Luisteropdracht

:
Voor mijn luisteropdracht heb ik gekozen voor het muziekstuk The Promise – Globus. Dit is
een muziekstuk van zeven minuten. In dit muziekstuk komen veel inspirerende tonen in voor.
Er wordt heel weinig gezongen en als dat wordt gedaan is het op een rustgevende manier.
Ik laat de kinderen tijdens het muziekstuk een verhaal schrijven wat in hun opkomt.
1. Luister naar het muziekstuk dat je wilt gebruiken en focus inhoudelijk op de diverse
kwaliteitscriteria. Ga opzoek naar betekenis, vorm en klankaspecten en bepaal welke
luisterstijlengestimuleerd worden.
Klank: Het muziekstuk heeft lange klanken. Deze klanken zijn zacht en rustig. Er zit ook een
klein stukje rustgevende gezang bij. Maar naast lange klanken zijn er ook korte klanken. Deze
klanken zijn bij dit muziekstuk snel gespeeld. Het muziekstuk is opgebouwd uit een rustige
melodie, waarna het overgaat in wat snellere melodie waarbij er meer gezang bijkomt. Soms
zijn deze klanken ook hard.
Vorm: Er is een duidelijke variatie in melodieën. Eerst is er een melodie die gespeeld wordt
met een piano. Vervolgens is er een overgang naar een melodie waarbij meerdere
instrumenten gebruikt wordt, onder andere de viool, drumstel. Er is veel overgang in
verschillende melodieën waarbij er een grondstuk is en waarbij veel soorten instrumenten
tegelijk worden gebruikt.
Betekenis: Dit muziekstuk is geschreven en gezongen door een koor genaamd The Promise.
Er komen stukken voor waar er Nederlands wordt gezongen. In dit lied wordt er gezongen
over dat er hoop is. There will always be a new day.
2. Vraag je af hoe kinderen luisteren en wat je de kinderen kunt laten ontdekken met dit
muziekstuk.
De kinderen moeten bij deze opdracht creatief luisteren, dat houdt in dat de kinderen tijdens
het beluisteren van dit muziekstuk een verhaal moeten schrijven over wat in hun opkomt.
Dit muziekstuk kan ook analyserend werken voor de kinderen, dat houdt in dat de kinderen
tijdens het beluisteren van dit muziekstuk de tekst of ritme analyseren. Ze kunnen dus
analyseren wat er gezegd wordt, maar ook kunnen ze de instrumenten analyseren. Dit zou een
goede opdracht geweest kunnen zijn, maar mijn doel is om de kinderen kennis te laten maken
met het spontaan schrijven van verhalen.
De kinderen moeten dus alleen een verhaal opschrijven over wat voor gevoel ze bij dit
muziekstuk krijgen. Dit muziekstuk is erg rustgevend, dus het zou mij niet verbazen als ik
verhalen van meisjes zie over paardrijden.
Dit muziekstuk heeft dus alleen een rustgevende en inspirerende functie. De kinderen zullen
niet letten op de tekst, behalve bij het Nederlandse stukje.

3. Bepaal welke opdrachten je wilt koppelen aan dit stukje.
Ik loop zelf stage bij groep 5 van St. Josephschool. Voor deze kinderen is het misschien
handiger om niet te veel uitleg te geven. Ik zou eventueel iets kunnen zeggen over waarom we
dit gaan doen, namelijk om kennis te maken met verhaal schrijven op een muziekstuk.
Duidelijkheid over de doelen is erg belangrijk, want de kinderen weten wat er van hun
verwacht wordt.
De opdracht die ik koppel aan dit stukje is het schrijven van een verhaal over iets wat in je
opkomt tijdens het luisteren van een rustgevende muziekstuk.
Voorbeeld vragen die worden gesteld na het beluisteren van de opdracht:
Hier vraag ik wie zijn verhaal wil opdragen aan de klas. Maar ook vraag ik wat ze in het kort
hebben opgeschreven. Wat voor gevoelens je krijgt bij zo een muziekstuk? Waar denk je aan
tijdens het luisteren naar dit muziekstuk?
De kinderen geven persoonlijke antwoorden, ze kunnen het dus niet goed of fout hebben.
4. Beschrijf wat de kinderen doen.
De kinderen zijn creatief aan het luisteren. Kinderen die zelf een muziekinstrument spelen
zullen ook analytisch luisteren. De kinderen schrijven tijdens het luisteren een verhaal. Na het
muziekstuk, wat tussen de zeven en acht minuten duurt, mogen een aantal kinderen voor in
het lokaal hun verhaal voordragen aan de hele klas.
5. Kies een didactische werkvorm voor de activiteit.
Bij deze activiteit maak ik gebruik van een instructievorm, een opdrachtvorm en een
interactievorm.
Instructievorm: Ik geef uitleg over de opdracht. Daarbij vertel ik wat mijn bedoelingen zijn
met deze opdracht.
Opdrachtvorm: De kinderen moeten een verhaal schrijven bij het muziekstuk.
Interactievorm: Na het muziekstuk mogen een aantal leerlingen hun eigen tekst voordragen.
Daarna kan ik vragen stellen. Zie stap 3 voor de vragen.
6. Bekijk of je gebruik kunt maken van coöperatief leren.
Er is al coöperatief leren, de kinderen beantwoorden vragen die ik stel. Maar ik kan ook iets
toevoegen. De kinderen kunnen in plaats van mijn vragen beantwoorden, twee aan twee
praten over de vragen die ik eigenlijk wilde stellen. Ik kan op het bord mijn vragen schrijven.
Als het muziekstuk klaar is, kunnen de kinderen de vragen met elkaar beantwoorden.
7. Zorg voor een verrassende opening van de opdracht.
Ik neem een ketting mee die ik van mijn vader heb gekregen. Het is voor mij erg waardevol.
Hierbij vertel ik dat zo een muzieksoort mij doet denken aan iets betekenisvols, vandaar mijn
ketting. De kinderen zullen eerst niet snappen waarom ik dit vertel. Maar nadat ik uitleg geef
over wat we gaan doen en wat onze doelen daarbij zijn, zullen ze mijn verhaal beter snappen.

8. Bepaal hoe je de opdracht kunt nabespreken.
Ik bespreek de opdracht na door sommige kinderen de beurt geven om hun verhaal voor te
dragen. Daarnaast stel ik vragen over wat voor gevoelens ze krijgen tijdens het schrijven van
een verhaal op zo een manier en waar ze aan denken tijdens het luisteren van zo een soort
muziekstuk.
Als laatst vraag ik wat ze er van vonden. Vragen als ‘Wat ging er goed?’ en ‘Wat kan er de
volgende keer beter?’