You are on page 1of 2

2

deVerdieping

ZATERDAG 28 JUNI 2014

Trouw

‘Het debat over racisme wordt op
een zeer emotionele toon gevoerd’
Mitchell Esajas
Pas afgestudeerd antropoloog Mitchell Esajas is vooral bekend als voorzitter van de studentenvereniging New Urban
Collective voor multiculturele studenten en young professionals. Als voorzitter houdt hij lezingen en organiseert projecten over het onderwerp racisme en bespreekt hij de erfenissen van de slavernij.

Wit of zwart? Kiezen tussen
Dat haar teint wel eens
invloed zou kunnen
hebben op het verloop
van haar dag, was
Trouw-journalist
Jeannine van Julen zich
niet bewust. Totdat
Nederland een half jaar
geleden in een raciale
discussie belandde. Ze
kreeg het gevoel dat ze
moest kiezen: vóór of
tegen Zwarte Piet.
TEKST

Jeannine Julen

Ik meen me namelijk te
herinneren dat je een
kleurtje hebt.” Zo eindigde
een oud-collega zijn mail
toen hij me vroeg een reactie te schrijven over mijn
‘beleving van het raciale gehalte van het Sinterklaasfeest’ voor de krant. “Wat vind jij er eigenlijk van, die Zwarte Piet?” appte een klasgenootje dat ik maanden niet had gesproken.
“Kon er geen ‘hoe gaat het eigenlijk met jou’
vanaf ?” appte ik terug. En dan dat raadslid uit
Amsterdam-Zuidoost dat ik interviewde over
het onderwerp. “Wat knap”, onderbrak hij me.
“Knap?” vroeg ik hem. “Ja, knap dat je als zwarte vrouw bij een landelijke krant werkt. Daar
ben ik ontzettend trots op”, aldus de Surinaamse politicus.
Ik werd nooit wakker met het besef dat ik
donkerbruin ben en dat die teint weleens invloed zou kunnen hebben op het verloop van
mijn dag. Totdat Nederland ruim een half jaar
geleden in een raciale discussie belandde die
het land in tweeën dreigt te rijten. Ik moest
kiezen, leek de samenleving te zeggen. Kamp
pro Zwarte Piet of contra Zwarte Piet. Kamp
bounty of kamp afro-activist. Maar ik wist niet
eens zeker of ik wel gediscrimineerd werd. Of
er überhaupt sprake was van structureel racisme in Nederland? Ik wilde weten waar de woede van tegenstanders van Zwarte Piet vandaan
kwam en vroeg het aan drie aanzwengelaars
van het publieke debat. Waarom zijn ze boos?
Maar als ik Mitchell Esajas die vraag op de
Amsterdamse Nieuwmarkt voorleg, begint hij
hartelijk te lachen. “Boos? Zie ik er boos uit? Ik
ben hartstikke relaxed.” Als voorzitter van het

multiculturele netwerk voor studenten en
young professionals NUC schrijft Esajas opiniestukken, houdt hij lezingen en organiseert projecten over het onderwerp racisme. Het zijn
vooral de honderden reacties van blanke Nederlanders die agressief van aard zijn. Hij leest
ze allang niet meer. “Als ik alles zou lezen, zou
ik er depressief van worden . Het is net alsof je
het tegen een stel kinderen hebt. Je geeft ze
hun zin niet en ze worden boos, beginnen te
schelden en te blèren. Het debat over racisme
wordt niet op een rationele, maar zeer emotionele toon gevoerd.”
Er wordt niet naar inhoudelijke argumenten
geluisterd, vult academicus Patricia Schor hem
aan. De criticus is in het rassendebat vaak zelf
onderwerp van gesprek. Ze ervoer het toen ze
een keer op grond van wetenschappelijk onderzoek zei aan te kunnen tonen dat Zwarte
Piet een raciale stereotypering is. Schor kreeg
haatmails en zelfs doodsbedreigingen. Maar
dat een nationale krant als Trouw bij zou dragen aan de kromme dynamiek van het rassendebat, verbaasde haar.
In haar woning in Amsterdam-Oost vraag ik
haar naar een reactie die ze een paar weken geleden schreef op een artikel van voormalig
Trouw-journalist Wim Jansen. Jansen bezigde
in zijn stuk het woord neger om aan te geven
dat de Braziliaanse variant ‘negro’ in het WKland veel minder beladen is dan in Nederland.
Dat hij toch het stuitende woord neger gebruikte, is een uiting van de witte suprematie,
schreef de Braziliaans-Nederlandse Schor. “Jansen viel me persoonlijk aan, ging niet in op
mijn inhoudelijke argumenten. De hoofdredacteur nam het een paar dagen later voor hem

op. Hij had goede intenties, maar ik werd weggezet als lichtgeraakt.” Typisch, vindt ze. “De
witte Nederlander leeft in de illusie tolerant te
zijn, zich niet schuldig te maken aan racisme.
Als je iets anders aankaart, raak je een gevoelige snaar.”

Kortsluiting
Maar is de toon van de huidige criticus in het
rassendebat wel de juiste? Termen als ‘witte
Nederlander’, ‘racisme’, ‘suprematie’ veroorzaken bij menigeen een kortsluiting en slaan het
debat meteen dood. “Ik ben geen racist, want
ik geloof niet in biologische rassen onder mensen. Zwarte Piet kan dus ook nooit racisme
zijn”, foeterde journalist Rob Wijnberg in een
van zijn columns een paar maanden geleden.
“Trek toch niet steeds die racismekaart”, was
de ietwat geïrriteerde reactie van mijn huisgenoot op de discussie. “Mensen zijn niet racistisch. Ze zijn er gewoon klaar mee dat ze continu van alles moeten inleveren. We houden
rekening met de ramadan, schilderijen van varkens bannen we uit het ziekenhuis en nu moeten ook de Pieten ineens in een andere kleur.
Het gaat hier wel om onze traditie, onze identiteit. En als dan die Quinsy met een T-shirt
met de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’ bij de optocht van Sinterklaas verschijnt... Dan vraag je
er zelf om.”
Die Quinsy, de 29-jarige kunstenaar Quinsy
Gario, vindt zijn actie van drie jaar geleden helemaal niet zo provocerend. Hij omschrijft het
als een kunstproject dat Nederlanders ertoe
moest verleiden eindelijk te praten over het taboe dat Zwarte Piet heet. Dat lukte. En nog
steeds. Dat sommigen er aanstoot aan nemen,

Trouw

deVerdieping

ZATERDAG 28 JUNI 2014

‘De witte Nederlander leeft
in de illusie tolerant te zijn’

3

‘Hedendaags racisme is
subtieler, onderhuids zelfs’

Patricia Schor

Quinsy Gario

Patricia Schor is onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Daar
bekijkt ze Portugees kolonialisme binnen de Portugese en Braziliaanse cultuur. Binnen de literatuur, maar ook binnen de publieke sfeer wordt de Afrikaan geportretteerd als minder dan zijn
blanke Portugese overheerser, ontdekte ze. Sinds kort doet
Schor ook onderzoek naar Nederlandse denkbeelden.

Quinsy Gario is kunstenaar, dichter en schrijver. Toen hij in 2011
bij de intocht van Sinterklaas verscheen in een T-shirt met daarop ‘Zwarte Piet is racisme’, werd hij gearresteerd. Het was het
begin van een langdurend debat. Vorig jaar kwam hij weer in de
schijnwerpers te staan toen hij bij ‘Pauw & Witteman’ opnieuw
aankaartte dat het fenomeen Zwarte Piet racistisch is.

FOTO’S MARK KOHN

twee kampen

‘Wat spreek je goed
Nederlands.’ Of: ‘Ja,
je bent geboren in
Nederland. Maar waar
kom je echt vandaan?’

jammer dan. Dat anderen vinden dat de Nederlandse identiteit daarmee in het geding komt,
boeien. “Ik ben zo klaar met dat soort non-argumenten. Ik hoor niemand zeggen: ‘Pindasaus is een beperking van de Nederlandse cultuur en had nooit geïntroduceerd moeten worden.’ We moeten ermee ophouden dingen
mooier te maken dan ze zijn. Als er sprake is
van racisme, moet je het ook gewoon benoemen.”
Niemand wil racist genoemd worden, nuanceert Esajas. Maar dat neemt niet weg dat er
nog steeds sprake is van racisme in Nederland.
Mensen associëren de term met de slavernij,
de Tweede Wereldoorlog of de apartheid in
Zuid-Afrika. Extreme vormen van onderdrukking en pijn. Maar het hedendaagse racisme is
subtieler, onderhuids zelfs. Het zit verscholen
in uitspraken als: “Wat spreek je goed Nederlands.” Of: “Ja, je bent geboren in Nederland.
Maar waar kom je echt vandaan?” Het is te
zien aan grotendeels witte gymnasia, universiteiten en colleges van burgemeester en wethouders. Te merken aan politieke debatten
waarin het geoorloofd is om te spreken van
‘Marokkanen die vernederd moeten worden
voor hun eigen volk’. “Dan zegt nota bene de
linkse Hans Spekman dat het hier om feiten
gaat. Maar je zet zo wel een hele groep jongeren weg als crimineel”, aldus Esajas.
Het gebeurt vaak onbewust, zegt Schor. Door
gebrek aan kennis, maar ook door ontkenning
van de waarde van het koloniale verleden.
“Mensen met privileges leven in een bubble.
Ze betalen niet voor institutioneel racisme,
maar plukken er de vruchten van. Zij ondervinden minder obstakels. Maar als niet-westerling

moet je harder werken, je meer bewijzen. Je
hoort erbij, maar ook weer niet. Je verkeert in
een kwetsbare positie.”
Racisme komt ook van de andere kant, weet
ik. En obstakels kun je ook zelf opwerpen. Zo
snelde vorig jaar een donkere jongen naar me
toe tijdens de hoorzitting over Zwarte Piet in
een volgepakte Amsterdamse raadszaal. “Mag
je niet zitten van ze?”, vroeg hij met een ernstig gezicht. “Het is goed zo”, antwoordde ik
beleefd. “Je moet je door hen niet laten vertellen wat je wel en niet mag, hoor. Als je wil zitten, kom je gewoon naast mij zitten.” Toen ik
hem vertelde dat ik als journalist toch echt in
het krappe persvak moest blijven staan, droop
hij snel af.

Bountykamp
Heel subtiel hoor ik mezelf aan de geïnterviewden vragen of ik gediscrimineerd word.
Het voelt niet zo, maar strookt mijn ervaring
wel met de realiteit? “Dat kan ik niet voor je
doorgronden. Ik weet niet wat je allemaal precies hebt meegemaakt”, zegt Schor. “Daarnaast
is jouw persoonlijke ervaring niet het ‘ultieme
bewijs’ voor het wel of niet bestaan van racisme in Nederland. Het gaat hier om processen
die een groot aantal mensen aantasten. Je vertelde me dat je de kop van het stuk van Wim
Jansen had aangepast op internet? ‘Ik schrijf
neger, omdat het schijnt te moeten’, was het
toch geworden? Dat de krant het belangrijk
vond om te zeggen dat jij, een Surinaamse
vrouw, dat erboven hebt gezet, is eigenlijk al
veelzeggend.”
Ik maak me niet echt druk om het onderwerp
racisme, vertel ik Gario. Hij twijfelt. “Weet je

het zeker? Ik las jouw blog over de Braboneger – een donkere, Tilburgse cabaretier die
de kritiek krijgt ‘wit’ te zijn van binnen – van
een paar jaar geleden. Daar was je behoorlijk
uitgesproken.” Ben ik nu dan hypocriet? “Nee,
dat zeg ik niet. Dat weet ik ook niet. Maar er
zijn wel mensen die net als alle anderen streven naar huisje-boompje-beestje. Om dat te bereiken in Nederland denken velen dat je bepaalde dingen over je heen moet laten gaan. Ze
bagatelliseren de uitsluiting, worden minder
meelevend, nemen het op voor mensen die racisme in stand houden. Dat gebeurt soms. Of
het gek is? Nee, natuurlijk niet. Je bent opgegroeid in de Nederlandse maatschappij. Dan is
het niet zo raar dat je bepaalde dingen simpelweg niet ziet of weet omdat we het daar vaak
niet over mogen hebben.”
Behoor ik dan toch tot het bountykamp? Wit
van binnen, zwart van buiten? Ik vraag het Esajas niet, maar hij geeft indirect antwoord.
“Mensen zijn niet alleen maar zwart of wit. We
houden ervan om dingen simpel te maken
door ze in hokjes te stoppen. Mijn identiteit bestaat uit veel meer dan mijn huidskleur. Ik ben
ook Amsterdammer, man, heteroseksueel, Surinamer, Afrikaan en voetbalsupporter. Ik juich
voor Ghana, maar ook voor Nederland. Zo is
een Nederlander die uit onwetendheid houdt
van Zwarte Piet niet per definitie racist, maar
bestaat hij net als jij en ik uit allerlei componenten. We moeten durven praten over de pijn
die wordt gevoeld én over racisme. Niet wegkijken, maar elkaar leren begrijpen. Dan ontstaat er een dialoog en zijn er geen hokjes
meer.” Zucht. Een verademing. Ik hoef niet te
kiezen.