Gemeente De Bilt

Startnotitie Economisch Beleidsplan
22 februari 2007

Inhoudsopgave
1 2 3 4 5 6 7 8 Inleiding ............................................................................................................................. 3 Arbeidsmarkt...................................................................................................................... 4 De productiestructuur......................................................................................................... 6 Het productiemilieu.......................................................................................................... 11 Verkeer en infrastructuur ................................................................................................. 14 Buitengebied en agrarische sector.................................................................................... 15 Ruimtelijke inrichting ...................................................................................................... 18 Sterkte Zwakte overzicht.................................................................................................. 20

2

1 Inleiding
De gemeente De Bilt heeft behoefte aan een integrale visie op de economische ontwikkeling van het hele gebied. Daar de gemeente uit zeer verschillende kernen met verschillende karakteristieken is opgebouwd, is een totaalvisie wenselijk. Daarvoor is allereerst nodig dat de huidige economische situatie in beeld wordt gebracht. Reeds in een voor de gemeente opgestelde notitie “Bekende en onbekende beelden van De Bilt” (2002) is geconstateerd dat er meer aandacht voor het bedrijfsleven moet komen. Het bedrijfsleven moet bekend worden bij de gemeente om te kunnen vaststellen wat de bedrijven voor de gemeente betekenen en wat de gemeente betekent voor het bedrijfsleven. In het collegeprogramma 2006-2010 is dat vertaald naar het voornemen de contacten met het lokale bedrijfsleven en (overheids)instellingen te intensiveren met het oog op behoud en versterking van werkgelegenheid. Dit dient bij te dragen aan de algemene doelstelling: “Het in stand houden van de ruimtelijke kwaliteit en het specifieke Biltse karakter met zijn kernen, opdat bewoners, ondernemers en bezoekers zich prettig en thuis voelen”. In de door de gemeente opgestelde notitie “Economische zaken nu en in de toekomst” (19 april 1999) werd geconstateerd dat het moeilijk te beoordelen is (vanwege het ontbreken van operationele doelen) of er sprake is van een gezond (sociaal) economisch klimaat. Citaat uit deze notitie: “Gelet op het feit dat de ontwikkelingen goed in de pas lopen bij de regionale trend kan worden geconcludeerd dat het sociaal economisch klimaat in ieder geval niet slechter is dan elders in de regio.” Het is nu zaak een kader te ontwikkelen dat richting geeft aan de gewenste economische ontwikkeling en dat, afgezet tegen de wensen en behoeften van het bedrijfsleven, bepalend is voor gemeentelijke sturing. Dat vergt enerzijds maatwerk, afgestemd op de behoefte van het bedrijfsleven, anderzijds zal het beleid voor de gemeente als geheel moeten passen binnen de ruimtelijke kaders van het Bestuur Regio Utrecht (BRU) en het provinciaal streekplan. Binnen de verstedelijkte stadsregio kenmerkt De Bilt zich door de groene en landschappelijke kwaliteiten. Dat element legt uiteraard beperkingen op ten aanzien van economische bedrijvigheid. Het zal de kunst zijn om enerzijds niet de kip met de gouden eieren te slachten en anderzijds de vitaliteit en het voorzieningenniveau in stand te houden. Daar hoort een zekere mate van bedrijvigheid bij. In het Regionaal Structuurplan (RSP) en de (nieuwe) Regionale Economische Ontwikkelingsstrategie (REOS) is “beheerste dynamiek” het uitgangspunt. Ontwikkeling moet kunnen, maar niet overal, niet in dezelfde mate van intensiteit. Binnen de stadsregio wordt ingezet op de sterke punten van de samengestelde delen. De Bilt heeft een specifiek aandeel in de diversiteit van de economische structuur en die complementair is aan bedrijvigheid elders. Dat komt tot uitdrukking in het RSP en zal verder worden “uitgebuit” in de nieuwe REOS. Voor een juiste balans gaat het er om scherp in beeld te hebben welke economische potenties de verschillende gebieden hebben. Vanuit het bedrijfsleven is er behoefte aan een actieve beleidsontwikkeling door de gemeente. De Biltse Ondernemers Federatie (BOF) heeft aangegeven actief te willen meedenken en bij te willen dragen in het formuleren van nieuw beleid. In het plan van aanpak is daarom gekozen om gezamenlijk op te trekken in het proces van het ontwikkelen van een economische visie van de gemeente. Deze startnotitie, waarin een overzicht wordt gegeven van de huidige economische situatie, relevante (beleids)kaders en randvoorwaarden voor ontwikkeling en een Sterkte/zwakte-analyse voor de kernen van de gemeente, is opgesteld door de gemeente, ondersteunt door het BRU en de Kamer van Koophandel (KvK). Het is niets meer en niets minder dan een nulmeting. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de beschikbare gegevens bij de gemeente, BRU, KvK, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) en economische visie Rabobank/MKB. Vervolgens zullen scenario’s worden opgesteld voor mogelijke economische ontwikkeling. Deze scenario’s zijn een hulpmiddel om uiteindelijk tot een gewenste economische ontwikkeling te komen. Na bepaling van het ambitieniveau kan deze worden uitgewerkt in een economische beleidsvisie. In het proces van beleidsontwikkeling wordt nauw samengewerkt met de ondernemers en brancheorganisaties, Voor het volledige proces wordt verwezen naar de bijlage C.

3

2 Arbeidsmarkt
De karakteristiek van de arbeidsmarkt van de gemeente De Bilt is als volgt (cijfers van 2005): – De totale bevolking van de gemeente is 42.198 (2005), bron: gemeente De Bilt). 42.254, bron: provincie. Circa 20% ouder dan 65 jaar (Ned. 14,3%, provincie 12%). Voorts is circa 25% tussen de 45 en 64 jaar en mag verdergaande vergrijzing worden verwacht. Het inwonertal daalt, 42.039 (1-1-2006, bron: gemeente). De werkende beroepsbevolking bedraagt 19.800 personen (CBS).

2.1

De vraag naar arbeid

De werkgelegenheid in de gemeente bedraagt 16.500 (PAR 2005) arbeidsplaatsen. Door het vertrek van enkele grote bedrijven (o.a. ASML) is de werkgelegenheid in de afgelopen jaren teruggelopen. Dominant in De Bilt zijn twee grote instellingen: KNMI met 450 arbeidsplaatsen, RIVM met 2.200 en Grontmij met 500 arbeidsplaatsen, samen goed voor zo’n 17% van de werkgelegenheid. Laten we dit totaal van 2.842 arbeidsplaatsen buiten beschouwing, dan resteren 14.000 arbeidsplaatsen, vooral geconcentreerd in de kernen De Bilt/Bilthoven. Daarvan zijn naar schatting zo´n 800 arbeidsplaatsen (profit en non profit) geconcentreerd op het Berg en Bosch terrein. De 4 grootste werkgevers nader bekeken. KNMI Hecht aan een goede band met de lokale omgeving. De naam KNMI is (ook internationaal) verbonden aan De Bilt. Vertrek is niet aan de orde Er werken 450 mensen, van wie 350 in vaste dienst. De vaste medewerkers wonnen vrijwel allen op korte afstand, grotendeels in De Bilt 40% van de medewerkers komt lopend of fietsend naar het werk. Relatie met het Biltse bedrijfsleven is niet zo groot. Alleen klein onderhoud, de kleine catering, vergaderaccommodatie en overnachtingen voor gasten worden lokaal betrokken. De relatie met andere kennisinstituten in de regio betreft vooral het Natuur en Milieu Planbureau (onderdeel van RIVM) en het IMAO (instituut voor Marine en Atmosferisch Onderzoek) van de Universiteit Utrecht. KNMI zou de “kennisrelaties” wel verder willen verbreden/uitbouwen. KNMI beraadt zich op een relatie met het Science Park. KNMI is geen publieksattractie, maar een meteobezoekerscentrum, buiten de KNMI-locatie, is wel bespreekbaar. RIVM Het RIVM is een agentschap van het ministerie van VROM dat van nationaal strategisch belang is. Het bestaat uit drie segmenten: a. het MPB (MilieuPlan Bureau), planning en advies b. het NVI (Nationaal Vaccin Instituut), vaccinproductiebedrijf c. het RIVM, wetenschappelijk onderzoek naar milieu- en gezondheidsbeleid Het RIVM is met circa 2200 werkzame personen een zeer grote werkgever met grote woonwerkverkeersstromen. Grofweg een kwart van de werknemers woont in de gemeente De Bilt en de helft in de provincie Utrecht. Het merendeel reist per auto. De 700 parkeerplaatsen op het terrein zijn te weinig. Er zijn circa 130 bezoekers per dag en er worden regelmatig grote congressen op eigen terrein georganiseerd. Veel bebouwing is verouderd. Er is een nieuw masterplan (20 ha) voor nieuwe huisvesting gemaakt. Er is weinig relatie met het lokale bedrijfsleven. Allen kleine zaken worden lokaal betrokken. De samenwerking met andere kennisinstituten groeit: a. instrumentenmakerij met KNMI b. vergiftigingsinfocentrum met Universiteit Utrecht (UU) c. milieulab met UU en TNO op UU-terrein d. inkoop energie met UU Grontmij Grontmij is sinds 1955 gevestigd in De Bilt en heeft in totaal 7.000 medewerkers, van wie 500 in de vestiging De Bilt werken.

4

Van de 500 medewerkers wonen er tussen de 50 en 100 in de gemeente. 20% van de 500 heeft ambulant werk. 5 % komt per fiets. 15% per bus/OV en 80% per auto. De vaak gesloten spoorwegovergang wordt als problematisch ervaren. Er is weinig relatie met het lokale bedrijfsleven. Incidenteel beroep op lokale zakelijke dienstverlening. Daarnaast bouwkundig en tuinonderhoud. Leaseauto’s worden betrokken van lokale autodealers. Pand en terrein (ook ligging t.o.v. Schiphol) zijn goed, maar de binding met de gemeente De Bilt is beperkt. De Grontmij ontvangt 20 a 30 buitenlandse delegaties per jaar (100-200 personen per keer) die lokaal/regionaal worden ondergebracht in vergader- en overnachtingaccommodaties. Er is incidentele samenwerking met KNMI en RIVM en er is een onderwijsrelatie met de Universiteit en Hogeschool Berg en Bosch complex Het terrein is in de jaren ’90 vrijgekomen. Delta Lloyd is eigenaar van het complex (m.u.v. enkele panden die nog in handen van de huidige gebruikers zijn). De bestemming is en blijft cultuur/religie/onderwijs/verpleging en verzorging. Een aantal van de grote bedrijven gevestigd op het terrein zijn: - Zorgconsult, opleidings- en adviesbureau, voortgekomen uit de huidige Zorgfederatie. - Bergman-kliniek (esthetische chirurgie). - Getronics (ex PinkRoccade) met ICT-opleidingen in de zorgsector. - De Berg en Bosch school - 2 verpleeghuizen Naast een aantal grote bedrijven is er een kinderopvang en zijn er vele kleine aanbieders van zorg en paramedische diensten. Grof geschat zijn er op het complex zo’n 40 bedrijven gevestigd met in totaal zo’n 800 werknemers. Goederenvervoer speelt vrijwel geen rol. Wel is er sprake van een relatief grote bezoekers/patiëntenstroom. Het complex heeft een te besloten karakter, waardoor de gebruiksmogelijkheden niet optimaal benut worden. De meeste gebruikers van het terrein komen af op de mooie locatie. Er zijn weinig onderlinge relaties. Er bestaan wel relaties met de UU en het UMC. Vanwege de grote verscheidenheid aan bedrijven en bedrijfjes is het lastig aan te geven wat de exacte relatie is met het lokale bedrijfsleven.

2.2

De markt met het aanbod

Tegenover een werkende beroepsbevolking van 19.800 staan 16.500 arbeidsplaatsen. Dat matcht kwantitatief wel, maar kwalitatief klopt de match niet. Dagelijks pendelen zo´n 8.000 werkers de gemeente in, ruim 9.000 de gemeente uit, voor het overgrote deel naar Utrecht (Rabobank/MKBrapport). Enerzijds blijkt hieruit dat de arbeidsmarkt van De Bilt onderdeel is van de grotere regionale arbeidsmarkt, anderzijds doen de cijfers veronderstellen dat de gevraagde en geboden kwaliteit van de arbeid (fulltime/parttime, aard van het werk en opleidingsniveau) verschillen. Uit CBS-cijfers blijkt dat 17% van de werkende beroepsbevolking lager geschoold is, 32% middelbaar en 51% hoger. Vooral dit laatste percentage is uitzonderlijk hoog. Hoewel cijfers over het opleidingsniveau van de banen in De Bilt ontbreken, is het waarschijnlijk dat een belangrijk deel van de hoger opgeleiden werk elders zoekt. Anderzijds is de woningmarkt voor starters en lager geschoolden in de Bilt zodanig moeilijk toegankelijk dat een groot deel van elders naar De Bilt blijft pendelen.

2.3

Kernvragen arbeidsmarkt

1. De Biltse bevolking loopt terug en vergrijst. Bij blijvend tekort aan jonge instroom zal de beroepsbevolking afnemen. Mag de werkgelegenheid dan ook afnemen of is ondanks de grote pendel toch kwantitatief evenwicht tussen vraag en aanbod na te streven? 2. Is er een verschil tussen gevraagd en geboden niveau van het werk en is dat een probleem? 3. Er is buiten de zorg en de bouw weinig werk-met-de-handen in de gemeente beschikbaar. Is dat een probleem of moet dat regionaal worden bezien? 4. Welke relatie hebben de drie grootste werkgevers (Grontmij, KNMI en RIVM) met de arbeidsmarkt van de gemeente? Hoe belangrijk zijn deze werkgevers voor de toekomst? 5. Is er een specifiek segment in de markt van vraag en aanbod waarop sturing wenselijk dan wel noodzakelijk is?

5

3 De productiestructuur
De omvang en de structuur van de economie in de gemeente de Bilt kunnen als volgt worden beschreven:

3.1

Kleinschalig met enkele uitschieters

De bedrijvigheid is vooral kleinschalig. Zonder RIVM en KNMI telt De Bilt 2.720 vestigingen met (16.419 – 2.250) 14.169 arbeidsplaatsen, gemiddeld derhalve 5,2 arbeidsplaatsen per vestiging. De verdeling over de sectoren is als volgt (2005): Aantal banen Prov. % 453 2,8% 1,8 940 5,7% 7,4 1.046 6,4% 6,2 2.847 17,3% 18,2 600 3,7% 3,2 384 2,3% 5,1 383 2,3% 4,7 5.238 32,0% 22,5 231 1,4% 4,9 944 5,7% 7 2.517 15,3% 14,3 836 5,0% 4,7 16.419 Aantal vestigingen Prov. % 180 6,6% 5,6 120 4,4% 4,9 230 8,5% 8,5 530 19,5% 22,5 80 2,9% 3,9 50 1,8% 3,0 70 2,6% 2,0 880 32,4% 29,7 10 0,4% 0,3 90 3,3% 3,6 220 8,0% 6,7 260 9,6% 9,4 2.720

Landbouw Industrie Bouw Reparatie en handel Horeca Transport/communicatie Fin. diensten Zakelijke diensten Overheid Onderwijs Zorg Overig (milieu, cultuur, recreatie en overige diensten) Totaal 2005 Bron: PAR

In dit overzicht vallen een paar dingen op: – De zakelijke diensten zijn dominant in De Bilt. Een derde van de werkgelegenheid en een derde van de vestigingen valt in deze sector. Dat is nog hoger dan het aandeel zakelijke diensten in de “diensten provincie” Utrecht. De Bilt scoort lager dan de rest van de provincie in de sectoren industrie en transport. Dat zal na het eventuele vertrek van Inventum nog lager scoren. Er is in de gemeente ook nauwelijks fysieke ruimte voor deze sectoren. De licht bovengemiddelde score in de sector zorg wijst erop dat De Bilt –zoals alle Heuvelruggemeenten– een zorgsector kent die niet alleen de lokale vraag, maar ook de regionale/landelijke vraag bedient. Opmerkelijk is de relatief sterke positie van de landbouw. Weliswaar daalt in de afgelopen jaren het aantal vestigingen licht, conform de landelijke trend, maar het landbouwareaal en de werkgelegenheid dalen niet.

Creatieve werkgelegenheid Naast de ‘traditionele”indeling van de productiestructuur is voor de gemeente de Bilt en het BRU de creatieve werkgelegenheid van belang. 1 op de 5 banen in de regio heeft “een creatief karakter en daar zit groei in.. In de stadsregio Utrecht gaat het vooral om de onderzoekssector en ICT sector. Het aandeel van de kunsten, de media en het ontwerp blijft een fractie achter bij het Nederlandse aandeel., maar t.a.v. het onderdeel Kunsten: o.a. in De Bilt een lichte oververtegenwoordiging ten opzichte van het nationaal gemiddelde. Opmerkelijk verschil: Bijna een kwart van de creatieve werkgelegenheid in Nederland valt onder de categorie technische toepassing. In BRU is dat nog geen 5 %. De creatieve werkgelegenheid is enigszins overlappend met Life sciences.

6

Creatieve werkgelegenheid De Bilt 2004 Percenta ge 1,6 1,1 15,7 53,8 8,9 11,9 0,8 1,5 4,6 100 4850

Kunst Media Ontwerp Onderzoek ICT Organisatie creatieve industrie Vervaardiging creatieve industrie Ambachtelijke toepassing Technische toepassing Creatieve industrie totaal Omvang creatieve werkgelegenheid De Bilt In de life sciences zijn in De Bilt 11 bedrijven werkzaam met ruim 1500 werknemers

Bron: ABF Research 3.2 Een gemeente met meerdere gezichten
Uit het voorgaande ontstaat het beeld van een gemeente met complementaire gezichten: – Een grotendeels agrarisch groen buitengebied aan de westzijde met een relatief jonge bevolkingsopbouw en levendige kleine kernen. De woningmarkt is daar krap, de voorzieningen staan onder druk. – Een vergrijzend De Bilt/Bilthoven met een hoog inkomens- en leeftijdsgemiddelde. Industrie en transport zijn ondervertegenwoordigd. Diensten (grootschalig zoals Grontmij, KNMI en RIVM en kleinschalig als zelfstandig adviseur) domineren de productiestructuur en ook de zorg is belangrijk en groeiend, voor de eigen inwoners en de regio. – De hoog opgeleide beroepsbevolking vindt maar ten dele werk in De Bilt en pendelt naar buiten, met name Utrecht. Een deel van de banen voor lager opgeleiden wordt door werkers uit de omgeving bezet.

3.3 3.4

De agrarische sector De bedrijfsterreinen nader bezien

Een aparte beschouwing over deze sector is opgenomen in hoofdstuk 6.

a. Maartensdijk Industrieweg Een intensief bebouwd bedrijventerrein. Vooral veel kleinere bedrijfspanden. Veel leegstand, deels slecht onderhouden. Ook nieuwbouw. Ex-metaverpa pand achterzijde rommelig (garage), voorzijde prima (Eduniek en Wildher ICT). Revitalisering van het bedrijventerrein kan de kwaliteit verbeteren b. Maartensdijk Dierenriem LFE (wijnimporteur) en De Wilde Metaal. Solitaire vestigingen. Geen probleem. c. Rembrandtlaan (bij station) Een bedrijventerrein met een divers beeld: deels rommelig (bijv. laagwaardige opslag langs het spoor), leegstand/kaalslag, maar ook prima nieuwbouw. Meeste ex-ASML-gebouwen weer in gebruik. Er is een bouwmarkt gevestigd op dit bedrijventerrein. Toegang voor vrachtverkeer niet optimaal. Revitalisering van het bedrijventerrein kan de kwaliteit verbeteren.

d. Leyenseweg Verspreide (historisch daar gegroeide) bedrijfjes (o.m. Opel dealer). Solitair: Inventum. Erg ingesloten in woonwijk. Leent zich na eventueel vertrek Inventum voor woonbestemming. e. Larenstein Nieuw bedrijventerrein in ontwikkeling. Bij het ontwerpen van Larenstein is een goede inpassing in het groen als uitgangspunt gehanteerd. In het bedrijvenpark komen auto- en garagebedrijven en

7

bouw- en installatiebedrijven. Ook komt er een bedrijfsverzamelgebouw. In dit gebouw vestigen zich diverse kleinere dienstverlenende bedrijven. f. Weltevreden Op dit bedrijventerrein is sprake van een zeer diverse mix van bedrijven en andere functies (gemeentewerf, autodealers, school, kleine bedrijven, woonwagens). Het gebied is grotendeels goed onderhouden. Geen zichtbare problemen.

g. Terrein ex-Hessing Utrechtseweg Wacht op herbestemming. h. Solitaire vestigingen: KNMI, RIVM, Grontmij Goed onderhouden en landschappelijk aantrekkelijk ingerichte terreinen. i. Molenkamp Sterk verrommeld. Geen eenduidige functie. Dit terrein komt in aanmerking voor herontwikkeling. Ambachtstraat Diverse bedrijven, waarbij sprake is van enig verloop. Geen zichtbare problemen. Kon. Wilhelminaweg-Groenekanseweg Aan de Kon. Wilhelminaweg zijn veelal kleinere bedrijfspanden gelegen. Van de Hoef Transport springt er in omvang uit. De uitstraling van deze bedrijvenzone is functioneel, maar enigszins weinig verouderd. De parkeer- en manouvreerruimte voor de bedrijven is zeer beperkt, waardoor gevaarlijke verkeerssituaties kunnen ontstaan. Aan de Groenekanseweg, gelegen tussen spoorlijn en A27 zijn enkele nieuwe bedrijfspanden met moderne uitstraling gevestigd.

j.

k.

3.5

De detailhandel nader bezien

1. Algemeen De gemeente De Bilt heeft enerzijds een deels goed verzorgd en florerend winkelbestand, anderzijds is er sprake van verschraling, als resultante van tegenstrijdige invloeden. Enerzijds is de nabijheid van de breed en diep gesorteerde winkelcentra van Utrecht en Zeist merkbaar. Bijna een derde van de koopkracht in niet dagelijkse artikelen vloeit af naar Utrecht (bijlage A). Anderzijds vormt de hoog opgeleide bevolking met een relatief hoog inkomen een stevige basis onder de Biltse bestedingen. Voor De Bilt/Bilthoven vormen de winkelcentra Hessenweg en Bilthoven-C/Kwinkelier sterke centra voor dagelijkse goederen. Voor het Noordwesten van de gemeente is Maertensplein een veelbezocht centrum. Met name in de niet dagelijkse goederen vloeit veel koopkracht af. In deze categorie weet alleen Bilthoven-C/De Kwinkelier koopkracht te binden (26% zie bijlage A). Meer dan de helft vloeit af naar elders, met name Zeist en Utrecht. 2. De centra afzonderlijk Hieronder volgt een kort overzicht van de (potentiële) winkellocaties met een oordeel over de sterke en zwakke kanten, mede als basis voor toekomstig beleid. a. Groenekan Eén kleine super aanwezig, gecombineerd met ijzer/dhz en tuinartikelen. Positief – Aanwezigheid basisvoorziening bij beperkt verzorgingsgebied, creatieve branchecombinatie – Gratis parkeren Negatief Super klein en verouderd, uitbreiding/vernieuwing gewenst

b. Achterwetering/Achttienhoven/Westbroek Geen basisvoorzieningen aanwezig, potentieel aan koopkracht te klein. c. Hollandsche Rading Geen detailhandel aanwezig. Oriëntatie van koopkracht zal waarschijnlijk gericht zijn op Maartensdijk en Hilversum.

8

d. Maertensplein Redelijk modern centrum met het niveau van een wijkwinkelcentrum, voor het NW-deel van de gemeente. Geen echt grote problemen. Bakker/mode/slager langs de Dorpsweg. Positief – Redelijk breed assortiment, twee supers in verschillend prijssegment – Gratis parkeren Negatief – Drie units leeg versus twee vaste standplaatsen (groente + kaas) – Onderhoud nodig – Te weinig parkeerplaatsen – Maertensplein heeft geen relatie met de winkels aan de Dorpsweg

e. Bilthoven Centrum/De Kwinkelier/Julianalaan De Kwinkelier is een winkelgebied met grote tegenstrijdigheden. Enerzijds is sprake van een breed en diep assortiment, met ook winkels in het wat luxere segment. Anderzijds is De Kwinkelier een gedateerd en zeer slecht onderhouden centrum, vuil en verveloos. De aansluiting van De Kwinkelier op de winkels in de Julianalaan is goed. Positief – Breed assortiment (twee supers, HEMA) – Looproutes – Gratis parkeren – Bevoorrading – Relatie met rest Bilthoven-c reconstructieplan Negatief – Achterstallig onderhoud Kwinkelier/Vinkenplein e.o. – Vuile donkere parkeergarage – Erg gedateerd

Per saldo een sterk winkelcentrum dat dringend een renovatie nodig heeft. Spoedige uitvoering reconstructieplan gewenst. Tijdelijke voorzieningen tijdens de verbouwing goed regelen om koopkrachtverlies te voorkomen. Branchering na reconstructie goed regelen inclusief ´terugkom´regeling voor huidige winkeliers. f. Planetenbaan Gedateerd maar goed onderhouden wijkwinkelcentrum. Erg inwendig gericht, matige uitstraling, Super de Boer excentrisch gelegen ten opzichte van de rest van de winkels. In het gebied is een speciaalzaak in o.a. wijn en whisky gevestigd. Deze genereert doelgericht bezoek vanuit een groot marktgebied. Ondersteunt dus niet de wijkfunctie van het winkelgebied. Positief – Omvang – Branchering – Onderhoud – Gratis parkeren – Bevoorrading – weekmarkt Negatief – Gedateerd en naar binnen gericht – Niet geïntegreerde super

Geen grote manco’s, wel is herontwikkeling op langere termijn nodig. g. Donsvlinder Eén solitaire Plus Supermarkt. Nieuw, prima uitstraling. Functioneert in een duidelijk afgebakende wijk binnen de gemeente. h. Hessenweg/Looydijk Niveau versterkt dorpscentrum. Uitstekend breed en diep assortiment. Het zwaartepunt ontwikkelt zich bij de rotonde/Looydijk (AH, Blokker, vd Broek). Herinrichtingsplan gedeeltelijk uitgevoerd. Nzijde (Esselborch) moeilijk op peil te houden. Positief – Assortiment – Sfeer – Onderhoud Negatief – Weinig parkeerplaatsen – Bevoorrading – Woningen tussen de winkels

9

– –

Goede entree Z-zijde Versterking N-zijde (Esselborch)

Per saldo een sterk centrum, vooral voor dagelijkse goederen. Het zwaartepunt verplaatst zich zuidwaarts, herinrichting Z-zijde vraagt aandacht. i. Bilderdijklaan Solitaire kleine Spar, Super en slagerij. Geen problemen. Dorpsstraat Dit ‘oude’ centrum is met een kapper, een antiekzaak, een interieurzaak en een wijnhandel meer een straat met enkele solitaire vestigingen, en daarom thans niet als adequaat winkelgebied te bestempelen.

j.

3. Overige bewinkeling De resterende verspreide bewinkeling (Aldi, tuincentrum, bouwmarkt) zijn historisch bepaald en als zodanig niet problematisch (maar niet altijd even logisch), ware het niet dat de bedrijven zelf knelpunten ervaren en op zoek zijn naar andere locaties. Er bestaat behoefte aan beleid nodig voor deze categorie winkels (GDV/PDV beleid). 4. Tenslotte Het Biltse detailhandelsbeleid heeft zich gericht op de problemen van de afzonderlijke centra. Voor de toekomst is een lange termijn visie op de totale bewinkeling van de gemeente gewenst. Zeker tegen de achtergrond van vergrijzing en teruglopende bevolking.

3.6

Kernvragen productiestructuur

1. De structuur van de bedrijvigheid in De Bilt is eenzijdig. Grote en kleine dienstverleners en industrie en transport blijven achter ten opzichte van de provincie gemiddeld. Is dit de wenselijke rol van De Bilt in de regio of moeten onderbelichte sectoren worden gestimuleerd? 2. Na het vertrek van Inventum daalt het aantal maakindustriebanen flink. Verdient dat compensatie (bijv. door het aantrekken van nieuwe bedrijven in deze sector)? 3. De agrarische sector is sterk aanwezig in het westelijk deel van de gemeente. Krijgt deze sector voldoende ruimte en stimulansen om ook op langere termijn te overleven? 4. De structuur van de detailhandel vertoont zwakke plekken. – De Kwinkelier/Vinkenplein e.o.raakt sterk verouderd. Er liggen plannen voor vernieuwing klaar. – De winkels in de kleine kernen staan onder druk. Zijn de nieuwe plannen voldoende? Moet extra woningbouw de voorzieningen in de kleine kernen veilig stellen? 5. Welke instrumenten/beleid zijn nodig om het zittende bedrijfsleven vast te houden en armslag te geven? Is dat noodzakelijk? 6. Draagt de huidige productiestructuur in voldoende mate bij aan de regionaal-economische structuur? 7. De bedrijventerreinen Industrieweg Maartensdijk, Rembrandtlaan en Molenkamp vragen om herstructurering/revitalisering. Wat is de meest wenselijke ontwikkeling voor deze terreinen?

10

4 Het productiemilieu
Alle elementen die het voor werkgevers en werknemers aantrekkelijk maken om in de gemeente te wonen en te werken vormen tezamen het productiemilieu. Ook de regio rondom de gemeente is hierop van invloed. Vanuit het perspectief van het bedrijfsleven levert dit globaal het volgende beeld op.

4.1

Wonen

De woningvoorraad bestaat voor bijna 60% uit koopwoningen en ruim 40% uit huurwoningen. Vergeleken met de regio Utrecht geldt: – Relatief veel koopwoningen (5% meer dan gemiddeld) – Relatief veel particuliere huurwoningen ( 3 % meer dan gemiddeld) – Relatief weinig corporatieve huurwoningen (8 % minder dan gemiddeld) Kenmerkend is de concentratie van de huurvoorraad in grotere kernen: De Bilt, Bilthoven en Maartensdijk. Op de koopmarkt in de gemeente De Bilt is de gemiddelde woningwaarde en de mediaan van de verkoopprijs hoger dan in de regio Utrecht. Dat lijkt in lijn te zijn met het hoog gemiddeld besteedbaar inkomen Kernen verschillen: vooral in Bilthoven en De Bilt nog groei in de huishoudensontwikkeling tot 2015. In de kleine kernen Hollandsche Rading, Groenekan en Westbroek is de huishoudensgroei heel beperkt. In Westbroek is zelfs een lichte daling te verwachten. Echter, in deze kernen is al langer sprake van een klein, maar hardnekkig tekort. Van een ruime woningvoorraad is vooralsnog geen sprake. Voor De Bilt geldt dat de kwaliteit van het landschap gebaat is bij een strategie van behoud en optimalisering. Stadsuitbreiding is hier niet of slechts in zeer geringe mate aan de orde. Kleinschalige ontwikkelingen in het oostelijk deel zijn wel mogelijk. Tot 2015 worden 1200 woningen gebouwd waarbij het streven is om tussen de 25 en 35% sociale huur bij te bouwen. De grootste bouwopgaven liggen in De Bilt en Bilthoven. Het accent ligt op de nu in de knel zittende doelgroepen, starters, jonge gezinnen en senioren.

4.2

Woonomgeving

Hoogwaardig en hooggewaardeerd. Het behoud van het karakter van de kleinere kernen in De Bilt speelt een belangrijke rol. Het vergroten van de mogelijkheden mag niet ten koste gaan van het karakter. Grootschalige ingrepen passen niet bij het kleinschalige karakter van de kernen.

4.3

Winkel-, horeca

Het aanbod van winkels en horeca verschilt sterk per kern. De gemeente De Bilt kent een aantal winkelcentra: de Hessenweg/Looijdijk, de Dorpsstraat in De Bilt, Bilthoven-centrum/De kwinkelier en de Planetenbaan in Bilthoven en Maartensplein in Maartensdijk. Als knelpunten voor de twee belangrijkste winkelgebieden in De Bilt, Bilthoven-centrum en de Hessenweg werden gezien de matige bereikbaarheid, het tekort aan parkeerplaatsen (Hessenweg) en het onaantrekkelijke verblijfsklimaat (sociale veiligheid). Het totale winkelaanbod in m2 winkelvloeroppervlak (wvo) in de gemeente bedraagt 46.620, waarvan 20.000 in Bilthoven Centrum gelokaliseerd Binnen de toekomstige regionale winkelstructuur kan Bilthoven Centrum als bovenlokaal worden aangeduid. Functie: recreatief en gemak De nadruk ligt op het niet-dagelijkse aanbod (79% van het totale winkeloppervlak). De branches woninginrichting en mode zijn sterk vertegenwoordigd. 55% van de totale omzet bestaat uit nietdagelijkse artikelen. De Kwinkelier, als onderdeel van Bilthoven-Centrum wordt vernieuwd en uitgebreid met ca. 4.000 m2 wvo winkels. Het Vinkenplein e.o. is de tweede vernieuwing binnen Bilthoven-Centrum.

4.4

Recreatieve een toeristische voorzieningen

24% van de totale oppervlakte van de gemeente (6.710 hectare) is bos- en natuurgebied. Daarnaast heeft 52% een agrarische functie. Het recreatief medegebruik uit zich in het gebruik van fiets- en wandelpaden, sportvisserij en kanovaren. Het oostelijk deel maakt nog net deel uit van de Utrechtse Heuvelrug. Deze stuwwal is één van de grootste natuurgebieden van Nederland met een hoog recreatief gebruik. In de bosrijke omgeving van De Bilt is o.a.camping de Biltse duinen een belangrijke voorziening.

11

Recreatie vindt ook in de kernen plaats: horeca, hotels, historische beleving van dorpsbeelden met als markant voorbeeld het unieke restant van spoorwegarchitectuur in Maartensdijk, de spoorlijn Hilversum-Utrecht. De unieke draagconstructie voor de elektrische bovenleiding, gevormd door een haag van repeterende spitsbogen vormen, zijn dan ook een uniek element in het Nederlandse sporenlandschap. De omringende gemeenten rond de stad Utrecht vervullen een functie op het gebied van recreatie. Voor De Bilt geldt dat voor het Noorderpark, dat naast een eigenstandige groenfunctie ook als recreatief uitloopgebied van de stad gezien kan worden. De nota Ruimte voor een vitaal platteland beschrijft de versterking van de vitaliteit van het platteland door ruimte te bieden aan hergebruik van bebouwing en nieuwbouw op het platteland, vergroting en aanpassing van de toeristische-recreatieve mogelijkheden. Daarnaast kunnen overige economische activiteiten inclusief (zorg)voorzieningen die zich verdragen met de kwaliteit van het landschap en de sociale structuur van het platteland versterkt worden.

4.5

Sportvoorzieningen en cultuuraanbod

Er is een groot en breed aanbod in verhouding tot de grootte van de kern. Het sociale leven in De Bilt wordt mede bepaald door het verenigingsleven. Verenigingen vervullen een ontmoetingsfunctie voor de inwoners, sommige zijn gericht op de hele gemeente, andere zijn wijkof kerngebonden. In het algemeen kan gesteld worden dat de gemeente een bloeiend verenigingsleven kent. Er is sprake van een groot aantal verenigingen. De sociale binding in de kleinere kernen is groter dan in De Bilt en Bilthoven. De bewoners zien zichzelf respectievelijk als plattelandsbewoner en bewoner van een meer stedelijke omgeving. Voor Maartensdijk geldt dat de bewoners erg gehecht zijn aan hun buurt zo hoog als in Maartensdijk: 82% van de bevolking zegt (zeer) gehecht te zijn aan de eigen woonbuurt, het heeft dan ook alle voor hen noodzakelijke voorzieningen.

4.6

Veiligheid/criminaliteit

Het aantal aangiften is gedaald (bij een blijvende hoge meldings- en aangiftebereidheid) en inwoners voelen zich nog veiliger in de eigen woonbuurt dan in 2005.

4.7

Onderwijs

De gemeente beschikt over behoorlijk wat aanbod aan basis- en voortgezet onderwijs. Er is een viertal (kleine?) particuliere beroepsonderwijs instellingen c.q. organisaties, die zich richten op mode en taaltrainingen (Engels en Frans). Op Berg en Bosch bevindt zich PinkRoccade Educational services (ICT). De vraagkant is moeilijk te bepalen.

4.8

Gezondheidszorg

De gemeente beschikt over een fors aantal zorg- en welzijnsinstellingen, waaronder vele particuliere organisaties. Een fors aantal is gericht op ouderen. Er is sprake van een concentratie in De Bilt en Bilthoven, waar Berg en Bosch het hart vormt van het cluster Life Sciences.

4.9

Oriëntatie op de omgeving

De grote kernen, De Bilt en Bilthoven kennen een compleet aanbod van voorzieningen en woningtypen. De vier overige kernen zijn kleiner en landelijker van karakter: Maartensdijk, Groenekan, Holllandsche Rading en Westbroek. Tussen de kernen bestaan duidelijke karakterverschillen. Maartensdijk is een vrij complete kern, met voldoende voorzieningen. Hollandsche Rading is qua voorzieningen sterk georiënteerd op Hilversum en de inwoners van Groenekan kunnen kiezen: Utrecht of Bilthoven. Westbroek is een hechte gemeenschap met agrarische “roots”, met een gedeeltelijke oriëntatie op Maarssen. Voor De Bilt en Bilthoven geldt dat er deels gebruik gemaakt wordt van de voorzieningen in de eigen kern, deels zijn de bewoners van deze kernen gericht op Zeist en Utrecht. De migratiecijfers geven aan dat Utrecht naar De Bilt trekt (senioren) en gezinnen naar suburbane milieus als Houten trekken. Daarnaast trekken relatief veel mensen naar Zeist.

4.10 Kernvragen productiemilieu
1. Is vraag en aanbod (vanuit het bedrijfsleven) in overeenstemming? M.a.w. is het erg dat de huizenprijzen hier hoog liggen? 2. Is het feit dat m.n. starters en jonge gezinnen huisvestingsproblemen kennen belemmerend voor bedrijven om aan personeel te komen?

12

3. Wat betekenen hoge woningprijzen en lange wachttijden voor de lokale (en regionale) economie? 4. Op welke locaties kunnen groene werklandschappen en zorgboerderijen concepten zijn die de economische potentie van het buitengebied vergroten? 5. Is het aanwezige potentieel aan zorg- en welzijnsinstellingen beter te benutten in combinatie met de sterk toenemende vergrijzing? 6. Wat effect heeft vergrijzing voor de economie, beroepsbevolking en zorgvraag? 7. Is het vestigingsklimaat aantrekkelijk genoeg om in ieder geval de zittende bedrijven te behouden? 8. Ondanks een hoog voorzieningenniveau heeft de bevolking een sterke oriëntatie op het omliggende gebied, m.n. op de stadsregio. Is dit een risico voor het ondernemersklimaat?

13

5 Verkeer en infrastructuur
De gemeente is in principe goed ontsloten. Er zijn twee NS-stations: Bilthoven op de lijn UtrechtAmersfoort en Hollandsche Rading op de lijn Utrecht-Hilversum. Parallel aan de spoorlijn Utrecht-Hilversum doorsnijdt de A27 richting Hilversum/Almere de gemeente, aan de zuidkant van de gemeente ligt de A28 richting Amersfoort/Zwolle. De toenemende automobiliteit vormt voor de hele regio en daarmee ook de gemeente De Bilt een bedreiging voor de goede bereikbaarheid. Als gevolg van de lage bebouwingsdichtheid en het zeer bescheiden reizigersaanbod voor het openbaar vervoer, zijn de interne OV-verbindingen in de gemeente beperkt. In “Leefbare mobiliteit op de Heuvelrug” (2001) is een maatregelenpakket geformuleerd voor de periode tot 2010, waarbij gedragsbeïnvloeding, het verbeteren van het openbaar vervoer (bus en trein/randstadspoor) en het bevorderen van het fietsverkeer centraal staan, naast verbetering van de doorstroming op de A28 en A27 door benuttingsmaatregelen. In dit kader moet ook het gewenste nieuwe fietspad naar Berg en Bosch worden genoemd. In het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Regio Utrecht (BOR) is er voor de gemeente De Bilt één BRU-project relevant, HOV Bilthoven. Dit project behelst het verbeteren van de OV-verbinding tussen het NS-station Bilthoven en de N237 (Utrechtseweg). Dit project is een voorwaarde voor een nieuwe OV-verbinding van station Bilthoven naar De Uithof en vergroot de flexibiliteit van het buslijnennet voor een groter gebied. Er is een relatie met andere BOR-projecten: HOV De Uithof-Zeist en OV-voorziening Universiteitsweg/412 en het Provinciaal Plan N412 De spoorwegovergangen in Bilthoven (Soestdijkseweg) en Den Dolder (Dolderseweg, gemeente Zeist) behoren tot de onveiligste van Nederland. Daarnaast belemmeren de spoorwegovergangen de doorstroming van auto’s en fietsers en belemmeren ze de hulpverlenende diensten, waardoor de veiligheid in het geding is. Voor de gemeenten De Bilt en Zeist geldt de spoorwegovergang als obstakel in de verkeersdoorstroming en de bereikbaarheid van de dorpskernen. De bereikbaarheid van de kernen en het winkelareaal is in het geding. Met name de circulatie en ontsluiting van het centrum (en de bedrijventerreinen) worden als knelpunt gezien. Bovendien zijn beide stations niet goed zichtbaar en herkenbaar, en is de looproute van het winkel- en wandelgebied naar het station voor verbetering vatbaar. Momenteel woedt de discussie over een voorkeursvariant van ProRail als tussentijdse oplossing voor de Dolderseweg, n.l. een fiets- en voetgangerstunnel en een autotunnel onder het spoor door, met perrontoegang tot het eilandperron en de voorkeursvariant van de gemeente De Bilt, verdiept spoor. Een (gezamenlijke) klankbordgroep is van mening dat de veiligheids- en leefbaarheidsproblemen in beide kernen vragen om verdiepte ligging van het spoor over de gehele lengte van beide bebouwde kommen, Bilthoven en Den Dolder. Daarmee verdwijnen de bovengrondse, gevaarlijke, spoorkruisingen (naast de Dolderseweg en de Soestdijkseweg ook de overgang Leijenseweg). Tevens verdwijnt daarmee de barrière die het spoor nu in beide kernen vormt.

5.1

Kernvragen verkeer

1. Komt de aanpak (lange termijn en tussentijdse oplossingen) van de spoorwegovergangen de economische ontwikkeling van de kern Bilthoven ten goede? 2. Welke maatregelen t.a..v. circulatie en ontsluiting van het centrum en bedrijventerreinen komen de lokale economie ten goede? 3. Zijn deze knelpunten door de gemeente op te lossen of dient dat op een ander niveau gedaan te worden? 4. Leidt de in- en uitgaand pendel tot knelpunten t.a.v. verkeer en infrastructuur?

14

6 Buitengebied en agrarische sector
Het gemeentelijk beleid voor het buitengebeid en de agrarische sector is recentelijk (juni 2006) vastgelegd in de nota Ruimte voor een vitaal platteland, Kwaliteitsvisie en plattelandsagenda 2015. De visie richt zich op de ontwikkelingen in het landelijk gebied en dan met name op het agrarisch platteland. Voor de vitaliteit en de ruimtelijke kwaliteit van het platteland moet het platteland ruimte bieden aan de verschillende functies: - een duurzame landbouw - een aantrekkelijk landschap - een bloeiende economie - goede woonomstandigheden - een levendige en levensvatbare sociale structuur en sterke identiteit - een gezond functionerend ecosysteem De versterking van de vitaliteit kan op verschillende manieren gebeuren. Per, in kernkwaliteiten beschreven deelgebieden, is aangegeven welke ontwikkelingen er onder voorwaarden, mogelijk zijn. Daarvoor is ook een afwegingskader ontwikkeld en geeft de plattelandsagenda aan hoe de visie uitgewerkt kan worden. Het landelijk gebied lijkt met name een recreatieve rol te vervullen voor de inwoners van het stadsgewest, aan de landbouw als economische factor wordt o.a. in het Regionaal Structuurplan tot op heden weinig aandacht besteed. Het in BRU –verband verrichte onderzoek naar het agrarisch perspectief in het BRU-gebied levert toch een aardig beeld op over de betekenis van het agrarische platteland. Er is een groot verschil in aantal bedrijfstypen per gemeente. In figuur 2 is de verdeling van de bedrijfstypen te zien.

Bedrijfstypen in 2003
Aantal bedrijven

200 150 100 50 0
IJsselstein De Bilt DriebergenRijsenburg Houten Maarssen Nieuwegein Utrecht Vianen Bunnik Zeist

Combinaties Hokdierbedrijven Graasdierbedrijven Tuinbouw- en blijvende teeltbedrijven Akkerbouwbedrijven

Gemeenten
Figuur 2: Aantal en bedrijfstypen per gemeente in 2003

Vanuit het onderzoek naar Agrarisch bedrijfsperspectief in het BRU-gebied (2005) komt voor De Bilt een kleinschalige (melk)veehouderij met een beperkt perspectief naar voren Tabel Aantal agrarische bedrijven Agrar. Bed. totaal 187 1993 2003 134 Hoofdberoep Waarvan akkerbouw 1 1 Tuinbouw/ Blijv. Teelt 15 10 Graasdier. Hokdier Combinaties

150 111

121 (106) 91 (68)

5 2

8 7

15

Het aantal agrarische bedrijven is in de afgelopen 10 jaar met 53 stuks (28%) afgenomen met een gemiddelde van ca. 3% per jaar. De hoofdberoepers is met 26% afgenomen en vooral de groep met tuinbouw/blijvende teelt en graasdierbedrijven. De groep bedrijven als nevenberoep was in dezelfde periode met 14 stuks afgenomen en was in 2003 23. Deze afname komt in haar geheel voor rekening van de groep graasdierbedrijven. In hoofdzaak zijn dit bedrijven in afbouw. Deze afname van het totale aantal agrarische bedrijven is ten opzichte van het landelijk gemiddelde iets hoger. De belangrijkste redenen zijn de schaalvergroting en uitvoering van de Herinrichtingen Groenraven-Oost en Noorderpark. In beide herinrichtingen zijn grootschalige functiewijzigingen voorgesteld. Het agrarisch areaal in de gemeente De Bilt neemt dan ook sterk af en de verwerving van de gronden vindt vooral plaats door aankoop van gehele agrarische bedrijven. Van oudsher en ook gezien de omgevingsfactoren, grondsoort, verkaveling, waterhuishouding etc. is de groep graasdierhouderij veruit de grootste en belangrijkste sector. Voor de continuïteit en de duurzaamheid van de agrarische functie is de melkveehouderij, onderdeel van de graasdierhouderij, een belangrijke pijler. Tussen haakjes zijn de aantallen in de tabel weergegeven. De schaalvergroting in de melkveehouderij is aanzienlijk en het aantal is met maar liefst 38 stuks naar 68 in 2003 teruggelopen. Bedrijven met meer dan 70 melkkoeien is toegenomen en de groep met minder 30 melkkoeien en de groep tussen 30 en 70 melkkoeien is met 40 bedrijven afgenomen. Het aantal melkkoeien is slechts met ca, 200 stuks afgenomen en bedroeg in 2003 3735 stuks. Voor het bepalen van de vitaliteit en de duurzaamheid van de agrarische bedrijven is de NGE een belangrijke maatstaf. NGE staat voor Nederlandse Grootte-eenheid en is een economische maatstaf waarmee de omvang van een agrarische bedrijf en de afzonderlijke productie richtingen binnen een bedrijf worden uitgedrukt. Aantal bedrijven per NGE-klasse Totaal <20 NGE 1993 2003 187 134 56 34

20-40 NGE 39 28

40-70 NGE 43 36

70-100 NGE 31 20

100 150NGE 9 16

>150 NGE 9 0

In principe bevestigt deze tabel voor een groot deel de voorgaande analyse. Dit betreft vooral de bedrijven kleiner dan 70 NGE. Opvallend is echter dat de groep groter dan 150 NGE grotendeels is verdwenen. De verwachting zou zijn dat juist deze groep groter zou zijn geworden. Deels is dit verklaarbaar doordat enkele bedrijven zijn verplaatst of zijn beëindigd. Hierbij valt te denken aan een praktijkonderzoekbedrijf, een boomkwekerij, uitgeplaatste melkveebedrijven en tuinbouwbedrijven. Geconcludeerd kan worden dat er een relatief groot aantal bedrijven zich tussen de 40 en 70 NGE bevindt, en dat terwijl 70 NGE veelal als maatstaf wordt gebruikt voor een bedrijf met voldoende toekomstperspectieven..Te zijner tijd zullen de bedrijven onder 70 NGE zich op de toekomst moeten oriënteren door keuzes te maken op welke wijze zij hun bedrijf willen inrichten. In ieder geval zal een groot aantal tot de potentiële stakers gaan behoren. In het gebied bevindt zich een aantal pachtbedrijven, die afhankelijk zijn van de verpachter voor het verder kunnen ontwikkelen van hun bedrijf. Op basis van de bedrijfsstructuur kan de conclusie worden getrokken dat op termijn een sterke afname van het aantal bedrijven zal plaatsvinden en een verdere schaalvergroting gaat plaatsvinden. Volgens diverse theorieën is dit ook noodzakelijk om de agrarische functie voldoende basis te kunnen geven en de benodigde (economische) vitaliteit aan de agrarische structuur en de bedrijven te kunnen geven. In een aantal gebieden van de gemeente kan de doorgroei van de agrarische sector zich dan op basis van de omgevingsfactoren ontwikkelen indien het planologisch kader daarvoor wordt ontwikkeld. In een aantal gebieden is dit problematische, omdat het landbouwgebied versnipperd is of wordt, het

16

pachtbedrijven betreft, of individuele bedrijven hun grenzen in het kader van milieuwetgeving (geurhinder) al hebben bereikt. De Bilt scoort ook nog redelijk op tuinbouwbedrijven die zich richten op boom- en bloemkweek.
Laan-, park-, en vruchtbomen Oppervlakte van pot- en containerveld Vaste planten Sierheesters en klimplanten Sierconiferen Bos- en haagplantsoen Bloemkwekerijgewassen
Figuur 9: Boom- en bloemkweek in aantal are in 2003

Boom- en bloemkweek in 2003
Oppervlakte (are)

2000 1500 1000 500 0
IJsselstein DriebergenHouten Maarssen Nieuwegein Utrecht Vianen Bunnik De Bilt Zeist

Gemeente

− −

Voor een aantal bedrijven is er in de toekomst een kans om de huidige activiteiten te combineren met nieuwe functies zoals het beheer van water, natuur en landschap. Bedrijven die direct gelegen zijn in de buurt van steden kunnen meer inspelen op de vraag vanuit het stedelijke gebied in de vorm van recreatie, kleine horeca, huisverkoop van producten of iets dergelijks. De vraag is of de agrarische ondernemers dit ook als een kans zien. De overheid kan bij het ontdekken van deze nieuwe kansen zeker een stimulerende rol vervullen. De recreatieve voorzieningen in het buitengebied zijn beperkt. In het Noorderpark komen enkele eenvoudige horecavestigingen voor. In het bosrijke deel van het buitengebied komen enkele sterk verouderde horecabedrijven voor. Herbezinning op de toeristische ontsluiting van het buitengebied is gewenst.

6.1

Kernvragen buitengebied

1. Werkt het ingezette beleid zoals vastgesteld in de nota Ruimte voor een Vitaal Platteland? 2. Zijn er, naast de nota Ruimte voor een vitaal platteland, extra maatregelen of ontwikkelingen nodig ter bevordering van de economie? 3. Is de plattelandsagenda uit de nota Ruimte voor een vitaal platteland nader uit te werken?

17

7 Ruimtelijke inrichting
De nieuwe bestemmingsplannen voor het stedelijk gebied zijn overwegend conserverend van aard. De bestaande situatie met de daarbij aanwezige ruimtelijke karakteristiek en kwaliteit is uitgangspunt. Maatregelen en ontwikkelingen moeten bijdragen aan het behoud en/of versterking hiervan. In gebieden met een overwegende woonfunctie mag de bedrijvigheid niet toenemen. In de “beschrijving in hoofdlijnen” worden de “aan huis verbonden beroepen” gereguleerd. Een aan huis verbonden beroep moet ondergeschikt zijn en blijven aan de woonfunctie. Maximaal 40% van het vloeroppervlak van een woning (en aangebouwde bijgebouwen) mag hiervoor worden gebruikt; uitsluitend in categorie I; geen detailhandel enz. Bestemmingsplan “Bedrijvenpark Larenstein” is een zogenaamd ontwikkelingsplan. Larenstein is primair bedoeld voor verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven uit de woonomgeving binnen de gemeente. Daarnaast komen bedrijven in aanmerking waarbij verplaatsing uit oogpunt van stedelijke vernieuwing gewenst is. Tenslotte is er ook ruimte voor lokale bedrijven die op hun huidige locatie onvoldoende uitbreidings- en ontplooiingsruimte hebben. Duurzaamheid is een centraal thema bij de ontwikkeling van Larenstein voor kleinschalige lokale bedrijven. Op deze locatie kunnen maximaal bedrijven t/m categorie III worden gevestigd. Als richtlijn bij de uitgifte van de grond is een globale terreinindeling (segmentatie) gemaakt. Bedrijfstypen met een hogere verkeersproductie, zoals bijv. autobedrijven, zijn aan de zijde van de entree (zuidzijde / voormalig MOB-terrein) van het gebied geprojecteerd. Andere bedrijfssoorten, zoals bijv. bouw- en aanverwante bedrijven, zijn aan de noordzijde (voormalige sportvelden) gesitueerd. De overige binnen de gemeentegrenzen aanwezige bedrijven, dus zowel binnen het stedelijke- als in het landelijk gebied, krijgen indien mogelijk, rekening houdend met alle mogelijke beperkingen (zoals in het kader van de Milieuwetgeving), positieve bestemmingen met beperkte uitbreidingsmogelijkheden. De gemeente De Bilt maakt in het streekplan 2005-2015 onderdeel uit van het stadsgewest Utrecht. Voor de gemeente geldt een terughoudend verstedelijkingsbeleid, “daarmee worden de waardevolle omgevingskwaliteiten van het gebied gerespecteerd en wordt de wisselwerking met de grote geconcentreerde bouwopgave in de gemeente Utrecht tot uitdrukking gebracht”. Er zijn geen uitbreidingslocaties voorzien, alle kernen hebben een gesloten rode contour. In het streekplan is per kern een beschrijving gegeven. Daarin wordt ook ingegaan op de mogelijkheden voor bedrijven: De Bilt/Bilthoven Het terrein Berg en Bosch, gelegen in de EHS, is buiten de contour gelaten. Dit voormalige ziekenhuiscomplex ligt in door bos omgeven gebied. Deze werklocatie draagt in belangrijke mate bij aan de gemeentelijke en regionale productiestructuur. De toelaatbare functies zijn gelieerd aan de oorspronkelijke, namelijk in de sfeer van zorg en gezondheid, waardoor geen sprake is van multifunctioneel stedelijk gebied met de daarbij veronderstelde vormen van verstedelijking en gebruiksfuncties. Om het bosachtige karakter van het terrein zelf te beschermen en de druk op het gebied te beperken moet bovendien worden uitgegaan van een extensief gebruik. Het ontwikkelen van bedrijventerrein Larenstein zal voor het grootste deel in de streekplanperiode tot uitgifte komen. Het terrein wordt volledig gebruikt voor uitplaatsing van bestaande bedrijven, waarbij BRU en de gemeente kijken naar mogelijkheden voor intensief ruimtegebruik en een duurzame inrichting van het terrein. Ook de herontwikkeling van de te verlaten locaties is van belang. Groenekan Tussen de A27 en de spoorlijn ten zuiden van de Groenekanseweg is nog beperkt ruimte aanwezig voor bedrijvigheid, met name bedoeld voor behoefte uit de kleine kernen van de gemeente. Daarmee is het dorp tot een afronding gekomen en is slechts incidenteel inbreiding en transformatie mogelijk vanwege de omgevingskwaliteiten van het omringende gebied. Maartensdijk Het dorp kan als afgerond worden beschouwd en uitbreiding ligt niet in de rede. Incidenteel zijn inbreidingen en transformaties mogelijk. Het bestaande bedrijventerrein Industrieweg zal worden geherstructureerd waarbij intensivering van het ruimtegebruik wordt nagestreefd.

18

BRU/RSP 1. Het BRU geeft in het RSP aan: Het oostelijk deel van de regio kent een kleinschalig karakter, onder andere het institutenmilieu. Het regionale verblijfsklimaat komt vooral tot uiting in de fijnvertakte voorzieningenstructuur en de aantrekkelijk woonmilieus, dicht bij het omringende landschap. 2. Versterken van de regionaal-economische structuur met inachtneming van het begrip “Beheerste dynamiek”. 3. In het RSP en het uitvoeringsprogramma zijn voor De Bilt geen nieuwe kantoorlocaties opgenomen en is de ontwikkeling van bedrijventerreinen zeer beperkt. 4. De Uithof vervult de spil als het gaat om de life sciences functie van de regio. Aanverwante bedrijven worden bij voorkeur in de omgeving van de Uithof gevestigd in de aanwezige en geplande groene werklandschappen en de regionale kerngebieden in de nabije omgeving, zoals bijvoorbeeld Berg en Bosch. In de in ontwikkeling zijnde REOS vormen life sciences in relatie tot kennis en innovatie een belangrijk thema in de regionale economie, waar de gemeente De Bilt een belangrijke bijdrage aan kan leveren. Niet alleen door de hier aanwezige bedrijvigheid maar ook als leverancier van hoogopgeleid arbeidspotentieel.

7.1
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Kernvragen ruimtelijke inrichting

Liggen de huidige werklocaties op de juiste plaats? Bieden zij voldoende kwaliteit? Is er op de huidige werklocaties kwantitatief voldoende ruimte? Is er behoefte aan nieuwe locaties? Biedt het beleid ruimte om de combinatie wonen/werken verder te stimuleren? Is een meer gedifferentieerde aanpak per gebied mogelijk binnen het beleid? (gebieden met specifieke kwaliteiten een specifiek afwegingskader meegeven a la Vitaal platteland) 8. Is het actief ontwikkelen van groene werklandschappen realistisch? Zijn daar concrete locaties voor aan te wijzen?

19

8 Sterkte Zwakte overzicht
In deze paragraaf is getracht de sterke en zwakke kanten, de kansen en bedreigingen van de Biltseeconomie overzichtelijk en per sector samen te vatten. Was het in het vorige paragrafen nog redelijk mogelijk om zonder waardeoordelen de stand van zaken te beschrijven, in dit overzicht is een subjectieve kijk op de Biltse-economie onvermijdelijk. Daarbij is steeds het perspectief van de ondernemer gekozen, ook al realiseren de opstellers zich dat door het hoge aandeel één persoonsbedrijven aan huis ondernemersbelangen en bewonersbelangen soms vermengd zijn. Enkele belangrijke aspecten van de economie in De Bilt komen in het schema niet voor omdat ze neutraal scoren. Dat geldt bijvoorbeeld voor het openbaar vervoer dat sommige delen van de gemeente uitstekend bedient en andere delen minder. Dat geldt ook voor voorzieningen die eigenlijk wel zouden passen in een gemeente van 42.000 inwoners, maar in direct aangrenzende gemeente beschikbaar zijn (zoals de ziekenhuizen in Utrecht en Nieuwegein). Nogmaals, deze startnotitie gaat nog niet over mogelijke oplossingen en gewenst beleid. Die aspecten komen ruimschoots aan de orde in de hierna volgende fase van scenario-ontwikkeling en scenariokeuze. Deze startnotitie en deze paragraaf beogen een breed gedragen beeld te scheppen van de Heuvelrug-economie op dit moment. • • • • • • • • • • • • • • Sterk Hooggewaardeerd woonmilieu in het groen Uitstekend vestigingsmilieu voor hoogwaardige bedrijven in het groen Aanwezigheid kennisintensieve instellingen en bedrijven (RIVM, KNMI, Grontmij) Breed onderwijsaanbod (vmbo t/m vwo) Sterk ontwikkelde creatieve sector Nabijheid universiteit Veel kleine zakelijke dienstverleners Breed cultuur- en sportaanbod Kansen Ontwikkelen (commerciële) zorg op bovenlokaal niveau Ontwikkeling creatieve sector Inzetten op lifescience in relatie tot sciencepark de uithof Winkelvoorzieningen updaten Vitaal platteland (agrarische sector versterken, nevenactiviteiten faciliteren) Koesteren zittende bedrijven (houden wat je hebt • • • • • Zwak Onderkant woningmarkt te duur voor lagere inkomens Geen uitgeefbaar bedrijfsterrein Rode contouren erg beperkend Spoorlijn vormt barrière Economie heeft lage politieke prioriteit

• • • • •

Bedreigingen Vergrijzing en dalende arbeidsparticipatie Woningverdunning en afnemend draagvlak voor voorzieningen Wegtrekken grote maak- en handelsbedrijven Verpaupering winkelcentra Capaciteit wegennet

20

Bijlage A

Koopstromenonderzoek Randstad
Koopkrachtbinding gemeente De Bilt:
Dagelijkse artikelen: Niet dagelijkse artikelen: 85% 42% (gemiddelde provincie: 90%) (gemiddelde provincie: 65%)

Belangrijkste concurrenten (afvloeiing):
Dagelijkse artikelen: Den Dolder 6%, Utrecht 3%, Zeist 2% Niet dagelijkse artikelen: Utrecht 31%, Zeist 8%, Hilversum 3%

Koopstromenonderzoek Randstad
Verdeling koopkracht inwoners gemeente De Bilt Dagelijkse artikelen:
Bilthoven Centrum / Kwinkelier Bilthoven elders Planetenbaan Hessenweg e.o. De Bilt elders Maertensplein Groenekan Aflvloeiing naar buiten de gemeente 28% 8% 7% 28% 1% 11% 1% 15%

21

Koopstromenonderzoek Randstad
Verdeling koopkracht inwoners gemeente De Bilt

Niet-dagelijkse artikelen:
Bilthoven Centrum / Kwinkelier Bilthoven elders Planetenbaan Hessenweg e.o. De Bilt elders Maertensplein Maartensdijk elders Groenekan Afvloeiing naar buiten de gemeente 26% 1% 1% 9% 1% 2% 1% 0% 58%

22

Bijlage B
Koopstromenkijker – resultaten gemeente De Bilt 2004 Aantal inwoners Aantal winkels dagelijkse artikelen Aantal winkels niet-dagelijkse artikelen Aantal winkels totaal m2 wvo dagelijkse artikelen m2 wvo niet-dagelijkse artikelen m2 wvo winkels totaal m2 wvo per 1000 winkel dagelijkse artikelen m2 wvo per 1000 winkel niet-dagelijkse artikelen m2 wvo per 1000 winkel totaal m2 wvo per 1000 inwoners dagelijkse artikelen m2 wvo per 1000 inwoners niet-dagelijkse artikelen m2 wvo per 1000 inwoners totaal Belangrijke aankoopplaats eigen gemeente – dagelijks Belangrijke aankoopplaats eigen gemeente – dagelijks Belangrijke aankoopplaats eigen gemeente – dagelijks Belangrijke aankoopplaats eigen gemeente – niet-dagelijks Belangrijke aankoopplaats eigen gemeente – niet-dagelijks Belangrijke aankoopplaats eigen gemeente – niet-dagelijks Belangrijke aankoopplaats buiten de gemeente –dagelijks Belangrijke aankoopplaats buiten de gemeente –dagelijks Belangrijke aankoopplaats buiten de gemeente –dagelijks Belangrijke aankoopplaats buiten de gemeente – niet-dagelijks Belangrijke aankoopplaats buiten de gemeente – niet-dagelijks Belangrijke aankoopplaats buiten de gemeente – niet-dagelijks 42.300 72 151 223 12.863 33.757 46.620 179 224 209 304 798 1.102 SG Utrecht-Noord 146 247 218 284 1.212 1.496 De Bilt Bilthoven centrum Maartensdijk Maertensplein Bilthoven centrum De Bilt Maartensdijk Maertensplein Den Dolder Elders Stadsdeelcentrum Overvecht Achterveld Elders Utrecht centrum Zeist centrum Stadsdeelcentrum Overvecht

23

Bijlage C
Projectopzet Economisch Beleidsplan De Bilt Bij de voorbereiding van een economisch beleidsplan werkt de gemeente De Bilt samen met de Kamer van Koophandel en het plaatselijke bedrijfsleven. De voorbereiding van het plan verloopt in drie stappen. Stap 1 Startnotitie De startnotitie bevat een beschrijving van de huidige stand van de Biltse economie. De notitie wordt op 28 november 2006 met een brede groep uit ondernemend De Bilt besproken. Stap 2 Scenarionotitie Mede op basis van het overleg over de startnotitie wordt een notitie met drie economische toekomstscenario´s (middellange termijn) voor De Bilt opgesteld. Deze vormt de basis voor de te maken beleidskeuzen. De scenario´s worden in januari/februari 2007 met de brede groep uit ondernemend De Bilt besproken. Stap 3 Beleidsnota Economie Op basis van de beide notities en het overleg daarover wordt een economisch beleidsplan opgesteld dat nog in het eerste kwartaal van 2007 in de raad van de gemeente de Bilt kan worden vastgesteld.

24