You are on page 1of 1

CAIUS DIE NIET SCHREEUWDE

De Bubbelebim

Vroeg in de morgen, toen Caius een alertje aan het rollen was, verscheen er een reusachtige mier
die zei: . Caius schrok daar erg van want hij moest ineens weer aan Loetje Hamlip
denken die hij een paar jaar terug moest zoenen. Toen de mier was verdwenen ging Caius weer
verder met het rollen van zijn alertje. Toen hij daar mee bezig was kwam er ineens een piepkleine
mier van de berg afspringen, maar Caius had brede schouders. Toen de miezerige mier weg was
ging Caius wer verder met het rollen van zijn alertje.

Toen hij daarmee klaar was ging hij het huis van Xantippus bezoeken, dat op zijn sterfbed lag.
Maar hij was nog niet dood. Caius begon zoals elke keer de wonden te likken, maar het huis had
geen wonden meer dus voerde Caius hem chocoladeeendjes. Maar die lustte het huis niet en gaf
over en toen was het huis dood. Xantippus vond dat wel handig want nu stond zijn huis tenminste
stil. Maar om over de kop te gaan waren toch wel meer knorren te gebruiken.

De knorren vielen van het dak, maar Caius was daar aan verbonden. Tot zijn enorme verbazing
was Xantippus op het dak geklommen en begon bijna te huilen. Caius werd daar zo bang van dat
hij ook maar bij de jongens ( die nog steeds over elkaar verspreid lagen) ging liggen.

Hij verspreidde zich over hen heen, maar Xantippus haalde de knorren op en had er na een tijdje
genoeg. Toen begon hij over de kop te gaan en viel zo hard dat hij echt ging huilen. De jongen
verspreidde zich zo ver mogelijk over elkaar, want ze zijn bang dat hij nooit meer stopt. Maar
Xantippus jankt even uit en gaat dan nog een keer over de kop. Dan pakken de jongen elkaar beet
en krommelen voor elkaars neus. Niemand schrikt, merken ze.

De jongen en Caius gaan dan maar naar boven, maar de aangestoken eenden gaan dan toch niet
mee. Wat ze wel wilden. Als de aangestoken eenden mee naar boven waren gegaan dan gingen
de jongens met ze feesten en verstoppertje doen. En als de aangestoken eenden dan verstopt
waren zouden ze snel naar beneden gaan. En dan zouden ze de aangestoken eenden opsluiten
zodat ze nooit meer kwaad konden worden. Maar dit gebeurde allemaal nioet want de
aangestoken eenden gingen niet mee omhoog.

Wat ze wel deden is proberen hun veren te doven. Wat ze al hun hele leven doen. Ze zijn
namelijk aangestoken bij wijze van vloek van, je raadt het al, Loetje Hamlip. Ze zullen
aangestoken blijven zolang als ze niet over de kop kunnen vliegen. Dat kunne ze pas als ze,
jawel, een gouden tullinoep krijgen van de koning. Omdat ze nog altijd aangestoken zijn, zijn ze
nog altijd boos. Niet echt altijd, maar wel heel vaak. Ze kunnen ook vrolijk zijn als de vlammen
niet uit de pan rijzen. Maar ja, dat is olie op het vuur gooien als het water bij de wijn zit.

Het verhaal dat Caius over de aangestoken eenden zei sloeg nergens op dus moest hij van de
jongens over de kop gaan. Dat vond hij niet zo erg, maar hij moest ook nog, terwijl hij dat deed,
de aangestoken eenden zoenen. Caius probeerde nog weg te rennen maar hij viel al expres over
de knorren. De aangestoken eenden waren al zo dichtbij dat hij chocoladeeendjes ging gooien.
Maar geen enkel eendje raakte de eenden. De eenden gingen teruggooien, maar nog voor de
chocoladeeendjes Caius raakten, zong Caius: Xantippus is een domkop. En sprong dodelijk van
een berg.

Related Interests