• HOOGSTAAND ONDERWIJS MOET ZICHZELF BLIJVEN VERNIEUWEN

• OUD-STUDENTE VOL LOF OVER OFFICE MANAGEMENT
• HBO5-OPLEIDINGEN NEMEN VLUCHT VOORUIT
EhB!
magazine
13
WINTER 2014
Magazine van de Erasmushogeschool Brussel
verschijnt tweemaal per jaar
IN
AMSTER

DAM
THEATERSTUDENTEN
WINNEN
DEBUUTPRIJS
EhB-advertentie (outlines).indd 1 8/10/2013 15:11:10
EhB!magazine 13 | 3
13
WINTER 2014
Colofon
|
Verantwoordelijk uitgever: Luc Van de Velde, Nijverheidskaai 170, 1070 Brussel, www.ehb.be
|
Contact: ehbmagazine@ehb.be
|
Redactieteam: Dorien Brouwer,
Bart Deseyn, Valéry De Smet, Jochen Vandenbergh
|
Vormgeving: Sven Versmissen
|
Fotografie: Bart Deseyn, tenzij anders vermeld
|
Tekstredactie, fotografie, vormgeving
& opmaak: Bonsai publicatiebureau
|
EhB!magazine wordt verspreid onder de studenten, personeelsleden en relaties van de Erasmushogeschool Brussel.
EN VERDER ...
Hoogstaand onderwijs moet zichzelf blijven vernieuwen | 12
Kort nieuws | 13
Erasmushogeschool wil de connectie maken | 16
Het Conservatorium is een kloppend hart | 20
Kort nieuws | 21
HBO5-opleidingen nemen vlucht vooruit | 22
EEN TUIN ALS
VERLENGDE VAN JE
PERSOONLIJKHEID
FILOSOFIE ALS KOM-
PAS VOOR BRUSSELS
ONDERWIJS
Ken uzelf en u kent Brussel
BRUSSEL MAXIMAAL
BENUTTEN
Joeri Van Den Brande is nieuwe direc-
teur Stuvo
OPLEIDINGSHOOFD
LANDSCHAPS- & TUIN-
ARCHITECTUUR WERKT
IN TANZANIA
THEATERSTUDENTEN
WINNEN DEBUUTPRIJS
IN AMSTERDAM
OUD-STUDENTE VOL
LOF OVER OFFICE
MANAGEMENT
4
10
6
14
8
18
EhB-advertentie (outlines).indd 1 8/10/2013 15:11:10
EhB!
magazine
4 | EhB!magazine 13
‘Aan het begin van de opleiding zei een docente tijdens haar les
dat na deze opleiding niemand nog op dezelfde, onbevangen ma-
nier naar een tuin of landschap zou kunnen kijken. Ik dacht: ‘Ja, dat
zal wel.’ Maar, ze heeft gelijk gekregen. Als ik vandaag een tuin
zie, zoek ik het verhaal achter het ontwerp. Als ik op vakantie ben,
dan vergelijk ik landschappen en kom ik in een stad dan ben ik
met ruimtelijke planning bezig. De opleiding is er dus wel degelijk
in geslaagd om mij niet alleen op een andere manier naar een
omgeving te laten kijken, maar om de omgeving ook positief te
kunnen beïnvloeden.’ Eef Coolen doet momenteel haar stage om
de opleiding Landschaps- & Tuinarchitectuur (LTA) te voltooien.
Niets bijzonder op zich, maar Eef heeft tijdens haar opleiding al
wat naam gemaakt. Haar eigen bedrijf Bolster groeit gestaag en
in haar wekelijkse tuinpagina’s in Het Belang van Limburg leert
ze haar provinciegenoten tuinieren. Want Eef heeft ook nog een
diploma Journalistiek op zak. ‘Vijf jaar lang heb ik op de redactie
van Het Belang van Limburg gewerkt’, vertelt Eef. ‘Het was wat
ik altijd had willen doen, tot ik het effectief deed. Als zelfstandig
tuinarchitecte heb ik mijn draai helemaal gevonden.’
U heeft de laatste jaren niet stilgezeten?
Coolen: ‘Het is heel hectisch geweest. Temeer omdat ik de oplei-
ding volg via een flexprogramma. De opleiding is exact hetzelfde,
alleen anders ingericht. In plaats van vijf dagen les te volgen, krijg
je alles op anderhalve dag, namelijk donderdagavond en vrijdag
overdag. Ik woon in Hasselt en de campus is in Jette, dat waren
dus lange dagen. Omdat de opleiding is samengeperst in ander-
Niet eens afgestudeerd, maar wel al een eigen be-
drijf met een respectabel klantenbestand en een
wekelijkse tuinpagina in de krant. Eef Coolen weet
van aanpakken. De ex-journaliste zit momenteel in
haar laatste jaar Landschaps- & Tuinarchitectuur.
‘Als ik een tuin zie waarvan ik denk: hier kunnen ze
mijn hulp gebruiken, dan stap ik binnen om mijn
diensten aan te bieden.’
PERSOONLIJKHEID
VERLENGDE
TUIN EEN
VAN JE
ALS
EhB!magazine 13 | 5
halve dag, heb je thuis nog veel werk. Daar kwam mijn werk voor
Bolster nog eens bij, want je wilt geen enkele klant teleurstellen.
Nu, het voordeel van het flexprogramma is de groepsdynamiek. In
tegenstelling tot het ‘normale’ lesprogramma, zitten in onze les-
sen veelal mensen die al een diploma hebben. Iedereen is serieus
bezig met het vak. Wij hebben het studentenleven al gehad, dus
de focus ligt op de opleiding.’
Het valt inderdaad op hoeveel studenten in LTA al een diploma
hebben. Veelal zijn het wel architecten, ingenieurs, … die iets wil-
len bijleren. Iemand uit de journalistiek is toch enigszins atypisch?
Coolen: ‘Inderdaad en daar heb ik ook over gevloekt hoor. De
mensen met al een diploma architectuur of groenmanagement
moeten minder tijd spenderen aan de theorie, terwijl ik er af en
toe mijn tanden op heb stukgebeten. Nachtenlang heb ik zitten
blokken, uit onzekerheid vaak. Tekenen op computer vlotte ook
niet meteen. Ik had vanuit mijn opleiding Journalistiek dus wel
degelijk een achterstand ten opzichte van een aantal andere stu-
denten. Maar gelukkig kreeg en krijg ik nog altijd veel steun van
mijn vriendin. Zij heeft mij aangepord om door te zetten. En kijk,
vandaag vind ik het leuk om te ontwerpen op computer. Ik heb
mijn nadeel zelfs in een voordeel omgebogen. De ingenieurs bij-
voorbeeld denken nogal makkelijk vanuit hun technische bagage
omdat ze daar voor zijn opgeleid. Ze zien een ruimte vooral in
termen van functio-
naliteit. Om te slagen
voor de opleiding heb
je echter minstens
evenveel creativiteit
nodig. Een mooie
tuin of een mooi
landschap is niet de
meest functionele noch de meest creatieve, maar kenmerkt zich
vaak door het evenwicht tussen die twee. De technische bagage
is geen doel op zich van de opleiding, maar een middel om het
doel te bereiken. Een goede tuinarchitect, in mijn ogen, is niet die-
gene die het beste met een tekenprogramma overweg kan, maar
diegene die in een ontwerp als een koorddanser mooi balanceert
op die honderd zaken waarmee je rekening moet houden.’
Tijdens de opleiding startte u ook Bolster op, een tuinbedrijf. Nog
meer hooi op de vork.
Coolen: ‘Ik kon gewoon niet wachten. Toen ik na vijf jaar besloot
om uit de journalistiek te stappen, was ik even zoekende. Ik zag
mezelf niet meteen in een andere job. Vrienden wezen me op
mijn groene vingers en bijgevolg ben ik bij Syntra (opleidingscen-
trum van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming)
gestart met een cursus Tuinaannemer. Dat beviel mij enorm en
zo ben ik doorgestroomd naar de bacheloropleiding aan de Eras-
mushogeschool. Nu, ik beschouw de jaren in de journalistiek niet
als verloren jaren, maar ik wil wel vooruit. Ik redeneerde dat ik
opnieuw 1 tot 2 jaar zou verliezen als ik na mijn opleiding LTA
LTA
van nul zou moeten starten met een bedrijf. Daarom heb ik aan
het Starterslabo (een loket voor startende ondernemers) aan-
geklopt. Gedurende een jaar werd ik begeleid bij de opstart van
mijn bedrijf. Ze hielpen met een businessplan, de boekhouding, …
en ik kon zelfs een tijd factureren onder hun BTW-nummer. Een
enorme hulp was dat. Maar het kwam er inderdaad ook nog bij,
naast de opleiding, mijn bedrijf en de tuinpagina’s in Het Belang
van Limburg.’
Inderdaad, ook nog de tuinrubriek Zicht op groen.
Coolen: ‘Ik ben erg dankbaar dat Het Belang van Limburg mij elke
week 2 pagina’s gunt om te schrijven over tuinen. De journalistiek
kriebelt namelijk nog wel een beetje. Bovendien staat mijn foto op
de groenpagina, dus het geeft me zichtbaarheid als ondernemer.
Al zit ik er niet op te wachten dat mensen me gaan herkennen
op straat (lacht).’
Nog een woordje over Bolster. Zijn Bolstertuinen meteen te herken-
nen? Wat is de eigenheid van de ontwerpen?
Coolen: ‘Tijdloosheid. Ik pin me niet vast op trends, materialen
of een vaste plantenlijst. Mijn doel is altijd om de persoonlijkheid
van de mensen door te trekken naar de tuin. Daarom steek ik veel
tijd in praten met klanten. Ik luister uren naar ze om hun karak-
ter te leren kennen. Bolster staat ook voor iets puur en iets guur.
Precies zoals een bol-
ster: een zachte bin-
nenkant waaruit iets
nieuws groeit, met
een dosis speelsheid,
ruwheid en lef aan
de buitenkant. Dat
resulteert steeds in
een warme maar tegelijk prikkelende aanpak, en dus tuinen in
die stijl. Ik werk zelf ook mee bij de aanleg. Voor verhardingen en
waterelementen en dergelijke systemen schakel ik aannemers in,
maar de beplanting doe ik zelf. Daar sta ik op. De eelt op mijn
handen (toont haar handen) is niet van het schrijven. Ook het
onderhoud van de tuinen doe ik zelf. Hagen snoeien, planten en
gazon verzorgen, mee naar ecologische oplossingen zoeken,…. ik
doe het allemaal. Als Bolster wil ik mij toeleggen op alle facetten
van de tuinarchitectuur. Ontwerpen, onderhoud, aanleg, advies,…
op alle mogelijk vlakken ondersteunt Bolster. Ik kom nog maar
net piepen, maar toch heb ik de afgelopen jaren al in ruim 100
tuinen gewerkt. Bij enkele klanten kom ik wekelijks, bij sommige
maandelijks en bij andere jaarlijks. Als ik langs een bedrijf of open-
baar gebouw rijd met een tuin ‘in moeilijkheden’, dan stap ik ook
binnen om mijn diensten aan te bieden. Dat loont altijd. Ook als
ze me niet aanwerven, hebben ze tenminste al eens van Bolster
gehoord. Als starter moet je lef tonen en heel hard werken, maar
ik doe het met veel plezier.’
‘De eelt op mijn handen is
niet van het schrijven.’
PERSOONLIJKHEID
VAN PERSKAART NAAR TUINVROUW
6 | EhB!magazine 13
BRUSSEL
MAXIMAAL
BENUTTEN
Sinds vorig jaar opereren de studentenvoorzieningen van hoge-
scholen (Stuvo) niet langer als een onafhankelijke vzw, maar zijn ze
ingebed in de structuur en het dagelijks beleid van de hogescholen.
Organisatorisch en operationeel veranderde er heel wat, maar de
studenten hebben de inkapseling nauwelijks gemerkt. Stuvo kon
gewoon zijn kerntaken verder zetten zoals voordien. Met de aan-
gekondigde besparingsplannen van de Vlaamse regering dringt er
zich echter een efficiëntieoefening op. ‘De volgende maanden gaan
we het hele Stuvo-verhaal herzien’, legt Joeri Van Den Brande uit.
De 40-jarige psycholoog en filosoof startte op 1 juni als nieuwe
directeur van Stuvo. Daarvoor werkte hij onder meer 15 jaar lang
op de dienst studieadvies van de VUB waar hij focuste op het ge-
lijke kansenbeleid. ‘In januari willen we met een nieuw beleidsplan
komen’, gaat Van Den Brande verder. ‘Van dingen die goed werken
houden we onze handen af, maar ongetwijfeld kunnen sommige
zaken anders en beter worden ingevuld. Verandering is niet iets
waar we schrik van moeten hebben. Wel integendeel, ik zie vooral
mogelijkheden. Vooral ook om Brussel als stad dichter bij de stu-
denten te brengen. Voor heel wat noden van studenten kunnen
namelijk oplossingen worden gevonden in de stad.’
Stuvo heeft vandaag 6 kerndomeinen. Voeding, vervoer, huisves-
ting, studentenwerking, sociale en medische & psychologische
begeleiding. Waar zit u aanpassingen mogelijk?
Van Den Brande: ‘We moeten de oefening nog maken en zullen
dat in alle openheid doen. Laat me dus allereerst duidelijk zeg-
gen dat er nog absoluut niets beslist is. Maar als ik bijvoorbeeld
kijk naar onze taak als medisch en psychologisch begeleider dan
meen ik dat we dat anders en beter kunnen invullen. Uit erva-
ring weten we namelijk dat studenten meestal niet de behoefte
hebben om met hun problemen naar een dienst op de school
te stappen. De school is een plek waar ze les volgen. Meer niet.
Studenten vinden veel makkelijker steun bij hun vrienden en fa-
milie. Het feit dat bij Stuvo weinig studenten aankloppen voor
medische of psychologische begeleiding is natuurlijk ook een
goed teken. De studententijd moet een leuke tijd zijn. Desalniet-
temin blijft het onze taak om er te zijn voor de minderheid die
wel hulp nodig heeft. Maar in plaats van zelf een psycholoog
in huis te hebben, gaan we voortaan nauwer samenwerken met
het CAW Brussel (Centrum voor Algemeen Welzijn). Zij zitten
letterlijk twee straten verder dan campus Dansaert en hebben
ook een gespreksruimte in Jette. Dat maakt hen toegankelijker
dan een studentendienst in de school waar iedereen je kan zien.
Bovendien heeft het CAW veel meer expertise in huis en een veel
breder aanbod aan hulpverlening’
Voeding is momenteel ook een zware kost. Zitten daar mogelijk-
heden?
Van Den Brande: ‘Een warme maaltijd kost een student 4,5 euro,
terwijl het ons natuurlijk meer kost. Het is een bewuste keuze
om die maaltijden met verlies aan te bieden. We willen onze
studenten gezonde en goedkope maaltijden blijven aanbieden,
maar dan moeten we het anders gaan aanpakken. Een vraag die
we bijvoorbeeld moeten durven stellen is of we op alle campus-
sen nog een studentenrestaurant moeten openhouden. Neem
nu bijvoorbeeld de situatie op de campus in Jette, waar we een
studentenrestaurant hebben. Wel, ook het UZ, de grootste Ne-
derlandstalige werkgever van Brussel, en de VUB hebben er een
restaurant. Allemaal op minder dan 500 meter van elkaar. Van
de VUB weten we bovendien dat ze graag meer studenten over
de vloer zouden hebben in hun restaurant. Daar moet dus een
match mogelijk zijn om de kosten te drukken zonder in te boeten
aan service en kwaliteit. Als ik zeg dat de besparen veeleer een
opportuniteit is dan wel een bedreiging is deze oefening daar een
STUVO
Joeri Van Den Brande is sinds dit acade-
miejaar de nieuwe directeur van Stuvo EhB
(Studentenvoorzieningen). De 40-jarige
psycholoog staat meteen voor een hele uit-
daging. De aangekondigde besparingsronde
van de Vlaamse regering laat zich namelijk
ook in het hoger onderwijs voelen. ‘Voor
mij is dit een positief verhaal’, legt Van Den
Brande uit. ‘In een stad als Brussel kan je
met minder geld net meer doen.’
JOERI VAN DEN
BRANDE IS NIEUWE
DIRECTEUR STUVO
EhB!magazine 13 | 7
BRUSSEL
MAXIMAAL
BENUTTEN
mooi voorbeeld van. Door de juiste contacten te leggen en Brussel
maximaal te benutten zijn er heel wat win-winsituaties mogelijk.’
U wilt dus vooral netwerken om de besparingen rond te krijgen?
Van Den Brande: ‘Helemaal juist. Daarom ook dat het een positief
verhaal is. We zoeken naar samenwerkingsverbanden die logisch
zijn in een stad als Brussel. Op die manier krikken we de effici-
entie op en zullen we uiteindelijk met minder middelen net meer
doen. Brussel is in ons verhaal dus een enorme troef. Om bij het
voorbeeld voeding te blijven. De stad telt ontelbare restaurants en
eetstandjes. In plaats van zelf goedkope maaltijden aan te bieden,
is het een idee om met de Brusselse horeca samen te werken door
bijvoorbeeld kortingen af te dwingen op vertoon van de studenten-
kaart. Wie Brussel trouwens een beetje kent, kan voor 5 à 6 euro
’s middags warm eten. Voor een student in pakweg Hasselt is dat
ondenkbaar. Hij is voor voeding, vervoer, huisvesting, enz. veel meer
afhankelijk van de school. In Brussel daarentegen liggen ontelbare
mogelijkheden. Alleen vragen we ook aan de studenten om initiatief
te nemen en de mogelijkheden te ontdekken.’
Studenten in Brussel kennen Brussel te weinig?
Van Den Brande: ‘Steeds beter en beter. Er worden ook almaar
meer middelen ingezet om de stad aangenamer te maken. Maar
het klopt dat Brusselse studenten Brussel minder goed kennen
dan een Leuvense student Leuven kent. Ruw gesteld zijn daar
twee oorzaken voor. Allereerst trekt Brussel vooral pendelstu-
denten aan. Zij zijn voor hun behoefte en sociaal leven minder
afhankelijk van de stad. Ten tweede is er een probleem van per-
ceptie. Uit een recente studie blijkt dat Brusselse studenten zich
het onveiligst voelen. In die conclusie ligt de nadruk op het woord
‘voelen’. Als grootstad is Brussel namelijk helemaal niet onveilig.
Wel integendeel, het is een pak veiliger dan andere Europese
grootsteden als Londen en Parijs. Toch is het hip om in Londen
te studeren en niet in Brussel. Kijk bijvoorbeeld ook naar onze
campus in Jette. Wij beschouwen Jette vaak als een saaie uithoek.
Maar stel u voor dat je in Londen op kot zit, in het midden van
het groen en op hooguit 20 minuten van het stadscentrum. Je
zou het fantastisch vinden. Brussel heeft net dezelfde troeven in
huis als steden als Londen, Parijs en Berlijn, alleen heeft de stad
de perceptie tegen. Nu, dat komt wel goed. Wat we zeker niet
mogen doen is Brussel opdringen aan onze studenten.’
Ook het verhogen van het inschrijvingsgeld ligt op tafel. Hoe gaat
u daar mee om?
Van Den Brande: ‘Sociale begeleiding beschouw ik dan weer als
één van de absolute kerntaken van Stuvo. Brussel heeft namelijk
een apart studentenprofiel met gemiddeld meer studenten met
relatief minder sociale kansen. Onze opleidingen toegankelijk en
democratisch houden, zal dan ook sowieso hoog op de agenda
blijven staan. Vanuit ons gelijkekansebeleid hechten we hier veel
belang aan. Vandaag al krijgen we trouwens veel vragen over de
mogelijke verhoging van het inschrijvingsgeld. Ouders en studen-
ten zijn bezorgd, maar zolang er geen politiek besluit is kunnen
we weinig doen. We volgen het dossier wel met bijzondere aan-
dacht. Maar laten we alstublieft niet panikeren alvorens er een
beslissing is. Wie weet wordt het inschrijvingsgeld verhoogd om
voor een stuk de beurzen te versterken. Dan hebben we opnieuw
een positief verhaal. Wat het ook wordt, studenten begeleiden bij
een studiebeurs zal één van onze voornaamste taken blijven. In
ons streven naar een budgettair evenwicht, zullen we daar niet
op inboeten.’
8 | EhB!magazine 13
‘Overal was donker. En toen was het een beetje licht. Kleine worm-
kes eerst. En later ander beesten. En in het beetje licht kuste en
krabde en kronkelde iedereen. … ‘, met die woorden begint Me-
tamorphosen, een theaterstuk van Greet Jacobs, Linda Lugten-
borg en Femke Stallaert. Greet en Linda studeerden in juni pas af,
Femke vorige jaar al, zij wonnen met Metamorphosen de debuut-
prijs op het International Theaterschool Festival in Amsterdam.
Een 10-daags podium waar theaterscholen uit heel Europa hun
meest beloftevolle studentenprojecten naar toe sturen. Het RITS
ALUMNI
Net afgestudeerd en meteen in de prijzen
vallen. Het overkwam Greet Jacobs, Linda
Lugtenborg en Femke Stallaert, studenten
aan het RITS. Met hun theaterstuk Me-
tamorphosen wonnen ze de debuutprijs
op een gerenommeerd theaterfestival
in Amsterdam. ‘Eigenlijk hebben we het
stuk snel snel gemaakt.’
IN AMSTERDAM
THEATERSTUDENTEN
WINNEN
DEBUUTPRIJS
EhB!magazine 13 | 9
Atalanta daagt de man uit. ‘Als je sneller kan lopen dan ik, dan
trouwen we’, zegt Atalanta, goed wetende dat niemand sneller
kan lopen dan zij. Tijdens de wedstrijd groeit er echter een prui-
menboom op de rug van de man, met pruimen die er gedurende
het lopen afvallen. Atalanta vindt het jammer dat er een stukje
van de man niet meeloopt en stopt regelmatig om de pruimen op
te rapen. Zo verliest ze de wedstrijd. In Metamorphosen brengen
we zes van zulke verhalen die we dan doorspekken met muziek
van Mozart en Metallica. Die muziek op zich contrasteert en
ook tussen tekst
en muziek wordt
dat contrast uitge-
speeld. Metamor-
phosen gaat over de
geschiedenis van de
wereld en de natuur.
Ovidius dicht over
hoe alles in alles ver-
andert. Evolutie dus eigenlijk en dat kenmerkt zich zowel door
een vorm van ruwheid als door een sublieme schoonheid. Dat
gevecht tussen oerlelijk en intense schoonheid hebben we in onze
voorstelling willen stoppen. Een leuke anekdote is trouwens dat ik
Benjamin Verdonck toevallig ben tegengekomen op de trein. Hij
kwam tegenover mij zitten. Ik was verward omdat ik al een hele
week zijn tekst aan het instuderen was. Beetje surrealistisch, maar
ik heb hem aangesproken en hem zelfs uitgenodigd om te komen
kijken. Helaas kon hij die dag niet, maar hij was wel aangenaam
verrast dat de tekst nog werd gespeeld.’
TOURNEE
Met de debuutprijs komt ook een tournee door Nederland. Sinds
19 september reist het prille gezelschap door Nederland om er 17
optredens te verzorgen. ‘Dat is natuurlijk een geweldige kans als
jonge theatermaker’, aldus Greet. ‘Niet in het minst omdat we het
stuk eindelijk ook eens voor een publiek kunnen spelen. Op het
RITS speel je voor studenten en het theaterfestival in Amsterdam
is ook vooral een evenement voor mensen uit het theaterwezen.
Mensen die verbonden zijn aan bijvoorbeeld cultuurcentra of aan
opleidingen. Wij hadden trouwens allerminst verwacht om te
winnen. Dat zegt natuurlijk iedereen, maar ik zat al op de trein tij-
dens de prijsuitreiking. Gezien het grote aantal deelnemers draag
ik deze prijs natuurlijk met trots. Ook omdat het leuk is om als
Belg in Nederland te winnen, maar veel meer dan dat is het een
bevestiging van eigen kunnen. Zoals gezegd hebben wij het stuk
op heel korte tijd in elkaar moeten steken. Dat maakt dat je sterk
op je gevoel moet afgaan. Je gaat heel intuïtief te werk. Je maakt
snel beslissingen gebaseerd op gevoel. Zo’n prijs is dus een boost
om verder dingen te maken en om te geloven in mezelf.’
Op www.viarudolphi.nl kan u de speeldata van Metamorphosen zien.
stond er met twee stukken waaronder dus Metamorphosen. ‘Wij
waren wel vereerd’, aldus Greet en Linda. ‘Metamorphosen is
namelijk zo’n beetje holder de bolder gemaakt. We hebben er
niet meer dan zes dagen aan gewerkt. Na de paasvakantie is er
namelijk een vrije oefening waarbij je zonder begeleiding een stuk
in elkaar bokst. Je mag doen wat je wil. Alleen of met een paar
mensen samen, experimenteel of klassiek, … het maakt niet uit.
Daaruit is Metamorphosen gegroeid. Het is dus zeker geen kant-
en-klaar afstudeerproject. De regie is chaotisch en contrasten
rijgen het stuk aan el-
kaar. In Amsterdam
hebben we het zelfs
voor het eerst ge-
speeld zoals het be-
doeld is. Aangekleed
met muziek, beelden
en de juiste lichtef-
fecten. Maar dat het
RITS ons heeft ingeschreven voor het festival typeert ook de
opleiding. Ze durven iets sturen waar ze eigenlijk niets mee te
maken hebben. Terwijl wij in Amsterdam toch een uithangbord
waren voor de opleiding. Metamorphosen is het resultaat van
een vrije oefening en de docenten wilden dat we het resultaat
trouw bleven. Het RITS staat namelijk voor een grote creatieve
verantwoordelijkheid. Het moet van de studenten zelf komen en
dat is hard werken. Niet dat de docenten onmensen zijn of het
onmogelijke van je verwachten, maar ze verbloemen niets en
dat is vaak erg confronterend. Alles wat je op een podium doet,
staat namelijk ook dicht bij wie je bent. Zeker als student is dat
zo omdat je nog niet echt afstand hebt leren nemen. Als er dan
commentaar komt op je performance neem je dat heel persoon-
lijk. Een acteeropleiding is een gevecht met jezelf, maar het is een
proces waar je door moet.’
BENJAMIN OVIDIUS
Metamorphosen is een hedendaagse of beter nog een experi-
mentele herwerking van de gelijknamige dichtbundel van Ovidius
(43 v.C. – 17 n.C.). In deze vijftiendelige verhalenbundel van de
Romeinse dichter wordt de schepping en de geschiedenis van de
wereld verteld volgens de Griekse en Romeinse mythologie. Het
boek staat bekend als een van de belangrijkste werken uit de Ro-
meinse literatuur. Erg opvallend aan de verhalen is dat de goden
niet verheven en onaantastbaar zijn, maar mee gebukt gaan onder
alles wat menselijk is. Greet, Linda en Femke gingen weliswaar
niet met de originele teksten aan de slag, maar met de herwerking
van Benjamin Verdonck (acteur/theatermaker die met het gezel-
schap De Roovers de verhalen van Ovidius eerder al speelde).
‘Benjamin Verdonck heeft de verhalen zintuiglijker gemaakt, meer
tastbaar’, aldus Greet Jacobs. ‘Neem nu het verhaal van Atalanta.
Alle mannen willen Atalanta, maar zijzelf is niet geïnteresseerd.
Op een dag komt er een man die haar opnieuw het hof maakt.
‘Een acteeropleiding is een
gevecht met jezelf, maar het is een
proces waar je door moet.’
THEATERSTUDENTEN
HET RITS STAAT VOOR
CREATIEVE VERANTWOORDELIJKHEID
10 | EhB!magazine 13
Wat precies het Ding an sich inhoudt, hoe we de term Wereld-
geest moeten begrijpen en of de vrije wil überhaupt bestaat, is
allerminst de opzet van het Filosofisch Intermezzo. Veel meer
dan over de absolute waarheid gaat filosofie in de eerste plaats
namelijk over uzelf leren kennen. De bedoeling van het project is
dan ook om studenten te confronteren met de vooroordelen die
ze hebben over Brussel. ‘Het is de laatste jaren enorm verbeterd,
maar we kunnen niet ontkennen dat heel wat studenten nog altijd
een verkeerd beeld hebben over Brussel’, aldus Ward Hermans,
docent en filosoof van opleiding. ‘Specifiek voor de bachelorop-
leiding Kleuteronderwijs is dat een probleem omdat Brussel met
een tekort aan leerkrachten kampt. Met ons filosofieproject tonen
we hen Brussel zonder het te beschrijven. Zonder per se te wijzen
op de positieve, mooie dingen. We willen liever weten wat de stad
in hen los weekt en hoe ze daar mee omgaan. Het is een vorm
van introspectie om aan te tonen dat de vooroordelen veelal bij
hunzelf liggen en maar zelden worden bevestigd in de stad.’
Het Filosofisch Intermezzo voor de studen-
ten Kleuteronderwijs is iets uniek in het
Vlaamse onderwijslandschap. Met Brus-
sel als decor worden de toekomstige leer-
krachten een week lang ondergedompeld
in zelfkennis. ‘We willen hun blik verruimen
door ze te confronteren met zichzelf’, legt
Ward Hermans uit, docent en projectleider.
‘Of in de woorden van Socrates: Ken uzelf
en u kent de wereld.’
BRUSSELS ONDERWIJS
ALS KOMPAS VOOR
KEN UZELF EN
U KENT BRUSSEL
FILOSOFIE
EhB!magazine 13 | 11
Kan u een concreet voorbeeld geven van een oefening tijdens de
filosofische week? Misschien aan de hand van een filosoof?
Hermans: ‘Over filosofen als Kant, Hegel, Nietzsche,… hebben we
het niet. Niet alleen is dit van een intellectueel erg hoog niveau,
het is allemaal ook erg abstract. We kunnen er niet onmiddel-
lijk iets mee. Wij werken heel concreet rond een thema zoals
bijvoorbeeld recht-
vaardigheid. De stu-
denten volgen dan
een openbare zaak
in het gerechtsge-
bouw waarna ze het
centrum worden
ingestuurd met de
opdracht hun sentiment te fotograferen. In een ander project
vragen we de studenten om zich voor te stellen aan de hand van
voorwerpen die ze in een doos verzamelen. Bijvoorbeeld: iemand
danst en steekt balletschoenen in de doos. Als dansen zoveel
betekent voor die persoon dat het iets zegt over zijn of haar per-
soonlijkheid is dat goed. Maar we vragen de studenten ook om
dieper te kijken en met metaforen iets te vertellen over zichzelf.
Een student stak bijvoorbeeld een ajuin in de doos waarmee hij
wou vertellen dat hij net als een ajuin uit vele laagjes bestaat
alvorens tot de kern te komen. Door abstract na te denken, leren
de studenten op een andere manier naar zichzelf kijken, maar ook
naar hun medestudenten en de omgeving rondom hun.’
Hoe past Brussel precies in dat plaatje?
Hermans: ‘De opdrachten spelen zich af in Brussel. Een plaats
waar we bijvoorbeeld vaak afspreken is Kuregem, een "minder
populaire" buurt van Brussel met veel inwoners van allochtone
afkomst. Vooraf vraag ik de studenten om zich te informeren over
Kuregem. Voor studenten betekent dat zoveel als naar YouTube
surfen. Op basis van die filmpjes krijgen ze geen fraai beeld van
de buurt. Je ziet ook dat de studenten aanvankelijk niet helemaal
op hun gemak zijn, maar gaandeweg de opdrachten komen ze
losser. Achteraf praten we over hun ervaring en al snel worden
de vooroordelen doorprikt. Naast de problemen zien ze nu ook de
mogelijkheden. Dat is iets wat altijd terugkomt in hun reflecties,
een evaluatie die ze moeten maken over de week. Sta me toe uit
één van deze reflecties een stukje voor te lezen (Ward Hermans
neemt het verslag van één van zijn studenten erbij): "Mijn kijk op
Brussel is verbreed. Ik ben vertrokken met oogkleppen voor mijn
ogen en zag alleen maar datgene dat in mijn vizier kwam. Dat was
eerst niet veel goeds. Ik zag het vieze en het vuile dat deze stad
heeft. Naarmate de week verliep, kreeg ik een bredere kijk op deze
stad. Mijn oogkleppen gingen open en ik zag de stad waarvoor ze
staat: een multiculturele samenleving. Hoe komt het toch dat we
allemaal zo verschillend zijn en toch allemaal zo gelijk?"
Helpt dit de studenten ook bij hun stages? Of nog straffer, maakt
het ze warm om in Brussel les te geven?
Hermans: ‘Zeker weten, al valt dat natuurlijk moeilijk te meten.
De opdrachten in Kuregem helpen hen bijvoorbeeld ook om zich
te verplaatsen in de leefwereld van sommige kleuters. Zoals zij
Kuregem aanvankelijk als vreemd en bedreigend ervoeren, zo
is ook een anderstalige kleuter angstig wanneer hij of zij in een
klasje komt waar hij niemand kent en de taal moeilijk begrijpt. De
studenten krijgen een andere, bredere kijk op de situatie en dat
geeft hen vertrouwen. Zelfkennis blijft tenslotte het begin van alle
wijsheid. Daarom ook dat we in de gesprekken de nadruk leggen
op leren luisteren. In een diverse stad als Brussel klinken namelijk
veel meningen vanuit verschillende culturele achtergronden. In
de klas zullen ze dat
ook tegenkomen.
Daarom is het be-
langrijk dat studen-
ten de verschillende
meningen leren be-
schouwen zonder ze
meteen te accepte-
ren of aan te vallen. Door te luisteren en hun eigen mening op de
achtergrond te houden leren ze meer en kunnen ze makkelijker
bewegen tussen de verschillende meningen en gedachten. We
hanteren een organische manier van filosoferen die ook aanleunt
bij de socratische methode. We vertrekken namelijk vanuit de
enige zekerheid die Socrates biedt: Ik weet dat ik niets weet. Van
daaruit gaan we op zoek naar kennis door te luisteren naar ande-
ren en te kijken voorbij de vooroordelen.’
Filosoferen de studenten ook effectief met de kleuters tijdens hun
stages?
Hermans: ‘Ja, dat gebeurt en het wordt begeleid ook. Maar in de
toekomst willen we het nog intensifiëren. In onze contacten met
stageplaatsen is dat vaak één van de gespreksonderwerpen. Al wil-
len we uiteraard niets opdringen. Onze studenten zijn er tenslotte
om het vak in de praktijk te leren. Desalniettemin ben ik er van
overtuigd dat ze een degelijke bagage hebben om te filosoferen met
kleuters. Tijdens het Filosofisch Intermezzo krijgen ze ook les van
Inge Duytschaever, een filosofe die van filosoferen met kinderen
haar vak heeft gemaakt. Van haar krijgen onze studenten praktische
tips rond de aanpak van een filosofisch gesprek met kleuters. Ze
leert hen bijvoorbeeld dat kleuters een signaal en grenzen in tijd
en ruimte nodig hebben om te filosoferen. Bijvoorbeeld door de
gordijnen te sluiten en een kaarsje aan te steken weten de kleuters
dat er op dat moment dingen kunnen worden gezegd die ze anders
moeilijker kunnen zeggen. Of onze studenten leren bijvoorbeeld
hoe ze onderwerpen kunnen aanreiken vanuit een prentenboek.
Naast deze theoretische kennis, hebben onze studenten ook al
een praktische ervaring op zak nog voor ze aan hun stages be-
ginnen. Tijdens de Boekenbende (Een Brussels leesproject) gaan
onze studenten namelijk voorlezen bij kinderen uit sociaal zwakkere
milieus. Ze stellen zich aan de kinderen voor met de objecten uit
hun doos. Met de filosofische bagage op zak merken we dat dit
project aanzienlijk vlotter gaat. De studenten zijn meer zelfzeker
in het benaderen van de kinderen. Het zou dus erg mooi zijn als ze
zich in hun verdere loopbaan kunnen bekwamen in deze aanpak.
Want het loont voor iedereen. Sta me toe om nog eens te quoten
uit een verslag van een student: "Alles draait om open staan voor
anderen. Anderen die misschien anders zijn, maar diep van binnen
toch hetzelfde. De kunst is om elkaar te aanvaarden in het unieke,
het bijzondere van ieder mens."
LERAREN
OPLEIDING
‘De filosofische week opende mijn ogen.
Ik zie nu ook de mogelijkheden van de stad.’
12 | EhB!magazine 13
Binnen de bacheloropleidingen en de kunstopleidingen van EhB
is momenteel een groot veranderingsproces bezig. EhB moet im-
mers net als elke andere hogeschool voldoen aan de eisen van
de NVAO. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is
een onafhankelijk orgaan dat oordeelt over de kwaliteit van het
hoger onderwijs. De verwachtingen van het NVAO zijn duidelijk.
Opleidingen mogen geen statisch gegeven zijn, maar moeten mee
evolueren met de samenleving en het bedrijfsleven. Opleidingen
moeten dus voortdurend innoveren om te slagen voor de visita-
tiecommissies (de inspectie, zeg maar). Anneleen Verckens en
Véronique Vandenbossche kijken er bij EhB op toe dat de cur-
ricula blijven voldoen aan de NVAO-normen. ‘Uiteraard is het
een verplichting, maar we doen dit ook omdat we erin geloven
dat kwalitatief hoogstaand onderwijs zich voortdurend moet ver-
nieuwen om maatschappelijk en economisch relevant te blijven’,
klinkt het overtuigend bij beide adviseurs.
Hoe wordt zoiets dan concreet ingevuld? Stel, je hebt vak X en vak
Y waarbij docenten X en Y onafhankelijk van elkaar voor hun vak
instaan. Beide vakken bevatten relevant lesmateriaal, maar beide
INNOVATIE
vakken zijn ook wat verouderd. Samen met de opleidingshoofden
en docenten ‘renoveren’ Anneleen en Véronique de opleiding met
bijvoorbeeld als resultaat: vak Z. ‘Zulke dingen gebeurden na-
tuurlijk vroeger ook al’, leggen beiden uit. ‘Het verschil is dat we
vandaag aan de curriculumvernieuwing ook een onderwijsver-
nieuwing koppelen. Vak Z moet meer zijn dan een samensmelting
van vak X en Y waarbij de les een optelsom is van de kennis van
docent X en Y. Neen, we kijken nu veel sterker naar de doelstel-
lingen van de vakken en hun rol in het hele curriculum. Op basis
daarvan sporen we de docenten aan om de inhoud grondig te
evalueren en te focussen op gepaste werk- en evaluatievormen.
Zie je, heel de onderwijsstructuur wordt dan anders. Docenten
gaan veel meer samenwerken. Dit maakt de lessen ook dynami-
scher en meer afwisselend. Bovendien hangt de student voor zijn
beoordeling vaak niet meer af van één docent.’
De opleiding Verpleegkunde kreeg bijvoorbeeld recent een make-
over en ook de opleiding Office Management werd al grondig
getransformeerd. Met succes. ‘We werken altijd vanuit een toe-
komstgerichte blik’, klinkt het. ‘Wat moeten onze studenten ken-
nen en kunnen als ze op de arbeidsmarkt komen? Van daaruit
wordt de opleiding ingericht. Om dit te ondersteunen richten we
workshops op maat in voor de docenten. Docenten die uit de
praktijk komen, bieden bijvoorbeeld een enorme meerwaarde in
praktijkgericht onderwijs, maar zijn didactisch soms weinig cre-
atief omdat ze er minder in onderlegd zijn. Zij zien die beperking
zelf ook en willen het zelf ook graag anders. Zowel rond didactiek
als methodiek organiseren we workshops. Erg stimulerend is ook
dat de vragen veelal zelf van de docenten komen. Ze kijken kri-
tisch naar zichzelf en er is een grote bereidheid om bij te leren. Dat
maakt onze job erg dankbaar!' sluiten Anneleen en Véronique af.
ONDERWIJS
MOET

ZICHZELF

‘Zorgen dat onze opleidingen up-to-date blij-
ven en ze voortdurend blijven stroomlij nen
met de evoluties in het werkveld’, aldus Anne-
leen Verckens en Véronique Vanden bossche
over hun functie. Beide zijn adviseur Onder-
wijs en ondersteunen zo de docenten bij het
innoveren van het opleidingscurriculum.
HOOGSTAAND
BLIJVEN VERNIEUWEN
EhB!magazine 13 | 13
IWT KORT
NIEUWS
NIEUW
LOGO VOOR
HET KONINKLIJK
CONSERVATORIUM
BRUSSEL
In september, bij de proclamatie van de stu-
denten en bij de ontvangst van de nieuwe
eerstejaarsstudenten, heeft directeur Peter
Swinnen met de nodige trots een nieuwe
logo voorgesteld voor het Koninklijk Con-
servatorium Brussel | School of Arts. Dat
betekent het einde van het oude logo dat
nog uit de jaren ’80 van de vorige eeuw
dateert. Het logo bevat een rood illustra-
tief element dat perfect combineerbaar is
met het logo van EhB en het mag oprecht
dynamisch en hedendaags genoemd wor-
den. Wat u erin ziet mag u zelf bepalen: een
wervelend orgel, pianotoetsen, snaren van
een instrument, houten klankstaven van een
xylofoon, kiest u maar!
RITS WORDT PARTNER
VAN THEATERSCHOOL IN
LUBUMBASHI
L’Ecole du Théâtre de Lumbumbashi (E.T.L.) en het RITS slaan de handen in elkaar
en gaan op zoek naar een langdurig partnership. Het E.T.L. is verbonden met
de Université de Lubumbashi. Docenten van het UNILU en andere kunstenaars
geven de huidige opleiding vorm, maar ze doen dat vooral uit idealisme want
de vergoeding is minimaal. Het pedagogisch programma is nochtans ambitieus
en de competenties bij de docenten volstaan ruimschoots. Ritsdocent Stef De
Paepe zal in het kader van zijn onderzoek aan het RITS naar Lubumbashi terug-
keren om er met het E.T.L. samen te werken. Jan Vromman kreeg bovendien een
subsidie om ginder met studenten een documentaire te realiseren. Het RITS zal
verder niet alleen studenten en docenten uit Lubumbashi ontvangen, maar zal
ook gespecialiseerde workshops organiseren in Lubumbashi.
Waaraan is een zwaar verkeersongeval te wijten? Was de bestuurder afgeleid
door z'n smartphone? Of is het verkeersongeval een gevolg van het overlijden
van de bestuurder? Forensisch onderzoek bij zware verkeersongevallen zou
hierop een antwoord kunnen geven. Het was het onderwerp van een succes-
volle studiedag die op dinsdag 15 september plaatsvond aan het departement
Gezondheidszorg & Landschapsarchitectuur van de EhB. Op deze studiedag,
die zich richtte tot de lokale en de federale politie, kwamen verschillende
deskundigen aan het woord, die elk vanuit hun specifieke discipline de mo-
gelijkheden en beperkingen in beeld brachten. In de namiddag nam Sergeant
Luis Taborda plaats achter het spreekgestoelte. Hij is supervisor van de Traffic
Homicide Unit van de politie van Miami. Hij lichtte aan de hand van enkele
cases toe hoe een zwaar verkeersongeval in Florida wordt onderzocht volgens
dezelfde principes als een klassiek moordonderzoek. Ook VTM kwam langs
voor een reportage.
ZIN EN ONZIN VAN
FORENSISCH ONDERZOEK
BIJ ZWARE
VERKEERSONGEVALLEN
MAKE IT WORK:
EEN TOEKOMST
IN WETENSCHAP EN
TECHNIEK
Om het moeilijke imago van de STEM-sector te
verbeteren, pakt de cel Wetenschapscommu-
nicatie van de Universitaire Associatie Brussel
uit met een vervolgproject op het succesvolle I
Love IT. Make IT Work bestaat uit twee delen.
Op vrijdag 24 oktober 2014 gaat het officieel
van start met een kick-off event op de campus
van de Erasmushogeschool. Via o.a. 3D printen,
virtual reality, motion capture en direct contact
met bedrijven uit de STEM-sector wil Make IT
Work jongeren enthousiast maken voor techniek
en wetenschap. Het tweede deel van Make IT
Work bestaat uit vier unieke trajecten met telkens
vier opbouwende workshops in de periode van
januari tot mei 2015. Inschrijven op de workshops
kan via www.make-it-work.be.
14 | EhB!magazine 13
De Usambara Mountains in Tanzania, we kunnen ze beschrijven,
maar u zal nooit geloven dat we het over Afrika hebben. Bossen,
rotsbergen, watervallen, graslanden… googel het best zelf even
om er een beeld van te krijgen. ‘Als ze je blind zouden afzetten
in Usambara en je moest raden waar je was, zou je in eerste
instantie gokken op een Europees gebergte’, vertelt Steven Goos-
sens, naast opleidingshoofd ook docent Plantenleer. ‘Het gebied
wordt niet voor niets ostafrikanische Schweiz (Oost-Afrikaans
Zwitserland) genoemd. Usambara past in geen enkele voorstel-
ling die je van Afrika hebt. Het landschap heeft heel wat Europese
karakteristieken, maar er zijn ook genoeg details die zeggen dat
je niet in Europa bent. Usambara is een landschap zoals je nog
nooit gezien hebt.’
Het Usambara gebergte ligt in het noordoosten van Tanzania en
trekt de grens met Kenia. Het gebied meet ongeveer een Belgische
provincie groot en ligt op 2000 tot 2500 meter hoogte. Door deze
ligging heeft Usambara een koeler, aangenamer klimaat dan de rest
van het land en de ruime omgeving. Als het in Dar es Salaam, de
grootste stad van Tanzania, zweten is bij 40 graden schommelt
het kwik in Usambara rond de 25 graden. Een zomerklimaat in
Zwitserland om de vergelijking door te trekken. Omwille van het
klimaat is het ook een erg vruchtbare regio. En een zacht klimaat
en rijke landbouwgronden trekken uiteraard veel volk. Ondanks de
weidse landschappen, de onherbergzame rotsgebieden en de verre
uitzichten is het gebied dus erg druk bevolkt. En dat heeft natuurlijk
zijn weerslag op de omgeving. ‘Al in de koloniale tijden heeft het
landschap hier zwaar onder geleden’, vertelt Steven Goossens.
‘Omwille van het klimaat en de agrarische gronden was dit gebied
erg gegeerd bij de koloniale heersers. De Duitsers hebben het rond
1890 ingepalmd en zijn pas na de eerste wereldoorlog weer ver-
trokken. Ze werden opgevolgd door de Britten. In deze tijd werd
zeer veel schade berokkend. Zo werden grote delen van het national
forest gekapt met grote milieu- en sociale problemen tot gevolg.
Denk maar aan erosie, waterbevoorrading, ziektes,…. In de koloniale
periode zelf heeft men deze fouten deels ingezien en is men gestart
met herbebossen. Helaas vaak met uitheemse soorten en zonder
veel inzicht en kennis van de specifieke omstandigheden. Van de
meeste herbebossingspogingen kan je vandaag nog de gevolgen
zien. Een kaalkap ongedaan maken is niet evident. Je kan de natuur
niet zomaar zijn gang laten gaan en denken dat het automatisch
wel terug goed komt.’
DOOR ELKAARS BRIL KIJKEN
Om het inventariseren en herstellen van het landschap in goede
banen te leiden, werd drie jaar geleden gestart met het project
Sheirude, wat staat voor sharing environmental information to sti-
mulate creativity for rural development. Vrij vertaald: het delen van
omgevingsinformatie om de landschapsontwikkeling te stimu-
leren. De KU Leuven coördineert het project, maar nodigde EhB
uit om mee te werken. ‘Het inventariseren van het landschap
is een belangrijk luik van ons werk, maar even belangrijk is de
samenwerking met de mensen uit het Usambara gebied’, legt
Steven Goossens uit. ‘We wilden niet opnieuw de kolonisten
uithangen die het beter weten, maar samenwerken, samen ont-
dekken en samen instrumenten ontwikkelen. Zo hebben wij bij-
Steven Goossens, opleidingshoofd Land-
schaps- & Tuinarchitectuur, werkte de af-
gelopen vier jaar regelmatig in Tanzania.
In het betoverende Usambara gebergte
tekende hij mee een herstelprogramma
uit voor de natuur en het landschap. ‘De
kennis die ik er opdeed heeft ook onze op-
leiding versterkt’, aldus Steven Goossens.
NOOIT
GEZIEN
HEEFT U NOG
ZO’N
LANDSCHAP
INTERNA-
TIONAAL
EhB!magazine 13 | 15
voorbeeld gesproken met een medicijnman. Je kan zo’n man zijn
medische kennis in twijfel trekken, maar hoe dan ook heeft hij
een ongelooflijke kennis van planten en kruiden. Niemand weet
beter welke gewassen er in Usambara allemaal te vinden zijn en
waar ze groeien. Wij hebben een hele dag met hem opgetrokken.
Onvoorstelbaar boeiend was dat en een goede manier om door
hun bril naar het landschap te kijken. Het is tenslotte hun land.
Een land waar bovendien van moet worden geleefd. Dat is iets wat
wij in eerste instantie anders zien. Het landschap is voor hen geen
puur natuurgebied met intrinsieke waarde, maar staat in dienst
van de mens. Niet natuurwaarde, noch esthetiek zijn voor hen
prioritair. Het landschap moet hen dienen, ze moeten er van kun-
nen leven. Samen met het team konden we de lokale overheden
en bevolking er wel van overtuigen om bij het herstel te waken
over de milieukwaliteit en een evenwichtig ecosysteem omdat
dit ook op lange termijn loont voor de landbouwactiviteiten en de
waterkwaliteit. Daarnaast leerden we hen ook enkele toeristische
troeven te zien. Verdeeld over het landschap stoot je regelmatig
op koloniale architectuur en infrastructuur uit de 19de en 20ste
eeuw. Prachtige constructies, maar dikwijls in verval. De lokale
overheden zagen echter niet meteen de mogelijkheden inzake
toerisme, dus wij wezen hen daarop.‘
‘Ons team bestond uit biologen, bio-ingenieurs, planologen,… ‘,
voegt Steven Goossens nog toe. ‘Als landschapsarchitect was het
mijn taak om de verschillende bevindingen, aspecten en ideeën van
de teamleden te verzamelen en tot één duurzaam geheel te weven.’
CREATIEVE DENKERS
Het project werd afgelopen zomer formeel beëindigd na drie jaar
samenwerken. In die tijd reisde Steven Goossens verschillende
keren naar Tanzania. Op zijn voorlaatste reis konden er twee stu-
denten mee. ‘Ook zij trokken ogen toen zij het landschap voor het
eerst zagen’, legt Goossens uit. ‘Voor onze studenten is het dan
ook een zeer wenselijke ervaring. Het landschap is zo boeiend. De
eerste keer dat je door een national forest loopt, weet je niet wat
je ziet. Wij kunnen ons weinig voorstellen bij een oerbos. Voor
plantenleer bijvoorbeeld biedt dat een schat aan informatie. De
kennis die ik er opdeed, probeer ik ook systematisch door te geven
tijdens mijn lessen. Zonder enige twijfel heeft deze ervaring het
curriculum van de opleiding versterkt.’
Samen met Gent is Brussel overigens de enige Vlaamse hoge-
school die de opleiding Landschaps- & Tuinarchitectuur aanbiedt.
Een Master bestaat er niet. ‘Vlaanderen is daarmee de enige in
West-Europa’, aldus Goossens. ‘Zelfs Wallonië heeft zijn Mas-
ter. Nu, we moeten ons ook niet blind staren op de term. Onze
bacheloropleiding staat erg hoog aangeschreven. Bovendien is
het ook zo dat wij veel studenten hebben die al een diploma op
zak hebben. Veelal zijn dat bio-ingenieurs, geologen, biologen,
architecten,… Je zou denken dat zij met de vingers in de neus
slagen, maar dat is niet noodzakelijk zo. De theorie vormt voor
hen meestal geen probleem, maar het is meer dan dat. Onze stu-
denten moeten heel sterk ruimtelijk kunnen denken en erg creatief
zijn. Dat vraagt tijd en het is niet iedereen gegeven. Maar je merkt
dat de opleiding terrein wint. Wereldwijd wordt namelijk steeds
harder ingezet op de leefbaarheid van steden. Landschaps- en
tuinarchitecten zijn essentieel voor een geslaagde stedenbouw.
Wij worden specifiek opgeleid om ook de publieke ruimte kwa-
litatief vorm te geven en om groene zones te verweven met de
functies die een stad vervult. De volgende jaren zal het belang van
onze opleiding dan ook alleen maar toenemen.’
NOOIT
GEZIEN
LANDSCHAP
16 | EhB!magazine 13
OPENING
Oud-studenten van de organiserende departementen Manage-
ment, Media & Maatschappij en Design & Technologie vormden
een rode draad in het programma van het openingsevent. Eerst
waren er de sofagesprekken. Katrien Pauwels, afgestudeerd in
Communicatiemanagement, startte met haar partner koffiebran-
derij OR Koffie. “Toen ik 18 was”, zei de Oost-Vlaamse tijdens het
sofagesprek, “stapte ik van de Brusselse metro en startte mijn
leven!” Ze kwam met een nieuwsgierig hart naar de stad en was
niet teleurgesteld. “Mijn vrienden wilden toen naar Gent, maar
ik ben echt heel blij dat ik hier kon studeren”. Nu heeft ze al twee
koffiebars in Brussel en een in Gent.
Rik Potoms is nog student aan de EhB en (in z’n vrije tijd) me-
deoprichter van Velofabrik, dat fietsen wil produceren voor en
door Brusselaars. Met het initiatief hoopt hij een steentje bij te
dragen tot een betere mobiliteit én meer werkgelegenheid voor
laaggeschoolden in de stad. Ook student Toegepaste Informa-
tica Roeland De Smedt werkte met een heel team een specifiek
project uit voor Brussel: een tool voor de VDAB om Brusselse
werkzoekenden te helpen met het vinden van een job. Met zo’n
project gaat EhB bewust in op reële vragen van de markt. Wat
begon als een wedstrijd – winst 2000 euro! - wordt momenteel
ontwikkeld tot een echte app. “Het is veel leuker om met een
echte opdracht bezig te zijn en het reële nut ervan in te zien”,
aldus Roeland tijdens zijn sofa-interview.
De (oud-)studenten kwamen ook aan het woord tijdens een
dynamische video die gedraaid werd door productiehuis Urban
Stories van eveneens een alumnus, nl. journalist Job Van Nieu-
wenhove. De geïnterviewden werden gevraagd naar hun band
met Brussel. Julie De Blick kwam als studente uit Antwerpen
om Hotelmanagement in Brussel te studeren en ze werkt er nog
steeds. “Ik heb echt bewust voor EhB gekozen omdat ik gewoon
Brusselminded was,” zegt ze. “Ook het internationale karakter
van de stad was essentieel”. Rita Jashari is alumnus Communi-
catiemanagement en maakt nu deel uit van het jongereninitia-
tief 54Kolaktiv. Met Discobar Bruxelles bieden zij een mobiele
en professionele geluidsinstallatie aan voor de Brusselse jeugd,
ook organiseren ze muziek- en techniekworkshops. Volgens haar
moeten studenten de stad ontdekken via stages en door op pad
te gaan, om zo van de stad te leren houden. Ze nodigt alvast
studenten uit naar haar eigen jongerencollectief.
Sam Coenen, student Multec, toonde in de videobijdrage de app
die hij in samenwerking met het Fablab voor het cultuurevent
Festival Kanal ontwikkelde. Het is opnieuw een perfect voorbeeld
hoe de opleidingen in contact komen met Brussel. Die verankering
maakt dat EhB echt een impact heeft op de stad die haar omringt.
Let’s Connect! Dat was het thema van de
feestelijke opening van het academiejaar
’14-’15 van de Erasmushogeschool Brussel.
Een niet toevallig gekozen onderwerp, uiter-
aard, want de hogeschool zoekt op verschil-
lende vlakken verbinding met haar omge-
ving en met haar stakeholders.
WIL DE CONNECTIE MAKEN
ERASMUSHOGESCHOOL
EhB!magazine 13 | 17
LED staat voor Laagdrempelig Expertise- en Dienstverlenings-
centrum, een initiatief dat de praktische kennis van hogescholen
linkt aan de noden van startende bedrijven en/of organisaties met
een maatschappelijk belang. De winst is dubbel. De studenten
doen gerichte praktijkervaring op en het startende bedrijfje staat
niet meteen voor immense investeringen op de privé-markt. De
Erasmushogeschool startte zo een LED op voor de bachelor-
opleidingen Toegepaste Informatica (Dig-X) en Multimedia &
Communicatietechnologie (Multec). Organisaties en bedrijven,
vooral start-ups, die een app willen bouwen, maar (nog) niet
over de nodige budgetten of ervaring beschikken, kunnen via het
LED aankloppen bij de digitale experts van EhB. Samen met de
studenten wordt dan een prototype ontwikkeld en een strategie
uitgestippeld. ‘Dit project is een ideale leerschool voor de studen-
ten, maar het kadert natuurlijk ook in onze rol als maatschappe-
lijke dienstverlener’, legt Annick Dhooge uit, projectleidster voor
het LED. ‘Een hogeschool is namelijk veel toegankelijker dan een
bedrijf. Bij ons kunnen vzw’s en starters vrijblijvend een traject
opstarten rond de bouw van een mobiele applicatie. Nog lang
niet iedereen is namelijk vertrouwd met deze digitale technologie.
Daarom heerst er best nog veel drempelvrees om de privé-markt
op te stappen. Maar uiteraard verlenen we deze dienst niet aan
iedereen. Bedrijven met een eigen R&D-afdeling of multinationals
met veel geld zijn niet onze doelgroep. We willen stimulerend
werken, niet marktverstorend.’
Vorig academiejaar ontving het departement 35 aanvragen bin-
nen het LED Mobiele Apps. 16 van die vragen leidden tot con-
crete samenwerkingen tussen bedrijven en/of organisaties met
docenten en studenten. Zo ontwikkelden de studenten onder an-
dere een app voor het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Een ander mooi project is Westkans, een organisatie die toekijkt
op de vlotte toegankelijkheid aan de kust voor mensen met een
handicap. ‘Wij hadden een zeer minimaal budget om een app te
laten bouwen’, legt Niki Vervaeke van Westkans uit. ‘Het LED
aan de Erasmushogeschool was dan ook een zegen voor ons. Zij
hebben meteen een project opgestart waarbij studenten werden
ingedeeld in vijf groepjes en een voorstel moesten ontwerpen. Uit
die voorstellen hebben wij een app gekozen waarna EhB twee
studenten heeft aangeduid om als jobstudent de app af te wer-
ken. Allemaal erg professioneel. Van het eerste contact tot de
uiteindelijke app is alles erg vlot gelopen.’
Ook voor dit jaar zijn er al heel wat vragen binnengekomen via het
LED. ‘Voor onze studenten is dat een enorme stimulans’, voegt
Christophe Benoit toe, LED-projectmedewerker. ‘Ze raken vertrouwd
met het werkveld. Er is rechtstreeks contact met de klant, ze leren de
taken in hun team efficiënt te verdelen en dragen een verantwoorde-
lijkheid over hun product. Een app verkopen aan een klant is namelijk
toch iets anders dan punten krijgen van een docent. Het LED is dan
ook de ideale link tussen de opleiding en het werkveld.’
DIGITAL
LED
GEEFT
AAN CV
BOOST
‘Ervaring vereist’, zo staat het vaak op va-
catures. Voor pas afgestudeerden vormt
deze voorwaarde uiteraard een struikel-
blok. Met het LED Mobiele Apps hebben
de opleidingen Dig-X en Multec echter
een gedroomd programma in huis om
studenten praktijkgerichte ervaring mee
te geven. ‘Het LED is meer dan een sta-
ge’, aldus Annick Dhooge en Christophe
Benoit. ‘Deze projecten staan als een re-
levante werkervaring op hun cv.’
DIENST
VERLENING
EXPERTS
18 | EhB!magazine 13
OUD-STUDENTE
VOL LOF OVER
OFFICE MANAGEMENT
IEDEREEN UIT MIJN
KLAS HEEFT WERK
‘Welkom in Colruyt-land’, zou op een bord kunnen staan wanneer
je Halle binnenrijdt en de weg naar Lot volgt. ColliShop, Okay,
Bio-Planet, DreamLand, … het hele arsenaal uit de Colruyt Group
is hier gevestigd. Meer dan 25.000 werknemers telt het familie-
bedrijf ondertussen. Niet verwonderlijk dus dat een flink deel van
de Brusselse zuid- en westrand aan de slag is bij Colruyt. Zo ook
Kelly, uit de buurt van Ninove. Drie jaar geleden ging Kelly aan de
slag als directie-assistente van de algemeen directeur non-food
bij Colruyt Group. Hieronder zitten de afdelingen DreamLand
(speelgoed), Dreambaby (babyspecialist) en ColliShop (On-
linewinkel). ‘Voor ik bij Colruyt terecht kwam, heb ik nog in een
advocatenkantoor gewerkt en bij een recruteringskantoor’, aldus
Kelly. ‘Meteen na mijn studies had ik werk, maar het was niet
meteen wat ik zocht. Bij Colruyt zit ik wel op mijn plaats. Mijn job
omvat veel meer dan agendabeheer, al hoort dat er natuurlijk ook
bij. Ik ondersteun de directeur eigenlijk op alle mogelijke vlakken
zodat hij zich kan concentreren op het strategische luik. Zo maak
ik afspraken met leveranciers, externen en journalisten, filter de
post, denk mee over de vergaderstructuur, enz. Eigenlijk ben ik
de rechterhand van de directeur en tegelijkertijd de schakel tus-
sen de verschillende afdelingen en de directie. Collega’s kloppen
bij mij aan met allerlei wensen en bekommernissen. Het is mijn
taak om die input te filteren en door te sluizen naar de directeur.
Bij Colruyt heb ik een volwaardig takenpakket als office manager.’
‘Toen ik afstudeerde was ik perfect voorbe-
reid op de job die ik vandaag doe. En als ik
zie hoe de opleiding ondertussen nog is ver-
sterkt, heb ik zin om mijn studies nog eens
over te doen’, aldus Kelly Casteleyn, die zes
jaar geleden afstudeerde aan de opleiding
Office Management. Ondertussen werkt
Kelly als directie-assistente bij Colruyt
Group. ‘Ik zie nog regelmatig de mensen uit
mijn klas. Allemaal hadden we meteen na
onze opleiding een job. Velen hadden zelfs
al een job nog voor ze waren afgestudeerd.’
EhB!magazine 13 | 19
WERKZEKERHEID
Over de opleiding Office Management heersen nogal wat misver-
standen. Sommigen menen dat de opleiding niet meer is dan een
veredelde cursus Secretariaat. Dat beeld is natuurlijk pertinent
onjuist. Sowieso is het een volwaardige professionele bachelor die
bovendien nog eens erg gegeerd is op de arbeidsmarkt. Zelfs zo
gegeerd dat bedrijven bij de school aankloppen om stageplaatsen
aan te bieden in plaats van andersom. Wie naar het lesprogram-
ma kijkt, zal zich daar ook niet over verwonderen. De opleiding
heeft namelijk altijd erg dicht bij de arbeidsmarkt aangeleund en
vorig jaar werd de opleiding nog eens grondig geïnnoveerd. Bij-
zondere aandacht ging daarbij naar de taallessen. In het luik Mul-
tilingual Communication Skills worden vandaag Engels, Frans en
Nederlands op eenzelfde niveau gezet. Dat wil zeggen: het is één
vak met drie talen, maar met één quotering. Voor alle duidelijk-
heid, de Erasmushogeschool is en blijft Nederlandstalig onderwijs.
Wie geen Nederlands kan, slaagt niet. Maar wie enkel Nederlands
kan, slaagt dan weer niet op de internationale arbeidsmarkt die
Brussel is. In Brussel zitten namelijk bedrijven waar geen woord
Nederlands wordt gesproken. ‘Bij Colruyt natuurlijk wel, maar de
meertaligheid van de opleiding is een enorme troef’, bevestigt
Kelly. ‘Voor mij was het talenaanbod één van de voornaamste
redenen om voor de opleiding in Brussel te kiezen. Toen ik aan
de Erasmushogeschool terecht kwam, wist ik meteen dat ik de
juiste keuze had gemaakt. Naast het doorgedreven talenpakket
is er ook een persoonlijk contact met de docenten. Ze zijn veel
meer betrokken bij de projecten die je doet en kennen ook goed
de sterktes en zwaktes van elke student. Je bent geen nummer,
dus de omkadering waarin je studeert is heel anders. De betrok-
kenheid van de docenten is een extra stimulans. Ook Brussel heb
ik eigenlijk pas leren kennen toen ik aan de campus Dansaert-
Bloemenhof ben gaan studeren. Daarvoor kwam ik ook wel in
Brussel, maar dat was enkel om te winkelen. In en uit, om het zo
maar te zeggen. Maar door aan EhB te gaan studeren, werd ik
aangenaam verrast door Brussel. Het is zo’n toffe stad met toffe
cafeetjes, kleine gezellige straatjes, imposante gebouwen en zeker
en vast ook met een heus studentenleven. Brussel wordt niet echt
gelinkt aan het kotleven, maar dat is volledig onterecht. Naast je
opleiding leer je er ook nog met diversiteit en grootstedelijkheid
omgaan. Iets waar je sowieso mee wordt geconfronteerd als je
ambities hebt om te werken bij een bedrijf van enige standing.
Met mijn klasgenoten van toen kom ik bijvoorbeeld nog twee
keer per jaar samen. Wij werken haast allemaal bij bedrijven als
Coca Cola, BNP Paribas Fortis, KBC,…. Voor zulke bedrijven is
onze meertaligheid misschien wel de belangrijkste meerwaarde.
Maar ook de typische Brusselse houding speelt mee. De stad is
namelijk een Europees bedrijvenpark. Bedrijven zien het als een
troef als je hier hebt gestudeerd.’
RESONANTIECOMMISSIE
Via haar job bij Colruyt zit Kelly ook in de resonantiecommissie
van de opleiding. Deze commissie is samengesteld uit mensen
uit enerzijds het werkveld en anderzijds de opleiding Office Ma-
nagement. Bedoeling van deze vergaderingen is om de opleiding
constant te laten mee-evolueren met de arbeidsmarkt. ‘Voor EhB
is de input van zo’n resonantiecommissie erg belangrijk’, aldus
Kelly. ‘Dat merk je meteen als je rond de tafel zit. Er is veel bereid-
heid om aanpassingen door te voeren die niet altijd evident zijn,
maar waarvan geweten is dat studenten er een mooier CV aan
overhouden. Als ik bijvoorbeeld vandaag naar de opleiding kijk
en ik vergelijk dat met de vakken die ik kreeg, dan zou ik meteen
opnieuw willen beginnen. Sociale media, om maar één voorbeeld
te geven, zijn ondertussen geïntegreerd in het lessenpakket. Zes
jaar geleden was dat nog niet nodig, maar vandaag is het essen-
tieel voor bedrijven om zich via de sociale media of het internet
te profileren en om ook te waken over hun online-imago. Vandaag
leer je dat in Office Management. Daarnaast is er nu ook al vanaf
het eerste jaar stage. Opnieuw erg slim, want nergens leer je het
vak zo goed als op de werkvloer. Discretie bijvoorbeeld is zo’n
bekwaamheid die je niet in theorie kan leren. Als rechterhand van
een directeur is die eigenschap vaak wel een vereiste. Hoe meer
stages je doet, hoe makkelijker het wordt om de gevoeligheid van
een bedrijf te detecteren. De opleiding besteedt ook enorm veel
aandacht aan het continu innoveren, de sleutel tot succes. Dat
merk ik hier elke dag. Colruyt staat bekend als één van de beste
werkgevers van het land en ik kan die reputatie beamen. Ik ben
ambitieus en wil groeien en bij Colruyt liggen die mogelijkheden.
Zowel verticaal als horizontaal, waarmee ik bedoel dat we ook
naar andere functies kunnen doorgroeien. Als office manager ben
ik namelijk erg breed opgeleid. Een collega-studente van mij is
bijvoorbeeld airhostess geworden. Daarom raad ik iedereen aan
om voor de opleiding Office Management te kiezen en ook om
regelmatig op de jobsite van Colruyt te kijken (knipoogt).’
OFFICE
MANAGEMENT
OUD-STUDENTE
VOL LOF OVER
OFFICE MANAGEMENT
20 | EhB!magazine 13
KCB
HART
CONSERVATORIUM
IS EEN
HET
KLOPPEND
’Zonder muziek zou het leven een vergissing zijn’, schreef Nietzsche,
waarmee de filosoof bedoelde dat muziek ons verbindt met de
ware aard der dingen. ‘De filosofie van Nietzsche biedt veel moge-
lijkheden om linken te leggen met de muziek’, zegt Kathleen Coes-
sens. ‘Tijdens mijn lessen ‘Inleiding tot de filosofie’ laat ik studenten
bijvoorbeeld composities ontleden in apollinische (doordacht, be-
heerst) en dionysische (onbeheerst, wellustig) aspecten. Dit zegt
namelijk ook veel over de mens, die voortdurend evenwicht zoekt
tussen passies en structuren.’
Sinds dit academiejaar is Kathleen Coessens het nieuwe oplei-
dingshoofd Muziek aan het Conservatorium. 25 jaar geleden stu-
deerde Coessens af met een hoger diploma Piano en Kamermuziek.
Ze ging aan de slag aan verschillende muziekacademies in het Brus-
selse en startte als werkstudente met een bijkomende opleiding
Filosofie. Twee jaar nadat ze was afgestudeerd aan de VUB kreeg
ze een aanbod om te doctoreren. Zo belandde Kathleen Coessens
op het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie aan de VUB.
In haar artistieke doctoraatsthesis ‘De mens als cartograaf’ be-
schreef ze hoe de mens voortdurend kaarten maakt van zijn kennis
en emoties. Kathleen Coessens was nu musicus en doctor in de
Filosofie. Een diplomacombinatie die erg gegeerd bleek. We zitten
in 2004 en het conservatorium van Antwerpen wou vakken als
Sociologie en Filosofie binnenloodsen in de artistieke opleidingen.
‘De opzet was om de levensbeschouwelijke houding te linken aan
het artistieke’, aldus Kathleen Coessens. ‘Zo kwamen ze bij mij
terecht.’ Tot vorige jaar gaf Coessens het vak ‘Sociologie van de
artistieke praktijk’ in Antwerpen. Omwille van haar expertise werd
ze ook door het Orpheus Instituut in Gent gevraagd om deel uit te
maken van een internationale onderzoeksgroep. Daar bovenop is ze
ook nog verbonden aan de Kunstenplatform Brussel en begeleidt ze
sinds 2009 aan de VUB doctoraatsstudenten in de Kunsten. ‘Met
mijn terugkeer naar het Conservatorium lijkt de cirkel dus rond’,
aldus Kathleen Coessens. ‘Nu, ik geef hier ondertussen ook al twee
jaar het vak ‘Inleiding tot de filosofie’. Ik ben altijd geboeid geweest
door de rol van de kunstenaar in de samenleving. Als nieuw op-
leidingshoofd ga ik dan ook meer bruggen leggen tussen onder-
zoek, onderwijs en kunst. Hoofd, hart en handen, zeg maar. Meer
dan andere opleidingen is onze school namelijk erg gericht op een
persoonsgerichte ontwikkeling van de studenten. Die eigenheid
moeten we blijven behouden omdat de samenleving nood heeft
aan muzikanten, geïnformeerde muzikanten, en aan hun artistieke
kijk op en in de samenleving. Daarnaast bestaat mijn rol vooral uit
het stimuleren en faciliteren van alle ideeën die hier aanwezig zijn.
Het Conservatorium is een kloppend hart en de docenten houden
dat hart aan de gang. Ze zijn de spieren, de zenuwen, de bloeds-
omloop,… Mijn rol is die van het geraamte dat die levensprocessen
moet ondersteunen.’
Kathleen Coessens is het nieuwe oplei-
dingshoofd Muziek aan het Koninklijk
Conservatorium Brussel. Naast ervaren mu-
sicus is ze ook doctor in de Filosofie. ‘Kun-
stenaars hebben een rol in de samenleving.
Het is onze taak om hen daar voldoende op
voor te bereiden.’
EhB!magazine 13 | 21
IWT KORT
NIEUWS
STUDENTE ASTRID VERHOEVEN
COMBINEERT MET SUCCES
LERARENOPLEIDING
EN VELDLOOPCARRIÈRE
Astrid Verhoeven heeft in
juli ‘14 met succes haar 1ste
jaar Secundair Onderwijs
(Lichamelijke Opvoeding-
Bewegingsrecreatie) afge-
rond. Dat is misschien geen
groot nieuws, maar wel als
je weet dat ze ook de vol-
gende titels heeft binnen-
gehaald in 2014: Provinci-
aal Kampioen veldlopen junioren, Vlaams Kampioen veldlopen
junioren, Belgisch Kampioen veldlopen junioren, Winnares van
de Lotto-Crosscup, Provinciaal kampioen 1500m piste junioren
en Vice-Vlaams Kampioen 1500m Alle Categorieën! Dankzij het
Topsportprogramma kan zij beide ambities combineren.
FRANK NOTEN IS
DE NIEUWE DIRECTEUR
VAN HET DEPARTEMENT
ONDERWIJS & PEDAGOGIE
Frank Noten is sinds 1 oktober aan-
gesteld als directeur van het de-
partement Onderwijs & Pedagogie
(dat zijn de Lerarenopleidingen
Kleuter, Lager, en Secundair Onder-
wijs en de opleiding Pedagogie van
het Jonge Kind). Hij kan bogen op
een gevarieerd parcours dat hem
excellent voorbereidde op deze
job. Na zijn opleiding tot leerkracht
lager onderwijs, koos hij voor een master in de pedagogi-
sche wetenschappen aan de VUB. Hij startte zijn carrière
in de HR-sector, stapte over naar consulting maar trok weer
naar het onderwijs als departementshoofd Sociaal Ago-
gisch Werk. In 2008 werd hij aangesteld als bedrijfsdirec-
teur van het Stedelijk Onderwijs in Antwerpen. Hij lag er
aan de basis van het verzelfstandigingsproces en van een
grootschalig cultuur- en structuurveranderingsproces.
Frank Noten: “Vanuit mijn jarenlange ervaring in het werk-
veld heb ik het belang van een professionele lerarenoplei-
ding aan den lijve ondervonden. Zeker in een grootstad als
Brussel, met haar specifieke uitdagingen, draag ik graag mijn
steentje bij. Zo kunnen we samen met de stakeholders dit
maatschappelijk belangrijke departement verder uitbouwen.”
STUDENTEN PEDAGOGIE
VAN HET JONGE KIND
ONTDEKKEN
REGGIOMETHODE IN
BOLOGNA
De studenten van het tweede jaar PJK gingen op zoek naar de
bakermat van de ‘Honderd Talen’. Dit poëtische begrip hoort
bij de pedagogische methodiek die genoemd werd naar de stad
Reggio Emilia, nabij Bologna. De Reggiobenadering bestaat al
ruim 50 jaar en wordt nog steeds verder ontwikkeld. In deze
pedagogiek gaat de begeleider uit van wat kinderen kunnen,
niet van wat kinderen niet kunnen. De studenten ontdekten de
meerwaarde van deze aanpak door kinderdagverblijven en bui-
tenschoolse opvangcentra te bezoeken.
EEN NIEUW RESTAURANT
VOOR CAMPUS KAAI
Er liggen heel wat plannen op tafel voor de Anderlechtse
campus van de EhB. Het verst gevorderd is de bouw van
een nieuw studentenrestaurant. In 2015 wordt met de
bouw gestart, zodat het tegen academiejaar 2016-2017 kan
geopend worden. Het ontwerp is van de hand van BOB361
Architecten en zij hebben gekozen voor veel raampartijen,
maar anderzijds ook voor heel wat specifieke ruimtes. Zo
vinden we op het plan hoekjes terug met intrigerende om-
schrijvingen als salon, café, lounge, kroeg, bar en een heuse
wintertuin … het geeft alvast goesting!
Eens het restaurant klaar is, kan de huidige refter omge-
bouwd worden tot een tv-studio voor de studenten van
het RITS. Ongeveer tegelijkertijd wordt bovendien gestart
met de voorbereiding om de oude turnzaal van het GO! om
te bouwen tot een theaterzaal voor de dramastudenten.
De dienst Facility schrijft hiervoor in de loop van 2015 een
architectuurwedstrijd uit.
HART
CONSERVATORIUM
f
o
t
o

G
a
b
y

D
e

V
o
s
22 | EhB!magazine 13
Allereerst voor het goede begrip: wat is HBO5? De afkorting staat
voor Hoger Beroepsonderwijs niveau 5. Het zijn professioneel ge-
richte beroepsopleidingen die zich situeren tussen het secundair
onderwijs en de professionele bachelors. Met de transformatie van
het hoger onderwijs naar een bachelor-masterstructuur, onder-
tussen weeral meer dan 10 jaar geleden, bleven deze opleidingen
een beetje verweesd achter zonder een duidelijke ‘leerladder’. Het
zijn namelijk de CVO’s (centra voor volwassenonderwijs) die deze
opleidingen inrichten en zij opereerden los van de hogescholen.
Dat moest anders. De HBO5-opleidingen moesten meer dan ooit
een schakel worden tussen het secundair onderwijs en de hoge-
school. De CVO's en EhB stonden dus voor een fikse uitdaging,
maar het resultaat is sinds 1 september een feit. De samenwerking
met het CVO Coovi, het CVO Leuven-Landen-Tienen en het Para-
medisch Intituut Mechelen heeft geleid tot een tiental volwaardige
HBO5-opleidingen die zowel afgestemd zijn op de arbeidsmarkt
als mogelijkheden bieden op een bachelordiploma. ‘De bedoeling
van de samenwerking is dat de HBO5-opleidingen aansluiting
vinden bij een opleiding aan de Erasumshogeschool’, legt Anne
Beyers uit. ‘Iemand kan bijvoorbeeld een HBO5-opleiding volgen
van 90 of 120 studiepunten en daarna via een aanvullend traject
een bachelordiploma halen. Of de omgekeerde weg kan ook. Stel,
iemand begint aan een bacheloropleiding Verpleegkunde, maar het
lukt hem of haar niet om welke reden dan ook. De HBO5-opleiding
biedt een mogelijkheid om even een stapje terug te zetten en daar-
na opnieuw aansluiting te vinden bij de bacheloropleidingen. Niet
iedereen leert namelijk op dezelfde manier of aan hetzelfde tempo.’
Boekhouden, Informatica, Marketing, Syndicaal werk, Openbare
besturen, Hotel- en cateringmanagement, Rechtspraktijk, Biblio-
theekwezen en Verpleegkunde. Dat zijn de opleidingen die EhB
en haar partners momenteel in HBO5 aanbieden en waarvoor de
Erasmushogeschool doorstroming uitwerkt naar de bacheloroplei-
dingen. Niet toevallig sluiten veel van deze opleidingen goed aan bij
de knelpuntberoepen op de arbeidsmarkt. De HBO5-opleidingen
zijn namelijk ingevuld in nauwe samenwerking met het werkveld.
‘Zeker voor een stad als Brussel hebben deze opleidingen een hoge
maatschappelijke relevantie’, weet Anne Beyers nog. ‘We kunnen
er jongvolwassenen mee opvissen die om welke reden dan ook uit
het schoolsysteem zijn gevallen. HBO5-opleidingen bieden hen ook
verschillende mogelijkheden. Ze hebben iets in handen waarmee ze
kunnen verder studeren of ze kunnen er de arbeidsmarkt mee op.
Maar het profiel van de studenten in HBO5 is veel breder. Jongvol-
wassenen met of zonder een diploma, mensen met een job die zich
willen heroriënteren, mensen die gewoon iets willen bijleren, pas
afgestudeerden die zich verder willen bekwamen,… Eigenlijk zie je
nergens in het onderwijslandschap zo’n divers publiek.’
HBO5-OPLEIDINGEN
EhB maakt volop werk van de stroomlij-
ning tussen de HBO5-opleidingen, beter
bekend als de CVO-opleidingen, en haar
bacheloropleidingen. Voor een stad als
Brussel heeft deze ‘integratie’ een bijzon-
dere maatschappelijke relevantie. ‘Deze
opleidingen zijn een uitstekende tweede
kans, maar ook zo veel meer dan dat’, al-
dus Anne Beyers.
NEMEN
VLUCHT
VOORUIT
EhB!magazine 13 | 23
UAB
Kritisch, open, verdraagzaam, pluralistisch en geëngageerd. De
Erasmushogeschool Brussel en de Vrije Universiteit Brussel hebben
dezelfde kernwaarden en ze ontplooien dezelfde kernactiviteiten:
onderwijs, onderzoek en dienstbetoon. Beide instellingen streven
naar een hoger marktaandeel, naar een grotere financiële onafhan-
kelijkheid van de overheid en naar optimale relatie met thuisstad
Brussel. Het beleidsplan van de UAB wil ze helpen om hun doel te
bereiken. “Wat ik belangrijk vind, is dat we de enige associatie zijn
met een stedelijke visie”, zegt Caroline Gennez. “Onze biotoop is
Brussel. We moeten dat stedelijke, multiculturele en internationale
profiel uitspelen als een troef naar toekomstige studenten. Zowel
in Brussel zelf – we moeten immers nog meer studenten uit het
hoofdstedelijk gewest aantrekken – als in Vlaanderen. Zo’n stedelijk
profiel is immers bijzonder aantrekkelijk voor studenten uit Vlaan-
deren die weg willen van de kerktorenmentaliteit.”
DOORSTROOM
De associatie wil haar hogeschool en haar universiteit stimuleren
om het stedelijke imago nog meer uit te spelen, maar ook om ze
beter op elkaar af te stemmen. De UAB wil er alles aan doen om
de doorstroom van studenten van EhB naar VUB en omgekeerd
te bevorderen. Uit een eerste analyse blijkt immers dat nogal wat
afgestudeerden van de EhB verder gaan studeren aan de VUB.
Omgekeerd zijn er VUB’ers die verder studeren of zich herori-
enteren aan de hogeschool. Maar er is hier duidelijk groeimarge.
Studenten kunnen terecht bij de online tool ‘Verder Studeren en
Heroriënteren’ en uiteraard bij de studietrajectbegeleiders van
VUB en EhB. De UAB wil ook de wisselwerking tussen funda-
menteel en praktijkgericht onderzoek bevorderen.
UAB STIMULEERT
Een bijzondere plaats binnen de UAB blijft weggelegd voor de zoge-
heten platformen: het Stadsplatform, het Brussels Journalistenplat-
form en het Kunstenplatform. Binnen zo’n platform gericht op een
welbepaald domein bundelen EhB’ers en VUB’ers hun krachten en
betrekken er het werkveld bij. Het Kunstenplatform is hier een mooi
voorbeeld. Er zijn momenteel ongeveer 30 doctorandi die ondersteu-
ning krijgen van het Kunstenplatform bij de praktische en logistieke
uitdagingen die een doctoraat in de Kunsten met zich mee brengt.
STRATEGISCH
De Brusselse associatie is klein – zeker vergeleken met de Leu-
vense kolos die zich over heel Vlaanderen uitstrekt - maar volgens
voorzitter Gennez kan je ook als kleine associatie veel bereiken.
“Je mag zeker niet de kaas van je brood laten eten. Je moet strate-
gisch te werk gaan en zien waar de gemeenschappelijke belangen
met andere associaties liggen. Met Leuven delen we bijvoorbeeld
de bekommernis om de Brusselnorm – die gunstig is voor onze
financiering - te behouden. Zij hebben daar met hun Campus
Brussel ook belang bij. Met Antwerpen delen we een gelijkaardig
profiel van ons studentenpubliek. Op die manier kunnen we het
belang van onze eigen associatie telkens weer centraal stellen. Ik
vind ook dat de kleinere associaties nauwer zouden moeten sa-
menwerken – zonder daarom front te vormen - om het evenwicht
te herstellen. En we moeten altijd het specifieke verhaal van Brus-
sel blijven herhalen, want dat dringt in Vlaanderen veel te weinig
door. Daarom moeten we Brussel altijd centraal blijven plaatsen.”
HBO5-OPLEIDINGEN
“Onze associatie is uniek, omdat ze als
enige in het Vlaamse hoger onderwijs het
grootstedelijke in haar hart draagt.” Vol-
gens voorzitter Caroline Gennez hebben
de twee partnerinstellingen van de Uni-
versitaire Associatie Brussel (UAB) er alle
belang bij om elkaar blijvend te versterken.
“De Vrije Universiteit Brussel en de Eras-
mushogeschool Brussel kunnen nog veel
voor elkaar betekenen, zelfs nu de integra-
tie van de academische hogeschooloplei-
dingen binnen de universiteit voltooid is”.
ASSOCIATIE
GROOTSTEDELIJKE
LEGT
ACCENTEN
BRUSSELSE
De Erasmushogeschool Brussel telt 20 professioneel gerichte ba-
cheloropleidingen en 5 academische kunstopleidingen. Daarnaast
biedt de hogeschool meerdere voortgezette en HBO5- opleidin-
gen en via het Centrum voor Permanente Vorming EhB+ ook post-
graduaten en bij- en nascholingen aan. Zij heeft een uitgebreid
aanbod voor afstandsonderwijs. De Erasmushogeschool Brussel
is partner in de Universitaire Associatie Brussel.
De Erasmushogeschool Brussel is samengesteld uit 4 departe-
menten en twee Schools of Arts. In totaal zijn er 8 campussen
verspreid over Brussel.
Volg dagelijks het reilen en zeilen van de Erasmushogeschool
Brussel via de volgende kanalen:
ehbrief.ehb.be
www.facebook.com/erasmushogeschool
www.twitter.com/ehbrussel
www.erasmushogeschool.be
Het Rits - School of Arts verzorgt de opleidingen ba/ma Audio-
visuele Kunsten (programmamaker, regisseur of scenarist voor
speelfilm, radio en televisie, animatiefilm en documentaire), ba
Audiovisuele Kunsten beeld-geluid-montage, audiovisuele assis-
tentie, podiumtechnieken en ba/ma Drama (spel/regie).
Het Koninklijk Conservatorium Brussel – School of Arts (KCB)
verzorgt de opleidingen Muziek, de Specifieke Lerarenopleiding
Muziek en Musical.
Het departement Design & Technologie verzorgt de opleidingen
Toegepaste Informatica (Dig-X) en Multimedia & Communica-
tietechnologie (Multec).
Het departement Management, Media & Maatschappij verzorgt
de opleidingen Communicatiemanagement, Office Management,
Journalistiek, Sociaal Werk, Toerisme- & Recreatiemanagement,
Hotelmanagement en Idea & Innovation Management.
Het departement Gezondheidszorg & Landschapsarchitectuur
verzorgt de opleidingen Verpleegkunde, Vroedkunde, Biomedi-
sche Laboratoriumtechnologie, Voedings- & Dieetkunde, Land-
schaps- & Tuinarchitectuur en de banaba’s Zorg management en
Pediatrische & Neonatale Gezondheidszorg.
Het departement Onderwijs & Pedagogie verzorgt de opleidin-
gen Kleuteronderwijs, Lager Onderwijs, Secundair Onderwijs en
Pedagogie van het Jonge Kind.
De Erasmushogeschool Brussel is dé pluralistische
hoger onderwijsinstelling van Brussel. Haar voor-
naamste stakeholders zijn haar verscheiden studen-
tenpopulatie, Brussel als internationale en multicul-
turele stad én een open en verdraagzaam Vlaanderen.
De EhB biedt aantrekkelijk onderwijs aan, gericht
op de professionele en/of artistieke praktijk, in sy-
nergie met onderzoek, kunstontwikkeling en dienst-
verlening ten bate van de maatschappij.
De EhB leidt studenten op tot humanistische, geën-
gageerde en kritische wereldburgers, die hun vak
onder de knie hebben en tevens respectvol met
mens en maatschappij omgaan

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful