You are on page 1of 8

CAIUS in:

ZOEKTOCHT NAAR DE
DOOD





















I. ZEER DRIETIG

Daar liep Caius dan, langs de rivier. Zijn moeder had hem weggegooid omdat ze hem voor
een propje aan had durven zien. Zeer drietig was hij, lopend langs de rivier waar geen water
doorheen kon stromen. Terug dacht hij, aan de vloek van Loetje Hamlip, de man die alle
vloeken bedacht waardoor Rome altijd geteisterd werd. Hamlip had namelijk niks te maken.
En vooral niet met deze rivier. Deze rivier was namelijk vervloekt door de schreeuwende
man. De schreeuwende man??, zul je denken. Dit is een man die ijs verkoopt, en dan nog
wel ijs dat hij niet van de ovenschaal gooit. Deze man dus, had geschreeuwd dat wie nat zou
worden, werd door Loedi (hij was een vriend van Loetje en mocht Loedi zeggen) gezoend.
En ook al stroomde er geen water door de rivier, toch werd je er nat in.







































II. GESCHROKKEN DOORLOPEN

Caius liep rustig langs deze rivier en bij de gedachte aan de vloek bleef hij geschrokken
doorlopen. Alsmede zijn ogen waar mascara op zat, omdat zijn moeder vond dat je een propje
niet onopgemaakt hoorde weg te pleuren. Ja ja, Caius moeder was een nette vrouw die haar
afval altijd netjes wegpleurde. Toen de jongens (Caius schoolmaten) langskwamen zagen ze
Caius en ze begonnen te dansen. Caius wees hen erop dat ze moesten zingen. En dat deden ze:
Caius ist ein dummkopf. En Caius begon te huilen. De jongens vonden dit zon zielig
gezicht dat ze begonnen te dansen.









































III. ALLEEN DOVEN

Ondertussen zat Xantippus (de leraar van de jongens) opgescheept. Hardnekkig (hij had een
stijve) probeerde hij uit te vinden waarmee. Maar het lukte hem niet. Ten einde loos ging hij
naar de Aangestoken Eenden, die bij wijze van vloek zijn aangestoken, door Loetje natuurlijk.
Ze kunnen hun veren alleen doven door over de kop te vliegen en dat kunnen ze pas als ze een
gouden tullinoep van de koning krijgen. En een gouden tullinoep krijg je pas als je meer dan
300 meter achteruit in de sneeuw hebt gelopen.
1
Dit is een oud record van Caius.
Maar goed, Kippus (zo werd Xanti (zo noemde zijn suiker hem) genoemd door zijn kippen)
ging naar de aangestoken eenden toe en vroeg hallo? De aangestoken eenden snapten er geen
reet van en antwoordden met vraagtekens (zij konden het geluid van vraagtekens nadoen). Dit
snapte Xantipper (zo werd hij genoemd door een dolfijn die later uitgevonden werd) weer niet
en daarom ging hij maar terug naar zijn vrouw en hond, in de veronderstelling!




































1
copwright: Ol Lund Kirkegaard
IV. RENDE TERUG

Caius inmiddels, probeerde zijn moeder te bellen met een kroket. De jongens hadden hem als
troost een kroket gegeven. Die hadden zij weer gehad van een prinsesje dat eerst een sigaret
was geweest, maar doordat een van de jongens een trekje van haar had genomen was ze in een
prinsesje veranderd. Ja, daar valt uw pet van af, he? De kroket dacht: Nu ja, aangezien het nu
weer wel en dan weer niet! Maar dat kwam omdat hij een kroket was en die kunnen niet
denken, DUS MOETEN ZE HET OOK VOORAL NIET DOEN. Maar affijn, Caius werd
groot en daarna weer klein maar dit gebeurde zo snel, niemand merkte dit op, om maar te
zwijgen: Maar onbewust had deze verandering heel wat teweeg gebracht. Vooral in
en om Caius. Hij rende terug naar huis, beukte zijn moeder in mekaar en deponeerde haar
weg, zonder make-up, alsof ze geen propje was. Caius was zo kwaad dat hij door het dolle
heen sprong. Xantippus (zo heet hij) die naar Caius was gekomen om zijn nood te verlagen,
ving hem op en vroeg hem om raad. Maar Caius vertrouwde het zaakje niet en zei: Nee, voor
de drommel niet. Xantippus bood hem al zijn chocolade-eendjes (een lekkernij) aan.
En toen zwichtte Caius, uit de grond van zijn hart.


































V. TIJDJE IN HET

Een week daarna lag Caius nog op zijn sterfbed (van het zwichten nog steeds), en zijn moeder
vond het welletjes. De dokter had zijn hart geprezen en dus moest Caius nou maar eens
opstaan. En zo gebeurde het dat Caius uit zijn sterfbed werd gesleept en weer naar school
werd gestuurd. Maar die was nog steeds dicht omdat Xantip (afk.) de draad kwijt was.
Dus Caius ging weer naar de rivier en daar zat hij een tijdje in het niets te staren.











































VI. PRECIES

Precies om die tijd ontstonden alle oude zegwoorden in Rome. Er gebeurde zoveel dat alles in
een zegwoord werd vastgelegd, zodat mensen er later nog eens om kunnen lachen.
Caius viel bijvoorbeeld toen hij langs de rivier voer en een ouwe man, Flepje Hoeblieja
genoemd, riep hem lachend toe: Val niet te ver van een boom! En zodoende is dit nu het
schoollied bij Xantuifje (omdat zijn hond Bobby genoemd werd). De hond van Xantipje (zo
noemde zijn moeder de buurman) heette ander, tenminste dat dacht hij omdat hij geen
hoofdletters kon horen. Maar Xansevaria (koosnaampje voor hem van het bloemenwijf op de
markt) had zijn hond nu keihard nodig, want hij wilde nu eindelijk weleens getroost.
Dus riep hij:MALOVALander! Maar door zijn stem werd de rivier overbrugd en Caius
werd plotsklaps de rivier in geroepen. En dat terwijl hij net had besloten aan zelfmoord te
doen. Gelukkig voor Caius brugde Xantuin (de tuinman van Xantenzovoorts (verzamelnaam))
de rivier af met een lach, hij kon lachen als Bassie (altijd blijven lachen) en redde hij Caius
met een roeibuik, want boten hadden ze nog niet.



































VII. ENDE

Caius was nu zo manisch depressief geworden door de uitstotingen die zijn moeder op hem
pleegde, dat hij zich niet zo goed voelde. Caius was natuurlijk ook nat geworden en moest
zorgen dat de schreeuwende man hem niet zag. Maar de schreeuwende man had vanuit het
hoge gras alles gezien. HAHAHA!!!, schreeuwde hij. Caius schrok zich een fluit, maar
gelukkig zat achter de waterkant Gluipelg de tovenaar te watchen. Hij betoverde de
schreeuwende man met een tip van zijn sluier, zodat deze voor n keer een uitzondering zou
maken. En dat deed hij. Hij keek Caius plotseling vriendelijk lachend aan en schreeuwde:
Rustig maar, ik heb niets gezien!!, en hij hield daarbij een denkbeeldige stok vast en stak
zijn andere hand vooruit als was hij een blinde. Ik doe net of ik niks gezien heb!!,
schreeuwde hij zachtjes in Caius oor. Caius was nu doof en dat maakte hem nog
ongelukkiger. Hij haalde diep adem en sneed zijn billen door.

En zo vond Caius de dood.

ENDE































CAIUS IN: ZOEKTOCHT NAAR DE DOOD
Bubbelebim