Revitalisering en beheer van bedrijventerrein in Parkstad Limburg

eerste fase op weg naar een regionale organisatie
beleids- en activiteitenplan

1. Inleiding
De functie en rol van bedrijventerreinen reiken over gemeentegrenzen heen. Om deze reden hebben de gemeenten van Parkstad Limburg in 2000 besloten een gezamenlijk beleid op het gebied van bedrijventerreinen te voeren, waarbij ontwikkeling van nieuwe terreinen en herontwikkeling nauw op elkaar zijn afgestemd. Een gecoördineerde aanpak is in dit kader essentieel. Binnen Parkstad Limburg is het project als intergemeentelijk samenwerkingsprojecten binnen de Parkstad Limburg regio geïnitieerd en vormt een wezenlijk onderdeel van de kernagenda Ambitieniveau In de bestuursovereenkomst Parkstad Limburg is de volgende doelstelling geformuleerd: “Het doel is het opvangen van de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de eigen regio. De bestaande bedrijventerreinen met hun werkgelegenheid spelen een belangrijke rol om deze doelstelling te verwezenlijken” Deze doelstelling is als volgt toegelicht: “De potenties van de bestaande bedrijventerreinen dienen zodanig te vorm te krijgen dat een mogelijke achterstandssituatie ten opzichte van nieuwe en nog te ontwikkelen bedrijventerreinen zoveel mogelijk wordt opgeheven. Voorts kan de huidige versnippering van de gemeenten worden opgeheven door het beheer en management van alle terreinen onder te brengen bij één organisatie. Daarin zullen naast de gemeenten mogelijk ook private partijen participeren.” Uitwerking van het ambitieniveau Voor de uitwerking van de contouren van het project is Oranjewoud benaderd. Samen met Oranjewoud is gekomen tot de opstelling van een quick scan voor de afzonderlijke bedrijventerreinen. In deze scan zijn de problemen en kansen van de terreinen in beeld gebracht en zijn globale oplossingsrichtingen geformuleerd. De scan is vertaald in een masterplan revitalisering waarin inzicht wordt geboden in de huidige en gewenste kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen in Parkstad Limburg alsmede een doorkijk naar de noodzakelijke activiteiten om te komen tot deze gewenste kwaliteit. Daarnaast is een adviesrapport opgesteld waarin de contouren van een regionale organisatie wat betreft onder andere mogelijke taken en verantwoordelijkheden en daarvoor benodigde capaciteit en middelen zijn aangegeven.

Pagina 1 van 15

Op basis daarvan is eveneens een beslisdocument opgesteld waarin op basis van voorgaande rapportages nader keuzen zijn gemaakt ten aanzien van de verdere invulling van het project. Aan het maken van deze keuzen is een perceptieronde aan de gemeenten voorafgegaan. Op basis van deze ronde is het volgende geconcludeerd: “De gemeenten ondersteunen de inrichting van een regionale organisatie onder de volgende randvoorwaarden: • • • • Gestart wordt met een beperkt aantal formatieplaatsen Gestart wordt met alleen de taken beheer en revitalisering De zeggenschap van gemeenten over de terreinen behouden blijft De risico’s zoveel mogelijk worden beperkt door: o zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande structuren (bureau Parkstad Limburg) o gebruik te maken van aanwezige capaciteit binnen de gemeenten of elders Gestreefd wordt naar participatie van ondernemers.

Doelstelling van de praktische benadering Doel van de praktische benadering is om de weg naar een regionale organisatie voor te bereiden en in de praktijk de meerwaarde ervan aan te tonen. Invulling eerste fase Tegen deze achtergrond heeft de besluitvorming van het Algemeen Bestuur van Parkstad Limburg niet geleid tot het opnieuw onderzoeken van verdergaande sa menwerkingsvormen maar is besloten te komen tot een praktische invulling van intergemeentelijke samenwerking op het vlak van revitalisering en beheer van bedrijventerreinen. Parkstad zal hiertoe een samenwerkingsovereenkomst sluiten met LIOF Bedrijventerreinen en de LWV. Het doel hiervan is om de meerwaarde van regionale samenwerking in de praktijk zichtbaar te maken en alsdan de definitieve weg naar een regionale organisatie voor te breiden. De volgende uitgangspunten liggen aan deze aanpak ten grondslag: • De capaciteit van LIOF BT en LWV wordt ingezet om stap voor stap en proefondervindelijk invulling te geven aan de in het adviesdocument en beslisdocument omschreven taken m.b.t. regionale aanpak van beheer, revitalisering en parkmanagement Na negen maanden worden de ervaringen geëvalueerd, op grond waarvan de inzet van de capaciteit voor het tweede jaar wordt bepaald. Halverwege het tweede jaar wordt opnieuw geëvalueerd teneinde definitief een besluit te nemen over de oprichting van de regionale organisa tie. Zo ja, dan wordt de capaciteit in de tweede helft van het tweede jaar mede ingezet om de oprichting voor te bereiden en een ondernemingsplan op te stellen. Zo nee, dan wordt de tweede helft van het tweede jaar gebruikt om de capaciteit af te bouwen of de “proefperiode”te verlengen.

Deze aanpak is geaccordeerd door het dagelijks bestuur van Regio Parkstad Limburg, waarbij is aangegeven dat ook de Kamer van Koophandel Zuid-Limburg bij deze ontwikkeling dient te worden betrokken. Krachtens een in 2002 afgesloten overeenkomst is de KvK namelijk bereid om voor Parkstad Limburg ontwikkelingstrajecten uit te voeren en/of te ondersteunen. De KvK ondersteunt de aanpak en brengt haar kennis en kunde in. De KvK zal zich daarbij in het bijzonder richten op het inbrengen van de ervaringen opgedaan bij het pilot-project HeerlenNoord.

Pagina 2 van 15

Inhoud activiteiten- en beleidsplan Het beleids- en activiteitenplan omvat een nadere invulling van taken, het opstellen van een businessplan, de organisatorische inbedding binnen Parkstad Limburg en een raming van de kosten. De op te nemen activiteiten zullen betrekking hebben op de eerste twee jaar, waarvan het eerste jaar concreet wordt uitgewerkt en het tweede jaar globaal. Op basis van een evaluatie na negen maanden zal het activi teitenplan voor het tweede jaar nader worden gedetailleerd. Voor de uitvoering van dit activiteitenplan wordt met betrokken partijen een samenwerkingsovereenkomst opgesteld, vooralsnog met een looptijd van één jaar en met de mogelijkheid voor een verlenging van nog eens een jaar. Deze samenwerkingsovereenkomst vormt een afzonderlijk document. Gestart wordt met een vier sporen aanpak. Hierbij wordt niet alleen invulling gegeven aan de separate sporen maar wordt ook nadrukkelijk de onderlinge samenhang vormg egeven. Juist de coördinatie van de sporen onderling is van belang voor het wegbereiden van de regionale organisatie. Deze coördinerende taak vraagt niet alleen om inhoudelijke kennis van zaken, maar ook om ondernemerschap om zowel organisatorisch als financieel de regionale organisatie te kunnen neerzetten. De volgende sporen worden opgepakt: • • Spoor 1. Spoor 2. revitalisering; het opstellen van een uitvoeringsprogramma regiepunt; het inrichten van een regiepunt voor beheer, bedrijfsverplaatsingen en subsidieverwerving services; het aanbieden van collectieve diensten voor bedrijven en stimuleren van onderlinge samenwerking opstellen businessplan

Spoor 3.

Spoor 4.

Per spoor wordt een nadere detaillering gegeven van de activiteiten. Daarnaast wordt ook aangegeven op welke wijze de activiteiten worden uitgevoerd. De sporen moeten in onderlinge samenhang worden gezien. Revitalisering zonder zicht op adequaat beheer heeft geen zin. Zonder goede onderlinge samenwerking tussen bedrijven is er geen draagvlak voor gemeenschappelijke projecten en collectieve afspraken over beheer. De sporen zijn dus te onderscheiden maar niet te scheiden. De wisselwerking tussen de sporen is van groot belang voor het welslagen van het geheel. De mogelijkheid wordt opgelaten om op termijn projecten die binnen Parkstad een gemeentegrensoverschrijdende dimensie hebben te kunnen onderbrengen bij het regiepunt, indien betrokken ondernemers en gemeente dit kenbaar maken. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan het begeleiden van verplaatsingen van bedrijven. Aanvullende activiteiten zijn dan met name gericht op het ondersteunen van gemeenten en/of bedrijven bij concrete projecten in de vorm van projectmanagement of procesmanagement. De projecten zullen op basis van een nader op te stellen project- en financieringsplan worden uitgevoerd.

Pagina 3 van 15

Bedrijventerreinen in Parkstad De activiteiten zoals vastgelegd in dit beleids- en activiteitenplan hebben betrekken op de volgende bedrijventerreinen:
Brunssum: - Emma - Haefland, - Rode Beek - Bouwberg - Ora et Labora - Hendrik e.o Heerlen: Kerkrade: Landgraaf: Voerendaal: Simpelveld:

- Baaks-Soureth - Locht - Abdissenbosch - Lindelaufer - Bocholtzerweg - De Vrank / - Euregiopark - Strijthagen Gewande Autoboulevard* - Dentgenbach - Rukkenerweg - Ten Esschen - Haanrade W orm/ - Smitzerveld Julia - Crama / - Spekholzerheide Woonboulevard - Willem Sophia - Weggebekker - Coriopolis* - Avantis* - Trilandis* - Emma - De Koumen - Molenberg - In de Cramer - Prinsenstraat - Heerlerbaan - De Beitel - Wijngaardsweg - De Kissel *) deze terreinen hebben geheel of gedeeltelijk een eigen beheerorganisatie. Met deze positie wordt rekening gehouden door terreinen niet, deels of op een andere wijze in het project te betrekken. De gemeente Nuth maakt thans geen onderdeel uit van Parkstad Limburg. De terreinen De Steeg, Reuken en De Horsel vallen derhalve vooralsnog buiten de scope van het plan

Pagina 4 van 15

2. Uitvoeringstaken
Spoor 1. Het opstellen van een uitvoeringsplan revitalisering Het door Oranjewoud opgestelde ‘Masterplan Revitalisering Bedrijventerreinen Parkstad’ geeft inzicht in de huidige en gewenste kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen in Parkstad Limburg. Tevens biedt het masterplan inzicht in een ‘doorkijk’ naar de noodzakelijke activi teiten die tot de gewenste kwaliteit moeten leiden. Dit inzicht is in verschillende fasen tot stand gekomen. Allereerst is er een ‘quick scan’ van 38 terreinen gemaakt, waarbij per terrein een aantal belangrijke ruimtelijke, economische, verkeers- en duurzaamheidsaspecten is uitgewerkt. Vervolgens is voor ieder terrein een profiel opgesteld dat de huidige situatie kenmerkt. Elk profiel is ‘samengevat’ in een verkeerslicht dat op rood, oranje of groen staat. Rood wil zeggen dat het terrein in aanmerking komt voor volledige, integrale herstructurering / revitalisering, oranje: er zijn knelpunten, maar die kunnen worden opgelost en waar het licht op groen staat is sprake van een situatie met weinig tot geen knelpunten. Doel is uiteindelijk: groen licht voor alle terreinen. Groen Geen noodzaak tot ingrijpen
Emma Brunssum Haefland Baaks-Soureth De Vrank / Autoboulevard* Ten Esschen Smitzerveld Crama Woonboulevard De Weggebekker Locht Euregiopark Coriopolis* Avantis* Trilandis*

Oranje Deelproblematiek
Rode Beek Emma Heerlen De Koumen Molenberg In de Cramer Prinsenstraat Heerlerbaan De Beitel Dentgenbach Abdissenbosch Strijthagen De Steeg** Reuken ** Lindelaufer Gewande

Rood Revitalisering/ Herstructurering
Bouwberg Ora et Labora Hendrik e.o. Wijngaardsweg De Kissel Haanrade Worm/ Julia Spekholzerheide Willem Sophia Rukkenerweg De Horsel** Bocholtzerweg

*) deze terreinen hebben geheel of gedeeltelijk een eigen beheerorganisatie. Met deze positie wordt rekening gehouden door terreinen niet, deels of op een andere wijze in het project te betrekken. **) de gemeente Nuth maakt thans geen onderdeel uit van Parkstad Limburg. De terreinen van deze gemeente vallen derhalve vooralsnog buiten de scope van het plan.

Doel Als eerste stap wordt een regionaal uitvoeringsprogramma met een looptijd van 10 tot 15 jaar opgesteld. Hierin zal de ambitie en fasering worden weergegeven om te komen tot revitaliseringsprojecten voor diverse terreinen (rode terreinen) en het oplossen van deelproblemen (oranje terreinen). Daarnaast wordt de rol aangegeven die gemeenten en de eventueel op te richten organisatie zal hebben bij de uitvoering van revitalisering. Aanpak Om het uitvoeringsprogramma op te stellen zullen per terrein de volgende stappen worden doorlopen: • de vertaling van de quickscan, zoals door Oranjewoud uitgevoerd, in een concept maatregelenprogramma met fasering dat door gemeenten is geaccordeerd

Pagina 5 van 15

• • • • • • •

een goede indicatie van de kosten per terrein (in overleg met LIOF BT door de gemeente aan te leveren) een goede indicatie van mogelijke opbrengsten (in overleg met LIOF BT door de gemeente aan te leveren) de beschikbare / gereserveerde capaciteit (mens en middelen) per gemeente en per terrein (zoals opgenomen in o.a. onderhoudsplannen) rol van gemeente en de regionale organisatie bij het opstellen en het uitvoeren van plannen draagvlak bij ondernemers (mede door de inschakeling van bedrijventerreinmanagers) mogelijke kruisbestuivingen tussen projecten (zoals bedrijfsverplaatsingen tussen, van en naar terreinen) beschikbare subsidies van Provincie en Rijk

Bij de inventarisatie van de kosten en opbrengsten per terrein wordt gestreefd zo veel mogelijk eenduidigheid te bereiken bij het hanteren van aannamen en kengetallen, teneinde vergelijkingen tussen terreinen en gemeenten mogelijk te maken. Op basis van deze elementen wordt een doordacht en samenhangend programma ontwikkeld met inzicht in de kosten, financiële reserveringen en draagvlak bij ondernemers en gemeenten. Daarnaast wordt aangegeven hoe partijen de organisatie van het project vormgeven (o.a. wie levert de projectleider). Hiermee wordt niet alleen invulling gegeven aan een concretisering van de aanpak van revitalisering in Parkstad Limburg, maar wordt tevens een belangrijke stap gezet richting subsidie-verstrekkende partijen, zoals Provincie en Rijk. Deze stellen immers als voorwaarde een samenhangende regionale aanpak van revitalisering. Bestuurlijk draagvlak Het verkrijgen van bestuurlijk draagvlak voor dit regionale programma is van wezenlijk belang om tot uitvoering te komen. De organisatie van de besluitvorming is een beleidsmatige zaak, waarbij de primaire verantwoordelijkheid ligt bij Parkstad Limburg. Reguliere ondersteuning van LIOF BT Bij het opzetten en uitvoeren van concrete revitaliseringsprojecten op terreinniveau kan LIOF BT op basis van de reguliere werkzaamheden ondersteuning geven in de vorm van procesmanagement. Deze activiteit is derhalve niet opgenomen in deze samenwerkingsovereenkomst. Activiteiten voor het eerste jaar Doorkijk tweede jaar Organisatie: Coördinatie Uitvoerder Startoverleg per betrokken gemeenten Invulling van de genoemde elementen per terrein Opstellen concept programma Bestuurlijk draagvlak aftasten Mogelijke bijstelling concept Finale besluitvorming LIOF BT (0,1 fte) / bestuurlijke verankering Parkstad Limburg LIOF BT (0,4 fte) / Bedrijventerreinmanagers (0,1 fte)

Pagina 6 van 15

Spoor 2. Regiepunt Een aantal taken die de toekomstige regionale organisatie zou kunnen gaan uitvoeren (zoals beschreven in het beslisdocument opgesteld door Oranjewoud) impliceren in eerste instantie een regionale regiefunctie. Het overhevelen van taken en bevoegdheden is hiervoor niet noodzakelijk. In overleg met Parkstad Limburg is gekozen voor het oppakken van de volgende taken op korte termijn: • beheer van bedrijventerreinen • informatiepunt bedrijfsverplaatsingen • faciliteren van ondernemers inzake het verkrijgen van subsidies in zake vastgoed (her)ontwikkeling en verplaatsingen De activiteiten van het regiepunt zullen plaatsvinden in nauwe afstemming met de bestaande bedrijfscontactpunten en eventuele andere aanspreek- of coördinatiepunten voor ondernemers binnen Parkstad Limburg. A. Beheer Het beheer van bedrijventerrein moet uiteindelijk zijn gericht op het instandhouden van een constante kwaliteit van de buitenruimte op bedrijventerreinen. Een adequaat vormgegeven beheer moet voorkomen dat door een schoksgewijze aanpassing, i.c. een revitalisering, een achterstand in kwaliteit moet worden weggewerkt. Adequaat beheer moet in feite voorkomen dat opgepland (opnieuw) revitaliseringsplannen moeten worden uitgevoerd. In de rapportage van Oranjewoud is de meerwaarde van een regionale aansturing van beheer als volgt omschreven: • uniforme uitstraling • toenemende wervingskracht • beheer geen sluitpost van de begroting • koppeling tussen beheer en revitalisering Ook door het betrekken van private kavels in het beheer van het gehele terrein kunnen voordelen worden gecreëerd. Niet alleen in de financiële sfeer maar ook door het vergroten van de betrokkenheid van ondernemers bij het beheer van het terrein. Doel Als eerste stap is het volgende doel voor de korte termijn geformuleerd: het vastleggen van de kwaliteit voor beheer en onderhoud van afzonderlijke terreinen gericht op continue kwaliteitsverbetering door het innemen van een intermediaire positie tussen gemeente en ondernemers. Gestreefd wordt per gemeente dit voor minimaal een terrein te doen. Aanpak Dit korte termijn doel wordt vormgegeven door het maken van afspraken over het kwaliteitsniveau per terrein. Het uitgangspunt hierbij is de bestaande inspanning (weergegeven in een onderhoudsplan en/of onderhoudsbudget) van gemeenten en de tevredenheid bij gebruikers op de terreinen. Voor een nader aantal te selecteren terreinen worden afspraken gemaakt met gemeenten over het te realiseren onderhoudsniveau voor de openbare ruimte in termen van de aard van de activiteiten, de frequentie en, indien mogelijk, het uitvoeringsniveau. Gemeenten geven dit aan in de vorm van een beheer- en onderhoudsplan voor het terrein, zo mogelijk wordt hiertoe een systeem voor het in beeld brengen van de kwaliteit van de openbare ruimte gebruikt (zoals IBOR of BOR).

Pagina 7 van 15

Op basis van dit plan vindt overleg plaats met de gebruikers van terreinen over: • verschuivingen van accenten binnen het beheer- en onderhoudsplan zonder dat dit leidt tot extra kosten; • aanvullende wensen en de mogelijke inzet van aanvullende middelen; • de mate waarin ondernemers willen meeliften voor het onderhoud van private kavels: • het stimuleren van ondernemers te komen tot een kwaliteitsverbetering van uitstraling, beheer en onderhoud van private kavels. Deze afspraken vormen de basis voor het afsluiten van prestatieconvenanten met de betreffende gemeente, het afsluiten van de onderhoudscontracten met ondernemers en het in beeld brengen van de kosten voor de ondernemers. Bij het afsluiten van de prestatieconvenanten wordt maatwerk geleverd. Hierbij kan worden gedacht aan een mogelijkheid waarbij het regiepunt prestatieconvenanten met de gemeente en de onderhoudscontracten met ondernemers afsluiten en de administratie hieromtrent voeren. Ook is het mogelijk dat tussen ondernemersverenigingen en de gemeente rechtstreeks convenanten worden gesloten, waarbij het regiepunt faciliterend optreedt. De bedrijventerreinmanagers brengen de wensen en behoefte van de ondernemers in beeld op basis waarvan het regiepunt de convenanten met de gemeente opstel t. De insteek is primair gericht op het ingang zetten van een proces waarbij resultaatverplichtingen (prestatieconvenant) worden gekoppeld aan het verhogen van de kwaliteit van de openbare ruimte en het vergroten van de betrokkenheid van de ondernemers bij het beheer van het terrein. De effecten van de aanpak worden in beeld gebracht in termen van waardering van de kwaliteit door ondernemers, resultaten van gestructureerd overleg met ondernemers, klachtenverwerking en bijsturing van de uitvoering. Om in de praktijk te kunnen leren van opgedane ervaringen vindt de start van de aanpak per terrein 1 tot 2 maanden na elkaar plaats. Activiteit voor het eerste jaar Startoverleg per gemeente Gestreefd word in iedere gemeente minimaal voor één terrein een prestatieconvenant af te sluiten. De volgende taken worden daarbij uitgevoerd: • Gemeentelijk onderhoudsniveau (en eventueel budgetten) expliciet maken op basis van gemeentelijk onderhoudsplannen • Inzicht in tevredenheid en wensen van ondernemers (LWV/BTM-ers) • Ontwikkelen van aanvullende diensten voor ondernemers voor publieke (extra kwaliteit) en private ruimte • Stimuleren van ondernemers ten einde de kwaliteit van private kavels w.b. uitstraling, beheer en onderhoud te laten toenemen. • Afsluiten van convenanten met gemeenten • Afsluiten van contracten met ondernemers • Kwaliteitsbewaking en klachtenafhandeling Overeenkomstige inspanning als eerste jaar, bijstelling afhankelijk van evaluatie. Verwacht wordt dat minder tijd zal behoeven te worden besteed aan de coördinatiefunctie en meer aan de uitvoeringsfunctie. LIOF BT (0,1 fte) LIOF BT (0,25 fte) LWV (Bedrijventerreinmanagers) w.b. wensen ondernemers (0,1fte)

Doorkijk tweede jaar Organisatie: Coördinatie Uitvoerder

Pagina 8 van 15

B. Regionaal informatiepunt bedrijfsverplaatsingen In het kader van (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen is informatie over verplaatsingen van bedrijven van belang. Het uitplaatsen van bedrijven zou een aanleiding tot revitalisering kunnen zijn, evenals de vestiging van een of meerdere bedrijven. Inzicht in mogelijke verplaatsingen en de daarbij vrijkomende of benodigde ruimte, kan worden gebruikt als input bij het opstellen van plannen voor (her)ontwikkeling van terreinen. Doel Het systematisch verzamelen van informatie over bedrijfsverplaatsingen Aanpak In afstemming en samenwerking met de gemeentelijke bedrijfscontactpunten wordt één informatiepunt voor geheel Parkstad Li mburg ingericht om informatie over verplaatsingen in beeld te brengen. De activiteiten blijven vooralsnog beperkt tot: • het inventariseren van de informatie bij gemeenten over bedrijven die op basis van een RO- en/of milieuprobleem zouden moeten verplaatsen; • het bieden van een mogelijkheid aan de bedrijven om voorgenomen verplaatsingen kenbaar te maken; • het inventariseren van de restcapaciteit aan bedrijventerreinen (4 x per jaar). Als vervolgstap kan op termijn het inventariseren van het aanbod aan leegstaande panden in de regio worden meegenomen. Alsdan kan een service worden geboden aan ondernemers met verplaatsingsplannen. Activiteit voor het eerste jaar Startoverleg per gemeente Het samenstellen van een overzicht van bedrijven die ‘moeten’ verplaatsen en bedrijven die aangeven te willen verplaatsen. Inventariseren van de restcapaciteiten. Tweemaandelijks overleg met gemeenten om deze informatie uit te wisselen. Conform eerste jaar, bijstelling op basis van evaluatie. Overleg met makelaars ten einde een compleet overzicht te krijgen van leegstaande panden LIOF BT (0,05 fte) LIOF BT (0,05 fte)

Doorkijk tweede jaar Organisatie: Coördinatie Uitvoerder

C. Faciliteren van ondernemers inzake het verkrijgen van subsidies (PM) Om ondernemers te bewegen actief in te spelen op kwaliteitsverbetering op bedrijventerreinen kan informatie over subsidiemogelijkheden een belangrijke rol spelen. Subsidies kunnen tot op zekere hoogte een functie vervullen om processen aan te jagen. Doel Het verspreiden van informa tie over subsidie-mogelijkheden die bij revitalisering en verplaatsingen van bedrijven van belang kunnen zijn. Aanpak Het regiepunt verzamelt en verstrekt actief en passief subsidie-informatie op basis van de bestaande regelgeving. Het regiepunt ondersteunt bedrijven bij het aanvragen van de subsidie.

Pagina 9 van 15

De activiteiten worden uitgevoerd nauw afgestemd en in samenwerking met de gemeentelijke bedrijfscontactpunten. Het betreft subsidiemogelijkheden gerelateerd aan het verbeteren van de kwaliteit van het vastgoed op bedrijventerreinen (zoals bodemsanering) en duurzaamheid. Daarnaast wordt in concrete projecten overleg gevoerd met betrokken instanties (zoals Provincie, Novem en EZ) over het optimaliseren van de aanwending van subsidies.

Spoor 3. Services In het beslisdocument is de meerwaarde van regionale inkoop van collectieve diensten met name gerelateerd aan het financiële voordeel als gevolg van het genereren van schaalvoordelen die ontstaan door een grotere inkoopmassa. Doel Het aanbieden van diensten aan meerdere ondernemers gericht op een duurzame samenwerking ten einde milieu- en/of financiële voordelen te genereren. Aanpak Om in de praktijk deze voordelen aan te tonen wordt een tw eeledige aanpak voorgesteld. • Op korte termijn starten met projecten die reeds op andere terreinen succesvol zijn opgezet(zoals afvalverwijdering, beveiliging en collectief groenonderhoud); • Inventarisatie van verdere behoefte aan collectieve projecten. Er vindt nadere afstemming plaats met de twee reeds functionerende parkmanagers in Heerlen (voor de terreinen Heerlen Noord) en in Kerkrade (voor alle terreinen). De activiteiten zoals in dit plan beschreven gaan uit van additionele activiteiten boven de bestaande activiteiten van de bedrijventerreinmanagers in Heerlen en Kerkrade. In overleg met de ondernemers wordt bezien met welke projecten op korte termijn kan worden gestart. Van de uitvoering van deze projecten moet een duidelijke signaalwerking uitgaan. De ondernemers zullen op basis hiervan moeten worden geprikkeld nog meer activiteiten/diensten gezamenlijk op te pakken. Daarnaast wordt per terrein geïnventariseerd aan welke diensten en vormen van samenwerking verder behoefte bestaat. Op basis van deze behoefte wordt aangegeven met welke aanvullende acties kan worden gesta rt en of er opschaling dient plaats te vinden. Een duurzame aanpak is de leidraad. Dat wil zeggen dat projecten moeten leiden tot: • versterking van de samenwerking op bedrijventerreinen • voordelen voor ondernemers op onder meer het financiële vlak • milieuwinst. Het streven is om een organisatie voor parkmanagement op te zetten waarbij een zodanig pakket aan diensten en producten wordt aangeboden dat de structurele financiering van de organisatorische kosten wordt bereikt. Zo zal ondermeer het inkoopvoordeel dat kan worden gegenereerd voor een deel terugvloeien als bijdrage in de organisatorische kosten. In overleg met de betrokken partners zal een plan van aanpak worden opgesteld, waarin de rol en de inventarisatie nader worden uitgewerkt (enquête en/of gesprekken met ondernemers(kringen)). Ook de twee reeds functionerende bedrijventerreinmanagers spelen

Pagina 10 van 15

hierbij een belangrijke rol. In het plan van aanpak wordt het tijdpad ten aanzien van de start van de projecten benoemd. Wat betreft de implementatie van de projecten kan een keuze worden gemaakt tussen: • het direct uitvoeren van projecten voor alle terreinen in geheel Parkstad, of • het starten op één terrein of een beperkt aantal terreinen, waarna opschaling naar andere terreinen plaatsvindt nadat ervaringen in de praktijk zijn opgedaan. Afhankelijk van de aard en complexiteit van het project, het benodigde draagvlak en de vraag van ondernemers wordt bezien voor welke aanpak wordt gekozen. Activiteit voor het eerste jaar Op korte termijn starten met 2 projecten Gestreefd wordt de behoefte voor alle terreinen in beeld te brengen De start van 3 aanvullende projecten Gestreefd wordt in alle gemeenten op zo veel mogelijk terreinen actief te zijn Inventarisatie hoeft niet meer plaats te vinden, wel vinger aan de pols blijven houden. Inspanningen richten op toename aantal deelnemende bedrijven en toename van het aantal projecten. • • • • LWV (0,1 fte) Bedrijventerreinmanagers (0,7 fte)

Doorkijk tweede jaar Organisatie: Coördinatie Uitvoerder

Spoor 4. Opstellen businessplan Na 9 maanden vindt een eerste evaluatie plaats op basis van de geboekte resultaten tegen de achtergrond van de afspraken uit deze samenwerkingsovereenkomst, aangevuld met de inzichten van betrokkenen op dat moment. Indien wordt besloten tot het verlengen van de overeenkomst zal voor het tweede jaar een gedetailleerd activiteitenplan worden opgesteld. De insteek hierbij is een verdere uitbouw van de activiteiten. Halverwege het tweede jaar wordt opnieuw geëvalueerd teneinde een definitief een besluit te nemen over de oprichting van de regionale organisatie. Wordt hiertoe besloten dan wordt een businessplan opgesteld voor de regionale organisatie. Bij het opstellen van het businessplan kan gebruik worden gemaakt van het model dat door Oranjewoud is aangegeven. Concrete keuzes ten aanzien van het dan te hanteren organisatiemodel zullen afhangen van de ervaringen van de gehanteerde aanpak. Hierbij zal ook een keuze moeten worden gemaakt voor de toekomstige ondernemingsvorm. Daarnaast zal rekening gehouden moeten worden met continuering van de reeds aangegane verplichtingen in de startfase. Activiteit voor het eerste jaar Doorkijk tweede jaar Organisatie: Coördinatie Uitvoerder Evaluatie na 9 maanden

Evaluatie na ½ jaar Opstellen businessplan LIOF BT + nader in te vullen LIOF BT + nader in te vullen

Pagina 11 van 15

4. Dynamische rapportage
Om het proces van samenwerking adequaat te kunnen volgen en te kunnen bijsturen is van belang dat systematisch informatie wordt verzameld en bijgehouden over het verloop van de verschillende project-onderdelen. De ervaring en kennis die hierbij wordt opgedaan is eveneens vereist bij het opstellen van het businessplan voor de regionale organisatie. Daarnaast kan deze informatie van belang zijn voor andere regio’s en organisaties ten einde te leren van succes- en faal factoren in het Parkstad Limburg project. Er is derhalve gekozen voor een continue rapportage van de ontwikkelingen binnen het project gericht op: - de driemaandelijkse terugkoppeling naar het portefeuillehoudersoverleg - het benoemen van succes- en faalfactoren tijdens de rit en aan het eind - de onderbouwing van het op te stellen businessplan - de verspreiding van kennis naar andere partijen. De rapportage zal op basis van de huidige inzichten worden opgesteld aan de hand van onderstaande tabel.
Spoor 1. Uitvoeringsplan revitalisering Spoor 2. Regiepunt Infopunt Faciliteren verplaatsingen iz subsidies Spoor 3. Services Spoor 4. Businessplan

Beheer

Realisatie actiepunten Medewerking van gemeenten Medewerking van bedrijven Samenwerking tussen gemeenten Samenwerking tussen bedrijven Samenwerking tussen bedrijven en gemeenten Financieringsmogelijkheden voor structurele organisatie Overige opmerkingen Leermomenten in succes- en faalfactoren

Op basis van deze dynamische rapportage wordt aan het eind van het project een helder leesbaar document samengesteld waarin het proces wordt beschreven als mede de succes- en faalfactoren worden benoemd. Hierbij komt de nadruk te liggen op de factoren die uitgaan boven het niveau van individuele bedrijventerreinen om zodoende een aanvulling te kunnen vormen op de reeds door TNO in beeld gebrachte succes- en faalfactoren bij de realisatie van duurzame bedrijventerreinen. De regionale samenwerking is het primaire aandachtgebied.

Pagina 12 van 15

5. Communicatie
De communicatie rond het project zal verlopen via twee lijnen. De eerste is gericht op het verkrijgen van draagvlak voor de uitvoering van het project. De tweede lijn is gericht op het verspreiden van kennis die wordt opgedaan tijdens het project. Communicatie gericht op draagvlak Om een zo groot mogelijk draagvlak te krijgen voor de uitvoering van het project en alle betrokken optimaal te informeren zullen diverse communicatielijnen worden benut. Deze zullen zowel gericht zijn op ondernemers en ondernemersvertegenwoordigers als op de gemeenten (bestuurlijk en ambtelijk) en andere betrokken organisaties. De volgende media zullen hiervoor worden ingezet: • • • • • • • een nieuwsbrief de Kamerkrant LWV-mededelingen regionale tv regionale dagbladen huis aan huis bladen en eventuele gemeentelijke media.

Bij de start van het project zal een persconferentie worden georganiseerd met alle direct betrokken organisaties. Hiertoe zullen met name de regionale dagbladen en tv worden uitgenodigd. Doel is om een grote bekendheid te geven aan het project gericht op een voortvarende start en het scheppen van draagvlak. Tijdens het project zal 3 à 4 maal per jaar (indien nieuwsfeiten voorhanden zijn) de publiciteit worden gezocht. Indien nodig zal ook per bedrijventerrein een communicatietraject worden opgezet. Hiervoor zal naast het te entameren gebruikersoverleg per terrein met name de (email) nieuwsbrief als medium worden gebruikt. Mede gezien het succes van de duurzaamheidsmarkt voor het bedrijventerreinen cluster Heerlen Noord, wordt gestreefd in samenwerking met de organisatoren ( Bedrijventerreinenmanager Heerlen Noord, de industriële Kring Heerlen Noord, Provincie en KvK) dit evenement op te schalen voor geheel Parkstad. Op de duurzaamheidsmarkt kunnen ondernemers kennis nemen van duurzame maatregelen die iedere ondernemer in zijn eigen bedrijf kan toepassen. Parallel aan de markt worden ondernemers door andere ondernemers geïnformeerd over nieuwe en lopende projecten in de vorm van korte presentaties.

Pagina 13 van 15

Communicatie gericht op het verspreiden van kennis De kennis die tijdens het project wordt opgedaan zal ook op landelijk niveau onder de aandacht worden gebracht met het doel geïnteresseerde partijen met name kennis te laten nemen van: • het verloop van het proces en • de succes- en faalfactoren. Gekoppeld aan de twee evaluatie-momenten zal onder andere een artikel worden opgesteld, dat wordt aangeboden aan de landelijke media, de website www.dbt.novem.nl, de nieuwsbrief Bedrijventerreinen van het ministerie van EZ . De eindrappotage zal worden voorzien van een samenvatting in artikelvorm. Dit zal worden aangeboden aan de genoemde media aangevuld met enkele vakbladen. Ter afsluiting van het project zal een symposium plaatsvinden. Dit wordt georganiseerd op basis van de eindrapportage, zoals genoemd in paragraaf 5. De resultaten worden gepresenteerd in de vorm van een procesbeschrijving en het inzoomen op succes- en faal factoren. Waarbij de ervaringen zowel van de zijde van de deelnemende gemeenten als van de zijde van ondernemers worden belicht. Gestreefd wordt dit symposium te combineren met de reeds genoemde duurzaamheidsmarkt. Er zal landelijke bekendheid worden gegeven aan dit symposium.

6. Organisatie
Parkstad Limburg is opdrachtgever en eindverantwoordelijke voor de uitvoering van het project. De algemene regie is in handen van LIOF BT. De regisserende taak richt zich niet alleen op de voortgangsbewaking, maar ook op de samenhang van de verschillende sporen en de organisatorische en financiële aspecten van het toekomstige regionale samenwerkingsverband. Naast inhoudelijke kennis is ook ondernemerschap nodig om de start van de regionale organisa tie in goede banen te leiden. Het DB van Parkstad Limburg fungeert als stuurgroep, het portefeuillehoudersoverleg E&T als klankbordgroep. Een gedetailleerd activiteitenplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan beide gremia. Driemaandelijks wordt de voortgang (resultaten en bestede uren) gerapporteerd en vindt indien nodig of gewenst bijsturing plaats. De bestaande begeleidingsgroep wordt gecontinueerd. Hierin hebben zitting: Provincie, werkgeversvertegenwoordigers (LWV en KvK), betrokken gemeenten en het Ministerie van EZ, onder voorzitterschap van de gemeente Kerkrade (zowel ambtelijk en bestuurlijk trekker met ondersteuning van Parkstad Limburg). In deze begeleidingsgroep staat optimalisatie van de aanpak, draagvlakverwerving en het formuleren van voorstellen voor bijsturing centraal. Per bedrijventerrein vindt overleg en terugkoppeling plaats naar ondernemers. Hiertoe zal per terrein een gebruikersoverleg worden gestart c.q. daar waar al sprake is van een ondernemersvereniging of –kring wordt gestreefd hierbij aan te haken. LIOF BT coördineert het opzetten en inrichten van de sporen 1 en 2. LWV coördineert spoor 3. De uitvoering van de sporen wordt ingevuld door LIOF BT en bedrijventerreinmanagers. Het volgende overzicht geeft e.e.a. schematisch weer.

Pagina 14 van 15

Organisatie -overzicht
Opdrachtgever Aansturing Klankbord Begeleiding Spoor 1 Uitvoeringsplan revitalisering Algemene regie Coördinatie Uitvoering LIOF BT LIOF BT LIOF BT LIOF BT BTM-ers Per terrein DB Parkstad Limburg DB Parkstad Limburg Portefeuillehouders EZ Parkstad Limburg Parkstad, Provincie, werkgevers, EZ en gemeenten Spoor 2 Regiepunt LIOF BT LWV LWV BTM-ers Per terrein en/of dienst LIOF BT + LIOF BT + Spoor 3 Services Spoor 4 Businessplan

Gebruikersoverleg Capaciteit 1ejaar LIOF BT LWV/BTM-ers

0,50 0,10

0,45 0,10

0,05 0,80

Voor het eerste jaar wordt gestart met maximaal 2 fte, in te vullen door LIOF BT (1 fte) en LWV (1 fte). De bedrijventerreinmanagers worden via de LWV ingeschakeld.
LIOF Bedrijventerreinen Eric Schreuders woensdag 12 november 2003

Pagina 15 van 15