You are on page 1of 30

1

ENTER EKSIT

-------MANUSCRIPT------



Mei 2005





















2
Maandag

Eksit zat op zijn balkon te wachten op een teken van boven, of van buiten, desnoods van
binnen. Een teken om op te staan, zijn haar te kammen, tanden te poetsen, bril op, bril af,
scheren, bril op en de deur uit. Op pad, naar wat of wie dan ook. Maar vooralsnog gebeurde er
niets. Geen geluid, geen beweging, niets dat een teken zou kunnen zijn dat voor hem bedoeld
was. En dus wachtte hij, en dacht hij na over hoe lang hij nog zou moeten wachten. Achter
zijn rug haalden een aantal dieven zijn huis leeg. Nergens uit bleek dat hij doorhad dat dit
gebeurde maar het staat vast dat zelfs als hij het had gemerkt, hij er niets aan had gedaan om
hen te stoppen. Plots schoot er een vuurpijl rakelings langs zijn balkon. De tijd rekte zich uit
en in de honderdste seconde dat de pijl voor zijn balkon langs schoot geeuwde hij, rekte zich
uit, nam de tijd, dikte gezamenlijk weer in en stond langzaam op om de voorbij schietende pijl
uit de lucht te grijpen. Zijn vingers sloten zich om de stok. Hij likte aan de toppen van zijn
duim en wijsvinger en drukte de lont uit. Met het typische, sissende geluid doofde de lont en
begon de tijd weer te lopen. Hoewel niemand dit natuurlijk kon hebben gezien, daarvoor ging
het te snel, hoorde hij van beneden iemand roepen. Hoewel, het was meer een fluisteren.
Terwijl dat onmogelijk was, hij woonde twaalf hoog. Eksit..., waaide een vrouwenstem
over zijn balkon. Hij leunde voorzichtig over de rand en keek naar beneden. Twaalf
verdiepingen lager lag een vrouw in knalrode kimono in de struiken. Tot zo, fluisterde ze
en ze wees naar de vuilnisbelt naast de flat. Dit moest het teken zijn, dacht Eksit en hij draaide
zich om, om zijn haar te kammen, tanden te poetsen, bril op, bril af, scheren, bril op en de
deur uit. In de hal naar de badkamer liep hij tegen n van de dieven op die net de
videorecorder, zon beetje het laatste apparaat dat er nog stond, had opgepakt en op weg naar
buiten was. Nu kon het Eksit niets schelen dat zijn huis werd leeggeroofd, niet op dit moment
in zijn leven in elk geval, maar hij dacht in deze dief zijn broer te herkennen. Het misverstand
was niet zo opmerkelijk omdat Eksit zijn enige broer Enter al twintig jaar niet gezien had.
Enter was van huis weggelopen nadat hij, na een uit de hand gelopen ruzie, zijn moeder met
een keukenmes gestoken had. Eksit moet toen een jaar of tien zijn geweest. Hij herinnerde
zich nog het knalrode bloed dat zich als een vlek uitbreidde op moeders witte schort. Enter!,
schreeuwde hij, J ij vuile moedermoordenaar!(dat was overdreven maar zijn woede is
begrijpelijk). Hij sprong bovenop de verbaasde dief(die overigens toevalligerwijs k Enter
heette, wat zijn verbazing nog groter maakte) en begon hem te wurgen. De dief, Enter, liet de
videorecorder vallen en probeerde Eksit van zich af te duwen. Zijn voet raakte een
gangtafeltje waar vanaf een blauwe, doorzichtige bloemenvaas op de grond stukviel. Eksit
krijste het uit en sloeg Enter(maar dus niet zijn broer) met zijn hoofd op de plek waar de
scherven lagen. De dief bloedde flink en bezweek onder de greep om zijn nek.

Eksit zakte onderuit tegen de badkamermuur en huilde. Het is volbracht mama, snikte hij.
Hoor je me? Vergeef hem. En vergeef mij ook als mijn tijd komt. Tien minuten lang bleef
hij zo zitten, dat wil zeggen tien honderdste seconden want ditmaal werd de tijd uitgesmeerd
tot een dunne, roze, jamachtige laag die over alles in zijn huis lag. Hij voelde zich extreem
rustig. De tijd vloeide weer samen en hij stond op en wikkelde wat hij dacht dat het lijk van
zijn broer was in een tapijt. De scherven en het bloed veegde hij in een vuilniszak die hij naar
zijn werkkamer droeg en naast zijn schildersezel neerzette. Zonder zijn tanden te poetsen of
ook nog maar een voet in de badkamer te zetten tilde hij het tapijt over zijn schouder en stapte
over de drempel. Hij nam de linkerlift, niet dat hij een bepaalde voorkeur voor die lift had of
op een of andere manier een meer links ingesteld persoon was, maar puur omdat die lift als
eerste bovenkwam. Hij glimlachte om zijn eigen onzinnige gedachtegang. In de lift en ook
beneden in de hal en zelfs op weg naar de vuilnisbelt kwam hij niemand tegen. Wel had hij
3
ontelbare gedachten die alleen zijn weer te geven als de tijd zich zou uitrollen als een rode
loper van hier tot de maan. Iets dat in de wereld van Eksit zeker geen zeldzame gebeurtenis is.

Het eerste dat hij deed, op de vuilnisbelt aangekomen, was het begraven van het opgerolde
tapijt. Hij groef geen kuil maar een soort tunnel in een grote berg afval. In het midden van die
heuvel maakte hij een groot hol. Hij sleepte het tapijt naar binnen. Legde het kleed in het
midden en richtte het hol verder gezellig in. Daarna kroop hij zelf terug door de tunnel, die
behoorlijk lang was, langer dan zojuist leek het wel. Al kon dat ook liggen aan zijn
waarneming van tijd.

Bent u Eksit Ejmeijer?, vroeg iemand toen hij zijn hoofd, na wat wel een half uur kruipen
leek te zijn geweest, uit de tunnel stak. Eksit keek op. Vlak voor hem stond een magere man
met een felgroen jasje. Nee, zei Eksit terwijl hij opstond en zijn kleren afklopte, ik heet
Elmeijer. Dat zeg ik, Eksit Ejmeijer!, schreeuwde de man, of liever, het mannetje. Hiervan
schrok Eksit een beetje, hij had immers net een lijk begraven. Een vervelend spraakgebrek,
dat u daar heeft, zei Eksit dus vriendelijk. Bent u Eksit Ejmeijer nu, of niet?, het mannetje
stampvoette en hijgde terwijl hij uit zijn linkermondhoek kwijlde. Ik ben Eksit Elmeijer,
maar als u de L niet kunt zeggen mag u me best Ejmeijer noemen, stelde Eksit hem gerust.
Dit leek het mannetje inderdaad te kalmeren want hij streek zijn felgroene jasje glad en zei nu
weer op normale toon, hoewel nog steeds kwijlend: Ik ben J eo J a J umire, presentator van
het tejevisieprogramma Meer Prijzen Dan J e Kunt Winnen Winnen. -Winnen winnen?,
vroeg Eksit. Het mannetje explodeerde: Godverdegodver, hou nu eindejijk eens je bek,
idioot! Moet ik soms bij je komen, moet ik soms mijn vinger, hier hield hij even stil en er
verscheen een waanzinnige glimlach op zijn paarse gezicht. Trek eens aan mijn vinger,
fluisterde hij geheimzinnig. Eksit keek verwonderd naar de knokige wijsvinger die het
mannetje voor zijn gezicht hield. Als ik nu aan zijn vinger trek gebeurt er vast iets
vervelends, dacht hij, maar doe ik het niet dan wordt hij waarschijnlijk zo kwaad dat ik mijn
leven ook niet zeker ben. Zijn spraakgebrek is wel verwonderlijk trouwens, buiten het feit dat
hij de L niet kan zeggen spreekt hij perfect Nederlands. Hij keek om zich heen, hopend op
hulp van buitenaf, hij zocht in zichzelf naar een antwoord, hij bad tot God en besloot
uiteindelijk maar te doen wat het mannetje zei. Als het niet was om het mannetje kalm te
houden dan wel omdat hij eigenlijk wel heel nieuwsgierig was naar wat het mannetje te
zeggen had. Eksit stak zijn hand uit naar de vinger, maar het mannetje had zijn hand al lang
weer weggetrokken en zat kwijlend tegen de berg afval te slapen. Eksit besloot om dan maar
de vrouw in de rode kimono te gaan zoeken. Maar eerst trok hij heel voorzichtig het felgroene
jasje van de presentator uit en deed het zelf aan. Helaas kon hij niet voorkomen dat er wat
kwijl van het mannetje op de linkermouw terechtkwam.

Eerst met voorzichtige, stille stapjes maar even later met grote passen verwijderde hij zich van
de plek waar de presentator lag. Toen hij uit zicht was, keek hij om zich heen en zei tegen
zichzelf: Als ik haar over tien minuten niet heb gevonden, ga ik terug naar huis. Tien
minuten lijkt misschien kort, maar dit ws weer zon moment. De tijd rolde zich uit als een
rode loper, langer, steeds langer, totdat deze tot aan de maan zou reiken. Voor Eksit betekende
dit dat hij tijd had om eens diep en lang na te denken.

Een vrouw in een rode kimono. Hmm, en even later gn vrouw in een rode kimono maar
wel een presentator van een spelshow met een felgroen jasje. Een doorzichtig blauwe vaas die
kapot valt, de zich uitbreidende bloedvlek op mijn moeders witte schort. Als ik straks weer
thuis ben maak ik een schilderij van de scherven en het bloed van mijn broer. Daarna schrijf
ik op wat de vrouw in kimono me straks gaat vertellen. Als ze nog komt. Daarna ga ik weer
4
op mijn balkon zitten en wacht ik op een volgend teken. Of nee, daarna ga ik naar het huis
van Pentez en nodig hem uit om op mijn kosten dronken te worden in de Tombuiss. Tequilas
drinken tot de zon opkomt. Nee, wat een walgelijk clich! Whisky drinken en jazz luisteren.
Nee, nee. Ik blijf thuis, bel hem op, nodig hem uit en we werken verder aan ons plan de gang
van zaken te veranderen door brieven aan onszelf te schrijven. J a, en dan schrijf ik een brief
aan mezelf waarin ik mezelf wijsmaak dat ik getrouwd ben met de vrouw in kimono en dat ik
naar J apan wil verhuizen. En Pentez schrijft een brief aan zichzelf waarin hij zichzelf zijn
eigen dromen vertelt omdat hij hoopt op die manier zijn dromen te vangen. Hij hoopt dat hij
de volgende nacht dezelfde droom dan wr droomt, maar dan met het bewustzijn dat hij die
droom al eens heeft gehad. Hij hoopt dat hij zichzelf uiteindelijk op die manier in zijn droom
kan verdubbelen. Hij gelooft dat als dat systeem in zijn dromen werkt, hij het ook in
werkelijkheid kan toepassen. Uiteindelijk wil hij zichzelf door meditatie oneindig
verdubbelen. Ik denk dat hij gewoon een vriendin nodig heeft. Maar dat zeg ik niet, want dan
zou hij niet meer langskomen n niet meer schrijven. En telkens als hij stopt met brieven
schrijven verschijnen er om n of andere vreemde reden in mijn leven geen tekens meer,
zoals vandaag gelukkig wel. De vrouw in rode kimono.

Dit alles dacht hij in zeven honderdste van een seconde. Ik onderbreek hier het beschrijven
van zijn gedachten om terug te keren naar het begin van het verhaal. Naar het moment waarop
hij op zijn balkon zat te wachten en hij er over nadacht hoe lang hij nog zou moeten wachten.
Beneden hem, twee balkons lager zaten op dat moment twee Spaanse vrouwen te schaken.
Beide vrouwen draaide krullen in een pluk van hun haar. Beide vrouwen hadden
kastanjebruin haar. Beide vrouwen moesten eigenlijk naar de WC, maar vergaten het telkens
omdat ze erg in hun schaakspel opgingen. De vrouw links voelde plots de blik van de ander
op haar gericht. Ze keek op en zag dat de ogen van de andere vrouw ontelbare, rode lijntjes
vertoonde en dat ze ongewoon ver waren opengesperd. De muur achter haar begon te
verschuiven, niet naar hen toe maar van hen af. De kamer werd twee keer zo lang. Vreemd
was dat hierdoor in de kamer niet meer ruimte ontstond, omdat alle meubels die aan die kant
van de kamer stonden evenredig uitrekten met het verschuiven van de muur. Er waren nu aan
een kant van de kamer banken en kasten van zeven meter lang. Ook een daar achtergelaten
vork was uitgerekt, niet in de lengte maar in de breedte waardoor het nu een soort stalen plaat
met rafels aan een kant was geworden. Ook een leeg glas had er gestaan, dat nu meer op een
plat aquarium leek. De vrouw die dit allemaal zag gebeuren (laten we haar Marletta noemen)
dacht dat zij zich dit allemaal inbeeldde en kotste over het schaakspel heen. De andere vrouw,
die dit alles veroorzaakte (we noemen haar Veronique), zei een Perzische tekst op en leek
bezeten door een demon. Marletta viel flauw en van haar zou daarna nooit meer iets
vernomen worden. Veronique zou later bij een groot televisiestation komen te werken. De
kamer is er nog steeds en het is een wonder dat men er nog geen geld uit probeert te slaan
door er een toeristische attractie van te maken, maar goed, wat niet is kan nog komen. Zeker
in dit verhaal.

Dit is het moment dat Eksit de lont van de vuurpijl dooft en de tijd zijn natuurlijke gang weer
herneemt. Dit is ook het moment dat zich beneden in de struiken een vrouw in rode kimono
materialiseert. Het is ook het moment dat in een heel ander gedeelte van de stad, een
doodzieke, oude Schrijver zich nog n keer achter zijn typemachine zet en wat zijn laatste
woorden zullen worden begint te tikken. Dit is wat hij schrijft:

Twee acteurs staan tegenover elkaar op stoelen op het podium. Van boven hen hoort men het
geluid van een voetbalstadion. De twee acteurs pakken uit hun borstzak allebei een vork en
smijten die over hun schouder. De vorken blijken aan hun polsen te zitten vastgebonden want
5
op een bepaald punt in hun vlucht stokken ze in de lucht en storten ter aarde. Daarop stopt
het geluid van het voetbalstadion. De linkeracteur wordt nu met stoel en al omhoog getakeld
en verdwijnt boven uit beeld. Wel ziet men nog net dat hij begint te spreken. De monoloog die
hij houdt zal tot het eind van het stuk voortduren(voor monoloog zie: map 4, de ijstekst). De
andere acteur zal tot het eind van het stuk bezig zijn, zijn eigen kleren uit te trekken en deze
bij de stoel n te trekken.

Na de laatste punt begint de oude Schrijver zich misselijk te voelen en strompelt terug naar
zijn bed om daar even later zijn laatste adem uit te blazen. Zijn huishoudster vindt hem, maar
pas na een minuut of acht. Dat is het moment dat Eksit de deur van zijn woning uitstapt op
weg naar de vuilnisbelt. De huishoudster huilt, maar herneemt zich snel en gaat aan het
bureau zitten. Ze leest de tekst, staat op en loopt naar de kast waar de Schrijver zijn mappen
met onafgerond werk bewaard. Map 4 blijkt te missen. Hoe kan dit? Zelf zal de huishoudster
er niet achter komen, gezien het feit dat ze zeer snel na deze dag zal overlijden. Eksit echter,
die ook schrijver is, zal de tekst misschien nog wl onder ogen krijgen. Dit omdat de map
waarin de tekst zich bevindt gestolen is door zijn vriend Pentez. En wel in de tijd die zit
tussen het moment waarop de huishoudster de kast opent en het moment dat zij met haar ogen
de plek waar map 4 zich zou moeten bevinden bereikt. Dit was voor Pentez juist een ogenblik
waarin de tijd zich oneindig klein maakte en zich even in een leeg bierflesje schuilhield.
Pentez was op dat moment binnengekomen en had de map gepakt en ook nog een glas whisky
uit de fles van de Schrijver gedronken. Daarna was hij opgestaan en had het huis verlaten
waarop, bij het dichtslaan van de deur, de tijd uit haar schuilplaats tevoorschijn kwam en de
huishoudster naar de lege plek in de kast keek.

Pentez wist dat de oude Schrijver ook altijd geobsedeerd was geweest door dezelfde tijd-
ruimte ideen als hij en Eksit. En hij wist dat de Schrijver dit wist. De Schrijver wist echter
niet dat Eksit en Pentez door hun brievenschrijfsessies al waren gekomen tot het toepassen
ervan in hun werkelijkheid(dit verhaal). De tekst in map 4, de IJ stekst, bleek te handelen over
een vrouw in rode kimono. Die avond, toen Pentez bij Eksit thuis aankwam, werd hij
hartelijker begroet dan normaal. Ik heb weer een teken gehad vandaag, zei Eksit.
Geweldig, prachtig Eks, maar eerst dit, en Pentez haalde de map tevoorschijn. Wat is dat?
Dit is de IJ stekst van Willem N. Op, Eks. Eksit sloeg steil achterover. Hoe kom je
daaraan?! In godsnaam! Hoe denk je zelf, Traagmans, je moet mijn brieven wat beter lezen.
Op is dood. J ezusjezuslees voor, lees voor. De twee vrienden namen plaats op het
balkon waar Eksit whisky inschonk en Pentez begon te lezen:

Hij werd opgeschrikt uit zijn gepeins door de vrouw in rode kimono, die achter hem stond en
was begonnen te zingen. Een Oosterse melodie, leek het, maar wat deed het ertoe. Hij wilde
weten wat de vrouw hem te melden had. De vrouw stopte met zingen en zei: Allereerst, de
kleuren, daarna bleef het een paar seconden stil waarin de vrouw diep leek na te denken
en ze vervolgde, rood, knalrood, wit, doorzichtig blauw en felgroen. Hij staarde naar haar,
begreep het nog niet helemaal. De vrouw sprak verder maar haar woorden leken
inhoudslozer te worden, de betekenis ervan vervaagde, de woorden vloeiden in elkaar over.
Hij herkende de woorden maar niet meer hun betekenis, ze werden droog en stoffig en hij
probeerde ze schoon te vegen maar het was vechten tegen de bierkaai. Een enorme stofwolk
ontstond om hem heen. En er verschenen letters in het stof dat als een tornado om hem heen
waaidraaide. JE LUISTERT NIET, stond er. Jawel, jawel, wilde hij schreeuwen maar
onmiddellijk zat zijn mond vol stof en kon hij geen woord meer zeggen. Het stof leek zijn tong
aan te tasten. Hij vouwde zijn armen om zijn hoofd en dook naar de grond waar hij wachtte
op wat komen ging. De stofwolk kwam tot rust maar pas na een uur durfde hij zijn ogen te
6
openen. Zijn tong voelde ontzettend verbrand aan. De vrouw in kimono was natuurlijk
verdwenen maar haar kimono lag naast hem. Hij pakte deze op en begon te lopen. Hij had
geen idee welke kant op maar hij moest weg van deze plek. Hij begon te rennen, zijn tong
deed verschrikkelijk zeer. Hij keek achterom om te zien of de vrouw in kimono niet achter hem
aanzat en op dat moment botste hij tegen iemand op. H! Jij!, het was de Tv-presentator.
Je hebt mijn jas aan, zei deze rustig. Dat kjopt. Hij schrok van zijn eigen stem, zijn tong
bemoeilijkte het praten. De presentator pakte hem bij zijn schouder, glimlachte en zei: Hou
maar.

Dinsdag

Het was op vakantie, wr weet hij niet meer. Hij herinnert zich de camping als een immense
vlakte met vochtig gras. In het midden vlak bij de plek waar hij de tent had opgezet stond een
boom. Als het gaat onweren ben ik dan wel de pineut maar het is het enige object in de
omgeving, en ik voel me al zo alleen. Hij was die avond vroeg naar bed gegaan en had nog
wat stukken herlezen en een aantal verbeteringen aangebracht. Uit deze vakantie stamt ook de
eerste aantekening van de extra N. in zijn naam. Willem N. Op. Zo wilde hij voortaan heten.
Het is vooralsnog onduidelijk waarom hij die letter aan zijn naam wilde toevoegen of waar hij
voor staat. Hij was net ingeslapen, toen hij dacht mensenstemmen te horen, krijsende
stemmen. Hij vond het te warm om zich eerst aan te kleden en hij ritste dus de tent open en
stapte naar buiten. Snel brak hij de laagst hangende tak van de boom voor het geval dat.
Natuurlijk was er niets te zien. De stilte die hij buiten trof, maakte dat hij zich nogal
belachelijk voelde. Willem N. Op, dacht hij, naakte man met een tak op een immense
vlakte met vochtig gras en een boom in het midden. Hij smeet de tak weg, ging terug de tent
in en schreef deze zin op. Vervolgens schreef hij:

Als hij hier nog een aantal dagen wil blijven zal hij zijn gedachten beter onder controle
moeten krijgen. De stilte begint hem gek te maken. Tot nu toe heeft hij nog niets ondervonden
van het verschil in tijdswaarneming wanneer de ruimte oneindig lijkt. Hij wil terug naar de
bewoonde wereld, hij verlangt naar een caf, waar hij doelloze gesprekken kan voeren over
zijn doelloze theorien waar altijd wel een vrouw voor valt. Zijn theorie over de idioot op de
maan bijvoorbeeld. Volgens zijn berekening, die meer een bevestiging was van de
onbetrouwbaarheid en relativiteit van statistieken dan van zijn theorie, moest er ook op de
maan minstens n idioot rondlopen. Buiten beschouwing gelaten dat er daar geen zuurstof
is. Hij had altijd succes met dit verhaal.

Hij smeet zijn pen in de hoek van de tent. Wat een kutavond. Hij trok toch zijn kleren aan en
ritste de tent weer open om naar buiten te gaan. Toen hij voor zijn tent stond en zijn ogen aan
de duisternis begonnen te wennen deinsde hij terug. Een stuk verderop stond plots een DIXI
toilet. Dat had er zeker nog niet gestaan toen hij hier aankwam. Hij keek achter zich en schrok
nog heviger toen hij merkte dat de boom verdwenen was. Hij had zich toch niet meer
verplaatst? Hij had toch niet geslapen? J ezus wat had hij een behoefte aan drank. En J ezus wat
moest hij pissen. Dat eerst maar dan. Meneer Op!, klonk het naast hem. Er stond, nee, er
lag naast zijn tent een hoofd! Het hoofd van een man op middelbare leeftijd. Het hoofd van
een schrijver zou het kunnen zijn, het zag er intelligent uit. Spitse neus, doorlopende
wenkbrauwen. Maar er was iets mee. Meneer Op, zei het hoofd nogmaals. Het heeft drie
voorhoofden!, riep Willem plotseling. Dat klopt, meneer Op, dacht het hoofd. Willem
merkte nu dat het hoofd helemaal niet sprak maar dat hij de gedachten van het hoofd kon
horen. En zien. Het hoofd fronste twee van de drie wenkbrauwen en Willem zag dat het hoofd
de gedachte aan een groep blote mensen probeerde te verdringen. Tegelijk dacht het hoofd:
7
Gaat u eerst maar plassen meneer Op. Willem boog zich voorover en fluisterde in het
linkeroor van het hoofd: N. Op. Het hoofd knikte, voorzover dat ging en zag Willem naar
het toilet lopen. Willem hoorde het nog zachtjes denken aan hoe hij dadelijk zijn broek uit zou
trekken. Hij keek geschrokken achterom en het hoofd trok een pijnlijke grimas en het beeld
vervaagde. Zie, als dit waar is dan is er toch zeker ook een idioot op de maan, citeerde hij
zichzelf. Hij hield ervan om zichzelf te citeren waar anderen bij waren, maar bij gebrek aan
anderen deed hij het ook wel eens in zichzelf. Hij besloot zijn theorie zodadelijk aan het
hoofd te vertellen.

Hij kwam bij de WC aan en wilde juist de deur opendoen toen hij opmerkte dat deze op slot
zat. Hij moest ontzettend nodig en klopte driemaal zachtjes op de deur. Een enorm gekrijs
steeg op uit de DIXI, maar Willem was niet onder de indruk. Er staan hier nog meer mensen
te wachten, overdreef hij. Vanaf de rand van de vlakte, die niet meer zo immens leek als
gisteren, schoten drie kogels op hem af. De kogels misten hem maar Willem wist er een te
vangen. Hij opende zijn vuist en zag dat het geen kogel was maar een lichtgevend banaantje,
zo klein als een aansteker. Hij tuurde in de richting van waar de kogels waren afgevuurd en
zag in het duister een rode vlek. Kom mee, hoorde hij fluisteren. Maar Willem moest eerst
pissen. De deur van DIXI vloog nu open en twee nonnen vielen naar buiten, gillend en aan
elkaars haren trekkend. Spugend en krabbend rolden ze over elkaar heen. Willem probeerde
ze uit elkaar te trekken maar merkte dat hij ze niet kon aanraken, als hij dat probeerde begon
het banaantje te piepen. Het was vastgevroren aan zijn hand en het piepen deed ontzettend
pijn aan zijn oren. De nonnen leek het niet te storen. Nu moest hij toch echt pissen! Hij trok
de deur open en trof een enorme ravage aan. Bloed, haren, bevuild toiletpapier, een
Amerikaanse vlag met het hoofd van Elvis erop, een levensgrote crucifix en twee Bijbels. Hij
nam n van de Bijbels mee en rende naar het toilethuisje aan de rand van de vlakte, die
inmiddels erg smal was geworden. Al rennend merkte hij dat de vlakte aan het krimpen was
want elke stap bracht hem zon twintig meter dichter bij het huisje. Al met al was het toch te
laat. Hij voelde een warme stroom langs zijn benen glijden. Godverdomme, vloekte hij
binnensmonds. De twee nonnen, die waren opgehouden te vechten en hem achterna waren
gekomen keken hem vol afschuw aan. Excuseer mij, dames, zei Willem, en hij bladerde
verlegen door de Bijbel die hem onmiddellijk werd afgepakt door n van de nonnen. Willem
besloot dat hij nu toch niet lager meer kon zinken en griste de Bijbel uit haar handen en begon
terug te rennen naar de tent. Meteen struikelde hij over het hoofd dat Godverdomme dacht.
De tent stond ondertussen zowat tegen het toilethuisje aan. Honden begonnen vreselijk te
blaffen en te grommen. Willem voelde dat er een climax op komst was en zei: Hoe is het
zover met u gekomen? Het hoofd fronste driedubbeldiep en een beeld van twee naakte
nonnen flitste op en verdween weer. Ik ben ooit in een gevecht in mijn rug gehakt. Het moet
een bijl geweest zijn, of iets dergelijks. In ieder geval zat hij zo diep dat mijn lichaam
geamputeerd moest worden. Maar daarvoor ben ik hier niet verschenen De tent, Willem,
het hoofd, de boom, de nonnen, allen waren ze nu tot n het toilethuisje gekrompen. Het was
er erg vol. Vlug!, riep Willem en pakte het hoofd in zijn handen. n van de toiletdeuren
ging open en de hele scne kromp naar binnen, terwijl ze vochten om er buiten te blijven want
in het toilet waren twee Dobermanns in een bloederig gevecht. Al waren ze erg klein. Het
hoofd dacht nog: Het is ijs, Willem, ijs is de sleutel. Water bevriezen is een koud kunstje,
maar ijs maken is literatuur! Toen werd alles opgeslokt door het gebrek aan ruimte en even
was het overal stil.

Het scherm werd zwart en er was alleen nog een pieptoon te horen, als bij het testbeeld. Maar
dan veel harder, en harder, en harder. Even verscheen nog het gezicht van de presentator met
8
het felgroene jasje, glimlachend in beeld. Tien seconden later explodeerde de televisie. Ze
verplaatsten zich naar de naastgelegen kamer waar een orgie aan de gang was.

Ze was gisteren aangekomen en had voordat ze zich had uitgekleed in de hotelkamer nog n
keer aan Willem gedacht. Arme ziel. Haar Italiaanse minnaar behandelde haar alsof ze al
jaren man en vrouw waren. Ze was blij dat ze niet alleen hoefde te zijn en zo ontzettend geil
dat ze niet langer stil kon blijven staan bij haar ex-man. Gewillig gaf ze zich over aan hem en
aan alle andere handen, penissen, tongen, voeten, konten en flessen drank die van alle kanten
leken te worden aangereikt door ontelbare vlezige, roze handen. Even dacht ze misselijk te
worden, en zag ze werkelijk dikke, blubberige armen uit de muren en plafonds steken en naar
haar graaien. Armen die zwaaiden met flessen whisky, en glazen champagne. Maar even later
was ze dit beeld al weer kwijt en voelde ze nog slechts haar openingen, het enige waaruit ze
op dat moment bestond.

Naast de zuchten en het kreunen was alleen nog een gezoem te horen. Een mug was met de
explosie van de televisie vrijgekomen en was met de twee meegekomen de andere kamer in.
De manier waarop de mug de vele wapperende handen die naar hem sloegen waarnam, leek
sterk op hoe de vrouw de handen uit de muren had zien steken. Hij was dorstig naar bloed en
bij het zien van zoveel huid liet hij zich niet zo makkelijk wegwuiven. Lang cirkelde hij
boven een scne met twee mannen en een vrouw maar n van de twee mannen kreeg
waarschijnlijk niet genoeg van wat hij wilde en had daardoor aandacht over om de aanvallen
van de mug af te slaan. Daarop vloog de mug met een scherpe draai naar de arm van de
oudere vrouw, die door haar minnaar werd verwend en daalde neer in haar oksel waar hij zich
tegoed deed. Nog een opening als het ware. De vrouw merkte van dit hele gebeuren niets.
Hier wordt de tijd even stopgezet en we zoomen in op de mug die bij nader inzien van heel
dicht bij een hondenkop heeft. Een hondenkop met drie voorhoofden en vleugels van
miniatuurveren. Nog verder ingezoomd zien we het schuim op de bek van de
hond/mug/engel/schrijver. Een gigantisch roze vlak stort zich op hem maar nog net op tijd
weet hij zijn tanden uit het vlees te rukken en vliegt hij op. Hij vliegt met een gratie die niet
bij muggen past, niet snel en hoekig, maar vloeiend, bijna zwevend. In een hoek van de kamer
dalen we nu met de mug en kruipen we door een spleet in de plint en belanden in de ruimte
tussen vloer en plafond van deze verdieping van het hotel. Hier gaan we zitten om even uit te
rusten. Plotseling beeft en schudt alles en de muren beginnen te bewegen. We realiseren ons
dat niet de muren maar de grond waarop we zitten beweegt. En harig is. We zitten op een rat.
Van schrik bijt de mug zich vast in de huid van de rat. De rat komt tot stilstand en draait zijn
kop naar de mug toe, die daarop opvliegt en in de duisternis verdwijnt.

Boven is de orgie tot rust gekomen en liggen een aantal mensen te slapen. De rest ligt uit te
blazen en na te genieten. Alleen de oudere vrouw is klaarwakker en probeert uit alle macht
niet te huilen. Ze ziet zichzelf en al deze mooie jongen mensen voor zich als bejaarden, door
winkelcentra schuifelend achter rollators. Ze houdt het niet meer en barst in tranen uit. Een
aantal mensen wordt hierop wakker en probeert haar te troosten.

Huil maar, dat is heel normaal de eerste keer. Heb je plots een diep besef van je eigen
sterfelijkheid? Dat hoort erbij, het is een mooie ervaring. J e zult je morgen verrijkt voelen. En
misschien een beetje vies, ga maar even douchen. Hier heb je een glas water. Sla een deken
om je heen. J e bent helemaal warm. Ze heeft vroeger een traumatische ervaring met een oom
gehad. Misschien moet ze wat frisse lucht. Zet het raam eens open. Ik ga me even aankleden.
Moeten we geen dokter bellen. Nee, niet doen. Straks staat het halve hotel hier voor de deur.
Bestel nog eens wat champagne. J ezus, heb je nog niet genoeg gedronken. Hou je mond, ik
9
drink zoveel als ik wil. Gaat het wel met je. Denk je nou nog steeds aan haar? Laat me met
rust. Kom eens hier. H, ondertussen huilt ze nog steeds hoor. Neem haar even mee naar de
andere kamer. Daar is een TV gexplodeerd. Hier neem onze kamer dan maar even. De
sleutel zit in mijn linkerzak. Waarom in je linkerzak? Gewoon, omdat ik de sleutel toevallig
in mijn linkerhand had toen ik hem in mijn zak deed. Hahahaha! Aaah! Wat is er? Daar, een
rat. Oei, hij heeft schuim op zijn bek. Wacht, geef die handdoek eens, dan gooi ik die over
hem heen. Hij is al weer de vloer in, door dat gat daar. Dat moeten we dichten.

De vrouw was ondertussen weggeglipt en had haar rode kimono aangetrokken. Ze liep langs
het meer, op zoek naar een menigte om in op te gaan. Ze liep langs de etalages met betraande
ogen en hield halt voor een hoedenwinkel. Als ik dan toch moet sterven, dan wel in stijl, zei
ze bij zichzelf. Ze ging naar binnen en kocht een rode bolhoed. Sterven zou ze echter nog lang
niet. De menigte vond ze even later. Er was een concert gaande, hoewel, bij nader inzien
bleek het een soort kermis. Er werd vuur gespuwd door dieren, zogenaamde buitenaardse
wezens zaten ingevroren in grote blokken ijs. In een middeleeuws uitziende oven kon men
zogenaamd naar een brandend stuk van de zon kijken. Ze betaalde voor de zonattractie en de
deur van de oven werd voor haar geopend.

Vanaf de zon schoot een beestje met een enorme snelheid richting aarde. Het had drie jaar
vastgezeten in het midden van de zon. Ingevroren in een stuk ijs. De reis door de ruimte zou
een minuut of acht duren, zo had de man met de palmbladeren hem gezegd. Het duurde echter
veel korter, want alles werd zwart en toen ontzettend heet. En het beestje sprong zo snel als
het kon uit het vuur waar het in beland was. De vrouw ving het op en zonder dat de eigenaar
van de attractie het zag stopte ze het onder haar jas. Op dat moment had ze besloten nooit
meer terug te komen in Itali. Die avond nog vertrok ze naar het vliegveld met het beestje
onder haar jas.

Pentez opende zijn vuist en zag het lichtgevende banaantje dat hij ook uit de kast had
meegenomen en liet dit aan Eksit zien. Wat krijgen we nu?, vroeg Eksit. Dit lag achter de
map, antwoordde Pentez. Maar wat is het? -Een lichtgevend banaantje, ik weet het ook
niet. Eksit was plotseling ontzettend moe, had hoofdpijn, excuseerde zich en ging naar bed.
Pentez besloot nog een lange wandeling te maken door de stad. En thuis verder te werken aan
zijn toneelstuk: De grote voordelen van een kleine pik. Wat hij niet doorhad was dat hij vanuit
verschillende woningen in de gaten werd gehouden.

Hij had al een flink eind gelopen toen hij op een lange brede straat uitkwam en er in de verte
een hele troep mannen in Duitse uniformen aan kwam rijden. Ze hadden geen onderlijf en
zaten op van die ouderwetse invalidenkarretjes, gewoon een bakje met wieltjes. Ze zetten zich
af met hun handen en beschermden die met sloffen. De n had eekhoornsloffen, een ander
bevers en degene die de leider leek te zijn had levende ratten aan zijn handen. Alsof het
handschoenen waren. De ratten kwijlden en schuimbekten wat een vreemd slijmspoor op de
weg achter liet. Pentez schrok niet terug, hij was eerder nieuwsgierig maar liet dit niet
merken. Hij liep rustig langs de mannen en na ze gepasseerd te zijn draaide hij zich om en
keek ze na. Hij had een vreemd gevoel bij deze mannen, alsof hij bij ze wilde horen. Hij had
nog nooit gehoord van een club voor gehandicapte Duitse ex-soldaten maar als er n bestond
zou hij, als hij ooit nog eens gehandicapt zou raken, zich als Duitser voordoen en proberen lid
te worden. Dit nam hij zich voor terwijl hij zijn huis binnenging en achter zijn typemachine
plaatsnam.

10
De typemachine was op een soort rolbaan bevestigd en schoof voortdurend van de ene kant
van de tafel naar de andere, aan de linkerkant iets langer stilstaand dan aan de rechterkant.
Pentez moest zich aan de typemachine vastgespen met een leren riem die hij bij de machine
had gekregen en op een bureaustoel met wieltjes gaan zitten om te kunnen schrijven. Het half
voltooide toneelstuk lag achter de rolbaan op de tafel. Het doorlezen hoefde niet, hij wist
precies waar hij was gebleven en na vanavond wist hij ook precies hoe hij door zou gaan. Het
moest nu gaan over een bende van hondsdolle ratten die een oudere vrouw achterna zitten. De
vrouw wordt echter gered door een buitenaards wezentje dat op een eekhoorn lijkt. Hij gespte
zich vast aan de typemachine en liet zich eerst een tijd heen en weer sleuren, aan de linkerkant
van de tafel stootte hij voortdurend met zijn hoofd tegen de lamp die daarom aan n kant
gedeukt was. Dat kon hem niets schelen, het hield hem wakker. Die avond schreef hij niets
meer. Hij zat daar maar en dacht aan niets anders dan de Duitse soldaten. Plots had hij toch
genoeg van de lamp. Hij stond op en gooide het ding het raam uit waar hij een schreeuw
hoorde, hij liep naar het raam boog zich voorover en kotste drie uur aan een stuk. Daarna
belde hij zijn moeder, hoewel het midden in de nacht was. Mam, ik wil Duitser worden, zei
hij. Zijn moeder vond alles best en wilde weer naar bed. Toen hij de hoorn neerlegde na nog
flink ruzie te hebben gemaakt over zijn lamlendigheid en haar overbezorgdheid, draaide hij
zich om en merkte dat zijn toneelstuk verdwenen was.

Woensdag

Nu even iets over de vriendin van Eksit, die in dit verhaal toch min of meer als hoofdpersoon
fungeert. Zijn vriendin, Fine, is een klein Hindoestaans meisje. Ze houdt van zingen en
dansen en spelen met haar bandje The Sjoebiedoewaas. Ze is verslaafd aan aardbeien en
haat dingen die te ingewikkeld zijn of juist zo simpel dat ze ze niet kan uitleggen. Haar liefde
voor Eksit ws eigenlijk zoiets simpels, maar ze zorgde er wel voor dat er genoeg
ingewikkelde ruzies ontstonden om dat te verbergen. Eksit besteedde relatief weinig aandacht
aan haar, was blij dat hij iemand had, maar was uiteindelijk meer bezig met zijn eigen leven.
Fine woont nog bij haar moeder op een boerderij. Maar goed, om een duidelijker beeld van
haar te scheppen, laat ik haar zelf aan het woord.

Hoi allemaal, ik ben Fine. Wacht even, ik neem even een aardbei. Ik woon met mijn moeder
op een boerderij net buiten de stad waar mijn vriendje woont. We hebben een soort
opvangtehuis voor vreemde dieren. Zo hebben we eekhoorns met gaten in hun rug, waar je je
handen in kunt doen. En we hebben een koe die koffie geeft in plaats van melk. Heel lekker
om s ochtends verse koffie te hebben. Hij kan ook cappuccino maken en koffieverkeerd.
Hoewel, dat laatste weet ik niet zeker. Zoals ik wel meer dingen niet zeker weet, maar dat is
juist zo mooi aan dit leven. Laatst was ik met mijn vriendje op een rommelmarkt op het dak
van een waterzuiveringsbedrijf. En toen was er een kraampje waar een oud mannetje traangas
verkocht, maar hij riep de hele tijd: Alles n euro! Dus toen ging ik tegen, wacht even, ik
neem even een aardbei, tegen hem zeggen dat hij net zo goed Traangas n euro kon roepen
omdat hij tenslotte alleen maar traangas verkocht. Toen werd hij zo kwaad dat hij met de
stokken van zijn kraampje een gat heeft geslagen in het dak van dat waterzuiveringsbedrijf.
Maar ik weet dus eigenlijk niet meer zeker of het wel op het dak van een waterzuiverings-
bedrijf was. Het kan ook bij het voetbalstadion geweest zijn. Mooi toch! Mijn vriendje is een
heel lieve jongen, al is hij soms wel een beetje in zichzelf. Dan weet ik niet wat hij denkt.
Wacht even, ik neem even een aardbei. Ik weet ook niet wat hij doet. Het is iets met schrijven
geloof ik, maar hij wil er bijna nooit iets over zeggen. Soms wel, maar dan knippert hij met
zijn ogen en krijg ik een heel vreemd gevoel en dan zegt hij dat hij alles verteld heeft wat er te
vertellen is. Dan is hij heel teleurgesteld als ik niets heb gehoord. Dan praat hij soms dagen
11
niet meer met me. We hebben wel heel goeie sex. En op de vreemdste plaatsen ook. In
moestuintjes van andere mensen. Tussen de koeien, dan drinken we daarna altijd koffie,
naakt. En terwijl we uit een vliegtuig springen, met parachutes. Dat was waarschijnlijk wel de
vreemdste plek, vooral ook omdat we landden op een trampoline die ergens in iemands tuin
stond en we daar gewoon verder gingen. Dat is nog niet makkelijk hoor, op zon verend ding.
Maar goed, ik zal wat meer over mijn ideen vertellen. Wacht even, ik neem even een
aardbei. Toen ik twaalf was, kwam ik erachter dat ik nooit rood maar groen menstrueerde en
dat niemand anders dit had. Niet dat ik het vertelde aan meisjes maar zij vertelde wel over hn
ervaringen. Vanaf dat moment ben ik alles gaan lezen over het boeddhisme omdat ik het
gevoel had dat daarin de waarheid besloten lag. Het heeft niets geholpen, tenminste niet voor
mijn groene menstruatiebloed. Wacht even, ik neem even een aardbei. Ik ben er wel veel
wijzer van geworden. Soms heb ik het idee dat ik de tijd stil zou kunnen zetten alleen maar
door er aan te denken, of eigenlijk door juist nergens aan te denken. Maar als ik dat aan Eksit
vertel, lacht hij me uit. Maar nu heb ik het wr over hem. Wat is dat toch, het lijkt wel of ik
alles wat ik doe afmeet aan hem. Hij lijkt ook zo wijs. Ik denk wel eens dat hij alles weet,
maar dat hij het niet uit kan leggen.

Goed, inmiddels hebt u wel een beeld, denk ik. Pentez zat ondertussen, of eigenlijk gewoon
nog steeds achter zijn bureau en probeerde te snappen wat er met zijn stuk gebeurd was.
Tegelijkertijd lag niet meer dan vijfhonderd meter verderop een vrouw met alleen een blouse
aan, waarvan de knoopjes in de verkeerde gaatjes waren geknoopt, luid lachend in een
hangmat. De hangmat was gespannen tussen twee lianen. Het oerwoud waarin zij zich bevond
had zich de laatste twintig jaar zo uitgebreid dat het de halve stad opslokte. Haar lach bereikte
het huis van Pentez zonder moeite en hij werd zo eng van haar stem dat hij het raam sloot.
Gedverdemme, de vensterbank lag nog vol kots. Dat ruimde hij morgen wel op.

De vrouw stond op uit haar hangmat, dat wil zeggen, ze beet n van de lianen door en
slingerde weg. Nog steeds ontzettend luid lachend. Meer schreeuwend eigenlijk. Het geluid
kwam niet uit haar mond maar uit n van haar armen, ontzettend behaarde armen. Haar
porin sperden zich wijd open bij elke schaterlach. Aan de overkant van het ravijn zat een
paparazzifotograaf met n been en een glazen oog. Hij had zijn telelens op haar arm gericht
en drukte een aantal keer snel achter elkaar af. De fotos die hij nam waren angstaanjagend.
De porin hadden tanden als roofdieren, minuscuul, maar ontzettend scherp. Hij zag op de
reeks fotos die hij had genomen dat de tandjes in razend tempo vliegen, muggen en ook
bladeren en takjes vermaalden. En de mondjes die nog vrij waren lachten ondertussen die
vreselijke lach. Op dat moment schaafde de vrouw langs een scherpe rand van een afgebroken
tak. Zelf leek ze er niets van te voelen maar een stukje huid met precies n mondje, of porie
erop kwam van haar los en viel in het ravijn. Het dwarrelde rustig in de zon naar beneden,
onderwijl nog steeds verschrikkelijk hard lachend. De landing was zacht, in de vacht van een
gorilla. Deze zat net te ontbijten met zijn vrouw en kinderen. Even later echter was er een hele
scne ontstaan doordat de drie gorillas gek werden van het geschreeuw van de porie. Hoepel
op, idioot. Laat ons met rust., schreeuwde de aap, die inmiddels ook al een grote kale plek op
zijn rug had, weggegeten door de porie. Een man kwam naar beneden geklommen van de
ravijnhelling. De man leek sterk op Marlon Brando, maar praatte met een ongeloofwaardig
hoge stem. Hees was hij wel. Laat die mensen met rust, Prins, hijgde hij in de nek van de
gorilla. De porie stopte onmiddellijk met lachen, galmde een ontzettend lage stem door het
ravijn. En inderdaad, het mondje was gestopt met lachen. Allen keken nu verbaasd omhoog
en om zich heen. Behalve de man die op Marlon Brando leek, die zei: Dit, apenvrienden, is
de prins van de Tombuiss! Hij is hier gekomen met een missie en dat is het woord van de
koning te verspreiden. De apen staarden hem verdwaasd aan en werden een beetje misselijk
12
van zijn hese gehijg. En wat mag die boodschap dan wel zijn?, vroeg de vrouw van de
gorilla. Hij is hier gekomen, harige schoonheid, om u te vertellen over het begin van de
wereld. Over de oorzaak van alles. De oorzaak van alles wat er op dit moment gebeurt. Alles
wat u ziet en hoort en ruikt. J a, zelfs alles wat u niet ziet of hoort of ruikt. Wat is de oorzaak
van alles, pap?, vroeg het schattige, kleine aapje. De vader glimlachte en fluisterde: Dat wat
zonder oorzaak is, kind. Het kleine aapje deed alsof ze dit begreep. Dat is het niet, mijn
waarde voorvader!, zei de man nu. En daarom is de prins hier, de oorzaak van alles heeft
zelf ook een oorzaak, niets is zonder oorzaak, zoals ook niets zonder gevolg is en niets zonder
bedoeling. Alles is voorbestemd, wilt u zeggen?, vroeg de vrouw met een angstig
apengezicht. Nee, mevrouw, weerlegde de man met een zelfverzekerde, droeve Marlon
Brando blik. Wat de koning wil zeggen, is niet dat alles voorbestemd is maar dat alles een
oorzaak heeft, dat alles wat gebeurt verband houdt met het voorgaande en tegelijkertijd met
het volgende, ook al wat u doet. Al is dat niet bewust. Al is dat op een niet-rationeel niveau.
Alles wat de man zei was natuurlijk gelogen. Dat wisten de apen ook wel maar het was weer
eens wat anders dan bananen eten. Dat is n van de voordelen van verveling. Het kon de
apen niets schelen of het waar was of niet, ze hielden van verhalen. De man zei: Nu moet ik
terug naar de planeet waar ik vandaan kwam. Hij was de buurman van Pentez, ook dat
wisten de apen, maar ze lieten hem met rust en hij klom weer omhoog. De gorillas keken
hem de hele klim, die toch een goed half uur duurde, na. Ze hadden de tijd. Nog zon voordeel
van verveling. Mocht het er ooit van komen dat deze apen werk zouden vinden, of een hobby,
of iets waarmee ze de verveling zouden kunnen verdrijven vraag ik me af of ze er echt
gelukkiger van zouden worden.

Op een plein in het dorp waar Fine woonde had zich ondertussen een menigte verzameld. Het
jaarlijkse Ontzettingsfestival was begonnen en her en der waren al kraampjes waar men zich
naar hartelust kon laten Ontzetten. Op allerlei manieren. n man had een kraampje waar hij
Ontzettend vieze krentenbollen verkocht, een ander vertelde de meest smerige moppen (Komt
een man bij de dokter met een aansteker in zijn anus) of moppen die zo slecht waren dat
mensen Ontzet wegliepen (Komt een man bij de dokter, zegt de dokter tegen de man: Zo
mevrouw trekt u uw kleren maar eens even uit. Trekt die man zijn kleren uit en zegt:
Maarmaarik ben helemaal geen man!). Ook de man die op Marlon Brando lijkt had een
kraampje en Ontzette mensen door zulke belachelijke leugens te vertellen (Echt waar! Er is
echt een tijdsverschil tussen mijn linker en mijn rechterbeen!) dat mensen Ontzettend rot fruit
begonnen in te slaan bij zijn buurman en hem ermee bekogelden. Dit was natuurlijk
Ontzettend leuk en de menigte was dan ook uitzinnig, zoals een menigte betaamt. Een
menigte moet f uitzinnig f ziedend zijn. Anders is het een halfzachte menigte. Een menigte
van likmevestje. Fine rende in de uitzinnige massa door het dolle heen. Ze verheugde zich elk
jaar ontzettend op deze dag. Het was ongelofelijk lekker weer geworden en dat schreef Pentez
dan ook op in de nieuwe versie van zijn toneelstuk, dat hij uit pure wanhoop maar opnieuw
was begonnen te schrijven.

Het was ontzettend lekker weer geworden en de onderbroek die hij had gekocht zat hem als
gegoten. Hij besloot bij zijn demente oma langs te gaan en bosbessen voor haar mee te
brengen. Hij liep langs de groenteboer die zich om de n of andere reden in de metro
bevond. En wachtte tot een giraffe met een Woody Allen-bril klaar was met zijn bestelling,
haalde toen een vork uit zijn binnenzak en begon een bakje bosbessen te prakken. Wat doet u
daar meneer?, vroeg de groenteman. Wat ik hir doe? Wat doet u dr, kan ik beter
vragen. Een groenteboer in een metro, wat is dit voor een land aan het worden! Moeten we
straks soms peren kopen om in naar je werk te reizen? Deze vergelijking sloeg nergens op,
dat wist hij zelf ook wel, maar hij zag dat de groenteboer gemponeerd was door zijn
13
woorden. Bij de volgende halte sprong hij dan ook uit de metro met het bakje geprakte
bosbessen en de man liet hem begaan. Hij landde op de rug van de giraffe met de Woody
Allen-bril die het op een lopen zette. Naar oma, naar oma!, gilde hij. De giraffe rende
echter direct naar een filmset waar hij orders begon uit te delen en verdween na vijf minuten
met een jonge actrice in een nogal hoge trailer.

Hij trok het papier uit de typemachine en smeet het ding het raam uit waarop hij opnieuw een
schreeuw hoorde, hij wilde naar het raam lopen om te kijken maar werd plotseling zo
misselijk dat hij kotste en bleef kotsen. De kamer vulde zich met wat zijn uitwerpselen
hadden moeten worden, maar nu in een vroeg stadium aan de verkeerde kant naar buiten
kwam. Hij zwom, nog steeds kotsend, naar de deur, die klemde. Toen deed iemand van buiten
de deur open en hij stroomde in zijn eigen kots naar buiten. Hoewel, buiten? Er was niets.
Totaal niets. Leegte. Niet eens een blauwe lucht, of duisternis. Nee, niets. Helemaal niets,
alleen Pentez. Hij wist dat hij niet droomde of hallucineerde, dat voelde hij. Wat was dit? Wat
gebeurde er allemaal? Had Eksit soms de deur naar zjn bewustzijn gevonden. Wat zou dat
betekenen? Wat zou er gebeuren als hij die opende? Dit?!

Hij trok al zijn kleren uit en wierp die weg, niet in een bepaalde richting want die was er
niet. Zijn kleren verdwenen dan ook in het niets., hoorde Pentez terwijl hij precies dt deed.
Het is voor u waarschijnlijk moeilijk hem in deze situatie voor te stellen: Verbaasd en naakt in
het niets. Hallo? Wie zei dat? Daarop klonk de stem weer: Hij verbaasde zich over het feit
dat hij naar het niets kon kijken en tegelijkertijd toch niets zien. Niets zien en er tegelijkertijd
naar kijken. Het is het niets dat spreekt, dacht hij Pentez werd ontzettend bang van de stem
die precies zei wat hij deed en dacht. Hij voelde dat het niets hem duidelijk probeerde te
maken dat het niet niets was. Niet niets maar iets, maar Pentez kon dit niet accepteren omdat
hij voor het eerst zon duidelijk besef van niets had. Ik ben niet religieus maar ik geloof
wel dat er niets is. Zoiets.

Dit besef had Willem N. Op ook gehad op het moment dat hij werd opgeslokt in het
toilethuisje op de krimpende vlakte. Van Op hebben we na het vliegincident weinig meer
vernomen, dat wil zeggen van de tijd die tussen het vliegincident en zijn laatste woorden zit
want die kennen we wel. Het is inmiddels wel duidelijk dat tijd in dit verhaal een rekbaar
begrip is. J a, zelfs materie. En werkelijkheid. Laat ik dit illustreren aan de hand van een korte
anekdote:

Twee helmen liggen klaar in de catacomben van een arena. De strijders aan wie deze helmen
toebehoren zijn al vermoord. De helmen weten dit niet. De helmen wachtten rustig af, tot zij
het hoofd van hun meester mogen beschermen. Dit is het enige waarvoor zij bestaan. Er
komen twee vrouwen binnen die de mannelijke uitstraling van de helmen beginnen te
bekritiseren en grapjes maken over het glimmende metaal. Plotseling springen de helmen op
de hoofden van de vrouwen en gaan verbindingen aan dwars door de schedels heen, met de
hersenen van de vrouwen. Zenuwen worden kapotgemaakt en nieuwe groeien er voor in de
plaats. De vrouwen/helmen beginnen nu grappen te maken over zichzelf en beseffen dat
beiden nu verloren hebben.

Wat leert ons dit fragment? Geen idee. Het hangt er van af wat u er in ziet. Nog een fragment:

Eksit en zijn vriendin zijn een avondje uit eten geweest en ze komen bij Eksits huis aan. De
sfeer is enorm goed en Fine verlangt ontzettend naar Eksit. Plots slaat zijn stemming echter
om en wil hij een stuk schrijven. Hij schrijft het volgende: Water is ijs wanneer het wordt
14
afgekoeld tot nul graden Celsius of lager. Water bevriezen is niets. IJs maken is literatuur.
Wat betekent dit? Wat is het verschil. Hoe wist Op hoe mijn dag zou aflopen?

Wat leert dt fragment ons? Iets heel anders, het is namelijk een deel van het verhaal dat zich
afspeelt in de wereld van Eksit en Fine. Maar is dat wel werkelijk zo? Dit heeft Eksit namelijk
helemaal niet opgeschreven. Wat hij werkelijk opschreef, was:

Lieve Fine, ik hoop dat je me niet kwalijk neemt dat ik liever met je communiceer via deze
brief dan dat ik op dit moment sex met je wil hebben. Ik weet dat je het liever anders zou zien
maar ik kan nu eenmaal niet anders. Mijn liefde voor jou is er een die maar voor een heel
klein deel lichamelijk is. Het mooist vind ik jou wanneer ik over je schrijf. Ik zou willen dat ik
je gecreerd had, dat je n van mijn personages was, maar dat ben je niet. Nu ik dit over je
schrijf, verlang ik plotseling wel intens naar je. Dat is geweldig want je staat op dit moment
naast me en leest mee over mijn schouder. Laten we nu naar bed gaan en heftige sex hebben,
of beter nog: laten we nu naar boven gaan en in de schoorsteen klimmen en daar sex hebben.
Roetmoppie van me!

Waarop ze de daad bij het woord voegden.

Het stuk van Pentez schoot niet op en hij besloot toch maar eerst naar Eksit te gaan en om
raad te vragen. Het was tenslotte eigenlijk gekkenwerk om meteen een half toneelstuk
opnieuw te gaan schrijven zonder eerst zeker te weten dat het oude niet terug te vinden is. Bij
Eksits flat aangekomen trof hij hem echter niet in zijn kamer. Misschien was dit het moment
dat Eksit Fine in de schoorsteen een veeg gaf. Maar misschien ook was het Eksit voor het
eerst gelukt om Fine mee te slepen in een van zijn tijdsvertragingen, namelijk op het moment
dat hij de brief aan haar schreef. En dat Pentez de oneindig snelle bewegingen van de twee
niet opmerkte. Iets wat hij in normale toestand wl zou doen, maar hij was behoorlijk in de
war. Wat wel blijkt uit de nieuwe versie van zijn toneelstuk die toch werkelijk alles sloeg!
Een giraffe met een Woody Allen-bril?!

Donderdag

Een dag om nooit te vergeten: Eksit had zoals destijds gewoonlijk op zijn balkon gezeten,
wachtend op een teken, toen er in zijn gedachten een beeld boven kwam drijven.

Het is laat in de middag en hij is met zijn vriendjes buiten aan het spelen, dat wil zeggen,
kattenkwaad aan het uithalen. Ze steken struiken in de fik en gooien kluiten aarde naar bussen
totdat een van de jongens roept: Politie! De jongens beginnen te rennen. Eksit die net terug
de bosjes in was gegaan op zoek naar nieuwe kluiten probeert zich daar schuil te houden. Van
daaruit ziet hij de auto zijn kant op komen. Hij rent naar de andere kant van de bosjes en tilt
een putdeksel op. Vlug klimt hij het trappetje af en sluit het deksel weer, boven zijn hoofd. Bij
alle jongetjes uit de buurt was deze plek bekend als verstopplek. Maar niet bij de politie. Ook
de lokale misdadigers maakten er gebruik van maar dat wisten de jongens dan weer niet.
Verder het riool in klimmend stuit Eksit op een gang die helemaal is dichtgesponnen met
spinrag. Zo dicht dat hij er niet doorheen kan kijken. Wel hoort hij vreemde geluiden van de
andere kant. Een vrachtwagen rijdt voorbij, een drilboor klinkt en het geluid van een grote
groep mensen die op normaal niveau met elkaar praten. Dit alles galmt aan de andere kant van
het spinnenweb. Eksit pakt een tak die toevallig voorbij drijft uit het vieze water en port tegen
het gordijn aan. Het is keihard. Zo hard als steen. Zo verbaasd is Eksit, dat hij met zijn hand
aan het web voelt. Maar meteen kleeft hij vast. En dat niet alleen, hij wordt opgezogen, glijdt
15
door het web heen. Het lijkt uren te duren voor hij aan de andere kant is en om zich heen ziet
hij niets dan spinrag. Hij probeert zich er niet tegen te verzetten. Hij is te verbaasd. Dan is er
plotseling licht en staat Eksit weer bovengronds bij de put. De politie is gelukkig al verder
gereden op zoek naar zijn vriendjes.

Als dat geen teken is! Eksit stond op, kleedde zich aan en zag dat zijn hele huis opnieuw was
leeggeroofd. Het kon hem niets schelen maar voor de zekerheid checkte hij toch even zijn
werkkamer, alle vieze gymschoenen lagen er nog. Verdomme! Alles nemen ze mee behalve
datgene waar ik echt vanaf wil. Hij liep toch nog even terug naar de keuken waar gelukkig
de vuilniszakken ook nog lagen. Hij vulde er zeventien met vieze gymschoenen en belde een
paar vrienden op. De zoektocht naar het riool uit zijn jeugd zou nog even moeten wachten. Hij
ging in zijn leunstoel zitten, die er ook nog stond, en staarde voor zich uit. Een extreme angst
overviel hem. Hij staarde met wijd opengesperde ogen voor zich uit. Naar de muur. De gele
muur tegenover hem, waar ontelbare telefoonnummers op waren gekrabbeld. De muur
bevond zich niet dicht bij de telefoon. Het was Pentez idee. Eigenlijk had hij de muur willen
behangen met paginas uit het telefoonboek maar daartegen had Eksits vriendin geprotesteerd.
Gewoon omdat ze dat lelijk vond, Eksit was haar bijgevallen door het telefoonboek een van
de slechtste boeken aller tijden te noemen. De muur met de handgeschreven
telefoonnummers van alle mensen onder de dertig uit de regio was de uitkomst van het
compromis dat ze toen hadden gesloten. Naar die muur staarde Eksit nu, verstijfd, zijn nagels
kerfden sneetjes in het hout van de leuningen van de stoel. Uit de sneetjes droop een heel
klein beetje geel sap. Eksit keek ernaar en werd enigszins gerustgesteld door de treffende
gelijkenis tussen het geel van de muur en het geel van het sap. Hij was zijn werkelijkheidszin
totaal kwijt. Hij vond het niet vreemd dat er sap uit de kerven in zijn leunstoel droop, maar
werd juist rustig van het feit dat het sap en zijn muur beide geel waren. Eksit had dit eens per
jaar. Een aanval van ontzettende angst voor alle verandering die elk moment kan optreden.
Letterlijk elke verandering. Wat dat betreft had hij geluk dat zijn huis zo leeg was en er dus
weinig te zien was. Het was een angst voor onsamenhangendheid. Angst voor het idee dat
misschien wel niets enige betekenis heeft, dat niets op niets wijst, niets nergens uit blijkt en
niets nergens voor staat. Om die reden was het gele sap uit de leuningen van zijn stoel een
geruststelling voor hem. Dit gaf zin aan zijn gele muur en omgekeerd. Maar de
telefoonnummers dan! Gelukkig werd er gebeld.

Eksit deed open en zijn drie beste vrienden stonden voor de deur, hij liet ze binnen en zette
het meegebrachte bier op het balkon. Al zijn angst was op slag verdwenen. Pentez opende
vier biertjes en ze zetten zich aan tafel. Er werd lang niets gezegd. De twee anderen staarden,
oogcontact vermijdend naar de telefoonnummers totdat er n zei: Die ken ik, dat is mijn
buurmeisje! Ik zal jullie eerst even voorstellen, zei Eksit eindelijk. In het dagboek van
Pentez is het daaropvolgende gesprek in zijn geheel uitgeschreven:

-Eksit: Pentez, dit zijn Zlod en Ending. Zlod, Ending, dit is Pentez. Pentez is schrijver zoals
ik, en...
-Zlod: J ij? J ij hebt nog nooit iets serieus geschreven!
-Eksit(niet reagerend): ...mijn assistent in mijn laatste project. Hij is vrijgezel, zegt op zoek
te zijn naar een vriendin, al twijfelt hij vaak aan zijn seksuele geaardheid.
-Ik: Wat! Hoe
-Eksit: Zlod hier, is bioloog. Hij fantaseert erover om mensen in hun nek te pissen. (Zlod
loopt rood aan) komt uit Polen en heeft zoals je ziet een hazenlip, maak er gerust grappen
over, dat vindt hij niet erg.
-Zlod: Nou
16
-Eksit(glimlachend): En dan Ending, Ending is mijn oudste vriend, al kan ik over hem het
minst vertellen. We kennen elkaar sinds de lagere school. Wat hij na school is gaan doen of
wat hem op dit moment bezighoudt weet ik niet. Daarover praat hij niet. Hij is nogal
geheimzinnig of dat denkt hij in ieder geval te zijn. (Ending lijkt niet in het minst geschokt)
Alles wat ik van hem weet, is dat hij een geweldige drinkmaat is, dat hij een vrouw heeft die
ontzettend geil scheel kijkt(hier glimlacht Ending) en dat hij fantaseert over mensen
neerschieten met zijn penis alsof het een geweer is.
(Op dat moment gaat er een zoemer en pakt Ending een rood zwaailicht uit zijn tas.)
-Ending: Heren, aanschouw mijn onwaarheidsalarm.
-Eksit: Al goed, dat laatste was een gok, wat dat betreft blijf je voor mij een gesloten boek,
Ending.
-Ik(zwetend inmiddels): Een onwaarheidsalarm?
-Ending: Hier, probeer maar.
-Ik(het zwaailicht aanpakkend): Maar wat moet ik dan zeggen?
-Ending: Iets onwaars, of eerst iets waars en dan iets onwaars, om te testen of ie werkt.
-Ik:
(Dan grist Zlod het ding uit mijn handen)
-Zlod: Mijn naam is Zlod en ik ben bioloog.
(Het ding blijft stil)
-Zlod: In de toekomst zal het mij lukken neusvleugels te implanteren bij een vogel.
(Het zwaailicht begint te zoemen, en te zwaaien, waarop Zlod het ding tegen de muur kapot
smijt)
-Zlod: BULLSHIT!
(En hij vertrekt)
-Ending: De naakte waarheidde hrde waarheid
-Ik: Vind je het niet erg dat hij jeje
-Ending: Onwaarheidsalarm.
-Ik: J e onwaarheidsalarm kapot gegooid heeft?
-Ending: Ach, het was slechts een model. Ik ben nog bezig aan het origineel.
-Eksit(die het hele gebeuren gevolgd heeft zonder ook maar met zijn ogen te knipperen):
Een mooi apparaat, mijn beste Ending, maar toch vraag ik me een ding af.
-Ending: En dat is?
-Eksit: Waarom noem je het geen leugendetector?
(Ending kijkt verschrikt, is lange tijd stil)
-Ending: NEE! Neeneeneeneeneeneenee!!! Godverdomme!
(Waarop ook hij de deur achter zich dichtslaat)

Wel Pentdan is het aan ons, zei Eksit rustig. Hij stond op en gebaarde Pentez hem te
volgen naar de werkkamer. Deze moeten naar de vuilcontainer, zei hij, naar de
gymschoenen wijzend. Even later was de kamer leeg. Nog wat later zag men hen heen en
weer lopen tussen voordeur en lift. Daarna tussen lift en auto en nog wat later kwamen ze aan
bij de vuilcontainer. Pentez opende de achterklep. J ezus Eks, ze zijn allemaal gescheurd.,
riep Pentez. J ammer dan. Schiet op, ik heb meer te doen. Ze vulden de container met
gympen en Eksit vertelde Pentez dat hij nog ergens heen moest en dat hij maar naar huis
moest lopen.

Op de boerderij van Fine ondertussen, kwam de plattelandsarts net aan. Fine lag op bed en
had de dokter gebeld omdat ze een ontzettende buikpijn had. Haar moeder had dit eerst
gewijd aan haar bezoek aan het festival, maar moest uiteindelijk toegeven dat dit wel iets
anders moest zijn dan een aantal biertjes te veel. Zo, laat maar eens even zien die buik. De
17
arts had een echte doktersstem, maar Fine was niet te kalmeren, ze schreeuwde het uit van de
pijn. Op dat moment verscheen er een natte plek in haar jurk. De dokter probeerde zijn
verbazing te verbergen en vroeg haar moeder de jurk uit te trekken. De jurk ging uit en de
dokter en de moeder keken neer op een vreemde bobbel in het broekje van Fine. Het lijkt wel
of, zei de dokter, trekt u dat ook maar uit. Wat!, schreeuwde Fines moeder. Gelooft u
me nu maar, het lijkt erop dat Fine schreeuwde het uit, haar broekje scheurde en een
kinderhoofdje verscheen tussen haar benen. AAAH! Mama Fine, of Oma Fine, viel flauw.
J e bent aan het bevallen mijn kind, zei de arts, je moeder wist hier toch hopelijk wel van.
Wat! Ik wist hier zelf niet eens van, ik heb gisteren voor het eerst onveilige seks gehad met
mijn vriendje. Het is onmogelijk. Fine was zo verwonderd dat ze niet eens merkte dat het
kind ondertussen al volledig naar buiten was gekomen en zelf de navelstreng had
doorgebeten. Het kind had al haar en tandjes en leek al wel twee jaar oud. Welnee, zei de
dokter weer, dit soort extreem vroegtijdige geboortes is de laatste jaren heel normaal. J e
moet echter niet vreemd opkijken als het kind er binnen drie dagen uitziet alsof het tachtig is
en binnen een week sterft. Dat lijkt inherent aan deze trend, die overigens voor het eerst
geconstateerd werd in 2001, door de Cubaanse arts Bartez, bij een vrouw die hij zelf bevrucht
had. Zie, het kind heeft alle symptomen die bij dit verschijnsel horen. Overmatige haargroei
bij de geboorte, een compleet volwassen gebit, schimmel onder de oksels, overigens niet te
behandelen en ook een hoge hese stem. Het kind was inmiddels begonnen te huilen. Als u
het niet erg vind, neem ik haar mee voor onderzoek. Wees gerust kind, een standaard
onderzoek duurt hooguit zes dagen. Fine was te uitgeput om te protesteren en viel in slaap
terwijl de arts het kind in een kussensloop wikkelde en vertrok.

Eksit, was in het gat in de grond gekropen. De bosjes waarin hij vroeger gespeeld had, waren
compleet over de in onbruik geraakte straat heen gegroeid. Hij liep dezelfde weg als hij toen
had gelopen en kwam inderdaad bij de tunnel waar het spinrag zat. Hij aarzelde niet en duwde
zijn vlakke hand tegen het spinrag. Er gebeurde niets. Het spinrag plakte niet, en voelde niet
hard aan als beton. Maar plotseling stond hij wel weer bovengronds op straat. Weer ging hij
naar beneden, maar voor hij beneden was stond hij al weer boven. Hij tilde opnieuw het
putdeksel op maar het glipte uit zijn handen, viel op zijn plaats en was verdwenen.
Verdomme, siste hij tussen zijn tanden. Woedend, maar genspireerd, stapte hij in zijn auto
en reed terug naar huis. Daar pakte hij zijn dictafoon en dicteerde drie brieven:

-Lieve Fine, vandaag heb ik dingen gezien die ik liever niet had gezien. Of liever gezegd:
dingen niet gezien die ik liever wl had gezien. Ik heb mijn verleden voor mijn ogen zien
verdwijnen. En erger nog, ik was zelf de schuldige. Mag ik je aanraden om nooit maar dan
ook nooit te proberen je verleden te herbeleven. Hiermee maak je je eigen geschiedenis kapot.
Het verleden brokkelt af, sowieso, dat weet ik ook wel. Maar probeer dit niet tegen te gaan
want dat zal het proces alleen versnellen. De werkelijke reden dat ik je deze brief schrijf, al
zal ik hem waarschijnlijk nooit werkelijk schrijven, is uit pure frustratie. Zelfs van het
dicteren van een brief aan jou word ik opgewonden, mijn lief. Het is maar goed dat je hier niet
bent, want ik moet mezelf nu losrukken uit mijn eigen fantasien en twee andere brieven
dicteren. In gedachte bij jou, Eksit. Punt. Enter.

-Beste Pentez, ik weet dat je veilig bent thuis gekomen. Ik weet ook waar de verdwenen helft
van je stuk is gebleven. Ik weet niet of het veilig is je dit nu al te vertellen. Ik hoop dat je er
zelf spoedig achter komt. Hierbij laat ik je weten dat ook ik er mee bezig ben. Bedankt voor
de gympen. J e Eksit.

18
-Beste Eksit, ik weet niet of je deze boodschap zult ontvangen, maar als iemand kans heeft
deze boodschap wel te ontvangen dan ben jij het. Ik weet niet wanneer je deze boodschap zult
ontvangen maar luister goed, de dag dat je deze boodschap ontvangt is er n die je nooit zult
vergeten. Ik weet waar het toneelstuk van Pentez zich bevind. Ik weet ook dat jij op dit
moment waarschijnlijk zo in de war bent dat dit alles niet tot je doordringt. Ik vraag je toch
goed op te letten en deze boodschap onmiddellijk te vernietigen nadat hij is afgelopen. Ik heb
Zlod en Ending de bewuste avond die beschreven staat in Pentez dagboek erop uitgestuurd
op een voor Pentez onmerkbare manier. Ze waren niet werkelijk boos. Het was codetaal. Een
codetaal die jij je opnieuw zult moeten aanleren. Ik kan je niet in woorden vertellen waar het
stuk zich bevind of waarom het zo belangrijk is, dat zul je zelf moeten uitvinden. Ik kan je
wel duidelijk maken waarom je mij moet vertrouwen. J e vertellen wie ik ben, kan ik echter
niet. Ik zal je een verhaal vertellen waardoor je me zult vertrouwen. Ik ben acht jaar, en ik ben
aan het buitenspelen met een aantal vriendjes. We steken struiken in de fik met lucifers, die
we van mama gepikt hebben. We rennen door de bosjes en iemand komt op het idee om
kluiten aarde naar voorbij rijdende autos te gooien. Het plan slaat aan en even later gooien
we dus kluiten aarde naar streekbussen of autos die toevallig voorbij rijden. We waren in die
tijd behoorlijk berucht bij buurtbewoners en dus ook bij de plaatselijke politie. Plotseling riep
n van mijn vriendjes: Politie! Ik hoorde het vanuit de bosjes waar ik op zoek was naar
nieuwe kluiten. Toen ik de struiken uitkwam waren al mijn vriendjes al weggerend. Ik besloot
om dan maar terug te rennen de bosjes in en me daar schuil te houden. Maar de politiewagen
reed recht op mij af en ik werd te bang om te blijven zitten. Gelukkig wist ik nog af van een
geheime schuilplaats, een rioolput die in de straat aan de andere kant van de struiken was. Ik
rende erheen en kroop erin. Beneden gekomen stond ik plots voor een tunnel die afgedekt was
met spinrag Al goed, ik heb het idee dat je me ondertussen wel geloofd. Wees niet bang.

Op dit punt besloot Eksit dat hij al een tijd veel te weinig gedronken had en hij onderbrak de
opname om naar de koelkast te lopen en zichzelf een biertje in te schenken. Uiteindelijk
hadden de dieven toch precies dat waar hij behoefte aan had laten staan. Toen hij zijn biertje
openmaakte besloot hij dat hij de brief aan zichzelf nog 394 woorden langer zou maken. Hij
liep terug naar zijn dictafoon die hij op tafel had achtergelaten. Die hij op tafel had
achtergelaten! Hoe kon hij zo stom zijn. Zijn dictafoon was verdwenen. En hij wist ook wel
waarheen. Maar dit kon hij zichzelf nu nooit meer duidelijk maken! Verdomme. Hij dronk in
n teug zijn glas leeg en brak in de hoek van de kamer een plank in de vloer los om een fles
whisky uit zijn verzameling te halen. Hij opende die en nam een aantal flinke teugen. Wat nu
te doen. Moest hij op zichzelf vertrouwen, hopen dat de boodschap wel overkwam. Maar wat
als dat niet zo was? Hoe kon hij zo stom zijn! Precies datgene wat er met Pentez stuk gebeurt
was, hetzelfde lot waren nu zijn brieven beschoren. Maar erger nog, hij wist nu dat hij
zichzelf op een gegeven moment kwijt zou raken en dat het niet zeker was of hij genoeg van
zichzelf had achtergelaten om dit duidelijk te maken. Hij nam nog een grote slok whisky en
rende een aantal rondjes door de kamer. Puur uit frustratie. Zijn moeder belde: Hallo mam, ja
alles is goed. En met jou? En papa? J a, rustig aan. Een nieuw boek. Over tijd. Ouder worden?
Zoiets ja. J a, jullie ook. Tot snel mam. Doei. Hij pakte een pen op, draaide die een paar keer
tussen zijn duim en wijsvinger en schreef zijn naam zo netjes als hij kon op het tafelblad.
Daarna bevochtigde hij zijn wijsvinger en wiste zijn naam uit. Alleen de eerste letter liet hij
staan, die was te goed gelukt om uit te vegen. Waar was hij mee bezig? Maar ja, wat anders
kon hij doen. Hij besloot dan maar naar bed te gaan. Zo ga ik altijd naar bed, dacht hij, pas
als ik geen idee meer heb wat ik dan moet doen en ik somber ben geworden van die gedachte.
Misschien zou het helpen als ik voor die tijd zou gaan slapen. Als ik naar bed zou gaan voor
ik het gevoel had dat er niets meer te doen was. Maar dan zou ik met tegenzin naar bed gaan.
Plus dan had ik vandaag die brieven niet gedicteerd. Hij trok al zijn kleren uit en kroop onder
19
het dunne laken dat de dieven hadden laten liggen. Meer had hij niet nodig, het was de
warmste zomer in twintig jaar.

Vrijdag

Een uur bleef hij zo liggen zonder ook maar de minste slaap te hebben. Nog een half uur later
ging hij toch maar naar Fine. Hij wist nog niets van de hele affaire met het kind. Hij had
gewoon behoefte aan contact. Als hij hier bleef liggen bleef hij maar malen en zijn gedachten
passeerden steeds weer dat sombere gedachtesteegje waaruit beangstigende geluiden
opstegen. Zou het daarom een steegje heten? Hij grinnikte. Zouden boze paarden ook
grinniken? Hij lachte nu hardop. Een grinnikend boos paard. Hihi. Maar vooruit, hij moest op
pad, anders had het geen zin meer. Fine woonde tenslotte niet om de hoek. Bij gebrek aan
schone kleren, sloeg hij het laken als een toga om zich heen. Dit gaf hem een zeer voorname,
zij het ietwat anachronistische uitstraling. Hij vouwde een hoedje van een ouwe krant om het
af te maken en vertrok. Tenminste, dat probeerde hij. De deur bleek op slot te zijn en zijn
sleutel zat niet in zijn broekzak. Wat nu? Hij zat opgesloten in zijn eigen huis. Uit alle macht
trok hij aan de deur in een poging die te forceren. Maar na drie pogingen zeeg hij uitgeput
ineen. Uitgeput, maar nog steeds niet moe. Hij had al drie weken niet geslapen en toch was hij
niet moe. Hij vroeg zich niet af hoe lang hij dit nog zou volhouden. Er waren de laatste dagen
zo veel vreemde dingen voorgevallen dat verbazing voor hem een jeugdzonde was geworden.
Iets voor kinderen. Er was niets ter wereld dat hem nog kon verbazen. Verrassen, dat wel.
Maar hij keek nergens meer van op. Ook niet dus van het feit dat de deur plots uit zichzelf
openging. En de nachtelijke kou naar binnen stroomde. Nee, toch niet vanzelf. In de
deuropening stond een geniformeerde man met een zaklamp te seinen. SCHRIJ F
GESCHIEDENIS EXSIT!, seinde de man in morse. Eksit liep naar de hoek van de kamer en
seinde met de lichtknop: HOE BEDOELT U, EN WIE BENT U? Aan het feit dat de man zijn
naam verkeerd had gespeld besteedde hij geen aandacht. Het teken van de man liet even op
zich wachten, hij schudde even met de zaklamp, een hele grote blauwe, schroefde hem toen
open en verwisselde de batterij. Daarna seinde hij terug: WIE IK BEN DOET ER NIET TOE,
SCHRIJ F GESCHIEDENIS IS ALLES WAT IK TE ZEGGEN HEB. Eksit begreep de
boodschap niet, maar dat verbaasde hem niets. Dit soort dingen overkwam hem de laatste
weken continu. S.O.S., grapte hij nog, en deed het licht uit. De man was verdwenen toen hij
naar buiten stapte en de deur dan maar openliet. Er viel toch niets meer te halen. In de lift
dacht hij na over de liefde.

Zijn opvattingen over vrouwen werden vaak genterpreteerd als vrouwonvriendelijk maar zo
zag hij het zelf niet. Hij interesseerde zich gewoon niet speciaal in hen. Niet meer dan andere
dingen hem interesseerden in ieder geval. Terwijl hij bij veel van zijn tijdgenoten een soort
afhankelijkheid waarnam die hij niet begreep. Niet dat het hem verbaasde maar hij kende dat
gevoel niet. Dat altijd maar op zoek zijn. Hij kende ook onrust maar hij wist dat die niet
voortkwam uit het missen van een persoon. Hij hield van zijn vriendin, was zelfs verliefd op
haar geweest. Die periode was wel voorbij, maar hij hield oprecht van haar. Maar hij voelde
dat dat niet was waarvoor hij leefde. Dat er andere zaken waren die zijn aandacht verdienden.
Hij hield niet van praten en Fine was dat wel gaan respecteren na verloop van tijd, al begreep
ze niet goed wat er in hem omging. Hij wist op zijn beurt dat ook zij eigenschappen had die
hij niet zou kunnen begrijpen en dat stoorde hem niet.

Oei, de lift was allang beneden. Hij had te lang staan peinzen en iemand had boven alweer op
het knopje gedrukt. De lift ging alweer omhoog. Hij drukte snel op het knopje naast de
sierlijke 2 en stapte op die verdieping uit. Hij nam de trappen met drie treden tegelijk.
20
Beneden in de hal zat de man met de zaklamp op zijn knien. Hij had de lamp blijkbaar laten
vallen en was bezig de scherven te verzamelen. Lukt het meneer?, vroeg Eksit. De man
keek hem een beetje wanhopig aan. Eksit hielp hem de scherven bij elkaar te vegen. De man
kwam plotseling op een idee. Tok tok toktoktok toktikte hij met zijn ring op de tegels van
de hal. Het geluid galmde mooi omhoog in het trappenhuis. Eksit was gefascineerd door de
klank en miste daardoor het tweede gedeelte van de zin die de man begonnen was. Elton
J ohan Eerduik, bewaker van wat?, vroeg hij. BEWAKER VAN HET HISTORISCH
MUSEUM, AANGENAAM, tikte de man. Eksitehmgeschiedschrijver, aangenaam. IK
BEN OOK ZON KLUNS, ALLES WAT IK IN MIJ N HANDEN NEEM GAAT KAPOT, de
man tikte zenuwachtig en snel, een soort stotteren leek het wel. Ach, dat valt nog wel te
lijmen. Hier., zei Eksit en hij scheurde een stuk van zijn toga en knoopte daar een knapzak
van. Hier stopte hij de scherven in. BEDANKT, EXSIT, tikte de man nu al wat rustiger.
Graag gedaan Elton, maar ik moet nu gaan. Moeder de vrouw wacht. Doe het rustig aan en
probeer niet zo vaak aan de vriendin van je beste vriend te denken. De man kleurde, maar
Eksit had zich al omgedraaid.

De buitenlucht deed hem goed. Deze vreemde psychose waarin hij terecht was gekomen na de
eerste drie nachten zonder slaap was zo slecht nog niet. Al verlangde hij soms intens naar
slaap, hij genoot van het superieure gevoel van inzicht in de menselijke geest en vooral van
het feit dat hij steeds dichter bij zijn doel kwam. Als de boodschap nu maar aankwam! Hij
kon niets anders doen dan op zichzelf vertrouwen en het moment afwachten dat hij zich niets
meer zou herinneren. Eigenlijk kon hij daarop niet wachten, hij wilde dat het nu gebeurde
want hij voelde zon enorme druk op zijn schouders. De laatste dagen was er zoveel tegelijk
gebeurd. Van alle kanten waren er tekens geweest en de verdwijningen waren ook erg snel
achter elkaar gekomen. T snel naar zijn gevoel, maar dat was niet meer terug te draaien. Hij
werd een beetje misselijk en zijn benen konden hem niet meer dragen, daarom zette hij zich
op een bankje in het park. De tijd sloeg als een warme deken om hem heen en hij rilde. De
volgende seconde bracht hij gedachteloos en eindeloos zuchtend door. Uit een gat in de grond
hoorde hij een brommend geluid en even verdween hij erin. In het gat zweefden fluweelzachte
bladeren om hem heen, ze streken langs zijn wangen. De brommende toon werd een
gefluister. Eksit, je toekomst of je leven. Schrijf geschiedenis. Achter de geelgrijze
laurierbomen maken de eenhoorns een liefdesbaby uit fruit en engelenhaar. Laat de tijd niet
vervliegen, houd je vast aan haar wild wapperende bruidssleep. Als er iemand is die haar kan
temmen dan ben jij het, lieve Eksit.

Hij opende zijn ogen en keek om zich heen, hij was nu het enige in de ruimte dat nog
zweefde, de bladeren waren neergedaald naar de grond die vanaf zijn punt niet zichtbaar was.
Hij was bang dat hij in slaap gevallen was, maar dit was niet het geval. Een stem maakte hem
dit duidelijk en trok hem weer uit het gat. Daar zou ik niet te diep in afdalen meneer. Een
oud dametje had dit gezegd en keek Eksit bezorgd aan. Deze merkte dat er kwijl uit zijn
linkermondhoek hing, veegde dit weg met een punt van zijn toga en nam zijn hoed af voor de
vrouw. Goedenavond mevrouw. De vrouw keek hem medelijdend aan, een beetje bezorgd
ook en dit ergerde Eksit. Het gaat wel mevrouw, ik moest even uitrusten. Ik heb geloof ik
iets teveel gedronken. In deze toestand merkte Eksit niet eens dat de tijd nog steeds als een
deken om hem heen lag en dat de vrouw zich dus in zijn tijdsvertraging bevond. Er zijn er
die voor minder de bak in zijn gedraaid!, schreeuwde de vrouw plotseling vlakbij zijn
gezicht. Toen bevroor ze plotseling en Eksit besefte wat er aan de hand was. Ze had niet de
kracht gehad om in zijn vertraging te blijven. Hij kroop onder haar vandaan en de tijd nam
haar normale vorm weer aan. De vrouw was even verbijsterd dat Eksit plots niet meer onder
haar zat maar draaide zich toen naar hem toe en zei: Begrepen! Ze sloeg een pand van haar
21
jas open en onthulde zo een politiebadge. J a, mevrouw., zei Eksit uit gewoonte. De hele
situatie ergerde en verveelde hem nogal. Mevrouw Agent, voor jou!, schreeuwde het
dametje. Mevrouw agent, siste Eksit en hij beende weg. Zijn korte verblijf in het gat in de
aarde had hem nieuwe kracht gegeven en hij begon dan ook te rennen. Met deze snelheid zou
hij over een uur bij Fine aankomen.

Precies aan de andere kant van de wereld stond een operazanger op het punt om zijn laatste
zin te zingen. Deze zin luidde: Maria, haal de wateren van de zee in huis en trek er thee van.
Verder dan Mariaaaaaa, kwam hij echter niet omdat plots het doek viel. De mensen in de
zaal keken omhoog en zagen een klein meisje met vlechtjes het touw doorknippen en op haar
vingers fluiten. Daarop verscheen een herdershond op het toneel die pootjes begon te geven
aan de mensen op de eerste rij. De mensen vooraan vonden het enig maar achter in de zaal
werd geprotesteerd. Er werd gejoeld en op vingers gefloten totdat de schrijver van de opera
het toneel opkwam lopen. Dames en heren dit is onderdeel van de opera. Gaat u alstublieft
zitten en wacht op wat er komen gaat. Hierop brak de hel los. Van achteruit de zaal vloog
van alles richting podium. Schoenen, fruit (alsof de mensen erop waren voorbereid), drankjes
et cetera. En van de schoenen vloog rakelings langs het kleine meisje dat nog steeds
bovenaan het podium in een stelling hing. Ze schrok hiervan zo dat ze het evenwicht verloor,
van de stelling afgleed en zich nog net aan een stang boven de eerste rij kon vasthouden.
Help! Niemand hoorde haar want iedereen was bezig of de zaal uit te vluchten of de
schrijver achterna te rennen die in de coulissen verdwenen was en inmiddels allang in een
limo de stad uitreed. Het meisje hield het niet meer en liet los.

Pentez haalde zijn pen van het papier en besloot dat dit beter was dan de allereerste versie van
zijn stuk. Hij liep de keuken in en zette thee. Even dacht hij erover uit het raam te kijken,
maar dit stelde hij uit omdat hij eerst het eerste deel van zijn stuk af wilde schrijven. Hij was
al een flink eind en had het einde al in gedachten. Het water kookte en hij goot het in een mok
waarop door de hitte van het water de letters WILLEM N. OPE verschenen. Hij plofte neer in
zijn luie stoel en zette de televisie aan. Een presentator met een felgroene jas kwam in beeld.
Wejkom dames en heren, bij weer een nieuwe afjevering van: Bij tijd en wijje. Mijn naam is
geheim en vanavond is bij ons te gast Hij zette de televisie weer uit liep naar zijn
typemachine en gespte zich vast. Die herdershond, die moet opdringeriger..., zei hij tegen
zichzelf.

Eksit was aangekomen op de boerderij en was ook in een luie stoel neergeploft en had precies
hetzelfde fragment gezien als Pentez. Hij herinnerde zich de dag dat hij deze man had
ontmoet nog maar vaag. Hij had zijn broer die dag vermoord en de presentator had hem
daarna iets gezegd, maar wat ook alweer? Hij kon er niet opkomen. Eksit! Fine was wakker
geworden en stond in haar pyjama op de trap. Wat zie jij er moe uit! Kom je naar boven?
J a. Hij stond op en de bel ging. Wie kan dat nu zijn? Zo laat nog. Verwacht jij nog
iemand?, vroeg Fine terwijl ze naar de deur liep. Nee, zuchtte Eksit vermoeid. Voor de
deur stond een jongeman met een kapotte spijkerbroek en zijn haar in de war. Naast hem een
meisje in een te groot kostuum met een camera op haar schouder. Goedenacht, zei de
jongen vrolijk, t vrolijk, wij zijn van Hand Grijpt Kont, heeft u al geneukt? Ehmm, nee,
stamelde Fine verbaasd. Mogen we misschien bij jullie aanschuiven?, zei de jongen weer.
Eksit kwam achter Fine staan begon aan een hilarische dans en zong een ontzettend valse
vertolking van Waterloo en sloeg de deur dicht. Kom, laten we gaan slapen. Vanachter de
deur hoorden ze een verstomd: Verdomme Eksit, herken je me dan niet meer. Moet ik soms
altijd een rode kimono aantrekken? Eksit trok het niet meer, de tekens bleven komen maar
hij kon er niets meer mee. Zijn spel was gespeeld, of in ieder geval wist hij niet meer hoe te
22
handelen. Hij beet op zijn onderlip en duwde Fine de gang in richting de trap. Wie is dat?,
fluisterde ze. Een oude vriendin, ik weet niet meer precies, laten we gaan slapen. Fine
begreep van dit alles niets maar ze stelde geen vragen meer. Ze kropen allebei in bed en Eksit
dacht: Mijn God, hoe lang moet dit nog duren? De laatste loodjes wegen wel rg zwaar, het
zijn er dit keer ook wel erg veel en ze blijven maar komen. Ik begin steeds meer te vergeten
terwijl alles steeds meer betekenis lijkt te krijgen. Alles hangt zo duidelijk met alles samen
maar ik heb geen kracht meer om al die verbanden te leggen. Even denken, de vrouw in
kimono komt bij me aan de deur als cameravrouw. Ik heb vandaag op televisie de presentator
met het groene jasje weer gezien. Wist ik nou nog maar wat er die dag op de vuilnisbelt
gebeurt was. Hoe heette die man nou ook weer LeenLeeJ EO! J EO J A J UMIERE! Leo
la Lumiere, hij kon de L niet zeggen. Meer prijzen dan je kunt winnen winnen. Zoiets.
Hmmm, en hij had van die woede-aanvallen. Maar wat was er met die vrouw. Godverdomme,
eigenlijk heb ik slaap nodig. Ik moet Pentez bellen, we moeten elkaar een brief schrijven, nu.
Hij kroop uit bed en draaide het nummer van Pentez huis. Hallo? Pentez, ben je aan het
werk? J a. J e moet hierheen komen, naar de boerderij, we moeten elkaar een brief
schrijven. Hij gooide de hoorn neer en rende de trap af, de keuken in en klom door het raam.
Hij rende naar de stal waar de koe stond die koffie gaf in plaats van melk en klom op haar
rug. Hij begon te tellen om de draad niet kwijt te raken.

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht Op vijfhonderdvijfentwintig kwam Pentez
hijgend binnen. J e hebt er langer over gedaan dan normaal, vriend. J e wordt oud. Pentez
leunde tegen de muur en probeerde op adem te komen. Nee, neenet nadat jij de hoorn erop
legde belde mijn moeder. Mijn oma is overleden en ik erf 80.000 euro., hij haalde 80
biljetten van 1000 uit zijn zak en liet ze aan Eksit zien. Ikhahaha!, schreeuwde hij. Sssst
ze slapen hier, gefeliciteerd overigens., zei Eksit terwijl hij Pentez een wasco krijtje en een
ontzettend groot stuk papier gaf. Vandaag doen we het anders. We tekenen elkaar na.

Pentez aarzelde geen moment. Hij tekende Eksit met een groot hoofd. In de wangen tekende
hij twee gigantische kieuwen die hij daarna met een mesje uitsneed zodat er werkelijk twee
gaten in het papier zaten. Tegenover hem zat Eksit te kwijlen en te zuchten. Het was duidelijk
dat hij een visioen had. Pentez besloot dit meteen in zijn tekening te verwerken, boven het
hoofd tekende hij een vrouw in rode kimono die duizenden madeliefjes uit haar mond liet
waaien. De wind stelde Pentez voor als een groene wolk die als een draaikolk om de vrouw
heen draaide en haar kimono aan een zijde omhoog blies waardoor een deel van haar been
zichtbaar werd. Het been zat vol blauwe plekken en er droop een geel sap langs de kuit naar
beneden. Pentez keek even op van zijn vel en zag dat Eksit aan het flauwvallen was. Hij
gooide het vel opzij en rende naar zijn vriend toe. EKS!, riep hij.

Eksit voelde zijn hoofd ontzettend heet worden, daarna voelde hij steken van pijn in zijn
wangen. Zijn ogen rolden in hun kassen. De vrouw in kimono verscheen voor Eksit, zweefde
om hem heen en zei: Duizenden en duizenden madeliefjes, lieve Eksit. Eksit kon ze ruiken.
Daarop begon de vrouw te zingen. Een Oosterse melodie. Dat was het! Dat had ze die dag
ook gezongen en toen was ze begonnen te praten maar hij had haar woorden niet kunnen
volgen en toen was de zandstorm begonnen. Zijn beeld werd steeds kleiner, de vrouw in
kimono verdween langzaam uit zijn blikveld.

Eks.., hoorde hij in de verte. EKS!, al dichterbij. Hij keek in de ogen van Pentez. Eks,
wat gebeurt er met je? -Pentez, wat heb je met de IJ stekst gedaan? Die ligt bij me thuis in
mijn bureaula. -Mooi, zorg dat ie er nooit meer uitkomt, ok? Pentez knikte en rende naar
23
de kraan in de stal om een emmer met water te vullen. Toen hij terug kwam was Eksit echter
verdwenen. Oh nee, wat nu weer!

Terwijl Eksit boven Pentez wegzweefde, keek hij glimlachend op hem neer. Het was toch een
goede vriend. Zodadelijk zal hij er achter komen dat zijn 80.000 euro verdwenen zijn en hij
zal me vinden in bed bij Fine, maar hij zal niet weten dat ik eigenlijk ergens anders ben, zijn
tekst achterna. Zijn stuk, dat zonder dat hij het ooit zal weten een meesterwerk is. In een
andere tijd, dimensie, hoe je het noemen wilt. Vaarwel, lieve Pentez, vaarwel. Langzaam
zweefde hij hoger en hoger. Het werd wit om hem heen. Het rook naar madeliefjes, het werd
groen om hem heen. De madeliefjes begonnen te bloeien, stierven af en bloeiden weer op.
Alles om hem heen verkeerde in een woeste razernij van opbloeien en afsterven en was
tegelijkertijd volkomen vredig. Hij sloot zijn ogen en glimlachte nog een keer. Alles moest en
zou op zijn plek vallen, anders was dit zijn laatste glimlach, zijn laatste gedachte. Hij hoopte
niet meer, hij vertrouwde.

Zaterdag

Pentez sloop voorzichtig de trap op. De derde tree kraakte, dat wist hij en hij stapte dan ook
van de tweede naar de vierde. Helaas, die bleek ook te kraken. Hij bleef een halve minuut
staan, wachtend op iemand die wakker geworden was. Geen geluid. Voorzichtig sloop hij
weer verder omhoog. Ook de vijfde tree bleek te kraken, hij bleef weer even staan. Weer geen
geluid. Hij deed weer een stap omhoog maar ook de zesde tree kraakte. Dan maar zo snel
mogelijk. Hij rende omhoog. De trap, een wenteltrap, bleef echter maar stijgen.
Honderdtwintig, honderdvierentwintig, honderdachtentwintig. Hij telde per vier stappen
omdat zijn benen zo snel gingen dat hij niet elke stap kon tellen. Hoger en hoger, er kwam
werkelijk geen einde aan, tot hij plots op een deur stuitte. Het was een grote, massieve, houten
deur zonder een stukje vlakke grond ervoor. Op de driehonderdvierennegentigste tree. Pentez
stond op de driehonderdtweennegentigste en staarde naar de deur. Hij was toch al eens
eerder bij Fine thuis geweest maar dat haar kamer zo hoog lag kon hij zich niet herinneren. De
boerderij was van buiten trouwens ook maar twee verdiepingen hoog. Wat zat er achter deze
deur? Hij duwde er tegen. Op slot, natuurlijk. Hij ging op de driehonderdriennegentigste tree
zitten en leunde tegen de deur. Even dacht hij dat hij in zou dommelen maar op dat moment
hoorde hij een sleutel in het sleutelgat van de deur gestoken worden. Hij stond vlug op en
wachtte tot degene aan de andere kant de deur opendeed. Er was een ongelofelijk gekraak
toen de deur open gleed. Gelukkig opende de deur naar binnen anders had Pentez minstens op
de driehonderdvijfentachtigste tree moeten gaan staan om de deur helemaal te laten openen.
Hij keek naar binnen en daar stond, in de deuropening, op dezelfde hoogte als hij: Hijzelf!
Achter de deur liep een trap in tegenovergestelde richting naar beneden. Een spiegel?, dacht
Pentez. Neenee, geen spiegel, dommie!, zei zijn spiegelbeeld. Ik ben alles wat jij bent niet,
ik heb alles wat jij hebt niet, ik doe alles wat jij doet niet en ik weet alles wat jij weet niet.
Pentez deed een paar stappen naar beneden, hopend dat het spiegelbeeld hetzelfde zou doen.
Maar deze Pentez stapte door de deur heen en deed juist vijf passen naar voren. Wiewie
ben je dan welof ik bedoel wat doe je dan wel, wat weet je wel?, stamelde Pentez. Ik
weet alleen maar dat ik ontzettend jaloers op je ben. Ik wil alles hebben wat jij hebt, alles
doen wat jij doet, alles weten wat jij weet, zijn spiegelbeeld sliste. Pentez was nog nooit
zo bang van zichzelf geweest. Was dit soms een donkere kant van zijn eigen geest die hij in
een hallucinatie zag? Had hij drugs gebruikt vandaag? Nee, het moest iets te maken hebben
met al die vreemde verdwijningen en gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Eksit moest hier
vanaf weten. Met hem was het allemaal begonnen. Waarom had hij in godsnaam ooit
toegestemd om mee te gaan in Eksits krankzinnige project? In het begin had het nog leuk en
24
spannend geleken met het stilzetten van de tijd, maar dit ging werkelijk te ver. Ze waren de
controle verloren! Waar was Eksit, wat was dit voor een trappenhuis? Hij rende terug naar
beneden, met de hete adem van zijn jaloerse zelf in zijn nek. Plots was daar weer een deur
waar hij zich met zijn volle gewicht tegenaan gooide. Hij had geluk want de deur opende en
Pentez schopte hem achter zich dicht. Meteen was het doodstil, ook vanachter de deur die
toch duidelijk niet direct op de grond aansloot, maar een spleet openliet van minstens een
decimeter, hoorde hij niets meer.

Hij keek om zich heen. Hij zat in de open lucht in de restanten van een middeleeuws
paleizencomplex. Als hij niet zo bang was geweest, had het hem eigenlijk niets verbaasd met
al die vreemde gebeurtenissen de laatste dagen. Hij keek omhoog naar de volle maan. Hij
haalde diep adem en werd weer wat rustiger. Hij besloot even te gaan liggen en rustig na te
denken wat nu te doen, maar meteen bedacht hij zich dat het al laat was en hij beter meteen
kon handelen. Maar wacht eens! Als hij nu eens de techniek van Eksit toepaste op dit
moment. Hij concentreerde zich en op hetzelfde moment smolt de tijd en stolde als kaarsvet
om zijn koude lichaam. Hij sloot zijn ogen en zuchtte diep. Sterker nog, hij zag zichzelf zijn
ogen sluiten en diep zuchten. Hij liep naar zichzelf toe en keek hoe hij daar stil lag met zijn
ogen gesloten en extreem rustige ademhaling. Hij vroeg zich af of het kwam doordat hij zo
ontzettend moe was dat deze voorstelling zo echt leek. Hij keek naar het lichaam waarmee hij
zichzelf stond te bekijken en zijn adem stokte. Hij was ontzettend klein en had een jurkje aan.
AAAAAAHHHH!!!, schreeuwde hij. Op dat moment deed hij (de Pentez die lag) zijn ogen
open en keek op. Het meisje dat er stond schreeuwde nog steeds. Ze had een vogelkooi in
haar handen waarin een klein vogeltje onrustig heen en weer vloog tegen de tralies en op die
manier een hoop veren verloor. Zoveel zelfs dat Pentez ze van zich af moest slaan om nog wat
van het meisje te kunnen zien. Rustig, rustig maar, riep hij haar toe maar ze kalmeerde niet
en bleef schreeuwen. Wat is er nou toch, kalm aan! Het meisje huilde: Hij zit opgesloten,
en hij kan er niet uit. Dat is toch zielig. Pentez greep naar het kooitje en griste het uit de
handen van het meisje, dat plotseling stil werd. Ook het vogeltje was nu rustig. Let op, zei
Pentez. Hij schoof zijn vingers tussen twee tralies en zette kracht. Langzaam duwde hij ze zo
ver uit elkaar dat het vogeltje er doorheen zou passen. Nu moet je hem hoog boven je hoofd
houden, zei hij tegen het meisje. Ze pakte de kooi aan en deed wat haar gezegd was. Het
kleine vogeltje, inmiddels zonder veren op zijn lijfje, kroop tussen de tralies door en fladderde
naakt weg, het verdween achter n van de torens. Het meisje lachte met de tranen nog in haar
ogen. Dankuwel meneer, zei ze en ze huppelde in de richting van de deur. Nu pas
realiseerde Pentez zich dat de tijd nog steeds stilstond en dit alles dus in een fractie van een
seconde was gebeurd. Wie was dat meisje? Hij herinnerde zich het beeld van zichzelf en sloot
vlug zijn ogen weer.

Hij keek nu weer door de ogen van het meisje en naderde de deur. Die deed het meisje open
en ze werden samen verblind door het licht dat achter de deur vandaan kwam. Ze stapte er in
en kwam terecht in een donkere schuur waar ze zich tegen een muur drukte en bleef stilstaan.
Pentez zag door haar ogen Eksit op een koe zitten. Wacht eens! Dat was de koe van Fine. Dit
was de schuur van Fine die hij zag! De deur van de schuur ging open en hij zag zichzelf
binnenstrompelen. J e hebt er langer over gedaan dan normaal, vriend. J e wordt oud., zei
Eksit. Hij zag zichzelf tegen de muur leunen en hoorde zichzelf zeggen: Nee, neenet nadat
jij de hoorn erop legde belde mijn moeder. Mijn oma is overleden en ik erf 80.000 euro.,
daarop zag hij zichzelf de 80.000 euro uit zijn zak halen en ze aan Eksit laten zien.
Ikhahaha! Hij zag Eksit van de koe afstappen en zeggen: Sssst ze slapen hier,
gefeliciteerd overigens. Vandaag doen we het anders. We tekenen elkaar na. Hij keek naar
zichzelf terwijl hij het portret van Eksit tekende, hij keek ook naar Eksit die hij nu veel eerder
25
bleek zag wegtrekken. Hij wist wat hij daar zelf stond te tekenen maar hij had op dat moment
niet gezien dat Eksit toen al was begonnen met kwijlen. Hij keek naar de scne die zich nog
maar een uur geleden in de schuur had afgespeeld tot het moment dat hij zichzelf een emmer
water zag halen. Toen realiseerde hij zich weer wat er op dat moment gebeurd was, hij keek
naar de plek waar Eksit zat maar hij was al weer verdwenen.

Hij opende zijn ogen en zat nog steeds buiten bij de deur in de middeleeuwse rune. Hij
besloot op te staan en de tijd weer van zich af te schudden. Het meisje had in zijn
tijdsvertraging gezeten! Wat had dat te betekenen? Hij liep op de deur af in de hoop dezelfde
scne daar achter ng eens aan te treffen en te kunnen zien hoe Eksit nu verdwenen was.
Plotseling herinnerde hij zich het geld. Hij voelde in zijn binnenzak. NEEE!! Niet ook dat
verdwenen! Dit is een droom! Het moet een droom zijn! Hij schopte de deur open, werd
verblind door het licht dat er uit straalde en stapte erin. Hij kwam inderdaad terecht in de
schuur, ging tegen de muur staan en keek naar Eksit. Op de koe zat echter niet Eksit maar een
jongeman met gescheurde spijkerbroek en warrig haar. Op dat moment ging de deur open en
viel een meisje in een te groot driedelig kostuum binnen. De jongen met spijkerbroek zei: J e
hebt er langer over gedaan dan normaal, vriend. J e wordt oud. Het meisje ging tegen de
muur staan en hijgde uit. Ze zei: Nee, neenet nadat jij de hoorn erop legde belde mijn
moeder. Mijn oma is overleden en ik erf 80.000 euro., daarop zag Pentez haar de 80.000
euro uit zijn zak halen en ze aan Eksit laten zien. Ikhahaha! Pentez werd woedend. Niet
alleen waren het nu twee vreemden die de scne nspeelden, ze deden het ook nog eens
verschrikkelijk slecht, alsof ze de situatie parodieerden. Op een sarcastisch toontje. Hij stapte
uit de schaduw en wilde de twee de waarheid zeggen maar op slag waren ze verdwenen en
stond hij weer alleen in de schuur. Precies zoals een uur geleden toen hij Eksit was
kwijtgeraakt. Hij werd wanhopig en trok een bos haar uit zijn hoofd, die hij op de vloer van
de schuur smeet waar het meteen verdween tussen het stro. Hij rende de schuur uit en liep
alweer de trap op die naar de kamer van Fine zou moeten leiden. Dit keer kwam hij er ook
daadwerkelijk aan. Hij maande zichzelf tot kalmte, haalde een aantal keer diep adem en sneed
zo zacht hij kon een rond gat in de deur waardoor hij zijn hoofd stak.

Een straal licht viel met zijn blik naar binnen en verlichtte het bed van Fine. Daarin lagen Fine
n Eksit vredig te slapen. Dit beeld kalmeerde Pentez zodanig dat hij besloot zelf ook naar
huis en bed te gaan en morgen terug te komen om deze hele avond met Eksit te bespreken.
Pentez wist overigens niet dat dit voor het eerst in drie weken was dat Eksit sliep. Dat wist
niemand. Hij besteedde er dan ook geen aandacht aan. Hij sloot de deur weer heel voorzichtig
en liep de trap af. Beneden streek hij met zijn hand over een beeld van een hand met vier
vingers dat op de schoorsteenmantel stond. Hij liep de kamer door naar de keuken en ging
naar buiten. Terwijl hij het erf af liep merkte hij niet dat vanuit de bosjes drie paar ogen hem
nakeken. Hij liep de verharde weg op, had voorrang, en dacht: J ezus! Als ik mijn stuk af heb,
maak ik een boek over de afgelopen week. Als Eksit dat goed vindt tenminste. In ieder geval
iets waarin een personage constant dingen overkomen zoals mij net in die toren. Hij schrok
op toen iemand achter hem zei: Hier met dat geld maat! De drie kwajongens waren hem
gevolgd en wisten blijkbaar van zijn erfenis. Het liet Pentez vrijwel koud. Ik ben net 80.000
euro kwijtgeraakt jongens, er valt bij mij niets meer te halen! Dat zullen we nog wel eens
zien, zei de kleinste en de andere twee pakten hem vast terwijl de kleine in Pentez zakken
graaide. Ik heb het jongens, schreeuwde hij plotseling en de drie schoten weg. Even was
Pentez geschrokken en dacht hij dat ze misschien echt zijn geld hadden, maar hij realiseerde
zich dat het de envelop met kopien van de eerste paginas van zijn nieuwe stuk waren
geweest. Die had hij aan Eksit willen geven om door te lezen. Ha! Sukkels, het zal ze goed
doen eens wat te lezen.
26
Thuis ging hij weer achter zijn bureau zitten en opende het deksel van zijn typemachine. Deze
begon meteen heen en weer te schuiven als een opgewonden puppy. DERDE AKTE, schreef
hij:

Een man zit op een verlaten toneel met om zich heen de resten van een houten huis dat is
ingestort. Die verdomde termieten ook, zegt de man. Hij haalt een zakdoek uit zijn zak en
veegt er zijn voorhoofd mee af. Ik mag God op mijn blote knien danken dat er zon hittegolf
heerst en dat ik de tijd heb om een nieuw dak boven mijn hoofd te bouwen voor de eerste
regen weer valt.

Nee, dat is niets. Pentez haalde het papier uit de schrijfmachine verfrommelde het en
gooide het in de prullenmand. Veel te serieus. Hij besloot koffie te gaan zetten en deed dat
ook. Daarna gespte hij zich weer vast en schreef.

Met de nieuwe lente waren ook nieuwe vrouwen gekomen. Of eigenlijk was er maar n
gekomen, wat hem betreft. Het meisje met het groene jurkje en een beetje stoffige uitstraling.
Hij was meteen voor haar gevallen. Speciaal voor haar had hij vandaag nieuwe schoenen
gekocht. Hij trok ze thuis aan en ze bleken volgepropt met papier. Hij haalde het papier eruit
vouwde het uit en streek het glad op zijn keukenvloer. NU ZIT IK HIER EN DE OUDE
VROUW LIGT DAAR STIL, stond erop. Waar kwam dat vandaan? Hij begon te fantaseren.
Een meisje was aan het werk als schoonmaakster en was bij een oude vrouw thuis die ze niet
kende. De vrouw was eerst heel aardig maar werd al snel vinniger en onbeleefder tot ze
begon te schelden: Kutwijf, sneller werken moet je, je gaat niet weg voordat elk stofdeeltje
in dit huis is verdwenen, hoer! Het meisje was eerst harder gaan werken maar de
beledigingen werden grover en grover totdat bij het meisje de maat vol was en ze met de
stofdoek naar de vrouw sloeg en zei: En nou is het afgelopen, mond dicht of ik vertrek nu
meteen. De oude vrouw had een ontzettende hoestbui gekregen en was er in gestikt zittend
op haar groene sofa. Hier was het meisje zo van geschrokken dat ze in shock op een stuk
papier deze zin had opgeschreven. Hoe het stuk papier dan in zijn schoen terecht was
gekomen kon hij niet bedenken. Maar hij was allang tevreden dat het meisje dat hij
gefantaseerd had zo mooi gelukt was. Ze leek heel erg op het meisje dat hij vanmiddag weer
zou zien. Zijn hart sloeg over. Hij trok zijn nieuwe schoenen aan en liep naar buiten

Pentez staarde verbaasd naar het vel dat hij uit de machine had gedraaid. Waar dat plotseling
vandaan was gekomen wist hij niet! Hij stopte het vel in de la met ongebruikte schrijfsels en
besloot naar bed te gaan. Wat een dag, wederom! Hij kon eigenlijk niet wachten op het
gesprek dat hij morgen met Eksit zou voeren. Al zou Eksit waarschijnlijk wel weer niet veel
loslaten over al deze geheimzinnigheden. Hij vroeg zich af wanneer er een eind aan zou
komen, waarheen dit allemaal moest leiden. Wanneer Eksit hem eindelijk in zou lichten over
het doel van deze hele expeditie. Langzamerhand werd hij een beetje krankzinnig. Het was nu
echt tijd om te gaan slapen. Hij sloot zijn typemachine af en gespte zichzelf los. Hij stond op
ruimde de vaat op, waste af, kleedde zich uit, poetste zijn tanden, trok zijn kleren uit en ging
op bed liggen. Zou Eksit misschien zelf ook niet weten waartoe dit allemaal moest leiden.
Was het voor Eksit misschien ook allemaal maar een experiment? Was Eksit misschien
werkelijk gewoon krankzinnig en werd Pentez meegesleurd in n van zijn
waanvoorstellingen? Was hij zelf ook niet krankzinnig aan het worden? Was hij het al?
Morgen zou hij doorvragen tot er duidelijkheid was over een aantal zaken. Hij zou Eksit
zeggen dat hij het anders niet langer trok. Dat hij niet meer meedeed als hem niet een paar
dingen zouden worden verklaard. Dit keer houd ik voet bij stuk. Eksit moet toch ook inzien
dat we hier langzamerhand echt krankzinnig van worden. Het is zelfs een aanslag op mijn
27
gezondheid. Dat blijkt wel uit al dat kotsen enzo. Hij zette zachtjes de radio aan en sloot zijn
ogen. De laatste woorden die hij die avond hoorde, al was het waarschijnlijk niet bewust
waren deze, uitgesproken door een zachte nachtelijke mannenstem: de oorzaak van alles
heeft zelf ook een oorzaak, niets is zonder oorzaak, zoals ook niets zonder gevolg is en niets
zonder bedoeling. Alles is voorbestemd, wilt u zeggen?, vroeg de vrouw met een angstig
apengezicht. Nee, mevrouw, weerlegde de man met zelfverzekerde blik. Wat de koning wil
zeggen, is niet dat alles voorbestemd is maar dat alles een oorzaak heeft, dat alles wat
gebeurd verband houdt met het voorgaande en tegelijkertijd met het volgende, ook al is dat
niet bewust. Ook al is dat op een niet rationeel niveau. Zijn ademhaling werd trager en
trager totdat hij niet meer te horen was en men alleen het TL.-licht in de keuken nog kon
horen zoemen. Dat had hij altijd een heel rustgevend geluid gevonden.

Zondag

De droom die hij die nacht had zorgde ervoor dat hij de volgende ochtend uitgeput wakker
zou worden. Hij droomde het volgende.

In een oud leegstaand fabriekspand midden op een immense vlakte zoekt hij een schuilplek
voor de regen. Het onweert verschrikkelijk en hij is zijn vrienden kwijtgeraakt. Waarschijnlijk
zijn ze op vakantie of zoiets want het is een plek die hij niet kent. De grote ijzeren deur waar
hij door naar binnen gaat piept ontzettend en het geluid galmt door de grote lege ruimte. Door
vier ontzettend grote beslagen ramen valt net genoeg licht naar binnen om te kunnen zien
waar hij loopt. Hij wandelt tot midden in de ruimte waar een stoel staat. Hij gaat erop zitten
en begint zijn natte kleren uit te trekken. Hij trekt net zijn T-shirt uit en plots heeft hij een
boek in zijn hand. Hij kijkt naar de omslag. Het blijkt een boek van Willem N. Op dat De
IJ stijd een autobiografie heet. Op dat moment wordt hij een druppend geluid gewaar dat
zachtjes door de ruimte galmt. Hij kijkt rond en ziet in een hoek van de ruimte een kraantje uit
de muur steken. Het geluid irriteert hem plotseling vreselijk. Hij staat op, legt het boek op de
stoel en trekt een sprintje richting de kraan, die verder weg blijkt te zijn dan hij had gedacht
want na een minuut begint hij toch wat rustiger te rennen en nog wat later zelfs te joggen.
Uiteindelijk lijkt het wel of hij er een kwartier over doet om de kraan te bereiken. Hij bekijkt
de kraan aandachtig. Het ding is helemaal bruin van de roest. Elke drie seconden drupt er wat
bruin water uit. Na tien vallende druppels te hebben bekeken, draait hij de kraan dicht en
wandelt rustig terug naar de stoel. Dit keer bereikt hij de stoel in een paar passen. Hij pakt het
boek weer op, het is niet meer de autobiografie van Willem N. Op. Het is zijn eigen stuk,
afgerond en ingebonden. Het ziet er prachtig uit. Hij gaat met zijn vingertoppen over zijn
eigen naam die in de kaft is gedrukt. Hij voelt een ontzettende voldoening en heeft ontzettend
veel zin het helemaal te lezen want hij kan zich niets herinneren van wat hij geschreven heeft.
Hij slaat het boek open. De eerste vijf bladzijden blijken blanco. Op de zesde pagina begint
het stuk. Hij begint te lezen maar hij herkent de letters niet. Dat wil zeggen, hij herkent ze wel
maar de woorden hebben geen betekenis. Hij ziet ze alleen als de tekens die ze zijn, hij kan ze
uitspreken maar weet niet meer wat ze betekenen. Hij probeert zich te concentreren en staart
naar de eerste woorden op de pagina. Niets. Wanhopig kijkt hij omhoog, hij haalt diep adem
en kijkt nog eens. H, nu lukt het wel. Hij blaast uit en de woorden worden weer
betekenisloos. Hij ademt weer in en houdt zijn adem in. Nu lukt het hem de eerste woorden te
lezen.

Een man en zijn zoon staan midden op het toneel en de man zegt: Geef hier dat stokbrood
Erwin!

28
Als hij weer uitblaast kan hij dit niet meer herkennen, zelfs niet nu hij weet dat het er staat.
Als hij zijn adem niet inhoudt staat er zoiets als Dwewt vcbnwu ddd eutotp dqoknwww
woaoos. Dwewt vcbnwu ddd eutotp dqoknwww woaoos, probeert hij, maar het klinkt zelfs
niet als wat hij zojuist gelezen heeft. Hij ademt zo ver mogelijk in en houdt zo lang hij kan
zijn adem in, in n ruk leest hij het stuk uit. Als hij het boek dichtslaat en uitblaast herinnert
hij zich niets meer van wat hij zojuist gelezen heeft. Op dat moment realiseert hij zich dat hij
droomt. Onmiddellijk bedenkt hij dat hij op een of andere manier moet proberen te onthouden
wat er in het boek staat om het als hij wakker wordt op te schrijven. Nogmaals houdt hij zo
lang mogelijk zijn adem in en hij is verrukt over de kwaliteit van wat hij leest. Maar tot zijn
grote frustratie verdwijnt alles wat hij gelezen heeft uit zijn geheugen zodra hij uitademt.

Verfomfaaid en bezweet wordt Pentez wakker, ontzettend gefrustreerd over de droom. Het
stomme is dat hij zich de hele droom heel helder herinnert maar geen woord van het stuk. Hij
loopt naar de keuken om koffie te zetten en doet dat ook. Hij gaat in zijn luie stoel zitten en
zet de televisie aan. Het is pas zes uur en er is dan ook niets interessants te zien. Hij zet de TV
weer uit en hoort de krant op de deurmat ploffen. Hij loopt naar de hal en raapt hem op. In
zijn luie stoel drinkt hij koffie en leest de krant, door het raam ziet hij de zon opkomen. Het
belooft een mooie dag te worden. Hij besluit om sinds een jaar weer eens een sigaret te roken
en pakt het pakje waaruit hij een jaar geleden zijn laatste sigaret heeft gerookt uit zijn
bureaula. Hij bedenkt zich en stopt het weer terug. Hij heeft nog geen moment aan de vorige
avond gedacht en zal dat vandaag waarschijnlijk ook niet meer doen. Misschien wel nooit
meer. Tussen de advertenties ziet hij plots iets staan: KANTOORMEDEWERKER
GEZOCHT. Hij besluit het nummer wat eronder staat over een uurtje of twee te bellen en te
solliciteren. Ik geef dat hele kloterige geschrijf eraan, het maakt me alleen maar ongelukkig.
Ik ben het zo beu, ik voel me tien jaar ouder dan ik ben, denkt hij. En van mijn eerste geld
ga ik eerst eens lekker twee weken naar Frankrijk. Alleen. Alleen maar drinken en zwemmen.
Zijn chagrijnige stemming is compleet verdwenen, fluitend loopt hij naar de keuken om
ontbijt te maken. Daar aangekomen doet hij dat ook. Wat een heerlijke dag!

Fine werd wakker om half acht. Ze keek naar het gezicht van haar vriendje. Eksit straalde een
ongelofelijke rust uit. Hij deed een oog open, glimlachte slaperig en draaide zich toen op zijn
rug. Ik heb in geen weken zo lekker geslapen. Fine streek door zijn haar. Zal ik ontbijt
voor ons maken? Eksit knikte en sloot nog even zijn ogen. Hij had zich lang niet zo
uitgeslapen gevoeld. Hij bleef liggen totdat Fine weer terug naar boven kwam met koffie,
croissants en sinaasappelsap. Geweldig, zei Eksit. Wat gaan we vandaag doen? Ik dacht
dat jij een afspraak met Pentez had, antwoordde ze. Echt waar? Dan bel ik die af, laten we
een lange wandeling maken. Hij stond op en belde Pentez op die erg goedgestemd bleek.
Geeft niets, makker. Ik heb genoeg te doen vandaag, nemen jullie het er maar lekker van.
Eksit hing op en glimlachte naar Fine. Zij glimlachte terug. De zon scheen. De koffie was
ontzettend lekker. Er waren ng twee croissants. Eksit pakte Forever Changes uit de kast en
zette deze op. Hij kroop weer in bed. Nadat kant A van de plaat was afgelopen bleven ze nog
een half uur liggen. Toen werd het gekraak van de pick-up, die niet meer uit zichzelf, afsloeg
te vervelend en stond Eksit op om hem af te zetten. Kom, laten we naar buiten gaan. Hij
pakte haar hand en trok haar overeind. Ze kleedden zich aan en liepen naar beneden. Voordat
ze naar buiten gingen wasten ze samen het ontbijtservies af. Ze maakten een heel lange
wandeling en stopte in een naburig dorpje om thee te drinken en appelgebak te eten. De caf-
eigenaar vertelde hen een verhaal over een inbreker die hier al een aantal weken rondliep en
inbrak bij oude mensen. Uiteindelijk bleek het hele verhaal een grap en lachten ze gedrien.
Daarna liepen ze door naar een parkje waar ze een uur lang in het gras lagen. Fine met haar
hoofd op Eksits buik. Ik kan me geen mooiere dag voorstellen dan deze, zei Eksit, geen
29
mooiere dag dan welke dag dan ook eigenlijk, als ik hem met jou doorbreng. Fine trok zijn
shirt een stuk omhoog en kuste zijn navel. Eksit schopte zijn schoenen uit en plukte blaadjes
van een madeliefje. Gaan we terug naar huis?, vroeg Fine. Nee, zei Eksit, ik neem je
mee uit eten. Hij stond op en tilde Fine over zijn schouder. Zij lachte en hij droeg haar naar
de rand van het grasveld waar hij haar neerzette en haar op haar voorhoofd kuste. Ze liepen
samen naar een restaurant aan een beekje. Toen de ober de wijn had gebracht zei Fine: Ga je
weer schrijven? Ik weet het niet, antwoordde hij, ik heb al zo lang geen ideen meer.
Dan schrijf je toch over jezelf, begin aan een autobiografie, je hebt tenslotte een best wel
bijzondere jeugd gehad. En je kunt mij niet wijs maken dat er in je hoofd niets omgaat dat niet
de moeite waard is om op te schrijven. Hij glimlachte. Dank je, maar ik vind dat alles wat
ik tot nu toe heb geschreven al autobiografisch genoeg is. Alles wat iemand schrijft onthult
een deel van zijn persoonlijkheid. -Wat een onzin. En die absurde verhalen van jou dan, wat
zeggen die dan over jou? Dat ik een zieke geest heb waarschijnlijk, zei Eksit, Maar
serieus, alles kan ergens op wijzen. Welke woorden je gebruikt, hoe vk je bepaalde
woorden gebruikt, de syntaxis, themas, elk onderdeel zegt iets over wat voor iemand de
schrijver is. Mijn werk s mijn autobiografie. Het is alleen niet letterlijk, maar misschien
eigenlijk wel preciezer en dichter bij de waarheid dan een werkelijke autobiografie ooit zou
kunnen zijn. Als ik schrijf: Het meisje kneep haar ogen zo hard dicht dat ze sterren zag. Dan
zegt dat iets veel wezenlijkers over mij dan wanneer ik schrijf: Mijn naam is Eksit, ik heb
blauwe ogen en ben n meter tweentachtig. Fine zei niets, ze lachte alleen maar naar hem
en ze aten.

Het was al elf uur toen ze weer thuis kwamen. Fines moeder zat op de bank televisie te kijken.
Ze keek op en zei: Zo jongelui, wat hebben jullie vandaag gedaan. Eksit haatte het als ze
hem jongeman of mijn kind noemde maar hij was vandaag in zon goede bui dat hij haar
rustig vertelde over hun dag. Fine nam ondertussen een bad. Oh, voor ik het vergeet, zei
Fines moeder plotseling, dit lag in de schuur. Het lijkt me iets van jou. Ze gaf hem een
voicerecorder. Van mij is het niet, maar als niemand hem wil hebben, wil ik hem wel. Hou
maar dan, hier is toch niemand die er wat aan heeft. Misschien is het handig voor je schrijven.
Nou, ik ga naar bed, welterusten mijn kind. Welterusten, zei Eksit en hij zette de TV uit.
Fine kwam de trap afgelopen met een handdoek om haar lijf en een handdoek om haar haar.
Wat is dat?, vroeg ze geeuwend. Een cadeautje van je moeder. Ze vond dit in de schuur.
Wat lief, misschien is het wel handig voor je schrijven, weer geeuwde ze en zei: kom je
ook mee naar bed? Eksit kuste haar en zei: Ik kom er zo aan, ga maar vast. Ik poets nog
even mijn tanden. Fine ging naar boven en Eksit schopte zijn schoenen uit. Hij bekeek de
voicerecorder van alle kanten. Er zat nog een bandje in, zag hij. Hij drukte op play. Het
bandje draaide te snel. Hij realiseerde zich dan ook niet dat het zijn eigen stem was waar hij
naar luisterde.

Beste Eksit, ik weet niet of je deze boodschap zult ontvangen, maar als iemand kans heeft
deze boodschap wel te ontvangen dan ben jij het. Ik weet ook niet wanneer je deze boodschap
zult ontvangen maar luister goed, de dag dat je deze boodschap ontvangt is er n die je nooit
zult vergeten. Ik weet waar het toneelstuk van Pentez zich bevind. Ik weet ook dat jij op dit
moment waarschijnlijk zo in de war bent dat dit alles niet tot je doordringt. Ik vraag je toch
goed op te letten en deze boodschap onmiddellijk te vernietigen nadat hij is afgelopen. Ik heb
Zlod en Ending de bewuste avond die beschreven staat in Pentez dagboek erop uit gestuurd
op een voor Pentez onmerkbare manier. Ze waren niet werkelijk boos. Het was codetaal. Een
codetaal die jij je opnieuw zult moeten aanleren. Ik kan je niet in woorden vertellen waar het
stuk zich bevind of waarom het zo belangrijk is, dat zul je zelf moeten uitvinden. Ik kan je
wel duidelijk maken waarom je mij moet vertrouwen. J e vertellen wie ik ben, kan ik echter
30
niet. Ik zal je een verhaal vertellen waardoor je me zult vertrouwen. Ik ben acht jaar, en ik ben
aan het buitenspelen met een aantal vriendjes. We steken struiken in de fik met lucifers, die
we van mama gepikt hebben. We rennen door de bosjes en iemand komt op het idee om
kluiten aarde naar voorbij rijdende autos te gooien. Het plan slaat aan en even later gooien
we dus kluiten aarde naar streekbussen of autos die toevallig voorbij rijden. We waren in die
tijd behoorlijk berucht bij buurtbewoners en dus ook bij de plaatselijke politie. Plotseling riep
een van mijn vriendjes: Politie! Ik hoorde het vanuit de bosjes waar ik op zoek was naar
nieuwe aarde. Toen ik de struiken uitkwam waren al mijn vriendjes al weggerend. Ik besloot
om dan maar terug te rennen de bosjes in en me daar schuil te houden. Maar de politiewagen
reed recht op mij af en ik werd te bang om te blijven zitten. Gelukkig wist ik nog af van een
geheime schuilplaats, een rioolput die in de straat aan de andere kant van de struiken was. Ik
rende erheen en kroop erin. Beneden gekomen stond ik plots voor een tunnel die afgedekt was
met spinrag Al goed, ik heb het idee dat je me ondertussen wel geloofd. Wees niet bang.