Wat is er in ‘Troy’ geworden van de

film
Pieter Steinz

ROTTERDAM — Helena is dan toch een teleurstelling. Als de Spartaanse koningin na twintig minuten eindelijk verschijnt in de film Troy, blijkt ze een truttige blondine te zijn. Is dit de vrouw voor wie Achaeërs tien jaar lang een bloedige oorlog voerden onder de muren van Troje? Is dit het gezicht dat ,,duizend schepen van stapel liet lopen’’? Volgens de makers van Troy, de succesrijke Grieken-enTrojanenfilm van Wolfgang Petersen, wel. We zullen het dus moeten doen met het matig acterende fotomodel Diane Kruger. Er is wel meer dat fans van Homeros in Troy zal ergeren. Zo zijn — voor het realisme — de goden uit het script geschreven. We wachten dus tevergeefs op de optredens van Hera, Afrodite en Athene of het production design van de berg Olympos. Daarnaast is het aandeel van de Ilias in de Hollywood-productie flink teruggebracht. Voordat de wrok van Achilles ter sprake komt, hebben we al vijftig minuten achter de rug. Nadat het lijk van de Trojaanse held Hektor is verbrand (zoals in de slotscène van de Ilias) gaat de film nog een uurtje door met de spectaculaire val van Troje.

Homeros beschreef slechts 51 dagen uit het tien jaar durende beleg van Troje, maar dat wil niet zeggen dat alles uit de Ilias ook in Troy terechtkwam. Iedereen zal favoriete passages missen. De beroemde afscheidsscène van Hektor en zijn vrouw Andromache zit er wel in, maar niet het ontroerende detail dat hun kleine zoontje schrikt van Hektors wapenrusting. Hektor draagt in Troy geen helm met vederbos. Hij spreekt trou-

Homeros is ook niet in zijn eerste anachronisme gestikt
wens ook geen Grieks of Anatolisch (zoals je zou kunnen verwachten na de succesvolle wederopstanding van de dode talen in The passion of the Christ). Maar het geeft niet, er blijft genoeg over om je aan te vergapen. Wie realistisch wil zijn bij het herscheppen van een wereld van duizenden jaren geleden, moet spitsroeden lopen tussen de critici — met rechts kenners van de Griekse literatuur en links historici die zich bezighouden met de oudheid. Vooral de jacht op anachronismen is populair. In krantenrecensies en op Internet zijn ze al keurig

opgesomd: de grootse luxe van de stad Troje, die volgens archeologen rond 1200 voor Christus niet bepaald zwom in de rijkdom; de gave gebitten en de puistvrije gezichten van de helden en heldinnen. En natuurlijk de doorwerking van de twintigste-eeuwse emancipatie: Hektors metromannelijke getut met zijn pasgeboren zoontje, Helena’s geloof in de romantische liefde, en het sociaal besef van Achilles en Agamemnon, twee nietsontziende ego’s die bij Homeros alleen aan zichzelf verantwoording verschuldigd zijn. ET homerische gegrinnik om dat soort fouten is begrijpelijk. Ook ik werd bij de gevechtsscènes verrast door het optreden van de falanx (soldaten achter aaneengesloten schilden), die pas vijfhonderd jaar na de verwoesting van Troje ontwikkeld werd. Maar het is aardig om te bedenken dat de makers van Troy zich wat dat betreft in goed gezelschap bevinden. Homeros is namelijk ook niet in zijn eerste anachronisme gestikt. De blinde bard, van wie we zo weinig weten, componeerde zijn gedichten rond 750 voor Christus, toen het schrift in Griekenland nog nauwelijks ontwikkeld was. Geschiedenis werd mondeling overgeleverd. Homeros had geen mo-

H

Troje zoals het wordt voorgesteld in ,,Troy’’. © warner bros

helmboswuivende Hektor?
gelijkheid om zijn beeld van het verleden te toetsen — als hij dat al gewild had. Sterker nog: de dichter was zich helemaal niet bewust van de enorme cultuurbreuk die het gevolg was geweest van de ondergang van de (zogenaamd door Agamemnon en Menelaos bewoonde) Myceense paleizen in de twaalfde eeuw voor Christus. Hij schreef op wat er over het verre verleden bekend was uit de orale traditie. Een tijd die volgens moderne historici nog het meeste lijkt op de tiende en negende eeuw voor Christus. Ga maar na: in de Myceense tijd werden adellijke doden niet verbrand maar begraven. Goden werden niet in tempels vereerd, en geen veldslag was te winnen zonder strijdwagens. In Homeros’ tijd speelden die wagens geen rol meer in de oorlogvoering, maar de dichter wist dat ze ooit gebruikt waren. Dus liet hij — net als Wolfgang Petersen — zijn helden met de wagen naar het slagveld taxiën, waar ze gewoon te voet gingen vechten. Dat Homeros het ,,breedgebouwd Ilion’’ afschilderde als een centrum van rijkdom en cultuur, zou je trouwens ook als een anachronisme kunnen beschouwen, aangezien de bloeitijd van de stad ruim duizend jaar eerder was; maar dit is veeleer dichterlijke vrijheid, die terecht is nagevolgd in de verfilming. AAR veel ernstiger dan historische onjuistheden, vinden de criticasters, is de manier waarop Hollywood met Homeros op de loop is gegaan. Zoals Homeros maar een korte periode uit de Trojaanse Oorlog beschreef, zo hebben de filmmakers maar een klein stukje van de Ilias gebruikt. En daarin veroorloven ze zich ook nog eens de grofste vrijheden. Om te beginnen zouden Petersen en de zijnen, om de preutse zieltjes in de Nieuwe Wereld te sparen, de homoseksuele verhouding tussen Achilles en Patroklos onder het tapijt hebben geveegd. Daarnaast zouden de makers van Troy, om een romantische love angle te creeren, de gevoelens van Achilles voor de beeldschone krijgsgevangene Briseïs overdreven hebben. Ook van sommige andere hoekstenen van de Griekse mythologie is weinig overgebleven. Als Helena geschaakt is door de Trojanen, en Menelaos en Agamemnon de Grieken in een coalitie verzameld hebben, vaart de Griekse vloot zonder enig probleem uit. De beruchte episode in Aulis, waar Agamemnon zich gedwongen ziet om zijn dochter Ifigeneia te offeren in ruil voor een gunstige wind, is uit het verhaal verdwenen. Net als de optredens van de zwaarbeproefde zieneres Kassandra en de gedoemde priester Laokoon, die de Trojanen

M

vergeefs proberen duidelijk te maken dat ze het houten paard beter niet de stad in kunnen slepen. En nog schokkender is het voortijdige einde van de Atriden: Menelaos sneuvelt in een gevecht met Hektor, en Agamemnon krijgt een dolk van Briseïs in zijn rug wanneer hij haar tijdens de val van Troje probeert te overmeesteren. Vooral dat laatste is niet slim van de scenarioschrijvers in Hollywood. De dood van Agamemnon ontneemt hun de mogelijkheid om na het succes van Troy een vervolgfilm te maken over de terugkeer van Agamemnon naar Mycene. Wat die episode voor drama kan opleveren, bewees de toneelschrijver Aischylos met de Oresteia. In die trilogie uit 458 voor Christus wordt eerst Agamemnon vermoord door zijn vrouw Klytaimnestra, uit wraak voor zijn beslissing om zijn dochter te offeren; waarna de ontaarde echtgenote op haar beurt wordt doodgestoken door haar zoon Orestes, die een toneelstuk lang zal kampen met wroeging. De scenaristen zijn dus een dief van hun eigen portfolio. Maar het gaat te ver om te zeggen dat ze de Griekse mythen verminkt of verkracht hebben. Per slot van rekening gingen de oude Grieken ook behoorlijk vrij met hun mythologie om. © NRC Handelsblad