DE ROOIE WAAS 

© De Bubbelebim 2014 
 
Er was eens een land dat werd bedekt door een rooie waas. 
 
Magdor Loon Quinteti von Kaloekipyrie, de koning van het land, maakte zich grote zorgen. Zo 
groot zelfs, dat ze niet meer in het paleis pasten. Ariol Veem Quinteti von Kaloekipyrie­de 
Vries, zijn vrouw maakte zich dáár dan weer grote zorgen over. Maar gelukkig maakte zij haar 
zorgen van glú, een soort niet­bestaande gelei, zodat er in het paleis nog net genoeg ruimte 
overbleef voor alle spirituele ham die ze in de loop der jaren hadden verzameld. Die spirituele 
ham was een soort belasting die iedereen in het land maandelijks moest betalen. Magdor en 
Ariol wisten niet zo goed wat ze er mee moesten, dus stapelde zich al jaren een enorme 
hoeveelheid spirituele ham op in de gangen van het paleis.  
 
De wijze spreker werd er bij wijze van spreken, dus door hem te roepen, bij gehaald. Dit 
gebeurde namelijk, dus door zijn naam uit te spreken. Deze wijze spreker had echter zo’n 
ontzettend lange naam dat je die nooit in één leven zou kunnen uitspreken. Vandaar dat men, 
tot groot ongenoegen van de wijze spreker zelf, zijn naam altijd afkortte. Naar Ad. 
 
“Ad!” riep Ariol. 
Ad kwam aanlopen……………………………………………………………………………………... 
 
Hij liep altijd heel langzaam omdat hij altijd heel goed bedacht, de volledige geschiedenis van 
de mensheid en alle mogelijke toekomstperspectieven in vergelijking tot het huidige 
overheersende ideale toekomstbeeld in ogenschouw nemend, of de volgende stap die hij 
wilde maken wel de juiste was. Of althans, dat was zijn eigen verklaring. In werkelijkheid had 
hij een keer met een tube lijm zitten spelen en was zijn balzak vast komen te zitten aan zijn 
beide benen.  
 
“Je kunt drie dingen doen.” begon hij meteen toen hij eindelijk binnen hoorbereik van het 
gezelschap was. Als wijze wist hij natuurlijk al lang wat het probleem was, dus daar hoefden 
geen woorden aan vuil gemaakt te worden. ‘Hoe minder woorden je vuil maakt, hoe minder je 
er hoeft..’ was zijn theorie. 
 
“A: Koning Magdor gaat zijn zorgen ook van glú maken, zodat ze geen plek meer innemen in 
het paleis. 
B: Jullie schaffen de spirituele ham af en vragen een bijdrage van de mensen waar je wel iets 
aan hebt. 
C: De rooie waas moet verdwijnen, zodat Koning Magdor zich geen zorgen meer maakt.” 
 
“Kunnen er ook meerdere antwoorden goed zijn?” vroeg Ariol. 
“Kunnen er ook meerdere antwoorden goed zijn?” vroeg Koning Magdor. 
 
Ariol en Ad keken Koning Magdor verbaasd aan. Er viel een ongemakkelijke stilte. Ad pakte 
de stilte op en las op de achterkant: ‘made in china’. Hij besefte dat dit geen antwoord zou zijn 
op de vraag van Koning Magdor, noch op die van Ariol. Dus verzon hij snel zelf iets en zei: 
“Dit keer wel.” Het drietal haalde opgelucht adem en glimlachte. 
 
“Zullen we lunch maken van de spilituele ham?” opperde plotseling Plot Xiao Ling, de kleine 
Chinese prins, die vanaf een vertakking van dit verhaal had zitten meeluisteren. Dat zit 
namelijk zo. Je kunt dit verhaal zien als een soort symboom. Dat is een boom die eigenlijk 
ergens anders voor staat. Maar omdat de boom daar bij wijze van spreken letterlijk vóór staat 
kun je dat andere niet zien. Het enige dat je kunt zien is dit verhaal. Als een soort boom dus. 
Met vertakkingen die ook allemaal ergens voor staan. En op één van die takken zat Plot Xiao 
Ling dus mee te luisteren. 
 
“Lunch maken van spirituele ham?” vroeg Ariol. “Bedoel je dat letterlijk?”  
“Ehm, in zekele zin wel ja.” antwoorde Plot onzeker. “De spilituele ham staat natuullijk elgens 
vool en om el achtel te komen wáálvool zul je lettellijk achtel de spilituele ham moeten 
komen.” 
“Ja maar, bedoel je nu dat we er achter moeten komen waar de spirituele ham voor stáát of 
dat we achter de spirituele ham moeten kijken omdat dat wat er achter staat eh...” 
Ad onderbrak hem: “Ik denk dat het over zingeving gaat.” 
 
... 
 
Er viel weer een ongemakkelijke stilte en iedereen vroeg zich af of hij de diepzinnigheid van 
die opmerking nog zou gaan bevatten. Ariol hoestte. “Sorry,” zei Ad “ga verder.” Waarbij hij, 
om zichzelf een houding te geven, tegen deze vertakking van dit verhaal leunde, waardoor de 
vertakking afbrak en precies tegen een stapel spirituele ham viel, die op haar beurt weer 
omviel. 
Even keek iedereen naar wat er achter de stapel tevoorschijn zou kokem. 
 
“Kokem?”  vroeg Plot, en even keek iedereen naar Ad in de hoop dat hij zou weten wat 
kokem was. Ad had geen idee, dus probeerde hij dit te verdoezelen door te zeggen dat het 
lag aan de onkunde van één van de schrijvers van dit verhaal om het simpele woord ‘komen’ 
op te schrijven. De anderen geloofden er niet veel van, maar vonden het allang best omdat ze 
inmiddels een behoorlijke trek hadden gekregen. Koning Magdor liet achterham serveren. 
Maar nog voor het gezelschap hun eerste hap had kunnen nemen, stormde er een lakei 
binnen die geschrokken riep: “De rooie waas.. hij wordt alleen maar erger!”  
 
“Bedoel je dat overdrachtelijk?” vroeg Ad, in een angstvallige poging om zijn reputatie als 
wijze spreker te herstellen.  
“Hoe bedoelt u?” vroeg de lakei verward. 
“Nou, of je boodschap overdrachtelijk is. Of je hem aan ons wilt overdragen.” 
“Eh, ja..” stamelde de lakei. 
“Mooi.” zei Ad, waarop iedereen begon te eten terwijl er nog talloze ongemakkelijke stiltes 
vielen, maar ook een aantal gemakkelijke, die de lakei vluchtig bij elkaar veegde om ze in 
zo’n grote blauwe vuilniszak te doen. Koning Magdor hield eigenlijk niet van die grote blauwe, 
hij had liever gewone donkergrijze van Komo, maar die waren op en dus was de lakei die 
middag op weg gegaan om nieuwe donkergrijze te halen in het land en toen had hij dus 
gemerkt dat het met de rooie waas alleen maar erger werd en daar was hij zo van 
geschrokken dat hij linea recta terug naar het paleis was gerend en de donkergrijze zakken 
alsnog was vergeten, maar gelukkig hadden ze in het paleis nog wel een paar blauwe zakken 
als reserve... 
 
“Wat is dit nou weer voor een dorre tak?” riep de Koning boos. 
“Sorry majesteit.” zei Ad terwijl hij de levenloze vertakking van het verhaal afbrak en aan de 
lakei mee gaf. 
“Ter zake!” riep de Koning. 
“Jazeker majesteit,” zei Ad “als u het mij vraagt kunnen we het beste voor optie C gaan, het 
uitdrijven van de rooie waas.” 
“Maal hoe?” vroeg Plot. 
“Maal Hoe!” riep Ariol verrukt “Natuurlijk! Dat ik daar niet eerder aan heb gedacht! Maal Hoe 
Quinteti von Kaloekipyri, je vergeten zoon!” 
“Welke zoon?” vroeg de koning. 
“Maal Hoe, je vergeten zoon!” 
“Maal Hoe?” 
En ook Plot vroeg: “Maal Hoe?” 
“Hoe bedoel je maar hoe?” vroeg Ad aan Plot. 
“Nee, Ad. Dit keel zei ik wel Maal Hoe. Met een L.” 
Ad keek hem niet­begrijpend aan. 
 
“Haal Maal Hoe, mijn vergeten zoon!” gebood Koning Magdor. En binnen ónafzienbare tijd 
stond er in de kamer een puisterige tiener met lang vettig haar en gescheurde kleren. 
 
“Maal Hoe, ik ben je vader, Koning Magdor.” 
“Ja pap.” 
“Eh, ja, goed. Maal Hoe, we hebben een probleem. Er hangt door het hele land een rooie 
waas en daar maak ik me enorme zorgen over. En niet van die glú­zorgen zoals je moeder ze 
maakt, maar echte, substantiele zorgen… Eh… kun je ons helpen?” 
“Nee pap.” 
“Nee?! Wat heb ik nou aan jou? Het hele land is in nood en jij wil niet eens helpen?” 
“Ik wil gewoon doen wat ik zelf wil. Als iedereen dat nou eens doet, dan zouden dit soort 
problemen niet eens ontstaan.” 
“Wat!?” brulde de koning. 
“Rustig maar, lieverd.” zei Ariol “Wat wil je doen dan, Maal Hoe?” 
“Ik wil muziek maken.” 
Waarop hij een bandje begon dat de rooie waas uitdreef overal waar ze speelden. En al snel 
was het hele land weer opgeklaard. Maal Hoe noemde zijn bandje ‘Rooie Waas’. 
 
“Wat een plotseling einde.” zei Plot. 
“Moet jij zeggen, Plot Xiao Ling.” zei Ad. 
“Zou daal nog iets symbolisch achtel zitten?” 
Op dat moment viel de grootste ongemakkelijkste stilte ooit in het gehele land. Maar niemand 
overleefde dat genoeg om het een probleem te noemen.