Prognose bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

eindrapport
Uitgevoerd in opdracht van: Provincie Noord-Brabant Uitgevoerd door: ETIN Adviseurs i.s.m. TNO Innovatie & Ruimte

’s-Hertogenbosch/Delft, juni 2006

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ....................................................................................................... 1
1.1 1.2 1.3 1.4 Achtergrond en aanleiding ............................................................................................... 1 Doelstelling....................................................................................................................... 1 Aanpak ............................................................................................................................. 2 Leeswijzer ........................................................................................................................ 5

2. 3.

Bedrijfslocatiemonitor (BLM) ..................................................................... 7 Werkgelegenheidsontwikkeling en prognoses....................................... 11
3.1 3.2 3.3 3.4 Inleiding.......................................................................................................................... 11 Regionale vertaling: REGINA-model ............................................................................. 11 Economische structuur en dynamiek 1996-2005........................................................... 13 Prognose werkgelegenheid 2020 en 2040 .................................................................... 21

4.

Locatietypenvoorkeuren........................................................................... 29
4.1 Inleiding.......................................................................................................................... 29 4.2 Prognose locatietypevoorkeur 2020 en 2040 ................................................................ 30 4.3 Prognose werkgelegenheid op bedrijventerrein 2020 en 2040 ..................................... 31

5.

Terreinquotiënten...................................................................................... 35
5.1 Inleiding.......................................................................................................................... 35 5.2 Berekening terreinquotiënten......................................................................................... 35 5.3 Prognose terreinquotiënten 2020 en 2040 .................................................................... 37

6.

Prognose bedrijventerrein........................................................................ 39
6.1 Inleiding.......................................................................................................................... 39 6.2 Ontwikkeling ruimtebeslag 1992-2006........................................................................... 39 6.3 Prognose bedrijventerreinen 2020 en 2040................................................................... 43

7.

Conclusies en aanbevelingen .................................................................. 55

Bijlagen

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

1. Inleiding
1.1 Achtergrond en aanleiding
In het Streekplan Noord-Brabant 2002 ‘Brabant in Balans’ heeft de Provincie een claim voor nieuw bedrijventerrein opgenomen, die is gebaseerd op de prognose bedrijventerreinen van de Bedrijfslocatiemonitor (hierna BLM) uit 1999. Het betrof de prognose behorend bij het lange termijnscenario van het Centraal Planbureau (CPB) met de hoogste groei, te weten het Global Competition scenario. De verdeling van de BLM-uitkomsten naar de vier Brabantse regio’s is indertijd uitgevoerd door ETIN Adviseurs in samenwerking met TNO Inro (tegenwoordig: TNO Innovatie & Ruimte). In genoemd Streekplan is aangegeven dat de prognose bedrijventerreinen voor Noord-Brabant periodiek zal worden geactualiseerd. Het CPB heeft in december 2005 nieuwe bedrijventerreinenprognoses gepubliceerd. Deze ramingen zijn gebaseerd op een viertal nieuwe lange termijn scenario’s voor de economische en demografische ontwikkeling van Nederland in de periode 2001-2040. In de BLM zijn de landelijke prognoses ruimtelijk uitgewerkt naar landsdelen, provincies en kaderwetgebieden. De gepubliceerde ramingen naar regio hebben betrekking op de periode 2004-2040. De BLM biedt derhalve geen inzicht in de mogelijke verschillen in de bedrijventerreinenprognoses binnen Noord-Brabant. De Provincie wil dit inzicht nadrukkelijk wel. De uitkomsten van de ramingen van 1999 zijn vertaald in programmatische afspraken en vastgelegd in de verschillende regionale uitwerkingsplannen. Het is de bedoeling van de Provincie dat dit met de nieuw op te stellen ramingen ook zal gebeuren. De relevante gebiedsindeling daarbij is nu de verdeling van Noord-Brabant naar stedelijke en landelijke regio’s.

1.2 Doelstelling
De Provincie Noord-Brabant heeft ETIN Adviseurs verzocht om, tegen de hiervoor geschetste achtergrond, een nieuwe bedrijventerreinenprognose uit te voeren. De doelstelling zoals die door de Provincie is verwoord, luidt: “Het opstellen van een nieuwe prognose bedrijventerreinen tot 2020 en 2040 voor de stedelijke en landelijke regio’s in Noord-Brabant. Per stedelijke en landelijke regio wordt de berekende toename van het ruimtebeslag door bedrijventerreinen uitgesplitst naar bedrijfstakken (economische sectoren, conform SBI’93).”

1

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Aanvullend op deze doelstelling is door de Provincie nog een vijftal uitgangspunten voor het opstellen van de nieuwe ramingen geformuleerd: • De nieuwe prognose bedrijventerreinen moet wat betreft de methodiek zoveel mogelijk aansluiten bij die van de BLM. • Er moet voor elk van de vier lange termijn toekomst scenario’s van het CPB, te weten Global Economy, Transatlantic Market, Regional Communities en Strong Europe, een bedrijventerreinenprognose worden opgesteld. • Bij de ‘vertaalslag’ van de nationale toekomstscenario’s naar Noord-Brabant moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van Brabantse cijfers. Bij voorkeur op zo laag mogelijk geografisch niveau én uitgesplitst naar bedrijfstakken. • In tegenstelling tot hetgeen bij de ramingen in 1999 het geval was, wordt er nu bij het opstellen van de prognoses géén rekening gehouden met de uitkomsten van de BLM 2005 voor NoordBrabant. Ditmaal fungeren de BLM-uitkomsten dus nadrukkelijk niet als kwantitatieve bovengrens en hoeft dus geen rekening gehouden te worden met een plafond in de prognose. • De Provincie wil voor de perioden 2006-2020 (15 jaar) en 2021-2040 (20 jaar) kunnen beschikken over inzicht in de verwachte werkgelegenheidsontwikkeling per bedrijfstak en de bedrijventerreinenprognose toegedeeld naar de onderscheiden bedrijfstakken. Naast de kwantitatieve uitkomsten, heeft de Provincie tevens inzicht gevraagd in: • De verschillen in economische structuur tussen de Noord-Brabantse regio’s, Noord-Brabant en Nederland en de wijze waarop deze doorwerken in de prognoses. • De trends en ontwikkelingen die zich in de verschillende economische sectoren voordoen en die invloed hebben op de prognose-uitkomsten. • De conjunctuurgevoeligheid van Noord-Brabant en de Brabantse regio’s bezien in het licht van de prognoses werkgelegenheid en bedrijventerrein. • De feitelijke overloop van bedrijven uit landelijke regio’s naar stedelijke regio’s en vice versa.

1.3 Aanpak
De Provincie Noord-Brabant heeft gevraagd om bij het maken van de prognoses aan te sluiten bij de BLM methodiek. In de BLM komen de prognoses van de ruimtevraag via 4 stappen tot stand: 1. 2. 3. 4. prognoses werkgelegenheid, bepaling (toekomstige) locatietypevoorkeuren, bepaling (toekomstige) terreinquotiënten, prognoses ruimtebeslag.

Deze stappen worden ook door ons gevolgd (zie onderstaand schema).

2

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Figuur 1.1 Plan van aanpak prognose bedrijventerreinen 2020 en 2040

Werkgelegenheid toekomstig (pers.) STAP 1 Locatietypevoorkeur, huidig STAP 2 Locatietypevoorkeur, toekomstig STAP 2

Werkgelegenheid per locatietype, toekomstig (pers.) STAP 1 EN 2

Locatietypevoorkeur, dynamiek STAP 2

Ruimtevraag op formele locaties, toekomstig (ha) STAP 4

Terreinquotiënten, huidig (m²/pers.) STAP 3

Terreinquotiënten, toekomstig (m²/pers.) STAP 3

Terreinquotiënten, dynamiek (m²/pers.) STAP 3 Bron: Bedrijfslocatiemonitor 2005.

Hoewel gebruik wordt gemaakt van de methodiek van de BLM, wordt wel gewerkt met andere modellen en tools, zodat een regionalisering (‘verbrabantsing’) mogelijk is. Stap 1, het maken van de werkgelegenheidsprognoses, wordt uitgevoerd middels het model REGINA (zie hoofdstuk 3), in stap 2 en 3 wordt gebruik gemaakt van het Vestigingenregister Noord-Brabant, het bedrijventerreinenregister Noord-Brabant en het koppelingsbestand van deze twee bestanden. De focus in het voorliggende onderzoek ligt op de Brabantse landelijke en stedelijke regio’s. Deze zijn afgebakend aan de hand van gemeenten en kernen. In sommige gemeenten ligt een deel van de kernen in een stedelijke regio en een ander deel in een landelijke regio. Deze gemeenten duiden we in het vervolg aan met ‘splitsgemeenten’. Voor de indeling van Noord-Brabant in landelijke en stedelijke regio’s wordt verwezen naar bijlage 1. Per regio worden werkgelegenheid en ruimtebeslag geraamd voor de jaren 2020 en 2040 en per BLM-bedrijfstak. De BLM-bedrijfstakken zijn opgenomen in bijlage 2.

3

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Agrarische sector Alle in dit onderzoek gepresenteerde gegevens zijn totalen exclusief de agrarische sector. Reden voor het buiten beschouwing laten van deze sector is het feit dat deze voor het ruimtegebruik van bedrijven op formele locaties (bedrijventerreinen) niet of nauwelijks van belang is. Zeehaventerrein Moerdijk Alle in dit onderzoek gepresenteerde gegevens zijn totalen exclusief het zeehaventerrein Moerdijk. Prognoses van het ruimtebeslag van zeehaventerreinen worden in de BLM namelijk op een andere manier berekend dan prognoses van ‘droge’ terreinen (ofwel alle andere terreinen in Brabant). Ten tijde van dit onderzoek heeft in het kader van het ‘Afsprakenkader Zeehaventerrein Moerdijk’ in opdracht van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, mede namens de ministeries van EZ en VROM en de gemeente Moerdijk, een ander onderzoek plaatsgevonden uitgevoerd door DHV dat uitsluitsel moet geven over de behoefte aan een dergelijk terrein in Noord-Brabant. Conclusie: voor de gemeente Moerdijk, gelegen in de landelijke regio Moerdijk e.o., is gerekend met de werkgelegenheid excl. BT Moerdijk.
Zeehaventerrein Moerdijk buiten beschouwing Bij de raming van de vraag naar bedrijventerrein in Noord-Brabant neemt de vraag naar het locatietype ‘zeehaventerrein’ een bijzondere plaats in: de categorie zeehaventerrein omvat slechts één locatie, te weten het industrieterrein Moerdijk. Het terrein vervult, zo stelt het CPB in de BLM, een functie voor een grotere regio dan de directe omgeving. De BLM ramingsmethodiek houdt maar beperkt rekening met bovenregionale ontwikkelingen en verschuivingen. Dit hangt ook samen met het feit dat de BLM-raming abstraheert van specifiek locatiebeleid, zegt het CPB. Dit laatste is hier aan de orde. Dit blijkt ook uit het gegeven dat de Provincie Noord-Brabant, samen met de ministeries EZ en VROM en de gemeente Moerdijk, in het kader van het Afsprakenkader Zeehaventerrein Moerdijk een aparte opdracht heeft verleend om de behoefte aan bedrijventerreinen in West-Brabant te onderzoeken. Dit onderzoek is een verbijzondering van de prognoses van het CPB. De resultaten moeten inzicht geven in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en rekening houden met regionale, provinciale en nationale ambities. Het CPB stelt dat in de BLM-raming op geen enkele manier rekening wordt gehouden met beleid(sambities). Gezien het bovenregionale karakter van dit specifieke terrein kan voor een vraagraming niet worden volstaan met de BLM-methode. Dit vereist, zo stelt de BLM, een afzonderlijke studie waarbij ook de ontwikkelingen in het Rijnmondgebied betrokken moeten worden. Deze twee zaken, de toelichting van het CPB bij de raming van de vraag naar zeehaventerrein in Noord-Brabant in de BLM en het genoemde onderzoek in West-Brabant, zijn aanleiding om de vraag naar zeehaventerrein buiten de onderhavige prognosewerkzaamheden te laten.

4

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

1.4 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de belangrijkste uitgangspunten van de BLM, die tevens gelden voor het in dit rapport gepresenteerd onderzoek. Hoofdstuk 3 beschrijft de methode en de uitkomsten van de werkgelegenheidsprognoses. In hoofdstuk 4 komen de locatietypevoorkeuren aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de berekening van de huidige en toekomstige terreinquotiënten. In hoofdstuk 6 komen de uitkomsten van de drie voorafgaande hoofdstukken samen en worden de uitkomsten ten aanzien van het ruimtebeslag gepresenteerd. Hoofdstuk 7 tenslotte sluit af met conclusies en enkele aanbevelingen. In bijlage 1 tot en met 4 zijn teksten en overzichten opgenomen die de hoofdtekst nader uitwerken, specificeren of toelichten; dit om de leesbaarheid van de tekst niet te belasten. Uiteraard wordt in de tekst op de betreffende plaatsen naar de bijlagen verwezen. De bijlagen 5 tot en met 6 bevatten beknopte tabellenbijlagen van de prognoses. De uitgebreide tabellenbijlagen van de prognoses (bijlage 8 tot en met 10) zijn in een afzonderlijk tabellenboek opgenomen.

5

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

6

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

2. Bedrijfslocatiemonitor (BLM)
De BLM van het Centraal Plan Bureau gaat in op de toekomstige toename van het ruimtebeslag van economische activiteiten in Nederland tot 2040 en is opgesteld ter ondersteuning van het ruimtelijk beleid van landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden. Belangrijke uitgangspunten van de BLM zijn: • De ontwikkeling van de vraag wordt niet meer dan in het verleden gehinderd door knelpunten aan de aanbodzijde ¬ de raming heeft een potentieel karakter; Het overheidsbeleid op het gebied van ruimtelijke ordening zal niet zo ingrijpend veranderen (de BLM houdt geen rekening met beleidsambities zoals intensief ruimtegebruik en functiemenging) ¬ de raming heeft een voorwaardelijk karakter; De ramingen zijn niet taakstellend of normatief; In het BLM-model is de werkgelegenheidsgroei de voornaamste (maar niet de enige) drijvende kracht van de ontwikkeling van de ruimtevraag; De raming heeft betrekking op alleen de formele locaties, d.w.z. de locaties die zijn opgenomen in het Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS). De vraag die zich op alle andere locaties voordoet is niet meegenomen; Bij de regionale ramingen in de BLM is alleen het netto ruimtebeslag geraamd (bruto komt circa 30% hoger uit). Bij de regionale bedrijventerreinenprognoses gaat het alleen om de uitbreiding. Er wordt geen rekening gehouden met de transformaties/onttrekkingen (aanbodkant); De BLM stelt dat het zichtbare onderscheid tussen locatietypen (formele en niet-formele locaties) vervaagt.

• •

De werkgelegenheidsprognoses (de vraag naar ‘ruimte voor werken’) zijn gebaseerd op 2 publicaties, getiteld ‘Four futures of Europe’ (CPB, 2003) en ’Vier vergezichten op Nederland’ (CPB, 2004). Het Centraal Planbureau brengt hierin de mogelijke ontwikkelingen voor de Nederlandse economie in beeld middels vier scenario’s.

7

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

International cooperation

Strong Europe
Public responsibilities

Global Economy
Private responsibilities

Regional Communities

Transatlantic Market

National sovereignty
Bron: BLM, ‘De vraag naar ruimte voor economische activiteit tot 2040’

Het eerste scenario is ‘Regional Communities’. In dit scenario wordt aangenomen dat landen zich hechten aan sterk behoud van eigen soevereiniteit en nationale identiteit. Hierbij is het nationale beleid sterk gericht op een gelijkmatige inkomensverdeling en landen vertrouwen sterk op collectieve overeenkomsten. In dit scenario is de economische groei gering. !" Daarnaast is er het scenario ‘Strong Europe’ waarbij veel aandacht is voor internationale samenwerking. Binnen dit scenario wordt uitgegaan van hervormingen op de arbeidsmarkt waardoor de arbeidsproductiviteit hoger is dan bij het scenario Regional Communities. !" Voor het derde scenario, de ‘Transatlantic Market’, wordt verondersteld dat de uitbreiding van de Europese Unie politiek gezien geen succes is. Dit scenario gaat uit van meer marktgerichtheid wat leidt tot een hogere welvaart. !" Het laatste scenario, de ‘Global Economy’ gaat ervan uit dat de EU zich nog verder naar het Oosten uitbreidt. Door de sterke wereldwijde integratie krijgt de arbeidsproductiviteit een sterke impuls waardoor de welvaartsgroei in dit scenario het hoogst is.
!"

In alle scenario’s is de werkgelegenheidsgroei na 2020 lager dan daarvoor. Deze afname wordt veroorzaakt door een daling van het arbeidsaanbod, welke weer samenhangt met de toenemende vergrijzing. In navolgend kader is de BLM-tekst ten aanzien van de vier scenario’s opgenomen.

8

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Strong Europe (SE) In dit scenario worden de instituties van de Europese Unie (EU) met succes hervormd, wat uiteindelijk leidt tot breed gedragen besluitvorming op communautair niveau. Turkije treedt toe tot de EU. Ook de samenwerking van de EU met andere landen in de wereld, waaronder de opkomende wereldmacht China, is succesvol. Het overheidsbeleid is gericht op solidariteit en een gelijkmatige inkomensverdeling. Wel streeft men onder druk van de toenemende vergrijzing hervorming van de arbeidsmarkt na, zij het in bescheiden mate. Overheden experimenteren met nieuwe arrangementen om de efficiëntie van de omvangrijke publieke sector te verhogen. Immigratie naar de EU neemt sterk toe. Eén en ander resulteert in matige economische groei en matige groei van de arbeidsproductiviteit in de landen van de EU. Maatregelen om de participatiegraad te verhogen sorteren enig effect, maar ten gevolge van vergrijzing daalt deze toch. De inkomensongelijkheid stijgt enigszins. Transatlantic Market (TM) De uitbreiding van de EU mislukt in politiek opzicht. De EU is een economisch samenwerkingsverband van landen die niet bereid zijn hun politieke soevereiniteit uit handen te geven. De Verenigde Staten en de EU liberaliseren de onderlinge handel, wat leidt tot het ontstaan van een nieuwe interne markt. Druk op de publieke sector en een voorkeur voor individuele arrangementen leiden tot versobering van de Europese welvaartstaat. De flexibiliteit van de arbeidsmarkt wordt groter. Europa houdt de grenzen gesloten voor immigranten. Versobering van de sociale zekerheid leidt tot verhoging van de arbeidsparticipatie. De economieën van de EU-landen worden competitiever. De totstandkoming van de transatlantische markt leidt tot verhoogde internationale concurrentie en bevordert innovatie. ICT neemt in Europa een hoge vlucht. De economische groei en de groei van de arbeidsproductiviteit zijn hoog. De inkomensongelijkheid neemt toe, meer dan in SE. Regional Communities (RC) Landen hechten aan behoud van de nationale soevereiniteit, net als in TM. Binnen de EU ontstaat een kerngroep van economisch sterk ontwikkelde landen die nauw samenwerken op een breed scala van beleidsterreinen. De nieuwe lidstaten richten zich echter op samenwerking met Rusland en China. De EU zelf ondergaat geen fundamentele hervorming. De wereld als geheel raakt verdeeld in geïsoleerde handelsblokken. Nationale overheden vertrouwen op collectieve overeenkomsten en richten hun beleid op een gelijkmatige inkomensverdeling. Flexibilisering van de arbeidsmarkt en modernisering van de sociale zekerheid en het pensioenstelsel blijven uit. Het immigratiebeleid is restrictief. Doordat hervorming van de arbeidsmarkt uitblijft, daalt de participatiegraad en stijgt de werkloosheid. Gebrek aan concurrentie vermindert de prikkel tot innovatie. De economische groei en de stijging van de arbeidsproductiviteit zijn gering. De inkomensongelijkheid is betrekkelijk klein. Global Economy (GE) Turkije treedt toe tot de EU en deze breidt zich bovendien nog verder uit naar het oosten. De institutionele hervorming van de EU heeft succes. Samenwerking binnen de EU beperkt zich echter tot economisch beleid. Op wereldschaal gebeurt hetzelfde: de handel wordt geliberaliseerd, maar internationale politieke samenwerking komt niet van de grond. Net als in TM benadrukt de overheid de rol van private verantwoordelijkheid en concentreert zij zich op wat men beschouwt als haar kerntaken: het aanbieden van zuiver publieke goederen, de bescherming van eigendomsrechten en het bevorderen van concurrentie. Internationale concurrentie tussen overheden om bedrijven en hooggeschoolde arbeid aan te trekken versterkt de tendens tot verkleining van de collectieve sector en leidt tot een reductie van de herverdeling van inkomen. Arbeidsmarkthervorming en versobering van de welvaartstaat verhogen de arbeidsparticipatie. In vergelijking met TM vormt de wereldwijde economische integratie een extra impuls voor hoge arbeidsproductiviteitsgroei. De groei van de materiële welvaart is het hoogst in dit scenario.
Bron: BLM

9

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

10

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

3. Werkgelegenheidsontwikkeling en prognoses
3.1 Inleiding
De eerste stap in de totstandkoming van nieuwe prognoses bedrijventerreinen is het ramen van de toekomstige werkgelegenheid per bedrijfstak in een bepaald gebied. De groei van een bedrijfstak in aantal werkzame personen moet immers ergens fysiek worden geaccommodeerd. In de BLM wordt opgemerkt dat de werkgelegenheidsgroei niet de enige, maar wel de voornaamste drijvende kracht achter de ontwikkeling van de ruimtevraag van bedrijven is. Net zoals in de overige stappen worden bij de werkgelegenheidsprognoses de agrarische sector en het zeehaventerrein ‘Industrieterrein Moerdijk’ buiten beschouwing gelaten, met de in de inleiding genoemde redenen. Alle werkgelegenheidscijfers die worden gepresenteerd zijn dus exclusief zeehaventerrein Moerdijk en exclusief landbouw.

3.2 Regionale vertaling: REGINA-model
De BLM heeft in haar prognoses van de ontwikkeling van de landelijke werkgelegenheid gerekend met het Regionaal Arbeidsmarkt Model (RAM). Dit model is niet geschikt om doorvertalingen te maken naar een laag geografisch niveau. Om te komen tot ramingen voor alle landelijke en stedelijke regio’s zijn echter minimaal gegevens op gemeenteniveau benodigd. Het door TNO Innovatie en Ruimte ontwikkelde model REGINA kan wel werkgelegenheidsprognoses op gemeenteniveau berekenen. Dit is de belangrijkste reden waarom we in stap 1 gebruik hebben gemaakt van dit model. In onderstaand kader wordt kort toegelicht wat het model inhoudt (zie ook bijlage 3).

11

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

REGINA REGINA staat voor Ruimtelijk-Economische Groei Indicatie. Met het REGINA-model kunnen nationale werkgelegenheidsprognoses voor de lange termijn vertaald worden naar regionale groeipotenties op een laag ruimtelijk schaalniveau. Beleidsmakers op nationaal en regionaal niveau kunnen daarmee inzicht krijgen in de economische groeiperspectieven van gebieden ten opzichte van elkaar. Het REGINA-model geeft inzicht in regionaal-economische structuur- en groeiverschillen, en verklaart deze bovendien. Daarmee is het REGINA-model in staat nationale groeiprognoses om te zetten naar regionale groeipotenties. Omdat het model bedrijfsexterne factoren en bedrijfstakeffecten combineert, kan het uiteindelijk prognoses geven voor circa 40 economische sectoren. De regionale afbakening kan variabel gekozen worden, vanaf het niveau van de Nederlandse gemeenten. Het REGINA model maakt gebruik van verklarende shift-share analyse. • ‘Share’ staat hierbij voor het aandeel van de verschillende bedrijfstakken in de totale economie van de regio. De regionale productiestructuur bepaalt voor een belangrijk deel de groeikansen van een regio. • ‘Shift’ staat voor de historische afwijking van de regionale groei, ofwel het verschil tussen de werkelijk gerealiseerde groei en de groei die op basis van de productiestructuur verwacht had mogen worden. Vervolgens wordt de ‘shift’ verklaard met locatiefactoren: bedrijfsexterne factoren die het functioneren van een bedrijf potentieel beïnvloeden en waarvoor tussen regio’s ruimtelijke verschillen in intensiteit en/of kwaliteit bestaan. Verschillen tussen deze locatiefactoren verklaren de verschillen in regionale afwijking per economische sector. De belangrijkste locatiefactoren in REGINA hebben betrekking op de bevolking, het arbeidsaanbod, economische diversiteit, agglomeratie-effecten, bereikbaarheid, internationale ligging, nabijheid Schiphol, intensiteit ruimtegebruik. Met de gevonden relaties tussen de locatiefactoren en de regionale economische groei kan de ‘shift’ verklaard worden, en daarmee ook voorspeld worden. Bij de prognoses wordt de invloed van de locatiefactoren op de ‘shift’ in de toekomst gelijk verondersteld, met uitzondering van de groei van de bevolking en het potentiële arbeidsaanbod (beide afkomstig uit de PRIMOS- bevolkingsprognoses). Opgeteld bij de te verwachten ‘share’ groei geeft deze prognose de totale verwachte groei voor een regio. In eerste instantie verklaart het REGINAmodel de regionale groeiverschillen per economische sector met locatiefactoren op een relatief hoog regionaal schaalniveau (bijvoorbeeld dat van COROPgebieden). Voor de sectoren landbouw, bosbouw en visserij, arbeidsintensieve industrie, kapitaalintensieve industrie, overige nijverheid, groothandel, financiële dienstverlening, zakelijke dienstverlening en verzorgende diensten maakt REGINA hiervoor een schatting van de parameters die bij de locatiefactoren horen (bijvoorbeeld: hoe hoger de bevolkingsdichtheid, hoe meer handel er zal plaatsvinden). Vervolgens zoekt REGINA per economische sector binnen een regio (bijvoorbeeld een COROP-gebied) naar een verklaring voor de groeiverschillen tussen een deelgebied (bijvoorbeeld een gemeente) en de omliggende regio, op basis van locatiefactoren. Omdat er op dit niveau andere locatiefactoren een rol kunnen spelen, kan de lijst met factoren afwijken van die uit stap 1. Op deze manier maakt het model onderscheid naar het uitstralingseffect van verschillende locatiefactoren op verschillende regionale niveaus.

12

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Om te komen tot werkgelegenheidsprognoses voor de jaren 2020 en 2040 is het REGINA-model gevoed met cijfers ten aanzien van het aantal werkzame personen per sbi-code in de periode 19962005 per gemeente in Brabant en voor Nederland totaal, en met de bevolkings- en arbeidsaanbodprognoses van PRIMOS. De uitkomsten van het model, zijnde de prognoses voor 2020 en 2040 per gemeente naar BLMbedrijfstak, zijn vervolgens bewerkt en vertaald naar het niveau van de landelijke en stedelijke regio’s in Brabant (zie bijlage 1). In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de economische structuur in 2005 en de ontwikkelingen in de voorafgaande tienjaarsperiode 1996-2005. Daarbij wordt ook kort stil gestaan bij de regionale verschillen in economische structuur en de daaruit voortvloeiende verschillen in conjunctuurgevoeligheid, en bij de verwachte ontwikkeling van de werkgelegenheid van de verschillende bedrijfstakken in de toekomst. De focus in deze analyse ligt op de zogenaamde bedrijventerreingevoelige bedrijvigheid, ofwel de bedrijfstakken die de grootste vraag naar ruimte op bedrijventerreinen uitoefenen. Paragraaf 3.4 beschrijft vervolgens de uitkomsten van de werkgelegenheidsramingen voor de landelijke en stedelijke regio’s.

3.3 Economische structuur en dynamiek 1996-2005
Economische structuur Alvorens de door REGINA geproduceerde ramingen van de werkgelegenheid te presenteren, wordt eerst kort stilgestaan bij de verdeling van de werkgelegenheid over de diverse bedrijfstakken anno 2005 (economische structuur) en de ontwikkeling in de afgelopen tienjaarsperiode (1996-2005). Tabel 3.1 Economische structuur in Brabant, de landelijke en de stedelijke regio’s, totaal en op bedrijventerreinen (2005), exclusief zeehaventerrein Moerdijk
Nederland Noord-Brabant Bedrijfstakcluster Totaal Totaal Op BT Nijverheid 19,9 25,5 49,4 Logistiek 12,3 12,3 21,9 Consumentendiensten en ov. dienstverlening 22,4 21,6 9,4 Financiële en zakelijke dienstverlening 17,9 15,9 15,2 Overheid en kwartaire dienstverlening 27,5 24,6 4,1 Totaal 100,0 100,0 100,0 Bron: Vestigingenregister Noord-Brabant, Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant Landelijke Stedelijke regio’s regio’s Totaal Op BT Totaal Op BT 30,3 60,6 24,0 46,4 12,8 21,6 12,2 22,0 25,1 7,9 20,5 9,7 11,5 8,3 17,4 17,0 20,3 1,5 26,0 4,8 100,0 100,0 100,0 100,0

In tabel 3.1 is voor Nederland, Noord-Brabant, de Brabantse landelijke regio’s en de stedelijke regio’s totaal de procentuele verdeling van de werkgelegenheid over de BLM-bedrijfstakclusters weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de structuur van de totale werkgelegenheid en die van de werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Uit de tabel blijkt in de eerste plaats dat Noord-Brabant vergeleken met Nederland een relatief hoog werkgelegenheidsaandeel op het gebied van nijverheid heeft (25,5% versus 19,9%). Dit geldt zowel voor de stedelijke als de landelijke regio’s. Relatief gezien is de vertegenwoordiging van de nijverheid in de landelijke regio’s het sterkst (30,3%).

13

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

De omvang van de logistieke sector in Brabant is in termen van werkgelegenheid vergelijkbaar met Nederland. Relatief gezien drukt de sector in de landelijke regio’s een iets grotere stempel op de werkgelegenheid dan in de stedelijke regio’s. De drie clusters met dienstverlenende bedrijfstakken zijn in Brabant minder sterk vertegenwoordigd dan landelijk. Ten aanzien van de consumentendiensten en overige dienstverlening is het verschil met Nederland het kleinst. Dit komt met name door een relatief lage vertegenwoordiging van dit cluster in de Brabantse stedelijke regio’s. Voor de zakelijke en financiële diensten geldt het omgekeerde: het aandeel van dit cluster is in de stedelijke regio’s groter dan in de landelijke en benadert tevens de landelijke score. Het aandeel van de kwartaire sector in de totale werkgelegenheid ligt in zowel de landelijke als stedelijke regio’s duidelijk lager dan in Nederland totaal. De hiervoor beschreven verschillen in werkgelegenheidsaandelen tussen stedelijke en landelijke regio’s gelden niet automatisch ook voor de werkgelegenheidssituatie op bedrijventerreinen. Het aandeel van de nijverheid in de werkgelegenheid op bedrijventerreinen is voor de landelijke regio’s substantieel hoger dan voor de stedelijke regio’s (60% versus 47%). Anders is dit voor de logistiek. Het aandeel van deze sector op bedrijventerreinen ligt, in tegenstelling tot het totale werkgelegenheidsaandeel, in de stedelijke regio’s iets hoger dan in de landelijke. Blijkbaar zijn er in de landelijke regio’s relatief meer logistieke bedrijven niet op een bedrijventerrein gevestigd. Een zelfde conclusie is van toepassing op het cluster consumentgerichte diensten en overige dienstverlening. De aandelen van dit cluster op bedrijventerrein zijn echter veel lager dan de totale werkgelegenheidsaandelen.Dit laatste geldt ook voor het aandeel banen op bedrijventerrein voor de kwartaire sectoren, zowel in de stedelijke als de landelijke regio’s. Alleen de bedrijfstak gezondheidsen welzijnszorg vestigt zich in de stedelijke regio’s nog wel eens op een bedrijventerrein. De zakelijke en financiële dienstverlening heeft zowel in de landelijke regio’s (8%) als de stedelijke regio’s (17%) een redelijk aandeel werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Dit heeft deels te maken met de verdienstelijking/verkantorisering van bedrijventerreinen die zich reeds een aantal jaren manifesteert. Stedelijke regio’s Wanneer wordt ingezoomd op de stedelijke regio’s in Noord-Brabant valt een aantal regionale verschillen op. Zo hebben Uden-Veghel en Bergen op Zoom-Roosendaal het grootste aandeel nijverheid op bedrijventerreinen (meer dan 50%). Beide regio’s scoren hoog op het aandeel voedingsen genotmiddelenindustrie. Bergen op Zoom-Roosendaal kent daarnaast een relatief hoog percentage chemie, net als Waalboss overigens. De regio Eindhoven-Helmond heeft vergeleken met de andere stedelijke regio’s het kleinste aandeel nijverheid, maar kent wel relatief hoge percentages metaalproductenindustrie, elektrotechnische industrie en transportmiddelen industrie. De logistieke sector is blijkens de tabel relatief het sterkst vertegenwoordigd in Breda-Tilburg Uden-Veghel scoort echter ook vrij hoog. Dit komt doordat een bovengemiddeld deel van de sector groothandel op de in deze regio aanwezige bedrijventerreinen is gesitueerd. De kwartaire sector in Bergen op Zoom-Roosendaal noteert voorts een relatief hoog aantal banen op bedrijventerreinen. Eindhoven-Helmond tenslotte spant de kroon met het werkgelegenheidsaandeel zakelijke en financiële diensten op bedrijventerrein.

14

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Tabel 3.2 Productiestructuur op bedrijventerreinen in de vijf stedelijke regio’s (2005)
Totaal SR SR Breda SR Uden SR BOZ SR EhvSR Waalboss Tilburg Veghel Roosend Helmond Nijverheid 46,4 44,9 47,8 50,3 52,5 43,7 Logistiek (incl. groothandel) 22,0 22,5 26,0 25,3 18,8 18,5 Consumentendiensten en ov. dienstverlening 9,7 11,4 10,8 10,3 7,3 8,3 Financiële en zakelijke dienstverlening 17,0 17,1 12,5 9,3 12,1 23,8 Overheid en kwartaire dienstverlening 4,8 4,1 3,0 4,8 9,3 5,6 Totaal 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 Bron: Vestigingenregister Noord-Brabant, Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant

Gevolgen voor conjunctuurgevoeligheid van bepaalde regio’s Als gevolg van de verschillen in productiestructuur, bestaan er ook verschillen in de conjunctuurgevoeligheid per regio. Een regio die bovengemiddeld conjunctuurgevoelig is, zal in tijden van hoogconjunctuur een snellere groei doormaken, zowel in termen van arbeidsplaatsen als in termen van ruimtevraag. Die laatste is een afgeleide van de eerste, en daardoor pas zichtbaar met enige vertraging. In tijden van laagconjunctuur zal de regio daarentegen minder banen creëren en minder ruimte vragen. Bekend is dat de industrie een bovengemiddeld conjunctuurgevoelige sector is en dat regio’s met een hoog aandeel industrie daar in goede tijden van profiteren en in slechte tijden de nadelen van ondervinden. Binnen de industrie zijn de metaal- en metaalproductenindustrie, de elektronische industrie, de chemie, de transportmiddelenindustrie en de grafische industrie meer dan gemiddeld conjunctureel gevoelig, hoofdzakelijk vanwege hun relatief hoge exportafhankelijkheid. In onderstaande tabel staan de industriële branches, hun mate van conjunctuurgevoeligheid en hun werkgelegenheidsaandeel in Brabant en in de vier Brabantse deelregio’s. Tabel 3.3 Bovengemiddeld conjunctuurgevoelige industriële branches en hun aandeel in de provinciale en regionale werkgelegenheidsstructuur (2005)
Mate van gevoeligheid +++ +++ +++ +++ +++ ++ ++ ++ ++ ++ +(+) + Aandeel Brabant 13,0 11,4 8,9 6,3 7,5 11,4 3,7 3,7 3,8 2,2 14,6 13,4 100,0 Aandeel West Brabant 11,8 8,3 10,6 4,8 7,5 9,1 4,1 6,5 1,5 1,6 19,1 15,1 100,0 Aandeel Midden Brabant 11,9 7,8 11,0 7,2 7,7 7,9 5,2 3,1 7,1 2,7 12,5 15,9 100,0 Aandeel Noordoost Brabant 11,4 5,0 14,8 2,4 8,9 14,0 2,7 1,8 3,8 2,5 15,7 16,9 100,0 Aandeel Zuidoost Brabant 15,7 20,3 2,3 10,0 6,2 12,8 3,4 3,5 3,7 2,3 11,5 8,2 100,0 Aandeel Nederland (2004)

Basismetaal/ metaalproducten Elektronische/ optisch Chemisch Transportmiddelen Papier/grafisch Machines en apparaten Bouwmaterialen Rubber/kunststof Textiel/leder Hout VGM Overig Totaal Bron: Vestigingenregister Noord-Brabant 2005

Veel van de meest conjunctuurgevoelige industriële branches hebben een sterke vertegenwoordiging in Zuidoost-Brabant (metaal, elektronica, transportmiddelen).

15

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Deze regio met de stedelijke regio Eindhoven-Helmond als zwaartepunt staat hier ook om bekend. In onderstaande figuur is aan het verloop van het bruto regionaal product in deze regio te zien dat ze in hoogconjunctuur (1998-2000) een bovengemiddelde groei laat zien en in laagconjunctuur (20012003) benedengemiddeld presteert. Figuur 3.1 Ontwikkeling economische groei in Zuidoost-Brabant en Brabant (1996-2004)
7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 -1,0 -2,0 -3,0 -4,0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003* 2004*

Noord-Brabant (PV)
* voorlopige cijfers Bron: CBS

Zuidoost-Noord-Brabant

Opgemerkt moet worden dat naast de productiestructuur/exportafhankelijkheid overigens ook de afhankelijkheid van grote bedrijven en de innovativiteit van het bedrijfsleven van invloed zijn op de conjunctuurgevoeligheid. Economische dynamiek 1996-2005 In de periode 1996-2005 is de werkgelegenheid in Noord-Brabant met 14,5% toegenomen. De groei was met 14,9% het sterkst in de stedelijke regio’s. De landelijke regio’s kwamen uit op een groei van 13,1%. Een vergelijkbaar verhaal gaat op voor de werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Deze kwam voor Brabant iets hoger uit dan de groei van de totale werkgelegenheid, namelijk 16,8%. De stedelijke regio’s (17,2%) scoorden ook hier circa twee procentpunten hoger dan de landelijke regio’s (15,2%). Uit figuur 3.2 blijkt wel dat de werkgelegenheidsgroei op bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s tot 2001 (het startjaar van de recessie) sterk toenam. Daarna heeft deze ontwikkeling alleen een dalende trend vertoont. De werkgelegenheidsgroei op de bedrijventerreinen in de landelijke regio’s was minder sterk, maar hield stand tot in 2002. Na een neerwaartse beweging tussen 2002 en 2004 vertoont deze ontwikkeling het laatste jaar weer een opgaande trend, in tegenstelling tot de ontwikkeling van het aantal banen op terreinen in de stedelijke regio’s. Dit, terwijl de totale werkgelegenheid in zowel het landelijk als de stedelijke regio’s vanaf 2003 nagenoeg constant bleef.

16

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Figuur 3.2 Ontwikkeling werkgelegenheid in de stedelijke en landelijke regio’s in Brabant totaal en op bedrijventerreinen (1996-2005) 1996 = 100
125,0

120,0

115,0

110,0

105,0

100,0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005

Totaal Landelijk gebied BT Landelijk gebied Bron: Vestigingenregister Noord-Brabant

Totaal Stedelijk gebied BT Stedelijk gebied

Stedelijke regio’s Wanneer wordt ingezoomd op de vijf stedelijke regio’s in Brabant, blijkt dat de totale werkgelegenheid in de afgelopen tienjaarsperiode het sterkst is toegenomen in de Noordoost-Brabantse regio’s Waalboss en Uden-Veghel. Eindhoven-Helmond eindigt, na een bovengemiddelde groei in de beginperiode (tot 1999) op een derde plaats. Figuur 3.3 Ontwikkeling werkgelegenheid in de vijf Brabantse stedelijke regio’s (1996-2005)
125,0 120,0 115,0 110,0 105,0 100,0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005

SR Waalboss SR Uden - Veghel SR Eindhoven - Helmond
Bron: Vestigingenregister Noord-Brabant

SR Breda - Tilburg SR Bergen op Zoom - Roosendaal

17

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

De situatie op de bedrijventerreinen in de betreffende regio’s geeft een ander beeld te zien. De grootste groeiers zijn in dit geval de regio Bergen op Zoom-Roosendaal, die met name goed heeft gescoord in de periode 2001-2004 en de regio Uden-Veghel die piekte tussen 1999 en 2002. Waalboss bezet de derde plaats, ruim voor Breda-Tilburg en Eindhoven-Helmond. De werkgelegenheidsontwikkeling op bedrijventerreinen in de laatstgenoemde regio is na 1998 grotendeels gestokt. Figuur 3.4 Ontwikkeling werkgelegenheid op BT in de Brabantse stedelijke regio’s (1996-2005)
130,0 125,0 120,0 115,0 110,0 105,0 100,0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005

SR Waalboss SR Uden - Veghel SR Eindhoven - Helmond
Bron: Vestigingenregister Noord-Brabant

SR Breda - Tilburg SR Bergen op Zoom - Roosendaal

Een belangrijke verklaring voor de ontwikkelingen in de diverse stedelijke regio’s is te vinden in de ontwikkeling van de verschillende economische sectoren. In de afgelopen tien jaar hebben met name de dienstensectoren een banengroei op bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s gerealiseerd. Vanaf 2001 kende de kwartaire sector een explosieve stijging, de opmars van de transportsector werd in datzelfde jaar geremd. De financiële en zakelijke diensten kenden in de periode 1996-2005 een geleidelijke groei. De industrie en bouwsector groeiden nog licht tot 2001, maar kregen vanaf dat moment een behoorlijk banenverlies te verwerken. Het aantal werkzame personen in de industrie ligt op de bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s anno 2005 lager dan in 1996.

18

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Figuur 3.5. Werkgelegenheidsgroei naar sector op bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s (19962005)
210,0 190,0 170,0 150,0 130,0 110,0 90,0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005

Industrie Handel/reparatie Transport en communicatie Kwartaire diensten

Bouw Horeca Financiële en zakelijke diensten

Bron: Vestigingenregister Noord-Brabant, Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant

In de landelijke regio’s is een aantal dezelfde tendensen zichtbaar. Ook hier is het aandeel kwartaire diensten op bedrijventerreinen toegenomen. De stijging van de zakelijke/financiële diensten is hier in tegenstelling tot in de stedelijke regio’s echter ook opvallend sterk. Figuur 3.6. Werkgelegenheidsgroei naar sector op bedrijventerreinen in de landelijke regio’s (19962005)
210,0 190,0 170,0 150,0 130,0 110,0 90,0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005

Industrie Handel/reparatie Transport en communicatie Kwartaire diensten

Bouw Horeca Financiële en zakelijke diensten

Bron: Vestigingenregister Noord-Brabant, Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant

19

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Voor de toekomst wordt verwacht dat het werkgelegenheidsaandeel van de industrie verder zal afnemen. Niet alleen de werkgelegenheidscijfers van Brabant, maar ook de landelijke cijfers tonen namelijk aan dat er sprake is van een toenemende verdienstelijking: een relatief groter deel van de werkgelegenheid behoort tegenwoordig tot de dienstverlenende sectoren. De industriële werkgelegenheid is al enige jaren op zijn retour. Enerzijds komt dit omdat de industrie tegenwoordig meer (niet kern-) activiteiten uitbesteedt aan dienstverleners en logistieke bedrijven, anderzijds omdat steeds meer productieactiviteiten in andere, goedkopere landen c.q. regio’s worden opgezet of voortgezet. Door de algemene trend van verdienstelijking treedt er ook een ‘verdienstelijking’ van bedrijventerreinen op. Vaak wordt dit aangeduid met ‘verkantorisering’: er komt een grotere component kantoorwerk op bedrijventerreinen. Dit gebeurt zowel binnen bedrijven (meer kantoorwerkers op het totale personeelsbestand) als in de vestigingenpopulatie van een terrein (meer kantoor(achtige) gebouwen). Het onderscheid tussen bedrijventerreinen en kantoorlocaties wordt hiermee steeds ondoorzichtiger, getuige ook de opkomst van nieuwe locatietypen zoals het ‘hoogwaardig bedrijvenpark’. De transportsector heeft het lang moeilijk gehad, maar is uit het dal geklommen door ook meer ‘logistic services’ aan te bieden. Zoals hierboven aangegeven, betreft dit voor een deel activiteiten die voorheen door industriële bedrijven zelf werden uitgevoerd. Het gaat dan om activiteiten zoals de opslag van goederen, het uitvoeren van kleine productieactiviteiten (bewerkingen), douanediensten, maar ook steeds vaker wordt het algehele beheer van de productieketen aan logistieke partijen uitbesteed (3rd party logistics/ 4th party logistics). Mede door deze ontwikkelingen is distributie en logistiek momenteel in heel Nederland een groeimarkt. Recente marktrapportages onderstrepen dit nog eens: in 2004 was de logistieke sector een van de best presterende deelmarkten. Noord-Brabant is door haar ligging (ten opzichte van de mainports Antwerpen, Rotterdam en Schiphol) en haar multimodale vervoersmogelijkheden een belangrijke vestigingsplaats voor logistieke bedrijven en zal naar verwachting dan ook meer dan gemiddeld te maken krijgen met een groeiende vraag naar logistiek onroerend goed, met name in de directe nabijheid van de grote transportassen. Hierbij moet worden opgemerkt dat een gemiddelde kavel in het logistieke segment vaak al meer dan 1 hectare beslaat. Het aantal vestigingen dat behoort tot de handel en reparatiesector en dat op een bedrijventerrein is gevestigd, is in de afgelopen jaren geleidelijk toegenomen. Het gaat dan met name om de zogenaamde ‘perifere detailhandel’ (PDV) en de ‘grootschalige detailhandel’ (GDV), waartoe onder andere bouwmarkten, tuincentra, keukenzaken, meubelzaken, autodealers en tapijtcentra worden gerekend. Een belangrijke oorzaak van de stijging van het aantal vestigingen in deze branches is een 1 toename van het gemiddelde verkoopvloeroppervlak per vestiging . Deze schaalvergroting heeft tot gevolg dat veel vestigingen te groot worden om tussen de woonbebouwing of in stadscentra gevestigd te zijn. Zij trekken daarom naar de randen van steden c.q. naar bedrijventerreinen, waar ze de ruimte hebben en gemakkelijker (per auto) te bereiken zijn.

1

Rabobank, Cijfers & Trends 2004/2005

20

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Vanwege de naar verwachting groeiende vraag naar consumentgerichte activiteiten zal de perifere/grootschalige detailhandel ook in de toekomst een belangrijke ruimtevrager zijn. Daarbij moet worden opgemerkt dat voor deze branches clustering van belang is om de gewenste aantrekkingskracht op de consument te kunnen blijven uitoefenen. Dit komt reeds tot uiting in de zogenaamde meubelboulevards, maar ook steeds meer in ’boulevards’ van bouwmarkten en 2 garagebedrijven/autodealers . Ten aanzien van de kwartaire dienstverleners, die in de afgelopen jaren hun werkgelegenheidsaandeel op bedrijventerreinen zagen toenemen, kan worden opgemerkt dat ook hier nog een groei kan worden verwacht die zich richt op bedrijventerreinen. Met name de zorgsector maakt momenteel een ontwikkeling door waarbij sprake is van toenemende geografische clustering van zorginstellingen, bedrijven in de medische sector en medische kennisinstituten op zogenaamde ‘zorgparken’. Op dit moment wordt her en der een beroep gedaan op delen van (gemengde) bedrijventerreinen om deze functie te kunnen accommoderen.

3.4 Prognose werkgelegenheid 2020 en 2040
Met behulp van het model REGINA zijn voor de landelijke en stedelijke regio’s in Noord-Brabant werkgelegenheidsprognoses gemaakt. De groeipercentages waarmee REGINA rekent zijn afgeleid van de door het CPB gebruikte percentages. In tabel 3.4 staat voor de perioden 2006-2020 en 20212040 de verwachting van de werkgelegenheidsgroei per bedrijfstak in Noord-Brabant weergegeven zoals deze door REGINA is berekend. Uit de tabel is op te merken dat het scenario ‘Regional Communities’ totaal een negatieve groei kent voor beide perioden. Het Transatlantic Market scenario laat voor de eerste periode nog een aardige groei zien, maar deze wordt in de tweede periode negatief. Het scenario ‘Global Economy’ laat de hoogste groei zien in beide perioden. De groeipercentages waarmee REGINA voor Noord-Brabant werkt, wijken af van de percentages die de BLM hanteert voor Nederland. Hierdoor is onder andere een verschil ontstaan in de werkgelegenheidsontwikkeling na 2020. In de BLM uitkomsten verslechtert de ontwikkeling aanzienlijk, in de REGINA uitkomsten is dit in mindere mate het geval. Het verschil kan voor het grootste gedeelte worden verklaard uit het feit dat het CPB voor de berekening van de werkgelegenheidsprognoses gegevens gebruikt afkomstig uit het RAM-model. Deze uitkomsten vertonen een grote breuk tussen de periode 2005-2020 en de periode 2021-2040. Het REGINA-model maakt geen gebruik van deze RAM-model output. REGINA neemt als input voor de werkgelegenheidsprognoses 2021-2040 de output van de REGINA berekeningen van de periode 2005-2020. Dit laatste houdt in dat de overgang tussen de twee perioden in het REGINA model ‘natuurlijker’ verloopt. Dat er geen sprake is van een echte breuk komt voor een belangrijk deel door het feit dat er in het RAM-model vanuit wordt gegaan dat als gevolg van de vergrijzing het arbeidsaanbod aanzienlijk daalt, hetgeen een negatief effect heeft op de werkgelegenheid (en daarmee op het ruimtebeslag van bedrijventerrein).
2

Metsemakers, F. en Nieuwenstein, A., “De klant is koning?” (mei 2005) in ‘Nova Terra’ (nummer 1, jaargang 5)

21

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

In het REGINA model wordt daarentegen het arbeidsaanbod minder als belemmerende factor voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid gezien: een eventueel tekort aan mensen als gevolg van vergrijzing kan deels worden opgevangen door nieuwe mensen van buiten de provincie / uit het buitenland. Dit houdt verband met het feit dat in het REGINA model rekening wordt gehouden met allerlei locatiefactoren. Veel daarvan pakken voor de provincie Noord-Brabant gunstig uit en zorgen voor een positief effect op de werkgelegenheid. Dit positieve effect maakt een deel van de negatieve effecten uit hoofde van bijvoorbeeld de aanwezigheid van krimpsectoren en de vergrijzing weer goed. Daarom zijn de uitkomsten na 2020 per saldo gunstiger dan de in de BLM gepresenteerde uitkomsten. Tabel 3.4: Groeipercentages werkgelegenheid Noord-Brabant per jaar per bedrijfstakcluster (gemiddelde jaarlijkse verandering in procenten)
Regional Communities Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal Bron: REGINA 2005 2006-2020 -1,8% 0,2% 0,2% 0,3% 0,2% -0,2% 2021-2040 -2,2% -0,4% -0,4% -0,4% -0,2% -0,6% Strong Europe 2006-2020 -1,0% 0,5% 0,6% 0,7% 0,7% 0,3% 2021-2040 -1,4% 0,4% 0,4% 0,3% 0,5% 0,1% Transatlantic Market 2006-2020 -0,8% 1,0% 0,9% 0,9% 0,9% 0,5% 2021-2040 -1,4% 0,0% 0,0% -0,1% 0,2% -0,2% Global Economy 2006-2020 -0,4% 1,3% 1,3% 1,5% 1,2% 0,9% 2021-2040 -0,4% 0,7% 0,4% 0,1% 0,6% 0,3%
3

Door het regionale vestigingsklimaat voorspelt het REGINA-model dat Noord-Brabant relatief harder zal groeien dan de rest van Nederland. Noord-Brabant kent weliswaar een relatieve oververtegenwoordiging van krimpende en benedengemiddeld groeiende economische sectoren (nijverheid), maar verwacht een relatieve inhaalslag in de richting van een diensteneconomie. Zo scoren door de internationale ligging van Noord-Brabant en de toenemende internationale handel in de EU de Brabantse regio’s goed bij het cluster logistiek (groothandel en transport). De gebieden in West-Brabant en Noordoost-Brabant hebben een sterke groeipotentie voor zakelijke en financiële diensten. Dit cluster scoort relatief goed op arbeidsproductiviteit. De nabijheid van de Randstad en de huidige bedrijfstakkensamenstelling maken deze regio’s aantrekkelijk voor zakelijke en financiële dienstverleners.

Er dient opgemerkt te worden dat het Centraal Planbureau werkgelegenheid definieert in arbeidsjaren. Voor de analyse van economische groei per gemeente in Noord-Brabant wordt het Vestigingenregister Noord-Brabant geraadpleegd. Hier is werkgelegenheid gedefinieerd als totaal aantal banen, zowel fulltime als parttime. Door aan te nemen dat de gemiddelde arbeidsduur per economische sector gelijk blijft zijn de nationale groeipaden van het aantal arbeidsjaren te vertalen naar regionale werkgelegenheid in aantal banen.

3

22

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Binnen de deelregio’s zien we dat in West-Brabant met name de goed bereikbare gemeenten ten noordoosten van Breda het goed doen. In Midden-Brabant doet kernstad Tilburg het relatief goed dankzij de sterke expansie van de stad. In Zuidoost-Brabant doen Best en Helmond het relatief goed en blijft Eindhoven achter. In Noordoost-Brabant scoort het gebied ten oosten van Den Bosch (Uden/Oss) relatief goed. De in paragraaf 3.3 beschreven verwachte ontwikkelingen in de diverse sectoren, kunnen in zekere mate worden herkend in de uitkomsten van de door het model REGINA berekende werkgelegenheidsprognoses. In de volgende drie tabellen zijn de uitkomsten voor de stedelijke regio’s, de landelijke regio’s en Noord-Brabant in 2020 en in 2040 gepresenteerd. Per gebied zijn de uitkomsten van de vier scenario’s naast elkaar gezet. Tevens is de omvang van de werkgelegenheid in het peiljaar 2005 ter vergelijking in de tabel opgenomen. Aan het einde van het hoofdstuk is een tabel met de totaalscores per individuele regio opgenomen. Onder elke tabel staan de meest in het oog springende zaken puntsgewijs opgesomd.

Noord-Brabant Tabel 3.5 Prognose werkgelegenheid in de Noord-Brabant in 2020 en 2040 voor de vier BLMscenario’s
RC-scenario Bedrijfstakcluster Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening 2005 274.751 132.985 232.708 171.558 265.185 2020 2040 SE-scenario 2020 235.912 143.541 255.696 191.415 295.005 2040 177.663 154.240 274.605 201.325 326.876 TM-scenario 2020 241.858 153.549 265.473 194.800 303.135 2040 183.591 152.693 264.739 190.081 318.347 GE-scenario 2020 258.789 160.410 284.327 213.993 318.103 2040 238.711 185.960 307.226 219.109 360.399

208.636 134.076 137.708 128.285 241.216 224.602 178.171 165.155 275.277 264.404

Totaal 1.077.187 1.041.008 916.522 1.121.569 1.134.709 1.158.815 1.109.451 1.235.622 1.311.405 Bron: TNO/REGINA 2005, Vestigingenregister Noord-Brabant

Samengevat: - De totale werkgelegenheid in Noord-Brabant neemt in de periode 2006-2020 in het RCscenario af met ruim 3%. In alle andere scenario’s is de ontwikkeling positief. Het GEscenario levert de hoogste score (15%). - In Noord-Brabant is een relatieve oververtegenwoordiging van het krimpende en benedengemiddeld groeiende bedrijfstakcluster nijverheid. Dit cluster ziet haar werkgelegenheid tot 2020 dalen met 6% (GE-scenario) tot 24% (RC-scenario). Voorbeelden van industriële activiteiten die nationaal gaan krimpen in de vier scenario’s en waar NoordBrabant sterk in is gespecialiseerd, zijn de voedings- en genotmiddelenindustrie en de chemie-, rubber- en kunststofindustrie. - Door de internationale ligging van Noord-Brabant en de toenemende internationale handel in de EU scoort Brabant goed bij het cluster logistiek (groothandel en transport).

23

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

-

-

-

-

Voor dit cluster wordt voor de komende 15 jaar een werkgelegenheidsgroei van 4% tot 21% geraamd. In de nationale groeiscenario’s gaat de kwartaire sector (met name de bedrijfstak gezondheids- en welzijnszorg) sterk groeien in de komende 15 jaar. De groei van deze sector blijft in Brabant achter als gevolg van een achterblijvende bevolkingsontwikkeling. Ondanks de relatief minder sterke vertegenwoordiging in Noord-Brabant groeit het cluster overheid en kwartaire dienstverlening in de periode tot 2020 in alle scenario’s met 4% tot 20%. Het belang van de commerciële dienstensectoren in Brabant is relatief klein ten opzichte van Nederland. In de lange termijnscenario’s zien we dat de verdienstelijking van de Nederlandse economie aanhoudt. Ook in Brabant neemt de werkgelegenheid in de clusters consumentendiensten en overige dienstverlening, en zakelijke en financiële diensten tot 2020 toe. De groeipercentages liggen tussen de 4% en de 24%. Na 2020 wijzigt het beeld ten aanzien van een aantal sectoren. Het werkgelegenheidsverlies in de nijverheid wordt hoger geraamd dan in de periode tot 2020, in het meest negatieve scenario (RE) bedraagt dit circa 35%. De logistieke sector blijft na 2020 doorgroeien in twee van de vier scenario’s (SE en GE), zij het in een minder hoog tempo dan in de jaren ervoor (maximaal 15%). De clusters consumentendiensten en zakelijke en financiële dienstverlening zien zich na 2020 een daling van de werkgelegenheid voordoen in zowel het RC-scenario als het TM-scenario. De werkgelegenheid in het cluster overheid/kwartaire diensten daalt in de periode 2021-2040 alleen in het RC-scenario.

Stedelijke regio’s Tabel 3.6 Prognose werkgelegenheid in de stedelijke regio’s in 2020 en 2040 voor de vier BLMscenario’s
RC-scenario Bedrijfstakcluster Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening 2005 2020 2040 SE-scenario 2020 2040 TM-scenario 2020 2040 GE-scenario 2020 2040

194.450 147.056 98.919 102.652

94.697 165.481 123.461 169.976 127.525 180.491 163.988 95.756 107.026 115.046 114.266 113.829 119.452 138.758

166.123 172.415 160.571 182.828 196.201 189.457 188.978 203.112 219.636 140.962 145.923 134.536 156.757 163.952 159.420 154.676 175.282 178.359 211.415 220.616 212.945 236.625 263.248 242.596 256.071 254.542 290.117

Totaal 811.869 788.662 698.505 848.717 861.908 875.715 841.079 932.879 990.858 Bron: TNO/REGINA 2005, Vestigingenregister Noord-Brabant

Samengevat: - In drie van de vier scenario’s wordt verwacht wordt dat de werkgelegenheid in de stedelijke regio’s tussen 2006 en 2020 nog zal toenemen. De stijging loopt uiteen van 4% tot 15%. In het RC-scenario is de werkgelegenheidsontwikkeling licht negatief (-3%). - De nijverheid (industrie en bouwnijverheid) levert in de komende 15 jaar naar verwachting flink wat banen in. De daling is het grootst in het RC-scenario (-24%) en het minst negatief in het GE-scenario (-7%).

24

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

-

-

-

-

-

De banenpopulatie in de logistieke sector neemt tot 2020 in omvang toe in elk van de scenario’s. De toename is het grootst in het GE- en het TM-scenario (respectievelijk 16% en 21%). De dienstverlenende sectoren blijven in alle scenario’s tot 2020 in termen van werkgelegenheid groeien. De stijging ligt tussen de 4% (RC-scenario) en de 24% (GEscenario). Het cluster overheid en kwartaire dienstverlening boekt de hoogste groeipercentages in alle scenario’s, met uitzondering van het GE-scenario. In dit scenario scoort de zakelijke en financiële dienstverlening het beste. Tussen 2020 en 2040 verslechtert naar verwachting de ontwikkeling van het aantal banen in de stedelijke regio’s. Voor deze periode voorziet ook het TM-scenario een werkgelegenheidsdaling en komt het (meest gunstige) GE-scenario niet verder dan een groei van 6%. Na 2020 neemt de werkgelegenheid in de nijverheid verder en versneld af. In het RCscenario wordt voor de periode tot en met 2040 een procentuele afname van 35% geraamd. In de logistieke sector en de dienstensectoren blijft het aantal banen toenemen in de scenario’s SE en GE. De stijgingen zijn wel kleiner dan in de periode tot 2020. Met name de groei in de zakelijke en financiële diensten valt ver terug na 2020. In het RC-scenario boeken alle bedrijfstakken tussen 2020 en 2040 een banenverlies. In het TM-scenario geldt hetzelfde voor het gros van de bedrijfstakken. Alleen het cluster overheid en de kwartaire dienstverlening ‘ontspringt hier de dans’.

Landelijke regio’s Tabel 3.7 Prognose werkgelegenheid in de landelijke regio’s in 2020 en 2040 voor de vier BLMscenario’s
RC-scenario Bedrijfstakcluster Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening 2005 80.301 34.066 66.585 30.596 53.770 2020 61.580 35.056 68.801 32.248 54.661 2040 39.379 32.529 64.031 30.619 51.459 SE-scenario 2020 70.431 36.515 72.868 34.658 58.380 2040 54.202 39.194 78.404 37.373 63.628 TM-scenario 2020 71.882 39.283 76.016 35.380 60.539 2040 56.066 38.864 75.761 35.405 62.276 GE-scenario 2020 78.298 40.958 81.215 38.711 63.561 2040 74.723 47.202 87.590 40.750 70.282

Totaal 265.318 252.346 218.017 272.852 272.801 283.100 268.372 302.743 320.547 Bron: TNO/REGINA 2005, Vestigingenregister Noord-Brabant

25

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Samengevat: - Ook voor de landelijke regio’s geldt dat in drie van de vier scenario’s wordt verwacht dat de werkgelegenheid tussen 2006 en 2020 nog zal toenemen. De stijging loopt uiteen van 3% tot 14%. In het RC-scenario is de werkgelegenheidsontwikkeling negatief (-5%). De cijfers komen lager uit dan in de stedelijke regio’s, voornamelijk omdat de nijverheid in de landelijke regio’s een relatief zwaardere stempel drukt op de totale werkgelegenheidsontwikkeling. - De relatieve groeipercentages voor de financiële en zakelijke diensten liggen voor de landelijke regio’s een fractie hoger dan in de stedelijke regio’s. Het omgekeerde geldt voor de logistieke sector, de consumentendiensten en de overheid/kwartaire sector. - Voor de landelijke regio’s geldt dat de werkgelegenheid na 2020 alleen nog groeit in het GEscenario. Voor het SE-scenario wordt een nulgroei voorzien, de andere twee scenario’s gaan, net als voor de stedelijke regio’s, uit van een daling. - Het aantal banen in de nijverheid neemt na 2020 in versneld tempo verder af. De daling is relatief gezien iets minder sterk dan in de stedelijke regio’s. Alleen in het RC-scenario scoort de nijverheid in de landelijke regio’s lager dan in de stedelijke regio’s. - De ontwikkeling van de logistieke sector in de landelijke regio’s blijft net als in de periode voor 2020 iets achter bij de trend in de stedelijke regio’s. - De zakelijke en financiële diensten blijven na 2020 iets beter presteren dan in de landelijke regio’s. Het omgekeerde geldt voor de consumentendiensten en de overheid/kwartaire sector. De verschillen tussen de landelijke en de stedelijke regio’s in procenten zijn overigens niet groot.

26

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Totaal individuele regio’s Tabel 3.8 Prognose werkgelegenheid in alle regio’s in 2020 en 2040 voor de vier BLM-scenario’s (totalen)
RC-scenario 2005 STEDELIJKE REGIO'S Waalboss Breda-Tilburg Uden-Veghel Bergen op Zoom-Roosendaal Eindhoven-Helmond Subtotaal Stedelijke Regio's LANDELIJKE REGIO'S Zuidwest-Brabant Steenbergen-Halderberge Moerdijk e.o. Zundert e.o. Land van Heusden en Altena Groot-Langstraat Oisterwijk-Hilvarenbeek Boxtel e.o. Maaskant Maashorst Schijndel-Sint-Oedenrode-Boekel Land van Cuijk Groot-Kempen Heeze-Leende-Cranendonck De Peel Subtotaal Landelijke Regio's TOTAAL NOORD-BRABANT 8.593 13.018 27.541 14.608 14.904 3.639 12.535 26.064 2.942 10.126 19.706 32.801 32.122 12.648 34.071 265.318 8.047 12.760 27.076 14.047 14.168 3.414 11.979 24.902 2.890 9.934 19.115 30.991 29.481 11.615 31.927 252.346 6.951 11.212 24.123 12.107 11.968 2.878 10.336 22.043 2.573 8.774 16.946 27.084 24.246 9.842 26.934 218.017 8.510 13.746 29.238 15.270 15.367 3.675 12.984 26.981 3.129 10.736 20.754 33.443 31.840 12.562 34.617 272.852 8.175 14.060 30.078 15.377 15.189 3.592 13.086 27.610 3.234 11.033 21.422 33.477 30.324 12.299 33.845 272.801 8.517 14.351 30.398 15.830 15.993 3.838 13.475 27.948 3.214 11.109 21.606 34.651 33.180 13.014 35.976 283.100 7.584 13.837 29.694 15.147 15.013 3.544 12.922 27.106 3.118 10.773 21.199 32.932 29.934 12.116 33.453 268.372 8.888 15.396 32.216 17.122 17.218 4.091 14.551 29.964 3.499 12.016 23.312 36.650 35.461 13.856 38.503 302.743 8.644 16.432 35.018 18.565 18.536 4.212 15.580 32.340 3.782 12.911 25.548 38.452 35.710 14.294 40.523 320.547 186.067 250.811 44.502 67.378 263.111 811.869 182.071 249.150 42.204 66.159 249.078 788.662 162.025 223.724 36.868 59.292 216.596 698.505 195.672 268.212 45.473 71.555 267.805 848.717 200.021 276.211 45.875 73.627 266.174 861.908 201.687 275.785 47.384 73.996 276.863 875.715 194.389 268.525 45.135 72.345 260.685 841.079 215.642 293.315 50.524 78.630 294.768 932.879 228.989 316.282 54.035 86.009 305.543 990.858 2020 2040 SE-scenario 2020 2040 TM-scenario 2020 2040 GE-scenario 2020 2040

1.077.187 1.041.008 916.522 1.121.569 1.134.709 1.158.815 1.109.451 1.235.622 1.311.405 Bron: TNO/REGINA 2005, Vestigingenregister Noord-Brabant

Samengevat: - Binnen de stedelijke regio’s vertoont de regio Breda-Tilburg tot 2020 de meest gunstige werkgelegenheidsontwikkeling. In het RC-scenario wordt voor deze regio slechts een daling van minder dan 1% voorzien, in het GE-cenario groeit het aantal banen met circa 17%. De regio Bergen Op Zoom-Roosendaal laat na Breda-Tilburg de beste resultaten zien (-2%; +17%). De prognoses voor de regio Eindhoven-Helmond komen lager uit dan voor de andere regio’s (-5%; +12%). In absolute zin worden in het GE-scenario de meeste banen gecreëerd in de regio Breda-Tilburg, gevolgd door Eindhoven-Helmond en Waalboss. - In de landelijke regio’s gaan de regio’s Maaskant en Maashorst aan kop waar het gaat om de relatieve werkgelegenheidsgroei tot 2020 (-2%; +19%). Minder gunstig zijn de uitkomsten voor de meer perifeer gelegen regio’s Zuidwest-Brabant, Heeze-Leende-Cranendonck en Groot-Kempen (maximaal 10% groei).

27

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

-

-

In de periode 2021-2040 is de werkgelegenheidsontwikkeling in de stedelijke regio’s naast het RC-scenario, ook in het TM-scenario negatief. Voor de regio Eindhoven-Helmond geldt dit ook voor het SE-scenario. In het GE-scenario komt in deze periode de regio Bergen op Zoom-Roosendaal het beste uit de bus (+9%). Eindhoven-Helmond scoort wederom het laagst (+4%). De lage scores in deze regio zijn met name het gevolg van de voorziene werkgelegenheidsverliezen in de nijverheid en de zakelijke/financiële diensten. Bergen op Zoom-Roosendaal scoort relatief gunstig op de ‘groeiclusters’ consumentendiensten en overheid/kwartaire sector. In de landelijke regio’s boekt de regio Schijndel-Sint Oedenrode-Boekel na 2020 de beste resultaten in termen van werkgelegenheid (+9%). Ook de regio’s Maaskant, Zundert e.o. en Moerdijk e.o. scoren relatief goed (>8%). Minder hoge scores worden behaald door ZuidwestBrabant, Groot-Kempen, Groot-Langstraat en Heeze-Leende-Cranendonck.

28

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

4. Locatietypenvoorkeuren
4.1 Inleiding
Als tweede stap wordt de geraamde werkgelegenheid toegedeeld aan locatietypen . De verdeling van de werkzame personen over de onderscheiden locatietypen is een belangrijke schakel in de BLM methodiek en geschiedt aan de hand van zogenaamde ‘locatietypevoorkeuren’ (zie kader). De locatietypevoorkeur geeft aan welk deel van de werkgelegenheid op een formeel bedrijventerrein terecht komt. Het is deze werkgelegenheid die in de Bedrijventerreinenprognoses een bepalende rol speelt.
Locatietypevoorkeur: de voorkeur van een bedrijfssector voor een bepaald locatietype, zoals blijkt uit het vestigingspatroon van bedrijven. Uitgangspunt is de feitelijke verdeling zoals die tot stand is gekomen onder invloed van zowel vraagals aanbodfactoren. Met ‘locatietypevoorkeuren’ worden dus de gebleken voorkeuren (revealed preferences) bedoeld, niet de uitgesproken voorkeuren (stated preferences). De locatietypevoorkeuren hoeven dus niet de echte en actuele voorkeur van bedrijven weer te geven.
4

De BLM gaat in de prognose uit van twee formele locatietypen, te weten ‘bedrijventerrein’ en 5 ‘zeehaventerrein’. De oude indeling in vijf terreintypen is vanuit het oogpunt van vestigingseisen van bedrijven steeds minder relevant stelt het CPB. ETIN Adviseurs deelt dit standpunt. Het is te verwachten dat op lange termijn ook de terreintypen die nu opgeld doen (bijvoorbeeld stedelijke dienstenterreinen, grootschalig en kleinschalig gemengde terreinen en dergelijke), in plaats van of naast de vijf in IBIS gebruikte typen, ook weer zullen zijn verdwenen. Een onderscheid in bedrijfstakken biedt meer aanknopingspunten voor een kwalitatieve inkleuring van toekomstig bedrijventerreinareaal dan een onderscheid naar (huidige) terreintypen. De onderhavige prognose voor Noord-Brabant betreft alleen het formele locatietype ‘bedrijventerrein’; het formele locatietype ‘zeehaventerrein‘ valt, om redenen uiteen gezet in hoofdstuk 1, buiten het bestek van dit onderzoek.

4

Een bedrijfslocatie is een vestigingsplek van een bedrijf. De typologie van bedrijfslocaties in het BLM-model is gebaseerd op IBIS (Integraal bedrijventerreinen informatiesysteem). In IBIS worden twee hoofdklassen van bedrijfslocaties geregistreerd: bedrijventerreinen en kantoorlocaties. De in IBIS geregistreerde bedrijventerreinen worden aangeduid met formele locaties, alle andere worden niet-formeel genoemd. Alleen bedrijventerreinen spelen in de BLM een rol, kantoorlocaties worden niet als locatietype gebruikt. In de BLM worden de formele bedrijfslocaties uit IBIS nader onderverdeeld in ‘bedrijventerreinen (exclusief zeehaventerreinen)’ en ‘zeehaventerreinen’. 5 Zware industrieterreinen, zeehaventerreinen, gemengde bedrijventerreinen, hoogwaardige bedrijvenparken en distributieparken.

29

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

4.2 Prognose locatietypevoorkeur 2020 en 2040
De locatietypevoorkeur geeft aan welk deel van de werkgelegenheid op een bedrijventerrein terecht komt. Eerst worden voor het startjaar van de prognoses de locatietypevoorkeuren vastgesteld. Vervolgens worden de verwachte verschuivingen in de locatietypevoorkeuren gedurende de prognoseperiode bepaald. In bijlage 4 wordt ingegaan op de methodische aspecten van deze analyse en wordt een rekenvoorbeeld gegeven. In tabel 4.1 worden de huidige en de toekomstige locatietypevoorkeuren weergegeven. Deze laatste resulteren uit de toepassing van BLM-methodiek op de locatietypevoorkeuren zoals die in Brabant zijn waargenomen op het uitgangsmoment (2005). Tabel 4.1 Prognose Locatietypevoorkeuren voor de Stedelijke en Landelijke Regio’s in Noord-Brabant in percentages
BLM- Bedrijfstakken code SR 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 50 99 Voedings- en genotmiddelenindustrie Textiel-, kleding- en leerindustrie Papierindustrie, uitgeverijen en drukkerijen Overige industrie Chemische basisproductenindustrie Overige chemische industrie Basismetaalindustrie Metaalproducten- en machine-industrie Elektrotechnische industrie Transportmiddelenindustrie Aardolie-industrie Delfstoffenwinning Energie- en waterleidingbedrijven Bouwnijverheid Vervoer over water en land en luchtvaart Dienstverlening t.b.v. vervoer Groothandel Detailhandel en reparatie Verhuur van en handel in onroerend goed Horeca Overige dienstverlening Post en telecommunicatie Bank en verzekeringswezen Zakelijke dienstverlening Gezondheids- en welzijnszorg Overheid, onderwijs Totaal Detailhandel 87,0 67,0 72,0 90,0 100,0 98,0 96,0 93,0 85,0 92,0 71,0 14,0 33,0 56,0 74,0 78,0 73,0 22,0 15,0 14,0 19,0 50,0 11,0 46,0 10,0 4,0 41,0 14,0 2005 LR 67,0 69,0 77,0 76,0 57,0 92,0 95,0 83,0 70,0 48,0 100,0 77,0 81,0 44,0 53,0 46,0 57,0 14,0 15,0 3,0 9,0 14,0 5,0 29,0 1,0 4,0 33,0 8,0 22,1 11,0 26,8 15,5 SR 87,0 74,2 75,2 90,0 100,0 98,0 96,0 93,0 85,0 92,0 71,0 14,0 33,0 61,2 74,0 78,0 73,0 26,1 22,5 21,8 24,4 50,0 23,2 46,0 10,0 4,0 2020 LR 74,2 74,6 77,0 76,0 57,0 92,0 95,0 83,0 74,7 70,3 100,0 77,0 81,0 55,4 59,6 56,3 61,5 21,9 22,4 3,0 11,5 21,1 11,0 19,7 1,0 4,0 SR 87,0 75,8 75,9 90,0 100,0 98,0 96,0 93,0 85,0 92,0 71,0 14,0 33,0 64,1 74,0 78,0 73,0 28,4 27,0 26,7 27,8 50,0 32,1 46,0 10,0 4,0 2040 LR 75,8 75,8 77,0 76,0 57,0 92,0 95,0 83,0 75,8 75,5 100,0 77,0 81,0 61,9 63,5 62,2 64,3 26,8 27,0 3,4 15,5 25,8 20,5 30,4 1,0 4,0

Bron: BLM 2005, Vestigingenregister Noord-Brabant, Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant; bewerking ETIN Adviseurs

30

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Uit de analyse blijkt dat er in Noord-Brabant, in vergelijking tot de in de BLM aangehouden bovengrens (zie bijlage 4), al relatief veel werkgelegenheid op bedrijventerrein is gevestigd in de verschillende bedrijfstakken. Dit geldt met name voor de stedelijke regio’s in Noord-Brabant. Slechts in enkele nijverheidsbranches, onder andere in de bouwnijverheid, wordt verwacht dat het aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein nog verder zal toenemen. Ook in de dienstverlening (onder andere in de detailhandel en reparatiesector) zal de werkgelegenheid op bedrijventerrein nog toenemen. In de landelijke regio’s wordt voor belangrijke sectoren in de industrie en voor nagenoeg de gehele dienstverlening een toename van het aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein voorzien.

4.3 Prognose werkgelegenheid op bedrijventerrein 2020 en 2040
In deze paragraaf komt de prognose van de werkgelegenheid op bedrijventerrein tot en met 2040 in de onderscheiden Noord-Brabantse regio’s aan de orde. De gepresenteerde cijfers (zijnde de uitkomsten van de vermenigvuldiging van de totale werkgelegenheid met de locatietypevoorkeur) vormen een belangrijke stap in de bedrijventerreinenprognose. Het is deze werkgelegenheid die in de volgende stap zal worden vertaald naar ruimtebeslag. De ontwikkeling van de werkgelegenheid op bedrijventerrein in de toekomst is niet voor alle bedrijfstakken en alle onderscheiden regio’s hetzelfde. Hieronder wordt ingegaan op de meest opvallende ontwikkelingen in de verschillende (BLM-) bedrijfstakclusters voor de stedelijke en landelijke regio’s als geheel en voor Noord-Brabant. Voor de overzichtelijkheid blijft de bespreking beperkt tot de belangrijkste ontwikkelingen van de werkgelegenheid op bedrijventerrein in het lage (RC-) en het hoge (GE-) scenario. Voor een uitgebreid overzicht van de prognose-uitkomsten van de werkgelegenheidsontwikkeling voor alle bedrijfstakken per afzonderlijke regio wordt verwezen naar bijlage 9.

31

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Tabel 4.2 Prognose werkgelegenheid op bedrijventerrein per stedelijke en landelijk regio en bedrijfstak naar lange termijn scenario (2005-2040)
Bedrijfstakcluster 2005 RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 Stedelijke regio's Nijverheid 154.240 117.383 76.622 130.975 97.212 135.463 100.868 141.319 126.762 Logistiek 73.147 75.774 70.667 78.989 84.884 84.347 83.988 88.177 102.452 Consumentendiensten en overige dienstverlening 32.342 42.624 44.811 45.181 54.746 46.867 52.761 50.167 61.340 Financiële en zakelijke dienstverlening 56.659 61.951 58.984 66.224 71.931 67.589 67.884 74.220 78.333 Overheid en kwartaire dienstverlening 15.964 16.401 15.841 17.597 19.597 18.049 19.080 18.941 21.622 Totaal 332.352 314.133 266.925 338.966 328.370 352.315 324.581 372.824 390.509 Landelijke regio's Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal Noord-Brabant Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 206.860 160.689 105.494 180.039 136.059 185.921 141.167 195.301 179.564 91.930 39.239 63.849 17.288 97.028 53.260 70.228 16.401 91.455 101.133 109.934 108.163 108.830 113.009 132.610 57.027 67.632 15.841 56.414 75.072 17.597 69.669 82.501 19.597 58.672 76.653 18.049 67.316 77.893 19.080 62.661 84.123 18.941 78.274 89.834 21.622 52.620 18.783 6.897 7.190 1.324 86.814 43.306 21.254 10.636 8.277 0 83.473 28.872 20.788 12.216 8.648 0 70.524 49.064 22.144 11.233 8.848 0 91.289 38.847 25.050 14.923 10.570 0 89.390 50.458 23.816 11.805 9.064 0 95.143 40.299 24.842 14.555 10.009 0 53.982 24.832 12.494 9.903 0 52.802 30.158 16.934 11.501 0

89.705 101.211 111.395

419.166 397.606 337.449 430.255 417.760 447.458 414.286 474.035 501.904

RC-scenario In zowel de stedelijke als de landelijke regio’s daalt op de bedrijventerreinen de werkgelegenheid in de nijverheid in dit scenario. In de stedelijke regio’s (-24% tot en met 2020 en -35% daarna) sneller dan in de landelijke (-18% respectievelijk –33%). De bedrijfstakcluster logistiek geeft tot 2021 in zowel de stedelijke (+4%) als in de landelijk regio’s (+13%) nog een stijging van de werkgelegenheid op bedrijventerrein te zien. In het tweede deel van de prognoseperiode loopt ook in dit cluster het aantal banen op bedrijventerrein terug. In de stedelijke regio’s (-7%) meer dan in de landelijke (-2%). De prognose van de werkgelegenheid op bedrijventerrein in het cluster consumentendiensten en overige dienstverlening geeft voor beide regio’s een flinke stijging te zien tot 2021 (SR’s: +32%; LR’s: +54%). Daarna valt het groeitempo aanzienlijk terug (SR’s: +5%; LR’s: +15%). Iets vergelijkbaar doet zich ook voor bij het cluster financiële en zakelijke dienstverlening in de landelijke regio’s. In de stedelijke regio’s daalt het aandeel banen op bedrijventerrein in dit cluster in de periode 2021-2040. GE-scenario In het GE-scenario stijgt in Noord-Brabant de werkgelegenheid op bedrijventerreinen in vier van de vijf bedrijfstakclusters in beide prognose perioden. De snelle groeiers zijn in de stedelijke regio’s de clusters consumentendiensten en overige dienstverlening (+55%) en financiële en zakelijke dienstverlening (+31%), allebei in de periode 2005-2020. In de landelijke regio’s gaat het om dezelfde clusters met respectievelijk een groei van +81% en +38%.

32

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Het cluster consumentendiensten c.a. laat ook in de periode daarna nog een stijging van het aantal banen op bedrijventerrein zien van +36%. Voor het nijverheidscluster stijgt de werkgelegenheid op bedrijventerrein alleen in de landelijke regio’s nog tot en met 2020 (+3%), daarna (2021-2040) loopt deze terug met 2%. In de stedelijke regio’s daalt het aantal banen in de nijverheid op bedrijventerrein in de prognoseperiode 2005-2020 met -8% en met nog eens –10% in de twintig jaren daarna. In de navolgende tabel is per regio het geprognosticeerde totale aantal banen op bedrijventerrein weergegeven voor elke individuele regio. Tabel 4.3 Prognose werkgelegenheid op bedrijventerrein in Noord-Brabant per regio naar lange termijn scenario (2005-2040)
Stedelijke en landelijke regio's 2005 Waalboss Breda - Tilburg Uden - Veghel Bergen op Zoom - Roosendaal Eindhoven - Helmond subtotaal Stedelijke regios Zuidwest-Brabant Steenbergen-Halderberge Moerdijk e.o. Zundert e.o. Land van Heusden en Altena Groot-Langstraat Oisterwijk-Hilvarenbeek Boxtel e.o. Maaskant Maashorst Schijndel-Sint-Oedenrode-Boekel Land van Cuijk Groot-Kempen Heeze-Leende-Cranendonck De Peel Subtotaal Lándelijke regio's Totaal Noord-Brabant RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 63.822 79.599 78.767 82.500 77.435 87.730 92.818 79.694 100.205 98.428 104.058 97.167 110.109 117.506 15.945 20.648 20.014 21.731 20.097 23.089 24.898 22.779 29.440 28.170 30.656 28.012 32.362 34.326 84.685 109.074 102.991 113.370 101.870 119.534 120.961

71.050 73.790 95.194 92.729 22.771 19.020 30.901 27.131 112.436 101.463

332.352 314.133 266.925 338.966 328.370 352.315 324.581 372.824 390.509 1.700 4.239 11.406 3.223 4.572 1.129 3.683 8.443 812 1.693 6.181 11.749 11.525 3.967 12.492 86.814 2.261 4.023 9.484 4.359 5.318 1.267 3.375 7.838 953 2.818 5.957 10.134 10.852 3.912 10.922 83.473 1.847 3.584 8.169 3.766 4.575 1.064 2.977 6.639 839 2.506 5.253 8.357 8.788 3.203 8.957 70.524 2.427 4.386 10.274 4.823 5.835 1.375 3.713 8.603 1.046 3.095 6.549 11.023 11.866 4.269 12.005 91.289 2.141 4.574 10.176 4.939 5.907 1.331 3.869 8.444 1.077 3.237 6.787 10.308 11.128 4.016 11.456 89.390 2.469 4.589 10.746 5.019 6.068 1.445 3.858 8.976 1.075 3.198 6.849 11.519 12.385 4.428 12.519 95.143 2.077 4.582 10.188 4.967 5.913 1.342 3.883 8.490 1.055 3.206 6.849 10.389 11.196 4.023 11.545 2.524 4.911 11.266 5.471 6.549 1.518 4.195 9.579 1.171 3.486 7.430 11.994 13.103 4.662 13.352 2.379 5.640 12.274 6.501 7.636 1.631 4.956 10.618 1.344 4.054 8.678 12.384 13.771 4.861 14.668

89.705 101.211 111.395

419.166 397.606 337.449 430.255 417.760 447.458 414.286 474.035 501.904

De werkgelegenheid op bedrijventerrein neemt in de periode tot en met 2020 het sterkst toe in de gezamenlijke landelijke regio’s in het GE-scenario (+17%). In de stedelijke regio’s, waar het aandeel banen op bedrijventerrein op uitgangsmoment al groter was dan in de landelijke regio’s stijgt genoemd aandeel in dezelfde periode met +12%. Het overeenkomstige percentage voor NoordBrabant als geheel komt uit op +13%. Het lage RC-scenario laat in de periode tot en met 2020 reeds een daling van het aantal banen op bedrijventerrein zien als wordt gekeken naar de stedelijke en landelijke regio’s als geheel. Voor afzonderlijke regio’s, bijvoorbeeld de SR Waalboss, kan dit anders liggen.

33

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

De werkgelegenheid op bedrijventerrein in de periode tot en met 2020 daalt in zowel de stedelijke als de landelijke regio’s met circa -5% ten opzicht van het basisjaar 2005. In de periode daarna, 2021-2040, loopt het aandeel banen op bedrijventerrein in Noord-Brabant (en in de stedelijke en landelijke regio’s) in het RC-scenario nog verder terug met –15%. In het hoge GE-scenario daarentegen stijgt het aandeel van de werkgelegenheid op bedrijventerrein nog, zij het minder snel dan vóór 2021. Voor de stedelijke regio’s te samen komt de stijging uit op +5% en voor de landelijke regio’s op +10%. Voor de Noord-Brabant als geheel komt de stijging van het aandeel banen op bedrijventerrein in de periode 2021-2040 uit op +6%.

34

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

5. Terreinquotiënten
5.1 Inleiding
De locatietypevoorkeur (hoofdstuk 4) geeft aan welk deel van de geraamde werkgelegenheid op een formeel bedrijventerrein terecht komt. Het is deze werkgelegenheid die in de prognoses van het ruimtebeslag de ruimtevraag uitoefent. De vertaalslag van werkgelegenheid naar oppervlakte bedrijventerrein wordt in de BLM-methodiek gemaakt met het terreinquotiënt, het ruimtegebruik per werkende (zie kader).
Terreinquotiënt: ruimtegebruik per werkzame persoon op formele bedrijventerreinen uitgedrukt in vierkante meter per persoon (BLM). Ook wordt het aantal werkzame personen per hectare wel met terreinquotiënt aangeduid. Een terreinquotiënt van 250 vierkante meter per persoon (BLM) is dan hetzelfde als een terreinquotiënt van 40 werkzame personen per hectare. Netto en bruto ruimtebeslag Berekeningen met een terreinquotiënt resulteren in een netto ruimtebeslag. Het ruimtegebruik wordt netto berekend, dat wil zeggen uitgaande van het kaveloppervlak dat een bedrijf in gebruik heeft (de private ruimte). De private ruimte en de openbare ruimte (wegen, bermen, sloten, omrandingsgroen e.d.) tellen samen op tot de bruto ruimte (bruto oppervlak). De BLM stelt dat het bruto ruimtebeslag circa 30% hoger ligt, met andere woorden de (geraamde) netto oppervlakte moet worden vermenigvuldigd met 1,3 om te komen tot de bijbehorende bruto oppervlakte.

5.2 Berekening terreinquotiënten
In de BLM zijn terreinquotiënten voor bedrijventerreinen bepaald voor elk van de economische sectoren afzonderlijk. Tevens wordt een onderscheid gemaakt naar de landsdelen Noordoosten, Randstad en Midden- en Zuid-Nederland. Noord-Brabant is ingedeeld bij het laatstgenoemde landsdeel. Onderzocht is in hoeverre het nodig is om de terreinquotiënten zoals de BLM die (voor de toekomst) hanteert, voor de Brabantse situatie aan te passen en vervolgens op welke wijze dit dan moet gebeuren. Startpunt voor de analyse was inzicht krijgen in het ruimtegebruik per werkzame persoon op de Brabantse (formele) bedrijventerreinen voor het startjaar 2006. Hiertoe zijn terreinquotiënten voor Noord-Brabant berekend door bedrijventerreininformatie van het Bedrijventerreinenregister NoordBrabant te koppelen aan de werkgelegenheidsgegevens op vestigingsniveau uit het Brabantse Vestigingenregister. Omdat het de bedoeling is voor elk van de vijf onderscheiden stedelijke en vijftien landelijke regio’s in Noord-Brabant bedrijventerreinenprognoses op te stellen is onderzocht of dit moet leiden tot verschillende sets terreinquotiënten. Voor een aantal geografische niveaus zijn de terreinquotiënten geanalyseerd. In bijlage 4 wordt ingegaan op de methodische aspecten van de analyse.

35

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Uit de analyse van de verschillende terreinquotiënten op de verschillende ruimtelijke schaalniveaus en hun ontwikkeling in de afgelopen veertien jaar is geconcludeerd dat het beste kan worden gewerkt met twee verschillende sets terreinquotiënten: éénzelfde set terreinquotiënten voor elk van de vijf stedelijke regio’s in Noord-Brabant en één andere set voor alle onderscheiden vijftien landelijke regio’s. Op deze wijze is sprake van voldoende celvulling (dit verhoogt de betrouwbaarheid van de uitkomsten) en wordt tevens recht gedaan aan het specifieke ruimtegebruik (per werkzame persoon) in de Brabantse stedelijke en landelijke regio’s. De navolgende tabel geeft een overzicht van de berekende terreinquotiënten voor de stedelijke en landelijke regio’s. Ter vergelijking zijn ook de BLM-terreinquotiënten voor Midden- en Zuid-Nederland (en dus voor Noord-Brabant) opgenomen in de tabel. Uit de BLM blijkt dat het gemiddeld terreinquotiënt op formele bedrijventerreinen voor het landsdeel Midden- en Zuid-Nederland (en Noordoosten) aanzienlijk hoger ligt dan dat voor de Randstad. Tabel 5.1 Gemiddelde terreinquotiënten per bedrijfstak voor de Brabantse stedelijke en landelijke regio’s (basis 1992-2005) en Midden- en Zuid-Nederland (BLM) in m² per werkzame persoon
BLM tq landsdeel Midden- ZuidNederland 241 183 194 458 300 192 124 228 339 445 134 256 651 285 315 95 366 299 46 71 153 226 227 247 315 Stedelijke regio's gemiddelde tq Landelijke regio's gemiddelde tq

BLM-code 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 50 99

Bedrijfstakken Voedings- en genotmiddelenindustrie Textiel-, kleding- en leerindustrie Papierindustrie, uitgeverijen en drukkerijen Overige industrie Chemische basisproductenindustrie Overige chemische industrie Basismetaalindustrie Metaalproducten- en machine-industrie Elektrotechnische industrie Transportmiddelenindustrie Aardolie-industrie Delfstoffenwinning Energie- en waterleidingbedrijven Bouwnijverheid Vervoer over water en land en luchtvaart Dienstverlening t.b.v. vervoer Groothandel Detailhandel en reparatie Verhuur van en handel in onroerend goed Horeca Overige dienstverlening Post en telecommunicatie Bank en verzekeringswezen Zakelijke dienstverlening Gezondheids- en welzijnszorg Overheid, onderwijs Totaal Detailhandel

169 333 205 357 0 235 254 182 212 214 0 0 195 181 254 350 284 330 64 219 337 111 162 170 218 145 207 296

130 323 126 352 0 292 310 346 293 354 0 0 0 250 317 184 395 429 13 65 289 206 32 325 116 44 269 374

Bron: BLM 2005, Vestigingenregister Noord-Brabant, Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant; bewerking ETIN Adviseurs

36

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Uit de tabel blijkt dat het gemiddelde terreinquotiënt op formele bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s in Noord-Brabant lager is dan in het landsdeel Midden- en Zuid-Nederland. Het gemiddelde terreinquotiënt in de Randstad is overigens nog lager, namelijk 125 m² per werkzame persoon. Het gemiddelde terreinquotiënt op formele bedrijventerreinen in de landelijke regio’s in Noord-Brabant is hoger dan de stedelijke regio’s en ook hoger dan in het landsdeel Midden- en Zuid-Nederland.

5.3 Prognose terreinquotiënten 2020 en 2040
Wat betreft de toekomstige ontwikkeling van de onderscheiden terreinquotiënten die zullen worden gehanteerd bij de bedrijventerreinenprognose voor Noord-Brabant wordt aangesloten bij de ontwikkelingstempo’s van de BLM. In bijlage 4 wordt ingegaan op de dynamiek van het terreinquotiënt per lange termijn scenario. In deze bijlage is ook een rekenvoorbeeld opgenomen. De toepassing van de BLM-dynamiek op de in tabel 5.1 opgenomen terreinquotiënten voor de stedelijke en landelijke regio’s resulteert in de volgende terreinquotiënten in 2020 en 2040 voor de stedelijke en de landelijke regio’s in Noord-Brabant. Tabel 5.2 Prognose gemiddelde terreinquotiënten voor de stedelijke regio’s in 2020 en 2040
STRONG EUROPE TRANSATLANTIC MARKET REGIONAL COMMUNITIES GLOBAL ECONOMY BLM- Bedrijfstakken code 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 STEDELIJKE REGIO'S 02 Voedings- en genotmiddelenindustrie 177 189 180 195 176 186 181 197 03 Textiel-, kleding- en leerindustrie 349 372 354 384 346 365 355 388 04 Papierindustrie, uitgeverijen en drukkerijen 215 229 218 236 213 225 219 239 05 Overige industrie 375 400 380 412 372 393 382 417 06 Chemische basisproductenindustrie 0 0 0 0 0 0 0 0 07 Overige chemische industrie 246 263 250 271 245 258 251 274 08 Basismetaalindustrie 267 285 271 294 265 280 272 297 09 Metaalproducten- en machine-industrie 191 203 193 210 189 200 194 212 10 Elektrotechnische industrie 222 237 225 244 220 233 226 247 11 Transportmiddelenindustrie 224 239 227 246 222 235 228 249 12 Aardolie-industrie 0 0 0 0 0 0 0 0 13 Delfstoffenwinning 0 0 0 0 0 0 0 0 14 Energie- en waterleidingbedrijven 205 218 207 225 203 214 208 228 15 Bouwnijverheid 190 203 193 209 189 199 194 211 16 Vervoer over water en land en luchtvaart 266 284 270 293 264 279 271 296 17 Dienstverlening t.b.v. vervoer 368 392 373 404 365 385 374 409 18 Groothandel 298 317 302 327 295 312 303 331 19 Detailhandel en reparatie 346 369 351 381 343 362 352 385 20 Verhuur van en handel in onroerend goed 67 72 68 74 67 70 68 75 21 Horeca 230 245 233 253 228 241 234 255 22 Overige dienstverlening 353 377 358 389 351 370 360 393 23 Post en telecommunicatie 116 124 118 128 115 122 118 129 24 Bank en verzekeringswezen 170 181 172 187 168 178 173 189 25 Zakelijke dienstverlening 179 190 181 197 177 187 182 199 26 Gezondheids- en welzijnszorg 228 243 231 251 227 239 232 254 27 Overheid, onderwijs 153 163 155 168 151 160 155 170 99 Detailhandel 311 331 315 342 308 325 316 345 Bron: BLM 2005, Vestigingenregister Noord-Brabant, Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant; bewerking ETIN Adviseurs

Tabel 5.3 Prognose gemiddelde terreinquotiënten voor de landelijke regio’s in 2020 en 2040 37

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

STRONG EUROPE

TRANSATLANTIC MARKET

REGIONAL COMMUNITIES

GLOBAL ECONOMY

BLM- Bedrijfstakken code 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 LANDELIJKE REGIO'S 02 Voedings- en genotmiddelenindustrie 136 146 138 150 135 143 139 152 03 Textiel-, kleding- en leerindustrie 339 361 343 372 336 355 345 376 04 Papierindustrie, uitgeverijen en drukkerijen 132 141 134 145 131 138 134 147 05 Overige industrie 369 393 374 406 366 387 376 410 06 Chemische basisproductenindustrie 0 0 0 0 0 0 0 0 07 Overige chemische industrie 307 327 311 337 304 321 312 341 08 Basismetaalindustrie 326 347 330 358 323 341 332 362 09 Metaalproducten- en machine-industrie 362 386 367 399 360 380 369 403 10 Elektrotechnische industrie 307 328 312 338 305 322 313 342 11 Transportmiddelenindustrie 371 396 376 408 369 389 378 413 12 Aardolie-industrie 0 0 0 0 0 0 0 0 13 Delfstoffenwinning 0 0 0 0 0 0 0 0 14 Energie- en waterleidingbedrijven 0 0 0 0 0 0 0 0 15 Bouwnijverheid 262 280 266 289 260 275 267 292 16 Vervoer over water en land en luchtvaart 332 354 337 365 330 348 338 369 17 Dienstverlening t.b.v. vervoer 193 206 196 213 192 203 197 215 18 Groothandel 414 441 420 455 411 434 421 460 19 Detailhandel en reparatie 450 480 456 495 447 472 458 501 20 Verhuur van en handel in onroerend goed 13 14 14 15 13 14 14 15 21 Horeca 68 72 69 75 67 71 69 76 22 Overige dienstverlening 303 323 307 333 301 317 309 337 23 Post en telecommunicatie 217 231 219 238 215 227 220 241 24 Bank en verzekeringswezen 34 36 35 37 34 36 35 38 25 Zakelijke dienstverlening 341 364 346 375 338 357 347 379 26 Gezondheids- en welzijnszorg 122 130 123 134 121 127 124 135 27 Overheid, onderwijs 46 49 47 51 46 48 47 51 99 Detailhandel 392 418 397 431 389 411 399 436 Bron: BLM 2005, Vestigingenregister Noord-Brabant, Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant; bewerking ETIN Adviseurs

Uit de ontwikkeling van de terreinquotiënten blijkt dat het relatieve ruimtegebruik in de toekomst in alle bedrijfstakken nog zal toenemen. Afhankelijk van het scenario is er een meer of minder sterk groeitempo in de terreinquotiënten verondersteld. Een verklaring voor de toename van de terreinquotiënten is de veronderstelde verbetering van de efficiency in een bepaalde bedrijfstak die leidt tot minder personeel op een gelijkblijvend terreinoppervlak.

38

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

6. Prognose bedrijventerrein
6.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bedrijventerreinenprognoses in termen van aantallen hectaren (stap 4). Het hoofdstuk geeft de resultaten van de synthese van de hoofdstukken 3, 4 en 5. In paragraaf 6.2 wordt eerst teruggeblikt op de ontwikkeling van het ruimtebeslag in het verleden. Paragraaf 6.3 geeft een toelichting de uitkomsten van de prognoses voor 2020 en 2040.

6.2 Ontwikkeling ruimtebeslag 1992-2006
Uitgifte in de landelijke en stedelijke regio’s In de periode 1991-2005 is in Noord-Brabant 2.840 ha (netto) aan bedrijventerrein uitgegeven. Dit 6 getal geeft de Brabantse uitgifte weer, exclusief de uitgifte op het zeehaventerrein Moerdijk . Onderscheiden naar deelregio’s bedraagt de uitgifte voor de stedelijke regio’s in de genoemde periode 2.138 hectare netto en voor de landelijke regio’s tezamen 702 hectare netto. In de navolgende figuur wordt de uitgifte voor de stedelijke regio’s afgezet tegen die in de landelijke deelgebieden. Figuur 6.1 Uitgifte stedelijke en landelijke regio’s (totaal) per jaar in de periode 1991-2005 (in ha netto)
250

Stedelijke regio's Landelijke regio's
200

150

100

50

0

1991

1992

1993

1994

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

Bron: Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant, bewerking ETIN Adviseurs

6

De totale uitgifte in Noord-Brabant in de periode 1991-2005 inclusief het zeehaventerrein Moerdijk bedraagt 3.383 ha (netto).

39

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

De perioden van economische neergang in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw en in het begin van de eenentwintigste eeuw alsook de periode van hoogconjunctuur (tweede helft jaren negentig) worden met name goed weerspiegeld in de grafiek. De veranderingen in de conjunctuur blijken met name van invloed te zijn geweest op de uitgifte van bedrijventerrein in de stedelijke regio’s. In de beschouwde periode is driekwart (2.138 ha netto) van het bedrijventerrein uitgegeven in de stedelijke regio’s gezamenlijk. In de navolgende figuur wordt de ontwikkeling in de bedrijventerreinuitgifte in afgelopen vijftien jaar voor elk van de onderscheiden stedelijke regio’s weergegeven. Figuur 6.2 Ontwikkeling in de bedrijventerreinuitgifte per stedelijke regio in de periode 1991-2005 (in ha netto)
140 ha SR Waalboss SR Breda - Tilburg SR Uden - Veghel SR Bergen op Zoom - Roosendaal SR Eindhoven - Helmond

120

100

80

60

40

20

0 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005
Bron: Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant, bewerking ETIN Adviseurs

De Stadsregio Breda-Tilburg neemt hiervan met 877 ha (41%) veruit het grootste deel voor zijn rekening, op afstand gevolgd door de Stadsregio Eindhoven-Helmond (511 ha, 24%). In de Stadsregio Waalboss is 404 ha (19%) uitgegeven in de periode 1991-2005, in de Stadsregio Bergen op Zoom-Roosendaal 170 ha (8%) en in de Stadsregio Uden-Veghel 176 ha (8%).

40

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Uitgifte in stedelijke en landelijke regio’s: onderlinge relatie nader beschouwd Het Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant biedt de mogelijkheid om het overgrote deel van de uitgiften vanaf 1992 nader te analyseren op het niveau van de afzonderlijke uitgifte (transactieniveau). Op verzoek van de opdrachtgever brengen wij, in de context van het onderhavige onderzoek, de feitelijk geregistreerde overloop van bedrijven (aan wie bedrijventerrein is uitgegeven) van de (gezamenlijke) landelijke naar de (gezamenlijke) stedelijke regio’s en vice versa, in beeld. Daarbij wordt tevens een onderscheid gemaakt tussen uitgiften die kleiner zijn dan 5.000 m² en uitgiften die groter zijn dan of gelijk zijn aan 5.000 m². In totaal komt circa 85% van de totale uitgegeven oppervlakte voor analyse in aanmerking. Van de overige uitgiften zijn de relevante gegevens (onder andere ‘herkomst’) niet bekend of gaat het om bedrijventerreinuitgifte aan bedrijven die uit andere provincies dan Noord-Brabant of uit het buitenland komen. In totaal gaat het om 2.162 hectare (ha) traceerbare en voor het onderhavige doel relevante uitgifte in de periode 1992-2005. Van deze oppervlakte betreft 63% uitgifte van kavels groter dan of gelijk aan 5.000 m². Tabel 6.2.1 Bedrijventerreinuitgifte; overloop stedelijke en landelijke regio’s (1992-2005)
Uitgegeven aan bedrijven uit Bedrijventerrein Oppervlakte in in m² Aandeel naar onderscheiden grootteklasse Individuele transacties (kavels ! 5.000 m²) 2.858.799 385.128 293.945 4.416.503 7.954.375 Individuele transacties (kavels " 5.000 m²) LR SR LR SR Totaal " 5.000 m² Totaal LR LR SR SR 1.730.033 554.381 1.180.051 10.204.155 13.668.620 21.622.995 12,7 4,1 8,6 74,7 100,0 8,0 2,6 5,5 47,2 63,2 100,0 35,9 4,8 3,7 55,5 100,0 Aandeel in totaal

LR SR LR SR Totaal ‹ 5.000 m²

LR LR SR SR

13,2 1,8 1,4 20,4 36,8

Bron: Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant, bewerking ETIN Adviseurs

Bij de uitgifte van kleine kavels blijft meer dan 90% van het uitgegeven terrein bij bedrijven die uit hetzelfde type regio komen als waarin het betreffende terrein ligt. Bij de uitgifte van grote(re) kavels ligt dat iets lager. Bedrijven gevestigd in een landelijke regio kopen voornamelijk bedrijventerrein in een (meestal de eigen) landelijke regio en bedrijven uit een stedelijke regio verwerven bedrijventerrein in een (meestal de eigen) stedelijke regio. Deze uitkomst ligt in de lijn der verwachting. Immers het is een ervaringsgegeven dat veruit het meeste bedrijventerrein wordt uitgegeven aan bedrijven uit de ‘eigen’ gemeente dan wel uit een buurgemeente.

41

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Wat betreft de overloop kan worden vastgesteld dat 147 hectare in de stedelijke regio’s is uitgegeven aan bedrijven uit een landelijke regio. Daarnaast is bijna 95 hectare in de landelijke regio’s in de beschouwde periode uitgegeven aan bedrijven uit een stedelijke regio. Een andere conclusie die uit tabel 6.2.1 valt te trekken is dat er van de totale, door bedrijven uit de landelijke regio’s, gerealiseerde vraag (606 ha) bijna een kwart resulteerde in uitgifte in een stedelijke regio. Van de totale gerealiseerde vraag door bedrijven uit een stedelijke regio (1.556 ha) is 6% geëffectueerd in een landelijke regio. Gerealiseerde vraag naar bedrijventerrein per 2006 naar economische activiteit De uitgifte van bedrijventerrein in Noord-Brabant in het verleden, waarvan in het voorafgaande de afgelopen vijftien jaar nader zijn bekeken, heeft geleid tot een totale gerealiseerde vraag naar bedrijventerrein per 1 januari 2006. Deze vraag kan worden geoperationaliseerd via de variabele ‘netto reeds uitgegeven bedrijventerrein’ van het Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant. De gerealiseerde vraag is binnen de context van de prognose bedrijventerreinen van belang omdat ze in feite het referentiepunt vormt voor het bepalen van de omvang van de ontwikkeling tot en met 2020. Per begin 2006 bedraagt de omvang van het netto reeds uitgegeven bedrijventerreinareaal in NoordBrabant 10.015 hectare netto (exclusief zeehaventerrein Moerdijk), waarvan 7.176 hectare in de gezamenlijke stedelijke regio’s en 2.839 hectare in de landelijke regio’s. Voor de verdeling van het uitgegeven bedrijventerreinareaal over de economische activiteiten is geen empirisch gegevenmateriaal voor handen. Uit de koppeling van het Bedrijventerreinenregister NoordBrabant en het Vestigingenregister Noord-Brabant is bekend welke bedrijven zijn gevestigd op een bedrijventerrein en ook is bekend aan welke bedrijven sinds 1992 bedrijventerrein is uitgegeven. Uit deze gegevens kan een schatting worden gemaakt van de genoemde verdeling. In de navolgende tabel is voor de stedelijke en de landelijke regio’s alsook voor Noord-Brabant de schatting van het uitgegeven bedrijventerrein naar bedrijfstakcluster weergegeven, absoluut (hectares) en in procenten, voor het startjaar van de prognose. Tabel 6.1 Uitgegeven bedrijventerrein in Noord-Brabant naar economische activiteit per 2006
Stedelijke regio's Bedrijfstakcluster Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal ha 2.662 3.128 916 422 47 7.176 % 37,1 43,6 12,8 5,9 0,7 100,0 Landelijke regio's ha 1.457 858 369 142 13 2.839 % 51,3 30,2 13,0 5,0 0,5 100,0 Noord-Brabant Ha 4.119 3.986 1.285 564 60 10.015 % 41,1 39,8 12,8 5,6 0,6 100,0
7

Bron: Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant, Vestigingenregister Noord-Brabant; bewerking ETIN Adviseurs

7

Met de ‘gerealiseerde vraag’ wordt bedoeld het totaal aantal reeds uitgegeven hectaren bedrijventerrein.

42

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Momenteel zijn de bedrijfstakclusters nijverheid en logistiek goed voor circa 80% van de bedrijventerreinoccupatie in Noord-Brabant, beide in nagenoeg gelijke aandelen. Dit percentage ligt hoger dan het landelijke. Uit de BLM blijkt dat de gerealiseerde vraag naar bedrijventerrein vanuit de bedrijfstakclusters nijverheid en logistiek te samen 76% bedraagt (2001), waarbij moet worden aangetekend dat dit inclusief uitgegeven zeehaventerrein is (dat overigens voor het overgrote deel zal zijn uitgegeven aan nijverheid en logistiek). Tussen de onderscheiden regio’s vallen enige verschillen op. In de landelijke regio’s te samen is het cluster nijverheid in oppervlaktetermen veruit (51%) het belangrijkste. De logistiek komt op de tweede plaats. In de stedelijke regio’s zijn de rollen omgedraaid, hier is het cluster logistiek goed voor circa 44% en de nijverheid voor 37% van de uitgegeven hectares bedrijventerrein.

6.3 Prognose bedrijventerreinen 2020 en 2040
Inleiding In deze paragraaf komt de stap van de werkgelegenheidsontwikkeling op bedrijventerrein in de stedelijke en landelijke regio’s in Noord-Brabant naar bedrijventerreinenprognose aan bod. In het navolgende worden de prognose-uitkomsten samengevat weergegeven. Per scenario en prognosejaar worden de uitkomsten gepresenteerd voor de vijf stedelijke regio’s, voor de vijftien landelijke regio’s en voor Noord-Brabant als geheel. Ook wordt ingegaan op de grote lijn van de ontwikkeling die uit de prognose naar voren komt. Daarna worden de uitkomsten voor de stedelijke en landelijke regio’s en Noord-Brabant naar bedrijfstakcluster gepresenteerd en van een beknopt commentaar op hoofdlijnen voorzien. Voor de uitgebreide tabellen met de bedrijventerreinenprognoses per afzonderlijke regio en scenario naar bedrijfstak wordt verwezen naar bijlage 10. Kanttekeningen vooraf Bij wijze van algemene toelichting op de tabellen, in de hoofdtekst zowel als in de bijlagen, volgen hier enkele belangrijke kanttekeningen ter nuancering:
!"

Met name in de landelijke regio’s komen er in het overzicht naar bedrijfstakken (bijlage 7) lege cellen (cellen met waarde nul) voor. Dit komt doordat de berekeningen in de prognoses zijn gebaseerd op de uitgangspositie in 2005/2006. Wanneer in een bepaalde bedrijfstak op het aanvangstijdstip geen ruimtegebruik of werkgelegenheid is gemeten, houdt deze branche in het vervolg de nul, hoewel het natuurlijk niet uitgesloten is dat zich op enig tijdstip bedrijven uit deze bedrijfstak in de regio gaan vestigen. In de uitkomsten is GEEN rekening gehouden met beleid. Dit houdt in dat nog moet worden bepaald of het aanbieden van ruimte op bedrijventerrein aan bepaalde bedrijfstakken moet worden gecontinueerd of dat voor deze typen bedrijven naar andere locatietypen moet worden gezocht. Een lage uitkomst van de prognoses voor een bepaalde regio impliceert niet dat er niet of nauwelijks nog nieuw bedrijventerrein moet worden aangelegd. Nieuwe terreinen of terreindelen blijven altijd nodig om oude/verouderde terreinen te vervangen.

!"

!"

43

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Met name in de gevallen waarin bedrijventerreinen door de ontwikkeling van een stad, op te dichte afstand hiervan zijn komen te liggen, kan het onttrekken van deze terreinen aan de voorraad door middel van transformatie nopen tot het ontwikkelen van bedrijventerrein op een andere plaats in de gemeente of regio. Prognose bedrijventerrein samengevat De bedrijventerreinenprognoses voor de afzonderlijke stedelijke en landelijke regio’s zijn samengevat in tabel 6.2. Tabel 6.2 Bedrijventerreinenprognoses naar stedelijke en landelijke regio per scenario (in ha)
RC-scenario 2006 STEDELIJKE REGIO'S Waalboss Breda-Tilburg Uden-Veghel Bergen op Zoom-Roosendaal Eindhoven-Helmond Subtotaal Stedelijke Regio's LANDELIJKE REGIO'S Zuidwest-Brabant Steenbergen-Halderberge Moerdijk e.o. Zundert e.o. Land van Heusden en Altena Groot-Langstraat Oisterwijk-Hilvarenbeek Boxtel e.o. Maaskant Maashorst Schijndel-Sint-Oedenrode-Boekel Land van Cuijk Groot-Kempen Heeze-Leende-Cranendonck De Peel Subtotaal Landelijke Regio's TOTAAL NOORD-BRABANT 58 133 378 88 152 37 128 288 23 58 207 365 393 136 394 2.839 10.015 77 128 305 130 172 40 114 260 29 94 196 324 356 129 340 2.693 10.437 66 123 283 122 159 36 107 235 28 89 185 288 307 113 302 2.446 9.454 82 140 330 144 188 44 125 285 32 103 215 353 390 141 374 2.946 11.336 77 159 353 161 206 46 140 301 35 116 241 359 392 143 389 3.118 11.858 85 148 352 152 199 47 133 303 33 108 230 375 414 148 396 3.123 12.005 77 163 366 166 212 48 145 312 36 118 251 372 406 148 403 3.224 12.171 87 159 367 166 214 49 144 323 36 117 248 391 437 156 423 3.316 12.703 88 201 439 216 272 58 184 391 46 149 317 445 499 178 512 3.995 14.852 1.543 2.128 500 680 2.325 7.176 1.809 2.332 473 690 2.441 7.744 1.661 2.129 424 616 2.179 7.008 1.959 2.529 515 752 2.635 8.389 2.076 2.663 538 772 2.691 8.740 2.069 2.675 552 797 2.790 8.882 2.116 2.721 558 795 2.758 8.947 2.194 2.827 585 841 2.939 9.387 2.551 3.322 693 984 3.306 10.857 2020 2040 SE-scenario 2020 2040 TM-scenario 2020 2040 GE-scenario 2020 2040

In de periode tot 2020 zal de bedrijventerreinenprognose in de gezamenlijke stedelijke regio’s in alle vier de scenario’s toenemen. In het totaal van de landelijke regio’s is dat bij het RC-scenario niet het geval. In de periode 2021-2040 neemt bij het RC-scenario ook de prognose in de gezamenlijke stedelijke regio’s af.

44

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

In de navolgende tabel (6.3) is de ontwikkeling van in het geprognosticeerde ruimtebeslag van bedrijventerrein samengevat per scenario en periode naar deelregio en Noord-Brabant. Tabel 6.3 Ontwikkeling geprognosticeerd ruimtebeslag bedrijventerrein naar regio’s per scenario (in ha)
Regio Regional Strong Europe Transatlantic Market Global Economy Communities 2006-2020 2021-2040 2006-2020 2021-2040 2006-2020 2021-2040 2006-2020 2021-2040 568 -145 423 -736 -247 -983 1.213 108 1.321 351 172 523 1.706 285 1.991 65 101 166 2.211 478 2.689 1.470 679 2.149

Stedelijke regio's Landelijke regio's Noord-Brabant

Het GE-scenario laat de grootste toename in het ruimtebeslag zien, zowel in de periode tot en met 2020 als daarna. Dit geldt voor de gezamenlijke stedelijke regio’s als ook voor het totaal van de landelijke regio’s. De bedrijventerreinenprognose voor de stedelijke regio’s te samen resulteert in de andere drie scenario’s in een veel geringere toename en zelfs een daling (RC) in het tweede deel van de prognoseperiode. Bij de gezamenlijke landelijke regio’s heeft de bedrijventerreinenprognose bij het RC-scenario een dalend verloop in de gehele prognose periode. In de andere scenario’s blijft de ontwikkeling positief in beide deelperioden, met name in het GE-scenario. In het SE- en het TM-scenario loopt de prognose in de periode 2021-2040 aanzienlijk terug. Een beeld dat de BLM voor Nederland als geheel ook laat zien, zij het dat daar alleen het GE-scenario nog een positieve ontwikkeling kent na 2020. Prognose bedrijventerrein naar economische activiteit In 2006 wordt zo’n 30% van de in Noord-Brabant uitgegeven oppervlakte aan bedrijventerrein bezet door industriële bedrijvigheid en door de sector handel en reparatie. Uit de bedrijventerreinenprognose blijkt een tendens dat deze aandelen in het eerste deel van de prognoseperiode bij alle vier de scenario’s min of meer zullen stabiliseren. Op de zeer lange termijn wordt een daling van het aandeel van de industrie verwacht en een stijging van het aandeel van de sector handel en reparatie. In de paragraaf wordt achtereenvolgens de ontwikkeling in het ruimtebeslag van bedrijventerrein in Noord-Brabant, in de gezamenlijke stedelijke regio’s en in de gezamenlijke landelijke regio’s weergegeven naar bedrijfstakcluster per scenario voor de periode 2006-2040. Bij de stedelijke en landelijke regio’s zijn in de toelichting ook enkele highlights voor de individuele regio’s opgenomen. Omwille van de leesbaarheid zijn hier alleen de ontwikkelingen voor het GE-scenario beschreven.

45

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Noord-Brabant Tabel 6.4 Bedrijventerreinenprognoses Noord-Brabant 2006-2040 per bedrijfstakcluster naar scenario (in ha)
RC-scenario Bedrijfstakcluster Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal Noord-Brabant 2006 4.769 2.653 1.189 1.096 308 10.015 2020 3.996 3.038 1.751 1.309 343 10.437 2040 2.776 3.027 1.978 1.323 350 9.454 SE-scenario 2020 4.496 3.191 1.866 1.410 371 11.336 2040 3.609 3.704 2.458 1.645 441 11.858 TM-scenario 2020 4.729 3.459 1.974 1.458 386 12.005 2040 3.883 3.783 2.462 1.600 443 12.171 GE-scenario 2020 4.950 3.630 2.108 1.609 407 12.703 2040 4.937 4.653 2.899 1.857 507 14.852

Samengevat: − In Noord-Brabant zijn per 2006 de nijverheid (48%) en logistiek (27%), qua aandeel in het ruimtebeslag en in ha gemeten, veruit de belangrijkste bedrijfstakclusters op bedrijventerrein. − Tot 2020 wordt voor Noord-Brabant in alle scenario’s verwacht dat het relatieve ruimtebeslag van de nijverheid zal dalen tot zo’n 39%. In dezelfde periode zal het absolute ruimtebeslag (in ha gemeten) in drie scenario’s ook in meer of mindere mate teruglopen, alleen het GEscenario geeft een beperkte stijging van het ruimtebeslag van de nijverheid (+4%). − Op de zeer lange termijn (periode 2021-2040) zal de bedrijventerreinenprognose vanuit de nijverheid relatief gezien verder afnemen in alle vier de scenario’s. Qua oppervlakte daalt de prognose in deze periode opnieuw verder, behalve in het GE-scenario, daar treedt stabilisatie op. − De andere belangrijke speler op de bedrijventerreinen in Noord-Brabant, het bedrijfstakcluster logistiek, ziet zijn hoge aandeel in het ruimtebeslag tot 2020 nog verder toenemen in alle scenario’s. In de periode vanaf 2021 stijgt het aandeel verder tot zo’n 31% in 2040. − Ten opzichte van 2006 is er, in ha gemeten, in alle scenario’s tot 2020 steeds een groei in de bedrijventerreinenprognose voor de logistiek. Deze groei loopt uiteen van +15% bij het RCscenario tot +37% bij het GE-scenario. In de periode 2021-2040 stabiliseert bij het RCscenario het ruimtebeslag van de logistiek, bij de overige scenario’s neemt de bedrijventerreinenprognose verder toe, het meest bij het GE-scenario (+28*%). − Bij het bedrijfstakcluster consumentendiensten en overige dienstverlening wordt in alle scenario’s tot 2020 een stijging van het aandeel in de bedrijventerreinoccupatie geraamd van circa +5% (2006: 12%). In de periode 2021-2040 groeit het aandeel in alle scenario’s door tot zo’n 20%. Eenzelfde ontwikkeling, groei in de eerste periode en een doorgroei daarna, geeft ook het geprognosticeerde ruimtebeslag te zien. In alle scenario’s stijgt de bedrijventerreinenprognose voor het bedrijfstakcluster consumentendiensten.

46

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Stedelijke regio’s Tabel 6.5 Bedrijventerreinenprognoses Stedelijke regio’s 2006-2040 per bedrijfstakcluster naar scenario (in ha)
RC-scenario Bedrijfstakcluster nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal Noord-Brabant 2006 3.193 1.917 917 854 298 7.179 2020 2.762 2.245 1.339 1.054 343 7.744 2040 1.912 2.209 1.479 1.059 350 7.008 SE-scenario 2020 3.094 2.357 1.429 1.137 371 8.389 2040 2.446 2.700 1.838 1.316 441 8.740 TM-scenario 2020 3.265 2.551 1.506 1.174 386 8.882 2040 2.636 2.756 1.834 1.278 443 8.947 GE-scenario 2020 3.390 2.679 1.613 1.297 407 9.387 2040 3.307 3.399 2.158 1.485 507 10.857

Samengevat: − Op de bedrijventerreinen in de gezamenlijke stedelijke regio’s van Noord-Brabant zijn per 2006 de bedrijfstakclusters nijverheid (45%) en logistiek (27%) qua aandeel in het totale geoccupeerde bedrijventerrein en in ha gemeten, de twee belangrijkste. − Tot 2020 wordt voor de stedelijke regio’s te samen in alle scenario’s verwacht dat het aandeel van de nijverheid tot rond de 36% zal teruglopen. In dezelfde periode zal het absolute ruimtebeslag (in ha gemeten) van de nijverheid nog licht toenemen met zo’n 70 à 200 ha in respectievelijke het TM- en het GE-scenario. In de beide andere scenario’s daalt de bedrijventerreinenprognose voor de nijverheid. − Op de zeer lange termijn (periode 2021-2040) zal het ruimtebeslag op bedrijventerrein door de nijverheid verder afnemen (RS- en SE-scenario) of voor het eerst dalen (TM- en GEscenario). In alle scenario’s zal het aandeel van de nijverheid in het ruimtebeslag op bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s teruglopen naar circa 27% (RC-scenario:laagste aandeel) en 31% (GE-scenario: hoogste aandeel). − De logistiek is een belangrijk bedrijfstakcluster op de bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s. De logistiek ziet zijn hoge aandeel in het ruimtebeslag tot 2020 in alle vier de scenario’s verder toenemen tot zo’n 29%. In de periode vanaf 2021 neemt dit aandeel verder toe (alle scenario’s) tot circa 31% in 2040. − Ten opzichte van 2006 is er, in ha gemeten, in alle scenario’s en in beide prognoseperioden steeds een groei in de bedrijventerreinenprognose voor de logistiek. Alleen in de prognose volgens het RC-scenario treedt stabilisatie op, op het niveau dat is bereikt in 2020. − Op de derde plaats qua occupatie van bedrijventerrein in de stedelijke regio’s komt het cluster consumentendiensten en overige dienstverlening met een aandeel van bijna 13% in de uitgegeven oppervlakte per 2006. Dit aandeel loopt naar verwachting tot 2020 een fractie op tot circa 17% (alle scenario’s) om daarna door te groeien tot zo’n 21% in 2040. In oppervlakte gemeten voorzien de prognoses in een substantiële groei, zeker het GE-scenario voor de periode na 2020.

Highlights individuele stedelijke regio’s voor het GE-scenario 47

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

-

-

-

-

-

-

De ontwikkeling van het ruimtebeslag in de periode 2006-2020 is in relatieve termen het hoogst in de regio Waalboss, gevolgd door de regio Breda-Tilburg en, op enige afstand, Eindhoven-Helmond. De regio’s Bergen op Zoom-Roosendaal en Uden-Veghel scoren onder het Brabants gemiddelde. In de periode 2021-2040 liggen de groeipercentages van het ruimtebeslag in de individuele stedelijke regio’s relatief dicht bij elkaar. Eindhoven-Helmond blijft iets achter bij de rest. De regio Waalboss kent in de periode tot 2020 nog de hoogste toename van het ruimtebeslag van het cluster nijverheid. Alleen in Eindhoven-Helmond is een lichte daling van het ruimtebeslag van dit cluster zichtbaar. Na 2020 is de ontwikkeling van de nijverheid in termen van ruimte alleen nog licht positief in Uden-Veghel en Breda-Tilburg. De sterkste daling doet zich voor in Eindhoven-Helmond. Ten aanzien van de logistiek scoren Eindhoven-Helmond, Waalboss en Breda-Tilburg in relatieve termen het beste in de periode tot 2020. Na 2020 halveert de groei in Waalboss en Eindhoven-Helmond, in Breda-Tilburg blijft deze naar verwachting gelijk. Het cluster consumentendiensten laat in de periode tot en met 2020 in alle regio’s een positieve ontwikkeling zien. Procentueel is de toename van het ruimtebeslag in de regio Bergen op Zoom-Roosendaal het hoogst, maar in absolute zin relatief beperkt. EindhovenHelmond en Breda-Tilburg kennen ook een relatief sterke groei in dit cluster. Na 2020 blijft het ruimtebeslag van de consumentendiensten e.a. toenemen, zij het in minder sterke mate. Alle stedelijke regio’s scoren in die periode rond de 30%. De groei van het ruimtebeslag van het cluster zakelijke en financiële dienstverlening is in de periode 2006-2020 procentueel het hoogst in Waalboss en Breda-Tilburg. EindhovenHelmond behoudt echter in absolute zin het grootste areaal voor dit cluster. Na 2020 neemt het groeitempo voor dit cluster aanzienlijk af, maar blijft positief. De kwartaire diensten tenslotte zullen in Waalboss, Breda-Tilburg en Eindhoven-Helmond tot en met 2020 een toename van het ruimtebeslag realiseren, voor de twee overige regio’s wordt een afname van het ruimtebeslag voorspeld. In de periode na 2020 neemt vervolgens in Bergen op Zoom-Rossendaal en Uden-Veghel het ruimtebeslag voor dit cluster wel weer toe. In de overige regio’s wordt de groei enigszins getemperd.

48

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Landelijke regio’s Tabel 6.6 Bedrijventerreinenprognoses Landelijke regio’s 2006-2040 per bedrijfstakcluster naar scenario (in ha)
RC-scenario Bedrijfstakcluster Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal Noord-Brabant 2006 1.577 736 274 242 10 2.839 2020 1.233 793 412 254 0 2.693 2040 865 818 499 264 0 2.446 SE-scenario 2020 1.402 834 437 273 0 2.946 2040 1.163 1.004 620 330 0 3.118 TM-scenario 2020 1.464 907 468 284 0 3.123 2040 1.247 1.027 628 322 0 3.224 GE-scenario 2020 1.560 951 494 312 0 3.316 2040 1.629 1.254 740 372 0 3.995

Samengevat: − In de gezamenlijke landelijke regio’s per 2006 is de nijverheid (56%), qua aandeel in het ruimtebeslag en in ha gemeten, overduidelijk het belangrijkste bedrijfstakcluster, op afstand gevolgd door de logistiek. Dit cluster neemt toch nog altijd ruim een kwart van het uitgegeven bedrijventerrein in de landelijke regio’s voor zijn rekening. − Tot 2020 wordt voor de landelijke regio’s te samen in alle scenario’s verwacht dat het aandeel van de nijverheid in het totale ruimtebeslag met zo’n 10 procentpunten zal afnemen tot circa 46 à 47%. In dezelfde periode zal het absolute ruimtebeslag (in ha gemeten) over heel de linie dalen. Het meest in het RC-scenario (-344 ha) en het minst in het GE-scenario (-17 ha). − Op de zeer lange termijn (periode 2021-2040) zal het aandeel van de nijverheid in het totale ruimtebeslag op bedrijventerrein in de landelijk regio’s verder dalen tot 35 à 40%. Qua oppervlakte komt de prognose voor het RC-scenario nu beneden de 1.000 ha. Ook bij het SE- en het TM-scenario dalen de bedrijventerreinenprognoses; alleen die voor het GEscenario geeft een stijging te zien voor de periode 2021-2040. − Een andere belangrijke speler op de bedrijventerreinen in de landelijke regio’s, de logistiek, ziet zijn aandeel van circa 26% van het ruimtebeslag in 2006 nog met zo’n 3 procentpunten toenemen in de jaren tot en met 2020. In de periode vanaf 2021 groeit dit aandeel door tot 31% à 33% in 2040. − Ten opzichte van 2006 is er, in ha gemeten, in alle scenario’s tot 2020 steeds een groei in de bedrijventerreinenprognose voor de logistiek. In de periode 2021-2040 groeit het geprognosticeerde ruimtebeslag voor het bedrijfstakcluster logistiek verder in alle scenario’s. − Het qua occupatie van bedrijventerrein derde grote cluster is ook in de landelijke regio’s het cluster consumentendiensten en overige dienstverlening met een aandeel van bijna 10% in de uitgegeven oppervlakte per 2006. In alle vier de scenario’s loopt dit aandeel verder op in de gehele prognoseperiode tot rond de 20% in 2040. In oppervlakte termen laat het GEscenario de grootste groei in het geprognosticeerde ruimtebeslag zien, namelijk een groei met 170% tot 740 ha in 2040.

49

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Highlights individuele landelijke regio’s voor het GE-scenario - De ontwikkeling van het ruimtebeslag in de periode 2006-2020 is in relatieve termen het hoogst in de regio Maashorst, gevolgd door de regio’s Zundert e.o., Maaskant en ZuidwestBrabant. In absolute zin is de toename het grootst in Zundert, het Land van Heusden en Altena en Maashorst. De laagste procentuele toename van het ruimtebeslag wordt geconstateerd in de regio’s Groot-Langstraat en De Peel. De regio Moerdijk e.o. scoort als enige regio in de periode tot en met 2020 (licht) negatief. - In de periode 2021-2040 wordt in het GE-scenario voor alle individuele landelijke regio’s een toename van het ruimtebeslag ten opzichte van 2020 geprognosticeerd. In deze periode is de ontwikkeling relatief het sterkst in de regio’s Zundert e.o., Land van Heusden en Altena, Oisterwijk-Hilvarenbeek, Maaskant, Maashorst en Schijndel-Sint Oedernrode-Boekel. Deze boeken alle nagenoeg dezelfde groeipercentages. Zuidwest-Brabant e.o. blijft in deze periode achter bij de rest.

50

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Van kwantiteit naar kwaliteit De uitkomsten van dit onderzoek geven een inschatting van het toekomstig ruimtebeslag van bedrijventerreinen in Noord-Brabant. Dit is puur een kwantitatieve exercitie. Natuurlijk zal ook een inschatting van de kwaliteit van de toekomstige bedrijventerreinen moeten worden gemaakt, alvorens daadwerkelijk plekken kunnen worden aangewezen voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein. In de BLM 2005 en dit onderzoek wordt niet langer de traditionele indeling in vijf terreintypen gehanteerd, omdat deze indeling vanuit het oogpunt van vestigingseisen van bedrijven steeds minder relevant is. Weliswaar dienen zich steeds nieuwe typen bedrijventerrein aan vanuit de behoefte in de planningspraktijk, maar deze zijn aan tijd gebonden. Het is te verwachten dat op de lange termijn (de gepresenteerde bedrijventerreinenprognose heeft ook betrekking op de periode 2021-2040!) ook de terreintypen die nu opgeld doen, bijvoorbeeld stedelijke dienstenterreinen, modern gemengde 9 10 terreinen , grootschalig en kleinschalig gemengde terreinen, bedrijvenparken en dergelijke, ook weer zullen zijn verdwenen. Om de gewenste kwaliteit van bedrijventerreinen in beeld te kunnen brengen kan daarom beter de kwalitatieve ruimtevraag van bepaalde clusters van bedrijven worden bepaald. Dit kan aan de hand van zogenaamde vraagprofielen. In een vraagprofiel komen onder andere de volgende kwaliteiten aan bod: • • • • • • • • • • Algemene duiding sector/cluster Herkomst Dichtheid werkgelegenheid Schaal en kavelgrootteverdeling Prijsniveau Voorzieningen Bereikbaarheid Representativiteit en zichtbaarheid Bebouwing Parkeren
8

In het navolgende kader is, bij wijze van voorbeeld, een fictief vraagprofiel uitgewerkt.

8

9

Te weten: zwaar industrieterrein, zeehaventerrein, gemengd bedrijventerrein, hoogwaardig bedrijvenpark, distributiepark Modern gemengd: Terreinen voor de opvang van kleinschalige en middelgrote bedrijven met een gemengd karakter. Deze terreinen worden op korte afstand van de stad gesitueerd (bron: Provinciaal Omgevingsplan Limburg POL) Bedrijvenpark:Terreinen voor hoogwaardige bedrijvigheid in de sfeer van lichte productie, research and development en dienstverlening. Dit segment wordt veelal in of rond een stad gesitueerd.

10

51

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

FICTIEF VOORBEELD Vraagprofiel sector Logistiek, distributie en groothandel: kleinschalig en middelgroot Algemene duiding sector/cluster Het onderhavige cluster omvat verschillende sectoren met soortgelijke vestigingswensen en –eisen aan locatie en bebouwing. Bij dit cluster gaat het voornamelijk om lokale/regionale transportbedrijven en groothandelsbedrijven met relatief veel vrachtverkeer die op korte of middellange termijn willen verplaatsen c.q. gedwongen zijn te verhuizen. Aanleiding is vaak de lokale ruimte- en bereikbaarheidsproblematiek. Herkomst Het marktcluster logistiek, distributie en groothandel (kleinschalig en middelgroot) heeft een sterke lokale of beperkt regionale binding. Duidelijk is dat ook deze bedrijven veelal gevestigd willen blijven op niet te grote afstand van hun huidige vestigingslocatie. Dit komt neer op hervestiging in de eigen gemeente of in een van de andere gemeenten in de regio. Dichtheid werkgelegenheid Voor het onderhavige cluster kan worden uitgegaan van een dichtheid van 25 à 35 banen per hectare. Hierbij moet worden bedacht dat deze dichtheden betrekking hebben op een bedrijventerrein als samenstel van meerdere individuele bedrijfslocaties en niet op de dichtheid bij individuele bedrijven. Schaal en kavelgrootteverdeling Wat betreft kavelgrootte kan worden gedacht aan kavels van circa 1.000 m² tot circa 6.000 m². Dit is een tamelijk brede marge zodat ook hier flexibiliteit (in de verkaveling) gewenst is. Op de omvang van bedrijfsruimte wordt hierna ingegaan onder het kopje ‘Bebouwing’. Prijsniveau Een prijsniveau van ! 85,- à ! 115,- sluit aan bij dat van concurrerende locaties, een verkoopprijs van ! 60,- à ! 80,- beter bij de beleving binnen het cluster (zie ook hierna onder ‘Bebouwing’). Op de regionale bedrijfsruimtemarkt bedraagt het gemiddelde huurprijsniveau ! 40,- /m² bvo. Voor het sectoren logistiek, distributie en groothandel is dit in de meeste gevallen een acceptabel prijsniveau. Voorzieningen Het MKB is in het algemeen wat terughoudend als het gaat om in gezamenlijke projecten te stappen. Een veel gehoorde vraag daarbij is: ‘What’s in for me?’ Dit geldt ook voor parkmanagement. Gemeenschappelijk onderhoud van de openbare ruimte van een bedrijventerrein door ondernemers (met de gemeente) vindt over het algemeen weinig weerklank bij ondernemers in het onderhavige cluster. Een en ander wordt gezien als een taak van de overheid, net zoals het onderhoud elders in de stad. Ook bij de beslissing om mee aan te schuiven bij het gezamenlijk inkopen van goederen en diensten zet de ondernemer steeds de kosten en de baten tegenover elkaar. Voor een profijtelijke samenwerking is men wel in. Het meest wordt verwacht van zaken als inkoop van energie en afvalverwijdering en soms collectieve beveiliging. Bedrijven uit de onderhavige sector lopen over het algemeen niet warm voor zaken als breedband (kabel), collectieve vergaderfaciliteiten (ruimte en ondersteuning) en dergelijke. Voor vervoers- en handelsbedrijven met opslag/warehousing van goederen als elektronica en dergelijke kan participeren in een project van collectieve beveiliging, ook financieel/verzekeringstechnisch, een interessante optie zijn.

52

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bereikbaarheid Van belang voor deze bedrijven is in de eerste plaats een goede bereikbaarheid/ontsluiting. Met name een goede, korte verbinding naar de autosnelweg wordt belangrijk gevonden. Voor de groothandelsbedrijven moeten ook de verschillende centra goed bereikbaar zijn vanaf de vestigingslocatie. Er worden hoge eisen gesteld aan de interne ontsluiting: brede wegprofielen, geen of ruim gedimensioneerde rotondes en voldoende wegbelasting. Ook de afmeting van de in- en uitritten van de afzonderlijke bedrijven moet qua maatvoering voldoende zijn; dit geldt overigens voor alle bedrijfspercelen. Voor bedrijven in de sector logistiek en communicatie is bereikbaarheid per openbaar vervoer niet relevant. Representativiteit en zichtbaarheid Bedrijven in dit cluster willen over het algemeen herkenbaar zijn zonder dat er direct sprake hoeft te zijn van een zichtlocatie voor het bedrijventerrein. Bebouwing Functionaliteit van het gebouw is eis nummer één: voldoende oppervlak (bvo), hoogte en nuttige vloerbelasting in een praktische hal/loods/magazijn. Het aandeel kantoor bedraagt doorgaans 15% à 20%. Ook moet het pand kunnen beschikken over loadingdocks. Aan uitstraling en zichtbaarheid worden geen hoge eisen gesteld (functionele uitstraling). Dit uit zich ook in de vaak lage(re) grondprijs die deze bedrijven bereid zijn te betalen voor een nieuwe kavel (gemeenten zetten echter vaak in op een meer hoogwaardiger/architectonisch vernieuwende uitstraling van pand en kavel). Bij de sector logistiek en communicatie ligt de nadruk op zelf bouwen dan wel het kopen van een bedrijfspand. Er is daarnaast sprake van een beperkte behoefte aan huur/lease panden. Gemeten in bedrijfsvloeroppervlakte ligt de behoefte bij de doelgroep nogal uiteen. Er is vraag naar ruimten ter grootte van 300 m², maar ook naar ruimten van › 3.000 m² bvo. Huisvesting in een bedrijfsverzamelgebouw komt wellicht voor de kleinere groothandelsbedrijven in beeld. Een gedifferentieerd aanbod aan gevarieerde bouwkavels en flexibele bedrijfsruimte lijkt op zijn plaats voor bedrijven uit het onderhavige cluster. Parkeren Het gebruikelijke ‘parkeren op eigen terrein’ aangevuld met enige niet circulatie beperkende openbare parkeervoorzieningen lijkt het wensbeeld.

Elk cluster van bedrijven heeft een eigen vraagprofiel. Om een goede inschatting te kunnen maken van de gewenste kwaliteit van bedrijventerreinen, is het belangrijk om voor de zogenaamde ‘kansrijke clusters/sectoren’ (bedrijvigheid die in de komende jaren een groei in termen van werkgelegenheid en ruimtebeslag laat zien) een vraagprofiel op te stellen. Aan de hand hiervan zal het aanbod van bedrijventerrein moeten worden beoordeeld. Omdat in Brabant de kansrijke sectoren per regio verschillen, zullen de vraagprofielen per regio moeten worden opgesteld (maatwerk!). In zijn algemeenheid geldt dat gebruikers op bedrijventerreinen hogere eisen stellen aan de uitstraling van de omgeving en de panden dan voorheen. Het gewenste kwaliteitsniveau blijft echter voor elk type bedrijvigheid verschillen. Slechts een relatief gering deel van de vraag is echt als ‘hoogwaardig’ te typeren.

53

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

54

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

7. Conclusies en aanbevelingen
De belangrijkste conclusies die uit het onderzoek naar voren komen, zijn: Uitgangspunten • Onderhavig onderzoek is GEEN behoefteraming van bedrijventerreinen. De gepresenteerde cijfers zijn prognoses van het ruimtebeslag in 2020 en 2040. Ze zijn bedoeld als handvat voor de Provincie Noord-Brabant bij het maken van ruimtereserveringen voor de toekomst. De nadruk ligt daarbij op de langere termijn: ruimte moet in een vroegtijdig stadium worden gereserveerd om in een latere fase te kunnen worden aangewend voor de ontwikkeling van een (uitbreiding van een) bedrijventerrein. • De uitgevoerde ramingen betreffen alleen de uitbreiding van het ruimtebeslag van bedrijventerreinen en worden weergegeven in netto hectare (de bijbehorende bruto omvang ligt gemiddeld een factor 1,3 hoger). In de uitkomsten wordt GEEN rekening gehouden met onttrekkingen/transformatie van bedrijventerrein (dit is namelijk een aanbodkwestie). In de uitkomsten is tevens GEEN rekening gehouden met beleid. Dit houdt in dat nog moet worden bepaald of het aanbieden van ruimte op bedrijventerrein aan bepaalde bedrijfstakken moet worden gecontinueerd of dat voor deze typen bedrijven naar andere locatietypen moet worden gezocht. De BLM maakt gebruik van scenariomethodiek om beschrijvingen te geven van mogelijke toekomstige bedrijventerreinoccupaties. Het gaat om het beschrijven van intern consistente, uitgewerkte beelden van toekomstige bedrijventerreinsituaties. Dit betekent dat een scenario geen toekomstvoorspelling is, maar een beeld van de toekomst, zoals die er mogelijk uit ziet.

Scenario’s: Geschetste mogelijke toekomsten worden aanduid met de term ‘scenario’. • Een scenario is niet: een voorspelling, sciencefiction, wenselijkheid of plan. • Een scenario is wel: een intern consistent verhaal over een mogelijke toekomst. • Een scenario is wel: relevant, samenhangend, overtuigend; niet onmogelijk.
Bron: ONRI 2003

Het probleem met de onzekere toekomst is dat nu al beslissingen moeten worden genomen om in de toekomst over kwantitatief voldoende bedrijventerrein van de juiste kwaliteit te kunnen beschikken. Deze beslissingen, zoals het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerreinplan of het verwerven van gronden voor de realisering van bedrijventerreinaanbod, hebben meestal ingrijpende gevolgen. Keuzen en investeringen kunnen niet kosteloos worden teruggedraaid. Het doel van scenario’s is het zichtbaar en overdraagbaar maken van toekomstbeelden, waardoor betere beslissingen kunnen worden genomen. De bedrijventerreinprognoses in dit onderzoek moeten dus, parafraseren wij het CPB, worden gezien als lange termijn ramingen die proberen aanknopingspunten te bieden voor de planvorming en aanleg van bedrijventerreinen in Noord-Brabant in een continue proces! 55

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Werkgelegenheid- en werkgelegenheidsontwikkeling • In vergelijking met Nederland heeft de nijverheid in Noord-Brabant een relatief hoog werkgelegenheidsaandeel. Het aandeel van de logistieke sector is vergelijkbaar. Op het gebied van dienstverlening, zowel commercieel als niet-commercieel, blijft Brabant achter bij de nationale aandelen. Binnen Brabant zijn de aandelen nijverheid en logistiek in de landelijke regio’s groter dan in de stedelijke. Voor de dienstverlenende sectoren geldt het omgekeerde. De werkgelegenheidsstructuur op bedrijventerreinen wijkt op een aantal punten af van de algemene structuur. Zo is het aandeel nijverheid op bedrijventerrein in zowel de stedelijke als landelijke regio’s aanzienlijk groter, bevindt de logistieke werkgelegenheid in de stedelijke regio’s zich relatief iets vaker op een bedrijventerrein dan in de landelijke regio’s en hebben de clusters overheidsdiensten en overheid/kwartaire diensten een beperkte werkgelegenheidsrol op bedrijventerreinen. • Vanwege de relatieve oververtegenwoordiging van de nijverheid in Brabant en haar stedelijke en landelijke regio’s kan de Provincie als relatief sterk conjunctuurgevoelig worden gekarakteriseerd. Binnen het cluster reageren met name de metaal-, elektrotechnische, transportmiddelen-, chemische, grafische industrie sterk op de conjunctuur. De drie eerstgenoemde bedrijfstakken zijn sterk vertegenwoordigd in Zuidoost-Brabant/ regio Eindhoven-Helmond. Vaak wordt deze regio dan ook met name genoemd als het gaat om conjunctuurgevoelige bedrijvigheid. Voor de toekomst wordt verwacht dat het werkgelegenheidsaandeel van de industrie (nijverheid) in lijn met de afgelopen jaren, verder afneemt. Logistiek is daarentegen in de komende jaren nog een echte groeisector. Hetzelfde kan worden gezegd van een belangrijk deel van de consumentgerichte diensten. Binnen dit cluster zijn bepaalde typen bedrijvigheid ook steeds vaker op zoek naar huisvesting op een bedrijventerrein (perifere en grootschalige detailhandel, zorginstellingen etc.). Tot 2020 groeit de werkgelegenheid in de Brabantse stedelijke en landelijke regio’s, in alle scenario’s, behalve het RC-scenario. Na 2020 neemt de werkgelegenheid in de stedelijke regio’s nog in drie scenario’s toe (niet in het RC-scenario). In de landelijke regio’s is naast een daling in het RC-scenario een nulgroei in het GC-scenario voorzien. Over het algemeen geldt dat de werkgelegenheidsontwikkeling na 2020 minder gunstig is dan in de periode ervoor (2006-2020).

56

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Locatietypevoorkeuren en terreinquotiënten • Om de doorvertaling van werkgelegenheid naar ruimtebeslag te maken, is een set Brabantspecifieke locatietypevoorkeuren (aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein) en een set Brabant-specifieke terreinquotiënten (aantal vierkante meters per persoon) berekend voor het peilmoment 2006. Voor beide sets is een nader cijfermatig onderscheid naar stedelijke regio’s totaal en landelijke regio’s totaal gemaakt. • Zowel de locatietypenvoorkeur als de terreinquotiënten worden verondersteld in de komende jaren toe te nemen: er zal meer werkgelegenheid worden geconcentreerd op bedrijventerreinen, maar het aantal personen per vierkante meter zal dalen (ofwel meer vierkante meters per persoon = terreinquotiënt). De groeipercentages van beide variabelen zijn ontleend aan de BLM 2005. Voor Noord-Brabant geldt dat in de verschillende bedrijfstakken al relatief veel werkgelegenheid op een bedrijventerrein is gevestigd. Dit geldt met name voor de stedelijke regio’s. Slechts in enkele bedrijfstakken, zoals de bouwnijverheid, wordt verwacht dat het aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein nog verder zal toenemen. Ook in de dienstverlening (onder andere in de detailhandel) zal de werkgelegenheid op bedrijventerrein nog toenemen. In de landelijke regio’s wordt voor belangrijke sectoren in de industrie en voor nagenoeg de gehele dienstverlening een toename van het aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein voorzien. De werkgelegenheid op bedrijventerreinen ontwikkelt zich volgens dezelfde lijn als de totale werkgelegenheid. De nijverheid neemt in het RC-scenario sterk af, hetgeen voor de banenpopulatie op bedrijventerreinen nog een grotere impact heeft dan voor de totale werkgelegenheid. Dit geldt sterker voor de stedelijke regio’s dan voor de landelijke. In het GEscenario stijgt de werkgelegenheid in de nijverheid tot 2020 nog licht in de landelijke regio’s. Daarna is ook hier een banenverlies onafwendbaar. De banengroei op bedrijventerreinen tot en met 2020 komt in zowel het RC-scenario als het GE-scenario geheel vanuit de logistieke hoek en de dienstverlening. Na 2020 levert de logistieke sector op bedrijventerreinen weer banen in. In het GE-scenario blijven de consumentendiensten en overige diensten, en de zakelijke/financiële dienstverlening nog doorgroeien. Deze groei is in de stedelijke regio’s relatief sterker dan in de landelijke. Het gemiddelde terreinquotiënt op formele bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s in NoordBrabant is lager dan in het landsdeel Midden- en Zuid-Nederland, maar hoger dan in de Randstad. Het gemiddelde terreinquotiënt op formele bedrijventerreinen in de landelijke regio’s in Noord-Brabant is daarentegen hoger dan in het landsdeel Midden- en ZuidNederland.

Prognoses bedrijventerrein • De voorliggende bedrijventerreinenprognoses komen voor Noord-Brabant lager uit dan de prognoses in de voorgaande periode(n). Dit beeld is conform de regionale uitkomsten van de BLM 2005.

57

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

In Noord-Brabant zijn per 2006 de nijverheid en logistiek, qua aandeel in het ruimtebeslag en in hectaren gemeten, veruit de belangrijkste bedrijfstakclusters op bedrijventerrein. In de periode tot 2020 en in de jaren daarna zal het ruimtebeslag van de nijverheid een dalende lijn laten zien. Alleen in het GE-scenario is voor 2020 nog een kleine groei waar te nemen. Zowel in de periode vóór als na 2020 zal volgens de prognose de meeste additionele ruimte op bedrijventerrein in Noord-Brabant worden bezet door de bouwnijverheid, de logistiek, de consumentendiensten en de zakelijke/financiële dienstverlening. Natuurlijk verschillen de prognoses van de ruimtevraag (sterk) per regio. Niet alleen tussen de landelijke en de stedelijke regio’s zijn de qua ruimtevraag ‘dominante sectoren’ verschillend, ook binnen de stedelijke regio’s zijn (accent)verschillen zichtbaar. Ten aanzien van de prognose van bedrijventerreinen in de stedelijke regio’s kan worden geconcludeerd dat in de periode tot 2020 het aandeel van de grootste ruimtegebruiker op bedrijventerrein, de nijverheid, aanzienlijk afneemt in het RC-scenario en het SE-scenario. In de periode na 2020 doet de werkgelegenheidsdaling zich in elk scenario voor. Het aandeel van de tweede grote ruimtegebruiker, de logistiek, zal daarentegen licht (blijven) stijgen. Het aandeel in het totale ruimtebeslag van het cluster consumentendiensten en overige dienstverlening groei ook, zeker na 2020. Ten aanzien van de prognose van het ruimtebeslag van bedrijventerreinen in de landelijke regio’s kan worden geconcludeerd dat zowel in de periode tot 2020 als in de jaren daarna de aandelen in het totale ruimtebeslag van de clusters logistiek en consumentendiensten/overige dienstverlening toenemen. Ook het absolute ruimtebeslag van deze clusters vertoont een stijgende lijn. De nijverheid als belangrijkste ruimtevrager in de landelijke regio’s, ziet haar aandeel aanzienlijk dalen. Dit cluster komt volgens de meeste scenario’s in de verre toekomst qua ruimtebeslag lager uit dan op het peilmoment. In de individuele (landelijke) regio’s komen er in het overzicht van de prognoses bedrijventerreinen naar bedrijfstak lege cellen (cellen met waarde nul) voor. Dit komt doordat de prognose-berekeningen zijn gebaseerd op de uitgangspositie in 2005/2006. Wanneer in een bepaalde bedrijfstak op het aanvangstijdstip geen ruimtegebruik of werkgelegenheid is gemeten, houdt deze branche in het vervolg de nul, hoewel het natuurlijk niet uitgesloten is dat zich op enig tijdstip bedrijven uit deze bedrijfstak in de regio gaan vestigen. Een lage uitkomst van de prognoses voor een bepaalde regio impliceert niet dat er niet of nauwelijks nog nieuw bedrijventerrein moet worden aangelegd. Nieuwe terreinen of terreindelen blijven altijd nodig om oude/verouderde terreinen te vervangen. Met name in de gevallen waarin bedrijventerreinen door de ontwikkeling van een stad, op te dichte afstand hiervan zijn komen te liggen, kan het onttrekken van deze terreinen aan de voorraad door middel van transformatie nopen tot het ontwikkelen van bedrijventerrein op een andere plaats in de gemeente of regio.

58

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Aanbevelingen
Uitgangspunt: Prognose ruimtebeslag bedrijventerreinen voor ruimtereserveringen (planvorming, lange termijn, Provincie) Zoals in de conclusies werd aangegeven, is in dit onderzoek alleen het toekomstig ruimtebeslag van bedrijventerrein geprognosticeerd. Dit houdt verband met de behoefte van de Provincie NoordBrabant aan kwantitatieve gegevens om ruimtereserveringen te kunnen maken voor de lange termijn toekomst. Het gepresenteerde onderzoek doet dan ook geen uitspraken/aanbevelingen ten aanzien van de behoefte aan bedrijventerrein. In alle vier de scenario’s is het ruimtebeslag van bedrijventerreinen in 2020 groter dan de in gebruik zijnde voorraad per 2006. In kwantitatieve zin kan in het RC-scenario in het extra ruimtebeslag 11 worden voorzien door het bestaande terreinaanbod per 1-1-2006 (circa 658 hectare). Wanneer het ruimtebeslag van bedrijventerrein zich ontwikkelt in lijn met de overige drie scenario’s zal tot en met 2020 additioneel bedrijventerreinaanbod nodig zijn, ook als rekening wordt gehouden met het aanbod 12 in harde en zachte plannen . Om het benodigde additionele aanbod op enig moment te kunnen realiseren, is het noodzakelijk om nu reeds daarvoor in het nieuwe Streekplan ruimtereserveringen op te nemen. De uitkomsten van de prognoses per landelijke en stedelijke regio bieden de Provincie de mogelijkheid om de ruimtereserveringen op een kaart in te tekenen, zij het zeer globaal (bijvoorbeeld met grote en kleine stippen, afhankelijk van de geraamde omvang in hectares). De precieze omvang en locatie van de terreinen kunnen pas na nader (behoefte)onderzoek op regionale schaal worden vastgesteld. Omdat in de uitkomsten van het onderhavige onderzoek nog geen beleid is verwerkt, is de beleidsmatige vertaling een slag die nog door de Provincie (en vervolgens door regio’s en gemeenten) moet worden gemaakt. Vervolg: Maatwerk door regionale vraag-aanbod confrontaties (planrealisatie, kortere termijn, gemeenten en regio’s) Nu de Provincie de benodigde informatie heeft verkregen om ruimtereserveringen te kunnen maken, dient de vraag zich aan welke vervolgstappen er nodig zijn om in de toekomst in Brabant te kunnen beschikken over voldoende bedrijventerrein van de gewenste kwaliteit. Om deze vraag te kunnen beantwoorden zullen er vraag-aanbod confrontaties moeten worden opgesteld. Deze zouden moeten plaatsvinden op regionale schaal, op het niveau van de individuele landelijke en stedelijke regio’s. Die schaal maakt het mogelijk om zoveel mogelijk bepalende factoren, zoals de verwachte toekomstige ontwikkeling van de belangrijkste economische sectoren in de regio, de potenties van elk individueel terrein en het regionale beleid, in de analyse te betrekken. Maatwerk is dus het devies! De door gemeenten en regio’s uitgevoerde vraag-aanbod confrontaties kunnen vervolgens worden gebruikt ter onderbouwing van nieuwe bestemmingsplannen of bestemmingsplanwijzigingen (de
11

12

BLM-definitie:Bestaand aanbod: terstond uitgeefbaar bedrijventerrein (opgave IBIS) BLM-definitie: Aanbodcategorie Hard plan: niet-terstond uitgeefbaar bedrijventerrein in de planfasen ‘vigerend’, ‘goedgekeurd’ en ‘vastgesteld’ (opgave IBIS) BLM-definitie: Aanbodcategorie Zacht plan: niet-terstond uitgeefbaar bedrijventerrein in de planfase ‘ontwerp’ (opgave IBIS)

59

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Provincie Noord-Brabant hanteert een dergelijk onderzoek als voorwaarde voor het goedkeuren van een bestemmingsplan). Met welke zaken moeten de Brabantse regio’s, al dan niet met ondersteuning vanuit de provinciale organisatie, dan aan de slag? Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op: Een regionale focus ten aanzien van bedrijventerreinplanning; De kwantitatieve vraag-aanbod confrontatie; De kwalitatieve vraag-aanbod confrontatie: het uitwerken van vraagprofielen .

a. Bedrijventerreinplanning: regionale focus 13 Omdat de productietijd van nieuwe bedrijventerreinen in Nederland zoals bekend erg lang is, is het belangrijk om tijdig te kunnen starten met de voorbereiding van nieuwe werklocaties. In deze voorbereiding kan er nog van alles mis gaan (tijdens de bestemmingsplanprocedure of bij de verwerven van de grond) zodat ook ‘uitwijkcapaciteit’ in de planning moet worden opgenomen. Vaak is het niet mogelijk om deze uitwijkcapaciteit binnen één en dezelfde gemeente aan te bieden. Een bredere, regionale focus is dan ook een must. Binnen een regio is een goede programmering van de ontwikkeling van nieuw bedrijventerreinenareaal noodzakelijk. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat niet elke gemeente afzonderlijk over het gevraagde aanbod moet kunnen beschikken, maar dat op regionale schaal in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte kan worden voorzien. Tegelijkertijd is een flexibel productieproces van belang om de ontwikkeling te kunnen versnellen of vertragen als de markt daarom vraagt. Zo zal de aanleg van bedrijventerrein in verschillende gemeenten binnen een regio goed op elkaar moeten worden afgestemd door een bepaalde segmentering (doelgroepenafbakening) en fasering (planning in de tijd) toe te passen. b. Kwantitatieve vraag-aanbod confrontatie In een kwantitatieve vraag-aanbod confrontatie speelt aan de vraagzijde niet alleen de uitbreidingsvraag van het zittende bedrijfsleven, maar ook de extra ruimtevraag die ‘nieuwkomers’ in de provincie (bedrijven die van buiten Brabant komen) genereren, een belangrijke rol. Aan de aanbodkant gaat het om het huidige beschikbare aanbod en de plannen voor nieuw bedrijventerrein, maar ook om de plannen voor transformatie: indien in de komende jaren veel terreinen aan hun bestemming worden onttrokken, is vanuit dat gegeven mogelijk behoefte aan extra (vervangende) hectaren. Op voorhand kan niet worden gesteld dat bedrijven die van buiten de provincie komen altijd ‘nieuwe hectaren’ vragen: ze kunnen zich namelijk ook op de bestaande (‘tweedehands’) bedrijfsruimtemarkt begeven.

13

De planologische procedure om te komen tot een onherroepelijk bestemmingsplan duurt al vlug twee jaar. Het in eigendom verwerven van de grond (onteigenen en dergelijke) vergt, zo leert de ervaring, gemiddeld vier jaar en het bouwrijp maken vervolgens nog een jaar. Gemiddeld beslaat het ontwikkelen van een bedrijventerrein derhalve zo’n zeven jaar. Soms vertraagt een moeizame politieke besluitvorming het totstandkomingsproces met nog eens een à twee jaar.

60

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Tevens leidt niet elke hectare die wordt onttrokken automatisch tot een even grote nieuwe vraag naar bedrijventerrein: in bepaalde gemeenten of regio’s kan de vraag teruglopen en is op termijn een afname van het totale areaal niet ondenkbaar, in andere regio’s vragen bedrijven die als gevolg van een transformatie moeten worden verplaatst daarentegen méér ruimte dan ze voorheen bezaten. Op het moment dat er een vraag-aanbodconfrontatie moet worden gemaakt is nader kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar de twee genoemde aspecten nodig. Behalve het Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant en de provinciale Monitor Bedrijventerreinen kunnen ook de verschillende regionale planningsoverleggen zelf hiervoor een goede informatiebron zijn, met name waar het gaat om gegevens over de onttrekking van bedrijventerrein op korte en middellange termijn. c. Kwalitatieve vraag-aanbod confrontatie: uitwerken vraagprofielen van bedrijvenclusters In het voorgaande is nog geen rekening gehouden met de aansluiting tussen vraag en aanbod in kwalitatieve zin. Zo kan er in termen van hectaren op een gegeven moment weliswaar ‘voldoende aanbod’ zijn, maar tegelijkertijd toch een tekort aan bedrijventerrein met de specifieke kenmerken die door bedrijven worden gevraagd (bijvoorbeeld door veroudering van bedrijventerreinen). Het is dus belangrijk om ook een kwalitatieve match te kunnen maken. Ondernemers maken binnen de kaders van de eigen bedrijfsvoering een keuze voor een bepaalde vestigingsplaats. De kwaliteit van een bedrijventerrein speelt daarbij steeds vaker een doorslaggevende rol. Het is in het belang van zowel de ondernemers als de overheid dat er bedrijventerrein wordt aangeboden dat goed in de markt ligt: de juiste plaats voor het juiste bedrijf. Ofwel: bedrijventerrein dat aansluit op de vraag van de bedrijven. Dit vraagt om een kwalitatieve inkleuring van de uitkomsten de kwantitatieve vraagaanbodconfrontatie. Zoals in hoofdstuk 6 reeds aangegeven, stellen wij voor bij deze inkleuring uit te gaan van vraagprofielen van groepen bedrijven en niet van terreintypen. Aan de hand van de specifieke actuele ruimtevraag vanuit de afzonderlijke bedrijfstakken zal dan te zijner tijd moeten worden bepaald welke kwaliteit terrein het beste tegemoet komt aan de regionale vraag. Naar onze mening zouden de eisen die door de kansrijke (clusters van) bedrijfstakken in een regio aan hun vestigingplaats worden gesteld, daarbij richtinggevend moeten zijn. In dit kader moet wel worden bedacht dat de sectoren, die ‘van oudsher’ de Brabantse bedrijventerreinen bevolken, ook in de toekomst vraag naar bedrijventerrein zullen blijven uitoefenen. Vanuit kwalitatief perspectief bekeken betekent dit waarschijnlijk vooral vraag naar het reguliere (modern) gemengde bedrijventerrein. Het gaat daarbij om de accommodatie van zowel grootschalige, middelgrote als kleine bedrijven. De verschillende Regionale Planningsoverleggen in Noord-Brabant zijn in onze ogen de aangewezen partijen om de hierboven beschreven confrontatie tussen vraagprofiel en aanbod uit te (laten) voeren.

Ref.: FA/CM/26006200/8862

61

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

62

Bijlagen

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 1: Samenstelling landelijke en stedelijke regio’s
Samenstelling stedelijke regio’s Regio
SR Waalboss

Gemeente
Bernheze Hertogenbosch, 'sHeusden

Plaats
HEESCH DRUNEN ELSHOUT HAARSTEEG NIEUWKUYK VLYMEN KAATSHEUVEL BERGHEM HAREN NB HERPEN MACHAREN MEGEN OSS SPRANG CAPELLE WAALWYK

Loon op Zand Maasdonk Oss

Vught Waalwijk SR Breda - Tilburg Breda Dongen Etten-Leur Gilze en Rijen Goirle Oosterhout Tilburg Uden Veghel Bergen op Zoom Roosendaal

SR Uden - Veghel SR Bergen op Zoom - Roosendaal

VEGHEL HEERLE MOERSTRATEN ROOSENDAAL WOUW WOUWSE PLANTAGE

SR Eindhoven - Helmond

Best Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Laarbeek Nuenen c.a. Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre

AARLE RIXTEL

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Samenstelling landelijke regio’s Regio
LR Zuidwest-Brabant LR Steenbergen-Halderberge LR Moerdijk e.o.

Gemeente
Roosendaal Woensdrecht Halderberge Steenbergen Drimmelen Geertruidenberg Moerdijk

Plaats
NISPEN

ETTEN LEUR FYNAART HEYNINGEN KLUNDERT LANGEWEG MOERDYK NOORDHOEK OUDEMOLEN NB STANDDAARBUITEN WILLEMSTAD NB ZEVENBERGEN ZEVENBERGS HOEK

LR Zundert e.o.

LR Land van Heusden en Altena

LR Groot-Langstraat

Alphen-Chaam Baarle-Nassau Rucphen Zundert Aalburg Werkendam Woudrichem Heusden Loon op Zand Waalwijk Hilvarenbeek Oisterwijk Boxtel Haaren Sint-Michielsgestel Lith Oss Bernheze

HEUSDEN GEM HEUSD DE MOER LOON OP ZAND WASPIK MOERGESTEL OISTERWYK

LR Oisterwijk-Hilvarenbeek

LR Boxtel e.o.

LR Maaskant LR Maashorst

RAVENSTEIN HEESWYK DINTHER LOOSBROEK NISTELRODE VORSTENBOSCH

LR Schijndel-Sint-Oedenrode-Boekel

Landerd Boekel Schijndel Sint-Oedenrode Veghel

ERP

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Regio
LR Land van Cuijk

Gemeente
Boxmeer Cuijk Grave Mill en Sint Hubert Sint Anthonis Bergeijk Bladel Eersel Oirschot Oisterwijk Reusel-De Mierden Cranendonck Heeze-Leende Asten Deurne Gemert-Bakel Laarbeek

Plaats

LR Groot-Kempen

HEUKELOM NB

LR Heeze-Leende-Cranendonck LR De Peel

BEEK EN DONK LIESHOUT MARIAHOUT

Someren

Verdeling van de werkgelegenheid naar landelijke en stedelijke regio Het vertalen van de werkgelegenheidsprognoses per gemeente naar het niveau van de landelijke en stedelijke regio’s is gedaan door de werkgelegenheid in de zogenaamde splitsgemeenten (gemeenten, waarvan een deel van de kernen tot een stedelijke en een ander deel tot een landelijke regio’s behoren) evenredig over de gebieden te verdelen aan de hand van de werkgelegenheidssituatie in 2005 (zie voorbeeld).
Voorbeeld (getallen zijn fictief) Splitsgemeente Loon op Zand: De kernen Loon op Zand en De Moer behoren tot de landelijke regio Loon op Zand De kern Kaatsheuvel behoort tot de stedelijke regio Waalboss Werkgelegenheidssituatie 2005 Totaal gemeente waarvan - Loon op Zand - Kaatsheuvel Prognose 2020 voor een bepaald scenario Totaal gemeente (REGINA) waarvan - Loon op Zand (bewerking ETIN) - Kaatsheuvel (bewerking ETIN)

4.000 banen 1.000 banen (25% van het gemeentelijk totaal) 3.000 banen (75% van het gemeentelijk totaal)

5.000 banen 1.250 banen (= 25% van het gemeentelijk totaal) 3.750 banen (= 75% van het gemeentelijk totaal)

De verhouding 25% - 75% wordt gebruikt voor zowel het jaar 2020 als het jaar 2040 en voor alle vier de scenario’s.

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 2: Indeling bedrijfstakken conform BLM14
Code Beschrijving SBI 1993

Nijverheid 2 VG Voedings- en genotmiddelenindustrie 3 TK Textiel-, kleding- en leerindustrie 4 PG Papierindustrie, uitgeverijen en drukkerijen 5 HB Overige industrie 6 CB Chemische basisproductenindustrie 7 CE Overige chemische industrie 8 BS Basismetaalindustrie 27 9 MM Metaalproducten- en machine-industrie 10 EL Elektrotechnische industrie 11 TM Transportmiddelenindustrie 12 OR Aardolie-industrie 13 DE Delfstoffenwinning 14 ON Energie- en waterleidingbedrijven 15 BO Bouwnijverheid Logistiek 16 VL Vervoer over water en land en luchtvaart 17 DV Dienstverlening t.b.v. vervoer 18 GH Groothandel Consumentendiensten en overige dienstverlening 19 DR Detailhandel en reparatie 20 OG Verhuur van en handel in onroerend goed 21 HO Horeca 22 OE Overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening 23 PT Post en telecommunicatie 24 BV Bank- en verzekeringswezen 25 ZE Zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening 26 ZO Gezondheids- en welzijnszorg 27 PL Overheid, onderwijs

15-16 17-19 21-22 20, 26, 36-37 2413-2415 2411-2412, 2416-2417, 242-247, 25 28-29 30-33 34-35 23 10-11, 14 40-41 45

60-62 63 501 excl. 50104, 503 excl. 50303, 50401, 51

50104, 502, 50303, 50402, 505, 52 70 55 8041-8042, 90-93

64 65-67 excl. 65234 65234, 71-73, 741-744, 746-748

85 75, 80 excl. 8041-8042

Deze classificatie is in gebruik sinds 2002; ten opzichte van de voorgaande classificatie (BLM bedrijfstakindeling 2001, zie Bijlage F in CPB 2002a) is alleen de volgorde van de bedrijfstakken gewijzigd.

14

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 3: Uitgebreide toelichting REGINA-model
Waarom presteren sommige regio’s beter in termen van economische groei in vergelijking met andere regio’s? Het REGINA -model is een model dat is ontwikkeld om de economische groeiverschillen op een zo laag mogelijk ruimtelijk schaalniveau binnen Nederland te analyseren. Economische groei is in het REGINA-model gedefinieerd als werkgelegenheidsgroei in aantal banen. Het doel van het model is om inzicht te verkrijgen in regionaal economische structuurverschillen, regionaal economische groeiverschillen en een verklaring voor deze groeiverschillen. Met de bevindingen van het REGINAmodel is het mogelijk om nationale groeiprognoses op lange termijn te regionaliseren. Het REGINA-model maakt gebruik van verklarende ‘shift-share analyse’. Deze analyse blijkt zeer bruikbaar voor empirische studies op een laag schaalniveau. Het traditionele shift-share model verdeelt de economische groei van een bepaalde periode in twee delen, namelijk de structurele groei (share) en de differentiële groei (shift). Het totaal van de structurele groei en de differentiële groei geeft de totale groei van de economie weer. Het structuureffect berekent de economische groei van een regio indien de groei van iedere bedrijfstak overeen komt met de nationale bedrijfstakgroei. Het geeft inzicht in de regionale verschillen in bedrijfstakstructuur. Als er bijvoorbeeld in een gemeente een oververtegenwoordiging is van economische sectoren die krimpen of ondergemiddeld groeien in Nederland dan heeft deze gemeente een laag structuureffect dankzij haar bedrijfstakstructuur. Het overige deel van de werkgelegenheidsgroei, het niet door verschillen in bedrijfstakstructuur verklaarde deel van werkgelegenheidsgroei, wordt het differentieel effect genoemd. Het differentieel effect analyseert sectorale groeiverschillen tussen regio’s. Het differentieel effect vindt in het REGINAmodel op twee ruimtelijke schaalniveaus plaats. Het eerste niveau is het regionale schaalniveau, de 40 COROP-gebieden in Nederland. Voor elke regio wordt het economische groei verschil tussen de regio en Nederland als geheel geanalyseerd. Ten tweede onderscheidt het REGINA-model het lokale niveau. Hier wordt de economische groei van een gemeente afgezet tegen de economische groei van de omliggende regio. Het REGINA-model heeft voor zeven robuuste economische sectoren een analyse uitgevoerd naar het verband tussen regionale groeiverschillen en ruimtelijk-economische karakteristieken van een regio. Deze ruimtelijk-economische factoren worden ook wel locatiefactoren genoemd. De belangrijkste locatiefactoren in het REGINA-model hebben betrekking op de samenstelling van de bevolking, het arbeidsaanbod, de economische diversiteit en specialisatie, agglomeratie-effecten, bereikbaarheid, arbeidsproductiviteit, internationale ligging, nabijheid van mainports, regionale innovatiekracht en intensiteit ruimtegebruik. Er is gekozen voor twee ruimtelijke schaalniveaus omdat sommige locatiefactoren gelden voor alle gemeenten in een bepaalde regio en andere locatiefactoren juist specifiek zijn voor een bepaalde gemeente. Zo is heel West Noord-Brabant internationaal relatief goed bereikbaar ten opzichte van de rest van Nederland maar zijn er wel gemeentelijke verschillen in de ligging ten opzichte van het hoofdwegennet. De analyse naar het regionale differentiële effect heeft plaatsgevonden op basis van de ontwikkelingen in de perioden 1970-1983, 1983-1993 en 1993-2003, analyse van het lokale differentiële effect heeft plaatsgevonden op basis van de ontwikkelingen in de periode 1996-2003.

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

De gekozen tijdsperioden zijn gebonden aan databeschikbaarheid. Wel is er bewust gekozen voor lange tijdsperioden omdat het effect van locatiefactoren pas op lange termijn tot uiting komt. Korte termijn ontwikkelingen zijn relatief meer afhankelijk van de economische conjunctuur en bedrijfseconomische ontwikkelingen. De gevonden verbanden tussen regionale economische groeiverschillen en locatiefactoren kunnen ook worden toegepast bij het maken van (lange termijn) werkgelegenheidsprognoses voor regio’s. Hiervoor zijn twee belangrijke inputs nodig. Ten eerste zijn er nationale lange termijn werkgelegenheidsprognoses nodig. Het Centraal Planbureau heeft recent een update gemaakt van deze lange termijnscenario’s met werkgelegenheidsprognoses naar 18 economische sectoren voor 2020 en 2040. Het REGINA-model regionaliseert deze prognoses op basis van het regionale en lokale vestigingsklimaat. Het REGINA-model is een verdeelmodel en creëert dus geen extra werkgelegenheid. Daarnaast dienen de locatiefactoren geactualiseerd te worden naar de huidige situatie. De meeste locatiefactoren zijn indicatoren die betrekking hebben op het startjaar van een tijdsperiode en kunnen berekend worden voor het meest recente beschikbare jaar. Alleen voor de ontwikkeling van de bevolking en het arbeidsaanbod zijn additionele prognoses nodig. Hiervoor worden de PRIMOSprognoses als input gebruikt. Door aan te nemen dat voor iedere economische sector de impact van locatiefactoren op de regionale werkgelegenheidsgroei constant blijft over de tijd is het nu mogelijk om de gevonden schattingsresultaten toe te passen voor de prognoses. De gevonden verbanden tussen de structurele groei en de differentiële groei kunnen in het REGINAmodel worden geïmplementeerd naar de toekomst. Hierbij wordt de structurele groei gebaseerd op de nationale lange termijn economische groei scenario’s van het Centraal Planbureau (CPB). De scenario’s van het CPB verdelen de economie in 18 ATHENA bedrijfstakken. Deze verdeling is terug te vinden in het REGINA-model. In het model wordt verondersteld dat de regionale groei in elke economische sector gelijk is aan de gemiddelde nationale groei in de betreffende sector.

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 4: Methodiek
A. Analyse locatietypevoorkeuren Noord-Brabant
De locatietypevoorkeur geeft aan welk deel van de werkgelegenheid op een bedrijventerrein terecht komt. Eerst wordt voor het startjaar van de prognose de locatietypevoorkeur vastgesteld. Vervolgens worden de verwachte verschuivingen in de locatietypevoorkeuren gedurende de prognoseperiode bepaald. De locatietypevoorkeuren voor Noord-Brabant worden vastgesteld door bedrijventerreininformatie van het Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant in verband te brengen met de werkgelegenheidsgegevens op vestigingsniveau uit het Brabantse Vestigingenregister. Voor het startjaar wordt zo inzicht gegeven in de verdeling van de Brabantse werkgelegenheid over de bedrijventerreinen en niet-formele locaties. Omdat het de bedoeling is voor elk van de vijf onderscheiden stedelijke en vijftien landelijke regio’s in Noord-Brabant bedrijventerreinenprognoses op te stellen is onderzocht of dit moet leiden tot verschillende sets locatietypevoorkeuren of dezelfde set locatietypevoorkeuren voor elk van de onderscheiden regio’s. Voor een aantal geografische niveaus zijn de locatietypevoorkeuren geanalyseerd. Er is steeds uitgegaan van de locatietypevoorkeuren per onderscheiden BLM-bedrijfstak (28, inclusief totaal en exclusief landbouw). Op verzoek van de provincie is de detailhandel (sbi 52) steeds apart bekeken. Het beschikbare Brabantse gegevenmateriaal maakt het mogelijk de locatietypevoorkeuren in de afgelopen tien jaar (1996-2005) te analyseren. Gelet op het gestelde over de geografische niveaus, ligt het voor de hand in de eerste plaats te kijken naar de locatietypevoorkeuren voor Noord-Brabant als geheel en voor het totaal van de stedelijke en het totaal van de landelijke regio’s. !" Ook zijn nog voor de vijf stedelijke regio’s afzonderlijk locatietypevoorkeuren berekend om te zien of dit onderscheid relevante informatie zou opleveren voor de uiteindelijk in de prognose te hanteren locatietypevoorkeuren.
!"

De analyse van de verschillende locatietypevoorkeuren op de verschillende ruimtelijke schaalniveaus en hun ontwikkeling in de afgelopen tien jaar leidt tot een keuze voor twee verschillende sets locatietypevoorkeuren. Eénzelfde set locatietypevoorkeuren voor elk van de vijf stedelijke regio’s in Noord-Brabant en een andere set voor alle onderscheiden vijftien landelijke regio’s. Voor de beide sets locatietypevoorkeuren, voor de stedelijke en landelijke regio’s, wordt verwezen naar de hoofdtekst (hoofdstuk 4 tabel 4.1). De onderverdeling van de stedelijke regio naar de vijf deelregio’s leverde geen argumenten voor locatietypevoorkeuren per deelregio. De percentages voor dezelfde bedrijfstak liggen in elk van de deelgebieden te dicht bij elkaar om echt onderscheidend te zijn.

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Berekening toekomstige locatietypevoorkeuren De ontwikkelingen van de locatietypevoorkeuren in de tijd geven ook, in alle gevallen, een diffuus beeld. Daarom wordt in dit onderzoek met betrekking tot de bij de prognoses te hanteren dynamiek in de locatietypevoorkeuren uitgegaan van de veranderingen in het nationale werkgelegenheidsaandeel van bedrijventerreinen zoals dat in de BLM wordt toegepast. Oftewel: • De huidige locatietypevoorkeuren (start prognose) zijn bepaald op basis van het Vestigingenregister Noord-Brabant en het Bedrijventerreinenregister Noord-Brabant • De toekomstige locatietypevoorkeuren (dynamiek) worden berekend aan de hand van BLMindices. In de BLM worden, onderscheiden naar bedrijfstak, de volgende grenswaarden als bovengrens gehanteerd voor het landelijke werkgelegenheidsaandeel op bedrijventerreinen.

Tabel B4.1 Grenswaarden landelijke locatietypevoorkeuren in percentages (bovengrens)
BLM-code 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 50 99 Bedrijfstakken Voedings- en genotmiddelenindustrie Textiel-, kleding- en leerindustrie Papierindustrie, uitgeverijen en drukkerijen Overige industrie Chemische basisproductenindustrie Overige chemische industrie Basismetaalindustrie Metaalproducten- en machine-industrie Elektrotechnische indistrie Transportmiddelenindustrie Aardolie-industrie Delfstoffenwinning Energie- en waterleidingbedrijven Bouwnijverheid Vervoer over water en land en luchtvaart Dienstverlening t.b.v. vervoer Groothandel Detailhandel en reparatie Verhuur van en handel in onroerend goed Horeca Overige dienstverlening Post en telecommunicatie Bank en verzekeringswezen Zakelijke dienstverlening Gezondheids- en welzijnszorg Overheid, onderwijs Totaal Detailhandel BLM 76 76 76 76 50 76 50 76 76 76 50 50 50 66 66 66 66 30 30 30 30 40 40 40 8 8 30

Bron: BLM 2005

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Het feitelijk waargenomen werkgelegenheidsaandeel van bedrijventerreinen neemt ieder jaar een stukje toe in de richting van de bovengrens. Indien een bedrijfstak de bovengrens reeds heeft bereikt dan wel overschreden dan blijft deze waargenomen waarde gehandhaafd en voor de rest van de prognoseperiode constant. Bij drie bedrijfssectoren is afgeweken van de dynamiek van de BLM. Het gaat om de Horeca, Overige dienstverlening en Zakelijke dienstverlening in de landelijke regio’s. De waargenomen ontwikkelingen in Noord-Brabant rechtvaardigen een grote groei van het aandeel arbeidsplaatsen op bedrijventerrein voor deze sectoren niet. Voor genoemde sectoren is daarom uitgegaan van een trendmatige ontwikkeling van het aandeel arbeidsplaatsen op bedrijventerrein. De BLM maakt met betrekking tot de dynamiek, anders dan bij de terreinquotiënten, geen onderscheid in groeitempo naar scenario. De analyse van de ontwikkeling van de locatietypevoorkeuren in Noord-Brabant zijn geen aanleiding om dat voor de Brabantse regio’s wel te doen. Tabel B4.2 Aanpassingssnelheid (in % per jaar), bijbehorende grenswaarde naar bedrijfstak.
Omschrijving Nijverheid code 2-5, 7, 9-11 Nijverheid code 6, 8, 12-14 (Bouw)nijverheid code 15 Logistiek code 16-18 Cons. Diensten en overige dvl code 19-22 Financiële en zakelijke dvl code 23-25 Overheid en kwartaire dvl code 26-27
Bron: BLM 2005.

Grenswaarde 76 % 50 % 66 % 66 % 30 % 40 % 8%

Aanpassings-snelheid 0,100 constant 0,046 0,046 0,045 0,037 constant

Met betrekking tot de dynamiek gaan wij er met de BLM van uit dat de toename van het werkgelegenheidsaandeel een vast deel is van de resterende afstand tussen de grenswaarde en de feitelijke (lagere) waarde. De absolute veranderingen in het werkgelegenheidsaandeel worden dus kleiner naarmate de grenswaarde dichter wordt benaderd. Het tempo waarin de bovengrens wordt benaderd/bereikt (aanpassingssnelheid) hangt af van economische omstandigheden, met name van de werkgelegenheidsgroei.

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Rekenvoorbeeld Ter verduidelijking van het voorafgaande een rekenvoorbeeld voor bedrijfstak 04 Papierindustrie, uitgeverijen en drukkerijen in de stedelijke regio: Jaar 1 • Aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein startjaar prognose (waarneming): 72,00 % • Grenswaarde (bovengrens) bedrijfstak 04 in de BLM: 76,00 % • Verschil grenswaarde en waarneming startjaar: 4,00 % • Aanpassingssnelheid (Nijverheid code 2-5, 7, 9-11): 0,100 e 0,400 • Mutatie 1 jaar bedraagt 76-72=4; 4x0,100= • Aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein startjaar +1 (72,0+0,4): 72,40 % Jaar 2 • Aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein startjaar prognose (waarneming): 72,40 % • Grenswaarde (bovengrens) bedrijfstak 04 in de BLM: 76,00 % • Verschil grenswaarde en berekening jaar 1: 3,60 % • Aanpassingssnelheid (Nijverheid code 2-5, 7, 9-11): 0,100 e 0,36 • Mutatie 2 jaar bedraagt 76-72,4=3,6; 3,6x0,100= e • Aandeel werkgelegenheid op bedrijventerrein 1 jaar +1 (72,4+0,36): 72,76 % Pas na 35 jaar (in 2040) wordt de grenswaarde voor de bedrijfstak 04 Papierindustrie, uitgeverijen en drukkerijen in de stedelijke regio nagenoeg bereikt: het geraamde aandeel van de werkgelegenheid in die bedrijfstak bedraagt dan 75,8986 %. De groeipercentages met betrekking tot de aanpassingssnelheid zijn voor de periode 2021-2040 dezelfde als die voor de periode 2006-2020.

B. Analyse terreinquotiënten Noord-Brabant
In de analyse van het ruimtegebruik per werkzame persoon wordt steeds uitgegaan van de terreinquotiënten per onderscheiden BLM-bedrijfstak (28, inclusief totaal en exclusief landbouw). Op verzoek van de provincie is de detailhandel (sbi 52) steeds apart bekeken. Het beschikbare Brabantse gegevenmateriaal maakt het mogelijk de terreinquotiënten in de afgelopen veertien jaar (1992-2005) te analyseren. Voor de genoemde periode zijn in Noord-Brabant de bedrijventerreinuitgiften (in m²) bekend. Deze zijn in veruit de meeste gevallen te koppelen aan werkgelegenheidsinformatie uit het Brabantse Vestigingenregister. Van slechts een klein aantal uitgiften is de eindgebruiker (en dus zijn economische activiteit/bedrijfstak) onbekend. Het betreft bijvoorbeeld verkopen aan projectontwikkelaars of aannemers die bouwen voor de verkoop dan wel verhuur van bedrijfsruimten. Deze niet nader te duiden groep blijft in het navolgende noodgedwongen buiten beschouwing. De uitgifte van bedrijventerreinkavels naar bedrijfstak per jaar, over een lange reeks van jaren bekeken, komt over als een aaneenschakeling van ‘toevalligheden’ en levert daardoor een tamelijk diffuus beeld op. Op grond van de analyse van de berekende terreinquotiënten per bedrijfstak naar jaar is besloten om gemiddelde terreinquotiënten per bedrijfstak te hanteren, gecorrigeerd voor extreme (uiterste) waarden.

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Een eerste vergelijking van de BLM terreinquotiënten met die welke zijn vastgesteld voor NoordBrabant als geheel geven aanleiding om uit te gaan van Brabantse terreinquotiënten. In nader onderzoek, waarbij naast de terreinquotiënten voor Noord-Brabant als geheel ook is gekeken naar die voor het totaal van de stedelijke en het totaal van de landelijke regio’s (en die voor de stedelijke regio’s afzonderlijk en de vier Brabantse COROP-gebieden), is bepaald welke dat zullen zijn. De onderverdeling in vijf stedelijke deelregio’s leverde geen argumenten om voor terreinquotiënten per deelregio te kiezen. De terreinquotiënten (naar bedrijfstak) verschillen nogal van jaar tot jaar en er komen verdeeld over de bedrijfstakken en jaren lege cellen voor. Er kan geen eenduidige conclusie worden getrokken uit het beschikbare materiaal verdeeld over de vijf stedelijke regio’s. !" Ten aanzien van het onderscheid van terreinquotiënten naar COROP-gebieden kan in grote lijnen hetzelfde worden geconcludeerd als bij de stedelijke regio’s, alleen is het aantal lege cellen uiteraard geringer. Deze bevinding, gevoegd bij het gegeven dat de stedelijke regio’s BredaTilburg en Waalboss in twee verschillende COROP-gebieden ligt, maakt dat het werken met COROP-specifieke terreinquotiënten ook niet voor de hand ligt. !" Uit de analyse van de verschillende terreinquotiënten op de verschillende ruimtelijke schaalniveaus en hun ontwikkeling in de afgelopen veertien jaar wordt daarom geconcludeerd tot een keuze voor twee verschillende sets terreinquotiënten. Eénzelfde set terreinquotiënten voor elk van de vijf stedelijke regio’s in Noord-Brabant en een andere set voor alle onderscheiden vijftien landelijke regio’s. Op deze wijze wordt recht gedaan aan het specifieke van de Brabantse stedelijke en landelijke regio’s. Bovendien zijn de terreinquotiënten bij deze keuze gebaseerd op een groot aantal waarnemingen verdeeld over nagenoeg alle bedrijfstakken.
!"

Prognose De BLM gaat voor de regio Midden- en Zuid-Nederland, waartoe Noord-Brabant behoort, uit van een relatieve groei van het terreinquotiënt ter grootte van 1/6 van de arbeidsproductiviteitsgroei. De vertaling hiervan naar de dynamiek van het terreinquotiënt, per lange termijn scenario, is weergegeven in de volgende tabel. De relatieve groei is vertaald in een percentage groei per jaar.

Tabel B4.3 Gemiddeld jaarlijkse verandering in terreinquotiënten 2004-2040
Scenario’s Mutatie gemiddeld per jaar 0,32 % 0,41 % 0,27 % 0,44 %

Strong Europe Transatlantic Market Regional Communities Global Economy
Bron: BLM 2005.

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

In de prognose bedrijventerreinen voor Noord-Brabant is uitgegaan van hetzelfde groeitempo als in de BLM. De analyse van de ontwikkeling van het ruimtegebruik per werkzame persoon in Noord-Brabant geeft aanleiding om deze groeitempo’s voor alle bedrijfstakken te hanteren. De BLM gaat uit van constante terreinquotiënten voor de bouwnijverheid en de dienstenverlening. Het onderzoek levert geen nieuwe gezichtpunten op die aanleiding geven om onderscheid te maken tussen een groeitempo voor de stedelijke regio’s en een voor de landelijke regio’s. Rekenvoorbeeld Ter verduidelijking van het voorafgaande een rekenvoorbeeld voor bedrijfstak 02 Voedings- en genotmiddelenindustrie in de stedelijke regio in het Strong Europe-scenario: Jaar 1 • Terreinquotiënt startjaar prognose (gemiddeld en gecorrigeerd): 169,13 • Gemiddeld jaarlijkse verandering (% per jaar): 0,32% • Raming terreinquotiënt 1e prognosejaar (169,13x1,0032): 169,68 • Raming terreinquotiënt 2e prognosejaar (169,68x1,0032): 170,21 Na 15 jaar (in 2020) bedraagt het geraamde terreinquotiënt voor de bedrijfstak 02 Voedings- en genotmiddelenindustrie in de stedelijke regio in het Strong Europe-scenario 177 en na 35 jaar 189 (2040).

Beknopte tabellenbijlage prognoses

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 5 Prognose werkgelegenheid
Bijlage 5.a Prognose werkgelegenheid per stedelijke regio en bedrijfstak naar lange termijn scenario (2005-2040)
Bedrijfstakcluster 2005 SR Waalboss Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Breda - Tilburg Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Uden - Veghel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Bergen op Zoom - Roosendaal Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Eindhoven - Helmond Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040

45.103 34.765 22.411 39.322 29.860 39.973 30.369 43.163 39.573 23.555 23.929 22.298 24.922 26.783 26.624 26.606 27.794 31.982 39.506 41.941 39.839 44.350 48.574 46.082 46.760 49.400 54.160 34.454 36.950 35.375 39.590 43.054 40.333 40.587 44.316 46.741 43.449 44.486 42.102 47.488 51.750 48.675 50.067 50.969 56.533 186.067 182.071 162.025 195.672 200.021 201.687 194.389 215.642 228.989 54.607 43.262 28.780 48.813 37.921 50.278 39.289 53.476 50.795 30.207 31.394 29.077 32.749 34.901 34.832 34.291 36.416 42.058 51.228 53.558 49.895 56.855 60.944 58.629 58.389 62.864 67.909 35.822 37.434 34.573 40.282 42.149 40.860 39.685 44.883 45.721 78.947 83.502 81.399 89.513 100.296 91.186 96.871 95.676 109.799 250.811 249.150 223.724 268.212 276.211 275.785 268.525 293.315 316.282 13.253 6.889 9.172 5.805 9.383 44.502 18.587 7.865 13.502 8.063 19.361 67.378 9.910 6.984 9.659 6.268 9.383 42.204 14.205 8.182 14.543 8.889 20.340 66.159 6.377 6.421 9.234 6.097 8.739 36.868 9.202 7.553 14.010 8.609 19.918 59.292 11.276 7.280 10.204 6.703 10.010 45.473 15.965 8.546 15.523 9.558 21.963 71.555 8.656 7.759 11.254 7.443 10.763 45.875 11.933 9.051 17.233 10.549 24.861 73.627 11.787 7.848 10.604 6.831 10.314 47.384 16.538 9.088 16.026 9.720 22.624 73.996 9.190 7.704 10.794 7.001 10.446 45.135 12.441 8.860 16.605 9.946 24.493 72.345 12.712 8.152 11.341 7.489 10.830 50.524 17.440 9.547 17.198 10.685 23.760 78.630 12.521 9.293 12.441 7.990 11.790 54.035 16.047 11.227 19.401 11.484 27.850 86.009

62.900 44.914 27.927 50.105 35.091 51.400 36.236 53.700 45.052 30.403 32.163 30.407 33.529 36.552 35.874 36.368 37.543 44.198 52.715 52.714 47.593 55.896 58.196 58.116 56.430 62.309 65.725 56.818 56.382 49.882 60.624 60.757 61.676 57.457 67.909 66.423 60.275 62.905 60.787 67.651 75.578 69.797 74.194 73.307 84.145 263.111 249.078 216.596 267.805 266.174 276.863 260.685 294.768 305.543

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 5.b Prognose werkgelegenheid per landelijke regio en bedrijfstak naar lange termijn scenario (2005-2040)
Bedrijfstakcluster 2005 LR Zuidwest-Brabant Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Steenbergen-Halderberge Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Moerdijk e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Zundert e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Land van Heusden en Altena Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Groot-Langstraat Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Oisterwijk-Hilvarenbeek Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 2.762 512 1.610 995 2.714 8.593 3.154 1.852 3.989 1.786 2.237 13.018 8.048 4.986 5.424 2.617 6.466 27.541 4.108 1.803 4.409 1.484 2.804 14.608 4.622 2.871 3.291 1.641 2.479 14.904 1.243 482 1.199 297 418 3.639 2.646 1.654 3.968 1.604 2.663 12.535 RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 1.936 520 1.711 1.093 2.787 8.047 1.225 473 1.616 1.063 2.574 6.951 2.128 537 1.788 1.169 2.888 8.510 2.868 1.975 4.442 2.064 2.397 13.746 7.191 5.384 6.271 3.115 7.277 29.238 3.829 1.920 4.808 1.657 3.056 15.270 4.449 3.072 3.461 1.686 2.699 15.367 1.100 510 1.281 336 448 3.675 2.512 1.762 4.164 1.659 2.887 12.984 1.418 556 1.920 1.280 3.001 8.175 2.297 2.116 4.835 2.246 2.566 14.060 5.561 5.841 6.998 3.481 8.197 30.078 3.180 2.024 5.120 1.734 3.319 15.377 3.764 3.252 3.584 1.630 2.959 15.189 859 544 1.343 366 480 3.592 2.118 1.873 4.292 1.646 3.157 13.086 2.156 559 1.795 1.173 2.834 8.517 1.436 528 1.755 1.182 2.683 7.584 2.189 583 1.907 1.286 2.923 8.888 3.231 2.220 4.981 2.313 2.651 15.396 7.796 6.038 6.991 3.479 7.912 32.216 4.426 2.156 5.351 1.843 3.346 17.122 5.044 3.455 3.871 1.883 2.965 17.218 1.204 576 1.437 379 495 4.091 2.893 1.978 4.652 1.850 3.178 14.551 1.648 648 2.013 1.356 2.979 8.644 3.246 2.504 5.403 2.449 2.830 16.432 7.120 6.998 7.888 3.806 9.206 35.018 4.789 2.464 5.721 1.920 3.671 18.565 5.418 3.984 4.070 1.786 3.278 18.536 1.135 653 1.501 393 530 4.212 3.154 2.241 4.831 1.835 3.519 15.580

2.474 1.600 1.897 1.749 4.202 3.946 1.924 1.836 2.263 2.081 12.760 11.212 6.411 4.260 5.152 4.803 5.885 5.677 2.884 2.824 6.744 6.559 27.076 24.123 3.266 2.133 1.847 1.691 4.537 4.178 1.534 1.425 2.863 2.680 14.047 12.107 3.824 2.594 2.959 2.710 3.281 2.932 1.566 1.337 2.538 2.395 14.168 11.968 977 492 1.209 314 422 3.414 646 451 1.093 299 389 2.878

2.908 2.374 2.135 2.112 4.665 4.690 2.116 2.133 2.527 2.528 14.351 13.837 7.335 5.668 5.828 5.853 6.538 6.778 3.170 3.294 7.527 8.101 30.398 29.694 3.892 3.308 2.056 1.992 5.012 4.942 1.690 1.652 3.180 3.253 15.830 15.147 4.476 3.850 3.316 3.209 3.645 3.488 1.721 1.546 2.835 2.920 15.993 15.013 1.132 555 1.338 343 470 3.838 884 546 1.298 344 472 3.544

2.138 1.412 1.686 1.549 3.921 3.490 1.540 1.347 2.694 2.538 11.979 10.336

2.528 2.183 1.886 1.860 4.348 4.182 1.704 1.584 3.009 3.113 13.475 12.922

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bedrijfstakcluster 2005 LR Boxtel e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Maaskant Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Maashorst Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Schijndel-Sint-Oedenrode-Boekel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Land van Cuijk Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Groot-Kempen Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Heeze-Leende-Cranendonck Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 7.816 2.844 5.726 3.312 6.366 26.064 803 403 849 452 435 2.942 2.353 1.160 3.154 1.475 1.984 10.126 5.299 2.656 5.001 2.893 3.857 19.706 10.523 3.268 7.097 3.764 8.149 32.801 11.296 4.118 8.851 3.855 4.002 32.122 4.064 1.355 3.302 1.444 2.483 12.648

RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 5.898 3.785 6.749 5.204 6.948 2.880 2.676 3.007 3.228 3.223 6.097 5.934 6.472 7.275 6.720 3.633 3.611 3.901 4.418 3.970 6.394 6.037 6.852 7.485 7.087 24.902 22.043 26.981 27.610 27.948 609 407 934 502 438 2.890 1.822 1.200 3.329 1.587 1.996 9.934 376 375 912 500 410 2.573 713 422 992 536 466 3.129 557 445 1.114 613 505 3.234 710 451 1.023 547 483 3.214 5.438 3.194 6.989 4.156 7.329 27.106 562 434 1.058 574 490 3.118 1.734 1.315 3.731 1.765 2.228 10.773 3.928 3.018 6.069 3.612 4.572 21.199 6.691 3.738 8.511 4.554 9.438 32.932 7.489 4.707 9.191 4.124 4.423 29.934 2.538 1.579 3.561 1.537 2.901 12.116 7.558 7.322 3.363 3.884 7.219 8.079 4.366 4.760 7.458 8.295 29.964 32.340 810 472 1.108 602 507 3.499 794 553 1.230 653 552 3.782

1.129 2.144 1.694 2.141 1.118 1.248 1.336 1.333 3.159 3.527 3.869 3.677 1.528 1.695 1.862 1.739 1.840 2.122 2.272 2.219 8.774 10.736 11.033 11.109

2.457 2.454 1.401 1.629 3.931 4.287 1.898 2.038 2.329 2.503 12.016 12.911 5.473 5.564 3.176 3.660 6.267 7.016 3.817 4.136 4.579 5.172 23.312 25.548 9.539 8.208 3.893 4.501 8.823 9.830 4.867 5.220 9.528 10.693 36.650 38.452 10.706 9.789 4.978 5.672 10.379 10.566 4.684 4.728 4.714 4.955 35.461 35.710 3.682 3.291 1.622 1.860 3.880 4.101 1.733 1.762 2.939 3.280 13.856 14.294

4.051 2.535 4.730 3.703 4.829 2.711 2.506 2.824 3.025 3.060 5.287 5.086 5.611 6.254 5.875 3.168 3.120 3.405 3.829 3.475 3.898 3.699 4.184 4.611 4.367 19.115 16.946 20.754 21.422 21.606 7.899 5.018 8.839 6.399 9.153 3.339 3.123 3.487 3.770 3.735 7.491 7.217 7.952 8.837 8.251 4.056 3.951 4.352 4.826 4.438 8.206 7.775 8.813 9.645 9.074 30.991 27.084 33.443 33.477 34.651 8.512 5.305 9.713 7.266 9.917 4.251 3.937 4.419 4.746 4.771 8.786 7.779 9.249 9.480 9.716 3.910 3.567 4.198 4.324 4.297 4.022 3.658 4.261 4.508 4.479 29.481 24.246 31.840 30.324 33.180 2.962 1.391 3.298 1.449 2.515 11.615 1.843 3.372 2.482 3.413 1.309 1.452 1.586 1.561 2.994 3.488 3.668 3.649 1.318 1.557 1.611 1.594 2.378 2.693 2.952 2.797 9.842 12.562 12.299 13.014

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bedrijfstakcluster 2005 LR De Peel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 11.564 4.102 8.715 2.977 6.713 34.071

RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 8.801 4.324 8.833 3.088 6.881 31.927 5.518 10.094 4.059 4.496 8.018 9.362 2.893 3.328 6.446 7.337 26.934 34.617 7.700 4.852 9.815 3.507 7.971 33.845 10.344 4.814 9.764 3.403 7.651 35.976 7.983 4.779 9.518 3.348 7.825 33.453 11.290 5.047 10.418 3.711 8.037 38.503 10.791 5.951 11.054 3.908 8.819 40.523

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 6 Prognose werkgelegenheid op bedrijventerrein
Bijlage 6.a Prognose werkgelegenheid op bedrijventerrein per stedelijke regio en bedrijfstak naar lange termijn scenario (2005-2040)
Bedrijfstakcluster 2005 SR Waalboss Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Breda - Tilburg Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Uden - Veghel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Bergen op Zoom - Roosendaal Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Eindhoven - Helmond Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 31.915 16.018 8.109 12.118 2.890 71.050 45.494 24.746 10.245 11.893 2.816 95.194 11.446 5.766 2.352 2.121 1.086 22.771 16.218 5.815 2.258 3.744 2.866 30.901 RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 26.755 17.602 10.384 15.807 3.242 73.790 34.523 23.237 13.198 15.747 6.024 92.729 8.077 5.138 2.371 2.748 686 19.020 11.943 6.071 3.610 3.867 1.640 27.131 17.551 16.401 11.116 15.684 3.070 63.822 29.980 18.330 10.976 16.852 3.461 79.599 22.647 19.698 13.550 19.097 3.775 78.767 30.717 19.585 11.417 17.232 3.549 82.500 23.146 19.569 13.052 18.013 3.655 77.435 32.443 20.445 12.219 18.907 3.716 87.730 29.281 23.532 15.122 20.756 4.127 92.818

23.282 38.647 21.512 24.234 13.909 14.006 15.116 16.859 5.875 6.459 79.694 100.205 5.281 4.723 2.568 2.734 639 15.945 7.821 5.602 3.913 3.838 1.605 22.779 9.129 5.355 2.503 2.929 732 20.648 13.331 6.341 3.852 4.145 1.771 29.440

29.943 40.075 25.813 25.782 16.986 14.456 18.443 17.161 7.243 6.584 98.428 104.058 7.051 5.707 3.129 3.339 788 20.014 9.937 6.711 4.813 4.705 2.004 28.170 9.607 5.774 2.604 2.992 754 21.731 13.885 6.743 3.979 4.225 1.824 30.656

31.153 41.944 39.469 25.363 26.955 31.136 16.283 15.476 18.945 17.367 18.825 20.019 7.001 6.909 7.937 97.167 110.109 117.506 7.519 5.667 3.003 3.142 766 20.097 10.392 6.569 4.640 4.436 1.975 28.012 10.241 5.997 2.782 3.276 793 23.089 14.455 7.085 4.265 4.641 1.916 32.362 10.149 6.837 3.461 3.586 865 24.898 13.198 8.332 5.423 5.127 2.246 34.326

49.167 36.085 20.802 23.726 9.378 13.061 26.783 23.782 6.306 4.809 112.436 101.463

22.687 39.888 27.634 41.179 28.658 42.236 34.665 22.429 24.729 26.955 26.463 26.820 27.695 32.615 13.305 13.844 16.268 14.411 15.783 15.425 18.389 21.612 25.439 26.347 25.979 24.926 28.571 28.845 4.652 5.174 5.787 5.338 5.683 5.607 6.447 84.685 109.074 102.991 113.370 101.870 119.534 120.961

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 6.b Prognose werkgelegenheid op bedrijventerrein per landelijke regio en bedrijfstak naar lange termijn scenario (2005-2040)
Bedrijfstakcluster 2005 LR Zuidwest-Brabant Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Steenbergen-Halderberge Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Moerdijk e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Zundert e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Land van Heusden en Altena Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Groot-Langstraat Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Oisterwijk-Hilvarenbeek Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 922 262 78 437 1 1.700 2.065 1.036 479 639 20 4.239 6.165 3.607 773 782 79 11.406 2.075 673 270 167 38 3.223 2.404 1.350 345 373 100 4.572 685 260 108 48 28 1.129 1.815 1.067 308 462 31 3.683 RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 1.391 928 315 302 276 317 279 300 0 0 2.261 1.847 1.682 1.148 1.151 1.118 689 795 501 523 0 0 4.023 3.584 4.663 3.130 925 766 0 9.484 1.518 325 287 297 0 2.427 1.929 1.198 725 534 0 4.386 1.051 355 374 361 0 2.141 1.608 1.353 973 640 0 4.574 1.545 339 287 298 0 2.469 1.975 1.296 768 550 0 4.589 1.064 337 342 334 0 2.077 1.670 1.350 953 609 0 4.582 1.544 352 303 325 0 2.524 2.150 1.347 813 601 0 4.911 1.190 414 394 381 0 2.379 2.242 1.600 1.101 697 0 5.640

3.194 5.194 4.096 5.332 4.185 5.581 5.169 3.073 3.273 3.736 3.541 3.744 3.670 4.475 1.089 983 1.340 1.033 1.310 1.093 1.533 813 824 1.004 840 949 922 1.097 0 0 0 0 0 0 0 8.169 10.274 10.176 10.746 10.188 11.266 12.274 2.539 1.162 735 387 0 4.823 2.960 1.862 587 426 0 5.835 774 308 202 91 0 1.375 1.636 1.072 600 405 0 3.713 2.207 1.293 967 472 0 4.939 2.610 2.078 761 458 0 5.907 620 347 257 107 0 1.331 1.442 1.199 773 455 0 3.869 2.607 1.244 771 397 0 5.019 3.000 2.010 622 436 0 6.068 803 334 213 95 0 1.445 1.662 1.147 631 418 0 3.858 2.307 1.272 939 449 0 4.967 2.681 2.051 747 434 0 5.913 640 348 253 101 0 1.342 1.493 1.191 761 438 0 3.883 2.919 1.304 817 431 0 5.471 3.321 2.095 656 477 0 6.549 840 347 227 104 0 1.518 1.868 1.203 671 453 0 4.195 3.313 1.573 1.094 521 0 6.501 3.714 2.545 876 501 0 7.636 807 416 293 115 0 1.631 2.131 1.434 884 507 0 4.956

2.185 1.507 1.117 1.080 696 792 361 387 0 0 4.359 3.766 2.568 1.844 1.794 1.732 558 624 398 375 0 0 5.318 4.575 694 478 296 288 191 210 86 88 0 0 1.267 1.064 1.406 984 1.026 991 566 631 377 371 0 0 3.375 2.977

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bedrijfstakcluster 2005 LR Boxtel e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Maaskant Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Maashorst Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Schijndel-Sint-Oedenrode-Boekel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Land van Cuijk Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Groot-Kempen Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Heeze-Leende-Cranendonck Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 5.606 1.666 405 594 172 8.443 365 125 156 114 52 812 1.055 217 192 222 7 1.693 2.806 1.698 698 975 4 6.181 8.390 1.442 873 575 469 11.749 7.706 2.053 860 881 25 11.525 2.755 603 411 195 3 3.967

RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 4.211 1.749 908 970 0 7.838 415 246 151 141 0 953 2.807 1.711 1.075 1.046 0 6.639 271 239 181 148 0 839 4.776 1.826 964 1.037 0 8.603 481 255 159 151 0 1.046 1.366 756 521 452 0 3.095 3.008 1.704 923 914 0 6.549 3.784 2.064 1.316 1.280 0 8.444 393 284 219 181 0 1.077 1.144 855 698 540 0 3.237 2.487 1.929 1.257 1.114 0 6.787 4.812 2.410 1.698 1.388 0 10.308 5.238 3.033 1.674 1.183 0 11.128 1.813 1.014 737 452 0 4.016 4.954 1.956 1.008 1.058 0 8.976 484 272 165 154 0 1.075 1.378 808 548 464 0 3.198 3.094 1.845 975 935 0 6.849 6.788 2.265 1.303 1.163 0 11.519 7.050 2.894 1.383 1.058 0 12.385 2.477 950 592 409 0 4.428 3.965 2.042 1.280 1.203 0 8.490 397 278 210 170 0 1.055 1.175 841 679 511 0 3.206 2.640 1.926 1.232 1.051 0 6.849 5.304 5.269 2.041 2.483 1.071 1.490 1.163 1.376 0 0 9.579 10.618 540 285 178 168 0 1.171 1.551 849 580 506 0 3.486 3.460 1.915 1.029 1.026 0 7.430 552 353 245 194 0 1.344 1.638 1.041 786 589 0 4.054 3.713 2.334 1.430 1.201 0 8.678

1.174 780 727 714 493 570 424 442 0 0 2.818 2.506 2.596 1.635 872 854 0 5.957 5.867 2.025 1.177 1.065 0 10.134 6.066 2.578 1.243 965 0 10.852 1.724 1.599 1.023 907 0 5.253

3.837 6.522 1.996 2.116 1.389 1.247 1.135 1.138 0 0 8.357 11.023 3.920 6.854 2.516 2.680 1.377 1.305 975 1.027 0 0 8.788 11.866 2.428 884 560 397 0 4.269

5.040 6.979 6.092 2.389 2.361 2.876 1.652 1.379 1.919 1.308 1.275 1.497 0 0 0 10.389 11.994 12.384 5.417 7.471 6.950 3.009 3.019 3.624 1.641 1.462 1.904 1.129 1.151 1.293 0 0 0 11.196 13.103 13.771 1.860 1.011 721 431 0 4.023 2.609 987 623 443 0 4.662 2.344 1.190 834 493 0 4.861

2.162 1.394 846 837 532 604 372 368 0 0 3.912 3.203

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bedrijfstakcluster 2005 LR De Peel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal

RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 4.056 2.592 1.539 770 0 8.957 7.079 2.723 1.435 768 0 12.005 5.542 3.100 1.879 935 0 11.456 7.309 2.915 1.506 789 0 12.519 5.765 3.053 1.835 892 0 11.545 7.845 7.678 3.057 3.800 1.592 2.151 858 1.039 0 0 13.352 14.668

7.806 6.226 2.724 2.619 941 1.359 726 718 295 0 12.492 10.922

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 7 Prognose bedrijventerrein
Bijlage 7.a Prognose bedrijventerreinen per stedelijke regio en bedrijfstak naar lange termijn scenario (2006-2040)
Bedrijfstakcluster 2006 SR Waalboss Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Breda - Tilburg Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Uden - Veghel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Bergen op Zoom - Roosendaal Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal SR Eindhoven - Helmond Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 666 415 239 175 49 1.543 961 655 283 178 50 2.128 232 150 63 33 21 500 348 154 67 56 55 680 985 543 264 411 122 2.325 RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 628 436 517 509 330 369 267 280 67 67 1.809 1.661 831 593 695 679 412 456 269 273 125 129 2.332 2.129 186 151 74 47 14 473 294 180 114 67 35 690 129 146 84 50 14 424 204 175 130 70 36 616 706 565 543 622 351 458 287 347 73 84 1.959 2.076 934 769 730 828 440 566 291 339 135 161 2.529 2.663 211 159 79 51 15 515 329 189 123 72 38 752 174 180 104 62 18 538 262 214 162 87 46 772 738 588 371 297 75 2.069 988 787 461 299 139 2.675 226 173 83 53 16 552 350 204 129 74 40 797 962 799 462 451 115 2.790 601 774 637 616 457 397 337 328 84 79 2.116 2.194 831 1.029 840 827 561 494 329 330 161 147 2.721 2.827 192 185 103 60 18 558 285 216 162 85 47 795 240 181 89 58 17 585 363 215 138 82 42 841 755 774 535 391 96 2.551 1.052 1.043 661 382 184 3.322 258 225 120 69 20 693 363 277 192 99 54 984 879 1.080 650 544 153 3.306

823 548 702 700 409 441 405 386 102 104 2.441 2.179

914 676 737 856 437 548 437 480 110 131 2.635 2.691

727 984 879 840 551 495 468 499 133 121 2.758 2.939

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bijlage 7.b Prognose bedrijventerreinen per landelijk regio en bedrijfstak naar lange termijn scenario (2006-2040)
Bedrijfstakcluster LR Zuidwest-Brabant Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Steenbergen-Halderberge Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Moerdijk e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Zundert e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Land van Heusden en Altena Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Groot-Langstraat Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Oisterwijk-Hilvarenbeek Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2006 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 30 10 4 15 0 58 53 41 18 22 0 133 177 146 31 24 0 378 47 26 9 6 0 88 74 53 13 12 0 152 21 9 5 2 0 37 57 43 13 14 0 128 45 12 11 9 0 77 43 43 26 16 0 128 127 119 35 24 0 305 52 41 27 10 0 130 71 67 22 12 0 172 20 11 7 3 0 40 42 39 22 11 0 114 32 12 13 9 0 66 31 44 32 16 0 123 91 123 43 26 0 283 38 42 32 11 0 122 53 68 27 11 0 159 15 11 8 3 0 36 31 40 26 11 0 107 50 12 11 9 0 82 49 45 28 17 0 140 142 125 37 26 0 330 61 43 28 11 0 144 82 70 24 13 0 188 23 11 7 3 0 44 49 41 23 12 0 125 36 14 16 11 0 77 44 55 40 20 0 159 115 152 53 33 0 353 57 51 40 13 0 161 76 83 33 14 0 206 19 13 10 4 0 46 45 49 32 13 0 140 51 13 12 9 0 85 51 50 30 17 0 148 148 137 40 27 0 352 63 47 30 12 0 152 84 76 25 14 0 199 24 12 8 3 0 47 51 45 25 13 0 133 37 14 15 11 0 77 47 56 41 20 0 163 122 158 55 32 0 366 61 52 40 13 0 166 80 85 33 14 0 212 21 14 10 4 0 48 48 50 33 13 0 145 51 13 12 10 0 87 56 52 32 19 0 159 153 143 42 30 0 367 72 49 32 13 0 166 92 80 27 15 0 214 25 13 8 3 0 49 57 47 26 14 0 144 41 17 17 12 0 88 64 67 47 23 0 201 147 190 65 37 0 439 89 64 47 15 0 216 110 106 40 16 0 272 26 17 12 4 0 58 69 61 39 16 0 184

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bedrijfstakcluster 2006 LR Boxtel e.o. Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Maaskant Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Maashorst Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Schijndel-Sint-Oedenrode-Boekel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Land van Cuijk Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Groot-Kempen Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal LR Heeze-Leende-Cranendonck Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 183 66 17 21 1 288 11 5 2 4 0 23 33 9 8 8 0 58 79 62 32 34 0 207 252 58 35 18 3 365 245 80 38 30 0 393 90 24 15 7 0 136

RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 128 66 35 31 0 260 11 9 5 5 0 29 34 27 19 13 0 94 76 59 34 27 0 196 169 76 46 33 0 324 183 97 48 29 0 356 64 32 21 11 0 129 90 68 43 34 0 235 8 9 6 5 0 28 24 28 23 14 0 89 53 61 42 30 0 185 116 79 57 36 0 288 124 99 57 27 0 307 43 34 25 11 0 113 146 69 37 33 0 285 12 9 5 5 0 32 39 28 21 14 0 103 88 62 37 29 0 215 189 80 49 36 0 353 207 101 51 31 0 390 72 34 22 12 0 141 122 83 54 42 0 301 11 11 7 6 0 35 35 34 29 18 0 116 77 75 53 37 0 241 146 97 71 45 0 359 166 122 70 34 0 392 56 42 31 14 0 143 154 75 40 34 0 303 13 10 5 5 0 33 40 31 22 15 0 108 92 68 39 30 0 230 199 86 52 37 0 375 216 111 55 32 0 414 75 37 24 13 0 148 132 85 54 41 0 312 11 11 7 6 0 36 37 35 30 17 0 118 84 77 54 36 0 251 158 99 72 44 0 372 177 125 72 34 0 406 60 43 32 14 0 148 164 79 42 38 0 323 14 11 6 6 0 36 45 32 23 16 0 117 102 71 41 34 0 248 204 90 55 41 0 391 228 116 58 35 0 437 79 39 25 14 0 156 175 104 64 47 0 391 16 14 9 7 0 46 51 43 35 20 0 149 119 94 63 42 0 317 191 120 84 50 0 445 226 151 84 39 0 499 75 51 37 16 0 178

ETIN Adviseurs

Prognose Bedrijventerreinen Noord-Brabant 2006-2040

Bedrijfstakcluster 2006 LR De Peel Nijverheid Logistiek Consumentendiensten en overige dienstverlening Financiële en zakelijke dienstverlening Overheid en kwartaire dienstverlening Totaal 226 105 35 25 3 394

RC-scenario SE-scenario TM-scenario GE-scenario 2020 2040 2020 2040 2020 2040 2020 2040 169 97 54 20 0 340 116 101 65 20 0 302 193 102 57 22 0 374 160 123 81 25 0 389 202 110 61 23 0 396 171 125 82 25 0 403 218 116 65 25 0 423 229 156 97 29 0 512