Monitor creatieve industrie 2005

Project: 4169 In opdracht van: DMO Carine van Oosteren Peter van Hinte

Weesperstraat 79 1018 VN Amsterdam Telefoon 020 527 9412 c.oosteren@os.amsterdam.nl

Postbus 658 1000 AR Amsterdam Fax 020 527 9595 www.os.amsterdam.nl

Amsterdam, november 2005

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Inhoud
1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Opzet 1.3 Afbakening gebied 1.4 Opbouw rapport 2 Ontwikkeling Amsterdamse economie 3 Creatieve industrie in Amsterdam 3.1 Inleiding 3.2 Amsterdam 3.3 Stadsdelen 4 Creatieve industrie in de Amsterdamse regio 4.1 Inleiding 4.2 Regio Amsterdam 5 Samenvatting en conclusie Bijlagen 3 3 4 4 4 6 9 9 9 19 27 27 27 32 35

2

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

1 Inleiding

1.1 Aanleiding
In 2004 heeft TNO een onderzoek gedaan naar de creatieve industrie in de regio Amsterdam, voor de periode 1996-2002.1 Inmiddels zijn er voor de regio gegevens over 2003 en 2004 beschikbaar. Bovendien zijn voor Amsterdam de cijfers per 1 januari 2005 bekend. Hierdoor is een actualisatie van het TNO-rapport mogelijk. De monitor creatieve industrie 2005 is de eerste uitgave van een jaarlijkse publicatie, waarin de ontwikkeling van de creatieve industrie in de Amsterdamse regio wordt beschreven. In het TNO-onderzoek is de creatieve industrie als volgt omschreven: De creatieve industrie is een specifieke vorm van bedrijvigheid die producten en diensten voortbrengt die het resultaat zijn van individuele of collectieve creatieve arbeid en ondernemerschap. Inhoud en symboliek zijn de belangrijkste elementen van deze producten en diensten. Ze worden aangeschaft door consumenten en zakelijke afnemers omdat ze een betekenis oproepen. Op basis daarvan ontstaat een ervaring. Daarmee speelt de creatieve industrie een belangrijke rol in ontwikkeling en onderhoud van levensstijlen en culturele identiteiten in de samenleving. De creatieve industrie is een verzamelbegrip voor bedrijven en instellingen. Op basis van onderlinge verschillen en overeenkomsten worden drie markten onderscheiden: kunsten, media en entertainment, en creatieve zakelijke dienstverlening. In de kunsten staan doorgaans artistieke motieven centraal, economische motieven komen op de tweede plaats. Binnen dit domein is subsidie een belangrijke inkomstenbron. De overheid heeft ervoor gekozen de kunsten niet alleen aan de markt van vraag en aanbod over te laten. De kunstenmarkt is vooral een overheidsmarkt. Belangrijke sectoren zijn podiumkunsten, scheppende kunsten, podia, musea en kunstgalerieën. De media- en entertainmentindustrie is een consumentenmarkt. Technologische ontwikkelingen maken verspreiding en exploitatie op grote schaal mogelijk. Door de oriëntatie op de markt en de wereldwijde verspreiding is de media- en entertainmentindustrie onderdeel van het dagelijks leven. Tot dit domein behoren onder meer: uitgeverijen, fotografie, omroepen en bioscopen. De creatieve zakelijke dienstverlening is een zakelijke markt. Deze bedrijven leveren creativiteit en symbolische waarde aan andere bedrijven. Kenmerkend is de combinatie van artisticiteit, grensverleggend en marktgerichtheid. Belangrijke sectoren zijn vormgeving, mode en reclame.

1

TNO, De creatieve industrie in Amsterdam en de regio, 2004.

3

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

1.2 Opzet
Uitgangspunt van deze monitor vormt de definitie van de creatieve industrie zoals gebruikt in het TNO-onderzoek, de driedeling kunsten, media en entertainment en creatieve zakelijke dienstverlening, en de wijze waarop bedrijfstakken over deze domeinen zijn verdeeld. De monitor creatieve industrie 2005 beschrijft: ! De omvang van de creatieve industrie in de Amsterdamse regio, in termen van de werkgelegenheid en het aantal vestigingen. ! De ontwikkeling van de toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde is gelijk aan de totaal gerealiseerde omzet verminderd met de kosten voor grondstoffen en halffabrikaten. De toegevoegde waarde wordt besteed aan loon en kapitaal (uitkeringen aan aandeelhouders en rente op geleend kapitaal). ! De ruimtelijke verdeling van de creatieve industrie in Amsterdam (per stadsdeel) en regio. ! De trends, waarbij cijfers over 2003, 2004 en 2005 (voor Amsterdam) worden vergeleken met eerdere jaren. In de rapportages van O+S wordt gewoonlijk als het over de werkgelegenheid gaat alleen gerapporteerd over de banen vanaf 12 uur per week (fulltime banen genoemd). Voor de creatieve industrie worden echter ook de banen tot 12 uur meegeteld (parttime banen). De totaalcijfers over de werkgelegenheid zijn daarom iets hoger dan uit andere publicaties van O+S blijkt. Door zowel parttime als fulltime werkzame personen mee te nemen, wordt aangesloten gesloten bij de werkwijze van TNO.

1.3 Afbakening gebied
De creatieve industrie is geconcentreerd in de Noordvleugel van de Randstad. De ontwikkeling van Amsterdam kan niet los worden gezien van de ontwikkelingen in de rest van de regio. Evenals in het onderzoek van TNO wordt in de monitor ingegaan op de ontwikkeling van de creatieve industrie in: Aalsmeer, Amstelveen, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Uithoorn, Uitgeest, Velsen, Wormerland, Zaanstad en Zandvoort.

1.4 Opbouw rapport
De monitor start met een korte beschouwing over de ontwikkeling van de Amsterdamse economie. Kennis over de algemene tendensen maakt het mogelijk om de ontwikkeling van de creatieve industrie in perspectief te plaatsen. Vervolgens staat de ontwikkeling van de Amsterdamse creatieve industrie centraal. Eerst wordt heel Amsterdam bekeken,

4

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

waarna ingezoomd wordt op de ontwikkeling op stadsdeelniveau. Het vierde hoofdstuk behandelt de ontwikkeling van de creatieve industrie in de Amsterdamse regio. Dan volgt een concluderend hoofdstuk. De monitor sluit af met een bijlage, waarin onderzoekstechnische zaken worden besproken, zoals de gehanteerde methode en gebruikte bestanden.

5

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

2 Ontwikkeling Amsterdamse economie

De Amsterdamse economie heeft het afgelopen decennium een onstuimige ontwikkeling doorgemaakt. Leek de groei in de tweede helft van de jaren negentig bijna ongelimiteerd, in de periode die daarop volgde kelderde het groeipercentage en deed zich zelfs een krimp van de economie voor. Dezelfde ontwikkeling, zij het gematigder, deed zich ook voor in de rest van de regio en op nationaal niveau. Inmiddels lijkt het dieptepunt gepasseerd te zijn. Sinds 2004 groeit zowel de nationale, de regionale als ook de economie op stadsniveau weer, maar nog niet overtuigend. Het herstel van de conjunctuur blijft aarzelend. De regio vertoont het meest stabiele patroon.
Figuur 2.1 Economische groei op basis van bruto productie, 1996-2005 (%)

10

%

8

6 Nederland 4 Regio Amsterdam waarvan Amsterdam 2

0

-2 96 97 98 99 00 01 02 03 04 05
Bron: O+S op basis van SEO/AEV

De Amsterdamse werkgelegenheid heeft een zelfde ontwikkeling doorgemaakt als de economische groei, met de gebruikelijke vertraging. Terwijl de werkgelegenheid sterk groeide tussen 1996 en 2002, vlakte de groei af in de jaren daarna. Dat er nog sprake is van enige groei is te danken aan het toenemende aantal parttime banen. Als namelijk uitsluitend gekeken wordt naar het aantal fulltime banen blijkt dat er sprake is van een daling in 2003, en een stabilisatie in 2004. Het aantal vestigingen nam over de hele periode toe.

6

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 2.2 Aantal werkzame personen en vestigingen met werkzame personen in Amsterdam, 2000-2005, per 1 januari

vestigingen (x1000)

werkzame personen (x 1.000)

480 460

71 69 67 65 63 61 59 57 2000 2001 2002 2003 2004 2005 vestigingen werkzame personen totaal 440 420 400 380 360 340 ft werkzame personen

Bron: O+S

Figuur 2.2 geeft informatie over de ontwikkeling van het aantal werkzame personen en het totale aantal vestigingen. Het verschil tussen het totale aantal werkzame personen en het aantal fulltime werkzame personen is het aantal parttime werkzame personen. Minstens zo interessant is de ontwikkeling die hieronder zit. Welke bedrijfstakken deden het goed en welke deden het slecht? De figuren 2.3 en 2.4 tonen deze ontwikkeling voor respectievelijk de jaren 2003 en 2004. De ontwikkeling naar bedrijfstak in 2003 en 2004 is niet eenduidig. In sommige bedrijfstakken nam de werkgelegenheid in 2003 flink af om in 2004 weer toe te nemen. De zakelijke dienstverlening, waar creatieve zakelijke dienstverlening een onderdeel van is, is hier een voorbeeld van. Voor enkele bedrijfstakken was het beeld eenduidiger: ofwel een daling in beide jaren, ofwel een stijging. De werkgelegenheid in de overige dienstverlening, waar kunsten en een deel van de media en entertainment onder valt, nam in beide jaren af. Ook de werkgelegenheid in de industrie nam beide jaren licht af, een bedrijfstak waar onder andere de uitgeverijen (ook media en entertainment) onder vallen.

7

8
za ke lijk e di en s
Monitor creatieve industrie Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Figuur 2.4 Groei en krimp van het totale aantal werkzame personen per sector in 2004 Figuur 2.3 Groei en krimp van het totale aantal werkzame personen per sector in 2003

fin

-3000 1000 2000 3000 -2000 -1000 1000 0
tv e

-2000 0 groei
rle n in ing de uw dus ta ilh tr n tra and ijve ie rh ns el ov po ,re eid e p r ex rige t e ara n tra di lo tie -te e n g i s s rri to tve tiek ria rle le n lic i n g ha m en l a en nd er d gie bo po elfs be uw d t st /te offe rijv le nw en co m inn i m un ng gr ica oo tie th a on nde fin de l an rw ci i el ge ho js e zo re in st ca nd el he lin id g -e ov en n er w he el id zi jn sz or g bo
Bron: O+S

-1000

2000

3000

groei

an c tra iele ns in po po ste ll r st /te t en inge le co logi n s m m tiek un ic a ov in tie du er ig st e ri de die ho e ns ta re ilh t ca an ver de len in l,r ep g ar ex on atie tra de -te r rri la wijs to nd ria bo l uw en e lic er ha gi de e m lfs bed en ge to ffe rijv zo e nd bo nw n he uw inn id - e nij ing ve n rh w ei el d zi jn gr s z za o o or ke th g an lijk e ov del di er en h st ve e i d rle ni ng

Bron: O+S

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

3 Creatieve industrie in Amsterdam

3.1 Inleiding
Het onderzoek van TNO heeft aangetoond dat de creatieve industrie in de Amsterdamse regio tussen 1996 en 2002 een flinke groei heeft doorgemaakt. Dit gold ook voor de stad Amsterdam. In 1996 telde Amsterdam 24.000 banen in de creatieve industrie. In 2002 was dit toegenomen tot bijna 32.000 banen. Van elke tien nieuwe banen die er in deze periode in Amsterdam bijkwamen, kwam er één bij in de creatieve industrie. Bijzonder was dat de creatieve industrie in deze periode sneller groeide dan de totale Amsterdamse economie. Na een periode van groei is de Amsterdamse economie in 2002 en 2003 gekrompen. In 2004 is er weer een lichte groei van de Amsterdamse economie. Het aantal fulltime banen in Amsterdam nam in 2003 af, om in 2004 te stabiliseren. Het totaal aantal banen (inclusief parttimers) vertoonde in beide jaren een lichte groei. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ontwikkeling van de creatieve industrie tussen 2002 en 2005.

3.2 Amsterdam
De creatieve industrie in Amsterdam zorgt begin 2005 voor 31.000 banen verdeeld over bijna 9.000 vestigingen. Ten opzichte van 2002 nam het aantal vestigingen toe, terwijl het aantal werkzame personen licht daalde.2 Het gevolg is dat de gemiddelde omvang van een creatief bedrijf iets gedaald is ten opzichte van 2002.
Tabel 3.1 Banen, toegevoegde waarde en vestigingen van de creatieve industrie in Amsterdam aantal banen 2005 kunsten media en entertainment creatieve zakelijke diensten totaal creatieve industrie totaal Amsterdam 9.710 11.729 9.768 31.207 467.443 2002 9.121 11.973 10.548 31.642 461.576 toegevoegde waarde (in mln. €) 2004
3

aantal vestigingen 2005 2.403 3.015 3.314 8.732 64.927 2002 2.169 2.856 3.145 8.170 63.387

banen per vestiging 2005 4,0 3,9 2,9 3,6 7,2 2002 4,2 4,2 3,4 3,9 7,3

2002 289 468 360 1.117 24.737

316 578 328 1.221 29.962

Bron: O+S/TNO

2

De LISA cijfers die TNO voor Amsterdam gebruikt heeft, zijn gebaseerd op het ARRA. Begin dit jaar hebben met terugwerkende kracht enige correcties plaatsgevonden. Dit heeft ook consequenties gehad voor de omvang van de creatieve industrie. Deze is in 2002 met 858 werkzame personen te hoog ingeschat. De overschatting zat bijna volledig bij media en entertainment. Tabel 3.1 bevat de gecorrigeerde cijfers. 3 De toegevoegde waarde is nog niet beschikbaar voor 2005

9

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

De totale toegevoegde waarde van de creatieve industrie nam in absolute waarde toe ten opzichte van 2002. Betekent dit dat de sector als geheel beter is gaan functioneren? In de kunsten is het aantal vestigingen, het aantal banen en de toegevoegde waarde toegenomen. Bij media en entertainment zien we eveneens een toename van het aantal vestigingen en de toegevoegde waarde, het aantal banen daalde licht. Bij de creatieve zakelijke dienstverleners nam het aantal vestigingen toe. Het aantal banen en de toegevoegde waarde nam echter af en kunsten droeg hieraan bij. De toegevoegde waarde van de creatieve zakelijke dienstverlening nam daarentegen af, ten opzichte van 2002. Media en entertainment zorgt bijna voor de helft van de toegevoegde waarde. Het aandeel steeg met vijf procent ten opzichte van 2002. Het aandeel creatieve zakelijke dienstverlening nam juist met vijf procent af. De groei van de toegevoegde waarde van de creatieve industrie in Amsterdam (9,3%) bleef achter bij die van de groei van de totale toegevoegde waarde van de Amsterdamse economie (20%).4 Per saldo nam het aandeel van de creatieve industrie in de totale toegevoegde waarde van de Amsterdamse economie af van 4,5% naar 4,1%.
Tabel 3.2 Banen, toegevoegde waarde en vestigingen van de creatieve industrie in Amsterdam, 2005 en 2002, in procenten aantal banen 2005 Kunsten media en entertainment creatieve zakelijke diensten totaal creatieve industrie % totaal Amsterdam 31 38 31 100 6,7 2002 29 38 33 100 6,9 toegevoegde waarde 2004 26 47 27 100 4,1 2002 26 42 32 100 4,5 aantal vestigingen 2005 28 35 38 100 13,4 2002 27 35 38 100 12,9 Bron: O+S

Bijna zeven procent van het aantal banen in Amsterdam betreft banen in de creatieve industrie. Dit was zo in 2002 en is in 2005 nog steeds het geval. Wat ook ongewijzigd is, is dat 13 procent van alle Amsterdamse vestigingen een creatief bedrijf is. Media en entertainment heeft in verhouding de meeste arbeidsplaatsen, terwijl de creatieve zakelijke dienstverlening nog steeds het grootste aandeel in het aantal vestigingen heeft.

4

De toegevoegde waarde is een maatstaf voor de omvang van de productie.

10

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 3.3 Aantal banen in creatieve industrie, parttime en fulltime, per 1 januari

35.000 30.000 25.000 pt 20.000 15.000 10.000 5.000 0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 ft

Bron: O+S

Net als voor de totale Amsterdamse economie geldt voor de creatieve industrie dat het aandeel parttime banen een groter deel is gaan uitmaken van het totaal aantal werkzame personen. Het totaal aantal werkzame personen in de creatieve industrie neemt sinds 2003 af met 2%, terwijl het aandeel parttime banen in dezelfde periode toenam met 14%.
Tabel 3.4 Aandeel creatieve industrie in Amsterdamse werkgelegenheid (1996-2005) aantal wp 1996 Amsterdam totaal creatieve industrie % totaal Amsterdam 381.136 24.175 6,3 aantal wp 2002 461.576 31.642 6,9 aantal wp 2005 467.443 31.207 6,7 groei 1996-2002 80.440 7.467 groei 2002-2005 5.867 -435 % groei 1996-2005 22,6 29,1 Bron: O+S

Uit tabel 3.4 blijkt dat de periode 2002-2005 moeilijke jaren waren voor de creatieve industrie in Amsterdam. Over de hele periode is de groei van de werkgelegenheid in de creatieve industrie hoger dan voor de totale Amsterdamse werkgelegenheid. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van het aantal vestigingen.

11

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Tabel 3.5 Gemiddelde jaarlijkse groei van de creatieve industrie in procenten werkzame personen 1996-2002 Kunsten media en entertainment creatieve zakelijke diensten totaal creatieve industrie totaal Amsterdam 10,5 1,2 8,7 5,7 3,7 2002-2005 2,2 -0,7 -2,5 -0,5 0,4 vestigingen

1996-2005 1996-2002 2002-2005 1996-2005 8,3 -0,4 5,6 3,2 2,5 12,4 5,2 9,6 8,6 4,5 3,6 1,9 1,8 2,3 0,8 11,8 3,8 8,3 7,2 3,3 Bron: O+S

In de afgelopen 10 jaar vertonen de kunsten de grootste gemiddelde jaarlijkse groei. Het aantal werkzame personen nam met gemiddeld 8,3% per jaar toe, voor het aantal vestigingen was dit 11,8%. In de afgelopen 3 jaar lag de groei aanzienlijk lager. In media en entertainment is het aantal banen de afgelopen tien jaar met gemiddeld 0,4% per jaar gedaald. In de afgelopen 3 jaar nam de werkgelegenheid met gemiddeld 0,7% af. In de afgelopen 10 jaar nam het aantal vestigingen met gemiddeld 3,8% toe. Voor de afgelopen 3 jaar was dit 1,9%. De creatieve zakelijke dienstverlening had in de afgelopen 10 jaar een gemiddelde jaarlijkse groei van het aantal werkzame personen van 5,6%, voor het aantal vestigingen was dit 8,3%. In de laatste drie jaar daalde het aantal werkzame personen met gemiddeld 2,5% per jaar, het aantal vestigingen nam toe met gemiddeld 1,8% per jaar. Nadere analyse samenstelling creatieve industrie Tussen de drie onderscheiden markten bestaan verschillen in de gemiddelde jaarlijkse groei. Binnen de afzonderlijke markten bestaan waarschijnlijk ook weer verschillen tussen de verschillende sectoren. Per deelsector zal daarom worden ingegaan op de ontwikkeling van het aantal werkzame personen. Vervolgens wordt een beeld gegeven van de ruimtelijke verdeling van de drie markten. Waar is de bedrijvigheid vooral te vinden en in welke mate? Voor de beantwoording van deze vraag is gebruik gemaakt van de fysieke monitor voor Amsterdam. Deze is ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met O+S, in opdracht van dRO. Per markt is een kaart gemaakt, waaruit de concentratie van werkzame personen van 1996 wordt vergeleken met 2003. Een concentratie is een gebied waar de betreffende sector relatief vaak voorkomt, in verhouding tot het gemiddelde van de stad.5

5

Een nadere toelichting is opgenomen in de bijlage.

12

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

3.2.1 Kunsten

Figuur 3.6 Ontwikkeling werkzame personen in de kunstensector in indexcijfers, 1996=100

% 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005
Bron: O+S

Beoefening van podiumkunst Producent van podiumkunst Beoefening van scheppende kunst Theaters Dienstverlening kunst Kunstgalerie Musea

Figuur 3.6 laat de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de kunstensector zien naar onderdelen, in de periode 1995-2005. Het totaal aantal werkzame personen in de kunstensector neemt in deze periode fors toe, maar aan het einde van de periode treedt een lichte verslechtering op. Een groot deel van de groei van de beoefening van podiumkunsten is administratief van aard. Een aantal stichtingen zijn in 2001 voor het eerst opgenomen, waardoor de aanwezige werkgelegenheid pas in 2001 zichtbaar werd. Productie van podiumkunsten is een andere categorie waarbij het aantal werkzame personen opvallend stijgt in de periode 1996-2005, maar geleidelijker. Het aantal werkzame personen in de scheppende kunsten steeg eind jaren `90 fors om vervolgens te stabiliseren.Het aantal bij theaters, musea en in de dienstverlening van kunst werkzame personen neemt bescheiden toe. Alleen bij de kunstgaleries neemt het aantal werkzame personen sinds 1996 af.

13

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 3.7 Concentraties werkzame personen in kunsten. Blauwe omlijning: 2003, gele vlakken: 1996

©UvA->G&P/O+S; 14-9-2005 *** Amsterdam - concentratiegebieden van kunsten (tno) (basis ft werknemers) op 1-1-2003.

Figuur 3.7 laat de concentraties zien van werknemers in de kunstensector, in 1996 en in 2003. In de concentratiegebieden is minimaal 10 procent van de werkzame personen werkzaam in de kunsten. Per concentratiegebied gaat het om minimaal 15 werkzame personen. In 1996 was er al sprake van een concentratie in de binnenstad en Amsterdam Oud Zuid. Deze blijft ook in 2003 gehandhaafd. Daarnaast is in 2003 tevens een zekere mate van uitwaaiering zichtbaar, vooral in westelijke en in mindere mate ook in oostelijke richting. Het aantal concentratiegebieden verdubbelde ten opzichte van 1996.

14

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

3.2.2 Media en entertainment
Figuur 3.8 Ontwikkeling werkzame personen in media en entertainment in indexcijfers, 1996=100

% 300

250 uitgeverijen fotografie film radio en tv pers- en nieuwsbureaus overig amusement

200

150

100

50

0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005
Bron: O+S

Figuur 3.8 toont de ontwikkeling van het aantal werkzame personen in de media en entertainment in de periode 1996-2005.6 De totale werkgelegenheid in media en entertainment is in deze periode licht afgenomen, waarbij 1999 het omslagjaar is. Tot 1998 nam de werkgelegenheid in de totale media en entertainment toe, daarna nam deze af. Er is wel wat variatie binnen media en entertainment. Radio en tv en overig amusement ontwikkelden zich voorspoedig. Uitgeverijen van boeken, dagbladen, tijdschriften en geluidsopnamen deden het minder goed. Hier nam het aantal werkzame personen af. Bij pers- en nieuwsdiensten en radio en tv is er in de laatste jaren een krimp zichtbaar.

6

Om de figuur leesbaar te maken zijn SBI-codes die nauw verwant zijn, samengevoegd.

15

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 3.9 Concentraties werkzame personen in media en entertainment. Blauwe omlijning: 2003, gele vlakken: 1996.

©UvA->G&P/O+S; 13-9-2005 *** Amsterdam - concentratiegebieden van media+entertainment (tno) (basis ft werknemers) op 1-1-2003.

Ook de media en entertainment bedrijven waaieren uit over de stad, maar in mindere mate dan bij de kunsten. Er zijn in 2003 duidelijk meer concentratiegebieden dan in 1996. Ook hier stellen de concentratiegebieden gebieden voor waar minimaal 10 procent van het aantal werkzame personen werkzaam is in de media en entertainment. Per concentratiegebied zijn minimaal 22 personen aan het werk in de media en entertainment.

16

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

3.2.3 Creatieve zakelijke dienstverlening
Figuur 3.10 1996=100 Ontwikkeling werkzame personen in creatieve zakelijke dienstverlening in indexcijfers,

% 250

200 Architecten 150 Technisch ontwerp en advies Reclameontwerp en adviesbureaus Overige reclamediensten Interieur- en modeontwerpers

100

50

0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005

De ontwikkeling van het aantal werkzame personen in de creatieve zakelijke dienstverlening blijkt uit figuur 3.10. Ten opzichte van 1996 is het totaal aantal werkzame personen in de creatieve zakelijke dienstverlening per saldo toegenomen, maar 2003 lijkt een omslagpunt. Technisch ontwerp en advies en de interieur- en modeontwerpers ontwikkelden zich het meest voorspoedig. Het aantal werkzame personen in deze branches verdubbelde. De werkgelegenheid bij de reclamebureaus nam ook toe, op een dip in 2004 na. Reclamebureaus zijn goed voor 50% van de werkgelegenheid van de totale creatieve zakelijke dienstverlening. De werkgelegenheid bij de architecten bereikte een piek in 2001, daarna is er sprake van een lichte daling. Bij de overige reclamediensten (aan reclame gelieerde activiteiten, zonder ontwerpfunctie) nam de werkgelegenheid toe tot 2000 om daarna gestaag af te nemen.

17

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 3.11 Concentraties werkzame personen in creatieve zakelijke dienstverlening. Blauwe omlijning: 2003, gele vlakken: 1996.

©UvA->G&P/O+S; 13-9-2005 *** Amsterdam - concentratiegebieden van creat.zakel.diensten (tno) (basis ft werknemers) op 1-1-2003.

De creatieve zakelijke dienstverlening lijkt in 2003 iets meer op het centrum van de stad gericht dan enkele jaren daarvoor. In de stadsdelen hieromheen zijn de concentraties in 2003 grotendeels verdwenen. Opvallend is dat de creatieve zakelijke dienstverlening de enige sector is waarbij ook concentraties te vinden zijn verspreid over de rest van de stad. In de concentratiegebieden is minimaal 10 procent van de werkzame personen werkzaam in de creatieve zakelijke diensten. Per concentratiegebied gaat het om minimaal 15 werkzame personen.

18

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

3.3 Stadsdelen
De concentratiekaarten uit de vorige paragraaf gaven al enig zicht op de spreiding van de creatieve industrie over de stad. In deze paragraaf wordt meer in detail ingegaan op de spreiding van de creatieve industrie over de stadsdelen.
Figuur 3.12 Aantal werkzame personen in de creatieve industrie naar stadsdeel, 2005

Sectoren van creatieve industrie
12.000 6.000 1.200 kunst media en entertainment creatieve zakelijke dienstverlening

Aantal werkzame personen
in creatieve industrie in 2005
minder dan 1.000 1.000-2.000 meer dan 2.000

Bron: O+S

Net als in 2002 zijn Amsterdam-Centrum en Amsterdam Oud Zuid ook in 2005 de stadsdelen waar de meeste creatieve bedrijvigheid gevestigd is. In de twee stadsdelen samen is meer dan de helft van de totale creatieve bedrijvigheid gevestigd. In vijf stadsdelen is ongeveer één van de tien bedrijven een creatief bedrijf. Het gaat om Amsterdam-Centrum, Amsterdam Oud Zuid, Zeeburg, Oud-West en Westerpark.

19

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Tabel 3.13 Aantal werkzame personen totale creatieve industrie naar stadsdeel, 2005 aantal wp creatieve industrie Amsterdam-Centrum Westpoort Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en Lommer De Baarsjes Amsterdam-Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Amsterdam Oud Zuid ZuiderAmstel totaal 11.416 2.789 1.165 1.418 1.313 239 338 1.154 145 250 1.384 1.759 1.868 4.943 1.026 31.207 aandeel in totaal wp stadsdeel (%) 11,3 6,3 10,4 11,3 12,2 2,3 5,6 3,9 2,3 2,8 4,0 3,0 4,4 10,2 2,4 aandeel in totaal c.i. Amsterdam (%) 36,6 8,9 3,7 4,5 4,2 0,8 1,1 3,7 0,5 0,8 4,4 5,6 6,0 15,8 3,3 100 gem. groei per jaar (1996-2005) 3,6 5,1 16,3 14,2 34,3 -7,8 8,1 29,4 7,0 -1,2 7,5 3,3 -4,7 3,3 -2,4 3,2 Bron: O+S

In Zeeburg en Amsterdam-Noord groeide de creatieve industrie het hardst. Het gaat in beide stadsdelen echter nog steeds om relatief kleine aantallen. Westerpark en Oud-West lieten ook een flinke groei zien, in de periode 1996-2005. Ook hier is het absolute aantal werkzame personen bescheiden. Het relatieve aantal is echter vergelijkbaar met Amsterdam-Centrum en Amsterdam Oud Zuid.

20

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 3.14 Toename van aantal wp totale creatieve industrie naar stadsdeel, voor 1996-2005 en 2002-2005

Personen werkzaam in creatieve industrie
2002-2005

sterke toename kleine toename kleine afname sterke afname Personen werkzaam in creatieve industrie
1996-2005
toename afname

Bron: O+S

In welke stadsdelen nam de creatieve industrie het meest toe? In figuur 3.14 wordt een beeld gegeven van de ontwikkeling over de hele periode (1996-2005) en de periode 20022005. In de groene stadsdelen is het aantal werkzame personen over de hele periode toegenomen. En omgekeerd is in de rode stadsdelen het aantal werkzame personen afgenomen. In het grootste deel van de stad nam het aantal werkzame personen in de creatieve industrie toe. Uitzonderingen zijn Osdorp, ZuiderAmstel, Oost/Watergraafsmeer en Bos en Lommer. De in de stadsdelen geplaatste driehoekjes geven een beeld van de ontwikkeling in 2002-2005. Voor een deel zijn de toenamen en afnamen het gevolg van bedrijfsmigratie binnen Amsterdam. Zo is de afname in Oost/Watergraafsmeer onder andere het gevolg van de verhuizing van Het Parool naar stadsdeel Amsterdam-Centrum en is de afname in Bos en Lommer gedeeltelijk toe te schrijven aan de verhuizing van een grote uitgeverij naar Westpoort.

21

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Tabel 3.15 Gemiddelde bedrijfsomvang in de creatieve industrie, totaal en per deelsector naar stadsdeel, 2005 creatieve industrie totaal Amsterdam-Centrum Westpoort Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en Lommer De Baarsjes Amsterdam-Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Amsterdam Oud Zuid ZuiderAmstel totaal 4,2 19,1 2,1 2,2 2,5 1,6 1,4 2,5 1,8 1,9 7,8 5,2 2,9 3,2 2,4 3,6 5,8 2,8 2,0 3,0 1,9 1,7 1,5 1,8 2,2 2,7 2,9 1,8 2,6 5,8 1,5 4,0 3,9 35,4 1,6 2,0 2,3 1,2 1,3 2,8 1,3 1,5 13,6 9,8 3,5 1,9 2,6 3,9 Bron: O+S kunsten media & entertainment creatieve zakelijke diensten 3,1 6,0 2,8 1,7 3,0 1,9 1,5 2,6 2,1 1,6 6,7 4,2 2,7 2,9 2,6 2,9

Uit figuur 3.15 blijkt welk onderdeel van de creatieve industrie het meest aanwezig is in het stadsdeel. Dat wil zeggen welke deelsector voor de meeste werkgelegenheid zorgt. Het hart van Amsterdam, hier bestaande uit Amsterdam-Centrum, Amsterdam Oud Zuid en Oud-West, wordt gedomineerd door de kunsten. De gemiddelde omvang van de vestigingen in de kunstensector is in Amsterdam-Centrum en Amsterdam Oud Zuid met zes werkzame personen bovengemiddeld groot. In de meeste stadsdelen overheerst de creatieve zakelijke dienstverlening. Het gaat vaak om kleine bedrijven, met gemiddeld genomen drie werkzame personen. In enkele stadsdelen aan de rand van de stad domineert media en entertainment. In deze stadsdelen zijn de grotere creatieve bedrijven gevestigd, vooral op het terrein van media en entertainment.

22

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 3.16 Dominante deelsector per stadsdeel en de gemiddelde bedrijfsomvang in de totale creatieve industrie per stadsdeel, 2005

!
!
! ! !

!
!

! !

!

!
!

! !

Gemiddelde bedrijfsgrootte in creatieve industrie (2005)

!
!

20 werkzame personen 2 werkzame personen

! 10 werkzame personen
Dominante sector in creatieve industrie
kunst media en entertainment creatieve zakelijke dienstverlening

!

Bron: O+S

23

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Concentratiegebieden Uit de voorafgaande tabellen en figuren blijkt dat een aantal stadsdelen de afgelopen jaren een aanzienlijke groei heeft doorgemaakt. Met behulp van de fysieke monitor zijn concentraties van de creatieve industrie ook voor onderdelen van stadsdelen zichtbaar te maken.
Figuur 3.17 Concentratie van kunsten en creatieve zakelijke dienstverlening in de Staatsliedenbuurt in 2003. Blauw is kunsten, geel is creatieve zakelijke dienstverlening

©UvA->G&P/O+S; 26-8-2005 *** Amsterdam - concentratiegebieden van kunsten (tno) (basis ft werknemers) op 1-1-2003.

In 2003 zijn concentraties van kunsten en creatieve zakelijke dienstverlening in de Staatsliedenbuurt duidelijk zichtbaar. Het gaat in beide gevallen om concentraties waarbij het aantal werkzame personen 11 procent uitmaakt van het totaal aantal werkzame personen in dat gebied. Per concentratiegebied werken er minimaal 20 personen in de kunsten of creatieve zakelijke dienstverlening.

24

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 3.18 Concentratie van kunsten en creatieve zakelijke dienstverlening in de Helmersbuurt in 2003. Blauw is kunsten, geel is creatieve zakelijke dienstverlening

©UvA->G&P/O+S; 26-8-2005 *** Amsterdam - concentratiegebieden van kunsten (tno) (basis ft werknemers) op 1-1-2003.

Ook de Helmersbuurt is een aantrekkelijke plaats voor creatieve bedrijven. In de buurt van het Leidseplein zijn zowel concentraties van kunsten als creatieve zakelijke dienstverlening zichtbaar. In de rest van de Helmersbuurt bevinden zich vooral concentraties van creatieve zakelijke dienstverlening. Net als in figuur 3.17 gaat het in beide gevallen om concentraties waarbij het aantal werkzame personen 11 procent uitmaakt van het totaal aantal werkzame personen in dat gebied. Per concentratiegebied werken er minimaal 20 personen in de kunsten of creatieve zakelijke dienstverlening.

25

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 3.19 Concentratie van creatieve zakelijke dienstverlening in het Oostelijk Havengebied in 2003. Blauw is 2003, geel is 1996.

©UvA->G&P/O+S; 1-9-2005 *** Amsterdam - concentratiegebieden van creat.zakel.diensten (tno) (basis ft werknemers) op 1-1-1996.

Ook het Oostelijk Havengebied heeft zich de afgelopen jaren ontpopt als een aantrekkelijke locatie voor met name creatieve zakelijke dienstverlening. Het aantal concentraties is duidelijk toegenomen ten opzichte van 1996, toen het gebied nog in ontwikkeling was. Per concentratiegebied is minimaal 11 procent van de totale werkgelegenheid actief in de creatieve zakelijke dienstverlening. Het gaat om minimaal 15 werkzame personen per gebied.

26

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

4 Creatieve industrie in de Amsterdamse regio

4.1 Inleiding
De regio Amsterdam is het belangrijkste centrum van creatieve bedrijvigheid in Nederland. Een op de vier banen in de creatieve industrie is hier te vinden.7

4.2 Regio Amsterdam
Figuur 4.1 Het aandeel van de werkgelegenheid in de creatieve industrie in de totale werkgelegenheid per gemeente in 2004 (gemiddelde regio = 6,1 %)
Uitgeest Heemskerk Wormerland Beverwijk Zaanstad Velsen Oostzaan Landsmeer

Legenda tot 2 % 2 - 3 % 3 - 6,1 % 6,1 - 10 % meer dan 10 %

Bloemendaal Haarlemmerliede ca

Haarlem Amsterdam Zandvoort Heemstede Diemen Bennebroek Haarlemmermeer

Amstelveen Ouder-Amstel Aalsmeer

Uithoorn Hilversum

Bron: O+S

Hilversum heeft in 2004 het grootste aandeel werkzame personen in de creatieve industrie, het gaat hier om maar liefst 22% van de totale werkgelegenheid. Andere gemeenten met een relatief groot aandeel creatieve industrie zijn Amsterdam (7%) en Aalsmeer (7%). Zie ook de bijlagen voor tabellen met de absolute aantallen vestigingen en werkzame personen per regiogemeente.

7

In dit hoofdstuk wordt gebruik gemaakt van gegevens uit het LISA. Zie de bijlagen voor een toelichting op het LISA.

27

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Tabel 4.2 Banen in de creatieve industrie in stad en regio Amsterdam en Nederland, totaal en per deelsegment Amsterdam 2004 kunsten media & entertainment creatieve zakelijke diensten totaal creatieve industrie totaal banen 9.771 12.058 9.813 31.642 2002 9.121 11.972 10.548 31.641 Overig regio 2004 2.554 15.683 7.917 26.154 2002 2.700 14.600 7.800 25.100 Totaal regio 2004 12.325 27.741 17.730 57.796 2002 11.821 26.572 18.348 56.741 Overig NL 2004 28.885 44.200 85.646 158.731 2002 26.979 46.228 90.552 163.759 Nederland 2004 41.210 71.941 103.376 216.527 7.534.698 2002 38.300 72.800 108.900 220.500 7.360.000 Bron: LISA

466.059 461.576

501.574 491.700 967.633 953.276 6.567.065 6.406.724

In de Amsterdamse regio is een op de vier arbeidsplaatsen van de Nederlandse creatieve industrie te vinden. Het totaal aantal banen in de creatieve industrie nam in heel Nederland af met 1,8 procent tussen 2002 en 2004, terwijl het totale aantal banen in Nederland toenam met 2,3 procent. De creatieve industrie in de regio Amsterdam nam juist toe met 1,9 procent. Deze toename deed zich voor in de randgemeenten van Amsterdam. In Amsterdam zelf bleef het aantal banen constant. In de regio Amsterdam groeide de creatieve industrie harder dan de totale werkgelegenheid. Hiermee wijkt de regio af van de rest van Nederland, waar de creatieve industrie licht afneemt, bij een toenemend totaal aantal banen.
Tabel 4.3 Aandeel banen in de creatieve industrie in stad en regio Amsterdam en Nederland (%), totaal en per deelsegment, 2004 en 2002 Amsterdam 2004 kunsten media & entertainment creatieve zakelijke diensten totaal creatieve industrie totaal banen 24 17 9 15 6,2 2002 24 16 10 14 6,3 Overig regio 2004 6 22 8 12 6,7 2002 7 20 7 11 6,7 Totaal regio 2004 30 39 17 27 12,8 2002 31 37 17 26 13 Overig NL 2004 70 61 83 73 87,2 2002 69 64 83 74 87,1 Nederland 2004 100 100 100 100 100 2002 100 100 100 100 100 Bron: LISA

Het aandeel van de Amsterdamse regio in de Nederlandse creatieve industrie is ten opzichte van 2002 iets verbeterd, van 26 naar 27 procent. Dit komt door een lichte groei van het aandeel media en entertainment, zowel in Amsterdam als in de rest van de regio. Voor de rest veranderde er weinig: in de overige regio nam het aandeel kunsten iets af en het aandeel creatieve zakelijke dienstverlening bleef per saldo gelijk.

28

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Tabel 4.4 Toegevoegde waarde (in miljoenen Euro’s en aandeel van totaal) per deelsector en creatieve industrie totaal voor stad en regio Amsterdam en Nederland, 2004 Amsterdam 2004 toegevoegde waarde in Euro’s Kunsten media en entertainment Creatieve zakelijke diensten totale creatieve industrie totale toegevoegde waarde aandeel in toegevoegde waarde Kunsten media en entertainment Creatieve zakelijke diensten totale creatieve industrie totale toegevoegde waarde 24 18 9 15 7 24 18 9 14 6 6 19 7 12 7 7 19 7 11 6 30 36 16 26 14 30 37 16 25 12 70 64 84 74 86 70 63 84 75 88 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Bron: TNO 316 578 328 1.221 29.962 289 468 360 1.117 24.737 82 621 266 969 30.610 83 494 271 848 25.927 398 1.199 594 2.190 60.572 372 962 631 1.965 933 2.106 3.188 6.227 853 1.634 3.398 5.885 1.331 3.305 3.781 8.417 1.225 2.597 4.029 7.850 409.759 2002 Overig regio 2004 2002 Totaal regio 2004 2002 Overig NL 2004 2002 2004 Totaal NL 2002

50.664 377.463 359.095 438.035

Ook qua toegevoegde waarde handhaaft Amsterdam haar sterke positie, al groeide de toegevoegde waarde van de creatieve industrie minder snel dan de totale toegevoegde waarde. Ten opzichte van heel Nederland nam het aandeel in de toegevoegde waarde van de Amsterdamse creatieve industrie iets toe. De toename van het aandeel van de overige regio Amsterdam was echter overtuigender. Per saldo nam het aandeel van de totale regio Amsterdam toe met één procentpunt. In Hilversum groeide de creatieve industrie het meest. Het aantal werkzame personen in de creatieve industrie steeg met negen procent ten opzichte van 2002. Dit is vooral te danken aan de toename van de media en entertainment met 1.000 arbeidsplaatsen. In Zaanstad nam het aantal arbeidsplaatsen in de creatieve industrie tussen 2002 en 2004 af met vijf procent.

29

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 4.5 De werkgelegenheid in de creatieve industrie naar sector per gemeente in 2004
Legenda 32.000 16.000 3.200 kunsten media zakelijke_diensten

Bron: O+S

Uit figuur 4.5 blijkt goed hoe zeer Amsterdam de creatieve industrie in de regio domineert. Wat verder opvalt is de bijna gelijke verdeling tussen de drie deelsegmenten in Amsterdam. In de meeste andere gemeenten is de verdeling veel ongelijker. Dit blijkt nog duidelijker uit figuur 4.6. In de regio Amsterdam maakt creatieve zakelijke dienstverlening de dienst uit. Media en entertainment komt op de tweede plaats. De kunstensector zorgt in geen van de gemeenten voor de meeste arbeidsplaatsen.

30

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Figuur 4.6 De meest dominante sector binnen de creatieve industrie en het gemiddelde aantal werknemers per bedrijf in deze sector per gemeente in 2004
Legenda kunsten media en entertainment creatieve zakelijke dienstverlening

1,9 4,4 2,1

2,8 2,3 2,2 2,1 1,7 0

3,3 2,6 1,4 2,3 2,1 11,1 1,3 31,6 7,5 9,2 79,5 4,1

1,9

17,4

Bron: O+S

De gemeenten Aalsmeer, Haarlemmermeer en Hilversum tellen verhoudingsgewijs de grootste bedrijven. In deze gemeenten komen relatief veel media en entertainment bedrijven voor.

31

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

5 Samenvatting en conclusie

De monitor creatieve industrie 2005 is de eerste uitgave van een jaarlijkse publicatie, waarin de ontwikkeling van de creatieve industrie in de regio Amsterdam wordt beschreven. De creatieve industrie is een verzamelbegrip voor bedrijven en instellingen, met als voornaamste kenmerken creativiteit, ondernemerschap en het leveren van culturele of symbolische betekenis. Er worden hierbij drie markten onderscheiden: kunsten, media en entertainment, en creatieve zakelijke dienstverlening. De ontwikkeling van de creatieve industrie De monitor creatieve industrie is een vervolg op het rapport De creatieve industrie in Amsterdam en de regio (TNO, 2004). In deze rapportage is de creatieve industrie in de Amsterdamse regio in kaart gebracht voor de periode 1996-2002. Hieruit bleek dat de creatieve industrie in deze periode een flinke groei heeft doorgemaakt. Niet toevallig was dit ook de periode waarin de totale Amsterdamse economie zich gunstig ontwikkelde. Het bijzondere was echter dat de creatieve industrie nog sneller groeide dan de totale Amsterdamse economie. In Amsterdam is de creatieve industrie in 2005 goed voor 31.200 banen. In 2002 waren dit er 31.600, en in 1996 24.000. De banen zijn vrij evenredig verdeeld over de drie markten. Net als in 2002 heeft media en entertainment (38% van de banen in de creatieve industrie in Amsterdam) het grootste aandeel. Kunsten en de creatieve zakelijke dienstverlening hebben ieder een aandeel van 31%. In 1996 was media en entertainment veruit de grootste deelmarkt met 50%. Door de groei van het aantal werkzame personen in de kunsten en creatieve zakelijke dienstverlening bij een vrij constant blijvende media en entertainment - zijn de onderlinge verhoudingen gelijkwaardiger geworden. De creatieve industrie in de Amsterdamse stadsdelen De creatieve industrie is nog steeds geconcentreerd in Amsterdam-Centrum en Amsterdam Oud Zuid, maar er vindt een uitwaaiering plaats naar omringende stadsdelen, vooral in westelijke richting. In Zeeburg en Amsterdam-Noord groeide de creatieve industrie het hardst. In beide gevallen nam het aandeel van media en entertainment toe. Het gaat echter nog steeds om relatief kleine aantallen. Media en entertainment is in Amsterdam geconcentreerd in een aantal stadsdelen aan de buitenrand. In het grootste deel van de stadsdelen is de creatieve zakelijke dienstverlening de deelsector die voor de meeste arbeidsplaatsen zorgt. De creatieve industrie in de Amsterdamse regio In de omliggende gemeenten8 nam het aantal banen in de kunsten af van 2.700 in 2002 tot 2.550 in 2004. Het aantal banen in media en entertainment nam toe van 14.600 in 2002 tot 15.680 in 2004. De creatieve zakelijke diensten namen toe van 7.800 in 2002 tot
8

Aalsmeer, Amstelveen, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Uithoorn, Uitgeest, Velsen, Wormerland, Zaanstad en Zandvoort.

32

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

7.920 in 2004. In totaal nam het aantal werkzame personen in de omliggende gemeenten in twee jaar tijd met ruim 1.000 toe. Het totaal aantal banen in de creatieve industrie in heel Nederland nam tussen 2002 en 2004 af met 1,8%, terwijl het totaal aantal banen toenam met 2,3 %. De creatieve industrie in de regio Amsterdam nam in deze periode juist toe met 1,9%. Deze toename deed zich voor in de randgemeenten van Amsterdam. Vooral in Hilversum groeide het aantal banen. In de omliggende gemeenten groeide het aantal banen in de creatieve industrie (4,2% tussen 2002 en 2004) zelfs sneller dan het totaal aantal banen in Nederland (2,4% tussen 2002 en 2004). Door deze ontwikkeling is het aandeel van de Amsterdamse regio in de Nederlandse creatieve industrie ten opzichte van 2002 iets gegroeid (van 26 naar 27%). De toegevoegde waarde van de creatieve industrie is in de periode 2002 -2005 niet veel veranderd. Amsterdam alleen is goed voor 15% van de toegevoegde waarde van de Nederlandse creatieve industrie. Voor de totale Amsterdamse regio is dit 26%. In Amsterdam bleef de groei van de creatieve industrie achter bij de groei van de totale werkgelegenheid. Het aandeel van de creatieve industrie nam hierdoor af van 6,9% in 2002 naar 6,7% in 2005. Het aantal vestigingen steeg van 8.170 in 2002 tot 8.730 in 2005. Het gevolg is dat de gemiddelde omvang van een creatief bedrijf iets gedaald is ten opzichte van 2002, van gemiddeld 3,9 werknemers in 2002 naar gemiddeld 3.6 in 2005. Media en entertainment zorgt in de Amsterdamse regio nog steeds voor de meeste arbeidsplaatsen. Voor Amsterdam gaat het om 28% van de werkgelegenheid, voor de overige regio zelfs 60%. In de rest van Nederland zorgt de creatieve zakelijke dienstverlening voor de meeste banen. Hilversum is de enige gemeente waar het aantal werkzame personen in de creatieve industrie flink is toegenomen ten opzichte van 2002 (met 10%). Markten en deelsectoren Sinds 2004 daalt de totale werkgelegenheid in de Amsterdamse creatieve industrie licht. Hiermee is aan de onstuimige groei een (mogelijk voorlopig) einde gekomen. Overigens zijn er wel verschillen in de omslagpunten binnen de creatieve industrie. Het aantal banen in de media en entertainment loopt al terug sinds 1999, in de creatieve zakelijke dienstverlening sinds 2003 en in de kunsten sinds 2004. Tussen de verschillende markten en deelsectoren bestaan verschillen in de gemiddelde jaarlijkse groei. In de afgelopen 10 jaar vertonen de kunsten de grootste gemiddelde jaarlijkse groei. Het aantal werkzame personen nam met gemiddeld 8,3% per jaar toe, voor het aantal vestigingen was dit 11,8%. Binnen de kunsten is er een opvallende groei van de werkgelegenheid bij de podiumkunsten en scheppende kunst. In de totale regio Amsterdam en in heel Nederland nam de kunstensector toe, alleen in de rest van de regio nam het aantal werkzame personen licht af. In media en entertainment is het aantal banen de afgelopen 10 jaar met gemiddeld 0,4% per jaar gedaald. Het aantal vestigingen nam met gemiddeld 3,8% per jaar toe. De werkgelegenheid bij uitgeverijen (boeken, dagbladen, tijdschriften, geluidsopnamen) neemt geleidelijk af. Radio en tv ontwikkelden zich voorspoedig tot 2004, maar het aantal werkzame personen neemt momenteel af. De werkgelegenheid groeit het snelst in overig amusement.

33

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

De werkgelegenheid in de creatieve zakelijke dienstverlening is in de afgelopen tien jaar met gemiddeld 5,6% per jaar gegroeid. Het aantal vestigingen groeide gemiddeld met 8,3% per jaar. De werkgelegenheid in interieur- en modeontwerpers is in de afgelopen tien jaar verdubbeld. Ook technisch ontwerp en advies ontwikkelde zich gunstig. Het aantal werkzame personen nam in de periode 1996-2005 toe met 60% en zorgt voor de helft van de werkgelegenheid in de creatieve zakelijke dienstverlening. Een voorzichtige conclusie is dat de creatieve industrie, zeker in de Amsterdamse regio, minder conjunctuurgevoelig is dan veelal wordt aangenomen.

34

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Bijlagen

Indeling in SBI-codes volgens TNO9
SBI code Kunsten 92311 92312 92313 92321 92323 92521 92522 Beoefening van podiumkunst Producenten van podiumkunst Beoefening van scheppende kunst Theaters, schouwburgen en concertzalen Dienstverlening voor kunstbeoefening Kunstgaleries, expositieruimten Musea

SBI code Media en entertainment 2211 2212 2213 2214 2215 74811 92111 92112 92201 92202 92203 9213 92343 9240 Uitgeverijen van boeken e.d. Uitgeverijen van dagbladen Uitgeverijen van tijdschriften Uitgeverijen van geluidsopnamen Overige uitgeverijen Fotografie Productie van (video)films Ondersteuning (video) filmproductie Omroeporganisaties Productie radio- en tv-programma's Ondersteunende activiteiten voor radio en tv Vertoning van films Overig amusement Pers-, nieuwsbureaus; journalisten

SBI code Creatieve zakelijke dienstverlening 74201 74202 74401 74402 74875 Architectuur en technisch ontwerp Technisch ontwerp/advies stedenbouw etc. Reclameontwerp- en adviesbureaus Overige reclamediensten Interieur-, modeontwerpers e.d.

9

De SBI-codes die cursief zijn, geven de overlap met het cluster ICT/NM weer.

35

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Het ARRA
O+S houdt een vestigingenregister bij, het Activiteiten Register Regio Amsterdam (ARRA). De basis voor dit vestigingenregister vormt het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het ARRA bevat gegevens over bedrijven, instellingen en de zogenaamde vrije beroepsbeoefenaars. In Amsterdam gaat het om bijna 60.000 vestigingen met werkzame personen. Daarnaast zijn er nog vestigingen zonder werkzame personen (vooral beleggingsmaatschappijen en financiële holdings). Ook van de vestigingen in Amstelveen, Diemen, Landsmeer, Ouder-Amstel, Oostzaan en Zaanstad houdt O+S een register bij. Met uitzondering van de eenpersoonsvestigingen (56% van het totaal) worden de vestigingen één keer per jaar benaderd, om te controleren of de gegevens over het aantal werkzame personen en de omschrijving van de uitgevoerde activiteit nog actueel zijn. Er wordt ook gevraagd naar het aantal fulltime en parttime werkenden (de grens ligt bij 12 uur per week) en het aantal werknemers dat niet in Amsterdam woont. Op basis van deze informatie is het mogelijk om uitspraken te doen over de ontwikkeling van de werkgelegenheid in Amsterdam. Bovendien kunnen er kaartjes gemaakt worden, omdat van elke vestiging ook bekend is waar deze precies ligt in Amsterdam. Hierbij moet echter wel de kanttekening geplaatst worden dat de kwaliteit van de data voor een groot deel bepaald wordt door het aantal vestigingen dat gehoor geeft aan het verzoek van O+S om mee te werken, en de wijze waarop. Om ontwikkelingen en trends in de werkgelegenheid goed te kunnen volgen is het van belang dat zoveel mogelijk vestigingen de actuele gegevens doorgeven, en wel zo nauwkeurig mogelijk. Witte plekken Niet alle bedrijven en instellingen in Amsterdam zijn verplicht om zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Om het vestigingenbestand completer te krijgen haalt O+S zoveel mogelijk vestigingen uit andere bronnen zoals bijvoorbeeld de politie, GGD en een scholengids.

LISA
LISA staat voor Landelijk Informatiesysteem Arbeidsplaatsen en Vestigingen. Het wordt bijgehouden door ETIN. LISA gebruikt het Mutatieregister van de Kamer van Koophandel als een van de bronnen van het eigen register. Daarnaast worden ook andere bronnen gebruikt, zoals de Provinciaal Werkgelegenheidsenquête en gegevens van beroepsverenigingen. Hierdoor bevat het LISA meer vestigingen dan het bedrijvenregister van de KvK. Bepaalde gemeenten, de zogemaande registerhouders, leveren hun eigen bedrijvenregister (zoals het ARRA) integraal aan het LISA. De gegevens van het LISA lopen ongeveer een jaar achter bij het ARRA.

Berekening toegevoegde waarde
De toegevoegde waarde is een maatstaf voor de omvang van de productie. De toegevoegde waarde van de creatieve industrie kan geraamd worden op basis van gegevens van het CBS en LISA. TNO heeft deze rekenexercitie uitgevoerd. Het ramen van de toegevoegde waarde van de creatieve industrie is gebaseerd op het berekenen van de arbeidsproductiviteit per arbeidsplaats. Hierbij worden twee bronnen gecombineerd: banen van werkzame personen volgens LISA en toegevoegde waarde

36

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

cijfers van het CBS. Elke bron heeft een voordeel: LISA heeft zeer gedesaggregeerde gegevens, het CBS heeft toegevoegde waarde en arbeidsgegevens per bedrijfstak. Met behulp van de CBS cijfers worden arbeidsproductiviteiten berekend die op de LISA uitkomsten worden geprojecteerd. Daarbij worden de arbeidsproductiviteiten berekend met behulp van het aantal banen van werkzame personen, dat is het arbeidsbegrip van het CBS dat overeenkomt met de definitie van LISA van werkgelegenheid. Tussen beide totalen bestaan verschillen die zijn toe te schrijven aan verschillen in definities, methodiek en toedeling naar categorieën. De grootste verschillen ontstaan bij het toedelen van uitzendpersoneel; CBS rekent uitzendkrachten bij de zakelijke dienstverlening (de uitzendbureaus) en LISA rekent uitzendkrachten bij de bedrijfstak van het bedrijf waar de uitzendkrachten gestationeerd zijn. De productiviteit als zodanig wordt daardoor niet anders; de totaalcijfers van Nederland en Amsterdam worden aangepast aan de hand van het door het CBS gepubliceerde cijfer. Deze correctie houdt rekening met verschillen tussen LISA en het CBS over het arbeidsbegrip. Met deze correcties wordt rekening gehouden met de verschillen tussen de twee bronnen en ontstaan er geen verschillen in de totale toegevoegde waarde per economische sector.

Toelichting op concentratiekaarten
De fysieke functiemonitor Amsterdam laat aan de hand van kaarten nauwkeurig zien of een verschijnsel ruimtelijk geconcentreerd is, waar die concentratie zich bevindt en hoe het verloop in de tijd is. De kaarten geven aan waar in verhouding tot het gemiddelde in de stad veel mensen in een bepaalde sector werken. Daarmee krijgt men een indruk hoe de stad er op verschillende terreinen voor staat. Concentraties worden opgebouwd uit rechthoekige gebieden (van 50 bij 50 meter) in de stad waar de groep ruim bovengemiddeld voorkomt (minimaal 2 keer de standaarddeviatie boven het gemiddelde).

37

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Creatieve industrie in de regio Amsterdam
Tabel 1.1 Aantal vestigingen in de creatieve industrie in de regio Amsterdam creatieve zakelijke media en gemeente Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Bennebroek Beverwijk Bloemendaal Diemen Haarlem Haarlemmerliede c.a. Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Hilversum Landsmeer Oostzaan Ouder-Amstel Uitgeest Uithoorn Velsen Wormerland Zaanstad Zandvoort totaal regio Amsterdam totaal Nederland kunsten entertainment 21 91 2.291 3 19 34 18 269 11 44 29 44 227 7 5 23 9 4 52 7 109 27 3.344 13.144 14 110 2.921 6 21 32 53 305 9 61 24 58 542 13 5 31 9 21 70 13 99 20 4.437 14.756 dienst39 216 3.253 16 69 90 45 522 12 201 60 94 342 22 24 45 24 27 140 49 271 51 5.612 29.547 creatieve 74 417 8.465 25 109 156 116 1.096 32 306 113 196 1.111 42 34 99 42 52 262 69 479 98 13.393 57.447 verlening industrie totaal aandeel in totaal aantal vestigingen 4,7 7,8 13,3 7,9 3,5 9,4 7,3 10,0 7,7 4,6 7,3 9,1 16,1 5,6 6,5 7,4 5,8 4,5 6,3 8,3 6,2 6,8 10,8 7,0

Bron: LISA 2004

38

Gemeente Amsterdam Dienst Onderzoek en Statistiek Monitor creatieve industrie

Tabel 1.2 Aantal werkzame personen (fulltime+parttime) in de creatieve industrie in de regio Amsterdam aandeel in creatieve media en gemeente Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Bennebroek Beverwijk Bloemendaal Diemen Haarlem Haarlemmerliede c.a. Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Hilversum Landsmeer Oostzaan Ouder-Amstel Uitgeest Uithoorn Velsen Wormerland Zaanstad Zandvoort totaal regio Amsterdam totaal Nederland kunsten 32 233 9.771 3 28 55 39 574 15 354 55 87 533 15 9 33 15 6 134 7 292 35 12.325 41.210 1.033 246 12.058 6 124 49 588 1.294 9 1.925 34 69 9.449 18 5 278 41 37 117 71 266 24 27.741 71.941 zakelijke 78 1622 9813 20 192 124 397 1354 39 1208 262 200 671 37 50 412 45 51 305 102 631 117 17730 103376 creatieve 1.143 2.101 31.642 29 344 228 1.024 3.222 63 3.487 351 356 10.653 70 64 723 101 94 556 180 1189 176 57.796 216.527 entertainment dienstverlening industrie totaal totaal aantal werkzame personen 6,8 5,2 6,8 1,2 1,6 4,4 5,2 4,6 2,8 2,9 3,9 3,4 22,4 2,6 2,5 5,8 2,8 0,8 1,6 4,2 2,1 3,3 6,0 2,9

Bron: LISA 2004

39