Directie Grondgebied Economische Zaken

College van Bestuur van het KAN Postbus 6578 6503 GB NIJMEGEN

Stationsplein 13 6512 AB Nijmegen Telefoon (024) 329 94 44 Telefax (024) 3238670 E-mail gemeente@nijmegen.nl Postadres Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

Datum

Datum uw brief

Ons kenmerk

Doorkiesnummer

4 juli 2002
Onderwerp

G410/CD 2.35900

3292773
Aantal bijlagen

Inspraakreactie regionale Bedrijventerreinennota KAN 20022005

In deze brief geven wij onze reactie op de beleidsvoornemens uit de regionale Bedrijventerreinennota KAN 2002-2005 “Balans tussen economie, milieu en ruimtelijke kwaliteit”. In de brief van 4 juli heeft u aangegeven dat de inspraaktermijn loopt tot 1 oktober 2002. Wij hebben inmiddels begrepen dat naar aanleiding van verzoeken van meerdere KANgemeenten de inspraaktermijn is verlengd tot 1 december 2002 en vaststelling ervan in de KAN-raad van januari 2003. De nota en de inspraakreactie zijn ook in de raadscommissie Stadsontwikkeling aan de orde geweest. Voorafgaande aan onze reactie op de 5 beleidskernpunten zoals die in hoofdstuk 2 van de bedrijventerreinennota benoemd zijn, willen wij eerst in algemene zin een aantal dingen over de nota zeggen. Er bestaat veel waardering voor de vernieuwende wijze waarop het KAN omgaat met het ruimtevraagstuk voor bedrijventerreinen. In het Segmenterings- en faseringsplan bedrijventerreinen uit 1997 werd alleen gekeken naar de kwantitatieve behoefte aan nieuw bedrijventerrein. In de nieuwe nota constateren wij een duidelijke beleidsomslag, er is een duidelijke koppeling gelegd tussen kwantitatieve en kwalitatieve afspecten vanuit het besef dat de ruimte steeds schaarser wordt: doel van het KAN-beleid is enerzijds accommodatie van de vraag naar bedrijventerreinen en anderzijds verantwoord met de ruimte om te gaan door zorgvuldig ruimtegebruik toe te passen, hiertoe wordt de systematiek van de SERladder toegepast. Uit de kwantitatieve analyse(bouwsteem a) blijkt dat er bovenop de oude prognose van het Segmenterings- en faseringsplan Bedrijventerreinen uit 1997 een extra vraag naar 253 ha bedrijventerrein is. Deze ruimtebehoefte wordt aan de hand van de SER-ladder geaccomodeerd.

Cie SO 13-01-03 Regionale bedrijventerreinennota KAN.doc

Directie Grondgebied Economische Zaken

Vervolgvel

1

Wij kunnen dit beleid helemaal onderschrijven, in ons college-akkoord hebben we ons uitgesproken voor toepassing van de SER-ladder. Het KAN zou er naar moeten streven om een meetbare ambitie met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik te formuleren (Hierbij refereren wij aan het voorbeeld dat in deel B van de nota wordt aangehaald: de Provincie Brabant heeft met het bedrijfsleven afgesproken dat ondernemers hun uiterste best zullen doen om ongeveer 30% minder ruimte te gebruiken). De pilot A 73-zone die inmiddels loopt, kan hiertoe handvaten bieden. Daarnaast heeft de KAN-nota oog voor het stimuleren van duurzaamheid van bedrijventerreinen, ook dit aspect willen we even benadrukken. Tegelijkertijd constateren wij dat een succesvolle toepassing van de SER-ladder afhankelijk is van een aantal factoren: • draagvlak van gemeenten binnen het KAN; • intensieve bovenlokale samenwerking tussen gemeenten in het KANgebied • beschikbaarheid van financiële middelen; • beschikbaarheid van alternatieve locaties voor uitplaatsing van bedrijven wegens herstructurering en transformatie; • concurrerend aanbod uit de directe omgeving van het KAN; • medewerking vanuit het bedrijfsleven; • economische conjunctuur. Het beleid voor zorgvuldig ruimtegebruik staat nog in de kinderschoenen. Daarom achten wij het van belang dat het beleid gemonitord wordt en periodiek geëvalueerd wordt, waarbij bovengenoemde aspecten aan de orde kunnen komen. Wij roepen het KAN op om hierin het initiatief te nemen. Als laatste willen wij toch enkele kritische opmerkingen maken over de verantwoordelijkheden en bevoegdheden die het KAN lijkt te claimen met betrekking tot het bedrijventerreinenbeleid in het KAN-gebied. In onze ogen heeft het KAN een coördinerende en faciliterende taak met betrekking tot het vormgeven van het regionale bedrijventerreinenbeleid: zorgdragen voor een goede afstemming en afspraken tussen de gemeenten in het KAN-gebied op het gebied van bedrijventerreinen. Dit regionale bedrijventerreinenbeleid vindt zijn vertaalslag in het nieuwe Regionale Structuurplan KAN en dit vormt het kader waar binnen het KANgebied de bedrijventerreinenontwikkeling plaatsvindt. Het KAN heeft vervolgens een controlerende taak. De lokale overheden hebben binnen dit beleidsmatige kader echter nadrukkelijk hun eigen verantwoordelijkheid voor hun eigen lokale bedrijventerreinenontwikkeling en de instrumenten om dat vorm te geven(als het opstellen van bestemmingsplannen, ruimtelijke inrichtingsplannen en uitgiftebeleid). In het verlengde hiervan zijn wij het oneens met de stelling dat het KAN actief grondbeleid wil gaan voeren. Dit is primair een taak van de gemeenten op wiens grondgebied bedrijventerreinen gelokaliseerd zijn.

Cie SO 13-01-03 Regionale bedrijventerreinennota KAN.doc

Directie Grondgebied Economische Zaken

Vervolgvel

2

We wijzen hierbij op de goed functionerende Gemeenschappelijke Regeling Bijsterhuizen waarin de gemeenten Nijmegen en Wijchen gezamenlijk optrekken. Het KAN kan een stimulerende en initierende rol vervullen bij het afstemmen en maken van afspraken tussen gemeenten inzake grondbeleid. Met het oog op de discussie die gaande is over de toekomst van het KAN als regionaal orgaan vinden wij het ook niet wenselijk om te schuiven in verantwoordelijkheden van de lokale overheden naar een regionaal niveau. Tot slot vinden wij dat er een goede afstemming met de Provincie Gelderland als opsteller van het nieuwe Streekplan, moet plaatsvinden. Binnen de Provincie Gelderland dient beleidsmatig geen onderscheid te gaan ontstaan tussen de verschillende regio’s. Het KAN-beleid dient ingebed te zijn in het provinciale beleid met betrekking tot bedrijventerreinen. De provincie Gelderland vervult de rol als regisseur tussen de regio’s binnen Gelderland. Vervolgens gaan wij in op de in hoofdstuk 2 van de KAN-nota genoemde beleidskernpunten. Wij hebben deze volgorde aangehouden. Beleidskernpunt 1: benut de ruimte en intensiveer het ruimtegebruik 1.1 Realiseer de bestaande opgaven uit het Regionaal Structuurplan 1995-2015 Commentaar: We stemmen in grote lijnen in met de bestaande opgave uit het RSP maar met betrekking tot het MTC maken we een voorbehoud. Hierbij wachten we de uitkomsten van onder andere de Nut en Noodzaakdiscussie en de bestuurlijke besluitvorming hieromtrent af. 1.2 Accomodeer de extra opgave aan de hand van de SER-ladder a) door revitalisering en transformatie; b) door intensivering; c) als de instrumenten a en b niet volstaan te zoeken naar mogelijke uitbreiding van het areaal bedrijventerrein buiten het stedelijk gebied. Commentaar: Wij zijn het eens met hantering van de SER-ladder en hechten aan het volgtijdelijk uitvoeren van deze ladder. Hierbij verwijzen wij naar de pilot A-73 zone die wat ons betreft als voorbeeldproject zou kunnen dienen voor het totale KAN-gebied(idem A-12 zone en Waalsprongzone). 1.3 Aanvullend selectieve uitgifte op bedrijventerreinen zelf toe toe te passen Commentaar: de regievoering door het KAN is ons inziens hierbij niet noodzakelijk en wenselijk. Overleg achten wij wel zinvol. Beleidskernpunt 2: profileer bedrijventerreinen naar vestigingsmilieus 2.1 Clustering van bedrijfsprocessen schept mogelijkheden voor gezamenlijk gebruik van utilities en andere bedrijfsfuncties

Cie SO 13-01-03 Regionale bedrijventerreinennota KAN.doc

Directie Grondgebied Economische Zaken

Vervolgvel

3

Commentaar: We vinden dit een prima streven, maar in de praktijk is een dergelijke clustering moeilijk uitvoerbaar, vooral door het ontbreken van financiële instrumenten zoals bijdragen in de kosten van bedrijfsverplaatsing en herstructurering. Het KAN moet er naar streven om voor de uitvoering van bovengenoemd punt de beschikking te krijgen over financiële middelen en bijbehorende programmering. Daarnaast is medewerking van het bedrijfsleven een essentiële voorwaarde. 2.2 Integrale concepten verlengen de levensduur van een gebouw of bedrijventerrein Commentaar: Onder 2.2 wordt door het KAN gesteld dat deze integrale concepten onder de aandacht van de gemeenten gebracht moeten worden. Ons inziens moet dit ook vooral onder de aandacht van het bedrijfsleven worden gebracht. 2.3 Milieuzonering biedt heldere vestigingsvoorwaarden Commentaar: Met betrekking tot dit punt willen wij nadrukkelijk stellen dat hierin met name een eigen verantwoordelijkheid ligt voor de gemeente(n) en dat zowiezo provinciale toetsing al plaatsvindt. Beleidskernpunt 3: stel een kwalitatief vestigingsbeleid vast 3.1 Het KAN stuurt de bestemmingsplanvoorschriften voor bedrijventerreinen Commentaar: Hier ligt primair een taak voor de gemeente(n). We vinden overleg over deze problematiek met de KAN-gemeenten wel van belang. 3.2 Binnen de bestemmingsplanvoorschriften neemt parkmanagement een belangrijke rol in Commentaar: Mee eens, met het introduceren van parkmanagement denken wij dat het voorgestelde beleid ten aanzien van bedrijventerreinen meer gewaarborgd zal zijn. Zowel bij te revitaliseren/te herstructureren bedrijventerrein als bij de ontwikkeling van nieuw bedrijventerrein wordt aandacht geschonken aan parkmanagement. Beleidskernpunt 4: versterk de samenwerking tussen overheden en met het bedrijfsleven De bestuursketen die voorgesteld wordt(bouwsteen B, pagina 11) moet er in onze ogen anders uit zien, wij zien meer in het idee van een lokale SER waarin betrokken overheden en regionale belangenvertegenwoordigers van werkgevers en werknemers participeren en ook vertegewoordigers vanuit regionale milieu- en bewonersorganisaties. Deze lokale SER heeft een adviserende taak naar het bestuur. Projectontwikkelaars en beleggers dienen niet direct partij te zijn in de bestuursketen omdat zij direct belanghebbend kunnen zijn.

Cie SO 13-01-03 Regionale bedrijventerreinennota KAN.doc

Directie Grondgebied Economische Zaken

Vervolgvel

4

4.1 Vergroot de samenwerking tussen overheden in het KAN Commentaar: Wij vinden dit een prima initiatief. Naast het onder 4 gestelde willen we er nog 2 opmerkingen bij plaatsen: a) Er mag geen onderscheid gemaakt worden qua afsprakenkader inzake het toepassen van zorgvuldig ruimtegebruik tussen de 3 zones die in het KAN-gebied in de nota worden onderscheiden(A-73 zone, Waalsprongzone en A-12 zone); b) Er zouden ook afspraken gemaakt moeten worden met gemeenten grenzend aan de KAN-regio, denk bijvoorbeeld aan Cuyk, Oss, EdeVeenendaal en Kleve-Emmerich. 4.2 Beïnvloed aanbieders van bedrijfsgebouwen door communicatie en incentives Commentaar: Meer aanbod van huur op bedrijventerreinen stimuleert zorgvuldiger ruimtegebruik. Het KAN wil de samenwerking tussen gemeenten, projectontwikkelaars en beleggers op dit vlak stimuleren door voorbeeldplannen te selecteren waarbij bedrijfsruimte te huur wordt aangeboden. Dit vinden wij een prima initiatief, wij willen alleen opmerken dat er een beperkende factor ligt in 4.1.b, als bedrijven direct buiten de KANregio wel kavels op een bedrijventerrein kunnen kopen. 4.3 Beïnvloed eindgebruikers van bedrijfsgebouwen door communicatie en incentives Commentaar: Het KAN en ook andere overheden kunnen door middel van het verlenen van incentives aan eigenaar-gebruikers met bouwplannen die een voorbeeldfunctie vervullen voor zorgvuldig ruimtegebruik, zorgvuldig ruimtegebruik stimuleren. Prima, het effect zal echter geringer zijn dan de toepassing van andere instrumenten om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren(bijvoorbeeld op bestemmingsplanniveau nadere afspraken maken). Beleidskernpunt 5: verhoog het ambitieniveau van gemeenten en het bedrijfsleven Commentaar: Onder 5 is het volgende gesteld: “In nauwe samenwerking met de gemeente wil het KAN deze gemeenten en het bedrijfsleven stimuleren of zelfs dwingen het ambitieniveau voor zorgvuldig ruimtegebruik te verhogen”. Dit “afdwingende karakter” vinden wij in dit stadium ongewenst. Stimuleren vinden wij een zeer goede zaak, afdwingen vinden wij niet opportuun omdat de gemeenten een eigen verantwoordelijkheid hierin hebben, en er geen juridische kaders zijn om zorgvuldig ruimtegebruik af te dwingen. Wij zijn graag bereid om in goed overleg met het KAN tot nadere afspraken te komen met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. Wij vinden het wel van belang om de gemaakte afspraken tussentijds te evalueren en indien nodig bij te stellen.

Cie SO 13-01-03 Regionale bedrijventerreinennota KAN.doc

Directie Grondgebied Economische Zaken

Vervolgvel

5

Tegenvallende economische conjunctuur of verslechtering van de concurrentiepositie van het KAN-gebied in de regio kunnen hiervoor aanleiding zijn. 5.1 Het KAN wil de bestemmingsplan- en bouwvoorschriften sturen Commentaar: Dit is primair een gemeentelijke taak. De gemeente heeft hierin nadrukkelijk haar eigen verantwoordelijkheid. Zie verder het gestelde hiervoor onder 5. 5.2 Grondprijsbeleid kan in regionaal verband een belangrijk instrument zijn om een hoger ambitieniveau te bevorderen Commentaar: Dit is een goed instrument, de praktijk zal echter weerbarstiger zijn vanwege de ervaring van het niet kunnen maken van afspraken binnen de KAN-regio met betrekking tot een regionaal grondprijsbeleid. Hetzelfde geldt voor het gebied direct grenzend aan het KAN-gebied. Een rigide regionaal grondprijsbeleid kan bedreigend zijn voor de concurrentiepositie van de afzonderlijke gemeenten in het KAN. Datzelfde geldt ook voor de positie van het KAN in ruimer verband. 5.3 Continuering en intensivering van bovenlokale samenwerking om zorgvuldig ruimtegebruik vorm te geven is noodzakelijk Commentaar: Van harte mee eens. Zie verder het gestelde in de aanhef van de brief.

Hoogachtend, college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen, De Burgemeester, De Secretaris,

mevr. dr. G. ter Horst

ir. H.K.W. Bekkers

Cie SO 13-01-03 Regionale bedrijventerreinennota KAN.doc