Sediment balans van het

Waddengebied

Integrerende notitie op basis van de verschillende studies









© Deltares, 2009




Z.B. Wang









Titel
Sediment balans van het Waddengebied

Opdrachtgever
Rijkswaterstaat
Pagina's
9






Trefwoorden
Waddenzee, sedimentbalans, kust, sedimenttransport

Samenvatting
Type hier de samenvatting

Referenties
Type hier de referenties





Versie Datum Auteur Paraaf Review Paraaf Goedkeuring Paraaf
nov. 2009 Z.B. Wang



Status
concept
Dit document is een concept rapport, niet een definitief rapport, en uitsluitend bedoeld
voor discussiedoeleinden. Aan de inhoud van dit rapport kunnen noch door de
opdrachtgever, noch door derden rechten worden ontleend.





17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

i

Inhoud
1 Inleiding 1
2 De analyse van Van Koningsveld 2
3 De analyse van Elias 5
4 De analyse van Cleveringa 8
5 Integrerende evaluatie A-1
5.1 Kenmerken verschillende analysen A-1
5.2 Een totaal beeld A-1
5.3 Verwerken ingrepengegevens A-2
5.4 Conclusies en aanbevelingen A-4

Bijlage(n)
A Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.





















17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

1 van 15

1 Inleiding
Sediment balans studies worden uitgevoerd om inzicht in het morfologische systeem te
verkrijgen uit de historische data van bathymetrie. Het is een vaak uitgevoerde analyse voor
het NL kustsysteem de afgelopen jaren. Voorbeelden hiervan zijn de analyse van
Uitenbogaard (1995) voor de Westerschelde, Walburg (2006) voor de Waddenzee, …. Bij
deze studies is gebleken dat zorgvuldigheid vereist is bij het verwerken van de bathymetrie
data om de juiste conclusies uit de analyse te kunnen trekken. Ten eerste, de gebruikte data
kunnen fouten en onnauwkeurigheden bevatten. Ten tweede, er zijn een aantal praktische
problemen met de data. De metingen in de verschillende delen van een systeem zijn niet op
eenzelfde moment uitgevoerd en de metingen zijn niet altijd gebied dekkend. De gebruikte
data zijn vaak al verwerkte data en dus niet de originele data uit de metingen. Dit houdt in dat
als er problemen zijn met de data het vaak niet meer te achterhalen is wat er precies aan de
hand is. Interpretatie van de resultaten uit een sediment balans studie vereist daarom de
nodige voorzichtigheid.

Deze notitie samenvat drie recent uitgevoerde sediment balans studies voor het Waddenzee
gebied, met de doelstelling:

• Overzicht te geven van de resultaten uit de verschillende studies.
• Een meest recent en compleet beeld te geven over de sediment balans van het
Waddenzee gebied.
• De problemen in de analysen te evalueren.
• Proberen aan te geven wat wel wat niet mogen worden geconcludeerd uit de
resultaten van de analysen.

De drie studies betreffen de analyse van Van Koningsveld (2008), van Elias (2009) en van
Cleveringa (2009). In de volgende drie hoofdstukken worden deze drie analysen eerst
samengevat. Daarna wordt in hoofdstuk 5 een integrerende evaluatie gegeven.




17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

2 van 15

2 De analyse van Van Koningsveld
De analyse maakt gebruik van UCIT, een software pakket die de bodemgegevens verwerkt
en presenteert (zie van Koningsveld e.a., 2008). Bij de analyse hecht men grote waarde aan
de reproduceerbaarheid van de analyse. Ad hoc correcties van onregelmatigheden in de
gebruikte data, zoals wel eens gedaan bij de andere analysen, wordt niet gedaan. De basis
gegevens worden gebruikt zoals ze zijn en de analyse wordt automatisch uitgevoerd.
Consequentie hiervan is dat de kwaliteit van de basis data de kwaliteit van de resultaten een
op een beïnvloedt.


Figuur 2.1 Vergelijking tussen UCIT resultaten en die van Walburg (2006)

Bij de analyse hanteert men de volgende stappen: (1) definieer deelgebieden (morfologische
eenheden) via polygonen, (2) per deelgebied wordt voor een bepaald jaar de volledige
bathymetrie geconstrueerd door gegevens gemeten in de jaren om dat jaar heen te
gebruiken, (3) per deel gebied worden de volumeveranderingen bepaald. Voor de analyse
van het Waddengebied worden de veranderingen van de volumes gepresenteerd als de
volumes van sedimentatie – erosie. Er wordt dus geen rekening gehouden met ingrepen die
tot netto veranderingen van de volumes kunnen leiden.

Figuren 2.1 en 2.2 geven de resultaten voor de buiten en binnen gebieden per zeegat, samen
met dezelfde resultaten van Walburg (2006).



17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

3 van 15



Figuur 2.2 Vergelijking tussen UCIT resultaten en die van Walburg (2006)

Verder is er een zogenaamd Boxmodel ontwikkeld waarmee de netto transporten kunnen
worden bepaald nadat de volumeveranderingen voor de deelgebieden zijn bepaald. Het
principe dat wordt gebruikt is massabehoud voor sediment. De massabalans vergelijking voor
sediment wordt dus op een omgekeerde manier gebruikt als in een morfologisch model,
transportveld bepalen uit bodemveranderingen i.p.v. bodemveranderingen bepalen uit
transportveld. Opgemerkt wordt dat er voldoende aannamen/voorwaarden moeten worden
gegeven om het probleem oplosbaar te maken. De opgelegde voorwaarden moeten zodanig
zijn dat het divergentievrije deel van het transport (ofwel transport dat tot geen
bodemverandering leidt) wordt bepaald. Een illustratie van de methode is gegeven in Figuur
2.3.

De analyse is niet alleen uitgevoerd voor de Waddenzee maar ook voor de andere delen van
het Nederlandse kustsysteem. Een voorbeeld van de resultaten is gegeven in Figuur (2.4).

Een volledige beschrijving van de analyse is gegeven in Appendix A.



17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

4 van 15


Figuur 2.3 Illustratie van het Boxmdel


Figuur 2.4. Sedimentbalans Nederlandse kustsysteem





17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

5 van 15

3 De analyse van Elias
De analyse van Elias is alleen uitgevoerd voor het westelijke Waddenzeegebied, van
Marsdiep tot/met Friesche Zeegat. Voor de analyse is de gehanteerde gebiedindeling zoals
weergegeven in Figuur 3.1. Per zeegat worden de sedimentbalans opgesteld voor binnen
(basin) en buiten (coast) gebied. Verder wordt binnen het buitengebied ook de buitendelta
apart bekeken (met gestippelde lijn aangegeven in de figuur, vormt dus ook een deel van het
buitengebied).




De analyse verschilt t.o.v. de analyse van Van Koningsveld in de volgende opzichten:

• Er wordt geen bodem per deelgebied in een bepaald jaar geconstrueerd. In plaats
daarvan worden er eerst per kaartblad, waarop de bodemgegevens van
Rijkswaterstaat zijn gepresenteerd, de veranderingen van het bodemniveau tussen
de jaren waarin de gegevens beschikbaar zijn bepaald. Met de aanname dat de
bodemverandering binnen elke tijdinterval lineair in de tijd verloopt, kan er voor elke
tijdstip en voor elke punt een snelheid van sedimentatie – erosie worden bepaald.
Vervolgens worden de volumeveranderingen per deelgebied bepaald door integratie
in de ruimte. Zie Figuur 3.2.
• Er worden wel correcties uitgevoerd wanneer er onregelmatigheden in de data
worden geconstateerd. De correcties zijn op eigen inzicht gebaseerd.



17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

6 van 15


Figuur 3.2 Illustratie van de gehanteerde methode.

De resultaten van de analyse zijn gepresenteerd in Figuur 3.3, voor de vijf zeegaten, apart en
samen. Zij zijn ook samengevat in de volgende tabel.

Table 1: Volume changes in the Wadden Sea (1927 – 2000)
Coast
(2)

-volume
(Mm
3
)
Ebb-
deltas
volume
(Mm
3
)
Basins
volume
(Mm
3
)
Marsdiep -240 -189 198
Eierlandse Gat -26 5 -28
Vlie Inlet -175 -161 198
Ameland 29 36 33
Friesche Zeegat -56 29 97
Total -469 -280 500
1) Volumes in Marsdiep exclude the Noorderhaaks above 0. Over the period (1985-2005) Noorderhaaks accreates
at a 0.35 Mm3/year rate (Walburg 2001).
2) The coast polygon includes the ebb-tidal delta



17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

7 van 15



Figuur 3.3 Sedimentbalans per zeegat en voor de hele westelijke Waddenzee

De volledige beschrijving van de analyse is beschreven in de vorm van een paper, zie
appendix B.





17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

8 van 15

4 De analyse van Cleveringa
De analyse door Cleveringa (2008) heeft betrekking op de Eems Dollard en het gebied
Groninger Wadden (zie Figuur 4.1). Dit is het gebied dat tot nu toe niet in de andere analysen
is meegenomen. Een kortere periode is geanalyseerd vanwege databeschikbaarheid. Verder
schilt de analyse t.o.v. van de andere analysen dat de veranderingen t.o.v. menselijke
ingrepen zijn wel meegenomen. Een schatting is gemaakt voor de veranderingen in gebieden
waar geen gegevens beschikbaar zijn.

De resultaten van de analyse zijn samengevat in Tabellen 4.1 en 4.2.




Tabel 4.1 Eems-Dollard (520 km
2
) 1985-2002




17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

9 van 15


Tabel 4.2 Groninger Wad (260 km
2
) 1985-2002






17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

A-1

5 Integrerende evaluatie
5.1 Kenmerken verschillende analysen

De volgende opmerkingen kunnen worden gemaakt met betrekking tot de verschillen tussen
de drie verschillende analysen:

• Bij Van Koningsveld:
• Geen correctie bodemligginggegevens. Alle gegevens in dataset worden
letterlijk gebruikt.
• Ingrepen niet verwerkt. Relevante ingrepen zouden zijn zand- en
schelpenwinning, bodemdaling door gaswinning, etc..
• Veranderingen van gebieden zonder gegevens niet meegenomen.
• Bij Elias:
• Correctie fouten in data volgens eigen inzicht.
• Ingrepen niet verwerkt.
• Veranderingen van gebieden zonder gegevens niet meegenomen.
• ALKYON:
• Kortere tijdserie dan de andere twee analysen.
• Buitendelta niet beschouwd.
• Ingrepen wel verwerkt.
• Veranderingen van gebieden zonder gegevens geschat.

Opgemerkt wordt dat een ander verschil tussen de analyse van Van Koningsveld en die van
Elias heeft betrekking op de synchronisatie van de data. Bij Elias gebeurt het in feit volgens
lineaire interpolatie, terwijl het bij Van Koningsveld gebeurt het door schuiven van data naar
andere jaren.
5.2 Een totaal beeld

In Figuur 5.1 is een totaal beeld van de veranderingen van de deelgebieden weergegeven in
miljoen m
3
per jaar. Hierbij is alleen onderscheid tussen het buiten- en het binnengebied
gemaakt per zeegat. Voor het westelijke deel (t/m Friesche Zeegat) is het gebaseerd op de
resultaten van Elias gemiddeld over de hele periode 1927-2000. Voor het oostelijke deel is
het gebaseerd op de resultaten van Cleveringa voor een kortere periode. In het oostelijke
deel ontbreekt het resultaat voor het buitengebied nog. Voor de meeste zeegaten geldt dat
het buitengebied erodeert en het binnengebied sedimenteert. Uitzonderingen zijn het
binnengebied van Eierlandse Zeegat en het buitengebied van Amlanderzeegat.

Met de veronderstelling dat er over de wantijen geen transport is kunnen de transporten
tussen de verschillende deelgebieden worden afgeleid met de randvoorwaarde dat er via de
zuidrand 0.5 miljoen m
3
per jaar naar binnen komt. Het afgeleide transport langs de kust is
weergegeven in Figuur 5.2. De orde van grootte van het transport ziet veel beter uit dan de
resultaten uit de analyse van Van Koningsveld.

De resultaten van de analyse van Cleveringa zijn niet voldoende om het transport in het
oostelijke deel van het gebied te bepalen.



17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

A-2


Figuure 5.1 Veranderingen per deelgebied in miljoen m
3
per jaar


0.5
1.1
1.8
1.5
0.7
0.2
2.7
0.38
2.7
0.45
1.3
0.5
1.1
1.8
1.5
0.7
0.2
0.5
1.1
1.8
1.5
0.7
0.2
2.7
0.38
2.7
0.45
1.3

Figuur 5.2 Afgeleide transporten in miljoen m
3
per jaar
5.3 Verwerken ingrepengegevens

Uit de analyse van de gegevens van de ingrepen inclusief baggeren, storten, zandwinning,
schepenwinning en zandsuppleties is gebleken dat de netto veranderingen t.g.v. de ingrepen
niet te verwaarlozen zijn t.o.v. de veranderingen zoals bepaald uit de gegevens van de
bodemligging, zie volgende tabel. De netto ingrepen worden in de getijdenbekkens worden
vooral veroorzaakt door zandwinning in de periode vanaf midden jaren 60 tot begin jaren 80.
De netto ingrepen in het kustgebied (buiten) zijn vooral zandsuppleties na 1990. Merk op dat
de veranderingen t.g.v. bodemdaling door gaswinning zijn nog niet meegenomen.



17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

A-3


Tabel 5.1 Netto ingrepen t/m 2000 samen met de volumeveranderingen bepaald door Elias
Coast Basins
-volume ingreep volume ingreep
(Mm
3
) (Mm
3
) (Mm
3
) (Mm
3
)
Marsdiep -240 11 198 -60
Eierlandse Gat -26 10 -28 -4
Vlie Inlet -175 1 198 -20
Ameland 29 5 33 -5
Friesche Zeegat -56 5 97 -3
Total -469 32 500 -92

De echte sedimentatie – erosie in de deelgebieden moeten dus worden gecorrigeerd met de
ingrepen. Als voorbeeld, de sedimentatie in het bekken van Marsdiep is 198+60=258 miljoen
m
3
i.p.v. 198 miljoen m
3
. Aan de hand van de gecorrigeerde sedimentatie – erosie
hoeveelheden kunnen de transporten opnieuw worden bepaald, zie Figuur 5.3. Het maximale
transport langs de kust is nu 1.2 miljoen m
3
per jaar. Verder wordt opgemerkt dat het
transport in het oostelijke deel nu naar het west is gericht.

0.5
0.4
1.2
0.6
0.2
0.8
3.5
0.33
3.0
0.52
1.4
0.5
0.4
1.2
0.6
0.2
0.8
0.5
0.4
1.2
0.6
0.2
0.8
3.5
0.33
3.0
0.52
1.4

Figuur 5.3 Afgeleide transporten in miljoen m
3
per jaar, rekening houdend met de netto
ingrepen

Verder is bekend dat een deel van de sedimentatie in de Waddenzee door slib worden
veroorzaakt en dus geen relatie heeft met de kusterosie buiten de zeegaten. Figuur 5.4 laat
zien hoe de transporten er uitzien als wij veronderstellen dat 15% van de sedimentatie erosie
in de bekkens door slib worden veroorzaakt (alle sedimentatie –erosie volumes in de bekkens
worden gecorrigeerd met een factor van 0.85). Het transport langs de kust is nu overal naar
het oost gericht en het maximale waarde is ongeveer 1.5 miljoen m
3
.




17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

A-4

0.5
0.8
1.5
1.4
0.5
0.1
3.0
0.29
2.5
0.44
1.2
0.5
0.8
1.5
1.4
0.5
0.1
0.5
0.8
1.5
1.4
0.5
0.1
3.0
0.29
2.5
0.44
1.2

Figuur 5.4 Afgeleide transporten in miljoen m
3
per jaar, rekening houdend met de netto
ingrepen en de aanname dat 15% van de sedimentatie uit slib bestaat
5.4 Conclusies en aanbevelingen

Samengevat kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

• De verschillende analyse hanteren iets andere methoden voor de verwerking van
de gegevens van bodemligging, voor de omgang met de ingrepen, en voor de
omgang met gebieden waar geen gegevens van bodemligging beschikbaar zijn.
• Transporten afgeleid uit de laatste resultaten van Elias zijn qua orde van grootte
niet meer zo onrealistisch als de transporten bepaald door Van Koningsveld.
• Netto ingrepen zijn niet te verwaarlozen en moeten dus worden meegenomen voor
de sedimentbalans.
• Fouten en beperkingen van data blijven altijd een probleem.

De volgende aanbevelingen worden gedaan:

• Bij de verwerking van de gegevens van bodemligging moeten correcties worden
uitgevoerd voor de geconstateerde problemen. Deze problemen en de manier waarop
zij zijn behandeld dienen te worden vastgelegd. Overwogen moet ook worden de
basis dataset te corrigeren.
• Bijwerken nieuwe data.
• Ingrepen verwerken op één consistente manier.
• Verwerken gebieden zonder gegevens op één zelfde manier.
• Transportveld alleen afleiden op basis van de lange - termijn trend vanwegen de
nauwkeurigheid van de gegevens.
• Betere onderscheiding van veranderingen door zand en slib.
• Combineren met data transportmetingen.
• Analyse naar morfologische veranderingen en dus niet beperken tot
volumeveranderingen.
• Synoptische beelden uit remote sensing data.




17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

A-1

A Analyse van Van Koningsveld





17 november 2009, concept


Sediment balans van het Waddengebied

B-1

B Analyse van Elias