LESVOORBEREIDINGSFORMULIER

NAAM STUDENT

Rick de Heus

STUDENTNUMMER

1663616

KLAS

1G

STAGESCHOOL

H.J Piekschool

STAGEBEGELEIDER

van Gemen

STAGEGROEP

5

DATUM

06-11-14

VAK / ONDERWERP

Muziek

VOORBEREIDING
Omcirkelen:

Dit is een leerkracht/ gedeeltelijk leerkracht-gedeeltelijk leerling/ leerling gestuurde les.
Dit is een zelfontworpen / methode / combinatie les.

DOELEN VOOR DE LEERLINGEN
DOEL(EN)
+ Welk type doel; kennis en
inzicht, vaardigheid of attitude
gerelateerd?

Aan het eind van de les kunnen de kinderen het lied ‘kippenhok’ (blz. 201, eigenwijs) in
een canon van minimaal 2 groepen zingen en de daarbij horende bewegingen maken.
Dit is een vaardigheidsdoel.

De kinderen zijn stil tijdens mijn uitleg en blijven achter hun stoel staan.
+ Wat moet deze les opleveren Dit is een attitudedoel
(product, specifiek en
De kinderen doen actief mee met de inleidende opdracht
meetbaar)?
Dit is een attitudedoel
+ Welk gedrag wil ik oproepen/
De kinderen kunnen aan het einde van de les vertellen wat een canon is
wat moeten de ll tijdens de les
Dit is een kennisdoel
oefenen of ervaren
(procesdoel)?
LESSPECIFIEKE BEGINSITUATIE
KENNIS / VAARDIGHEDEN
+ Wat weten en/of kunnen de
leerlingen al?
+ Van welke vakspecifieke
theorie, didactiek, leerlijnen
maak ik gebruik?

De kinderen hebben in groep drie en vier op vaste tijden in de week gezongen. Hier is
ook een hele eenvoudige versie van een canon aan bod gekomen. De kinderen hebben
in groep 5, mede door het drukke programma, weinig aan muziek gedaan.
Ik maak gebruik van de domeinen: zang, luisteren (sociaal, motorisch en analytisch) en
bewegen. Het lied komt uit de PABO muziek methode: eigenwijs (2e versie, 2e druk).

ONDERWIJSBEHOEFTEN
+ Wat zijn de pedagogische en
didactische
onderwijsbehoeften van de
groep?
+Indien van toepassing: Wat
zijn specifieke individuele
onderwijsbehoeften?

De klas heeft veel behoefte aan beweging tussen de lessen door. Het is voor veel
kinderen erg lastig om stil aan hun tafel te zitten. Aan activiteiten zoals Gym, knutselen
en muziek wordt actief aan mee gedaan.
De klas heeft behoefte aan duidelijkheid. Dit houd in dat de klassenregels vaak moeten
worden herhaald om dit goed te kunnen handhaven.
Leerling M heeft gehoorproblemen. Het is zaak om duidelijk te articuleren en geduld
en begrip te hebben. Leerling M moet dicht bij de geluidsbron staan.

BELEVING
+ Op welke ervaringen kan ik
aansluiten?
+ Actualiteit (leefwereld)
+ Betrokkenheid

De kinderen hebben het met natuuronderwijs deze week gehad over de boerderij. Ook
zijn ze er twee weken geleden geweest. Omdat het lied over een kippenhok gaat, sluit
dit goed aan.

MATERIALEN
MATERIALEN
+ Wat moet ik klaarleggen,
Ik gebruik het lied ‘kippenhok’. Hiervoor heb ik geen materialen nodig.
welke leermiddelen gebruik ik?
Het lied komt uit de PABO muziek methode ‘eigenwijs’.
+ Op welke manier laat ik de
Voor de inleidende opdracht gebruik ik het filmpje ‘de douchedruppel’ op
materialen de lesinhoud
ww.youtube.com.
ondersteunen.
+ Welke methoden, bronnen
gebruik ik. (APA)?

LESOPBOUW
TIJD
30
Min
INLEIDING
+ Verwachtingen / doelen
duidelijk maken

KERN
Houd rekening met:
LESSTOF
+ Welke informatie komt
aan bod, in welke
volgorde en aan wie?
+ Hoe maak ik de lesstof
toegankelijk en
overzichtelijk?
+ Welke vragen stel ik en
aan wie?
+ Heb ik goed voor ogen
wat ik met deze les wil
bereiken?
+ Pendelen tussen
leerstof, leerling en
leefwereld.
WERKVORMEN
+ Welke werkvormen kies
ik en voor wie?
+ Hoe zorg ik voor
voldoende variatie in

10, 6
voor
de
korte
activi
teit.

ACTIVITEIT

Vorm

Wat doe ik? Wat doen de leerlingen?

ISK

Ik laat de kinderen opstaan en achter hun stoel staan. Vervolgens
geef ik duidelijk een aantal afspraken aan voordat we gaan
beginnen. Vervolgens vraag ik aan de kinderen of ze weten wat
voor dingen er heel belangrijk zijn bij luisteren. Vervolgens geef ik
de kinderen de opdracht om de zojuist genoemde dingen goed te
onthouden en zet ik het filmpje van de douchedruppel aan. De
kinderen kijken en luisteren naar mijn aanwijzingen en
bewegingen. Ook luisteren ze naar de muziek. Aan het eind van de
activiteit laat ik de kinderen een aantal luchtoefeningetjes doen.
Bijvoorbeeld het uitblazen van denkbeeldige kaarsjes. Op deze
manier komen de kinderen weer tot rust voor de volgende fase in
mijn les.

17
Ik vraag de kinderen of ze weten wat een canon is. Hierbij zorg ik
dat ze de juiste uitleg te horen krijgen zodat ze aan mijn begindoel
‘De kinderen kunnen aan het einde van de les vertellen wat een
canon is’ kunnen voldoen.
Hierna zing ik het lied ‘kippenhok’ één keer voor.
Liedtekst:
‘er zaten zeven kippen in een oud kippenhok en die gingen ’s
avonds samen voor het eerst op stok’.
Vervolgens geef ik aan dat de kinderen die het lied kennen mogen
meezingen. Dit bouw ik uit totdat de kinderen het lied een aantal
keer achter elkaar zelfstandig kunnen zingen.
Vervolgens laat ik de kinderen de bewegingen zien. Ook vertel ik
waar ze die in het liedje moeten doen. Hierna laat ik de kinderen
het lied zingen met de bewegingen. Dit bouw ik uit totdat de
kinderen dit een aantal keer zelfstandig kunnen doen.
Vervolgens verdeel ik de klas in twee groepen. Ik laat de ene groep
kinderen beginnen met zingen. Vervolgens help ik de andere groep
om op het juiste moment in te vallen. Dit bouw ik uit totdat de
kinderen in twee groepen de canon kunnen zingen. Hierbij sta ik
voor de klas en zing ik afwisselend met de groepen mee.

werkvormen?
BEGELEIDING
+ Welke positieve
kenmerken zijn er en hoe
speel ik daar op in?

Differentiatie naar beneden:
Als de kinderen het nog erg lastig vinden, ben ik actiever aan het
mee zingen voor de klas. Dit geeft de kinderen een houvast. Ook
zorg ik ervoor dat het lied maar een enkele tot een aantal keer
achter elkaar gezongen word. Dit doe ik op ervoor te zorgen dat de
kinderen de draad niet kwijt raken.

+ Hoe speel ik in op
onderwijsbehoeften?

Differentiatie naar boven:

+ Hoe cluster ik de
kinderen in groepen.

Ik zing zelf niet meer mee en laat het aan de kinderen over. Als dit
goed gaat, verdeel ik de klas in vier of waar mogelijk nog meer
groepjes.

+ Hoe stimuleer ik de
motivatie van leerlingen?

Tussendoor geef ik de kinderen zoveel mogelijk positieve feedback.
Dit doe ik om een succeservaring te creëren. Door zelf actief mee
te doen, wil ik de kinderen stimuleren en prikkelen zodat ze dat
vervolgens ook zelf doen.

+ Hoe geef ik feedback
aan leerlingen?
GROEPS
MANAGEMENT

Bij het verdelen van de klas in groepjes, houd ik de plekken aan
waar ze nu zitten. Dit doe ik om zo tijd te besparen die nodig is bij
het verwisselen van plaatsen.

+ Wat kan ik al voorzien
en hoe reageer ik daarop
+ Beurtverdeling
+ Pakken en opruimen
materialen
+ Regels, afspraken

Als kinderen niet mee willen doen, zal ik individueel een kort
gesprekje met ze voeren. Als kinderen echt niet willen meedoen
omdat ze te onzeker zijn, heb ik hier begrip voor. Er zijn kinderen
die het heel erg eng vinden om voor de klas te staan en dit is dan
ook een langdurig leerproces. Wel zal ik ze proberen te stimuleren
door zelf het goede voorbeeld te geven.
Als kinderen zich niet aan de vooraf gemaakte afspraken houden,
spreek ik ze hier kort op aan.

KLAAR / NIET KLAAR
+ Wat kan een leerling
doen als hij klaar / niet
klaar is?

AFSLUITING
+ Hoe bespreek ik de les
na?
+ Hoe controleer ik of
leerlingen de doelen

Niet van toepassing

2
Omdat de activiteit zich afspeelt aan het eind van de dag en het
lokaal goed te zien is voor ouders die de kinderen komen ophalen,
laat ik de klassendienst de ramen openzetten. Vervolgens zingen
we het lied nogmaals. Dit is voor de kinderen een extra stimulans

hebben bereikt?
+ Hoe evalueer ik de les
met de leerlingen?
OVERGANG
+ Hoe zorg ik voor een
overgang naar de
volgende les?

om actief mee te doen met het zingen en bewegen.
Vervolgens laat ik de kinderen weer op hun stoel zitten en geef ik
ze een compliment over hun inzet.
1
De activiteit eindigt aan het eind van de dag. Ik sluit de dag af, laat
de kinderen hun jas en tas pakken en naar huis gaan. Ik sa hierbij in
de deuropening om de kijken of alles goed gaat op de gang.

EVALUATIE STUDENT
Heb ik mijn doelen
bereikt?
+ Indien niet allemaal,
dan per doel
omschrijven wat je
niet bereikt hebt wat
daar een mogelijke
oorzaak van is en wat
je de volgende keer
gaat doen om dat doel
wel te bereiken?

EVALUATIE PRAKTIJKOPLEIDER
KIJKVRAAG
PRAKTIJKOPLEIDER
+ Ik wil mijn
praktijkopleider
vragen om te kijken
naar….
DOELEN LEERLINGEN
+ Zijn de doelen voor
de leerlingen behaald?
+ Is het de student
gelukt om het gedrag
op te roepen dat de
bedoeling was?

Ik wil de kinderen stimuleren om actief mee te doen. Ook wil ik de begrippen en regels duidelijk
maken. Aan het eind van de activiteit wil ik de overgang van de les naar de dagafsluiting geod
laten verlopen.

HANDELEN STUDENT
+ Werd de lesstof op
een passende manier
aangeboden?
+ Hoe verliepen de
voorbereiding en
organisatie van de
activiteit?
+ Hoe was het contact
met de leerlingen?

Waarmee kan de student het meest tevreden zijn?

Belangrijkste aandachtspunt voor de volgende keer