Luisteropdracht muziek

Stappenplan:
1. Luister naar het muziekstuk dat je wilt gebruiken en focus inhoudelijk op de diverse
kwaliteitscriteria. Ga op zoek naar betekenis, vorm, klankaspecten en bepaal welke
luisterstijlen gestimuleerd worden.
Pop: https://www.youtube.com/watch?v=76A-T9smapA
Kinderliedje: https://www.youtube.com/watch?v=KWOv05f9fBg
Rap: https://www.youtube.com/watch?v=khWdrsAgrnM
Klassieke muziek: https://www.youtube.com/watch?v=5VmWJEfytP4

Ik gebruik bij deze opdracht verschillende soorten muziek.
Betekenis: Bij ieder stuk is de betekenis voor een kind anders. Het ene kind kan meer houden van
pop dan de ander. Ook wekt het verschillende emoties op bij kinderen. Een klassiek stuk kan voor
een kind droeviger overkomen dan een popnummer.
Klank: Bij ieder stuk moeten kinderen luisteren hoe het tempo is. Bij een popnummer is het tempo
hoger dan bij klassieke muziek. Ook moeten ze luisteren of er tekst in voor komt. Bij klassieke muziek
wordt er bijvoorbeeld niet gezongen. En bij kinderliedjes wordt er gezongen in kindertaal.
Vorm: Er kan ook verschil zitten in herhaling en variatie. In een kinderlied zit bijvoorbeeld minder
herhaling dan in een popnummer.
Luisterstijlen:
- Analytisch: de kinderen moeten letten op terugkerende patronen in de muziek. Als ze
luisteren naar waar een tekst over gaat, kunnen ze er ook uit halen of het een kinderlied is.
Echter kunnen ze gelijk aan de melodie al horen wat voor muziekstijl het is.
2. Vraag je af hoe kinderen luisteren en wat je de kinderen kunt laten ontdekken met dit
muziekstuk.
Deze opdracht is best makkelijk voor de leerlingen, omdat je gelijk meestal aan de melodie al kunt
horen wat voor muziekstijl dit is. Wat ik de kinderen wil laten ontdekken is dat ze kijken wat de
verschillen zijn en hoe je meteen kunt horen wat voor muziekstijl het is.
3. Bepaal welke opdrachten je wilt koppelen aan het stuk.
Ik doe deze opdracht gezamenlijk op het bord. Ik nummer op het bord van 1 tot en met 4. Als ze de
muziekstijlen hebben geraden, vraag ik ook wat voor kenmerken dat stuk heeft.
4. Beschrijf wat de kinderen doen (analyseren, bewegen, lezen, noteren, creëren, musiceren
enz.)
Tijdens deze opdracht analyseren de kinderen de muziekstukken. Ook zullen ze misschien bewegen.
5. Kies een didactische werkvorm voor de activiteit
De opdracht doen we klassikaal op het bord.
6. Bekijk of je gebruik kunt maken van coöperatief leren
Bij deze opdracht kunnen de leerlingen niet samen werken. Ze luisteren individueel naar de
nummers.

7. Zorg voor een verassende opening van de opdracht
Als opening heb ik op het digibord eerst een paar foto’s van artiesten gezet. Ik vraag de kinderen of
ze weten wie ze zijn en wat voor muziek ze maken. Ook vraag ik of ze zelf muziekstijlen weten.
8. Bepaal hoe je de opdracht wilt nabespreken
Als we de muziekstijlen en de bijbehorende kenmerken hebben besproken, vraag ik nog aan de
leerlingen hoe ze het vonden. Waarschijnlijk zouden ze dit niet moeilijk gevonden hebben.
Aan het eind van de les vraag ik wat de leerlingen hebben geleerd van deze les.

Related Interests