Naar een doortimmerd Masterplan: opzet en voorbeeld voor een duurzaam bestaand bedrijventerrein

Masterplan bedrijventerrein Oudeveld

Voorwoord
Voorwoord
Het programma Duurzame Bedrijventerreinen (DBT) - namens het ministerie van Economische Zaken uitgevoerd door Novem - stimuleert bedrijven, overheden en andere organisaties bij de opzet van duurzame bedrijventerreinen. Dit gebeurt door het uitwisselen van kennis en ervaringen en door het verstrekken van subsidies. Belangrijk in het proces van verduurzaming is samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheden, gericht op het verbeteren van het (bedrijfs)economisch resultaat, vermindering van de milieubelasting en een efficiënter gebruik van de ruimte. In het kader van het DBT-programma hanteert Novem een procesmodel van 5 stappen naar verduurzaming van een bedrijventerrein. wijze van de projectorganisatie. Daarnaast geeft het masterplan inzicht in organisatorische, financiële en juridische aspecten van de samenwerking. Op basis van het masterplan nemen bedrijven en overheden formeel een besluit over de deelname aan de duurzame ontwikkeling op een terrein. In 2002 organiseerde Novem bijeenkomsten voor verschillende doelgroepen die bij verduurzaming van bedrijventerreinen zijn betrokken (provincies, gemeenten, bedrijven, adviesbureaus) om hun kennisvraag en –aanbod in beeld te brengen. Een van de geconstateerde kennisleemtes was het ontbreken van een voorbeeld masterplan. Vragen ten aanzien van het masterplan waren: • welke inhoudelijke eisen dient men te stellen aan een masterplan voor nieuwe respectievelijk bestaande terreinen? • hoe ziet de structuur van een masterplan er uit? • welke onderwerpen zijn relevant, plus mate van detaillering? • voorbeelden van maatregelen(pakketten). Deze publicatie formuleert een antwoord op deze vragen voor een bestaand terrein. Voor nieuwe terreinen is een afzonderlijke publicatie gemaakt.

Stappen procesgang 1. Initiëring 2. Oriëntering 3. Besluitvorming 4. Vormgeving 5. Uitvoering

Omschrijving fase Formuleren gemeenschappelijke ambities. Inventarisatie kansen en mogelijkheden voor duurzame maatregelen. Opstellen masterplan als basis voor besluitvorming over gemeenschappelijke uitvoering. Uitwerking initiatieven tot concrete projectvoorstellen. Realisatie projecten.

Binnen het proces van verduurzaming neemt het masterplan een centrale plaats in. Een masterplan voor verduurzaming van een bedrijventerrein wordt vanuit het programma DBT als volgt omschreven.

Masterplan
Een masterplan is een plan waarin is vastgelegd hoe betrokken bedrijven en overheden gezamenlijk de aanpak van kansrijke (milieu)thema’s op het terrein willen vormgeven, uitgewerkt in direct uitvoerbare maatregelen en potentieel uitvoerbare maatregelen. Tevens zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden verdeeld. Het plan geeft een toelichting op het resultaat waar betrokken partijen naar streven, een overzicht van geselecteerde projecten en de samenstelling en werk-

3

4

Inleiding
Inleiding
DOELSTELLING Dit document is een handreiking voor de structuur, inhoud en maatregelen van een masterplan voor een gemengd bestaand bedrijventerrein. De in dit document gebruikte voorbeelden hebben hun waarde in de praktijk bewezen. FUNCTIES MASTERPLAN Deze publicatie geeft de mogelijke opzet van een masterplan weer. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de fasen 1 en 2 (het formuleren van ambities en het inventariseren van kansen en mogelijkheden voor duurzame maatregelen) al zijn afgerond. In fase 3 (besluitvorming) kan een masterplan op verschillende momenten verschillende functies hebben: • afronden van de voorbereidingsfase en vastleggen van gezamenlijke afspraken; • structureren van het samenwerkingsproces door het vastleggen van de gezamenlijke aanpak van kansrijke (milieu)thema’s in een procesdocument of projectenplan; • vastleggen van de organisatorische opzet van de samenwerking op korte (stuurgroep, projectgroep/planteam, werkgroepen) en langere termijn (parkmanagement, ontwikkelingsmaatschappij); • vastleggen van de gezamenlijke visie en ambities voor de lange termijn. Bij elk van deze mogelijke functies vormt het masterplan een communicatiemiddel tussen de belangrijkste betrokken partijen, met als doel vrijblijvendheid te overstijgen en concrete afspraken te maken. De opstellers van een masterplan denken na over prioriteiten en samenhang in aanpak, organisatie en financiering van duurzaamheidsmaatregelen. Het is zinvol het terrein te bekijken in relatie tot andere bedrijventerreinen in de gemeente en regio. Er moet een verband bestaan tussen het masterplan voor het betreffende terrein en het werklocatiebeleid van de gemeente en eventueel de regio als geheel. Bovendien vergen bepaalde duurzaamheidsmaatregelen een zekere kritische massa die veelal alleen op hoger schaalniveau kan worden gerealiseerd. DOELGROEPEN Dit voorbeeld masterplan is vooral bedoeld voor de volgende partijen die betrokken zijn bij de (her)ontwikkeling van duurzame bedrijventerreinen: • bedrijven die op het terrein zijn gevestigd (eigenaar/directeuren en bedrijfsleiding/facility management); • vertegenwoordigers van het georganiseerde bedrijfsleven (zoals Kamer van Koophandel, ondernemersvereniging en/of industriële kring); • gemeenten (ambtelijk en bestuurlijk niveau); • andere partijen die infrastructuur ontwikkelen, diensten leveren of randvoorwaarden stellen zoals nutsbedrijven, waterschap, brandweer, etc. In Nederland worden de meeste bestaande bedrijventerreinen gerevitaliseerd of geherstructureerd vanuit de samenwerking tussen bedrijven/ondernemers en gemeenten. Voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is de inbreng van de gemeente een belangrijke factor, maar veel besluiten hangen samen met de individuele bedrijven waarvoor de ondernemers uiteindelijk bereikt moeten worden. UITGANGSPUNTEN Bij het opstellen van een masterplan hanteert Novem de volgende uitgangspunten: • omvang: circa 25 pagina’s, inclusief korte managementsamenvatting. • opzet: inhoudelijke, organisatorische, procesmatige, juridische en financiële zaken. • tijdsperspectief: zowel korte termijn plannen (3-4 jaar) als doorkijk naar perspectief op langere termijn. • ruimtelijk schaalniveau: maatregelen die betrekking hebben op het bedrijventerrein als geheel, deelgebieden c.q. segmenten van het terrein, respectievelijk lokaal/gemeentelijk of regionaal niveau. • fasering van maatregelen: planvorming/ontwerp, terreinaanleg. uitgifte/bedrijfshuisvesting, bedrijfsprocessen/beheer. • onderscheiden verantwoordelijkheden: gemeente, bedrijfsleven, regionale ontwikkelingsmaatschappij en op langere termijn parkmanagement.

5

6

GEBRUIK VOORBEELD MASTERPLAN Een masterplan moet minimaal inzicht geven in besluiten over de uitvoering van bepaalde duurzaamheidsmaatregelen (concrete projecten of nadere studies), de daarvoor benodigde organisatie en de financiering. Deze handreiking biedt een overzicht van zaken die in een masterplan voor verduurzaming van een bestaand bedrijventerrein kunnen worden meegenomen. Elk masterplan is echter maatwerk. Er zijn immers verschillen in de uitgangssituatie, het nagestreefde profiel van het terrein, de ambities van de betrokken partijen en de randvoorwaarden. Deze handreiking kan worden gebruikt als een soort cafetariasysteem waaruit u naar eigen inzicht kunt putten. LEESWIJZER Deze handreiking suggereert de volgende opbouw van een masterplan. 1. Uitgangssituatie. 2. Knelpunten en kansen. 3. Ambities en doelen. 4. Duurzaamheidsmaatregelen. 5. Organisatie/communicatie. 6. Kosten en financiering. Op de rechterpagina’s wordt telkens ingegaan op: • het doel van het hoofdstuk; • de mogelijke inhoud; • de taakverdeling tussen betrokkenen bij de keuzes die in het masterplan moeten worden gemaakt; • de aanpak en bronnen om de informatie te verzamelen; • voorbeelden en verwijzingen naar andere informatiebronnen. Op de linkerpagina’s wordt het betreffende hoofdstuk uitgewerkt voor een fictief bestaand bedrijventerrein Oudeveld in de gemeente Oudeveen.

7

Inhoudsopgave
1. Uitgangssituatie Oudeveld 1.1 Inleiding 1.2 Terreinkenmerken 1.3 Bedrijvskenmerken 1.4 Aanleiding masterplan 1.5 Beleidscontact 1.5.1 Bedrijfsniveau 1.5.2 Gemeentelijk niveau 1.5.3 Bovengemeentelijk niveau Knelpunten en kansen Oudeveld 2.1 Inleiding 2.2 knelpunten 2.3 Kansen Algemene ambities en doelstellingen Oudeveld 3.1 Inleiding 3.2 Ambities 3.3 Doelstellingen Duurzaamheidsmaatregelen Oudeveld 4.1 Inleiding 4.2 Bereikbaarheid en verkeersveiligheid 4.2.1 Achtergrond 4.2.2 Doel 4.2.3 Maatregelen 4.3 Uitstraling en terreinbeheer 4.3.1 Achtergrond 4.3.2 Doel 4.3.3 Maatregelen 4.4 Zorgvuldig Ruimtegebruik 4.4.1 Achtergrond 4.4.2 Doel 4.4.3 Maatregelen 12 12 12 12 12 14 14 14 14 16 16 16 16 20 20 20 20 24 24 24 24 24 24 24 24 26 26 26 26 26 26 5.

4.5 Collectieve afvalinzameling/verwerking 4.5.1 Achtergrond 4.5.2 Doel 4.5.3 Maatregelen 4.6 Energie 4.6.1 Achtergrond 4.6.2 Doel 4.6.3 Maatregelen 4.7 Personeelsvoorziening 4.7.1 Achtergrond 4.7.2 Doel 4.7.3 Maatregelen

28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 30 30

2.

3.

4.

Organisatie en communicatie Oudeveld 32 5.1 Inleiding 32 5.2 Uitvoeringsorganisatie 32 5.2.1 Organisatie op korte termijn 32 5.2.2 Projectleider/procesmanager 32 5.2.3 Werkgroepen 32 5.3 Toekomstige organisatie 34 5.3.1 Ondernemersvereniging 34 5.3.2 Projectbestuurder en bedrijvenloket gemeente 34 5.3.3 Parkmanagementorganisatie 34 5.4 Comunicatie 36 Planning, kosten en financiering Oudeveld 6.1 Planning 6.2 Kosten en Financiering Managementsamenvatting Oudeveld 38 38 38 42 44 46 48

6.

7.

Bijlage: 1. Duurzaam Oudeveld Project Bereikbaarheid en verkeersveiligheid 2. Duurzaam Oudeveld Project Uitstraling en terreinbeheer 3. Duurzaam Oudeveld Project Zorgvuldig Ruimtegebruik

8

voorbeeld

Inhoudsopgave
Voorwoord Inleiding 1. Uitgangssituatie terrein 1.1 Doel hoofdstuk 1.2 Mogelijke inhoud 1.2.1 Terreinkenmerken 1.2.2 Bedrijfskenmerken 1.2.3 Aanleiding masterplan 1.3 Taakverdeling 1.4 Aanpak/informatiebronnen 1.5 Voorbeelden/referenties 2 Knelpunten en kansen 2.1 Doel hoofdstuk 2.2 Mogelijke inhoud 2.3 Taakverdeling 2.4 Aanpak/informatiebronnen 2.5 Voorbeelden/referenties Algemene ambities en doelstellingen 3.1 Doel hoofdstuk 3.2 Mogelijke inhoud 3.2.1 Ambities 3.2.2 Doelen 3.3 Taakverdeling 3.4 Aanpak/informatiebronnen 3.5 Voorbeelden/referenties Duurzaamheidsmaatregelen 4.1 Doel hoofdstuk 4.2 Duurzame ruimtelijke inrichting 4.2.1 Taakverdeling 4.2.2 Aanpak/informatiebronnen 4.2.3 Voorbeelden/referenties 4.2.3 Websites 3 5 13 13 13 13 13 13 15 15 15 17 17 17 19 19 19 21 21 21 21 21 23 23 23 25 25 25 27 27 27 27

4.3 Duurzame bedrijfsprocessen 4.3.1 Taakverdeling 4.3.2 Aanpak/informatiebronnen 4.3.3 Voorbeelden/referenties 4.3.4 Websites 4.4 Sociale duurzaamheid 4.4.1 Taakverdeling 4.4.2 Aanpak/informatiebronnen 4.4.3 Voorbeelden/referenties 5 Organisatie en communicatie 5.1 Doel hoofdstuk 5.2 Organisatie 5.2.1 Taakverdeling 5.2.2 Aanpak/informatiebronnen 5.2.3 Voorbeelden/referenties 5.3 Communicatie 5.3.1 Mogelijke inhoud 5.3.2 Taakverdeling 5.3.3 Aanpak/informatiebronnen 5.3.4 Voorbeelden/referenties Planning, kosten/financiering 6.1 Doel hoofdstuk 6.2 Mogelijke inhoud 6.2.1 Planning 6.2.2 Kosten en financiering 6.2.3 Taakverdeling 6.2.4 Aanpak/informatiebronnen 6.2.5 Voorbeelden/referenties

27 29 29 29 29 29 31 31 31 33 33 33 35 35 35 35 35 37 37 37 39 39 39 39 39 39 39 39 58 59

3

6.

4.

Begeleiding/klankbordgroep Informatiebronnen

theorie 9

4. Duurzaam Oudeveld Project Collectieve afvalinzameling/verwerking 5. Duurzaam Oudeveld Project Energie 6. Duurzaam Oudeveld Project Personeelsvoorzieningen 7. Duurzaam Oudeveld Project Voorbereiding parkmanagement

50 52 54 56

10

voorbeeld

theorie 11

1. Uitgangssituatie Oudeveld
1.1 INLEIDING Ondernemersvereniging Oudeveen en de gemeente Oudeveen hebben gezamenlijk geconstateerd dat op bedrijventerrein Oudeveld een aantal zaken verbetering behoeft. Beide organisaties hebben uitgesproken een bijdrage te willen leveren aan de verbetering van de kwaliteit van het bedrijventerrein. Gezamenlijk is dan ook een aanpak ontwikkeld die nader wordt toegelicht in dit masterplan. In dit plan worden eerst de belangrijkste kenmerken van bedrijventerrein Oudeveld beschreven, vervolgens worden de bedrijven op Oudeveld en de aanleiding van het masterplan in beeld gebracht. Daarna komen achtereenvolgens aan de orde de ambities, de doelstellingen, de aanpak en tot slot de taakverdeling. 1.2 TERREINKENMERKEN Bedrijventerrein Oudeveld is het belangrijkste bedrijventerrein van de gemeente Oudeveen. Een aanzienlijk deel van de lokale werkgelegenheid en economische ontwikkeling vindt plaats op dit terrein. Zowel de gemeente als ondernemers hechten waarde aan kwaliteitsverbetering en verdere economische ontwikkeling op Oudeveld. Nieuwe vestiging op Oudeveld is niet meer mogelijk omdat alle kavels zijn uitgeven. Bedrijven die zich bij de gemeente melden voor een perceel komen op de wachtlijst. Het provinciaal beleid zoals in het provinciaal omgevingsplan is vastgelegd, biedt geen ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen in de gemeente Oudeveen. De provincie biedt wel subsidie voor efficiënter gebruik en revitalisering van de bestaande bedrijventerreinen. De uitgifte van bedrijventerrein Oudeveld is halverwege de jaren zeventig gestart. Het terrein is ongeveer 200 hectare groot (bruto oppervlakte) en herbergt circa 250 voornamelijk kleinere en middelgrote bedrijven en enkele grote bedrijven. Oudeveld heeft vooral een lokale en regionale functie en is goed voor zo’n 4.800 arbeidsplaatsen. De oudste delen van het terrein zijn ruim 30 jaar oud en zijn toe aan een opknapbeurt. Het terrein ligt ten oosten van de kern Oudeveen, vlak aan de afrit van de rijksweg A21. De belangrijkste ontsluitingsweg van het terrein sluit direct aan op deze afrit. De kern van het dorp Oudeveen is sinds de ontwikkeling van Oudeveld aanzienlijk uitgebreid. Regelmatig is er sprake van verkeersoverlast, onder andere door zwaar verkeer van en naar Oudeveld. 1.3 BEDRIJFSKENMERKEN Op basis van de informatie van de gemeente is een overzicht gemaakt van de op Oudeveld gevestigde bedrijven. Deze gegevens zijn door vertegenwoordigers van ondernemersvereniging Oudeveen en de Kamer van Koophandel gecheckt op hun actualiteit. Oudeveld herbergt bedrijven uit de volgende sectoren: • 6 bouw; • 33 detailhandel (auto’s, caravans en bouwmaterialen) en zakelijke dienstverlening; • 77 industrie (vooral metaal en kunststoffen); • 123 groothandel, distributie en logistiek; • 12 overige bedrijven. De meeste bedrijven vallen in milieucategorie 2 en 3 en hebben meldingsplicht voor de milieuvergunning. Twaalf grotere industriële bedrijven hebben een milieuvergunning (categorie 4). Op het bedrijventerrein is de ondernemersvereniging Oudeveen actief waarbij circa 75% van de bedrijven is aangesloten. De ondernemersvereniging is opgericht om kennismaking en onderlinge contacten tussen ondernemers te stimuleren. Daarnaast treedt de ondernemersvereniging op als belangenbehartiger voor de gezamenlijke ondernemers bijvoorbeeld als het gaat om beveiliging (politie surveillance), verkeersontsluiting en beheer van openbare ruimte en groen. Dat gebeurde overigens meestal op basis van klachten van de leden. 1.4 AANLEIDING MASTERPLAN Het terrein Oudeveld is weliswaar niet verloederd, maar in gesprekken en contacten met ondernemers en gemeentebestuurders en -ambtenaren zijn van verschillende kanten zaken benoemd die verbetering behoeven, zoals: • de rommelige uitstraling (buitenopslag, parkeren op de weg, achterstallig

12

voorbeeld

1. Uitgangssituatie terrein
1.1 DOEL HOOFDSTUK Dit hoofdstuk schetst het kader voor het masterplan. Het geeft een typering van het terrein en de daarop gevestigde bedrijvigheid en gaat in op de aanleiding voor de initiatiefnemers om het masterplan op te stellen. 1.2 MOGELIJKE INHOUD • Terreinkenmerken • Bedrijfskenmerken • Aanleiding masterplan

1

1.2.2 Bedrijfskenmerken
• Aantal en type bedrijven: totaal aantal bedrijven op het terrein en onderverdeling naar branches, bedrijfsomvang, milieucategorie (bedrijvenlijst). • Organisatiegraad: aantal bedrijven dat lid is van een bedrijventerreinorganisatie of lokale ondernemersvereniging/industriële kring, belangrijkste trekkers, functie van ondernemersorganisatie (bijvoorbeeld sociaal, kennisuitwisseling, belangenbehartiging, stimulering van gezamenlijke acties, etc.). • Huidige samenwerking: bestaande initiatieven voor gezamenlijke acties, relatie met gemeente, e.d..

1.2.3 Aanleiding masterplan 1.2.1 Terreinkenmerken
• Omvang: grootte, verdeling over bedrijfskavels respectievelijk openbare ruimte (wegen, groen, water, etc.), aantal en omvang van nog uitgeefbare kavels, aantal en omvang van kavels die niet in gebruik zijn. • Geschiedenis en ontwikkeling: vanaf wanneer is het terrein uitgegeven, met welke snelheid en fasering, eventuele mijlpalen. • Ruimtelijke kwaliteit/uitstraling: hierbij kan een overzicht van relevante beoordelingscriteria een hulpmiddel zijn, bijvoorbeeld percentage groen en water, overzichtelijkheid van het terrein, eenduidigheid in wegenstructuur, uitstraling en onderhoud van bedrijfspanden, onderhoud van het openbaar c.q. privaat groen, staat van onderhoud infrastructuur, uitstraling van de buitenopslag, parkeren op de openbare weg, reclame-uitingen, leegstand, e.d.. • Ligging: beschrijving van de ligging van het terrein ten opzichte van hoofdwegen, woonomgeving, natuur- en landschapswaarden, cultuurhistorische waarden, water, e.d.; zo mogelijk ondersteund door kaartmateriaal. • Economische betekenis: totaal aantal arbeidsplaatsen, regionale of lokale functie, eventuele functie ten opzichte van andere terreinen. • Ontwikkelingen in omgeving: ruimtegebruik en claims op korte en langere termijn. • Voorgeschiedenis en aanleiding zoals behoeftenonderzoek bedrijventerrein en provinciaal beleid bedrijventerreinen. Aandacht voor duurzaamheidsaspecten reeds in dit stadium meenemen. • Betrokken partijen: gemeente (portefeuillehouder(s), afdelingen), bedrijven (trekkers, deelnemers, afzijdige partijen), ondernemersorganisatie(s), alsmede eventuele buurgemeenten, provincie, waterschap. • Beleid van betrokken partijen ten aanzien van het bedrijventerrein, bijvoorbeeld bestemmingsplan/bedrijventerreinnota van gemeente, eventueel plannen van ondernemersorganisatie, plus (indien van toepassing) eventuele ontwikkelingsvisie van regio, streekplan/bedrijventerreinenbeleid van provincie, beleid van regionale ontwikkelingsmaatschappij. • Relevante trends en ontwikkelingen binnen de belangrijkste branches c.q. grote bedrijven op het terrein en hun vestigingsvoorwaarden c.q. kwaliteitseisen ten aanzien van bedrijventerreinen. • Concrete aanleiding voor het opstellen van het masterplan: gesignaleerde knelpunten of kansen, redenen om afspraken vast te leggen. • Resultaten ondernemers enquête/inventarisatieonderzoek.

theorie 13

onderhoud aan gebouwen, achterstand groenbeheer); • verkeersknelpunten (zowel de bereikbaarheid als verkeersveiligheid op het terrein zelf, waar langzaam verkeer en autoverkeer niet zijn gescheiden); • gebrek aan ruimte voor uitbreiding in de toekomst, mede door inefficiënt ruimtegebruik (braakliggende percelen, geen uitbreiding of nieuwe kavels meer mogelijk). Regelmatig melden zich bij de bedrijfscontactfunctionaris liefhebbers voor kavels op Oudeveld. Deze verbeterpunten bieden kansen voor opwaardering van het terrein. In principe vindt elk jaar overleg op bestuurlijk niveau plaats tussen de gemeente en de ondernemersvereniging. In het verleden hebben portefeuillehouders zich nog wel eens laten vervangen door ambtelijke vertegenwoordigers. Er is daarom niet echt sprake van een structureel overleg op bestuurlijk niveau. In het overleg zijn bovengenoemde punten al meerdere keren besproken, doch zonder dat dit leidde tot concreet resultaat. Een jaar geleden is afgesproken om hier meer aandacht aan te besteden en te starten met een enquête onder alle bedrijven op Oudeveld. Het doel van de enquête was de precieze aard en urgentie van de knelpunten na te gaan en te achterhalen in hoeverre ondernemers bereid zijn om mee te werken aan oplossingen. Ruim 65% van de bedrijven heeft de enquête ingevuld. Daardoor is een goed beeld verkregen van de belangrijkste knelpunten en verbeterpunten. Tevens zijn kansen voor samenwerkingsprojecten tussen bedrijven onderling en bedrijven en gemeente geïdentificeerd. Een projectgroep, bestaande uit drie bestuursleden van ondernemersvereniging Oudeveen, drie vertegenwoordigers van de gemeente, de accountmanager van de Kamer van Koophandel (voorzitter) en een medewerker van de provincie heeft op basis van de resultaten van de enquête dit masterplan opgesteld. 1.5 BELEIDSCONTEXT

1.5.2 Gemeentelijk niveau
Het bestemmingsplan voor Oudeveld dateert nog van de uitgifte (jaren ‘70). Het is verouderd en moet worden herzien. Deze actie dient parallel aan het verbetertraject te worden uitgevoerd. Daarnaast is in de gemeente Oudeveen het beleidskader ‘duurzaamheid’ vastgesteld. Dat betekent dat bij revitalisering van bestaande locaties duurzaamheid een belangrijke factor vormt. Uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen moet hoge uitgaven voor herstructurering in de toekomst voorkomen. Verder heeft de gemeente Oudeveen een verkeersplan waarin de aan- en afvoerroutes naar het terrein Oudeveld aan de orde komen dit omdat de dorpskern niet berekend is op de mede door Oudeveld toegenomen verkeersstroom.

1.5.3 Bovengemeentelijk niveau
Het provinciaal omgevingsplan biedt geen ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen in Oudeveen. Nieuwe bedrijventerreinen krijgen een regionale functie en worden gevestigd bij de grotere kernen. Juist om achteruitgang op bestaande bedrijventerreinen en hoge kosten voor revitalisering in de toekomst te vermijden, is de provincie in 2001 het programma duurzame bedrijventerreinen gestart. De provincie heeft daarin verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen tot speerpunt van haar beleid gemaakt. De gemeente Oudeveen ontvangt daarom voor de uitvoering van dit project inhoudelijke en financiële ondersteuning van de provincie. De provincie stelt als voorwaarde dat een onderzoek naar de haalbaarheid van parkmanagement voor de betreffende bedrijventerreinen plaatsvindt. De tweede voorwaarde is dat de provincie inhoudelijk in het project kan participeren bijvoorbeeld door deelname aan de projectgroep Oudeveld.

1.5.1 Bedrijfsniveau
Uit regionaal onderzoek naar de behoefte aan bedrijventerreinen uitgevoerd door de Kamer van Koophandel blijkt dat bedrijven nog steeds belangstelling hebben om zich op Oudeveld te vestigen. De gemeente krijgt met enige regelmaat verzoeken voor kavels op Oudeveld.

14

voorbeeld

1.3 TAAKVERDELING Het initiatief voor verduurzaming van het bedrijventerrein kan liggen bij bedrijven, bij de gemeente of beide partijen. De informatie voor de beschrijving van de uitgangssituatie zal dan ook vooral van deze partijen moeten komen. Grofweg geldt hierbij de volgende taakverdeling: • de gemeente, met name de afdelingen Economische Zaken (bedrijfscontactfunctionaris), Grondbedrijf, Ruimtelijke Ordening, Milieu, Verkeer en Vervoer, Beheer en Onderhoud: terrein-, beleids- en bepaalde bedrijfsgegevens; • Kamer van Koophandel: bedrijfsgegevens; • bedrijventerrein- en/of lokale ondernemersvereniging/industriële kring: bedrijfsgegevens; • eventueel regionale ontwikkelingsmaatschappij: bedrijfs- en beleidsgegevens; • eventueel intergemeentelijk samenwerkingsverband of provincie: regionale en provinciale beleidskaders, soms bedrijfsgegevens. 1.4 AANPAK/INFORMATIEBRONNEN • Beleidsnota’s van gemeente en eventueel regio en provincie. • Kadaster/Grondbedrijf gemeente. • Bedrijvenregister Kamer van Koophandel, gemeente, eventueel regionale ontwikkelingsmaatschappij. • Bedrijventerreinorganisatie en/of lokale ondernemersvereniging(en). • Trendanalyses onderzoeksinstituten/banken/Kamers van Koophandel/branches. • Op papier gezette resultaten van voorgaande fasen. 1.5 VOORBEELDEN/REFERENTIES • Masterplan BAHCO, Emmen. • Startnotitie Duurzame Versterking Bedrijvenpark Marslanden, Zwolle.

theorie 15

2. Knelpunten en kansen Oudeveld
2.1 INLEIDING Ter voorbereiding op het masterplan is een enquête gehouden onder alle bedrijven om hun wensen en knelpunten ten aanzien van Oudeveld aan te geven. Enkele knelpunten waren in het overleg tussen gemeente en ondernemersvereniging Oudeveen al aan de orde gekomen, maar het werd van belang geacht de meningen van alle ondernemers te verkrijgen en inzicht te krijgen in de omvang en urgentie van de knelpunten. Daarnaast is expliciet gevraagd naar kansen en mogelijkheden, die bedrijven zien om het functioneren van Oudeveld te verbeteren. Behalve de resultaten van de enquête zijn in dit masterplan ook de bij de gemeente en ondernemersvereniging bekende knelpunten ingebracht. Deze komen veelal overeen, maar de invalshoek is soms afwijkend zoals de verkeersoverlast door zwaar transport in de dorpskern. De resultaten van de enquête zijn in een aparte notitie verwoord die bij de bedrijvenvereniging en de gemeente verkrijgbaar is en binnenkort van de website van de gemeente geladen kan worden. De respons op de enquête was hoog, ruim 65%, mede dankzij de aankondiging in de Oudeveense Courant, de nieuwsbrief van de ondernemersvereniging, de toelichting op de voorlichtingsavond en de nabel-acties door het bestuur van de ondernemersvereniging. Veel ondernemers (ca. 75% van de respondenten) geven aan redelijk tevreden te zijn over Oudeveld, maar zien wel verbeterpunten. 2.2 KNELPUNTEN Als belangrijkste knelpunten worden genoemd: • Verkeer en vervoer (65%) - verbetering ontsluiting en bereikbaarheid Oudeveld (55%); - verbetering verkeersveiligheid op het bedrijventerrein zelf (40%); - beperking overlast door zwaar vrachtverkeer in het centrum (gemeente). • Uitstraling / beeldkwaliteit (38%) - beheer en onderhoud van de openbare ruimte (35%); - uitstraling en onderhoud van bedrijfspanden (20%). • Ruimtegebruik (25%) - beperkte uitbreidingsruimte enerzijds (15%); - aanwezigheid van braakliggende percelen anderzijds (10%). Er is onderzoek gewenst naar de mogelijkheden om in de toekomst beter gebruik te maken van de beschikbare ruimte dan wel meer ruimte beschikbaar te krijgen. Dit wordt door zowel de gemeente Oudeveen als de ondernemersvereniging als een belangrijk aandachtspunt gezien. 2.3 KANSEN Naast de knelpunten worden de volgende kansen voor bedrijven genoemd. • Mobiliteit - bedrijven zien kansen voor de verbetering van de bereikbaarheid van de bedrijven voor het personeel door beter aanbod van openbaar vervoer; - vergroting van de veiligheid van langzaam verkeer, waarbij concreet wordt genoemd dat het parkeren van trucks langs de openbare weg de verkeersveiligheid ernstig verslechterd; collectieve parkeervoorzieningen voor trucks kunnen hierbij uitkomst bieden; - verder is er belangstelling voor nader onderzoek naar de mogelijkheden van vervoermanagement. • Energie - tal van bedrijven zien mogelijkheden voor collectieve inkoop van elektriciteit en gas, hergebruik van restwarmte/-koude en eventueel gezamenlijke energieopwekking. De gemeente wil daarbij graag de mogelijkheden voor duurzame energie in kaart brengen (windturbines op bedrijventerrein). • Afvalinzameling - onderzoek naar de mogelijkheden voor collectieve afvalcontracten in combinatie met preventie en reductie van de afvalstromen. Hier liggen vooral kansen voor bedrijven uit de metaal en kunststof industrie; - concreet genoemd is de optie van een milieustraat c.q. een gezamenlijke containerstraat voor algemene afvalstromen zoals papier, hout, plastics en folies, pallets, metalen, GFT en kleine hoeveelheden chemisch afval. • Collectieve personeelsvoorzieningen - een aantal bedrijven heeft aangegeven belangstelling te hebben voor collectieve personeelsvoorzieningen zoals kinderopvang, kantine/restaurantfaciliteiten of een personeelspool/uitzendbureau. De haalbaarheid van deze opties is sterk afhankelijk van het draagvlak (d.w.z. het aantal deelnemers) en de kostprijs. Deze voorzieningen sluiten aan bij de ontwikkeling van parkmanagement en moeten bij voorkeur in een samenhangend pakket worden onderzocht.

16

voorbeeld

2. Knelpunten en kansen
2.1 DOEL HOOFDSTUK Dit hoofdstuk gaat in op de knelpunten en kansen c.q. verbetermogelijkheden die in de oriëntatiefase naar voren zijn gekomen. Hierin wordt samengevat op welke concrete zaken of thema‘s het masterplan zich richt. 2.2 MOGELIJKE INHOUD Een samenvatting van de op te lossen knelpunten (gemarkeerd met een -) en mogelijke kansen (gemarkeerd met een +) die tijdens de inventarisatie in de voorgaande fase naar voren zijn gekomen. VOORBEELD Bedrijfsprocessen/milieustromen Bij de kansen gaat het met name om kostenbesparing en/of milieuwinst die samenwerkende bedrijven kunnen boeken op het gebied van +/+/Energie: besparing en efficiencywinst bij gebruik van elektriciteit, gas en andere bronnen, inzet van duurzame energie. Water: gebruikte hoeveelheden drinkwater en proceswater, afkomstig van waterleiding, grondwater, oppervlaktewater en andere bedrijven, alsmede zuivering/hergebruik van afvalwater en aanwezigheid van bluswater. Grondstoffen: hoeveelheden en milieuvriendelijkheid van gebruikte materialen. Afval/reststoffen: typen, hoeveelheden, hergebruikmogelijkheden. Vervoer: hoeveelheden aan- en afgevoerde goederen, gebruikte vervoermiddelen.

2

+/+/+/-

Ruimtelijke inrichting/bedrijfsomgeving + +/+/+/+/+/Ruimtegebruik: behoefte aan uitbreidingsruimte, braakliggende kavels, leegstand, bedrijfswoningen. Laad- en losmogelijkheden: op eigen terrein, op openbare weg, bij collectieve terminals. Ontsluiting: bereikbaarheid van en op het terrein, congestie, verkeersveiligheid, bereikbaarheid met openbaar vervoer. Uitstraling: openbare ruimte, groen, water, bedrijfspanden, buitenopslag, reclame-uitingen. Regelgeving/contacten met instanties. Parkeren: op eigen terrein, op de openbare weg, parkeren van trucks. Veiligheid: gevaren/risico’s (bijvoorbeeld van bedrijfsprocessen, opslag, verkeer, criminaliteit (inbraken, vernielingen). Overlast/hinder van bedrijven onderling en naar de omgeving: geluid, stank, stof, trillingen, bodemverontreiniging. Beheer en onderhoud: infrastructuur, riolering, groen.

Bedrijfsfaciliteiten Hierbij kan worden gedacht aan samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van + +/+/+/+/Beveiliging: criminaliteits- en calamiteitenpreventie en –bestrijding. Onderhoud en beheer: van gebouwen, installaties, groen. Inkoop van bedrijfsmiddelen als kantoormaterialen, nutsvoorzieningen. Administratieve dienstverlening aan meerdere bedrijven, bijvoorbeeld receptie, secretariële ondersteuning, vergaderfaciliteiten. Combineren van het vervoer van goederen en personen (vervoersmanagement) en voorzieningen als collectieve wasstraat, benzinestation, werkplaats. Personeelsvoorzieningen als kinderopvang, opleidingen, sport- en recreatievoorzieningen.

+/-

theorie 17

18

voorbeeld

In de beschrijving is het van belang onderscheid te maken naar: • partij(en) die de knelpunten of kansen benoemen; • relevantie van de knelpunten en kansen voor de betreffende partijen onder andere qua aantal en aard van de partijen; • urgentie van de genoemde knelpunten en kansen voor deze partijen; • kansrijke projecten die op korte termijn kunnen worden aangepakt (quick wins, laaghangend fruit). 2.3 TAAKVERDELING Zowel gevestigde bedrijven, vastgoedeigenaren, de gemeente als andere betrokken partijen zoals het waterschap, de provincie of de regionale ontwikkelingsmaatschappij spelen een rol bij het benoemen van knelpunten en kansen op het terrein. De inventarisatie kan worden uitgevoerd door de gemeente, de ondernemersorganisatie of een buitenstaander. In het kader van het masterplan is het van belang een breed gedragen analyse te hebben van de belangrijkste knelpunten en kansen en de termijn waarop deze moeten worden aangepakt. 2.4 AANPAK/INFORMATIEBRONNEN De knelpunten en kansen zijn in de voorgaande fase(n) geïnventariseerd door middel van een enquête onder bedrijven, interviews met bestuurders en ambtenaren van de gemeente en vertegenwoordigers van ondernemersorganisaties, bijeenkomsten met vertegenwoordigers van bedrijfsleven, projectontwikkelaars, gemeente. In het masterplan kan worden volstaan met een samenvatting van de belangrijkste knelpunten en kansen, onderscheiden naar relevantie en urgentie voor de verschillende partijen. Van belang is natuurlijk wel dat de knelpunten en kansen door de belangrijkste partijen worden erkend. 2.5 VOORBEELDEN/REFERENTIES • Masterplan Industrieterrein Zwartewater, Zwartewaterland. • Masterplan Ladonk Nieuw, Boxtel.

theorie 19

3. Algemene ambities en doelstellingen Oudeveld
3.1 INLEIDING Hoewel Oudeveld er anno 2003 niet slecht bij ligt, zijn zoals in hoofdstuk 1 en 2 al is vermeld op diverse punten verbeteringen mogelijk en blijven kansen onbenut. Indien deze knelpunten niet worden aangepakt, dreigt het gevaar van achteruitgang van zowel het terrein als van de individuele bedrijven. Het is zaak om nu actie te ondernemen. 3.2 AMBITIES De algemene ambitie voor bedrijventerrein Oudeveld voor de komende 5 jaar is waardebehoud van het terrein en vastgoed door duurzame kwaliteitsverbetering en samenwerking. Waardebehoud is alleen mogelijk als het terrein functioneel blijft voor de huidige en toekomstige bedrijvigheid, met een goede bereikbaarheid, efficiënt ruimtegebruik, verzorgde uitstraling en prettige werkomgeving. Daarnaast is het voor de toekomstwaarde van het terrein belangrijk om duurzaam om te gaan met de ruimte, materialen, energie en water. De nagestreefde kwaliteitsverbetering dient dan ook duurzaam te zijn. We willen niet volstaan met het louter voldoen aan wet- en regelgeving, maar zoeken naar kansen om de milieubelasting daadwerkelijk terug te dringen. De gemeente en de bedrijven op Oudeveld hebben elkaar nodig om deze ambitie te realiseren. Samenwerking staat daarom centraal bij de uitvoering van de verschillende projecten. De eerste stap, het gezamenlijk formuleren van de ambities en doelen, is inmiddels gezet. Nu is het zaak om deze te realiseren via het uitwerken en uitvoeren van concrete projecten. Daarbij wordt in eerste instantie gestart met projecten die relatief eenvoudig kunnen worden opgepakt en snel resultaten opleveren. Naarmate de samenwerking groeit, zullen ook meer complexe en langduriger projecten, met wellicht meer economisch, ruimte- of milieurendement, worden uitgevoerd. Om het waardebehoud voor de komende jaren veilig te stellen, zullen in ieder geval de volgende knelpunten worden aangepakt: • verbetering ontsluiting en verkeersveiligheid; • verbetering beeldkwaliteit Oudeveld; • nader onderzoek naar de mogelijkheden en haalbaarheid van collectieve afval inzameling/contract; • onderzoek naar de mogelijkheden van collectieve inkoop bijvoorbeeld van energie, onderhoud e.d.; • opzetten van parkmanagement. Op langere termijn zullen ook de volgende verbetermogelijkheden worden onderzocht: • onderzoek naar de mogelijkheden tot verbetering van het ruimtegebruik; • verbetering bereikbaarheid (openbaar vervoer, langzaam verkeer, vervoersmanagement, (collectieve) parkeervoorzieningen); • onderzoek naar de mogelijkheden van collectieve energieprojecten; • Ontwikkeling van gezamenlijke personeelsvoorzieningen. 3.3 DOELSTELLINGEN Gemeente en bedrijven streven naar een kwalitatief aantrekkelijk en duurzaam Oudeveld. In 2008 wordt het terrein gekenmerkt door: 1. een representatieve uitstraling: terrein en bedrijfskavels/gebouwen zien er verzorgd en aantrekkelijk uit. Dat wil zeggen: er staat geen opslag aan de straat, er wordt geparkeerd op eigen terrein, groenvoorziening en gebouwen zijn in goede staat van onderhoud; 2. een goede bereikbaarheid over de weg: de doorstroming naar en op het terrein wordt niet noemenswaardig meer gehinderd; veiligheid voor langzaam verkeer door scheiding verkeersstromen;

20

voorbeeld

3. Algemene ambities en doelstellingen
3.1 DOEL HOOFDSTUK Aan de hand van de benoemde knelpunten en kansen beschrijft dit hoofdstuk welke ambities en doelstellingen de gemeente en de bedrijven ten aanzien van de verduurzaming van het terrein hebben. Vervolgens worden prioriteiten gesteld in de aanpak van het terrein. Een beschrijving van het gewenste resultaat zorgt voor afstemming van de verwachtingen tussen de betrokken partijen. 3.2 MOGELIJKE INHOUD fysieke knelpunten de ruimte om te investeren in duurzaamheidsmaatregelen beperken. Anderzijds biedt een ingrijpende herstructurering mogelijkheden voor toepassing van maatregelen die anders in een bestaande situatie niet snel zouden worden toegepast. Hoe groter het terrein des te meer het voor de hand ligt een indeling te maken in deelgebieden met elk hun specifieke karakteristieken, knelpunten, kansen en aandachtspunten. Hierbij kan worden aangesloten bij de bestaande segmentering op het terrein of kunnen juist andere accenten worden gelegd. De ambities voor verduurzaming van het terrein kunnen variëren van beperkt tot zeer hoog. In het eerste geval worden enkele collectieve projecten uitgewerkt die elders al met succes zijn toegepast. In het laatste geval gaat het om uitwerking c.q. onderzoek van innovatieve maatregelen, die een sprong in economische, milieu- en/of ruimtewinst kunnen inhouden.

3

3.2.1 Ambities
Deze paragraaf beschrijft de ambities ten aanzien van duurzaam beheer en verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein en de toepassing van duurzaamheidsmaatregelen. Denk daarbij aan collectieve voorzieningen, zorgvuldig ruimtegebruik, terugdringing van milieubelasting. Deze ambities kunnen in de voorgaande fase zijn geformuleerd en in het masterplan worden overgenomen. Indien de ambities nog niet zijn beschreven, dient dat alsnog te gebeuren. Bij de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen onderscheidt het ministerie van Economische Zaken vier ambitieniveaus: 1. face-lift (cosmetische opknapbeurt bij fysieke veroudering); 2. revitalisering (aanpak knelpunten gericht op tegengaan veroudering); 3. herprofilering (werken aan andere profilering gericht op de toekomst); 4. transformatie (ingrijpende maatregelen waarbij opkoop en uitruil een rol spelen). Deze indeling is vooral gebaseerd op de mate van veroudering van het terrein. Het zegt iets over de intensiteit van de problematiek en de kosten die de aanpak met zich mee zal brengen. Dit bepaalt deels de mogelijkheden om te investeren in verduurzaming van het terrein. Enerzijds zullen hoge kosten voor aanpak van

3.2.2 Doelen
Deze paragraaf vertaalt de bovengenoemde ambities in concrete doelen voor verduurzaming van het bedrijventerrein op korte en langere termijn. Het kan gaan om verschillende typen doelen. 1. Economische doelen: • scheppen van mogelijkheden voor groei en uitbreiding van bedrijven (kwantitatief en kwalitatief); • behoud en mogelijke stijging van de waarde van het onroerend goed; • kostenbesparing door gezamenlijke activiteiten en faciliteiten; • verbetering van de interne en externe bereikbaarheid. 2. Ruimtelijke doelen: • efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte; • verbetering van de uitstraling; • een prettiger en veiliger werkomgeving.

theorie 21

3. functioneel en efficiënt ruimtegebruik: uitbreidingsmogelijkheden worden optimaal benut door gebruik van nu braakliggende kavels, intensivering van het ruimtegebruik op gebruikte percelen en aanleg van enkele ruimtebesparende collectieve voorzieningen; er is ruimte geschapen voor uitbreiding van bestaande en mogelijk ook vestiging van nieuwe bedrijven; 4. zuiniger gebruik van materialen, energie en water en meer inzet van duurzame varianten. We streven naar 20% minder energie, 20% minder watergebruik, gebruik van erkende duurzame materialen en hergebruik van reststoffen;

5. gezamenlijk beheer van het terrein door gevestigde bedrijven en gemeente (parkmanagement). Om een aantrekkelijk en duurzaam bedrijventerrein te blijven, zijn de komende 5 jaar op de bovengenoemde punten aanzienlijke investeringen van zowel gemeente als bedrijven nodig. Door onderlinge verbanden tussen deze verbeterpunten te leggen, kunnen deze investeringen elkaar versterken en kan een multipliereffect optreden.

22

voorbeeld

3. Milieudoelen: • efficiënter gebruik van grondstoffen, water en energie; • vermindering van stromen reststoffen (afval, water; • terugdringing van de omgevingshinder (geluid, stank, gevaar). 4. Sociale doelen: • toename van de omvang en/of kwaliteit van de werkgelegenheid; • uitbreiding van personeelsvoorzieningen; • verbetering van het imago (dynamiek, groen, water) naar omwonenden en klanten. 5. Organisatorische doelen: • stimulering van de samenwerking tussen bedrijven onderling; • stimulering van de samenwerking tussen bedrijven en gemeente; • voorbereiding van een vorm van parkmanagement. 3.3 TAAKVERDELING Bij het bepalen van ambities en doelstellingen spelen zowel de gemeente als de ondernemers een belangrijke rol. Men onderscheidt: • gemeentelijke activiteiten, zoals onderhoud en beheer van groenvoorzieningen en openbare ruimte (terreinniveau); • gezamenlijke activiteiten waar gemeente en bedrijven gezamenlijk aan werken zoals uitstraling en visuele kwaliteit, verkeersveiligheid (terreinniveau); • activiteiten specifiek voor bedrijven zoals collectieve voorzieningen en gezamenlijk inkoop (bedrijfsniveau). Afstemming van wederzijdse verwachtingen, doelen en gewenste resultaten is van belang voor het draagvlak en de samenwerking bij de gezamenlijk uitvoering van maatregelen. 3.4 AANPAK/INFORMATIEBRONNEN Ambitieniveau en doelstellingen worden bepaald in regelmatig overleg tussen de gemeente én vertegenwoordigers van ondernemers en vastgoedeigenaren op het terrein. Telkens zal bepaald moeten worden waar de prioriteiten liggen en voor wie (gemeente of ondernemers), met een afweging tussen haalbaarheid, de termijn waarop, etc..

3.5 VOORBEELDEN/REFERENTIES • Boegbeelden DBT, voorbeeld RiVu, ’s-Hertogenbosch. • Beleidsverkenning Moleneind/Landweer 2003-2005, Oss.

theorie 23

4. Duurzaamheidsmaatregelen Oudeveld
4.1 INLEIDING Dit hoofdstuk geeft een nadere toelichting op de meest kansrijke maatregelen op het gebied van duurzaamheid voor Oudeveld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar het niveau waarop maatregelen moeten worden gerealiseerd: 1. maatregelen die betrekking hebben op het terrein als geheel; 2. maatregelen voor clusters van bedrijven om collectieve voordelen te benutten; 3. maatregelen op het niveau van individuele bedrijven. Dergelijke maatregelen komen in het masterplan niet aan de orde tenzij het collectieve voorzieningen betreft. Verder maken we onderscheid in maatregelen die direct uitvoerbaar zijn en maatregelen die nader onderzoek vragen. De voorgestelde maatregelen liggen vooral op het niveau van het terrein zelf en zijn erop gericht collectieve voordelen voor bedrijven en gemeente te realiseren. Daarnaast is een aantal maatregelen benoemd, die door samenwerking tussen bedrijven economisch voordeel, ruimtebesparing, milieuwinst of sociale verbeteringen opleveren. 4.2 BEREIKBAARHEID EN VERKEERSVEILIGHEID

4.2.3 Maatregelen
a. Direct uitvoerbaar: • verbetering bereikbaarheid en ontsluiting Oudeveld door verbetering van de afrit A21 en doorstroming naar Oudeveld; • verbetering van de zichtbaarheid en verlichting van fiets- en voetgangerverbindingen en wachtruimten/haltes voor de bus; • afspraken over verbetering van de surveillance door de politie; • bij de gemeente openen van een meldpunt klachten en verbeterpunten op het gebied van bereikbaarheid en veiligheid. b. Onderzoek: • verbetering bereikbaarheid met openbaar vervoer; • verbetering verkeersveiligheid op het terrein door scheiding van langzaam verkeer en auto’s (via aanleg van fietspaden langs de hoofdroute) en visuele scheiding (markering onderscheid rijbaan-fietspad) op overige wegen; • onderzoek naar de mogelijkheden voor vervoersmanagement op Oudeveld. Maatregelen voor vergroting van de veiligheid hebben voor een belangrijk deel te maken met de inrichting, het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en de verkeerswegen. Daarnaast moeten ondernemers meer samenwerken bij het organiseren van collectief vervoer, afspraken maken over surveillances van politie en beveiliging (frequentie, intensiteit, tijdstip enz.), het parkeergedrag alsmede het aanspreken van collega’s en leveranciers op ongewenst gedrag. 4.3 UITSTRALING EN TERREINBEHEER

4.2.1 Achtergrond
Er spelen diverse knelpunten op het gebied van bereikbaarheid van bedrijven op Oudeveld. De aan- en afvoerwegen zijn oorspronkelijk niet op deze verkeersintensiteit ontworpen en kunnen de huidige verkeersstromen niet aan. Voor langzaam verkeer is het terrein onveilig: snel verkeer en langzaam verkeer zijn niet gescheiden, veel auto’s en trucks worden op de weg en in de bermen geparkeerd, loopen fietsverbindingen zijn niet duidelijk gemarkeerd en herkenbaar en de wegen zijn slecht verlicht.

4.3.1 Achtergrond
Zowel ondernemers als de gemeente geven aan dat de uitstraling, de visuele kwaliteit van het terrein, verbeterd moet worden. Het gaat om de openbare wegen, de gebouwen maar ook om gedragsaspecten als parkeren op de openbare weg, rommelige buitenopslag, zwerfvuil.

4.2.2 Doel
• Verbeteren van de bereikbaarheid van Oudeveld en de bedrijven. • Verbeteren van de verkeersveiligheid op Oudeveld.

24

voorbeeld

4. Duurzaamheidsmaatregelen
4.1 DOEL HOOFDSTUK Dit hoofdstuk beschrijft maatregelen voor verduurzaming van het bedrijventerrein. Hierbij is het aan te bevelen om onderscheid te maken tussen: • maatregelen die direct kunnen worden uitgevoerd; • maatregelen die eerst onderzocht moeten worden alvorens ze te kunnen toepassen. In het onderstaande worden de maatregelen ingedeeld in drie categorieën: 1. duurzame ruimtelijke inrichting van terrein en kavels; 2. duurzame bedrijfsprocessen binnen en tussen bedrijven; 3. sociale duurzaamheid, vooral personeels- en omgevingsgerelateerde zaken. 4.2 DUURZAME RUIMTELIJKE INRICHTING Deze paragraaf beschrijft maatregelen voor duurzame verbetering van de ruimtelijke inrichting van het terrein, waar nodig onderscheiden naar omgeving, terreinniveau/deelgebieden en bedrijfsniveuau. Per thema wordt aandacht besteed aan: • doelen die ten aanzien van het thema worden nagestreefd; • mogelijke maatregelen die worden gestimuleerd, onderscheiden naar direct toepasbare en te onderzoeken maatregelen. Als belangrijkste ruimtelijke inrichtingsthema’s kunnen worden onderscheiden: 1. Efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte • beter gebruik van openbare ruimte; • benutting van niet-gebruikte kavels; • herontwikkeling van verouderde locaties; • intensiever gebruik van bestaande kavels; • ontwikkeling van ruimtebesparende collectieve voorzieningen. 2. Verbetering van de ruimtelijke structuur • segmentering/zonering; • samenhang brengen in groen- en waterstructuur; • betere landschappelijke inpassing in de omgeving. 3. Verbetering van de externe en interne ontsluiting • oplossing van knelpunten in de bereikbaarheid van en op het terrein; • stimulering van gebruik van meer milieuvriendelijke vervoerswijzen; • aanleg van ICT-faciliteiten. 4. Verbetering van parkeer-, laad- en losmogelijkhede • maatwerkoplossingen voor bedrijven die moeite hebben aan het uitgangspunt van parkeren of laden en lossen op eigen terrein te voldoen, bijvoorbeeld in overleg met buren of door gebruik van berm; • eventuele aanleg van een collectieve parkeerplaats, door de week te gebruiken voor auto’s van personeel en in het weekend voor vrachtauto’s. 5. Verbetering van de uitstraling van terrein en kavels • verbetering van beheer en onderhoud van de openbare ruimte; • kwaliteitsverbetering van bedrijfskavels door het maken van afspraken over onderhoud van bedrijfspanden, buitenopslag, reclame-uitingen; • uitdragen van specifieke identiteit van het terrein. 6. Vermindering van omgevinghinder, geluids- en geuroverlast • tegengaan van geluids- en geuroverlast van bedrijven en verkeer via bron- of overdrachtsmaatregelen; • sanering van eventuele bodemverontreiniging, waterlopen. 7. …. (andere maatregelen).

4

theorie 25

4.3.2 Doel
Verbeteren van de visuele kwaliteit en uitstraling van bedrijventerrein Oudeveld door: • verbeteren van de visuele kwaliteit van gebouwen en kavels; • verbeteren van onderhoud en beheer van openbare ruimten en groenvoorzieningen; • opstellen duidelijke spel- en gedragsregels hoe om te gaan met de openbare ruimte inclusief het elkaar daarop aanspreken.

• geen vrachtauto’s op de openbare weg parkeren; onderzoek naar de mogelijkheid tot inrichting van een collectieve parkeerplaats voor vrachtwagens; • opslag- en overslagterrein afschermen van zichtlocaties; • panden die niet in gebruik zijn moeten door de eigenaar wel worden onderhouden; • afspraken over uniforme bewegwijzering, reclame-uitingen, perceelafscheidingen en verlichting van particuliere terreinen en gebouwen; • afstemming van het onderhoud van openbaar en privaat groen. b. Onderzoek: • niet gepland. 4.4 ZORGVULDIG RUIMTEGEBRUIK

4.3.3 Maatregelen
a. Direct uitvoerbaar: • opstellen nieuwe set van afspraken over beheer en onderhoud van de openbare ruimte door de gemeente. Daarbij onderscheid maken in kwaliteitsniveaus van groenvoorziening en openbare ruimte (zichtgroen op representatieve locaties, onderhoudsarm groen met natuurlijk beheer op ander locaties) en bijbehorende kosten; • één contactpersoon voor klachten en meldingen over groenvoorziening losliggende stenen, defecten (openbare verlichting), verkeersborden e.d., met afspraken over follow-up/uitvoering van meldingen en rapportage en jaarlijkse evaluatie over de uitvoering; • er wordt een beeldkwaliteitplan opgesteld. In dit plan worden over onderhoud, beheer, parkeer- en opslaggedrag en omgaan met zwerfvuil voorbeelden van goede beeldkwaliteit gegeven; situaties waar men op Oudeveld naar streeft. Voorbeelden van minder goede beeldkwaliteit zoals slecht onderhouden groen voorzieningen, opslag op of aan de openbare weg, wild parkeren, braakliggende terreinen en slecht onderhouden of niet in gebruik zijnde panden worden eveneens opgenomen. Deze kunnen immers ook illustratief werken. Met de ondernemersvereniging worden ook afspraken gemaakt over uitstraling en onderhoud van bedrijfspanden. Hoewel individuele bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van gebouwen en terreinen, kan de ondernemersvereniging als vertegenwoordiger van de gezamenlijke bedrijven individuele bedrijven aanspreken op achterstand en niet wenselijke situaties. Er wordt een set criteria vastgesteld waaraan bedrijfslocaties en openbare ruimte bij voorkeur moet voldoen zoals: • onderhoud en beheer groenvoorziening en openbare ruimte; • parkeren op eigen terrein, niet op de openbare weg; • geen containers en opslag aan de voorzijde van het pand;

4.4.1 Achtergrond
Er zijn op Oudeveld geen kavels voor vestiging van nieuwe bedrijven beschikbaar terwijl er veel groenvoorziening/openbare ruimte is waar geen gebruik van wordt gemaakt, kavels niet productief benut worden en gebouwen leegstaan.

4.4.2 Doel
Er komt ruimte beschikbaar op Oudeveld voor uitbreiding van bestaande en eventueel nieuw te vestigen bedrijven.

4.4.3 Maatregelen
a. Direct uitvoerbaar: • niet gepland. b. Onderzoek • mogelijk dat door herinrichting van de bestaande openbare ruimte mogelijkheden ontstaan voor enkele nieuwe locaties of uitbreidingen van bestaande locaties. Dit bespaart tevens op de onderhoudskosten van de groenvoorziening; • onderzoek is nodig om duidelijk te maken hoeveel ruimte in de toekomst nodig is en beschikbaar komt. Daarnaast is de vraag aan de orde in hoeverre de markt deze knelpunten zelf kan oplossen of dat de gemeente of een regionale ontwikkelingsmaatschappij daarbij een rol moet spelen. Onderzoek elders heeft aangetoond dat op bedrijventerreinen gemiddeld 5-10% ruimtewinst kan worden geboekt. Daarnaast kan ruimte worden gecreëerd door faciliteiten collectief te maken zoals een gezamenlijke milieustraat c.q.

26

voorbeeld

4.2.1 Taakverdeling
• Gemeentelijke taken: betrokken afdeling van de gemeente. • Gezamenlijke taken: vertegenwoordiging van de ondernemers en relevante afdeling(en) van de gemeente samen. • Bedrijfstaken: vertegenwoordiging van ondernemers c.q. bedrijvenorganisatie(s). De voorstellen worden gezamenlijk besproken en vastgesteld, waarbij de verdeling van lusten, lasten en risico’s bij de uitvoering een belangrijke rol speelt.

• Provincie Zuid-Holland/DECOR, Handreiking Duurzaamheid op Bedrijventerreinen, Den Haag. • Novem, Werken aan duurzaamheid op bedrijventerreinen. Een proceshandreiking voor gemeenten, Utrecht.

4.2.4 Websites
• • • • www.bedrijventerreinen.ez.nl www.dbt.novem.nl www.duurzamebedrijventerreinen.nl www.pzh.nl (zoek op decor)

4.2.2 Aanpak/informatiebronnen
In de voorgaande fase zijn de belangrijkste knelpunten en kansen ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van het bedrijventerrein geïdentificeerd. Tijdens bijeenkomsten van belangstellende ondernemers c.q. van ondernemers en gemeente (en eventuele andere betrokken partijen) worden maatregelen geformuleerd om de knelpunten en kansen aan te pakken. Na het opstellen van een groslijst van mogelijke maatregelen, moeten de meest kansrijke worden geselecteerd en verder worden uitgewerkt in projecten. Prioriteitstelling kan gebeuren op basis van criteria als ernst en urgentie van een knelpunt/kans, aantal betrokken bedrijven, aanwezigheid van trekker(s), financiële haalbaarheid, uitvoeringsaspecten (bijv. technische, juridische en ruimtelijke haalbaarheid) en stimulerende werking/uitstraling. Het is aan te bevelen om te starten met enkele projecten waarmee relatief eenvoudig succes te boeken is (zgn. quick wins en laaghangend fruit) om de samenwerking van de grond te krijgen, zodat het vertrouwen kan groeien. De geselecteerde projecten worden bij voorkeur in de vorm van een projectomschrijving uitgewerkt, waarin aandacht wordt besteed aan doel, verwacht resultaat, aanpak, organisatie/taakverdeling, tijdsplanning en budget/financiering. Van belang is onderscheid te maken naar de partij die het uiteindelijk besluit over de uitvoering zal moeten maken. Het gaan om projecten die vallen onder verantwoordelijkheid van: • bedrijven/ondernemers; • bedrijven en gemeente samen; • gemeente. 4.3 DUURZAME BEDRIJFSPROCESSEN Deze paragraaf beschrijft mogelijkheden voor milieuwinst en kostenbesparing door het stimuleren van duurzame bedrijfsprocessen, zowel door samenwerking tussen bedrijven als door toepassing bij individuele bedrijven. Per thema wordt aandacht besteed aan: • de doelen die ten aanzien van het thema worden nagestreefd; • mogelijke maatregelen die worden gestimuleerd, onderscheiden naar direct toepasbare en te onderzoeken maatregelen. Als belangrijkste thema’s bij verduurzaming van bedrijfsprocessen kunnen worden onderscheiden: 1. Energie • energiebesparende maatregelen in bedrijfsgebouwen, installaties en bedrijfsprocessen; • inzet van duurzame energie, bijvoorbeeld zonnewarmte en wind; • benutten restwarmte/-koude. 2. Grondstoffen • zuinig gebruik door toepassing van reststoffen van andere bedrijven; • besparing van grondstoffen in productieprocessen.

4.2.3 Voorbeelden/referenties
• Provincie Flevoland, Handreiking duurzame kwaliteit op bedrijventerreinen, Lelystad.

theorie 27

containerpark, een gezamenlijke truckparking. Mogelijkheden die zijn genoemd, zijn bijvoorbeeld bouwen tot aan de erfafscheiding, afschaffen of verhogen maximale bouwhoogte, verplicht parkeren op eigen terrein in combinatie met ondergronds of op het dak parkeren, bouwkundige voorzieningen maken om uitbreiding met extra verdieping in de toekomst mogelijk te maken en verplichte sprinklerinstallatie waardoor aaneengesloten bouw mogelijk wordt. 4.5 COLLECTIEVE AFVALINZAMELING/VERWERKING

besparen en meer duurzame energie in te zetten, wordt door de geïnteresseerde bedrijven gekeken naar mogelijkheden op dit gebied.

4.6.2 Doel
Kostenbesparing en milieuwinst door energiebesparing, collectieve inkoop en inzet van duurzame energie.

4.6.3 Maatregelen
a. Direct uitvoerbaar: • niet gepland. b. Onderzoek: Om de mogelijkheden te onderzoeken, zal eerst een meer gedetailleerde inventarisatie worden gehouden onder bedrijven waarvan in de enquête is gebleken dat ze aanzienlijke hoeveelheden energie verbruiken en belangstelling hebben voor samenwerking op dit terrein. In deze inventarisatie komen energie-opties aan de orde als: • collectieve energie-inkoop; • energiebesparing door verbetering van installaties en faciliteiten (onder andere stoom, perslucht); • hergebruik van restwarmte, koel- en afvalwater; • toepassing van duurzame energiebronnen. Hiervoor zal op terreinniveau en bij enkele (grotere) bedrijven een duurzame energie scan worden uitgevoerd; • onderzoek naar de haalbaarheid van windturbines langs de rand van het bedrijventerrein. De gemeente zal hiertoe eerst de ruimte binnen de huidige geluidscontouren moeten bepalen. Hoewel de mogelijkheden voor verdere energiebesparing en inzet van duurzame energie voor de meeste bedrijven beperkt zijn en veel investeringen een lange terugverdientijd hebben, ziet een vijftiental bedrijven toch mogelijkheden om kostenbesparing te combineren met milieuwinst. Zij nemen het voortouw bij het uitwerken van deze opties. Andere bedrijven kunnen dan later aansluiten. 4.7 PERSONEELSVOORZIENINGEN 4.6 ENERGIE

4.5.1 Achtergrond
Het merendeel van de bedrijven heeft individuele contracten voor afvalinzameling van overeenkomstige afvalstromen. Bovendien kunnen sommige stromen reststoffen voor andere bedrijven nog nuttig zijn. Gezamenlijke contracten voor afvalinzameling en -verwerking alsmede onderzoek naar de mogelijkheden voor hergebruik op het terrein zelf kan kostenbesparing en vermindering van de milieubelasting tot gevolg hebben.

4.5.2 Doel
Onderzoek naar de mogelijkheden voor collectieve afvalcontracten gecombineerd met onderzoek naar de mogelijkheden voor preventie van afvalstoffen en uitwisseling van reststoffen.

4.5.3 Maatregelen
a. Direct uitvoerbaar: • niet gepland. b. Onderzoek: • voor Oudeveld wordt voorgesteld om op terreinniveau de gegevens over de afvalstromen te completeren en verder uit te werken. Voor de bedrijfstakken metaal en kunststofverwerkende industrie dient meer specifiek onderzoek uitgevoerd te worden naar de mogelijkheden van het opzetten van preventie- en reductiekringen.

4.7.1 Achtergrond 4.6.1 Achtergrond
Teneinde op de kosten van inkoop en op de hoeveelheid gebruikte energie te Diverse bedrijven hebben aangegeven interesse te hebben in het opzetten van gezamenlijke voorzieningen, zoals:

28

voorbeeld

3. Water • reductie van het gebruik van leidingwater; • hergebruik van proces- en afvalwater tussen bedrijven. 4. Afvalstoffen • reductie van (gevaarlijk) afval; • hergebruik van reststoffen; • collectief afvalmanagement. 5. Personenvervoer • stimulering van het gebruik van fiets en OV; • organisatie van collectief personeelsvervoer. 6. Goederenvervoer • ontwikkeling van een terminal voor overslag tussen vervoersmodaliteiten; • vermindering van het aantal verkeersbewegingen door bundeling van transportstromen en optimalisatie van transportsystemen. 7. Collectieve nutsvoorzieningen (utilities) • gezamenlijke energievoorziening, afvalwaterzuivering, e.d.; • clustering van bedrijven gericht op uitwisseling van energie, grondstoffen en water. 8. Collectieve bedrijfsfaciliteiten (facilities) • ontwikkeling van gezamenlijke bedrijfsfuncties als opslag, beheer en onderhoud, technische dienst, wasstraat/werkplaats, perslucht, receptie/secretariaat, etc.; • opzetten van inkoopcombinatie voor collectieve inkoop van energie, kantoorartikelen, telecomdiensten, etc..

4.3.2 Aanpak/informatiebronnen
Bij het uitwerken van duurzaamheidsmaatregelen kunnen de volgende informatiebronnen worden gebruikt: • workshops met vertegenwoordigers van bedrijven ten behoeve van keuze en globale uitwerking van duurzaamheidsmaatregelen; • milieuscan bij kansrijke bedrijven om de potenties van duurzaamheidsmaatregelen na te gaan; • opzetten van projectgroep(en) van geïnteresseerde bedrijven, gemeente en evt. andere betrokkenen om maatregelen verder uit te werken en – op termijn – de uitvoering te stimuleren en te coördineren.

4.3.3 Voorbeelden/referenties
• Provincie Flevoland, Handreiking duurzame kwaliteit op bedrijventerreinen, Lelystad. • Provincie Zuid-Holland/DECOR, Handreiking Duurzaamheid op Bedrijventerreinen, Den Haag. • Novem, Werken aan duurzaamheid op bedrijventerreinen. Een proceshandreiking voor gemeenten, Utrecht.

4.3.4 Websites
• • • • • • www.bedrijventerreinen.ez.nl www.dbt.novem.nl www.duurzamebedrijventerreinen.nl www.rivm.nl/milieuennatuurcompendium www.vnci.nl www.pzh.nl (zoek op decor)

4.4 SOCIALE DUURZAAMHEID Deze paragraaf beschrijft/maatregelen voor vergroting van de sociale duurzaamheid van het terrein. Bij sociale duurzaamheid gaat het om verbetering van de arbeidsomstandigheden van medewerkers en vermindering van overlast en onveiligheid voor omwonenden. Per thema wordt aandacht besteed aan: • de doelen die ten aanzien van het thema worden nagestreefd; • mogelijke maatregelen die worden gestimuleerd, onderscheiden naar direct toepasbare en te onderzoeken maatregelen.

4.3.1 Taakverdeling
• De gevestigde bedrijven nemen het voortouw bij de uitwerking van duurzaamheidsthema’s. • De gemeente geeft haar ambities ten aanzien van de thema’s aan en initieert en faciliteert zo nodig de initiatieven vanuit het bedrijfsleven. • Eventuele andere betrokken partijen geven de randvoorwaarden en haalbaarheid van specifieke maatregelen aan.

theorie 29

• kinderopvang op het terrein; • restaurantfaciliteiten voor lunch en opvang van klanten en chauffeurs; • personeelspool, waaruit tijdelijk personeel kan worden ingehuurd.

4.7.2 Doel
Verhogen van de aantrekkelijkheid van Oudeveld voor personeel, klanten en leveranciers door het aanbieden van diverse voorzieningen.

4.7.3 Maatregelen
a. Direct uitvoerbaar: • niet gepland.

b. Onderzoek: • uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheid om dergelijke personeelsvoorzieningen te treffen, gericht op de samenstelling van het dienstenpakket en het draagvlak voor de verschillende diensten. Veel van deze voorzieningen raken het mogelijke dienstenpakket van een parkmanagementorganisatie. De gemeente is voorstander van zo’n parkmanagementorganisatie, maar stelt zich op het standpunt dat deze in eerste instantie voor en door ondernemers moet worden gerund. Indien de gemeente faciliterend op kan treden is men daar graag toe bereid.

30

voorbeeld

Mogelijke thema’s bij het stimuleren van sociale duurzaamheid zijn: 1. Collectieve personeelsvoorzieningen • kinderopvang, lunchvoorzieningen, opleidingsfaciliteiten, fitness, boodschappenservice, etc.; • recreatievoorzieningen voor personeel. 2. Gemeenschappelijke veiligheidsvoorzieningen • calamiteitenplan, opleiding voor bedrijfshulpverleners, e.d.; • beveiliging tegen inbraak en vernielingen. 3. Beperking van overlast voor de omgeving, bijvoorbeeld via • overdrachtsmaatregelen zoals geluidswal, groene buffer, e.d.; • instellen van omwonendenoverleg om klachten te registreren en gezamenlijk oplossingen te zoeken. 4. • • • Verkeersveiligheid en sociale veiligheid scheiding van langzaam verkeer en auto’s; duidelijke markering, routes, beperking en naleving snelheid en verkeersregels; goede zichtbaarheid van fiets- en voetpaden en wachtruimten voor openbaar vervoer. Combinaties met surveillance van beveiliging en politie.

andere betrokkenen om maatregelen verder uit te werken en – op termijn – de uitvoering te stimuleren en coördineren.

4.4.3 Voorbeelden/referenties
• Provincie Zuid-Holland/DECOR, Handreiking Duurzaamheid op Bedrijventerreinen, Den Haag. • Novem, Werken aan duurzaamheid op bedrijventerreinen. Een proceshandreiking voor gemeenten, Utrecht.

4.4.1 Taakverdeling
• Vertegenwoordiging van bedrijfsleven: aangeven van perspectiefvolle thema’s en uitwerking in projecten. • Gemeente: zonodig stimuleren en faciliteren van initiatieven vanuit het bedrijfsleven. • Commerciële partijen: ontwikkeling van perspectiefvolle personeelsvoorzieningen. • Eventueel andere betrokken partijen (bijv. brandweer, politie): aangeven van randvoorwaarden en ondersteunen van initiatieven.

4.4.2 Aanpak/informatiebronnen
Bij het uitwerken van duurzaamheidsmaatregelen kunnen de volgende informatiebronnen worden gebruikt: • workshops met vertegenwoordigers van bedrijven ten behoeve van keuze en globale uitwerking van duurzaamheidsmaatregelen; • opzetten van projectgroepen van geïnteresseerde bedrijven, gemeente en evt.

theorie 31

5. Organisatie en communicatie Oudeveld
5.1 INLEIDING De plannen voor Oudeveld zijn opgesteld tussen de gemeente Oudeveen en de bedrijven/ondernemers op Oudeveld. Om de samenwerking ook in de toekomst vorm te geven is het van belang de organisatie van het project, het overleg en de besluitvorming helder weer te geven. 5.2 UITVOERINGSORGANISATIE De uitvoeringsorganisatie ziet er als volgt uit: Stuurgroep • Portefeuillehouder Ruimtelijke Ontwikkeling • Voorzitter ondernemersvereniging Oudeveen • Regionaal economisch adviseur van de KvK • Projectleider/procesmanager (secretaris) Projectgroep • Directeur sector Ruimtelijke Ontwikkeling • Hoofd afdeling Economische Zaken • Bedrijfscontactfunctionaris • 3 Bestuursleden ondernemersvereniging Oudeveen • Vertegenwoordiger provincie • Projectleider/procesmanager Afhankelijk van de thema’s die besproken worden, zullen relevante afdelingen van de gemeente bij de projectgroep worden betrokken, zoals milieu, openbare werken, groenbeheer en onderhoud en sociale zaken.

5.2.1 Organisatie op korte termijn
Om de plannen op korte termijn te realiseren is een stuurgroep geformeerd waarin de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening (onder andere i.v.m. herziening bestemmingsplan Oudeveld) van de gemeente Oudeveen, de voorzitter van ondernemersvereniging Oudeveen en de regionaal economisch adviseur van de Kamer van Koophandel zitting nemen. Een externe projectleider, tevens procesmanager is secretaris van de stuurgroep. De stuurgroep neemt de uiteindelijke beslissingen. De portefeuillehouder zal actief betrokken zijn bij het proces en de te maken keuzes. Voor de uitvoering van de plannen is een projectgroep ingesteld waarin belangrijke gemeentelijk afdelingen en de ondernemersvereniging participeren. Verder is de provincie als medefinancier lid van de projectgroep. De projectleider/procesmanager is secretaris van de projectgroep. De projectgroep wordt voorgezeten door een van de bestuursleden van de bedrijvenvereniging. Voor de uitwerking en uitvoering van de verschillende maatregelen worden afzonderlijke werkgroepen gevormd bestaande uit vertegenwoordigers van de betrokken gemeentelijke afdelingen en de meest bij het onderwerp betrokken ondernemers. Daarnaast kunnen vertegenwoordigers van relevante partners worden betrokken, zoals: • Stichting Beveiliging Oudeveld; • Waterschap/waterleidingmaatschappij; • Kamer van Koophandel.

5.2.2 Projectleider/procesmanager
De gemeente en de ondernemersvereniging hebben besloten om voor drie dagen per week een externe procesmanager in te schakelen om het masterplan uit te voeren. De belangrijkste reden hiervoor is dat beide partijen groot belang hechten aan de voortgang van de uitvoering en de risico’s op vertraging willen beperken. De procesmanager moet onafhankelijk van gemeente en ondernemers kunnen opereren. De gemeente en ondernemersvereniging zijn gezamenlijk opdrachtgever van de procesmanager. De gemeente treedt daarbij op als penvoerder en mede financier. De kosten voor de projectleider worden voor een belangrijk deel echter bekostigd uit het provinciale fonds Ruimte voor duurzame bedrijventerreinen. De procesmanager is secretaris van de stuurgroep en trekker van de projectgroep. De procesmanager brengt de onderdelen van het masterplan bij elkaar. Binnen de kaders van het project is hij verantwoordelijk voor de onderlinge afstemming en communicatie, voor de kwaliteit van de producten, de voortgangsbewaking en het beheer van het project zoals de financiële consequenties, planning etc..

5.2.3 Werkgroepen
Een aantal inhoudelijk maatregelen worden in kleine werkgroepen uitgewerkt. In

32

voorbeeld

5. Organisatie en communicatie
Deze opzet is samengevat in onderstaand organogram: 5.1 DOEL HOOFDSTUK Dit hoofdstuk beschrijft de organisatie die de genoemde maatregelen ten uitvoer zal brengen. Tevens wordt de communicatie tussen betrokken partijen beschreven. Gemeente 5.2 ORGANISATIE Deze paragraaf werkt de organisatiestructuur uit die invulling geeft aan de verduurzaming van het terrein. Juist omdat het een samenwerkingsproject tussen overheid en bedrijfsleven betreft is het van groot belang taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder op papier te zetten. Bij het beschrijven van de organisatiestructuur kan het zinvol zijn onderscheid te maken tussen de korte termijn (1-2 jaar voor uitvoering van quick wins) en langere termijn (langer dan 2 jaar voor uitvoering van het gehele masterplan). a. Korte termijn Bij het uitwerken van de organisatiestructuur is het zinvol aandacht te besteden aan de organisatie bij elk van de betrokken partijen, alsmede gezamenlijke werkverbanden. Een mogelijk opzet kan zijn: 1. bedrijfsleven: versterken of opzetten van een samenwerkingsverband van gevestigde bedrijven in de vorm van een bedrijventerreinvereniging en/of lokale ondernemersorganisatie. De organisatiegraad van het bedrijfsleven is doorslaggevend voor het succes van het project; 2. gemeente: aanwijzing van verantwoordelijke projectbestuurder (collegelid) en eventueel instelling van een interdisciplinair ambtelijk projectteam voor upgrading van het bedrijventerrein; 3. stuurgroep: instelling van een beleidsbepalend orgaan bestaande uit vertegenwoordigers van de bedrijven en de gemeentelijke projectbestuurder; 4. projectgroep: uitvoerende trekkers vanuit bedrijfsleven, gemeente en andere betrokken partijen, met duidelijke projectleider/procesmanager; 5. werkgroepen van bedrijven en gemeente, alsmede van andere betrokken partijen die specifieke deelthema’s/maatregelen uitwerken.
College B&W Ambtelijke organisatie & Projectbestuurder Eventueel regionale ontwikkelings/ herstructureringsmaatschappij

5
Bedrijven
Lokale ondernemersvereniging & Vertegenwoordigers bedrijven Kamer van koophandel

Organisatie korte termijn

Stuurgroep

Projectgroep

Werkgroep 1 • medewerkers gemeente • vertegenwoordigers bedrijfsleven • andere partijen

Werkgroep 2 • idem

Werkgroep 3 • idem

Werkgroep 4 • idem

theorie 33

een werkgroep nemen zowel vertegenwoordigers van de relevante afdelingen van de gemeente als vertegenwoordigers van de ondernemers deel. Een werkgroep werkt volgens een opdracht van de projectgroep, komt een aantal keren bijeen en rapporteert terug aan de projectgroep. De volgende werkgroepen worden gestart: • verkeer en vervoer: vooral gericht op verbetering van de ontsluiting en vergroting van de verkeersveiligheid rond afrit A21, bereikbaarheid per openbaar vervoer en verkeersveiligheid op het bedrijventerrein zelf; • uitstraling/beeldkwaliteit: vooral gericht op beheer en onderhoud van de openbare ruimte en uitstraling en onderhoud van kavels en bedrijfspanden; • ruimtegebruik: onderzoek naar de mogelijkheden om in de toekomst gebruik te maken van beschikbare ruimte, dan wel meer ruimte beschikbaar te krijgen op het terrein; • energieproject: energiebesparing en inzet duurzame energie; • personeelsvoorzieningen: uitwerking diverse opties; • afval/reststoffen: inzameling, verwerking en collectieve contracten. Een eerste opzet voor de projecten uit te voeren door de werkgroepen is te vinden in de bijlagen. 5.3 TOEKOMSTIGE ORGANISATIE De gewenste kwaliteitsverbetering van Oudeveld in de toekomst moet worden gedragen door de op het terrein gevestigde bedrijven en de gemeente. Dit vergt een platform waarop beide partijen structureel met elkaar in overleg gaan over de na te streven doelen en uit te voeren activiteiten. Uitgangspunten voor zo’n publiek-private samenwerking zijn: • breed draagvlak onder bedrijven en binnen de gemeente; • voldoende zeggenschap van de bedrijven bij het voorbereiden en vaststellen van het beleid; • heldere afbakening van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden; • flexibiliteit in beleid: op basis van nieuwe wensen en ideeën moet het beleid makkelijk bijgesteld kunnen worden. De publiek-private samenwerking kan verschillende vormen aannemen. In de eerste plaats is echter van belang dat de samenwerking zich kan bewijzen en dat ondernemers zich organiseren in een vertegenwoordigende rechtspersoon die afspraken kan maken namens de ondernemers.

5.3.1 Ondernemersvereniging
Voor de belangenbehartiging van de gevestigde ondernemers kan uit diverse rechtspersonen worden gekozen. Om recht te doen aan de zeggenschap van de ondernemers op Oudeveld en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder af te bakenen, wordt de voorkeur gegeven aan een vereniging van ondernemers. Met verdergaande bevoegdheden dan de huidige ondernemersvereniging Oudeveen die breder is georganiseerd dan alleen de bedrijven op Oudeveld en ook andere doelstellingen heeft.

5.3.2 Projectbestuurder en bedrijvenloket gemeente
Vanuit de gemeente kan door enkele aanpassingen zowel bestuurlijk als in de organisatie op ambtelijk niveau het belang van het Masterplan duurzame revitalisering Oudeveld duidelijk worden gemaakt. Daarvoor wordt op bestuurlijk niveau de portefeuillehouder Ruimtelijke Ontwikkeling als projectbestuurder aangewezen. De projectwethouder is integraal verantwoordelijk voor het project. De herziening van het bestemmingsplan Oudeveld dat onder dezelfde portefeuille valt loopt min of meer parallel met het project. Daarnaast is ambtelijk een apart bedrijvenloket ingesteld. Hier kunnen bedrijven met vragen terecht. Bedrijven krijgen altijd binnen een week reactie/antwoord. De gemeentelijke organisatie wordt hiermee transparanter voor bedrijven.

5.3.3 Parkmanagementorganisatie
De vereniging van ondernemers en de gemeente zullen in de startfase gezamenlijk het beleid met betrekking tot Oudeveld bepalen. Het onderzoek naar de mogelijkheden voor een parkmanagementorganisatie en de aanzet voor een bedrijfsplan zal door de gemeente en de bedrijven gezamenlijk worden uitgevoerd. De provincie verleent subsidie op deze onderzoeken en is dan ook om een financiële bijdrage gevraagd. Uitgangspunten bij de uitvoering van parkmanagement zijn: • daadkracht; • professionaliteit en expertise; • voldoende capaciteit voor de uitvoering van de gewenste taken; • heldere afbakening tussen uitvoering en uitbesteding; • de ondernemersvereniging moet als spreekbuis namens de ondernemers het woord kunnen voeren en afspraken kunnen maken. Dat moet passen binnen de doelstellingen en statuten van de ondernemersorganisatie; • wie betaalt, bepaalt: uiteindelijk is dit toch een doorslaggevend criterium. De

34

voorbeeld

In het masterplan, vooral bij de activiteiten of projectenplanning dienen verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden die de verschillende partijen in de loop van de tijd hebben, goed te worden weergegeven. De projectleider/procesmanager bewaakt de planning en uitvoering hiervan. b. Langere termijn 1. oprichting of versterking van een organisatie van ondernemers op het terrein, die het beleid ten aanzien van het terrein bepaalt en de gevestigde bedrijven naar buiten toe vertegenwoordigt. Deze organisatie moet als vertegenwoordiger van de bedrijven op kunnen treden; 2. instelling van bedrijvenloket/serviceteam van de gemeente, verantwoordelijk voor het relatiebeheer met bedrijven op het terrein en uitvoering van concrete projecten; 3. oprichting van een parkmanagementorganisatie, waarin bedrijven en gemeente zijn vertegenwoordigd; hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen een beheerorganisatie die collectieve voorzieningen (bijv. onderhoud & beheer en beveiliging) verzorgt en een ondernemende organisatie die commerciële diensten (bijvoorbeeld gezamenlijke inkoop) aanbiedt; 4. selectie of oprichting van werkmaatschappijen voor uitvoering van specifieke dienstverlening. Het masterplan dient aan te geven hoe de organisatie, inclusief verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de verschillende partijen, op langere termijn wordt uitgewerkt.

5.2.2 Aanpak/informatiebronnen
• EZ-publicaties parkmanagement. • Provincie Zuid-Holland/DECOR, Handreiking Duurzaamheid op Bedrijventerreinen, Den Haag.

5.2.3 Voorbeelden/referenties
• Ministerie van Economische Zaken, Parkmanagement. Kwaliteit wint terrein, Den Haag. • Landelijk pilotproject duurzaam de Krogten, Breda. 5.3 COMMUNICATIE Deze paragraaf behandelt de communicatiestrategie om het draagvlak voor het masterplan te vergroten en de voorgestelde duurzaamheidsmaatregelen uit te voeren.

5.3.1 Mogelijke inhoud
De samenwerking (en dus de communicatie) tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en gemeente moet een aantal stadia doorlopen: • indien aanwezig: oud zeer en teleurstelling uit het verleden uitspreken; • uitwisselen van informatie en kennis over het terrein (platformfunctie); • knelpunten signaleren; • gemeenschappelijke ambities of doelstellingen formuleren (beoogd resultaat); • gezamenlijk acties en projecten opzetten, inclusie benodigde financiële en personele middelen, vastgelegd in masterplan. Het bovenstaande betekent in de praktijk dat gemeente en ondernemers in de startfase vrijblijvend met elkaar kunnen praten over ambities en verbeterpunten, maar dat in de loop van het traject de samenwerking een meer formeel karakter moet krijgen. De afspraken van de kant van de gemeente moeten bestuurlijk worden gedekt, bij voorkeur door deelname van de portefeuillehouder economische zaken of ruimtelijke ordening aan het overleg met de ondernemers. De gemeente moet bovendien bereid zijn inzicht te geven in de mogelijke bijdrage of beschikbare middelen. Tijdige betrokkenheid en terugkoppeling naar betrokken afdelingen is essentieel. Bij de ondernemers moet de organisatiegraad op het terrein zodanig zijn dat de organisatie voor het grootste en/of belangrijkste deel van de betreffende onderne-

5.2.1 Taakverdeling
De taakverdeling volgt logisch uit de afspraken over uitvoering van projecten en activiteiten. Vanuit het bedrijfsleven is het van belang dat wordt meegedacht over oplossingen van knelpunten en het oppakken van kansen. Deelname van bedrijven aan deelprojecten en goede communicatie vanuit de ondernemersorganisatie naar de achterban zijn daarbij van belang. Vanuit de gemeente dienen afhankelijk van de geformuleerde projecten en activiteiten tijdig de relevante afdelingen betrokken te worden zodat snel gehandeld kan worden. Logische taken vanuit de gemeente zijn ruimtelijke ordeningsprocedures, vergunningen, onderhoud en beheer van infrastructuur en openbare ruimte. Voor bepaalde projecten kunnen ook vertegenwoordigers van andere belanghebbenden (bijvoorbeeld waterschap, brandweer of politie) in een projectteam deelnemen.

theorie 35

kunst is echter meerdere belangen in één pakket mee te nemen en met elkaar te verenigen. Taken van de parkmanagementorganisatie zijn onder meer: • beheer en onderhoud van wegen, groen, bewegwijzering ed.; • organiseren en faciliteren van gemeenschappelijke activiteiten als terreinbeveiliging, collectieve inkoop en afvalmanagement; • stimuleren van de totstandkoming van kostenbesparende of kwaliteitsverhogende collectieve faciliteiten; • actieve bemiddeling tussen ruimtevraag en onderbenutte ruimte. Qua rechtsvorm wordt gedacht aan een stichting of een BV die eventuele winsten inzet voor vergroting of verbetering van de dienstverlening dan wel terugsluist naar de deelnemende bedrijven. Indien gewenst kan onderscheid worden gemaakt tussen de beheertaken van het parkmanagement (waarvoor een stichting meer voor de hand ligt) en ondernemende taken als collectieve inkoop en gemeenschappelijke faciliteiten op commerciële basis (eventueel ondergebracht in een BV, mits de onderlinge afstemming goed wordt geregeld). De provincie en de regionale ontwikkelingsmaatschappij worden bij het opzetten van parkmanagement betrokken juist om de ervaringen van eerdere projecten en bedrijventerreinen in te brengen. De uitvoering van specifieke activiteiten zal deels door de parkmanagementorganisatie zelf gebeuren en deels worden uitbesteed aan gespecialiseerde dienstverleners zoals beveiligingsbedrijven, inkoopcombinaties, horeca/catering en kinderopvang. 5.4 COMMUNICATIE Communicatie vormde een belangrijke bindende factor bij het opstellen van het masterplan voor de duurzame revitalisering van Oudeland. Het project staat of valt met het draagvlak en de betrokkenheid van de afzonderlijke ondernemers. In de eerste plaats is de ondernemersvereniging Oudeveen natuurlijk verantwoordelijk voor het infomeren en betrekken van haar achterban. Daar waar mogelijk zal de gemeente deze communicatie ondersteunen via de gemeentelijke organisatie (voorlichting, bedrijfscontactfunctionaris, gemeentepagina). Binnen het totale project voor het opstellen van het Masterplan is de procesmanager in eerste instantie verantwoordelijk voor de communicatie over en binnen het project. De procesmanager kan de participanten hierop aanspreken of afspraken maken over extra acti-

viteiten. Het onderwerp komt regelmatig als aandachtspunt op de agenda van stuur- en projectgroep aan de orde. Nieuwe ideeën of verbeterpunten kunnen direct met de procesmanager worden opgenomen. De afdeling Interne en Externe Communicatie van de gemeente is bezig met de uitwerking van het communicatieplan. Hierin wordt onder andere ingegaan op doelgroepen (bedrijven, ondernemersvereniging, bedrijven die geen lid zijn, uitvoerend medewerkers van gemeente, omwonenden, etc.), kanalen (werkgroepen, informatiebijeenkomsten, nieuwsbrief Duurzame revitalisering Oudeveld, website gemeente en ondernemersvereniging, pers), boodschappen (onderscheiden naar algemene informatie en specifieke projectinformatie) en planning.

36

voorbeeld

mers kan spreken en besluiten kan nemen die op draagvlak kunnen rekenen bij de ondernemers. Daarbij is het principe ‘wie betaalt, bepaalt’ van belang. Naarmate organisaties een belangrijker bijdrage aan de financiering van de uitvoering leveren, zullen ze meer invloed op de besluitvorming en uitvoering willen hebben. Voor het draagvlak onder de rest van de ondernemers is regelmatige terugkoppeling en betrokkenheid cruciaal. Het is van belang om in het masterplan een aanzet voor een gerichte communicatiestrategie te geven, waarin aandacht wordt besteed aan de volgende zaken: a. doelgroepen: • bedrijven, ingedeeld naar actieve en overige; • gemeente, onderscheiden naar bestuurlijk/politiek en ambtelijk; • andere belanghebbenden, zoals omwonenden, politie, waterschap, etc.. b. kanalen: • bijeenkomsten; • projectgroepen; • media/pers; • nieuwsbrief/e-mail. c. boodschappen: • algemene achtergrondinformatie over het bedrijventerrein; • specifieke informatie over uitgevoerde en geplande acties; • (stimulerende) informatie over organisatie en draagvlak. d. frequentie / planning /dosering: regelmatig, niet teveel en niet te weinig info.

5.3.3 Aanpak/informatiebronnen
Het ontwikkelen van een communicatiestrategie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van bedrijven en gemeente, waarbij eventueel op het terrein of bij de gemeente aanwezige deskundigen het voortouw kunnen nemen.

5.3.4 Voorbeelden/referenties
Masterplan Twentekanaal, Hengelo (communicatieplan).

5.3.2 Taakverdeling
De belangrijkste opdracht in de samenwerking tussen de bedrijven en de gemeente is het onderling vertrouwen te ontwikkelen en bevestigen. Om dat waar te kunnen maken zijn de volgende afspraken van belang: • afspraak is afspraak met respect voor elkaar wederzijdse beperkingen; • realistische planningen met respect voor wederzijdse beperkingen; • tempo en prioriteit bij acties om voortgang te behouden; • aandacht voor zorgvuldige procesvoering en communicatie. Daarnaast moet de gemeente nadrukkelijk de relevante afdelingen binnen de gemeentelijk organisatie tijdig betrekken en moeten de ondernemers tijdig de achterban betrekken zodat er draagvlak bij de rest van de organisatie of leden is voor uitvoering van de maatregelen.

theorie 37

6. Planning, kosten en financiering Oudeveld
6.1 PLANNING De uitvoering van het project start per 1 maart 2003. De planning ziet er als volgt uit: 2. Proceskosten: uitgaven aan werkgroepen en communicatie die voornamelijk worden gefinancierd door de gemeente terwijl het bedrijfsleven uren inbrengt. 3. Investeringskosten: afhankelijk van de gekozen maatregelen (veelal PM) maar de gemeente heeft voor bepaalde maatregelen reeds een bedrag gereserveerd; de maatregelen worden in principe gefinancierd door de verantwoordelijken/belanghebbenden, plus eventuele subsidies van provincie en rijk. In tabel 1 en in de bijlagen zijn de projecten op hoofdlijnen uitgewerkt en is voor zover nu mogelijk een indicatie van de kosten opgenomen.

Activiteiten Opstellen projectplannen (conform begrotingscyclus gemeente Oudeveen) inclusief financiering, planning, taakverdeling e.d. Vaststellen projecten door stuurgroep Uitvoering projecten door projectgroep/werkgroepen

Planning Maart t/m september 2003

Oktober 2003 Vanaf november 2003

Ieder kwartaal wordt de voortgang besproken in de projectgroep; eens per jaar wordt de voortgang geëvalueerd. De stuurgroep komt minimaal tweemaal per jaar bijeen om de voortgang te bespreken. De projecten worden uitgevoerd door de werkgroepen. De planning van werkgroep-activiteiten wordt door de werkgroepen zelf opgesteld uiteraard passend binnen de overall-planning. Een eerste aanzet hiertoe is gemaakt in de diverse projectbeschrijvingen, zie bijlagen. 6.2 KOSTEN EN FINANCIERING Bij de uitvoering van dit masterplan spelen de volgende kosten een rol: 1. Onderzoekskosten: voor nadere studies ten behoeve van de uitwerking van projecten en de voorbereiding van het parkmanagement.

38

voorbeeld

6. Planning, kosten en financiering
6.1 DOEL HOOFDSTUK Dit hoofdstuk geeft een globaal inzicht in de planning en uitvoering van de activiteiten. Aangezien het masterplan de basis vormt voor besluitvorming over duurzame revitalisering van het terrein, is het daarnaast essentieel dat het plan goed zicht geeft op de kosten en financiering van organisatie en uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen, zowel de maatregelen die concreet zullen worden toegepast als het onderzoek naar maatregelen die nog verder moeten worden uitgewerkt. 6.2 MOGELIJKE INHOUD Voor de financiering kan worden geput uit verschillende bronnen: • bijdrage gemeente • beheerbudgetten gemeente • (lidmaatschaps)bijdrage bedrijven • subsidies provincies, rijk en EG • revolving funds; inkomsten uit dienstverlening aan bedrijven • investeringen door ontwikkelingsmaatschapij, herstructureringsmaatschappij

6

6.2.3 Taakverdeling
De planning dient in overleg tussen bedrijven en gemeente te worden opgesteld. Dit geldt ook voor de exploitatieopzet. In beide gevallen neemt de projectleider/procesmanager het voortouw.

6.2.1 Planning
In de planning geeft u aan wanneer welke projecten of activiteiten uit het masterplan worden uitgevoerd. In het Masterplan worden projecten op hoofdlijnen benoemd. Bij de uitwerking van deze projecten in detail zal de projectplanning daarop aangepast moeten worden. Van belang is de voortgang van het project te bewaken en te stimuleren dat enthousiasme en betrokkenheid groot blijven. Het is daarom belangrijk projecten waarin quick-wins zijn te behalen direct te starten.

6.2.4 Aanpak/informatiebronnen
Het is belangrijk om vroeg in het traject oriënterend overleg te houden tussen gemeente en ondernemers over de financiering van organisatie en maatregelen op korte en langere termijn. Daarbij kunnen ook vertegenwoordigers van de Kamer van Koophandel, regionale ontwikkelingsmaatschappij of een provinciaal projectteam (bijvoorbeeld PIT in Brabant en DECOR in Zuid-Holland) worden betrokken omdat zij bekend zijn met voorbeelden uit de regio en met provinciale of regionale subsidieregelingen.

6.2.2 Kosten en financiering
Bij de uitvoering van het masterplan spelen de volgende kosten een rol: • onderzoekskosten: kosten ten behoeve van nadere studies, uitvoeren van enquêtes, e.d; • proceskosten: kosten nodig om de organisatie op poten te zetten zoals het inhuren van een externe procesbegeleider, bureaukosten, kosten bijeenkomsten, communicatie ect.; • investeringskosten: kosten ten behoeve van de uitvoering van maatregelen. Investering in kwaliteitsverbetering van het bedrijventerrein verhoogt voor gemeenten de opbrengst in de toekomst en vermijdt toenemende uitgaven voor sanering en herstructurering. Voor bedrijven leiden deze investeringen tot kostenbesparing en waardebehoud/-verbetering van het onroerend goed.

6.2.5 Voorbeelden/referenties
• Ministerie van Economische Zaken. Parkmanagement. Kwaliteit wint terrein. Den Haag. • Beleidsverkenning Moleneind-Landweer 2003-2005, Oss.

theorie 39

Tabel 1

Overzicht kosten uitvoering projecten duurzaam Oudeveld 2003-2005 in euro
Omschrijving project jaar gemeente Bereikbaarheid en verkeersveiligheid Uitstraling en terreinbeheer Zorgvuldig ruimtegebruik Collectieve afvalinzameling/verwerking Energieprojecten Personeelsvoorzieningen Voorbereiding parkmanagement 2003/2004 2003 2004 2003 2003 2004/2005 2003/2004 30.000 5.000 20.000 10.000 0 5.000 20.000 Onderzoekskosten bedrijven 0 15.000 0 10.000 plus 500 per onderzoek 10.000 plus 500 per onderzoek 5.000 20.000 Proceskosten gemeente 1.000 1.000 1.000 0 0 0 2.000 bedrijven 0 1.000 0 0 0 0 1.000 Investeringskosten gemeente 500.000 20.000 PM 10.000 0 0 PM bedrijven 10.000 PM PM PM PM PM PM

40 voorbeeld

theorie 41

7. Managementsamenvatting Oudeveld
Ondernemersvereniging Oudeveen en de gemeente hebben gezamenlijk geconstateerd dat op bedrijventerrein Oudeveld een aantal zaken kan worden verbeterd. Het bedrijventerrein van circa 200 hectare met zo’n 250 bedrijven en 4.800 arbeidsplaatsen is in de jaren ’70 ontwikkeld en vertoont tekenen van veroudering. Uit een inventarisatie onder bedrijven (65% respons) en gemeente komen als belangrijkste knelpunten naar voren: • ontsluiting, bereikbaarheid en verkeersveiligheid; • rommelige uitstraling; • inefficiënt ruimtegebruik. Daarnaast worden kansen geconstateerd op het gebied van: • alternatieve vervoersvormen voor personeel; • energie; • afvalinzameling; • collectieve personeelsvoorzieningen. Om deze knelpunten aan te pakken en kansen te benutten, is door gemeente, ondernemersvereniging en Kamer van Koophandel dit masterplan voor duurzame revitalisering van Oudeveld opgesteld. De algemene ambitie voor de komende jaren is waardebehoud van het terrein en vastgoed door duurzame kwaliteitsverbetering en samenwerking. Deze ambitie is vertaald in een vijftal doelen: representatieve uitstraling, goede bereikbaarheid, functioneel en efficiënt ruimtegebruik, zuiniger gebruik van materialen, energie en water en meer inzet van duurzame varianten alsmede gezamenlijk beheer van het terrein door gevestigde bedrijven en gemeente (parkmanagement). Om de ambitie en doelen te verwezenlijken is een pakket van maatregelen opgesteld dat betrekking heeft op de volgende thema’s: 1. bereikbaarheid en verkeersveiligheid; 2. uitstraling en terreinbeheer; 3. zorgvuldig ruimtegebruik; 4. collectieve afvalinzameling/verwerking; 5. energieprojecten; 6. personeelsvoorzieningen. Daarnaast zal aandacht uitgaan naar de ontwikkeling van parkmanagement. De uitvoering van dit masterplan is in handen van een stuurgroep van ondernemersvereniging en gemeente, die een projectgroep van de belangrijkste gemeentelijke afdelingen, ondernemers en provincie aanstuurt. Voor de uitwerking en toepassing van de geselecteerde maatregelen zijn werkgroepen gevormd. Het geheel wordt gecoördineerd door een externe procesmanager/projectleider. Op langere termijn zijn een aparte ondernemersvereniging voor Oudeveld, een bedrijvenloket bij de gemeente en een privaat-publieke parkmanagementorganisatie voorzien. Voor de communicatie met de verschillende belanghebbenden zal een communicatieplan worden opgesteld. De kosten van de geselecteerde projecten bedragen circa € 180.000 aan onderzoekskosten, en € 7.000 aan proceskosten. De eerste raming voor investeringskosten bedraagt circa € 600.000. De uitwerking van de diverse projecten zal hierover nader uitsluitsel moeten geven. De kosten voor de procesmanager worden gefinancierd door de gemeente en provincie en bedragen over de periode 2003-2005, € 180.000 .

42

voorbeeld

43

1. Duurzaam Oudeveld Project Bereikbaarheid en verkeersveiligheid
Doelstelling Verbeteren van: • bereikbaarheid van Oudeveld en de bedrijven; • verkeersveiligheid op Oudeveld; • sociale veiligheid op Oudeveld. • Verbetering bereikbaarheid en ontsluiting door verbetering van de afrit A21 en de doorstroming. • Verbetering van de sociale veiligheid door goede zichtbaarheid en verlichting van fiets- en voetgangers verbindingen en wachtruimten/haltes voor bus. • Afspraken intensivering surveillance politie/beveiliging. • Bij de gemeente aanwijzen van een meldpunt klachten en verbeterpunten Oudeveld. Nader onderzoek naar: • verbetering bereikbaarheid met openbaar vervoer; • verbetering verkeersveiligheid op het terrein zelf; • mogelijkheden voor vervoersmanagement op Oudeveld. Aanpak in stappen 1. Instellen werkgroep bereikbaarheid. 2. Inventarisatie van de knelpunten wat betreft bereikbaarheid, inclusief verkeersveiligheid en sociale veiligheid. 3. Prioriteiten stellen in knelpunten en bijbehorende acties. 4. Inventariseren middelen en financieringsbronnen. 5. Voorstellen korte termijn verbeteracties om direct uit te voeren en acties om in de planning/begroting op te nemen. 6. Uitvoeren acties. Projectleider Gemeente Oudeveen, sector Ruimtelijke Ontwikkeling afdeling verkeer en vervoer. 1. Gemeentelijke afdelingen: • Verkeer en Vervoer; Tijdbesteding Externe partijen Draagvlak • Ruimtelijke Ordening; • Openbare Werken en Groenvoorziening. 2. Politie en brandweer. 3. Ondernemersvereniging en bedrijven. Adviesbureau 65% van de ondernemers die op de enquête hebben gereageerd, heeft aangegeven knelpunten te zien juist bij de bereikbaarheid van het terrein en hun bedrijf. Uitvoering van werkzaamheden aan de infrastructuur vraagt reservering van budgetten in de begroting en planning. Daarnaast zijn een aantal kleinere acties op korte termijn uit te voeren: • inventarisatie en voorbereiding: 2003; • uitvoering kleine acties: einde 2003 en 2004; • werkzaamheden infrastructuur: eind 2004 Gemeente Oudeveen: 80-120 uur Bedrijven: 20-40 uur Beoogd resultaat

Planning

Deelnemers werkgroep

Kosten/financiering • De proceskosten (bijeenkomsten, communicatie) bedragen € 1.000 gefinancierd door de gemeente. • Voor nader onderzoek aan verkeersplan, geluidsonderzoek en kleine verkeersaanpassingen is door de gemeente € 30.000 gereserveerd. • Voor aanpassing van de aansluiting op de A21 wordt door de gemeente een bedrag gereserveerd van € 500.000 als cofinanciering van de rijksbijdrage. • Van de bedrijven worden investeringen gevraagd voor kleine aanpassingen zoals op- en afritten, particuliere groenvoorzieningen en verlichting, schatting € 10.000.

44

voorbeeld

45

2. Duurzaam Oudeveld Project Uitstraling en terreinbeheer
Doelstelling • Verbeteren visuele kwaliteit gebouwen. • Verbeteren onderhoud en beheer openbare ruimten en groenvoorzieningen. • Opstellen duidelijke spel- en gedragsregels hoe om te gaan met de openbare ruimte inclusief hoe partijen aan te spreken op deze spelregels. Een meer eensluidende omschrijving van goede uitstraling en kwaliteit op Oudeveld door een duidelijke set van criteria, vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan. Deelnemers werkgroep 1. Gemeentelijke afdelingen: • Ruimtelijke Ordening; • Openbare Werken. 2. Ondernemersvereniging en bedrijven. Adviesbureau 38% van de ondernemers geeft in de enquête aan dat de uitstraling van Oudeveld een aandachtspunt van belang is. Korte termijn acties: • in 2003/2004; Lange termijn acties: • voorbereiding en planning in 2004; • uitvoering in 2005 en verder. Bedrijven: 80-100 uur. Gemeente Oudeveen: 40-80 uur. Externe partijen Draagvlak

Beoogd resultaat

Planning Aanpak in stappen Korte termijn 1. Nadere inventarisatie knelpunten en verbeterpunten (op basis van resultaten enquête en klachten). 2. Voorstel voor aanpak van de verbeterpunten op korte termijn. Lange termijn 1. Opstellen set met criteria visuele beeldkwaliteit Oudeveld om de gewenste beeldkwaliteit zichtbaar maken (verschillende niveaus van groenbeheer en onderhoud zichtbaar maken inclusief de bijbehorende kosten). 2. Discussie/werkbijeenkomsten georganiseerd door ondernemersvereniging over visuele kwaliteit/uitstraling. 3. Vastlegging nagestreefde visuele beeldkwaliteit in beeldkwaliteitsplan, inclusief bijbehorend actieprogramma met uitwerking acties, taakverdeling en kosten. 4. Uitvoeren acties. 5. Jaarlijks terugkerend onderwerp op de agenda van het overleg tussen gemeente en ondernemersvereniging Oudeveld. Projectleider Ondernemersvereniging Oudeveen

Tijdbesteding

Kosten/financiering • De proceskosten worden geschat op € 1.000 voor communicatieactiviteiten van de gemeente en € 1.000 voor de bedrijven (kosten voor de organisatie van de discussie/ werkbijeenkomst(en)). • Als onderzoekskosten investeert de gemeente € 5.000 en het bedrijfsleven € 15.000 ten behoeve van het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. • Voor verbetering van de openbare ruimte heeft de gemeente € 20.000 gereserveerd bovenop het reguliere budget voor beheer en onderhoud. Daarnaast steken bedrijven waarschijnlijk een veelvoud van dit bedrag in het opknappen van de bedrijfskavels (PM).

46

voorbeeld

47

3. Duurzaam Oudeveld Project Zorgvuldig ruimtegebruik
Doelstelling Er komt ruimte beschikbaar op Oudeveld voor uitbreiding van bestaande bedrijven en nieuw te vestigen bedrijven. Circa 10 hectare ruimtewinst door inbreiding. Tijdbesteding Beoogd resultaat Gemeente: • oriëntatie: 20-40 uur; • begeleiding onderzoek en uitvoering maatregelen: 150 uur. • bedrijven: inzet beperkt tot ca. 40 uur met name in de begeleidingsgroep.

Aanpak in stappen 1. Inventarisatie onderzoek naar het huidige ruimtegebruik op Oudeveld en de mogelijkheden hier ruimtewinst te boeken. 2. Juridische oriëntatie op instrumenten en mogelijkheden bij bedrijven. 3. Besluit doorgang definitief onderzoek (eind 2003/2004). 4. Onderzoek in 2004 naar de mogelijkheden om op termijn ruimte voor uitbreiding en nieuwe vestiging beschikbaar te krijgen alsmede de benodigde instrumenten en middelen. 5. Uitvoering maatregelen en aanbevelingen. Projectleider Gemeente Oudeveen, sector Ruimtelijke Ontwikkeling, afdeling Ruimtelijke Ordening. 1. Gemeentelijke afdelingen: • Ruimtelijke Ordening; • Economische Zaken; • Bedrijfscontactfunctionaris. 2. Ondernemersvereniging en bedrijven. Adviesbureau. Circa 25% van de ondernemers geeft aan het ruimtegebruik op Oudeveld als een knelpunt te zien. • Oriëntatie: 2003 • Uitvoering onderzoek: 2004.

Kosten/financiering • De kosten voor bijeenkomsten en communicatie worden geschat op € 1.000, gefinancierd door de gemeente. • Voor het onderzoek naar het huidige grondgebruik is door de gemeente € 20.000 gereserveerd. • De investeringskosten zijn aanzienlijk, echter op dit moment niet te begroten (PM).

Deelnemers werkgroep

Externe partijen Draagvlak

Planning

48

voorbeeld

49

4. Duurzaam Oudeveld Project Collectieve afvalinzameling/verwerking
Doelstelling Onderzoek naar de mogelijkheden voor collectieve afvalcontracten gecombineerd met onderzoek naar de mogelijkheden voor preventie van afvalstoffen en emissies in de bedrijfsvoering met name bij de metaal- en kunststofbedrijven. Kostenbesparing en milieuwinst door gezamenlijke contracten voor afvalinzameling en verwerking alsmede benutting van de mogelijkheden voor afvalpreventie en hergebruik van reststoffen (indien mogelijk op het terrein zelf). Planning Aanpak in stappen 1. Inventarisatie: gegevens afvalstromen uit enquête completeren en uitdiepen. 2. Onderzoek op bedrijfsniveau bij interessante en belangstellende bedrijven. 3. Analyse van kansen en mogelijkheden op bedrijfs- en terreinniveau. 4. Formuleren voorstellen voor samenwerkingsprojecten, bijvoorbeeld collectieve inzameling, verwerking en contract. 5. Opstellen rapportage. 6. Besluitvorming. 7. Vervolgtraject: • instellen preventie- en reductiekringen; • ingang zetten tender voor collectief contract. Projectleider Deelnemers werkgroep Ondernemersvereniging Oudeveen 1. Gemeentelijke afdelingen: • Ruimtelijke Ordening. • Milieu. 2. Ondernemersvereniging en bedrijven. Externe partijen Afvalinzameling- en afvalverwerkingsbedrijven. Adviesbureau. Een aantal bedrijven (20%) hebben dit als kansrijke optie aangemerkt. Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek wordt beoordeeld of er echt voldoende draagvlak aanwezig is om tot samenwerking te komen. Hele goede kansen liggen er bij de metaal- en kunststofverwerkende bedrijven. • Inventarisatieonderzoek: 2003. • Besluitvorming: begin 2004. • Vervolgtraject: medio 2004. Ondernemersvereniging: circa 40 uur. Bedrijven: circa 10 uur per bedrijf. Gemeente: circa 20 - 40 uur. Draagvlak

Beoogd resultaat

Tijdbesteding

Kosten/financiering • Voor de uitvoering van het inventarisatieonderzoek is een bijdrage van € 10.000 van zowel de gemeente als het bedrijfsleven noodzakelijk; per individueel bedrijf zijn de onderzoekskosten op € 500 gesteld. • In het kader van het programma Duurzaam Ondernemen bij de provincie kan een verzoek voor subsidieverlening worden ingediend voor de uitvoering van het onderzoek en de bedrijfsbezoeken, maximale bijdrage van de provincie is 70%. • De investeringskosten zijn op dit moment nog niet te bepalen. Vooralsnog heeft de gemeente een bedrag van € 10.000 gereserveerd voor het stimuleren van milieuwinst via collectieve voorzieningen.

50

voorbeeld

51

5. Duurzaam Oudeveld Project Energie
Doelstelling Uitvoeren onderzoek naar de mogelijkheden om tot kostenbesparing en milieuwinst te komen door collectieve energie inkoop en energiebesparing. Kosten besparing en milieuwinst door collectieve energie inkoop, energiebesparing en inzet van duurzame energie. Planning de holding of een branchevereniging. Voor energiebesparing en inzet van duurzame energie heeft 28% van de bedrijven belangstelling getoond. • • • • Inventarisatieonderzoek: 2003. Besluitvorming: eind 2003. Aanbieding contract uitzetten: begin 2004. Energiebesparing en inzet duurzame energie: 2004. Beoogd resultaat

Aanpak in stappen 1. Meer gedetailleerd inventarisatieonderzoek naar verbruikspatroon, besparingsmogelijkheden contracten en randvoorwaarden van belangstellende bedrijven. 2. Rapportage en besluitvorming over de opzet van het project. 3. Uitwerking contractvoorwaarden, organisatievorm en financiële opzet van inkoopcombinatie. 4. Vorming inkoop combinatie. 5. Uitwerking actieprogramma voor energiebesparing en inzet van duurzame energie. 6. Uitvoeren van acties. Projectleider Deelnemers werkgroep Ondernemersvereniging. 1. Gemeentelijke afdelingen: • Milieu. 2. (Energie-)inkopers van de bedrijven. 3. Ondernemersvereniging. Energie-inkoop adviseur. Energieleveranciers. Een aantal bedrijven (34%) hebben aangegeven mogelijkheden te zien in combinatie van de inkoop. Enkele bedrijven nemen al deel in andere inkoopcombinaties bijvoorbeeld via

Tijdbesteding

Collectieve inkoop van energie is in eerste instantie een zaak voor de bedrijven zelf. De gemeente wil ondersteunend naar de bedrijven optreden die belangstelling hebben voor energiebesparing en inzet van duurzame energie. Ondernemersvereniging: circa 40 uur. Bedrijven: circa 10 uur per bedrijf. Gemeente Oudeveen: circa 16 uur

Externe partijen

Kosten/financiering • De gemeente levert een bijdrage in de vorm van ambtelijke ondersteuning met name in de startfase van het onderzoek. • De kosten van het vooronderzoek, € 10.000 en de bedrijfsonderzoeken (€ 500 per bedrijf) moeten door de bedrijven zelf worden gedragen. • In het kader van het programma Duurzaam Ondernemen bij de provincie kan een verzoek voor subsidieverlening worden ingediend voor de uitvoering van het onderzoek (subsidie mogelijk tot 70%). De kosten voor de bedrijfsbezoeken komen voor rekening van de bedrijven.

Draagvlak

52

voorbeeld

53

6. Duurzaam Oudeveld Project Personeelsvoorzieningen
Doelstelling Verhogen van de aantrekkelijkheid van Oudeveld voor personeel, klanten en leveranciers door het aanbieden van collectieve voorzieningen op het gebied van human facilities en catering. Inzicht in draagvlak voor onderstaande activiteiten: • kinderopvang op het terrein; • restaurantfaciliteiten voor lunch en opvang van klanten en chauffeurs; • personeelspool waaruit tijdelijk personeel kan worden ingehuurd. Externe partijen Adviesbureau. Commerciële dienstverleners. Er is belangstelling voor een aantal diensten maar concrete bereidheid daarin te investeren is de volgende stap. • Inventarisatieonderzoek: medio 2004. Ondernemersvereniging en bedrijven: circa 150 uur. Gemeente: circa 40 uur. Draagvlak

Beoogd resultaat

Planning Tijdbesteding

Aanpak in stappen 1. Inventarisatie van het draagvlak voor collectieve personeelsvoorzieningen en aanverwante dienstverlening. 2. Rapportage en voorstel projectopzet. 3 Uitwerken van taken en verantwoordelijkheden, de organisatievorm/rechtspersoon en een financiële analyse (kosten/baten) voor de verschillende producten. 4 Opvragen van offertes bij commerciële aanbieders. 5 Keuze van de meest interessante aanbiedingen en afsluiten van contracten met bedrijven. Projectleider Deelnemers werkgroep Ondernemersvereniging Oudeveen. 1. Gemeentelijke afdelingen: • Economische zaken • Bedrijfscontactfunctionaris • Sociale zaken 2. Hoofden afdeling P&O van de bedrijven. 3. Ondernemersvereniging.

Kosten/financiering • De gemeente en de bedrijven leveren elk een bijdrage van € 5.000 aan het vooronderzoek. • De investeringskosten zijn afhankelijk van de geleverde diensten, deelname en gehanteerde tarieven. Deze komen in principe volledig voor rekening van de bedrijven (PM).

54

voorbeeld

55

7. Duurzaam Oudeveld Project Voorbereiding parkmanagement
Doelstelling Haalbaarheidsonderzoek naar draagvlak en opzet van parkmanagement op Oudeveld. Oprichting van een parkmanagementorganisatie die een basis- en optioneel pakket van diensten levert aan de bedrijven op Oudeveld. Beoogd resultaat • Openbare werken • Milieu 2. Bedrijven en bedrijvenvereniging 3. Ondernemersvereniging Externe partijen Adviesbureau. Commerciële aanbieders verschillende diensten. Een ruime meerderheid van de respondenten van de enquête heeft aangegeven belangstelling te hebben voor gezamenlijk beheer van het terrein en collectieve diensten. Voor de gemeente vormt het opzetten van parkmanagement een belangrijke voorwaarde om met duurzame revitalisering van Oudeveld aan de slag te gaan. • Haalbaarheidsonderzoek: 2004. • Uitwerking business plan en besluitvorming: eind 2004 en 2005. Ondernemersvereniging: 240 uur. Gemeente: 160 uur.

Aanpak in stappen 1. Eén of meer bijeenkomsten met bedrijven om in de enquête aangegeven wensen en randvoorwaarden voor dienstenpakket aan te scherpen. 2. Op basis van de resultaten van de enquête en bijeenkomsten uitwerken van verschillende opties voor dienstenpakket, organisatie en financiële opzet. 3. Werkbijeenkomst met bedrijven om te komen tot voorkeursoptie. 4. Uitwerking van voorkeursoptie in globaal bedrijfsplan. 5. Via een mailing, telefonische follow-up en eventueel bedrijfsbezoek nagaan bereidheid tot deelname aan het basispakket c.q. gebruik van facultatieve diensten. 6. Initiatiefgroep van bedrijven en gemeente bepaalt welke diensten in eigen beheer worden aangeboden en welke worden uitbesteed aan commerciële aanbieders. 7. Opstellen van offerteaanvragen voor uit te besteden diensten en opvragen van offertes. 8. Vastleggen van de bevindingen in een uitgewerkt businessplan, met concreet aanbod aan bedrijven. 9. Besluitvorming over inhoud, opzet en financiering. Projectleider Deelnemers werkgroep Ondernemersvereniging Oudeveen. 1. Gemeentelijke afdelingen: • Economische zaken en bedrijfscontactfunctionaris

Draagvlak

Planning

Tijdbesteding

Kosten/financiering • De proceskosten bedragen € 2.000 voor de gemeente en € 1.000 voor bedrijven. • De totale kosten van het haalbaarheidsonderzoek zijn begroot op € 40.000 waarvan de helft betaald moet worden door de bedrijven en de andere helft door de gemeente. De ondernemersvereniging en gemeente hebben bij de rijksoverheid en het regionale ruimtelijke stimulerings programma een subsidieverzoek ingediend om de kosten vergoed te krijgen.

56

voorbeeld

57

BEGELEIDING/KLANKBORDGROEP Het project is vanuit Novem begeleid door: • Dhr. drs. W. TH. M. (Wim) Vergeer • Mw. drs. M.J.E. (Mandy) Willems Een klankbordgroep die op verschillende momenten nuttige input in het project heeft geleverd, bestond uit: • Dhr. ir. P.P. (Peter) Dessens, Stichting DOBAN Arnhem • Mw. drs. M.F. (Madelène) ter Laak, Kamer van Koophandel Veluwe en Twente • Mw. drs. A. (Anke) Mariën-Muffels, Projecten Innovatie Team (PIT) NoordBrabant • Mw. drs. M.C.L.H. (Maria) Santman, Gemeente Zaanstad • Dhr. ing. L. (Bert) Visscher. Gemeente Amersfoort • Dhr. A.S. (Anno) de Vreeze, Deloitte en Touche Het rapport is opgesteld door Berry Roelofs, Ruth Derks en Ton Boer, NovioConsult, Nijmegen, september 2003.

58

voorbeeld

INFORMATIEBRONNEN

Publicaties
• Geoplan-cursus/BRO, Naar een duurzaam beheer op nieuwe bedrijventerreinen, Amsterdam/Vught. • Milieu Overleg Lagere Overheden (MOLO), Processchema duurzame versterking van bestaande bedrijventerreinen, Den Bosch. • Ministerie van Economische Zaken, Parkmanagement, Kwaliteit wint terrein, Den Haag. • Novem, Werken aan duurzaamheid op bedrijventerreinen. Een proceshandreiking voor gemeenten, Utrecht. • NV Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij, Gemeente Leeuwarden en Provincie Fryslän, Draaiboek bedrijventerreinen, Groningen. • Provincie Flevoland, Handreiking duurzame kwaliteit op bedrijventerreinen, Lelystad. • Provincie Zuid-Holland/DECOR, Handreiking Duurzaamheid op Bedrijventerreinen, Den Haag. • VNG, Kosten van Duurzame Uitbreidingsplannen, eindrapportage, Den Haag.

Websites
• • • • • • www.bedrijventerreinen.ez.nl www.dbt.novem.nl www.duurzamebedrijventerreinen.nl www.vnci.nl www.rivm.nl/milieuennatuurcompendium www.pzh.nl (zoek op decor)

Geraadpleegde masterplannen
• • • • • • • • • • • • • • • Lange termijnvisie duurzaam Dombosch, Geertruidenberg. Duurzaam industrieterrein Twentekanaal, Hengelo. Duurzaam bedrijventerrein Cornelis Douwes, Amsterdam. Duurzame ontwikkeling de Binckhorst, Den Haag. Masterplan Duurzame versterking bedrijvenpark Marslanden, Zwolle. Masterplan industrieterrein Zwartewater, Hasselt. West Kanaaldijk Sluis duurzaam op weg, Nijmegen/Beuningen. Masterplan Ladonk Nieuw, Boxtel. Landelijk pilotproject Duurzaam de Krogten. Project duurzame ontwikkeling bedrijventerreinen Frankeneng en Heestereng te Ede. Beleidsverkenning Moleneind-Landweer 2003-2005, Oss. Masterplan ontwikkeling duurzame bedrijventerreinen Moleneind en Landweer, Oss. Duurzame revitalisering bedrijventerrein de Achtersluispolder, Zaanstad. Masterplan Bahco, duurzame herstructurering Bargermeer, Emmen. Masterplan duurzame bedrijventerreinen Uden.

theorie 59

Swentiboldstraat 21 Postbus 17 6130 AA Sittard Tel.: 046 420 22 02 Fax: 046 452 82 60

Catharijnesingel 59 Postbus 8242 3503 RE Utrecht Tel.: 030 239 34 93 Fax: 030 231 64 91

Novem op internet: www.novem.nl www.dbt.novem.nl

Brochure nummer 3DBT-03.10 Novem© Themabrochure 3 november 2003 Aan deze brochure kunnen geen rechten worden ontleend

Novem • Is een agentschap van het ministerie van Economische Zaken • Voert beleid uit voor verschillende overheden • Draagt hiermee bij aan de ontwikkeling naar een duurzame samenleving