You are on page 1of 6

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER

NAAM STUDENT Amanda Koops STUDENTNUMMER /
KLAS 1b STAGESCHOOL ’t Kruisrak
STAGEBEGELEIDER Arlene en Bianca STAGEGROEP 8
DATUM / VAK / ONDERWERP Muziek.

VOORBEREIDING
Gekleurd: Dit is een leerkracht/ gedeeltelijk leerkracht-gedeeltelijk leerling/ leerling gestuurde les.
Dit is een zelfontworpen / methode / combinatie les.
DOELEN VOOR DE LEERLINGEN
DOEL(EN)
+ Welk type doel; kennis en
inzicht, vaardigheid of attitude
gerelateerd?
+ Wat moet deze les opleveren
(product, specifiek en
meetbaar)?
+ Welk gedrag wil ik oproepen/
wat moeten de ll tijdens de les
oefenen of ervaren
(procesdoel)?


+ Vaardigheid gerelateerd doel; ze moeten iets kunnen namelijk zingen, luisteren,
bedenken, onthouden.
+ De kinderen kunnen aan het einde van de les het refrein en de beide coupletten van
het liedje ‘hoe’ zelfstandig zingen.
+ Ze zijn even met wat anders bezig dan taal en rekenen ed. Ze kunnen tegelijkertijd
even stoom afblazen en doen wat anders.


+ Ik wil dat de kinderen doen wat ik van ze vraag, dat ze de manier hoe ik ze het lied
wil aanluisteren volgen en dat ze het begrijpen en uiteindelijk ook kunnen.
LESSPECIFIEKE BEGINSITUATIE
KENNIS / VAARDIGHEDEN
+ Wat weten en/of kunnen de
leerlingen al?
+ Van welke vakspecifieke
theorie, didactiek, leerlijnen
maak ik gebruik?

+ Ze hebben al eerder gezongen maar vooral bij speciale gelegenheden zoals bij kerst
en sinterklaas ed. Ze zingen niet dagelijks en krijgen niet vaak muziek als les.
De kinderen vragen ook waarom dat dan moet, als ze een liedje zomaar zingen zonder
gebeurtenis enzo.
+ KVB-model:
Klank: wat valt op? Wat hoor je? (duur, sterkte, kleur, hoogt)
Het is een rustig en vrolijk liedje. Soms wel wat snel, veel korte noten achter elkaar,
maar voor groep 8 is dit te doen. Zij kunnen wel wat uitdaging aan.
Vorm: het liedje bestaat uit 2 coupletten en het refrein dat telkens wordt herhaald, op
het einde wordt het refrein 3x gezongen in totaal.
Betekenis: welke onderwerpen zitten in dit liedje?
Liefde; namelijk hoe en of mensen bij elkaar passen.
ONDERWIJSBEHOEFTEN
+ Wat zijn de pedagogische en
didactische
onderwijsbehoeften van de
groep?
+Indien van toepassing: Wat
zijn specifieke individuele
onderwijsbehoeften?


+ Zorg dat alles duidelijk is en van te voren ook even de regels weer herhalen.




+ Dat is bij muziek niet van toepassing.
BELEVING
+ Op welke ervaringen kan ik
aansluiten?
+ Actualiteit (leefwereld)
+ Betrokkenheid

+ Kinderen vinden het leuk om te zingen. En dit is een liedje wat lang in de top40 heeft
gestaan. ze kennen dit liedje dus al vast van de radio ed. dus is het leuker om te leren.
Vooral als je wat ouder bent, zoals de kinderen in groep 8, dan is dat leuker dan een
liedje uit een boek leren.
MATERIALEN
MATERIALEN
+ Wat moet ik klaarleggen,
welke leermiddelen gebruik ik?
+ Op welke manier laat ik de
materialen de lesinhoud
ondersteunen.
+ Welke methoden, bronnen
gebruik ik. (APA)?

Niet van toepassing.
LESOPBOUW

TIJD
30-
45
Min
ACTIVITEIT
Wat doe ik? Wat doen de leerlingen?
Vorm
ISK
INLEIDING
+ Verwachtingen / doelen
duidelijk maken
5-10
min.
Ik begin met op het bord een klankhoogte partituur te laten zien.
En de kinderen te vragen wat ze denken dat dit is.
Ik bedoel met een klankhoogte partituur zegmaar de noten
aangeven in streepjes, dus hoog,laag enz.

KERN
Houd rekening met:
LESSTOF
+ Welke informatie komt
aan bod, in welke
volgorde en aan wie?
+ Hoe maak ik de lesstof
toegankelijk en
overzichtelijk?
+ Welke vragen stel ik en
aan wie?
+ Heb ik goed voor ogen
wat ik met deze les wil
bereiken?
+ Pendelen tussen
leerstof, leerling en
leefwereld.
WERKVORMEN
+ Welke werkvormen kies
ik en voor wie?
+ Hoe zorg ik voor
voldoende variatie in
werkvormen?
BEGELEIDING
+ Welke positieve
kenmerken zijn er en hoe
speel ik daar op in?
+ Hoe speel ik in op
onderwijsbehoeften?
+ Hoe cluster ik de

25-
30
min.

+ Ik begin dus met ze dat te laten zien op het bord. Ik vraag vragen
zoals: wat zien jullie hier? Wat denken jullie dat dit is? wat zou dit
kunnen betekenen?
+ Dan begin ik met het vertellen dat ik de klas een lied wil
aanleren, dat het liedje ze vast bekend voor komt en laat ze voor
de eerste keer het lied horen.
+ Ik wil ze het lied voor de 2
e
keer laten horen en zeg daarbij dat ze
moeten luisteren hoe vaak er een woord met een ‘oe’ in voor
komt. 40x.
+ Om ze het lied voor de 3
e
keer te laten luisteren, vraag ik om te
luisteren wat ze nou precies zingen en waar dat over gaat.
+ Het lied aanleren door eerst het refrein te leren. Zin voor zin.
Ik herhaal, hun zingen na. Dan de coupletten. En dan achter elkaar.


+ Ik heb een liedje gekozen wat lang in de top 40 heeft gestaan en
veel op de radio is geweest dus dat best bekend is.
Dat maakt het voor de lln aantrekkelijker.
Want het bevindt zich in hun leefwereld.

+ Ik doe de les klassikaal.

+ Variatie door eerst te luisteren en dan te zingen.



+ Onderstaande punten onder het onderdeel ‘begeleiding’
zijn niet van toepassing bij deze les.









kinderen in groepen.
+ Hoe stimuleer ik de
motivatie van leerlingen?
+ Hoe geef ik feedback
aan leerlingen?
GROEPS
MANAGEMENT
+ Wat kan ik al voorzien
en hoe reageer ik daarop
+ Beurtverdeling
+ Pakken en opruimen
materialen
+ Regels, afspraken


+ Door zelf enthousiast mee te zingen en de kinderen die goed
meezingen daarover te complimenteren.

+ Na de hand, als ze het liedje kennen, bespreek ik in de klas wat ze
nou eigenlijk van deze les vonden. Leuk? Moeilijk of makkelijk?
Was het liedje leuk? Nog tips?



+ Dat de lln gaan lachen en gek doen omdat ze zich schamen.
Duidelijk maken dat ik dat soort gekkigheid niet wil en dat als ze
niet normaal mee kunnen doen, ze op de gang verder gaan met
zelfstandig werk.

+ Duidelijk zijn in wat ik van de lln verwacht en wat mijn doel is.
Zoals dat als ik een zin voorzing, zij het nazingen.

KLAAR / NIET KLAAR
+ Wat kan een leerling
doen als hij klaar / niet
klaar is?






+Niet van toepassing bij deze les.







AFSLUITING
+ Hoe bespreek ik de les
na?
+ Hoe controleer ik of
leerlingen de doelen
hebben bereikt?
+ Hoe evalueer ik de les
met de leerlingen?
5-10
min.


+ Na de hand, als ze het liedje kennen, bespreek ik in de klas wat ze
nou eigenlijk van deze les vonden. Leuk? Moeilijk of makkelijk?
Was het liedje leuk? Nog tips?

+ Ze zelfstandig zonder mij het liedje laten zingen.



OVERGANG
+ Hoe zorg ik voor een
overgang naar de
volgende les?

+ Er staat altijd een planning op het bord, dus ik ga gewoon door
naar de volgende les. Vertel ze dat ik het leuk vond en nu hebben
ze even wat leuks en wat anders gedaan dan alleen maar leren en
werken.


EVALUATIE STUDENT

Heb ik mijn doelen
bereikt?
+ Indien niet allemaal,
dan per doel
omschrijven wat je
niet bereikt hebt wat
daar een mogelijke
oorzaak van is en wat
je de volgende keer
gaat doen om dat doel
wel te bereiken?



EVALUATIE PRAKTIJKOPLEIDER

KIJKVRAAG
PRAKTIJKOPLEIDER
+ Ik wil mijn
praktijkopleider
vragen om te kijken
naar….
Voor aanvang van de les aangeven door de student
DOELEN LEERLINGEN
+ Zijn de doelen voor
de leerlingen behaald?
+ Is het de student
gelukt om het gedrag
op te roepen dat de
bedoeling was?

HANDELEN STUDENT
+ Werd de lesstof op
een passende manier
aangeboden?
+ Hoe verliepen de
voorbereiding en
organisatie van de
activiteit?
+ Hoe was het contact
met de leerlingen?









Waarmee kan de student het meest tevreden zijn?

Belangrijkste aandachtspunt voor de volgende keer