Duurzame energie

Algemene informatie Van schadelijk en schaars naar duurzaam
Onze Nederlandse energievoorziening is betrouwbaar. Zo betrouwbaar dat we het vanzelfsprekend zijn gaan vinden. Pas bij grote storingen blijkt hoe afhankelijk we van energie zijn geworden: niets doet het meer en alles loopt in het honderd. Als we de kwaliteit van de huidige energievoorzieDuurzame energie ning willen handhaven, zal er de komende jaren veel Duurzame energie is energie die moeten veranderen. Het opwekken van elektriciteit, gewonnen wordt uit bronnen kracht en warmte gaat immers gepaard met schadewaarbij weinig tot geen schadelijke effecten op het leefmilieu. Met name vanwege like milieu-effecten optreden bij winning en omzetting (1) en die deze milieuschade zal het gebruik van fossiele brandin onuitputtelijke hoeveelheden stoffen (zoals aardgas, steenkool en olie) in de toebeschikbaar zijn, zoals zon, wind, komst moeten afnemen. Daarnaast worden de voorwater, biomassa, aard- en omraden aan fossiele brandstoffen op termijn schaars. gevingswarmte (2). Inzet van duurzame bronnen zoals windenergie komt aan deze bezwaren tegemoet. Alhoewel er in absolute zin al veel duurzame-energieprojecten zijn gerealiseerd, is de bijdrage aan het totale Nederlandse energieverbruik nog maar beperkt. Komende decennia zal die bijdrage van ‘marginaal duurzaam’ naar ‘overwegend duurzaam' moeten groeien. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor volgende generaties.

Trias Energetica
Er is een bepaalde volgorde die gebruikt kan worden voor het bereiken van een zo duurzaam mogelijke energievoorzie1. energiebesparing ning. Als eerste moet de vraag naar energie (elektriciteit, gas en warmte) energieverbruik beperkt worden, dit gebeurt door energiebesparing. De energie die toch nodig is kan het best opgewekt worden door gebruik te maken van 2. 3. duurzame-energiebronnen. Het restezoveel mogelijk duuroptimaliseren fossiel rende energiegebruik dient zo effizame energie energiegebruik ciënt mogelijk te worden opgewekt. Tevens moet er rekening gehouden worden met het feit dat de totale energievraag voor het grootste gedeelte bestaat uit warmte.
Informatiecentrum Duurzame Energie is onderdeel van Projectbureau Duurzame Energie Postbus 12, 6800 AA Arnhem Telefoon 0900 – 9892 (€ 0,10 p.m.) / Fax 026 – 3557404 info@duurzame-energie.nl / www.duurzame-energie.nl

Wat valt onder duurzame energie?
Oneindige processen De drie belangrijkste processen die zorgen voor allerlei duurzame bronnen op aarde zijn: • Zwaartekracht • Kernfusie in de zon • Radioactief verval in de aardkern De tijdschaal waarop deze processen zich afspelen is voor menselijke begrippen oneindig lang; de ‘voorraden’ voor de duurzame bronnen zijn vanuit menselijk handelen onuitputtelijk. Duurzame bronnen Verschillende vormen van duurzame bronnen zijn: • Getijdenwerking • Verdamping/neerslag • Wind • Golven • Smelten van ijs • Oceaanstromingen • Verwarming van oceanen • Biomassaproductie (groei bomen en planten) • Aardwarmte (Geothermische energie) Duurzame energie Uit deze duurzame bronnen ontstaat duurzame energie, zoals

Stromingsbronnen
• • • • • • • • • • • • • Getijde-energie Golfenergie Oceaanstromingsenergie Waterkracht Windenergie Zon-PV (elektriciteit uit zonlicht) Zon-thermisch (warmte uit zonlicht, zoals zonneboilers) Warmtepompen (temperatuur van omgevingswarmte ‘oppompen’) Energie-opslag (seizoenopslag warm en koud water in de bodem) Geothermie (aardwarmte) Energie uit afval (biomassa-fractie) Energie uit biomassateelt (teelt van gewassen voor energieproductie) Stortgas (het vrijkomen van gassen door rottingsproces op stortplaatsen)

Omgevings- en aardwarmte

Energie uit afval en biomassa (bio-energie)

Waarom duurzame energie?
Opwekking van elektriciteit, kracht en warmte uit fossiele brandstoffen (steen-kool, aardgas en olie) brengt blijvende schade toe aan ons leefmilieu. Bij de verbranding van deze brandstoffen komen schadelijke gassen vrij. Eén daarvan is het broeikasgas CO2 dat bij doorgroeiende uitstoot zelfs tot een verandering van ons klimaat kan leiden.
Informatiecentrum Duurzame Energie is onderdeel van Projectbureau Duurzame Energie Postbus 12, 6800 AA Arnhem Telefoon 0900 – 9892 (€ 0,10 p.m.) / Fax 026 – 3557404 info@duurzame-energie.nl / www.duurzame-energie.nl

Vrijkomende stikstofoxiden en zwaveloxiden veroorzaken zure regen. Daarnaast zullen de brandstofvoorraden op lange termijn opraken. De inzet van duurzame energiebronnen levert geen schadelijke uitstoot en blijft altijd beschikbaar. Een uitzondering hierop vormt de energie uit afval en biomassa. Bij de thermische verwerking hiervan (bijv. bij verbranding) komen wel schadelijke gassen vrij, echter in dezelfde orde van grootte als in andere levenscycli.

Hoe eerder, hoe beter
Door snel te beginnen aan de ontwikkeling en toepassing van duurzame energie, snijdt het mes aan twee kanten. Het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van schadelijke stoffen wordt beperkt, terwijl hier ook de nodige ervaring wordt opgedaan met de ontwikkeling en ontsluiting van duurzame energie-bronnen. Hierdoor ontstaan kansen voor de Nederlandse industrie en werk-gelegenheid. Niet alleen voor het bedienen van de thuismarkt biedt dit kansen; ook in het buitenland ontwikkelen zich in snel tempo grote afzetmarkten voor duurzame energie.

Stand van zaken
Duurzame energie wordt nog maar sinds kort als integraal thema door de overheid en de energiesector opgepakt. Door de ruime beschikbaarheid van het goedkope aardgas en het relatief schone karakter van deze brandstof, kenmerkt de ontwikkeling van duurzame energie in Nederland zich door een late start.
Realisatie in PJ vermeden fossiele brandstoffen 1990 1995 1996 1997 0,5 0,0 0,1 0,0 p.m. 0,7 17,5 6,4 8,2 0,6 2,3 18,8 2,6 0,0 0,2 0,1 0,1 0,7 18,7 5,6 8,2 2,0 2,9 22,4 3,6 0,0 0,2 0,1 0,1 0,7 21,5 7,8 8,5 2,1 3,1 26,2 3,9 0,0 0,3 0,1 0,2 0,8 26,0 11,5 9,2 2,0 3,3 31,3

Duurzame energie

1998 5,3 0,0 0,3 0,2 0,2 0,8 26,4 11,4 9,8 1,9 3,3 33,5

1999 5,3 1 0,4 0,5 0,2 0,7 28,1 12,1 10,6 1,8 3,6 35,3

Zon-pv Zon-thermisch Aardwarmte Warmte/koude-opslag Warmtepompen Waterkracht Bio-energie w.v. Afvalverbranding Biomassaverbr. Stortgas Overige vergisting Totaal

Begin 2000 werd bijna 1,2% van het Nederlandse energieverbruik gedekt door duurzame energiebronnen (ruim 35 PetaJoule vermeden fossiele brandstoffen). De belangstelling voor duurzame energie is groot, er is sprake van een snel groeiend aantal initiatieven voor duurzame-energieprojecten.

Beleid
Energiebesparingsbeleid (incl. duurzame energie) werd onderdeel van het Nederlandse energiebeleid in 1973-1974, toen de wereld werd geconfronteerd met de eerste oliecrisis. Energiebesparing was één van de hoofdthema’s in de Energienota van 1974 waarbij de eindigheid van fossiele energiebronnen een belangrijke rol speelde. Na de tweede oliecrisis in 1979-1980 verscheen de Tweede Energienota (1979), waarin energiebesparing en diversificatie van de energiebronnen voor elektriciteitsproductie
Informatiecentrum Duurzame Energie is onderdeel van Projectbureau Duurzame Energie Postbus 12, 6800 AA Arnhem Telefoon 0900 – 9892 (€ 0,10 p.m.) / Fax 026 – 3557404 info@duurzame-energie.nl / www.duurzame-energie.nl

belangrijke thema’s waren. In de periode 1985-1989 nam de overheidssteun voor energiebesparing en duurzame energie af, met name door de lage energieprijzen en de afschaffing van subsidies. Na deze periode verschenen beleidspublicaties als Nationaal Milieubeleidsplannen (NMP1 en NMP-Plus) en Energiebesparingsnota’s. Daarin werden beleidsdoelstellingen opgenomen ten aanzien van de bijdrage van de verschillende duurzame-energiebronnen aan de energievoorziening gedurende de periode 1990-2010. In de Derde Energienota uit 1995 zijn deze doelstellingen bijgesteld. De aanleiding voor de Derde Energienota was niet een oliecrisis, maar de verwachte grote veranderingen als gevolg van de liberalisering van de energiemarkten. Doelstelling De Nederlandse overheid streeft naar een aandeel duurzame energie in het totale energieverbruik van vijf procent in 2010. In 2020 moet het aandeel duurzame energie ten opzichte van 2000 globaal verdrievoudigd zijn tot tien procent. Bio-energie, warmtepompen en windenergie leveren daarin dan de belangrijkste bijdragen. Mede onder invloed van het broeikaseffect is ook de Europese Unie bezig haar beleid op het gebied van duurzame energie aan te scherpen. De EU wil de bijdrage van duurzame energie aan het energieverbruik in 2010 verdubbeld hebben tot twaalf procent. Daarnaast zijn er afspraken vastgelegd in het Kyoto Protocol omtrent het reduceren van de broeikasgassen. De geïndustrialiseerde landen hebben zich verplicht hun uitstoot van broeikasgassen te reduceren in de periode 2008 tot 2012, zodanig dat in deze periode de gezamenlijke uitstoot gemiddeld ten minste vijf procent onder het 1990 niveau uitkomt. Per land gelden uiteenlopende reductieverplichtingen, voor de EU en Nederland geldt een reductie van respectievelijk acht en zes procent. Beleidsthema’s Voor het bereiken van de doelstelling op het gebied van duurzame energie worden door de overheid drie thema’s onderscheiden: • (1) Verbetering van de prijs-prestatieverhouding; • (2) Stimulering van de marktpenetratie; • (3) Aanpak van bestuurlijke knelpunten. Deze thema’s staan nader uitgewerkt in “Duurzame Energie in Opmars, actieprogramma 1997-2000” uit 1997 en “Duurzame Energie in Uitvoering, voortgangsrapportage 1999” van het ministerie van Economische Zaken. Startpunt en uitgangspunten voor dat beleid zijn verwoord in de Derde Energienota uit 1995. (1) Verbetering van de prijs-prestatieverhouding Door onderzoek en ontwikkelingsprogramma’s voor de diverse duurzame energiebronnen wordt een forse verbetering van de prijs-prestatieverhouding bereikt. Niet alleen in het laboratorium, maar ook in de praktijk moeten demonstratieprojecten laten zien dat bepaalde (technische) verbeteringen of nieuwe technologieën ook werken. Voor praktisch alle bronnen zijn programma’s vastgesteld met doelstellingen op het gebied van kostenreductie en/of opbrengstverbetering. In deze programma’s worden ook demonstratieprojecten ondersteund. Afstemming binnen Nederland met onderzoek en onderzoeksbehoeften van bedrijfsleven en energiesector is een voortdurend punt van aandacht. Financiële ondersteuning door de overheid voor ontwikkeling en demonstratieprojecten gebeurt vanuit het programma Economie, Ecologie en Technologie (EET) en Besluit Subsidies Energieprogramma’s (BSE).
Informatiecentrum Duurzame Energie is onderdeel van Projectbureau Duurzame Energie Postbus 12, 6800 AA Arnhem Telefoon 0900 – 9892 (€ 0,10 p.m.) / Fax 026 – 3557404 info@duurzame-energie.nl / www.duurzame-energie.nl

Tevens worden met diverse partijen Convenanten gesloten om tot inspanningsverplichtingen te komen met betrekking tot het stimuleren van specifieke duurzame energie-opties. (2) Stimulering marktpenetratie De overheid stimuleert de marktpenetratie van duurzame energie in financiële zin met enkele fiscale regelingen die voor bijna alle duurzame energiebronnen gelden. Daaronder vallen Groen beleggen, de energie-investeringsaftrek (EIA) en de Energiebelasting (of ecotax). Verder zijn er nog aparte subsidies en fiscale instrumenten die verschillend zijn per duurzame-energie-optie en die door verschillende instanties worden beheerd, zoals het CO2-reductieplan. Daarnaast heeft de overheid afspraken gemaakt met de energiebedrijven in Nederland voor het vergroten van het aandeel duurzame energie in hun levering. Per 1 juli 2003 geldt de regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP). Met deze subsidieregeling wordt de binnenlandse productie van duurzame elektriciteit gesubsidieerd. Meer informatie over de MEP is te vinden in het informatieblad ‘Duurzame energie, Financiële stimuleringsregelingen’, verkrijgbaar bij Informatiecentrum Duurzame Energie. Of kijk op onze website: www.duurzame-energie.nl. Garanties van Oorsprong De mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie zijn in Nederland niet overal hetzelfde. Zo is windenergie aan de kuststrook aanzienlijk goedkoper dan in het binnenland. Voor het winnen van dunningshout (bio-energie) is aanwezigheid van bossen of grote parken een voorwaarde. Per 1 juli 2001 bestaan er in de wet verankerde ‘Garanties van oorsprong’. Dat zijn een soort verhandelbare garantiebewijzen voor duurzame energie. Voor meer informatie over de ‘Garanties van oorsprong’ en 'groene elektriciteit' verwijzen we naar het informatieblad 'Groene elektriciteit'. (3) Aanpak van bestuurlijke knelpunten Op het moment dat een bepaalde duurzame energiebron rijp is voor grootschalige marktintroductie kunnen zich allerlei knelpunten voordoen in besluitvorming en regelgeving. Deze knelpunten ontstaan bijvoorbeeld bij het verlenen van de benodigde vergunningen. Overheid en enkele windrijke provincies hebben reeds in 1992 afspraken gemaakt over het te plaatsen windenergievermogen per provincie. Realisatie blijft achter en daarom wordt de overeenkomst met de provincies opnieuw bekeken. In het kader van het ‘Structuurschema Electriciteitsvoorziening’ wordt ruimte gezocht voor zeer grote windparken. Ook wordt toepassing van windenergie op zee voorbereid. Bij het ontwikkelen van nieuwbouwlocaties zijn er in principe grote mogelijkheden voor de toepassing van duurzame energie. Door het nieuwe karakter is de besluitvorming rondom deze locaties meestal nog niet ingericht op een optimale inzet van energiebesparing en toepassing van duurzame energie. Dit knelpunt wordt aangepakt door uitvoering van het programma Optimalisering van de Energie-infrastructuur (OEI). Een ander knelpunt heeft te maken met milieu-inpassingen van biomassa. In de praktijk blijkt dat bij energiewinning zich twee milieuknelpunten voordoen, namelijk de relatie met het afvalstoffenbeleid (veel biomassastromen komen vrij als reststromen) en emissies naar de lucht. Geprobeerd wordt om eenduidige, landelijk werkende regels op te stellen betreffende onderscheid tussen afval en andere stoffen, alsook emissieeisen bij verbranding en vergassing van biomassa.
Informatiecentrum Duurzame Energie is onderdeel van Projectbureau Duurzame Energie Postbus 12, 6800 AA Arnhem Telefoon 0900 – 9892 (€ 0,10 p.m.) / Fax 026 – 3557404 info@duurzame-energie.nl / www.duurzame-energie.nl

Inpassing van duurzame energie in de gebouwde omgeving is ook mogelijk door de regelgeving aan te scherpen. De mate waarin een nieuwbouwhuis of nieuwbouwprojecten fossiele brandstoffen gebruiken, wordt uitgedrukt in zogenaamde Energie Prestatie Coëfficiënten (EPN, EPL, EPB). Hoe lager het energieverbruik en hoe groter het aandeel duurzame bronnen in de opwekking, hoe lager de coëfficiënt. Door voor nieuwbouw een steeds lagere EPC te eisen, wordt de toepassing van duurzame energie bevorderd.

Kosten
Gemiddeld over alle bronnen kost duurzame energie op dit moment meer dan fossiele energie. Om met fossiele energie te kunnen concurreren, dient de kostprijs van duurzame energie te dalen. Er zijn enkele duurzame-energiebronnen die nu al concurrerend zijn: koude-opslag in de industrie, aardwarmte en stortgas. De bijdrage van deze bronnen aan de realisatie van de overheidsdoelstelling is echter relatief beperkt. Duurzame-energiebronnen die in de buurt van de prijs van fossiele brandstoffen komen zijn windenergie, waterkracht en bio-energie. De zonneboiler en warmtepomp zijn duurder, maar bieden mogelijkheden tot prijsverlaging. De duurste duurzame-energiebron is fotovoltaïsche zonne-energie. Niettemin zijn de verwachtingen hooggespannen. Maatschappelijke kosten Kosten die normaliter in de kostprijsberekeningen voor energiebronnen worden meegenomen zijn: winningskosten, transportkosten, investeringskosten voor de opwekkingsinstallatie en kosten voor onderhoud en beheer. Kosten die ontstaan door allerlei schadelijke milieueffecten en uitputting van delfstoffen worden doorgaans niet in de kostprijs van fossiele brandstoffen doorberekend. Voorbeelden van die kosten zijn: gezondheidskosten, kosten die samenhangen met het stijgen van de zeespiegel ten gevolge van het broeikaseffect zoals het ophogen van dijken of aanleggen van grote stormvloedkeringen, kosten die samenhangen met het extremer worden van het klimaat en de toenemende invloed van menselijke activiteiten op de natuur (overstromingen). De maatschappelijke kosten die samenhangen met energieopwekking uit fossiele brandstoffen zijn vele malen hoger dan die van duurzame energie. Als deze kosten wèl worden meegerekend, blijkt dat duurzame energie goedkoper is dan energie uit fossiele brandstoffen.

Meer informatie?
Neem voor meer informatie contact op met Informatiecentrum Duurzame Energie.
Algemene informatie • Aardwarmte • Bio-energie • Energie-opslag • Groene elektriciteit • Warmtepompen • Waterkracht • Windenergie • Zon-PV: Elektriciteit uit zonlicht

• Zon-Thermisch: Warmte uit zonlicht
© Projectbureau Duurzame Energie, februari 2004 Tekst: PDE. Overname door derden van (delen van) dit informatieblad is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van PDE. Dit informatieblad is met de grootste zorg samengesteld. Aan de inhoud kunnen echter geen rechten worden ontleend. Bestelcode: DE001/06022004

Informatiecentrum Duurzame Energie is onderdeel van Projectbureau Duurzame Energie Postbus 12, 6800 AA Arnhem Telefoon 0900 – 9892 (€ 0,10 p.m.) / Fax 026 – 3557404 info@duurzame-energie.nl / www.duurzame-energie.nl