You are on page 1of 66

Juiste bedrijf op de juiste plek

PRAKTIJKONDERZOEK

projecten innovatie team


Praktijkonderzoek
'Juiste bedrijf op de juiste plek'
Onderlinge hinder tussen bedrijven: meer dan een incident……?!

Projecten Innovatie Team (PIT)


Pettelaarpark 10
5216 PD 's-Hertogenbosch

www.pitbrabant.nl

Grontmij Nederland bv
Eindhoven, 3 februari 2006
Inhoudsopgave
Voorwoord Bijlagen

Samenvatting 5 Bijlage 1 37
Leden begeleidingsgroep, lijst van geïnterviewden
1 Inleiding 11 Bijlage 2 38
1.1 Aanleiding en achtergrond 11 Geselecteerde praktijkcases
1.2 Centrale vraagstelling en onderzoeksvragen 12 Bijlage 3 46
1.3 Signaalfunctie PIT, doelstelling en reikwijdte onderzoek 12 Brainstorm provincie Noord-Brabant (ambtelijk)
1.4 Gebruikte informatie in het onderzoek 13 Bijlage 4 47
1.5 Begeleiding onderzoek 13 Het provinciale klachtenmeldpunt (MIK)
1.6 Leeswijzer 13 Bijlage 5 49
2 Onderlinge hinder tussen bedrijven: meer dan een incident…..?!! 14 Lijst overloopproblematiek
2.1 Algemeen 14 Bijlage 6 49
2.2 Omvang van de onderlinge hinder 14 Informatie provincie Noord-Brabant
2.3 Aard van de onderlinge hinder 14 (handhaving, vergunningverlening, afvalbeheer)
2.4 Het effect van de onderlinge hinder 15 Bijlage 7 51
2.5 Conclusies 17 LISA Vestigingenregister: potentiële onderlinge
3 Actoren en hun rol in het ontstaan van onderlinge hinder 18 hindersituaties
3.1 Algemeen 18 Bijlage 8 58
3.2 Rijksoverheid 18 LISA Vestigingenregister: betrokken bedrijfstypen
3.3 Provincie 19 en aantal vestigingen
3.4 VNG, gemeenten en regio 20 Bijlage 9 59
3.5 Bedrijven 21 Workshop 10 november 2005: deelnemers en acties
3.6 Conclusies 22 Bijlage 10 61
4 Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten 23 Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten
4.1 Algemeen 23
4.2 Bestaand bedrijventerrein: oplossing ter plaatse 23
4.3 Bestaand bedrijventerrein: oplossing door verplaatsing 24
4.4 Nieuw bedrijventerrein: inpassing door segmentering/zonering 25
4.5 Nieuw bedrijventerrein: afzonderlijke terreinen 26
4.6 Conclusies en aanbevelingen 27
5 Economisch belang en wenkend perspectief 29
5.1 Algemeen 29
5.2 Economisch belang 29
5.3 Wenkend perspectief 31
5.4 Conclusies 32
6 Actiepuntenprogramma 33
6.1 Algemeen 33
6.2 Urgente actiepunten 33
6.3 Actiepunten per actor 34
6.4 Conclusies 35
2
Voorwoord
In de praktijk van bedrijventerreinen komt het Projecten Innovatie Team (PIT) voorbeelden
tegen van bedrijven, die qua milieucategorie bij elkaar gevestigd mogen zijn en die ook keurig
volgens de milieuregels werken, maar die in werkelijkheid elkaar overlast bezorgen. Dit komt
voor op bestaande, maar helaas ook op nieuwe bedrijventerreinen. PIT heeft onderzocht of er
sprake is van slechts een enkel incident, waarbij de publiciteit is opgezocht, of dat er meer aan
de hand is.

PIT heeft samen met mensen uit de praktijk, de bedrijven zelf, gemeenten, provincie, rijk en
intermediaire organisaties niet alleen stilgestaan bij het probleem, maar heeft vooral ook naar
mogelijke oplossingsrichtingen gekeken. Het was bijzonder om te ervaren dat ondernemers en
vertegenwoordigers van gemeenten en provincie, die bij de rechtbank tegenover elkaar staan,
nu in dialoog met elkaar spraken over oplossingen. Niet met de hakken in het zand, maar con-
structief en met respect voor elkaars belangen.

Dank aan iedereen die heeft meegewerkt aan interviews en gesprekken met Susan Groot Jebbink
van Grontmij, die voor PIT het onderzoek heeft uitgevoerd.
Dank ook aan allen, die aan de workshop hebben deelgenomen en hun inbreng hebben geleverd.
Dank tenslotte aan mensen die achter de schermen hebben meegewerkt door informatie voor
PIT te ontsluiten (GIS-systeem en MIK-punt).

PIT heeft tijdelijk de rol van probleemeigenaar op zich genomen. Om daadwerkelijk te komen
tot het 'juiste bedrijf op de juiste plek' bent ú nu aan zet. PIT reikt met dit rapport het estafette-
stokje over aan u, ondernemer en aan u, vertegenwoordiger van gemeente, provincie, rijk. Met
visie en met een portie lef heeft u met de voorstellen uit dit praktijkonderzoek, in combinatie
met fysieke ruimte en geld, de oplossingen binnen bereik.
Hiermee hopen wij bij te dragen aan een beter ondernemings- en vestigingsklimaat in Brabant
en aan optimale randvoorwaarden voor herstructurering van bedrijventerreinen.

Het PIT-bestuur

H. Boogers, voorzitter SER Brabant


J. Jorritsma, directeur NV BOM
P. Veelenturf, directielid Economie & Mobiliteit provincie Noord-Brabant (voorzitter PIT)

3
4
Samenvatting
Samenvatting
0.1 Aanleiding en doel praktijkonderzoek

Aanleiding
Een industrieterrein moet een eigentijdse, functionele en concurrentieversterkende omgeving
bieden aan bedrijven. Bedrijven stellen hun eisen aan deze omgeving, waarbij het eigen
bedrijfsproces bepalend is. Het Projecten Innovatie Team (PIT) heeft gemerkt dat de huidige
systematiek (indeling in milieucategorieën) op hoofdlijnen goed werkt. Echter, PIT komt op
bedrijventerreinen helaas voorbeelden tegen van bedrijven, die qua milieucategorie bij elkaar
gevestigd mogen zijn, maar in werkelijkheid elkaar overlast bezorgen. Vaak gaat het om bedrijven
die naast elkaar terecht zijn gekomen nadat er enkele bedrijven verhuisd zijn en zich nieuwe
bedrijven vestigen tussen de al bestaande bedrijven. Echter, ook op nieuwe bedrijventerreinen
doet zich de situatie van onderlinge hinder tussen bedrijven voor.
PIT signaleerde deze situatie op verschillende Brabantse bedrijventerreinen en wilde dit graag,
met de betrokken actoren, verder onderzoeken.

Doel
Het doel van dit onderzoek is om erkenning van het probleem te krijgen bij de betrokken actoren
(signaalfunctie bij de probleemoplossende actoren) op basis van praktijkvoorbeelden.
Daarnaast bieden deze praktijkvoorbeelden inzicht in oplossingen (praktische handreikingen
zonder extra regelgeving) die betrokken actoren ter hand kunnen nemen. Vanuit hun verant-
woordelijkheid kunnen betrokken actoren aan de slag met het oplossen van de problematiek.

0.2 Omvang, aard en effect van onderlinge hinder

Omvang onderlinge hinder


Uit het praktijkonderzoek komt naar voren dat onderlinge hinder tussen bedrijven op een
bedrijventerrein meer is dan een incident. Bij de in dit praktijkonderzoek opgespoorde voor-
beelden is tenminste 30% van de Brabantse gemeenten betrokken.

Hindersoort
Uit de praktijkcases (hinder als gevolg van de dagelijkse bedrijfsvoering) komen
de volgende hindersoorten naar voren:
• geur en stof;
• bodem/water ( mogelijke beïnvloeding bodem-/grondwaterkwaliteit);
• trillingen;
• straling;
• afbreuk van imago (productrisico, visuele hinder).

5
Als gevolg van storingen of incidenten en hieruit voortvloeiende klachten die zijn geregistreerd
in het provinciaal milieuklachtensysteem blijkt de groep lucht, geur en stof de meest voorkomen-
de hindersoort in het provinciaal milieuklachtensysteem, op afstand gevolgd door de hinder-
soort geluid.

Gevoelige combinaties
De analyse van grootste gemene delers aan hinderveroorzakers en gehinderden levert
de onderstaande lijst van gevoelige combinaties op.

Mogelijke hinderveroorzakers Mogelijke gehinderden


• afval- en recyclingsbedrijven (bijv. puinbrekers, auto- • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie;
demontagebedrijven, autoshredder, sorteerinrichtingen); • bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria;
• metaalverwerkingsbedrijven; • bedrijven die ’schone’ machines/gevoelige apparatuur
• grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. vervaardigen;
• bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/uitstraling.

Effect onderlinge hinder


De effecten op het individuele bedrijf, als gevolg van onderlinge hinder, zijn:
• extra investeringen bij zowel het hinderveroorzakende bedrijf als het gehinderde bedrijf;
• stilleggen of terugbrengen van het productieproces (om hinder te voorkomen (hinderveroor-
zakende bedrijf) dan wel als gevolg van optredende hinder bij het gehinderde bedrijf);
• geen of zeer beperkte mogelijkheden voor groei en uitbreiding.
Bovendien frustreert onderlinge hinder de gewenste herstructurering van bedrijventerreinen.
De mechanismen die hieraan ten grondslag liggen zijn:
• ontbreken van segmentering;
• versnippering van bedrijven over meerdere locaties op één bedrijventerrein;
• onaantrekkelijk vestigingsklimaat;
• niet-uitgeefbare braakliggende (delen van) percelen;
• verstoorde relaties.

0.3 Actoren en hun rol in het ontstaan van onderlinge hinder

De verschillende actoren (rijksoverheid, provincie, gemeenten/regio en bedrijven) spelen elk


hun eigen rol in het ontstaan van onderlinge hinder tussen bedrijven.

Rijksoverheid
• instrumenten zijn toegespitst op hinder tussen verschillende functies in plaats van hinder
binnen één functie;
• wetgeving is te statisch toetsend en kan te weinig inspelen op nieuwe ontwikkelingen;
• het sectorale, economische beleid (’Actieplan Bedrijventerreinen’) onderkent onvoldoende
het ontstaan en het effect van onderlinge hinder tussen bedrijven.

6
Provincie
• het bedrijventerreinenbeleid is op een kwantitatieve behoefteraming met een eventuele uit-
splitsing naar milieucategorie gebaseerd in plaats van een kwalitatieve raming waarbij gekeken
is naar vestigingseisen en actieradii van bedrijfstypen;
• de provincie vervult nu nog veelal een toetsende rol (toetsingsplanologie: inbreng (passief)
achteraf). Echter, er wordt hard gewerkt aan een stimulerende, regierol (ontwikkelings-
planologie: inbreng (actief) vooraf).

VNG/gemeenten/regio
• VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ stelt de hoofdactiviteit (en daarbij sterk geleund
op bedrijfstype) centraal in plaats van de meest milieuhinderlijke activiteit. Bovendien is de
referentie ’rustige woonwijk’ niet geschikt voor het benoemen van hinder binnen de functie
’werken’ en biedt het onderscheid in milieucategorieën geen handvaten voor het voorkomen
van hinder tussen verschillende bedrijfstypen binnen dezelfde milieucategorie;
• geen of onvoldoende segmentering in het bestemmingsplan die, indien aanwezig, bij uitgifte
niet kan worden vastgehouden;
• niet-correcte toepassing van de VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ in planvorming
en uitgiftetraject;
• onvoldoende flexibiliteit (stringente fasering) of te weinig focus op segmentering
(alles kunnen vestigen binnen de gemeentegrenzen);
• (onbewust) weren van hinderveroorzakende bedrijven in plannen/uitgifte;
• onvoldoende kennis van het bedrijfsproces (om eventuele hinder te kunnen voorzien);
• onvoldoende of geen gerichte acquisitie om de gewenste bedrijven aan te trekken;
• geen of onvoldoende invloed op de invulling van een vertreklocatie op een bestaand
bedrijventerrein;
• geen regionale afstemming in planning en uitgifte van bedrijventerreinen.
Bedrijven (hinderveroorzakers/gehinderden)
• geen of onvoldoende check op de locatiekenmerken (ook beleidsmatig) bij de vestiging
op een nieuwe locatie;
• onvoldoende communicatie tussen bedrijven onderling, door brancheorganisaties,
intermediaire organisaties als de BZW, het MKB of parkmanagementorganisaties/
bedrijventerreinverenigingen;
• onvoldoende aandacht (weten te) vestigen op de positieve kant van hinderveroorzakende
bedrijven (vooral afvalverwerkende bedrijven) ter verbetering van het imago door branche-
organisaties, pers en (lokaal) overheidsbestuur;
• onvoldoende communicatie tussen bedrijven en overheid.

7
0.4 Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten

Bij het definiëren van de vier mogelijke oplossingsrichtingen voor onderlinge hinder tussen
bedrijven is onderscheid gemaakt in het voorkomen van knelpunten en het oplossen van reeds
ontstane knelpunten.

Oplossen van bestaande knelpunten (bestaand bedrijventerrein)


In de oplossingsrichting waarin het knelpunt op de huidige locatie wordt opgelost, zijn de
instrumenten gericht op de thema's communicatie en geld. Ook speelt een adequate handhaving
een belangrijke rol. Bedrijven kunnen, naast overleg, denken aan technische oplossingen of
aanpassingen in de bedrijfsvoering.
Bij de oplossingsrichting die uitgaat van het oplossen van een bestaand knelpunt door verplaat-
sing, is het aanbieden van alternatieve geschikte locaties het belangrijkste instrument. Hiervoor
is een goede regionale samenwerking nodig, waarbij de provincie een regierol vervult.
Deze regierol kan divers zijn: van aanpassing van het beleid (steekplan) tot het oppakken van
individuele herstructureringslocaties door de Brabantse Herstructureringsmaatschappij (BHB).

Voorkomen van knelpunten (nieuw bedrijventerrein)


De oplossingsrichtingen voor een nieuw bedrijventerrein gaan uit van de inpassing van
gehinderden en hinderveroorzakers door segmentering op een regulier terrein dan wel het ont-
wikkelen van afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers. Bij beide oplossingsrichtingen
geldt dat de bestaande instrumenten (bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan, vergunningen)
voldoende basis bieden om de segmentering en beleidsdoelstellingen te verankeren. Cruciaal is
het uitgifte-traject en een regionale samenwerking, teneinde de voorgestane segmentering te
kunnen behouden bij het toenemen van de financiële druk bij een stagnerende uitgifte. Voor
de gewenste regionale samenwerking is het noodzakelijk dat de provincie, in haar regierol,
gemeenten bijeenbrengt, eventueel haar beleid aanpast aan de regionale afspraken en de
afspraken over regionale samenwerking (contractueel) vastlegt.
Naast de overheid hebben ook bedrijven een verantwoordelijkheid in het voorkomen van
onderlinge hinder en het behouden van de juiste combinatie van bedrijven. Goed overleg
tussen (buur)bedrijven en een check op beleid en voorwaarden bij vestiging (wat mag wel
en niet bij de buren) zijn daarbij belangrijke instrumenten.

0.5 Economisch belang en het wenkend perspectief

Betrokken bedrijfstypen en aantal vestigingen


Op basis van de in het LISA Vestigingenregister blijkt dat 8% (bijna 1200) van de geregistreerde
gevestigde bedrijven op een bedrijventerrein in Noord-Brabant in potentie een gevoelige combi-
natie kunnen vormen met andere bedrijven in hun omgeving. Hiervan kan 2% als hinderveroor-
zakend worden aangemerkt en 6% als hindergevoelig. Deze bedrijven herbergen samen circa
50.000 arbeidsplaatsen, oftewel bijna 20% van de werkgelegenheid van industriële activiteiten
die zijn gevestigd op een bedrijventerrein!

8
De bovengenoemde bedrijven liggen verspreid over de bedrijventerreinen in Noord-Brabant
en vormen daarmee op elk Brabants bedrijventerrein een potentieel knelpunt van onderlinge
hinder.
De analyse uit hoofdstuk 2 maakt duidelijk dat de aanwezigheid van een gevoelige combinatie
op een bedrijventerrein zowel effect heeft op de direct betrokken bedrijven als op het
bedrijventerrein en de overheid. Een gevoelige combinatie frustreert immers de gewenste
herstructurering van een bedrijventerrein, waardoor ook gemeente en provincie in hun
beleid worden belemmerd.

Economische waardeketen
De positie van de hinderveroorzakende bedrijven in de economische waardeketen is belangrijk
en een onmisbaar element in de maatschappij. Zo verwerken bedrijven uit de afvalbranche het
afval tot nieuwe secundaire (bouw)stoffen. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten: enerzijds
wordt minder afval gestort of verbrand (80% wordt hergebruikt), anderzijds worden minder
primaire bouwstoffen voor laagwaardige toepassingen gebruikt. Met een jaarlijkse omzet van
circa 1 miljard euro lost de afvalbranche in Noord-Brabant een maatschappelijk probleem op.

Wenkend perspectief
De geschetste oplossingsrichtingen brengen diverse kansen met zich mee, zoals:
• verbeteren imago hinderveroorzakende bedrijven;
• verbeteren vestigingsklimaat voor bedrijven;
• mogelijkheden voor groei van bedrijven;
• behoud en groei werkgelegenheid;
• zorgvuldig ruimtegebruik;
• samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheid;
• prikkelen en katalyseren van herstructureringsproces.

0.6 Actiepuntenprogramma

Het actiepuntenprogramma beschrijft per actor de uit te voeren actiepunten.


Hieruit zijn de volgende urgente actiepunten gedestilleerd:

A. Regionaal (grond)beleid en segmentering; regierol provincie gewenst


waarbij de volgende acties behoren:
• vaststellen themalocaties binnen gestelde kwantitatieve behoefte en
aanpassen provinciaal beleid;
• vormgeven regionaal uitgiftebeleid en uitgiftekader;
• communicatie gemeenten en regio's over resultaten praktijkonderzoek.
B. Aanpassen en juist gebruik VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’

PIT draagt met deze actiepunten het stokje over aan betrokken actoren.

9
10
Rapport
1 Inleiding
1.1 Aanleiding en achtergrond

Een industrieterrein moet een eigentijdse, functionele en con-


currentieversterkende omgeving bieden aan bedrijven.
Bedrijven hebben hierbij hun eigen wensen, zo merkt PIT,
waarbij vooral hun eigen bedrijfsproces bepalend is. De huidi-
ge systematiek (indeling in milieucategorieën) werkt op hoofd-
lijnen goed, maar in de praktijk van bedrijventerreinen komt
PIT helaas voorbeelden tegen van bedrijven, die qua milieu-
categorie bij elkaar gevestigd mogen zijn, maar in werkelijk-
heid elkaar overlast bezorgen. Het gaat dus niet om illegale
situaties, maar om legaal gevestigde bedrijven die elkaar soms
in de weg kunnen (gaan) zitten door (veranderingen in) het
productieproces of in de aard van de producten. Vaak gaat het
om bedrijven die naast elkaar terecht zijn gekomen nadat er
enkele bedrijven verhuisd zijn en zich nieuwe bedrijven vesti-
gen tussen de al bestaande bedrijven. Echter, ook op nieuwe
bedrijventerreinen doet zich deze situatie voor.
Naast de knelpunten die een ’foute’ combinatie van bedrijven
voor de direct betrokken bedrijven met zich mee kan brengen,
kan een ’foute’ combinatie mogelijk ook de kwaliteit en het
economisch functioneren van (delen van) het bedrijventerrein
beïnvloeden: het blokkeren van toekomstige ontwikkelingen
(herstructurering), het belemmeren van gewenste beleids-
matige ontwikkelingen (revitaliseren, herstructurering, park-
management, het tot stand brengen van de gewenste segmen-
tering van het bedrijventerrein) of onderlinge uitwisseling en
samenwerking tussen bedrijven in de weg staan.

Voorbeeld
Een puinbreker zal eisen stellen aan de moge- (storingen zijn bovendien niet uit te sluiten).
lijkheden voor open opslag en faciliteiten voor Een puinbreker is meer gebaat bij bedrijven in
zwaar transport. Omdat het productieproces zijn directe omgeving, die dezelfde soort rand-
geluid, trillingen en stof kan veroorzaken, is voorwaarden stellen. Ook tellen aspecten van
een puinbreker niet gebaat bij bedrijven die architectuur en landschap niet zwaar voor een
zich in de buurt vestigen die juist gevoelig zijn puinbreker. Deze eigenschappen en randvoor-
hiervoor. De puinbreker wordt dan mogelijk waarden hebben ook mogelijk gevolgen voor
belemmerd in zijn mogelijkheden of moet boven- de kwaliteit, segmentering en mogelijke her-
matig investeren in preventieve maatregelen structurering van het bedrijventerrein.

11
3 Welke oplossingsrichtingen zijn denkbaar?
Voorbeeld a) Biedt het beter segmenteren van bedrijventerreinen, door
Een bedrijf uit de voeding- en genotmiddelen- geen versterking voor het VGM-bedrijf. vooral te kijken naar de wensen van bedrijven vanuit hun
industrie (VGM zal heel andere eisen stellen. Bezoekers moeten representatief kunnen bedrijfsproces, kansen om te komen tot een betere concur-
Vanwege het aspect voeding en voedselveilig- worden ontvangen. rentiepositie, ruimtelijke efficiency, het voorkomen van hin-
heid speelt hygiëne een grote rol. Dit stelt eisen aan de bedrijfsomgeving. der of suboptimale investeringen en optimaler benutten van
Buurbedrijven, die aan het aspect hygiëne Maar ook dit VGM-bedrijf kan op haar beurt grondstoffen en energie? Zijn er segmenten die een apart
afbreuk zouden kunnen doen (daadwerkelijk weer veroorzaker zijn van hinder zoals soort vestigingsklimaat nodig hebben?
of alleen al uit imagooverwegingen), vormen bijvoorbeeld geur of geluid. b) In hoeverre bieden de huidige instrumenten van rijk, pro-
vincie en gemeenten voldoende waarborgen, dat de juiste
combinatie van bedrijven tot stand komt en vooral op termijn
PIT wil graag, met respect voor ieders belang, praktische gehandhaafd blijft?
oplossingsrichtingen aanreiken voor het voorkomen of c) Welke oplossingsmogelijkheden zijn er lokaal of regionaal
oplossen van onderlinge hinder tussen bedrijven, zonder dat en waarom worden die niet benut?
hiervoor in beginsel extra regelgeving nodig is. d) Is het praktisch en reëel om te komen tot een nadere
segmentering van bedrijventerreinen (zonder te verzeilen
Daarnaast wil PIT gebruik maken van haar positie tussen in meer regels, financiële haalbaarheid). Wegen de inspan-
bedrijfsleven en overheid, om aan deze partijen een signaal af ningen op tegen de winst?
te geven over de problematiek en de mogelijk noodzakelijke e) Zijn bedrijven, wanneer ze zich thuis voelen in een
meer fundamentele wijzigingen in de beleid(toepassings)prak- stabiele omgeving, meer bereid om te investeren in hun
tijk van de overheid en het (georganiseerde) bedrijfsleven. bedrijfsomgeving?
Hiervoor is het noodzakelijk beter inzicht te verkrijgen in de
problematiek om de vinger op de zere plek te kunnen leggen.
Naast deze knelpunten, kan ook worden gekeken naar combi- 1.3 Signaalfunctie PIT, doelstelling
naties van bedrijven die elkaar juist (kunnen) versterken om en reikwijdte onderzoek
hier lering uit te trekken.
Signaalfunctie PIT
PIT heeft tijdelijk de rol van probleemeigenaar op zich geno-
1.2 Centrale vraagstelling en onderzoeksvragen men om de omvang van de optredende hinder dan wel het
niet benutten van kansen in beeld te brengen. PIT wil met
Vanuit de hierboven geschetste problematiek kan de volgende praktijkvoorbeelden onderbouwen hoe de situatie in de prak-
vraagstelling worden geformuleerd: tijk ligt en aangeven hoe deze mogelijk praktisch kunnen wor-
Hoe kunnen bedrijven ten opzichte van elkaar goed gepositioneerd den aangepakt.
worden (juiste bedrijf op de juiste plek), zodat ze onderling zo min
mogelijk last hebben van elkaar, mogelijk elkaar juist kunnen Doelstelling
versterken en een bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit, het Het doel van dit onderzoek is om erkenning van het probleem
functioneren en de segmentering van het bedrijventerrein? te krijgen bij de betrokken actoren (signaalfunctie bij de
probleemoplossende actoren), en om inzicht te verkrijgen
De onderzoeksvragen die bij deze probleemstelling kunnen in oplossingen (praktische handreikingen zonder extra regel-
worden gesteld, zijn: geving) die betrokken actoren ter hand kunnen nemen.
1 Vormt het aspect 'onderlinge hinder' inderdaad een Vervolgens kunnen deze actoren, vanuit hun verantwoordelijk-
probleem en zo ja, wat is de omvang, de vorm en het heid, aan de slag met het oplossen van de problematiek.
effect van de hinder? Enerzijds om knelpunten in een vroeg stadium te signaleren
2 Wie zijn probleemeigenaren van deze onderlinge hinder en op die manier te kunnen voorkomen dan wel op te lossen
tussen bedrijven? en anderzijds om kansen (beter) te benutten.
12
Reikwijdte 1.5 Begeleiding onderzoek
Het praktijkonderzoek richt zich op de aspecten van onderlinge
hinder tussen bedrijven op bedrijventerreinen. Hinder tussen PIT heeft ervoor gekozen om bij de opzet en begeleiding van
bedrijven en andersoortige functies (bijv. wonen, recreëren) het project de belanghebbende partijen direct actief te betrek-
wordt in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. ken. In de begeleidingsgroep (zie bijlage 1) is vanuit de over-
heid het rijk (ministerie van EZ) en de provincie Noord-
Brabant (milieu, ruimtelijke ordening en economische zaken)
1.4 Gebruikte informatie in het onderzoek vertegenwoordigd. Daarnaast wordt het georganiseerd
bedrijfsleven vertegenwoordigd door de Brabantse Samen-
Om de vraagstelling uit paragraaf 1.2 te kunnen beantwoorden, werkende Kamers van Koophandel en hebben verder de
is een helder beeld van aard en omvang van de onderlinge hin- Brabantse Herstructureringsmaatschappij en de Brabantse
der tussen bedrijven op de Brabantse bedrijventerreinen en de Milieufederatie zitting in de begeleidingsgroep.
betrokken actoren van belang. Voor het verkrijgen van dit De begeleidingsgroep heeft vanaf het begin van het project
beeld is gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen: een zeer actieve inbreng geleverd en is in totaal zes maal bij-
• een zestal praktijkcases (afnemen interviews bij contact- eengekomen.
personen voor inventarisatie van knelpunten en oplossings-
richtingen);
• een brainstorm met medewerkers van provinciale diensten 1.6 Leeswijzer
(10 maart 2005);
• het provinciale klachtenmeldpunt (MIK-punt); Hoofdstuk 2 geeft inzicht in de omvang van de onderlinge
• de lijst van ’overloopproblematiek’; hinder tussen bedrijven, zowel voor de omvang, de aard als
• nadere informatie van de provincie (Vergunningverlening, het effect ervan. Vervolgens komen in hoofdstuk 3 de verschil-
Handhaving, Afval(beheer) en Ruimtelijke Ordening); lende actoren en hun rol in het ontstaan van onderlinge hin-
• het LISA Vestigingenregister: potentiële onderlinge hinder- der aan de orde.
situaties in Noord-Brabant (welk bedrijfstype levert in potentie Hoofdstuk 4 beschrijft de vier oplossingsrichtingen, de in te
hinder op en welk bedrijfstype is in potentie hindergevoelig); zetten instrumenten door betrokken actoren en het effect op
• een workshop met rijk, provincie, gemeente, bedrijven (hin- de actor. Ook geeft dit hoofdstuk inzicht in de veranderingen
derveroorzakers en gehinderden), Kamer van Koophandel, die binnen de huidige beleidspraktijk nodig zijn om de
SRE, BMF, NV REDE en parkmanagementorganisaties over beschreven instrumenten door de actoren succesvol toe te
mogelijke oplossingsrichtingen (10 november 2005). kunnen passen.
Vervolgens geeft hoofdstuk 5 een doorkijk naar het aantal
bedrijven dat in Noord-Brabant is gevestigd en in dit praktijk-
onderzoek als hindergevoelig of hinderveroorzakend is aange-
merkt en de economische betekenis van deze bedrijfstypen.
Ook geeft dit hoofdstuk inzicht in de kansen die kunnen ont-
staan bij het oplossen en voorkomen van de knelpunten van
onderlinge hinder, oftewel het wenkend perspectief.
Tenslotte is in hoofdstuk 6 het actiepuntenprogramma opge-
nomen waarmee PIT, vanuit haar signaalfunctie, het stokje wil
overdragen aan de betrokken actoren.

13
2 Onderlinge hinder tussen bedrijven: meer dan een incident…..?!!
2.1 Algemeen 2.3 Aard van de onderlinge hinder

Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag hoe groot het pro- Hindersoort
bleem van onderlinge hinder tussen bedrijven in potentie is in De gehanteerde informatiebronnen geven ook inzicht in de
de provincie Noord-Brabant op basis van de geraadpleegde voorkomende hindersoorten, hinderbedrijven en gehinderden.
informatiebronnen (zie § 1.4). Oftewel: ’Gaat het om enkele De hindersoort stof en geur alsmede hindersoorten als
incidenten of speelt er meer in Brabant?’. Het tweede deel van bodem/water (mogelijke beïnvloeding bodem- en grondwater-
dit hoofdstuk gaat in op de aard van de onderlinge hinder en kwaliteit), trillingen (bijv. door verkeersbewegingen), straling
het effect daarvan op de individuele bedrijfsvoering en het (beïnvloeding apparatuur) en afbreuk van het imago (product-
bedrijventerrein als geheel. Tenslotte zijn in § 2.5 de conclusies risico, visuele hinder) komen uit de praktijkcases naar voren.
nog eens samengevat weergegeven. Dit wordt ook door medewerkers van de provincie herkend.
De opzet van het hoofdstuk is zodanig dat alleen de uitkom- Hierbij gaat het niet alleen om hinder als gevolg van storingen
sten van het onderzoek zijn opgenomen. Voor nadere informa- of incidenten, maar ook om hinder die als gevolg van de dage-
tie over de gehanteerde informatiebronnen wordt verwezen lijkse, normale bedrijfsvoering van het hinderveroorzakende
naar de diverse bijlagen. bedrijf wordt ondervonden door het in de directe nabijheid
gelegen hindergevoelige bedrijf.
Het provinciale klachtenmeldpunt (zie ook bijlage 4) maakt
2.2 Omvang van de onderlinge hinder duidelijk dat bijna 70% van de geregistreerde klachten – veelal
als reactie op storingen of incidenten – van onderlinge hinder
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat onderlinge hinder tussen bedrijven is gerelateerd aan de hindersoort lucht, geur
tussen bedrijven op veel plaatsen in Noord-Brabant voorkomt. en stof. De hindersoort geluid volgt op afstand met een aan-
Op grond van de geanalyseerde praktijkcases (zie bijlage 2), deel van bijna 20% van de geregistreerde klachten.
informatie uit het provinciaal klachtenmeldpunt (zie bijlage 4)
en medewerkers van de provincie (zie bijlage 6) zijn in dit Hinderveroorzakende en hindergevoelige bedrijven
praktijkonderzoek 20 concrete voorbeelden opgespoord, waar- Als grootste gemene deler van hinderveroorzakende bedrijven
bij tenminste 30% van de Brabantse gemeenten is betrokken. komen uit het praktijkonderzoek de volgende sectoren naar
voren:
De resultaten van de inventarisatie van cases en concreet • afval- en recyclingsbedrijven (bijv. puinbrekers, auto-
bekende gevallen is vervolgens aangevuld met een Brabant demontagebedrijven, autoshredder, sorteerinrichtingen);
brede inventarisatie van potentiële hindergevallen. Hiertoe is • metaalverwerkingsbedrijven;
het LISA Vestigingenregister geraadpleegd (zie bijlage 7). De • grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven.
analyse van deze gegevens maakt duidelijk dat op elk bedrij- Naast deze ’top hinderveroorzakende bedrijven’ kunnen ook
venterrein in Noord-Brabant sprake is van potentieel gevoelige destructiebedrijven, slachterijen, veevoederbedrijven alsmede
combinaties van bedrijven. Nemen we hiervan de zogenaam- wezensvreemde elementen (zoals sportscholen, kartbanen/
de ’Top onderlinge hindersituaties’ dan blijkt op elk bedrijven- recreatieve functies, scholen en gezondheidszorg) hinder naar
terrein nog steeds sprake te zijn van één tot enkele potentieel andere bedrijven veroorzaken.
gevoelige combinaties.
Op basis van de 20 praktijkcases en de daarbij behorende De bedrijfssegmenten die gevoelig zijn voor onderlinge hinder
kaartbeelden van de ’Top onderlinge hindersituaties’ blijken (de gehinderde bedrijven) betreffen in hoofdzaak:
deze potentieel gevoelige combinaties in veel gevallen ook • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie;
daadwerkelijk onderlinge hinder tussen bedrijven op te leveren. • bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laboratoria;
14
• bedrijven die ’schone’ machines/gevoelige apparatuur Ter illustratie van de bovengenoemde effecten volgen onder-
vervaardigen. staand enkele voorbeelden uit de praktijkcases.
Daarnaast dient te worden vermeld dat bedrijven die hechten De extra investeringen bij het hinderbedrijf (aanpassen productie-
aan beeldkwaliteit/uitstraling en bedrijven met een kantoor- proces, overkapping ter voorkoming van overlast naar de buur-
gedeelte ook hindergevoelig zijn. bedrijven) komen (mede) voort uit strengere eisen die in de
milieuvergunning worden gesteld (eisen komen mede op basis
Op grond van de analyse van de grootste gemene delers aan van klachten tot stand). Saillant detail hierbij is dat als gevolg
hinderveroorzakende bedrijven en gehinderde bedrijven kunnen van de extra maatregelen die moeten worden genomen voor het
gevoelige combinaties worden gedestilleerd. In onderstaande wegnemen van bepaalde hinder het bedrijf voor nieuwe proble-
tabel zijn deze gevoelige combinaties weergegeven: men kan komen te staan. Zo leidt het aanbrengen van een over-
kapping ter voorkoming van geurhinder naar de omgeving tot
Mogelijke hinderveroorzakers Mogelijke gehinderden nadere eisen voor het binnenklimaat van de werknemers (lucht,
• afval- en recyclingsbedrijven • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie; geluid) en daarmee tot aanvullende investeringen.
(bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, • bedrijven die werken met gevoelige Het gehinderde bedrijf doet bijvoorbeeld extra investeringen
autoshredder, sorteerinrichtingen); apparatuur, laboratoria; door het inzetten van een milieuadviseur (adviseert over milieu-
• metaalverwerkingsbedrijven; • bedrijven die ’schone’ machines/ vergunning van hinderbedrijf en voeren van overleg met hinder-
• grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. gevoelige apparatuur vervaardigen; bedrijf). Ook kan bij het gehinderde bedrijf sprake zijn van nega-
• bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/ tieve effecten op de bedrijfsvoering omdat als gevolg van de
uitstraling. optredende hinder (geur) het personeel tijdelijk niet kan werken
of als gevolg van stof het buitenterrein en daarop aanwezige
materialen (geparkeerde auto's van personeel, te verkopen
2.4 Het effect van de onderlinge hinder auto's of gereedstaande producten voor verkoop/transport)
moet worden schoongemaakt.
Algemeen Bij enkele cases zijn partijen verwikkeld in juridische procedures.
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat onderlinge hinder Deze procedures vormen feitelijk de graadmeters voor de onder-
tussen bedrijven op veel plaatsen in Noord-Brabant voorkomt. liggende problematiek van onderlinge hinder. De knelpunten van
Deze onderlinge hinder is niet bevorderlijk voor het economisch de onderlinge hinder zijn van een dergelijke aard dat bedrijven
functioneren van de bedrijven (en daarmee de concurrentieposi- zich genoodzaakt voelen om, als laatste middel, juridische proce-
tie van de bedrijven) en het bedrijventerrein als geheel. dures aan te gaan. Deze procedures vergen inzet van tijd/capaci-
Ten aanzien van de bedrijven kan worden opgemerkt dat dit teit en geld (inhuren advocaten, proceskosten) van het bedrijf.
zowel geldt voor het bedrijf dat de hinder veroorzaakt als het
bedrijf dat de hinder ondervindt. Het oplossen van bestaande Effect op het bedrijventerrein
knelpunten op bedrijventerreinen is wenselijk vanuit het func- Naast het mogelijke effect op de individuele bedrijfsvoering
tioneren van de bedrijven en vanuit het streven naar een kan onderlinge hinder tussen bedrijven ook gevolgen hebben
goede kwaliteit van de bedrijfsomgeving (het bedrijventerrein). voor het functioneren van het bedrijventerrein als geheel.
Samenvattend kan worden gesteld dat: onderlinge hinder tussen
Effect op het individuele bedrijf bedrijven de gewenste herstructurering van bedrijventerreinen
De effecten op het individuele bedrijf, als gevolg van onder- belemmert.
linge hinder, zijn: Onderstaand is aangegeven welke mechanismen zorgen voor
• extra investeringen bij zowel het hinderveroorzakende het frustreren van de herstructureringsopgave.
bedrijf als het gehinderde bedrijf;
• stilleggen of terugbrengen van het productieproces (om hin- Segmentering
der te voorkomen (hinderveroorzakende bedrijf) dan wel als Segmentering is in dit praktijkonderzoek gedefinieerd als het
gevolg van optredende hinder bij het gehinderde bedrijf); indelen van bedrijventerreinen naar bedrijfsprocessen en -typen.
• geen of zeer beperkte mogelijkheden voor groei en uitbreiding. Segmentering kan plaatsvinden binnen één bedrijventerrein of
15
tussen bedrijventerreinen (zonder direct van themaparken te het verspreiden van de hinder over het bedrijventerrein, tot
spreken) binnen een regio (of andere geografische entiteit) extra transportbewegingen en raakt het bedrijf steeds sterker
door afspraken tussen overheden. gebonden aan de huidige locaties en is daarmee steeds moei-
Door het ontbreken van de bovengenoemde segmentering op lijker te verplaatsen.
een bedrijventerrein dan wel tussen bedrijventerreinen in een
regio zijn er geen waarborgen aanwezig voor het toetsen van Onaantrekkelijk vestigingsklimaat
het te vestigen type bedrijf (en bijhorende bedrijfsprocessen). Bedrijventerreinen waar sprake is van onderlinge hinder tus-
Hierdoor kunnen bedrijven zich naast elkaar vestigen die sen bedrijven en dientengevolge de onderlinge relaties sterk
elkaar overlast (kunnen) bezorgen. Als gevolg van deze onder- zijn verstoord, vormen geen aantrekkelijke vestigingslocatie.
linge hinder worden de ontwikkelingsmogelijkheden voor Door het ontbreken van een helder profiel van een bedrijven-
beide bedrijfssegmenten beperkt: het bedrijf dat hinder veroor- terrein zijn voor de bedrijven geen waarborgen geboden voor
zaakt wordt in haar bedrijfsvoering belemmerd en krijgt in een de vestiging van nieuwe bedrijven die gelijksoortige eisen stel-
aantal gevallen met strengere eisen in de milieuvergunning te len aan het terrein.
maken. Dit leidt vervolgens weer tot extra investeringen op de Deze aspecten samen maken het bedrijventerrein weinig aan-
locatie, waardoor het bedrijf vanwege deze extra investeringen trekkelijk, er ontbreekt immers het voor een bedrijf zo belang-
nog sterker aan de locatie gebonden is. Anderzijds wordt het rijke stabiele investeringsklimaat.
gehinderde bedrijf mogelijk beperkt in haar bedrijfsvoering
(doen van extra investeringen) en kunnen clusters van gelijk- Niet-uitgeefbare braakliggende (delen van) percelen
soortige bedrijven niet worden gerealiseerd omdat de nieuw Het beter benutten van de beschikbare ruimte op bestaande
aan te trekken bedrijven nauwelijks geïnteresseerd zijn vanwe- bedrijventerreinen wordt bij onderlinge hinder tussen bedrijven
ge de bestaande conflictsituatie. mogelijk belemmerd doordat tussengelegen (braakliggende)
Samenvattend kan worden gesteld dat de huidige ruimtelijke kavels niet of nauwelijks (her)uitgeefbaar zijn. Immers het
ordeningssystematiek om te komen tot een indeling van bedrijf dat hinder ondervindt wil geen bedrijf naast zich dat de
bedrijventerreinen middels milieucategorieën (VNG-uitgave, aanwezige hinder mogelijk vergroot (het gehinderde bedrijf zal
Den Haag 2001) niet voorkomt dat bedrijven die elkaar over- bezwaarprocedures voeren bij bouw- en milieuvergunnings-
last kunnen bezorgen zich naast elkaar (mogen) vestigen. pocedures).
Bovendien blijkt dat, door het ontbreken van een regionale Anderzijds zal door de aanwezigheid van het hinderveroorza-
segmentering (regionale afstemming over de te vestigen kende bedrijf slechts een beperkt aantal bedrijfssegmenten
bedrijfstypen op de verschillende bedrijventerreinen), de kans geïnteresseerd zijn in vestiging, die mogelijk weer extra hinder
zeer reëel is dat voor bepaalde sectoren (hoogwaardig seg- opleveren voor het hindergevoelige bedrijf.
ment met lage milieuhinder) een overschot aan nieuwe loca-
ties ontstaat en voor de meer milieubelastende sectoren Verstoorde relaties
geschikte vestigingslocatie ontbreken. De onderlinge hinder tussen bedrijven kunnen tot ernstig ver-
stoorde relaties tussen bedrijven leiden, wat niet ten goede
Versnippering komt aan het tot stand brengen van samenwerkingsprojecten
Voor een aantal bedrijventerreinen zijn inmiddels herstructure- in welke vorm dan ook op een bedrijventerrein. Hierbij is
ringsplannen/toekomstvisies vastgesteld, waarbij deellocaties immers een goed overleg tussen de verschillende op het
met onderling conflicterende bedrijfsfuncties als te herstructu- bedrijventerrein gevestigde bedrijven onontbeerlijk.
reren gebied zijn opgenomen. Hierbij kan worden opgemerkt
dat de zogenaamde hinderveroorzakers bij uitbreidingswensen Bovenstaande mechanismen frustreren de zo gewenste her-
elders maar moeilijk of in het geheel niet aan een alternatieve structureringsopgave. Bovendien komen kwaliteitsverbeterin-
locatie komen. Dientengevolge is het bedrijf genoodzaakt om gen in het openbaar gebied (revitalisering) die, naast het alge-
de uitbreiding over meerdere, verspreid liggende (kleinere) meen functioneren van het terrein en de verkeersveiligheid,
deellocaties te verdelen. Dit komt niet ten goede aan de van groot belang worden geacht door bedrijven die hechten
bedrijfsvoering. Bovendien leiden deze deellocaties weer tot aan uitstraling en beeldkwaliteit, niet geheel tot hun recht als
16
in de directe nabijheid van deze bedrijven andere bedrijven
zijn gevestigd die vanuit hun bedrijfsactiviteiten geen belang
hechten aan de representativiteit van de omgeving waarin zij
gevestigd zijn.

2.5 Conclusies
1. Omvang onderlinge hinder 4. Effect onderlinge hinder
Onderlinge hinder tussen bedrijven op een bedrijventerrein De effecten op het individuele bedrijf, als gevolg van
is meer dan een incident. Bij de in dit praktijkonderzoek onderlinge hinder, zijn:
opgespoorde voorbeelden is tenminste 30% van de Brabantse • extra investeringen bij zowel het hinderveroorzakende
gemeenten betrokken. bedrijf als het gehinderde bedrijf;
• stilleggen of terugbrengen van het productieproces (om hin-
2. Hindersoort der te voorkomen (hinderveroorzakende bedrijf) dan wel als
Uit de praktijkcases (hinder als gevolg van de dagelijkse gevolg van optredende hinder bij het gehinderde bedrijf);
bedrijfsvoering) komen de volgende hindersoorten naar voren: • geen of zeer beperkte mogelijkheden voor groei en uitbreiding.
• stof en geur;
• bodem/water Bovendien frustreert onderlinge hinder de gewenste herstruc-
(mogelijke beïnvloeding bodem-/grondwaterkwaliteit); turering van bedrijventerreinen. De mechanismen die hieraan
• trillingen; ten grondslag liggen zijn:
• straling; • ontbreken van segmentering;
• afbreuk van imago (productrisico, visuele hinder). • versnippering van bedrijven over meerdere locaties
Als gevolg van storingen of incidenten en hieruit voortvloeiende op één bedrijventerrein;
klachten die zijn geregistreerd in het provinciaal milieuklachten- • onaantrekkelijk vestigingsklimaat;
systeem is de groep lucht, geur en stof de meest voorkomende • niet-uitgeefbare braakliggende (delen van) percelen;
hindersoort, op afstand gevolgd door de hindersoort geluid. • verstoorde relaties.
3. Gevoelige combinaties
De analyse van grootste gemene delers aan hinderveroorzakers
en gehinderden levert de onderstaande lijst van gevoelige
combinaties op.

Mogelijke hinderveroorzakers Mogelijke gehinderden


• afval- en recyclingsbedrijven • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie;
(bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, • bedrijven die werken met gevoelige
autoshredder, sorteerinrichtingen); apparatuur, laboratoria;
• metaalverwerkingsbedrijven; • bedrijven die ’schone’ machines/
• grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. gevoelige apparatuur vervaardigen;
• bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/
uitstraling.

17
3 Actoren en hun rol in het ontstaan van onderlinge hinder
3.1 Algemeen nationale concurrentiepositie van Nederland, bevordering van
krachtige steden en een vitaal platteland, bevordering en ont-
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de verschillende actoren die een wikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden,
rol spelen bij het ontstaan van onderlinge hinder tussen en borging van de veiligheid. De nota benoemt als één van de
bedrijven. belangrijke uitgangspunten dat milieu- en veiligheidsaspecten
De directe probleemeigenaren zijn de betrokken bedrijven die vroegtijdig, integraal en gebiedsgericht in de planvorming wor-
in hun ontwikkeling worden geschaad. Daarnaast liggen de den betrokken. Een goede basiskwaliteit van de ruimtelijke
consequenties ook breder dan alleen bij deze individuele ontwikkeling in Nederland is essentieel. Zonering is daarbin-
bedrijven, immers gemeenten en provincie krijgen ook met nen een belangrijk aspect.
deze problemen te maken bij de herstructurering van bestaan- In aansluiting hierop heeft het kabinet voor het economisch
de bedrijventerreinen (beter benutten van de beschikbare beleid in het ’Actieplan Bedrijventerreinen’ (Ministerie van
ruimte op bestaande bedrijventerreinen), het (verder) tot Economische Zaken, mei 2004) de generieke acties ’Meer
stand brengen van segmentering van bedrijventerreinen en ruimte voor NIMBY-bedrijven’ en ’Betere zonering’ geformu-
het realiseren van samenwerking tussen bedrijven. leerd. Bij laatstgenoemde actie wordt aangegeven dat een
Om tot een oplossing voor onderlinge hinder te komen goede zonering voor burgers en bedrijven onderling van
(hoofdstuk 4) is het van belang om ook inzicht te krijgen in de belang is voor een optimaal ondernemings- en woonklimaat.
oorzaak van de problemen en welke actoren hierbij een rol Nu staat de zonering regelmatig onder druk en het is in het
spelen. Achtereenvolgens worden de volgende actoren onder- belang van burgers en bedrijven dat sprake is van een goede
scheiden: rijksoverheid, provincie, gemeenten/regio en bedrij- zonering en dat de bevoegde gezagen deze handhaven.
ven (hinderveroorzakers, gehinderden). De conclusies zijn In deze actie wordt het belang van zonering voor bedrijven
opgenomen in § 3.6. onderling onderkend. De ministeries van Economische Zaken
en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en milieubeheer
(namens het rijk) participeren daarom ook in het traject ’ver-
3.2 Rijksoverheid nieuwing van het de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering"
(§ 3.4). Centraal in dat traject staat de ontwikkeling van een
De huidige wettelijke instrumenten voor het ruimtelijke orde- vernieuwde methode voor milieuzonering, die bedrijven vol-
ningsbeleid (WRO) en de Wet Milieubeheer zijn vooral toege- doende milieuruimte biedt en milieugevoelige bestemmingen
spitst op het voorkomen van hinder tussen verschillende func- voldoende beschermt. De methode moet tevens geschikt zijn
ties (bijvoorbeeld werken versus wonen/recreëren). Over hin- voor functiemenging in stedelijk gebied. Het gaat om zonering
der binnen één functie, in dit geval werken c.q. bedrijvigheid, van bedrijven(-terreinen) en milieu-
worden geen handvaten geboden of wettelijke eisen gesteld. categorisering van bedrijven.
Bovendien is wetgeving te statisch toetsend en kan daarmee De vernieuwing van de uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’
niet of nauwelijks inspelen op nieuwe ontwikkelingen. De is niet specifiek gericht op onderlinge hinder tussen bedrijven,
voornemens voor meer afstemming tussen de verschillende maar biedt wel openingen om dit aspect mee te nemen.
geledingen van de overheid (RO, milieu, economische zaken
etc.) in de vorm van een omgevingsvergunning bieden pers- De eerstgenoemde actie uit het ’Actieplan Bedrijventerreinen’
pectief voor de toekomst. heeft betrekking op de industrie die moeilijk is in te passen
(vanwege hinder, gevaar of beeldkwaliteit). De rijksoverheid
De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke wil in de praktijk via een pilot leren hoe verschillende belang-
ontwikkeling van Nederland. Meer specifiek richt het kabinet hebbenden op een constructieve manier kunnen samenwer-
zich hierbij op vier algemene doelen: versterking van de inter- king zodat oplossingen worden gevonden voor de vestiging
18
van deze NIMBY-bedrijven. Recent (januari 2006) is door de komen. Om voor deze bedrijven een goed en stabiel onderne-
provincie Gelderland het project ’Inpassing Zware industrie’ mingsklimaat te creëren, is het onderkennen van het aspect
afgerond. In dit project is een duurzame aanpak ontwikkeld onderlinge hinder van groot belang.
voor het oplossen en voorkomen van probleemsituaties rond-
om zware industrie (in relatie tot de woonomgeving). Het
resultaat is een pakket aan beleidsmaatregelen op het gebied 3.3 Provincie
van ruimte, milieu, de afstemming tussen ruimte en milieu,
economie en financiën. Ter illustratie van deze concrete maat- Het vigerend streekplan en het toewijzen van nieuwe bedrijven-
regelen kunnen worden genoemd: terreinen gaat uit van een kwantitatieve benadering van het
• het specifiek reserveren van ruimte voor zware bedrijven in aantal nieuw aan te leggen bedrijventerreinen. Bij deze kwanti-
het streekplan 2005 door de provincie Gelderland; tatieve benadering wordt een nader onderscheid aangebracht
• het reserveren van budget voor inpassing en verplaatsing tussen de vestiging van de verschillende milieucategorieën.
van zware bedrijven door de provincie Gelderland. Een onderscheid naar bedrijfssectoren (en bedrijfsprocessen)
en daaraan gekoppelde wensen en eisen aan de vestigings-
In het kader van het onderkennen en kennen van knelpunten locaties wordt daarbij niet gemaakt. Ook is in het provinciaal
in wet- en regelgeving in algemene en brede zin heeft het beleid nauwelijks focus op verschillende typen bedrijventerrei-
ministerie van Economische Zaken een meldpunt tegenstrijdi- nen die aan bepaalde segmenten (die elkaar goed verdragen)
ge regels voor ondernemers en overheden ingesteld. Op deze een plek dienen te bieden.
manier wil het ministerie proberen om de regeldruk te vermin- Uit onderhavig praktijkonderzoek komt naar voren dat de wen-
deren. Dit geldt onder meer voor regelgeving die betrekking sen en eisen aan een vestigingslocatie per bedrijfstype (binnen
heeft op bedrijventerreinen en milieu. éénzelfde milieucategorie) verschillend kunnen zijn. Het pro-
vinciaal beleid houdt momenteel nog geen rekening met deze
De beleidsnotitie ’Pieken in de Delta’ van het Ministerie van verschillen of overeenkomsten in eisen die aan vestigingsloca-
Economische Zaken (juli 2004) beschrijft de economische ties worden gesteld.
agenda van het kabinet voor zes gebieden in ons land. Met Naast de eisen en wensen aan de vestigingslocatie speelt de
deze agenda wil het kabinet bijdragen aan de ambitie om van actieradius van een bedrijfssector ook een belangrijke rol in
Nederland een concurrerende en dynamische economie te de zoektocht naar een geschikte vestigingslocatie. Zo blijkt uit
maken. De provincie Noord-Brabant maakt in deze beleidsno- de interviews en de workshop bijvoorbeeld dat de actieradius
titie onderdeel uit van twee gebieden: Zuidwest Nederland en van (sloop- en bouw)afvalverwerkingsbedrijven circa 20 kilome-
Zuidoost Nederland. Voor Zuidwest Nederland ligt de focus ter (afstand van het bedrijf tot de bron van het afval) bedraagt1.
op het nog beter profiteren van de strategische ligging tussen
de wereldhavens in Rotterdam en Antwerpen. In Zuidoost
Nederland ligt een opgave voor de (verdere) ontwikkeling van 1 Deze informatie is afkomstig van de bedrijven die geïnterviewd zijn en bedrijven die op de workshop van
hoogwaardige, kennisintensieve industrie. Een forse herstruc- 10 november 2005 aanwezig waren. In het BRO-rapport ’Ruimteproblematiek milieuhinderlijke bedrijven in
turering van bedrijventerreinen langs de A2-as dient een bij- Zuid-Holland’ (januari 2001) wordt de hoge regionale afhankelijkheid van deze sector (als gevolg van
drage te leveren aan de oplossing van ruimtelijke knelpunten. transportafstanden) ook genoemd. In een telefonisch onderhoud met de heer Donders (Vereniging van Afval-
In deze beleidsnota is het aspect ’onderlinge hinder tussen bedrijven) blijkt een tweedeling te kunnen worden gemaakt inzake de regiogebondenheid van afvalverwerkende
bedrijven’ niet specifiek opgenomen. Wel hecht de rijksover- bedrijven, waarbij voor beide onderscheiden typen markt bestaat:
heid een groot belang aan de ontwikkeling van hoogwaardige, a. afvalverwerkende bedrijven met een hoogwaardig eindproduct zijn nauwelijks regiogebonden, aangezien
kennisintensieve industrie. Deze bedrijfssector herbergt een een groot volume nodig is om de benodigde investeringen voor de hoogwaardige technische installaties
aantal bedrijfstypen (VGM-bedrijven, farmaceutische bedrij- rendabel te maken. Bovendien kent de afzetmarkt een veelal landelijke spreiding;
ven, bedrijven die werken met gevoelige apparatuur, laborato- b. afvalverwerkende bedrijven met een laagwaardig eindproduct zijn sterk regiogebonden, omdat het
ria, hoogwaardige technologische bedrijven) die in dit praktijk- concurrerend vermogen wordt bepaald door de afstand tot de afvalbron en de afstand tot de afzetmarkt.
onderzoek (zie § 2.3) als hindergevoelige bedrijven naar voren Door de lagere investeringskosten zijn de benodigde afvalvolumes ook lager.
19
Deze actieradius stelt het afvalverwerkende bedrijf in staat om verkeer en visuele kwaliteit opgenomen. Op basis van de SBI-
op korte afstand van de bron het afval (met name bouw- en code (Standaard Bedrijfs Indeling)en de hinder van een inrich-
sloopafval) te verwerken. ting wordt een minimale afstand aangegeven ten opzichte van
Het aantal nieuwe bedrijventerreinlocaties in de stedelijke en een rustige woonwijk. In de handleiding wordt aangegeven dat
landelijke regio's, zoals benoemd in het vigerend streekplan afstanden bij andere omgevingstypen (bijv. een centrumge-
en de regionale uitwerkingsplannen, geeft nog geen antwoord bied) lager kunnen uitvallen. De VNG-basiszoneringslijst (lijst
op de vraag naar locaties voor bedrijven met een kleinere van bedrijfstypen en hun hinderaspecten) wordt gebruikt bij
actieradius. Op deze manier stagneert de herstructureringsop- het toetsen van bestemmingsplannen en de planning van
gave, omdat alternatieve geschikte locaties voor het uitplaat- bedrijventerreinen. Uitspraken van de Raad van State geven
sen van bedrijven ontbreken. aan dat, indien in een bestemmingsplan wordt verwezen naar
Tenslotte vervult de provincie (gelijk aan de rijksoverheid) een handleiding en lijst, daar vervolgens slechts gemotiveerd van
toetsende rol bij bestemmingsplannen. De provincie toetst kan worden afgeweken.
deze plannen aan haar eigen (streekplan)beleid. We zien dat
de praktijk van toetsingsplanologie (inbreng (passief) achter- In het kader van de scope van dit praktijkonderzoek blijkt bij
af) steeds meer wordt gecombineerd met ontwikkelingspla- de toepassing van de handleiding en lijst sprake te zijn van
nologie (inbreng (actief) vooraf). Door de provincie wordt op een aantal knelpunten, te weten:
dit moment hard gewerkt aan ontwikkelingsplanologie, zoals • gebrek aan maatwerk door het klakkeloos overnemen van de
het voorbeeldproject West-Brabant. Een sterke combinatie van lijst in bestemmingsplannen en ’blind’ gebruik van de lijst in
toelatings- en ontwikkelingsplanologie lijkt hier perspectief te de uitgiftefase;
bieden. In dit kader biedt de nieuwe Wet op de Ruimtelijke • zonering op basis van de hoofdactiviteit (of sterk geleund
Ordening wellicht ook nieuwe mogelijkheden voor de provin- op bedrijfstype) in plaats van de meest milieuhinderlijke
cie. activiteit centraal te stellen;
• verschil tussen veronderstelde hinder en daadwerkelijke
hinder;
3.4 VNG, gemeenten en regio • de referentie ’rustige woonwijk’ is niet geschikt voor het
benoemen van hinder binnen de functie ’werken’;
Gemeenten zijn, met het opstellen van (bestemmings)plan- • het onderscheid in milieucategorieën biedt geen handvatten
nen voor nieuwe én bestaande bedrijventerreinen, de schakel voor het voorkomen van hinder tussen verschillende
in het vertalen van het rijks- en provinciaal beleid. Ook zijn zij bedrijfstypen binnen dezelfde milieucategorie;
veelal de uitgevende partij2 bij (nieuwe) bedrijventerreinen. • er wordt geen rekening gehouden met cumulatie van hinder.
VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ Eind 2005 is gestart met het project voor de actualisering van
Voor het opstellen of herzien van bestemmingsplannen voor- de uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ (het Groene Boekje).
ziet de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) met de uit- Het betreft een gezamenlijk initiatief van de ministeries van
gave ’Bedrijven en milieuzonering’ (het Groene Boekje) (Den Economische Zaken en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
Haag, 2001) in een praktische handleiding voor de zonering en milieubeheer, Stichting Natuur en Milieu en de VNG, waar-
van bedrijven in verband met hinder of gezondheidsrisico's. In bij laatstgenoemde organisatie de trekker van het project is.
deze handleiding worden de hindercategorieën geluid, stof,
geur, lucht en gevaar onderscheiden. Tevens zijn indices voor Gemeentelijke en regionale uitvoeringspraktijk
Bij gemeenten (publiekrechtelijke taak) kunnen de volgende
2 Naast gemeenten kunnen ook private partijen als uitgevende partij bij oorzaken voor het ontstaan van onderlinge hinder worden
nieuwe dan wel bestaande bedrijventerreinen optreden. Voor hun rol als genoemd:
uitgevende partij gelden dezelfde aandachtspunten zoals beschreven • in het bestemmingsplan is geen segmentering opgenomen
voor de gemeente als uitgevende partij. die rekening houdt met het voorkomen van onderlinge hin-
20
der dan wel het benutten van kansen tussen bedrijven 3.5 Bedrijven
(bedrijven worden onvoldoende betrokken bij de planvorming);
• niet-correct gebruik van de VNG-uitgave ’Bedrijven en Voor bedrijven, zowel voor hinderveroorzakers als gehinder-
milieuzonering’ door het klakkeloos overnemen van de den, geldt vooral dat de oorzaak in het ontstaan van onder-
VNG-lijst in bestemmingsplannen en een ’blind’ gebruik linge hinder ligt in het onvoldoende checken van de locatie-
van de lijst in de uitgiftefase; kenmerken bij de vestiging op een nieuwe locatie. Bij de
• onvoldoende flexibiliteit (stringente fasering) of te weinig keuze voor een nieuwe locatie spelen bereikbaarheid,
focus op segmentering (we moeten alles kunnen vestigen) beschikbaarheid van personeel en afzetmarkt een belangrijke
in plannen om het juiste bedrijf op de juiste plek te kunnen rol. Bedrijven blijken zich voorafgaand aan de vestiging niet
vestigen; of nauwelijks te oriënteren op hun (toekomstige) buurbedrij-
• in de plannen voor en de uitgifte van nieuwe bedrijventerrei- ven.
nen is de aandacht meer gericht op ’schone’ bedrijvigheid Verder is communicatie een zeer belangrijk aandachtspunt
(bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit) en worden hinder- voor de betrokken bedrijfstypen. Bedrijven organiseren zich
bedrijven geweerd. onvoldoende om de omvang van het probleem en het effect
van onderlinge hinder bij de andere betrokken actoren hel-
De gemeente als uitgevende partij (privaatrechtelijke hande- der te krijgen. Brancheorganisaties zouden hierbij uitstek
ling) kan ook een rol hebben in het ontstaan van onderlinge een rol in kunnen vervullen, dit gebeurt echter (nog) niet.
hinder, te weten: Oorzaak ligt mede in het grote aantal en de verscheidenheid
• de vooraf vastgestelde segmentering kan niet worden aan bedrijven binnen één branche en daardoor moeilijk te
nakomen in de gronduitgifte (bijvoorbeeld als gevolg van verenigen zijn. Ook intermediaire organisaties als de BZW
een stagnerende gronduitgifte in combinatie met de rente- (Brabant Zeeuwse Werkgeversvereniging), het MKB of park-
last van de reeds gemaakte (verwervings)kosten); managementorganisatie/ bedrijventerreinvereniging vervul-
• onvoldoende kennis van het bedrijfsproces van het te len deze communicatie- en lobbyrol niet of nog onvoldoen-
vestigen bedrijf en daarmee niet de mogelijke consequenties de. Zij verdiepen zich nog niet of nauwelijks in de aspecten
voor onderlinge hinder kunnen overzien; van onderlinge hinder tussen bedrijven. Ook blijkt een park-
• onvoldoende acquisitieve acties voor het aantrekken van de managementorganisatie/bedrijventerreinvereniging hier
gewenste bedrijven of het uitwisselen van gegadigden met organisatorisch niet op te zijn ingericht of worden de priori-
gemeenten in de regio; teiten elders gelegd (bijv. collectieve inkoop).
• geen of onvoldoende invloed bij de invulling van een perceel
op een bestaand bedrijventerrein bij vertrek van het bedrijf. Het negatieve imago waar veel hinderveroorzakende bedrij-
ven (vooral de afvalverwerkende bedrijven) mee te maken
De bovengenoemde punten zouden voor een deel kunnen hebben, vraagt ook om een herijking van het imago door de
worden ondervangen door een goede regionale afstemming in branche-organisaties en de daarbij behorende interne en
de ontwikkeling en uitgifte van bedrijventerreinen. Momenteel externe communicatie. Echter, ook de pers en het (lokale)
is deze regionale, kwalitatieve afstemming in de uitgifte van overheidsbestuur hebben hierin een belangrijke rol.
de diverse bedrijventerreinen (soort en moment van uitgifte) Herhaaldelijk is gebleken dat ’goed nieuws’ (over de rol van
alsmede de eventuele regionale verevening van kosten en de afvalsector in de maatschappij en de bereikte innovaties),
baten niet aanwezig. aangereikt door de brancheorganisaties, niet worden opge-
pikt door de pers en het (lokale) overheidsbestuur. Vooral
calamiteiten en storingen blijken interessant.
Tenslotte verdiepen bedrijven zich onvoldoende in de
(on)mogelijkheden van de overheid, bijvoorbeeld door zelf
contact te leggen met de overheid.

21
3.6 Conclusies

De verschillende actoren spelen elk hun eigen rol en hebben • geen of onvoldoende segmentering in het bestemmings-
elk hun eigen rol in het ontstaan van onderlinge hinder tussen plan die, indien aanwezig, bij uitgifte niet kan worden vast-
bedrijven. gehouden;
• niet-correcte toepassing van de VNG-uitgave ’Bedrijven en
Rijksoverheid milieuzonering’ in planvorming en uitgiftetraject onvoldoende
• instrumenten zijn toegespitst op hinder tussen verschillende flexibiliteit (stringente fasering) of te weinig focus op segmen-
functies in plaats van hinder binnen één functie; tering (alles kunnen vestigen binnen de gemeentegrenzen);
• wetgeving is te statisch toetsend en kan te weinig inspelen • (onbewust) weren van hinderveroorzakende bedrijven
op nieuwe ontwikkelingen; in plannen/uitgifte;
• het sectorale, economische beleid (’Actieplan Bedrijven- • onvoldoende kennis van het bedrijfsproces (om eventuele
terreinen’) onderkent onvoldoende het ontstaan en het hinder te kunnen voorzien);
effect van onderlinge hinder tussen bedrijven. • onvoldoende of geen gerichte acquisitie om de gewenste
bedrijven aan te trekken;
Provincie • geen of onvoldoende invloed op de invulling van een
• het bedrijventerreinenbeleid is op een kwantitatieve behoefte- vertreklocatie op een bestaand bedrijventerrein;
raming met een eventuele uitsplitsing naar milieucategorie • geen regionale afstemming in planning en uitgifte van
gebaseerd in plaats van een kwalitatieve raming waarbij geke- bedrijventerreinen.
ken is naar vestigingseisen en actieradii van bedrijfstypen;
• de provincie vervult nu nog veelal een toetsende rol (toet- Bedrijven (hinderveroorzakers/gehinderden)
singsplanologie: inbreng (passief) achteraf), echter er wordt • geen of onvoldoende check op de locatiekenmerken (ook
hard gewerkt aan een stimulerende, regierol (ontwikkelings- beleidsmatig) bij de vestiging op een nieuwe locatie;
planologie: inbreng (actief) vooraf). • onvoldoende communicatie tussen bedrijven onderling, door
brancheorganisaties, intermediaire organisaties als de BZW,
VNG/gemeenten/regio het MKB of parkmanagementorganisaties/bedrijventerrein-
• VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ stelt de hoofd- verenigingen;
activiteit (en daarbij sterk geleund op bedrijfstype) centraal • onvoldoende aandacht (weten te) vestigen op de positieve
in plaats van de meest milieuhinderlijke activiteit; kant van hinderveroorzakende bedrijven (vooral afval-
• bovendien is de referentie ’rustige woonwijk’ niet geschikt verwerkende bedrijven) ter verbetering van het negatieve
voor het benoemen van hinder binnen de functie ’werken’ imago door brancheorganisaties, pers en (lokaal) overheids-
en biedt het onderscheid in milieucategorieën geen hand- bestuur;
vatten voor het voorkomen van hinder tussen verschillende • onvoldoende communicatie tussen bedrijven en overheid.
bedrijfstypen binnen dezelfde milieucategorie;

22
4 Oplossingsrichtingen: actoren en instrumenten
4.1 Algemeen 4.2 Bestaand bedrijventerrein
(bestaand knelpunt): oplossing ter plaatse
Uit hoofdstuk 3 blijkt dat de bedrijven en overheden (rijk,
provincie, regio en gemeenten) elk hun eigen aandeel hebben Deze oplossingsrichting gaat uit van een oplossing ter plaatse
in het ontstaan van onderlinge hinder tussen bedrijven. op een bestaand bedrijventerrein met een bestaand knelpunt
Echter, de wijze waarop het probleem ingrijpt op het functio- van onderlinge hinder. Zowel het gehinderde als het hinderver-
neren van de probleemeigenaar is verschillend (zie § 2.4): oorzakende bedrijf blijven op de bestaande locatie gehuisvest,
een bedrijf voelt direct in zijn bedrijfsvoering (= geld) de pijn, maar één van de bedrijven dan wel beide bedrijven nemen
terwijl bij overheden de pijn veel minder direct ingrijpt (wen- maatregelen om de onderlinge hinder te verminderen dan wel
sen en beleidsvoornemens kunnen onvoldoende worden te voorkomen.
gerealiseerd). Dit gegeven is zeer belangrijk bij het aanbieden In onderstaande figuur is de oplossingsrichting ’bestaand
van oplossingen. Immers, zonder inzet van alle betrokken bedrijventerrein: oplossing ter plaatse’ nog eens verbeeld.
pro-bleemeigenaren/-oplossers en respect voor ieders belang
is er geen oplossing voor deze problematiek. In dit hoofdstuk Bestaand bedrijventerrein: oplossing ter plaatse
wordt ingegaan op de oplossingsrichtingen en hun
actoren en instrumenten.
gehinderde gehinderde gehinderde

Bij het definiëren van mogelijke oplossingsrichtingen


voor onderlinge hinder tussen bedrijven kan onderscheid
gemaakt worden in het voorkomen van knelpunten en
het oplossen van reeds ontstane knelpunten. Zoals voor
elk soort knelpunt geldt, is het oplossen van bestaande
knelpunten vele malen moeilijker dan het voorkomen
van knelpunten (voorkomen is beter dan genezen).
Voor de mogelijke oplossingsrichtingen en hun actoren De instrumenten die de actoren ter hand kunnen nemen in
en instrumenten wordt onderscheid gemaakt in een viertal deze oplossingsrichting spitsen zich vooral toe op de thema's
oplossingsrichtingen, te weten: communicatie en geld.
• bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): Communicatie door overleg, dan wel mediation met de
oplossing ter plaatse; betrokken partijen om op deze manier tot een redelijke oplos-
• bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt): sing voor alle betrokkenen te komen. Dit overleg kan zowel
oplossing door verplaatsing; door de overheid als de bedrijven worden geïnitieerd. Geld
• nieuw bedrijventerrein: kan worden in gezet als beloning bij goed/gewenst gedrag,
inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers door veelal in de vorm van subsidies. Maar geld kan ook worden
segmentering/zonering op een regulier terrein; ingezet als strafmiddel bij onjuist of ongewenst gedrag, veelal
• nieuw bedrijventerrein: in de vorm van geldboetes bij overtredingen.
afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers. Daarnaast is handhaven door het bevoegd gezag als instru-
Deze oplossingsrichtingen worden in de volgende paragrafen ment onlosmakelijk verbonden met een oplossing op de
(§ 4.2 tot en met § 4.5) behandeld. Tenslotte zijn in § 4.6 de bestaande plek (zonder verplaatsing). Daarin past ook het
conclusies en aanbevelingen opgenomen. betrekken van mogelijke onderlinge hinder bij (revisie van)
milieuvergunningen. Bij een goede handhaving geldt ook dat
dient te worden gekeken naar de, weliswaar meer ingewikkel-
23
de, bedrijfsprocessen als geheel (en daarin aan te brengen ver- 4.3 Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt):
beteringen) dan zich eenzijdig te richten op enkele losstaande, oplossing door verplaatsing
meer eenvoudig op te merken, details (zerotolerance beleid).3
Goed handhaven betekent ook dat de achterliggende redenen In deze oplossingsrichting wordt voor een bestaand bedrijven-
van milieueisen dienen te worden verteld, teneinde inzicht en terrein, met een bestaand knelpunt van onderlinge hinder tus-
begrip bij bedrijven te verkrijgen over het ’waarom’. Ook het sen bedrijven, gezocht naar een oplossing door verplaatsing
aanreiken van oplossingen door de vergunningverlener/hand- van het gehinderde of het hinderveroorzakende bedrijf.
haver voor het bereiken van de vereiste milieudoelstellingen De nieuwe locatie voor het te verplaatsen bedrijf kan binnen
hoort daarbij. het bedrijventerrein in kwestie liggen, dan wel op een ander
Bedrijven kunnen, naast het zeer belangrijke onderlinge over- bedrijventerrein (nieuw of bestaand). Deze oplossingsrichting
leg, mogelijk ook technische oplossingen of aanpassingen in de is in onderstaande figuur nog eens schematisch weergegeven.
bedrijfsvoering (in tijd) toepassen. Bij het toepassen van techni-
sche oplossingen zal de kosten-baten factor een belangrijke Bestaand bedrijventerrein (bestaand knelpunt):
rol spelen in het al dan niet kunnen en willen realiseren van de oplossing door verplaatsing
oplossing. De overheid zou hieraan mogelijk een bijdrage kun-
nen leveren. gehinderde
De instrumenten die de verschillende actoren ter hand kunnen locatie B
locatie C
nemen zijn in bijlage 10 per actor (incl. het effect op de actor)
in tabelvorm weergegeven.
gehinderde

gehinderde
locatie A locatie A

gehinderde
elders binnen locatie A elders binnen locatie A

gehinderde

locatie A locatie A

De instrumenten die de verschillende actoren ter hand kunnen


nemen zijn in bijlage 10 per actor (incl. het effect op de actor)
3 Deze vorm van handhaving is toegepast in de totstandkoming van de in tabelvorm weergegeven.
samenwerking tussen twee bedrijven (leerverwerkingsbedrijf en bedrijf Hieruit blijkt dat bij deze oplossingsrichting de instrumenten
dat gelatine vervaardigt) in Dongen. In deze samenwerking staat de kunnen worden verdeeld in instrumenten die het bestaande
afstemming in processen en het doorvoeren van technologische verbete- knelpunt van onderlinge hinder (door verplaatsing) oplossen
ringen in de bedrijfsprocessen centraal om klachten naar de omgeving en instrumenten die dienen te voorkomen dat dergelijke knel-
(bedrijven en bewoners) te verminderen en het imago van de bedrijven te punten in de toekomst opnieuw ontstaan.
verbeteren.
Bij de instrumenten die een bestaand knelpunt oplossen is het
aanbieden van alternatieve, geschikte locaties het belangrijkste
instrument. Immers, zonder deze locaties kan van verplaat-
24
sing geen sprake zijn, hoe graag ook gewenst door de bedrijven 4.4 Nieuw bedrijventerrein: inpassing van
zelf. Uit het praktijkonderzoek komt het ontbreken van derge- gehinderden en hinderveroorzakers door
lijke locaties ook als een belangrijk knelpunt naar voren. Waar segmentering/zonering op regulier terrein
sprake is van de verplaatsing van een bedrijf naar een ander
bestaand bedrijventerrein binnen de (stedelijke) regio, blijkt Voor het voorkomen van knelpunten van onderlinge hinder
vaak dat het probleem zich opnieuw voordoet en de nieuwe op een nieuw bedrijventerrein is bij deze oplossingsrichting
locatie geen goed alternatief is. Ook blijkt dat de nieuwe gekozen voor het vestigen van gehinderden en hinderveroor-
regionale bedrijventerreinen niet altijd als alternatieve locatie zakers op één bedrijventerrein. Echter, de gehinderden en
kunnen worden gezien, omdat deze terreinen zich buiten de hinderveroorzakers zijn door een goede segmentering en
actieradius van het bedrijf bevinden (of zelfs in het werkveld zonering van het terrein ruimtelijk van elkaar gescheiden.
van een concurrent). Bijkomend voordeel is dat een goede segmentering kan bijdra-
Voor het aanbieden van alternatieve, geschikte locaties is een gen in het benutten van kansen tussen bedrijven (symbiose).
goede regionale samenwerking nodig, waarbij de provincie een Tevens zijn bedrijven vooraf op de hoogte van de soort bedrij-
regierol vervult. Deze regierol kan divers zijn: van aanpassing ven dat zich op het terrein (in hun omgeving) kan vestigen.
van het beleid (steekplan) tot het oppakken van individuele In onderstaande figuur is deze oplossingsrichting schematisch
herstructureringslocaties door de Brabantse Herstructurerings- weergegeven.
maatschappij (BHB).
Om verplaatsing van een bedrijf haalbaar te maken is het van Nieuw bedrijventerrein:
groot belang dat aangesloten wordt bij een nieuw investerings- inpassing van gehinderden en hinderveroorzakers
moment van het bedrijf. Daarbij is het ook van belang dat het door segmentering/zonering op regulier terrein
bedrijf de nieuwe locatie als een stap vooruit ziet en haar ves-
tigingscriteria kenbaar maakt, zodat de bereidheid om te ver-
gehinderde locatie A
plaatsen en daarin te investeren aanwezig is. Verder kan de
haalbaarheid mogelijk worden vergroot door de verevening gehinderde
van de kosten te verbreden naar de plussen van locaties voor
woningbouw of kantoren binnen een gemeente of regio.

De instrumenten die een knelpunt op een bestaand bedrijven-


gehinderde
terrein in de toekomst dienen te voorkomen, zijn enerzijds al
bestaand (denk aan: handhaven, herziening bestemmings-
plan) en anderzijds nieuw of worden nog maar op beperkte
schaal toegepast. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het instel-
len van een (regionale) commissie nieuwvestiging en advies-
aanvraag. Deze commissie bepaalt of een bedrijf zich kan
vestigen op de vrijkomende vertreklocatie. Het Havenschap
Moerdijk heeft hier al positieve ervaringen mee opgedaan. De in deze oplossingsrichting voorgestelde segmentering en
Deze commissie kan echter haar bevoegdheid alleen uitoefe- zonering dient te worden verankerd in de huidige instrumen-
nen als hierover privaatrechtelijk (bij gronduitgifte) afspraken ten die overheden kunnen inzetten. Denk hierbij aan het
zijn gemaakt. bestemmingsplan, het beeldkwaliteitsplan en de vergunningen.
Op bestaande terreinen is dit nu nog veelal niet het geval en is Ook is het hierbij van belang dat de (te vernieuwen) VNG-uit-
het verkrijgen van eigendom door de partij (gemeente, regio, gave ’Bedrijven en milieuzonering’ op een juiste wijze wordt
provincie) die de commissie nieuwvestiging wil inzetten van toegepast (als handreiking en niet als randvoorwaarde).
evident belang. Hierbij zou ook vreemd kapitaal (bijv. beleggers) Cruciaal in het behouden van de voorgestelde segmentering is
kunnen worden aangetrokken. het uitgiftetraject. Uit het praktijkonderzoek blijkt hoe lastig het
is om de voorgestane segmentering bij de gronduitgifte vast
25
te houden als de financiële druk toeneemt. Segmentering van Naast het uitgifteproces is het behouden van grip op een vertrek-
reguliere terreinen heeft alleen een kans van slagen als deze locatie minstens zo belangrijk. Hiervoor zijn verschillende
financiële druk kan worden opgevangen, bijvoorbeeld door instrumenten denkbaar, zoals een eerste (terug)kooprecht
regionale samenwerking (met een regierol van de provincie) en door de uitgevende partij.
verevening. Verevening kan plaatsvinden tussen bedrijven- De instrumenten die de verschillende actoren ter hand kunnen
terreinen onderling, maar ook tussen verschillende nieuw- nemen zijn in bijlage 10 per actor (incl. het effect op de actor)
bouwontwikkelingen (lees: woon- en kantoorlocaties) in de in tabelvorm weergegeven.
regio. Voor de gewenste regionale samenwerking is het nood-
zakelijk en door betrokken partijen gewenst dat de provincie,
in de genoemde regierol, gemeenten bijeenbrengt, eventueel 4.5 Nieuw bedrijventerrein:
haar beleid aanpast aan de regionale afspraken en de afspra- afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers
ken over regionale samenwerking (contractueel) vastlegt. In
de regionale planningsoverleggen (provincie en gemeenten) Deze oplossingsrichting gaat uit van het voorkomen van knel-
zijn de eerste aanzetten voor deze regionale afspraken punten van onderlinge hinder op een nieuw bedrijventerrein
gedaan. door het aanwijzen van afzonderlijke bedrijventerreinen voor
Anderzijds kan een gerichte acquisitie op de aan te trekken hinderveroorzakende bedrijven. In deze oplossingsrichting
bedrijven ook bijdragen aan het verkleinen van de financiële betreft het de segmentering naar bedrijfsprocessen en -typen
druk. Verder is het van belang dat een grotere voorraad op tussen bedrijventerreinen binnen een regio. Op regionaal
kortere termijn (zonder de totale voorraad te vergroten) met niveau vindt afstemming plaats over het aantal te ontwikkelen
een directe bestemming door de provincie wordt toegelaten. bedrijventerreinen en de segmentering of het ’kleurenpalet’
Immers een grotere voorraad stelt de uitgevende partij beter van elk bedrijventerrein. Een en ander is in onderstaande
in staat om het juiste bedrijf op de juiste plek te kunnen vesti- figuur nog eens schematisch verbeeld.
gen. Wel dient dan in ieder geval sprake te zijn van een goede
segmentering binnen of tussen bedrijventerreinen, een regio- Nieuw bedrijventerrein:
nale afstemming, een zorgvuldig en transparant uitgifteproces afzonderlijke terreinen voor hinderveroorzakers
en de garantie voor zorgvuldig ruimtegebruik op de lange ter-
gehinderde locatie A locatie B locatie C
mijn. De provincie zou haar toetsende rol kunnen verbreden
naar het uitgifteproces, om zo grip te kunnen houden op de gehinderde
kwaliteit van bedrijventerreinen.
Ook bedrijven dienen zich bij vestiging goed op de hoogte te
stellen van de vestigingsvoorwaarden en (on)mogelijkheden
(bezint eer gij vestigt). Ook kunnen zij (bij voorkeur georgani-
seerd in een parkmanagementorganisatie) toezicht houden op gehinderde
de naleving van het uitgiftekader en zonodig de uitgevende
partij hierop aanspreken.
In het uitgifteproces is het ook van belang om de vestigings-
procedure (afweging van de vestiging, afstemming bouw- en
milieuvergunning) integraal te laten verlopen. Door afstem-
ming tussen de verschillende (gemeentelijke) afdelingen De instrumenten die de verschillende actoren ter hand kunnen
(milieu, RO, EZ) kan kwaliteit- en tijdwinst voor beide partijen nemen zijn in bijlage 10 per actor (incl. het effect op de actor)
(bedrijf en overheid) worden gerealiseerd. Een (gemeentelijk) in tabelvorm weergegeven.
uitgifteprotocol, waarin het uitgiftetraject zowel voor de amb- Hieruit blijkt dat bij deze oplossingsrichting de instrumenten
telijke als bestuurlijke taken is vastgelegd, kan hier uitkomst vergelijkbaar zijn met de instrumenten van de andere oplos-
bieden. singsrichting voor nieuwe terreinen (segmentering/zonering
op een regulier terrein).
26
Ook hier is regionale samenwerking van cruciaal belang, waarbij
een regierol voor de provincie is weggelegd. In deze regierol,
brengt de provincie gemeenten bijeen, past eventueel haar
beleid aan op de regionale afspraken en legt, in overleg met
de gemeenten, de afspraken over regionale samenwerking
(contractueel) vast. Zonder regionale samenwerking en ver-
evening zullen afzonderlijke bedrijventerreinen voor hinderver-
oorzakende bedrijven niet worden gerealiseerd, tenzij de pro-
vincie hiervoor haar aanwijzingsbevoegdheid zou willen inzet-
ten.
Het vigerend streekplan en de regionale uitwerkingsplannen
geven, met de voorgestelde nieuwe bedrijventerreinlocaties in
de stedelijke en landelijke regio's, op dit moment geen ant-
woord op de vraag naar locaties voor bedrijven met een regio-
nale actieradius of een afzonderlijk vestigingsklimaat. Bij het,
op korte termijn, aanwijzen van deze kleinere, afzonderlijke
terreinen kan mogelijk worden aangesloten bij bestaande ver-
storingen in het buitengebied.

4.6 Conclusies en aanbevelingen

In de bovenstaande paragrafen is aangegeven welke instru- Deze regionale afstemming ontbreekt in de huidige (beleids)
menten betrokken actoren ter hand kunnen nemen om praktijk en voor het tot stand brengen van deze regionale
bestaande knelpunten op te lossen (bestaand bedrijventer- afstemming wordt een regierol vanuit de provincie noodzake-
rein) dan wel te voorkomen (nieuw bedrijventerrein). Echter, lijk geacht door betrokken actoren. In deze regierol, brengt de
wat betekenen deze oplossingsrichtingen nu feitelijk voor de provincie gemeenten bijeen, past eventueel haar beleid aan op
actoren bezien vanuit de huidig (beleids)praktijk? De beant- de regionale afspraken en legt, in overleg met de gemeenten,
woording van deze vraag maakt duidelijk op welke punten nog de afspraken over regionale samenwerking (contractueel) vast.
actie nodig is.
Alternatieve locaties
Segmenteren en regionale samenwerking Voor de sectoren afvalverwerking, recycling, metaalverwerking
De oplossingrichtingen voor nieuwe bedrijventerreinen gaan en grondreiniging/sanering (de hinderveroorzakers) is een
uit van segmentering. Segmentering binnen één bedrijventer- apart vestigingsklimaat wenselijk. Dit zou door een goede seg-
rein dan wel segmentering per bedrijventerrein in een regio mentering op nieuwe (regionale) bedrijventerreinen kunnen
door op elk bedrijventerrein een bepaald segment (of een worden gecreëerd. Echter, vanuit zorgvuldig ruimtegebruik
combinatie van segmenten) te vestigen. Segmentering is een (beperken bufferzones) en de actieradius van de bedrijven in
oplossing om hinder te voorkomen en het beter benutten van deze segmenten is het wenselijk om afzonderlijke kleine terrei-
de beschikbare ruimte en kansen voor samenwerking tussen nen voor deze segmenten te creëren. Hierbij dient wel te wor-
bedrijven te creëren. Echter, het segmenteren van bedrijventer- den opgemerkt dat dergelijke terreinen alleen vanuit de keten-
reinen kan niet zonder een goede regionale afstemming in benadering dienen te worden gerealiseerd: het naast elkaar
zowel beleid, planvorming (hoe, wat en wanneer) en financiële vestigen van complementaire bedrijven (concurrerende
middelen. bedrijfstypen naast elkaar is onwenselijk).

27
Het vigerend streekplan en de regionale uitwerkingsplannen Bedrijven
geven, met de voorgestelde nieuwe bedrijventerreinlocaties in Naast de overheid hebben bedrijven ook een verantwoordelijk-
de stedelijke en landelijke regio's, op dit moment geen ant- heid in het voorkomen van onderlinge hinder en het behouden
woord op de vraag naar locaties voor bedrijven met een regio- van de juiste combinatie van bedrijven. Goed overleg tussen
nale actieradius of een afzonderlijk vestigingsklimaat. Bij het, (buur)bedrijven en een check op beleid en voorwaarden bij
op korte termijn, aanwijzen van deze kleinere, afzonderlijke vestiging (wat mag wel en niet bij de buren) zijn daarbij
terreinen kan mogelijk worden aangesloten bij bestaande ver- belangrijke instrumenten.
storingen in het buitengebied. Verder is communicatie een zeer belangrijk aandachtspunt
voor de betrokken bedrijfstypen. Bedrijven zouden zich kun-
Het instrumentenpalet nen organiseren en gezamenlijk sterk kunnen maken om de
Een deel van de huidige instrumenten die rijk, provincie en omvang van het probleem en het effect van onderlinge hinder
gemeenten kunnen inzetten (zoals VNG-uitgave (mits goed helder te krijgen. De diverse brancheorganisaties zouden hier
toegepast), streekplan, (toetsen van) bestemmingsplan, beeld- bij uitstek een rol in kunnen vervullen.
kwaliteitsplan, gronduitgiftebeleid) biedt voldoende waarbor- Maar ook intermediaire organisaties als de BZW, het MKB of
gen voor het voorkomen van onderlinge hinder (vooral bij een parkmanagementorganisaties / bedrijventerreinverenigingen
nieuw bedrijventerrein). Verder verdient het aanbeveling om kunnen deze taak op zich nemen. Verder kunnen deze organi-
bij de voorgestane aanpassing van de VNG-uitgave ’Bedrijven saties, de pers en het (lokaal) overheidsbestuur meer aan-
en milieuzonering’ de uitkomsten van dit praktijkonderzoek te dacht vestigen op de positieve kant van hinderveroorzakende
betrekken (stel de milieubelastende bedrijfsactiviteiten cen- bedrijven (maatschappelijk belang, economische waarde) ter
traal i.p.v. het bedrijfstype, benoem het aspect onderlinge hin- verbetering van het imago. Ook zouden bedrijven zich meer
der tussen bedrijven en geef handvaten (bijv. cursus) voor een kunnen verdiepen in de mogelijkheden van de overheid, onder
juist gebruik van de uitgave). andere door zelf contact te leggen met de overheid.
Het handhaven van de juiste combinatie van bedrijven op ter-
mijn vraagt om het inzetten van nieuwe instrumenten om grip Op basis van deze conclusies en aanbevelingen zijn de
te kunnen houden op de vestiging van nieuwe bedrijven op actiepunten (hoofdstuk 6) benoemd.
vertreklocaties. Het gaat daarbij om de volgende instrumenten:
• actief grondbeleid (aankoop strategische plekken en/of vrij-
komende kavels, eventueel met vreemd kapitaal (beleg-
gers/ontwikkelaars) en het toepassen van vervreemdings-
recht/kettingbedding/mandeligheid om eerste recht van
koop bij vertrek van een bedrijf op een bestaande kavel
mogelijk te maken);
• (regionale) commissie nieuwvestiging en adviesaanvraag:
commissie die bevoegd is en zeggenschap heeft om de ves-
tiging van een nieuw bedrijf op een bestaande locatie te
toetsen en al dan toe te staan;
• acquisitie op aan te trekken bedrijven op bestaande locatie.

28
5 Economisch belang en wenkend perspectief
5.1 Algemeen 5.2 Economisch belang

De voorgaande hoofdstukken geven enerzijds inzicht in de Betrokken bedrijfstypen en aantal vestigingen


aard en de omvang van de onderlinge hinder en de rol van de Op grond van de analyse van de grootste gemene delers aan
betrokken actoren in het ontstaan van onderlinge hinder. hinderveroorzakende bedrijven en gehinderde bedrijven zijn in
Anderzijds worden ook oplossingsrichtingen geschetst met de hoofdstuk 2 gevoelige combinaties gedestilleerd. In onder-
bijbehorende instrumenten die betrokken actoren ter hand staande tabel zijn deze gevoelige combinaties nog eens weer-
kunnen nemen om bestaande knelpunten op te lossen gegeven.
(bestaand bedrijventerrein) dan wel te voorkomen (nieuw
bedrijventerrein). Maar alvorens over te gaan naar de acties in Mogelijke hinderveroorzakers Mogelijke gehinderden
hoofdstuk 6 is het goed om af te vragen wat deze inspannin- • afval- en recyclingsbedrijven • VGM-bedrijven en farmaceutische industrie;
gen opleveren, oftewel wat is het wenkend perspectief? (bijv. puinbrekers, autodemontagebedrijven, • bedrijven die werken met gevoelige
Dit hoofdstuk geeft een doorkijk naar het aantal bedrijven dat autoshredder, sorteerinrichtingen); apparatuur, laboratoria;
in Noord-Brabant is gevestigd en in dit praktijkonderzoek als • metaalverwerkingsbedrijven; • bedrijven die ’schone’ machines/
hindergevoelig of hinderveroorzakend is aangemerkt en de • grondreinigingsbedrijven/saneringsbedrijven. gevoelige apparatuur vervaardigen;
economische betekenis van deze bedrijfstypen. Ook geeft dit • bedrijven die hechten aan beeldkwaliteit/
hoofdstuk inzicht in de kansen die kunnen ontstaan bij het uitstraling.
oplossen en voorkomen van de knelpunten van onderlinge
hinder, oftewel het wenkend perspectief. Op basis van het LISA Vestigingenregister (Landelijk Informatie-
systeem van Arbeidsplaatsen en vestigingen)4 is voor een
aantal van de bedrijfstypen die in bovenstaande tabel zijn
opgenomen, nagegaan om hoeveel bedrijfsvestigingen het nu
eigenlijk gaat. In bijlage 8 zijn deze vestigingscijfers opgeno-
men.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat van de 14.395 (met
277.643 banen) in het LISA Vestigingenregister opgenomen
industriële activiteiten die zijn gevestigd op een bedrijventer-
rein er 904 bedrijven (circa 6%) in potentie hindergevoelig
dan wel 271 bedrijven (2%) in potentie hinderveroorzakend
kunnen zijn. Dit betekent dat, van de geselecteerde bedrijfsty-
pen uit de top drie van gevoelige combinaties (het topje van
de ijsberg), bijna 1200 bedrijven (8%) een gevoelige combina-
tie kunnen vormen met ander bedrijven in hun omgeving.
Deze bedrijven herbergen samen circa 50.000 arbeidsplaat-
sen, oftewel bijna 20% van de werkgelegenheid van industriële
activiteiten die zijn gevestigd op een bedrijventerrein!

4 Dit register bevat een overzicht van alle in Noord-Brabant gevestigde


bedrijven (circa 124.000 bedrijven), zowel op bedrijventerreinen, in kernen
als in het buitengebied. Zie ook bijlage 8.
29
Het betreft hier enkel directe werkgelegenheid , indirecte werk- de sector worden telkens weer nieuwe toepassingen voor afval
gelegenheid (bijv . toeleverende bedrijven) is hier nog niet in bedacht, waardoor de hoeveelheid te storten en te verbranden
opgenomen. De bovengenoemde 1200 bedrijven liggen ver- afval nog steeds afneemt. Ook zal, door de toename van de ver-
spreid over de bedrijventerreinen in Noord-Brabant. De kaart- brandingscapaciteit, in de toekomst nog minder worden gestort.
beelden in bijlage 7 tonen uitsneden van deze Brabantbrede Indien de afvalverwerkende sector niet zou bestaan, zou al het
kaart van ’Top onderlinge hindersituaties’ en maken duidelijk afval moeten worden gestort. Voor de provincie Noord-Brabant
dat op elk bedrijventerrein in Noord-Brabant sprake is van betekent dit een negatieve waarde van 1,5 miljard euro. Naast
potentieel gevoelige combinaties van bedrijven, oftewel een deze financiële negatieve waarde is storten vanuit mogelijk her-
potentieel knelpunt van onderlinge hinder. gebruik en de milieubelasting ook ongewenst.
De analyse uit hoofdstuk 2 maakt duidelijk dat de aanwezig-
heid van een gevoelige combinatie op een bedrijventerrein In het rapport ’Ruimte voor zware bedrijvigheid’ van Etin
zowel effect heeft op de direct betrokken bedrijven, als op het (Tilburg, september 1999) wordt inzicht gegeven in het econo-
bedrijventerrein en de overheid. Een gevoelige combinatie misch belang van zware bedrijven. Zware bedrijven zijn in het
frustreert immers de gewenste herstructurering van een Etin-onderzoek omschreven als bedrijven in milieucategorie 5
bedrijventerrein, waardoor ook gemeente en provincie in hun en 6. Daarin zijn de volgende segmenten vertegenwoordigd:
beleid worden belemmerd. voedings- en genotmiddelenindustrie; overige industrie (bouw-
materialen); chemische, rubber- en kunststofindustrie; metaal-
Economische waardeketen industrie; delfstofwinning; voorbereiding recycling, openbare
De segmenten waarbinnen de hinderveroorzakers zich bevinden nutsbedrijven; overige transport- en opslagbedrijven; andere
(afvalverwerking, recycling, metaalverwerking en grondreiniging/ tertiaire diensten (milieudienstverlening, bodemsanering). Een
sanering) vervullen een onmisbare functie in de economische aantal van deze segmenten komt in onderhavig praktijkonderzoek
waardeketen. Een schets van deze functie onderstreept nog ook voor als hinderveroorzaker. Echter in het Etin-onderzoek is
eens het belang van de in dit rapport aangedragen oplossings- uitgegaan van milieucategorie 5 en 6, terwijl in onderhavig
richtingen teneinde bedrijven een stabiel investeringsklimaat praktijkonderzoek ook naar voren komt dat een deel van deze
te kunnen bieden. sectoren als milieucategorie 4 zijn gedefinieerd en daarmee in
het Etin-onderzoek (als gevolg van de definitie van zware
Bedrijven uit de afvalbranche verwerken het afval tot nieuwe bedrijven) een deel van de sector wordt gemist.
secundaire (bouw)stoffen. Het mes snijdt hierbij aan twee kan- De conclusies van het Etin-rapport over de economische
ten: enerzijds wordt minder afval gestort of verbrand (80% betekenis van zware bedrijven (uitgedrukt in werkgelegenheid
wordt hergebruikt), anderzijds worden minder primaire bouw- en bruto toegevoegde waarde) zijn:
stoffen voor laagwaardige toepassingen gebruikt. • In totaal zijn er in Noord-Brabant bijna 200 zware bedrijven
Jaarlijks wordt door de afvalbranche in Nederland ruim 5 miljard gevestigd. De meeste van deze bedrijven zijn gevestigd in
euro5 (waarvan circa 1 miljard in Noord-Brabant 6) omgezet. De West-Brabant (onder andere bedrijventerrein Moerdijk). In
afvalbranche levert met deze omzet niet alleen een directe bij- totaal werken er zo'n 17.500 personen bij de zware bedrijven
drage aan de economie, maar door het verwerken van afval in Noord-Brabant.
wordt ook een maatschappelijk probleem opgelost. Jaarlijks • Het economisch belang van zware bedrijvigheid is aanzien-
wordt in Noord-Brabant ongeveer 10 miljoen ton afval geprodu- lijk groter dan men wellicht zou verwachten. Hoewel zware
ceerd. Van deze hoeveelheid wordt circa 80% hergebruikt. De bedrijvigheid maar 0,2% uitmaakt van de totale bedrijvig-
resterende 20% wordt gestort of verbrand. Door innovaties in heid werkt er 2% van het totaal aantal werkzame personen
en is de bruto toegevoegde waarde tussen de 3,5 en 4% van
de totale bruto toegevoegde waarde van de provincie.
5 dhr. Donders, Vereniging van Afvalbedrijven Deze toegevoegde waarde beslaat in totaal tussen de 3 en
(telefonisch onderhoud d.d. 20-01-2006) 3,5 miljard gulden (1,5 à 1,75 miljard euro) en deze cijfers
6 Milieuverslag 2004, Provincie Noord-Brabant hebben sec betrekking op zware bedrijvigheid; de feitelijke
(vastgesteld op 27 september 2005) betekenis is dus veel groter.
30
5.3 Wenkend perspectief

Naast de positie van de hinderveroorzakende bedrijven in de Voorbeeld


economische waardeketen zijn de voordelen die het oplossen Het Foodpark IABC (Breda) is een voorbeeld gerichte acquisitie (door het REWIN)
of het voorkomen van onderlinge hinder opleveren (het wen- van een bedrijventerrein dat destijds is opge- gepleegd. Door het vertrek van de veiling
kend perspectief) van groot belang. Deze voordelen hebben zet om gelijksoortige bedrijven (veilinggelieer- wordt momenteel gezocht naar een verbre-
zowel betrekking op het individuele bedrijf als het bedrijven- de bedrijven, en als zodanig vastgelegd in het ding van de bestemming met bedrijven die
terrein als geheel, te weten: bestemmingsplan) naast elkaar te vestigen en vergelijkbare eisen stellen aan de vestigingslo-
• verbeteren imago hinderveroorzakende bedrijven; mogelijk synergie te bereiken. Hiervoor is catie.
• verbeteren vestigingsklimaat voor bedrijven;
• mogelijkheden voor groei van bedrijven; Voorbeeld
• behoud en groei werkgelegenheid; In Bergen op Zoom vestigt een drietal afval- op zoek naar verdere synergie en andere
• zorgvuldig ruimtegebruik; verwerkende bedrijven zich op één locatie aan samenwerkingsvormen.
• samenwerking tussen bedrijven onderling en de Theodorushaven waarbij een (duurzame) Op andere delen van bedrijventerrein
tussen bedrijven en overheid; recycling van allerlei producten centraal staat. Theodorushaven is reeds sprake van vergaan-
• prikkelen en katalyseren van herstructureringsproces. De gezamenlijke vestiging van de bedrijven de samenwerking door uitwisseling van
op één locatie is vanuit financiële overwegin- stoom en andere reststromen tussen bedrij-
In het praktijkonderzoek is een aantal van deze voordelen gen geboren. Echter, de bedrijven gaan vanuit ven. Overleg tussen bedrijven heeft aan de
duidelijk naar voren gekomen. Bovendien blijkt dat het naast de gezamenlijke vestiging op één locatie nu al basis gestaan van deze samenwerking.
elkaar vestigen van bedrijven die vergelijkbare eisen stellen
aan hun vestigingsklimaat een prima oplossing is, die in een Voorbeeld
aantal gevallen zelfs tot samenwerking tussen bedrijven kan Op Industrieterrein Moerdijk is sprake van Shell (Moerdijk) gaat daarbij nog een stap
leiden. segmentering binnen een bedrijventerrein verder, door als eigenaar van de gronden zelf-
(chemiecluster, transportcluster, afvalcluster standig te kunnen beslissen of nieuw te vesti-
Voor bedrijven die gekenmerkt worden door helder definieer- etc.) en het versterken van elk cluster, onder gen bedrijven op hun eigendom een toege-
bare en vergelijkbare locatie-eisen en waarbij hoge uitgifte- meer door het toepassen van de ketenbenade- voegde waarde dan wel geen negatief effect
prijzen gemeengoed zijn, worden (door de markt) al specifieke ring. Op het terrein is onder meer sprake van hebben op de reeds gevestigde bedrijven/
bedrijventerreinen of themaparken ontwikkeld. Denk daarbij uitwisseling van CO2 tussen twee bedrijven. bedrijfsonderdelen.
aan de Philipscampus, kantoorlocaties, science- en brainparks,
meubel- en autoboulevards.
Deze clustergedachte is in de vorm van een campus of thema-
park de meest extreme verschijningsvorm, maar bijvoorbeeld Door het naast elkaar vestigen van bedrijven met vergelijk-
een combinatie van VGM-bedrijven en logistieke bedrijven bare locatie-eisen kan het beheer en dienstenpakket van
blijkt in de praktijk ook een goede combinatie. Ze stellen geen parkmanagement ook op maat worden gemaakt voor het
tegenstrijdige eisen of zelfs vergelijkbare productievoorwaar- bedrijventerrein. Bijvoorbeeld op Ekkersrijt (Son & Breugel)
den en kunnen mogelijk tot samenwerking komen, bijvoor- wordt per deelgebied een specifiek beheerregime en kwaliteits-
beeld de (gezamenlijke) exploitatie van een containerterminal niveau toegepast, passend bij de vestigings- en omgevings-
(Rietvelden-De Vutter, 's-Hertogenbosch). eisen van de gevestigde bedrijven.

31
5.4 Conclusies

Betrokken bedrijfstypen en aantal vestigingen Economische waardeketen


Op basis van de in het LISA Vestigingenregister blijkt dat 8% De positie van de hinderveroorzakende bedrijven in de
(bijna 1200) van de geregistreerde gevestigde bedrijven op economische waardeketen is belangrijk en een onmisbaar
een bedrijventerrein in Noord-Brabant in potentie een gevoeli- element in de maatschappij. Zo verwerken bedrijven uit de
ge combinatie kunnen vormen met andere bedrijven in hun afvalbranche het afval tot nieuwe secundaire (bouw)stoffen.
omgeving. Hiervan kan 2% als hinderveroorzakend worden Het mes snijdt hierbij aan twee kanten: enerzijds wordt
aangemerkt en 6% als hindergevoelig. Deze bedrijven herber- minder afval gestort of verbrand (80% wordt hergebruikt),
gen samen circa 50.000 arbeidsplaatsen, oftewel bijna 20% anderzijds worden minder primaire bouwstoffen voor laag-
van de werkgelegenheid van industriële activiteiten die zijn waardige toepassingen gebruikt. Met een jaarlijkse omzet
gevestigd op een bedrijventerrein! De bovengenoemde bedrij- van circa 1 miljard euro lost de afvalbranche in Noord-Brabant
ven liggen verspreid over de bedrijventerreinen in Noord- een maatschappelijk probleem op.
Brabant en vormen daarmee op elk Brabants bedrijventerrein
een potentieel knelpunt van onderlinge hinder. Wenkend perspectief
De analyse uit hoofdstuk 2 maakt duidelijk dat de aanwezig- De geschetste oplossingsrichtingen brengen diverse kansen
heid van een gevoelige combinatie op een bedrijventerrein met zich mee, zoals:
zowel effect heeft op de direct betrokken bedrijven als op het • verbeteren imago hinderveroorzakende bedrijven;
bedrijventerrein en de overheid. Een gevoelige combinatie • verbeteren vestigingsklimaat voor bedrijven;
frustreert immers de gewenste herstructurering van een • mogelijkheden voor groei van bedrijven;
bedrijventerrein, waardoor ook gemeente en provincie in hun • behoud en groei werkgelegenheid;
beleid worden belemmerd. • zorgvuldig ruimtegebruik;
• samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen
bedrijven en overheid;
• prikkelen en katalyseren van herstructureringsproces.

32
6 Actiepuntenprogramma
6.1 Algemeen 6.2 Urgente actiepunten

PIT geeft met dit rapport een signaal af over de omvang, aard en het effect A. Regionaal (grond)beleid en segmentering: regierol provincie gewenst!
van onderlinge hinder tussen bedrijven. Ook zijn daarbij de mogelijke oplos- Het praktijkonderzoek maakt duidelijk dat betrokken actoren (gemeenten en
singsrichtingen en de rol en verantwoordelijkheden van de verschillende bedrijven) als eerste stap in het oplossen dan wel het voorkomen van knel-
actoren geschetst. Uit een confrontatie van de oplossingsrichtingen en huidige punten van onderlinge hinder een regierol voor de provincie zien weggelegd.
(beleids)praktijk (§ 4.6) signaleert PIT nog diverse discrepanties die dienen te In deze regierol dient een aantal acties te worden opgepakt, die onderstaand
worden overbrugd door de verschillende actoren. In dit hoofdstuk geeft PIT zijn omschreven.
samen met de begeleidingsgroep aan op welke wijze (actiepuntenprogramma)
de signaalfunctie van dit onderzoek kan worden overdragen aan de betrokken Actie Vaststellen themalocaties binnen gestelde kwantitatieve behoefte
actoren. Uit de workshop van 10 november 2005 is naar voren gekomen dat en aanpassen provinciaal beleid
hiervoor bij de betrokken actoren voldoende draagvlak bestaat (zie bijlage 9). Omschrijving Het praktijkonderzoek constateert – en in de workshop is dit
In onderhavig hoofdstuk is het actiepuntenprogramma opgenomen, waarbij bevestigd – dat beleid en praktijk uiteenlopen. De regionale bedrij-
in § 6.2 de urgente actiepunten zijn beschreven en § 6.3 het gehele actiepun- venterreinen uit het vigerend streekplan sluiten niet aan op de actie-
tenprogramma omvat met een indeling per actor. radius van bedrijven. Binnen de gestelde kwantitatieve behoefte is
een herziening nodig van de wijze waarop deze behoefte wordt geac-
commodeerd. Hierbij dienen de volgende stappen in ieder geval te
worden doorlopen:
• vaststellen actieradius en verplaatsingsbehoefte hinderveroorzakers;
• vaststellen benodigde extra locaties (aard en aantal) en wijze van
segmenteren van reguliere bedrijventerreinen;
• benoemen en aanwijzen themalocaties;
• aanpassen provinciaal (streekplan)beleid.
In dit traject is nu al een eerste stap gezet met het plan van aanpak
’Ruimte voor Nimby-bedrijven’ (onderzoek provincie). Dit plan van
aanpak moet komen tot een gedragen plan van aanpak voor het vin-
den van oplossingen voor de problematiek van Nimby-bedrijven
(bedrijven die gemeenten niet binnen hun grenzen willen huisves-
ten). Het eindresultaat zal moeten bestaan uit een beknopte notitie
met concrete oplossingsrichtingen die worden gedragen door de
overheid en het betrokken bedrijfsleven.
Betrokken partijen BHB (uitvoerend), provincie (RO, Vergunningverlening),
gemeenten (waarbinnen de themalocaties zijn beoogd), BMF (zoek-
tocht geschikte locaties en genereren ruimtewinst), PIT
Trekker Provincie (EZ)
Ambitie Accommoderen van hinderveroorzakers op themalocaties die aan-
sluiten op de actieradius van bedrijven.

33
Actie Vormgeven regionaal grondbeleid en uitgiftekader 6.3 Actiepunten per actor
Omschrijving Vormgeven van regionaal grondbeleid en regionaal uitgifte-
kader om segmentering binnen en tussen bedrijventerreinen moge- Bedrijven
lijk te maken. Waar mogelijk verevenen van plussen en minnen
(tussen bedrijventerreinen onderling dan wel tussen woon-/kantoor- Omschrijving Stimuleren van parkmanagement door bedrijven onderling en
locaties en bedrijventerreinen) bedrijven die nog niet deelnemen hiervoor interesseren.
Betrokken partijen Provincie (EZ), regio's, gemeenten, KvK Betrokken partijen Individuele bedrijven
Trekker Provincie (RO) –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
Ambitie Regionale samenwerking en grondbeleid teneinde segmentering Omschrijving Lokaal, op bedrijventerreinen met elkaar (de buurbedrijven) in
binnen en tussen bedrijventerreinen mogelijk te maken en financiële gesprek gaan. Elkaar leren begrijpen, te waarderen, te respecten en te
druk in het uitgifteproces op een aanvaadbaar niveau te houden. accepteren. Daarbij positieve stappen met elkaar 'vieren' en commu-
niceren.
Actie Communicatie gemeenten en regio's Betrokken partijen Individuele bedrijven
Omschrijving De gemeenten en regio's dienen op de hoogte te worden –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
gesteld van de resultaten van dit onderzoek. Ten eerste om kennis te Omschrijving De lokale overheid vragen om betrokken te raken bij het
nemen van het aspect onderlinge hinder tussen bedrijven en ten opstellen van plannen voor nieuwe bedrijventerreinen.
tweede om aan te geven wat gemeenten zelf nu al (met het toepas- Betrokken partijen Bedrijven in georganiseerd verband
sen van de huidige instrumenten) kunnen doen aan het voorkomen –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
van onderlinge hinder. Dit kan bijvoorbeeld door: Omschrijving Organiseren lobby naar de provinciale en rijksoverheid teneinde
• communicatie met gemeenten in de regionale planningsoverleggen geld te kunnen generen voor het oplossen van concrete hindersituaties
over deze problematiek; Betrokken partijen Bedrijven (zowel VNO-NCW als brancheorganisaties)
• opstellen van een beleidsbrief over het omgaan met onderlinge
hinder tussen bedrijven.
Betrokken partijen Gemeenten, regio's, provincie (EZ, Vergunningverlening) Kamer van Koophandel
Trekker Provincie (RO)
Ambitie Gemeenten en regio's informeren en begeleiden in het toepassen Omschrijving In dreigende of bestaande conflictsituaties bij onderlinge hinder
van instrumenten. Mogelijk bijkomend effect: in overleg met de tussen bedrijven mediationrol vervullen
gemeenten ontstaat een nog beter inzicht in de omvang van de Betrokken partijen bedrijven
problematiek van onderlinge hinder (versterken signaalfunctie)

Ministerie EZ regio Zuid


B. Aanpassen en juist gebruik VNG-uitgave ’Bedrijven en Milieuzonering’
Omschrijving Onderzoeken van de mogelijkheden voor extra gelden voor het
Omschrijving Eind 2005 is gestart met het project voor de actualisering van oplossen van de huidige knelpunten op basis van door de provincie
de uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ (het Groene Boekje). en gemeenten aangedragen knelpunten
Bij deze actualisatie ook de uitkomsten van onderhavig praktijk- Betrokken partijen Ministerie EZ
onderzoek meenemen: bedrijfsactiviteiten centraal stellen i.p.v.
bedrijfstypen, inzicht geven in de gevoelige combinaties bij onder-
linge hinder tussen bedrijven en handvaten (bijv. cursus) bieden
voor een juist gebruik van de uitgave.
Betrokken partijen Ministerie VROM, Ministerie EZ, Stichting Natuur en Milieu
(PIT in klankbordgroep)
Trekker VNG
Ambitie VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering laten aansluiten bij de
praktijk (incl. een juist gebruik van de uitgave).
34
Provincie (EZ/RO) Gemeenten

Omschrijving Erkennen en uitvoeren regierol provincie en in die regierol uit- Omschrijving Aandragen van knelpunten van onderlinge hinder bij provincie
voering geven aan: of Ministerie EZ (regio Zuid). Hierdoor ontstaat een nog beter inzicht
• vaststellen themalocaties binnen gestelde kwantitatieve behoefte in de omvang van de problematiek én wordt een onderbouwing
en aanpassen provinciaal beleid; gegeven voor de benodigde extra gelden voor het oplossen van deze
• vormgeven regionaal uitgiftebeleid en uitgiftekader; knelpunten
• communicatie gemeenten en regio's over resultaten praktijk- Betrokken partijen Gemeenten, Provincie (EZ), BHB, Ministerie EZ
onderzoek. –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
Betrokken partijen Regio's, gemeenten, BHB, BMF, provincie Omschrijving Zodra gemeenten door de provincie op de hoogte zijn gesteld
(Vergunningverlening) van de resultaten van dit onderzoek kan de gemeente met het toepas-
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– sen van de huidige instrumenten (zoals aangegeven in de oplossings-
Omschrijving In kaart brengen van knelpunten van onderlinge hinder tussen richtingen) al aan de slag met het voorkomen van onderlinge hinder.
bedrijven. Dit ter onderbouwing van de mogelijke aanpassing van het Betrokken partijen Gemeenten, Provincie (RO)
streekplanbeleid en het genereren van aanvullende middelen in de
subsidieregelingen van het Rijk
Betrokken partijen gemeenten
6.4 Conclusies

Provincie (handhaving) PIT wil met dit rapport een signaal afgeven over de omvang, aard en het effect
van onderlinge hinder tussen bedrijven. Door het in beeld brengen van de
Omschrijving Handhaving moet beter en meer frequent mogelijke oplossingsrichtingen en de rol en verantwoordelijkheden van de
Betrokken partijen Provincie (Milieu, RO), gemeenten (dan wel regionale betrokken actoren kan het stokje worden overgedragen.
milieudiensten) Actiepunt A ’Erkennen en uitvoeren van regierol provincie’ en de daarbij beho-
––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––– rende acties, geven de inhoud van deze overdracht aan.
Omschrijving Structureel overleg tussen verschillende onderdelen
(EZ - Handhaving - Vergunningverlening - RO) over aanstaande en Daarnaast blijft nog een taak voor PIT weggelegd in haar rol als intermediair
bestaande knelpunten. Dit overleg zorgt voor een tijdige betrokken- tussen bedrijfsleven en overheid. Het gaat daarbij om het communiceren van
heid (voordat sprake is van escalatie) en samenwerking in mogelijke de resultaten van dit praktijkonderzoek naar de bedrijven en de actiepunten
oplossingen. die dienen te worden opgepakt door de bedrijven.
Betrokken partijen Provincie EZ, Vergunningverlening, RO
Tenslotte verdient het aanbeveling om de voortgang en de resultaten van het
actiepuntenprogramma te monitoren. Het monitoren zou twee maal per jaar met
VNG (Ministerie EZ) de begeleidingsgroep kunnen plaatsvinden. PIT neemt hiervoor het initiatief.

Omschrijving Aanpassing VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering. Hierbij


bedrijfsactiviteiten centraal stellen i.p.v. bedrijfstypen, inzicht geven
in de gevoelige combinaties bij onderlinge hinder tussen bedrijven en
handvaten (bijv. cursus) bieden voor een juist gebruik van de uitgave
door lagere overheden.
Betrokken partijen Ministerie EZ, VROM, Provincie, PIT

35
36
Bijlagen
Bijlage 1 Geïnterviewden (gekoppeld aan de geselecteerde praktijkcases)
• Piet Beltman,
projectleider DBO bedrijventerrein Saxe Gotha, Boxmeer
Leden begeleidingsgroep, lijst van geïnterviewden • Hans Bierens,
directeur Samenwerkingsverband De Rietvelden-De Vutter, 's-Hertogenbosch
Leden begeleidingsgroep • Jaap Couvée,
quality & environmental coördinator, Tetrapak Moerdijk BV, Moerdijk
BMF Nicole Schaffroth • Jack Droog,
BOM/BHB Marten Krikken general manager, ATM Moerdijk, Moerdijk
Ministerie EZ Marcel van Wijk / Kristie van Os (regio Zuid) • Willie Geurts,
Provincie (RO) Marijn Hofstee / Roel van Pelt directeur, Bowie, Boxtel
Provincie (EZ) Ardjan Stegehuis • Gert Koops,
Provincie (Ecologie) Ad Raams / Waldo Maaskant beleidsmedewerker milieu, gemeente Son & Breugel
SEOB/BSK Wouter Boon • Just Nuyens,
Teurlincx & Meijers BV, voorzitter bedrijvenvereniging, De Scheper, Oirschot
PIT Irma Verhoeven, Anke Mariën • Hans Overbeek,
Grontmij Susan Groot Jebbink wethouder Landbouw, milieu en sport, gemeente Son & Breugel
• Jacco Rentrop,
manager Milieu en Veiligheid, Havenschap Moerdijk, Moerdijk
• Wim Roerdinkholder,
facilitymanager, Rexroth Bosch Group, Boxtel
• Leo Sedée,
bedrijfscontactfunctionaris, gemeente 's-Hertogenbosch
• Caroline Smets,
afdelingshoofd Ruimte, Bouwen en Milieu gemeente Oirschot

Overige geïnterviewden
• Ted Berenschot (provincie Noord-Brabant)
• Alfons Bouwman (provincie Noord-Brabant)
• André Donders (Vereniging Afvalbeheer)
• Toon van den Eng (provincie Noord-Brabant)
• Karel Giessen (provincie Noord-Brabant)
• Helga van 't Hof (provincie Noord-Brabant)
• Dirk van der Kroef (provincie Noord-Brabant)
• Martien Romviel (provincie Noord-Brabant)
• Ruud Schoenaker (gemeente Breda)

Informatievoorziening
• René Govers (provincie Noord-Brabant)
• Jacco Peter Hooiveld (provincie Noord-Brabant)
• Paul van Moorsel (Kamer van Koophandel)

37
Tabel B1.1 Potentiële praktijkcases
Bijlage 2 potentiële case veroorzaker potentiële hinder
metaal
profiel potentieel gehinderden

Geselecteerde praktijkcases Den Bosch, Rietvelden-de Vutter Metaalshredder,puin en zand, Voeding- en genotsector
(topproject) autoshredder, milieuoverslagstation
_____________________________________________________________________________________________
In het overleg met de begeleidingsgroep van 28 oktober 2004 zijn diverse Heeze, De Poortmannen Metaalverwerking, (ook betonproducent Gemengde bedrijven, max. cat. 3,
cases gepresenteerd waarin knelpunten (bedrijven die elkaar overlast gevestigd, die blijkbaar geen hinder profilering op kwaliteit
bezorgen) en kansen (bedrijven die elkaar versterken) aan de orde zijn. veroorzaakt)
_____________________________________________________________________________________________
In de tabel is een beknopt overzicht van deze cases opgenomen (de gese- Oss Metaalverwerking Farmaceutische/medische sector,
lecteerde cases zijn met gemarkeerd). VGM-bedrijven

afval, puinbreker

Boxtel, Ladonk Puinbreker, kolenzeverij VGM, Fijnmechanica


_____________________________________________________________________________________________
Boxmeer, Saxe Gotha Afvalrecycling VGM, fijnmechanica
_____________________________________________________________________________________________
Son (topproject) Afvalverwerking Technologisch hoogwaardige
bedrijven
_____________________________________________________________________________________________
Moerdijk (nieuw BT = topproject) Afvalverwerking, scheepsreiniging, Verpakkingsindustrie voor VGM
industriële reiniging
_____________________________________________________________________________________________
Breda, de Krogten-Noord (topproject) Open afvaloverslag Gemengde bedrijven
_____________________________________________________________________________________________
Deurne Verwerking van kabels, puinbreker VGM
_____________________________________________________________________________________________
Cuijk, Haven Overslag olie buurbedrijven (voeding)
_____________________________________________________________________________________________
Dongen Puinbreker Buurbedrijven?
_____________________________________________________________________________________________
Riel Puinbreker Buurbedrijven?
_____________________________________________________________________________________________
Krogten-Midden (Kalshoven) Verplaatsen van pallethandel uit Krogten
(topproject) Kalshoven n.a.v. vastgesteld profiel door
gemeente en bedrijven
_____________________________________________________________________________________________
Bergeijk, ‘t Stoom Voorkomen vestiging asfaltmengcentrale
naast VGM, farmaceutische sector,
textielsector

gevaar

Son (topproject) Opslag gevaarlijke stoffen Omliggende bedrijven met hoog


aantal werknemers

landelijk gebied

Schijndel Koppelingen rond bouw- en recyclings- gelegen aan rand van bebouwde
bedrijf en houtbedrijf. Bedrijf heeft kom op overgang naar landelijk
rondom kavel aarden wal gebied

38
potentiële case veroorzaker potentiële hinder profiel potentieel gehinderden
potentiële case veroorzaker potentiële hinder profiel potentieel gehinderden
autosloperij _____________________________________________________________________________________________
Cuijk, Haven Uitwisseling personeel Uitwisseling tussen bedrijven
_____________________________________________________________________________________________
Oirschot, de Scheper Milieustraat (gemeente Oirschot). Er Gemengde bedrijven, max cat.3,
Roosendaal, Borchwerf Gebruik restwarmte Verbrandingsoven en omliggende
bestaan vergevorderde plannen voor profilering op (beeld)kwaliteit
(topproject) functies (scholen, kantoren,
vestiging mestfabriek op De Scheper (juist ook op verzoek van gemeente)
_____________________________________________________________________________________________ woningen, bedrijven)
_____________________________________________________________________________________________
Oss Autoslopers/woonwagenkamp Farmaceutische en medische sec-
Dongen/ Lieshout Distrivaart Samenwerking tussen VGM
tor (Moleneind/Landweer) _____________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________
Dongen Leerverwerkingsbedrijf Bedrijf dat gelatine vervaardigt
Breda, de Krogten-Noord (topproject) Autoslopers Gemengde bedrijven
_____________________________________________________________________________________________ Samenwerking, afstemming en technolo- Samenwerking, afstemming en
Son (topproject) Autosloperij omliggende bedrijven gische verbeteringen in bedrijfsprocessen technologische verbeteringen in
_____________________________________________________________________________________________
om klachten naar de omgeving (bedrijven bedrijfsprocessen om klachten
Waalwijk, Haven (topproject) Garage, autosloperij omliggende bedrijven
_____________________________________________________________________________________________ en bewoners) te verminderen of zelfs te naar de omgeving (bedrijven en
Cuijk, Haven Naaldhoutbedrijf omliggende bedrijven voorkomen en het imago te verbeteren bewoners) te verminderen of zelfs
te voorkomen en het imago te
parkeren verbeteren
_____________________________________________________________________________________________
Bergen op Zoom, Theodorushaven Afvalwerkende bedrijven benutten dezelfde locatie
Schijndel Autospuiterij omliggende bedrijven _____________________________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________________________
Breda, IABC Foodpark Vestiging van gelijksoortige bedrijven (veilinggelieerde bedrijven)
Waalwijk, Haven (topproject) Bakkerij omliggende bedrijven _____________________________________________________________________________________________
Helmond, Varenschut Autodroom: samenwerking tussen autodealer, occasionhandelaar,
ruimtegebruik financiering- verzekerings- en leasebedrijf, schadehersteller, onderhoudsbedrijf,
installatiebedrijf voor alarm- en navigatiesystemen en een poetsbedrijf delen
Waalwijk, Haven (topproject) Eigenaars van braakliggende percelen Buurbedrijf met ruimtetekort ruimte en voorzieningen, maar werken voor eigen rekening en risico (en
_____________________________________________________________________________________________
mogelijk onderling uitleen van personeel)
Cuijk, De Beijerd-'t Riet Leegstand omliggende bedrijven
_____________________________________________________________________________________________
Cuijk, Haven VGM-bedrijf, vastgoedeigenaar VGM-bedrijf

wezensvreemd
Voor de keuze van de cases hebben de leden van de begeleidingsgroep
Cuijk, Haven Vrije markt Bedrijven de volgende aandachtspunten naar voren gebracht:
_____________________________________________________________________________________________ • de knelpunten dienen pregnant naar voren te komen;
Boxmeer Ziekenhuis Boxmeer Mogelijke verplaatsing van zieken- • verschillende invalshoeken bundelen in de cases (bijv. een technisch
huis naar nieuw bedrijventerrein probleem, een imagoprobleem, een 'wezensvreemd' probleem en een
Beugen-Zuid kans/goede mix);
_____________________________________________________________________________________________
Zundert Industrieterrein De Ambachten, VGM Buurbedrijven • aantal TOPprojecten meenemen;
• knelpunt en kans proberen te combineren in één of meerdere cases;
optimale combinaties, goede mix (kansen) • verschillende organisatievormen van het bedrijventerrein/bedrijfsleven
meenemen;
Moerdijk Chemische industrie en afvalverbranding/ Chemiecluster en grootschalige • zonering/segmentering van het bedrijventerrein als onderdeel van
slibverbranding afvalverwerking/energieopwekking het beleid voor dat terrein meenemen in één of meerdere cases;
_____________________________________________________________________________________________ • ook kleine bedrijven die niet op basis van een merknaam invloed
RIVU (topproject) Containerterminal en VGM Voeding- en genot en transport kunnen uitoefenen meenemen in een case.
en distributie
_____________________________________________________________________________________________
Veldhoven, de Run Verpakkingsindustrie: warmtekracht, Warmte producent naast warmte- Op basis van deze aandachtspunten en voorstellen vanuit de begeleidings-
energie naar de buren vragers op korte afstand groep zijn de zes praktijkcases geselecteerd, te weten:
_____________________________________________________________________________________________ • bedrijventerreinen Saxe Gotha en Beugen-zuid in Boxmeer;
AICD Voedingscluster
_____________________________________________________________________________________________ • bedrijventerreinen Rietvelden/de Vutter in ’s-Hertogenbosch;
DIC Non-ferrocluster • bedrijventerrein De Scheper in Oirschot;
_____________________________________________________________________________________________ • bedrijventerrein Moerdijk in Moerdijk;
Tilburg, Spinder-Zuid Ontwikkeling bedrijventerrein gekoppeld Afvalgerelateerde bedrijven, afval- • bedrijventerrein Ekkersrijt in Son/Eindhoven;
aan de bestaande stortlocatie Spinder verwerkende bedrijven
_____________________________________________________________________________________________ • bedrijventerrein Ladonk in Boxtel.
Son & Breugel, Ekkersrijt Uitwisseling personeel Vergelijkbare bedrijven op basis
(topproject) van kenmerken personeel
39
Werkwijze per case Invloeden op het onderzoek
Van de geselecteerde cases is een korte beschrijving gemaakt, die is uit- Veranderende projectomgeving
gezet bij ecologie en ruimtelijke ordening van de provincie Noord-Brabant Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd in een projectomgeving die
in het kader van deskresearch. Ook heeft overleg plaatsgevonden met onderhevig is aan ontwikkeling en verandering. Zo kan de aanscherping
Paul van Dijk van de MOLO-werkgroep. van beleidslijnen (bijv. streekplan, bestemmingsplan) en wet- en regelge-
Vervolgens is met de verschillende contactpersonen van genoemde ving (bijv. bodemkwaliteitsnormen, externe veiligheid, voedselveiligheid)
bedrijventerreinen contact gelegd om medewerking te verkrijgen aan het de vestigingslocatie van een bedrijf beïnvloeden en ook de bedrijfsvoe-
onderzoek. Daarbij is zowel naar de betrokken bedrijven, gemeentelijke ring (of accenten daarin) doen veranderen. Dit komt mede voort uit het
overheid en intermediaire organisaties (parkmanagementorganisatie, wijzigen van de maatschappelijke agenda.
havenschap) gekeken. Denk bijvoorbeeld aan de aangescherpte eisen ten aanzien van voedsel-
Voor de verschillende praktijkcases zijn interviews gehouden (zie bijlage1). veiligheid, de kritische houding van de consument en de toenemende
juridisering van de maatschappij.
Deze veranderingen kunnen knelpunten in de vestigingslocatie van een
bedrijf veroorzaken dan wel versterken, terwijl ten tijde van de vestiging
van een bedrijf deze knelpunten nog niet of in veel mindere mate aan-
wezig waren.
Anderzijds kunnen nieuw beleid en relevante wet- en regelgeving ook instru-
menten aanreiken die dergelijke knelpunten kunnen helpen voorkomen.

Aandachtspunten respons
Indien er tussen bedrijven op bedrijventerreinen hinder bestaat, zo blijkt
uit de onderzoeksresultaten, kan het voor een bedrijf moeilijk zijn om
hierover informatie vrij te geven. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van een
juridisch conflict of omdat er onderhandelingen gaande zijn.
Daarnaast kan informatie belastend zijn voor de omliggende bedrijven.
Deze gevoeligheid leidt er toe dat bedrijven niet altijd het achterste van
hun tong laten zien.
Ook kan bepaalde informatie niet worden losgelaten vanwege de concur-
rentiepositie van een bedrijf of de relatie met investeringen van het moe-
derconcern. Het is dan ook van belang de nodige anonimiteit te kunnen
garanderen naar de bedrijven toe. Vanuit de hierboven aangegeven belan-
gen zal bij de verkregen informatie rekening moeten houden met de soci-
aal wenselijkheid van bepaalde antwoorden. Zo is het voor de hand lig-
gend dat een bedrijf de overheid in eerste instantie aan zal wijzen als de
probleemeigenaar en vice versa.

40
Schets van de cases

aard knelpunt/kans hinderveroorzaker/kans creëren gehinderde/kans benutten concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren

Bedrijventerrein Beugen-Zuid

Bestemd voor bedrijven uit Land van Cuijk, categorie 2, 3 en 4, tot aan realisatie regionaal bedrijventerrein ook plaatsing van bedrijven groter dan 5.000 m2 mogelijk mits passend binnen kwaliteitsprofiel
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
vestiging ziekenhuis op • wezensvreemde functie op • bedrijvigheid wordt beperkt n.v.t. (moet nog worden gerealiseerd) • gemeente/ontwikkelaar:
locatie Beugen-Zuid bedrijventerrein • wat bij calamiteiten? bestemmingsplan, uitgifte,
• uitbreidingsruimte bedrijven verdwenen communicatie met bedrijven
• provincie: goedkeuring bestemmingsplan
• ziekenhuis: bewustwording gevolgen
vestiging
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
• vestiging gezondsheidscluster • aantrekken nieuwe bedrijvigheid n.v.t. (moet nog worden gerealiseerd) • gemeente/ontwikkelaar:
• toename werkgelegenheid bestemmingsplan, uitgifte,
acquisitie aan te trekken bedrijven

Bedrijventerrein Saxe Gotha, Boxmeer

Ruim 80 ha, er werken ongeveer 3.000 mensen, gemengd terrein tot en met categorie 4 (afvalrecyclingsbedrijven, autogarage, fabrikant (dier)geneesmiddelen, kaarsenfabriek, matrassenfabriek)
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
afvalrecyclingsbedrijf • open opslag, laden en lossen • visuele hinder, imago/uitstraling • opstoppingen openbare weg, • gemeente:
openbare weg beeldkwaliteit uitgifte, bouwvergunning
• afvalrecyclingsbedrijf: laden/lossen
op eigen terrein aanpassen aan
gewenste beeldkwaliteit
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
vestiging aardappelhandel achter • veel vrachtverkeer • fabrikant machines voor textiel- en • aantal verwachte vrachtautobewegingen • provincie: beleid landelijk gebied
fabrikant machines voor textiel- en • voedselveiligheid grafische industrie werkt met chroom: • gemeente: uitplaatsing bedrijf,
grafische industrie (uitplaatsing uit • hoort niet thuis op bedrijven terrein risico voeding gronduitgifte, communicatie met
de kern) (maar in agrarisch gebied), heeft geen bedrijven
toegevoegde waarde

Schets van de case Den Bosch: Rietvelden-De Vutter

Bedrijventerrein De Rietvelden-De Vutter (en Veemarktkade), ‘s-Hertogenbosch

Circa 260 ha groot, aanleg De Rietvelden en Veemarktkade eind jaren vijftig/begin jaren zestig, aanleg. De Vutter begin jaren zeventig, categorie 1 tot en met 5, ruim 400 bedrijven gevestigd (met een breed scala aan industrie
(o.a. VGM), handel, bouwnijverheid, transport & logistiek incl. containerterminal), zowel door weg, spoor en water ontsloten, sterke traditie in samenwerking tussen bedrijven, bestemmingsplan is begin jaren '90 aangepast
om bedrijven die risico's opleveren voor bodem en luchtverontreiniging te weren
Kans
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Bundeling vervoersstromen • samenwerking tussen bedrijven • realisatie containerterminal n.v.t. • logistieke bedrijven
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Segmentering van het terrein • leegstand: strategische aankopen • gewenste segmentering bereiken n.v.t. • aangrenzende bedrijven: aankoop terrein
voor eigen bedrijfsvoering
• gemeente: vormgeven segmentering
uit bestemmingsplan door aankoop
• provincie: inzet herstructurerings-
maatschappij

41
aard knelpunt/kans hinderveroorzaker/kans creëren gehinderde/kans benutten concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Knelpunt
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Plannen om afvalverwerkend bedrijf • past niet in profiel van VGM en T&D • risico verontreiniging grondwater, • nog nader te onderzoeken • gemeente: bestemmingsplan, aankoop
te vestigen op deel van vrijgekomen • risico verontreiniging, beeldkwaliteit, voedselveiligheid, productrisico, • vooralsnog potentiële hinder: grond en heruitgifte
locatie. Inmiddels heeft dit bedrijf imago geluidsruimte, visuele hinder, imago/ risico verontreiniging grondwater en • provincie: milieuvergunning, handhaving
een optie op een deel van de grond uitstraling bij VGM-bedrijven beeldkwaliteit
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Wens/inspanningen om metaal- • past niet in profiel van VGM en T&L • risico verontreiniging grondwater, • nog nader te onderzoeken • overheid (gemeente, provincie):
verwerkend bedrijf naar elders te • risico verontreiniging, beeldkwaliteit, voedselveiligheid, productrisico, • vooralsnog potentiële hinder: bieden alternatieve locaties,
verplaatsen imago • geluidsruimte, visuele hinder, imago/ risico verontreiniging grondwater en aankoop gronden en heruitgifte
uitstraling bij VGM-bedrijven beeldkwaliteit • PMO: communicatie tussen overheid
en bedrijven katalyseren
• bedrijven: monitoren van bodem- en
grondwaterkwaliteit
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Puinverwerkings- en zandopslagbedrijf, • stof, risico verontreiniging, beeldkwaliteit, • voedselveiligheid, verontreiniging nog nader te onderzoeken nog nader te onderzoeken
autoschredder, milieuoverslagstation imago grondwater, stofoverlast, geluidsruimte,
visuele hinder, imago/uitstraling bij
VGM-bedrijven en buurbedrijven
(bijv. plezierjachtenfabrikant)

Schets van de case Moerdijk: Moerdijk

Bedrijventerrein Moerdijk

Circa 2.600 ha groot (start eind jaren 60, categorie 1 tot en met 5/6, ruimt 375 bedrijven gevestigd, zowel door weg, spoor en water ontsloten, terrein is verdeeld in thematische deelparken, havenschap Moerdijk, BIM, com-
missie nieuwvestiging

Kans
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
chemiecluster, uitwisseling van CO2 • bij slibverwerking: komt CO2 vrij • kalkproducent, gebruikt warmte/CO2 n.v.t. • bedrijf met CO2-uitstoot
= kansen benutten • bedrijf met CO2-behoefte

Knelpunt
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
reiniging van bodemsaneringsgrond: • profiel afvalverwerking • geur, luchtverontreiniging, imago/ • 20-tal klachten op jaarbasis • havenschap: bij uitgifte terrein
thermische reiniging gevestigd naast uitstraling • grondreinigingsbedrijf doet investeringen (echter toen werden dergelijke
VGM-bedrijf om te voldoen aan geureisen in problemen nog niet zo ervaren)
Wm-vergunning (eisen komen mede • gemeente en havenschap:
voort uit klachten VGM-bedrijf) herziening bestemmingsplan (VGM-bedrijf
• VGM-bedrijf doet geen extra investeringen hoort er niet langer thuis), bewustwording
in luchtbehandelingssysteem gevolgen
• milieucontouren grondreinigingsbedrijf • bedrijven: aanpassing om hinder te
beperken uitgifte naastgelegen terrein: minimaliseren
zowel aard bedrijvigheid als ruimtegebruik
van de kavel (ruimtelijke consequenties)

42
Schets van de case Oirschot: De Scheper

aard knelpunt standpunt gemeente standpunt bedrijven concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
milieustraat • goed ingepast in groen • op zichtlocatie gevestigd, inbreuk • geen fysieke hinder, echter nooit begrepen • gemeente: bestemmingsplan, uitgifte
• achteraf bezien toch op andere, minder op kwaliteit waarom niet als zichtlocatie is benut grond
prominente plek vestigen • bedrijven: was bij planvorming bekend
dat milieustraat daar zou komen
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
mestfabriek • past op bedrijventerrein • angst voor geurhinder, visuele hinder, • nog onbekend, mestfabriek moet nog • gemeente: bestemmingsplan, uitgifte
afbreuk imago en beeldkwaliteit, worden gevestigd grond, bouwvergunning, communicatie
toename vrachtverkeer • gemeente zegt dat mestfabriek moet naar bedrijven
• van rand naar centrum van bedrijven- voldoen aan normen van geur en • provincie: beleid (mestfabriek op BT),
terrein bij ontwikkeling De Scheper II beeldkwaliteit milieuvergunning
• mestfabriek: bewustwording gevolgen
vestiging
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
zanddepot • is tijdelijk, daarna komt mestfabriek • afbreuk aan beeldkwaliteit bij entree terrein • beeldkwaliteit en stofoverlast bij entree • gemeente: eigenaar zanddepot
• tijdelijkheid is nu al sinds 1999 en aangrenzende bedrijven (tuin/private
(start uitgifte) buitenruimte bedrijven)
___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
zendmast • als storingen optreden dan zal • angst voor straling bij gevoelige • nog onbekend wat optredend effect op • eigenaar zendmast
zendmast worden verwijderd apparatuur gevoelige apparatuur is (wordt nog gemeente: bestemmingsplan/ (aanleg)
nagegaan) (zendmast moet nog worden vergunning
geplaatst)

Schets van de case Son en Breugel/Eindhoven: Ekkersrijt

Kenmerken bedrijventerrein Ekkersrijt


• circa 250 hectare groot, stedelijke regio, 250 tot 300 bedrijven gehuisvest, met meer dan 10.000 werknemers
• categorie 1 t/m 5
• segmentering op bedrijventerrein: sciencepark, meubelplein, grootschalig transport & distributie, kleinschalig gemengd
• parkmanagementorganisatie, ondernemersvereniging, industrieschap op terrein actief
• masterplan Ekkersrijt: visie op de toekomst incl. actiepuntenplan

aard knelpunt (potentiële) hinder concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren


___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
afvalinzamelaar, puinbreker • trillingen, stof versus de op Ekkersrijt aanwezige • nog nader te onderzoeken • gemeenten Eindhoven en Son en Breugel, de regio:
laboratoria en hoogwaardige bedrijvigheid • brand ontstaan in 2004 geen regionale afstemming in beleid en lobby in
• verwerken van huishoudelijk afval, terwijl dit • 2 extra vrachtwagens per verkeerslichtcyclus noodzaak ontwikkeling Acht-noord, en beleid faalt
eigenlijk naar Acht-noord zou gaan (maar deze als men niet beschikt over de gronden in Acht-noord
locatie is nog niet gereed)
• kans op brandgevaar (m.n. in huishoudelijk afval)

komst nieuw bedrijf: handel in sloopafval, • trillingen, stof versus de op Ekkersrijt aanwezige • nog onbekend • industrieschap Ekkersrijt: aankoop grond mislukt
puin en stenen laboratoria en hoogwaardige bedrijvigheid • provincie: milieuvergunning
• aantal vervoersbewegingen over het bedrijventerrein
• wordt dit deelgebied afvalputje van de regio?

43
Schets van de case Boxtel: Ladonk

Kenmerken bedrijventerrein Ladonk


• circa 110 hectare groot, landelijke regio, circa 120 bedrijven gehuisvest, met circa 7.000 werknemers
• categorie 1 t/m 4
• kleinschalige en grootschalige bedrijven in de sectoren metaal, voeding- en genot, technologische bedrijven, afval bedrijven, handel
• parkmanagementorganisatie op terrein actief
• masterplan Ladonk: benoemen van kansen en mogelijkheden voor samenwerking en herstructurering

aard knelpunt (potentiële) hinder concrete hinder (en effecten) probleemeigenaren/actoren


___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
kolen/zandhandel, afvalinzamelaar/zanddepot • stof en trillingen versus de op Ladonk aanwezige • stof op opgeslagen te verkopen goederen (waar- • bedrijven: hinderveroorzakers en gehinderden
technologische bedrijven en bedrijven die hechten onder auto's) en auto's van personeel op buiten-
aan uitstraling terrein
• aantasting beeldkwaliteit van representatieve
bedrijven in de omgeving

Uitkomsten interviews praktijkcases

De interviews met de verschillende contactpersonen van de cases hebben


een beeld van de aard en de omvang van de onderlinge hinder tussen
bedrijven opgeleverd. Onderstaand is per hindersoort de aard van de
concreet, optredende onderlinge hinder aangegeven.

Hindersoort- en effect (vanuit de cases naar voren gebracht)

hinderveroorzaker gehinderde mogelijke hindersoort optredende hinder


___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
• wezensvreemd element • overige bedrijven • belemmeringen bedrijven (toegestane nog onbekend (nog te realiseren)
bedrijfstypen, eisen aan bedrijfsvoering)
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
• afvalrecyclingsbedrijf • VGM-bedrijf • stof, trillingen, productrisico (risico grondwater- • opstoppingen openbare weg (in 1 case)
• metaalverwerkend bedrijf • fabrikant machines VGM-sector verontreiniging), geluidsruimte, visuele hinder, aantal verkeersbewegingen
• puinverwerkingsbedrijf • T&L bedrijven, containerterminal verstoring segmentering • visuele hinder, imago
• autoschredder, milieustraat • potentiële hinder: productrisico (risico grondwater-
verontreiniging)
• gewenste segmentering krijgt onvoldoende vorm
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
• grond- en scheepsreinigingsbedrijf • VGM-bedrijf • geur • 20-tal klachten per jaar
• investeringen om aan eisen milieuvergunning
te voldoen
• milieucontouren beperken uitgifte omringende kavels
• nauwelijks extra investeringen VGM-bedrijf: in-huur
milieuadviseur
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
• zendmast • laboratoria, transformatorenbedrijf • straling, beïnvloeding apparatuur • onbekend
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
• mestfabriek • overige bedrijven • geur, visuele hinder, imago, toename vrachtverkeer • nog onbekend, mestfabriek moet nog worden gevestigd
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
• zanddepot • bedrijven (met name bij entree van het terrein) • stof, visuele hinder • stof, visuele hinder (niet in aantal klachten uitgedrukt)
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________
• aan landelijk gebied gebonden bedrijf • overige bedrij-ven, specifiek fabrikant textiel- en • vrachtverkeer, voedselveiligheid • aantal verwachte vrachtautobewegingen
grafisch industrie

44
De interviews met de verschillende contactpersonen van de cases hebben
naast inzicht in de hinder, ook inzicht opgeleverd in de mogelijkheden
voor samenwerking tussen bedrijven. Onderstaand is per type activiteit
de concreet, optredende samenwerkingskans aangegeven.

Samenwerkingskansen (vanuit de cases naar voren gebracht)

soort activiteit/bedrijf mogelijke kans optredend positief effect


_____________________________________________________________________________________________
• wezensvreemd element • aantrekken bedrijven t.b.v. clustering • nog onbekend (nog te realiseren)
_____________________________________________________________________________________________
• containerterminal • bundeling vervoersstromen • gebruik modaliteit water
• logistieke voordelen bedrijven
_____________________________________________________________________________________________
• CO2 producerend- en • uitwisseling van CO2 • vermindering uitstoot CO2
• CO2 verbruikend bedrijf • vermindering gebruik energie

45
Bijlage 3
Brainstorm Provincie Noord-Brabant (ambtelijk)
Algemeen
In de interviews werd diverse malen de (huidige en toekomstige) rol van de een rol kunnen hebben in indeling van bedrijventerreinen, mits de
provincie aangehaald. Om dit beeld ook vanuit de actor provincie helder te overheid hierin goed vertegenwoordigd is;
krijgen, is op 10 maart 2005 overleg gevoerd met medewerkers van de - grotere rol voor private partijen bij bedrijventerreinenbeheer;
provincie Noord-Brabant. - negatief imago van afvalbedrijven verbeteren of knelpunten voor-
De deelnemers aan dit overleg c.q. brainstorm waren: komen door deelgebied van een bedrijventerrein voor alleen afval-
Toon van den Eng (Handhaving), bedrijven te bestemmen.
Waldo Maaskant (Vergunningverlening) en
Ted Berenschot (Ruimtelijke Ordening).

Uikomsten brainstorm
Uit deze brainstorm met de provincie kunnen de volgende hoofdpunten
worden gedestilleerd:
• erkenning van het probleem: er is sprake van hinder tussen bedrijven
onderling;
• het is zinvol om vast te stellen welke hindersoorten er zijn, welk soort
bedrijven dit soort hinder in de regel veroorzaken en welk soort bedrij-
ven in de regel hinder ondervinden (met deze kennis kunnen nieuwe
knelpunten worden voorkomen door deze kennis te gebruiken bij bijv.
het opstellen van een bestemmingplan en het gronduitgiftebeleid en -
protocol);
• verschillende factoren bepalen het (ontstaan van het) probleem:
- wijze van gronduitgifte (en uitgevende instantie) en rentedruk;
- onvoldoende bestuurskracht op politieke druk;
- systeem van milieucategorieën te grof en te algemeen en is boven-
dien niet ingericht op onderlinge hinder tussen bedrijven;
- bij verplaatsing naar regionale bedrijventerreinen ontstaat probleem
met actieradius: de bedrijven denken vaak nog lokaal (vanuit oorsprong
van het bedrijf) terwijl de actieradius inmiddels regionaal is;
- bedrijven moeten zelf ook meer rekening houden met mogelijke
hinder van buurbedrijven wanneer ze zich oriënteren op een nieuwe
vestigingslocatie (eigen verantwoordelijkheid);
• de rol van de provincie zou vooral faciliterend en stimulerend moeten
zijn. In de ruimtelijke ordening liggen vooral mogelijkheden bij de
begeleiding van de bestemmingsplanprocedure. De voorgestelde aan-
wijzingsbevoegdheid kan niet goed worden toegepast: te zwaar instru-
ment maar vooral moeilijk juridisch houdbaar;
• de rol van de BHB (Brabantse Herstructureringsmaatschappij
Bedrijventerreinen) is toegespitst op inbreng van kennis en katalysator
(financiering onrendabele top, waarbij individuele bedrijfssteun uitge-
sloten is);
• eventuele oplossingsrichtingen:
- categorie-indeling methodiek ’Groene boekje’ wijzigen waarbij ook
rekening wordt gehouden met onderlinge hinder tussen bedrijven
(onderkennen soorten hinder en benoemen gevoelige combinaties
van bedrijftypen) en daarmee een basis voor nieuwe bestemmings-
plannen wordt gelegd;
- in belangen denken via onpartijdige partij: het parkmanagement zou
46
Bijlage 4
Het provinciale klachtenmeldpunt (MIK)
Algemeen
In het provinciale klachtenmeldpunt (MIK-punt) worden klachten van Bovenstaande is onder meer samengevat in onderstaande tabellen. Wanneer de klachten worden onderscheiden naar categorie en plaats-
burgers geregistreerd over hinder afkomstig van provinciale inrichtingen naam kan worden geconcludeerd dat:
(bedrijven met een milieuvergunningen waarbij de provincie bevoegd Globale categorisering klachten MIK-punt • de algemene klachten vooral zijn geuit in Klundert;
gezag is). Aangezien de registratie in principe burgernamen registreert, Categorie Aantal klachten • in de plaatsen Maarheeze en Zevenbergen de meeste klachten zijn geuit
worden bij klachten van medewerkers van bedrijven niet automatisch absoluut procentueel over geluid. Ook Klundert en Beek en Donk kennen klachten over geluid;
__________________________________________________________ • klachten over lucht/stank vooral aan de orde zijn in Bergen op Zoom
bedrijfsnamen genoteerd. Met de beperking in het achterhoofd is toch
Algemeen 61 5,3 % en Moerdijk. Andere plaatsen met klachten over lucht/stank zijn Oss
een selectie van door bedrijven aangegeven klachten gemaakt voor de
Lucht/stank 797 69,7 % en Son;
jaren 2002, 2003 en 2004.
Geluid 215 18,8 % • bodemklachten in een enigszins grotere mate spelen in ’s-Hertogen-
Verder is bij een klacht in het MIKpunt soms ook aangegeven of de defi-
Bodem 54 4,7 % bosch, Moerdijk, Heijningen, Hilvarenbeek, Roosendaal en Waalwijk;
nitieve veroorzaker bekend is. In dat geval is een klachtenonderzoek
Water 17 1,5 % • klachten over het aspect water op een beperkt aantal plaatsen zijn
beschikbaar. Dit onderzoek zou meer inzicht kunnen geven in de oorzaak
Totaal 1144 100,0 % geuit (uitschieters zijn hierbij niet te noemen).
van de hinder (storing of anderszins) en welke acties daarop zijn onder-
nomen. Vooralsnog zijn deze onderzoeken buiten beschouwing gelaten.
Algemene klachten gerelateerd aan plaatsen
De top 10 gecategoriseerde klachten MIK-punt Plaats Aantal klachten
Bij de analyses van het MIK-punt dient voorzichtig met eventuele conclu- _____________________________________
Categorie Aantal klachten
sies te worden omgegeaan, aangezien: Klundert 7
absoluut procentueel
• het MIKpunt alleen betrekking heeft op provinciale inrichtingen (klach- __________________________________________________________ Oss 3
ten die betrekking hebben op inrichtingen waarbij de gemeente Lucht/stank - overig 433 37,8 % Onbekend 36
bevoegd gezag is, worden door de gemeenten zelf dan wel door de Geluid - horeca/kantine 97 8,5 % Totaal 61
regionale milieudiensten geregistreerd); Geluid - industrie/bedrijf 81 7,1 %
• bedrijven niet snel klagen over buurbedrijven en daarmee de feitelijke Lucht/stank - kadaverlucht 70 6,1 % Geluidklachten gerelateerd aan plaatsen
situatie van het aantal hindersituaties veel hoger kan liggen dan uit de Lucht/stank - chemische lucht 66 5,8 % Plaats Aantal klachten
beschikbare gegevens naar voren komt; Lucht/stank - stof/zand 64 5,6 % _____________________________________
• klachten van bedrijven mogelijk betrekking kunnen hebben op de kan- Lucht/stank - gier/mest 50 4,4 % Maarheze 5
toorunits van de bedrijven die de hinder ervaren (en dus mogelijk min- Algemeen - overige 47 4,1 % Zevenbergen 5
der betrekking hebben op de aard van het bedrijf, oftewel het product). Lucht/stank - brand/rook 34 3,0 % Klundert 4
Lucht/stank - olie/benzine 31 2,7 % Beek en Donk 4
Analyse klachten MIK-punt Onbekend 180
Soort hinder Totaal 215
Bij het MIK-punt zijn in totaal circa 1150 klachten ontvangen in de gese- Voorkomen klachten gerelateerd aan locatie
lecteerde periode (2002 - 2004). De binnengekomen klachten zijn onder- De klachten in het MIK-punt zijn gekoppeld aan plaatsnamen. De meeste Klachten lucht/stank gerelateerd aan plaatsen
verdeeld naar de categorieën: algemeen, lucht/stank, geluid, bodem en klachten zijn afkomstig van bedrijven op de bedrijventerreinen in Bergen Plaats Aantal klachten
_____________________________________
water. Uit een analyse van deze klachten volgt dat: op Zoom en Moerdijk. Deze aantallen zijn enigszins geflatteerd, omdat Bergen op Zoom 90
• bijna tweederde van de klachten is gerelateerd aan lucht/stank; aan circa de helft van de klachten niet direct een plaatsnaam is gekop- Moerdijk 81
• bijna 50% van klachten over lucht/stank zijn geclassificeerd onder peld. Oss 55
‘lucht/stank - overig’, dat wil zeggen geen nadere specificatie van de Son 50
soort geur/stank die is waargenomen (bijv. brand, benzine, stof etc); Onbekend 296
• geluid op de tweede plaats komt bij de klachten; Klachten gerelateerd aan plaatsen Totaal 796
vooral geluid afkomstig van horeca/kantine en industrie/bedrijf het Plaats Aantal klachten
______________________________________
grootste aandeel in de klachten hebben;
Bergen op Zoom 92
• de klachten betrekkingen hebben op incidenten/verstoringen. D de Moerdijk 87
klachten worden niet continue gemeld, maar kennen een discontinue
Oss 60
karakter. Wel wordt in een aantal gevallen eenzelfde klacht een aantal
Son 52
maal per jaar gemeld.
Roosendaal 37
Onbekend 553

47
Bodemklachten gerelateerd aan plaatsen Verder zijn in het MIK-punt de vermoedelijke veroorzakers bekeken.
Plaats Aantal klachten Hieruit volgt dat verschillende soorten bedrijven hinder voor andere
_____________________________________
’s-Hertogenbosch 3 bedrijven veroorzaken. Te noemen zijn onder meer veevoederbedrijven,
Moerdijk 3 slachterijen/destructiebedrijven, asfaltproductiebedrijven en afvalstoffen-
Heijningen 2 verwerking.
Hilvarenbeek 2
Roosendaal 2 Vermoedelijke veroorzakers
Waalwijk 2 Bedrijf Plaats Aantal klachten
_____________________________________________________________
Onbekend 32 Industrieterrein Moerdijk (algemeen) Moerdijk 90
Totaal 54 Asfaltproductiebedrijf Bergen op Zoom 76
Destructiebedrijf Son 71
Slachterij Lith 60
Waterklachten gerelateerd aan plaatsen Afvalstoffenverwerking Moerdijk 50
Plaats Aantal klachten Veevoederbedrijf Oss 42
_____________________________________
Oosterhout 2 Vervaardiging van suiker Roosendaal 37
Onbekend 9 Veevoederbedrijf Ravenstein 30
Totaal 17 Afvalstoffenverwerking Best 25
Chemiebedrijf Moerdijk 22
Handels- en Transportbedrijf (kolenhandel) Boxtel 11
Profiel gehinderden Compostfabriek Zevenbergen 10
Waar klachten zijn, zijn gehinderden. Een belangrijke vraag is dan: ’Wie Recycling en afvalstoffenverwerking Nuland 10
zijn de gehinderden, en welke bedrijfsactiviteit wordt ter plaatse uitge-
voerd?’ Uit de in het het MIK-punt vermelde klachten blijken zo'n 18
bedrijven 10 maal of vaker een klacht te hebben ingediend. Tot deze Tenslotte zijn de gehinderden en de vermoedelijke veroorzakers aan
bedrijven behoren enkele chemische bedrijven, betonbedrijven, laborato- elkaar gekoppeld in deze analyse. De uitkomsten laten zien dat:
ria, boetieken, media-bedrijven en productiebedrijven. De 18 meest gehin- • een betoncentrale veel hinder (70 klachten) ondervindt van een asfalt-
derde bedrijven zijn met hun bedrijfsactiviteit in onderstaande tabel neer- productiemaatschappij (Bergen op Zoom);
gezet. Bovendien is aangegeven in welke plaats deze bedrijven zijn geves- • een cementproductiebedrijf heeft geklaagd over een afvalstoffenverwer-
tigd. Hieruit valt op te maken dat in Moerdijk regelmatig wordt geklaagd kingsbedrijf en over Industrieterrein Moerdijk (algemeen) (Moerdijk);
over hinder van andere bedrijven. • een chemiebedrijf klachten heeft ingediend over hinder van
Industrieterrein Moerdijk (10 maal geklaagd) (Moerdijk);
Gehinderden • een groothandel in bevestigingsmaterialen vooral hinder ondervindt
Bedrijf Plaats Aantal klachten van een afvalstoffenverwerkingsbedrijf (Best);
_____________________________________________________________ • een bedrijf in medische producten 31 maal heeft geklaagd over een
Verpakkingsindustrie voor voedingsmiddelen Moerdijk 80 veevoederbedrijf in Oss;
Witgoedservicebedrijf Lith 73 • een bedrijf in verpakkingen voor voedingsmiddelen klaagt over twee
Betoncentrale Bergen op Zoom 70 bedrijven: een afvalstoffenverwerkingsbedrijf en Industrieterrein
Mediabedrijf Son 44 Moerdijk (algemeen) (45 maal);
Bloemsierkunstbedrijf --- 40 • een managementadviesbureau klaagt vooral (20 maal) over een vee-
Modezaak --- 33 voederbedrijf (Ravenstein);
Managementadviesbureau Ravenstein 33 • een mediabedrijf veelvuldig heeft geklaagd over een destructiebedrijf
Vervaardigen medische producten Oss 31 (Son);
Chemiebedrijf Moerdijk 30 • een witgoedservicebedrijf 60 maal heeft geklaagd over een slachterij;
Cementproductiebedrijf Moerdijk 24 • een actiegroep 12 maal heeft geklaagd over een VGM-bedrijf
Reclame en productiebedrijf Kruisland 21 (Roosendaal).
Groothandel (bevestigingsmaterialen) Best 20
Tandtechnisch laboratorium Etten-Leur 20 Vergelijking MIK-punt en onderzochte praktijkcases
Actiegroepering Roosendaal 18 Bij een vergelijking met de vijf onderzochte praktijkcases komt de case
Modezaak --- 14 Moerdijk duidelijk naar voren. De case Ekkersrijt komt indirect naar voren
Chemiebedrijf Zevenbergen 13 vanuit het gehinderde bedrijf, echter het destructiebedrijf ligt niet op het
Bouwmarkt Roosendaal 12 bedrijventerrein maar in de omgeving van het bedrijventerrein (het gaat
Regionale Milieudienst Roosendaal 10 dus feitelijk om een andere hinderveroorzaker – gehinderde relatie).
48
Bijlage 5 Bijlage 6
Lijst Overloopproblematiek Informatie Provincie Noord-Brabant
(handhaving, vergunningverlening, afvalbeheer)
Algemeen
De provincie Noord-Brabant hanteert in haar ruimtelijke ordeningsbeleid Algemeen
(het streekplan en de aanvullende beleidsregel daarop) in beginsel dat Aan medewerkers van de provincie (contactpersonen van de provinciale
bedrijven gevestigd in het landelijk gebied met een omvang van meer hoofdinrichtingen bij Vergunningverlening en Handhaving) is de vraag
dan 5000 m2 bij voorkeur dienen te worden verplaatst naar de stedelijke uitgezet of bij hen cases bekend zijn van onderlinge hinder tussen bedrij-
regio's. Door de provincie is in kaart gebracht om welke bedrijven het ven. Dit heeft, naaste enkele concrete cases, aanvullende informatie over
gaat. inzichten en beleidslijnen bij de provincie inzake puinbrekers en groen-
composteerders opgeleverd. Ook is van medewerkers van de provincie
Analyse Noord-Brabant informatie (hindersoort en actieradius) verkregen over
Op basis van deze lijst kunnen de volgende opmerkingen worden hinderveroorzakende bedrijven in de afvalbranche.
gemaakt:
• diverse soorten bedrijven in de bebouwde kom vormen veelal overlast Concrete cases
(met name geluid) voor de woonomgeving en vormen daarmee zowel Door de contactpersonen van de provinciale hoofdinrichtingen zijn de
een milieuhygiënisch als beleidsmatig knelpunt; volgende concrete cases naar voren gebracht:
• enkele puinbrekers/recyclingsbedrijven die zijn gevestigd in het buiten- • een VGM-bedrijf levert hinder op bij een leerverwerkingsbedrijf
gebied willen op de huidige locatie blijven en de gemeente is daar (Dongen);
eveneens voorstander van; • een bedrijf inzake sanering van milieuverontreiniging in Waalwijk levert
• een aantal grote bedrijven in het landelijk gebied vormen geen milieu- hinder op bij omliggende bedrijven (onbekend is bij welk type bedrijven
hygiënisch of fysiek knelpunt, het betreft op het eerste gezicht alleen de hinder wordt ondervonden);
een beleidsmatig knelpunt; • een aannemingsbedrijf (bouwafvalrecycling, opslag puin en zand)
• een aardappelhandel in Fijnaart wordt verplaatst naar het buiten- levert hinder op bij de omliggende bedrijven (onbekend is bij welk type
gebied, terwijl in de praktijkcase Boxmeer juist sprake is van een bedrijven de hinder wordt ondervonden);
verplaatsing van een aardappelhandel naar een bedrijventerrein; • een afvalrecyclingsbedrijf in Boxtel levert hinder op voor een omlig-
• de gemeente Zundert afvalverwerkers wil huisvesten, maar dat de gend bedrijf dat pompen en compressoren vervaardigd.
bedrijven hiervan geen voorstander zijn (de oorzaak daarvan komt De eerste driegenoemde cases zijn aanvullend op de reeds bekende en
niet uit de gegevens van de lijst naar voren). deels onderzochte praktijkcases. De praktijkcase in Boxtel is reeds
bekend en als praktijkcase geselecteerd (zie bijlage 2)

Puinbrekers en groencomposteerbedrijven
Puinbrekers
Puinbrekers zijn in het verleden en nu nog steeds meerdere malen onder-
werp van discussie geweest in de Brabantse ruimtelijke ordening. Door
medewerkers van de provincie (Vergun-ningverlening, Handhaving) zijn
daarbij de volgende aandachtspunten naar voren gebracht:
• voor wat betreft puinbrekers gaat het vooral om fijn stof. Daarnaast
spelen geluid, trillingen en visuele hinder ook een rol;
• onderdeel van vaste jurisprudentie is, dat 'speciale gevoeligheid' van
een buurbedrijf geen reden is om een milieuvergunning te weigeren of
nadere eisen op te leggen (dus bijvoor-beeld bij trillingsgevoelige
apparatuur);
• de gehinderden bestaan uit bedrijven uit het VGM-segment en bedrijven
in het hoogwaardige technologiesegment. Het aspect imago speelt een
grote rol, ook voor bedrijven uit andere sectoren;
• over puinbrekers in het buitengebied bestaan relatief weinig
klachten/bezwaarprocedures. Waarschijnlijk omdat het buitengebied
relatief dunbevolkt is en omdat de puinbreker er al jaren zit;
• bij de medewerkers van de provincie zijn niet direct voorbeelden
49
bekend waarbij bedrijven aantoonbaar additionele investeringen heb- In beginsel was de reactie vanuit RO binnen het provinciehuis dat groen- op) hinder door stof, geluid trillingen alsmede de kans op imagoscha-
ben gedaan vanwege onderlinge hinder; composteerbedrijven toch thuishoren op een bedrijventerrein. Echter, de voor aangrenzende bedrijven en visuele hinder;
• in procedures met puinbrekers wordt niet gesproken over alternatieve door groencomposteerbedrijven te beschouwen als een (oorspronkelijke) • puinbrekers zijn gebonden aan een bepaald verzorgingsgebied;
locaties. Wel zouden locaties in het buitengebied, nabij stortplaatsen nevenactiviteit van loonwerkersbedrijven (en daarmee een aan landelijk • bij de vestiging van bandenschrotinrichtingen het aspect veiligheid
of rioolwaterzuiveringsinstallaties mogelijk geschikt kunnen zijn; gebied gerelateerde functie hebben) is in overleg tussen de provinciale (blusbaarheid van eventueel ontstane branden) een belangrijk milieu-
• binnen de provincie (Vergunningverlening, Handhaving) is voor zover diensten RO en Milieu gekomen tot een oplossing: zoek bij de vestiging hygiënisch aspect is;
bekend geen overzicht beschikbaar van knelpunten op het gebied van van groencomposteerbedrijven aansluiting bij reeds bestaande verstorin- • composteerbedrijven worden gekenmerkt door een grote kans op het
onderlinge hinder tussen bedrijven. De manier waarop knelpunten gen in het landelijk gebied (denk bijvoorbeeld aan een rioolwaterzuive- ontstaan van geurhinder en geluidoverlast;
naar voren komen, is wanneer er bij een revisievergunning of een nieu- ring). • kunststofverwerkende bedrijven over het algemeen weinig overlast
we milieuvergunning bezwaren en bedenkingen door andere bedrijven Op grond van deze beleidslijn zijn diverse groencomposteerbedrijven (op voor hun omgeving veroorzaken en in minder mate het negatieve
worden ingediend. Via het MIK-punt komen vooral klachten naar aan- eigen kosten) naar een nieuwe locatie in het buitengebied gegaan (bij- imago hebben dat zo kenmerkend is voor de afvalsector. Dit wordt
leiding van incidenten/storingen naar voren; wel bestaat de indruk dat voorbeeld Blauwe Kei in Ravenstein). mede veroorzaakt door het feit dat verwerkingsprocessen meestal in
de structurele onderstroom van onderlinge hinder tussen bedrijven tot een bedrijfshal plaatsvinden en de bedrijven, enkele uitzonderingen
uiting komt in de bezwarenprocedures. Van deze procedures wordt Hinder en bedrijven uit de afvalbranche daargelaten, naar buiten toe niet de uitstraling hebben van een afval-
alleen het aantal bezwaren geregistreerd, niet van wie ze afkomstig zijn. Uit bureauonderzoek van de provincie Noord-Brabant inzake de vestiging verwerkend bedrijf.
van afvalbe- en ver-werkende bedrijven waarvoor de provincie bevoegd
Groencomposteerbedrijven gezag is, blijkt dat:
Enkele jaren geleden is er specifiek voor groencomposteerbedrijven een • een groot aantal van de afvalbe- en verwerkende bedrijven zich buiten
uitzondering gemaakt, zij hoeven niet naar het stedelijk gebied maar zijn de stedelijke regio's bevindt (40 autodemontagebedrijven, 37 milieu-
toegestaan in het buitengebied. Onderstaand een bloemlezing van de straten, 18 sorteerinrichtingen, 17 puinbrekers, 17 op- en overslagin-
aanleiding voor deze uitzondering in het provinciaal beleid, op basis van richtingen, 12 bandenschrotinrichtingen, 11 composteerinrichtingen en
een informatie van medewerkers van de provincie. 10 kunststofverwerkende inrichtingen);
• van de bijna 100 autodemontagebedrijven in Noord-Brabant 40 bedrij-
Eind jaren '80, begin jaren '90 was het gebruikelijk dat snoeiafval van ven in de landelijke regio zijn gevestigd, het totaal aantal van deze
gemeentelijke plantsoenen op grote schaal lokaal werden opgeslagen, bedrijven zal dalen, sprake blijft van een re-gionale spreidingsbehoefte
zonder dat duidelijke afspraken bestonden over de verwerking of afvoer van dit soort bedrijven (particulieren willen in de omgeving hun auto-
van dit snoeiafval. Tegelijkertijd werd het composteren van groen steeds wrak kwijt) en ondanks de professionalisering van de branche nog
meer een professionele bedrijfstak (veelal gestart als nevenactiviteit van steeds sprake is van een negatief imago;
een loonwerkersbedrijf). En met de professionalisering van de groencom- • vestiging van autodemontagebedrijven op bedrijventerreinen zowel
posteerbedrijven en de daarmee samenhangende groei van deze bedrij- binnen maar vooral buiten de eigen gemeente vaak tot grote weer-
ven bleek dat niet altijd (meer) kon worden voldaan aan de minimale stand leidt;
afstandsmaat die volgens de Nederlandse Emissie Richtlijn tussen groen- • het negatieve imago van autodemontagebedrijven voor een belangrijk
composteerbedrijf en woonbebouwing dient te bestaan. deel te maken heeft met het aspect visuele hinder, veroorzaakt door de
opslag van gedemonteerde autowrakken in de buitenlucht;
In 1990 is, in het kader van de Rijn-Vellekoop-gelden, door de provincie • van de circa 85 milieustraten zich 37 buiten de stedelijke regio bevin-
onderzocht op welke wijze deze knelpunten konden worden opgelost. Bij den;
het zoeken naar geschikte locaties voor nieuwvestiging van groencom- • bij sorteerinrichtingen veelal sprake is van een combinatie met andere
posteerbedrijven bleken bedrijventerreinen geen mogelijkheden te bie- activiteiten op afvalgebied en de bedrijven veelal een regionale gericht-
den. De gemeenten met een lokale/regionale opvangfunctie (bepalen pla- heid en verzorgingsgebied hebben;
nologisch kader en uitgevende partij) boden alleen ruimte voor bedrijven • sorteerinrichtingen op bedrijventerreinen vrijwel voortdurend onder-
die konden voldoen aan de gewenste beeldkwaliteit. Grootschalige bedrij- werp zijn van klachten (en soms ook bezwaren en beroep) vanwege
venterreinen of bovenregionale bedrijventerreinen boden evenmin soe- (de kans op) hinder door stof, geluid, trillin-gen alsmede de kans op
laas. Redenen hiervoor zijn dat groencomposteerbedrijven enerzijds qua imagoschade voor aangrenzende bedrijven en visuele hinder. Met
omvang niet thuishoren op grootschalige bedrijventerreinen en ander- name transportbewegingen met containers zijn hiervoor een belangrij-
zijds een bepaald verzorgingsgebied (= actieradius) hebben waardoor zij ke oorzaak;
in de regio dienen te worden gehuisvest (en daarmee een bovenlokaal • puinbrekers op bedrijventerreinen vrijwel voortdurend onderwerp zijn
terrein als Moerdijk geen alternatief is). van klachten (en soms ook bezwaren en beroep) vanwege (de kans
50
Bijlage 7
LISA-bestand: potentiële onderlinge hindersituaties
Algemeen
De provincie Noord-Brabant beschikt over het zogenaamde LISA De volgende overzichten zijn gemaakt:
Vestigingenregister (Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen en • Brabant-brede kaart met daarop een overzicht van alle potentiële
vestigingen). Dit register bevat een overzicht van alle in Noord-Brabant onderlinge hindersituaties op bedrijventerreinen en in het buiten-
gevestigde bedrijven (circa 124.000 bedrijven), zowel op bedrijven- gebied;
terreinen, in kernen als in het buitengebied. Per bedrijf is onder meer • Brabant-brede kaart met daarop een overzicht van de potentiële onder-
informatie beschikbaar over de aard van de bedrijfsactiviteiten (SBI/BIK- linge hindersituaties van de onderstaande typen bedrijven (de zoge-
code) en de milieucategorie. Aan bijna alle bedrijven zijn coördinaat- naamde ’Top onderlinge hindersituaties’);
gegevens gekoppeld (van circa 5.900 bedrijven - circa 5% - ontbreken Potentiële hinderveroorzakers:
deze gegevens), zodat een weergave van de ligging van deze bedrijven in - autosloperijen;
de provincie Noord-Brabant met een GIS-systeem (Geografisch Informatie - groothandel in schroot, oude materialen en afvalstoffen;
Systeem) tot de mogelijkheden behoort. - afvalinzamelingsbedrijven;
- afvalrecyclingsbedrijven;
Om op basis van de gegevens uit het LISA Vestigingenregister inzicht te - saneringsbedrijven (milieuverontreining);
verkrijgen in potentieel gevoelige combinaties van bedrijven is inzicht - sloop- en grondverzetbedrijven
nodig in de hinder die een bedrijf mogelijk kan opleveren dan wel de hin- Potentiële gehinderden:
der waarvoor een bedrijf in potentie gevoelig is. Daarvoor is op basis van - VGM-bedrijven;
de Lijst van bedrijfstypen uit Bedrijven en milieuzonering van de VNG - groothandel in VGM;
(Den Haag, 2001) en de onderscheiden bedrijfstypen uit het LISA - farmaceutische en medische bedrijven;
Vestigingenregister een nieuwe lijst vervaardigd. Deze nieuwe lijst geeft - vervaardiging van machines en apparaten.
inzicht in het feit of een bedrijf mogelijk hinder veroorzaakt bij een ander • detailkaarten van Moerdijk, Boxtel en Oss (zowel voor het totaal van
bedrijf (rood gemarkeerd), dan wel hinder kan ondervinden van een potentiële onderlinge hindersituaties als van de ’Top onderlinge hin-
ander bedrijf (groen gemarkeerd). In deze bijlage is deze lijst (potentiële dersituaties’).
hinderlijst) opgenomen.
Bij deze kaarten dienen de volgende opmerkingen te worden gemaakt:
In overleg met de provincie Noord-Brabant (Jacco Peter Hooiveld) is het • van circa 5% van de bedrijven zijn geen coördinaatgegevens bekend,
LISA Vestigingenregister vervolgens gekoppeld aan de potentiële hinder- zodat deze bedrijven (voor zover zij op bedrijventerreinen of in het
lijst. Vervolgens is via GIS inzichtelijk gemaakt of potentiële onderlinge buitengebied zijn gevestigd) niet op het kaartbeeld zijn opgenomen;
hindersituaties op bedrijventerreinen in en in het buitengebied van • op basis van een analyse van de cases is gebleken dat de activiteiten
Noord-Brabant voorkomen (de bedrijven in de stedelijke gebieden die van sommige bedrijven op een andere wijze in het LISA Vestigingen-
niet op bedrijventerreinen zijn gevestigd, zijn buiten beschouwing gela- register zijn geclassificeerd dan men op grond van de bekende
ten). bedrijfsactiviteiten zou verwachten. Dit kan tot gevolg hebben dat een
beperkt aantal hinderveroorzakers dan wel gehinderden niet juist is
weergegeven.

51
R id M ol enp a d K

Rij
de r t at
v an Cuij kst raa stra

va n

lo te

ks
os

Elzen
Dr. de
en s
uw
Ni e

w
He t K
Mezenlaan
l

eg
pe e

M er
De

Eikeng

ut
rw

efk
uw

Lijster
p ei

en bo
gaard
Ko ap Nie

Brouw
la t

Ho

Br ak

he
rsu

de
aa itte
t.U str l

im
De

Li er
en

aard
t

bes ga
S

al
ndstr aa

en

str

s
va n Ho

Meijer ij

erl aan
at

da
aar d

Oud e
a

u ij

a
Totaal Hinderveroorzakers en hindergevoelige bedrijven Kr

ng
Maasl
v
an

Clari sse n

sp a
en
An
Ra

Rozen
n

ard
d
M

Be rke
Ja

Du in

pa
Ke

na s
n

ole

tru

Hoog
erf

sts

straat
rnst r

ters
rks
De

ns

Pe
utw dreef

tra
De traat

tr

tr
Tonge
t
Ho Put ters
Boxtel: Ladonk rwi jks

gaard
kan

aat

aa

ra

s
rsestr Ois te

at
aa

s tr

heem
ij

Zu
aat an

at

D
Tonger en e rheesla

Po
t

aa
Be rik Ve
Kapelweg iaa Hend

pu
t
Pa
t rd ums
raa Mg

Pri

lier
uk

st oo
tra at
ie st r.B De Be

On

ns

e
n ek

Velda
ro

n la
ke
Provincie Noord-Brabant Ba

s Doelstraat

Be
rss

r Erasstr aat
Brugs

an
tra
uv el

rn
a t

ha
he

kke
lks

aat
Breukelsplein
Ka

rd

De Sp
! 70201

s tr
onsstraat

rstraa
Ma

rtstraat
Stati

sstr
rk A ch

Elis
t

aa
Rech ter
! 93012 te rs de straat

Brede

ins ter
t

Krui
Strij Maa strichtse

tra at
abeth Bas tr aa pt

t
t
eweg

eg

D r.van Helvoo
at

Oost erpad
on ks astra

ew

rodew
drik
be nd

at
51523 52466 st rin

afs
Br
d'Ekker !
Pale

a
Hob
!

str
e

en
ra
S p oors
! t raat uke

er

ng
ls e

eg
k
s t ra

ole
Ak

ns
at
traat

De
rd is

Pri

Bac
te ve

straat
Mon

Ho
hs
Ju

ef
at Da m

traa
H an
lia

in a
as th
ijls tra

na
of
! M

e lm

t
s tr

de ls
aa

Co up
!

Wilh
Pa
74207

tra at
va er

ra
80212 n Raap akk

lle

er ins
!
hof
Le B urg

De Linnen k e r
lw
eu Be

rlio zs
73101

eg
aan

ble
Grot C

D eb

Vi va
w

hop

tra at
a rtl

No

Pur
en e Beem F ellenoor d
De Do s tr M oz

or
2862 2942 d

tra
in
nde rs
!
aa t

ussy

ld ist

ce lls
d
Beem

Cor
stra
ne

at
!

Ja cob
Klei

ra at
stra

tra at
t

el lis
2521

at
!

at
la ttis

Rob
2753 2862

r aat
Sc ar

a
!
St

Ten ta els tr
Ka

at
!

traa
2924 2924 ste

Ro

ert S
!

at
e

D ie pe
3110

!!
74302 lla e lan

ion

De B lauwverv
51873 an

t
!
ds straa

B ee
80212 Brink Ap

sp

Be ne
t
t

ch
!

ns
!
50104 o

aa
str ll op

le

nb ro
F ra

um
in
ad

th ov
3550

! ! 51847222

luxl aa

anl aa
ckst

Sw
74402 2851 v an

e n rin
50204 51471
2811
! ! !

ee
Co

!! !
er

ra at
! !!74702
36121 o th t

n
!63123
! traa

linck
50205 51443

g
! straa

!
51522 ! 2851 t in on is

Lo
5181 1730 Alb
Do

laan
x

mm
52431

ve
! ! el

Puc
!
51876

ns
71405 o ord
! !7486

ad
2871
!
! ! n !92655 !

e
!
7222 De P

cini
we

enp
5115 ! ker

Colenh oef
74207 3320 ! 60242
! 50104!
pi er

a
g

m
rvelde

st ra
! 60242

O ss
1531 Have 74501

!
dreef
hoolse
!
!
n

at
52489 K oni jns laa
!
pa
! Euro
! ! 74701 ! 74125

De M
!
1754
! 52492 va

!
50104 51876 ! 2741 n r
Sa en u

ke
Stapel

ld er
! lm tb re

ou
str
2912
! 2912 aa H an Vorsenpo

Hemelrijk
51461 t De ria
la el
! ! xa
nd

!
52467 ! Ta

d ijk ! !
74401

!
gs
50104 ! 71101
n

i per
!
erli

!
Ge

2812

De Ku
!
51481
! 2224
! 3320
! 50104
!
85161 !
! Sc houwrooij
! !

at
!

tra
!

!
In du

s
se
60242 stri ! 90022

k
!
ewe
74205 !

oe
g 50104 DREIJ ERBOS

br
2811
!

u is
! 741437485
92323 ! !

Kr
!
74402 ! 74502
! La 9234250205
3720 d Liempds

! ! 5540
on eweg

Ein
Sche
!
epdo nkseweg 9001 k se

d
w

ho
eg
52465

ve
!
2416 Heeste rakker

ns
151165234
!
! ! !
! 51322

ew
!

!!
50104 52465

eg
!
7222
!
Roond Staarten 50104 50204 ! 151115132

! 51461
2922 ! 22223 50205

!
2852
! 2922 !
3210
eind
!
74125
!
Bos

!
2442
!
63301
!
51383 74152
51873
52499 ! 15131 !
! 51573
50104

m pde
51876 !
50104

! !

Kleinderlie
60242
traat
!
93022
!
Goo re s
!
5186
3150 9003 74401
!! !!!
!
! 60242
74141 92343 74143
51471

5050
! SE
BA
AN
UL
KE

93022

!
51878
! 92111
H ole e g
Eik E ve ew

Vo o rs
rb os

o ts
ch
irs
tra

O
ad
rk p

at
Ke Pa
rall e
lweg Zuid
Bo

sew eg KE UL
ela ar
sra

S EBA AN
Pinkst
nd

Arm
eho e
fst ra a t AN
Brede Heide E BA
KEULS
De Oorsprong

92625
!
Ram steeg
Pastoo
Ko r
r Man dersst ra

te He
ide
nstraat

a
Til m

at
Pastoor

Dorele
ijerswe g

Ein
d
G re

ho
ep Do rsv e

ve
l gel
!

ns
t
och

ew
5111
e

e
Spad

B
De

g
Eg
ish e uvel
Le nn
Ploeg

rst
Vo
De
e f
adre
A nn Ri gtpa
d

ek en
De Be
Hindergevoelige bedrijven Hinderveroorzakers
K em
pse
Milieucategorie Milieucategorie we
g
g

! !
we

! !
rtse
! ! ! ! ! ! K oe
v oo

eg
ew
1 2 3 4 5 -- 2 3 4 5
Mij lst raat

ts
pe

o
H er

ch
oe

in gs

irs
weg
nk

O
iste

12345 Type gehinderd bedrijf


u
Kn

67890 Type hinderend bedrijf 1:10.000

52
R id M ol enp a d K

Rij
de r t at
v an Cuij kst raa stra

va n

lo te

ks
os

Elzen
Dr. de
en s
uw
Ni e

w
He t K
Mezenlaan
l

eg
pe e

M er
De

Eikeng
rw

ut
efk
uw

Lijster
p ei

en bo
gaard
Ko ap Nie

Brouw
la t

Ho

Br ak
rsu

he

de
aa itte
t.U str l

im
De

Li er
en

aard
t

bes ga
S

al
ndstr aa

en

str

s
va n Ho

Meijer

erl aan
at

da
aar d

Oud e
a

u ij

a
Top 3 Hinderveroorzakers en hindergevoelige bedrijven Kr

ng
Maasl
an

Clari sse n

sp a
en
An
Ra

Rozen
n

ard
d
M

Be rke
Ja

Du in

pa
Ke

na s
n

ole

tru

ijstraat
Hoog
erf

sts

rns

ters
De

rks
ns

Pe
utw dreef

tr
De traat

tr

tr
Tonge
t
Ho Put ters
Boxtel: Ladonk rwi jks

aa

gaard
t ra
kan

aa

aa

ra

s
rsestr Ois te

s tr

heem
ij

Zu
aat an

at

D
rheesla

at
Tonger en e

Po
Be

aa
Kapelweg iaa rik Ve
Hend

pu
t
Pa
at rd Mg ums

Pri

lier
uk
stra

st oo
tra at
nie
r.B De Be

On

ns

e
ek

Velda
ro

n la
ke
Provincie Noord-Brabant Ba

s Doelstraat

Be
rss

r Erasstr aat
Brugs

an
el tra

rn
uv a t

ha
he

kke
lks

aat
Breukelsplein
Ka

rd

De Sp
onsstraat

s tr
Ma

rstraa

rtstraat
Stati

sstr
!

rk A ch

Elis
Rech t

aa
ter
te rs de straat

Brede

ins ter
t

Krui
Strij Maa strichtse

tra at
!
abeth Bas tr aa pt

t
t
eweg

eg

D r.van Helvoo
at

Oost erpad
on ks astra

ew

rodew
drik
be nd

at
st rin

afs
Br
d'Ekker
Pale

a
Hob

str
e

en
ra
! S p oorst raat ! uke

er
!

ng
ls e

eg
k
s t ra

ole
Ak

ns
at
traat

De
rd is

Pri

Bac
te ve

straat
Mon

Ho
hs
Ju

ef
Da m

traa
H an
lia

in a
as th
of

na

e lm

t
s tr

de ls
!

aa

Co up
Wilh
Pa
!

tra at
va er

ra
n Raap akk

lle

er ins
hof
Le B urg

De Linnen k e r
lw
eu Be

rlio zs
!

eg
aan

ble
Grot C

D eb

Vi va
w

hop

tra at
a rtl

No

Pur
en e Beem F ellenoor d
De Do s tr d M oz