Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen

17 februari 2003

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Overwegingen en accenten 1.3 Voor wie? 1.4 Voor wat? 1.5 Voorwaarden 1.6 Beoordelingscriteria

5 5 5 7 8 8 9

2. INTEGRALE AFWEGING

16

2

Inhoudsopgave

1.

INLEIDING

1.1

Inleiding

Voor u ligt het nieuwe Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen (PIRB). De regeling bundelt de ‘oude’ succesvolle regelingen Herstructurering op Bedrijventerreinen (1997) en Duurzame inrichting van bedrijventerreinen (1997). Met het nieuwe programma wil het provinciaal bestuur van Noord-Holland een nieuwe stimulans geven aan herstructurering van bedrijventerreinen, met een accent op het toepassen van (nieuwe) concepten op het gebied van duurzaamheid en innovatief ruimtegebruik. Op nieuwe, maar vooral ook op bestaande bedrijventerreinen. De speerpunten van het nieuwe programma zijn: 1. efficiënt ruimtegebruik (meer bedrijvigheid per vierkante en kubieke meter); 2. bereikbaarheid (efficiënter vervoer van goederen en personen); 3. parkmanagement (verbeterd beheer); 4. innovatie en vernieuwing in milieu en technologie; 5. duurzaamheid bij de inpassing van bedrijven in de omgeving (draagkracht principe); 6. veiligheid (sociale veiligheid, milieu- en verkeersveiligheid) Deze speerpunten zijn doorvertaald naar de voorwaarden, criteria en afwegingen in het programma. Elk speerpunt apart, maar vooral in onderlinge samenhang.

1.2

Overwegingen en accenten

In samenhang met de zes speerpunten heeft het provinciaal bestuur de volgende afwegingen gemaakt. Integrale afweging Het provinciaal bestuur hecht veel waarde aan een verantwoorde inpassing van bedrijven in de omgeving (speerpunt 5) in samenhang met de duurzaamheidsaspecten van de overige speerpunten. Bij het toekennen van ondersteuning zal daarom nagegaan worden of in het project een weloverwogen en gemotiveerde afweging is gemaakt van alle aspecten die met duurzaamheid en inpassing samen hangen. In hoofdstuk twee is een checklist opgenomen, aan de hand waarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Bij het aanvraagformulier (vraag 4) wordt een projectbeschrijving / projectplan gevraagd. In deze beschrijving dienen de verschillende aspecten van de checklist

hoofdstuk 1

5

opgenomen te zijn, zodat een adequate beoordeling gemaakt kan worden of het project voor subsidie in aanmerking komt. Van planvorming naar realisatie Herstructurering, revitalisering en innovatieve oplossingen beginnen met een goed plan van aanpak of het opstellen van een visie en maatregelenprogramma. De overgang van papier naar uitvoering blijkt in de praktijk vaak meer energie te vragen dan ingeschat. In het nieuwe programma is derhalve de mogelijkheid opgenomen juist in de vertaling van programma naar uitvoering ondersteuning te krijgen voor het proces- en projectmanagement. Voor alle fasen in het herstructurerings- / ontwikkelingstraject bestaat de mogelijkheid vanuit het PIRB procesondersteuning te verkrijgen. Daarbij wordt wel als voorwaarde gesteld, dat de aanvrager kan aantonen dat een organisatievorm wordt opgezet die de continuïteit in het project voor meerdere jaren zal waarborgen. Brede stimulering Het PIRB is een brede regeling en stimuleert derhalve een brede inzet van middelen. Subsidiëring van pilotprojecten is geen apart item binnen de regeling. Bij een innovatief project dient sprake te zijn van een voor het betreffende terrein / gemeente innovatieve vorm van duurzame ontwikkeling op bedrijventerreinen. Deze innovatieve vorm kan mogelijkerwijs elders al met succes zijn toegepast, maar via het PIRB wordt de verspreiding van de toepassing extra gestimuleerd. Doel is innovatie en vernieuwing in milieu en technologie in de volle breedte (speerpunt 4). Tenderprocedure Projecten worden volgens een tenderprocedure beoordeeld. Dit betekent dat een project bij subsidietoewijzing moet voldoen aan de verschillende beoordelingscriteria (zoals genoemd in paragraaf 1.6), maar bij de beoordeling ook wordt meegewogen in hoeverre een project bijdraagt aan het einddoel van de regeling, te weten: • Een over alle gesubsidieerde projecten gesaldeerd rendement van 15% ruimtebesparing in bruto hectare bedrijventerrein in 2005. Daarmee wordt aangesloten op de doelstellingen in het streekplan. Daarmee kan het percentage ruimtebesparing per terrein, afhankelijk van de situatie, verschillen; • Een voor de periode 2006-2007 door GS nader vast te stellen ruimtebesparing over alle gesubsidieerde projecten in bruto hectare bedrijventerrein. • Ondersteuning van revitalisering / herstructurering van in totaal 2.000 ha. bruto bedrijventerrein in 2007. • Minstens 10 % van de door de provincie beschikbaar gestelde middelen moeten gerelateerd zijn aan milieuaspecten zoals beschreven in Deelverordening innovatief ruimtegebruik op bedrijventerreinen. De subsidieaanvragen worden beoordeeld door een nader in te stellen commissie. De commissie bepaalt in de eerste plaats op basis van de beoordelingscriteria en de integrale afweging of een

6

hoofdstuk 1

project voor subsidie in aanmerking komt. Het resultaat van de maatregelen is daarbij van wezenlijk belang. Bij de subsidieaanvraag dient daarom duidelijk het beoogde resultaat aan gegeven te worden. De omvang van het subsidiebedrag is afhankelijk van het beoogde resultaat in termen van duurzaamheid en de integrale afweging in vergelijking tot de andere ingediende tenderprojecten. Voorkómen is beter dan opnieuw genezen Revitalisering / herstructurering dient een eenmalige grote operatie te zijn. Na afronding dienen de voorwaarden en organisatie aanwezig te zijn om het duurzame kwaliteitsniveau op het bedrijventerrein ook in de toekomst te handhaven, het terrein voortdurend ‘up- to-date’ te houden en grote inhaalslagen in de toekomst te voorkomen. Het PIRB stelt daarom bij toekenning van subsidie aanvullende voorwaarden ten aanzien van de organisatorische omgeving van het project (speerpunt 3). Denk hierbij aan het opzetten van een adequate stuur- en werkgroepstructuur met duidelijk geformuleerde taken en verantwoordelijkheden en wijze van terugkoppeling en besluitvorming (met name go-no go besluiten). Daarnaast stelt het PIRB aanvullende voorwaarden aan het voorsorteren op de toekomstige beheerstructuur (bijv. terreingericht platform van ondernemers). Tot slot zal bij de beoordeling van de aanvraag ook worden bezien of in voldoende mate in financiële zin garanties zijn opgezet om te voorkomen, dat er in de toekomst opnieuw grote financiële tekorten zijn om veroudering tegen te kunnen gaan. Bij deze garanties wordt met name gedacht aan de wijze waarop in de exploitatie van onderhoud en beheer budgetten, reserveringen en afschrijvingen zijn opgenomen. Ontwikkelingsregeling Het PIRB is opgezet als een ontwikkelingsregeling. Dit houdt in dat bij de aanvraag van subsidie geen strak geformuleerd aanvraagformulier is gevoegd; het formulier kent enige flexibiliteit. Daarom wordt gevraagd bij het aanvraagformulier tevens een projectplan in te dienen, waarin de verschillende onderdelen van het project worden beschreven en een integrale afweging plaatsvindt. Hierna wordt beschreven voor welke projecten u een beroep kunt doen op het programma, hoe u die kunt aanvragen en welke criteria en afwegingen de provincie Noord-Holland in de beoordeling zal maken.

1.3

Voor wie?

Aanvragers van subsidiegelden kunnen zijn: • Overheden (gemeenten); • Bedrijven; • Organisaties zoals bedrijvenverenigingen, industriekringen en Kamers van Koophandel;

hoofdstuk 1

7

• • • •

Energie- en waterleveranciers; Milieu- en maatschappelijke organisaties; Projectontwikkelaars en adviesbureaus; Samenwerkingsverbanden van verschillende bedrijven of bedrijventerreinen.

Samenwerkingverband Een samenwerkingsverband is een verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit en bestaat uit minstens twee natuurlijke personen of rechtspersonen die niet in een groep verbonden zijn. In het samenwerkingsverband dient ten minste één ondernemer deel te nemen. Bij een aanvraag door een samenwerkingsverband is vereist dat één van de deelnemers van het samenwerkingsverband de aanvraag indient, mede namens de andere deelnemers (penvoerder). Dat betekent dat de penvoerder bij de aanvraag machtigingen toevoegt van de andere deelnemers en een overeenkomst waarin de samenwerking is geregeld. In deze overeenkomst is aandacht voor de volgende onderwerpen: • • • • Deelnemers in het samenwerkingsverband; Doelstelling van de samenwerking; Verdeling van de kosten en risico’s tussen de deelnemers; Verdeling van de subsidie over de deelnemers; Wie verantwoordelijk is voor het voeren van de administratie.

Met het oog op continuïteitswaarborg tijdens het ontwikkelingstraject is vereist dat tevens aandacht besteed wordt aan: • • • Wijze van samenwerking tussen de deelnemers; Duur van de samenwerking; Rechthebbende op de projectresultaten.

De penvoerder verzorgt niet alleen de aanvraag van de subsidie, maar ook de uitvoering van de verplichtingen en de afhandeling van de subsidie.

1.4

Voor wat?

Het Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen is opgezet voor zowel de duurzame herstructurering van bestaande terreinen als de ontwikkeling van nieuwe duurzame terreinen. Doel is om op deze bedrijventerreinen efficiënt ruimtegebruik en een hoogwaardige kwaliteit te realiseren en te behouden. In alle fasen van herstructurering / ontwikkeling van een bedrijventerrein kan een beroep worden gedaan op het programma.

1.5

Voorwaarden

Bij een aanvraag gelden de volgende voorwaarden:

8

hoofdstuk 1

• • • • • • •

Overlegging van een projectplan waarin een integrale afweging van de te nemen maatregelen is gemaakt en expliciet de duurzaamheidsaspecten en de te verwachten effecten worden beschreven; Overlegging van een begroting met toelichting; Bij een ontwikkelingsproject: overlegging van een inventarisatierapport; Bij een investerings- of haalbaarheidsproject (technisch / organisatorisch): overlegging van het masterplan dat op het terrein betrekking heeft; Bij een aanvraag van een cluster van terreinen moet de begroting over de terreinen gesplitst zijn; Bij een aanvraag door een samenwerkingsverband: overlegging van de samenwerkingsovereenkomst; De aanvrager moet aantonen dat hij de benodigde personele capaciteit heeft voor het project; In geval van de ontwikkeling van een nieuw terrein of de uitbreiding van een bestaand terrein moet binnen 48 maanden worden gestart met de aanleg ervan;

1.6

Beoordelingscriteria

Beoordelen op resultaat Met het PIRB zal het resultaat van maatregelen beoordeeld worden. Dit betekent, dat bijvoorbeeld niet de inzet van het procesmanagement of de innovatieactiviteit richtinggevend is voor het toekennen van subsidie, maar de beoogde concrete resultaten van de te subsidiëren activiteiten. Bij de subsidie-aanvraag dient u daarom het beoogde resultaat aan te gegeven. De beoordeling vindt plaats op basis van redelijkheid en waarschijnlijkheid en eerdere ervaringen in soortgelijke projecten (zie ook paragraaf 1.2 ‘tenderprocedure’). Ten aanzien van het resultaat voor het gehele provinciale programma wordt gestreefd naar: • Een over alle gesubsidieerde projecten gesaldeerd rendement van 15% ruimtebesparing in bruto hectare bedrijventerrein in 2005. Daarmee wordt aangesloten op de doelstellingen in het streekplan. Daarmee kan het percentage ruimtebesparing per terrein, afhankelijk van de situatie, verschillen; • Een voor de periode 2006-2007 door GS nader vast te stellen ruimtebesparing over alle gesubsidieerde projecten in bruto hectare bedrijventerrein. • Ondersteuning van revitalisering / herstructurering van in totaal 2.000 ha. bruto bedrijventerrein in 2007. • Minstens 10 % van de door de provincie beschikbaar gestelde middelen moeten gerelateerd zijn aan milieuaspecten zoals beschreven in Deelverordening innovatief ruimtegebruik op bedrijventerreinen. De provincie zal jaarlijks monitoren. Aan de hand van deze monitoring zal eind 2005 worden geëvalueerd, waarbij met name wordt bekeken of de doelstelling van 15% ruimtebesparing in 2005 moet worden bijgesteld voor de periode 2006-2007. Regionaal maatwerk

hoofdstuk 1

9

Projecten dienen aan te sluiten op de voorgestane economische ontwikkeling van de regio waarbinnen het project zal worden uitgevoerd. Daarom worden projecten bij de subsidieaanvraag ook beoordeeld op de volgende criteria: • Draagt het project bij aan (het scheppen van) een gezonde en duurzame regionale economische groei, zoals geformuleerd in het betreffende RES-programma? • Sluit het project aan op de vraag in de regio (bijv. behoefte aan veel woon-werkeenheden of juist hoge kantoorcomplexen)? Bij de subsidieaanvraag dienen deze vragen beantwoord en gemotiveerd te worden (checklist hoofdstuk 2). Veiligheid, leef- en werkklimaat In het project dient nadrukkelijk aandacht te zijn besteed aan de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het thema veiligheid. Aangegeven dient te worden hoe sociale veiligheid, maar ook milieu- en verkeersveiligheid (calamiteitenbeheer) zijn meegenomen en worden gewaarborgd. In de checklist (hoofdstuk 2) komt dit aan de orde. Het thema veiligheid hangt nauw samen met een prettig leef- en werkklimaat op (en rondom) een bedrijventerrein. Daarom dient tevens aangegeven te worden hoe de leef- en werkkwaliteit in het project is meegenomen en wordt gewaarborgd (checklist hoofdstuk 2). Minimis-regel Het PIRB gaat uit van de minimis-regel: de Europese Commissie heeft in een verordening (69/2001) bepaald dat er geen sprake is van staatssteun indien de totale subsidie die over een periode van drie jaar aan eenzelfde onderneming wordt verstrekt, niet hoger is dan € 100.000,-. Subsidiebedragen tot dit bedrag hoeven dus niet worden aangemeld bij de Europese Commissie. De Europese Commissie verlangt wel dat de subsidieverstrekkende overheid van de aanvrager een verklaring krijgt, waaruit blijkt hoeveel subsidie over de laatste drie jaren is ontvangen (zie aanvraagformulier ‘europese regelgeving’). Voor ondernemingen in de vervoers- en productiesector en de verwerking en verhandeling van landbouw-, visserij- en acquacultuurproducten is de minimis-regel niet van toepassing

1. Criteria subsidiëring procesmanagement Resultaat Resultaat van het geven van subsidie op procesmanagement moet bestaan uit drie onderdelen: • Aantoonbare voortgang van het revitaliserings-/herstructureringsproces, dan wel conceptontwikkeling voor een nieuw bedrijventerrein; aangetoond door middel van concreet vastgelegde voortgangsbesluiten voor een volgende ontwikkelingsfase van het project of proces;

10

hoofdstuk 1

Opgerichte beheer- of parkmanagementorganisatie, waarin in ieder geval zijn vertegenwoordigd: de terreinbeheerder, de gemeente, eigenaren en eigenaren/gebruikers op het betreffende bedrijventerrein, compleet met werkplan voor de komende twee jaar; Aangegeven wordt op welke wijze de financiering van de beheerorganisatie en van het feitelijk beheer van de openbare ruimte in de toekomst door de terreinbeheerder zal worden vormgegeven en gefinancierd.

Subsidiebijdrage Subsidie wordt verstrekt over het uitvoeren van het benodigde aanvullende procesmanagement, met een maximum inzet van 1 werkdag per week gedurende 42 werkweken, in de periode van 12 kalendermaanden. De kosten van dit procesmanagement worden tegen nader vastgesteld dagtarief en voor maximaal 75% van de kosten door de provincie gesubsidieerd. Subsidie op procesmanagement kan maximaal twee maal worden toegekend, in de oriëntatie-, de masterplan- en/of de uitvoeringsfase. Cofinanciering In het PIRB wordt er van uitgegaan, dat voorbereidingen voor het “besteksgereed” maken gerekend kunnen worden tot het “bedrijfseigen werk” van de gemeente en deze werkzaamheden daarmee niet subsidiabel zijn. Deze werkzaamheden van de gemeenten kunnen wel worden opgevoerd als cofinanciering, mits in uren of middelen in de gemeentebegroting of daarvan afgeleid document inzichtelijk gemaakt. 2. Criteria subsidiëring oriëntaties, masterplannen en uitvoeringsvoorbereiding voor duurzame revitalisering/herstructurering en ontwikkeling van nieuwe duurzame bedrijventerreinen. Resultaat Concrete rapportage, dan wel plan of bestek, conform de richtlijnen van de oude provinciale programma’s (Deelverordening Herstructurering Bedrijventerreinen Noord-Holland en Deelverordening Duurzame Inrichting Bedrijventerreinen Noord-Holland). In de juridische uitwerking van de deelverordening zal zo veel mogelijk worden aangesloten bij definiëringen zoals deze in rijksregelingen worden toegepast, zoals de Duurzame Bedrijventerreinen Regeling van het Ministerie van Economische Zaken. Dit om zoveel mogelijk eenduidigheid te creëren.

Subsidiebijdrage De bijdrage wordt gebaseerd op de voorwaarden zoals in de oude regelingen (Deelverordening Herstructurering Bedrijventerreinen Noord-Holland en Deelverordening Duurzame Inrichting Bedrijventerreinen Noord-Holland) opgenomen: subsidie voor extern onderzoek bedraagt ten hoogste 50% van de kosten van het extern onderzoek, met een maximum van € 11.500,-. Cofinanciering

hoofdstuk 1

11

Voor de cofinanciering wordt uitgegaan van de participanten in het betreffende project. 3. Criteria subsidiëring innovatief ruimtegebruik Resultaat Resultaat van het geven van subsidie op activiteiten gericht op innovatief ruimtegebruik hebben betrekking op: • verbeterde duurzame inpassing van het bedrijventerrein in de omgeving en binnen de voorgestelde segmentering van bedrijventerreinen, conform het vigerende streekplan. Ten aanzien van het bepalen van verbeterde inpassing wordt uitgegaan van een voorontwerpbestemmingsplan na goedkeurend advies van de PPC; • meervoudig grondgebruik, waarbij gedacht kan worden aan meerlaags, boven- en/of ondergronds, dan wel een gemeenschappelijk gebruik van niet-openbaar terrein door meerdere bedrijven op basis van een samenwerkingsafspraak; • intensivering van het grondgebruik, dat kan worden aangetoond door een verminderd beroep op extra ruimte. Dat wil zeggen, dat verminderde behoefte aan aantal hectaren bedrijventerrein doorslaggevend is en niet het aantal arbeidsplaatsen, geproduceerde meerwaarde of ander criterium dat als intensivering van grondgebruik zou kunnen worden gehanteerd; • terugdringen van de milieubelasting of aantasting van de leefbaarheid als gevolg van de innovatieactiviteit; • garanderen van een goede sociale, milieu- en verkeersveiligheid in samenhang met een prettige leef- en werkkwaliteit op het bedrijventerrein. Als aanvullende voorwaarde wordt gesteld, dat voor de afweging van de gekozen innovatieactiviteiten gebruik is gemaakt van de checklist (integrale afweging in hoofdstuk twee), zoals deze in het kader van het programma is opgesteld. Van alle elementen in de checklist dient te worden aangegeven op welke wijze deze in de planvorming zijn betrokken. Subsidiebijdrage De subsidiebijdrage wordt gegeven voor de onrendabele top van de innovatieactiviteiten met een maximum van 50% en een maximum bedrag van € 100.000,=. Verder wordt een subsidiebijdrage verleend voor (haalbaarheids)onderzoeken in de planvormingsfase van een project. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de totale kosten van het onderzoek, met een maximum van € 11.500,-. Cofinanciering Voor de cofinanciering wordt uitgegaan van de participanten in het betreffende project. 4. Criteria voor subsidiëring van fysieke verbeteringen Resultaat

12

hoofdstuk 1

Aanwijsbare verbetering van het functioneren en de stedenbouwkundige kwaliteit, alsmede een aanwijsbare verbetering van de veiligheid en leef- en werkkwaliteit op het betreffende bedrijventerrein. Subsidiebijdrage De bijdrage wordt gebaseerd op de voorwaarden zoals in de oude regelingen opgenomen: de subsidie voor uitvoering van de fysieke ingrepen (investeringssubsidies) bedraagt ten hoogste 35% van die investeringskosten die niet door opbrengsten of bijdragen van derden gedekt worden. De subsidie is nooit hoger dan de bijdrage die de subsidieaanvrager zelf levert. Cofinanciering Voor de cofinanciering wordt uitgegaan van de participanten in het betreffende project. Tot de cofinanciering mogen worden gerekend kosten gemaakt door de terreinbeheerder/gemeente in het kader van achterstallig onderhoud van de openbare ruimte. Daarbij dient aangetoond te worden: • dat de te subsidiëren aan te brengen fysieke verbetering niet tot het groot onderhoud gerekend kan worden en een extra verbetering betekent; • dat ter voorkoming van herhaling van herstructurering in de toekomst de investering in extra kwaliteitsverbetering gepaard gaat met genormaliseerde afschrijvingen en reserveringen, waaruit toekomstig onderhoud en vervanging bij een zelfde kwaliteitsniveau kan worden gefinancierd.(zie paragraaf 1.2 ) 5. Criteria voor subsidiëring bedrijfsgerichte innovatieprojecten Resultaat Stimulering van innovatief ruimtegebruik hangt nauw samen met bedrijfsactiviteiten. Van bedrijven die gezamenlijk activiteiten ontwikkelen, maar vooral van individuele bedrijfsactiviteiten. Innovatief ruimtegebruik van uitsluitend de openbare ruimte is naar de doelstelling van de regeling te beperkt. In het PIRB wordt innovatief ruimtegebruik door bedrijven alleen onder strikte voorwaarden gesubsidieerd. De resultaten van de activiteiten dienen vooraf inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij wordt aangesloten bij: • verbeterde inpassing van het bedrijf in de omgeving en wel zodanig, dat verplaatsing en daarmee kapitaalvernietiging wordt voorkomen, de bedrijfsvoering wordt verbeterd, hinder op de omgeving aantoonbaar vermindert en eventuele nadelige neveneffecten worden voorkomen; • meervoudig grondgebruik, waarbij gedacht kan worden aan meerlaags, boven- en/of ondergronds, dan wel een gemeenschappelijk gebruik van niet openbaar terrein door meerdere bedrijven op basis van een samenwerkingsafspraak; • intensivering van het grondgebruik, waardoor een verminderd beroep op extra ruimte kan worden aangetoond. Dat wil zeggen, dat verminderde behoefte aan aantal hectaren bedrijventerrein doorslaggevend is en niet het aantal arbeidsplaatsen, geproduceerde

hoofdstuk 1

13

• •

meerwaarde of ander criterium dat als intensivering van grondgebruik zou kunnen worden gehanteerd; terugdringen van de milieubelasting of aantasting van de leefbaarheid als gevolg van de innovatieactiviteit; vergroting van de veiligheid.

Subsidiebijdrage De subsidie heeft uitsluitend betrekking op haalbaarheidsonderzoeken. De subsidie bedraagt maximaal 25% van de totale kosten met een maximum van € 25.000. Voor de subsidiebijdrage kan geen beroep gedaan worden op subsidieregelingen van het Rijk. De uitvoering van het onderzoek maakt geen integraal onderdeel uit van de convenantafspraken, zoals deze door het Rijk met tal van bedrijfstakken en branches reeds zijn gemaakt. Cofinanciering Voor de cofinanciering wordt uitgegaan van de participanten in het betreffende project.

14

hoofdstuk 1

hoofdstuk 1

15

2.

INTEGRALE AFWEGING

Wanneer u subsidie aanvraagt, dient een integrale afweging te hebben plaats gevonden tussen de draagkracht van de locatie en de feitelijke mogelijk te nemen duurzaamheidsmaatregelen. Onderstaande checklist van duurzaamheidsaspecten moet bij deze integrale afweging doorlopen worden. Bij het aanvraagformulier moet een projectbeschrijving / projectplan gevoegd worden, waarin aandacht moet worden besteed aan onderstaande aspecten (indien een aspect niet van toepassing is, moet dit ook aangegeven en gemotiveerd worden): Hoogwaardig • Is getracht de woonfunctie op het terrein zoveel mogelijk te beperken?

Indien wonen op het terrein noodzakelijk is, is dan rekening gehouden met een goed samengaan van wonen en werken. M.a.w. is wonen goed ingepast én vormt de woonfunctie geen belemmering voor de toekomst? Houdt het project rekening met de historie van het gebied (aanhaken op historische ontwikkeling en oude patronen)?

Wordt een optimale bereikbaarheid voor bedrijven en bewoners gegarandeerd?

16

hoofdstuk 2

Duurzaam • Is getracht een goede landschappelijke inpassing te realiseren?

Wordt een goede leef- en werkkwaliteit gegarandeerd?

Is rekening gehouden met duurzame waterhuishouding?

Is rekening gehouden met duurzame energie?

hoofdstuk 2

17

Is rekening gehouden met een hoogwaardig voorzieningenniveau?

Is rekening gehouden met sociale veiligheid en criminaliteitspreventie?

Is rekening gehouden met milieuveiligheid?

Is rekening gehouden met verkeersveiligheid?

Is rekening gehouden met HOV / Vervoersmanagement?

18

hoofdstuk 2

Intensief ruimtegebruik • Is getracht het terrein zo intensief mogelijk te benutten (efficiënte verkaveling en benutten van de randen van het terrein) en welke afwegingen zijn daarbij gemaakt?

Wordt meervoudig ruimtegebruik toegepast?

Is sprake van een selectief vestigingsbeleid / zonering / segmentering?

Organisatie en beheer • Is organisatie en beheer na de uitvoeringsfase van het project georganiseerd?

Is de continuïteit van het project gewaarborgd en op welke wijze?

hoofdstuk 2

19

Financiën • Welke aanpassingen / maatregelen zijn genomen voor exploitatie in de toekomst ter voorkoming van de grootschalige revitalisering en financiële tekorten? Regionaal maatwerk • Draagt het project bij aan (het scheppen van) een gezonde en duurzame regionale economische groei, zoals geformuleerd in het betreffende RES-programma? • Sluit het project aan op de vraag in de regio (bijv. behoefte aan veel woon-werkeenheden of juist hoge kantoorcomplexen)?

20

hoofdstuk 2

3.

BEGRIPPENKADER

Veroudering Er worden vier soorten / processen van veroudering van een bedrijventerrein onderscheiden: 1. technische veroudering; 2. ruimtelijke veroudering; 3. maatschappelijke veroudering; 4. economische veroudering. • Technische veroudering betreft de fysieke en niet-fysieke infrastructuur, die niet langer als passend gezien worden op de vestigingseisen van bedrijven, zoals slijtage aan materialen, maar ook het ontbreken van bijvoorbeeld glasvezelkabel, een te smal wegprofiel of het ontbreken van OV voor arbeidsintensieve bedrijven. Ruimtelijke veroudering betreft de inrichting en lay-out van het bedrijventerrein, maar ook de ruimtelijke inpassing in de omgeving. Tot ruimtelijke veroudering kunnen ook sociale veiligheid en andere leefbaarheidaspecten worden gerekend, aangeduid als maatschappelijke veroudering. Economische veroudering is het afnemen van de bijdrage, welke het terrein levert aan de economische ontwikkeling van de stad of regio (bruto regionaal product, aantal arbeidsplaatsen) maar ook afname van de grondwaarde en het bedrijfsonroerend goed op het bedrijventerrein doordat perceel en gebouw incourant zijn geworden.

Grootonderhoud Het uitvoeren van achterstallig onderhoud van de fysieke elementen van het bedrijventerreinen. Meestal beperkt grootonderhoud zich tot de openbare ruimte en is het onderhoud van gevels en onbebouwde private ruimte overgelaten aan het initiatief van de betreffende eigenaar. Revitaliseren Opknappen van zowel de openbare als private onbebouwde ruimte opgeknapt, waarbij gelijktijdig de inrichting aan de eisen van de tijd wordt aangepast (herinrichting van gevel tot gevel).

hoofdstuk 3

21

Herstructurering Het aanpassen van de structuur en het profiel van het terrein, dat wil zeggen een proces naar vestiging van een ander type bedrijven, aanpassen van de verkaveling, routering en transformatie van het terrein. Herstructureren is vergaand en vraagt daarmee veel doorlooptijd. Duurzaamheid “…het voorzien in behoeften van de huidige samenleving, waarbij de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet beperkt worden”1. Duurzaam bedrijventerrein Een terrein waar voorzieningen zijn gerealiseerd op de gebieden energie, water, grondstoffen, afval, utiliteiten, faciliteiten, gebouwen, verkeer en vervoer en ruimtelijke inrichting, die leiden tot een lagere milieubelasting en een verminderd ruimtegebruik. Naast de integratie van milieu, economie en ruimte in het ontwerp is de organisatorische verankering en de financieel-economische en juridische haalbaarheid van duurzame toepassingen of maatregelen2 belangrijk. Innovatief ruimtegebruik Innovatief ruimtegebruik is het op een innovatieve wijze omspringen met de (schaarse) ruimte, met als doel ruimtebesparing. Innovatief ruimtegebruik kan onderverdeeld worden in intensief, selectief en hoogwaardig ruimtegebruik. • Intensief ruimtegebruik: zo efficiënt mogelijk benutten van de bruto beschikbare hoeveelheid bedrijventerrein. Bijvoorbeeld door het vergroten van de bouwhoogte; meervoudig ruimtegebruik; gemeenschappelijk grondgebruik of het beter benutten van restruimtes en ongebruikte kavels. Selectief ruimtegebruik: zo efficiënt mogelijke verdelen van soorten bedrijvigheid over de beschikbare hoeveelheid bedrijventerrein(-en). Efficiëntie kan worden bevorderd door het selectief toedelen van ruimte (met vooraf bepaalde kwaliteiten) aan bedrijven (met specifieke behoeften). Er wordt dan gesproken van zonering, afstemming tussen meerdere terreinen wordt segmentering genoemd. Segmentering van terreinen valt niet onder de nieuwe PIRB. Hoogwaardig ruimtegebruik: zo hoog mogelijke opbrengst per hectare bedrijventerrein bij zogeheten hoogwaardige bedrijven. Hoogwaardige bedrijven vragen meestal kwalitatieve uitstraling, voorzieningen en ontwikkelingsmogelijkheden. De afgrenzing tussen de hoogst mogelijke opbrengst per hectare in relatie tot de definiëring hoogwaardigheid is echter niet eenduidig te maken.

1

2

Gedefinieerd door de Commissie Brundtland van de Verenigde Naties in 1987. Zie ook: Ministerie van Economische Zaken, Duurzame Bedrijventerreinen, Handreiking voor het management van bedrijven en overheid, 1998

22

hoofdstuk 3

Beheer en parkmanagement Beheer en parkmanagement spelen een sleutelrol om de kwaliteit op een bedrijventerrein op langere termijn te waarborgen. Door goed georganiseerd beheer kan voorkomen worden dat na een aantal jaren opnieuw een grote en kostbare opknapoperatie noodzakelijk is. Bedrijven kan een basispakket aan voorzieningen worden aangeboden dat bij uitgifte verplicht wordt gesteld.

hoofdstuk 3

23

24

hoofdstuk 3

hoofdstuk 3

25

Programma Innovatief Ruimtegebruik op Bedrijventerreinen

14 januari 2003