You are on page 1of 9

Motorfietsvering

afstellen
1. Inhoudsopgave
1. Inhoudsopgave........................................................................................................................2
2. Inleiding..................................................................................................................................3
3. Afstelmogelijkheden vering:...................................................................................................4
3.1. Afstelmogelijkheden voorvering......................................................................................4
3.1.1. Ingaande demping voor:............................................................................................4
3.1.2. Uitgaande demping voor:..........................................................................................5
3.1.3. Veervoorspanning voorvork.....................................................................................5
3.1.4. Voorvork doorsteek...................................................................................................6
3.1.5. Stuurdemper..............................................................................................................7
3.2. Afstelmogelijkheden achtervering...................................................................................7
3.2.1. Ingaande demping achter Low speed........................................................................7
3.2.2. Ingaande demping High speed..................................................................................7
3.2.3. Uitgaande demping achtervering..............................................................................8
3.2.4. Veervoorspanning achterveer...................................................................................8
Algemene Facts & Tips..............................................................................................................9
2. Inleiding
Bij de hedendaagse race motoren zijn een scala aan afstelmogelijkheden. Dit document
beschrijft de mogelijkheden op het gebied van vering.
Er is getracht dit op een zo eenvoudige manier te beschrijven, “Jip en Janneke taal” ;-).
3. Afstelmogelijkheden vering:

3.1. Afstelmogelijkheden voorvering
Bij de voorvering zijn meestal de volgende zaken af te stellen:
- Ingaande demping
- Uitgaande demping
- Veervoor spanning
- Voorvork doorsteek
- Stuurdemper

3.1.1. Ingaande demping voor:
De ingaande demping voor is te verstellen met behulp van een schroef aan de onderkant van
de voorpoot (platte schroevendraaier). Beide poten hebben zo’n schroef. Samen bepalen ze de
ingaande demping van de voorvork.

Note: Er zijn ook voorpoten waarbij er een poot is uitgerust met een high speed instelling en
de andere met low speed instelling.

De ingaande dempingschroef gaat meestal met stapjes/klikjes. Het tellen van de klikjes gaat
vanaf de nul positie. Met nul positie wordt bedoeld  schroef helemaal dicht (rechtsom, met
de klok mee). Vanaf hier begin je te tellen. Deze regel geldt voor alle “demping” afstellingen.

BELANGRIJK: Demping mag nooit helemaal dicht staan. Dit geldt voor alle
dempingen. Gebeurd dit wel dan is er totaal geen demping en zal er oncontroleerbaar
gedrag optreden.

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

Tijdens het remmen moet de snelheids energie (ook wel kinetische energie genoemd) van de
motorfiets zo goed mogelijk gecontroleerd worden opgenomen door de dempers en vering
van de motorfiets. De energie tijdens het remmen kan opgenomen worden door de ingaande
demping van de voorvork en vering en de uitgaande demping van de achtervering.

Remkracht

Tegen kracht demping
Tegen kracht demping achter
voor

De achterkant van de motorfiets kan alleen niet veel energie opnemen omdat de massa zich
“verplaats”tijdens remmingen naar de voorkant van de motorfiets. De ingaande demping voor
is dus de grootste factor. Staat de ingaande demping voor te licht dan zal de demper snel in de
onderste positie komen en geen energie meer kunnen opnemen. Met als gevolg dat er geen
energie door de demping op genomen kan worden. Hierdoor zal het voorwiel gaan stuiteren
tijdens het remmen. Vooral bij lange rem acties komt het vaak voor dat de voordemper zijn
eind heeft bereikt.

3.1.2. Uitgaande demping voor:
De uitgaande demping voor is te verstellen met behulp van een schroef bovenop de voorpoot
(meestal platte schroevendraaier). Beide poten hebben zo’n schroef.

Note: Er zijn ook voorpoten waarbij er een poot is uitgerust met een high speed instelling en
de andere met low speed instelling.

De uitgaande dempingschroef gaat met stapjes/klikjes.

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

Hoofdzakelijk wordt met de uitgaande demping het gedrag bepaald bij het uitkomen van de
bocht. Staat de uitgaande demping voor zwaar dan zal de motorfiets bij het uitkomen van de
bocht dieper blijven liggen. Dit heeft als gevolg dat de motorfiets beter binnen de lijnen te
houden is (zie ook 3.1.4 Voorvork doorsteek).

3.1.3. Veervoorspanning voorvork
De veervoorspanning is af te stellen met behulp van de moeren bovenop de veerpoten.

De veervoorspanning wordt meestal aangeduid met het aantal slagen. Geen veervoorspanning
is helemaal uitdraaien (linksom, tegen de klok in). Dit is de nul positie, vanaf hier begin je het
aantal slagen te tellen.

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

Veervoorspanning is niet snelheid gerelateerd (statische demping). Dit tot in tegenstelling tot
de in en uitgaande demping (dynamische demping). De bijdrage van demping wordt bij in en
uitgaande demping groter naarmate de poot sneller in of uitveert. Dit is niet het geval bij de
veervoorspanning. Veervoorspanning geeft dus min of meer aan bij welke kracht de voorpoot
begint in te veren.
Als een motorfiets te snel duikt is het dus mogelijk om de veervoorspanning te verhogen
hierdoor zal de motorfiets dus minder snel gaan “duiken”. Veervoorspanning zal ook de
ingaande en uitgaande beweging van de voorvork beïnvloeden.
3.1.4. Voorvork doorsteek
De voorvork doorsteek is te wijzigen door de bouten los te draaien waarmee de poten
ingeklemd worden. Ook moeten de “Clip-ons” los gedraaid worden. Nu kunnen de voorpoten
verder of minder ver worden door gestoken. Dit kan ingesteld worden per poot. Hier is het
belangrijk dat beide poten de zelfde afstelling hebben. Zo niet dan heb je een kromme fiets
onder je kont. En dit rijdt niet echt fijn. De doorsteek is op te meten met behulp van een
schuifmaat t.o.v. een vast punt.

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

Met de doorsteek wordt hoofdzakelijk de stabiliteit en het stuurgedrag van de motorfiets vast
gelegd. Als de voorpoten verder doorsteken dan komt de voorvork rechter op te staan. De
“Caster” of in het Nederlands “Naloop” wordt hierdoor kleiner met als gevolg een beter
sturende motorfiets.
Het Caster principe wordt ook toegepast bij winkelwagen wieltjes (alleen staat dan het wiel
naar achteren). Ook de voorwielen van auto’s hebben een bepaalde hoeveelheid Caster dit
zorgt ervoor, samen met het gewicht van de auto, dat het stuur altijd in de rechtuitstand komt
te staan.

Als de Caster verkleind word dan wordt er wel stabiliteit ingeleverd op het rechte stuk. De
motorfiets wordt gevoeliger voor oneffenheden. Dit valt eventueel te compenseren met de
stuurdemper. Dit moet altijd overlegd worden met de coureur omdat een kleine wijziging in
stuurdemper afstelling de fysieke belasting van de coureur sterk beïnvloed.

Caster
3.1.5. Stuurdemper

De stugheid van de stuurdemper is te verstellen met behulp van de draaiknop op de demper
zelf.

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

De stuurdemper neemt de trillingen in het stuur op veroorzaakt door oneffenheden in het
wegdek (mooi voorbeeld: Spoorweg overgang Eemshaven). De afstelling van de stuurdemper
zal een grote impact hebben op de fysieke belasting van de coureur. Het afstellen van de
stuurdemper kan daarom ook het beste uitgevoerd worden door de coureur zelf.

3.2. Afstelmogelijkheden achtervering
Bij de achtervering zijn de volgende zaken te wijzigen:
- Ingaande demping High speed
- Ingaande demping Low speed
- Uitgaande demping
- Veervoor spanning

3.2.1. Ingaande demping achter Low speed
De ingaande demping Low speed van de achtervering is in te stellen met een knop boven aan
de achter veerpoot. Deze instelling gaat met klikjes.

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

De ingaande demping van de achtervering bepaald het gedrag bij het uitkomen van een bocht.
Bij het uitaccelereren van een bocht zal er druk komen op het achterwiel. Veert het achterwiel
te langzaam in (ingaande demping staat te hard) dan wordt deze kracht niet goed opgenomen
door de demper en zal de achterkant van de motorfiets de nijging krijgen onder je weg te
glijden.

Staat de ingaande demping achter te zacht dan zal de motorfiets te snel wegzakken met als
gevolg dat de voorkant te hoog komt ten opzichte van de achterkant. Hierdoor krijg je het
gedrag van een chopper met als gevolg dat de fiets moeilijk binnen de “lijnen” te houden is.

3.2.2. Ingaande demping High speed
De ingaande demping High speed van de achtervering is in te stellen met een knop boven aan
de achter veerpoot. Deze instelling gaat met slagen.

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

De High speed ingaande demping vangt de snelle stoten op komend vanuit oneffenheden
(hobbels) van het wegdek. Deze instelling hoeft niet vaak gewijzigd te worden omdat deze
minder doet bij het rijden op circuits. Op straten circuits wil nadere afstelling nog wel eens
nodig zijn.
3.2.3. Uitgaande demping achtervering
De uitgaande demping van de achtervering is in te stellen met de blauwe ring onder aan de
achter veerpoot. Deze instelling gaat met klikjes. Ook hier geldt met de klok mee is meer
demping (richting dicht).

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

De uitgaande demping beinvloedt het gedrag tijdens het in-remmen van een bocht. Het is
belangrijk dat het achterwiel altijd contact houd met het wegdek. Gebeurt dit niet dat zal de
coureur eerder en meer gedoseerd moeten gaan remmen. Dit betekent tijdsverlies.

3.2.4. Veervoorspanning achterveer
Deze valt te wijzigen door de grijze ring meer in te draaien. Ook zijn er uitvoeringen waarbij
de veervoorspanning hydraulisch is te verstellen.

WELK GEDRAG WORDT HIER NU MEE BEÏNVLOED?

Veervoorspanning is niet snelheid gerelateerd (statische demping). Dit tot in tegenstelling tot
de in en uitgaande demping (dynamische demping). De bijdrage van demping wordt bij in en
uitgaande demping groter naarmate de poot sneller in of uitveert. Dit is niet het geval bij de
veervoorspanning. Veervoorspanning geeft dus min of meer aan bij welke kracht de
achterveer begint in te veren.
Algemene Facts & Tips

- Vering afstelling voor heeft altijd invloed op de afstelling achter en visa versa.
- Afstellingen zijn meestal temperatuur afhankelijk.
- Schrijf elke verandering direct op in een logboek.
- Bij het wijzigen van instellingen tel altijd eerst het aantal slagen/klikjes tot aan de nul
positie en begin dan met de nieuwe afstelling. Zo weet je altijd zeker wat de oude en
nieuwe waarde was/wordt.
- M.b.v. Tirerips op de voorpoten kun je zien hoeveel slag de ingaande demping nog
over heeft.