You are on page 1of 31

studieloopbaanontwikkeling

semester 5 en 6

Technische Bedrijfskunde
Institute of Business Engineering
Faculteit Natuur en Techniek
Hogeschool van Utrecht

Samenstelling:
Tjitske Cazemier
Marti Hulshoff
Daan Kuipers
Johan van Rijsbergen

najaar 2007/voorjaar 2008

1
Inhoudsopgave

1. Doelen en werkwijze slo semester 5 en 6...............................................................3


Toetsing en beoordeling..........................................................................................4
2. Programma SLO 5 en 6..........................................................................................6
Bijlage 1: 360 graden feedback..................................................................................7
Bijlage 2 Terugblik op stage......................................................................................23
Bijlage 3 Resultatenmatrix........................................................................................24
Bijlage 4 Verband tussen resultatenmatrix en self-assessment................................26
Bijlage 5: persoonlijk ontwikkelplan...........................................................................27

2
1. Doelen en werkwijze slo semester 5 en 6
Het doel van SLO in het derde studiejaar is enerzijds om inzicht te krijgen in je
competentieniveau op dit moment en anderzijds om duidelijker in kaart te brengen
welke functie je ambieert na je afstuderen en hoe je daarnaar toe kunt groeien.

a. competentieniveau van dit moment


SLO in semester 5 is er deels op gericht in kaart te brengen waar je goed in bent en
wat je leuk vindt. Dit kun je onder andere afleiden uit je stage, maar ook uit je
studieresultaten tot nu toe.
Vanaf 2007 werken we met een nieuw competentieprofiel waarin de resultatenmatrix
een centrale plaats inneemt (zie bijlage 3). Dat betekent dat jullie je eigen
ontwikkeling ook hierin proberen weer te geven. Het betekent ook dat jullie aan het
eind van je studie zullen moeten kunnen aantonen in hoeverre je de verschillende
onderdelen van de resultatenmatrix beheerst. Omdat het werken hiermee voor de
meesten van jullie nog vrij onbekend is, krijg je hierin een ondersteunende workshop
aangeboden.

b. ambities
Je hebt nog 2 jaar studie voor de boeg met deels voorgeschreven onderdelen en
deels vrije keuzeruimte. Des te belangrijker om nu alvast na te denken over hoe je je
wilt profileren op de arbeidsmarkt.
De keuzes die je kunt maken zijn o.a.:
- de rol die je in wilt nemen in projecten; je ontwikkeling hierin wordt extra
gestimuleerd door het maken van een TOP (teamontwikkelplan);
- de minor die je kiest of de tweede stage die je gaat lopen;
- het bedrijf waarin je afstudeert en de opdracht die je daarbij kiest.
Binnen SLO krijg je voorlichting over de mogelijkheden hierin en krijg je begeleiding
in het maken van keuzes. Hierbij gaat het ook om de vraag hoe je je wilt ontwikkelen:
ga je door op de fronten waar je goed in bent, of probeer je je de komende jaren juist
te ontwikkelen als all round TBK’er en ga je de onderdelen waar je minder goed in
bent bijspijkeren.
Zowel het verbeteren waar je al goed in bent als bijspijkeren kan op verschillende
manieren:
- Je kunt in een workshop een bepaalde vaardigheid oefenen. Afhankelijk van
jullie wensen denken we aan het volgende aanbod:
o projectleiderschap
o snellezen en mindmappen
o interviewtechnieken
o consultancy skills
o financiele vaardigheden
o het schrijven van rapporten
o creativiteit
o persoonlijke effectiviteit
o etc.
Geef je voorkeur door aan je SLO-begeleider. Het definitieve aanbod wordt in
november bekend gemaakt.
- Je kunt in samenspraak met een vakdocent een literatuurstudie doen. Dit kan
op de hiervoor genoemde terreinen, maar kan ook een verdieping zijn in al
eerder gevolgde vakken.
- Je kunt in je projectwerk die rol(len) kiezen waar je wat van kunt leren, en
vraagt hierop geregeld feedback.
- Je kunt in je activiteiten naast de studie (bijbanen, bestuurswerk, etc.)
ervaring opdoen in competenties waar je je nog niet zo thuis in voelt; Wil je dit

3
mee laten tellen voor je competentieprofiel van TBK, dan betekent dat wel dat
je hier ook feedback over moet vragen of referenties hiervan moet kunnen
noemen.
- Je kunt ervaring opdoen als coach door in de onderbouw bepaalde
activiteiten van de eerstejaars te ondersteunen.

Voor de meesten zal de eindstreep nog ver weg lijken. We bieden daarom
verschillende mogelijkheden om je alvast wat concreter te oriënteren op de
arbeidsmarkt. Dit kan o.a. door:
- onze alumni (afgestudeerden van voorgaande jaren) te benaderen voor een
bedrijfsbezoek of een interview;
- een afstudeerzitting bij te wonen of een afstudeerder te vragen zijn
presentatie een keer in de SLO-groep te houden;
- een van onze deeltijdstudenten te benaderen voor een interview of
bedrijfsbezoek;
- het doorlezen van afstudeerverslagen;
- gericht in gesprek te gaan met onze gastsprekers; deze komen zowel uit de
P&O hoek  hierbij gaat het om: waar moet ik op letten in mijn eigen
profilering, als uit de consultancy/managementhoek  welke competenties
zijn het meest relevant als ik hierin succesvol wil zijn.
- op bezoek te gaan bij een van de landelijke carrièrebeurzen;

Omdat we onze studenten en alumni niet te veel willen lastigvallen, moet je dit soort
contacten altijd via je SLO-begeleider regelen.

Je maakt in samenspraak met je SLO-begeleider een persoonlijk plan zowel voor je


eigen competentieontwikkeling als voor je oriëntatie op de arbeidsmarkt. Hierin werk
je concreet uit welke van de bovenstaande mogelijkheden je kiest.
Daarnaast kies je voor de komende twee jaar een ‘sparring partner’ of buddy uit je
studiegenoten. Deze ondersteunt je in het maken van keuzes, geeft je feedback waar
nodig en stimuleert je om je doelen te bereiken. De gesprekken met je SLO-
begeleider voer je meestal (tenzij je daar bezwaar tegen hebt) samen met deze
medestudent.
In semester 6 word je daarnaast ondersteund in je keuze voor een minor of tweede
stage.

Toetsing en beoordeling
Aan het eind van semester 5 en semester 6 zul je moeten kunnen aantonen dat je
vooruitgang hebt geboekt op de ontwikkeldoelen die je jezelf hebt gesteld. Dat kan
bijvoorbeeld door:
- de feedback die je hebt gekregen;
- een voldoende voor een workshop die je hebt gevolgd;
- een interviewverslag waarin je de antwoorden die je verkregen hebt weergegeven
hebt;
- een literatuurverslag;
- een product wat aantoont wat je hebt gedaan;
- een leerverslag of leerlogboek
- een reflectieverslag waarin je aantoont zicht te hebben op je eigen functioneren
- een video-opname van een presentatie of een werkoverleg
- projectverslagen
- referenties
- beoordelingen
- etc.

4
Als het voor de SLO-begeleider duidelijk is dat je inderdaad een bepaalde
competentieontwikkeling hebt doorgemaakt en dat je voldoende zicht hebt op je
eigen functioneren krijg je voor dat semester een voldoende. Zo niet, dan zul je een
aanvulling moeten leveren.

5
2. Programma SLO 5 en 6

SLO is steeds ingeroosterd in week 1, 3 en 5 van ieder blok. Deze tijden moet je
beschikbaar houden. Deze ingeroosterde tijd wordt afwisselend gebruikt voor
groepsbijeenkomsten, gesprekken in duo’s met je begeleider of zelfwerkzaamheid.
De workshops en gastlezingen vinden meestal plaats in de projectweken. Je krijgt
hiervan tijdig bericht.

Blok 1
Wk Onderwerp
A1 Startbijeenkomst
o Inleiding studieloopbaanontwikkeling derde jaar
o hernieuwd kennismaken
o selfassessment
o samenstellen duo’s
o rooster maken gesprekken in duo’s met begeleider
A2 1. Workshop competentieprofiel (do mi 13 sept 13-16)
2. Vragen feedback op 360 graden vragenlijst
A3 Schrijven persoonlijk plan + overleg medestudent
A4 Inleveren plannen
A5 Individuele gesprekken
o Bespreking plannen
o Goedkeuring of bijstelling
o Doorgeven workshopvoorkeur

A6 Concretiseren en organiseren plannen


Presentaties van de verschillende beroepsrollen van de TBK’er op grond van het onderzoek
bij REZO.
A7 Toestweek
A8 Herfstvakantie
A9 Projectweek Gastlezing
A10 Projectweek
N.B. ook in weken waarin je zelfstandig werkt, moet je de gereserveerde tijd wel beschikbaar
houden voor event. gastsprekers of andere activiteiten.

Blok 2
Wk Onderwerp
B1 voortgangsbijeenkomst
o Vacatureanalyse
o Keuzemogelijkheden
o rooster maken gesprekken in duo’s met begeleider
B2 o Werken aan eigen ontwikkeldoelen
o Agenda voor gesprek met begeleider doorgeven
B3 Geprekken in duo’s (1e helft)
B4 Werken aan eigen ontwikkeldoelen
B5 Gesprekken in duo’s (2e helft)
B6 Voorbereiden workshop

B7 Kerstvakantie
B8 Kerstvakantie
B9 Toetsweek
B10 Projectweek
B11 Projectweek workshops
B12 Uitloopweek

N.B. de beoordelingsgesprekken over semester 5 vinden plaats in het begin van


semester 6

6
Bijlage 1: 360 graden feedback
Geef in onderstaand overzicht aan hoezeer je denkt te scoren op de genoemde
kwaliteiten. Het minimale puntentotaal is 20 (weinig van een bepaalde kwaliteit) en
de maximale score is 100 (veel van een bepaalde kwaliteit).

Leg deze lijst vervolgens voor aan 4 anderen die jou goed kennen in je werk:
collega’s, leidinggevende, medewerkers, klanten, maar ook mensen die je kennen in
bestuurlijk werk of vrijwilligerswerk e.d. kun je raadplegen. Mocht je daarmee nog
niet op 4 zitten dan kun je nog een medestudent, partner of vriend(in) vragen. De
vragenlijst voor anderen zit 1 keer in de map. Daarnaast komt hij op Blackboard. Je
kunt hem dus zelf vermenigvuldigen.

Vergelijk ten slotte de scores van de respondenten met je eigen inschatting. Gebruik
hiervoor het 3e formulier. Maak een overzicht van:
1. de competenties waar je laag op scoort
2. de competenties waar jouw score erg afwijkt van die van de respondenten.
3. wat je opvalt

Impact: Samenwerken en communicatie

1. Mondeling presenteren
Presenteert verhaal begrijpelijk en aantrekkelijk; inhoud en vorm zijn afgestemd op
doel en publiek.

20 40 60 80 100

2. Luisteren
Kan zich in een gesprek een betrouwbaar beeld vormen van wat anderen bedoelen
te zeggen.

20 40 60 80 10

3. Schriftelijke communicatie
Schrijft begrijpelijk, toegankelijk en correct; inhoud en vorm zijn afgestemd op doel en
publiek.

20 40 60 80 100

4. Adviseren
Kan anderen ondersteunen in het oplossen van problemen en het bereiken van
doelen.

20 40 60 80 100

7
5. Samenwerken
Kan in een team een bijdrage leveren aan gezamenlijke resultaten.

20 40 60 80 100

6. Conflicthantering en onderhandelen
Kan bij conflicterende belangen of doelen het eigen belang realiseren met behoud
van een goede relatie.

20 40 60 80 100

7. Inlevingsvermogen
Kan zich een redelijke voorstelling maken van de gedachten, gevoelens en
behoeften van anderen.

20 40 60 80 100

8. Overtuigingskracht
Weet eigen ideeën door anderen geaccepteerd te krijgen.

20 40 60 80 100

9. Klantgerichtheid
Kan het werk inrichten naar de behoeften van de klant met het oog op een duurzame
relatie, zowel extern als intern.

20 40 60 80 100

10. Organisatiesensitiviteit
Is in staat eigen behoeften en gedrag te laten aansluiten bij de doelen van de
organisatie; houdt in eigen activiteiten rekening met het effect daarvan op andere
delen van de organisatie.

20 40 60 80 10

11. Omgevingssensitiviteit
Weet wat er in de samenleving speelt en benut dat in het werk.

20 40 60 80 100

8
12. Integriteit
Laat zijn handelen leiden door verantwoordelijkheid voor geaccepteerde normen en
waarden.

20 40 60 80 10

Aanpak van problemen

13. Probleemanalyse en oordeelsvorming


Kan problemen analyseren en tot gefundeerde oordelen komen.

20 40 60 80 100

14. Probleemoplossend vermogen en besluitvaardigheid


Kan problemen oplossen: kan keuzes maken, kan conclusies omzetten in acties.

20 40 60 80 100

15. Creativiteit
Wijkt af van gebaande paden; bedenkt nieuwe oplossingen.

20 40 60 80 100

16. Innovativiteit
Is op zoek naar en maakt gebruik van nieuwe (technologische) ontwikkelingen, staat
open voor veranderingen.

20 40 60 80 10

Organisatie

17. Projectmanagement
Kan plannen, organiseren en de voortgang bewaken van werk in (interdisciplinair)
teamverband.

20 40 60 80 100

18. Leidinggeven
Geeft sturing aan medewerkers, stemt stijl af op taakvolwassenheid en motivatie
medewerker

20 40 60 80 100

9
19. Resultaatgerichtheid
Is gericht op meetbare resultaten, haalt gestelde doelen.

20 40 60 80 100

20. Proactiviteit
Neemt initiatief, ziet kansen en handelt daarnaar, anticipeert.

20 40 60 80 100

21. Visie
Kan op hoofdlijnen en langere termijn denken en keuzes maken.

20 40 60 80 10

22. Afspraken nakomen


Komt afspraken na en brengt betrokkenen tijdig op de hoogte als afspraken niet
nagekomen kunnen worden.

20 40 60 80 10

Persoonlijke effectiviteit

23. Lerend vermogen


Kan zijn gedrag aanpassen op basis van informatie; kan zich nieuwe werkwijzen en
gebieden gemakkelijk eigen maken.

20 40 60 80 100

24. Kennis mobiliseren


Kan relevante informatie vinden, hieruit een selectie maken en dit toe te passen

20 40 60 80 10

25. Professionele ontwikkeling

Neemt verantwoordelijkheid voor eigen professionele ontwikkeling

20 40 60 80 10

10
26. Omgaan met stress
Blijft ook onder druk goed presteren.

20 40 60 80 10

Aanvullende opmerkingen:

11
Vragenlijst in het kader van het “360 graden
zelfonderzoek”van…………………………….(naam student)
Geef in onderstaand overzicht aan hoezeer u vindt dat feedbackvrager scoort op de
genoemde kwaliteiten. Het minimale puntentotaal is 20 (weinig van een bepaalde
kwaliteit) en de maximale score is 100 (veel van een bepaalde kwaliteit).

Impact: Samenwerken en communicatie

1. Mondeling presenteren
Presenteert verhaal begrijpelijk en aantrekkelijk; inhoud en vorm zijn afgestemd op
doel en publiek.

20 40 60 80 100

2. Luisteren
Kan zich in een gesprek een betrouwbaar beeld vormen van wat anderen bedoelen
te zeggen.

20 40 60 80 10

3. Schriftelijke communicatie
Schrijft begrijpelijk, toegankelijk en correct; inhoud en vorm zijn afgestemd op doel en
publiek.

20 40 60 80 100

4. Adviseren
Kan anderen ondersteunen in het oplossen van problemen en het bereiken van
doelen.

20 40 60 80 100

5. Samenwerken
Kan in een team een bijdrage leveren aan gezamenlijke resultaten.

20 40 60 80 100

6. Conflicthantering en onderhandelen
Kan bij conflicterende belangen of doelen het eigen belang realiseren met behoud
van een goede relatie.

20 40 60 80 100

7. Inlevingsvermogen

12
Kan zich een redelijke voorstelling maken van de gedachten, gevoelens en
behoeften van anderen.

20 40 60 80 100

8. Overtuigingskracht
Weet eigen ideeën door anderen geaccepteerd te krijgen.

20 40 60 80 100

9. Klantgerichtheid
Kan het werk inrichten naar de behoeften van de klant met het oog op een duurzame
relatie, zowel extern als intern.

20 40 60 80 100

10. Organisatiesensitiviteit
Is in staat eigen behoeften en gedrag te laten aansluiten bij de doelen van de
organisatie; houdt in eigen activiteiten rekening met het effect daarvan op andere
delen van de organisatie.

20 40 60 80 10

11. Omgevingssensitiviteit
Weet wat er in de samenleving speelt en benut dat in het werk.

20 40 60 80 100

12. Integriteit
Laat zijn handelen leiden door verantwoordelijkheid voor geaccepteerde normen en
waarden.

20 40 60 80 10

Aanpak van problemen

13. Probleemanalyse en oordeelsvorming


Kan problemen analyseren en tot gefundeerde oordelen komen.

20 40 60 80 100

13
14. Probleemoplossend vermogen en besluitvaardigheid
Kan problemen oplossen: kan keuzes maken, kan conclusies omzetten in acties.

20 40 60 80 100

15. Creativiteit
Wijkt af van gebaande paden; bedenkt nieuwe oplossingen.

20 40 60 80 100

16. Innovativiteit
Is op zoek naar en maakt gebruik van nieuwe (technologische) ontwikkelingen, staat
open voor veranderingen.

20 40 60 80 10

Organisatie

17. Projectmanagement
Kan plannen, organiseren en de voortgang bewaken van werk in (interdisciplinair)
teamverband.

20 40 60 80 100

18. Leidinggeven
Geeft sturing aan medewerkers, aangepast aan de combinatie taak-medewerker.

20 40 60 80 100

19. Resultaatgerichtheid
Is gericht op meetbare resultaten, haalt gestelde doelen.

20 40 60 80 100

20. Proactiviteit
Neemt initiatief, ziet kansen en handelt daarnaar, anticipeert.

20 40 60 80 100

14
21. Visie
Kan op hoofdlijnen en langere termijn denken en keuzes maken.

20 40 60 80 10

22. Afspraken nakomen


Komt afspraken na en brengt betrokkenen tijdig op de hoogte als afspraken niet
nagekomen kunnen worden.

20 40 60 80 10

Persoonlijke effectiviteit

23. Lerend vermogen


Kan zijn gedrag aanpassen op basis van informatie; kan zich nieuwe werkwijzen en
gebieden gemakkelijk eigen maken.

20 40 60 80 100

24. Kennis mobiliseren


Kan relevante informatie vinden, hieruit een selectie maken en dit toe te passen

20 40 60 80 10

25. Professionele ontwikkeling

Neemt verantwoordelijkheid voor eigen professionele ontwikkeling

20 40 60 80 10

26. Omgaan met stress


Blijft ook onder druk goed presteren.

20 40 60 80 10

Aanvullende opmerkingen waar de feedbackvrager zijn/haar voordeel mee kan doen:

15
Verwerking resultaten van de 360 graden feedbackmeter van
________________________

Vul in onderstaand scoreformulier in de bovenste balk in hoe je jezelf hebt gescoord


op deze kwaliteiten. In het balkje daaronder geef je met verschillende kleuren aan
wat de scores van jouw respondenten (ten minste 4) waren over jouw kwaliteiten. Als
je dit erg lastig vindt, mag je ook het gemiddelde van je respondenten berekenen en
dit in de tweede balk noteren. Let dan wel op grote uitschieters: vraag deze liever
even na, voordat ze het gemiddelde erg bepalen.

Respondent 1 :__________________ kleur : __________________


Respondent 2 :__________________ kleur : __________________
Respondent 3 :__________________ kleur : __________________
Respondent 4 :__________________ kleur : __________________
Respondent 5 :__________________ kleur : __________________
Respondent 6 :__________________ kleur : __________________

Impact: Samenwerken en communicatie

1. Mondeling presenteren
Presenteert verhaal begrijpelijk en aantrekkelijk; inhoud en vorm zijn afgestemd op
doel en publiek.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

2. Luisteren
Kan zich in een gesprek een betrouwbaar beeld vormen van wat anderen bedoelen
te zeggen.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

3. Schriftelijke communicatie
Schrijft begrijpelijk, toegankelijk en correct; inhoud en vorm zijn afgestemd op doel en
publiek.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

16
4. Adviseren
Kan anderen ondersteunen in het oplossen van problemen en het bereiken van
doelen.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

5. Samenwerken
Kan in een team een bijdrage leveren aan gezamenlijke resultaten.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

6. Conflicthantering en onderhandelen
Kan bij conflicterende belangen of doelen het eigen belang realiseren met behoud
van een goede relatie.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

7. Inlevingsvermogen
Kan zich een redelijke voorstelling maken van de gedachten, gevoelens en
behoeften van anderen.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

17
8. Overtuigingskracht
Weet eigen ideeën door anderen geaccepteerd te krijgen.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

9. Klantgerichtheid
Kan het werk inrichten naar de behoeften van de klant met het oog op een duurzame
relatie, zowel extern als intern.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

10. Organisatiesensitiviteit
Is in staat eigen behoeften en gedrag te laten aansluiten bij de doelen van de
organisatie; houdt in eigen activiteiten rekening met het effect daarvan op andere
delen van de organisatie.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

11. Omgevingssensitiviteit
Weet wat er in de samenleving speelt en benut dat in het werk.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

18
12. Integriteit
Laat zijn handelen leiden door verantwoordelijkheid voor geaccepteerde normen en
waarden.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

Aanpak van problemen

13. Probleemanalyse en oordeelsvorming


Kan problemen analyseren en tot gefundeerde oordelen komen.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

14. Probleemoplossend vermogen en besluitvaardigheid


Kan problemen oplossen: kan keuzes maken, kan conclusies omzetten in acties.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

15. Creativiteit
Wijkt af van gebaande paden; bedenkt nieuwe oplossingen.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

19
16. Innovativiteit

Is op zoek naar en maakt gebruik van nieuwe (technologische) ontwikkelingen, staat


open voor veranderingen.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

Organisatie

17. Projectmanagement
Kan plannen, organiseren en de voortgang bewaken van werk in (interdisciplinair)
teamverband.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

18. Leidinggeven
Geeft sturing aan medewerkers, aangepast aan de combinatie taak-medewerker.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

19. Resultaatgerichtheid
Is gericht op meetbare resultaten, haalt gestelde doelen.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

20
20. Proactiviteit
Neemt initiatief, ziet kansen en handelt daarnaar, anticipeert.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

21. Visie
Kan op hoofdlijnen en langere termijn denken en keuzes maken.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

22. Afspraken nakomen


Komt afspraken na en brengt betrokkenen tijdig op de hoogte als afspraken niet
nagekomen kunnen worden.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

Persoonlijke effectiviteit

23. Lerend vermogen


Kan zijn gedrag aanpassen op basis van informatie; kan zich nieuwe werkwijzen en
gebieden gemakkelijk eigen maken.
Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

21
24. Kennis mobiliseren
Kan relevante informatie vinden, hieruit een selectie maken en dit toe te passen

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

25. Professionele ontwikkeling

Neemt verantwoordelijkheid voor eigen professionele ontwikkeling


Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

26. Omgaan met stress


Blijft ook onder druk goed presteren.

Zelfscore

20 40 60 80 100

Score van anderen

20 40 60 80 100

Vergelijk de scores van de respondenten met je eigen inschatting. Maak een


overzicht van:
1 de competenties waar je laag op scoort
2 de competenties waar jouw score erg afwijkt van die van de respondenten.
3 wat je opvalt

22
Bijlage 2 Terugblik op stage

Integrale beroepsontwikkeling
Wat is het belangrijkste dat je op je werk geleerd hebt het afgelopen halfjaar?
Hoe heb je de onderdelen van de studie kunnen vertalen naar je werkplek?
Waren de ambities/doelen die je had haalbaar? Welke heb je wel gerealiseerd, welke
niet?
Waarin heb je je met name ontwikkeld?
Welke taken/vaardigheden/competenties beheers je nu heel goed?
Waar ben je nog niet tevreden over?
Welke taken waren met name relevant voor je toekomstige ideaal als TBK-er?
Overig….

Persoonlijke Competentie Ontwikkeling


Welke persoonlijke competenties heb je met name op je werk ontwikkeld het
afgelopen half jaar?
Ben je hier tevreden over?
Welke zijn er nog blijven liggen?
Overig…..

23
Bijlage 3 Resultatenmatrix

Resultatenmatrix TBK-competentiemodel

Produceren Organiseren Kennis Interactie


mobiliseren

Inzicht krijgen Verwerven Vragen Actoren in beeld


Oriënteren Heb je je goed opdracht Heb je je goed Heb je de
georiënteerd op Heb je je goed georiënteerd op betrokkenen bij dit
wat de georiënteerd op de probleem (deze
opdrachtgever hoe je je opdracht kennisgebieden opdracht/dit
voor product of het best kon gaan die betrekking project) in kaart
dienst van je uitvoeren/wat de hadden op dit gebracht en heb je
wilde?(Criteria, handigste aanpak probleem en deze bedacht hoe je ze
specificaties) zou kunnen zijn? opdracht? Heb je kon benaderen en
je eigen hiaten in hierbij betrokken
kaart gebracht? kon maken?
Ontwerpen Plan met Vinden Interactie
Aanpak Heb je goed draagvlak Heb je de strategie
nagedacht over Heb je een duidelijk benodigde kennis Heb je een plan
kiezen hoe je je product plan van geraadpleegd en gemaakt over hoe
of dienst wilde aanpak/projectplan daarmee en wanneer je
realiseren en hoe opgesteld waar alle antwoord welke mensen zou
het aan de criteria betrokkenen mee gekregen op je betrekken in je
zou kunnen gaan instemden? vragen? project?
voldoen?
Uitvoeren Kwaliteit Toepassen Doen met
Realiseren Voldoet het uitvoering Heb je de kennis verstand
product aan de Heb je de opdracht die je verkregen Heb je gezorgd voor
wensen van de efficiënt en volgens had toegepast in commitment bij de
opdrachtgever en planning je product? betrokkenen? Heb
de uitgevoerd? je draagvlak
kwaliteitscriteria gecreëerd en
die je impact gehad?
geformuleerd had?
Producten Evalueren / Kennis Feedback op
Reflecteren beoordelen overdragen beoordelen interactie
Heb je jezelf de Heb je jezelf de Heb je jezelf de Heb je jezelf de
bovenstaande bovenstaande bovenstaande bovenstaande
vragen gesteld vragen gesteld? vragen gesteld? vragen gesteld?
zowel tijdens het Wat ga je een Ben je efficiënt en Wat zijn je
proces als aan het volgende keer weer effectief geweest conclusies voor de
eind? hetzelfde doen of in het verkrijgen volgende keer?
Heb je er anders/ beter doen? van de benodigde
conclusies uit informatie? Wat
getrokken voor doe je een
vergelijkbare volgende keer
opdracht een anders?
volgende keer?

Resultaat: Product Proces Kennis Impact


Dienst

24
25
Bijlage 4 Verband tussen resultatenmatrix en self-assessment

Samenwerken en communicatie 14. Probleemoplossend vermogen


(interactiekolom van de en besluitvaardigheid
resultatenmatrix)
15. Creativiteit
1. Mondeling presenteren
16. Innovativiteit
2. Luisteren
Organisatie (organisatie)
3. Schriftelijke communicatie
Projectmanagement
4. Adviseren
Leidinggeven
5. Samenwerken
Resultaatgerichtheid
6. Conflicthantering en
onderhandelen
Proactiviteit
7. Inlevingsvermogen
Visie
8. Overtuigingskracht
Afspraken nakomen
9. Klantgerichtheid
Persoonlijke effectiviteit (kennis en
10. Organisatiesensitiviteit impact)

11. Omgevingssensitiviteit 23. Lerend vermogen

12. Integriteit 24. Kennis mobiliseren

Aanpak van problemen (produceren) 25. Professionele ontwikkeling

13. Probleemanalyse en 26. Omgaan met stress


oordeelsvorming

26
Bijlage 5: persoonlijk ontwikkelplan

Het persoonlijk ontwikkelplan

Uit je 360 graden feedback en de feedback die je op je stage gekregen hebt heb je
een beeld gekregen van je huidige competentieniveau. Aansluitend hierop maak je
nu je eigen ontwikkelplan. Het onderstaande format is een mogelijke vorm hiervoor.

Naam:
emailadres:
telefoonnummer:
SLO-begeleider:
Datum:

I. Lange termijn doelen

Geef hieronder kort aan wat je uiteindelijke ambitie is met het volgen van de
opleiding TBK, m.a.w. wat wil je aan het eind van de opleiding bereikt hebben?
Wanneer ben je over 2 jaar tevreden? Laat in je beschrijving zowel je gewenste
inhoudelijke ontwikkeling als je persoonlijke ontwikkeling terugkomen.

27
II. Doelen voor het komende semester

A. Inhoudelijke ontwikkeling (kennis)

Reflectie/vooruitblik Acties
N.B. Zorg dat je voornemens voldoen aan de
eisen van het SMARTI-model (zie toelichting)
Voorbeeld Voorbeeld
1. Ik vond het onderdeel 1. Ik verdiep me hier nog verder in door wat
procesmanagement erg boeiend. recente literatuur aan de docent te vragen.
2. Ik vind het erg moeilijk om financiele 2. Ik vraag hiervoor wat extra oefenstof
berekeningen te maken 3. Ik ga hiervoor vrijstelling aanvragen via de
3. Het onderdeel Operational EVC procedure.
Excellence is voor mij erg bekend.

1. 1.

2. 2.

3. 3.

B: Je persoonlijke en professionele ontwikkeling richting beroep in projecten

Reflectie/vooruitblik Acties
Voorbeeld Voorbeeld
1. Ik vind het moeilijk om initiatief te 1. Ik vraag medestudenten of ze me hierin
nemen in projectgroepen. kunnen steunen en feedback op kunnen
2. Ik heb heel weinig ervaring met het geven.
houden van presentaties. 2. Ik ga een paar oefenpresentaties houden
3. Ik zie erg op tegen het schrijven van op school en neem dit op video op.
mijn afstudeerrapport. 3. Ik ga van het komende project het rapport
4. Ik ben nog nooit projectleider schrijven en volg nog een aanvullende
geweest. workshop hierin.
4. Ik word het komende blok projectleider
1. 1.

2. 2.

3. 3.

C. TBK relevante ontwikkeling buiten je studie

Reflectie Actie

28
Voorbeeld Voorbeeld
1. Ik kom in mijn bijbaan op collega’s 1. Ik ga mijn persoonlijke organisatie wat
soms wat gestressed over (zie: beter op orde brengen en vraag over ½
feedback vaardigheidsmeter). jaar opnieuw feedback.
2. Ik heb weinig leidinggevende ervaring 2. Ik vraag of ik af en toe de bedrijfsleider
3. Ik heb een hele saaie bijbaan. mag assisteren op zaterdag.
4. Ik wil beter leren organiseren. 3. Ik ga wat uitdagender werk zoeken.
4. Ik ga in de feestcommissie van mijn
studentenvereniging.

1. 1.

2. 2.

3. 3.

D. Beroepsoriëntatie

Reflectie Actie
Ik weet nog onvoldoende wat een consultant Ik ga de oom van een vriend interviewen die
doet. consultant is.

1. 1.

2. 2.

3. 3.

29
Toelichting Smarti-model
Het SMARTI-model
Het SMARTI-model is een hulpmiddel bij het formuleren van goede ontwikkeldoelen.

Het Smart-model om doelen te formuleren

S Specifiek geeft precies aan wat je wilt ontwikkelen


M Meetbaar het resultaat van je voornemen is meetbaar
A Actiegericht het voornemen is geformuleerd in activiteiten
R Realistisch het voornemen is haalbaar gezien de omstandigheden
T in Tijd gezet het voornemen is voorzien van een tijdsplanning
I inspirerend motiveert je,is aantrekkelijk voor je

Specifiek
Een doel is alleen nuttig als het beschrijft wat je wil gaan doen, hoe je dat denkt te doen
en wanneer of waar.
Voorbeelden van niet specifieke, dus vage leerdoelen zijn:
Ik wil beter leren communiceren
Ik wil leren presenteren
Vage doelen hebben meer het karakter van een wens: je kunt er wel vanuit starten, maar
om ze te bereiken moet je ze specifieker maken, bijvoorbeeld:

Wens Doel
Ik wil beter leren communiceren Ik wil tijdens de vergaderingen op mijn stage
meer...
Ik wil leren presenteren In de volgende werkbespreking presenteer ik...

Meetbaar
Zorg dat je op een gegeven moment kunt vaststellen dat je je doel bereikt hebt; dan weet
je ook of je voortgang boekt. Een voorbeeld:

30
Niet meetbaar Meetbaar
Ik wil in vergaderingen minder Ik maak aan het begin van een tijdplanning en
tijd verspillen. en beëindig de vergadering op het afgesproken
tijdstip
met het afgesproken resultaat.

Activerend
Een goed doel heeft een actieplan dat concreet aangeeft wat je gaat doen: welke
activiteiten ga je ondernemen om het doel in de gestelde rijd te halen? Het is niet
voldoende om een methode te noemen, zoals Ik ga vaker presenteren waarmee ik bezig
ben. Belangrijk is in de activiteit ook een gewenst resultaat op te nemen, bijvoorbeeld: In
vijf weken tijd wil ik twee presentaties houden en evalueren, onder andere aan de hand
van de feedback van de deelnemers.

Activerend wil ook zeggen: wat ga ik doen (in plaats van: wat ga ik niet meer doen). Een
voorbeeld van een weinig activerend doel: Ik ga minder de kantjes er vanaf lopen.
Positief geformuleerde doelen geven richting, negatieve leiden makkelijk tot passiviteit
en de vraag Als ik dit niet meer doe, wat dan wel? Een positief, activerend doel is
bijvoorbeeld Ik wil drie keer een taak op me nemen en die zodanig uitvoeren dat mijn
collega's daarover tevreden zijn.

Ook hier geldt: je kunt best starten vanuit een besluit om met iets te stoppen, mits je dat
voortzet in een positief alternatief.

Realistisch
Weinig is zo demotiverend als een onhaalbaar doel; en weinig zo motiverend als een
succes. Ga dus na of:
• je over alle middelen beschikt om je doel te halen;
• de omstandigheden je niet in de weg staan;
• de prijs om het doel te halen niet te hoog is.
Ga na wat je nodig hebt, check wat er mis kan gaan en hoe je dat voorkomt.

Tijdsplanning
Doelen zonder tijdspad lopen het risico uitgesteld te worden tot er niets meer van komt.
Een tijdsplanning is ook een check op de haalbaarheid van het doel.

Inspirerend
Doelen waarvan jij persoonlijk het nut niet ziet, worden nooit gehaald.
Vraag jezelf in alle eerlijkheid af: formuleer ik dit doel, omdat anderen dat graag willen of
wil ik het ook echt zelf? Met andere woorden: zit er voor mij iets aantrekkelijks in of doe
ik alleen wat ik denk dat ik van anderen moet? Soms merk je dat al bij het praten over
het onwikkeldoel. Zeg je bijvoorbeeld 'ik moet...'of zeg je 'ik wil...'?

31