Juiste bedrijf op de juiste plek

PRAKTIJKONDERZOEK

projecten innovatie team

Praktijkonderzoek 'Juiste bedrijf op de juiste plek'
Onderlinge hinder tussen bedrijven: meer dan een incident……?!

Projecten Innovatie Team (PIT) Pettelaarpark 10 5216 PD 's-Hertogenbosch www.pitbrabant.nl Grontmij Nederland bv Eindhoven, 3 februari 2006

Inhoudsopgave
Voorwoord Samenvatting 5

Bijlagen
Bijlage 1 37 Leden begeleidingsgroep, lijst van geïnterviewden Bijlage 2 38 Geselecteerde praktijkcases Bijlage 3 46 Brainstorm provincie Noord-Brabant (ambtelijk) Bijlage 4 47 Het provinciale klachtenmeldpunt (MIK) Bijlage 5 49 Lijst overloopproblematiek Bijlage 6 49 Informatie provincie Noord-Brabant (handhaving, vergunningverlening, afvalbeheer) Bijlage 7 51 LISA Vestigingenregister: potentiële onderlinge hindersituaties Bijlage 8 58 LISA Vestigingenregister: betrokken bedrijfstypen en aantal vestigingen Bijlage 9 59 Workshop 10 november 2005: deelnemers en acties Bijlage 10 61 Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten

1 Inleiding 11 1.1 Aanleiding en achtergrond 11 1.2 Centrale vraagstelling en onderzoeksvragen 12 1.3 Signaalfunctie PIT, doelstelling en reikwijdte onderzoek 12 1.4 Gebruikte informatie in het onderzoek 13 1.5 Begeleiding onderzoek 13 1.6 Leeswijzer 13 2 Onderlinge hinder tussen bedrijven: meer dan een incident…..?!! 14 2.1 Algemeen 14 2.2 Omvang van de onderlinge hinder 14 2.3 Aard van de onderlinge hinder 14 2.4 Het effect van de onderlinge hinder 15 2.5 Conclusies 17 3 Actoren en hun rol in het ontstaan van onderlinge hinder 18 3.1 Algemeen 18 3.2 Rijksoverheid 18 3.3 Provincie 19 3.4 VNG, gemeenten en regio 20 3.5 Bedrijven 21 3.6 Conclusies 22 4 Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten 23 4.1 Algemeen 23 4.2 Bestaand bedrijventerrein: oplossing ter plaatse 23 4.3 Bestaand bedrijventerrein: oplossing door verplaatsing 24 4.4 Nieuw bedrijventerrein: inpassing door segmentering/zonering 25 4.5 Nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen 26 4.6 Conclusies en aanbevelingen 27 5 Economisch belang en wenkend perspectief 29 5.1 Algemeen 29 5.2 Economisch belang 29 5.3 Wenkend perspectief 31 5.4 Conclusies 32 6 Actiepuntenprogramma 33 6.1 Algemeen 33 6.2 Urgente actiepunten 33 6.3 Actiepunten per actor 34 6.4 Conclusies 35 2

Voorwoord
In de praktijk van bedrijventerreinen komt het Projecten Innovatie Team (PIT) voorbeelden tegen van bedrijven, die qua milieucategorie bij elkaar gevestigd mogen zijn en die ook keurig volgens de milieuregels werken, maar die in werkelijkheid elkaar overlast bezorgen. Dit komt voor op bestaande, maar helaas ook op nieuwe bedrijventerreinen. PIT heeft onderzocht of er sprake is van slechts een enkel incident, waarbij de publiciteit is opgezocht, of dat er meer aan de hand is. PIT heeft samen met mensen uit de praktijk, de bedrijven zelf, gemeenten, provincie, rijk en intermediaire organisaties niet alleen stilgestaan bij het probleem, maar heeft vooral ook naar mogelijke oplossingsrichtingen gekeken. Het was bijzonder om te ervaren dat ondernemers en vertegenwoordigers van gemeenten en provincie, die bij de rechtbank tegenover elkaar staan, nu in dialoog met elkaar spraken over oplossingen. Niet met de hakken in het zand, maar constructief en met respect voor elkaars belangen. Dank aan iedereen die heeft meegewerkt aan interviews en gesprekken met Susan Groot Jebbink van Grontmij, die voor PIT het onderzoek heeft uitgevoerd. Dank ook aan allen, die aan de workshop hebben deelgenomen en hun inbreng hebben geleverd. Dank tenslotte aan mensen die achter de schermen hebben meegewerkt door informatie voor PIT te ontsluiten (GIS-systeem en MIK-punt). PIT heeft tijdelijk de rol van probleemeigenaar op zich genomen. Om daadwerkelijk te komen tot het 'juiste bedrijf op de juiste plek' bent ú nu aan zet. PIT reikt met dit rapport het estafettestokje over aan u, ondernemer en aan u, vertegenwoordiger van gemeente, provincie, rijk. Met visie en met een portie lef heeft u met de voorstellen uit dit praktijkonderzoek, in combinatie met fysieke ruimte en geld, de oplossingen binnen bereik. Hiermee hopen wij bij te dragen aan een beter ondernemings- en vestigingsklimaat in Brabant en aan optimale randvoorwaarden voor herstructurering van bedrijventerreinen. Het PIT-bestuur

H. Boogers, voorzitter SER Brabant J. Jorritsma, directeur NV BOM P. Veelenturf, directielid Economie & Mobiliteit provincie Noord-Brabant (voorzitter PIT)

3

4

Samenvatting

Samenvatting
0.1 Aanleiding en doel praktijkonderzoek
Aanleiding Een industrieterrein moet een eigentijdse, functionele en concurrentieversterkende omgeving bieden aan bedrijven. Bedrijven stellen hun eisen aan deze omgeving, waarbij het eigen bedrijfsproces bepalend is. Het Projecten Innovatie Team (PIT) heeft gemerkt dat de huidige systematiek (indeling in milieucategorieën) op hoofdlijnen goed werkt. Echter, PIT komt op bedrijventerreinen helaas voorbeelden tegen van bedrijven, die qua milieucategorie bij elkaar gevestigd mogen zijn, maar in werkelijkheid elkaar overlast bezorgen. Vaak gaat het om bedrijven die naast elkaar terecht zijn gekomen nadat er enkele bedrijven verhuisd zijn en zich nieuwe bedrijven vestigen tussen de al bestaande bedrijven. Echter, ook op nieuwe bedrijventerreinen doet zich de situatie van onderlinge hinder tussen bedrijven voor. PIT signaleerde deze situatie op verschillende Brabantse bedrijventerreinen en wilde dit graag, met de betrokken actoren, verder onderzoeken. Doel Het doel van dit onderzoek is om erkenning van het probleem te krijgen bij de betrokken actoren (signaalfunctie bij de probleemoplossende actoren) op basis van praktijkvoorbeelden. Daarnaast bieden deze praktijkvoorbeelden inzicht in oplossingen (praktische handreikingen zonder extra regelgeving) die betrokken actoren ter hand kunnen nemen. Vanuit hun verantwoordelijkheid kunnen betrokken actoren aan de slag met het oplossen van de problematiek.

0.2

Omvang, aard en effect van onderlinge hinder

Omvang onderlinge hinder Uit het praktijkonderzoek komt naar voren dat onderlinge hinder tussen bedrijven op een bedrijventerrein meer is dan een incident. Bij de in dit praktijkonderzoek opgespoorde voorbeelden is tenminste 30% van de Brabantse gemeenten betrokken. Hindersoort Uit de praktijkcases (hinder als gevolg van de dagelijkse bedrijfsvoering) komen de volgende hindersoorten naar voren: • geur en stof; • bodem/water ( mogelijke beïnvloeding bodem-/grondwaterkwaliteit); • trillingen; • straling; • afbreuk van imago (productrisico, visuele hinder).

5

Als gevolg van storingen of incidenten en hieruit voortvloeiende klachten die zijn geregistreerd in het provinciaal milieuklachtensysteem blijkt de groep lucht, geur en stof de meest voorkomende hindersoort in het provinciaal milieuklachtensysteem, op afstand gevolgd door de hindersoort geluid. Gevoelige combinaties De analyse van grootste gemene delers aan hinderveroorzakers en gehinderden levert de onderstaande lijst van gevoelige combinaties op. Mogelijke hinderveroorzakers afval- en recyclingsbedrijven (bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, autoshredder, sorteerinrichtingen); • metaalverwerkingsbedrijven; • grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. Mogelijke gehinderden • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie; • bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria; • bedrijven die ’schone’ machines/gevoelige apparatuur vervaardigen; • bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/uitstraling.

Effect onderlinge hinder De effecten op het individuele bedrijf, als gevolg van onderlinge hinder, zijn: • extra investeringen bij zowel het hinderveroorzakende bedrijf als het gehinderde bedrijf; • stilleggen of terugbrengen van het productieproces (om hinder te voorkomen (hinderveroorzakende bedrijf) dan wel als gevolg van optredende hinder bij het gehinderde bedrijf); • geen of zeer beperkte mogelijkheden voor groei en uitbreiding. Bovendien frustreert onderlinge hinder de gewenste herstructurering van bedrijventerreinen. De mechanismen die hieraan ten grondslag liggen zijn: • ontbreken van segmentering; • versnippering van bedrijven over meerdere locaties op één bedrijventerrein; • onaantrekkelijk vestigingsklimaat; • niet-uitgeefbare braakliggende (delen van) percelen; • verstoorde relaties.

0.3

Actoren en hun rol in het ontstaan van onderlinge hinder

De verschillende actoren (rijksoverheid, provincie, gemeenten/regio en bedrijven) spelen elk hun eigen rol in het ontstaan van onderlinge hinder tussen bedrijven. Rijksoverheid • instrumenten zijn toegespitst op hinder tussen verschillende functies in plaats van hinder binnen één functie; • wetgeving is te statisch toetsend en kan te weinig inspelen op nieuwe ontwikkelingen; • het sectorale, economische beleid (’Actieplan Bedrijventerreinen’) onderkent onvoldoende het ontstaan en het effect van onderlinge hinder tussen bedrijven. 6

Provincie • het bedrijventerreinenbeleid is op een kwantitatieve behoefteraming met een eventuele uitsplitsing naar milieucategorie gebaseerd in plaats van een kwalitatieve raming waarbij gekeken is naar vestigingseisen en actieradii van bedrijfstypen; • de provincie vervult nu nog veelal een toetsende rol (toetsingsplanologie: inbreng (passief) achteraf). Echter, er wordt hard gewerkt aan een stimulerende, regierol (ontwikkelingsplanologie: inbreng (actief) vooraf). VNG/gemeenten/regio • VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ stelt de hoofdactiviteit (en daarbij sterk geleund op bedrijfstype) centraal in plaats van de meest milieuhinderlijke activiteit. Bovendien is de referentie ’rustige woonwijk’ niet geschikt voor het benoemen van hinder binnen de functie ’werken’ en biedt het onderscheid in milieucategorieën geen handvaten voor het voorkomen van hinder tussen verschillende bedrijfstypen binnen dezelfde milieucategorie; • geen of onvoldoende segmentering in het bestemmingsplan die, indien aanwezig, bij uitgifte niet kan worden vastgehouden; • niet-correcte toepassing van de VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ in planvorming en uitgiftetraject; • onvoldoende flexibiliteit (stringente fasering) of te weinig focus op segmentering (alles kunnen vestigen binnen de gemeentegrenzen); • (onbewust) weren van hinderveroorzakende bedrijven in plannen/uitgifte; • onvoldoende kennis van het bedrijfsproces (om eventuele hinder te kunnen voorzien); • onvoldoende of geen gerichte acquisitie om de gewenste bedrijven aan te trekken; • geen of onvoldoende invloed op de invulling van een vertreklocatie op een bestaand bedrijventerrein; • geen regionale afstemming in planning en uitgifte van bedrijventerreinen. Bedrijven (hinderveroorzakers/gehinderden) • geen of onvoldoende check op de locatiekenmerken (ook beleidsmatig) bij de vestiging op een nieuwe locatie; • onvoldoende communicatie tussen bedrijven onderling, door brancheorganisaties, intermediaire organisaties als de BZW, het MKB of parkmanagementorganisaties/ bedrijventerreinverenigingen; • onvoldoende aandacht (weten te) vestigen op de positieve kant van hinderveroorzakende bedrijven (vooral afvalverwerkende bedrijven) ter verbetering van het imago door brancheorganisaties, pers en (lokaal) overheidsbestuur; • onvoldoende communicatie tussen bedrijven en overheid.

7

0.4

Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten

Bij het definiëren van de vier mogelijke oplossingsrichtingen voor onderlinge hinder tussen bedrijven is onderscheid gemaakt in het voorkomen van knelpunten en het oplossen van reeds ontstane knelpunten. Oplossen van bestaande knelpunten (bestaand bedrijventerrein) In de oplossingsrichting waarin het knelpunt op de huidige locatie wordt opgelost, zijn de instrumenten gericht op de thema's communicatie en geld. Ook speelt een adequate handhaving een belangrijke rol. Bedrijven kunnen, naast overleg, denken aan technische oplossingen of aanpassingen in de bedrijfsvoering. Bij de oplossingsrichting die uitgaat van het oplossen van een bestaand knelpunt door verplaatsing, is het aanbieden van alternatieve geschikte locaties het belangrijkste instrument. Hiervoor is een goede regionale samenwerking nodig, waarbij de provincie een regierol vervult. Deze regierol kan divers zijn: van aanpassing van het beleid (steekplan) tot het oppakken van individuele herstructureringslocaties door de Brabantse Herstructureringsmaatschappij (BHB). Voorkomen van knelpunten (nieuw bedrijventerrein) De oplossingsrichtingen voor een nieuw bedrijventerrein gaan uit van de inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering op een regulier terrein dan wel het ontwikkelen van afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers. Bij beide oplossingsrichtingen geldt dat de bestaande instrumenten (bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan, vergunningen) voldoende basis bieden om de segmentering en beleidsdoelstellingen te verankeren. Cruciaal is het uitgifte-traject en een regionale samenwerking, teneinde de voorgestane segmentering te kunnen behouden bij het toenemen van de financiële druk bij een stagnerende uitgifte. Voor de gewenste regionale samenwerking is het noodzakelijk dat de provincie, in haar regierol, gemeenten bijeenbrengt, eventueel haar beleid aanpast aan de regionale afspraken en de afspraken over regionale samenwerking (contractueel) vastlegt. Naast de overheid hebben ook bedrijven een verantwoordelijkheid in het voorkomen van onderlinge hinder en het behouden van de juiste combinatie van bedrijven. Goed overleg tussen (buur)bedrijven en een check op beleid en voorwaarden bij vestiging (wat mag wel en niet bij de buren) zijn daarbij belangrijke instrumenten.

0.5

Economisch belang en het wenkend perspectief

Betrokken bedrijfstypen en aantal vestigingen Op basis van de in het LISA Vestigingenregister blijkt dat 8% (bijna 1200) van de geregistreerde gevestigde bedrijven op een bedrijventerrein in Noord-Brabant in potentie een gevoelige combinatie kunnen vormen met andere bedrijven in hun omgeving. Hiervan kan 2% als hinderveroorzakend worden aangemerkt en 6% als hindergevoelig. Deze bedrijven herbergen samen circa 50.000 arbeidsplaatsen, oftewel bijna 20% van de werkgelegenheid van industriële activiteiten die zijn gevestigd op een bedrijventerrein! 8

De bovengenoemde bedrijven liggen verspreid over de bedrijventerreinen in Noord-Brabant en vormen daarmee op elk Brabants bedrijventerrein een potentieel knelpunt van onderlinge hinder. De analyse uit hoofdstuk 2 maakt duidelijk dat de aanwezigheid van een gevoelige combinatie op een bedrijventerrein zowel effect heeft op de direct betrokken bedrijven als op het bedrijventerrein en de overheid. Een gevoelige combinatie frustreert immers de gewenste herstructurering van een bedrijventerrein, waardoor ook gemeente en provincie in hun beleid worden belemmerd. Economische waardeketen De positie van de hinderveroorzakende bedrijven in de economische waardeketen is belangrijk en een onmisbaar element in de maatschappij. Zo verwerken bedrijven uit de afvalbranche het afval tot nieuwe secundaire (bouw)stoffen. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten: enerzijds wordt minder afval gestort of verbrand (80% wordt hergebruikt), anderzijds worden minder primaire bouwstoffen voor laagwaardige toepassingen gebruikt. Met een jaarlijkse omzet van circa 1 miljard euro lost de afvalbranche in Noord-Brabant een maatschappelijk probleem op. Wenkend perspectief De geschetste oplossingsrichtingen brengen diverse kansen met zich mee, zoals: • verbeteren imago hinderveroorzakende bedrijven; • verbeteren vestigingsklimaat voor bedrijven; • mogelijkheden voor groei van bedrijven; • behoud en groei werkgelegenheid; • zorgvuldig ruimtegebruik; • samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheid; • prikkelen en katalyseren van herstructureringsproces.

0.6

Actiepuntenprogramma

Het actiepuntenprogramma beschrijft per actor de uit te voeren actiepunten. Hieruit zijn de volgende urgente actiepunten gedestilleerd: A. Regionaal (grond)beleid en segmentering; regierol provincie gewenst waarbij de volgende acties behoren: • vaststellen themalocaties binnen gestelde kwantitatieve behoefte en aanpassen provinciaal beleid; • vormgeven regionaal uitgiftebeleid en uitgiftekader; • communicatie gemeenten en regio's over resultaten praktijkonderzoek. B. Aanpassen en juist gebruik VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ PIT draagt met deze actiepunten het stokje over aan betrokken actoren.

9

10

Rapport

1 Inleiding
1.1 Aanleiding en achtergrond
Een industrieterrein moet een eigentijdse, functionele en concurrentieversterkende omgeving bieden aan bedrijven. Bedrijven hebben hierbij hun eigen wensen, zo merkt PIT, waarbij vooral hun eigen bedrijfsproces bepalend is. De huidige systematiek (indeling in milieucategorieën) werkt op hoofdlijnen goed, maar in de praktijk van bedrijventerreinen komt PIT helaas voorbeelden tegen van bedrijven, die qua milieucategorie bij elkaar gevestigd mogen zijn, maar in werkelijkheid elkaar overlast bezorgen. Het gaat dus niet om illegale situaties, maar om legaal gevestigde bedrijven die elkaar soms in de weg kunnen (gaan) zitten door (veranderingen in) het productieproces of in de aard van de producten. Vaak gaat het om bedrijven die naast elkaar terecht zijn gekomen nadat er enkele bedrijven verhuisd zijn en zich nieuwe bedrijven vestigen tussen de al bestaande bedrijven. Echter, ook op nieuwe bedrijventerreinen doet zich deze situatie voor. Naast de knelpunten die een ’foute’ combinatie van bedrijven voor de direct betrokken bedrijven met zich mee kan brengen, kan een ’foute’ combinatie mogelijk ook de kwaliteit en het economisch functioneren van (delen van) het bedrijventerrein beïnvloeden: het blokkeren van toekomstige ontwikkelingen (herstructurering), het belemmeren van gewenste beleidsmatige ontwikkelingen (revitaliseren, herstructurering, parkmanagement, het tot stand brengen van de gewenste segmentering van het bedrijventerrein) of onderlinge uitwisseling en samenwerking tussen bedrijven in de weg staan. Voorbeeld Een puinbreker zal eisen stellen aan de mogelijkheden voor open opslag en faciliteiten voor zwaar transport. Omdat het productieproces geluid, trillingen en stof kan veroorzaken, is een puinbreker niet gebaat bij bedrijven die zich in de buurt vestigen die juist gevoelig zijn hiervoor. De puinbreker wordt dan mogelijk belemmerd in zijn mogelijkheden of moet bovenmatig investeren in preventieve maatregelen

(storingen zijn bovendien niet uit te sluiten). Een puinbreker is meer gebaat bij bedrijven in zijn directe omgeving, die dezelfde soort randvoorwaarden stellen. Ook tellen aspecten van architectuur en landschap niet zwaar voor een puinbreker. Deze eigenschappen en randvoorwaarden hebben ook mogelijk gevolgen voor de kwaliteit, segmentering en mogelijke herstructurering van het bedrijventerrein.

11

Voorbeeld Een bedrijf uit de voeding- en genotmiddelenindustrie (VGM zal heel andere eisen stellen. Vanwege het aspect voeding en voedselveiligheid speelt hygiëne een grote rol. Buurbedrijven, die aan het aspect hygiëne afbreuk zouden kunnen doen (daadwerkelijk of alleen al uit imagooverwegingen), vormen

geen versterking voor het VGM-bedrijf. Bezoekers moeten representatief kunnen worden ontvangen. Dit stelt eisen aan de bedrijfsomgeving. Maar ook dit VGM-bedrijf kan op haar beurt weer veroorzaker zijn van hinder zoals bijvoorbeeld geur of geluid.

PIT wil graag, met respect voor ieders belang, praktische oplossingsrichtingen aanreiken voor het voorkomen of oplossen van onderlinge hinder tussen bedrijven, zonder dat hiervoor in beginsel extra regelgeving nodig is. Daarnaast wil PIT gebruik maken van haar positie tussen bedrijfsleven en overheid, om aan deze partijen een signaal af te geven over de problematiek en de mogelijk noodzakelijke meer fundamentele wijzigingen in de beleid(toepassings)praktijk van de overheid en het (georganiseerde) bedrijfsleven. Hiervoor is het noodzakelijk beter inzicht te verkrijgen in de problematiek om de vinger op de zere plek te kunnen leggen. Naast deze knelpunten, kan ook worden gekeken naar combinaties van bedrijven die elkaar juist (kunnen) versterken om hier lering uit te trekken.

3 Welke oplossingsrichtingen zijn denkbaar? a) Biedt het beter segmenteren van bedrijventerreinen, door vooral te kijken naar de wensen van bedrijven vanuit hun bedrijfsproces, kansen om te komen tot een betere concurrentiepositie, ruimtelijke efficiency, het voorkomen van hinder of suboptimale investeringen en optimaler benutten van grondstoffen en energie? Zijn er segmenten die een apart soort vestigingsklimaat nodig hebben? b) In hoeverre bieden de huidige instrumenten van rijk, provincie en gemeenten voldoende waarborgen, dat de juiste combinatie van bedrijven tot stand komt en vooral op termijn gehandhaafd blijft? c) Welke oplossingsmogelijkheden zijn er lokaal of regionaal en waarom worden die niet benut? d) Is het praktisch en reëel om te komen tot een nadere segmentering van bedrijventerreinen (zonder te verzeilen in meer regels, financiële haalbaarheid). Wegen de inspanningen op tegen de winst? e) Zijn bedrijven, wanneer ze zich thuis voelen in een stabiele omgeving, meer bereid om te investeren in hun bedrijfsomgeving?

1.3 Signaalfunctie PIT, doelstelling en reikwijdte onderzoek
Signaalfunctie PIT PIT heeft tijdelijk de rol van probleemeigenaar op zich genomen om de omvang van de optredende hinder dan wel het niet benutten van kansen in beeld te brengen. PIT wil met praktijkvoorbeelden onderbouwen hoe de situatie in de praktijk ligt en aangeven hoe deze mogelijk praktisch kunnen worden aangepakt. Doelstelling Het doel van dit onderzoek is om erkenning van het probleem te krijgen bij de betrokken actoren (signaalfunctie bij de probleemoplossende actoren), en om inzicht te verkrijgen in oplossingen (praktische handreikingen zonder extra regelgeving) die betrokken actoren ter hand kunnen nemen. Vervolgens kunnen deze actoren, vanuit hun verantwoordelijkheid, aan de slag met het oplossen van de problematiek. Enerzijds om knelpunten in een vroeg stadium te signaleren en op die manier te kunnen voorkomen dan wel op te lossen en anderzijds om kansen (beter) te benutten.

1.2 Centrale vraagstelling en onderzoeksvragen
Vanuit de hierboven geschetste problematiek kan de volgende vraagstelling worden geformuleerd: Hoe kunnen bedrijven ten opzichte van elkaar goed gepositioneerd worden (juiste bedrijf op de juiste plek), zodat ze onderling zo min mogelijk last hebben van elkaar, mogelijk elkaar juist kunnen versterken en een bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit, het functioneren en de segmentering van het bedrijventerrein? De onderzoeksvragen die bij deze probleemstelling kunnen worden gesteld, zijn: 1 Vormt het aspect 'onderlinge hinder' inderdaad een probleem en zo ja, wat is de omvang, de vorm en het effect van de hinder? 2 Wie zijn probleemeigenaren van deze onderlinge hinder tussen bedrijven? 12

Reikwijdte Het praktijkonderzoek richt zich op de aspecten van onderlinge hinder tussen bedrijven op bedrijventerreinen. Hinder tussen bedrijven en andersoortige functies (bijv. wonen, recreëren) wordt in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.

1.5 Begeleiding onderzoek
PIT heeft ervoor gekozen om bij de opzet en begeleiding van het project de belanghebbende partijen direct actief te betrekken. In de begeleidingsgroep (zie bijlage 1) is vanuit de overheid het rijk (ministerie van EZ) en de provincie NoordBrabant (milieu, ruimtelijke ordening en economische zaken) vertegenwoordigd. Daarnaast wordt het georganiseerd bedrijfsleven vertegenwoordigd door de Brabantse Samenwerkende Kamers van Koophandel en hebben verder de Brabantse Herstructureringsmaatschappij en de Brabantse Milieufederatie zitting in de begeleidingsgroep. De begeleidingsgroep heeft vanaf het begin van het project een zeer actieve inbreng geleverd en is in totaal zes maal bijeengekomen.

1.4 Gebruikte informatie in het onderzoek
Om de vraagstelling uit paragraaf 1.2 te kunnen beantwoorden, is een helder beeld van aard en omvang van de onderlinge hinder tussen bedrijven op de Brabantse bedrijventerreinen en de betrokken actoren van belang. Voor het verkrijgen van dit beeld is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen: • een zestal praktijkcases (afnemen interviews bij contactpersonen voor inventarisatie van knelpunten en oplossingsrichtingen); • een brainstorm met medewerkers van provinciale diensten (10 maart 2005); • het provinciale klachtenmeldpunt (MIK-punt); • de lijst van ’overloopproblematiek’; • nadere informatie van de provincie (Vergunningverlening, Handhaving, Afval(beheer) en Ruimtelijke Ordening); • het LISA Vestigingenregister: potentiële onderlinge hindersituaties in Noord-Brabant (welk bedrijfstype levert in potentie hinder op en welk bedrijfstype is in potentie hindergevoelig); • een workshop met rijk, provincie, gemeente, bedrijven (hinderveroorzakers en gehinderden), Kamer van Koophandel, SRE, BMF, NV REDE en parkmanagementorganisaties over mogelijke oplossingsrichtingen (10 november 2005).

1.6 Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft inzicht in de omvang van de onderlinge hinder tussen bedrijven, zowel voor de omvang, de aard als het effect ervan. Vervolgens komen in hoofdstuk 3 de verschillende actoren en hun rol in het ontstaan van onderlinge hinder aan de orde. Hoofdstuk 4 beschrijft de vier oplossingsrichtingen, de in te zetten instrumenten door betrokken actoren en het effect op de actor. Ook geeft dit hoofdstuk inzicht in de veranderingen die binnen de huidige beleidspraktijk nodig zijn om de beschreven instrumenten door de actoren succesvol toe te kunnen passen. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 een doorkijk naar het aantal bedrijven dat in Noord-Brabant is gevestigd en in dit praktijkonderzoek als hindergevoelig of hinderveroorzakend is aangemerkt en de economische betekenis van deze bedrijfstypen. Ook geeft dit hoofdstuk inzicht in de kansen die kunnen ontstaan bij het oplossen en voorkomen van de knelpunten van onderlinge hinder, oftewel het wenkend perspectief. Tenslotte is in hoofdstuk 6 het actiepuntenprogramma opgenomen waarmee PIT, vanuit haar signaalfunctie, het stokje wil overdragen aan de betrokken actoren.

13

2 Onderlinge hinder tussen bedrijven: meer dan een incident…..?!!
2.1 Algemeen
Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag hoe groot het probleem van onderlinge hinder tussen bedrijven in potentie is in de provincie Noord-Brabant op basis van de geraadpleegde informatiebronnen (zie § 1.4). Oftewel: ’Gaat het om enkele incidenten of speelt er meer in Brabant?’. Het tweede deel van dit hoofdstuk gaat in op de aard van de onderlinge hinder en het effect daarvan op de individuele bedrijfsvoering en het bedrijventerrein als geheel. Tenslotte zijn in § 2.5 de conclusies nog eens samengevat weergegeven. De opzet van het hoofdstuk is zodanig dat alleen de uitkomsten van het onderzoek zijn opgenomen. Voor nadere informatie over de gehanteerde informatiebronnen wordt verwezen naar de diverse bijlagen.

2.3 Aard van de onderlinge hinder
Hindersoort De gehanteerde informatiebronnen geven ook inzicht in de voorkomende hindersoorten, hinderbedrijven en gehinderden. De hindersoort stof en geur alsmede hindersoorten als bodem/water (mogelijke beïnvloeding bodem- en grondwaterkwaliteit), trillingen (bijv. door verkeersbewegingen), straling (beïnvloeding apparatuur) en afbreuk van het imago (productrisico, visuele hinder) komen uit de praktijkcases naar voren. Dit wordt ook door medewerkers van de provincie herkend. Hierbij gaat het niet alleen om hinder als gevolg van storingen of incidenten, maar ook om hinder die als gevolg van de dagelijkse, normale bedrijfsvoering van het hinderveroorzakende bedrijf wordt ondervonden door het in de directe nabijheid gelegen hindergevoelige bedrijf. Het provinciale klachtenmeldpunt (zie ook bijlage 4) maakt duidelijk dat bijna 70% van de geregistreerde klachten – veelal als reactie op storingen of incidenten – van onderlinge hinder tussen bedrijven is gerelateerd aan de hindersoort lucht, geur en stof. De hindersoort geluid volgt op afstand met een aandeel van bijna 20% van de geregistreerde klachten. Hinderveroorzakende en hindergevoelige bedrijven Als grootste gemene deler van hinderveroorzakende bedrijven komen uit het praktijkonderzoek de volgende sectoren naar voren: • afval- en recyclingsbedrijven (bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, autoshredder, sorteerinrichtingen); • metaalverwerkingsbedrijven; • grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. Naast deze ’top hinderveroorzakende bedrijven’ kunnen ook destructiebedrijven, slachterijen, veevoederbedrijven alsmede wezensvreemde elementen (zoals sportscholen, kartbanen/ recreatieve functies, scholen en gezondheidszorg) hinder naar andere bedrijven veroorzaken. De bedrijfssegmenten die gevoelig zijn voor onderlinge hinder (de gehinderde bedrijven) betreffen in hoofdzaak: • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie; • bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria;

2.2 Omvang van de onderlinge hinder
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat onderlinge hinder tussen bedrijven op veel plaatsen in Noord-Brabant voorkomt. Op grond van de geanalyseerde praktijkcases (zie bijlage 2), informatie uit het provinciaal klachtenmeldpunt (zie bijlage 4) en medewerkers van de provincie (zie bijlage 6) zijn in dit praktijkonderzoek 20 concrete voorbeelden opgespoord, waarbij tenminste 30% van de Brabantse gemeenten is betrokken. De resultaten van de inventarisatie van cases en concreet bekende gevallen is vervolgens aangevuld met een Brabant brede inventarisatie van potentiële hindergevallen. Hiertoe is het LISA Vestigingenregister geraadpleegd (zie bijlage 7). De analyse van deze gegevens maakt duidelijk dat op elk bedrijventerrein in Noord-Brabant sprake is van potentieel gevoelige combinaties van bedrijven. Nemen we hiervan de zogenaamde ’Top onderlinge hindersituaties’ dan blijkt op elk bedrijventerrein nog steeds sprake te zijn van één tot enkele potentieel gevoelige combinaties. Op basis van de 20 praktijkcases en de daarbij behorende kaartbeelden van de ’Top onderlinge hindersituaties’ blijken deze potentieel gevoelige combinaties in veel gevallen ook daadwerkelijk onderlinge hinder tussen bedrijven op te leveren. 14

bedrijven die ’schone’ machines/gevoelige apparatuur vervaardigen. Daarnaast dient te worden vermeld dat bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/uitstraling en bedrijven met een kantoorgedeelte ook hindergevoelig zijn. Op grond van de analyse van de grootste gemene delers aan hinderveroorzakende bedrijven en gehinderde bedrijven kunnen gevoelige combinaties worden gedestilleerd. In onderstaande tabel zijn deze gevoelige combinaties weergegeven: Mogelijke hinderveroorzakers • afval- en recyclingsbedrijven (bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, autoshredder, sorteerinrichtingen); • metaalverwerkingsbedrijven; • grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. Mogelijke gehinderden • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie; • bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria; • bedrijven die ’schone’ machines/ gevoelige apparatuur vervaardigen; • bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/ uitstraling.

2.4 Het effect van de onderlinge hinder
Algemeen In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat onderlinge hinder tussen bedrijven op veel plaatsen in Noord-Brabant voorkomt. Deze onderlinge hinder is niet bevorderlijk voor het economisch functioneren van de bedrijven (en daarmee de concurrentiepositie van de bedrijven) en het bedrijventerrein als geheel. Ten aanzien van de bedrijven kan worden opgemerkt dat dit zowel geldt voor het bedrijf dat de hinder veroorzaakt als het bedrijf dat de hinder ondervindt. Het oplossen van bestaande knelpunten op bedrijventerreinen is wenselijk vanuit het functioneren van de bedrijven en vanuit het streven naar een goede kwaliteit van de bedrijfsomgeving (het bedrijventerrein). Effect op het individuele bedrijf De effecten op het individuele bedrijf, als gevolg van onderlinge hinder, zijn: • extra investeringen bij zowel het hinderveroorzakende bedrijf als het gehinderde bedrijf; • stilleggen of terugbrengen van het productieproces (om hinder te voorkomen (hinderveroorzakende bedrijf) dan wel als gevolg van optredende hinder bij het gehinderde bedrijf); • geen of zeer beperkte mogelijkheden voor groei en uitbreiding.

Ter illustratie van de bovengenoemde effecten volgen onderstaand enkele voorbeelden uit de praktijkcases. De extra investeringen bij het hinderbedrijf (aanpassen productieproces, overkapping ter voorkoming van overlast naar de buurbedrijven) komen (mede) voort uit strengere eisen die in de milieuvergunning worden gesteld (eisen komen mede op basis van klachten tot stand). Saillant detail hierbij is dat als gevolg van de extra maatregelen die moeten worden genomen voor het wegnemen van bepaalde hinder het bedrijf voor nieuwe problemen kan komen te staan. Zo leidt het aanbrengen van een overkapping ter voorkoming van geurhinder naar de omgeving tot nadere eisen voor het binnenklimaat van de werknemers (lucht, geluid) en daarmee tot aanvullende investeringen. Het gehinderde bedrijf doet bijvoorbeeld extra investeringen door het inzetten van een milieuadviseur (adviseert over milieuvergunning van hinderbedrijf en voeren van overleg met hinderbedrijf). Ook kan bij het gehinderde bedrijf sprake zijn van negatieve effecten op de bedrijfsvoering omdat als gevolg van de optredende hinder (geur) het personeel tijdelijk niet kan werken of als gevolg van stof het buitenterrein en daarop aanwezige materialen (geparkeerde auto's van personeel, te verkopen auto's of gereedstaande producten voor verkoop/transport) moet worden schoongemaakt. Bij enkele cases zijn partijen verwikkeld in juridische procedures. Deze procedures vormen feitelijk de graadmeters voor de onderliggende problematiek van onderlinge hinder. De knelpunten van de onderlinge hinder zijn van een dergelijke aard dat bedrijven zich genoodzaakt voelen om, als laatste middel, juridische procedures aan te gaan. Deze procedures vergen inzet van tijd/capaciteit en geld (inhuren advocaten, proceskosten) van het bedrijf. Effect op het bedrijventerrein Naast het mogelijke effect op de individuele bedrijfsvoering kan onderlinge hinder tussen bedrijven ook gevolgen hebben voor het functioneren van het bedrijventerrein als geheel. Samenvattend kan worden gesteld dat: onderlinge hinder tussen bedrijven de gewenste herstructurering van bedrijventerreinen belemmert. Onderstaand is aangegeven welke mechanismen zorgen voor het frustreren van de herstructureringsopgave. Segmentering Segmentering is in dit praktijkonderzoek gedefinieerd als het indelen van bedrijventerreinen naar bedrijfsprocessen en -typen. Segmentering kan plaatsvinden binnen één bedrijventerrein of 15

tussen bedrijventerreinen (zonder direct van themaparken te spreken) binnen een regio (of andere geografische entiteit) door afspraken tussen overheden. Door het ontbreken van de bovengenoemde segmentering op een bedrijventerrein dan wel tussen bedrijventerreinen in een regio zijn er geen waarborgen aanwezig voor het toetsen van het te vestigen type bedrijf (en bijhorende bedrijfsprocessen). Hierdoor kunnen bedrijven zich naast elkaar vestigen die elkaar overlast (kunnen) bezorgen. Als gevolg van deze onderlinge hinder worden de ontwikkelingsmogelijkheden voor beide bedrijfssegmenten beperkt: het bedrijf dat hinder veroorzaakt wordt in haar bedrijfsvoering belemmerd en krijgt in een aantal gevallen met strengere eisen in de milieuvergunning te maken. Dit leidt vervolgens weer tot extra investeringen op de locatie, waardoor het bedrijf vanwege deze extra investeringen nog sterker aan de locatie gebonden is. Anderzijds wordt het gehinderde bedrijf mogelijk beperkt in haar bedrijfsvoering (doen van extra investeringen) en kunnen clusters van gelijksoortige bedrijven niet worden gerealiseerd omdat de nieuw aan te trekken bedrijven nauwelijks geïnteresseerd zijn vanwege de bestaande conflictsituatie. Samenvattend kan worden gesteld dat de huidige ruimtelijke ordeningssystematiek om te komen tot een indeling van bedrijventerreinen middels milieucategorieën (VNG-uitgave, Den Haag 2001) niet voorkomt dat bedrijven die elkaar overlast kunnen bezorgen zich naast elkaar (mogen) vestigen. Bovendien blijkt dat, door het ontbreken van een regionale segmentering (regionale afstemming over de te vestigen bedrijfstypen op de verschillende bedrijventerreinen), de kans zeer reëel is dat voor bepaalde sectoren (hoogwaardig segment met lage milieuhinder) een overschot aan nieuwe locaties ontstaat en voor de meer milieubelastende sectoren geschikte vestigingslocatie ontbreken. Versnippering Voor een aantal bedrijventerreinen zijn inmiddels herstructureringsplannen/toekomstvisies vastgesteld, waarbij deellocaties met onderling conflicterende bedrijfsfuncties als te herstructureren gebied zijn opgenomen. Hierbij kan worden opgemerkt dat de zogenaamde hinderveroorzakers bij uitbreidingswensen elders maar moeilijk of in het geheel niet aan een alternatieve locatie komen. Dientengevolge is het bedrijf genoodzaakt om de uitbreiding over meerdere, verspreid liggende (kleinere) deellocaties te verdelen. Dit komt niet ten goede aan de bedrijfsvoering. Bovendien leiden deze deellocaties weer tot 16

het verspreiden van de hinder over het bedrijventerrein, tot extra transportbewegingen en raakt het bedrijf steeds sterker gebonden aan de huidige locaties en is daarmee steeds moeilijker te verplaatsen. Onaantrekkelijk vestigingsklimaat Bedrijventerreinen waar sprake is van onderlinge hinder tussen bedrijven en dientengevolge de onderlinge relaties sterk zijn verstoord, vormen geen aantrekkelijke vestigingslocatie. Door het ontbreken van een helder profiel van een bedrijventerrein zijn voor de bedrijven geen waarborgen geboden voor de vestiging van nieuwe bedrijven die gelijksoortige eisen stellen aan het terrein. Deze aspecten samen maken het bedrijventerrein weinig aantrekkelijk, er ontbreekt immers het voor een bedrijf zo belangrijke stabiele investeringsklimaat. Niet-uitgeefbare braakliggende (delen van) percelen Het beter benutten van de beschikbare ruimte op bestaande bedrijventerreinen wordt bij onderlinge hinder tussen bedrijven mogelijk belemmerd doordat tussengelegen (braakliggende) kavels niet of nauwelijks (her)uitgeefbaar zijn. Immers het bedrijf dat hinder ondervindt wil geen bedrijf naast zich dat de aanwezige hinder mogelijk vergroot (het gehinderde bedrijf zal bezwaarprocedures voeren bij bouw- en milieuvergunningspocedures). Anderzijds zal door de aanwezigheid van het hinderveroorzakende bedrijf slechts een beperkt aantal bedrijfssegmenten geïnteresseerd zijn in vestiging, die mogelijk weer extra hinder opleveren voor het hindergevoelige bedrijf. Verstoorde relaties De onderlinge hinder tussen bedrijven kunnen tot ernstig verstoorde relaties tussen bedrijven leiden, wat niet ten goede komt aan het tot stand brengen van samenwerkingsprojecten in welke vorm dan ook op een bedrijventerrein. Hierbij is immers een goed overleg tussen de verschillende op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven onontbeerlijk. Bovenstaande mechanismen frustreren de zo gewenste herstructureringsopgave. Bovendien komen kwaliteitsverbeteringen in het openbaar gebied (revitalisering) die, naast het algemeen functioneren van het terrein en de verkeersveiligheid, van groot belang worden geacht door bedrijven die hechten aan uitstraling en beeldkwaliteit, niet geheel tot hun recht als

in de directe nabijheid van deze bedrijven andere bedrijven zijn gevestigd die vanuit hun bedrijfsactiviteiten geen belang hechten aan de representativiteit van de omgeving waarin zij gevestigd zijn.

2.5 Conclusies
1. Omvang onderlinge hinder Onderlinge hinder tussen bedrijven op een bedrijventerrein is meer dan een incident. Bij de in dit praktijkonderzoek opgespoorde voorbeelden is tenminste 30% van de Brabantse gemeenten betrokken. 2. Hindersoort Uit de praktijkcases (hinder als gevolg van de dagelijkse bedrijfsvoering) komen de volgende hindersoorten naar voren: • stof en geur; • bodem/water (mogelijke beïnvloeding bodem-/grondwaterkwaliteit); • trillingen; • straling; • afbreuk van imago (productrisico, visuele hinder). Als gevolg van storingen of incidenten en hieruit voortvloeiende klachten die zijn geregistreerd in het provinciaal milieuklachtensysteem is de groep lucht, geur en stof de meest voorkomende hindersoort, op afstand gevolgd door de hindersoort geluid. 3. Gevoelige combinaties De analyse van grootste gemene delers aan hinderveroorzakers en gehinderden levert de onderstaande lijst van gevoelige combinaties op. Mogelijke hinderveroorzakers afval- en recyclingsbedrijven (bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, autoshredder, sorteerinrichtingen); • metaalverwerkingsbedrijven; • grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. Mogelijke gehinderden • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie; • bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria; • bedrijven die ’schone’ machines/ gevoelige apparatuur vervaardigen; • bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/ uitstraling. 4. Effect onderlinge hinder De effecten op het individuele bedrijf, als gevolg van onderlinge hinder, zijn: • extra investeringen bij zowel het hinderveroorzakende bedrijf als het gehinderde bedrijf; • stilleggen of terugbrengen van het productieproces (om hinder te voorkomen (hinderveroorzakende bedrijf) dan wel als gevolg van optredende hinder bij het gehinderde bedrijf); • geen of zeer beperkte mogelijkheden voor groei en uitbreiding. Bovendien frustreert onderlinge hinder de gewenste herstructurering van bedrijventerreinen. De mechanismen die hieraan ten grondslag liggen zijn: • ontbreken van segmentering; • versnippering van bedrijven over meerdere locaties op één bedrijventerrein; • onaantrekkelijk vestigingsklimaat; • niet-uitgeefbare braakliggende (delen van) percelen; • verstoorde relaties.

17

3 Actoren en hun rol in het ontstaan van onderlinge hinder
3.1 Algemeen
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de verschillende actoren die een rol spelen bij het ontstaan van onderlinge hinder tussen bedrijven. De directe probleemeigenaren zijn de betrokken bedrijven die in hun ontwikkeling worden geschaad. Daarnaast liggen de consequenties ook breder dan alleen bij deze individuele bedrijven, immers gemeenten en provincie krijgen ook met deze problemen te maken bij de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen (beter benutten van de beschikbare ruimte op bestaande bedrijventerreinen), het (verder) tot stand brengen van segmentering van bedrijventerreinen en het realiseren van samenwerking tussen bedrijven. Om tot een oplossing voor onderlinge hinder te komen (hoofdstuk 4) is het van belang om ook inzicht te krijgen in de oorzaak van de problemen en welke actoren hierbij een rol spelen. Achtereenvolgens worden de volgende actoren onderscheiden: rijksoverheid, provincie, gemeenten/regio en bedrijven (hinderveroorzakers, gehinderden). De conclusies zijn opgenomen in § 3.6. nationale concurrentiepositie van Nederland, bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland, bevordering en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden, en borging van de veiligheid. De nota benoemt als één van de belangrijke uitgangspunten dat milieu- en veiligheidsaspecten vroegtijdig, integraal en gebiedsgericht in de planvorming worden betrokken. Een goede basiskwaliteit van de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland is essentieel. Zonering is daarbinnen een belangrijk aspect. In aansluiting hierop heeft het kabinet voor het economisch beleid in het ’Actieplan Bedrijventerreinen’ (Ministerie van Economische Zaken, mei 2004) de generieke acties ’Meer ruimte voor NIMBY-bedrijven’ en ’Betere zonering’ geformuleerd. Bij laatstgenoemde actie wordt aangegeven dat een goede zonering voor burgers en bedrijven onderling van belang is voor een optimaal ondernemings- en woonklimaat. Nu staat de zonering regelmatig onder druk en het is in het belang van burgers en bedrijven dat sprake is van een goede zonering en dat de bevoegde gezagen deze handhaven. In deze actie wordt het belang van zonering voor bedrijven onderling onderkend. De ministeries van Economische Zaken en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en milieubeheer (namens het rijk) participeren daarom ook in het traject ’vernieuwing van het de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering" (§ 3.4). Centraal in dat traject staat de ontwikkeling van een vernieuwde methode voor milieuzonering, die bedrijven voldoende milieuruimte biedt en milieugevoelige bestemmingen voldoende beschermt. De methode moet tevens geschikt zijn voor functiemenging in stedelijk gebied. Het gaat om zonering van bedrijven(-terreinen) en milieucategorisering van bedrijven. De vernieuwing van de uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ is niet specifiek gericht op onderlinge hinder tussen bedrijven, maar biedt wel openingen om dit aspect mee te nemen. De eerstgenoemde actie uit het ’Actieplan Bedrijventerreinen’ heeft betrekking op de industrie die moeilijk is in te passen (vanwege hinder, gevaar of beeldkwaliteit). De rijksoverheid wil in de praktijk via een pilot leren hoe verschillende belanghebbenden op een constructieve manier kunnen samenwerking zodat oplossingen worden gevonden voor de vestiging

3.2 Rijksoverheid
De huidige wettelijke instrumenten voor het ruimtelijke ordeningsbeleid (WRO) en de Wet Milieubeheer zijn vooral toegespitst op het voorkomen van hinder tussen verschillende functies (bijvoorbeeld werken versus wonen/recreëren). Over hinder binnen één functie, in dit geval werken c.q. bedrijvigheid, worden geen handvaten geboden of wettelijke eisen gesteld. Bovendien is wetgeving te statisch toetsend en kan daarmee niet of nauwelijks inspelen op nieuwe ontwikkelingen. De voornemens voor meer afstemming tussen de verschillende geledingen van de overheid (RO, milieu, economische zaken etc.) in de vorm van een omgevingsvergunning bieden perspectief voor de toekomst. De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Meer specifiek richt het kabinet zich hierbij op vier algemene doelen: versterking van de inter18

van deze NIMBY-bedrijven. Recent (januari 2006) is door de provincie Gelderland het project ’Inpassing Zware industrie’ afgerond. In dit project is een duurzame aanpak ontwikkeld voor het oplossen en voorkomen van probleemsituaties rondom zware industrie (in relatie tot de woonomgeving). Het resultaat is een pakket aan beleidsmaatregelen op het gebied van ruimte, milieu, de afstemming tussen ruimte en milieu, economie en financiën. Ter illustratie van deze concrete maatregelen kunnen worden genoemd: • het specifiek reserveren van ruimte voor zware bedrijven in het streekplan 2005 door de provincie Gelderland; • het reserveren van budget voor inpassing en verplaatsing van zware bedrijven door de provincie Gelderland. In het kader van het onderkennen en kennen van knelpunten in wet- en regelgeving in algemene en brede zin heeft het ministerie van Economische Zaken een meldpunt tegenstrijdige regels voor ondernemers en overheden ingesteld. Op deze manier wil het ministerie proberen om de regeldruk te verminderen. Dit geldt onder meer voor regelgeving die betrekking heeft op bedrijventerreinen en milieu. De beleidsnotitie ’Pieken in de Delta’ van het Ministerie van Economische Zaken (juli 2004) beschrijft de economische agenda van het kabinet voor zes gebieden in ons land. Met deze agenda wil het kabinet bijdragen aan de ambitie om van Nederland een concurrerende en dynamische economie te maken. De provincie Noord-Brabant maakt in deze beleidsnotitie onderdeel uit van twee gebieden: Zuidwest Nederland en Zuidoost Nederland. Voor Zuidwest Nederland ligt de focus op het nog beter profiteren van de strategische ligging tussen de wereldhavens in Rotterdam en Antwerpen. In Zuidoost Nederland ligt een opgave voor de (verdere) ontwikkeling van hoogwaardige, kennisintensieve industrie. Een forse herstructurering van bedrijventerreinen langs de A2-as dient een bijdrage te leveren aan de oplossing van ruimtelijke knelpunten. In deze beleidsnota is het aspect ’onderlinge hinder tussen bedrijven’ niet specifiek opgenomen. Wel hecht de rijksoverheid een groot belang aan de ontwikkeling van hoogwaardige, kennisintensieve industrie. Deze bedrijfssector herbergt een aantal bedrijfstypen (VGM-bedrijven, farmaceutische bedrijven, bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria, hoogwaardige technologische bedrijven) die in dit praktijkonderzoek (zie § 2.3) als hindergevoelige bedrijven naar voren

komen. Om voor deze bedrijven een goed en stabiel ondernemingsklimaat te creëren, is het onderkennen van het aspect onderlinge hinder van groot belang.

3.3 Provincie
Het vigerend streekplan en het toewijzen van nieuwe bedrijventerreinen gaat uit van een kwantitatieve benadering van het aantal nieuw aan te leggen bedrijventerreinen. Bij deze kwantitatieve benadering wordt een nader onderscheid aangebracht tussen de vestiging van de verschillende milieucategorieën. Een onderscheid naar bedrijfssectoren (en bedrijfsprocessen) en daaraan gekoppelde wensen en eisen aan de vestigingslocaties wordt daarbij niet gemaakt. Ook is in het provinciaal beleid nauwelijks focus op verschillende typen bedrijventerreinen die aan bepaalde segmenten (die elkaar goed verdragen) een plek dienen te bieden. Uit onderhavig praktijkonderzoek komt naar voren dat de wensen en eisen aan een vestigingslocatie per bedrijfstype (binnen éénzelfde milieucategorie) verschillend kunnen zijn. Het provinciaal beleid houdt momenteel nog geen rekening met deze verschillen of overeenkomsten in eisen die aan vestigingslocaties worden gesteld. Naast de eisen en wensen aan de vestigingslocatie speelt de actieradius van een bedrijfssector ook een belangrijke rol in de zoektocht naar een geschikte vestigingslocatie. Zo blijkt uit de interviews en de workshop bijvoorbeeld dat de actieradius van (sloop- en bouw)afvalverwerkingsbedrijven circa 20 kilometer (afstand van het bedrijf tot de bron van het afval) bedraagt1.

1 Deze informatie is afkomstig van de bedrijven die geïnterviewd zijn en bedrijven die op de workshop van 10 november 2005 aanwezig waren. In het BRO-rapport ’Ruimteproblematiek milieuhinderlijke bedrijven in Zuid-Holland’ (januari 2001) wordt de hoge regionale afhankelijkheid van deze sector (als gevolg van transportafstanden) ook genoemd. In een telefonisch onderhoud met de heer Donders (Vereniging van Afvalbedrijven) blijkt een tweedeling te kunnen worden gemaakt inzake de regiogebondenheid van afvalverwerkende bedrijven, waarbij voor beide onderscheiden typen markt bestaat: a. afvalverwerkende bedrijven met een hoogwaardig eindproduct zijn nauwelijks regiogebonden, aangezien een groot volume nodig is om de benodigde investeringen voor de hoogwaardige technische installaties rendabel te maken. Bovendien kent de afzetmarkt een veelal landelijke spreiding; b. afvalverwerkende bedrijven met een laagwaardig eindproduct zijn sterk regiogebonden, omdat het concurrerend vermogen wordt bepaald door de afstand tot de afvalbron en de afstand tot de afzetmarkt. Door de lagere investeringskosten zijn de benodigde afvalvolumes ook lager.

19

Deze actieradius stelt het afvalverwerkende bedrijf in staat om op korte afstand van de bron het afval (met name bouw- en sloopafval) te verwerken. Het aantal nieuwe bedrijventerreinlocaties in de stedelijke en landelijke regio's, zoals benoemd in het vigerend streekplan en de regionale uitwerkingsplannen, geeft nog geen antwoord op de vraag naar locaties voor bedrijven met een kleinere actieradius. Op deze manier stagneert de herstructureringsopgave, omdat alternatieve geschikte locaties voor het uitplaatsen van bedrijven ontbreken. Tenslotte vervult de provincie (gelijk aan de rijksoverheid) een toetsende rol bij bestemmingsplannen. De provincie toetst deze plannen aan haar eigen (streekplan)beleid. We zien dat de praktijk van toetsingsplanologie (inbreng (passief) achteraf) steeds meer wordt gecombineerd met ontwikkelingsplanologie (inbreng (actief) vooraf). Door de provincie wordt op dit moment hard gewerkt aan ontwikkelingsplanologie, zoals het voorbeeldproject West-Brabant. Een sterke combinatie van toelatings- en ontwikkelingsplanologie lijkt hier perspectief te bieden. In dit kader biedt de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening wellicht ook nieuwe mogelijkheden voor de provincie.

verkeer en visuele kwaliteit opgenomen. Op basis van de SBIcode (Standaard Bedrijfs Indeling)en de hinder van een inrichting wordt een minimale afstand aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk. In de handleiding wordt aangegeven dat afstanden bij andere omgevingstypen (bijv. een centrumgebied) lager kunnen uitvallen. De VNG-basiszoneringslijst (lijst van bedrijfstypen en hun hinderaspecten) wordt gebruikt bij het toetsen van bestemmingsplannen en de planning van bedrijventerreinen. Uitspraken van de Raad van State geven aan dat, indien in een bestemmingsplan wordt verwezen naar handleiding en lijst, daar vervolgens slechts gemotiveerd van kan worden afgeweken. In het kader van de scope van dit praktijkonderzoek blijkt bij de toepassing van de handleiding en lijst sprake te zijn van een aantal knelpunten, te weten: • gebrek aan maatwerk door het klakkeloos overnemen van de lijst in bestemmingsplannen en ’blind’ gebruik van de lijst in de uitgiftefase; • zonering op basis van de hoofdactiviteit (of sterk geleund op bedrijfstype) in plaats van de meest milieuhinderlijke activiteit centraal te stellen; • verschil tussen veronderstelde hinder en daadwerkelijke hinder; • de referentie ’rustige woonwijk’ is niet geschikt voor het benoemen van hinder binnen de functie ’werken’; • het onderscheid in milieucategorieën biedt geen handvatten voor het voorkomen van hinder tussen verschillende bedrijfstypen binnen dezelfde milieucategorie; • er wordt geen rekening gehouden met cumulatie van hinder. Eind 2005 is gestart met het project voor de actualisering van de uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ (het Groene Boekje). Het betreft een gezamenlijk initiatief van de ministeries van Economische Zaken en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en milieubeheer, Stichting Natuur en Milieu en de VNG, waarbij laatstgenoemde organisatie de trekker van het project is. Gemeentelijke en regionale uitvoeringspraktijk Bij gemeenten (publiekrechtelijke taak) kunnen de volgende oorzaken voor het ontstaan van onderlinge hinder worden genoemd: • in het bestemmingsplan is geen segmentering opgenomen die rekening houdt met het voorkomen van onderlinge hin-

3.4 VNG, gemeenten en regio
Gemeenten zijn, met het opstellen van (bestemmings)plannen voor nieuwe én bestaande bedrijventerreinen, de schakel in het vertalen van het rijks- en provinciaal beleid. Ook zijn zij veelal de uitgevende partij2 bij (nieuwe) bedrijventerreinen. VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ Voor het opstellen of herzien van bestemmingsplannen voorziet de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) met de uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ (het Groene Boekje) (Den Haag, 2001) in een praktische handleiding voor de zonering van bedrijven in verband met hinder of gezondheidsrisico's. In deze handleiding worden de hindercategorieën geluid, stof, geur, lucht en gevaar onderscheiden. Tevens zijn indices voor
2 Naast gemeenten kunnen ook private partijen als uitgevende partij bij nieuwe dan wel bestaande bedrijventerreinen optreden. Voor hun rol als uitgevende partij gelden dezelfde aandachtspunten zoals beschreven voor de gemeente als uitgevende partij.

20

der dan wel het benutten van kansen tussen bedrijven (bedrijven worden onvoldoende betrokken bij de planvorming); niet-correct gebruik van de VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ door het klakkeloos overnemen van de VNG-lijst in bestemmingsplannen en een ’blind’ gebruik van de lijst in de uitgiftefase; onvoldoende flexibiliteit (stringente fasering) of te weinig focus op segmentering (we moeten alles kunnen vestigen) in plannen om het juiste bedrijf op de juiste plek te kunnen vestigen; in de plannen voor en de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen is de aandacht meer gericht op ’schone’ bedrijvigheid (bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit) en worden hinderbedrijven geweerd.

3.5 Bedrijven
Voor bedrijven, zowel voor hinderveroorzakers als gehinderden, geldt vooral dat de oorzaak in het ontstaan van onderlinge hinder ligt in het onvoldoende checken van de locatiekenmerken bij de vestiging op een nieuwe locatie. Bij de keuze voor een nieuwe locatie spelen bereikbaarheid, beschikbaarheid van personeel en afzetmarkt een belangrijke rol. Bedrijven blijken zich voorafgaand aan de vestiging niet of nauwelijks te oriënteren op hun (toekomstige) buurbedrijven. Verder is communicatie een zeer belangrijk aandachtspunt voor de betrokken bedrijfstypen. Bedrijven organiseren zich onvoldoende om de omvang van het probleem en het effect van onderlinge hinder bij de andere betrokken actoren helder te krijgen. Brancheorganisaties zouden hierbij uitstek een rol in kunnen vervullen, dit gebeurt echter (nog) niet. Oorzaak ligt mede in het grote aantal en de verscheidenheid aan bedrijven binnen één branche en daardoor moeilijk te verenigen zijn. Ook intermediaire organisaties als de BZW (Brabant Zeeuwse Werkgeversvereniging), het MKB of parkmanagementorganisatie/ bedrijventerreinvereniging vervullen deze communicatie- en lobbyrol niet of nog onvoldoende. Zij verdiepen zich nog niet of nauwelijks in de aspecten van onderlinge hinder tussen bedrijven. Ook blijkt een parkmanagementorganisatie/bedrijventerreinvereniging hier organisatorisch niet op te zijn ingericht of worden de prioriteiten elders gelegd (bijv. collectieve inkoop). Het negatieve imago waar veel hinderveroorzakende bedrijven (vooral de afvalverwerkende bedrijven) mee te maken hebben, vraagt ook om een herijking van het imago door de branche-organisaties en de daarbij behorende interne en externe communicatie. Echter, ook de pers en het (lokale) overheidsbestuur hebben hierin een belangrijke rol. Herhaaldelijk is gebleken dat ’goed nieuws’ (over de rol van de afvalsector in de maatschappij en de bereikte innovaties), aangereikt door de brancheorganisaties, niet worden opgepikt door de pers en het (lokale) overheidsbestuur. Vooral calamiteiten en storingen blijken interessant. Tenslotte verdiepen bedrijven zich onvoldoende in de (on)mogelijkheden van de overheid, bijvoorbeeld door zelf contact te leggen met de overheid. 21

De gemeente als uitgevende partij (privaatrechtelijke handeling) kan ook een rol hebben in het ontstaan van onderlinge hinder, te weten: • de vooraf vastgestelde segmentering kan niet worden nakomen in de gronduitgifte (bijvoorbeeld als gevolg van een stagnerende gronduitgifte in combinatie met de rentelast van de reeds gemaakte (verwervings)kosten); • onvoldoende kennis van het bedrijfsproces van het te vestigen bedrijf en daarmee niet de mogelijke consequenties voor onderlinge hinder kunnen overzien; • onvoldoende acquisitieve acties voor het aantrekken van de gewenste bedrijven of het uitwisselen van gegadigden met gemeenten in de regio; • geen of onvoldoende invloed bij de invulling van een perceel op een bestaand bedrijventerrein bij vertrek van het bedrijf. De bovengenoemde punten zouden voor een deel kunnen worden ondervangen door een goede regionale afstemming in de ontwikkeling en uitgifte van bedrijventerreinen. Momenteel is deze regionale, kwalitatieve afstemming in de uitgifte van de diverse bedrijventerreinen (soort en moment van uitgifte) alsmede de eventuele regionale verevening van kosten en baten niet aanwezig.

3.6 Conclusies
De verschillende actoren spelen elk hun eigen rol en hebben elk hun eigen rol in het ontstaan van onderlinge hinder tussen bedrijven. Rijksoverheid • instrumenten zijn toegespitst op hinder tussen verschillende functies in plaats van hinder binnen één functie; • wetgeving is te statisch toetsend en kan te weinig inspelen op nieuwe ontwikkelingen; • het sectorale, economische beleid (’Actieplan Bedrijventerreinen’) onderkent onvoldoende het ontstaan en het effect van onderlinge hinder tussen bedrijven. Provincie • het bedrijventerreinenbeleid is op een kwantitatieve behoefteraming met een eventuele uitsplitsing naar milieucategorie gebaseerd in plaats van een kwalitatieve raming waarbij gekeken is naar vestigingseisen en actieradii van bedrijfstypen; • de provincie vervult nu nog veelal een toetsende rol (toetsingsplanologie: inbreng (passief) achteraf), echter er wordt hard gewerkt aan een stimulerende, regierol (ontwikkelingsplanologie: inbreng (actief) vooraf). VNG/gemeenten/regio • VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ stelt de hoofdactiviteit (en daarbij sterk geleund op bedrijfstype) centraal in plaats van de meest milieuhinderlijke activiteit; • bovendien is de referentie ’rustige woonwijk’ niet geschikt voor het benoemen van hinder binnen de functie ’werken’ en biedt het onderscheid in milieucategorieën geen handvatten voor het voorkomen van hinder tussen verschillende bedrijfstypen binnen dezelfde milieucategorie;

• •

• • • • •

geen of onvoldoende segmentering in het bestemmingsplan die, indien aanwezig, bij uitgifte niet kan worden vastgehouden; niet-correcte toepassing van de VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ in planvorming en uitgiftetraject onvoldoende flexibiliteit (stringente fasering) of te weinig focus op segmentering (alles kunnen vestigen binnen de gemeentegrenzen); (onbewust) weren van hinderveroorzakende bedrijven in plannen/uitgifte; onvoldoende kennis van het bedrijfsproces (om eventuele hinder te kunnen voorzien); onvoldoende of geen gerichte acquisitie om de gewenste bedrijven aan te trekken; geen of onvoldoende invloed op de invulling van een vertreklocatie op een bestaand bedrijventerrein; geen regionale afstemming in planning en uitgifte van bedrijventerreinen.

Bedrijven (hinderveroorzakers/gehinderden) • geen of onvoldoende check op de locatiekenmerken (ook beleidsmatig) bij de vestiging op een nieuwe locatie; • onvoldoende communicatie tussen bedrijven onderling, door brancheorganisaties, intermediaire organisaties als de BZW, het MKB of parkmanagementorganisaties/bedrijventerreinverenigingen; • onvoldoende aandacht (weten te) vestigen op de positieve kant van hinderveroorzakende bedrijven (vooral afvalverwerkende bedrijven) ter verbetering van het negatieve imago door brancheorganisaties, pers en (lokaal) overheidsbestuur; • onvoldoende communicatie tussen bedrijven en overheid.

22

4 Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten
4.1 Algemeen
Uit hoofdstuk 3 blijkt dat de bedrijven en overheden (rijk, provincie, regio en gemeenten) elk hun eigen aandeel hebben in het ontstaan van onderlinge hinder tussen bedrijven. Echter, de wijze waarop het probleem ingrijpt op het functioneren van de probleemeigenaar is verschillend (zie § 2.4): een bedrijf voelt direct in zijn bedrijfsvoering (= geld) de pijn, terwijl bij overheden de pijn veel minder direct ingrijpt (wensen en beleidsvoornemens kunnen onvoldoende worden gerealiseerd). Dit gegeven is zeer belangrijk bij het aanbieden van oplossingen. Immers, zonder inzet van alle betrokken pro-bleemeigenaren/-oplossers en respect voor ieders belang is er geen oplossing voor deze problematiek. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de oplossingsrichtingen en hun actoren en instrumenten. Bij het definiëren van mogelijke oplossingsrichtingen voor onderlinge hinder tussen bedrijven kan onderscheid gemaakt worden in het voorkomen van knelpunten en het oplossen van reeds ontstane knelpunten. Zoals voor elk soort knelpunt geldt, is het oplossen van bestaande knelpunten vele malen moeilijker dan het voorkomen van knelpunten (voorkomen is beter dan genezen). Voor de mogelijke oplossingsrichtingen en hun actoren en instrumenten wordt onderscheid gemaakt in een viertal oplossingsrichtingen, te weten: • bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing ter plaatse; • bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing door verplaatsing; • nieuw bedrijventerrein: inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering/zonering op een regulier terrein; • nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers. Deze oplossingsrichtingen worden in de volgende paragrafen (§ 4.2 tot en met § 4.5) behandeld. Tenslotte zijn in § 4.6 de conclusies en aanbevelingen opgenomen.

4.2 Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing ter plaatse
Deze oplossingsrichting gaat uit van een oplossing ter plaatse op een bestaand bedrijventerrein met een bestaand knelpunt van onderlinge hinder. Zowel het gehinderde als het hinderveroorzakende bedrijf blijven op de bestaande locatie gehuisvest, maar één van de bedrijven dan wel beide bedrijven nemen maatregelen om de onderlinge hinder te verminderen dan wel te voorkomen. In onderstaande figuur is de oplossingsrichting ’bestaand bedrijventerrein: oplossing ter plaatse’ nog eens verbeeld. Bestaand bedrijventerrein: oplossing ter plaatse
gehinderde gehinderde gehinderde

De instrumenten die de actoren ter hand kunnen nemen in deze oplossingsrichting spitsen zich vooral toe op de thema's communicatie en geld. Communicatie door overleg, dan wel mediation met de betrokken partijen om op deze manier tot een redelijke oplossing voor alle betrokkenen te komen. Dit overleg kan zowel door de overheid als de bedrijven worden geïnitieerd. Geld kan worden in gezet als beloning bij goed/gewenst gedrag, veelal in de vorm van subsidies. Maar geld kan ook worden ingezet als strafmiddel bij onjuist of ongewenst gedrag, veelal in de vorm van geldboetes bij overtredingen. Daarnaast is handhaven door het bevoegd gezag als instrument onlosmakelijk verbonden met een oplossing op de bestaande plek (zonder verplaatsing). Daarin past ook het betrekken van mogelijke onderlinge hinder bij (revisie van) milieuvergunningen. Bij een goede handhaving geldt ook dat dient te worden gekeken naar de, weliswaar meer ingewikkel23

de, bedrijfsprocessen als geheel (en daarin aan te brengen verbeteringen) dan zich eenzijdig te richten op enkele losstaande, meer eenvoudig op te merken, details (zerotolerance beleid).3 Goed handhaven betekent ook dat de achterliggende redenen van milieueisen dienen te worden verteld, teneinde inzicht en begrip bij bedrijven te verkrijgen over het ’waarom’. Ook het aanreiken van oplossingen door de vergunningverlener/handhaver voor het bereiken van de vereiste milieudoelstellingen hoort daarbij. Bedrijven kunnen, naast het zeer belangrijke onderlinge overleg, mogelijk ook technische oplossingen of aanpassingen in de bedrijfsvoering (in tijd) toepassen. Bij het toepassen van technische oplossingen zal de kosten-baten factor een belangrijke rol spelen in het al dan niet kunnen en willen realiseren van de oplossing. De overheid zou hieraan mogelijk een bijdrage kunnen leveren. De instrumenten die de verschillende actoren ter hand kunnen nemen zijn in bijlage 10 per actor (incl. het effect op de actor) in tabelvorm weergegeven.

4.3 Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing door verplaatsing
In deze oplossingsrichting wordt voor een bestaand bedrijventerrein, met een bestaand knelpunt van onderlinge hinder tussen bedrijven, gezocht naar een oplossing door verplaatsing van het gehinderde of het hinderveroorzakende bedrijf. De nieuwe locatie voor het te verplaatsen bedrijf kan binnen het bedrijventerrein in kwestie liggen, dan wel op een ander bedrijventerrein (nieuw of bestaand). Deze oplossingsrichting is in onderstaande figuur nog eens schematisch weergegeven. Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing door verplaatsing
gehinderde locatie C gehinderde locatie A locatie A

locatie B

gehinderde

elders binnen locatie A

gehinderde elders binnen locatie A

gehinderde locatie A locatie A

3 Deze vorm van handhaving is toegepast in de totstandkoming van de samenwerking tussen twee bedrijven (leerverwerkingsbedrijf en bedrijf dat gelatine vervaardigt) in Dongen. In deze samenwerking staat de afstemming in processen en het doorvoeren van technologische verbeteringen in de bedrijfsprocessen centraal om klachten naar de omgeving (bedrijven en bewoners) te verminderen en het imago van de bedrijven te verbeteren.

De instrumenten die de verschillende actoren ter hand kunnen nemen zijn in bijlage 10 per actor (incl. het effect op de actor) in tabelvorm weergegeven. Hieruit blijkt dat bij deze oplossingsrichting de instrumenten kunnen worden verdeeld in instrumenten die het bestaande knelpunt van onderlinge hinder (door verplaatsing) oplossen en instrumenten die dienen te voorkomen dat dergelijke knelpunten in de toekomst opnieuw ontstaan. Bij de instrumenten die een bestaand knelpunt oplossen is het aanbieden van alternatieve, geschikte locaties het belangrijkste instrument. Immers, zonder deze locaties kan van verplaat-

24

sing geen sprake zijn, hoe graag ook gewenst door de bedrijven zelf. Uit het praktijkonderzoek komt het ontbreken van dergelijke locaties ook als een belangrijk knelpunt naar voren. Waar sprake is van de verplaatsing van een bedrijf naar een ander bestaand bedrijventerrein binnen de (stedelijke) regio, blijkt vaak dat het probleem zich opnieuw voordoet en de nieuwe locatie geen goed alternatief is. Ook blijkt dat de nieuwe regionale bedrijventerreinen niet altijd als alternatieve locatie kunnen worden gezien, omdat deze terreinen zich buiten de actieradius van het bedrijf bevinden (of zelfs in het werkveld van een concurrent). Voor het aanbieden van alternatieve, geschikte locaties is een goede regionale samenwerking nodig, waarbij de provincie een regierol vervult. Deze regierol kan divers zijn: van aanpassing van het beleid (steekplan) tot het oppakken van individuele herstructureringslocaties door de Brabantse Herstructureringsmaatschappij (BHB). Om verplaatsing van een bedrijf haalbaar te maken is het van groot belang dat aangesloten wordt bij een nieuw investeringsmoment van het bedrijf. Daarbij is het ook van belang dat het bedrijf de nieuwe locatie als een stap vooruit ziet en haar vestigingscriteria kenbaar maakt, zodat de bereidheid om te verplaatsen en daarin te investeren aanwezig is. Verder kan de haalbaarheid mogelijk worden vergroot door de verevening van de kosten te verbreden naar de plussen van locaties voor woningbouw of kantoren binnen een gemeente of regio. De instrumenten die een knelpunt op een bestaand bedrijventerrein in de toekomst dienen te voorkomen, zijn enerzijds al bestaand (denk aan: handhaven, herziening bestemmingsplan) en anderzijds nieuw of worden nog maar op beperkte schaal toegepast. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het instellen van een (regionale) commissie nieuwvestiging en adviesaanvraag. Deze commissie bepaalt of een bedrijf zich kan vestigen op de vrijkomende vertreklocatie. Het Havenschap Moerdijk heeft hier al positieve ervaringen mee opgedaan. Deze commissie kan echter haar bevoegdheid alleen uitoefenen als hierover privaatrechtelijk (bij gronduitgifte) afspraken zijn gemaakt. Op bestaande terreinen is dit nu nog veelal niet het geval en is het verkrijgen van eigendom door de partij (gemeente, regio, provincie) die de commissie nieuwvestiging wil inzetten van evident belang. Hierbij zou ook vreemd kapitaal (bijv. beleggers) kunnen worden aangetrokken.

4.4 Nieuw bedrijventerrein: inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering/zonering op regulier terrein
Voor het voorkomen van knelpunten van onderlinge hinder op een nieuw bedrijventerrein is bij deze oplossingsrichting gekozen voor het vestigen van gehinderden en hinderveroorzakers op één bedrijventerrein. Echter, de gehinderden en hinderveroorzakers zijn door een goede segmentering en zonering van het terrein ruimtelijk van elkaar gescheiden. Bijkomend voordeel is dat een goede segmentering kan bijdragen in het benutten van kansen tussen bedrijven (symbiose). Tevens zijn bedrijven vooraf op de hoogte van de soort bedrijven dat zich op het terrein (in hun omgeving) kan vestigen. In onderstaande figuur is deze oplossingsrichting schematisch weergegeven. Nieuw bedrijventerrein: inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering/zonering op regulier terrein
gehinderde locatie A gehinderde

gehinderde

De in deze oplossingsrichting voorgestelde segmentering en zonering dient te worden verankerd in de huidige instrumenten die overheden kunnen inzetten. Denk hierbij aan het bestemmingsplan, het beeldkwaliteitsplan en de vergunningen. Ook is het hierbij van belang dat de (te vernieuwen) VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ op een juiste wijze wordt toegepast (als handreiking en niet als randvoorwaarde). Cruciaal in het behouden van de voorgestelde segmentering is het uitgiftetraject. Uit het praktijkonderzoek blijkt hoe lastig het is om de voorgestane segmentering bij de gronduitgifte vast 25

te houden als de financiële druk toeneemt. Segmentering van reguliere terreinen heeft alleen een kans van slagen als deze financiële druk kan worden opgevangen, bijvoorbeeld door regionale samenwerking (met een regierol van de provincie) en verevening. Verevening kan plaatsvinden tussen bedrijventerreinen onderling, maar ook tussen verschillende nieuwbouwontwikkelingen (lees: woon- en kantoorlocaties) in de regio. Voor de gewenste regionale samenwerking is het noodzakelijk en door betrokken partijen gewenst dat de provincie, in de genoemde regierol, gemeenten bijeenbrengt, eventueel haar beleid aanpast aan de regionale afspraken en de afspraken over regionale samenwerking (contractueel) vastlegt. In de regionale planningsoverleggen (provincie en gemeenten) zijn de eerste aanzetten voor deze regionale afspraken gedaan. Anderzijds kan een gerichte acquisitie op de aan te trekken bedrijven ook bijdragen aan het verkleinen van de financiële druk. Verder is het van belang dat een grotere voorraad op kortere termijn (zonder de totale voorraad te vergroten) met een directe bestemming door de provincie wordt toegelaten. Immers een grotere voorraad stelt de uitgevende partij beter in staat om het juiste bedrijf op de juiste plek te kunnen vestigen. Wel dient dan in ieder geval sprake te zijn van een goede segmentering binnen of tussen bedrijventerreinen, een regionale afstemming, een zorgvuldig en transparant uitgifteproces en de garantie voor zorgvuldig ruimtegebruik op de lange termijn. De provincie zou haar toetsende rol kunnen verbreden naar het uitgifteproces, om zo grip te kunnen houden op de kwaliteit van bedrijventerreinen. Ook bedrijven dienen zich bij vestiging goed op de hoogte te stellen van de vestigingsvoorwaarden en (on)mogelijkheden (bezint eer gij vestigt). Ook kunnen zij (bij voorkeur georganiseerd in een parkmanagementorganisatie) toezicht houden op de naleving van het uitgiftekader en zonodig de uitgevende partij hierop aanspreken. In het uitgifteproces is het ook van belang om de vestigingsprocedure (afweging van de vestiging, afstemming bouw- en milieuvergunning) integraal te laten verlopen. Door afstemming tussen de verschillende (gemeentelijke) afdelingen (milieu, RO, EZ) kan kwaliteit- en tijdwinst voor beide partijen (bedrijf en overheid) worden gerealiseerd. Een (gemeentelijk) uitgifteprotocol, waarin het uitgiftetraject zowel voor de ambtelijke als bestuurlijke taken is vastgelegd, kan hier uitkomst bieden. 26

Naast het uitgifteproces is het behouden van grip op een vertreklocatie minstens zo belangrijk. Hiervoor zijn verschillende instrumenten denkbaar, zoals een eerste (terug)kooprecht door de uitgevende partij. De instrumenten die de verschillende actoren ter hand kunnen nemen zijn in bijlage 10 per actor (incl. het effect op de actor) in tabelvorm weergegeven.

4.5 Nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers
Deze oplossingsrichting gaat uit van het voorkomen van knelpunten van onderlinge hinder op een nieuw bedrijventerrein door het aanwijzen van afzonderlijke bedrijventerreinen voor hinderveroorzakende bedrijven. In deze oplossingsrichting betreft het de segmentering naar bedrijfsprocessen en -typen tussen bedrijventerreinen binnen een regio. Op regionaal niveau vindt afstemming plaats over het aantal te ontwikkelen bedrijventerreinen en de segmentering of het ’kleurenpalet’ van elk bedrijventerrein. Een en ander is in onderstaande figuur nog eens schematisch verbeeld. Nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers
gehinderde locatie A locatie B gehinderde locatie C

gehinderde

De instrumenten die de verschillende actoren ter hand kunnen nemen zijn in bijlage 10 per actor (incl. het effect op de actor) in tabelvorm weergegeven. Hieruit blijkt dat bij deze oplossingsrichting de instrumenten vergelijkbaar zijn met de instrumenten van de andere oplossingsrichting voor nieuwe terreinen (segmentering/zonering op een regulier terrein).

Ook hier is regionale samenwerking van cruciaal belang, waarbij een regierol voor de provincie is weggelegd. In deze regierol, brengt de provincie gemeenten bijeen, past eventueel haar beleid aan op de regionale afspraken en legt, in overleg met de gemeenten, de afspraken over regionale samenwerking (contractueel) vast. Zonder regionale samenwerking en verevening zullen afzonderlijke bedrijventerreinen voor hinderveroorzakende bedrijven niet worden gerealiseerd, tenzij de provincie hiervoor haar aanwijzingsbevoegdheid zou willen inzetten. Het vigerend streekplan en de regionale uitwerkingsplannen geven, met de voorgestelde nieuwe bedrijventerreinlocaties in de stedelijke en landelijke regio's, op dit moment geen antwoord op de vraag naar locaties voor bedrijven met een regionale actieradius of een afzonderlijk vestigingsklimaat. Bij het, op korte termijn, aanwijzen van deze kleinere, afzonderlijke terreinen kan mogelijk worden aangesloten bij bestaande verstoringen in het buitengebied.

4.6 Conclusies en aanbevelingen
In de bovenstaande paragrafen is aangegeven welke instrumenten betrokken actoren ter hand kunnen nemen om bestaande knelpunten op te lossen (bestaand bedrijventerrein) dan wel te voorkomen (nieuw bedrijventerrein). Echter, wat betekenen deze oplossingsrichtingen nu feitelijk voor de actoren bezien vanuit de huidig (beleids)praktijk? De beantwoording van deze vraag maakt duidelijk op welke punten nog actie nodig is. Segmenteren en regionale samenwerking De oplossingrichtingen voor nieuwe bedrijventerreinen gaan uit van segmentering. Segmentering binnen één bedrijventerrein dan wel segmentering per bedrijventerrein in een regio door op elk bedrijventerrein een bepaald segment (of een combinatie van segmenten) te vestigen. Segmentering is een oplossing om hinder te voorkomen en het beter benutten van de beschikbare ruimte en kansen voor samenwerking tussen bedrijven te creëren. Echter, het segmenteren van bedrijventerreinen kan niet zonder een goede regionale afstemming in zowel beleid, planvorming (hoe, wat en wanneer) en financiële middelen. Deze regionale afstemming ontbreekt in de huidige (beleids) praktijk en voor het tot stand brengen van deze regionale afstemming wordt een regierol vanuit de provincie noodzakelijk geacht door betrokken actoren. In deze regierol, brengt de provincie gemeenten bijeen, past eventueel haar beleid aan op de regionale afspraken en legt, in overleg met de gemeenten, de afspraken over regionale samenwerking (contractueel) vast. Alternatieve locaties Voor de sectoren afvalverwerking, recycling, metaalverwerking en grondreiniging/sanering (de hinderveroorzakers) is een apart vestigingsklimaat wenselijk. Dit zou door een goede segmentering op nieuwe (regionale) bedrijventerreinen kunnen worden gecreëerd. Echter, vanuit zorgvuldig ruimtegebruik (beperken bufferzones) en de actieradius van de bedrijven in deze segmenten is het wenselijk om afzonderlijke kleine terreinen voor deze segmenten te creëren. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat dergelijke terreinen alleen vanuit de ketenbenadering dienen te worden gerealiseerd: het naast elkaar vestigen van complementaire bedrijven (concurrerende bedrijfstypen naast elkaar is onwenselijk).

27

Het vigerend streekplan en de regionale uitwerkingsplannen geven, met de voorgestelde nieuwe bedrijventerreinlocaties in de stedelijke en landelijke regio's, op dit moment geen antwoord op de vraag naar locaties voor bedrijven met een regionale actieradius of een afzonderlijk vestigingsklimaat. Bij het, op korte termijn, aanwijzen van deze kleinere, afzonderlijke terreinen kan mogelijk worden aangesloten bij bestaande verstoringen in het buitengebied. Het instrumentenpalet Een deel van de huidige instrumenten die rijk, provincie en gemeenten kunnen inzetten (zoals VNG-uitgave (mits goed toegepast), streekplan, (toetsen van) bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan, gronduitgiftebeleid) biedt voldoende waarborgen voor het voorkomen van onderlinge hinder (vooral bij een nieuw bedrijventerrein). Verder verdient het aanbeveling om bij de voorgestane aanpassing van de VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ de uitkomsten van dit praktijkonderzoek te betrekken (stel de milieubelastende bedrijfsactiviteiten centraal i.p.v. het bedrijfstype, benoem het aspect onderlinge hinder tussen bedrijven en geef handvaten (bijv. cursus) voor een juist gebruik van de uitgave). Het handhaven van de juiste combinatie van bedrijven op termijn vraagt om het inzetten van nieuwe instrumenten om grip te kunnen houden op de vestiging van nieuwe bedrijven op vertreklocaties. Het gaat daarbij om de volgende instrumenten: • actief grondbeleid (aankoop strategische plekken en/of vrijkomende kavels, eventueel met vreemd kapitaal (beleggers/ontwikkelaars) en het toepassen van vervreemdingsrecht/kettingbedding/mandeligheid om eerste recht van koop bij vertrek van een bedrijf op een bestaande kavel mogelijk te maken); • (regionale) commissie nieuwvestiging en adviesaanvraag: commissie die bevoegd is en zeggenschap heeft om de vestiging van een nieuw bedrijf op een bestaande locatie te toetsen en al dan toe te staan; • acquisitie op aan te trekken bedrijven op bestaande locatie.

Bedrijven Naast de overheid hebben bedrijven ook een verantwoordelijkheid in het voorkomen van onderlinge hinder en het behouden van de juiste combinatie van bedrijven. Goed overleg tussen (buur)bedrijven en een check op beleid en voorwaarden bij vestiging (wat mag wel en niet bij de buren) zijn daarbij belangrijke instrumenten. Verder is communicatie een zeer belangrijk aandachtspunt voor de betrokken bedrijfstypen. Bedrijven zouden zich kunnen organiseren en gezamenlijk sterk kunnen maken om de omvang van het probleem en het effect van onderlinge hinder helder te krijgen. De diverse brancheorganisaties zouden hier bij uitstek een rol in kunnen vervullen. Maar ook intermediaire organisaties als de BZW, het MKB of parkmanagementorganisaties / bedrijventerreinverenigingen kunnen deze taak op zich nemen. Verder kunnen deze organisaties, de pers en het (lokaal) overheidsbestuur meer aandacht vestigen op de positieve kant van hinderveroorzakende bedrijven (maatschappelijk belang, economische waarde) ter verbetering van het imago. Ook zouden bedrijven zich meer kunnen verdiepen in de mogelijkheden van de overheid, onder andere door zelf contact te leggen met de overheid. Op basis van deze conclusies en aanbevelingen zijn de actiepunten (hoofdstuk 6) benoemd.

28

5 Economisch belang en wenkend perspectief
5.1 Algemeen
De voorgaande hoofdstukken geven enerzijds inzicht in de aard en de omvang van de onderlinge hinder en de rol van de betrokken actoren in het ontstaan van onderlinge hinder. Anderzijds worden ook oplossingsrichtingen geschetst met de bijbehorende instrumenten die betrokken actoren ter hand kunnen nemen om bestaande knelpunten op te lossen (bestaand bedrijventerrein) dan wel te voorkomen (nieuw bedrijventerrein). Maar alvorens over te gaan naar de acties in hoofdstuk 6 is het goed om af te vragen wat deze inspanningen opleveren, oftewel wat is het wenkend perspectief? Dit hoofdstuk geeft een doorkijk naar het aantal bedrijven dat in Noord-Brabant is gevestigd en in dit praktijkonderzoek als hindergevoelig of hinderveroorzakend is aangemerkt en de economische betekenis van deze bedrijfstypen. Ook geeft dit hoofdstuk inzicht in de kansen die kunnen ontstaan bij het oplossen en voorkomen van de knelpunten van onderlinge hinder, oftewel het wenkend perspectief.

5.2 Economisch belang
Betrokken bedrijfstypen en aantal vestigingen Op grond van de analyse van de grootste gemene delers aan hinderveroorzakende bedrijven en gehinderde bedrijven zijn in hoofdstuk 2 gevoelige combinaties gedestilleerd. In onderstaande tabel zijn deze gevoelige combinaties nog eens weergegeven. Mogelijke hinderveroorzakers • afval- en recyclingsbedrijven (bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, autoshredder, sorteerinrichtingen); • metaalverwerkingsbedrijven; • grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. Mogelijke gehinderden • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie; • bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria; • bedrijven die ’schone’ machines/ gevoelige apparatuur vervaardigen; • bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/ uitstraling.

Op basis van het LISA Vestigingenregister (Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen en vestigingen)4 is voor een aantal van de bedrijfstypen die in bovenstaande tabel zijn opgenomen, nagegaan om hoeveel bedrijfsvestigingen het nu eigenlijk gaat. In bijlage 8 zijn deze vestigingscijfers opgenomen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat van de 14.395 (met 277.643 banen) in het LISA Vestigingenregister opgenomen industriële activiteiten die zijn gevestigd op een bedrijventerrein er 904 bedrijven (circa 6%) in potentie hindergevoelig dan wel 271 bedrijven (2%) in potentie hinderveroorzakend kunnen zijn. Dit betekent dat, van de geselecteerde bedrijfstypen uit de top drie van gevoelige combinaties (het topje van de ijsberg), bijna 1200 bedrijven (8%) een gevoelige combinatie kunnen vormen met ander bedrijven in hun omgeving. Deze bedrijven herbergen samen circa 50.000 arbeidsplaatsen, oftewel bijna 20% van de werkgelegenheid van industriële activiteiten die zijn gevestigd op een bedrijventerrein! 4 Dit register bevat een overzicht van alle in Noord-Brabant gevestigde
bedrijven (circa 124.000 bedrijven), zowel op bedrijventerreinen, in kernen als in het buitengebied. Zie ook bijlage 8.

29

Het betreft hier enkel directe werkgelegenheid , indirecte werkgelegenheid (bijv . toeleverende bedrijven) is hier nog niet in opgenomen. De bovengenoemde 1200 bedrijven liggen verspreid over de bedrijventerreinen in Noord-Brabant. De kaartbeelden in bijlage 7 tonen uitsneden van deze Brabantbrede kaart van ’Top onderlinge hindersituaties’ en maken duidelijk dat op elk bedrijventerrein in Noord-Brabant sprake is van potentieel gevoelige combinaties van bedrijven, oftewel een potentieel knelpunt van onderlinge hinder. De analyse uit hoofdstuk 2 maakt duidelijk dat de aanwezigheid van een gevoelige combinatie op een bedrijventerrein zowel effect heeft op de direct betrokken bedrijven, als op het bedrijventerrein en de overheid. Een gevoelige combinatie frustreert immers de gewenste herstructurering van een bedrijventerrein, waardoor ook gemeente en provincie in hun beleid worden belemmerd. Economische waardeketen De segmenten waarbinnen de hinderveroorzakers zich bevinden (afvalverwerking, recycling, metaalverwerking en grondreiniging/ sanering) vervullen een onmisbare functie in de economische waardeketen. Een schets van deze functie onderstreept nog eens het belang van de in dit rapport aangedragen oplossingsrichtingen teneinde bedrijven een stabiel investeringsklimaat te kunnen bieden. Bedrijven uit de afvalbranche verwerken het afval tot nieuwe secundaire (bouw)stoffen. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten: enerzijds wordt minder afval gestort of verbrand (80% wordt hergebruikt), anderzijds worden minder primaire bouwstoffen voor laagwaardige toepassingen gebruikt. Jaarlijks wordt door de afvalbranche in Nederland ruim 5 miljard euro5 (waarvan circa 1 miljard in Noord-Brabant 6) omgezet. De afvalbranche levert met deze omzet niet alleen een directe bijdrage aan de economie, maar door het verwerken van afval wordt ook een maatschappelijk probleem opgelost. Jaarlijks wordt in Noord-Brabant ongeveer 10 miljoen ton afval geproduceerd. Van deze hoeveelheid wordt circa 80% hergebruikt. De resterende 20% wordt gestort of verbrand. Door innovaties in 5 dhr. Donders, Vereniging van Afvalbedrijven 6 Milieuverslag 2004, Provincie Noord-Brabant
(vastgesteld op 27 september 2005) (telefonisch onderhoud d.d. 20-01-2006)

de sector worden telkens weer nieuwe toepassingen voor afval bedacht, waardoor de hoeveelheid te storten en te verbranden afval nog steeds afneemt. Ook zal, door de toename van de verbrandingscapaciteit, in de toekomst nog minder worden gestort. Indien de afvalverwerkende sector niet zou bestaan, zou al het afval moeten worden gestort. Voor de provincie Noord-Brabant betekent dit een negatieve waarde van 1,5 miljard euro. Naast deze financiële negatieve waarde is storten vanuit mogelijk hergebruik en de milieubelasting ook ongewenst. In het rapport ’Ruimte voor zware bedrijvigheid’ van Etin (Tilburg, september 1999) wordt inzicht gegeven in het economisch belang van zware bedrijven. Zware bedrijven zijn in het Etin-onderzoek omschreven als bedrijven in milieucategorie 5 en 6. Daarin zijn de volgende segmenten vertegenwoordigd: voedings- en genotmiddelenindustrie; overige industrie (bouwmaterialen); chemische, rubber- en kunststofindustrie; metaalindustrie; delfstofwinning; voorbereiding recycling, openbare nutsbedrijven; overige transport- en opslagbedrijven; andere tertiaire diensten (milieudienstverlening, bodemsanering). Een aantal van deze segmenten komt in onderhavig praktijkonderzoek ook voor als hinderveroorzaker. Echter in het Etin-onderzoek is uitgegaan van milieucategorie 5 en 6, terwijl in onderhavig praktijkonderzoek ook naar voren komt dat een deel van deze sectoren als milieucategorie 4 zijn gedefinieerd en daarmee in het Etin-onderzoek (als gevolg van de definitie van zware bedrijven) een deel van de sector wordt gemist. De conclusies van het Etin-rapport over de economische betekenis van zware bedrijven (uitgedrukt in werkgelegenheid en bruto toegevoegde waarde) zijn: • In totaal zijn er in Noord-Brabant bijna 200 zware bedrijven gevestigd. De meeste van deze bedrijven zijn gevestigd in West-Brabant (onder andere bedrijventerrein Moerdijk). In totaal werken er zo'n 17.500 personen bij de zware bedrijven in Noord-Brabant. • Het economisch belang van zware bedrijvigheid is aanzienlijk groter dan men wellicht zou verwachten. Hoewel zware bedrijvigheid maar 0,2% uitmaakt van de totale bedrijvigheid werkt er 2% van het totaal aantal werkzame personen en is de bruto toegevoegde waarde tussen de 3,5 en 4% van de totale bruto toegevoegde waarde van de provincie. Deze toegevoegde waarde beslaat in totaal tussen de 3 en 3,5 miljard gulden (1,5 à 1,75 miljard euro) en deze cijfers hebben sec betrekking op zware bedrijvigheid; de feitelijke betekenis is dus veel groter.

30

5.3 Wenkend perspectief
Naast de positie van de hinderveroorzakende bedrijven in de economische waardeketen zijn de voordelen die het oplossen of het voorkomen van onderlinge hinder opleveren (het wenkend perspectief) van groot belang. Deze voordelen hebben zowel betrekking op het individuele bedrijf als het bedrijventerrein als geheel, te weten: • verbeteren imago hinderveroorzakende bedrijven; • verbeteren vestigingsklimaat voor bedrijven; • mogelijkheden voor groei van bedrijven; • behoud en groei werkgelegenheid; • zorgvuldig ruimtegebruik; • samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheid; • prikkelen en katalyseren van herstructureringsproces. In het praktijkonderzoek is een aantal van deze voordelen duidelijk naar voren gekomen. Bovendien blijkt dat het naast elkaar vestigen van bedrijven die vergelijkbare eisen stellen aan hun vestigingsklimaat een prima oplossing is, die in een aantal gevallen zelfs tot samenwerking tussen bedrijven kan leiden. Voor bedrijven die gekenmerkt worden door helder definieerbare en vergelijkbare locatie-eisen en waarbij hoge uitgifteprijzen gemeengoed zijn, worden (door de markt) al specifieke bedrijventerreinen of themaparken ontwikkeld. Denk daarbij aan de Philipscampus, kantoorlocaties, science- en brainparks, meubel- en autoboulevards. Deze clustergedachte is in de vorm van een campus of themapark de meest extreme verschijningsvorm, maar bijvoorbeeld een combinatie van VGM-bedrijven en logistieke bedrijven blijkt in de praktijk ook een goede combinatie. Ze stellen geen tegenstrijdige eisen of zelfs vergelijkbare productievoorwaarden en kunnen mogelijk tot samenwerking komen, bijvoorbeeld de (gezamenlijke) exploitatie van een containerterminal (Rietvelden-De Vutter, 's-Hertogenbosch). Voorbeeld Het Foodpark IABC (Breda) is een voorbeeld van een bedrijventerrein dat destijds is opgezet om gelijksoortige bedrijven (veilinggelieerde bedrijven, en als zodanig vastgelegd in het bestemmingsplan) naast elkaar te vestigen en mogelijk synergie te bereiken. Hiervoor is Voorbeeld In Bergen op Zoom vestigt een drietal afvalverwerkende bedrijven zich op één locatie aan de Theodorushaven waarbij een (duurzame) recycling van allerlei producten centraal staat. De gezamenlijke vestiging van de bedrijven op één locatie is vanuit financiële overwegingen geboren. Echter, de bedrijven gaan vanuit de gezamenlijke vestiging op één locatie nu al Voorbeeld Op Industrieterrein Moerdijk is sprake van segmentering binnen een bedrijventerrein (chemiecluster, transportcluster, afvalcluster etc.) en het versterken van elk cluster, onder meer door het toepassen van de ketenbenadering. Op het terrein is onder meer sprake van uitwisseling van CO2 tussen twee bedrijven. gerichte acquisitie (door het REWIN) gepleegd. Door het vertrek van de veiling wordt momenteel gezocht naar een verbreding van de bestemming met bedrijven die vergelijkbare eisen stellen aan de vestigingslocatie.

op zoek naar verdere synergie en andere samenwerkingsvormen. Op andere delen van bedrijventerrein Theodorushaven is reeds sprake van vergaande samenwerking door uitwisseling van stoom en andere reststromen tussen bedrijven. Overleg tussen bedrijven heeft aan de basis gestaan van deze samenwerking.

Shell (Moerdijk) gaat daarbij nog een stap verder, door als eigenaar van de gronden zelfstandig te kunnen beslissen of nieuw te vestigen bedrijven op hun eigendom een toegevoegde waarde dan wel geen negatief effect hebben op de reeds gevestigde bedrijven/ bedrijfsonderdelen.

Door het naast elkaar vestigen van bedrijven met vergelijkbare locatie-eisen kan het beheer en dienstenpakket van parkmanagement ook op maat worden gemaakt voor het bedrijventerrein. Bijvoorbeeld op Ekkersrijt (Son & Breugel) wordt per deelgebied een specifiek beheerregime en kwaliteitsniveau toegepast, passend bij de vestigings- en omgevingseisen van de gevestigde bedrijven.

31

5.4 Conclusies
Betrokken bedrijfstypen en aantal vestigingen Op basis van de in het LISA Vestigingenregister blijkt dat 8% (bijna 1200) van de geregistreerde gevestigde bedrijven op een bedrijventerrein in Noord-Brabant in potentie een gevoelige combinatie kunnen vormen met andere bedrijven in hun omgeving. Hiervan kan 2% als hinderveroorzakend worden aangemerkt en 6% als hindergevoelig. Deze bedrijven herbergen samen circa 50.000 arbeidsplaatsen, oftewel bijna 20% van de werkgelegenheid van industriële activiteiten die zijn gevestigd op een bedrijventerrein! De bovengenoemde bedrijven liggen verspreid over de bedrijventerreinen in NoordBrabant en vormen daarmee op elk Brabants bedrijventerrein een potentieel knelpunt van onderlinge hinder. De analyse uit hoofdstuk 2 maakt duidelijk dat de aanwezigheid van een gevoelige combinatie op een bedrijventerrein zowel effect heeft op de direct betrokken bedrijven als op het bedrijventerrein en de overheid. Een gevoelige combinatie frustreert immers de gewenste herstructurering van een bedrijventerrein, waardoor ook gemeente en provincie in hun beleid worden belemmerd. Economische waardeketen De positie van de hinderveroorzakende bedrijven in de economische waardeketen is belangrijk en een onmisbaar element in de maatschappij. Zo verwerken bedrijven uit de afvalbranche het afval tot nieuwe secundaire (bouw)stoffen. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten: enerzijds wordt minder afval gestort of verbrand (80% wordt hergebruikt), anderzijds worden minder primaire bouwstoffen voor laagwaardige toepassingen gebruikt. Met een jaarlijkse omzet van circa 1 miljard euro lost de afvalbranche in Noord-Brabant een maatschappelijk probleem op. Wenkend perspectief De geschetste oplossingsrichtingen brengen diverse kansen met zich mee, zoals: • verbeteren imago hinderveroorzakende bedrijven; • verbeteren vestigingsklimaat voor bedrijven; • mogelijkheden voor groei van bedrijven; • behoud en groei werkgelegenheid; • zorgvuldig ruimtegebruik; • samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheid; • prikkelen en katalyseren van herstructureringsproces.

32

6 Actiepuntenprogramma
6.1 Algemeen
PIT geeft met dit rapport een signaal af over de omvang, aard en het effect van onderlinge hinder tussen bedrijven. Ook zijn daarbij de mogelijke oplossingsrichtingen en de rol en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren geschetst. Uit een confrontatie van de oplossingsrichtingen en huidige (beleids)praktijk (§ 4.6) signaleert PIT nog diverse discrepanties die dienen te worden overbrugd door de verschillende actoren. In dit hoofdstuk geeft PIT samen met de begeleidingsgroep aan op welke wijze (actiepuntenprogramma) de signaalfunctie van dit onderzoek kan worden overdragen aan de betrokken actoren. Uit de workshop van 10 november 2005 is naar voren gekomen dat hiervoor bij de betrokken actoren voldoende draagvlak bestaat (zie bijlage 9). In onderhavig hoofdstuk is het actiepuntenprogramma opgenomen, waarbij in § 6.2 de urgente actiepunten zijn beschreven en § 6.3 het gehele actiepuntenprogramma omvat met een indeling per actor.

6.2 Urgente actiepunten
A. Regionaal (grond)beleid en segmentering: regierol provincie gewenst! Het praktijkonderzoek maakt duidelijk dat betrokken actoren (gemeenten en bedrijven) als eerste stap in het oplossen dan wel het voorkomen van knelpunten van onderlinge hinder een regierol voor de provincie zien weggelegd. In deze regierol dient een aantal acties te worden opgepakt, die onderstaand zijn omschreven. Actie Vaststellen themalocaties binnen gestelde kwantitatieve behoefte en aanpassen provinciaal beleid Omschrijving Het praktijkonderzoek constateert – en in de workshop is dit bevestigd – dat beleid en praktijk uiteenlopen. De regionale bedrijventerreinen uit het vigerend streekplan sluiten niet aan op de actieradius van bedrijven. Binnen de gestelde kwantitatieve behoefte is een herziening nodig van de wijze waarop deze behoefte wordt geaccommodeerd. Hierbij dienen de volgende stappen in ieder geval te worden doorlopen: • vaststellen actieradius en verplaatsingsbehoefte hinderveroorzakers; • vaststellen benodigde extra locaties (aard en aantal) en wijze van segmenteren van reguliere bedrijventerreinen; • benoemen en aanwijzen themalocaties; • aanpassen provinciaal (streekplan)beleid. In dit traject is nu al een eerste stap gezet met het plan van aanpak ’Ruimte voor Nimby-bedrijven’ (onderzoek provincie). Dit plan van aanpak moet komen tot een gedragen plan van aanpak voor het vinden van oplossingen voor de problematiek van Nimby-bedrijven (bedrijven die gemeenten niet binnen hun grenzen willen huisvesten). Het eindresultaat zal moeten bestaan uit een beknopte notitie met concrete oplossingsrichtingen die worden gedragen door de overheid en het betrokken bedrijfsleven. Betrokken partijen BHB (uitvoerend), provincie (RO, Vergunningverlening), gemeenten (waarbinnen de themalocaties zijn beoogd), BMF (zoektocht geschikte locaties en genereren ruimtewinst), PIT Trekker Provincie (EZ) Ambitie Accommoderen van hinderveroorzakers op themalocaties die aansluiten op de actieradius van bedrijven.

33

Actie Vormgeven regionaal grondbeleid en uitgiftekader Omschrijving Vormgeven van regionaal grondbeleid en regionaal uitgiftekader om segmentering binnen en tussen bedrijventerreinen mogelijk te maken. Waar mogelijk verevenen van plussen en minnen (tussen bedrijventerreinen onderling dan wel tussen woon-/kantoorlocaties en bedrijventerreinen) Betrokken partijen Provincie (EZ), regio's, gemeenten, KvK Trekker Provincie (RO) Ambitie Regionale samenwerking en grondbeleid teneinde segmentering binnen en tussen bedrijventerreinen mogelijk te maken en financiële druk in het uitgifteproces op een aanvaadbaar niveau te houden. Actie Communicatie gemeenten en regio's Omschrijving De gemeenten en regio's dienen op de hoogte te worden gesteld van de resultaten van dit onderzoek. Ten eerste om kennis te nemen van het aspect onderlinge hinder tussen bedrijven en ten tweede om aan te geven wat gemeenten zelf nu al (met het toepassen van de huidige instrumenten) kunnen doen aan het voorkomen van onderlinge hinder. Dit kan bijvoorbeeld door: • communicatie met gemeenten in de regionale planningsoverleggen over deze problematiek; • opstellen van een beleidsbrief over het omgaan met onderlinge hinder tussen bedrijven. Betrokken partijen Gemeenten, regio's, provincie (EZ, Vergunningverlening) Trekker Provincie (RO) Ambitie Gemeenten en regio's informeren en begeleiden in het toepassen van instrumenten. Mogelijk bijkomend effect: in overleg met de gemeenten ontstaat een nog beter inzicht in de omvang van de problematiek van onderlinge hinder (versterken signaalfunctie)

6.3 Actiepunten per actor
Bedrijven Omschrijving Stimuleren van parkmanagement door bedrijven onderling en bedrijven die nog niet deelnemen hiervoor interesseren. Betrokken partijen Individuele bedrijven ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– Omschrijving Lokaal, op bedrijventerreinen met elkaar (de buurbedrijven) in gesprek gaan. Elkaar leren begrijpen, te waarderen, te respecten en te accepteren. Daarbij positieve stappen met elkaar 'vieren' en communiceren. Betrokken partijen Individuele bedrijven ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– Omschrijving De lokale overheid vragen om betrokken te raken bij het opstellen van plannen voor nieuwe bedrijventerreinen. Betrokken partijen Bedrijven in georganiseerd verband ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– Omschrijving Organiseren lobby naar de provinciale en rijksoverheid teneinde geld te kunnen generen voor het oplossen van concrete hindersituaties Betrokken partijen Bedrijven (zowel VNO-NCW als brancheorganisaties)

Kamer van Koophandel Omschrijving In dreigende of bestaande conflictsituaties bij onderlinge hinder tussen bedrijven mediationrol vervullen Betrokken partijen bedrijven

Ministerie EZ regio Zuid B. Aanpassen en juist gebruik VNG-uitgave ’Bedrijven en Milieuzonering’ Omschrijving Eind 2005 is gestart met het project voor de actualisering van de uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ (het Groene Boekje). Bij deze actualisatie ook de uitkomsten van onderhavig praktijkonderzoek meenemen: bedrijfsactiviteiten centraal stellen i.p.v. bedrijfstypen, inzicht geven in de gevoelige combinaties bij onderlinge hinder tussen bedrijven en handvaten (bijv. cursus) bieden voor een juist gebruik van de uitgave. Betrokken partijen Ministerie VROM, Ministerie EZ, Stichting Natuur en Milieu (PIT in klankbordgroep) Trekker VNG Ambitie VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering laten aansluiten bij de praktijk (incl. een juist gebruik van de uitgave). 34 Omschrijving Onderzoeken van de mogelijkheden voor extra gelden voor het oplossen van de huidige knelpunten op basis van door de provincie en gemeenten aangedragen knelpunten Betrokken partijen Ministerie EZ

Provincie (EZ/RO) Omschrijving Erkennen en uitvoeren regierol provincie en in die regierol uitvoering geven aan: • vaststellen themalocaties binnen gestelde kwantitatieve behoefte en aanpassen provinciaal beleid; • vormgeven regionaal uitgiftebeleid en uitgiftekader; • communicatie gemeenten en regio's over resultaten praktijkonderzoek. Betrokken partijen Regio's, gemeenten, BHB, BMF, provincie (Vergunningverlening) ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– Omschrijving In kaart brengen van knelpunten van onderlinge hinder tussen bedrijven. Dit ter onderbouwing van de mogelijke aanpassing van het streekplanbeleid en het genereren van aanvullende middelen in de subsidieregelingen van het Rijk Betrokken partijen gemeenten

Gemeenten Omschrijving Aandragen van knelpunten van onderlinge hinder bij provincie of Ministerie EZ (regio Zuid). Hierdoor ontstaat een nog beter inzicht in de omvang van de problematiek én wordt een onderbouwing gegeven voor de benodigde extra gelden voor het oplossen van deze knelpunten Betrokken partijen Gemeenten, Provincie (EZ), BHB, Ministerie EZ ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– Omschrijving Zodra gemeenten door de provincie op de hoogte zijn gesteld van de resultaten van dit onderzoek kan de gemeente met het toepassen van de huidige instrumenten (zoals aangegeven in de oplossingsrichtingen) al aan de slag met het voorkomen van onderlinge hinder. Betrokken partijen Gemeenten, Provincie (RO)

6.4 Conclusies
PIT wil met dit rapport een signaal afgeven over de omvang, aard en het effect van onderlinge hinder tussen bedrijven. Door het in beeld brengen van de mogelijke oplossingsrichtingen en de rol en verantwoordelijkheden van de betrokken actoren kan het stokje worden overgedragen. Actiepunt A ’Erkennen en uitvoeren van regierol provincie’ en de daarbij behorende acties, geven de inhoud van deze overdracht aan. Daarnaast blijft nog een taak voor PIT weggelegd in haar rol als intermediair tussen bedrijfsleven en overheid. Het gaat daarbij om het communiceren van de resultaten van dit praktijkonderzoek naar de bedrijven en de actiepunten die dienen te worden opgepakt door de bedrijven. Tenslotte verdient het aanbeveling om de voortgang en de resultaten van het actiepuntenprogramma te monitoren. Het monitoren zou twee maal per jaar met de begeleidingsgroep kunnen plaatsvinden. PIT neemt hiervoor het initiatief.

Provincie (handhaving) Omschrijving Handhaving moet beter en meer frequent Betrokken partijen Provincie (Milieu, RO), gemeenten (dan wel regionale milieudiensten) ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– Omschrijving Structureel overleg tussen verschillende onderdelen (EZ - Handhaving - Vergunningverlening - RO) over aanstaande en bestaande knelpunten. Dit overleg zorgt voor een tijdige betrokkenheid (voordat sprake is van escalatie) en samenwerking in mogelijke oplossingen. Betrokken partijen Provincie EZ, Vergunningverlening, RO

VNG (Ministerie EZ) Omschrijving Aanpassing VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering. Hierbij bedrijfsactiviteiten centraal stellen i.p.v. bedrijfstypen, inzicht geven in de gevoelige combinaties bij onderlinge hinder tussen bedrijven en handvaten (bijv. cursus) bieden voor een juist gebruik van de uitgave door lagere overheden. Betrokken partijen Ministerie EZ, VROM, Provincie, PIT

35

36

Bijlagen

Bijlage 1
Leden begeleidingsgroep, lijst van geïnterviewden Leden begeleidingsgroep BMF BOM/BHB Ministerie EZ Provincie (RO) Provincie (EZ) Provincie (Ecologie) SEOB/BSK Nicole Schaffroth Marten Krikken Marcel van Wijk / Kristie van Os (regio Zuid) Marijn Hofstee / Roel van Pelt Ardjan Stegehuis Ad Raams / Waldo Maaskant Wouter Boon

PIT Irma Verhoeven, Anke Mariën Grontmij Susan Groot Jebbink

Geïnterviewden (gekoppeld aan de geselecteerde praktijkcases) Piet Beltman, projectleider DBO bedrijventerrein Saxe Gotha, Boxmeer • Hans Bierens, directeur Samenwerkingsverband De Rietvelden-De Vutter, 's-Hertogenbosch • Jaap Couvée, quality & environmental coördinator, Tetrapak Moerdijk BV, Moerdijk • Jack Droog, general manager, ATM Moerdijk, Moerdijk • Willie Geurts, directeur, Bowie, Boxtel • Gert Koops, beleidsmedewerker milieu, gemeente Son & Breugel • Just Nuyens, Teurlincx & Meijers BV, voorzitter bedrijvenvereniging, De Scheper, Oirschot • Hans Overbeek, wethouder Landbouw, milieu en sport, gemeente Son & Breugel • Jacco Rentrop, manager Milieu en Veiligheid, Havenschap Moerdijk, Moerdijk • Wim Roerdinkholder, facilitymanager, Rexroth Bosch Group, Boxtel • Leo Sedée, bedrijfscontactfunctionaris, gemeente 's-Hertogenbosch • Caroline Smets, afdelingshoofd Ruimte, Bouwen en Milieu gemeente Oirschot

Overige geïnterviewden

• • • • • • • • •

Ted Berenschot (provincie Noord-Brabant) Alfons Bouwman (provincie Noord-Brabant) André Donders (Vereniging Afvalbeheer) Toon van den Eng (provincie Noord-Brabant) Karel Giessen (provincie Noord-Brabant) Helga van 't Hof (provincie Noord-Brabant) Dirk van der Kroef (provincie Noord-Brabant) Martien Romviel (provincie Noord-Brabant) Ruud Schoenaker (gemeente Breda)

Informatievoorziening • René Govers (provincie Noord-Brabant) • Jacco Peter Hooiveld (provincie Noord-Brabant) • Paul van Moorsel (Kamer van Koophandel)

37

Bijlage 2
Geselecteerde praktijkcases
In het overleg met de begeleidingsgroep van 28 oktober 2004 zijn diverse cases gepresenteerd waarin knelpunten (bedrijven die elkaar overlast bezorgen) en kansen (bedrijven die elkaar versterken) aan de orde zijn. In de tabel is een beknopt overzicht van deze cases opgenomen (de geselecteerde cases zijn met gemarkeerd).

Tabel B1.1 potentiële case

Potentiële praktijkcases veroorzaker potentiële hinder metaal

profiel potentieel gehinderden

Den Bosch, Rietvelden-de Vutter Metaalshredder,puin en zand, Voeding- en genotsector (topproject) autoshredder, milieuoverslagstation _____________________________________________________________________________________________ Heeze, De Poortmannen Metaalverwerking, (ook betonproducent Gemengde bedrijven, max. cat. 3, gevestigd, die blijkbaar geen hinder profilering op kwaliteit veroorzaakt) _____________________________________________________________________________________________ Oss Metaalverwerking Farmaceutische/medische sector, VGM-bedrijven afval, puinbreker Boxtel, Ladonk Puinbreker, kolenzeverij VGM, Fijnmechanica _____________________________________________________________________________________________ Boxmeer, Saxe Gotha Afvalrecycling VGM, fijnmechanica _____________________________________________________________________________________________ Son (topproject) Afvalverwerking Technologisch hoogwaardige bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Moerdijk (nieuw BT = topproject) Afvalverwerking, scheepsreiniging, Verpakkingsindustrie voor VGM industriële reiniging _____________________________________________________________________________________________ Breda, de Krogten-Noord (topproject) Open afvaloverslag Gemengde bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Deurne Verwerking van kabels, puinbreker VGM _____________________________________________________________________________________________ Cuijk, Haven Overslag olie buurbedrijven (voeding) _____________________________________________________________________________________________ Dongen Puinbreker Buurbedrijven? _____________________________________________________________________________________________ Riel Puinbreker Buurbedrijven? _____________________________________________________________________________________________ Krogten-Midden (Kalshoven) Verplaatsen van pallethandel uit Krogten (topproject) Kalshoven n.a.v. vastgesteld profiel door gemeente en bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Bergeijk, ‘t Stoom Voorkomen vestiging asfaltmengcentrale naast VGM, farmaceutische sector, textielsector gevaar Son (topproject) Opslag gevaarlijke stoffen Omliggende bedrijven met hoog aantal werknemers

landelijk gebied Schijndel Koppelingen rond bouw- en recyclingsbedrijf en houtbedrijf. Bedrijf heeft rondom kavel aarden wal gelegen aan rand van bebouwde kom op overgang naar landelijk gebied

38

potentiële case

veroorzaker potentiële hinder autosloperij

profiel potentieel gehinderden

Oirschot, de Scheper

Milieustraat (gemeente Oirschot). Er Gemengde bedrijven, max cat.3, bestaan vergevorderde plannen voor profilering op (beeld)kwaliteit vestiging mestfabriek op De Scheper (juist ook op verzoek van gemeente) _____________________________________________________________________________________________ Oss Autoslopers/woonwagenkamp Farmaceutische en medische sector (Moleneind/Landweer) _____________________________________________________________________________________________ Breda, de Krogten-Noord (topproject) Autoslopers Gemengde bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Son (topproject) Autosloperij omliggende bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Waalwijk, Haven (topproject) Garage, autosloperij omliggende bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Cuijk, Haven Naaldhoutbedrijf omliggende bedrijven parkeren Schijndel Autospuiterij omliggende bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Waalwijk, Haven (topproject) Bakkerij omliggende bedrijven ruimtegebruik Waalwijk, Haven (topproject) Eigenaars van braakliggende percelen Buurbedrijf met ruimtetekort _____________________________________________________________________________________________ Cuijk, De Beijerd-'t Riet Leegstand omliggende bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Cuijk, Haven VGM-bedrijf, vastgoedeigenaar VGM-bedrijf wezensvreemd Cuijk, Haven Vrije markt Bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Boxmeer Ziekenhuis Boxmeer Mogelijke verplaatsing van ziekenhuis naar nieuw bedrijventerrein Beugen-Zuid _____________________________________________________________________________________________ Zundert Industrieterrein De Ambachten, VGM Buurbedrijven optimale combinaties, goede mix (kansen) Moerdijk Chemische industrie en afvalverbranding/ Chemiecluster en grootschalige slibverbranding afvalverwerking/energieopwekking _____________________________________________________________________________________________ RIVU (topproject) Containerterminal en VGM Voeding- en genot en transport en distributie _____________________________________________________________________________________________ Veldhoven, de Run Verpakkingsindustrie: warmtekracht, Warmte producent naast warmteenergie naar de buren vragers op korte afstand _____________________________________________________________________________________________ AICD Voedingscluster _____________________________________________________________________________________________ DIC Non-ferrocluster _____________________________________________________________________________________________ Tilburg, Spinder-Zuid Ontwikkeling bedrijventerrein gekoppeld Afvalgerelateerde bedrijven, afvalaan de bestaande stortlocatie Spinder verwerkende bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Son & Breugel, Ekkersrijt Uitwisseling personeel Vergelijkbare bedrijven op basis (topproject) van kenmerken personeel

potentiële case veroorzaker potentiële hinder profiel potentieel gehinderden _____________________________________________________________________________________________ Cuijk, Haven Uitwisseling personeel Uitwisseling tussen bedrijven _____________________________________________________________________________________________ Roosendaal, Borchwerf Gebruik restwarmte Verbrandingsoven en omliggende (topproject) functies (scholen, kantoren, woningen, bedrijven) _____________________________________________________________________________________________ Dongen/ Lieshout Distrivaart Samenwerking tussen VGM _____________________________________________________________________________________________ Dongen Leerverwerkingsbedrijf Bedrijf dat gelatine vervaardigt Samenwerking, afstemming en technolo- Samenwerking, afstemming en gische verbeteringen in bedrijfsprocessen technologische verbeteringen in om klachten naar de omgeving (bedrijven bedrijfsprocessen om klachten en bewoners) te verminderen of zelfs te naar de omgeving (bedrijven en voorkomen en het imago te verbeteren bewoners) te verminderen of zelfs te voorkomen en het imago te verbeteren _____________________________________________________________________________________________ Bergen op Zoom, Theodorushaven Afvalwerkende bedrijven benutten dezelfde locatie _____________________________________________________________________________________________ Breda, IABC Foodpark Vestiging van gelijksoortige bedrijven (veilinggelieerde bedrijven) _____________________________________________________________________________________________ Helmond, Varenschut Autodroom: samenwerking tussen autodealer, occasionhandelaar, financiering- verzekerings- en leasebedrijf, schadehersteller, onderhoudsbedrijf, installatiebedrijf voor alarm- en navigatiesystemen en een poetsbedrijf delen ruimte en voorzieningen, maar werken voor eigen rekening en risico (en mogelijk onderling uitleen van personeel)

Voor de keuze van de cases hebben de leden van de begeleidingsgroep de volgende aandachtspunten naar voren gebracht: • de knelpunten dienen pregnant naar voren te komen; • verschillende invalshoeken bundelen in de cases (bijv. een technisch probleem, een imagoprobleem, een 'wezensvreemd' probleem en een kans/goede mix); • aantal TOPprojecten meenemen; • knelpunt en kans proberen te combineren in één of meerdere cases; • verschillende organisatievormen van het bedrijventerrein/bedrijfsleven meenemen; • zonering/segmentering van het bedrijventerrein als onderdeel van het beleid voor dat terrein meenemen in één of meerdere cases; • ook kleine bedrijven die niet op basis van een merknaam invloed kunnen uitoefenen meenemen in een case. Op basis van deze aandachtspunten en voorstellen vanuit de begeleidingsgroep zijn de zes praktijkcases geselecteerd, te weten: • bedrijventerreinen Saxe Gotha en Beugen-zuid in Boxmeer; • bedrijventerreinen Rietvelden/de Vutter in ’s-Hertogenbosch; • bedrijventerrein De Scheper in Oirschot; • bedrijventerrein Moerdijk in Moerdijk; • bedrijventerrein Ekkersrijt in Son/Eindhoven; • bedrijventerrein Ladonk in Boxtel.

39

Werkwijze per case Van de geselecteerde cases is een korte beschrijving gemaakt, die is uitgezet bij ecologie en ruimtelijke ordening van de provincie Noord-Brabant in het kader van deskresearch. Ook heeft overleg plaatsgevonden met Paul van Dijk van de MOLO-werkgroep. Vervolgens is met de verschillende contactpersonen van genoemde bedrijventerreinen contact gelegd om medewerking te verkrijgen aan het onderzoek. Daarbij is zowel naar de betrokken bedrijven, gemeentelijke overheid en intermediaire organisaties (parkmanagementorganisatie, havenschap) gekeken. Voor de verschillende praktijkcases zijn interviews gehouden (zie bijlage1).

Invloeden op het onderzoek Veranderende projectomgeving Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd in een projectomgeving die onderhevig is aan ontwikkeling en verandering. Zo kan de aanscherping van beleidslijnen (bijv. streekplan, bestemmingsplan) en wet- en regelgeving (bijv. bodemkwaliteitsnormen, externe veiligheid, voedselveiligheid) de vestigingslocatie van een bedrijf beïnvloeden en ook de bedrijfsvoering (of accenten daarin) doen veranderen. Dit komt mede voort uit het wijzigen van de maatschappelijke agenda. Denk bijvoorbeeld aan de aangescherpte eisen ten aanzien van voedselveiligheid, de kritische houding van de consument en de toenemende juridisering van de maatschappij. Deze veranderingen kunnen knelpunten in de vestigingslocatie van een bedrijf veroorzaken dan wel versterken, terwijl ten tijde van de vestiging van een bedrijf deze knelpunten nog niet of in veel mindere mate aanwezig waren. Anderzijds kunnen nieuw beleid en relevante wet- en regelgeving ook instrumenten aanreiken die dergelijke knelpunten kunnen helpen voorkomen. Aandachtspunten respons Indien er tussen bedrijven op bedrijventerreinen hinder bestaat, zo blijkt uit de onderzoeksresultaten, kan het voor een bedrijf moeilijk zijn om hierover informatie vrij te geven. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van een juridisch conflict of omdat er onderhandelingen gaande zijn. Daarnaast kan informatie belastend zijn voor de omliggende bedrijven. Deze gevoeligheid leidt er toe dat bedrijven niet altijd het achterste van hun tong laten zien. Ook kan bepaalde informatie niet worden losgelaten vanwege de concurrentiepositie van een bedrijf of de relatie met investeringen van het moederconcern. Het is dan ook van belang de nodige anonimiteit te kunnen garanderen naar de bedrijven toe. Vanuit de hierboven aangegeven belangen zal bij de verkregen informatie rekening moeten houden met de sociaal wenselijkheid van bepaalde antwoorden. Zo is het voor de hand liggend dat een bedrijf de overheid in eerste instantie aan zal wijzen als de probleemeigenaar en vice versa.

40

Schets van de cases aard knelpunt/kans Bedrijventerrein Beugen-Zuid Bestemd voor bedrijven uit Land van Cuijk, categorie 2, 3 en 4, tot aan realisatie regionaal bedrijventerrein ook plaatsing van bedrijven groter dan 5.000 m2 mogelijk mits passend binnen kwaliteitsprofiel _________________________________________________________ __________________________________________________________________________________________________________________________________ vestiging ziekenhuis op • wezensvreemde functie op • bedrijvigheid wordt beperkt n.v.t. (moet nog worden gerealiseerd) • gemeente/ontwikkelaar: locatie Beugen-Zuid bedrijventerrein • wat bij calamiteiten? bestemmingsplan, uitgifte, • uitbreidingsruimte bedrijven verdwenen communicatie met bedrijven • provincie: goedkeuring bestemmingsplan • ziekenhuis: bewustwording gevolgen vestiging ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ • vestiging gezondsheidscluster • aantrekken nieuwe bedrijvigheid n.v.t. (moet nog worden gerealiseerd) • gemeente/ontwikkelaar: • toename werkgelegenheid bestemmingsplan, uitgifte, acquisitie aan te trekken bedrijven Bedrijventerrein Saxe Gotha, Boxmeer Ruim 80 ha, er werken ongeveer 3.000 mensen, gemengd terrein tot en met categorie 4 (afvalrecyclingsbedrijven, autogarage, fabrikant (dier)geneesmiddelen, kaarsenfabriek, matrassenfabriek) ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ afvalrecyclingsbedrijf • open opslag, laden en lossen • visuele hinder, imago/uitstraling • opstoppingen openbare weg, • gemeente: openbare weg beeldkwaliteit uitgifte, bouwvergunning • afvalrecyclingsbedrijf: laden/lossen op eigen terrein aanpassen aan gewenste beeldkwaliteit ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ vestiging aardappelhandel achter • veel vrachtverkeer • fabrikant machines voor textiel- en • aantal verwachte vrachtautobewegingen • provincie: beleid landelijk gebied fabrikant machines voor textiel- en • voedselveiligheid grafische industrie werkt met chroom: • gemeente: uitplaatsing bedrijf, grafische industrie (uitplaatsing uit • hoort niet thuis op bedrijven terrein risico voeding gronduitgifte, communicatie met de kern) (maar in agrarisch gebied), heeft geen bedrijven toegevoegde waarde hinderveroorzaker/kans creëren gehinderde/kans benutten concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren

Schets van de case Den Bosch: Rietvelden-De Vutter Bedrijventerrein De Rietvelden-De Vutter (en Veemarktkade), ‘s-Hertogenbosch Circa 260 ha groot, aanleg De Rietvelden en Veemarktkade eind jaren vijftig/begin jaren zestig, aanleg. De Vutter begin jaren zeventig, categorie 1 tot en met 5, ruim 400 bedrijven gevestigd (met een breed scala aan industrie (o.a. VGM), handel, bouwnijverheid, transport & logistiek incl. containerterminal), zowel door weg, spoor en water ontsloten, sterke traditie in samenwerking tussen bedrijven, bestemmingsplan is begin jaren '90 aangepast om bedrijven die risico's opleveren voor bodem en luchtverontreiniging te weren Kans ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ Bundeling vervoersstromen • samenwerking tussen bedrijven • realisatie containerterminal n.v.t. • logistieke bedrijven ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ Segmentering van het terrein • leegstand: strategische aankopen • gewenste segmentering bereiken n.v.t. • aangrenzende bedrijven: aankoop terrein voor eigen bedrijfsvoering • gemeente: vormgeven segmentering uit bestemmingsplan door aankoop • provincie: inzet herstructureringsmaatschappij

41

aard knelpunt/kans hinderveroorzaker/kans creëren gehinderde/kans benutten concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ Knelpunt ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ Plannen om afvalverwerkend bedrijf • past niet in profiel van VGM en T&D • risico verontreiniging grondwater, • nog nader te onderzoeken • gemeente: bestemmingsplan, aankoop te vestigen op deel van vrijgekomen • risico verontreiniging, beeldkwaliteit, voedselveiligheid, productrisico, • vooralsnog potentiële hinder: grond en heruitgifte locatie. Inmiddels heeft dit bedrijf imago geluidsruimte, visuele hinder, imago/ risico verontreiniging grondwater en • provincie: milieuvergunning, handhaving een optie op een deel van de grond uitstraling bij VGM-bedrijven beeldkwaliteit ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ Wens/inspanningen om metaal• past niet in profiel van VGM en T&L • risico verontreiniging grondwater, • nog nader te onderzoeken • overheid (gemeente, provincie): verwerkend bedrijf naar elders te • risico verontreiniging, beeldkwaliteit, voedselveiligheid, productrisico, • vooralsnog potentiële hinder: bieden alternatieve locaties, verplaatsen imago • geluidsruimte, visuele hinder, imago/ risico verontreiniging grondwater en aankoop gronden en heruitgifte uitstraling bij VGM-bedrijven beeldkwaliteit • PMO: communicatie tussen overheid en bedrijven katalyseren • bedrijven: monitoren van bodem- en grondwaterkwaliteit ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ Puinverwerkings- en zandopslagbedrijf, • stof, risico verontreiniging, beeldkwaliteit, • voedselveiligheid, verontreiniging nog nader te onderzoeken nog nader te onderzoeken autoschredder, milieuoverslagstation imago grondwater, stofoverlast, geluidsruimte, visuele hinder, imago/uitstraling bij VGM-bedrijven en buurbedrijven (bijv. plezierjachtenfabrikant)

Schets van de case Moerdijk: Moerdijk Bedrijventerrein Moerdijk Circa 2.600 ha groot (start eind jaren 60, categorie 1 tot en met 5/6, ruimt 375 bedrijven gevestigd, zowel door weg, spoor en water ontsloten, terrein is verdeeld in thematische deelparken, havenschap Moerdijk, BIM, commissie nieuwvestiging Kans ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ chemiecluster, uitwisseling van CO2 • bij slibverwerking: komt CO2 vrij • kalkproducent, gebruikt warmte/CO2 n.v.t. • bedrijf met CO2-uitstoot = kansen benutten • bedrijf met CO2-behoefte Knelpunt ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ reiniging van bodemsaneringsgrond: • profiel afvalverwerking • geur, luchtverontreiniging, imago/ • 20-tal klachten op jaarbasis • havenschap: bij uitgifte terrein thermische reiniging gevestigd naast uitstraling • grondreinigingsbedrijf doet investeringen (echter toen werden dergelijke VGM-bedrijf om te voldoen aan geureisen in problemen nog niet zo ervaren) Wm-vergunning (eisen komen mede • gemeente en havenschap: voort uit klachten VGM-bedrijf) herziening bestemmingsplan (VGM-bedrijf • VGM-bedrijf doet geen extra investeringen hoort er niet langer thuis), bewustwording in luchtbehandelingssysteem gevolgen • milieucontouren grondreinigingsbedrijf • bedrijven: aanpassing om hinder te beperken uitgifte naastgelegen terrein: minimaliseren zowel aard bedrijvigheid als ruimtegebruik van de kavel (ruimtelijke consequenties)

42

Schets van de case Oirschot: De Scheper aard knelpunt standpunt gemeente standpunt bedrijven concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ milieustraat • goed ingepast in groen • op zichtlocatie gevestigd, inbreuk • geen fysieke hinder, echter nooit begrepen • gemeente: bestemmingsplan, uitgifte • achteraf bezien toch op andere, minder op kwaliteit waarom niet als zichtlocatie is benut grond prominente plek vestigen • bedrijven: was bij planvorming bekend dat milieustraat daar zou komen ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ mestfabriek • past op bedrijventerrein • angst voor geurhinder, visuele hinder, • nog onbekend, mestfabriek moet nog • gemeente: bestemmingsplan, uitgifte afbreuk imago en beeldkwaliteit, worden gevestigd grond, bouwvergunning, communicatie toename vrachtverkeer • gemeente zegt dat mestfabriek moet naar bedrijven • van rand naar centrum van bedrijvenvoldoen aan normen van geur en • provincie: beleid (mestfabriek op BT), terrein bij ontwikkeling De Scheper II beeldkwaliteit milieuvergunning • mestfabriek: bewustwording gevolgen vestiging ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ zanddepot • is tijdelijk, daarna komt mestfabriek • afbreuk aan beeldkwaliteit bij entree terrein • beeldkwaliteit en stofoverlast bij entree • gemeente: eigenaar zanddepot • tijdelijkheid is nu al sinds 1999 en aangrenzende bedrijven (tuin/private (start uitgifte) buitenruimte bedrijven) ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ zendmast • als storingen optreden dan zal • angst voor straling bij gevoelige • nog onbekend wat optredend effect op • eigenaar zendmast zendmast worden verwijderd apparatuur gevoelige apparatuur is (wordt nog gemeente: bestemmingsplan/ (aanleg) nagegaan) (zendmast moet nog worden vergunning geplaatst)

Schets van de case Son en Breugel/Eindhoven: Ekkersrijt Kenmerken bedrijventerrein Ekkersrijt • circa 250 hectare groot, stedelijke regio, 250 tot 300 bedrijven gehuisvest, met meer dan 10.000 werknemers • categorie 1 t/m 5 • segmentering op bedrijventerrein: sciencepark, meubelplein, grootschalig transport & distributie, kleinschalig gemengd • parkmanagementorganisatie, ondernemersvereniging, industrieschap op terrein actief • masterplan Ekkersrijt: visie op de toekomst incl. actiepuntenplan aard knelpunt (potentiële) hinder concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ afvalinzamelaar, puinbreker • trillingen, stof versus de op Ekkersrijt aanwezige • nog nader te onderzoeken • gemeenten Eindhoven en Son en Breugel, de regio: laboratoria en hoogwaardige bedrijvigheid • brand ontstaan in 2004 geen regionale afstemming in beleid en lobby in • verwerken van huishoudelijk afval, terwijl dit • 2 extra vrachtwagens per verkeerslichtcyclus noodzaak ontwikkeling Acht-noord, en beleid faalt als men niet beschikt over de gronden in Acht-noord eigenlijk naar Acht-noord zou gaan (maar deze locatie is nog niet gereed) • kans op brandgevaar (m.n. in huishoudelijk afval) komst nieuw bedrijf: handel in sloopafval, puin en stenen • trillingen, stof versus de op Ekkersrijt aanwezige laboratoria en hoogwaardige bedrijvigheid • aantal vervoersbewegingen over het bedrijventerrein • wordt dit deelgebied afvalputje van de regio? • nog onbekend • industrieschap Ekkersrijt: aankoop grond mislukt • provincie: milieuvergunning

43

Schets van de case Boxtel: Ladonk Kenmerken bedrijventerrein Ladonk • circa 110 hectare groot, landelijke regio, circa 120 bedrijven gehuisvest, met circa 7.000 werknemers • categorie 1 t/m 4 • kleinschalige en grootschalige bedrijven in de sectoren metaal, voeding- en genot, technologische bedrijven, afval bedrijven, handel • parkmanagementorganisatie op terrein actief • masterplan Ladonk: benoemen van kansen en mogelijkheden voor samenwerking en herstructurering aard knelpunt (potentiële) hinder concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ kolen/zandhandel, afvalinzamelaar/zanddepot • stof en trillingen versus de op Ladonk aanwezige • stof op opgeslagen te verkopen goederen (waar• bedrijven: hinderveroorzakers en gehinderden technologische bedrijven en bedrijven die hechten onder auto's) en auto's van personeel op buitenaan uitstraling terrein • aantasting beeldkwaliteit van representatieve bedrijven in de omgeving

Uitkomsten interviews praktijkcases De interviews met de verschillende contactpersonen van de cases hebben een beeld van de aard en de omvang van de onderlinge hinder tussen bedrijven opgeleverd. Onderstaand is per hindersoort de aard van de concreet, optredende onderlinge hinder aangegeven. Hindersoort- en effect (vanuit de cases naar voren gebracht) hinderveroorzaker gehinderde mogelijke hindersoort optredende hinder ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ • wezensvreemd element • overige bedrijven • belemmeringen bedrijven (toegestane nog onbekend (nog te realiseren) bedrijfstypen, eisen aan bedrijfsvoering) __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ • afvalrecyclingsbedrijf • VGM-bedrijf • stof, trillingen, productrisico (risico grondwater• opstoppingen openbare weg (in 1 case) • metaalverwerkend bedrijf • fabrikant machines VGM-sector verontreiniging), geluidsruimte, visuele hinder, aantal verkeersbewegingen • puinverwerkingsbedrijf • T&L bedrijven, containerterminal verstoring segmentering • visuele hinder, imago • autoschredder, milieustraat • potentiële hinder: productrisico (risico grondwaterverontreiniging) • gewenste segmentering krijgt onvoldoende vorm __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ • grond- en scheepsreinigingsbedrijf • VGM-bedrijf • geur • 20-tal klachten per jaar • investeringen om aan eisen milieuvergunning te voldoen • milieucontouren beperken uitgifte omringende kavels • nauwelijks extra investeringen VGM-bedrijf: in-huur milieuadviseur __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ • zendmast • laboratoria, transformatorenbedrijf • straling, beïnvloeding apparatuur • onbekend __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ • mestfabriek • overige bedrijven • geur, visuele hinder, imago, toename vrachtverkeer • nog onbekend, mestfabriek moet nog worden gevestigd __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ • zanddepot • bedrijven (met name bij entree van het terrein) • stof, visuele hinder • stof, visuele hinder (niet in aantal klachten uitgedrukt) __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ • aan landelijk gebied gebonden bedrijf • overige bedrij-ven, specifiek fabrikant textiel- en • vrachtverkeer, voedselveiligheid • aantal verwachte vrachtautobewegingen grafisch industrie

44

De interviews met de verschillende contactpersonen van de cases hebben naast inzicht in de hinder, ook inzicht opgeleverd in de mogelijkheden voor samenwerking tussen bedrijven. Onderstaand is per type activiteit de concreet, optredende samenwerkingskans aangegeven.

Samenwerkingskansen (vanuit de cases naar voren gebracht) soort activiteit/bedrijf mogelijke kans optredend positief effect _____________________________________________________________________________________________ • wezensvreemd element • aantrekken bedrijven t.b.v. clustering • nog onbekend (nog te realiseren) _____________________________________________________________________________________________ • containerterminal • bundeling vervoersstromen • gebruik modaliteit water • logistieke voordelen bedrijven _____________________________________________________________________________________________ • CO2 producerend- en • uitwisseling van CO2 • vermindering uitstoot CO2 • CO2 verbruikend bedrijf • vermindering gebruik energie

45

Bijlage 3
Brainstorm Provincie Noord-Brabant (ambtelijk)
Algemeen In de interviews werd diverse malen de (huidige en toekomstige) rol van de provincie aangehaald. Om dit beeld ook vanuit de actor provincie helder te krijgen, is op 10 maart 2005 overleg gevoerd met medewerkers van de provincie Noord-Brabant. De deelnemers aan dit overleg c.q. brainstorm waren: Toon van den Eng (Handhaving), Waldo Maaskant (Vergunningverlening) en Ted Berenschot (Ruimtelijke Ordening). Uikomsten brainstorm Uit deze brainstorm met de provincie kunnen de volgende hoofdpunten worden gedestilleerd: • erkenning van het probleem: er is sprake van hinder tussen bedrijven onderling; • het is zinvol om vast te stellen welke hindersoorten er zijn, welk soort bedrijven dit soort hinder in de regel veroorzaken en welk soort bedrijven in de regel hinder ondervinden (met deze kennis kunnen nieuwe knelpunten worden voorkomen door deze kennis te gebruiken bij bijv. het opstellen van een bestemmingplan en het gronduitgiftebeleid en protocol); • verschillende factoren bepalen het (ontstaan van het) probleem: - wijze van gronduitgifte (en uitgevende instantie) en rentedruk; - onvoldoende bestuurskracht op politieke druk; - systeem van milieucategorieën te grof en te algemeen en is bovendien niet ingericht op onderlinge hinder tussen bedrijven; - bij verplaatsing naar regionale bedrijventerreinen ontstaat probleem met actieradius: de bedrijven denken vaak nog lokaal (vanuit oorsprong van het bedrijf) terwijl de actieradius inmiddels regionaal is; - bedrijven moeten zelf ook meer rekening houden met mogelijke hinder van buurbedrijven wanneer ze zich oriënteren op een nieuwe vestigingslocatie (eigen verantwoordelijkheid); • de rol van de provincie zou vooral faciliterend en stimulerend moeten zijn. In de ruimtelijke ordening liggen vooral mogelijkheden bij de begeleiding van de bestemmingsplanprocedure. De voorgestelde aanwijzingsbevoegdheid kan niet goed worden toegepast: te zwaar instrument maar vooral moeilijk juridisch houdbaar; • de rol van de BHB (Brabantse Herstructureringsmaatschappij Bedrijventerreinen) is toegespitst op inbreng van kennis en katalysator (financiering onrendabele top, waarbij individuele bedrijfssteun uitgesloten is); • eventuele oplossingsrichtingen: - categorie-indeling methodiek ’Groene boekje’ wijzigen waarbij ook rekening wordt gehouden met onderlinge hinder tussen bedrijven (onderkennen soorten hinder en benoemen gevoelige combinaties van bedrijftypen) en daarmee een basis voor nieuwe bestemmingsplannen wordt gelegd; - in belangen denken via onpartijdige partij: het parkmanagement zou een rol kunnen hebben in indeling van bedrijventerreinen, mits de overheid hierin goed vertegenwoordigd is; - grotere rol voor private partijen bij bedrijventerreinenbeheer; - negatief imago van afvalbedrijven verbeteren of knelpunten voorkomen door deelgebied van een bedrijventerrein voor alleen afvalbedrijven te bestemmen.

46

Bijlage 4
Het provinciale klachtenmeldpunt (MIK)
Algemeen In het provinciale klachtenmeldpunt (MIK-punt) worden klachten van burgers geregistreerd over hinder afkomstig van provinciale inrichtingen (bedrijven met een milieuvergunningen waarbij de provincie bevoegd gezag is). Aangezien de registratie in principe burgernamen registreert, worden bij klachten van medewerkers van bedrijven niet automatisch bedrijfsnamen genoteerd. Met de beperking in het achterhoofd is toch een selectie van door bedrijven aangegeven klachten gemaakt voor de jaren 2002, 2003 en 2004. Verder is bij een klacht in het MIKpunt soms ook aangegeven of de definitieve veroorzaker bekend is. In dat geval is een klachtenonderzoek beschikbaar. Dit onderzoek zou meer inzicht kunnen geven in de oorzaak van de hinder (storing of anderszins) en welke acties daarop zijn ondernomen. Vooralsnog zijn deze onderzoeken buiten beschouwing gelaten. Bij de analyses van het MIK-punt dient voorzichtig met eventuele conclusies te worden omgegeaan, aangezien: • het MIKpunt alleen betrekking heeft op provinciale inrichtingen (klachten die betrekking hebben op inrichtingen waarbij de gemeente bevoegd gezag is, worden door de gemeenten zelf dan wel door de regionale milieudiensten geregistreerd); • bedrijven niet snel klagen over buurbedrijven en daarmee de feitelijke situatie van het aantal hindersituaties veel hoger kan liggen dan uit de beschikbare gegevens naar voren komt; • klachten van bedrijven mogelijk betrekking kunnen hebben op de kantoorunits van de bedrijven die de hinder ervaren (en dus mogelijk minder betrekking hebben op de aard van het bedrijf, oftewel het product). Analyse klachten MIK-punt Soort hinder Bij het MIK-punt zijn in totaal circa 1150 klachten ontvangen in de geselecteerde periode (2002 - 2004). De binnengekomen klachten zijn onderverdeeld naar de categorieën: algemeen, lucht/stank, geluid, bodem en water. Uit een analyse van deze klachten volgt dat: • bijna tweederde van de klachten is gerelateerd aan lucht/stank; • bijna 50% van klachten over lucht/stank zijn geclassificeerd onder ‘lucht/stank - overig’, dat wil zeggen geen nadere specificatie van de soort geur/stank die is waargenomen (bijv. brand, benzine, stof etc); • geluid op de tweede plaats komt bij de klachten; vooral geluid afkomstig van horeca/kantine en industrie/bedrijf het grootste aandeel in de klachten hebben; • de klachten betrekkingen hebben op incidenten/verstoringen. D de klachten worden niet continue gemeld, maar kennen een discontinue karakter. Wel wordt in een aantal gevallen eenzelfde klacht een aantal maal per jaar gemeld. Bovenstaande is onder meer samengevat in onderstaande tabellen. Globale categorisering klachten MIK-punt Categorie Wanneer de klachten worden onderscheiden naar categorie en plaatsnaam kan worden geconcludeerd dat: • de algemene klachten vooral zijn geuit in Klundert; • in de plaatsen Maarheeze en Zevenbergen de meeste klachten zijn geuit over geluid. Ook Klundert en Beek en Donk kennen klachten over geluid; • klachten over lucht/stank vooral aan de orde zijn in Bergen op Zoom en Moerdijk. Andere plaatsen met klachten over lucht/stank zijn Oss en Son; • bodemklachten in een enigszins grotere mate spelen in ’s-Hertogenbosch, Moerdijk, Heijningen, Hilvarenbeek, Roosendaal en Waalwijk; • klachten over het aspect water op een beperkt aantal plaatsen zijn geuit (uitschieters zijn hierbij niet te noemen). Algemene klachten gerelateerd aan plaatsen Plaats Aantal klachten _____________________________________ Klundert 7 Oss 3 Onbekend 36 Totaal 61 Geluidklachten gerelateerd aan plaatsen Plaats Aantal klachten _____________________________________ Maarheze 5 Zevenbergen 5 Klundert 4 Beek en Donk 4 Onbekend 180 Totaal 215 Klachten lucht/stank gerelateerd aan plaatsen Plaats Aantal klachten _____________________________________ Bergen op Zoom 90 Moerdijk 81 Oss 55 Son 50 Onbekend 296 Totaal 796

Aantal klachten absoluut procentueel __________________________________________________________ Algemeen 61 5,3 % Lucht/stank 797 69,7 % Geluid 215 18,8 % Bodem 54 4,7 % Water 17 1,5 % Totaal 1144 100,0 %

De top 10 gecategoriseerde klachten MIK-punt Categorie Aantal klachten absoluut procentueel __________________________________________________________ Lucht/stank - overig 433 37,8 % Geluid - horeca/kantine 97 8,5 % Geluid - industrie/bedrijf 81 7,1 % Lucht/stank - kadaverlucht 70 6,1 % Lucht/stank - chemische lucht 66 5,8 % Lucht/stank - stof/zand 64 5,6 % Lucht/stank - gier/mest 50 4,4 % Algemeen - overige 47 4,1 % Lucht/stank - brand/rook 34 3,0 % Lucht/stank - olie/benzine 31 2,7 %

Voorkomen klachten gerelateerd aan locatie De klachten in het MIK-punt zijn gekoppeld aan plaatsnamen. De meeste klachten zijn afkomstig van bedrijven op de bedrijventerreinen in Bergen op Zoom en Moerdijk. Deze aantallen zijn enigszins geflatteerd, omdat aan circa de helft van de klachten niet direct een plaatsnaam is gekoppeld.

Klachten gerelateerd aan plaatsen Plaats Aantal klachten ______________________________________ Bergen op Zoom 92 Moerdijk 87 Oss 60 Son 52 Roosendaal 37 Onbekend 553

47

Bodemklachten gerelateerd aan plaatsen Plaats Aantal klachten _____________________________________ ’s-Hertogenbosch 3 Moerdijk 3 Heijningen 2 Hilvarenbeek 2 Roosendaal 2 Waalwijk 2 Onbekend 32 Totaal 54

Verder zijn in het MIK-punt de vermoedelijke veroorzakers bekeken. Hieruit volgt dat verschillende soorten bedrijven hinder voor andere bedrijven veroorzaken. Te noemen zijn onder meer veevoederbedrijven, slachterijen/destructiebedrijven, asfaltproductiebedrijven en afvalstoffenverwerking. Vermoedelijke veroorzakers Bedrijf Plaats Aantal klachten _____________________________________________________________ Industrieterrein Moerdijk (algemeen) Moerdijk 90 Asfaltproductiebedrijf Bergen op Zoom 76 Destructiebedrijf Son 71 Slachterij Lith 60 Afvalstoffenverwerking Moerdijk 50 Veevoederbedrijf Oss 42 Vervaardiging van suiker Roosendaal 37 Veevoederbedrijf Ravenstein 30 Afvalstoffenverwerking Best 25 Chemiebedrijf Moerdijk 22 Handels- en Transportbedrijf (kolenhandel) Boxtel 11 Compostfabriek Zevenbergen 10 Recycling en afvalstoffenverwerking Nuland 10

Waterklachten gerelateerd aan plaatsen Plaats Aantal klachten _____________________________________ Oosterhout 2 Onbekend 9 Totaal 17

Profiel gehinderden Waar klachten zijn, zijn gehinderden. Een belangrijke vraag is dan: ’Wie zijn de gehinderden, en welke bedrijfsactiviteit wordt ter plaatse uitgevoerd?’ Uit de in het het MIK-punt vermelde klachten blijken zo'n 18 bedrijven 10 maal of vaker een klacht te hebben ingediend. Tot deze bedrijven behoren enkele chemische bedrijven, betonbedrijven, laboratoria, boetieken, media-bedrijven en productiebedrijven. De 18 meest gehinderde bedrijven zijn met hun bedrijfsactiviteit in onderstaande tabel neergezet. Bovendien is aangegeven in welke plaats deze bedrijven zijn gevestigd. Hieruit valt op te maken dat in Moerdijk regelmatig wordt geklaagd over hinder van andere bedrijven. Gehinderden Bedrijf Plaats Aantal klachten _____________________________________________________________ Verpakkingsindustrie voor voedingsmiddelen Moerdijk 80 Witgoedservicebedrijf Lith 73 Betoncentrale Bergen op Zoom 70 Mediabedrijf Son 44 Bloemsierkunstbedrijf --40 Modezaak --33 Managementadviesbureau Ravenstein 33 Vervaardigen medische producten Oss 31 Chemiebedrijf Moerdijk 30 Cementproductiebedrijf Moerdijk 24 Reclame en productiebedrijf Kruisland 21 Groothandel (bevestigingsmaterialen) Best 20 Tandtechnisch laboratorium Etten-Leur 20 Actiegroepering Roosendaal 18 Modezaak --14 Chemiebedrijf Zevenbergen 13 Bouwmarkt Roosendaal 12 Regionale Milieudienst Roosendaal 10

Tenslotte zijn de gehinderden en de vermoedelijke veroorzakers aan elkaar gekoppeld in deze analyse. De uitkomsten laten zien dat: • een betoncentrale veel hinder (70 klachten) ondervindt van een asfaltproductiemaatschappij (Bergen op Zoom); • een cementproductiebedrijf heeft geklaagd over een afvalstoffenverwerkingsbedrijf en over Industrieterrein Moerdijk (algemeen) (Moerdijk); • een chemiebedrijf klachten heeft ingediend over hinder van Industrieterrein Moerdijk (10 maal geklaagd) (Moerdijk); • een groothandel in bevestigingsmaterialen vooral hinder ondervindt van een afvalstoffenverwerkingsbedrijf (Best); • een bedrijf in medische producten 31 maal heeft geklaagd over een veevoederbedrijf in Oss; • een bedrijf in verpakkingen voor voedingsmiddelen klaagt over twee bedrijven: een afvalstoffenverwerkingsbedrijf en Industrieterrein Moerdijk (algemeen) (45 maal); • een managementadviesbureau klaagt vooral (20 maal) over een veevoederbedrijf (Ravenstein); • een mediabedrijf veelvuldig heeft geklaagd over een destructiebedrijf (Son); • een witgoedservicebedrijf 60 maal heeft geklaagd over een slachterij; • een actiegroep 12 maal heeft geklaagd over een VGM-bedrijf (Roosendaal). Vergelijking MIK-punt en onderzochte praktijkcases Bij een vergelijking met de vijf onderzochte praktijkcases komt de case Moerdijk duidelijk naar voren. De case Ekkersrijt komt indirect naar voren vanuit het gehinderde bedrijf, echter het destructiebedrijf ligt niet op het bedrijventerrein maar in de omgeving van het bedrijventerrein (het gaat dus feitelijk om een andere hinderveroorzaker – gehinderde relatie).

48

Bijlage 5
Lijst Overloopproblematiek
Algemeen De provincie Noord-Brabant hanteert in haar ruimtelijke ordeningsbeleid (het streekplan en de aanvullende beleidsregel daarop) in beginsel dat bedrijven gevestigd in het landelijk gebied met een omvang van meer dan 5000 m2 bij voorkeur dienen te worden verplaatst naar de stedelijke regio's. Door de provincie is in kaart gebracht om welke bedrijven het gaat. Analyse Op basis van deze lijst kunnen de volgende opmerkingen worden gemaakt: • diverse soorten bedrijven in de bebouwde kom vormen veelal overlast (met name geluid) voor de woonomgeving en vormen daarmee zowel een milieuhygiënisch als beleidsmatig knelpunt; • enkele puinbrekers/recyclingsbedrijven die zijn gevestigd in het buitengebied willen op de huidige locatie blijven en de gemeente is daar eveneens voorstander van; • een aantal grote bedrijven in het landelijk gebied vormen geen milieuhygiënisch of fysiek knelpunt, het betreft op het eerste gezicht alleen een beleidsmatig knelpunt; • een aardappelhandel in Fijnaart wordt verplaatst naar het buitengebied, terwijl in de praktijkcase Boxmeer juist sprake is van een verplaatsing van een aardappelhandel naar een bedrijventerrein; • de gemeente Zundert afvalverwerkers wil huisvesten, maar dat de bedrijven hiervan geen voorstander zijn (de oorzaak daarvan komt niet uit de gegevens van de lijst naar voren).

Bijlage 6
Informatie Provincie Noord-Brabant (handhaving, vergunningverlening, afvalbeheer)
Algemeen Aan medewerkers van de provincie (contactpersonen van de provinciale hoofdinrichtingen bij Vergunningverlening en Handhaving) is de vraag uitgezet of bij hen cases bekend zijn van onderlinge hinder tussen bedrijven. Dit heeft, naaste enkele concrete cases, aanvullende informatie over inzichten en beleidslijnen bij de provincie inzake puinbrekers en groencomposteerders opgeleverd. Ook is van medewerkers van de provincie Noord-Brabant informatie (hindersoort en actieradius) verkregen over hinderveroorzakende bedrijven in de afvalbranche. Concrete cases Door de contactpersonen van de provinciale hoofdinrichtingen zijn de volgende concrete cases naar voren gebracht: • een VGM-bedrijf levert hinder op bij een leerverwerkingsbedrijf (Dongen); • een bedrijf inzake sanering van milieuverontreiniging in Waalwijk levert hinder op bij omliggende bedrijven (onbekend is bij welk type bedrijven de hinder wordt ondervonden); • een aannemingsbedrijf (bouwafvalrecycling, opslag puin en zand) levert hinder op bij de omliggende bedrijven (onbekend is bij welk type bedrijven de hinder wordt ondervonden); • een afvalrecyclingsbedrijf in Boxtel levert hinder op voor een omliggend bedrijf dat pompen en compressoren vervaardigd. De eerste driegenoemde cases zijn aanvullend op de reeds bekende en deels onderzochte praktijkcases. De praktijkcase in Boxtel is reeds bekend en als praktijkcase geselecteerd (zie bijlage 2) Puinbrekers en groencomposteerbedrijven Puinbrekers Puinbrekers zijn in het verleden en nu nog steeds meerdere malen onderwerp van discussie geweest in de Brabantse ruimtelijke ordening. Door medewerkers van de provincie (Vergun-ningverlening, Handhaving) zijn daarbij de volgende aandachtspunten naar voren gebracht: • voor wat betreft puinbrekers gaat het vooral om fijn stof. Daarnaast spelen geluid, trillingen en visuele hinder ook een rol; • onderdeel van vaste jurisprudentie is, dat 'speciale gevoeligheid' van een buurbedrijf geen reden is om een milieuvergunning te weigeren of nadere eisen op te leggen (dus bijvoor-beeld bij trillingsgevoelige apparatuur); • de gehinderden bestaan uit bedrijven uit het VGM-segment en bedrijven in het hoogwaardige technologiesegment. Het aspect imago speelt een grote rol, ook voor bedrijven uit andere sectoren; • over puinbrekers in het buitengebied bestaan relatief weinig klachten/bezwaarprocedures. Waarschijnlijk omdat het buitengebied relatief dunbevolkt is en omdat de puinbreker er al jaren zit; • bij de medewerkers van de provincie zijn niet direct voorbeelden

49

• •

bekend waarbij bedrijven aantoonbaar additionele investeringen hebben gedaan vanwege onderlinge hinder; in procedures met puinbrekers wordt niet gesproken over alternatieve locaties. Wel zouden locaties in het buitengebied, nabij stortplaatsen of rioolwaterzuiveringsinstallaties mogelijk geschikt kunnen zijn; binnen de provincie (Vergunningverlening, Handhaving) is voor zover bekend geen overzicht beschikbaar van knelpunten op het gebied van onderlinge hinder tussen bedrijven. De manier waarop knelpunten naar voren komen, is wanneer er bij een revisievergunning of een nieuwe milieuvergunning bezwaren en bedenkingen door andere bedrijven worden ingediend. Via het MIK-punt komen vooral klachten naar aanleiding van incidenten/storingen naar voren; wel bestaat de indruk dat de structurele onderstroom van onderlinge hinder tussen bedrijven tot uiting komt in de bezwarenprocedures. Van deze procedures wordt alleen het aantal bezwaren geregistreerd, niet van wie ze afkomstig zijn.

In beginsel was de reactie vanuit RO binnen het provinciehuis dat groencomposteerbedrijven toch thuishoren op een bedrijventerrein. Echter, door groencomposteerbedrijven te beschouwen als een (oorspronkelijke) nevenactiviteit van loonwerkersbedrijven (en daarmee een aan landelijk gebied gerelateerde functie hebben) is in overleg tussen de provinciale diensten RO en Milieu gekomen tot een oplossing: zoek bij de vestiging van groencomposteerbedrijven aansluiting bij reeds bestaande verstoringen in het landelijk gebied (denk bijvoorbeeld aan een rioolwaterzuivering). Op grond van deze beleidslijn zijn diverse groencomposteerbedrijven (op eigen kosten) naar een nieuwe locatie in het buitengebied gegaan (bijvoorbeeld Blauwe Kei in Ravenstein). Hinder en bedrijven uit de afvalbranche Uit bureauonderzoek van de provincie Noord-Brabant inzake de vestiging van afvalbe- en ver-werkende bedrijven waarvoor de provincie bevoegd gezag is, blijkt dat: • een groot aantal van de afvalbe- en verwerkende bedrijven zich buiten de stedelijke regio's bevindt (40 autodemontagebedrijven, 37 milieustraten, 18 sorteerinrichtingen, 17 puinbrekers, 17 op- en overslaginrichtingen, 12 bandenschrotinrichtingen, 11 composteerinrichtingen en 10 kunststofverwerkende inrichtingen); • van de bijna 100 autodemontagebedrijven in Noord-Brabant 40 bedrijven in de landelijke regio zijn gevestigd, het totaal aantal van deze bedrijven zal dalen, sprake blijft van een re-gionale spreidingsbehoefte van dit soort bedrijven (particulieren willen in de omgeving hun autowrak kwijt) en ondanks de professionalisering van de branche nog steeds sprake is van een negatief imago; • vestiging van autodemontagebedrijven op bedrijventerreinen zowel binnen maar vooral buiten de eigen gemeente vaak tot grote weerstand leidt; • het negatieve imago van autodemontagebedrijven voor een belangrijk deel te maken heeft met het aspect visuele hinder, veroorzaakt door de opslag van gedemonteerde autowrakken in de buitenlucht; • van de circa 85 milieustraten zich 37 buiten de stedelijke regio bevinden; • bij sorteerinrichtingen veelal sprake is van een combinatie met andere activiteiten op afvalgebied en de bedrijven veelal een regionale gerichtheid en verzorgingsgebied hebben; • sorteerinrichtingen op bedrijventerreinen vrijwel voortdurend onderwerp zijn van klachten (en soms ook bezwaren en beroep) vanwege (de kans op) hinder door stof, geluid, trillin-gen alsmede de kans op imagoschade voor aangrenzende bedrijven en visuele hinder. Met name transportbewegingen met containers zijn hiervoor een belangrijke oorzaak; • puinbrekers op bedrijventerreinen vrijwel voortdurend onderwerp zijn van klachten (en soms ook bezwaren en beroep) vanwege (de kans

• • • •

op) hinder door stof, geluid trillingen alsmede de kans op imagoschade voor aangrenzende bedrijven en visuele hinder; puinbrekers zijn gebonden aan een bepaald verzorgingsgebied; bij de vestiging van bandenschrotinrichtingen het aspect veiligheid (blusbaarheid van eventueel ontstane branden) een belangrijk milieuhygiënisch aspect is; composteerbedrijven worden gekenmerkt door een grote kans op het ontstaan van geurhinder en geluidoverlast; kunststofverwerkende bedrijven over het algemeen weinig overlast voor hun omgeving veroorzaken en in minder mate het negatieve imago hebben dat zo kenmerkend is voor de afvalsector. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat verwerkingsprocessen meestal in een bedrijfshal plaatsvinden en de bedrijven, enkele uitzonderingen daargelaten, naar buiten toe niet de uitstraling hebben van een afvalverwerkend bedrijf.

Groencomposteerbedrijven Enkele jaren geleden is er specifiek voor groencomposteerbedrijven een uitzondering gemaakt, zij hoeven niet naar het stedelijk gebied maar zijn toegestaan in het buitengebied. Onderstaand een bloemlezing van de aanleiding voor deze uitzondering in het provinciaal beleid, op basis van een informatie van medewerkers van de provincie. Eind jaren '80, begin jaren '90 was het gebruikelijk dat snoeiafval van gemeentelijke plantsoenen op grote schaal lokaal werden opgeslagen, zonder dat duidelijke afspraken bestonden over de verwerking of afvoer van dit snoeiafval. Tegelijkertijd werd het composteren van groen steeds meer een professionele bedrijfstak (veelal gestart als nevenactiviteit van een loonwerkersbedrijf). En met de professionalisering van de groencomposteerbedrijven en de daarmee samenhangende groei van deze bedrijven bleek dat niet altijd (meer) kon worden voldaan aan de minimale afstandsmaat die volgens de Nederlandse Emissie Richtlijn tussen groencomposteerbedrijf en woonbebouwing dient te bestaan. In 1990 is, in het kader van de Rijn-Vellekoop-gelden, door de provincie onderzocht op welke wijze deze knelpunten konden worden opgelost. Bij het zoeken naar geschikte locaties voor nieuwvestiging van groencomposteerbedrijven bleken bedrijventerreinen geen mogelijkheden te bieden. De gemeenten met een lokale/regionale opvangfunctie (bepalen planologisch kader en uitgevende partij) boden alleen ruimte voor bedrijven die konden voldoen aan de gewenste beeldkwaliteit. Grootschalige bedrijventerreinen of bovenregionale bedrijventerreinen boden evenmin soelaas. Redenen hiervoor zijn dat groencomposteerbedrijven enerzijds qua omvang niet thuishoren op grootschalige bedrijventerreinen en anderzijds een bepaald verzorgingsgebied (= actieradius) hebben waardoor zij in de regio dienen te worden gehuisvest (en daarmee een bovenlokaal terrein als Moerdijk geen alternatief is).

50

Bijlage 7
LISA-bestand: potentiële onderlinge hindersituaties
Algemeen De provincie Noord-Brabant beschikt over het zogenaamde LISA Vestigingenregister (Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen en vestigingen). Dit register bevat een overzicht van alle in Noord-Brabant gevestigde bedrijven (circa 124.000 bedrijven), zowel op bedrijventerreinen, in kernen als in het buitengebied. Per bedrijf is onder meer informatie beschikbaar over de aard van de bedrijfsactiviteiten (SBI/BIKcode) en de milieucategorie. Aan bijna alle bedrijven zijn coördinaatgegevens gekoppeld (van circa 5.900 bedrijven - circa 5% - ontbreken deze gegevens), zodat een weergave van de ligging van deze bedrijven in de provincie Noord-Brabant met een GIS-systeem (Geografisch Informatie Systeem) tot de mogelijkheden behoort. Om op basis van de gegevens uit het LISA Vestigingenregister inzicht te verkrijgen in potentieel gevoelige combinaties van bedrijven is inzicht nodig in de hinder die een bedrijf mogelijk kan opleveren dan wel de hinder waarvoor een bedrijf in potentie gevoelig is. Daarvoor is op basis van de Lijst van bedrijfstypen uit Bedrijven en milieuzonering van de VNG (Den Haag, 2001) en de onderscheiden bedrijfstypen uit het LISA Vestigingenregister een nieuwe lijst vervaardigd. Deze nieuwe lijst geeft inzicht in het feit of een bedrijf mogelijk hinder veroorzaakt bij een ander bedrijf (rood gemarkeerd), dan wel hinder kan ondervinden van een ander bedrijf (groen gemarkeerd). In deze bijlage is deze lijst (potentiële hinderlijst) opgenomen. In overleg met de provincie Noord-Brabant (Jacco Peter Hooiveld) is het LISA Vestigingenregister vervolgens gekoppeld aan de potentiële hinderlijst. Vervolgens is via GIS inzichtelijk gemaakt of potentiële onderlinge hindersituaties op bedrijventerreinen in en in het buitengebied van Noord-Brabant voorkomen (de bedrijven in de stedelijke gebieden die niet op bedrijventerreinen zijn gevestigd, zijn buiten beschouwing gelaten). De volgende overzichten zijn gemaakt: • Brabant-brede kaart met daarop een overzicht van alle potentiële onderlinge hindersituaties op bedrijventerreinen en in het buitengebied; • Brabant-brede kaart met daarop een overzicht van de potentiële onderlinge hindersituaties van de onderstaande typen bedrijven (de zogenaamde ’Top onderlinge hindersituaties’); Potentiële hinderveroorzakers: - autosloperijen; - groothandel in schroot, oude materialen en afvalstoffen; - afvalinzamelingsbedrijven; - afvalrecyclingsbedrijven; - saneringsbedrijven (milieuverontreining); - sloop- en grondverzetbedrijven Potentiële gehinderden: - VGM-bedrijven; - groothandel in VGM; - farmaceutische en medische bedrijven; - vervaardiging van machines en apparaten. • detailkaarten van Moerdijk, Boxtel en Oss (zowel voor het totaal van potentiële onderlinge hindersituaties als van de ’Top onderlinge hindersituaties’). Bij deze kaarten dienen de volgende opmerkingen te worden gemaakt: • van circa 5% van de bedrijven zijn geen coördinaatgegevens bekend, zodat deze bedrijven (voor zover zij op bedrijventerreinen of in het buitengebied zijn gevestigd) niet op het kaartbeeld zijn opgenomen; • op basis van een analyse van de cases is gebleken dat de activiteiten van sommige bedrijven op een andere wijze in het LISA Vestigingenregister zijn geclassificeerd dan men op grond van de bekende bedrijfsactiviteiten zou verwachten. Dit kan tot gevolg hebben dat een beperkt aantal hinderveroorzakers dan wel gehinderden niet juist is weergegeven.

51

R id

en s

de r

v an Cuij kst raa

t

M ol enp a d
He t K

K
os lo te

Rij

Mezenlaan

Ho efk

De

S

al

t.U

la rsu

u ij s

Du in en da

Tonger en

rsestr aat

Zu s

Kapelweg

tra at

Brugs

Breukelsplein

aat

Provincie Noord-Brabant
at
d'Ekker

tra at

eg

! 93012

abeth Bas

Rech

te rs

t

A ch

tr aa

ter de

D r.van Helvoo rtstraat

he lks Ka

uv el

ro Ba

n

t raa ie st

Krui sstr

! 70201

onsstraat Stati

t

ew

en drik s

afs

Pri ns H

Ak k

M ole

!
at ijls tra M

er str a

51523
S p oorst raat !

!

52466

ra

Br e

uke ls e

ng

s t ra

at
straat

in a

Da m

Wilh e lm

74207

!
80212 73101

as th

of
er akk

!

va
eg or No

Be
Grot e Beem d
Ja cob

De Do nde rs

ns S Ten ta els tr a

F ra

!
36121 51522

74302

!
50205
!

aa

80212

!!
!
Colenh oef

2811

!

50104

!

! !

1531

!

Have

rvelde

60242

!

52489

!

1754

!

!

!
!

51461

2912

!

erli n

d gs

ijk

Ge

51481

!

se s

!
!

85161

Sc houwrooij

br

50104
!

u is

Sche

epdo nkseweg

9001

!

Kr

!

!

oe k

! 60242

! 50104 ! stri ewe g 74205 ! ! 74402
!

In du

!

2811

!

!

90022

!
La d on k se w eg

3320

!

tra

at

!

Roond

!

!

!

93022 !

3150

!

60242

Kleinderlie

!

5186 9003 74401 60242 74141 92343 74143 51471

!!

!

50104

m pde

51873 51876

! 2922 ! ! ! 52499
!

2852

!
2922

52465

!

2416

Staarten
!

! 7222

Heeste rakker

!
3210

3720

741437485 ! 92323 ! 74502 9234250205

DREIJ ERBOS

!

! 5540

Liempds
ve

eweg

! 50104

151165234 50104 50204 50205

!
!

22223

! !

!

!
!

52465

151115132

! ! 51322
!

74125 51383 74152 15131

!

!
! !

63301 51573

50104

!

eind Bos

2442

! 51461
Goo re s
traat

!

!! !

5050

!

De Ku

! 2812

! ! 2224

!

i per

50104

! ! 71101

52467

74401

!

! 2912

str aa t

ou

!

lm

Stapel

ke

!

2741

!

K oni jns

hoolse

dreef

Euro

n laa pa

va n

Sa

en
De

r
an Vorsenpo la el

tb re

H

Ta

ria nd xa

KE

UL

SE

BA

AN

!

51878
Vo o rs

! 92111
O irs ch o ts
E ve rb os

93022

e ew

g

Ke

rk p

ad

Pinkst

sew eg ela ar
Arm eho e fst
ra a t

Pa rall e lweg

Zuid

KE UL

S EBA AN

Brede Heide

KEULS

E BA

AN
De Oorsprong

92625
Pastoo
r Man dersst ra

!
Ko r
te He ide

Ram steeg

Til m

nstraat

Pastoor

Dorele

ijerswe g
d Ein

G re ep

Do rsv e l gel
e Spad

och

!

t

De

!

B

5111

Ploeg

Le nn

ish

e uvel

Eg

A nn

e adre

f

Ri gtpa

d

De

Vo rs

t

Hindergevoelige bedrijven Hinderveroorzakers Milieucategorie
!

ek De Be

en

Milieucategorie

K em

pse we

g

! 2

nk

H er in gs

12345 67890

Type gehinderd bedrijf Type hinderend bedrijf 1:10.000

52

Kn u

iste

O

weg

irs ch o

oe

1

3

4

5

--

2

3

4

5

pe

ts ew

l

eg

!

!

!

!

!

!

!

!

K oe

v oo

rtse

we

g

m a

74207

! ! 50104

3320

92655 !n ! ! ! 74701 ! 74125 51876 ! 52492
! 5115 !

2871

!

60242 74501

!

O ss enp ad

!

! 51876 !

52431

! 51443 74702 ! !!

50204

74402

! !! !
!

3110

!

2924

2924 51873

50104

!
!

51471

5181

2851

! ! 5184 !7222 63123

3550

2851

71405

!

1730

! !

t

!

! 7222 7486

St

! ! 2753 2862
2862 2942
!

en s tr

aa t
at

F ellenoor d
ne Klei

C

Beem

a rtl M oz
Rob

aan

2521

! !

Ka

ste e

Sc ar

la ttis

t

Brink str

lla an

e lan

ble De Linnen k e r

!

n

Le eu w

Raap

hof

B urg

v an

Co o th

straa

t

t

Totaal Hinderveroorzakers en hindergevoelige bedrijven Boxtel: Ladonk
Tonge
kke Velda
t rstraa

sp a

an

ng Be rke

Maasl

at

aa str en

t

ap

itte

l
d

tru

utw Ho
st oo Pa
ns Pri

Pe

De

ters

erf

Ke

pa

n Ja

d

Kr

a

ndstr aa

t
Meijer ij

aar d

Li er en bo

p Ko

pe

rw

ei

ut

l

e uw Nie

uw Ni e

at stra

va n M er

w ks

Elzen

Dr. de

eg

Br ak De en

Eikeng

bes ga Lijster

gaard

Brouw

he

de

im
str

aard

rnst r va n Ho

erl aan

Oud e

a

Clari sse n

v

An

n Ra tr sts aat

Rozen

ard

M

tra na s

ole

Hoog

straat

rks

tr ns t aa

e

De kan ij
Mg

Ois te

rwi jks

traat

Be

iaa

rd

Hend

rik Ve

an rheesla

Put ters

dreef

gaard

ra

at

s tr

aa t

heem

at

D

Po

aa

e lier pu

t

r.B ek

uk De Be

ums

s Doelstraat On

an n la

ke

s tr rd ha rn Be

rss

r Erasstr aat
Pa ra lle

tra a

t
De Sp

Ma rk

Elis

t aa

Strij

pt

Maa strichtse
Oost erpad

straat

Brede rodew eg

ins ter

Hob

be nd

on ks

eweg

astra st rin Pale
De

at

traat rd is te ve Mon

hs Bac

Ho

Ju lia na
aa s tr
t

ef

t traa

de ls H an tra at

er ins Co up

lw
d

tra rlio zs

Vi va

D eb

in hop

tra at

tra at ce lls Pur

d

ussy
stra
at

ra at ld ist

el lis Cor

at stra

at

r aat

t traa

Ro

ch ert S

ion at
le sp in

ra at ckst nb ro g D ie pe e n rin th ov B ee

De B lauwverv

ds straa

t

Ap o
Sw

Be ne luxl aa n

ll op

um

ad

n anl aa

laan linck ee

Do

in Alb
st ra cini Puc
o ord

on is

t traa

er

x Lo ve
e ns g we

mm

el

De P

pi er

ker

a

at

De M

u

ld er

Hemelrijk

d Ein ho ns ew eg

H ole
Eik

tra at

a

Bo sra nd

at
ho ve e ew ns g

Mij lst raat

R id
en s

de r

v an Cuij kst raa

t

M ol enp a d
He t K

K

Rij

Mezenlaan

Ho efk

De

S

al

t.U

la rsu

u ij s

Du in en da

Tonger en

rsestr aat

Zu s

Kapelweg

tra at

Brugs

Breukelsplein

aat

Provincie Noord-Brabant
at

!

tra at

!

eg

abeth Bas

Rech

te rs

t

A ch

tr aa

ter de

D r.van Helvoo rtstraat

he lks Ka

el uv

ro Ba

at stra nie

Krui sstr

onsstraat Stati
en drik s

t

ew

afs

d'Ekker

er str a

ra

ng

!

Pri ns H

Ak k

S p oorst raat
!

!

Br e

M ole

uke ls e s t ra

at
straat

in a

Da m

as th

!

Wilh e lm

of

!

va

!

Be
Grot e Beem d

De Do nde rs
!

en s tr

aa t
at

F ellenoor d

C

ne Klei

Beem

a rtl M oz
Rob

aan

ns S Ten ta els tr a

!

! ! !

!

aa

! 50104
! ! !

!

Ka
t

ste e

Sc ar

la ttis

t

F ra

Brink str

lla an

e lan

ble De Linnen k e r

n

Le eu w

Raap

hof

B urg

er akk
tra rlio zs

!

v an
! !

! ! ! ! ! ! !

Co o th

!

straa

t
O ss enp ad

!

!

!

! !

! !

!

!

! 2912
!

str aa t

ou

lm

Stapel

ke

50104

!

!

50104

! 3320!n lde
!

!

!

ve H aver

! ! ! !

K oni jns

hoolse

dreef

1531

Euro

an pala
De M

! ! !

!

va n

Sa

en

r
an Vorsenpo la el

tb re

De

H

Ta

ria nd xa

!

erli n

d gs

ijk
! !

! !

Ge

!

!

!
se s
! !

tra

!

Sc houwrooij

!

Sche

epdo nkseweg

!
! ! !

!
!

Kr

u is

br

eg

!
!

oe k

In du

! ! 50104 st
!

!

ri ew

!

!
3720

3320

at

90022
DREIJ ERBOS
!

50104

9001

!

Heeste rakker
Roond
!

!

La d

on k

Liempds
ve

se

!

eweg

w eg

Staarten
! ! !

!

1513251322
!

50104

! 50104
! !

! 3210
51383

! ! !

Kleinderlie

!

!

! 50104
! !

m pde

! ! 51573 15131
! !

!

eind Bos

5132215132 2442

! !
! !

!

50104

Goo re s

traat

! !

!
!

! !

!

9003

De Ku

i per

! 50104
!

!

KE

UL

SE

BA

AN

!

!

Ke

rk

d pa

Pinkst

sew eg ela ar

Pa rall e lweg

Zuid

KE UL

S EBA AN

Arm eho e fst

ra a t

Brede Heide

KEULS

E BA

AN
De Oorsprong

!

Pastoo
r Man dersst ra

Ram steeg

Ko r

te He

ide

Til m

nstraat

Pastoor

O

irs

ch o ts

E ve

rb os

e ew

g

Dorele

ijerswe g
d Ein

G re ep
e

Do rsv e l gel
Spad

De

B

och

!

t

!

Ploeg

Le nn

ish e

uvel

Eg
Vo rs t

A nn

e adre

f

Ri gtpa

d

De

Hindergevoelige bedrijven Hinderveroorzakers Milieucategorie
!

ek De Be

en

Milieucategorie

K em

pse we

g

! 2

nk

H er in gs

12345 67890

Type gehinderd bedrijf Type hinderend bedrijf 1:10.000

Kn u

iste

53

O

weg

irs ch o

oe

1

3

4

5

--

2

3

4

5

pe

ts ew

l

eg

!

!

!

!

!

!

!

!

K oe

v oo

rtse

we

g

m a

50104

!

! ! !

t

Top 3 Hinderveroorzakers en hindergevoelige bedrijven Boxtel: Ladonk
Tonge
kke Velda

sp a

an

ng Be rke

Maasl

at

aa str en

t

ap

itte

Nie

l
d

tru

utw Ho
st oo Pa
ns Pri

Pe

De

ters

erf

Ke

pa

n Ja

d

Kr

a

ndstr aa

t
Meijer

aar d

Li er en bo

p Ko

pe

rw

ei

ut

l

e uw

uw Ni e

at stra

va n M er

os lo te

w ks

Elzen

Dr. de

eg

Br ak De en
v

Eikeng

bes ga Lijster

gaard

Brouw

he

de

im
str

aard

rns va n Ho

erl aan

Oud e

a

Clari sse n

An

n Ra tr sts aa t

Rozen

ard

M

tr na s

ole

ijstraat

Hoog

rks

tr ns

e

De kan ij
Mg

traat rwi jks Ois te

Be

iaa

rd

Hend

rik Ve

an rheesla

Put ters

dreef

aa

gaard

t ra
at

t aa

ra

s tr

heem

t
s Doelstraat On

at

D

Po

aa
t

e lier pu

r.B ek

uk De Be

ums

an n la

ke

s tr rd ha rn Be

rss

r Erasstr aat

tra a

t
De Sp

Ma rk

St

t rstraa
x Lo ve
e ns g we

Elis

t aa

Strij

pt

Maa strichtse
Oost erpad

straat
be nd on ks eweg
astra st rin Pale
De

Brede rodew eg

ins ter

at

Hob

traat rd is te ve Mon

hs Bac

Ho

Ju lia na
aa s tr

ef

t traa

de ls H an

er ins Co up

Pa ra lle

t

tra at

lw eg or No
d

Vi va

D eb

in hop

tra at

tra at ce lls Pur

d

ussy

ra at ld ist

el lis Cor

at stra

at

Ja cob

stra
at

r aat

t traa

Ro

ch ert S

ion at
le sp in

ra at ckst nb ro g D ie pe e n rin th ov B ee

De B lauwverv

ds straa

t

Ap o
Sw

Be ne aa luxl

ll op

um

ad

n anl aa

laan linck ee

Do

in Alb
st ra cini Puc

on is

t traa

er

le Co o nh ef

n

mm

el

o ord

De P

pi er

ker

a

at

at Mijlstra

u

ld er

Hemelrijk

d Ein ho ns ew eg

H ole

Vo o rs

Eik

tra at

a

Bo sra nd

at
ho ve e ew ns g

1520

1520

!!

5540

!

Totaal Hinderveroorzakers en hindergevoelige bedrijven Moerdijk
Provincie Noord-Brabant
21211 2710

!!
2524 1520

2873

!

70204

!

1520

! !
!
7482 63111 2651

3511

! !

2466

!

63121 !!
!

! 2851

!

63401

2875
!

!

63402

!

!

74701 63401 60242 !

2811

!

90022

!
7414163123 63401

!!
2811

90022 63123

! 45112 !

!
!

5274

! 63401 !

!

!

51522

!

63401 ! 7482

2466

!

2811

! 2710
!
!

74876

!

63401

!

51522

!

63401
!

!
!
24141

40001

!!
63111

1421

51522
!

!

5182

! ! 2811

!

63401

51873

! 5182 !
51875

74205

5122

!

!

!

3710 51913 45112

!
! !

3720

!

90022

5182 ! ! 1740 ! 51876 60242 ! 5116 7121 ! ! !51522 74401 ! 34201

!

!
!

50103

50202

!

50103

! !

!

51522

5551

!

90022

!
51551

60242

!

60242

!

63112

!

51551

!!
51573

2733

!

51913 2413

! ! !
90022

63112

!

2411

! ! 60242

55301

!

51421 51424

9003

!

63401 93021 ! 71342 ! 71342 51482

!
63112 2811 74143

51913

60242 5186 5136

!
!

! ! 74502 ! !
! !!

!

52633

!

60242

! 7140550104 5540 2852 ! 50104 ! ! ! 51472! 5184! 74501 5211 ! ! ! 51878 ! 80101 50104 ! ! ! 64122 74402
! ! ! ! !

! 74701

60242

!

!

92611

!!

7031

! 63401

! !

!

51913

!

7482

3720

!

!

51913

63401

!

60242

! !

63121

!

90022

7511

74141

! ! 74501 63112 ! ! ! 51551 !!
74151

5186 51878 51443 51462 5139 6340274502 ! 74204 ! ! ! 52496 5184 ! 74207 ! 51876 74142 51874 67133 2912 63401 74501 50104

! ! ! ! ! !! ! ! ! !! ! ! ! !

50104 74502

!
!

60242

!

60242

60242 9003

!

51551

2811 52503 51572 51913!

! !!
!

60242 ! 60242 7414350202

7430267202

! !

!

!
! !
51479

60242

2522 ! ! 2524! 295674204 2733 ! 2956 60242 2924 2811 ! 2851

!! ! !
!

! ! ! 60242 ! ! 51873 63401 ! 74207 51911 2851
!
63401

63401

!

51432

!

74874

! !
60242

60242

51311 5139 ! 63401

!

5139

!

! ! 52503

60242

!

60242

!
!

2721

!

51571
!

!

52493

Hindergevoelige bedrijven Hinderveroorzakers Milieucategorie
!

!

24141

Milieucategorie

! 2

!
3

!
4

!
5

!

! 2

!
3

!
4

!
5
!

2924

!

2924

1 12345 67890

--

3512

!!
!

!

50402
!

74502

Type gehinderd bedrijf Type hinderend bedrijf 1:22.500

74124 50104

!! !

!

70204

!

2811

54

!!

! 3512

51873 2522

! !
!

63401

!

!
!

1520
!

Top 3 Hinderveroorzakers en hindergevoelige bedrijven Moerdijk
Provincie Noord-Brabant
!

!

!

!
! !

1520

!

!

! !

!

!

!

!

!

! !

!

! !

!
!

! 45112
! !

90022
! !

!

! !

90022

!

!

!

! ! !

! ! !

!

!

!

! !

!

!

!

!

!

3710
!

!
! ! ! ! !

!

3720

!
!

! 45112
!

! 50103 ! 50103
! !

90022

!

!

90022
! !

!

!

!

! ! ! !

!

! 50104 !
! ! !

! ! ! ! ! ! ! ! ! !

5139

!

!

! 51573
! ! ! ! ! ! ! ! !

!

90022

!
!

9003
! ! !

!
! !

!

2912
! !

!

! !

90022

!

! 50104
! !

!
!

3720

! 5136
! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

!

!

!

! 50104
! ! ! !

! ! ! !

!

!

! 50104 ! 50104
! ! ! ! !

!

9003

!

! !

!

!
! ! ! ! ! !

51572

!

!

! ! ! !

!

!

!

!

! ! !

!

! !

! ! !

!

!

5139

! 51311
!

! !

5139

!

!

!

!

! 51571

! !

!

!

Hindergevoelige bedrijven Hinderveroorzakers Milieucategorie
!

Milieucategorie

! 2

!
3

!
4

!
5

!

! 2

!
3

!
4

!
5
!

!

!

!

1 12345 67890

--

!

! !

!

!

Type gehinderd bedrijf Type hinderend bedrijf 1:22.500
!

! 50104
! ! ! !

!

55

Valkstraat
Faza
Wals traat

B erg

e r e in

d

ntstra

at

Roodb orststraat
riks Leeuwe

t raat

ten straat

Vossen

Condorstraat

Goud mijnst

Havikstraat

Zw alu

La nd

Reige

aall aan

rm Ca

Vijversingel

O ostwal

Nachteg

Totaal Hinderveroorzakers en hindergevoelige bedrijven Oss: Moleneind
li e

raat

Teug

Merelstr

enaars

aat bosstr

e

straat

Eksterstraat
Lijs ter

ws tra

aat-N rstr wee

rst raa

B

Provincie Noord-Brabant

Doelenstraat

Dr va

n de

Steenlaan

oglaan Bo

an

!

74875

B ra

m va

n de

n Be rgh

ad Ra

hu

isla

an

straa t

Gasstraat

52499 !5117 ! 85324 ! ! ! ! 55301 Rid ! 74501 7011! 65234 67202 5540 ! 745025184 55101 74141 ! 7210 80102
rh de of

74125

52501

74503

!

!

74876
str ch Es aa

t

We

tho

ud

n va er

! ! 74208 74201
!

!

74152 85334 51462 74114

!! ! ! !

74111

!

2442
M ole

Flo

tr as rali 80423

t aa

8041

5186

in g Ser

en

ho

f

! ! 85154 ! 52496
52427 85131 74401

! ! ! ! ! 85131 ! 74121
!

74152

an

s tr iela

rs tra a

de

An

je

Ru ij

lie

te

rs

tr a

at

! 5540 ! 92313 !
65234

91311

en str

er ts

92343

! 51322 55303 !!
!

!
!

du

In

aa t

Ev

t

t 5523 ! tra a J ! li!ols s e 8041 r Co n

9304

Ro z

en

str

a

ns tra a

Va n

Kantsingel

str aa

Va n

am

Ne ss tra at

Ti

M

a

rijk

Va n

ela

O

an Jo

s ne

G

ijs Zw

he n

Va n

at

Landw eerstr

t

la en

Sp

an

an etla rg ri Ma

t

aa t

eij

G

ns tra a

ts tr

str aa

ale

an

re

ks tra a

oo rm

aat-Zuid

t

D

t

s lia ah

at tra

W de itte W O ud e M o le

t aa s tr ith
W

an
Br tus a
ndsma

bd

Va n

Beatrixlaan

B us Tit

n ra

ma ds

n la a
che we Hes Nieu

Ber

n ha

rd la

an
B aat nstr eu ke

W

ilh

inal e lm

aa n

iklaan He ndr

ria nd Mo

n laa an

Emmalaan

Julia nal

aan

an

en la

Plat ane

nla an

S

pa

Milieucategorie
!

Milieucategorie

rr

en

la a

! 2
l nge rdsi

!
3

!
4

!
5
a z en aa t rs tr kk e

!

! 2
laan

!
3

!
4

!
5

n

r ik La

sla

an
Do c fa

la

an

1
a wa 12345 Ru

-Franck

Ha Type gehinderd bedrijf

Be rk
alaan Ac aci
n urierlaa

an enla

Cesar

Bachlaan

ef

56

De

J a sm ijnlaan

dr e

nn

67890

Type hinderend bedrijf

1:7.500

en

en

La

ik

la

E

an

Vie rw

Hindergevoelige bedrijven Hinderveroorzakers iver t d e Ru

in d

plein

bonh

of

Burg

at

aat

t

urg De Bo

A de

la a

r

laa n

van de

ur

oo rd

Ko ekoekstraat

Sperwerstraat

52624
Sp oo rla an

!

!

80423

n E lze

traa Wouws

nlaan

Dr H er m

Spoorlaan

t

s an la

! 50104 !
2872

74401

!
!

91335

!

Parallelweg

50203

50104

!

52468 50103

! 50104 !

7222

!
!

50104 50104

2953 2922

!

80212

!

51462 74152 ! 5186

!

!

50104

! 52501
!
eh Vo ss ol

2852

Galliersweg

!

!

15132 1760 ! 63401 701260242

!
!

!
!

2224
aat ndstr

Etruskenweg

Willa

74124

!

1751

50104 65234 50104 502055050

! ! !
!

74141

!
1596

51322

!

7222 74501

!

2811

!

!

7460
!

!

92313 74503

85161

!

51481 74501 ! 5184
eg nw
!

! ! 80423 ! 50104 ! ! ! ! 74152
!

!

!
50104 52461

2822 50104

!

!

!
! ! ! 65234

6321

50204

2441

!

2441

80212 74501

!

71342

!

2852
!

! 50104

51872

! 65234
!

2452

!
!

!
!

2932

51878 ! !
!

! 92343

Angele nweg

36121

!

M ole

Ka mp erf e st oe li ra a t
an rys Ch
lm Pa

ns at tra

at s tra em b lo ne Z on

45111 74152

Gasstraat Oost

50205

!!

71405

!
!

2670
Friezen weg

3611

!
!

65234

9003 74502

! ! 3720!
52624 ! 3230

3614

!

5182

!
!
74204

2811

!

21211

!

2912

!

50104

!

! 51412

50104 ! !

3611

! 51482 !
2524

52427

!

7482

74152
!

!
!

! 60242
! 5223 !
51382

!
! !

!

aat tstr
str t aa

2924

! ! !
! !

nh oe Da ne

at fstra

Pie

k enh

oe fs

t tra a

!

51573 51913

! ! 51913
!

51443

!
92331

2840

Hunnen

!

!

2953

!

50103 50104

! 64122 ! 36122 5112 ! !

!

!
!

5186

!

51572 3614 71405

! 9305

Tubanten weg

Zeven

pad

!

60242

51322

bergs

85331 ! 74152 60242 745022224 2924 74501

!

Tr om

ps tra a

t

!
Kloosterstraat
ille m

1751

85161

! !

3230

! !
7482 2862 5145 51522
llie Ga rsh

52489

2811

!

74152
Viking enw eg

Ka re

lD

Ba

!
2524

2852

!

2524

!

Romeinenweg

36122

!

!

7230 7413
of

! ! !51874 ! 7210 !! !
52501

!!
! !

74141

!

51421

51422 51878 74201

!

! ! 5540

! !
!

2911

2911

!
!

!

ew eg

!

5221

Nar of cish

A st tr ers aa t

!

7460

!

74123

51471

!! ! 7222
!

22223

!

60242

!

2811 52624
! 74123

!
k se Sa eg nw

B

eg nw ve ! ata

!
51411

!
! !

2851

!
!

65234

!

at
Ko rtf r oo ts

b aa afse G ra

nd sz

t

st ra

!

! 65234 52467
! !

!

2811 3615 65231 74152 51479
!

Nie

uw

eH

ra at ei st

n

Go

ten

we

g

74207
l

! 5145 ! 92331 50104 74205 ! 60242 ! ! !! 92724 ! 74401
! ! ! !

74876

Ko

rte

a istr He
!

at

at tra

n Va
Alm

Ire ne laa n
w eg

on
t ra a d est

60242
rto gs

!
65234 50104 ! 51322 74701 36121 3611 50104 74151

Po

pu li

H
ers tr a at

e ing

elf ri

ch str aa t

33102 51462
Hoogheuvelst raat
!

! !

73103

!!

74875

Ha

rto

a gH

50104

!

71101

at s tra Hei

74702

w eg Willibrordus
W ille m III

2873

52466

!

!

52632

F ra

nk

g we en
!

50104
ob ard

!
en g we
! !

! 51876 74141
!

!

5116

Lo

ng

!
5184
!

2911

!

!! !

E

at stra orn sd o

51322

! 74152

Ala

ge Vo
at stra en Ie p

rs st lk e

t raa

! ! 3614 74125
! ! !

52322

!

! 5261

74207

!

ne

nw

eg 65234

!
!

60242

!
De nn e nw eg
!

!

52624

91336

!

t tra a ns ele Ab
t raa nst de Lin

50104

!

! 51572
at st ra Bos

K oe

e pelw

g

Hes ch ew

Wilg
Ka

e ns

tra

at

! 1822
Julia ng el nasi

!
!

5186

5010451383

!

Wil lem

La an

Wille

D rS aa lv a Zw ne e nb rg sn gl

eg

m II La

!

51461
ek w en eg

I Laan

an

n la a nje sta

Gri

! !
Ae

3611

60242
HE UV EL

Heid
Magn olialaa n

elaan

W

E ITT

RU

IJS

e lb ng e rt la a n

an e ba a fs G ra

Fo rsythia

Will

nlaa Meidoor n

ib ro

rd

laan

us we

g

Valkstraat
Faza
Wals traat

B erg

e r e in

d

ntstra

at

Roodb orststraat
riks Leeuwe

t raat

ten straat

Voss

Condorstraat

Goud mijnst

Havikstraat

Zw alu

La nd

Reige

aall aan

rm Ca

Vijversingel

O ostwal

Nachteg

Top 3 Hinderveroorzakers en hindergevoelige bedrijven Oss: Moleneind
li e

raat

Teug

enbos

Merelstr

enaars

e

straat

Eksterstraat
Lijs ter

ws tra

aat-N rstr wee

rst raa

t straa

B

Provincie Noord-Brabant

Doelenstraat

Dr va

n de

Steenlaan

oglaan Bo

!

an
!

B ra

m va

n de

n Be rgh

ad Ra

hu

isla

an

straa t

Gasstraat
!

!

Rid

rh de
!

of
!

! ! ! ! !

!

Sp

oo

an rla

!

!

!

!

th We
!

oud
!

er

va

s nE

ch

s tra
!

at
eg nw
! !

!

!

!

2442
M

!

Flo

as rali

tr

t aa

!

!

!

!

! !

in g Ser

en

ho

f
! ! ! ! ! !

an

s tr iela

!

du

!
! ! ! !

In

51322
!

aa t

en str

er ts

Ev

rs tra a

Ro z

en

C
str a

s e li o rn

Jo

!

de

An

je

Ru ij

lie

!

!

ls

at tra

te

rs

tr a

at

!

t

!

ns tra a

Va n

Kantsingel

str aa

Va n

am

Ne ss tra at

Ti

M

a

rijk

Va n

ela

O

an Jo

s ne

G

ijs Zw

he n

Va n

at

Landw eerstr

t

la en

ts tr

t

Sp

an

an etla rg ri Ma

str aa

ale

aa t

eij

an

re

ks tra a

oo rm

aat-Zuid

t

D

t

s lia ah

at tra

t aa s tr ith W de itte W O ud e M o le ns tra at

G

an
Br tus a
ndsma

bd

Va n

Beatrixlaan

B us Tit

n ra

ma ds

n la a
che we Hes Nieu

Ber

n ha

rd la

an
B aat nstr eu ke
!

W

ilh

aa n inal e lm

iklaan He ndr

ria nd Mo

n laa an

Emmalaan

Julia nal

aan

an

en la

Plat ane

nla an

S

pa

Milieucategorie
!

Milieucategorie

rr

en

la a

! 2
l nge rdsi

!
3

!
4

!
5
a z en aa t rs tr kk e

!

! 2
laan

!
3

!
4

!
5

n

r ik La

sla

an
Do c fa

la

an

1
a wa 12345 Ru

-Franck

Ha Type gehinderd bedrijf

Be rk
alaan Ac aci
n urierlaa

an enla

Cesar

Bachlaan

ef

De

J a sm ijnlaan

dr e

nn

67890

Type hinderend bedrijf

1:7.500

en

en

La

ik

la

E

an

Vie rw

Hindergevoelige bedrijven Hinderveroorzakers iver t d e Ru

in d

plein

bonh

of

Burg

at

aat

t

urg De Bo

A de

la a

r

laa n

van de

ur

oo rd

Ko ekoekstraat

n E lze

!

Sperwerstraat
!

traa Wouws

nlaan

Dr H er m

Sp oo

rla an

Spoorlaan

t

s an la

! 50104!
!

!

!

! 50104
Galliersweg

!

!

!

!

Parallelweg
!

eh Vo ss

ol

! 50103
! !

! 50104
!

51322

! 50104
!

!

! 15132
! ! !

!

50104

Etruskenweg

Willa

aat ndstr

! 50104
! ! !

!

50104
!

!
!

! !

!

! 51322
!

!

Angele nweg
!

M ole

!

!
! ! ! ! !

1596
!

!

! 50104
! ! ! !

Ka mp erf oe st lie ra a t
at s tra em b lo ne Z on
lm Pa

ns at tra
!

! 50104
!

50104
! !

!
!

!

9003

ole

! 50104
! ! ! !

! !

45111
Friezen weg

! ! !

! ! 3720
! !

!

an rys Ch
str

!

2441

!
! !

Gasstraat Oost

!

! 2912
! ! ! !

!

!

! ! !

50104
!

!

50104

! 3230
!

aat tstr
t aa

!

!

!

nh oe Da ne

at fstra

Pie

k enh

oe fs

t tra a

!

!

!

! 51573
!

!

! 51382
!

51572
!

!
!

Hunnen

!

Tuban tenweg

Zeven

pad

! ! !

! !

! 50103
50104

!

! 51322
! ! ! !

bergs ew eg

! ! !

Tr om

! !

!
! !

!

2911
!

Nar of cish

A st tr ers aa t

ps tra a

t
!

! 3230
! !

!

Viking

enw eg
!

!

!

!

k se Sa

!

!

!

Kloosterstraat

Romeinenweg
! ! !

! ! !

!

! 50104
! ! !

! ! !!

Ba

eg en w ta v

!

eg nw

!

!

at
Ko rtf r oo ts

Ka re

W

ille

! !

!

!

b aa afse G ra

lD

m

! !

! !

!

Ba

nd sz

st ra

of

!

Nie
!

uw

eH

ra at ei st

llie Ga rsh

n

! ! !

!

Go
!

ten

we

g

Ko
!

rte

a istr He
!

at

at tra

n Va
Alm

Ire ne laa n
w eg

on
t ra a d est

Po

pu li

H
ers tr a at

elf ri

ch str aa t

Ha

rto

a gH

rto

gs

e ing

l

at s tra Hei

! 50104
!

!

!

Hoogheuvelst raat
! !

! 33102
! ! !

!

!

F ra
!

nk

g we en
!

50104
ob
!

!
en g we
!

ard

Lo

ng

!
! ! !

! 50104
! !

!

!

2911

A
!

en lan

we
!

g

! !

! 51322 ! 50104
! ! ! !

50104

w eg Willibrordus
W ille m III

E

at stra orn sd o
!

! 51322

!

!

De
t raa rs st lk e
!

nn e
!

nw

eg
!

!

ge Vo
at stra en Ie p

t tra a ns ele Ab
!

!

50104
at

!

! 51572
at st ra Bos

K oe

e pelw

g

Wilg
Ka

e ns

tra

Grie
!

w eg ken
!

50104

Hes ch ew

! 51383
50104

t raa nst de Lin

Wil lem

La an

Wille

D rS aa lv a Zw ne e nb rg sn gl

eg

m II La

I Laan

! !

Julia

ng el nasi

an

n la a nje sta

!

!

Heidelaa
Magn olialaa n

n

W

E ITT

RU

IJS

HE

UV

EL

Ae
e lb ng e rt la a n

an e ba a fs G ra

Fo rsythia

Will

nlaa Meidoor n

ib ro

rd

laan

us we

g

57

Bijlage 8
LISA Vestigingenregister: betrokken bedrijfstypen en aantal vestigingen
Algemeen Op grond van de analyse van de grootste gemene delers aan hinderveroorzakende bedrijven en gehinderde bedrijven zijn in hoofdstuk 2 gevoelige combinaties gedestilleerd. In onder-staande tabel zijn deze gevoelige combinaties nog eens weergegeven. Mogelijke hinderveroorzakers • afval- en recyclingsbedrijven; (bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, autoshredder, sorteerinrichtingen); • metaalverwerkingsbedrijven; • grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. Mogelijke gehinderden • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie; • bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria; • bedrijven die ’schone’ machines/ gevoelige apparatuur vervaardigen; • bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/ uitstraling.

Op basis van de in het LISA Vestigingenregister (Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen en vestigingen) is voor een aantal van de bedrijfstypen die in bovenstaande tabel zijn opgenomen, nagegaan om hoeveel bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen het nu eigenlijk gaat.

Vestigingscijfers gevoelige combinaties SBI-code bedrijfstype

aantal bedrijven

aantal arbeidsplaatsen

gem. aantal arbeidsplaatsen /bedrijf

Potentieel gehinderden 15, 51311 t/m 5139 VGM (incl. groothandel en excl. slachterijen 658 28.499 43 __________________________________________________________________________________________________________ 2441/2442 Farmacie 13 6.553 504 __________________________________________________________________________________________________________ 2911 t/m 2914, Bedrijven die werken met gevoelige apparatuur of 3210 t/m 3350 (gevoelige) apparatuur vervaardigen 233 10.996 47 __________________________________________________________________________________________________________ Subtotaal 904 46.048 Potentiële hinderveroorzakers 3710/3720 Voorbereiding tot recycling van (metaal)afval 43 534 12 __________________________________________________________________________________________________________ 51571 Groothandel in autosloopmateriaal 35 130 4 __________________________________________________________________________________________________________ 51572 Groothandel in ijzer- en staalschroot en oude non-ferrometalen 24 146 6 __________________________________________________________________________________________________________ 51573 Groothandel in overige oude materialen en afvalstoffen 32 280 9 __________________________________________________________________________________________________________ 90021 Afvalinzameling 21 1.231 59 __________________________________________________________________________________________________________ 90022 Afvalbehandeling 27 768 28 __________________________________________________________________________________________________________ 9003 Sanering van milieuverontreiniging 20 206 10 __________________________________________________________________________________________________________ 45112 Grondverzet 51 402 9 __________________________________________________________________________________________________________ 45111 Slopen van bouwwerken 18 178 19 __________________________________________________________________________________________________________ Subtotaal 271 3.875

58

Bijlage 9
Workshop 10 november 2005 deelnemers en acties
Deelnemerslijst Organisatie BMF BMF BOM BOM Bosch Rexroth Bowie Afvalstoffen Recycling BV Duurzaam Bedrijven Overleg Land van Cuijk en Noord-Limburg Geberes Gemeente Boxtel Gemeente Breda gemeente Deurne Gemeente Eindhoven Gemeente Eindhoven Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente 's-Hertogenbosch Grontmij Nederland bv Grontmij Nederland bv Huiskes Metaal BV Kamer van koophandel Oost-Brabant Kamer van Koophandel West-Brabant Milieuservice Brabant Ministerie EZ Ministerie EZ, regio Zuid NV REDE PIT PIT PIT Provincie Noord- Brabant (RO) Provincie Noord-Brabant (Ecologie) Provincie Noord-Brabant (EZ) Provincie Noord-Brabant (RO) Provincie Noord-Brabant (Vergunningverlening) Royal Cosun Samenwerkingsverband RIVU, PM Boxtel SER-Brabant/BSK SRE Naam Nicole Schaffroth Pepijn Klaassen Ad de Hoon Frans Hoekstra Wim Roerdinkholder Willie Geurts Gerrit Roefs Louis van der Kallen Miranda Wolf Peter Verheijden Frank Arnoldussen Henny Meulendijks Petra Engelen Maarten Mulder Kees Kools Leo Sedée Rick Dusée Susan Groot Jebbink Wim Kreté Paul van Moorsel Gerard Sand Tonny Wagenaars Marcel van Wijk Kristie van Os Inge Naus Wim Konz Anke Mariën Irma Verhoeven Johan Teters Ad Raams Michel Reinders Sonja van Griethuijsen Waldo Maaskant Ronald Kalwij Hans Bierens Wouter Boon Rob Harbers Acties In de workshop is gevraagd welke informatie de aanwezigen vanuit de workshop meenemen naar hun eigen organisatie. Van groot belang hierbij is welke acties zij willen of kunnen nemen in hun eigen organisatie om een bijdrage te leveren aan het oplossen van onderlinge hinder tussen bedrijven op bestaande en/of nieuwe bedrijventerreinen. Per actor is onderstaand een opsomming gegeven van door de aanwezigen zelf aangedragen acties. Rijk Financiering • De € 20 miljoen uit de TOPPER-regeling is (te) beperkt. Op basis van informatie over de omvang van de knelpunten (afkomstig van de (TOPPER)-gemeenten) zal het ministerie van EZ mogelijk meer middelen ter beschikking kunnen gaan stellen. Wellicht bieden de aardgasbaten hier soelaas (als budget voor bedrijfsverplaatsing); • Zijn er andere geldstromen te benutten, oftewel kunnen geldstromen (anders) worden geoormerkt, bijvoorbeeld gerelateerd aan de heffingsbron (denk aan afvalheffing) hiervoor ook subsidie onttrekken voor diezelfde branche (de afvalbranche in dit voorbeeld); • Kan een met de reconstructiewet vergelijkbare regeling voor bedrijven worden ingesteld (dus echt substantieel geld genereren voor het oplossen en voorkomen van de knelpunten)? Hiervoor is wel een goed georganiseerde lobby vanuit het bedrijfsleven nodig. ACTIE: Ministerie EZ gaat op zoek naar extra gelden, maar heeft ter onderbouwing van de extra budgetten wel informatie van provincie en gemeenten nodig over knel-punten. Beleid en regelgeving • Rijk moet omslag maken naar aandacht: bedrijven die belangrijke maatschappelijke functie hebben verdienen aandacht voor hun problemen en hulp bij het aanreiken van oplossingen; • BOM heeft taak in themagerichte locaties; • Aanpassing VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (ACTIE: Ministerie EZ) - bedrijfsactiviteiten centraal stellen i.p.v. bedrijfstypen - blijft moeilijk knelpunten te benoemen (hiervoor is inzicht nodig - brede werkgroep met praktisch gebruikers is nodig (éxperts' betrekken), de workshop van het PIT is hiervan een goed voorbeeld; • Voorkomen en weghalen tegenstrijdige regelgeving (ACTIE: Ministerie EZ en VROM). Tips (van de anderen) • Geef steun aan moeilijk te vestigen bedrijven (NIMBY-bedrijven) • Laat KVK-structuur in tact: de Kamer is belangrijk in het kader van regionale stimulering en voorlichting (hierop moet niet worden bezuinigd); • Gemeente doet best om hoofd boven water te houden: gemeentefondsen gebruiken voor investering, maar anderzijds worden zij gekort (o.a. door OZB-afschaffing). Hiervoor is ex-tra aandacht nodig van het rijk.

59

Provincie

Gemeenten / regio

Bedrijven

Bestuurlijk Probleem is in beeld gebracht. Nu is het tijd op het rapport onder de aandacht van het bestuur te brengen. Ook dient hierbij te worden gekeken naar een structuur voor regionale samenwerking om op regionale schaal de gewenste oplossingen te kunnen bieden. (ACTIE: EZ samen met RO)

Financieel • Geld BHB gericht inzetten (Actie BHB) Beleid en regelgeving • Provincie (EZ) constateert dat beleid en praktijk uiteenlopen. Zo blijken de regionale bedrijventerreinen zoals voorzien in het streekplan niet aan te sluiten op de actieradius van bedrijven. Binnen de gestelde kwantiteiten behoefte vraagt dit om een herziening van de wijze waarop deze behoefte wordt geaccommodeerd. De provincie zal in dit kader samen met de BHB op zoek gaan naar deze benodigde extra locaties (in de workshop is door de bedrijven gesproken over 20 nieuwe locaties). Zo kan een opdracht aan de BOM worden gegevens om themalocaties te benoemen in Noord-Brabant. (ACTIE: EZ samen met RO en evt. andere disciplines); • Oproep voor regionaal grondbeleid. Het Kempisch Bedrijvenpark kan hiervoor als pilot dienen. Gemeenten hebben ondersteuning nodig vanuit provincie. • Handhaving schiet te kort, dit moet beter en meer frequent. (ACTIE: Handhaving); • Soepelere toepassing van regels streekplan; • Niet 'over' bedrijven praten, maar 'met' bedrijven praten. Faciliteren / organisatie • Provincie kan mogelijk rol vervullen in mediation. In dat kader zal de provincie (EZ) ook op zoek moeten gaan naar mogelijkheden om eerder bij een dergelijk proces betrokken te raken (voordat het escaleert). Daarvoor zal er meer en betere afstemming tussen de verschillende onderdelen (EZ - Handhaving- Vergunningverlening - RO) nodig zijn. Dit overleg dient structureel van aard te zijn en niet op adhoc-basis per project; (ACTIE: EZ, RO, Vergunningverlening en Handhaving). Tip • Toets bij bestemmingsplannen goed op grondexploitatie en de wijze waarop met eventuele winsten wordt omgegaan (komen de winsten ten goede aan het bedrijventerrein of gaan die naar een ander onderdeel van de gemeente); • Niet 'over' bedrijven praten, maar 'met' bedrijven praten.

In kaart brengen van knelpunten van onderlinge hinder op bedrijventerreinen. Dit ter onderbouwing van de mogelijke aanpassing van het streekplanbeleid en het generenen van aanvullende middelen in de subsidieregelingen van het Rijk (EZ); (ACTIE: alle gemeenten). Oproep voor regionaal grondbeleid en regionaal uitgiftekader. Gemeenten moeten gezamenlijk bedrijventerreinen ontwikkelen. Het Kempisch Bedrijvenpark kan hiervoor als pilot dienen. Gemeenten hebben ondersteuning/druk nodig vanuit provincie. In dit kader is het goed om bedrijventererin Moerdijk vanuit haar organisatiestructuur te analysen en de plus- en leerpunten mee te nemen bij de regionaal te ontwikkelen bedrijventerreinen; (ACTIE: regio bv SRE).

• • • • •

Tip • Delen van bedrijventerreinen die voor categorie 4 en 5-bedrijven bestemd zijn, dienen ook daadwerkelijk te worden ingevuld met deze bedrijven (toezicht door provincie wenselijk of niet?); • Betrek bedrijven bij de planvorming; • Niet 'over' bedrijven praten, maar 'met' bedrijven praten.

Bedrijven dienen een goede lobby (zowel VNO-NCW als brancheorganisaties) te organiseren naar de provinciale en rijksoverheid teneinde geld te kunnen genereren voor het op-lossen van concrete hindersituaties (vergelijk Agrarische lobby en Reconstructiewet). Hierbij dient het algemeen belang te worden gescheiden van het individueel belang, teneinde een goede lobby te kunnen organiseren; In het kader van deze lobby is het noodzaak om de toegevoegde waarde van bedrijfstypen (NIMBY-bedrijven) in Bruto Nationaal Produkt of het aandeel in het functioneren van de economische samenleving (denk aan afvalinzameling) te onderkennen/onderzoeken en te communiceren. Ook dient door de lobby het probleem in kaart te worden gebracht; Belangen- en brancheorganisaties kunnen ook werken aan het verberen van het imago van hun branche; Bedrijven dienen parkmanagement te stimuleren en bedrijven die nog niet deelnemen hiervoor te interesseren; Lokaal, op bedrijventerreinen met elkaar (de buurbedrijven) in gesprek gaan. En daarbij elkaar leren begrijpen, te waarderen , te respecteren en te accepteren. Daarin positieve stappen met elkaar 'vieren' en communiceren; Bedrijven dienen bij de lokale overheid (gemeente, regio) aan te dringen op betrokkenheid bij het opstellen van plannen voor nieuwe bedrijventerreinen; (ACTIE: alle bedrijven); Andersom redeneren: wat kan bedrijf aan hinder van andere bedrijven/ omgeving accepteren.

Overigen (Kamer van Koophandel, BMF, Parkmanagement) Kamer van Koophandel • In nieuwjaarsredes de uitkomsten van dit onderzoek aan de orde stellen en daarbij de rol van de Kamer benoemen; • Bijdrage leveren in regionaal grondbeleid; • Mogelijk een rol in mediation; (ACTIE: Kamer van Koophandel). BMF • BMF wil meedenken over structurele oplossingen: o.a. zoektocht locaties (binnen de huidige ruimtebehoefte). Nieuwe sturingsmechanismen voor segmentering kunnen mogelijk leiden tot ruimtewinst; (ACTIE: BMF). Parkmanagement • Parkmanagement als bemiddelende rol (nog ruim voor het moment dat mediation noodzakelijk is); (ACTIE: alle parkmanagers).

60

Bijlage 10
Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten
Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing ter plaatse Deze oplossingsrichting gaat voor een bestaand bedrijventerrein, met een bestaand knelpunt van onderlinge hinder, uit van een oplossing ter plaatse. Zowel het gehinderde als het hinderveroorzakende bedrijf blijven op de bestaande locatie gehuisvest, maar één van de bedrijven dan wel beide bedrijven nemen maatregelen om de onderlinge hinder te verminderen dan wel te voorkomen.In onderstaande figuur is de oplossingsrichting ’bestaand bedrijventerrein: oplossing ter plaatse’ nogmaals verbeeld. Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt) oplossing ter plaatse Actoren Instrument Effect op actor ___________________________________________________________________________ Rijksoverheid • draagvlak; • kostenverhogend (subsidie). • subsidie (geld en kennis); • overleg; • mediation. ___________________________________________________________________________ Provincie • draagvlak; • inzicht; • (revisie)milieuvergunning; • kostenvoordeel op lange termijn (beloning en straf); • beloning en straf; • handhaven; • kostenverhogend (subsidie); • subsidie (geld en kennis); • samenwerking; • overleg; • voorkomen (beleid). • mediation. ___________________________________________________________________________ Gemeenten - regio • draagvlak; • inzicht; • (revisie)vergunningen • kostenvoordeel op lange (bouw- en milieu); termijn (beloning en straf); • beloning en straf; • samenwerking; • handhaven; • kostenverhogend (subsidie). • subsidie (geld en kennis); • overleg; • mediation. ___________________________________________________________________________ Bedrijven • overleg; • maatschappelijk draagvlak; gehinderden • afspraken over bedrijfs• verbetering imago/ uitstraling; voering; • samenwerking; • technische oplossingen. • verminderen hinder en behoud van rendement. ___________________________________________________________________________ Bedrijven • overleg; • maatschappelijk draagvlak; hinderveroorzakers • procedure; • verbetering imago/ uitstraling; • afspraken over bedrijfs• samenwerking; voering; • terugbrengen hinder en behoud van rendement. • technische oplossingen. ___________________________________________________________________________ Parkmanagement• intermediair (spreekt taal • sterkere positie organisatie. organisaties/ van overheid en bedrijven). Intermediaire organisaties

Bestaand bedrijventerrein: oplossing ter plaatse gehinderde gehinderde gehinderde

Voor de oplossingsrichting ’bestaand bedrijventerrein: oplossing ter plaatse’ zijn in de navolgende tabel per actor de mogelijk toe te passen instrumenten en het effect op de actor weergegeven.

61

Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing door verplaatsing In deze oplossingsrichting wordt voor een bestaand bedrijventerrein, met een bestaand knelpunt van onderlinge hinder tussen bedrijven, gezocht naar een oplossing door verplaatsing van het gehinderde of het hinderveroorzakende bedrijf. De nieuwe locatie voor het te verplaatsen bedrijf kan binnen het bedrijventerrein in kwestie liggen, dan wel op een ander bedrijventerrein (nieuw of bestaand). Deze oplossingsrichting is in onderstaande figuur nog eens schematisch weergegeven. Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing door verplaatsing locatie B gehinderde locatie C gehinderde gehinderde locatie A locatie A

elders binnen locatie A

gehinderde elders binnen locatie A

gehinderde locatie A locatie A

Voor de oplossingsrichting ’bestaand bedrijventerrein: oplossing door verplaatsing’ zijn in de navolgende tabel per actor het toe te passen instrument en het effect op de actor weergegeven.

Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing door verplaatsing Actoren Instrument Effect op actor ______________________________________________________________________________________ Rijksoverheid • aanpassen VNG-uitgave Bedrijven & • meer samenhang; milieuzonering (dichter bij praktijk • EZ moet bij aanpassen VNG-uitgave brengen); er op toezien dat belang bedrijven wordt meegenomen. • subsidie voor bedrijfsverplaatsing (koppelen aan investeringsmoment van het bedrijf); • omgevingsvergunning VROM. _____________________________________________________________________________________ Provincie • actief grondbeleid (aankoop strategische • samenwerking; plekken en/of vrijkomende kavels • erkenning behoefte van de sector en eventueel aantrekken met vreemd geef gemeente belang bij ontvangst; kapitaal (beleggers/ontwikkelaars); • erkenning straal actieradius bedrijven; • betrekken van locaties voor woning• meer sturen (streekplan, WRO, bouw of kantoren (plussen en minnen actief grondbeleid); verevenen) zowel binnen een gemeente • evt. kiezen voor landelijk gebied als regionaal); (aansluiten bij bestaande verstoringen); • aanpassing beleid; • maatwerk; • aanbieden alternatieve locaties; • ruimtelijke kwaliteit. • handhaven; • mediation; • coördinerende rol in regionale afstemming in kwaliteit en kwantiteit; • regionale oplossing (terrein van gemeenten, provincie en bedrijven); • aanwijzingsbevoegdheid (bijv. om NIMBY bedrijven te kunnen vestigen op alternatieve locatie). _____________________________________________________________________________________ Gemeenten - regio • handhaven; • samenwerking; • regionale samenwerking; • erken behoefte in eigen regio (oplossen maatschappelijk probleem); • aanbieden alternatieve locaties; • maatwerk; • ruimtelijke kwaliteit. • mediation; • visie op doorontwikkeling bedrijventerrein; • herziening bestemmingsplan (segmentering, staat van bedrijfsactiviteiten); • opstellen beeldkwaliteitsplan (integratie in welstandsnota); • milieukwaliteitskaart • (regionale) commissie nieuwvestiging en adviesaanvraag; • actief grondbeleid (aankoop strategische plekken en/of vrijkomende kavels eventueel aantrekken met vreemd kapitaal (beleggers/ontwikkelaars), vervreemdingsrecht); • betrekken van locaties voor woningbouw of kantoren (plussen en minnen verevenen) zowel binnen een gemeente als regionaal); • acquisitie aan te trekken bedrijven op herstructureringslocatie.

62

vervolg Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): oplossing door verplaatsing Bedrijven • formuleren vestigingscriteria. • verbeteren rendement. gehinderden _____________________________________________________________________________________ Bedrijven • maatschappelijk belang eigen sector • maatschappelijk draagvlak; hinderveroorzakers positioneren; • verbeteren rendement. • formuleren vestigingscriteria. _____________________________________________________________________________________ Parkmanagement• win-winsituatie creëren: mediation; • sterkere positie organisatie. organisaties/ • intermediair (spreekt taal van overheid Intermediaire en bedrijven). organisaties

Nieuw bedrijventerrein: inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering/zonering op regulier terrein Voor het voorkomen van knelpunten van onderlinge hinder op een nieuw bedrijventerrein is bij deze oplossingsrichting gekozen voor het vestigen van gehinderden en hinderveroorzakers op één bedrijventerrein. Echter, de gehinderden en hinderveroorzakers zijn door een goede segmentering en zonering van het terrein ruimtelijk van elkaar gescheiden. Bijkomend voordeel is dat een goede segmentering kan bijdragen in het benutten van kansen tussen bedrijven (symbiose). In onderstaande figuur is deze oplossingsrichting schematisch weergegeven. Nieuw bedrijventerrein: inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering/zonering op regulier terrein gehinderde

locatie A gehinderde

gehinderde

Voor de oplossingsrichting ’nieuw bedrijventerrein: inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering/zonering op regulier terrein’ zijn in de navolgende tabel per actor het toe te passen instrument en het effect op de actor weergegeven.

Nieuw bedrijventerrein: inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering/ zonering op regulier terrein Actoren Instrument Effect op actor ______________________________________________________________________________________ Rijksoverheid • regelgeving aanpassen zodat oplossingen • EZ moet bij aanpassen VNG-uitgave op lager niveau uitvoerbaar zijn; er op toezien dat belang bedrijven wordt meegenomen. • aanpassen VNG-uitgave Bedrijven & milieuzonering: stel bedrijfsactiviteiten centraal i.p.v. bedrijfscategorie. _____________________________________________________________________________________ Provincie • extra locaties toestaan; • erkennen mankementen segmentering; • segmentering voor de top hinder• grotere voorraad met directe bedrijven (stel prioriteit); bestemming toestaan; • coördinerende rol in regionale afstem- • verkrijgen van inzicht in kwalitatieve ming in kwaliteit en kwantiteit; vraag en aanbod; • betrekken van locaties voor woning• meedenken over maatwerk; bouw of kantoren (plussen en minnen • ruimte geven aan invulling segmenteverevenen) zowel binnen een gemeente ring (niet te stringent faseren in WROals regionaal); instrument, maar fasering verankeren in een zorgvuldige gronduitgifte); • scherper handhaven; ook op uitgifte; • milieuvergunning (en afstemming met • voldoende tijd en geld vrijmaken gemeente inzake bouwvergunning); voor handhaving. • handhaven. _____________________________________________________________________________________ Gemeenten - regio • segmenteren/clusteren in bestemmings- • toezicht op naleving van gestelde eisen plan (staat van bedrijfsactiviteiten); (beeldkwaliteitsplan, vergunningen); • beeldkwaliteitsplan; • voldoende tijd en geld vrijmaken voor handhaving; • vergunningen (bouw- en milieu en onderlinge afstemming); • consequent uitgiftebeleid (niet afwijken onder politieke of financiële druk); • gronduitgifte (protocol en criteria); • differentiatie in grondprijs in relatie • regionaal denken; tot segmentering; • groter financieel risico; • fonds herstructurering in grond• buiten traditionele kaders denken exploitatie opnemen; (bijv. acquisitie bedrijven). • acquisitie aan te trekken bedrijven; • eerste recht van koop door overheid bij vertrek bedrijf (vervreemdingsrecht, kettingbeding, mandeligheid); • handhaven; • (regionale) commissie nieuwvestiging en adviesaanvraag; • segmentering op regionale schaal toepassen: regionaal denken en afspraken maken (segmentering is niet zaligmakend) • regionaal grondbeleid; • betrekken van locaties voor woningbouw of kantoren (plussen en minnen verevenen) zowel binnen een gemeente als regionaal). _____________________________________________________________________________________ Bedrijven • overleg met buurbedrijf en overheid; • treed naar buiten: communiceer; gehinderden • kritische analyse bestemmingsplan • draagvlak; (wat mag wel en niet bij de buren?), • rendementsverbetering. check beleid en voorwaarden: bezint eer gij vestigt; • overheid aanspreken op uitgiftekader.

63

vervolg Nieuw bedrijventerrein: inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering/ zonering op regulier terrein Bedrijven hinderveroorzakers • kritische analyse bestemmingsplan • treed naar buiten: communiceer (wat mag wel en niet bij de buren?), (maar ook binnen het bedrijf); check beleid en voorwaarden: bezint • draagvlak; eer gij vestigt; • 'politieagent' spelen bij eigen personeel; • overleg met buurbedrijf en overheid; • visie ontwikkelen op indammen overlast; • voorzieningen treffen; • controle gedrag/ bewustwording eigen • scherp naleven interne regels personeel; (certificering); • specifieke zone voor hinderveroorzakers • rendementsverbetering. (in ketenbenadering). _____________________________________________________________________________________ Parkmanagement• toezicht op naleving uitgiftekader en • reikwijdte van mogelijkheden voor organisaties/ uitgever aanspreken; toezicht en sancties vergroten. Intermediaire • bij dreigende conflicten overheid organisaties betrekken; • intermediair (spreekt taal van overheid en bedrijven).

Nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers Deze oplossingsrichting gaat uit van het voorkomen van knelpunten van onderlinge hinder op een nieuw bedrijventerrein door het aanwijzen van afzonderlijke bedrijventerreinen voor hinderveroorzakende bedrijven. Een en nader is in onderstaande figuur nog eens schematisch verbeeld. Nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers gehinderde locatie A locatie B gehinderde locatie C

gehinderde

Voor de oplossingsrichting ’nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers’ zijn in navolgende tabel per actor het toe te passen instrument en het effect op de actor weergegeven.

Nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers Actoren Instrument Effect op actor ______________________________________________________________________________________ Rijksoverheid • aanpassen VNG-uitgave Bedrijven & • EZ moet bij aanpassen VNG-uitgave milieuzonering: stel bedrijfsactiviteiten er op toezien dat belang bedrijven centraal i.p.v. bedrijfscategorie; wordt meegenomen. • groei faciliteren op bestaande bedrijventerreinen; • maatschappelijke druk nodig; • politieke druk; • geoormerkt geld. _____________________________________________________________________________________ Provincie • ruimte bij ontwikkeling houden; in • verkrijgen van inzicht in kwalitatieve relatie tot bijvoorbeeld wonen; vraag en aanbod; • locaties aanwijzen/toestaan en rekening • verkennen en erkennen actieradius houden met de actieradius van bedrijven; bedrijven; • milieuvergunning (en afstemming met • meedenken over maatwerk; gemeente inzake bouwvergunning); • voldoende tijd en geld vrijmaken voor handhaving; • handhaven; • geoormerkt geld; • meer sturen (streekplan, WRO, • coördinerende rol in regionale afstem- actief grondbeleid); ming in kwaliteit en kwantiteit; • evt. kiezen voor landelijk gebied • betrekken van locaties voor woningbouw (aansluiten bij bestaande verstoringen); of kantoren (plussen en minnen ver• buiten traditionele kaders denken evenen) zowel binnen een gemeente (bijv. bij verevening met woningbouw). als regionaal); • aanwijzingsbevoegdheid. _____________________________________________________________________________________ Gemeenten - regio • regionaal grondbedrijf; • regionaal denken; • PPS (ontwikkelaars betrekken); • toezicht op naleving van gestelde eisen • segmenteren/clusteren in bestemmings- (beeldkwaliteitsplan, vergunningen); plan (staat van bedrijfsactiviteiten); • voldoende tijd en geld vrijmaken voor handhaving; • beeldkwaliteitsplan; • vergunningen (bouw- en milieu en • consequent uitgiftebeleid (niet afwijken onderlinge afstemming); onder politieke of financiële druk); • gronduitgifte (protocol en criteria); • groter financieel risico; • bedrijfsleven meer betrekken bij de • buiten traditionele kaders denken planvorming en RO-procedure overleg (bijv. acquisitie bedrijven). met bedrijven over thema’s en de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein; • fonds herstructurering in grondexploitatie opnemen; • acquisitie aan te trekken bedrijven; • eerste recht van koop door overheid bij vertrek bedrijf (vervreemdingsrecht, kettingbeding, mandeligheid); • handhaven; • (regionale) commissie nieuwvestiging en adviesaanvraag; • segmentering op regionale schaal toepassen: regionaal denken en afspraken maken (segmentering niet zaligmakend); • betrekken van locaties voor woningbouw of kantoren (plussen/minnen verevenen) zowel binnen een gemeente als regionaal).

64

vervolg Nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers Bedrijven • ketenbenadering: complementaire • rendementsverbetering. gehinderden bedrijven (concurrerende bedrijfstypen naast elkaar is onwenselijk); • kritische analyse bestemmingsplan (wat mag wel en niet bij de buren?), check beleid en voorwaarden: bezint eer gij vestigt. _____________________________________________________________________________________ Bedrijven • ketenbenadering: complementaire • rendementsverbetering. hinderveroorzakers bedrijven (concurrerende bedrijfstypen naast elkaar is onwenselijk); • kritische analyse bestemmingsplan (wat mag wel en niet bij de buren?), check beleid en voorwaarden: bezint eer gij vestigt. _____________________________________________________________________________________ Parkmanagement• toezicht op naleving uitgiftekader en • reikwijdte van mogelijkheden voor organisaties/ uitgever aanspreken; toezicht en sancties vergroten. Intermediaire • bij dreigende conflicten overheid organisaties betrekken; • intermediair (spreekt taal van overheid en bedrijven).

65