You are on page 1of 4

Reflectieformulier beeldend onderwijs

opdrachtomschrijving: Monument der wachtende
naam student: Eva Scherpenisse

Reflecteer op zowel de product- als procescomponenten en geef ook duidelijk de
samenhang tussen product- en procescomponenten aan. Je mag jezelf voor elke
component een waardering geven (1 = lage waardering, 5 = hoge waardering),
maar dat hoeft niet.

component beschrijving 1 2 3 4 5
betekenis Ik heb een beeld gemaakt van een wachtende personage.
De associaties die ik hierbij had waren de wachtende
mensen op het station, in de winkel en bij de bus. Ik
herkende mezelf er ook in. Zodra ik wacht ga ik meestal
uitgezakt staan en op één been hangen. Ik heb een
mannelijke versie gemaakt van iemand die wacht. Ik heb
hierbij over nagedacht hoeveel je op een dag wacht en
mijn beeld is wachtend moe. Ik heb zelf ook totaal geen
geduld, daarom rijd ik ook regelmatig door rood. Tijden
het maken van de opdracht gingen deze dingen allemaal
door mijn hoofd. Ik kijk nu niet meer normaal naar
wachtende mensen, maar ben ze aan het analyseren als
ik ze zie.

vorm De vorm van het beeld stond centraal. Het stuk klei wat
ik kreeg was plat daar heb ik een ruimtelijke vorm van
gemaakt met rondingen en holtes. Er was hierbij geen
sprake van kleur, maar wel van textuur. Ik heb gekeken
naar het haar van de man een daar verschillende
strookjes van gemaakt waardoor de man glad haar heeft.
Ik moest goed kijken hoe ik met het klei wat ik had de
verhoudingen correct maakte. Het is een ruimtelijk beeld
geworden. Zijn schouders zijn gebogen en de buik is
daardoor wat holler, terwijl ik de billen iets boller heb
gemaakt, maar ook niet te bol, want het is een man. Bij
de schetsen die van te voren heb gemaakt van houtskool
heb ik gekeken naar verschillende standpunten en deze
verwerkt in mijn beeld. Het hoofd van de man hangt naar
beneden en hij heeft zijn armen in de zij. De voeten
staan naar voren en stevig in de grond, want daar leunt
het hele lichaam op.

materie Ik heb gewerkt met grove chamotteklei, een onderlegger,
spatel, een stokje, een mesje en een bekertje water. Ik
vond het klei heel moeilijk omdat het heel kwetsbaar is.
Het viel telkens uit elkaar waardoor ik weer opnieuw
moest beginnen. Het hoofd blijft ook niet makkelijk
zitten. Ik maakte het beeldje sneller te dun dan te dik.
Het was moeilijk om het evenwicht te zoeken waardoor
het beeldje bleef staan. Met de spatel het gladtrekken
vond ik moeilijk, maar met het stokje kon ik
gedetailleerd ogen en een mond maken. Met een klein
soort mesje sneed ik veel te veel weg waardoor ik weer
opnieuw moest beginnen.
beschouwing Ik heb beelden van wachtende mensen op straat gebruikt
om tot dit beeldje te komen. Ik heb de beelden van
verschillende kanten bekeken en na geschetst met
houtskool. Daardoor kon ik de persoon nog beter
analyseren en natekenen. Ik ben aan de slag gegaan met
de klei en daardoor kwam ik erachter dat het niet kon
blijven staan, daardoor bedacht ik zelf telkens andere
technieken. Met het water maakt ik het beeldje weer
soepel en ik gebruikte het water als een soort lijm
waarmee ik onderdelen vast plakten. Dit zie je aan het
hoofd. De neus en de haren had ik erop geplakt.

werkwijze Ik heb al eerder met klei gewerkt, maar nog nooit een
personage van gemaakt of een wachtend persoon. Het
gebruik van water kende ik ook nog niet. Ik heb ontdekt
dat het moeilijk is en kwetsbaar om met klei te werken
en dat het snel weer verbuigt. Het blijft niet goed staan
en valt snel uit elkaar. Details zijn snel gezet, omdat je
het beeldje al vervormt als je hem oppakt en hij dan
weer op een plek indeukt. Ik heb ontdekt dat je heel
zachtjes moet omgaan met klei.

Bij het maken van bovenstaande opdracht heb je beelden gebruikt als
inspiratiebron. Geef van minimaal één door jou gebruikt beeld aan wat de functie
is en beschrijf waarom je dat vindt.

onderzoek Ik heb eerste schetsen gemaakt met houtskool van
wachtende mensen die ik goed had geanalyseerd, Daarna
ben ik begonnen met het lichaam. Toen viel hij uit elkaar
en heb ik eerst het hoofd gemaakt en daarna het
lichaam. Ik plakte het hoofd erop, maar hij bleef niet
staan. Toen heb ik het beeldje dikker gemaakt en daarna
weer uitgedund. Ik heb gekozen voor iemand die op een
plateautje staat omdat het beeldje anders niet kon
blijven staan. De betekenis van een wachtend persoon
heb ik erin verwerkt, verder heb met het materiaal dat ik
had een vorm gezocht waardoor mijn intentie van een
wachtend persoon kan blijven staan. Daarna heb ik het
beeld beschouwd en het één en ander aangepast en
gedetailleerder gemaakt.

eindoordeel:
Wat vind je
geslaagd?
Leg uit.

Ik vind het geslaagd dat mijn beeldje wachtend overkomt, omdat mijn
intentie is geweest.

Wat kon
beter?
Waarom?
Ik vind dat het beeldje niet in zijn verhouding is en niet realistisch. Hij
heeft korte benen, een lang bovenlichaam, grote voeten en een dunne
buik. De ene arm is ook dikker dan de andere.

beeld functie(s) beschrijving
Een
wachtend
persoon
kunnen
maken.
Inzicht krijgen in de hoeveelheid wachten
van een mens. Een mens kunnen analyseren.
Vormen realistisch proberen te maken.
Bewust worden van verhoudingen en
verschillende vormen.