ik nog steeds zeer trots op
mijn kennis betreffende het leven en de carrière van Andrè Schürrle, want door de mand vallen is
geen optie. Dwalen we weer af?
Grosseto, dinsdag 5 augustus 2014, 08:30 uur
Het ontbijt missen we ditmaal niet, ondanks mijn horloge op zonne-energie. Ondertussen breng ik
mezelf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het thuisfront via de sociale media. Ik ontvang
een privé-bericht van mijn papa, die vraagt wanneer ik op vakantie vertrek. Oeps.
Het ontbijt is in orde, zoals het dat vooralsnog gedurende de hele reis was. Rome bezichtigen op een
halve dag wordt praktisch onmogelijk geacht, maar toch gaan we een dappere poging ondernemen.
Van files onderweg hebben we al lang geen schrik meer. Daarnaast krijgt kaartlezer Michael nog
eenmaal de kans om mij van zijn kunnen te overtuigen. Beginnen doen we door ons Italiaans te
parkeren en een “mappi” te kopen in de plaatselijke krantenkiosk. Een mappi blijkt in het Italiaans
“mappa” te zijn, maar de verkoper had ons toch begrepen en het is dat wat uiteindelijk telt.
Vervolgens begeven we ons naar het Vaticaan om de Paus een handje te geven. Helaas, het plein is
niet toegankelijk voor publiek vandaag, zo weet één van de gidsen rond het plein ons te vertellen.
Mijn kans om van de gelegenheid weer eens lekker misbruik te maken...
‘Do you like football?’Vraag ik.
‘Si, Italia loves football’, zegt de gids.
‘Do you know Andrè Schürrle?’
‘Andrè…Andrè…No sir.’
‘Well. That’s me!’
De gids kijkt me aan alsof zijn droom in vervulling gegaan is.
‘Really?What team do you play for?’Vraagt hij.
‘Germany!’Antwoord ik, terwijl ik zijn uitgestoken hand joviaal schud.
‘Ah, Germany! Then you must know Khedira! He has the same nationality as I!’
‘Aaaah, Sami! Of course I know him. So you’re from Tunisia?’
‘Si, si.’
‘He’s like a God in your country, right?’
‘Yes, sir. Are you traveling in group?’
‘No, no. We’re playing a friendly match tonight against Lazio Roma with my team Chelsea. Goodbye!’
Sorry. Die kon ik niet laten liggen.
Enfin, het Vaticaan was dus gesloten. En ik maar
uitzien naar de preek van Francesca of Francesco of
hoe die nieuwe Paus ook alweer heet. Op naar de
volgende bezienswaardigheid dan maar.
Van ons bezoek aan het Pantheon herinner ik me niet
zoveel meer. Wat een lelijk gebouw is dat toch. Niet
veel later besluiten we wat hydratatie op te zoeken op
een terrasje en bestellen we beiden versgeperst
fruitsap. Wat we krijgen is koolzuurvrije limonade van
zes euro, maar gelukkig waren we hierdoor des te
sneller bij het Pantheon weg. Onderweg naar de Trevi-
Het Pantheon was zowat het enige in Rome dat niet stuk was.
fontein vertel ik Michael dat eenieder die een muntje in de befaamde fontein gooit op een dag
terugkeert naar Rome. Daar moet mijn kameraad niet aan denken, want stel je maar eens voor dat je
een hele hoop bruine muntjes in dat water gooit?...
Welk water trouwens? Bij onze aankomst blijkt de fontein
volledig blank te staan. De talloze muntjes liggen bezaaid
over de kurkdroge grond. Het is geen zicht, waarop we ons
luidop beginnen af te vragen of er wel iets in Rome in orde is.
Op weg naar het Colosseum houden we halt bij een café
waar enkele Japanners een grote portie ijswater bestellen.
Wanneer de ober een grote portie inschenkt, blijven de
Japanners koppig volhouden dat ze een kleine portie hebben
besteld. Tja, in Rome moet je wel weten wat je wilt, kan ik
afleiden aan de donderwolken die plots boven het hoofd van
de ober lijken neer te dalen. Een onbeleefd volkje trouwens,
die Japanners. Van de tweehonderd Jappen die we
gedurende de trip passeren, is er slechts een enkeling die
“Konnichiwa” terugzegt op onze enthousiaste begroetingen.
De weg naar het Colosseum leidt ons over een lang looppad
met talloze leurders die vanalles en nog wat aan je proberen
op te dringen. ‘Special price! Special price!’, hoor ik één van de verkoopsters over het hele looppad
brullen, waarop ik gevat antwoord:
‘No thank you, I don’t pay for sex.’
Iets verderop zien we een man van middelbare leeftijd dansen op de melodie van een
accordeonspeler en besluiten we zelf ons beste beentje voor te zetten. De dans van Michael had
bijzonder veel weg van de billenkletsdans die o zo populair is in Tirol, terwijl ik vooral de eenvoudige
danspassen van de grijsaard trachtte te imiteren. Achteraf bleek dat Michael niet doorhad dat ik ook
aan het dansen geslagen was, wat maar weer eens aantoont dat grote breinen vaak dezelfde geniale
ideeën hebben. Terwijl we de dansvloer verlaten, vertelt een gezette dame grijnzend dat ze ons heeft
zien dansen.
‘Yes, we are truly talented’ , weet ik nog te roepen, vergetend dat ik zulke vertoningen normaliter
niet gratis doe.
Eindelijk aangekomen aan het Colosseum, blijkt
het gebouw stuk te zijn. De volledige linkerkant is
omhuld met stellingen, wat zijn historisch uiterlijk
toch ietwat tenietdoet. We besluiten via een
gewelfde trap naar een hoger punt van Rome te
gaan om een beter zicht te hebben op het
monument en enkele foto’s te nemen. Op de
terugweg naar beneden roept een verkoper mij na
of ik misschien geïnteresseerd ben in één van zijn
Foto met de lege Trevi-fontein
souvenirs, maar ik maak hem duidelijk dat ik dadelijk nog moet autorijden en dus niet in de
mogelijkheid ben om iets te kopen. Ondertussen begin ik het aardig zat te worden in Rome waar alles
stuk is en de Japanners onbeleefd zijn. We zetten onze lange mars richting de auto terug in.
Onderweg naar de wagen bedanken we de krantenmeneer nogmaals voor zijn “mappi”, waarna we
met brandende voeten in de auto stappen. Eindhalte van de dag: Napoli.
Napoli, dinsdag 5 augustus 2014, 19:30 uur
Napoli. De stad van de pizza en de vespa’s. Wel, dat hebben we geweten. Het lijkt wel of heel Napoli
met een vespa rondrijdt, wat we hen niet kunnen kwalijk nemen want sommige straten zijn zo smal,
dat het met onze zeepkist een serieus karwei is om er heelhuids door te raken. Zo ook op de
ondergrondse parking van ons voertuig, waar de parkeerwachter ons fijntjes 40 euro uit de zakken
klopt om de auto een halve dag te kunnen parkeren. Hij voegt er nog terloops aan toe dat je in
Napoli best je portefeuille niet op een zichtbare plaats steekt als je in het openbaar rondloopt, iets
wat ons niet veel later nogmaals door een oudere dame op het hart gedrukt wordt.
Ons hotel bevindt zich in één van de vele steegjes van Napoli, zodoende dat ik me weer verplicht voel
om een plaatselijke schone de weg te vragen. Helaas is het opnieuw eentje die geen letter Engels
spreekt, zodat ik me dien te wenden tot enkele vrouwen met meer ervaring. Ten langen leste
arriveren we vlak voor een zwarte ijzeren poort in het midden van een glooiende, met keien
geplaveide weg, waarop we ons afvragen of dit bouwval wel degelijk ons hotel is. Maar niet alles is
wat het lijkt. Op ons aanbellen wordt de poort geopend en begeven we ons naar de binnenplaats,
alwaar de uitbater Antonio ons wenkt om hem naar de eerste verdieping van het complex te volgen.
Eenmaal binnen, bevinden we ons in het mooiste hotel tot nu toe, met een moderne inrichting en
een kingsize kamer met twee verdiepingen, een ruime badkamer en... airconditioning!
Antonio heet ons vriendelijk welkom en raadt ons aan om bij pizzeria Di Mattheo te gaan eten in het
stadscentrum. Helaas heeft die Mattheo zo’n 100 wachtenden voor ons – en dat is niet eens
overdreven – waardoor we pas na een lange zoektocht een vrije plaats vinden aan één van de vele
pizzeria in Napoli. Het is werkelijk geen sinecure om ’s avonds een hapje te eten in de stad, want de
mensen staan bijna overal tot voor het terras te wachten tot er ergens een plaatsje vrijkomt.
Aanvankelijk zou Napoli een feestavond worden, met het befaamde “Vibes on the Beach” als
orgelpunt. Een combinatie van de zware trip in Rome, de ongunstige ligging van ons hotel en de
criminaliteit in de stad doen ons echter besluiten om op tijd naar bed te gaan om morgen fit te zijn
voor onze tocht naar de vulkaan Vesuvius.
Onderweg doorheen de stad, raken we
aan de praat met enkele politiemannen.
Wanneer we hen duidelijk maken dat
we collega’s zijn, staat de oudere
politieman ons in het Engels te woord.
Wat volgt is een geanimeerd gesprek
over het wel en wee in Napoli, de
verschillen in onze uniformdracht en de
daaraan gekoppelde hervormingen –
waarbij in Italië de politie nog steeds uit
verschillende diensten bestaat zoals bij
Polizia di Napoli
ons ten tijde van de rijkswacht - , de koning- en presidentskwestie, onze carrière bij de politie en de
verschillen in wapendracht tussen de Belgische en de Italiaanse politie. Zo wordt ons duidelijk dat
onze Italiaanse collega’s een stuk minder zwaar bewapend zijn dan wij, met slechts een wapenstok
en een bajonet. Wij stellen de mannen gerust dat wij dan wel een vuurwapen mogen dragen, maar
dat we deze toch nooit mogen gebruiken als we ons geen hoop problemen op de hals willen halen.
We wensen de mannen een rustige nacht toe en begeven ons terug naar het hotel, helaas niet
zonder eerst weer een tijdje te verdwalen. Opvallend in Napoli is trouwens dat, gelet op de grote
hoeveelheid vuilniszakken op straat, het lijkt alsof de Napolitaanse vuilnismannen al maandenlang in
staking zijn.
Eenmaal terug op ons hotel, lijkt er iets serieus misgelopen te zijn bij het afsluiten van de deur naar
onze hotelkamer. Hoe we ook proberen, er komt maar geen beweging in. We draaien de sleutel
driemaal naar links en driemaal naar rechts, maar er gebeurt niets. Kan ik nog een hulplijn
inschakelen?
Een kort sms’je naar Antonio biedt de oplossing: we moeten aan de deurknop draaien zodra het slot
geopend is. Na onze eerste poging slagen we er al in om de deur open te krijgen. Zo kruipen we met
een nog dommer zelfbeeld onze bedden in.
Napoli, woensdag 6 augustus 2014, 07:45 uur
Na ontbeten te hebben, drukken we via het
gastenboek onze hoop uit dat Antonio met de
opbrengst van ons verblijf een nieuwe kamerdeur
zal kopen voor minder verstandige mensen zoals
wij. Daarna vertrekken we naar de Vesuvius om
een wandeling rond de vulkaan te maken en te
genieten van het uitzicht.
Na een vermoeiende bergtocht bevinden we ons
aan de top van de krater, waar we een
fantastisch
uitzicht hebben over de westkust van Italië. De krater is
natuurlijk ook mooi, maar we hadden de hele koepel toch
minstens halfvol lava verwacht. Op de terugweg naar beneden
was ik nog zinnens om een stuk vulkaansteen mee naar de
auto te slepen, maar de rots die ik had uitgekozen paste niet
in de wagen. Eens terug beneden vraag ik beleefd aan de
ticketverkoper of ik mijn geld niet kan terugkrijgen aangezien
niemand mij gezegd had dat er geen lava in de vulkaan was.
De brave man belooft echter dat als we volgende maand
terugkomen, de vulkaan vol lava zal staan. Niet helemaal
gerustgesteld besluiten we de mensen die nog geen kaartje
gekocht hebben erop te wijzen dat er geen lava in de vulkaan
zit. Een gewaarschuwd man telt immers voor twee.
Geen lava. Wat een teleurstelling.
Brindisi, woensdag 6 augustus 2014, 15:15 uur
Na een lange autorit komen we aan in Brindisi. Dit is de plaats waar we weldra Italië vaarwel zeggen
om met de ferry richting Griekenland te varen. In heel Brindisi lijkt iedereen bij onze aankomst aan
een siësta bezig te zijn. Alle restaurants zijn gesloten, op één uitzondering na. Dan is de keuze
natuurlijk snel gemaakt. In mijn beste Italiaans ga ik van de veronderstelling uit dat ik scampi’s
besteld heb, maar in werkelijkheid heb ik vier enorme garnalen besteld die me van op mijn bord
vriendelijk toelachen. Na een hoop pel- en plukwerk ligt de hele tafel bezaaid met schillen van de
lieve beestjes. Zelfs de pizza van Michael moet eraan geloven. Gelukkig is de ober een prima vent.
‘Deutschland!’Zeg ik met een veelbetekenende blik naar de ober wanneer ik zie dat de Duitse vlag op
het blikje cola van Michael staat.
‘Ha, Deutschland!’Zegt de ober, gepaard gaande met een vreugdekreet die enkel kan betekenen dat
ik hier met een echte supporter van die Mannschaft te maken heb.
‘Do you know Andrè Schürrle?’Vraag ik terwijl Michael zijn gezicht in de plooi probeert te houden.
‘Yes, I do!’Zegt de ober, waarna ik besef dat ik me op glad ijs begeef.
‘Well, that’s me’, zeg ik.
Vol ontzag geeft de ober mij een hand, waarbij ik hem nogmaals het belang van mijn twee
doelpunten tegen Brazilië op het Wereldkampioenschap benadruk.
‘So you know Lampard?’Vraagt de ober, doelend op mijn ploeggenoot bij Chelsea.
‘Bah, Lampard’, antwoord ik met een wegwerpgebaar.’He just joined Manchester City.’
‘Good team, Manchester City’, zegt de ober, waarna hij de andere topclubs in Engeland afgaat en mij
vraagt naar mijn favoriete club.
‘Leverkusen’, zeg ik vol overtuiging.’They made me a complete player.’
Hierop schiet Michael in een lachbui die nog enige tijd blijft nazinderen, waardoor ik betwijfel of de
ober mijn verhaal nog wel geloofde.
Zoals het een steenrijke profvoetballer betaamt,
laat ik het wisselgeld zitten en vraag ik Antonio –
want iedere vent in Italië heet blijkbaar Antonio
– of hij geen handtekening wilt alvorens we
vertrekken. Dat wilt Antonio maar wat graag
natuurlijk. Ik neem een pen ter hand en draag de
allerlelijkste handtekening die ik ooit verzonnen
heb op aan Antonio:
Für Antonio,
Grazie,
Von Andrè Schürrle.
Ik zeg hem nog dat hij zeker naar mijn wedstrijd
tegen Lazio Roma moet komen kijken, waarna
we het restaurant laten voor wat het is en
richting de ferry rijden.

Graag gedaan, Antonio.
Brindisi, woensdag 6 augustus 2014, 17:45 uur
De boot opraken verloopt hectischer dan
verwacht, mede omdat het adres dat we
opgezocht hadden niet klopte en we maar net op
tijd waren. Gelukkig komt alles toch op zijn
pootjes terecht. De ferry zal ons naar
Igloumenitsa in Griekenland brengen. Onderweg
op de deuntjes van Good Shape – Take My Love
hebben we nog een filmpje gemaakt van één van
de dokwerkers die ons de boot op begeleidde. Hij
leek sprekend op de zanger van het
bovenvermeld liedje, met zijn parelwit kostuum,
zonnebril en vetkuif.
Met enige vertraging vangt het schip zijn reis om 21 uur aan. Wij hebben ons ondertussen in enkele
comfortabele zetels gezet, alwaar ik mijn schrijfachterstand ternauwernood probeer op te halen. Ik
heb mijn laatste alinea nog maar net afgewerkt, of Michael scheept een reiziger met
computerproblemen in zijn beste Koetervlaams af naar mij, de computerexpert. De man is van
middelbare leeftijd en zegt mij dat hij Halit heet en van Albanese nationaliteit is. Wanneer hij ons
aanraadt om Albanië te bezoeken, vertel ik hem dat dit niet zo’n goed idee is omdat de vrouwen daar
niet van mij kunnen afblijven.
Na enig speurwerk op zijn pc, heb ik de oorzaak van het probleem gevonden: Halit is niet al te
snugger en downloadt een hele resem toolbars en spyware als hij programma’s van het internet
afhaalt, waarvan een deel ervoor zorgt dat bij het opstarten van de pc enkele irritante pop-ups
verschijnen. In feite vergelijkbaar met wat mijn jongste zus heeft gedaan op mijn oude – en
ondertussen onherkenbaar geworden – laptop. Eenmaal de computerproblemen van de baan zijn,
gaat het gesprek over op onze reisbestemmingen. Halit moet zijn handtekening zetten onder een
belangrijke zakendeal in Athene, waarna hij doorreist naar Libië om duizend werknemers van een
groot bedrijf aldaar te evacueren. Wanneer Michael reeds enige tijd in dromenland vertoefd, zijn
hoofd ongemakkelijk steunend op de houten leuning van de bank, gaat het gesprek over op
serieuzere zaken die mijn vriend zijn verstand te boven gaan, zoals het Palestijns – Israelisch conflict,
religie en atheïsme, de teloorgang van de maatschappij en het rijgedrag van onze Italiaanse vrienden.
Blijkt die Halit toch wel niet even maatschappelijk betrokken te zijn als ik, zeker!
Voor ik het goed en wel besef, horen we een speaker in gebroken Engels afroepen dat de boot
gearriveerd is in Igloumenitsa. Wat ging dat snel zeg dankzij mijn gesprekspartner. Ik zeg mijn nieuwe
vriend vaarwel en druk mijn hoop uit dat ik hem ooit nog eens zal weerzien. Door de sociale diepgang
van onze gesprekken, heeft mijn brein even rust nodig om alles op een rijtje te zetten. Michael
neemt het eerste deel van de reis voor zijn rekening, zodat ik even kan wegdromen in onze
comfortabele lederen zetels (zie het deel van Lausanne om de ironie hiervan te begrijpen).
Igloumenitsa - Rio, donderdag 7 augustus 2014, 6:45 uur
Wanneer ik wakker word, rijdt Michael warempel bijna twee honden van de baan. In wat voor
apenland zijn wij terechtgekomen? Enkele uren later arriveren we bij de imposante Rio-Antirrio brug.
De zanger van Good Shape. We vroegen ons al af waar hij gebleven was.
Ik wijs Michael erop dat een foto aan de waterkant, met de brug op de achtergrond, echt wel eens de
moeite waard zou kunnen zijn, maar mijn metgezel posteert de wagen in het midden van een plein
vol zand en steengruis, met op de achtergrond enkele voorbij razende vrachtwagens.
Vervolgens is het mijn beurt om het stuur
over te nemen en ons veilig en wel in
Athene te brengen. Verwachtingsvol neem
ik plaats op de bestuurderszit, want mijn
nieuwe vriend Halit had weinig goeds te
vertellen over het rijgedrag van de Griekse
chauffeurs. Zijn beschuldigingen blijken
echter ongegrond te zijn. Met uitzondering
van de politievoertuigen, die je toeterend
tegen tweehonderd per uur voorbij steken
zonder enigerlei signalisatie, houden alle
Grieken zich namelijk aan de snelheid en
zijn ze zeer hoffelijk in het verkeer. U leest het goed, enkel de Griekse politie maakt gebruik van de
claxon en weinig tot de verbeelding sprekende handgebaren als ze je niet snel genoeg kunnen
voorbijsteken. En niet kunnen voorbijsteken is een veel voorkomend probleem in Griekenland, want
net als in Rome is alles hier stuk. De autostrade is een bouwval waar over de ganse lengte
werkzaamheden in uitvoering zijn, in plaats van op een bepaalde plaats te beginnen en gestaag
verder te bouwen... Nee, alles moest blijkbaar in één keer af zijn van de Griekse regering en niet
anders. Zo komt het dat de autosnelweg slechts bestaat uit één rijstrook in beide richtingen, afgezet
met een ontelbaar aantal kegeltjes en signalisatieborden om U tegen te zeggen. Als je geluk hebt,
kun je op bepaalde stukken 100 per uur halen (zonder op de bon geslingerd te worden natuurlijk),
maar meestal moet je het met 80 of zelfs 60 per uur doen. En toch wordt er ook in Griekenland
ingehaald. Zo hebben de Grieken een ingenieuze manier gevonden om van twee rijstroken – met
verkeer komende uit beide richtingen – vièr rijstroken te maken. Zij maken namelijk gebruik van de
pechstroken om niets-vermoedende chauffeurs in te halen. En hoewel dit in het begin nogal
shoquerend overkwam, duurde het niet lang of ik voelde me al helemaal ingeburgerd in het Griekse
verkeersnetwerk.
Athene, donderdag 7 augustus, 14:30 uur
Onze aankomst in Athene had niet beter
kunnen verlopen. De eerste keer dat we zonder
GPS-coördinaten de weg naar het hotel moeten
vinden, komen we louter toevallig bij ons hotel
uit, mèt parkeerplaats vlak naast de ingang. Na
een goede rustpauze op onze hotelkamer,
trekken we rond 21 uur de stad in om
“stokskes” te eten. We nemen plaats aan een
goedgevuld terras en bestellen onze souvlakis.
Niet veel later komt de ober terug met kebap.
Nou ja, hij heeft toch gesmaakt. Vervolgens
bellen we onze vrienden de taxi-chauffeurs op
Wij zijn het niet geweest.
om ons naar het Allou Fun Park te brengen. Opvallende vaststelling van ons kortstondig bezoek aan
het park: de Griekse vrouwen zijn òf allemaal bloedmooi, òf mogen het park niet binnen als ze dat
niet zijn. Over de mannen heb ik weinig goeds te vertellen, zeker als je merkt dat ze allemaal met één
van deze knappe dames aanpappen. Onbegrijpelijk gewoon.
Wanneer we een minuut lang aan de top van een attractie met vrije val blijven hangen, herinner ik
me eraan dat ik hoogtevrees heb. Waarom betaal ik eigenlijk om zulke doodsangsten uit te staan?
Voor de terugweg ook maar even een Cab besteld, want voor die paar euro die je moet betalen, kun
je echt niet moeilijk doen in Griekenland. De taxi-chauffeur vertelt me dat Thessaloniki, de stad waar
we morgen zullen verblijven, een dikke aanrader is met een bruisend nachtleven. Dat belooft.
Athene, vrijdag 8 augustus 2014, 09:00 uur
Vlak voor de wekker afgaat, sta ik op om van een licht tegenvallend ontbijt te genieten. Wat de
Grieken en Italianen fruitsap noemen, is namelijk enorm zoete koolzuurvrije limonade met een vieze
nasmaak, en iets anders krijg je niet voorgeschoteld hier. Dan maar gauw naar de Akropolis voordat
we onze roadtrip verder zetten. Een korte wandeling later waarin onze kaartlezer twee keer niet
meer weet waar we zitten, komen we aan bij een afgesloten gebied waar een vrouw mij meldt dat ik
twaalf euro moet betalen om de Akropolis te kunnen bezichtigen. Michael daarentegen ontvangt een
studentenkorting van twaalf euro, hetgeen voor wat hij verdient en doet op school – de toerist
uithangen – niet geheel eerlijk is, me dunkt.
Al snel blijkt dat wij niet de enige mensen zijn die
het monument willen gaan bezichtigen. De
gebruikelijke portie Japanners is zoals altijd present,
alsook een hoop Fransmannen, Italianen,
Amerikanen en zelfs Grieken! Foto’s nemen van de
omgeving is een opgave op zich, omdat iedereen
maar door elkaar loopt en de doorgangen op weg
naar boven vrij smal zijn. Eens boven, zien we dat de
Akropolis ook stuk is. Stellingen houden het hele
gevaarte in balans. We zien zelfs enkele
betonmixers staan, en arbeiders die precies een stuk
Akropolis aan het bijbouwen zijn. Dat ik mijn geld
terugvraag aan de verkoopster omdat de Akropolis stuk is, kan op weinig begrip rekenen. Het is ook
overal hetzelfde liedje.
Voor de terugweg doen we opnieuw beroep op de taxi,
omdat we aan een heel ander gedeelte buitengaan dan
waar we zijn binnen gekomen en onze kaartlezer het zo al
moeilijk genoeg heeft. Op tijd vertrekken naar Thessaloniki
om de files voor te zijn is de boodschap, al betwijfel ik of ze
het woord file hier wel kennen als je ziet hoe de Grieken
gebruik maken van de pechstrook. Ondertussen begint
Michael in de auto aan zijn eigen reisverslag, wellicht
Ook de Akropolis is stuk.
Photobombing Michael zijn selfie!
omdat hij vindt dat het mijne niet helemaal objectief klinkt naargelang zijn capaciteiten toe.
Onderweg zien we een vervallen gebouw langs de autostrade staan, waarop Michael zegt dat hij
plannen heeft om dit te renoveren en vervolgens te verkopen. Ik bied hem echter een beter idee:
koop een betonmixer en bouw er wat marmeren zuilen op en noem het de Akropolis. Twaalf euro
inkom. Bereken je winst, en je hebt de hele investering op drie dagen tijd terugverdiend.
Over geldgewin gesproken, daar hebben die
Grieken wel kaas van gegeten. Ze kloppen dan
wel geen geld uit de burgers hun zakken door
een heleboel flitspalen langs de weg te zetten –
de enige flitsers die wij gezien hebben was een
mobiele politieploeg die op een mijl afstand op
te merken was en buiten stonden met een
aftandse camera in de hand om enkel de
domste automobilisten erbij te lappen – maar
vooral bij de tolbruggen die om de haverklap
opdoemen, wordt kosten noch moeite
gespaard. Een tripje Athene – Thessaloniki
brengt je al snel voorbij een vijftiental plaatsen waar je kunt afdokken. Ook gisteren hadden we dit
wel eens voor – zo maakten we zelfs kennis met een aangename verschijning waarvan ik vind dat ze
toch wel wat beters met haar tijd zou kunnen doen dan portefeuilles van nietsvermoedende reizigers
lichter maken – maar vandaag spant toch ècht wel de kroon. Zelfs geen frisse verschijningen meer
aan de tolbruggen vandaag, maar zure veertigers die werktuiglijk de andere kant uitkijken als je hen
een prettige vakantie toewenst en bedankt voor hun diensten. En ik had nog wel mijn GSM-nummer
op een blaadje geschreven om af te geven aan de eerste schone die we passeren, maar het zal voor
een andere keer zijn.
Na 350 kilometer neemt Michael over en wordt het weer nagelbijtend afwachten of we levend op
onze bestemming zullen raken. Woepie, daar is tolbrug nummer 16. Dadelijk moeten we nog gaan
lenen bij de bank om onze reis betaald te krijgen. Michael overhandigt mijn nummer zonder enige
uitleg aan de minst lelijke van de zestien geldkloppers die we gepasseerd zijn, maar zij gooit het
papiertje zonder het een blik waardig te keuren in de vuilbak, wellicht in de illusie dat het om ons
betalingsbewijs gaat dat ze net zelf aan ons gegeven heeft. Het is vandaag echt mijn dag niet. Mijn
verwensingen aan het adres van Michael zijn nog niet koud, of tolbrug nummer 17 maakt zijn
opwachting. Michael probeert nog met een dappere poging duidelijk te maken dat ons geld op is,
maar de man laat zich niet misleiden. Griekse tolmensen zijn immers zodanig getraind dat ze kunnen
ruiken of je geld op zak hebt. Ze kunnen zelfs afleiden aan de hand van de luchtverplaatsing of een
vallend munstuk er eentje is van vijf of van tien eurocent, én of het op kop of munt geland is. Je moet
me maar geloven. Bij geldklopper nummer 18 dan maar vragen of het de laatste tolbrug is? Of
zouden ze daar ook niet mee kunnen lachen? Bij aankomst maakt Michael een stuurfoutje (kan de
beste overkomen) waarbij hij een stuk van zijn velg afrijdt tegen een borduur. Maar goed dat de auto
niet nieuw is...


Zonder flitspalen mag je al eens goed gas geven in Griekenland.
Thessaloniki, vrijdag 8 augustus 2014, 22:50 uur
Die avond wandelen we langs de waterkant van Thessaloniki, op zoek naar een toffe bar om drank en
spijzen te inspecteren. We vinden een plekje met romantisch kaarslicht waar ze Duvel schenken.
Enkele flessen Duvel en sluikreclame later, verlaten we de bar op zoek naar een nachtclub in de
omgeving. Bij de eerste nachtclub wordt er gedanst, maar enkel in paren en op Griekse muziek.
Danspartnerloos en met de wetenschap
dat ik nooit zou durven om hand in
hand met een meisje te dansen, blijven
we een tijdje de dansvloer gadeslaan.
Zo komen we erachter waarom al die
lelijke Griekse mannen zo knappe
vrouwen kunnen krijgen: iedere vent is
namelijk een ster op de dansvloer. Ze
schudden de ene danspas na de andere
uit hun schoenen en kennen de
choreografie van eender welke song die de DJ draait uit hun hoofd. Ken je die onrealistische
momenten in dansfilms als Step Up, Footloose, ... waar iedereen in de club plots een bepaald dansje
vlekkeloos kan uitvoeren? Wel, in Thessaloniki is dit pure realiteit.
Na een uur hebben we het daar wel gezien en gaan we op zoek naar een club waar ze deftigere
muziek spelen. Onze zoektocht brengt ons naar een bar waar enkele kleerkasten aan de ingang je
naar je plaats begeleiden. We vragen of het toegestaan is om wel alleen naar de WC te gaan, maar de
buitenwippers spreken geen Engels. In deze club gaat het er relaxter aan toe en de muziek is ook wat
beter, maar veel sfeer is er niet. Rond twee uur vertrekken we terug naar ons hotel. Over ons bezoek
aan Thessaloniki kan ik kort zijn: Veel mooie vrouwen en nog meer lelijke mannen, met een leuk
nachtleven als je niet van buitensporige dansclubs houdt en liever je tijd spendeert aan een bar of
restaurant. Morgenmiddag vertrekken we naar Skopje, waar de tijd volgens mij twintig jaar
achterstaat. Maar je weet maar nooit wat ons daar te wachten kan staan.
Thessaloniki, zaterdag 9 augustus 2014, 10:30 uur
Ik word net op tijd wakker om nog te kunnen genieten van het ontbijt in de refter van het hotel.
Gelukkig maar, want in ons eerste viersterrenhotel wilde ik dit absoluut niet missen. Meteen na het
ontbij vertrekken we naar Skopje, de hoofdstad van Macedonië. Aan de grensovergang worden we
tegengehouden door een douanier die wilt weten wie we zijn en waar we heen gaan in Macedonië.
Ik wil hem zeggen dat we een inbrekersbende zijn die gespecialiseerd is in garagediefstallen, maar
Michael is me voor en zegt dat we naar Skopje gaan. Onze identiteitskaarten en boorddocumenten
zijn dik oké, waarna we aan een nieuw land en aan een nieuwe
etappe in onze reis beginnen.
Skopje, zaterdag 9 augustus 2014, 19:00 uur
Vlakbij ons hotel ligt een restaurantje waar je voor een paar euro
kunt krijgen waarvoor je in België tientallen euro’s betaalt, en
het is nog lekkerder ook. De temperatuur loopt op tot 36 graden,
zelfs wanneer de avond invalt, maar het restaurant beschikt over
een soort luifel waaruit om de minuut gecondenseerd water komt gespoten. Zo blijven we het
aangenaam fris hebben en komen de vliegen niet op ons eten zitten.
Na het eten vertrekken we naar het moderne stadscentrum van Skopje. Dat is zeker de moeite waard
om te zien op een zaterdagavond. Niet alleen heerst er een gezellige drukte die nooit als storend
wordt ervaren, maar het hele centrum is ook enorm proper en de vele standbeelden, marmeren
wegen en gebouwen zijn voor één keer nièt stuk.
We zetten ons neer aan een cafeetje in het centrum, alwaar ons oog zoals altijd valt op de niet-
onaardig uitziende serveersters. Toeval of niet, maar het zijn nooit lelijke mensen die in de horeca
werken op de toeristische trekpleisters die wij bezoeken. Ik zie op de menukaart dat ze Stella Artois
hebben, maar de dienster zegt dat deze op is en biedt ons Heineken aan. Ik zeg haar dat ik geen hoge
pet op heb van de bierbrouwkunsten van onze noorderburen, waarna ik vraag wat het beste bier in
Macedonië is. ‘Ckoncko’, zegt de brunette, waarop wij twee Ckoncko’s bestellen en van het uitzicht
genieten.’Thanks, honey’, zeg ik zodra ze onze bierflesjes op tafel zet, maar een reactie krijg ik niet.
Aan Michaels gezicht te zien heb ik het nochtans hard genoeg gezegd. Even later zie ik het meisje
samen met haar collega op een barkrukje zitten terwijl ze druk op haar GSM aan het tokkelen is.
Misschien een SMS’je naar haar vriendje aan het sturen dat er een ambetante gast op café zit? Tijd
om mijn slechte eerste indruk goed te maken, lijkt me.
‘Excuse me, miss, can I ask you a question?’
‘Sure.’
‘What’s your name?’
‘Gabriela.’
‘That’s a beautiful name. So, Gabriela, my friend and I are currently on a road trip. We’ve been in
Switzerland, Italy and Greece. Basically, what we always do is take a picture of the most beautiful
woman in town.’
Op dat moment wordt Gabriela vuurrood en begint ze onbedaarlijk te lachen. Wellicht voelt ze mijn
vraag al aankomen.
‘We’ve been all around this place, and you’re definitely the most beautiful woman around’, ga ik
voort.
‘You’re lying’, zegt ze lachend,’But I’ll forgive you for it.
‘No, honestly, we’ve looked all around the place! So would it be okay if you and I go on a picture
together?’
‘Yeah, sure.’
Terwijl Michael de flits instelt, merk ik dat Gabriela
een heerlijk ruikend parfum op heeft, en dat ik
uitgesloten vandaag ben vergeten om mijn eigen
merk op te doen. De flits gaat af en Gabriela en ik zijn
voor altijd vereeuwigd op het stilbeeld.
‘So where’s your next stop going to be?’Vraagt ze.
‘Belgrado in Serbia’, zeg ik.
‘Oh, Belgrado! You’ll see a lot of beautiful women
there.’
W <3 G
‘I certainly hope so. We’re actually just on holiday to see women.’
Touché. Weer een meisje haar dag goedgemaakt. Met spijt in het hart neem ik afscheid van Gabriela
en gaan we een stukje verder de stad in. Onderweg probeer ik nog meer mensen hun dag goed te
maken door high-fives uit te delen, maar slechts een paar happen daadwerkelijk toe. De meeste
kijken me aan alsof ik één of andere idioot uit een apenland uit West-Europa ben, stel je voor zeg!
Na enige tijd vinden we opnieuw een geschikte bar. Ik nestel me rustig in een lounge op het terras,
terwijl Michael het moet doen met een ongemakkelijkere zetel tegenover mij. Even later komt
opnieuw een knappe serveerster onze bestelling opnemen. Ditmaal eentje met een zuiders uiterlijk,
met donkere amandelvormige ogen die onmiddellijk mijn aandacht trekken. We vragen naar Belgisch
bier, maar dat hebben ze niet. Jammer, dan maar een Ckoncko bestellen. Even later zien we het
meisje een sigaret opsteken, wat haar aantrekkelijkheid in onze ogen meteen met 50 procent
vermindert. Wanneer we gaan afrekenen, kan ik het toch niet laten om op te merken dat ze
prachtige ogen heeft. Het meisje bedankt me en vraagt me of ik naar Children of Bodom luister, zoals
af te leiden is van mijn T-shirt. Ik
verontschuldig me voor mijn buitensporige
muzieksmaak, waarop ze zegt dat ze Pantera
een stuk beter vindt dan Children of Bodom.
Awel, die 50 procent heeft ze met die
opmerking direct goedgemaakt.
We trekken op tijd terug naar ons hotel,
want we willen morgen nog gaan kayakken
op de wilde rivieren van de Treska in de
Matka Canyon. Ik pen mijn avonturen van
vandaag vlug neer, zodat ik zo weinig
mogelijk details vergeet, waarna ik via
Facebook het profiel van mijn grote liefde
Gabriela binnen een nanoseconde gevonden heb. Hoe ik er in slaag, ga ik hier niet uit de doeken
doen, maar sociale media hebben geen geheimen voor mij.
Skopje, zondag 10 augustus 2014, 08:15 uur
Na een kort en licht tegenvallend ontbijt checken we uit aan ons hotel. We begeven ons iets buiten
de stad, meer bepaald aan de Treska-rivier, op zoek naar een plek waar we kunnen kajakken. Eerst
lijkt het alsof we nergens een goede plek kunnen vinden, maar dan zien we in de bergen een barrack
staan waar ze kajakken verhuren. Door een ongelukkige speling van het lot, zijn er enkel nog bootjes
voor twee personen. Ik leg Michael uit dat de persoon achteraan in een kajak het sturen voor zich
neemt, dat je de boot deels met je lichaam kunt besturen als ze niet te zwaar uit koers draait en dat
er gelijktijdig gepeddeld moet worden om zo goed mogelijk recht te blijven en vooruit te gaan. Toch
kan mijn roommate het niet laten om bij de minste koerswijziging slechts aan één zijde te peddelen,
zodat we aanvankelijk geen meter vooruit komen. Wat hij wel heel goed kan, is de boot vol water
kappen tijdens het varen, zodanig dat mijn schoenen de hele dag dienen te drogen alvorens ze terug
draagbaar zijn. Na een vijftal kilometer zouden we volgens de bootjesverhuurders bij een prachtige
natuurlijke grot komen. Nou, die grot moeten we toch ergens gemist hebben, want na wat een stuk
Gabriela’s profielfoto van haar vakantie in Griekenland
langer dan vijf kilometer lijkt te zijn, komen we aan op een plek waar een dam ons het verderroeien
verhindert. Ondertussen hebben we allebei de smaak terug te pakken na tien kajakloze jaren en gaan
we eindelijk aan een deftig tempo vooruit. Eenmaal terug op onze plek van vertrek, vertellen we aan
iedereen die het maar horen wilt dat we helemaal van Griekenland zijn gekomen, wat niet helemaal
onwaar is, althans zonder kajak.
Lunchen doen we aan een gezellig
restaurant waar je vrij goedkoop kunt eten.
De prijzen staan allemaal in de
munteenheid van Macedonië op de kaart,
maar we weten van ons nachtelijk bezoek
aan Skopje centrum dat we ongeveer voor
25 euro gegeten en gedronken hebben.
Toch probeert de ober ons 43 euro af te
troggelen. Aangezien ik in het ijskoude
rivierwater ben gesprongen tijdens onze
tocht, trek ik nog vlug droge kleren aan
voordat we richting Belgrado rijden. De rit
van vandaag is vrij lang, namelijk een goeie
5 uur rijden. Eenmaal aan de grens krijgen
we een pamflet van onze collega’s uit
Servië waarop staat dat we ons netjes aan
de verkeersregels moeten houden. Maar
welke verkeersregels? Die van Italië zijn
namelijk zoals eerder vermeld een stuk
anders dan de onze. Alweer geen files
onderweg, verdorie toch. Ons hotel ligt
enkele kilometers buiten de stad, in een
rustige straat waar je gemakkelijk de auto kwijt kunt. Gezien het late uur van aankomst, gaan we pas
om 23 uur de stad in. We hebben nog geen avondeten achter de kiezen, dus zijn we van plan om in
het centrum nog iets lichts te gaan eten.
In de stad is het echter ijzig rustig. Waar we een toeristische trekpleister met een bruisend
nachtleven hadden verwacht, is er nog nauwelijks iets open in Belgrado. Een man zegt ons dat dit
komt omdat het zomervakantie is, wat mijns inziens een reden is waarbij de logica ver te zoeken is.
Wat we wel kunnen vaststellen, is dat Gabriela niet gelogen heeft. In Belgrado zijn er heel veel mooie
meisjes op straat. Meer naar het middelste punt van de stad toe, is er toch wat volk op straat. Maar
buiten een hele straat vol goktenten, kunnen we nergens iets vinden wat maar enigszins doet
uitschijnen dat de jeugd op straat is vanwege het uitgaansleven in Belgrado. We vinden een MC
Donald’s die nog open is, alwaar ik mijn dorst kan lessen wegens het gebrek aan café’s in de
hoofdstad. Zijn we in het verkeerde gedeelte van Belgrado gaan kijken of is er hier echt niets te
doen? Die vraag kunnen we vooralsnog niet beantwoorden. Hopelijk kunnen we in Boedapest wel
iets vinden om ons ’s nachts bezig te houden.
Omdat Michael een kortere weg naar het hotel kent, zijn we eerst weer een half uur verdwaald
alvorens we onze slaapplaats terugvinden. Voor zij die plannen hebben om naar Belgrado te gaan in
de nabije toekomst, raden wij dit ten stelligste af. In Servië hebben we misschien wel de saaiste
avond van de hele vakantie beleefd. Of je moet in de winter gaan, aangezien er volgens de
plaatselijke bevolking weinig te zien is in de zomervakantie...Ik was beter nog een dag extra in Skopje
bij Gabriela gebleven.
Belgrado, maandag 11 augustus 2014, 08:20 uur
Wegens niets te doen in de
stad, checken we na een
stevig ontbijt vroegtijdig uit in
Belgrado, waarna we een
honderdtal kilometer rijden
naar buitenzwembad
Petroland, wat op onze weg
richting Boedepast ligt. Het
weer is fantastisch en de
zonnebrand die ik opgelopen
heb door enkel mijn gezicht
en nek in te smeren alvorens
te gaan kajakken, is een stuk
verbeterd. Ditmaal toch maar
mijn gehele lichaam
insmeren, me dunkt. De temperatuur loopt hoger op dan wanneer dan ook op vakantie.
Vermoedelijk halen we de 40 graden, en dat is ook te zien aan het aantal mensen in het waterpark.
Er zijn lange aanschuifrijen bij de waterglijbanen, waarvan bij de meeste verwacht wordt dat je op
een zwemband naar beneden glijdt. De leukste glijbaan is wellicht de Kamikaze, waarbij je in een
soort vrije val naar beneden raast. In de King verbranden we allebei ons achterwerk bij het afdalen
door één of ander rooster dat zich in het midden van het baanoppervlak bevindt. Uiteindelijk kunnen
we toch de nodige verkoeling vinden om ons doorheen deze warme dag te dragen. À propos, het is al
twee dagen geleden dat we nog eens de vrouwen voor de gek hebben gehouden. Zullen we er nog
eentje doen?
Nadat we ons terug hebben aangekleed in de kleedkamers en van plan zijn om te vertrekken, speur
ik in het rond naar meisjes van onze leeftijd, liefst zonder kleerkast-vriend en goed voorzien van lijf
en leden. Mijn oog valt op drie meisjes in bikini: twee die vermoedelijk van dezelfde leeftijd zijn als ik,
en een iets jonger meisje. Time to shine!
‘Excuse me, do you speak English?’Vraag ik.
‘Yes’, zegt één van de oudere meisjes. Super, denk ik bij mezelf, want in Servië zijn er niet veel
mensen de Engelse taal machtig.
‘My friend and I are university students in Louvain in Belgium. We are basically traveling all around
Europe to work on a thesis in regards to whether women from outside of Belgium can put their
elbows together against their belly button.’
De meisjes kijken mij bevreemd aan. Ik besef dat ik nog wat extra mijn best moet doen.
‘We’ve been traveling all around Europe for my thesis. The presentation’s due in a couple of weeks.
We were wondering if any of you could help me out by trying if you could put your elbows together
against your belly button. But most importantly, we need a picture to prove it. You are all from
Serbia, aren’t you?’
De dames knikken bevestigend. Het jongste meisje blijkt het meest hulpvaardig te zijn – en is wellicht
ook de naïefste – en begint al half de daad bij het woord te voegen. Zij wilt ons wel helpen, zie ik,
maar de andere twee vinden het toch maar verdacht.
‘So you’ll help us out?’Wend ik mij tot het jonge meisje, en ik merk dat zij vermoedelijk een grotere
cup-maat heeft dan de andere twee samen. Het is duidelijk mijn geluksdag.
‘Uhm...’, stamelt één van de oudere meisjes zwakjes,’This is my little sister, I’d prefer if you’d ask
anyone else because I don’t like the fact that you’re going to take pictures…’
‘Oh, but it’s nothing!’Stel ik haar gerust,’The only ones who’ll see this picture are us and our
professor. We don’t even need to know your name. It will be over before you know it!’
Omdat ik merk dat de twee oudere meisjes hun twijfels hebben, maar de jongste nog steeds enorm
hulpvaardig overkomt, maak ik duidelijk aan Michael dat hij zijn fototoestel in de aanslag moet
houden. Ik overstem de laatste stamelende pogingen van grote zus om me af te schepen en kijk hoe
kleine zus haar ellebogen tegen elkaar zet.
‘Like this?’Vraagt ze terwijl haar ellebogen bij elkaar drukt vlak voor haar borsten.
‘Exactly!’Moedig ik haar aan.’Now try to push them against your belly button!’
Kleine zus buigt voorover en plaatst haar ellebogen tegen haar navel, waardoor haar borsten bij
elkaar geperst worden en in volle glorie te bezichtigen zijn. Op dat moment krijg ik het ontzettend
moeilijk om mijn gezicht in de plooi te houden, want ik merk dat Michael enkele kiekjes heeft kunnen
maken en dat de twee oudere meisjes plots beseffen wat de bedoeling is van mijn twijfelachtige
thesis op de universiteit in Leuven. Het kwaad is echter al geschied.
‘Thank you very much. So the women in Serbia can push their elbows against their belly button’, zeg
ik.
Ik schud de drie verbouwereerde meisjes vriendelijk de
hand, waarna ik me naar de vlakbij gelegen uitgang
begeef en Michael zich luidop afvraagt hoe er zulke
domme mensen op de wereld kunnen bestaan.
Achteraf blijkt de foto niet helemaal gelukt te zijn, maar
bon, het is het de inzet wat telt. Bovendien had ik een
prachtig zij-aanzicht terwijl Michael de foto trok.
Priceless.
Backi Petrovac, maandag 11 augustus 2014, 14:30 uur
Op naar Boedapest. De vorige keer dat ik in Boedapest
kwam, was ik nauwelijks tien of elf jaar oud. Volgens
ons navigatiesysteem is het een dikke drie uur rijden,
maar de douane op de grens van Hongarije denkt daar
anders over. Maar liefst drie uur staan we aan te
schuiven om 900 meter vooruit te geraken bij de
grenscontrole. Eerst dachten we dat het zolang duurde
omdat een Hollander aan het afdingen was. Wanneer
we dan eindelijk aan de beurt zijn, kijkt de douanier
met een doordringende blik naar onze
identiteitskaarten.
Great success.
‘Wiem?’Zegt hij.
‘Wim, that’s me’, zeg ik tegen de man.
De man kijkt van de lange lokken op mijn identiteitskaart naar mijn kortgeknipte stekeltjes en zegt:
‘No, no, no.’
Vervolgens kijkt hij naar de identiteitskaart van Michael, eveneens nog met langer haar en zegt:
‘Michelle?’
‘Michael’, zegt mijn kameraad.
‘No, no, no’, zegt de douanier, waarna hij nog vanalles in het Hongaars brabbelt en vluchtig onze
bagage nakijkt. Gelukkig mogen we toch doorrijden.
De rest van de rit verloopt zonder problemen en met erg weinig verkeer op de baan. Vermoedelijk
staan die allemaal vast aan één of andere grenscontrole... Om 21 uur komen we aan op ons hotel.. Ik
heb de hele rit gereden en ben vrij vermoeid, maar omdat we beiden hongerig zijn en Boedapest
bekend staat om zijn nachtleven, frissen we ons gauw op en verlaten we ons hotel.
Onze eerste stopplaats is de Burger King. Wat jammer dat zoiets niet bestaat in België, want het is
tien keer beter dan MC Donald’s. Daarna begeven we ons naar een dakterras op de top van een
appartementsgebouw, alwaar ik een vijftal Cuba Libres achterover sla. Omdat we op de rustigste dag
van de week zijn aanbelandt in de bar, stel ik voor dat we ergens anders een nachtclub gaan zoeken.
Onderweg vertellen de inwoners van Boedapest ons dat nachtclub Szimpla berucht is. We passeren
een man die ons vraagt of we geïnteresseerd zijn in cocaïne, waarop ik zeg dat hem zijn brol maar
ergens anders moet zien kwijt te
raken. Ik heb me nog maar net
omgedraaid, of er loopt iemand
opzettelijk met zijn schouder tegen de
mijne, waarbij hij ei zo na achterover
valt. Zonder de ruziezoeker een blik
waardig te gunnen, zet ik mijn
wandeling verder.Iets verderop komen
we in contact met een enorme groep
Amerikanen. Eén van hen staat op een
bankje en voert het hoge woord. We
volgen de luidruchtige groep naar een
bar genaamd ‘Instant’.
De bar moet zowat de grootste zijn die
ik ooit gezien heb, met enorme
ruimtes vol feestende mensen,
zijgangen met loungeruimtes, trappen
naar een balkon waar zich nog meer
kamers bevinden en een ruimte op de
eerste verdieping waar een DJ plaatjes
draait, alsook een trap naar de kelder
waar het snikheet is en twee andere
DJ’s underground-muziek aan het
spelen zijn en de menigte uit zijn dak
gaat. We bestellen ons beiden een halve liter bier en dalen de trappen af, waar de ene climax de
andere in een vlot tempo opvolgt, zodat we nauwelijks tijd hebben om stil te staan. Na enige tijd
zoek ik verkoeling bovenop het balkon op en bestel ik voor het eerst in mijn leven Absinthe, een
groen drankje dat ik al jarenlang eens wilde drinken. Mijn keel leek een kwartier in de fik te staan,
maar het was het waard. We gaan nog enige tijd naar een andere dansruimte, maar hier is er minder
volk en de sfeer is iets minder aangenaam dan beneden. Plots trapt Michael het af en zegt hij dat hij
naar die Szimpla club gaat zoeken in de stad. Het is kwart na drie en ik heb niet veel zin om dan nog
op zoek te gaan naar een club die we geen van beiden weten liggen, de nachtelijke
verdwaalwandeling van Firenze indachtig. Ik vraag of ik de kaart krijg om op onze hotelkamer binnen
te kunnen gaan. Aanvankelijk krijg ik deze niet en wordt Michael kwaad omdat ik zo “vroeg” al wil
vertrekken, maar na lang aandringen weet ik toch de kaart te bemachtigen en gaat de verstandigste
van ons tweeën met de taxi terug naar het hotel, terwijl Michael in een Spaanse collère de straat
uitstapt. Geen gemakkelijk mannetje als hem gezopen heeft, onze toerist. In nuchtere status eerder
op de avond werd mij nochtans op het hart gedrukt dat ik hem voor zichzelf moest beschermen als
hij weer impulsieve toeren begon uit te halen, maar een Vastmans onder invloed van alcohol is niet
echt voor rede vatbaar. Om ongeveer tien na vijf
word ik opgebeld en staat ons feestvarken aan de
deur. Eerst twijfel ik nog om hem op de gang te laten
liggen, maar de goedheid zelve sta ik toch op om
hem binnen te laten.
Boedapest, woensdag 13 augustus 2014, 11:15 uur
We hebben het ontbijt weer gemist. Waarom
gebeurt dit altijd als we een avond zijn uit geweest?
Enfin, uitchecken en op naar Wenen is de boodschap.
Gelukkig is het Michael zijn beurt om te rijden, zodat
De underground scene in Boedapest. Enough said.
ik me perte total kan laten neerzakken in de passagierszit. We komen in de vroege namiddag aan in
Wenen, waar we ons tegoed doen aan hetgeen waar ik al de hele vakantie op aan het wachten ben:
wienerschnitzel. Vroeger at ik niets anders op vakantie!
Eenmaal terug op het hotel, vallen we allebei in slaap tot een uur of negen ’s avonds. Daarna trekken
we de stad in, waar het ook tijdens de midweek vrij levendig is. Ook een propere stad trouwens,
Wenen, met mooie winkelcentra en café’s. In één van deze café’s drinken we enkele cocktails, al
moet gezegd worden dat we voor dezelfde prijs gisteren twee keer zoveel konden drinken. Na onze
nacht in Boedapest is er echt niet veel met ons aan te vangen, zodat we tegen middernacht terug op
het hotel zijn en al gauw indommelen.
Wenen, woensdag 13 augustus 2014, 09:15 uur
Wanneer ik wakker word, zit Michael reeds op zijn laptop te tokkelen. Maak het mee zeg. En thuis is
meneer met geen stokken wakker te krijgen. We gaan naar onder voor een kort ontbijt, waarna we
terug onze kamer op gaan om goed te rusten. Om elf uur checken we uit en vertrekken we de stad in.
Voor het uitchecken laat ik Michael nog eens het woord voeren. Een echte aanrader is dat, want het
Engels van Michael is HI-LA-RISCH. Een greep uit zijn grootste flaters gedurende deze reis(en dan
heeft hij nota bene nauwelijks iets gezegd in het Engels):
- Wanneer hij wilt weten of een restaurant of bar een bepaald gerecht of drankje heeft: ‘Have
you water?’ in plaats van ‘Have you got water?’
- Wanneer hij iets wilt bestellen: ‘For me...’ in plaats van ‘I’d like ...’
- Wanneer hij wilt uitchecken: ‘Can I check it out?’ in plaats van: ‘I’d like to check out, please.’
- ‘You have loosed’ in plaats van ‘You have lost.’
Onbetaalbaar gewoon. Tijdens het uitchecken vallen er een hoop euh’s en uhm’s te horen, waarna
hij er een reeks woorden uitkraamt die in de
verste verte niet grammaticaal correct kunnen
worden geacht in welke taal dan ook. Met een
zucht leg ik aan de vriendelijke hoteluitbater
uit wat mijn roommate moet hebben, want
we willen nog even de stad in voordat we naar
Polen vertrekken.
In de winkelstraten van Wenen vinden we een
restaurant waar de specialiteit wiener
schnitzel is. Dus doen we ons een tweede
maal tegoed aan dit streekgerecht. Het
smaakt beter dan gisteren, al was die van de
vorige dag ook zeker niet slecht.
Rond een uur of 3 ’s middags vertrekken we
naar Pszczyna, waar ons voorlaatste hotel van
de roadtrip zich bevindt. Pszczyna ligt vlakbij
Auschwitz, waar we morgen de
concentratiekampen willen bezichtigen. De
stad ligt in the middle of nowhere, maar gelukkig is er een ontspanningsruimte op het hotel. Na
Michael eerst tafelvoetballes te hebben gegeven, gooi ik alle dartpijltjes stuk, waardoor Michael toch
een keertje heeft kunnen winnen van mij. Na de intensieve kickerwedstrijdjes hebben we dorst
gekregen, dus nemen we de auto om iets verder de stad in te gaan. Hier blijkt alles echter reeds
gesloten te zijn, zodat we wederom ons toevlucht moeten nemen in een MC Donalds. Het avondeten
op hotel was trouwens prima. Het hotel heeft een chique restaurant waar alles op en top is, tot de
bediening en de presentatie van de borden toe.
Pszczyna, donderdag 14 augustus 2014, 08:15 uur
Na ons ontbijt vertrekken we meteen richting Oświęcim, of Auschwitz zoals de Duiters het noemden.
Het concentratiekamp bezichtigen staat al zolang als ik me kan herinneren op mijn wishlist, vooral
omdat geschiedenis me erg interesseert. Voor ongeveer tien euro krijg je hier echt waar voor je geld:
een rondleiding met gids doorheen Auschwitz en het nabijgelegen Birkenau, waarvan je toch stil
wordt als je plots een kamer ziet waar ze twee ton mensenharen van de slachtoffers hebben
opgeborgen, alsook het crematorium ziet waar ze de vergaste joden hebben opgebrand. Schrijnend
wat hier allemaal gebeurd is. Ik neem foto’s alsof mijn leven ervan afhangt, om nooit meer te
vergeten wat ik hier gezien heb. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zo wilt het spreekwoord
wel eens luiden, dus deel ik er hier een aantal met jullie.







De beruchte toegangspoort Verzameling schoenen van de slachtoffers
Foto’s met toegangsdatum en sterfdatum van de gevangenen.
De muur waar de Joden geëxecuteerd werden




Praag, donderdag 14 augustus 2014, 21:00 uur
De tour duurt langer dan verwacht, zodat we voor het eerst op onze vakantie niet meer voorlopen op
ons tijdschema. Zo komt het dat we na een lange rit zonder verkeersproblemen pas om 21 uur in
De wachtposten rond het kamp
Het crematorium waar de lichamen werden verbrand
De slaapvertrekken De koffers van de mensen die in het kamp aankwamen
Praag aankomen, waar we onze laatste avond feestelijk willen afsluiten. Onderweg maakt Michael
weer een stuurfoutje (kan de beste overkomen) waarbij hij plots het tramspoor oprijdt en niet
doorheeft dat dit zich op een verhoogde berm bevindt. Wanneer meneer beseft dat hij hier niet mag
rijden, wijkt hij naar rechts uit, de borduur af, waarbij hij zowat zijn hele chassis moet hebben
stukgereden. Bij de incheckbalie van ons hotel vind ik enkele flyers van clubs en bars die er wel tof
uitzien. De eerste is een bar in de stijl van het alombekende tv-programma “Top Gear”. Op de flyer
zien we dat de bar over vier verdiepingen beschikt en dagelijks open is tot 5 uur ’s morgens. Dat kan
niet slecht zijn, denken we dus. Wel, dat viel tegen. Bij onze aankomst is er nauwelijks iemand
aanwezig en blijkt de bovenverdieping gesloten te zijn. We drinken vlug ons vast recept, waarna we
de zaak laten voor wat ze is en de tweede club die ik heb gevonden gaan uitproberen. Zodra we
buitenstappen, komt een groep van zo’n driehonderd Amerikanen de bar binnengestormd, waarna
wij vermoeden dat het wellicht toch nog een feestje is geworden in de “Top Gear” die avond.
Onderweg naar onze tweede bar, komen we langs een zes à zeven MC Donalds, en dat allemaal op
nog geen 400 meter van elkaar af. Het lijkt wel of de mensen in Praag niks anders eten. Onze tweede
bestemming ligt aan de waterkant, wat een klein stukje rechtdoor lopen is. Onderweg komen we
regelmatig iemand tegen, maar niets wijst op een bruisend nachtleven in Praag. Dat verandert echter
als we aankomen in de grootste club
van Oost-Europa, althans volgens de
flyer die ik aan de hotelbalie vond. Wat
een zotte toestanden zijn dat hier, zeg?
Herinneren jullie je nog de bar in
Boedapest? Wel, deze is nog groter,
met verschillende verdiepingen waar
muziek van allerhande stijlen gedraaid
wordt. Zo is er op het gelijksvloers een
dancing waar ze de populaire
nummertjes draaien, met een
louncheruimte waar enkele sensuele
dansers de straalbezopen mannen gek
maken. Op de tweede verdieping
bevindt zich een bar die volledig van ijs
lijkt gemaakt te zijn. Op de derde
draaien ze de hele avond feestmuziek
uit onze glorietijd. Wanneer we de trap
opgaan, worden we de dansvloer op
geleid op de tonen van Y.M.C.A.
De sfeer zit er goed in, maar we hebben
nog wat alcohol nodig om echt in de
stemming te raken. Geen probleem
hier, want voor een euro heb je hier
een halve liter bier. Na enkele van deze kanjers achterover gekapt te hebben, gaat alles plots een
stuk vlotter. Iedereen is opvallend vriendelijk in deze club. Zo gebeurt het dat we al gauw met ander
volk meedansen op de tonen van Cotton Eye Joe (Belgisch! En niet het enige Belgische nummer wat
die nacht de revue passeerde, want ook Technotronic en nog enkele andere die ik door de alcohol
Oei Oei Oei...
reeds vergeten ben, werden gedraaid) alsook treintjes vormen met de menigte. Het publiek wordt
volledig bespeeld door de DJ’s met muziek van onze tijd, meer moet dat niet zijn. Tegen vier uur
worden we aan ons hotel afgezet door een taxi-chauffeur die blijkbaar ook een vergunning had om
door het rood licht te rijden, waarmee onze laatste avond van de roadtrip tot een einde komt.
Praag, vrijdag 15 augustus 2014, 09:30 uur
Ik voel me verrassend goed als ik opsta, al had ik dan ook niet zoveel gedronken als in Firenze.
Michael daarentegen heeft hoofdpijn, maar hij zegt dat het niet door de drank komt. Na het ontbijt
proberen we nog een uurtje te rusten voor de lange terugweg naar België. Om 11 uur checken we uit
en laden we onze koffers in de wagen voor de weg terug naar huis. Die vijftien dagen op rondreis
door Europa zijn voorbijgevlogen. Rest mij enkel nog om kort mijn bevindingen van de reis hieronder
te vermelden, zodat zij die het zelf voelen kriebelen om op vakantie te gaan, weten waar ze moeten
zijn en welke plaatsen best te vermijden zijn.
Gezelligste stad: Firenze , Italië
Saaiste stad: Belgrado, Servië
Mooiste stad: Skopje, Macedonië
Meest vervuilde stad: Napoli, Italië
Drukste stad: In Milaan was het vervelend druk, al was het in Rome en Pisa zeker drukker maar daar
stoorde het minder
Rustigste stad: Grosseto, Italië
Gevaarlijkste stad(criminaliteit en verkeer): Napoli, Italië
Beste eten in de stad: De Schnitzel in Wenen was fantastisch, maar ook de souvlakis in Griekenland
mochten er zijn
Beste nachtclub: Space Electronic, Firenze, Italië
Beste nachtleven: Boedapest, Hongarije
Beste hotel: Napoli, Italië
Slechtste hotel: Niet echt een heel slecht hotel gehad, maar Hotel Ritter in Milaan stelde weinig
voor. Wanneer we onze boeking maken, staat er dat je lekker met een drankje kunt ontspannen aan
de bar, maar wanneer we aankomen is de bar gesloten omdat “het zomer is”. U leest het goed.
Beste eten op hotel: Pszczyna, Polen
Slechtste eten op hotel: Athene, Griekenland
Vriendelijkste personeel op hotel: Napoli, Italië
Meest memorabele activiteit: De concentratiekampen in Auschwitz bezichtigen
Mooiste vrouwen: Moelijk om te kiezen. Griekenland zou ik zeggen, al stelden ze mij nergens echt
teleur
Vlak na thuiskomst ontvang ik een SMS van Michael. De auto heeft platte band. Meer dan zesduizend
kilometer rijden en dan honderd meter van huis stilvallen met een klapband. Karma, it’s a bitch!
BEZOCHTE STEDEN (IN VOLGORDE):
Lausanne(ZWI), Milaan(ITA), Firenze(ITA), Pisa (ITA), Grosseto(ITA), Rome(ITA), Napoli(ITA),
Brindisi(ITA), Igloumenitsa(GRI), Rio(GRI), Athene(GRI), Thessaloniki(GRI), Skopje(MAC),
Belgrado(SER), Boedapest(HON), Wenen(OOS), Pszczyna(POL), Auschwitz(POL), Praag(TSJ).