Subsidieaanvraag Bedrijventerreinen Nederland

“Activeren van bedrijven tot gebruik van VASt-instrumenten en Goede Voorbeelden”

Versie 16-06-06

Inhoudsopgave

1. Inleiding ................................................................................................................................2 1.1 Bedrijventerreinen binnen het programma VASt ............................................................2 1.2 Doel ................................................................................................................................2 1.3 Opzet en uitgangspunten ...............................................................................................2 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................................3 2. Verankering ..........................................................................................................................4 3. De algemene communicatieve aanpak ................................................................................5 5. Vraaggestuurde activiteiten..................................................................................................8 6. Projectorganisatie.................................................................................................................8 6.1 Projectgroep ...................................................................................................................8 6.2 Klankbordgroep ..............................................................................................................9 7. Planning ...............................................................................................................................9 Bijlage 1 Toelichting op de aanpak per intermediair ..............................................................10 Bijlage 2 Voorbeelden van elementen uit regioprojectplannen ..............................................11 Bijlage 3 Planning.....................................................................................................................0

1

1. Inleiding
1.1 Bedrijventerreinen binnen het programma VASt
Het programma VASt, Versterking Arbobeleid Stoffen, heeft als doel de veiligheids- en gezondheidsrisico’s bij het werken met gevaarlijke stoffen te minimaliseren. Dit wil zij onder meer bereiken door het vergroten van de beschikbaarheid en de verspreiding van de kennis over stoffen, risico’s en beheersmaatregelen. VASt richt zich vooral op branches en productketens in 25 prioritaire bedrijfstakken. In 2005 is een verkenning uitgevoerd om de mogelijkheden van bedrijventerreinen binnen het programma VASt te bekijken. Uit deze verkenning is gebleken dat er verschillende vormen van samenwerking bestaan die een (indirect) positief effect hebben op arbeidsomstandigheden in het algemeen en op het veilig werken met gevaarlijke stoffen in het bijzonder. Naar aanleiding van de verkenning zijn er twee pilots gestart op de bedrijventerreinen Coevorden en Oss. Medio 2007 eindigt het programma VASt. Gedurende de looptijd van het programma zijn uiteenlopende (branche)instrumenten ontwikkeld en zijn veel ervaringen opgedaan met projecten, zoals de pilots in Oss en Coevorden. In dit projectvoorstel worden voorstellen gedaan om deze (branche)instrumenten en ervaringen te verankeren en om bedrijven op bedrijventerreinen te stimuleren er gebruik van te maken.

1.2 Doel
Het doel van dit project is om zoveel mogelijk bedrijven op bedrijventerreinen in Nederland te bereiken met de resultaten van het beleidsprogramma VASt. Het gaat daarbij om de binnen VASt ontwikkelde (branche)instrumenten en om de ervaringen en producten van de VASt— pilots Bedrijventerreinen Coevorden en Oss.

1.3 Opzet en uitgangspunten
Om het doel te bereiken worden binnen het project drie pijlers onderscheiden: 1. Verankering; 2. Algemene communicatie; 3. Regionale aanpak. Binnen de pijler verankering wordt gezocht naar organisaties en media (publicaties, boeken, websites, etc.) om VASt-instrumenten en de ervaringen van de bedrijventerreinen-pilots vast te leggen. Daarnaast wordt door een communicatieve aanpak geprobeerd om bedrijven op bedrijventerreinen over te halen gebruik te maken van deze instrumenten en ervaringen. Hierbij wordt een landelijke insteek (pijler twee) en een regionale aanpak (pijler drie) gebruikt. Bij de landelijke insteek ligt het zwaartepunt op informeren. Bij de regionale aanpak is dit informeren én activeren. Voor de regionale aanpak worden vanuit drie tot vier regio’s netwerken en relaties gebruikt om de doelstelling te bereiken. Twee regio’s bevinden zich rondom de locaties van de bedrijventerreinen-pilots, namelijk Noord (rondom Coevorden) en Zuid (rondom Oss). De andere regio’s worden in het project bepaald.

2

Bij het opstellen van het projectplan zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • ontwikkelen en implementeren van een communicatieve aanpak, gebaseerd op een “verleidingsstrategie”: met concrete resultaten en goede voorbeelden van collega’s en buren stimuleren, overhalen tot nemen van gerichte actie; • realiseren van een sneeuwbaleffect: het is, in het kader van dit voorstel, belangrijk niet zozeer te streven naar volledigheid (“alle bedrijven bereikt”), danwel te streven naar het realiseren van zoveel mogelijk succesvolle ‘regio’s’ (bedrijventerreinen, regio’s) van waaruit de voorbeeldwerking ook na het VASt-programma doorwerkt; • zoveel mogelijk gebruik makend van bestaande structuren, relaties en netwerken (”collega’s en buren helpen elkaar”). Dit kan betekenen bedrijventerreinen waar al een vorm van samenwerking is gerealiseerd, waar een organisatie- of managementstructuur bestaat (actief parkmanagement); • voor bedrijven en bedrijventerreinen met “voldoende” gevaarlijke stoffenproblematiek;

1.4 Leeswijzer
De aanpak wordt beschreven in de hoofdstukken twee, drie, vier en vijf. In hoofdstuk zes wordt een beeld geschetst van de beoogde projectorganisatie. Hoofdstuk zeven geeft een overzicht van de planning. De financiën worden tenslotte omschreven in hoofdstuk acht.

3

2. Verankering
Doel Voordat bedrijven gestimuleerd kunnen worden om VASt-instrumenten te gebruiken en de goede voorbeelden uit de pilot-projecten te volgen, moeten deze instrumenten en de ervaringen vastgelegd worden. Het doel van de verankering is daarom om de voor bedrijventerreinen specifieke VAStinstrumenten en Goede Voorbeelden structureel onder te brengen, zodat deze ook na de VASt-periode vindbaar zijn voor bedrijven en bedrijventerreinen. Aanpak In de projectgroep zal in een verankeringsdocument een overzicht gemaakt worden van de instrumenten die vastgelegd moeten worden, de organisatie waarbij en de manier waarop dit gedaan kan worden. Met deze organisaties zal contact gezocht worden en er zullen afspraken gemaakt worden. Tijdens het project zullen in ieder geval de mogelijkheden onderzocht worden van: • De website Arbo.nl; • De VASt-website; • De website van het Ministerie van SZW • De mogelijkheden van PIT Noord Brabant; • De mogelijkheden van Oost N.V.; • De mogelijkheden van de Vereniging Bedrijvenparken Nederland; • De mogelijkheden van LokNed; • De mogelijkheden van de Kamer van Koophandel; • De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG); • VNO-NCW. Naar aanleiding van de ervaringen in Coevorden en Oss zal de Nieuwsbrief Bedrijventerreinen aangepast worden. Binnen het project zal vastgesteld worden hoe de nieuwe nieuwsbrief verspreid zal worden. Resultaat Bedrijven op bedrijventerreinen kunnen ook na juli 2007 kennis nemen van VAStinstrumenten en Goede Voorbeelden voor hun eigen praktijk. Hiertoe zijn afspraken gemaakt met de meest aangewezen organisaties in de (arbo)kennisinfrastructuur van bedrijventerreinen. Resultaatbeoordeling Een overzicht van de afspraken die gemaakt zijn met organisaties, met een typering van hun positie en reikwijdte in (arbo)kennisinfrastructuur.

4

3. De algemene communicatieve aanpak
Doel De algemene communicatieve aanpak is gericht op het informeren van alle bedrijventerreinen in Nederland over de VASt-instrumenten en over de ervaringen van Oss en Coevorden. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van landelijke netwerken en kennisinfrastructuren (intermediairen). Voor wat betreft de VASt-instrumenten zal de focus liggen op de Stoffenmanager en op PIMEX. Het doel van de algemene communicatieve aanpak is om belangrijke intermediairen voor bedrijventerreinen in Nederland in staat te stellen om de boodschap (VASt-instrumenten en informatie uit de pilots) aan de doelgroep (bedrijventerreinen in Nederland) over te brengen. Aanpak Tijdens het project zal bepaald worden welke intermediairen van belang zijn. Op grond van de uitkomsten van een brainstormmiddag die in maart 2006 is georganiseerd, zullen in ieder geval de volgende intermediairen meegenomen worden in het project : • Parkmanagementorganisaties en Industrie Verenigingen; • Brandweercommandanten; • Arbodeskundigen; • Inspecteurs van de arbeidsinspectie. De communicatieve aanpak zal per intermediair bepaald worden. Dit wordt vastgelegd in een communicatiedocument dat aansluit op het eerder genoemde verankeringsdocument. In bijlage 1 is voor de hierboven genoemde intermediairen een toelichting met enkele voorbeelden gegeven. Resultaat Minimaal vier intermediaire groepen hebben de boodschap bedrijventerreinen in Nederland gebracht, en/of hebben de uitvoering ervan gepland. Resultaatbeoordeling Als indicatie van het resultaat wordt per intermediaire groep een overzicht opgesteld: hoeveel intermediairs zijn binnen de groep bereikt (aantal brandweercommandanten, aantal arbodeskundigen, etc.), wat is het geschatte effect van hun communicatieve inzet naar bedrijven op bedrijventerreinen (aantal, regio, doorlooptijd).
Voorbeeld van resultaatbeoordeling: - een artikel is geplaatst in het vakblad voor brandweercommandanten, Brand en Brandweer, een blad met X abonnees. De brandweercommandanten zijn op deze wijze op de hoogte gesteld van de Stoffenmanager, de manier waarop deze in Oss en Coevorden is toegepast, en de voordelen van de Stoffenmanager voor bedrijven en brandweer: o.a. een overzicht van de stoffen die binnen een bedrijf gebruikt worden. - een presentatie gegeven door de brandweercommandant van Coevorden tijdens een brandweersymposium. Met daarbij aangegeven hoeveel brandweercommandanten aanwezig waren bij de presentatie. Wat brandweercommandanten van de presentatie vonden en wat zij er denken mee te gaan doen in de toekomst, kan middels een enquête aan het eind van de presentatie in kaart gebracht worden. - in de dagen volgend op het brandweersymposium is vaker gebruik gemaakt van Stoffenmanager (met daarbij de getallen voor en na het symposium). - om na te gaan hoeveel brandweercommandanten daadwerkelijk iets gedaan hebben met de informatie uit het artikel en de presentatie is een apart onderzoek nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een steekproef of gerichte interviews. Dit type onderzoek valt buiten het kader van deze opdracht.

5

4. De regionale aanpak
Doel Het doel van de regionale aanpak is om bedrijventerreinen binnen enkele regio’s te informeren over de VASt-instrumenten (inclusief branche-instrumenten) en de resultaten en producten van de bedrijventerreinen-pilots. Hierbij is het uitgangspunt om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande vormen van samenwerking en parkmanagementstructuren. Gedacht wordt onder andere aan de volgende VASt-instrumenten en Goede Voorbeelden: - Stoffenmanager (generiek en alle branchespecifieke versies); - PIMEX (het instrument en de beschikbare beelden); - beschikbare informatiebladen; - nulmeting en workshops ontwikkeld in de pilotprojecten Oss en Coevorden. Aanpak Bij de regionale aanpak wordt een bepaald gebied in Nederland geselecteerd. In dit subsidievoorstel is uitgegaan van drie tot vier regio’s. Twee regio’s zijn bekend, namelijk de gebieden rondom de pilots: Noord (rondom Coevorden) en Zuid (rondom Oss). Voor het vaststellen van de overige regio’s zal allereerst een voorwaardenlijst worden gemaakt. Hierin staan de voorwaarden waaraan een gebied moet voldoen voor het als ‘regio’ opgenomen wordt. Daarna zal gezocht worden naar mogelijke regio’s. Een regio die zeker onderzocht zal worden is de regio ‘Oost’. Dit bestaat uit de provincies Gelderland en Overijssel. Een mogelijke partij is daarbij de ontwikkelingsmaatschappij Oost N.V. Per regio worden de intra- en de inter-organisatiegraad bepaald en vastgelegd in een document. Met intra-organisatiegraad wordt bedoeld dat een overzicht gemaakt wordt van bedrijventerreinen waar al een vorm van samenwerking is gerealiseerd en waar een organisatie- of management-structuur (actief parkmanagement) bestaat. De inter-organisatiegraad is het overzicht van relaties, netwerken en bestuurlijke verbanden tussen verschillende bedrijventerreinen in een regio. Hiermee wordt de grootte van een regio bepaald. Op grond van de intra- en interorganisatiegraad wordt per regio een gericht regioprojectplan gemaakt. Hierin wordt aangegeven welke activiteiten worden ontplooid om bedrijventerreinen binnen de regio te informeren over de VASt-instrumenten en te activeren om gebruik te maken van de VASt-instrumenten. Waar mogelijk wordt direct contact gelegd tussen de meest relevante branche-vereniging en de intermediair of het bedrijventerrein. Hoewel elk regioprojectplan op maat gemaakt wordt, zullen deze opgebouwd worden uit standaard elementen die in meerdere regioprojectplannen terugkomen (zie voor voorbeelden bijlage 2). Elk projectplan moet er uiteindelijk toe leiden dat bedrijventerreinen gebruik gaan maken van ontwikkelde instrumenten. Hiervoor moeten zij gestimuleerd worden. Binnen het subsidievoorstel zal hiervoor geld gereserveerd worden. Uitgangspunt is daarbij dat individuele bedrijven niet zullen worden gesubsidieerd om aan de wet te voldoen. Wel kunnen bijvoorbeeld parkmanagementorganisaties geholpen worden bij het vastleggen van structuren die ook na afronding van het project de samenwerking op het gebied van arbeidsomstandigheden borgen.

6

Resultaat In drie tot vier regio’s in Nederland zijn bedrijven en parkmanagementorganisaties op bedrijventerreinen geïnformeerd over de ontwikkelde VASt-instrumenten en Goede Voorbeelden. Daartoe zijn per regio: - de (industriële) bedrijventerreinen in kaart gebracht; - regioprojectplannen opgesteld en uitgevoerd. Een aanpak op maat, waarin per bedrijventerrein via lokale netwerken, organisaties en personen specifieke informatie (welke VASt-instrumenten, Goede Voorbeelden) op een gerichte manier (informatiegesprek, kennismiddag of andere mogelijkheden) is gecommuniceerd. Stoffenmanager en Pimex worden (als centrale instrumenten van het VAStprogramma) in elk regioplan ingebracht. Resultaatbeoordeling Een overzicht per regio van de uitgevoerde activiteiten, de inhoudelijke boodschap, de betrokken organisaties/personen en het aantal bereikte bedrijven en bedrijventerreinen.

7

5. Vraaggestuurde activiteiten
Uit voorgaande hoofdstukken wordt duidelijk dat alle projectonderdelen in twee stappen worden uitgevoerd: 1. Plannen bedenken en vastleggen in documenten (verankeringsdocument, communicatiedocument, regioprojectplannen); 2. Plannen uitvoeren. Het is waarschijnlijk dat gedurende de loop van het project vragen uit het veld naar voren komen die niet zijn voorzien in de genoemde documenten. Binnen het project wordt ruimte opgenomen om te kunnen inspringen op deze vragen.

6. Projectorganisatie
De projectorganisatie bestaat uit twee onderdelen, namelijk een projectgroep en een klankbordgroep.

6.1 Projectgroep
De daadwerkelijke uitvoering van het project vindt plaats door de projectgroep. In deze groep zijn vertegenwoordigers opgenomen van de volgende partijen: Arbo Advies Onos (projectleiding); Vivant (procesondersteuning); ICET (algemene communicatie en regio ‘Zuid’); Florensys (regio ‘Noord’); LokNed (algemene communicatie en eventueel een regio).

Arbo Advies Onos is penvoerder van het project en de officiële aanvrager van de subsidie. Voor het opstellen en uitvoeren van het verankeringsdocument en het communicatiedocument nemen Arbo Advies Onos en Vivant het voortouw. Specifieke input op het gebied van de brandweer wordt geleverd door ICET. Voor wat betreft de landelijke verenigingen en samenwerkingsverbanden van bedrijventerreinen zal LokNed een bijdrage leveren. Het format voor de regioprojectplannen worden opgesteld door Arbo Advies Onos en Vivant. De specificering en het coördineren van de uitvoering van de regioprojectplannen ligt in handen van Florensys (regio ‘Noord’) en ICET (regio ‘Zuid’). De regiocoördinatoren voor de regio’s die er nog bijkomen (één of twee) zijn nog niet vastgesteld. Hiervoor zullen in principe partijen gekozen worden die al in de projectgroep zijn opgenomen. Als andere partijen beter geschikt lijken, dan wordt hierover contact opgenomen met de opdrachtgever. Het uitvoeren van de regioprojectplannen en het communicatieplan zal voor een deel gebeuren door de leden van de projectgroep. Hiervoor zullen ook derden ingehuurd worden. Zo kan bijvoorbeeld de brandweercommandant van Coevorden ingeschakeld worden bij het benaderen van brandweercommandanten in de regio Noord of voor het geven van een presentatie bij een landelijk symposium voor brandweercommandanten. Een ander voorbeeld is het inhuren van een deelnemer aan een pilotproject om een presentatie te geven op een bijeenkomst bij een ander bedrijventerrein.

8

Het uitwisselen van ervaringen is essentieel voor dit project. Om dit te stimuleren, zal de projectgroep zes tot acht keer bij elkaar komen.

6.2 Klankbordgroep
De klankbordgroep heeft in dit project verschillende functies: - controleren of het project uitgevoerd wordt conform het projectvoorstel; - het goedkeuren van het verankeringsdocument, het communicatiedocument en de regioprojectplannen; - meedenken met de projectgroepleden over de te benaderen instanties en de manieren waarop deze instanties benaderd kunnen worden (richting geven aan het project). De klankbordgroep zal drie keer bij elkaar komen. Tijdens de eerste bijeenkomst zullen de conceptdocumenten (verankeringsdocument, communicatiedocument en (een deel van) de regioprojectplannen) besproken worden. Het tweede en derde overleg zullen gebruikt worden om de voortgang van het project te bewaren. Het overleg met de klankbordgroep zal bijgewoond worden door één of twee leden uit de projectgroep. De klankbordgroep zal bestaan uit vertegenwoordigers van: - Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (De heer A. Hollander); - De Arbeidsinspectie (De heer F. de Beer of mevrouw A. van Vlerken); - Bedrijvenparken in Nederland (De heer A. Schuurmans); - Projecten Innovatie Team Noord Brabant (Mevrouw A. Mariën); - Het NIBRA. De organisaties en personen die genoemd zijn voor de klankbordgroep zijn nog niet benaderd. Deze namen zijn daarom onder voorbehoud.

7. Planning
De uitvoering van het projectplan loopt tussen juni 2006 en juni 2007. In bijlage 3 is de planning schematisch weergegeven. Nadere detaillering zal gaandeweg het project plaatsvinden. Met nadruk wordt aangegeven dat het maken van plannen en het opstellen van documenten voornamelijk in de eerste twee maanden zal plaatsvinden. Voor het uitvoeren van de plannen is het grootste deel van de tijd gereserveerd.

9

Bijlage 1 Toelichting op de aanpak per intermediair
Overkoepelende organisaties voor parkmanagementorganisaties en Industrie verenigingen Tijdens het project zal in het communicatiedocument vastgelegd worden welke netwerken benaderd zullen worden. Gedacht wordt onder andere aan: • De Vereniging voor bedrijventerreinen in Nederland; • LokNed; • De nieuwsbrief gericht op duurzame bedrijventerreinen van het ministerie van Economische Zaken. De wijze waarop deze netwerken worden ingezet in het project, wordt vastgelegd in het communicatieplan. Gedacht kan worden aan het gebruiken van de website, bijdragen op symposia, het plaatsen van artikelen, etc. Brandweercommandanten De brandweer heeft belang bij een goede aanpak van het gevaarlijke stoffenbeleid. Zij zijn ook een partij die overtuigingskracht heeft richting bedrijven, parkmanagement en gemeente (burgemeester). Als brandweercommandanten bekend zijn met de VASt-pilots en handvatten krijgen, kunnen zij wellicht zelf een dergelijk project (eventueel met externe hulp) initiëren. In overleg met de NIBRA zal bepaald worden hoe de brandweercommandanten in Nederland bereikt kunnen worden. Gedacht zou kunnen worden aan een artikel in Brand en Brandweer, een presentatie van de brandweercommandant van Coevorden of Oss bij een brandweersymposium of een cursus gericht op brandweercommandanten. Adviseurs Het is voor arbo-adviseurs (of kam-adviseurs) interessant om projecten op bedrijventerreinen op te zetten die vergelijkbaar zijn met de pilots in Oss en Coevorden. Zij moeten informatie krijgen over de pilots, de beschikbare materialen en mogelijke knelpunten. In het communicatiedocument wordt vastgelegd op welke manier deze adviseurs benaderd zullen worden. Mogelijkheden zijn artikelen in vakbladen, kennismiddagen en presentaties op symposia. Inspecteurs van de arbeidsinspectie In 2006 is de Arbeidsinspectie een inspectieproject gestart dat gericht is op bedrijventerreinen: ‘Bedrijventerreinen 2006’. Dit project beoogt, naast het bevorderen van de naleving van de arbowet, onder andere samenwerking op arbogebied tussen bedrijven die op een bedrijventerrein zijn gevestigd te bevorderen. Dit gebeurt door vragen hierover te stellen (monitor), werkgevers te attenderen op VASt en door het terugkoppelen van de resultaten aan werkgevers. Overwogen wordt om dit project in 2007 te continueren. Vanuit het VASt-programma wordt gestart met het project ‘Verspreiding VASt-resultaten naar inspecteurs van de arbeid’. Het informeren van deze groep zal binnen dit laatste project plaatsvinden en valt niet binnen dit subsidievoorstel. De resultaten van het inspectieproject zullen waar mogelijk gebruikt worden bij het activeren van bedrijven tot het gebruik van VASt-instrumenten en het volgen van de pilotbedrijventerreinen. Overleg hierover met de arbeidsinspectie valt eveneens onder het eerder genoemde project ‘Verspreiding VASt-resultaten naar inspecteurs van de arbeid’.

10

Bijlage 2 Voorbeelden van elementen uit regioprojectplannen
Uitleg Bedrijventerreinen die besluiten een traject op te starten dat vergelijkbaar is met de pilots Coevorden en Oss of die bepaalde VASt-instrumenten willen toepassen, worden bezocht door een kennis- of ervaringsdeskundige. Zij krijgen nadere uitleg over de instrumenten of over de VASt-pilotprojecten. Per bedrijventerrein zal bekeken worden welke deskundige het best kan worden ingezet en via welke intermediair. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de brandweercommandant van Coevorden een gesprek aangaat met zijn collega binnen het desbetreffende district. Wanneer een arbo-organisatie het project wil opzetten, dan is het misschien beter om een arbo-deskundige uitleg te laten geven. Het kan ook nodig zijn dat meerdere soorten deskundigen met verschillende soorten intermediairs gaan praten. Het bezoek van de deskundige wordt gefinancierd vanuit het subsidietraject. Wanneer deskundigen ingehuurd worden om de instrumenten te gebruiken, dan valt dit niet in dit subsidietraject. Het uitvoeren van een nulmeting, het geven van een workshop Stoffenmanager of Ongevalsregistratie vallen bijvoorbeeld buiten het subsidietraject. Kennisbijeenkomsten Bedrijventerreinen die kennisbijeenkomsten gaan organiseren voor (preventiemedewerkers van) bedrijven op hun terrein, mogen binnen het subsidietraject enkele gastsprekers inhuren. Informatiemiddag Binnen een regio zou een informatiemiddag georganiseerd kunnen worden waarin sleutelfiguren van de bedrijventerreinenpilots vertellen over hun ervaringen. Bij een dergelijke middag kunnen parkmanagementorganisaties, gemeenten, brandweercommandanten, arbodeskundigen uit het gebied rondom Oss en Coevorden uitgenodigd worden. De organisatie van een dergelijke middag en de sprekers kunnen gefinancierd worden binnen dit projectvoorstel. Helpdesk Vragen over de VASt-instrumenten en de bedrijventerreinenpilots kunnen gesteld worden bij een helpdesk. Deze helpdesk wordt gefinancierd vanuit dit project. In het verankerings- en communicatiedocument kan bepaald worden hoe een dergelijke helpdesk opgezet zou moeten worden (centraal of regionaal, internet of telefoon, etc.).

11

Bijlage 3 Planning
juni Projectorganisatie Projectgroep Klankbordgroep halfjaar- en eindverslag Verankering Verankeringsdocument Uitvoeren document Algemene communicatieve aanpak Opstellen communicatie document Uitvoeren communicatie document Regionale aanpak Voorwaardenlijst opstellen Selectie regio's Intra- en interorganisatiegraad per regio Regioprojectplan opstellen per regio Regioprojectplan uitvoeren per regio Vraaggestuurde activiteiten juli aug sep okt nov dec jan feb maart april mei juni