You are on page 1of 2

“Toen ging Jezus met hen naar een plaats, genaamd Getsemanae, en Hij

zeide tot zijn discipelen: Zet U neder, terwijl Ik heenga om daar te bidden.
En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs mede en Hij begon
bedroefd en beangst te worden.” Matteüs 26: 36 en 37
“Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, dat het aldus moet
geschieden.” Matt.26: 54 _________________________________
Toen Jezus, gezeten op een ezel, Jeruzalem binnen reed tijdens het Paasfeest,
vervulde hij een door Zacharias geuite profetie. Hij koos ervoor zich op deze
manier te presenteren als de komende Messias, die het duizendjarig Vredesrijk
zou stichten en de onderdrukkers d.w.z. Het Romeinse Rijk, te verdrijven.
Jeruzalem was in die tijd overvol. Van heinde en verre kamen de pelgrims om het
Paasfeest te vieren. Centraal in deze ceremonie stond de Tempel, de
belangrijkste religieuze plek voor het Joodse volk. De oorspronkelijke Tempel,
gebouwd door koning Salomo, was door Nebukadnezar's troepen vernietigd. De
herbouwde Tempel stond in die dagen centraal in de religieuze ceremonies. Zo
moesten Joden zich eerst reinigen van de zonden die ze hadden begaan. Op het
Tempelcomplex waren maar liefst 250 rituele baden. Hiervoor moest worden
betaald. Ook werden er offerdieren en -vogels verkocht en moesten
tempelbelastingen worden voldaan. Hiervoor kon men terecht bij de
geldwisselaars, die de binnenplaats bevolkten. Aan het hoofd van de Tempel
stond Kaiafas, de opperpriester. Hij had als enige toegang tot het Heilige der
Heiligen, in het centrum van het Tabernakel. Dit was de plek waar ooit de Ark des
Verbonds was gehuisvest. Maar de Ark was in de turbulente geschiedenis van
het Joodse volk verloren gegaan. Het Heilige der Heiligen waar Kaiafas zijn
religieuze plichten volvoerde was al eeuwen leeg. Behalve opperpriester was
Kaiafas rechter bij disputen over het geloof, maar zijn belangrijkste taak was het
beheer van de enorme inkomsten, die de Tempel met zich meebracht. De
aankomst van Jezus werd dan ook door spionnen van Kaiafas aan hem gemeld
en hij was op de komst van Jezus voorbereid. Jezus volgende stap daagt
Kaiafas nog meer uit. Jezus ontsteekt in de Tempel in razernij. Deze heilige
plaats wordt bezoedeld door handelaren en woekeraars. Hij keert de tafels van
de geldwisselaars om. Dit brengt natuurlijk een geweldige chaos met zich mee.
Vervolgens jaagt hij de zondaars uit de Tempel. Dit is natuurlijk een provocatie
van de tempeldienaars, met Kaiafas aan het hoofd. Jeruzalem was in deze tijd
overbevolkt en daarbij onrustig. De Romeinse veroveraars werden voortdurend
uitgedaagd. Jezus leeft in een pre-revolutionaire Joodse samenleving. Met grote
massa's op de been zou de vonk gemakkelijk over kunnen slaan. Jezus werd
door Kaiafas gearresteerd en onmiddellijk voor een tribunaal gebracht. Hierin
vervulde hij zowel de rol van aanklager als die van rechter. Kaiafas probeerde
aan Jezus godslasterlijke uitspraken te ontlokken. “Ben jij de Zoon van God?”
Alleen in het evangelie van Marcus geeft Jezus hier rechtstreeks antwoord op.
“Ik ben het, en gij zult de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand
der Macht en komende met de wolken des hemels.” Kaiafas heeft nu geen
getuigen meer nodig. Dit is godslastering en het oordeel is eenstemmig: Jezus
wordt ter dood veroordeeld. Kaiafas heeft echter een probleem. De apostel
Petrus bevindt zich tussen de toehoorders en wordt herkend. Tot driemaal toe
verloochend hij Jezus. Maar Kaiafas had een probleem. Hij kon dan wel de
doodstraf uitspreken, hij kon hem niet uitvoeren. Daarvoor moet hij bij de
bezetter zijn. De Romeinse gouverneur Pontius Pilatus. Deze woonde aan de
kust in Caesarea, maar het behoorde tot zijn plichten om tijdens de Pasen in
Jeruzalem aanwezig te zijn. Zijn vrouw had hij meegenomen.Als Kaiafas Jezus
aan hem overdraagd, besluit hij Hem te horen.

Het Boek der Boeken 4: Kaiafas