Rijkswaterstaat Zuid-Holland

Bedrijvigheid en bereikbaarheid
april 2003 DEFINITIEF

Hoofdrapport

Consequenties (nieuwe) bedrijvigheid voor bereikbaarheid Zuid-Holland

Rijkswaterstaat Zuid-Holland

Bedrijvigheid en bereikbaarheid
DEFINITIEF

Hoofdrapport

Consequenties (nieuwe) bedrijvigheid voor bereikbaarheid Zuid-Holland

dossier T2690.01.001 datum 23 april 2003 registratienummer MVSE20030896 versie 1

© DHV Milieu en Infrastructuur BV
Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DHV Milieu en Infrastructuur BV, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitssysteem van DHV Milieu en Infrastructuur BV is gecertificeerd volgens NEN ISO 9001.

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

INHOUD

BLAD

1 1.1 1.2 1.3 2 2.1 2.2 2.3 2.4 3 3.1 3.2 3.3 3.4 4 5

RIJKSWATERSTAAT ZUID-HOLLAND WIL EEN VISIE OP GEWENSTE BEDRIJVIGHEID IN ZUID-HOLLAND Onvoldoende zicht op de relatie tussen ruimtelijke ordening en goederenvervoer Rijkswaterstaat Zuid-Holland wil (pro-)actieve rol op het terrein van ruimtelijke ordening en goederenvervoer Visie op bedrijvgheid en bereikbaarheid vanuit het perspectief van infrastructuurbeheer en goederenvervoerbeleid BEDRIJVENCLUSTERS; KANSEN, MOGELIJKHEDEN EN KNELPUNTEN Bedrijvenclusters Zuid-Holland nader bekeken Bedrijvenclusters Zuid-Holland vertaald naar bedrijventerreinen Ontwikkeling goederenstromen rond geselecteerde bedrijventerrein Confrontatie vervoersvraag nieuwe bedrijventerreinen met (autonome) belasting infrastructuur in 2020 VISIE OP BEDRIJVIGHEID EN BEREIKBAARHEID Visie op bedrijvgheid en bereikbaarheid vanuit het perspectief van infrastructuurbeheer en goederenvervoerbeleid Fasering ruimtelijk planproces aangrijpingspunt voor beïnvloeding Van ‘huidige’ naar ‘gewenste’ situatie via beïnvloedingsstrategieën Instrumentarium KANTTEKENINGEN EN AANBEVELINGEN COLOFON

5 5 5 5 7 7 13 16 20 29 29 31 32 35 35 37

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

23 april 2003, versie 1

-3-

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

1

RIJKSWATERSTAAT ZUID-HOLLAND WIL EEN VISIE OP GEWENSTE BEDRIJVIGHEID IN ZUIDHOLLAND Onvoldoende zicht op de relatie tussen ruimtelijke ordening en goederenvervoer Ruimtelijke ontwikkelingen, economie, milieu en veiligheid en verkeer en vervoer staan allen in een nauw verband met elkaar. Echter de verschillende effecten die de genoemde aspecten op elkaar hebben worden niet altijd meegenomen in de planvorming. Voor dit onderzoek staat met name de relatie ruimtelijke ordening en het goederenvervoer centraal.

1.3

Visie op bedrijvgheid en bereikbaarheid vanuit het perspectief van infrastructuurbeheer en goederenvervoerbeleid De visie op bedrijvigheid en bereikbaarheid in Zuid-Holland wordt ontwikkeld voor Rijkswaterstaat Zuid-Holland vanuit twee perspectieven: Beheer van infrastructuur. Rijkswaterstaat Zuid-Holland draagt zorg voor (behoud en verbetering) alle rijkswegen en –wateren binnen de provincie Zuid-Holland. Goederenvervoerbeleid. In het goederenvervoerbeleid staat naast een betere bereikbaarheid een efficiënter, veiliger en duurzamer goederenvervoer centraal. De visie op bedrijvigheid en bereikbaarheid is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Gestart wordt met een analyse van bedrijvenclusters in Zuid-Holland met daaraan gekoppelde bedrijventerreinen. De additionele vervoersvraag van deze bedrijventerreinen wordt vervolgens gekoppeld aan de belasting van de infrastructuur in het jaar 2020. Dit levert de ‘Kansen, mogelijkheden en knelpunten’-kaart op. Dit kaartbeeld geeft aangrijpingspunt voor drie beïnvloedingsstrategieën die verschillende instrumenten koppelen aan de fase waarin het betreffende bedrijventerrein zich bevindt in het ruimtelijk planproces. Deze beïnvloedingsstrategieën zijn ook vertaald in een kaartbeeld. Deze rapportage bestaat uit dit hoofdrapport en een separaat bijlagenrapport.
23 april 2003, versie 1

1.1

1.2

Rijkswaterstaat Zuid-Holland wil (pro-)actieve rol op het terrein van ruimtelijke ordening en goederenvervoer Dit onderzoek richt zich op het in beeld brengen van de gevolgen van de huidige en verwachte ontwikkelingen in de bedrijvenclusters in Zuid-Holland, o.a. voortkomend uit de belangrijkste ontwikkelingen en knelpunten op het gebied van het vervoer van goederen. Met als doel het (verder) concretiseren van het instrumentarium goederenvervoer in relatie tot ruimtelijke ordening waarover Rijkswaterstaat ZuidHolland kan beschikken om invloed uit te kunnen oefenen op een goede afstemming tussen bedrijventerreinontwikkeling en het bereikbaarheid.

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

-5-

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Bedrijvenclusters Zuid-Holland

Legenda:
Glastuinbouwcluster Chemiecluster Bollencluster Boomkwekerijcluster Metaalelectrocluster Voedings- en enotmiddelencluster Vervoer- en logistiek-cluster

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

-6-

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

2

BEDRIJVENCLUSTERS; KANSEN, MOGELIJKHEDEN EN KNELPUNTEN In dit hoofdstuk wordt de analyse van de bedrijfsactiviteiten in de provincie Zuid-Holland gepresenteerd. Centraal hierin staan de belangrijkste clusters van bedrijfsactiviteiten. In clusters worden onderling samenhangende activiteiten tussen bedrijven inzichtelijk gemaakt. De ontwikkelingen in de clusters worden in samenhang met de geplande aanleg en uitbreiding van bedrijventerreinen in Zuid-Holland benut om de verwachte groei van het goederenvervoer in de provincie te ramen. De verwachte omvang van het goederenvervoer wordt vervolgens afgezet tegen de beschikbare capaciteit op het infrastructuurnet, waardoor inzicht wordt gegeven in de te verwachten knelpunten en kansen als gevolg van deze bedrijvenontwikkeling.

concentraties van bedrijvigheid en goederenvervoerstromen die deze concentraties genereren binnen de provincie. Bedrijven of instellingen (uit verschillende economische sectoren) zijn ruimtelijk geconcentreerd (cluster) om van elkaar te profiteren wat betreft gemeenschappelijke externe voordelen zoals aanwezige kennis of regionale nabijheid, teneinde innovatie en productiviteitsgroei te realiseren, transactiekosten te verminderen en economische prestaties te verbeteren. De onderliggende analytische benadering van clusters is weergegeven in bijlage 1. Relevante kenmerken van bedrijvenclusters Voor de verdere uitwerking van de bedrijvenclusters voor Zuid-Holland is de volgende afbakening relevant: 1. Bij het samenstellen van clusters zijn op basis van bedrijfsactiviteiten twee overheersende typen clusters te onderscheiden; productieclusters en dienstenclusters. 2. Bij de verdere uitwerking van deze clusters op basis van de ruimtelijke verschijningsvorm zijn twee typen te onderscheiden (formatie en complex), die van invloed zijn op de aard en richting van de goederenstromen (figuur 1).

2.1

Bedrijvenclusters Zuid-Holland nader bekeken Wat zijn clusters en waarom clusteren bedrijven Clusters worden gezien als duidelijk herkenbare economische activiteiten op provinciale schaal, die, in tegenstelling tot bijvoorbeeld branches of sectoren, duidelijke aanknopingspunten bieden voor het in kaart brengen van ruimtelijke

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

23 april 2003, versie 1

-7-

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

geïnventariseerd, die in de regio een rol van betekenis spelen (inclusief de belangrijkste kenmerken hiervan). Deze clusters worden vervolgens, voor zover mogelijk, kwantitatief onderbouwd. Kwalitatieve afbakening bedrijvenclusters Zuid-Holland Op basis van literatuurstudie en bureauexpertise kan worden vastgesteld dat een aantal deelclusters uit tabel 2 in bijlage 1 voorkomt in Zuid-Holland. Allereerst gaat het hierbij om een zestal productieclusters, die onderling sterk verschillen in omvang: Drie grote clusters: het glastuinbouwcluster in het West- en Oostland (zowel sier- als groenteteelt); het chemiecluster in Rijnmond; het metaalelectrocluster in Rijnmond en de Drechtsteden; Drie kleinere clusters: het bollencluster in de Leidse regio; het boomkwekerijcluster rond Boskoop; het voedings- en genotmiddelencluster in Rijnmond Daarnaast komt er nog een groot dienstencluster voor: het vervoer- en logistieke cluster (waaronder logistiek ten behoeve van de detailhandel), met een grote concentratie in Rijnmond en een aantal kleinere concentraties in de rest van de provincie.

Complex

Formatie

Figuur 1: Verschillen tussen goederenstromen van complexen en formatie

Bij complexen zal sprake zijn van een groot aantal goederenstromen binnen het cluster zelf en gebundelde stromen van en naar het cluster, terwijl formaties nauwelijks interne stromen kennen en leiden tot meer gefragmenteerde stromen van en naar het cluster. Bedrijvenclusters Zuid-Holland Met behulp van de hiervoor uitgewerkte clustermethodiek, worden in deze stap allereerst op kwalitatieve wijze bedrijvenclusters in Zuid-Holland onderscheiden1. Op basis van bestaand onderzoek en bureauexpertise zijn clusters
1

Het gaat hierbij alleen om bedrijvenclusters die een duidelijke goederenvervoercomponent hebben. Clusters die vooral leiden tot personenvervoer of digitaal verkeer (zoals zakelijke dienstverlening en kennis en ICT), worden buiten beschouwing gelaten.

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

-8-

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

In de figuur 2 zijn de Zuid-Hollandse clusters schematisch weergegeven.
Productieclusters
Glastuinbouw Chemie Bollen Metaalelectro Voeding/genot Boomkwekerij

Dienstencluster

Vervoer en logistiek

Aantal bedrijfsvestigingen op COROP-niveau, met behulp van SBI-coderingen (2002). Aantal werknemers: arbeidsvolume op COROP-niveau op met behulp van SBI-coderingen (2000); schatting van aantal werknemers op basis van diverse informatiebronnen. Schatting van de toegevoegde waarde op basis van diverse informatiebronnen. Grootste bedrijfsvestigingen in het cluster met behulp van gegevens van de Kamer van Koophandel (2001).

Soort cluster Figuurg 2 Clusters in Zuid-Holland Cluster Glastuinbouw Complex X Formatie

Ruimtelijke concentratie Geconc. Verspreid X Regio Delft & Westland, Oost-Zuid-Holland en Groot-Rijnmond Groot-Rijnmond Groot-Rijnmond, Drechtsteden Leiden en bollenstreek Oost-Zuid-Holland Groot-Rijnmond Accent op GrootRijnmond

In tabel 1 zijn de hoofdlijnen weergegeven van de clusters in Zuid-Holland. In bijlage 2 worden de clusters op kwalitatieve wijze omschreven met aandacht voor: de soort (complex of formatie) de geografische ligging (op COROP-niveau), de bedrijfs-activiteiten (inclusief SBI-codes) en de kenmerken van producten en markten van de clusters Kwantitatieve afbakening bedrijvenclusters Zuid-Holland De clusters die in het voorgaande kwalitatief zijn onderscheiden zijn in bijlage 3 van dit rapport kwantitatief onderbouwd, op basis van vier variabelen:

Chemie Metaalelectro Bollen Boomkwekerij VGM Vervoer en logistiek

X X X X X X

X X X X X X

Tabel 1 Soort clusters Zuid-Holland en ruimtelijke concntraties

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

23 april 2003, versie 1

-9-

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Cluster Glastuinbouw

Ruimtelijke verschijningsvorm herstructurering en concentratie in Zuid-Holland • Belang complex neemt verder toe • • verplaatsing extensieve teelt naar andere landsdelen • Invoering ruimtebesparende nieuwe productietechnieken • concurrentie andere ruimteclaims • eindbeeld: concentratie • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • co-siting (concentratie) verplaatsing activiteiten naar buitenland eindbeeld: concentratie Rijnmond concentratie door fusies en overnames verplaatsing activiteit in productieketens naar buitenland uitplaatsing uit woongebieden eindbeeld: nieuwe locaties binnen regio RIjnmond concentratie door schaalvergroting concurrentie andere ruimteclaims koppeling aan toeristisch product verschuiving productie basisproducten naar andere regio’s eindbeeld: Grotere spreiding over Nederland concentratie door schaalvergroting concurrentie andere ruimteclaims verplaatsing activiteiten naar buitenland eindbeeld: concentratie rond Boskoop concentratie door schaalvergroting verplaatsing activiteiten naar buitenland eindbeeld: concentratie deconcentratie regionale DC’s concentratie regie multimodaliteit als vestigingseis verplaatsing activiteiten naar buitenland eindbeeld: Concentratie in twee kernen, haven Rotterdam en Gouda-Den Haag

Logistiek profiel internationalisering productie/handel • ketenintegratie • • Veilingen blijven zwaartepunt in handel • Toenemende gevoeligheid voor congestie • eindbeeld: Concentratie • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • toenemende veiligheids- / milieueisen nieuwe markten door internationalisatie toename gebruik pijpleiding eindbeeld: Meer interne leveringen uitbesteding activiteiten (ook vervoer) nieuwe markten door internationalisatie eindbeeld: geen grote wijzigingen internationalisering productie/handel ketenintegratie digitalisering handel eindbeeld: deconcentratie internationalisering productie/handel ketenintegratie digitalisering handel toenemende congestie eindbeeld: complexiteit logistiek neemt toe meer vraagsturing / ketenintegratie toenemende kwaliteits- veiligheidseisen eindbeeld: concentratie Sterk in beweging, schaalvergroting en concentratie Verschillend beeld voor haven en binnenlandse distributie eindbeeld: Groei

Chemie

Ontwikkeling goederenstromen omvang: blijvende groei distributie over de weg • (tot 500 km) groei spoorvervoer langere afstanden • richting: As Westland-Aalsmeer, RotterdamBarendrecht-Duitsland modaliteiten: experimenten spoor vervoer, • toename luchtvervoer omvang: gematigde groei • richting: ruit Rotterdam-Antwerpen-Roergebied • • modaliteiten: gebruik pijpleidingen • • • • • • • • • • • • • • • omvang: gaat gelijk op met economische groei richting: intensivering relaties Midden- en OostEuropa modaliteiten: ongewijzigd omvang: gematigde groei richting: meer interne stromen in Nederland modaliteiten: luchtvervoer!

Metaalelektro

Bollen

Boomkwekerij

omvang: gematigde groei richting: ongewijzigd modaliteiten: blijft wegvervoer

VGM

Vervoer/logistiek

omvang: groei afstanden richting: meer EU georiënteerd modaliteiten: wegveroer omvang: voortgaande groei richting: regionaal en internationaal modaliteiten: regionaal via wegvervoer, internationaal toename binnenvaart en spoor

Tabel 3: Ruimtelijk en logistiek profiel en ontwikkeling goederenstromen bedrijvenclusters Zuid-Holland

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 10 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

De mate waarin informatie beschikbaar is voor de clusters verschilt sterk, waardoor er leemten in de kwantitatieve onderbouwingen voorkomen. Daar waar gegevens niet zijn te herleiden uit statistieken is dit aangegeven. De hoofdlijnen uit de overzichten in bijlage 3 zijn weergegeven in tabel 2.
Cluster Glastuinbouw Chemie Metaalelectro Bollen Boomkwekerij VGM Vervoer en logistiek Aantal vestigingen 4400 100 4400 250 400 1400 3600 Aantal werknemers 65.000 14.200 28.400 20.000 4.500 8.700 27.000 Toegevoegde waarde (€) 7-10 mrd ± 2,5 mrd ± 1,4 mrd ± 600 mln ± 140 mln ± 700 mln ± 3,8 mrd

clusters (zoals het glastuinbouwcluster). De ruimteefficiëntie van clusters loopt derhalve sterk uiteen. Ruimtelijk en logistiek profiel en ontwikkeling goederenstromen bedrijvenclusters Zuid-Holland In de tabel 3 is het ruimtelijke en logistieke profiel en de verwachte ontwikkeling op hoofdlijnen van de goederenstromen van de zeven clusters weergegeven2. In bijlage 4 zijn de belangrijkste ontwikkelingen binnen de Zuid-Hollandse bedrijvenclusters beschreven. De begrippen zijn als volgt omschreven: Ruimtelijke verschijningsvorm: omschrijving van de invloed van economische ontwikkeling en trends op de concentratie of deconcentratie van Zuid-Hollandse clusters. Logistiek profiel: omschrijving van de invloed van economische ontwikkeling en trends op de logistieke behoeften van Zuid-Hollandse clusters. Ontwikkeling goederenstromen: invloed die de ontwikkeling van clusters heeft op de: omvang van goederenstromen (groei, consolidatie of krimp);

Tabel 2: Ruimtelijk-economische gegevens clusters

Naar aanleiding van deze gegevens kunnen nog de volgende kenmerken benadrukt worden: Indien het aantal vestigingen wordt gerelateerd aan het aantal werknemers van de clusters, dan blijkt de chemiecluster vooral te bestaan uit grote bedrijven terwijl in de andere clusters het midden- en kleinbedrijven dominant is. Indien de toegevoegde waarde wordt gerelateerd aan het ruimtebeslag van de clusters, dan blijkt dat enkele clusters (zoals het voedings- en genotmiddelencluster) veel meer waarde toevoegen per hectare dan andere
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

2

Op basis van deskresearch, bureaukennis en aanvullende gesprekken met Nederland Distributieland, FME CWM, productschap Tuin en de VNCI.
23 april 2003, versie 1

- 11 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Clusters op bedrijventerreinen in Zuid-Holland (1)
Glastuinbouwcluster: 1 = ABC-Westland 2 = Bloemenveiling Naaldwijk 3 = Tradeparc Westland 4 = Veiling Bleiswijk 5 = Honderdland (te ontwikkelen) Boomkwekerijcluster: 6 = Sierteeltcentrum ITC Vervoer- en logistiek cluster: 7= Bedrijvenpark Ruyven 8= Distripark A12 9= Hoefweg Noord/Zuid (nog te ontwikkelen) 10 = Bloemenveiling Rijnsburg

10

6
1 7

9
4

8

2 5

3

Legenda: Bestaande / nieuwe terreinen glastuinbouwcluster Bestaande / nieuwe terreinen chemiecluster Bestaande / nieuwe terreinen voedings- en genotmiddelencluster Bestaande / nieuwe terreinen vervoer- en logistiek-cluster

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 12 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

richting van goederenstromen (bundeling of verspreiding); modaliteiten die voor goederenstromen worden gebruikt. 2.2 Bedrijvenclusters Zuid-Holland vertaald naar bedrijventerreinen De bedrijvigheid binnen de clusters die in de voorgaande paragraaf zijn onderscheiden, zit veelal gevestigd op bedrijventerreinen. De grotere bestaande en nieuwe bedrijventerreinen in Zuid-Holland kunnen dan ook worden gezien als de daadwerkelijke ruimtelijke concentratiepunten van de Zuid-Hollandse clusters (bedrijventerreinen moeten een behoorlijke omvang hebben om te kunnen spreken van clustering). In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de bedrijventerreinensituatie in Zuid-Holland, waarbij aandacht besteed aan. een overzicht van bestaande grote bedrijventerreinen (> 30 ha) per COROP-regio3; een overzicht van harde en zachte plannen voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerrein (> 15 ha) per COROP-regio; voor zowel bestaande als nieuwe terreinen wordt uiteindelijk nagegaan welke een belangrijke concentratie (kunnen) vormen van één van de zeven onderscheiden
3

clusters (mede op basis van de toekomstige ontwikkeling van de zeven clusters). de toedeling van specifieke bestaande en nieuwe terreinen aan de bedrijvenclusters dient uiteindelijk als input voor de inschatting van de ontwikkeling van goederenstromen op specifieke wegvakken in de provincie Zuid-Holland (tot 2020). Bij het inventariseren van de terreinen wordt onderscheid gemaakt in de volgende typen: Gemengde terreinen: terreinen bestemd voor reguliere bedrijvigheid tot en met milieucategorie 4 (bijvoorbeeld lichte, moderne industrie, overige, modale industrie en eventueel een aantal transport- en distributiebedrijven) Hoogwaardige terreinen: terreinen specifiek bestemd voor bedrijven met hoogwaardige (productie- en R&D-) activiteiten. Op terreinen wordt veelal meer aandacht besteed aan de uitstraling. Distributieterreinen: terreinen specifiek bestemd voor transport-, distributie- en groothandelsbedrijven. Terreinen zijn al dan niet multimodaal ontsloten. Zeehaventerreinen: terreinen met een laad- en loskade langs diep vaarwater toegankelijk voor grote zeeschepen. Terreinen herbergen vaak ook zware industrieën die voor hun productieproces afhankelijk zijn van aan- en afvoer van volumineuze goederen.

Inschatting is dat met deze ondergrens ongeveer 80% van het totale terrein volume geïnventariseerd wordt (SRR, 4 december 2002)
23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 13 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Glastuinbouwcluster: 1 = Veiling the Geenery Chemiecluster: 2 = Botlek/Europoort-Oost 3 = Europoort 4 = Vondelingenplaat 5 = Maasvlakte 6 = Tweede Maasvlakte (te ontwikkelen)

Clusters op bedrijventerreinen in Zuid-Holland (2)

6 18
14 5 16 3

8
2
13

10 7
4 15 11 17

Voedings- en genotmiddelencluster: 7 = Botlek/Europoort-Oost 8 = Europoort 9 = Maashaven 10 = Rechter Maasoever Vervoer- en logistiek cluster 11 = Distripark Eemhaven 12 = Vaanpark 13 = Distripark Botlek 14 = Distripark Maasvlakte 15 = Eemhaven 16 = Maasvlakte 17 = Waalhaven 18 = Tweede Maasvlakte (te ontwikkelen) 19 = Schelluinen-West (te ontwikkelen)

9

12

1 19

Legenda: Bestaande / nieuwe terreinen glastuinbouwcluster Bestaande / nieuwe terreinen chemiecluster Bestaande / nieuwe terreinen voedings- en genotmiddelencluster Bestaande / nieuwe terreinen vervoer- en logistiek-cluster

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 14 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Bestaande bedrijventerreinen In de tabellen in bijlage 5 worden de grote bestaande bedrijventerreinen in Zuid-Holland per COROP-regio omschreven (afkomstig uit de Bedrijventerreinenatlas 2002 van de Provincie Zuid-Holland4). Per terrein wordt naast de oppervlakte terrein ook het aantal nog uit te geven hectare weergegeven. Tevens wordt de potentiële ruimtewinst na aanleiding van herstructurering van dat terrein mogelijk aangegeven. De provincie heeft een lijst opgesteld van zo’n 450 bedrijventerreinen die op een of andere wijze een vernieuwingsproces dienen te doorlopen, teneinde economisch weer ‘levensvatbaar’ te worden. Eén van de achterliggende redenen van herstructurering is dat het herinrichten van bestaande terreinen kan leiden tot ruimtewinst (bijvoorbeeld door kavels efficiënter in te richten, braakliggende gronden en snijverliezen te benutten, gebouwen te stapelen of gemeenschappelijke voorzieningen te realiseren). Alhoewel er geen ‘sleutel’ bestaat aan de hand waarvan kan worden nagegaan hoeveel ruimtewinst kan worden geboekt met de herstructurering van bedrijventerreinen, hebben diverse deskundigen in het kader van de Vijfde Nota Ruimtelijk Ordening vastgesteld dat de winst kan liggen tussen de 5 en

15% van de bruto oppervlakte van een terrein (afhankelijk van de specifieke terreinomstandigheden). In het overzicht in bijlage 5 is aangegeven bij welke terreinen herstructurering aan de orde is. Dit wil zeggen dat een terrein zich reeds bevindt in een herstructureringsproces, of dat er plannen hiervoor zijn. Indien een terrein in aanmerking komt voor herstructurering wordt aangegeven wat de mogelijke ruimtewinst na herstructurering is. Deze is (gemiddeld) gesteld op 10% van het bruto oppervlak. De analyse van de effecten van vrij uitgeefbare kavels en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen levert het volgende totaalbeeld op: de grotere bestaande bedrijventerreinen (inclusief zeehaventerreinen) in Zuid-Holland (> 30 ha) bieden gezamenlijk bijna 8.900 ha netto oppervlakte; hiervan is bijna 1.000 ha netto oppervlakte nog vrij uitgeefbaar; plannen voor herstructurering van bestaande terreinen kunnen gezamenlijk nog eens zo’n 180 ha netto oppervlakte ruimtewinst opleveren. Nieuwe bedrijventerreinen In de tabellen in bijlage 6 worden de (grote) nieuwe bedrijventerreinen in Zuid-Holland per COROP-regio omschreven.
23 april 2003, versie 1

4

De zeehaventerreinen in Rotterdam zijn afkomstig uit het IBIS-bestand van 2000

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 15 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Concluderend kan op basis van de geïnventariseerde harde en zachte plannen voor grotere bedrijventerreinen in ZuidHolland (> 15 ha) vastgesteld worden dat deze plannen gezamenlijk minimaal een netto oppervlakte van meer dan 2.100 hectare zullen opleveren (exclusief zoeklocaties waarvan de oppervlakte nog niet bekend is en latere fasen uitbreidingen die nog niet zeker zijn), waarbij de Tweede Maasvlakte het gros van deze ha voor zijn rekening neemt5. Verder is opvallend dat de meeste nieuwe bedrijventerreinen, op de terreinen in de havens na, geen natte ontsluiting hebben. Toedeling bedrijventerrein aan clusters In de vorige paragraaf zijn de clusters in Zuid-Holland ruimtelijk ingedeeld op het niveau van COROP-gebieden. In deze paragraaf wordt nagegaan in hoeverre bestaande en nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen in bovenstaande overzichten kunnen worden toebedeeld aan bepaalde clusters. Hierbij worden alleen die terreinen genoemd waarvan met enige zekerheid kan worden gesteld dat ze een grote concentratie van bedrijven uit één van de clusters (kunnen) bevatten. In bijlage 7 zijn per bedrijvencluster voor zover mogelijk bestaande en nieuwe bedrijventerreinen toegedeeld. Dit resulteert in de kaartbeeld op de bladzijden 12 en 14.
5

2.3

Ontwikkeling goederenstromen rond geselecteerde bedrijventerrein Om uiteindelijk na te gaan op welke wijze het infrastructuurnetwerk in Zuid-Holland in de toekomst zal worden belast en te achterhalen waar dit zal leiden tot capaciteitsproblemen, is inzicht nodig in de ontwikkeling van goederenstromen. Deze ontwikkeling wordt in deze paragraaf, voor zover mogelijk, in beeld gebracht, waarbij drie indicatoren worden gebruikt: ontwikkeling van goederenstromen van en naar bestaande en nieuwe bedrijventerreinen die een ruimtelijke concentratie vormen van Zuid-Hollandse clusters; ontwikkeling van goederenstromen van en naar bestaande en nieuwe bedrijventerreinen die niet kunnen worden toebedeeld aan één van de Zuid-Hollandse clusters; ontwikkeling van regionale goederenstromen die niet zijn te herleiden richting Zuid-Hollandse bedrijventerreinen, maar die wel een substantiële omvang hebben, zoals: toelevering van de detailhandel; vervoer ten behoeve van bouwactiviteiten in de provincie; transitovervoer dat gebruik maakt van het hoofdwegennet in de provincie.

In de besluitvormingstrajecten voor de tweede Maasvlakte is altijd uitgegaan van een netto uitgeefbaar terrein van 1000 hectare.
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

23 april 2003, versie 1

- 16 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Bedrijvenclusters gekoppeld aan typen bedrijventerreinen Uit de toedeling van bedrijventerreinen aan Zuid-Hollandse clusters in de voorgaande paragraaf kan worden geconcludeerd dat de ruimtelijke verschijningsvorm van Zuid-Hollandse clusters een duidelijke relatie kent met bepaalde typen bedrijventerreinen: secundaire activiteiten (handel, logistiek) binnen het glastuinbouwcluster concentreren zich op distributieterreinen; activiteiten binnen het chemiecluster concentreren zich op zeehaventerreinen (activiteiten zijn afhankelijk van bulkaanvoer van grondstoffen via diep vaarwater); secundaire activiteiten (handel, logistiek) binnen het boomkwekerijcluster concentreren zich op distributieterreinen; activiteiten binnen het voedings- en genotmiddelencluster concentreren zich op zeehaventerreinen (activiteiten zijn afhankelijk van bulkaanvoer van grondstoffen via diep vaarwater); activiteiten binnen het vervoer- en logistiek cluster concentreren zich enerzijds op distributieterreinen (met name bedrijven die zich richten op vervoer over de weg, met name bedrijven die actief zijn in de regionale distributie in de Randstad) en anderzijds op zeehaventerreinen (met name bedrijven die zich richten op op- en overslag en verder transport van goederen die via de haven worden aangevoerd).
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

Activiteiten binnen het metaalelektrocluster komen verspreid voor op gemengde bedrijven- en zeehaventerreinen. Ditzelfde geldt voor overige ZuidHollandse bedrijvigheid die niet valt onder één van de onderscheiden clusters. Activiteiten binnen het bollencluster zijn niet terug te voeren op specifieke typen terreinen (concentratie in productiegebieden). Bovenstaande indeling geeft aan dat het type terrein een goede graadmeter is voor het benaderen van ontwikkelingen in goederenvervoerstromen in Zuid-Hollandse clusters. Daar waar verspreide bedrijvigheid vooral gebruik maakt van gemengde terreinen, maken ruimtelijke clusters daarentegen veelal gebruik van terreinen met een specifiek stempel. Goederenstromen per bedrijf op type bedrijventerrein Het onderzoeksbureau TNO Inro heeft in 2002, in opdracht van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) en Rijkswaterstaat Zuid-Holland kengetallen ontwikkeld, waarmee een 1e inschatting kan worden gemaakt van de relatie tussen bedrijventerreinen en goederenvervoerstromen. Het model voorziet onder andere in kengetallen voor de gemiddelde aan- en afvoerstromen (vrachtvoertuigbewegingen) die een gemiddeld bedrijf op een bepaald type terrein dagelijks genereert. Deze kengetallen zijn opgesteld op basis van een onderzoek dat onder 1500 Nederlandse bedrijven is uitgevoerd en zijn weergegeven in tabel 4.
23 april 2003, versie 1

- 17 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Tabel 4: Kengetallen gemiddelde aan- en afvoer per type bedrijventerrein Type bedrijventerrein Gemengd terrein Distributieterrein Zeehaventerrein Hoogwaardig terrein Gemiddelde aanvoer per bedrijf 8,38 28,77 7,43 8,45 Gemiddelde afvoer per bedrijf 8,25 14,62 13,86 9,13

Omrekenfactor: gemiddeld ruimtebeslag per bedrijf op type bedrijventerrein Om de gemiddelde aan- en afvoer per bedrijf conform de kengetallen te relateren aan de oppervlakte van bedrijventerreinen zoals vastgesteld in dit onderzoek, moet per type terrein het gemiddelde ruimtebeslag van een bedrijfsvestiging worden bepaald. Deze omrekenfactor is bepaald door de netto uitgegeven oppervlakte van bedrijventerreinen in Zuid-Holland te delen door het aantal vestigingen op deze terreinen. Bij deze berekening zijn alleen de terreinen meegenomen die groter zijn dan 30 ha en die zijn opgenomen in bijlage 3 van dit rapport. Evenals voor de kengetallen van de gemiddelde aan- en afvoerstromen van bedrijven op typen terreinen, geldt voor de omrekenfactor de beperking dat achter het gemiddelde ruimtebeslag van bedrijfsvestigingen op typen terreinen grote verschillen schuil gaan. Een kleine transportonderneming op een distributieterrein levert bijvoorbeeld veel minder goederenstromen op dan een Europees Distributiecentrum op een zelfde terrein. De verschillen in bedrijfsomvang lopen uiteen per type terrein. In de tabel 5 zijn de omrekenfactoren van het gemiddele ruimtebeslag van bedrijfsvestigingen per type terrein weergegeven.

Ten aanzien van bovenstaande kengetallen dienen twee opmerkingen te worden gemaakt: 1 De kengetallen betreffen gemiddelden van bedrijven die op typen terreinen zijn gevestigd. Achter deze gemiddelen gaan grote verschillen in bedrijfsomvang schuil en daarmee uiteraard ook grote verschillen in de omvang van goederstromen per bedrijf. 2 De kengetallen zijn opgesteld per bedrijf terwijl in dit onderzoek de oppervlakte van bedrijventerreinen in relatie tot goederenstromen centraal staat. Ondanks de deze twee opmerkingen, die de beperkingen van het kengetallen weergeven, zijn de kengetallen in dit onderzoek bruikbaar om een inschatting te maken van de ontwikkeling van goederenstromen rond Zuid-Hollandse bedrijventerreinen. Hiertoe dient echter, naar aanleiding van de tweede opmerking, een omrekenfactor te worden opgesteld.

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 18 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Tabel 5 omrekenfactoren van het gemiddele ruimtebeslag van bedrijfsvestigingen per type terrein Type bedrijventerrein Totale netto uitgegeven oppervlakte ZuidHolland 2542,2 ha 436,0 ha 4606,6 ha 121,1 ha Totaal aantal vestigingen Zuid-Holland 5373 775 1352 513 Gemiddeld ruimtebeslag per bedrijf 0,29 ha 0,56 ha 3,41 ha 0,24 ha

Gemengd terrein Distributieterrein 1) Zeehaventerrein Hoogwaardig terrein 2) 1)

het terrein van de bloemveiling in Naaldwijk is hierbij niet meegenomen, omdat dit één zeer groot bedrijf op een groot terrein betreft, dat niet als representatief voor bedrijfsvestigingen op distriubutieterreinen kan worden beschouwd 2) gemiddelde is gebaseerd op slechts twee Zuidhollandse terreinen die het stempel hoogwaardig dragen Bron: Provincie Zuid-Holland 2002, bewerkt door Buck Consultants International, 2002

Indicatie van ontwikkeling goederenstromen rond bedrijventerreinen Door de kengetallen van de gemiddelde goederenstromen per bedrijf en het gemiddeld ruimtebeslag per bedrijfsvestiging te relateren aan de hoeveelheid netto uitgeefbaar oppervlak op bestaande of nieuwe bedrijventerreinen, kan een indicatie worden gegeven van de ontwikkeling van goederenstromen rond Zuid-Hollandse bedrijventerreinen. Er wordt nadrukkelijk
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

gesproken van een indicatie omdat de berekening van de ontwikkeling van goederenstromen per terrein uitgaat van een stapeling van drie aannames: de kengetallen voor aan- en afvoerstromen per bedrijf betreffen een gemiddelde: het is goed mogelijk dat zich op een specifiek terrein veel bedrijven vestigen die afwijken van dit gemiddelde; het ruimtebeslag per bedrijf betreft ook een gemiddelde: het is goed mogelijk dat zich op een specifiek terrein veel bedrijven vestigen die afwijken van dit gemiddelde; het netto uitgeefbaar oppervlak per bedrijventerrein is grotendeels ook geschat: de mogelijke ruimtewinst als gevolg van herstructurering op bestaande terreinen is becijferd op 10% van de netto oppervlakte: het is goed mogelijk dat dit percentage op specifieke terreinen niet wordt gehaald; de bruto-netto verhouding op nieuw te ontwikkelen terreinen is gesteld op 70%: het is goed mogelijk dat deze verhouding op specifieke terreinen afwijkt (een hogere verhouding kan bijvoorbeeld voorkomen als voornemens op het gebied van zorgvuldig ruimtegebruik zijn geformuleerd, een lagere verhouding kan bijvoorbeeld voorkomen als veel ruimte is gereserveerd voor openheid en aankleding op een terrein, teneinde een hoogwaardige uitstraling te realiseren).
23 april 2003, versie 1

- 19 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

In bijlage 8 is, met inachtneming van deze aannames, een overzicht opgesteld van de ontwikkeling van goederenvervoerstromen per etmaal rond Zuidhollandse bedrijventerreinen. Omdat de ontwikkeling van goederenstromen betrekking heeft op groei boven de reeds bestaande stromen is de berekening slechts toegepast op bestaande terreinen met een nog uitgeefbaar oppervlakte van meer dan 20 ha en voor de nieuwe terreinen. Bij deze uitkomsten plaatsen wij nogmaals de kanttekening dat de berekeningen gebaseerd zijn op een aantal aannames. Bij een eerste bestudering lijken de uitkomsten van de berekeningen aan de hoge kant. 2.4 Confrontatie vervoersvraag nieuwe bedrijventerreinen met (autonome) belasting infrastructuur in 2020 Vervoersvraag A4-model Rijkswaterstaat De vraag naar infrastructuurcapaciteit, de vervoersvraag wordt aan de hand van het zogenaamde A4-model in beeld gebracht. Dit model is in eigendom van Rijkswaterstaat Zuid-Holland en wordt onderhouden door DHV. De situatie in zowel 1995 als 2020 wordt bekeken aan de hand van ‘belaste’ netwerk plots dat wil zeggen confrontaties tussen de verwachte vraag naar infrastructuurcapaciteit en het verwachte aanbod aan infrastructuurcapaciteit. De belasting van het netwerk wordt
23 april 2003, versie 1

veroorzaakt door zowel het personenverkeer als het goederenvervoer. Bij het interpreteren van de modelresultaten zijn de uitgangspunten van de Sociaal Economische Gegevens (SEG’s) en het infrastructuurnetwerk van belang. Globaal rekent het model op basis van onderstaande stappen de referentiesituatie voor 2020 door: Opbouw infrastructuurnetwerk basisjaar (1995); Input SEG’s basisjaar; Input basisgegevens intensiteiten; Kalibratie van het model (vergelijking modelresultaten met metingen); Input netwerk referentiejaar (geplande infrastructurele maatregelen); Input SEG’s referentiejaar (2020); Berekening referentiesituatie. In figuur 4 is het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in de provincie Zuid-Holland weergegeven voor de jaren 1995 en 2020 op COROP niveau.

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 20 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

1800000 1600000 1400000 1200000 1000000 800000 600000 400000 200000 0 Leiden en Agglomeratie Bollenstreek Den Haag Delft en Westland Oost ZuidHolland Rijnmond Zuidoost Zuid-Holland

arbeidsplaatsen. De agglomeratie Den Haag staat op de tweede plaats met ca. 100.000 nieuwe inwoners en arbeidsplaatsen.
1995 Inwoners 1995 Arbeidslpaatsen 2020 Inwoners 2020 Arbeidslpaatsen

Capaciteit wegennet in de provincie Zuid-Holland Het voor deze studie als uitgangspunt genomen prognosemodel is het A4-model met een basisjaarsituatie 1995. Tussen 1995 en 2002 zijn de volgende capaciteitsuitbreidingprojecten gerealiseerd: Hoofdwegennet A4 - Uitbreiding naar 2x3 rijstroken tussen Prins Clausplein en Zoeterwoude Dorp A4 – Uitbreiding tussen het Prins Clausplein en knp.Ypenburg A4 - Aanleg 2e Beneluxtunnel A12 - Uitbreiding naar 2x3 rijstroken tussen Bodegraven en Utrecht A15 - tunnel onder de Noord A29 – capaciteitsuitbreiding Onderliggend wegennet Erasmusbrug (Rotterdam) Koningstunnel (Den Haag) Aanleg N11 tussen Alphen a/d Rijn en Leiden

Figuur 4 Inwoners en arbeidsplaatsen per COROP (1995-2020)

Aan de hand van de verwachte economische ontwikkelingen wordt een input gegeven voor het referentiejaar. Deze ontwikkelingen zijn gebaseerd op het zogenoemde EC (European Competition) scenario van het CPB en uitgewerkt door DHV in opdracht van AVV. De indeling van de verschillende COROP gebieden in de provincie Zuid-Holland, wordt weergegeven in bijlage 9. Uit de figuur blijkt, dat de provincie Zuid-Holland zowel op het gebied van arbeidsplaatsen als inwoners sterk gaat groeien: volgens de verwachtingen komen er bijna een half miljoen inwoners bij ten opzichte van 1995, en ruim een kwart miljoen extra arbeidsplaatsen. Van de zes COROP-gebieden groeit de regio Rijnmond het sterkst: ruim 220.000 nieuwe inwoners en 103.000 extra
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

23 april 2003, versie 1

- 21 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

II III IV Va Vb VIa VIb VIc

400 - 600 ton 650 - 1.000 ton 1.000 – 1.500 ton 1.500 – 3.000 ton 3.200 – 6.000 ton 3.200 – 6.000 ton 6.400 – 12.000 ton 9.600 – 18.000 ton

Figuur 5 Vaarwegennet Zuid-Holland (1999)

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 22 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Hierbij dient de nuancering aangegeven te worden dat in het gebruikte model alleen die infrastructuurprojecten zijn opgenomen die op dat moment bekend waren. Het kan voorkomen dat bepaalde infrastructuur (en dan met name voor het OWN) wel gereed is maar niet is opgenomen in het model. De volgende capaciteitsuitbreidingprojecten worden - volgens de huidige inzichten - tussen 2002 en 2020 uitgevoerd. Hoofdwegennet A4 - Prins Clausplein – Amsterdam-zuid: uitbreiding naar 2x4 rijstroken A12 – Zevenhuizen - Zoetermeer: extra spitsstrook naast de twee bestaande rijstroken A15 - Reconstructie en uitbreiding tussen het Vaanplein en de Maasvlakte A15 - Reconstructie tussen Giesendam en Sliedrecht N15 - Aanleg Calandtunnel Onderliggend wegennet Verlengde Landscheidingsweg (Den Haag) Nieuwe provinciale weg Den Haag – Leidschenveen – Zoeteremeer N74 Delft – Pijnacker - Zoetermeer In de Uitbreidingsvariant A4 2020 wordt nog niet gerekend met een uitgebreide A15 tussen het Vaanplein en de Maasvlakte. Daarom wordt bij bedrijfsterreinen rondom de

A15 uitgegaan van de resultaten van de Traject MER studie A15 (Benuttingvariant). Capaciteit vaarwegennet in de provincie Zuid-Holland Een schematische weergave van het huidige (situatie 1999) vaarwegennet in de provincie Zuid-Holland is in onderstaande figuur weergegeven. Hieruit blijkt dat ten aanzien van dichtheid en capaciteit van vaarwegennet een sterke tweedeling van de provincie: In het zuidelijke deel van Zuid-Holland (regio Rijnmond) langs de grote rivieren zijn talloze, goed bevaarbare waterwegen, praktisch zonder capaciteitsbeperkingen In het noordelijke deel van Zuid-Holland zijn grotere steden als Den Haag, Gouda, Leiden alleen met beperkte capaciteit bereikbaar: tot Gouda zijn schepen tot max. 3000 ton toegelaten, boven Gouda neemt dit af naar 1500 ton. Het Schiekanaal richting Delft, Den Haag en Leiden heeft een maximale capaciteit van 400 á 1000 ton. Volgens het meest actuele MIT zijn in de provincie ZuidHolland geen wezenlijke capaciteitsuitbreidingen op het vaarwegennet te verwachten. Als enige uitzondering zal in de regio Rotterdam - in het kader van de uitbreiding van de A15 een nieuwe Botlekbrug worden aangelegd. Dit zal een iets hogere doorvaarhoogte mogelijk maken.
23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 23 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Gemiddelde Intensiteit Capaciteit verhouding in omgeving Vervoervraag (in vrachtwagenbeweging in maatgevend spitsuur)
9. Rijnhoek

< 80%

80-100%
B. Botlek/Europoort-Oost 1. Oostvlietpolder 17. Nesselanden 4. Prins Clauskwartier 8. Harnasch-Noord

> 100%

Categorie 1

5. Reesloot 6. Technopolis C. Distripark Maasvlakte

23. Gelkenes West II F. Amstelwijck-West

22. Gorinchem-Noord 3. Ypenburg 24. Bakestijn 2. Rijnfront 7. Honderdland

14. Kickersbloem D. Europoort

Categorie 2

A. TradeParc Westland 10. Gouwe Park 15. Cornelisland 21. Schelluinen-West 18. Schieveen E. Maasvlakte 19. Nieuwland 12. Noord (Hoekse Waard) 20. Dordtse Kil III

Categorie 3

11. Oudeland 16. Tweede Maasvlakte 13. Hoefweg Noord/Zuid

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 24 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Confrontatie De aanpak van dit onderzoek kent een pragmatisch karakter. De basis van dit onderzoek wordt gevormd door beschikbaar onderzoeksmateriaal en sluit aan op recente en lopende studies. Het is niet de bedoeling gedegen, fundamenteel onderzoek uit te voeren maar een analyse op hoofdlijnen van bestaande informatie en kennis om zo te komen tot logische redeneerlijnen. Voor de analyse maken we gebruik van verschillende aannamen. Twee belangrijke aannamen om de confrontatie tussen het ‘denken in bedrijvenclusters’ en het hanteren van het ‘A4- verkeersmodel’ mogelijk te maken zijn: Herstructurering (en daarmee gepaarde gaande • ruimteproductiviteitswinst en dus vaak additionele verkeersproductie bij gelijkblijvend aantal hectare bedrijventerrein) wordt verondersteld onderdeel uit te maken van de verkeersprognoses 1995-2020 zoals opgenomen in het A4-model; De uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen met • meer dan 20 hectare nog uitgeefbare terreinen en nieuwe bedrijventerreinen generen op lokaal niveau additionele verkeers-productie bovenop de verkeersprognoses 19952020 zoals opgenomen in het A4-model. De confrontatie tussen vraag en aanbod vindt plaats in een aantal stappen:
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

1. Eerst wordt de kaart van nieuwe bedrijventerreinen en terreinen met restruimte geprojecteerd op de kaart met de intensiteit/capaciteit verhoudingen van het wegennet in 2020. 2. Vervolgens wordt gekeken naar het soort terrein/cluster de omvang en de mogelijke vervoersvraag. 3. In een schema wordt voorgaande geconfronteerd met de verschillende I/C verhoudingen van het wegennet in het omliggende gebied. 4. Aan de hand van het ingevulde schema en de kenmerken per bedrijventerrein wordt een kansen, mogelijkheden en knelpunten kaart opgesteld. Ad. 1) In bijlage 5 wordt per regio een overzicht gegeven van de bedrijventerreinen en de verschillende kenmerken van ieder bedrijventerrein. Ad. 2) Voor het bepalen van de vervoervraag is nagegaan welk aandeel van het vrachtverkeer plaats vindt in de maatgevende ochtendspitsperiode. Vervolgens is nog een rekenslag gemaakt om te bepalen hoeveel motorvoertuigen (in personenauto equivalenten = pae) er in deze periode toegevoegd worden aan de al aanwezige capaciteiten.

23 april 2003, versie 1

- 25 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Kansen, mogelijkheden en knelpunten

Kans

Mogelijkheid

Knelpunt

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 26 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Voor deze berekeningen is uitgegaan van de volgende aannames: • De dagetmaal coëfficiënt (het aandeel vrachtverkeer in het maatgevende ochtendspitsuur) is ingesteld op 166. • Voor het omrekenen van één vrachtvoertuig beweging naar één pae wordt gebruik gemaakt van een vermenigvuldigingsfactor van 1,7. • Het aandeel vrachtverkeer in een ochtendspitsperiode ten opzichte van het overige verkeer is voor zware industriegebieden (zeehavens) vastgesteld op 50%. Voor de lichte industriegebieden (gemengd, hoogwaardig en distributie) is deze vastgesteld op 20%7. Ad. 3) In het schema wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën Intensiteit/Capaciteit (I/C) verhoudingen en in drie categorieën vervoervraag. Voor de I/C verhoudingen wordt uitgegaan van de gebruikte indeling op de verschillende plots in de bijlagen, welke ook corresponderen met de overzichtskaarten in bijlage 11:
6

• • •

Groen is I/C < 80% Geel is I/C 80 - 100% Rood is I/C > 100%

Voor de vervoersvraag wordt de volgende indeling gemaakt: • Categorie 1: < 100 extra vrachtverkeerbewegingen in maatgevend spitsuur • Categorie 2: 100 - 200 extra vrachtverkeerbewegingen in maatgevend spitsuur • Categorie 3: > 200 extra vrachtverkeerbewegingen in maatgevend spitsuur Ad. 4) De resultaten worden samengevat in één totaalbeeld voor de provincie Zuid-Holland. Conclusie De analyse van de geselecteerde bedrijvenclusters in ZuidHolland in combinatie met de geplande aanleg en uitbreiding van bedrijventerreinen in Zuid-Holland blijkt een forse groei van het goederenvervoer over het hoofdwegennet van ZuidHolland te veroorzaken. Door de gekozen locaties van de nieuwe bedrijventerreinen, vaak direct aan de snelweg, ontstaan op veel van deze plaatsen knelpunten in de belasting van het hoofdwegennet. In het volgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijze waarop Rijkswaterstaat Zuid-Holland hierop kan inspelen.

Vanuit het gebruikte A4 model, is voor 2020 van een aantal trajecten een analyse gemaakt van het aandeel vrachtverkeer in de spits ten opzichte van het etmaal. 7 Vanuit het gebruikte A4 model is voor een aantal specifieke bedrijventerreinen een analyse gemaakt van het aandeel vrachtverkeer ten opzichte van het overige verkeer. Gemiddeld genomen komt dit voor zware industriegebieden it op een aandeel vrachtverkeer tussen de 45 en 55% en voor lichte industriegebieden tussen de 15 en 25%.
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

23 april 2003, versie 1

- 27 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Bedrijvigheid en bereikbaarheid

Nieuw terrein (beïnvloedingsstrategie Groen) Bestaand terrein (beïnvloedingsstrategie Groen) Nieuw terrein (beïnvloedingsstrategie Oranje)

Bestaand terrein (beïnvloedingsstrategie Oranje) Nieuw terrein (beïnvloedingsstrategie Rood) Bestaand terrein (beïnvloedingsstrategie Rood)

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 28 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

3

VISIE OP BEDRIJVIGHEID EN BEREIKBAARHEID Het voorgaande hoofdstuk is afgesloten met een ‘Kansen, mogelijkheden en Knelpunten’-kaart voor Zuid-Holland. Dit hoofdstuk zal ingaan op de concrete aangrijpingspunten van beleid door inzet van instrumentarium om, voor zover mogelijk, de ruimtelijke ontwikkeling dusdanig te beïnvloeden dat er sprake is van gewenste bedrijvigheid. “Gewenst’ vanuit het perspectief van Rijkswaterstaat Zuid-Holland.

Per beleidsdoel van het goederenvervoerbeleid zijn in nevenstaande tabel8 de belangrijkste relaties met het ruimtelijk ordeningsbeleid aangegeven. Ruimtelijke thema’s Locatiekeuze bedrijven(terreinen) Aanleg, locatiekeuze infrastructuur en overslagcentra Clustering van bedrijven(terreinen) Multimodaal ontsluiten van bedrijven(terreinen) Clustering van bedrijven Locatiekeuze van bedrijven Routering van gevaarlijke stoffen Ruimtelijke inpassing van risicocontouren Ruimtelijke segmentering van functies Beleidsdoelen Betere bereikbaarheid

3.1

Visie op bedrijvgheid en bereikbaarheid vanuit het perspectief van infrastructuurbeheer en goederenvervoerbeleid De visie op gewenste bedrijvigheid in Zuid-Holland wordt ontwikkeld voor Rijkswaterstaat Zuid-Holland vanuit twee perspectieven: Beheer van infrastructuur. Rijkswaterstaat Zuid-Holland draagt zorg voor (behoud en verbetering) alle rijkswegen en –wateren binnen de provincie Zuid-Holland. Goederenvervoerbeleid. In het goederenvervoerbeleid staat naast een betere bereikbaarheid een efficiënter, veiliger en duurzamer goederenvervoer centraal.
8

Efficiënter goederenvervoer Duurzamer goederenvervoer Duurzamer goederenvervoer Veiliger goederenvervoer

Voor verdere uitwerking van onderstaande tabel wordt verwezen naar het rapport ‘Ruimtelijk instrumentarium goederenvervoerbeleid’, DGG 2002.
23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 29 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Status Beginfase Tussenfase Eindfase

Kansen

Mogelijkheden

Knelpunten

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 30 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Tabel 6: Bedrijventerreinen aangemerkt als ‘Kans’

3.2

Fasering ruimtelijk planproces aangrijpingspunt voor beïnvloeding Het ruimtelijk planproces doorloopt verschillende fasen. Per fase zijn andere procedurele stappen en daarmee andere aangrijpingspunten van belang. Verder nemen wij aan dat bij het verder doorlopen van het ruimtelijk planproces de beïnvloedingsmomenten voor Rijkswaterstaat Zuid-Holland afnemen. We onderscheiden in dit onderzoek drie opeenvolgende fasen in het ruimtelijk plan: Beginfase. Dit zijn de plannen met status Oriëntatiefase, Zoeklocatie en Masterplan; Tussenfase. Dit zijn de plannen met status Voorontwerp en Ontwerp bestemmingsplan; Eindfase. Dit plannen met de status Goedgekeurd-, Vastgesteld- en Bindende bestemmingsplan. Per bedrijventerreinen is de status van het ruimtelijke plan onderzocht (zie tabellen 6 t/m 8).

Nr. 1 3 4 8 9 14 17 22 23

Gemeente Leiden Den Haag Den Haag Schipluiden Bodegraven Hellevoetsluis Rotterdam Gorinchem Liesveld

Naam Oostvlietpolder Ypenburg Prins Clauskwartier Harnasch-Noord Rijnhoek Kickersbloem III Nesselanden Gorinchem-Noord Gelkenes-West II

Status Best.plan afgekeurd, RvS Vastgesteld bestemmingsplan Vastgesteld bestemmingsplan Goedgekeurd bestemmingsplan Ontwerp bestemmingsplan Masterplan Masterplan Oriëntatie Ontwerp bestemmingsplan

Tabel 7: Bedrijventerreinen aangemerkt als ‘Mogelijkheid’ Nr. 2 5 6 7 12 15 18 20 21 24 Gemeente Oegstgeest PijnackerNootdorp Delft Naaldwijk Binnenmaas Ridderkerk Rotterdam Dordrecht Giessenlanden Zwijndrecht Naam Rijnfront Reesloot Technopolis Honderdland Noord (Hoekse Waard) Cornelisland Schieveen (Zuidplaspolder) Dordtse Kil III Schelluinen-West Bakenstein Status Ontwerp bestemmingsplan Ontwerp bestemmingsplan Masterplan Ontwerp bestemmingsplan Zoeklocatie Bindend bestemmingsplan Zoeklocatie Ontwerp bestemmingsplan Oriëntatie Voorontwerp bestemmingsplan

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

23 april 2003, versie 1

- 31 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Tabel 8: Bedrijventerreinen aangemerkt als ‘Knelpunt’ Nr. 10 11 13 16 19 Gemeente Moordrecht Berkel en Rodenrijs Bleiswijk Rotterdam Alblasserdam Naam Gouwe Park Oudeland Hoefweg Noord/Zuid Tweede Maasvlakte Nieuwland Status Goedgekeurd bestemmingsplan Masterplan

Beïnvloedingsmogelijkheden op (het faciliteren van) de goederenstroom (Infra) Veel Weinig

Veel
Goedgekeurd bestemmingsplan Masterplan Ontwerp bestemmingsplan

Beïnvloedingsmogelijkheden op het bedrijventerrein (RO) Weinig

3.3

Van ‘huidige’ naar ‘gewenste’ situatie via beïnvloedingsstrategieën Vanuit de relatie tussen ruimtelijke ordening en goederenvervoer zijn twee hoofdassen te identificeren die beïnvloedingsmogelijkheden geven: 1. Beïnvloedingsmogelijkheden op het bedrijventerreinen (vanuit het RO-instrumentarium); 2. Beïnvloedingsmogelijkheden op (het faciliteren van) de goederenstroom (vanuit het goederenvervoerbeleid en infrastructurele maatregelen). Uit koppeling van ‘veel of weinig’ beïnvloedingsmogelijkheden op deze twee assen ontstaan 3 beïnvloedingsstrategieën (zie figuur 6).

Figuur 6: beïnvloedingsmogelijkheden

De drie beïnvloedingsstrategieën zijn: Groen: In deze beïnvloedingsstrategie zijn er voor zowel qua bedrijventerreinen als het faciliteren van goederenstromen veel beïnvloedingsmogelijkheden. Oranje: In deze beïnvloedingsstrategie zijn er qua bedrijventerreinen veel beïnvloedingsmogelijkheden in tegenstelling tot geringe beïnvloedingsmogelijkheden voor het het faciliteren van goederenstromen (of andersom). Rood: In deze beïnvloedingsstrategie zijn er qua bedrijventerreinen als het faciliteren van goederenstromen weinig beïnvloedingsmogelijkheden.

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 32 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

De groene beïnvloedingsstrategie richt zich op het optimaal benutten van ruimte en het infrastructuurnetwerk op locaties waar de belasting van het infrastructuurnetwerk (I/Cverhouding) nog ruimte voor groei overlaat. Daarmee bestaat deze strategie uit twee hoofdelementen: Het (bevorderen van) concentreren van de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen met een regionale en/of nationale functie op die locaties waar nog restcapaciteit op het hoofdwegennet beschikbaar is; Het beter spreiden van nieuwe terreinontwikkeling, waarbij de locaties waar nog restcapaciteit beschikbaar is worden benut voor de opvang van bedrijven(terreinen) uit de probleemgebieden (oranje en rood) Rijkswaterstaat Zuid-Holland kan zich in deze strategie reeds in een vroegtijd stadium van de planontwikkeling richten op: het adviseren over locatiekeuze van nieuwe bedrijventerreinen; de duurzame en veilige inrichting van bedrijventerreinen vanuit de doelstellingen van het goederenvervoerbeleid; randvoorwaarden stellen aan de relatie tussen bedrijventerreinontwikkeling en infrastructuur(gebruik). De oranje beïnvloedingsstrategie kent een tweedeling. Enerzijds de bedrijventerreinen in de eindfase aangemerkt als ‘kans’ of ‘mogelijkheid’. Voor deze bedrijventerreinen zijn de beïnvloedingsmogelijkheden beperkt tot de afwikkeling van de
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

goederenstromen, de invalshoek van ruimtelijke ordening biedt nog maar een zeer beperkte beïnvloedingsmogelijkheid. Rijkswaterstaat kan zich daarbij richten op: het terugdringen van de vervoersvraag door bv stimuleren intermodaliteit en clustering. Anderzijds de bedrijventerreinen die qua belasting een knelpunt vormen maar die qua planproces nog in de begin- en tussenfase verkeren. Hier kan Rijkswaterstaat Zuid-Holland nog gebruik maken van het ruimtelijk ordeningsproces, en zal zich moeten richten op: alternatieven bieden door nieuwe bedrijvigheid te koppelen aan ‘groene’ locaties; Daarnaast kunnen knelpunten opgeheven worden door de goederenstromen actief te faciliteren, bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infrastructuur. De rode beïnvloedingsstrategie is gericht op het faciliteren en stroomlijnen van het goederenvervoer, met name door het bouwen van infrastructuur of het beïnvloeden van de logistieke keuzes van de bedrijven die zich op de nieuwe terreinen zullen vestigen. Hier schieten de meeste eerder genoemde beïnvloedingsmogelijkheden tekort. Rijkswaterstaat Zuid-Holland zal voor de uitvoering van deze strategie ook in het eindstadium van de ontwikkeling van de nieuwe bedrijventerreinen nauw contact moeten blijven

23 april 2003, versie 1

- 33 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

Tabel 9 Instrumenten (+ toepasbaar, +/- beperkt toepasbaar, - niet toepasbaar)
Instrumenten Groen RO-instrumenten Het ramen en doorrekenen van goederenvervoer in de planontwikkeling in relatie tot ruimtegebruik en infrastructuur; Locatiekeuze koppelen aan belasting omliggende infrastructuurnetwerk; Locatiekeuze koppelen aan intermodale verbindingen; Directe koppeling locatieontwikkeling en infrabeleid; Het concentreren en segmenteren van bedrijfsfuncties. Het benutten van mogelijkheden tot clusteren van bedrijven op een terrein; Het integraal ontwerpen, zowel vanuit goederenvervoer als ruimtegebruik, milieu en veiligheidsoverwegingen; Het meenemen effecten infrastructuur planexploitatie. Het formuleren van vestigingseisen, mede op basis van vervoerskenmerken; Het faciliteren en stimuleren van collectieve voorzieningen met betrekking tot goederenvervoer. Streven naar vestiging van zoveel mogelijk schakels in de logistieke keten op één terrein Verkeersinstrumenten Directe koppeling locatieontwikkeling en infrastructuurbeleid; Voorwaarden stellen aan aanleg nieuwe bedr.terreinen Collectief vervoer + + + + +/+ + + + +/+ + + + + + + +/+ + + +/+ + + + +/+ +/+/+ + Strategie Oranje Rood

Instrumenten Groen Spreiding doelgroep over diverse terreinen Vrachtverkeer bij voorkeur zoveel mogelijk over de snelweg afwikkelen (routering); Benutting van onderliggend wegennet voor afwikkeling lokaal en regionaal personenverkeer; Goede openbaar vervoer ontsluiting voor het terrein Selectieve (dedicated) aanleg ontsluitingswegen Overige instrumenten Regionale intentieverklaringen voor herstructurering van bedrijventerreinen; Toevoegen vervoersparagraaf aan de milieuvergunningen (Wet Milieubeheer); Gerichte voorlichting over subsidiemogelijkheden rond energiebesparing; Toetsing van streekplannen en de nota Planbeoordeling; Beleidskaders, bv knooppuntenbeleid, parkeerbeleid, laad- en loswallen en clustering bedrijven. Mix van infrastructuurmaatregelen, bv aanleg van ontsluitingswegen, gebruik van busbanen, aanbieden openbaar vervoervoorzieningen en routering. Streven naar samenhangende clusters; integratie productie en opslag op hetzelfde terrein Gericht beleid ontwikkelen voor clusters met zwaartepunt in knelpuntengebieden + + + + + + + + + + + + +

Strategie Oranje +/+ + + + + + + +/+ + Rood +/+/+ +/+/+ + +/+/-

+/+

+/+

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 34 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

houden met de betrokken overheden en bedrijven en bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe infrastructuur moeten koppelen aan de bewaking van het uitgiftebeleid of de invoering van mobiliteitsmanagement. 3.4 Instrumentarium Om van de huidige situatie naar een gewenste situatie te ontwikkelen is inzet van instrumentarium noodzakelijk. Het instrumentarium is op basis van drie bronnen9 en een workshop geïnventariseerd. Voor een korte beschrijving van de drie bronnen wordt verwezen naar bijlage 13. In tabel 9 wordt ingegaan op de inzet van diverse instrumenten binnen de drie strategieën.

4

KANTTEKENINGEN EN AANBEVELINGEN De visie berust op beschikbaar onderzoeksmateriaal en sluit aan op recente en lopende studies. Er is geen fundamenteel onderzoek uitgevoerd maar pragmatisch gebruik gemaakt van bestaande informatie en kennis. Op verschillende onderdelen zijn door DHV/BCI, in overleg met de begeleidingsgroep, aannamen gehanteerd om te komen tot logische redeneerlijnen. Enkele belangrijke kanttekeningen: Om de analyse rond bedrijvenclusters te kunnen koppelen met het A4 verkeersmodel is de vervoersvraag van bestaande bedrijventerreinen met minder dan 20 hectare uitgeefbaar terrein en herstructureringslocaties in het verkeersmodel tot de autonome groei gerekend. Bij de berekening van de vervoersvraag zijn zowel de omvang van het terrein als de kengetallen (van de gemiddelde aan- en afvoerstromen van bedrijven op verschillende typen terreinen) van belang. Zo kan theoretisch een klein terrein met hoge kengetallen hetzelfde scoren als een groot terrein met lage kengetallen. Bij de confrontatie tussen de vervoersvraag van nieuwe bedrijventerreinen en de belasting van het wegennet in 2020 is op basis van een teamanalyse een gemiddelde netwerkbelasting (zowel hoofd- als onderliggende infrastructuur) bepaald. Hierbij is geen rekening
23 april 2003, versie 1

9

Drie bronnen: A. Rapport ‘Handleiding instrumentarium bedrijventerreinen, AVV november 2002; B. Rapport ‘Ruimtelijk instrumentarium goederenvervoerbeleid’, DGG april 2002; C. Eerste aanzet “Eerste fase project Vervoer en Bedrijventerreinen’, provincie Zuid-Holland 2003.
Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 35 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

gehouden met I/C-verhoudingen ‘iets’ verder op het netwerk (bv bij het eerstvolgende wegvak/kruising). Verder zijn de bedrijventerreinen individueel bekeken en is geen analyse uitgevoerd naar de cumulatieve effecten van enkele dicht bij elkaar gelegen terreinen. Aanbevelingen De koppeling van de instrumenten aan de drie beïnvloedingsstrategieën dient in de praktijk getoetst te worden. Op basis van het beschikbare materiaal was het niet mogelijk om de aspecten leefbaarheid en externe veiligheid in deze analyse mee te nemen. Om in dit gebied tot (delen van) een kwaliteitsnet goederenvervoer te komen zal dit verder uitgezocht dienen te worden. Verder adviseren wij enkele pilots op te zetten. Hierbij kan gedacht worden aan: Een pilot rond één locatie om de effectiviteit van het instrumentarium te toetsen en de samenwerking met verschillende partijen uit te werken. Een soortgelijke pilot kan opgepakt worden rond een bedrijventerrein met een ander status in het planproces dan voorgaande pilot; Een pilot om enkele locaties in een gebiedsgerichte benadering in samenhang te bezien.

23 april 2003, versie 1

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

- 36 -

DHV Milieu en Infrastructuur BV/Buck Consultants International

5

COLOFON

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896 Opdrachtgever Project bereikbaarheid Zuid-Holland Dossier Omvang rapport Auteur Projectmanager Datum Naam/Paraaf : Rijkswaterstaat Zuid-Holland : Consequenties (nieuwe) bedrijvigheid voor : : : : : : T2690.01.001 37 pagina's Robert Boshouwers en Niels Haenen (beide DHV), Peter Colon en Hans-Lars Boetes (beide BCI) Robert Boshouwers 23 april 2003

Bedrijvigheid en bereikbaarheid MVSE20030896

bijlage 0

- 37 -