Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Special bedrijventerreinen

Informatieblad oktober 2006

Een speciale uitgave van de VASt nieuwsbrief; de Special Bedrijventerreinen, boordevol informatie van enthousiaste ondernemers, ondersteuners en andere betrokkenen bij het VAStproject Bedrijventerreinen Nederland en bij de bedrijventerreinen pilots in Coevorden en Oss.Wij wensen u veel leesplezier!

VASt maakt ondernemers nieuwsgierig
De brandweer neemt deel aan het VASt-project ‘Vast is Zeker’, gericht op de bedrijventerreinen rondom Coevorden. Jaap de Koning, plaatsvervangend commandant gemeentebrandweer Coevorden: “Het project biedt ons

De redactie

Inhoud
3 4 6 6 8 9 10 11 Binnen ‘Vast is Zeker’ kun je open praten over veiligheid Aanhaken bij bestaande samenwerkingsverbanden zeer succesvol VASt-instrumenten Stoffenmanager en PIMEX Versterking Arbobeleid Stoffen voor alle bedrijventerreinen in Nederland ‘Veiligheid op ons terrein is een gezamenlijke verantwoordelijkheid’ Informatie uit de Stoffenmanager belangrijk in contact met de brandweer Arbeidsinspectie:‘Hard als het moet, zacht als het kan’ Samenwerken versterkt onderling vertrouwen

de mogelijkheid om goede kennis van de aanwezige stoffen bij bedrijven te verkrijgen. Daarnaast hebben wij de gelegenheid om bij ondernemers de achtergrond van bepaalde regels toe te lichten.Wij streven ernaar dat bedrijven zich uit overtuiging aan de regels gaan houden, waardoor onze handhavingstaak lichter wordt.” Op de diverse bedrijventerreinen rondom Coevorden bevinden zich veel bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen.Voor deze bedrijventerreinen wordt het VASt-project ‘Vast is Zeker’ uitgevoerd. Het is een initiatief van stichting Park Management Coevorden en heeft als doel het omgaan met gevaarlijke stoffen gezamenlijk aan te pakken en te verbeteren. Het gemeentebestuur van Coevorden is enthousiast over het project en neemt eraan deel via de plaatsvervangende brandweercommandant Jaap de Koning. “De brandweer werkt via vijf schakels aan de veiligheid: pro-actief (veilige inrichting

VASt-project Bedrijventerre
Het programma Versterking Arbobeleid Stoffen (VASt) van het ministerie van SZW stimuleert bedrijven veiliger te werken met gevaarlijke stoffen. Op dit moment werken 64 sectororganisaties (werkgevers- en werknemersorganisaties) samen aan de uitvoering van totaal 24 VASt-actieplannen om dit voor elkaar te krijgen. Aanvullend op de VASt-actieplannen is in 2006 het project Bedrijventerreinen Nederland gestart. Dit project is omgeving), preventie (voorkomen calamiteiten), preparatie (voorbereiding aanpak calamiteiten), repressie (bestrijden) en nazorg. ‘Vast is Zeker’ is voor ons vooral belangrijk voor het onderdeel ‘preparatie’.Wij maken voor ieder bedrijf een bereikbaarheidskaart met daarop de ligging van het bedrijf en gegevens zoals ingangen, blusmiddelen en brandcompartimentering.” 2 Een heel belangrijk onderdeel van de bereikbaarheidskaarten is het overzicht van gevaarlijke stoffen en de opslagplaatsen hiervan. De Stoffenmanager speelt hierbij een belangrijke rol, aldus De Koning. “De gegevens die bedrijven via dit instrument verkrijgen, geven ze aan ons door.Wij verwerken deze in onze kaarten, zodat wij de vorm van brandbestrijding kunnen afstemmen op de aanwezige stoffen.” De Stoffenmanager is een gratis webapplicatie, online beschikbaar op www.stoffenmanager.nl Draagvlak binnen bedrijven Binnen het project ‘Vast is Zeker’ krijgt de brandweer informatie maar verstrekt die ook zelf. De Koning streeft ernaar om bij bedrijven de logica en de achtergrond van de regelgeving toe te lichten. “Je kunt zeggen: je mag niet over die brug lopen omdat dit verboden is volgens artikel 12. Maar je kunt ook zeggen: je mag niet over de brug lopen omdat deze anders instort. Op die laatste manier accepteren mensen het beter. Binnen ‘Vast is Zeker’ probeer ik met deze benadering bij de bedrijven meer draagvlak te creëren voor de regelgeving rond veiligheid.” Een goed voorbeeld vindt hij het ontruimingsplan. Bedrijven zien dit volgens De Koning teveel als een verplichting, terwijl het hun redding kan zijn als er iets misgaat. “Ik benadruk altijd: de eerste tien minuten zijn voor jezelf.Wij kunnen niet meteen ter plaatse zijn. Het is heel belangrijk dat een bedrijf goed heeft vastgelegd hoe te handelen in de eerste minuten van een ramp. Hierdoor kan veel schade beperkt worden.” De Koning gaat hierover een workshop geven aan de deelnemers van ‘Vast is Zeker’ “Wij hebben een standaard ontruimingsplan gemaakt. Dankzij het Deelname aan VASt-project overtreft de verwachtingen Een groot voordeel van ‘Vast is Zeker’ is dat het initiatief van de bedrijven zelf komt, aldus De Koning. “Er is bij de bedrijven al draagvlak om na te denken over veiligheid. De een steekt de ander aan met dit enthousiasme. Het VASt-project maakt ondernemers nieuwsgierig naar het veiligheidsniveau van hun eigen onderneming en hoe het bij anderen geregeld is.” De Koning heeft zich eveneens ingezet om de deelname aan het project zo groot mogelijk te maken. “Voorwaarde voor de VASt-subsidie was dat er twintig bedrijven zouden participeren. Om er zeker van te zijn dat dit aantal werd gehaald, heb ik met een paar mensen verschillende bedrijven gebeld. Deze persoonlijke benadering werkte en nu doen er 48 bedrijven mee!” Voor de brandweer is het ook van belang dat zoveel mogelijk bedrijven meedoen. “Ons uitgangspunt is dat de bedrijven zich in de eerste plaats zelf verantwoordelijk moeten voelen voor hun veiligheid. Bij een dergelijke houding hoef je als brandweer minder te handhaven.” Het persoonlijke contact met de bedrijven helpt om dit verantwoordelijkheidsgevoel te stimuleren. “Op het gebied van omgaan met stoffen melden deze bedrijven bijvoorbeeld nu zelf wanneer het productieproces wordt gewijzigd.Voorheen gebeurde dit niet altijd, terwijl dit soort gegevens cruciaal is bij calamiteitenbestrijding. Ondernemers hebben ons in het informele kader van het VASt-project leren kennen en geven daardoor nu eerder veranderingen door en begrijpen beter het belang daarvan.” VASt-project kan ik dit aan verschillende bedrijven tegelijk presenteren en het idee erachter toelichten.” gericht op de implementatie van de resultaten van VASt binnen bedrijven. Het project loopt tot juli 2007 en informeert bedrijven op bedrijventerreinen over goede

einen Nederland
voorbeelden wat betreft werken met stoffen. Op dit moment worden in twee pilotprojecten op bedrijventerreinen in Oss en Coevorden instrumenten ontwikkeld om de zorg voor arbo en voor calamiteiten te verbeteren. Een integrale aanpak van veiligheid, gezondheid en milieu blijkt hierbij voor bedrijven goed te werken. Ook zijn VASt instrumenten beschikbaar die het veilig werken met gevaarlijke stoffen makkelijker maken, zoals de Stoffenmanager en PIMEX. Meer informatie over alle genoemde activiteiten in het kader van VASt vindt u op www.vast.szw.nl.

Binnen ‘Vast is Zeker’ kun je open praten over veiligheid
Schildersbedrijf en woonwinkel Ahlers is deelnemer van ‘Vast is Zeker’ in Coevorden. “Door de samenwerking verwacht ik de kennis te vergaren die het mij makkelijker maakt aan de wettelijke veiligheidseisen te blijven voldoen. Daarnaast kan ik nu - zonder ongepast nieuwsgierig te lijken - aan mijn buurman vragen hoe hij omgaat met zijn gevaarlijke stoffen.” Jos Ahlers’ bedrijf is gespecialiseerd in schilderswerkzaamheden, zonwering en stoffering. Hij heeft een uitvoerend bedrijf en een grote winkel/showroom. Door deze gevarieerde werkzaamheden valt Ahlers onder verschillende wetgeving rond gevaarlijke stoffen. Het kost hem als kleine ondernemer veel tijd om de ontwikkeling van wettelijke veiligheidseisen in diverse branches bij te houden. “Door samen te werken met andere bedrijven op het gebied van stoffen hoop ik een manier te vinden om deze kennis snel en gemakkelijk op peil te kunnen houden.Voor mij is dat een belangrijke meerwaarde van ‘Vast is Zeker’.” 3

Vragen stellen aan collega-ondernemers
Ahlers neemt ook deel aan ‘Vast is Zeker’ vanwege het contact met andere ondernemers. “Ik kan vragen stellen aan collegaondernemers zonder boze gezichten te krijgen. Als ik voldoe aan alle wetgeving rond gevaarlijke stoffen, maar mijn buurman doet dat niet, dan heb ik nog een probleem. Zomaar op een bedrijf afstappen om te vragen of zij een noodplan hebben en of hun RI&E op orde is, kan niet. Er is een grote kans dat zij geïrriteerd antwoorden dat ik me met mijn eigen zaken moet bemoeien.” In een samenwerkingsverband als ‘Vast is Zeker’ openen de ondernemers voor elkaar de boeken wat betreft stoffen. “Je kunt dan zien welke hoeveelheden zij in huis hebben en welke veiligheidsmaatregelen er zijn genomen. Daarnaast krijg je een indruk hoe andere ondernemers veiligheidsvraagstukken hebben aangepakt en daar kun je van leren. Tegelijkertijd is het een veilig idee dat omliggende bedrijven eveneens serieus omgaan met veiligheid en gevaarlijke stoffen.” Ondernemingen op andere bedrijventerreinen kan hij zeker aanraden een overeenkomstig samenwerkingsverband op te zetten. “Je twijfelt wel eens of je alle wetgeving als ondernemer goed hebt geïnterpreteerd. Door deel te nemen aan het samenwerkingsverband krijg je een stuk zekerheid dat je op de goede weg bent.”

de schaalvergroting. Zaken als telefonie, afvalverwerking en energie kunnen we gezamenlijk inkopen.” Dit voordeel geldt ook voor het gezamenlijk regelen van beveiliging van het terrein en verzorgen van bedrijfshulpverlenings-cursussen. Het programma VASt sluit hier naadloos op aan. Grote deelname bedrijven aan pilot Voor de uitvoering van het VASt-traject is een projectgroep ingesteld bestaande uit een arbeidshygiënist, een veiligheidskundige en een onderzoeker. De laatste gaat speciaal kijken hoe de aanpak van de 4 pilot breed toegepast kan worden bij andere bedrijventerreinen in Nederland. Er is een bijeenkomst georganiseerd waar zo’n 50 bedrijven op afkwamen. De burgemeester van Coevorden en ook het ministerie van SZW waren aanwezig om uitleg over het project te geven. “We 48 bedrijven hebben zich aangemeld voor het VASt-project op het bedrijventerrein in Coevorden; ruim meer dan de target van 20 . De aanpak van de stichting Park Management Coevorden werpt zijn vruchten af. Bedrijventerreinen zijn eind vorig jaar als speerpunt aan het programma VASt toegevoegd. Uit een verkennend onderzoek bleek dat op tal van bedrijventerreinen gezamenlijke regelingen zijn getroffen die gunstig zijn voor de arbeidsomstandigheden en het veilig werken met gevaarlijke stoffen. Bijvoorbeeld centrale opslag van gevaarlijke stoffen, een collectief contract met een arbodienst of het gezamenlijk opzetten van bedrijfshulpverlening. Deze bestaande samenwerkingsverbanden zijn een goede opstap voor de inzet van het programma VASt. De bedrijventerreinen rondom Coevorden vormen een van de twee pilots die zijn gestart om de mogelijkheden te onderzoeken. “We voldeden aan alle criteria voor een VASt-pilotproject. De bedrijven hier zijn goed georganiseerd; ongeveer 90% van de bedrijven is lid van de Industrie Vereniging Coevorden en 80% van het PMC,” vertelt Henk Veldhuis, technical manager van Forbo-Novilon en voorzitter van de werkgroep Vast is Zeker van het PMC. Ook hebben zich verschillende takken van industrie en dienstverlening gevestigd op de vijf bedrijventerreinen rond Coevorden, van metaal- en kunststofverwerkers, veevoederproducten tot apparatuurleveranciers. “Het PMC draait op de ondernemers van de bedrijventerreinen zelf. Het is allemaal vrijwilligerswerk. Je doet het naast je dagelijkse werk, maar we steken er graag tijd in. De kracht van onze aanpak zit in De Quick Scan; nulmeting bij bedrijven De volgende stap was het uitvoeren van een Quick Scan. Dit deden de bedrijven zelf aan de hand van een vragenlijst over veiligheidsvraagstukken. Niet alleen over doen dit in nauwe samenwerking met de gemeente,” benadrukt Veldhuis. “We kijken namelijk ook naar de externe veiligheid van het industrieterrein. Daarom is de regionale brandweer namens de gemeente in de werkgroep van het project vertegenwoordigd.” Op de bijeenkomst heeft de helft van de bedrijven getekend.Veldhuis:“De resterende bedrijven hebben we bezocht. Dit heeft geleid tot een deelname van maar liefst 48 bedrijven aan het project VASt, terwijl we voor de pilot uitgingen van een target van 20. Onze aanpak is misschien intensief, maar wel zeer effectief gebleken.”

Aanhaken bij bestaande samenwerkingsverbanden zeer succesvol

gevaarlijke stoffen, maar ook over vergunningen, risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E), bedrijfshulpverlening en het bezit van een noodplan. “De leden van het projectteam zijn vervolgens bij de bedrijven langs geweest om samen de vragenlijst door te lopen. Eventuele vragen van de ondernemers hebben ze gelijk beantwoord, en er was zo gelegenheid om door te vragen: U heeft een RI&E, hoe oud is die dan? Mag ik die eens zien? Heeft u ook een plan van aanpak? Dat soort vragen,” illustreert Veldhuis het verloop. Inmiddels zijn alle Quick Scans binnen en worden ze verwerkt zodat een overzicht ontstaat in hoeverre bedrijven aan hun wettelijke verplichtingen voldoen. Het resultaat krijgen de bedrijven teruggekoppeld. Zo weten ze in hoeverre hun bedrijf op orde is en of er geen zaken tussen de wal en het schip zijn geraakt. Naast die feitenopsomming krijgen ze ook een

persoonlijk geschreven advies.Veldhuis:“We maken het bedrijf niet op orde, dat moeten ze zelf doen.We kunnen ze er wel bij helpen, bijvoorbeeld door ze in contact te brengen met de juiste personen of instanties, of door workshops aan te bieden.” Afhankelijk van de uitkomsten van de Quick Scan worden een aantal workshops opgezet, bijvoorbeeld over RI&E, bedrijfshulpverlening of de registratie van gevaarlijke stoffen. Opgebouwde kennis benutten en verspreiden In de laatste fase van het project worden de uitkomsten gebruikt om samen met de brandweer de externe veiligheid te bekijken. “Ook dit koppelen we terug naar de bedrijven. In het antwoord op de vraag: hoe gevaarlijk is mijn buurman? zijn veel bedrijven geïnteresseerd.” Ook bij andere parkmanagement organisaties bespeurt Veldhuis de behoefte om het goed te regelen op hun terrein. Aan het eind van het project in mei 2007 wordt bekeken hoe de opgebouwde kennis en vaardigheden kunnen worden geborgd en verspreid. Een eerste ‘beloning’ voor hun inzet is al binnengehaald tijdens een brainstormsessie op het ministerie van SZW. De Arbeidsinspectie heeft dit jaar een speciaal inspectieproject voor bedrijventerreinen opgezet. “Het zou funest zijn voor ons VASt-project als de deelnemende bedrijven direct een inspecteur op bezoek krijgen. “Zie je wel, ik doe mee en ben meteen de pineut.” Zo lang het VASt-project loopt krijgen de terreinen in Coevorden en Oss geen controle in het kader van het inspectieproject. Dat betekent overigens niet dat iedereen z’n gang kan gaan. Aan het einde van het project willen we dat bij de bedrijven alles op orde is; dat ze voldoen aan hun wettelijke verplichtingen en dat we een goed beeld hebben van de veiligheid als totaal.” Meer informatie over de bedrijventerreinen-pilot in Coevorden: www.vastiszeker.info. 5

Stoffenmanager
De Stoffenmanager is een gratis webapplicatie waarmee een ondernemer meer inzicht kan krijgen in de risico’s van de stoffen waarmee in zijn bedrijf gewerkt wordt. Het instrument helpt u bovendien om op een gestructureerde en verantwoorde manier om te gaan met deze stoffen. De Stoffenmanager is online te gebruiken: www.stoffenmanager.nl. Met de Stoffenmanager kunt u: • • • • 6 een registratie gevaarlijke stoffen maken; een RI&E gevaarlijke stoffen en het bijbehorende Plan van Aanpak opstellen; werkplekinstructiekaarten (WIK’S) maken voor de voorlichting aan werknemers; meer informatie krijgen over de opslag van gevaarlijke stoffen volgens zowel de oude CPR-15 als de nieuwe PGS-15 richtlijn. Meer informatie: www.stoffenmanager.nl

Versterking arbobeleid sto
Om de kennis uit het VASt-programma onder zoveel mogelijk bedrijventerreinen te verspreiden is een speciaal project gestart: Bedrijventerreinen Nederland. Dit jaar gaat het projectteam op pad om sleutelfiguren bij de bedrijventerreinen te informeren over effectieve instrumenten als de Stoffenmanager en PIMEX. “De kunst is om een centraal ingangspunt bij een bedrijventerrein te vinden, een persoon of organisatie die de informatie doorspeelt aan de bedrijven,” vertelt projectleider Tamara Onos van Arbo Advies Onos. “Dit kan per regio of terrein anders zijn. Het parkmanagement kan een goed aanspreekpunt zijn, maar ook bijvoorbeeld het hoofd van de plaatselijke arbodienst die alle bedrijven op een terrein bedient.Verder denken we aan brandweercommandanten, arbodeskundigen en de Arbeidsinspectie als belangrijke intermediairen in de communicatie over VASt.” Naast deze landelijke aanpak is er de regionale benadering voor de regio’s Noord, Zuid en Oost. Onos is verantwoordelijk voor regio Oost. Regio West lijkt buiten de boot te vallen, maar niets is minder waar. Onos:“Er was ruimte voor deze drie regio's in de begroting. Noord en Zuid stonden al vast, omdat ze voortborduren op de pilots in Coevorden en Oss. Bij de keuze tussen Oost en West is gekozen voor Oost, omdat daar meer MKB-bedrijven gevestigd zijn. In West zitten veel bedrijven waar rondom gevaarlijke stoffen al veel goed geregeld is, denk bijvoorbeeld aan Pernis. Wel is er ruimte binnen het project om daar bepaalde activiteiten te ondersteunen.” (Zie hiervoor het kader ‘Postbus Geopend’).

PIMEX
PIMEX (Picture Mix Exposure) is een software-instrument waarbij op één beeldscherm twee dingen worden samengebracht: video-opnames van een werksituatie en de weergave van de blootstelling aan stoffen in een balkje of grafiek. In een PIMEX film ziet u direct wat er verandert in de blootstelling als er op een andere manier gewerkt wordt; als een stof wordt vervangen door een andere, als er afzuiging of persoonlijke beschermingsmiddelen worden toegepast. Zo kunt u PIMEX gebruiken voor voorlichting en instructie aan werknemers, en voor onderzoek naar beheers- en verbetermaatregelen. Meer informatie: www.vast.szw.nl Hier kunt u ook een PIMEX cd-rom met voorbeeldfilmpjes aanvragen.

Externe veiligheid Onos merkt in gesprekken dat het onderwerp gevaarlijke stoffen niet direct aanspreekt. Externe veiligheid wel. Onos: “Sommige bedrijven hebben het misschien wel goed geregeld, maar als hun buurman dat niet heeft gedaan, hebben ze toch een probleem. Dit motiveert bedrijven om op het gebied van externe veiligheid samen te werken.Veilig omgaan met gevaarlijke stoffen hoort hier automatisch bij.” Floor van der Heijden, arbeidshygiënist bij ICET heeft soortgelijke ervaringen. Zij is verantwoordelijk voor regio Zuid en betrokken bij de pilot op het bedrijventerrein Oss. Binnenkort gaat Van der Heijden op bezoek bij de Kamer van Koophandel. Ook deze organisatie vindt het een interessant idee om workshops aan te bieden over arbeidsveiligheid, bijvoorbeeld in het kader van

offen voor alle bedrijventerreinen in Nederland
maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Brand bij een bedrijf op het terrein kan ook betekenen dat de buren tijdelijk de deuren moeten sluiten. Daarmee komt de bedrijfscontinuïteit in gevaar. De instrumenten uit het VASt- programma stimuleren bedrijven om samen te werken en onderling kennis uit te wisselen, waardoor de gevolgen van een calamiteit beperkt kunnen worden. Bovendien helpt het VASt-programma bedrijven aan de wet te voldoen.” Stoffen goed gemanaged? De Stoffenmanager is een handig hulpmiddel voor MKB-ondernemers om de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen inzichtelijk te maken en beter te beheersen.Van der Heijden begeleidt inmiddels een aantal bedrijven bij het gebruik ervan.“Het is voor iedereen makkelijk te gebruiken. De ondernemer moet alleen tijd investeren om het programma te vullen. Hoe meer stoffen, hoe meer tijd dat uiteraard kost. Bovendien is dit nuttige informatie voor de brandweer; die weet in geval van een calamiteit snel welke gevaarlijke stoffen zich op het terrein bevinden.” Daarbij is een groot voordeel dat de Stoffenmanager web-based is. Dus ook als uw bedrijf door brand niet meer bereikbaar is, zijn de Stoffenmanager-gegevens vanaf iedere pc met internetverbinding toegankelijk. Een werkgever is verplicht voorlichting te geven aan zijn medewerkers. De werkplekinstructiekaarten zijn hiervoor een handig hulpmiddel. Ook kan de Stoffenmanager gebruikt worden bij de nadere inventarisatie van gevaarlijke stoffen. Met het programma kan een kwalitatieve blootstellingbeoordeling gemaakt worden en wordt duidelijk welke producten de hoogste risicoscore hebben. Dit alles maakt de Stoffenmanager echt multifunctioneel, vindt Van der Heijden.“Zo weet een bedrijf met de Stoffenmanager wat voor gevaarlijke stoffen het in huis heeft en welke maatregelen het moet nemen.” 7

POSTBUS GEOPEND
Ondersteuning nodig bij uw kennisbijeenkomst?
Sinds kort heeft het project Bedrijventerreinen Nederland van het programma VASt een eigen digitale postbus: PBVast@minszw.nl. Organisaties of bedrijven die voor hun terrein een kennisbijeenkomst of activiteit over veilig werken en gevaarlijke stoffen willen organiseren kunnen hiervoor ondersteuning aanvragen.Afhankelijk van de activiteit is een gedeeltelijke subsidie mogelijk.Verder zijn er presentaties beschikbaar om de Stoffenmanager, PIMEX en de ervaringen opgedaan bij de pilots Coevorden en Oss onder de aandacht te brengen. Daarbij is het mogelijk om sprekers uit te nodigen die uitleg geven over de instrumenten van het VASt-programma en hoe deze ingezet kunnen worden om aan de wet te voldoen. Wacht niet te lang met indienen, want zowel het budget als de looptijd van het project is beperkt. Stuur uw idee voor een activiteit of bijeenkomst naar: PBVast@minszw.nl

“Veiligheid op ons terrein is een gezamenlijke verantwoordelijkheid”
Op het bedrijventerrein in Oss werken bedrijven samen aan verbetering van de arbeidsveiligheid en veiliger werken met gevaarlijke stoffen in het pilotproject van VASt.“Tegelijkertijd leren we elkaar goed kennen, zodat we ook na het project dit soort zaken kunnen bespreken.” Het begon met een toevallige samenloop van omstandigheden. “Voor onze projectgroep Utilities en Milieu van de Stichting Bedrijventerrein Moleneind-Landweer (SBML) had een student onderzoek gedaan naar het opzetten van een gezamenlijk calamiteitenplan.Vervolgens kwamen we in een gesprek met Floor van der Heijden van het adviesbureau ICET op het idee 8 om dit onderzoek verder te brengen door aan een pilotproject van het ministerie van SZW mee te doen.We hebben daarvoor het begrip veiligheid breder ingevuld en er ook arbeidsveiligheid en –gezondheid aan toegevoegd,” zegt Maarten van Galen, KAM-coördinator bij Eques Coatings en projectleider voor de VASt-pilot in Oss. “Als bedrijf moeten we deze zaken toch regelen. Dan heb ik daar graag externe hulp en advies bij.” Wat doet de buurman? Het bedrijventerrein in Oss heeft een aantal grote bedrijven op het gebied van voedingsmiddelen en chemie met daaromheen veel toeleveranciers. Bij 94% van de ondernemers zijn gevaarlijke stoffen aanwezig. Het projectteam heeft daarom alle 80 bedrijven op het terrein, ook degenen die geen lid waren van de SBML, een brief gestuurd met een uitnodiging voor de kick-off meeting. “Bij het na-bellen kwamen we er achter dat de Osse Industriële Kring (OIK), waar de grotere bedrijven in Oss lid van zijn, net een initiatief was gestart om kennis en ervaring over arbeidsveiligheid uit te wisselen. Precies waar wij ook mee bezig waren.” Na overleg zijn beide projecten in elkaar geschoven. In totaal hebben zich 35 bedrijven aangemeld. Dat is een goed resultaat, vindt Van Galen. De bedrijven die niet deelnemen zijn met name -heel- kleine bedrijven. Tijdens de eerste bijeenkomst hebben alle bedrijven verteld wat ze van het project verwachten. De één moet zijn arbo- en veiligheidsbeleid nog verder opzetten, de ander is toe aan een update, en weer een ander ziet graag dat zijn buurman het ook goed geregeld heeft en wil daar graag kennis en ervaring voor Elkaar goed leren kennen Vervolgens is aan de hand van een vragenlijst een nulmeting uitgevoerd: wat is er op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid op orde en wat niet. De rapportage van de individuele beoordeling door een arbodeskundige is inmiddels naar alle deelnemers gestuurd.Volgens Van Galen is er behoefte aan workshops over bedrijfshulpverlening & calamiteitenplan, RI&E en gevaarlijke stoffen.“Ongevallenregistratie bleek verrassend genoeg geen prioriteit.Wel is er vraag naar een workshop over bewustwording: hoe krijg ik veiligheid op een eenvoudige manier tussen de oren van medewerkers. Daarnaast zullen deelnemers periodiek informatie ontvangen over wisselende thema’s, zoals machineveiligheid, geluid en ongevallenregistratie.” De eerste bijeenkomst op 18 oktober gaat over de preventiemedewerker. Dat leek de projectgroep ongeacht de uitkomst van de nulmeting wenselijk. “Het is redelijke recente wetgeving en ieder bedrijf moet hier iets mee doen. De opzet van de bijeenkomst hebben we overgenomen van de OIK.We voegen daar alleen een stukje theorie aan toe. Een externe arbodeskundige geeft toelichting op de wet en hoe je daaraan kan voldoen. Vervolgens vertelt een bedrijf hoe zij dat hebben gedaan en waar ze tegenaan zijn gelopen. Na de discussie volgt een rondleiding door het bedrijf waar de bijeenkomst plaatsvindt.” “Een belangrijk onderdeel van het project is elkaar goed leren kennen,” benadrukt Van Galen. Hij stuurt vorderingen van het project daarom aan alle bedrijven op het terrein. Bedrijven kunnen op elk moment nog aanhaken. “We hopen dat als het project is afgelopen dat er een soort platform blijft bestaan voor de lange termijn, waar we kennis op het gebied van arbo en veiligheid kunnen uitwisselen. Op dit onderdeel zijn we ten slotte niet concurrerend.” Internetsite van de stichting: www.vbml.nl uitwisselen.Van Galen: “Velen waren benieuwd wat hun buurman doet. Zo vertelde iemand dat zijn bedrijf vorig jaar was afgebrand. Dit was natuurlijk vervelend voor hem, maar ook voor zijn buurman. Die heeft daar behoorlijk last van gehad.Veiligheid op ons terrein is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Daarbij kunnen we elkaar helpen.”

Informatie uit de Stoffenmanager belangrijk in contact met de brandweer
Onderzoeker Dick Arentsen is betrokken bij veel organisaties op het terrein van veiligheid. “Accurate en actuele informatie is cruciaal voor de brandweer bij calamiteiten. Een ondernemer kan uit de Stoffenmanager gegevens verkrijgen die de brandweer nodig heeft.” Dick Arentsen is werkzaam bij het Nederlandse Instituut Fysieke Veiligheid Nibra. Hij is senior onderzoeker/adviseur op het gebied van veiligheid en crisisbeheersing en een van de specialisten op het gebied van gevaarlijke stoffen van het Infopunt veiligheid. “Hier kunnen ondernemers - publiek en privaat terecht met allerlei vragen op het gebied Stoffenmanager helpt bedrijven en brandweer Wel vindt Arentsen het uitermate belangrijk dat ondernemers, vooral uit het van veiligheid. Korte adviezen zijn gratis.” Arentsen hanteert soms de Stoffenmanager om het risico van een stof te bepalen. “Ik gebruik deze dan vooral in combinatie met andere instrumenten zoals het Chemiekaartenboek.” Hij denkt niet dat de Stoffenmanager door de brandweer gebruikt gaat worden.“De Stoffenmanager is een instrument om blootstelling aan stoffen in werkomstandigheden te toetsen en daarvoor de benodigde maatregelen te kunnen nemen.Voor de brandweer is dat aspect minder relevant.” midden- en kleinbedrijf, de Stoffenmanager benutten. “Allereerst is het voor henzelf zinvol om de gevaren te kennen van de stoffen die zij in huis hebben en welke maatregelen noodzakelijk zijn om de risico’s te beteugelen.” Ook in het contact met de brandweer spelen de gegevens van de Stoffenmanager een cruciale rol. Met de Stoffenmanager kan immers ondermeer een uitdraai gemaakt worden van alle stoffen die gebruikt worden binnen het bedrijf. “De brandweer maakt per bedrijf een aanvalsplan, waarin beschreven staat hoe zij dit bedrijf benaderen in het geval van calamiteiten. Hoe exacter de gegevens zijn van de aanwezige stoffen, hoe beter zij kunnen reageren”, aldus Arentsen. De Stoffenmanager is een gratis webapplicatie, online beschikbaar op www.stoffenmanager.nl. Ook de risico’s bij de buren in beeld Als er meerdere bedrijven bij elkaar zitten, zoals op een bedrijventerrein, is het nog belangrijker om goed in kaart te brengen wat iedereen in huis heeft. “De brandweer kan in de aanvalsplannen rekening houden met de situatie van de omliggende bedrijven. Je weet beter of er ontruimd moet worden en welke middelen je kunt inzetten om te voorkomen dat een calamiteit zich uitbreidt of uit de hand loopt.” Ook voor een individuele ondernemer is het van belang om te weten “wat er bij de buurman ligt”, aldus Arentsen. “Is er bij de buren vuurwerk opgeslagen en breekt daar brand uit, dan ga je niet kijken hoe jouw pand erbij staat. Je kent dan de risico’s en blijft uit de buurt!” 9

Arbeidsinspectie: ‘Hard als het moet, zacht als het kan’
De gebiedgerichte aanpak van de Arbeidsinspectie blijkt een succesformule. Naast de nodige handhaving, hebben de inspecteurs de bedrijven regelmatig tips aangereikt om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. “Gewoonlijk spreken we werkgevers branche- of sectorgewijs aan op de naleving van de Arbowet. En meestal betreft het dan hoogrisico sectoren,” vertelt Anja van Vlerken landelijk projectleider van het inspectieproject Bedrijventerreinen. “Geïnspireerd door het VASt-programma, zagen we ook meerwaarde in de benadering van bedrijven die toevalligerwijs op één terrein bij elkaar zitten. Zo kunnen we breder naar arbeidsveiligheid kijken en dit bevorderen.Vaak zijn er wel enkele gezamenlijke initiatieven, 10 maar meestal is de samenwerking – logischerwijs - gericht op kostenbesparing door bijvoorbeeld gezamenlijk inkoop. Door tijdens de inspectie gerichte vragen te stellen over gezamenlijke aanpak van arbozaken hopen we ze op een spoor te zetten. Gezamenlijke initiatieven op arbogebied kunnen ten slotte evengoed kostenbesparend zijn” Bedrijven op weg helpen Hard waar het moet, zacht waar het kan, is dan ook het motto waar Van Vlerken haar inspecteurs mee op pad stuurt. “We hebben niet voor niets wet- en regelgeving op het gebied van arbo. Als het werk gevaarlijk is moet het worden stilgelegd. Maar neem als je toch langs gaat gelijk een aantal instrumenten mee zoals de Stoffenmanager, waarmee je de bedrijven op weg kunt helpen bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.” Tijdens hun bezoek vroegen de inspecteurs onder meer naar het bestaan van gezamenlijke projecten op het bedrijventerrein. Circa 70% van de ondervraagde bedrijven antwoordde hierop negatief. Zaken die wel gezamenlijk werden aangepakt, betroffen voornamelijk criminaliteitbestrijding, en soms bedrijfshulpverlening, afvalverzameling, een calamiteitenplan of cursussen. “Er gebeurt wel iets, maar er is nog een hoop te winnen,” aldus Van Vlerken. “Instortgevaar of verkeerde opslag van gevaarlijke stoffen kan ook de buren treffen.Wat nodig is, is een soort collectief arbo-bewustzijn.” De bedrijven hadden overwegend veel begrip voor deze aanpak en hebben het bezoek van de Arbeidsinspectie als prettig ervaren. Nu wisten ze tenminste waar ze aan toe waren en of ze het goed geregeld hadden of niet. Deze nieuwe aanpak vergt wel meer van de inspecteurs dan een reguliere inspectie. Ze moeten op veel gebieden thuis zijn en flexibel kunnen inspelen op de situatie ter plekke, want wat ze op een terrein aantreffen is regelmatig een verrassing.Van Vlerken: “We gaan uit van het bestand van de Kamer van Koophandel. Daar staan als het goed is alle bedrijven ingeschreven. Dat blijkt in de praktijk niet altijd te kloppen. Een firma die op papier als een financiële holding te boek stond, bleek in praktijk een bedrijf dat met kankerverwekkende stoffen werkte. Een inspecteur heeft daar zeven waarschuwingen uitgedeeld.” Nog nooit geweest De inspecteurs hebben het project enthousiast opgepakt. De target van het landelijke inspectieproject, die op 1000 bedrijfsbezoeken was gesteld, is meer dan ruimschoots gehaald. In

Samenwerken versterkt onderling vertrouwen
Veel bedrijven hebben intern hun veiligheid rond gevaarlijke stoffen goed op orde, maar weten niet welke maatregelen omliggende bedrijven hebben genomen. Op het bedrijventerrein Bergweide in Deventer werken de ondernemingen daarom samen, onder andere op het gebied van noodplannen. Zij zijn nu beter op de hoogte van elkaars veiligheidsmaatregelen en daardoor is er meer vertrouwen. Jan Oortgiesen, directeur van BMD Parkmanagement, van BMD Advies Oost in Deventer en actief op bedrijventerreinen, is een van de facilitators van de samenwerking: “Het is een tendens dat ondernemers hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en hun milieu- en veiligheidszaken goed voor elkaar willen hebben. Door samen te werken, bijvoorbeeld via bedrijvenparkmanagement, kunnen ze dat efficiënt bereiken.” Op het bedrijventerrein Bergweide in Deventer wordt de samenwerking gestimuleerd door de gemeente. 11

totaal zijn 1700 bedrijven bezocht. Het project is daarom onlangs afgesloten en wordt geëvalueerd.Van alle bedrijven die de inspectie bezocht heeft, had slechts een kleine 20% ooit - dit kan dus ook heel lang geleden zijn - de Arbeidsinspectie op bezoek gehad.Van Vlerken: “We wilden daar terechtkomen waar we nog nooit waren geweest. Dat is gelukt, de formule werkt. ” De voorlopige resultaten liegen er niet om: er zijn 1105 waarschuwingen gegeven, 77 eisen gesteld en 13 boeterapporten uitgedeeld. “Dit zegt overigens niets over het aantal bedrijven.Als er iets mis is dan zijn er vaak meerdere zaken nog niet goed geregeld,” verklaart Van Vlerken. Naar schatting is er bij zo’n 40% van de bezochte bedrijven iets aan de hand. Bij 78 bedrijven was de situatie zo gevaarlijk dat het werk is stilgelegd. Het betrof vaak gevaar voor instorten, schuiven of kantelen, valgevaar, blootstelling aan gevaarlijke stoffen, en afscherming van bewegende delen van machines. ”Vanuit handhavingsoogpunt is dit een zeer goed resultaat, zeker als je bedenkt dat het dit keer niet gericht was op hoogrisico sectoren.We denken er over om volgend jaar het project vanwege succes te herhalen.” Openheid en samenwerking Ondertussen zijn op het bedrijventerrein verschillende samenwerkingsinitiatieven gerealiseerd, onder andere op het gebied van beveiliging, afvalverwijdering, groenbeheer en collectieve inkoop. Nu wordt ook bekeken wat er gerealiseerd kan worden bij veiligheid en gevaarlijke stoffen. “Ondernemers gingen zich de vraag stellen: waar worden bij bedrijven de Oortgiesen: “Het bedrijventerrein is bijna honderd jaar oud, maar de bedrijven die er zijn gevestigd zijn zeer vitaal. De gemeente was bereid Bergweide op te knappen mits de ondernemingen wilden samenwerken op het gebied van beheer. In 2003 is de stichting Parkmanagement opgericht, waarin de overheid en bedrijfsleven participeren.”

Akzo Nobel: ‘Samenwerking biedt grote bedrijven maatschappelijke voordelen’ Akzo Nobel is een van de deelnemende ondernemingen bij het afstemmen van de noodplannen op Bergweide. Cyril Post, manager veiligheid en gezondheid bij Akzo Nobel: “Het op elkaar afstemmen van noodplannen is geen kerntaak van een bedrijf. Het is prettig als een adviseur het voortouw neemt en de deelnemende bedrijven alleen hoeven aan te geven waar zij knelpunten zien of wat zij anders zouden willen hebben.” Volgens Post brengt een grote onderneming in het algemeen meer kennis in bij deze samenwerkingsverbanden dan dat ze eruit haalt. “Het voordeel ligt op het maatschappelijk vlak.Wij hebben bijvoorbeeld dat extra toegangshek op ons bedrijfsterrein geplaatst, opdat hulpdiensten altijd de achterliggende bedrijven kunnen bereiken. De gemeente bespaart de kosten van een nieuwe weg en je geeft de 12 omliggende bedrijven het voorbeeld hoe je met veiligheid om kunt gaan. Op een bedrijventerrein is de individuele bedrijfsreputatie een zaak van iedereen.”

gevaarlijke stoffen opgeslagen? Wat gebeurt er in het geval van een grote brand? En: ik heb als bedrijf alles goed geregeld, maar hoe zit dat bij mijn buren?” Sommige ondernemingen hebben vervolgens besloten om hun informatie op tafel te leggen. “Deze openheid droeg ertoe bij dat ondernemers zich gemakkelijker voelden. Dat kwam doordat ze inzicht kregen in welke gevaarlijke stoffen bij buurbedrijven waren opgeslagen, en de veiligheidsmaatregelen die getroffen waren. Alleen al deze informatie kan zeer verhelderend werken.” Overigens leverde het bekijken van de plannen opmerkelijke resultaten op, aldus Oortgiesen. “Bij een bedrijf kon de brandweer maar via één route aanrijden. Is er brand en komt de wind uit een bepaalde hoek, dan is het pand via deze weg niet te bereiken. Een nieuwe extra weg aanleggen is duur. Akzo Nobel, dat naast het betreffende bedrijf is gevestigd, was bereid een extra doorgang te maken, zodat de brandweer in die gevallen over hun terrein kan rijden.” Format voor noodplan Het bleek voor de bedrijven soms lastig om een noodplan op te stellen. Jankees Klapwijk van BMD Parkmanagement heeft daarom een standaard noodplan ontwikkeld voor de bedrijven. Klapwijk: “Met dit format kan elk bedrijf relatief eenvoudig een individueel noodplan opstellen. Dat bespaart vooral de kleinere bedrijven tijd en geld. Door de gelijke structuur van noodplan-

colofon
Redactie Nicole van der Spank,Vivant Samenstelling Astrid van de Graaf, inContekst Sipke Baarsma, Angèle Steentjes, Cetera Vormgeving Creatieve Zaken, Rotterdam Fotografie Sipke Baarsma Marc Blommaert NV Organon

nen is de communicatie tussen bedrijven makkelijker en kan er betere afstemming van de individuele noodplannen plaatsvinden. Uiteindelijk leidt dat tot een effectievere beperking van gevaar, eventuele schade en letsel. Het overleg over de gevaarlijk situaties in Deventer heeft geresulteerd in onderlinge afspraken over meldingprocedures bij nood, opvangruimtes bij onverhoopte evacuatie en gezamenlijke bedrijfshulpverlenings-opleidingen”. Eind 2006 wordt bekeken of ook op andere delen van het bedrijventerrein in Deventer een samenwerking mogelijk is op veiligheidsgebied. Oortgiesen: “Dat heeft ook voordelen voor de brandweer en andere hulpdiensten.”