Commissie Dekker (Fundamentele Verkenning Bouw

)

NederLandBovenWater

Zes vragen over gebiedsconcessies
De woningmarkt zit op slot. Het duurt vijftig jaar om de A4 Midden Delfland te realiseren. Overheden en marktpartijen weten onderling amper waar ze aan toe zijn en vrezen bij samenwerking een vinger uit Brussel. Raadsleden klagen over hoge werkdrukte. Decentralisatie van ruimtelijk beleid is nog niet ingezet of krijgt al de schuld van verrommeling. Terug naar centraal? Of rigoureus anders met gebiedsconcessies?

1.

Wat is een gebiedsconcessie?

Een gebiedsconcessie is een instrument waarbij publieke partijen en een private partij of een privaat consortium een overeenkomst aangaan voor (her)inrichting en beheer en onderhoud van een gebied voor een bepaalde tijd. In andere landen gaat het veelal om perioden tot dertig jaar. Het private consortium voert binnen democratisch gelegitimeerde kaders (bijvoorbeeld in de vorm van een tot concessiekader opgewaardeerde structuurvisie) een ruimtelijk plan uit en is voor een bepaalde termijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de openbare ruimte in het betreffende gebied. Een gebiedsconcessie is het meest verregaande instrument in het scheiden van publieke en private verantwoordelijkheden. De heldere scheiding stoelt op vertrouwen én genereert vertrouwen tussen publiek en privaat.

2.

Wat is de meerwaarde?

In andere EU-lidstaten blijken gebiedsconcessies te leiden tot snellere realisaties, meer innovaties, meer flexibiliteit om in te spelen op dynamiek, hogere ruimtelijke kwaliteit (uit welbegrepen belang van de consortia), meer tevredenheid van bewoners en besparingen op de totale kosten tot 17% (bron: The Treasury Taskforce Limited, 2000). Gebiedsconcessies ontlasten overheden en leiden tot meer ondernemersschap in de brede zin van het woord. Het concessiekader genereert helderheid over de koers voor het gebied en dat genereert energie en de wil er voor te gaan. Gebiedsconcessies vormen een verrijking van het publiekprivate repertoire. Het is geen vervanging maar een aanvulling op de traditionele bouwclaim, gronden vastgoedexploitatiemaatschappijen (joint ventures), ontwikkelcompetities en rijksprojecten.

3.

Waarom passen we het nog niet toe?

In Nederland zijn nog geen voorbeelden van gebiedsconcessies zoals bedoeld. Wel zijn er voorbeelden van concessies voor bijvoorbeeld bedrijventerreinen en DBFM-contracten (Design, Built, Finance, Maintain) voor infrastructuur, zoals de A2 in Maastricht. Enkele andere voorbeelden met elementen van een gebiedsconcessie zijn de wijk Nieuw Crooswijk in Rotterdam en een buurt in Zaanstad, waar de gemeente onlangs de ontwikkeling van woningbouw inclusief beheer en onderhoud van een buurt heeft overgedragen aan een woningcorporatie. In vergelijking met andere EU-lidstaten komt publiekprivate samenwerking in ons land moeizaam van de grond. De absolute dominantie van overheden door wet- en regelgeving, een diepgeworteld wantrouwen tussen publiek en privaat, het niet weten omgaan met aanbestedingsregels en de nagenoeg volledig publieke en gescheiden financiering van infrastructuur en ruimtelijke plannen spelen hierbij een rol.

4.

Wat vraagt het van overheden?

Overheden denken strategisch vooruit en stellen democratisch te legitimeren doelen en kaders op hoofdlijnen. Naast inhoudelijke afspraken (aantal woningen, mate van ontsluiting, niveau waterveiligheid, energieprestaties, natuur, et cetera) kunnen procesafspraken worden 1

Experimenteerruimte voor gebiedsconcessies (versie 25 februari 2008)

Commissie Dekker (Fundamentele Verkenning Bouw)

NederLandBovenWater

vastgelegd. Hierbij valt te denken aan een jaarlijkse verantwoordingsdag, waarop direct betrokkenen in het openbaar alle vragen kunnen stellen aan het consortium. Vervolgens verstaan overheden de kunst van het loslaten, totdat de termijn van de gebiedsconcessie is verstreken. Op het niveau van doelen en kaders is door overheden onderling eerder consensus te bereiken dan op het niveau van oplossingen. In de fasering van gebiedsprocessen komt het concessiekader aan snee op het niveau structuurvisie en is zo concreet en conditionerend dat verdere planvorming (niveau bestemmingsplan) en vergunningsprocedures achterwege kunnen blijven.

5.

Hoe ziet een experiment er uit?

Lokale en regionale overheden zijn overtuigd van de maatschappelijke kansen van een gebiedsconcessie en zijn bereid daarvoor op termijn een deel van hun actieve verantwoordelijkheden los te laten. In geval van Ooijen-Wanssum in Noord-Limburg zijn alle bestuurders in beginsel al zover voor een gebied ter grootte van 25 km2. Woningcorporatie Ymere is bereid een experiment aan te gaan met een volledige zogeheten prachtwijk en Provincie Flevoland overweegt een nieuw aan te leggen randmeer langs de Noordoostpolder op deze wijze gestalte te geven. Het kabinet legitimeert en creëert experimenteerruimte om alle procedures die beargumenteerd overbodig zijn niet te hoeven doorlopen.

6.

Wat hebben corporaties eraan?

Gebiedsconcessies kunnen voor corporaties uitermate interessant zijn. Het biedt alle ruimte aan maatschappelijk verantwoord ondernemersschap in coproductie met bewoners. De VOCmentaliteit kan terug komen in de straat. De eeuwige en verzengende onzekerheid door politieke discontinuïteit en bemoeizucht over details is immers verleden tijd. De kracht van ontwikkelende professionals wint het weer van de macht van controlerende amateurs. Peter van Rooy Directeur Accanto, Utrecht Associé Habiforum & Nirov Projectleider NederLandBovenWater Bron: Aedes magazine, april 2008.

Experimenteerruimte voor gebiedsconcessies (versie 25 februari 2008)

2