LESVOORBEREIDINGSFORMULIER

NAAM STUDENT

Ozge Keskin

STUDENTNUMMER

KLAS

1E

STAGESCHOOL

STAGEBEGELEIDER
DATUM

1636234

STAGEGROEP
6-11-2014

VAK / ONDERWERP

Muziek

VOORBEREIDING
Omcirkelen:

Dit is eenleerkracht/ gedeeltelijk leerkracht-gedeeltelijk leerling/ leerling gestuurde les.
Dit is eenzelfontworpen / methode / combinatieles.

DOELEN VOOR DE LEERLINGEN

DOEL(EN)

vaardigheidsdoel

+ Welk type doel; kennis en
inzicht, vaardigheid of attitude
gerelateerd?
Aan het einde van de les kunnen alle leerlingen het liedje ‘’stop the train’’ op een
+ Wat moet deze les opleveren goede toon meezingen.
(product, specifiek en
meetbaar)?
+ Welk gedrag wil ik oproepen/ Ik wil tijdens de les Interesse, enthousiasme en inzet zien bij de leerlingen. Ik wil dat ze
wat moeten de ll tijdens de les bewust worden dat met het zingen de toon erg belangrijk is. Het is de bedoeling dat ze
bewust worden van hoge toon en lage toon.
oefenen of ervaren
(procesdoel)?

LESSPECIFIEKE BEGINSITUATIE
KENNIS / VAARDIGHEDEN
+ Wat weten en/of kunnen de
leerlingen al?

Groep 7 bestaat uit 29 leerlingen en is een homogene groep.
Er zitten 12 meisjes en 17 jongens in de groep
De sfeer in de groep is prettig. Ze kunnen weleens druk worden.
De kinderen kennen de algemeen geldende regels en het ritme van de dag.
Kinderen zitten in rijen van 3.

+Van welke vakspecifieke
theorie, didactiek, leerlijnen
maak ik gebruik?

Ze hebben allemaal wel eens een lied gehoord en meegezongen in de vorige groepen.
Maar ze hebben in groep 7 nog geen opdracht met muziek gekregen. Ze zongen
allemaal hoog/laag maar niet bewust.
Ik maak gebruik van het KVB-model.
Klank:
-

Klankhoogte: het liedje gaat van hoog naar laag (zie foto`s bij kern)
Klankduur: sommige stukjes van het lied gaan sneller dan andere stukjes
Klanksterkte: er zit een groot verschil tussen hard en zacht
Klankkleur: vrolijk en fleurig

Vorm:
-

Herhaling: het liedje heeft geen herhaling. Het is een lied met 2 regels.
Variatie: het liedje herhaalt telkens dezelfde toon.
Contrast: er is geen contrast in het lied.

Betekenis:
-

Het is een fleurig lied. De kinderen moeten hier een blije emotie bij hebben.
Het is de bedoeling dat er een goede sfeer is bij de kinderen.

ONDERWIJSBEHOEFTEN

Ik zet leerling(R), (M), (O) en (S) niet bij elkaar. Dit zijn zeer drukke kinderen.

+Wat zijn de pedagogische en
didactische
onderwijsbehoeften van de
groep?

Leerling (K), (E) en (W) zijn langzaam lerende kinderen. Maar toch kunnen ze op een
normale manier meedoen met de muziekles.

+Indien van toepassing: Wat
zijn specifieke individuele
onderwijsbehoeften?
BELEVING
+ Op welke ervaringen kan ik
aansluiten?
+ Actualiteit (leefwereld)

+ Betrokkenheid

-

N.V.T.

-

De kinderen hebben eerder een toneelstukje voorbereid.

-

De kinderen komen in aanmerking met Engelse woorden. Maar met deze
muziekles gaan ze bewuster om met Engelse woorden. Het is een leeftijd
waarbij ze onderzoen hoe andere talen in elkaar zitten. Naar aanleiding van dit
sluit het liedje aan bij hun leefwereld.

-

Leerlingen vinden zingen erg leuk. Aan het begin zullen ze zich niet voldoende
uiten(door de leeftijd). Maar ik ben er zeker van dat ze later uit hun vel komen.

MATERIALEN
MATERIALEN
+ Wat moet ik klaarleggen,
welke leermiddelen gebruik ik?

-

Woordenboek Engels-Nederlands
Papier met de Engelse woorden die in het lied voorkomen.
Op het digibord de tekst noteren met de verschillen in toonhoogte.

+ Op welke manier laat ik de
materialen de lesinhoud
ondersteunen.

-

Door de woorden op te schrijven op het werkblad kan ik ze ondersteunen met
welke woorden en vertaald moeten worden. Zodat ze de tekst kunnen
begrijpen.

-

Ik maak gebruik van het boekje ‘’eigenwijs’’.

+ Welke methoden, bronnen
gebruik ik. (APA)?

LESOPBOUW
TIJD
-Min
INLEIDING
+ Verwachtingen / doelen
duidelijk maken

ACTIVITEIT

Vorm

Wat doe ik? Wat doen de leerlingen?

ISK

Eerst vertel ik wat we vandaag gaan doen met de muziekles, wat
de lesdoelen zijn en waar we naartoe gaan werken. De regels
herhaal ik voor een goed verloop van de les.
Kinderen zitten aan het begin (met het vertalen van de woorden)
aan tafels. We bespreken wat er vertaald is, en de leerlingen
weten waar het liedje over gaat.
Later, met het oefenen van het lied is het de bedoeling dat ze in
een kring gaan staan.
Wanneer we in een kring staan start ik met mijn les.

KERN
Houd rekening met:
LESSTOF
+ Welke informatie komt
aan bod, in welke
volgorde en aan wie?
+ Hoe maak ik de lesstof
toegankelijk en
overzichtelijk?
+ Welke vragen stel ik en
aan wie?
+ Heb ik goed voor ogen
wat ik met deze les wil
bereiken?

Ik begin eerst met een warming-up voor de stembanden.
Hierna bespreek ik m.b.v. het digibord hoe hoog /laag de tekst
gezongen moet worden.(ik noteer het liedje op het bord met de
toonhoogtes)

+ Pendelen tussen
leerstof, leerling en
leefwereld.

Ik laat horen hoe het moet.

Ik kies voor de les weggeefmethode. Ik laat de leerlingen het liedje
horen. Ze mogen hier alleen nog bij luisteren (de tekst staat
geprojecteerd op het bord). De 2e en 3e keer mogen ze
meezingen. De 4e keer doen ze het uit het hoofd. Ik ga ervan uit
dat merendeels het liedje kunnen meezingen.
Nadat ze het liedje beheersen laat ik ze pasjes bedenken. Ze
mogen bij een aantal woorden een pasje laten zien en dit passen
we toe. We spreken af dat we met z`n allen de pasjes doen. En
zingen het liedje met de dans pasjes.

WERKVORMEN
+ Welke werkvormen kies
ik en voor wie?
+ Hoe zorg ik voor
voldoende variatie in
werkvormen?
BEGELEIDING
+ Welke positieve
kenmerken zijn er en hoe
speel ik daar op in?
+ Hoe speel ik in op
onderwijsbehoeften?
+ Hoe cluster ik de
kinderen in groepen.
+ Hoe stimuleer ik de
motivatie van leerlingen?
+ Hoe geef ik feedback
aan leerlingen?

Bij het vertalen van de woorden laat ik ze op hun plek zitten. Met
het zingen en het bedenken van de pasjes staan we in een kring.

Ik laat ze bij de ene opdracht zitten en bij de andere staan.

Er kunnen leerlingen zijn die niet mee durven te zingen. Ik kan hier
inspelen door middel van leerlingen te gebruiken die wel durven
te zingen. Bijvoorbeeld: ik laat hun eerst beginnen met zingen en
laat de andere daarbij aansluiten.
Wanneer ik merk dat er leerlingen inzakken, ongemotiveerd zijn en
niet mee doen. Wijs ik ze erop aan en vraag of ze mee willen doen.
Doen ze dit niet en zijn ze nog niet bij de les dan vraag ik ze voor de
klas te vertellen waarom ze niet meedoen.
Ik geef elke keer aan dat het goed gaat zodat ze elke keer een toon
hoger gaan durven zingen.

GROEPS
MANAGEMENT

N.V.T.

+ Wat kan ik al voorzien
en hoe reageer ik daarop
+ Beurtverdeling
+ Pakken en opruimen
materialen
+ Regels, afspraken
KLAAR / NIET KLAAR
+ Wat kan een leerling
doen als hij klaar / niet
klaar is?

N.V.T.

AFSLUITING

We zitten weer in de kring en ik vraag aan de klas wat ze ervan
vonden, en of ze het vaker zouden willen doen. Ik geef de kinderen
die wat willen zeggen de beurt.

+ Hoe bespreek ik de les
na?
+ Hoe controleer ik of
leerlingen de doelen
hebben bereikt?
+ Hoe evalueer ik de les
met de leerlingen?
OVERGANG
+ Hoe zorg ik voor een
overgang naar de
volgende les?

Ik zie dit tijdens het zingen. Tijdens de afsluiting kan ik uiteraard
vragen om nog kort te zeggen wat het verschil is tussen hoog en
laag. Ook kan ik vragen waarom dit belangrijk is.

Ik zeg duidelijk dat we klaar zijn met zingen en laat ze op hun plek
zitten. Ik vertel kort welke les we nu gaan uitvoeren en vraag om
hun medewerking.