330 3144 998 4643 562 408 445 2165 6918

Randstadmonitor 2004

NOORWEGEN A T L A N T I S C H E N O O R D Z E E VERENIGD
IERLA ND Manchester Dublin Kopenhagen DENEMAR K EN

Stockholm

ZWEDEN

KONINKRIJK
Londen Randstad Holland Hamburg NEDER LAND Berlijn

O C E A A N

Brussel-Antwerpen BELGIË Parijs L.

RheinRuhr

POLEN

DUITSLAND
Frankfurt-RheinMain TSJECHIË München SLOVA K IJE Wenen

FRANKRIJK
ZWITSER LAND Lyon

OOSTENR IJK HONGAR IJE SLOVENIË

Milaa n

K R OATIË

P O RT U G A L Madrid Lissabon Barcelona Rome

BOSNIË

I TA L I Ë
© GEOGRAFIEK, 2 0 04

S PA N J E

M I D D E L L A N D S E

Z E E

1000 kilometer

EU-lidstaat vóór mei 2004 EU-lidstaat sinds mei 2004 niet-EU-lidstaat Europese stedelijke regio

Randstadmonitor 2004

Inhoudsopgave
R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4

3 Voorwoord 4 Inleiding 6 1. WAAR STAAT RANDSTAD HOLLAND? 11 2. RANDSTAD HOLLAND IN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF 11 2.1 Bevolking 15 2.2 Economie 23 2.3 Verbindingen 28 2.4 Attractiviteit 31 3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN 31 3.1 Inleiding 32 3.2 Bevolking 36 3.3 Economie 41 3.4 Verbindingen 42 3.5 Attractiviteit 44 Summary 46 Bijlage - Scorekaart 47 Verklarende woordenlijst 48 Overzicht van figuren

2 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

Voorwoord
R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4

Concurrentiekracht en leefbaarheid
Het doel van het samenwerkingsverband Regio Randstad is helder. De twaalf overheden die eraan deelnemen1 willen van Randstad Holland een internationaal concurrerend gebied maken dat leefbaar is voor zijn inwoners. Concurrentiekracht en leefbaarheid worden vooral bepaald door wet- en regelgeving op nationale en Europese schaal. Maar ook decentrale overheden kunnen een aanmerkelijke bijdrage leveren, op terreinen als ruimtelijke ordening, stadsontwikkeling en wonen, verkeer en vervoer, groenontwikkeling, plattelandsontwikkeling en economische zaken, maar ook onderwijs, zorg en cultuur.

Randstadmonitor
In december 2004 verscheen de eerste publicatie, in nauw overleg met de randstadoverheden door TNO Inro tot stand gebracht. Voor de besturen van Regio Randstad en de randstadoverheden zal elke twee jaar een bestuurlijke dwarsdoorsnede worden gemaakt, waarin zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de criteria en indicatoren uit de Economische Strategie Randstad. De conclusies worden betrokken bij het beleid voor Randstad Holland. De eerste versie van deze Randstadmonitor ligt nu voor u.

Een afzakkende middenmoter Economische Strategie Randstad
Het economisch succes - en daarmee de welvaart - van Randstad Holland is afhankelijk van de attractiviteit van het gebied, van het innoverend vermogen in bedrijven en instellingen en van de arbeidsparticipatie. In de Economische Strategie Randstad 2 is een groot aantal projecten en maatregelen opgenomen die de concurrentiekracht versterken. De lokale, regionale, provinciale en nationale overheden zullen samen moeten bijdragen aan het resultaat. Het dagelijks bestuur van Regio Randstad biedt u deze publicatie met dubbele gevoelens aan. We zijn trots, omdat de Randstadmonitor voor het eerst een duidelijk en realistisch beeld geeft van de internationale concurrentiepositie van Randstad Holland. Maar we zijn vooral bezorgd, omdat het beeld niet gunstig is. Op enkele essentiële criteria, zoals de productiviteit, scoort Randstad Holland laag en is er bovendien geen ommekeer in de trend waarneembaar. Recente cijfers en verwachtingen op nationaal niveau3 laten een lichte opleving in de Nederlandse economie zien, maar de groei blijft achter bij die in het buitenland. Zolang dat zo is zal Randstad Holland een afzakkende middenmoter zijn. De decentrale overheden zullen alles moeten doen wat in hun vermogen ligt om die relatieve achteruitgang te keren. Zij rekenen daarbij op effectieve steun van het kabinet. J. Franssen, Voorzitter

Effecten meten
Grootheden als concurrentiekracht en leefbaarheid gaan echter pas leven als duidelijk is waar Randstad Holland staat. Het is daarom nuttig om het gebied met andere metropolitane gebieden in Europa te vergelijken, gebieden die net als Randstad Holland trekker zijn van de economie in hun land. Die vergelijking moet plaatsvinden over een reeks van jaren; een trend zegt meer dan de stand der dingen op een toevallig moment. Daarom heeft Regio Randstad opdracht gegeven jaarlijks een monitor op te stellen.

1. De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland, de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en de vier kaderwetgebieden (toekomstige WGR-plusgebieden) Regionaal Orgaan Amsterdam, Stadsregio Rotterdam, Stadsgewest Haaglanden en Bestuur Regio Utrecht 2. Economische Strategie Randstad, Regio Randstad, 2004 3. Macro Economische Verkenning 2005, CPB, 2004
R e g i o R a n d sta d - 3

Inleiding
R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4

Randstadmonitor 2004
De Randstadmonitor 2004 is een publicatie voor bestuurders. De monitor is een dwarsdoorsnede van de gegevens die TNO Inro in opdracht van Regio Randstad heeft verzameld. Maatstaf voor vergelijking zijn de doelen die in de Economische Strategie Randstad zijn gesteld. De jaarlijkse publicatie van TNO Inro4 bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt Randstad Holland vergeleken met 19 stedelijke regio’s in Europa en met het gemiddelde van EU-15. De invalshoek is vooral een economische. In het tweede deel staan de verschillende deelgebieden van Randstad Holland centraal. Ze worden onder meer vergeleken op leefbaarheid, waarvoor op internationaal niveau geen bruikbare gegevens voorhanden zijn. Om inzicht te krijgen in de interne ontwikkeling worden ook de deelgebieden langs de economische meetlat gelegd. In deze Randstadmonitor is dezelfde indeling gekozen.

heden van het statistisch materiaal, zo getrokken dat er regio’s ontstaan met een stedelijke kern en een omgeving met lagere dichtheid (zie kaart 1 op de omslag). Alleen als de functionaliteit van de statistiek dat vereiste - denk bijvoorbeeld aan havensteden - is voor een aangepaste selectie gekozen. Neemt een regio dermate in belang toe dat hij een plaats in de monitor verdient, dan is dat snel en eenvoudig te regelen. TNO Inro houdt ook van andere regio’s de gegevens bij. Vooral in Oost-Europa vinden interessante ontwikkelingen plaats.

Leeswijzer
Het hoofdstuk ‘Waar staat Randstad Holland?’ beschrijft de concurrentiepositie van de Randstad ten opzichte van de andere stedelijke regio’s. Wie zijn de grootste concurrenten? Hoe ontwikkelt de Randstad zich en hoe doen de concurrenten het? Voldoet Randstad Holland aan de doelstellingen van de ESR? Waar moet het hardst aan getrokken worden? Om in één oogopslag te kunnen zien hoe de ontwikkeling in Randstad Holland zich verhoudt tot de belangrijkste doelen uit de Economische Strategie Randstad is de ESR-ster ontwikkeld. Hoofdstukken over bevolking, economie, verbindingen, attractiviteit en de deelgebieden van Randstad Holland geven de belangrijkste gegevens uit de monitor 2004 weer. De conclusies zijn als volgt samen te vatten:

Alleen voorhanden cijfermateriaal
De gegevensverzameling van TNO Inro - en daarmee ook de Randstadmonitor - is, voor zover mogelijk, gebaseerd op openbare gegevens die over een reeks van jaren en voor alle vergelijkbare Europese regio’s beschikbaar zijn. Belangrijkste bronnen zijn Eurostat, OECD en CBS; de cijfers zijn veelal door TNO Inro bewerkt. Waar actuele gegevens ontbraken, zijn zorgvuldig ramingen gemaakt. In deze bestuurlijke publicatie is geen verantwoording van de keuzen en definities opgenomen. Daarvoor verwijzen wij naar de publicatie van TNO Inro.

Waar staat Randstad Holland
• Randstad Holland raakte in 2003 verder achterop bij de concurrentie en de ommekeer is nog niet in zicht. Op vier van de zes belangrijke indicatoren wordt het doel uit de ESR - een plaats in de topvijf van Europa niet gehaald. De trend is bovendien negatief.

Selectie stedelijke regio’s
TNO Inro heeft uit de vele monitors en statistieken de twintig stedelijke regio’s geselecteerd die er het vaakst in voorkomen. De grenzen zijn, binnen de mogelijk-

4. De top-20 van Europese stedelijke regio’s; Randstad Holland in internationaal perspectief (2004), TNO Inro, Delft 4 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4

Randstad Holland heeft echter ook specifieke sterke kanten, die herstel mogelijk maken. Om dat te realiseren moet vooral de arbeidsproductiviteit toenemen en moet het accent liggen op opleiding, kennis en innovatie, waaronder de doorwerking van kennis in bedrijven. Randstad Holland gaat achteruit op terreinen als toerisme en internationaal congreswezen en scoort relatief zwak op de interne verbindingen. Daar liggen dus ook aanknopingspunten voor verbetering.

Verbindingen
• Gegevens over Schiphol, de Amsterdam-Noordzeekanaalhavens, Rotterdam-Rijnmond en de internethub Amsterdam bevestigen het beeld van Randstad Holland als de toegangspoort voor Europa. Vooral de combinatie van drie sterke posities in de internationale verbindingen maakt Randstad Holland aantrekkelijk voor internationale bedrijven. • De capaciteit van de interne netwerken in de Randstad is de achilleshiel van het vestigingsprofiel. De achterstand ten opzichte van andere stedelijke regio’s is vooral bij het railvervoer groot.

Bevolking
• In vergelijking met de concurrerende regio’s is de leeftijdsopbouw van de bevolking betrekkelijk gunstig. Wel zal de autochtone bevolking van Randstad Holland steeds verder vergrijzen, maar dat gebeurt ook in de concurrerende regio’s in West-Europa. • De economische groei van de jaren 1995-2000 en het arbeidsmarktbeleid voor vrouwen en allochtonen hebben geleid tot een toename van de arbeidsparticipatie. Randstad Holland kent nu de op één na de hoogste participatiegraad in Europa. • Zowel het aandeel laag- als hooggeschoolden ligt relatief hoog.

Attractiviteit
• De aantrekkelijkheid van Randstad Holland is in grote lijnen stabiel. Een positie bij de topvijf wordt in delen van de regio, afhankelijk van de gekozen indicator, net of net niet gehaald.

Deelgebieden
• De Noord- en Zuidvleugel verschillen in een aantal opzichten. De Noordvleugel heeft een bevolking die sterker groeit en hoger is opgeleid, kent een hogere arbeidsparticipatie, een lagere (jeugd)werkloosheid, minder langdurige minima, een hogere arbeidsproductiviteit en hoger BRP per hoofd, meer toerisme, meer mogelijkheden voor kunst en cultuur en meer bos en natuur per inwoner. De Zuidvleugel scoort beter op innovatie, sinds 2000 op groei van het BRP en de werkgelegenheid, heeft een hogere investeringsquote, hogere publieke investeringen, hogere R&D, minder files en een lager onveiligheidsniveau. Sinds 2000 is in de Noordvleugel de achteruitgang in economisch opzicht sterker dan die in de Zuidvleugel. Vooral de ontwikkeling van Almere/Flevoland vraagt extra inzet.

Economie
• Randstad Holland scoort een elfde plaats op het criterium ‘bruto regionaal product per inwoner’. Ambitie van de ESR is de topvijf. De groei was in de tweede helft van de jaren negentig voorspoedig, maar vanaf 2000 is deze trend radicaal omgebogen. • Aan de doelstelling in de ESR voor werkloosheid wordt in 2003 met een tweede plaats nog voldaan, al is de trend duidelijk negatief. • Wat betreft productiviteit staat Randstad Holland op plaats elf. De productiviteitsgroei ligt al jaren onder het gemiddelde van de EU-15. In recente jaren is dus verdere achterstand opgelopen.

R e g i o R a n d sta d - 5

Waar staat Randstad Holland?
1 . WA A R S TA AT R A N D S TA D H O L L A N D

Randstad Holland verder achterop
De ontwikkeling van de economie, en daarmee de groei van de welvaart, in Randstad Holland houdt geen gelijke tred met die van de concurrenten. De achterstand is in 2003 verder toegenomen en een ommekeer is nog niet in zicht. Dat is de belangrijkste conclusie die uit de Randstadmonitor 2004 kan worden getrokken.
Toename BRP/hoofd (top 5)

Arbeidsproductiviteit

Innovativiteit

Attractiviteit

Glasvezelinfra naar alle woningen, bedrijven en instellingen

Vragen
Waar staat de Randstad ten opzichte van de concurrentie? Wie zijn die concurrenten? Hoe ontwikkelen de concurrenten zich? Bereiken we de doelen die de Economische Strategie Randstad stelt? Waar zitten de zwakke plekken, waar moet het hardst aan getrokken worden? En wat kunnen de randstadoverheden er zelf aan doen? De Randstadmonitor geeft antwoord op deze vragen.
• Kwaliteit bedrijfslocaties • Voldoende voorraad • Spin off’s omhoog • % Drop out’s: drastisch omlaag • Hoger opgeleiden: drastisch omlaag • OV- en weginfra: halvering reistijd

• Laagste werkloosheid • Arbeidsparticipatie in arbeidsjaren

Nog een lange weg te gaan
Doelstelling van de ESR is dat Randstad Holland uiterlijk in 2015 bij de topvijf van Europa behoort. Dat is ambitieus, maar ook noodzakelijk. Europa blijft reeds achter bij de Verenigde Staten en Azië. De belangrijkste indicator is het Bruto Regionaal Product per hoofd van de bevolking, dat afhankelijk is van de arbeidsproductiviteit, arbeidsparticipatie en attractiviteit van het gebied. Een ander belangrijk gegeven is de ontwikkeling van de werkloosheid. Figuur 1.1 geeft schematisch aan hoe deze indicatoren zich tot elkaar verhouden.

Figuur 1.1 - De indicatoren uit de Economische Strategie Randstad Bron: ESR, p. 30

Globaal gezegd geeft het BRP per hoofd aan hoeveel alle bedrijven en instellingen in een gebied verdienen; door het BRP per hoofd te berekenen wordt dit gegeven voor gebieden met verschillende grootte vergelijkbaar gemaakt. De arbeidsproductiviteit zegt veel over de kracht van de economie: in de Randstadmonitor geeft de arbeidsproductiviteit aan hoeveel er door een voltijdswerkende in een arbeidsjaar wordt verdiend. De arbeidsparticipatie geeft aan hoe groot het deel van de potentiële beroepsbevolking is dat werkt. Het gegeven houdt geen rekening met het aantal uren dat per week of per jaar gewerkt wordt. De attractiviteit of aantrekkelijkheid van een gebied is een maat voor de kwaliteit van het vestigingsklimaat.

6 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

1 . WA A R S TA AT R A N D S TA D H O L L A N D

Indicator BRP/hoofd Productiviteit Arbeidsparticipatie Attractiviteit Lage werkloosheid

Beoogde rangorde 1-5 1-5 1-5 1-5 1-5

Rangorde 2003 (2002) 11 (10) 11 (11) 2 5 2 (2) (5) (1)

De feiten maken duidelijk dat we niet tevreden kunnen zijn. Zie tabel 1.2. De cijfers tussen haakjes geven de rangorde van het voorafgaande jaar weer. De tabel laat zien dat de concurrentiepositie in 2003 verder is verslechterd. De groei van het BRP per hoofd en van het totale BRP zijn bovendien laag. Op de groei van het BRP scoorde alleen Lissabon slechter. De arbeidsparticipatie is onveranderd hoog, maar het aantal parttimers is groter dan in alle andere stedelijke regio’s. De aantrekkelijkheid van Randstad Holland is stabiel, maar de groei van de arbeidsproductiviteit per arbeidsjaar is zonder meer laag. Daarbij speelt het gebrek aan innovatie in het bedrijfsleven een rol. In figuur 1.3 en 1.4 zijn voor de periode 19952003 de ontwikkeling van het Bruto Regionaal Product per inwoner en de arbeidsproductiviteit aangegeven voor Randstad Holland, de stedelijke regio’s en de EU-15. Voor wat betreft groei van de productiviteit blijft Randstad Holland duidelijk achter bij Europa en zeker bij de stedelijke regio’s. Voor het BRP/hoofd is zelfs sprake van een afname.

Tabel 1.2 - De doelen uit de ESR en de scores in 2003 (2002). Bron: TNO Inro

EU 15

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

120

110

100
1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Figuur 1.3 - Ontwikkeling arbeidsproductiviteit Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen, 1995-2003 (1995=100) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

R e g i o R a n d sta d - 7

1 . WA A R S TA AT R A N D S TA D H O L L A N D

Landelijke gegevens voor 2004 en 2005 wijzen er helaas niet op dat het beeld op korte termijn zal verbeteren. Het kabinet verwacht dat in 2004 en 2005 het Bruto Binnenlands Product in de Eurolanden met 2% resp. 2 1/4% zal stijgen, terwijl de verwachting voor Nederland 1 1/4 en 1 1/2% bedraagt. De economische groei blijft daarmee opnieuw achter bij die van de concurrenten. De belangrijkste gegevens uit de monitor zijn in de ESR-ster samengevat (figuur 1.5). Voor zes indicatoren is in paars aangegeven welke positie Randstad Holland in de rangorde bezet. De lichtblauwe band staat voor de nagestreefde plaatsen 1 tot en met 5. Op twee van de zes onderdelen is het doel bereikt, maar vooral de groei van de productiviteit blijft ver achter bij het doel. Een beeld van 25 indicatoren biedt figuur 1.6.

EU 15

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

120

110

100

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

Figuur 1.4 - Ontwikkeling bruto regionaal product per inwoner Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en EU15-landen, 1995-2003 (1995=100) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

ESR-ster 2004
BRP/hoofd (2003)
1 5

Veel kapers op de kust
Wie zijn eigenlijk de concurrenten van Randstad Holland en waarin onderscheiden ze zich? Londen en Parijs zijn sterk over de hele linie. En als ze al eens wat lager scoren - zoals Londen op arbeidsproductiviteit - dan staat daar een hoge groei tegenover, waardoor ze binnen afzienbare termijn de zwakte hebben weggewerkt. Londen en Parijs vormen een klasse apart. De sterkste subtoppers zijn München, Stockholm en Dublin, die een hoge arbeidsparticipatie en productiviteit combineren. München scoort hoog in productiviteit en innovatie en is mede daardoor aantrekkelijk voor internationale bedrijven.
arbeidsparticipatie (2003)

groei BRP/hoofd (2003)

aantrekkelijkheid (2004)

arbeidsproductiviteit (2003)

groei arbeidsproductiviteit (1995-2003)

Nr. 1-5

Randstad Holland

Figuur 1.5 - ESR-ster 2004 - De belangrijkste ESR indicatoren voor Randstad Holland vergeleken met de top-5 doelstelling Bron: TNO Inro

8 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

1 . WA A R S TA AT R A N D S TA D H O L L A N D

Stockholm is sterk in arbeidsparticipatie, productiviteit en innovatie, R&D en congressen. Dublin heeft, net als een aantal andere Britse en Ierse regio’s, een sterke groei doorgemaakt. Hoewel de aantrekkingskracht op bedrijven groeit, blijft de excentrische ligging van Stockholm en Dublin een handicap. Daarna komt een grotere groep van regio’s die net als de Randstad sterktes en zwaktes kennen: Milaan en Frankfurt, die wat in groei achterop raken, Manchester, Kopenhagen, Barcelona en Madrid. De Spaanse steden hebben mede door cultuur en klimaat een grote aantrekkingskracht op bedrijven. Illustratief voor de ontwikkeling is de groei van de luchthaven van Madrid, die de vierde positie van Schiphol bedreigt. Barcelona scoort hoog op toerisme en congressen. Door de ligging nabij de nieuwe sterk groeiende EU-staten kan ook Wenen tot de concurrenten worden gerekend. De stad heeft bijvoorbeeld een sterke positie bij de internationale congressen. In die nieuwe lidstaten zijn overigens sterke groeiers te vinden, met Boedapest en Praag als voorbeeld. Incidenteel komen ze met enkele indicatoren al in de top-twintig voor. Wordt gekeken naar de omvang van de economie, dan vallen ze echter buiten de top-twintig. De scorekaart (bijlage) laat de sterktes van de concurrenten zien. Randstad Holland heeft ten opzichte van elk van de concurrenten, Londen en Parijs uitgezonderd, sterke troeven. Maar de positie is niet vanzelfsprekend; Randstad Holland is een afzakkende middenmoter. De huidige neergaande trend moet worden omgebogen wil het doel van de ESR worden bereikt.

Werken aan de drie I’s: Innovatie, Infrastructuur en Imago
Is er hoop? Heeft Randstad Holland voldoende sterke kanten om een inhaalrace in te zetten? Sterke punten zijn: het aandeel van de beroepsbevolking dat werkt, de lage werkloosheid, de relatief jonge en groeiende bevolking, de werkgelegenheid in kennisintensieve diensten, het aandeel dienstverlening in de werkgelegenheid, de positie als poort van Europa. Zwakke punten zijn: de groei van de arbeidsproductiviteit, het aandeel gewerkte uren, het aantal laag opgeleiden, de werkgelegenheid in de high-techindustrie en het aantal patentaanvragen, de capaciteit van spoor en (in mindere mate) weg, internationale congressen en toerisme. Allereerst is het zaak de sterke punten vast te houden en uit te bouwen, Rijk en randstadoverheden hebben daarbij een eigen taak. Verhoging van het aantal gewerkte uren, versterking van de innovativiteit en de doorwerking van kennis in bedrijven, waarmee de arbeidsproductiviteit moet worden vergroot, de versterking van de high-techindustrie. Dat zijn zwakke punten die alleen het Rijk kan aanpakken. De randstadoverheden constateren dat de achterstand in productiviteit zo groot is dat de inzet op de twee laatstgenoemde punten nog veel sterker zal moeten worden. Verhoging van het opleidingsniveau en de capaciteit van spoor en weg krijgen in het rijksbeleid evenmin de aandacht die de randstadoverheden noodzakelijk vinden.

R e g i o R a n d sta d - 9

1 . WA A R S TA AT R A N D S TA D H O L L A N D

Voor de randstadoverheden liggen er aanknopingspunten in de capaciteit van spoor en weg in de stedelijke gebieden, het ondersteunen van kennisdiffusie naar bedrijven, congreswezen en toerisme. Belangrijke voorwaarden voor het aantrekken van meer bezoekers zijn

een duidelijk profiel en een efficiënte marketing. Dat werkt bovendien door in de aantrekkelijkheid voor het internationale bedrijfsleven. De drie I’s - Innovatie, Infrastructuur en Imago - zijn de centrale begrippen voor het randstadbeleid.

Waar scoort Randstad Holland in de top vijf?
BRP/hoofd 2003 havenoverslag 2003 luchtvaartpassagiers 2003

1 5

groei BRP/hoofd 1995-2003 arbeidsproductiviteit 2003 groei arbeidsproductiviteit 1995-2003

congressen 2002/2003 groei toerisme 1995-2003

arbeidsparticipatie 2003

capaciteit railsysteem 2003

attractiviteit 2004

capaciteit wegsysteem 2003

groei attractiviteit 1990-2004

internethub 2004

bevolkingsgroei 1995-2003

kennisdiensten 2000

bevolkingsgroei 0-14 jaar 1995-2003

aandeel R&D in BRP 2000 % high tech werkgelegenheid 2000 hoogte kantoorhuur 2e Q 2004 buitenlandse investeringen 2002

opleidingsniveau% hoog 2003 groei werkgelegenheid 1995-2003 groei arbeidsvolume 1995-2003 werkloosheid 2003

Nr. 1-5

Randstad Holland

Figuur 1.6 - De scores van een aantal economische indicatoren van Randstad Holland Bron: TNO Inro

10 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2.1 Bevolking
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F
Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Londen Ruhrgebied Parijs Milaan Randstad Holland Madrid Berlijn Manchester Barcelona Frankfurt/Main Vlaamse Ruit Rome Hamburg Lissabon Wenen Stockholm München Kopenhagen Lyon Dublin EU 15 0,4 0,0 0,3 0,4 0,6 0,7 0,1 -0,3 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 0,6 0,3 0,8 0,1 0,5 0,5 1,6 0,3 Bevolkingsomvang 2003 (jaargemiddelde, x 1000) 13.938 11.745 11.169 7.900 6.627 5.288 5.034 4.860 4.760 4.067 3.942 3.905 3.097 3.041 2.193 1.844 1.842 1.819 1.621 1.577
3.000 6.000 9.000 12.000 15.000

Relatief gunstige bevolkingsontwikkeling
De Randstad is met een vijfde plaats op de ranglijst één van de belangrijkste bevolkingscentra in Europa en beschikt dus over een relatief groot arbeidsmarktpotentieel. Wat betreft gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei scoort Randstad Holland een vierde plaats, na Dublin, Stockholm en Madrid. De groei van 0,6% is ruim twee maal zo hoog als het gemiddelde van de 15 landen in de Europese Unie. Zowel het geboorteoverschot als het vestigingsoverschot is positief, dankzij een jonge bevolking en een aantrekkelijk vestigingsklimaat.

382.906

Figuur 2.1 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar bevolkingsomvang (2003) en bevolkingsgroei (1995-2003) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

EU 15
110

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

105

100

95

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

Figuur 2.2 - Ontwikkeling bevolking Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen 1995-2003 (1995=100) Bron: TNO Inro, op basis van EUROSTAT

R e g i o R a n d sta d - 11

2.1 Bevolking
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Een jonge bevolking
Stedelijke regio’s steken gunstig af bij het gemiddelde van de EU-15 landen. Het aandeel jongeren is doorgaans groter en het aandeel inwoners van 65 jaar en ouder doorgaans kleiner. Universiteiten, opleidingsinstituten en kansen op de arbeidsmarkt trekken jonge mensen van buiten aan. Hoe groter de mogelijkheden, hoe groter de toestroom. De Europese stedelijke regio’s verschillen qua leeftijdsopbouw niet veel van elkaar. Randstad Holland heeft een relatief jonge bevolking; 18,5% is jonger dan 15 jaar, 13,4% is 65 jaar of ouder. De bevolking van 15-64 jaar in Randstad Holland omvat 68,2% van de totale bevolking. De demografische opbouw is met het oog op de toekomst gunstig. Randstad Holland kent de sterkste groei van 0-14 jarigen.
Randstad Holland 0,9% Stockholm 0,9% Londen 0,4% Milaan 0,3% Hamburg 0,3% Ruhrgebied 0,1% Wenen 0,1% Vlaamse Ruit 0,1% Frankfurt/Main -0,1% Rome -0,2% Parijs -0,3% Manchester -0,5% Madrid -1,3% Berlijn -2,7%
-3,0 -2,5 -2,0 -1,5 -1,0 -0,5 0,0 0,5 1,0 EU 15

Figuur 2.3 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar gemiddelde jaarlijkse procentuele groei van de bevolking 0-14 jaar (1995-2003) Bron: TNO Inro, op basis van EUROSTAT

Hoge deelname aan arbeidsmarkt
De bruto arbeidsparticipatie is het aandeel mensen in de leeftijdsgroep 15-64 jaar dat werkt of werkt zoekt, los van het aantal uren. Het cijfer wordt in behoorlijke mate bepaald door institutionele en sociaal-culturele factoren. In de gehele EU-15 is de bruto participatie in de jaren 1999-2003 zeer licht toegenomen, tot 69,5%. Van de stedelijke regio’s scoort Randstad Holland (77%) na Stockholm het hoogst. Londen volgt op de derde plaats. Het aantal arbeidsuren ligt in Londen en Stockholm overigens hoger dan in Randstad Holland.

Stockholm Randstad Holland Londen Manchester Hamburg Frankfurt/Main Berlijn Madrid Parijs Wenen Ruhrgebied Vlaamse Ruit Milaan Rome

79,5 77,0 74,6 71,6 71,5 71,2 70,0 68,5 68,4 67,7 67,4 66,2 66,0 61,2
0 10 20 30 40 50 60

EU 15 70 80

Figuur 2.4 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar bruto participatiegraad (2003) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

12 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

EU 15
110

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

105

100

In vergelijking met andere stedelijke regio’s is ook de groei in Randstad Holland behoorlijk geweest. Dit weerspiegelt de snelle groei van de werkgelegenheid in de jaren 1995-2001 en is een indicatie voor het succes van het in Nederland gevoerde sociaal-economische beleid, dat was gericht op een hogere arbeidsmarktdeelname.

95

1999

2000

2001

2002

2003

Opleidingsniveau beroepsbevolking bijna gemiddeld
De stedelijke regio’s van Europa kennen gemiddeld minder mensen met een lage opleiding en meer middelbaar- en hooggeschoolden dan de EU15 als totaal. Randstad Holland scoort zowel wat betreft hoog- als laagopgeleiden boven het gemiddelde. In Randstad Holland is 26,2% van de werkzame personen laaggeschoold, terwijl dat voor Europa gemiddeld 28,8% is. Londen en de Vlaamse Ruit zijn de regio’s met de hoogste aandelen hoogopgeleiden.

Figuur 2.5 - Ontwikkeling bruto participatiegraad Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU-15 landen (1999=100) Bron: TNO Inro, op basis van EUROSTAT
70

10

60

din

g

20

Pe

lei

rc e

op

30
50

nta

e re

ge

th og

va e nd

me

be

ng

40

vo

lki

vo

40

Brussel-Antwerpen Londen Stockholm Berlijn Parijs Madrid

lki ng

be

me

nd e

g t la

va

e re

ge

nta

50

Randstad Holland

op

30

rc e

Hamburg RheinRuhr EU-15 Wenen

lei din

Pe

Manchester FrankfurtRheinMain

60

20

Rome

Milaan

10

Percentage van de bevolking met middelbare opleiding

Figuur 2.6 - Werkzame personen naar opleiding (laag, midden, hoog), als percentages van totaal (2003) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

70 80 70 60 50 40 30 20

© GEOGRAFIEK, 2 0 04

g

R e g i o R a n d sta d - 13

2.1 Bevolking
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Beleid in Randstad Holland: aantrekkelijk vestigingsklimaat, hoge arbeidsparticipatie en investeren in kennis
De leeftijdsopbouw van de Randstad is gunstig in vergelijking met die van haar concurrenten. Om die positie te behouden is een aantrekkelijk vestigingsklimaat nodig en ruimte voor jongeren en jonge gezinnen met kinderen. Anders zal, net als in andere regio’s in West Europa, de autochtone bevolking steeds verder vergrijzen. De economische groei in de laatste jaren van de twintigste eeuw en het arbeidsmarktbeleid hebben geleid tot een toename van de arbeidsparticipatie. Randstad Holland kent daardoor de op één na hoogste participatiegraad in Europa. Dat zal moeten worden vastgehouden. Investeren in onderwijs blijft noodzakelijk voor kennisontwikkeling van de beroepsbevolking. De Randstad kent zowel meer laaggeschoolden als meer hooggeschoolden dan gebruikelijk in Europa. In het licht van de opkomst van de kenniseconomie dient het aandeel hooggeschoolden toe te nemen en het aandeel laaggeschoolden af te nemen.

14 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2.2 Economie
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F
Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Londen Parijs Ruhrgebied Milaan Randstad Holland Frankfurt/Main Manchester Vlaamse Ruit Madrid Berlijn Rome Hamburg Barcelona München Stockholm Wenen Kopenhagen Dublin Lissabon Lyon EU 15 5,1 2,2 0,9 1,6 2,7 1,4 3,8 2,1 3,7 -0,1 1,5 1,2 3,1 2,2 5,8 1,9 2,0 8,5 2,8 2,4 2,2 Omvang BRP (2003) (miljard euro) 544,7 442,7 323,5 235,3 210,8 145,8 132,7 130,4 128,2 105,7 104,8 104,5 104,4 95,1 81,8 76,8 76,5 64,7 52,8 50,1 9.305,1 0 100 200 300 400 500 600

De economische groei: groei BRP in Randstad Holland naar 19e plaats
Randstad Holland behoort tot de economische kernregio’s in ons werelddeel. De economische kracht van de regio kan worden afgemeten aan het Bruto Regionaal Product. Met een BRP van 210,8 miljard Euro in 2003 komt het gebied op de vijfde plaats. Interessanter is echter het tempo waarin de randstadeconomie zich ontwikkelt. Tussen 1997 en 2000 scoort de economie in Randstad Holland boven het gemiddelde van de stedelijke regio’s. In 1999 groeien slechts twee regio’s harder. Na 2000 is dat beeld echter drastisch gewijzigd. De groei ligt duidelijk lager en komt zelfs onder het gemiddelde van de EU-15. In 2003 is Randstad Holland qua procentuele groei van het BRP naar de negentiende plaats gezakt.

Figuur 2.7 - Rangorde van Europese stedelijke regio’s naar omvang van het BRP (2003) en gemiddelde jaarlijkse groei (1995-2003) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

EU 15

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

130

120

110

100

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

Figuur 2.8 - Ontwikkeling BRP Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU-15 landen 1995-2003 (1995=100) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

R e g i o R a n d sta d - 15

2.2 Economie
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Nagenoeg hetzelfde beeld is zichtbaar in het Bruto Regionaal Product per inwoner, de meest primaire maatstaf voor welvaart. Met 31.800 per inwoner staat Randstad Holland in 2003 op een elfde plaats - tussen 1995 en 2003 was de groei het sterkst in de Britse en Ierse steden en in Stockholm. De Randstad heeft zich in 2003 niet kunnen ontworstelen aan de neergang van de nationale economie. Daarbij was en is de trage groei van de steden in het Duitse achterland deel van het probleem.

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) München Stockholm Kopenhagen Dublin Parijs Londen Frankfurt/Main Wenen Hamburg Vlaamse Ruit Randstad Holland Lyon Milaan Ruhrgebied Manchester Rome Madrid Barcelona Berlijn Lissabon EU 15 2,1 5,0 1,4 6,8 1,9 4,7 1,1 1,6 0,8 1,8 2,0 1,9 1,2 0,9 4,2 1,1 3,0 2,8 -0,2 2,2 1,8

BRP per inwoner (2003) (x 1.000 euro) 51,6 44,4 42,0 41,0 39,6 39,1 35,9 35,0 33,8 33,1 31,8 30,9 29,8 27,5 27,3 26,8 24,4 21,9 21,0 17,3 24,3 0
10 20 30 40 50 60

Figuur 2.9 - Rangorde van Europese stedelijke regio’s naar omvang van het BRP per inwoner (2003) en de gemiddelde jaarlijkse groei van het BRP per inwoner (1995-2003) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

EU 15

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

120

110

100
1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Figuur 2.10 - Ontwikkeling BRP per inwoner Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU-15 landen 1995-2003 (1995=100) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

16 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Londen 1,6 Parijs 1,5 Ruhrgebied 0,8 Milaan 1,3 Randstad Holland 1,8 Madrid 3,0 Manchester 1,2 Barcelona 3,0 Berlijn -0,2 Vlaamse Ruit 1,2 Frankfurt/main 0,9 Rome 1,4 Lissabon 1,8 Hamburg 0,5 München 0,9 Wenen 0,9 Stockholm 1,5 Kopenhagen 1,6 Dublin 5,3 Lyon 1,8 EU 15 1,1

Werkzame personen (2003) (x 1000) 7.463 5.585 5.460 3.868 3.689 2.518 2.377 2.290 2.218 2.215 2.146 1.825 1.619 1.571 1.237 1.087 1.073 1.062 804 788 7.000 2.000 4.000 1.000 3.000 170.775 5.000 6.000 8.000

Werkgelegenheid nog gunstig, maar werkloosheid groeit
De voorspoedige ontwikkeling in (vooral het eerste deel van) de periode 1995-2003 is ook zichtbaar in de werkgelegenheid. Die groeide bijna dubbel zo snel als het gemiddelde van de EU-15. Slechts in drie stedelijke regio’s groeide de werkgelegenheid sneller. Omgerekend naar voltijdse banen is het beeld niet veel anders.

Figuur 2.11 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar omvang van de werkgelegenheid Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

EU 15

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

120

110

100
1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Figuur 2.12 - Ontwikkeling werkgelegenheid Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen 1995-2003 (1995=100) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

R e g i o R a n d sta d - 17

2.2 Economie
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Na 2000 is echter een duidelijke omslag zichtbaar, die zich met enige vertraging weerspiegelt in de werkloosheid. Tot 2002 is die samen met Stockholm en Milaan in Randstad Holland het laagst van alle stedelijke regio’s en minder dan de helft van die van de EU-15. Maar vanaf 2001 loopt de werkloosheid op: van 2,1% in 2001 naar 3,8% in 2003. Verwacht mag worden dat die trend zich 2004 en 2005 doorzet, gezien de voorspellingen van het CPB.

Berlijn 17,6% Hamburg 9,5% Parijs 9,2% Rome 8,8% Ruhrgebied 8,5% Vlaamse Ruit 8,5% Wenen 7,8% Frankfurt/Main 7,5% Madrid 7,3% Londen 7,1% Stockholm 5,2% Manchester 5,1% Randstad Holland 3,8% Milaan 3,6% 0 5

EU 15

10

15

20

Figuur 2.13 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar werkloosheid (als % van de beroepsbevolking, 2003) Bron: TNO Inro, op basis van EUROSTAT/CBS

EU 15

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

120 110 100 90 80 70 60

1999

2000

2001

2002

2003

Figuur 2.14 - Ontwikkeling werkloosheid Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen 1999-2003 (1999=100) Bron: TNO Inro, op basis van EUROSTAT/CBS

18 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Kopenhagen Parijs Rome Stockholm Randstad Holland Wenen Berlijn Hamburg München Frankfurt/Main Vlaamse Ruit Lyon Madrid Dublin Lissabon Ruhrgebied Milaan Barcelona

86% 85% 85% 85% 83% 81% 79% 79% 79% 78% 78% 77% 76% 75% 75% 74% 63% 63%
20 40 60 80 100

Groot aandeel dienstverlening
Met 3% telt Randstad Holland van de stedelijke regio’s het grootste aandeel werknemers in de landbouw. Ook is, anders dan in bijna alle andere Europese regio’s, de werkgelegenheid in de nijverheid (o.m. industrie, bouw en nutsvoorzieningen) vanaf 1995 slechts weinig gedaald. In 2003 is overigens wel een daling zichtbaar. De 14% werkgelegenheid in de industrie is op zichzelf laag te noemen. Met 83% werkgelegenheid in de dienstverlening behoort Randstad Holland bij de meest verdienstelijkte economieën.

Figuur 2.15 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar aandeel van de dienstensector (als % van de totale werkgelegenheid, 2003) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS
Dublin Madrid Barcelona Lyon Parijs Randstad Holland Kopenhagen Milaan Lissabon Ruhrgebied Frankfurt/Main Vlaamse Ruit Stockholm Wenen Rome München Hamburg Berlijn 5,8% 3,2% 2,7% 2,7% 2,4% 2,4% 2,3% 2,2% 2,2% 2,1% 2,1% 1,9% 1,8% 1,8% 1,7% 1,7% 1,3% 0,9%

1

2

3

4

5

6

Figuur 2.16 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar jaarlijkse groei van het aantal werkzame personen in de dienstensector (1995-2003) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

R e g i o R a n d sta d - 19

2.2 Economie
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Achterblijvende arbeidsproductiviteit
Veelzeggend voor de kracht van de economie is de arbeidsproductiviteit. Randstad Holland staat in 2003 op een 11e plaats, maar nog wel boven het gemiddelde van de EU-15. Wordt gekeken naar de groei van de productiviteit in de periode 1995-2003, dan staat Randstad Holland op een 13e plaats, nu duidelijk onder het EU-gemiddelde. Vanaf 2000 is afvlakking en teruggang zichtbaar. Als oorzaak kan worden gedacht aan achterblijvende innovatie en onvoldoende ondernemersschap.

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Parijs München Dublin Kopenhagen Stockholm Frankfurt/Main Hamburg Wenen Lyon Londen Randstad Holland Ruhrgebied Milaan Vlaamse Ruit Rome Manchester Berlijn Madrid Barcelona Lissabon EU 15 1,7 1,9 4,6 0,2 4,8 1,2 1,3 1,2 1,5 4,0 1,0 0,7 0,4 1,6 0,3 3,2 0,7 0,7 0,2 1,7 1,5

Arbeidsproductiviteit 2003 (1000 euro/arbeidsjaar) 94,1 91,8 86,1 84,2 84,0 81,1 79,4 78,6 75,5 75,3 72,9 70,7 66,0 65,9 62,3 57,6 56,9 48,8 43,7 36,5 59,9

EU 15

20

40

60

80

100

Figuur 2.17 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar arbeidsproductiviteit (BRP per arbeidsjaar, 2003) en groei 1995-2003 Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

EU 15

Totaal stedelijke regio’s

Randstad Holland

120

110

100

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

Figuur 2.18 - Ontwikkeling arbeidsproductiviteit Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen 1995-2003 (1995=100) Bron: TNO Inro, op basis van OECD/EUROSTAT/CBS

20 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2000 (%) München Frankfurt/Main Milaan Stockholm Ruhrgebied Parijs Lyon Madrid Vlaamse Ruit Manchester Wenen Barcelona Londen Rome Hamburg Berlijn Randstad Holland Lissabon Nederland EU 15 1,3 0,6 2,6 2,7 0,3 0,3 0,7 2,2 1,1 0,4 2,3 0,7 1,9 1,2 -4,3 -1,6 2,8 -2 1,9 0,8

Werkgelegenheid in high-techsectoren als aandeel in totale werkgelegenheid (stand 2000, %) 17,8 17,6 15,3 14,2 13,7 13,1 12,6 12,4 12,2 12,1 11,7 11,6 10,5 9,8 9,4 8,9 8,3 6,8 8,6 11,0

Randstad Holland innoveert ook in diensten
Hoe innovatiever een regio is, hoe hoogwaardiger en concurrerender het bedrijfsleven en hopelijk ook - hoe effectiever de overheid en de niet-commerciële diensten functioneren. Als maat voor het innovatief vermogen worden veelal technologische indicatoren genomen. Wordt gekeken naar het aantal patentaanvragen, investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D), en werkgelegenheid in high-techsectoren, dan behoort de Randstad tot de minder innovatieve regio’s van Europa. Deze wijze van meten doet echter tekort aan de bedrijvigheid in de dienstensector, die in de Randstad sterk vertegenwoordigd is. Ook daar vindt innovatie plaats, vooral in de vorm van nieuwe producten en effectievere bedrijfsprocessen, met behulp van elders ontwikkelde technologie. Randstad Holland scoort hoog met werkgelegenheid in kennisintensieve diensten.

EU 15

5

10

15

20

Figuur 2.19 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar aandeel werkgelegenheid in hightechsectoren (2000) en gemiddelde jaarlijkse % groei 1995-2000 Bron: CBS/bewerking TNO Inro
Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2000 (%) München Parijs Wenen Frankfurt/Main Stockholm Berlijn Lyon Ruhrgebied Rome Londen Randstad Holland Manchester Vlaamse Ruit Hamburg Madrid Milaan Barcelona Lissabon Nederland EU 15 -1,0 -2,4 4,1 3,1 1,5 3,7 -1,4 1,7 1,6 -2,9 -1,8 1,3 3,9 -1,2 0,4 0,2 4,2 5,0 -0,9 0,9 R&D-uitgaven als aandeel in BRP (stand 2000, %) 4,8 3,6 3,3 3,2 3,2 3,1 2,4 2,3 2,0 1,9 1,9 1,9 1,9 1,8 1,7 1,2 1,1 1,0 1,9 2,0

Beleid in Randstad Holland: werken aan innovatie om de productiviteit te verhogen
Er is nog een lange weg te gaan voor het BRP per inwoner van Randstad Holland tot de topvijf van Europa behoort. Het Rijk stimuleert een hogere arbeidsparticipatie (vooral door verlenging van de arbeidscarrière) en de innovatiekracht van het bedrijfsleven. Aanknopingspunt voor het beleid van de randstadoverheden is vooral de aantrekkelijkheid van het gebied.
EU 15

1

2

3

4

5

Figuur 2.20 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar uitgaven voor R&D als aandeel van het BRP (2000) en gemiddelde jaarlijkse % groei (1995-2000) Bron: CBS/bewerking TNO Inro

R e g i o R a n d sta d - 21

2.2 Economie
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

De constatering dat de actualiteit nog ver van de ambitie ligt moet voor de randstadoverheden reden zijn om ook de projecten uit de ESR innovatie, onderwijs - met kracht door te zetten. Wil de randstadeconomie werkelijk een sprong vooruit maken dan zal de productiviteit moeten toenemen. Ondernemerschap en innovatie moeten worden gestimuleerd. Behalve voor het Rijk ligt hier, vooral t.a.v. het MKB, ook een rol voor de randstadoverheden. Tot de mogelijkheden behoren: voorlichting over ondersteuning, kenniskringen en initiatieven voor kennisoverdracht en -diffusie, het stimuleren van (techno-)starters en creatieve bedrijven, het voorzien in betaalbare huisvesting en het begeleiden van starters. De acties uit de ESR dienen te worden uitgevoerd. Daarnaast zal het Rijk het ingezette beleid (zie Groeibrief, Innovatiebrief en Industriebrief) moeten uitbouwen. Aan de doelstelling in de ESR van lage werkloosheid wordt in 2003 nog voldaan, al is de trend duidelijk opwaarts. Dit steunt het pleidooi om ook als decentrale overheden actief regionaal-economisch beleid te blijven voeren.

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2000 (%) Stockholm Londen Randstad Holland Parijs Frankfurt/Main Vlaamse Ruit Manchester Hamburg München Wenen Lyon Berlijn Madrid Milaan Ruhrgebied Barcelona Rome Lissabon Nederland EU 15 0,7 0,6 1,9 0,3 1,7 1,9 0,7 1,4 1,9 0,8 0,1 1,7 2,5 1,0 2,5 2,9 1,5 -0,9 1,4 0,9

Werkgelegenheid in kennisintensieve diensten als aandeel totale werkgelegenheid diensten (stand 2000, %) 62,7 59,6 58,0 55,7 53,8 52,9 52,3 52,2 52,2 51,7 50,8 50,2 49,4 46,5 46,2 43,6 43,1 38,5 55,7 48,6

EU 15

10

20

30

40

50

60

70

80

Figuur 2.21 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar aandeel werkgelegenheid in kennisintensieve diensten (2000) en gemiddelde jaarlijkse % groei 1995-2000 Bron: CBS/bewerking TNO Inro

22 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2.3 Verbindingen
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F
Gemiddelde jaarlijkse groei 2000-2003 (%) Passagiersverkeer via Europese luchthavens 2003 (aantallen miljoenen passagiers)

Londen

1,1 112,2 70,5 48,4 40,0 35,7 28,0 26,4 24,2 22,7 19,9

Parijs -1,4 Frankfurt -0,7 Amsterdam Madrid Rome Munchen Barcelona Manchester Top-10 0,3 2,8 1,1 1,5 4,7 1,9

Goede verbindingen over de weg en het spoor, door de lucht en via de elektronische netwerken zijn noodzakelijk om een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bestaande en nieuwe bedrijven te kunnen zijn. Hoe goed is de positie van Randstad Holland?

Milaan -0,4

Schiphol 4e met afnemend marktaandeel
Voor het passagiersvervoer neemt Schiphol al geruime tijd een vierde plaats in tussen de Europese luchthavens. In de periode 19952003 groeide Schiphol langzaam toe naar Frankfurt, de nummer 3. Anderzijds wordt de afstand tot nr. 5, Madrid, kleiner en neemt het marktaandeel van Schiphol af. Voor het vrachtvervoer bezet Schiphol een zelfde plaats en ook hier groeit de luchthaven langzaam naar Frankfurt toe. Enkele kleinere luchthavens zijn sterk in opmars: Luxemburg, Brussel, Keulen en Milaan. Maar een bedreiging voor Schiphol vormen ze niet.

20
0,7 428,0

40

60

80

100

120

Figuur 2.22 - Rangorde van tien grootste luchtvaartknooppunten voor passagiersverkeer in Europa (2003) en gemiddelde jaarlijkse % groei (2000-2003) Bron: Amsterdam Airport Schiphol - Statistical Annual Review 2003

Top-10 Europa

Schiphol Amsterdam

160

140

120

100
1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Figuur 2.23 - Geïndexeerde ontwikkeling passagiersverkeer via Schiphol in vergelijking met de top-10 van Europa, 1995-2003 (1995=100) Bron: Amsterdam Airport Schiphol - Statistical Annual Review 2003

R e g i o R a n d sta d - 23

2.3 Verbindingen
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Zeehaven Rotterdam onbedreigd eerste, maar lijkt te worden gepasseerd in de containeroverslag
Rotterdam is nog altijd veruit de grootste zeehaven van Europa. Nummer twee, Antwerpen, is nog niet half zo groot. De AmsterdamNoordzeekanaalhavens nemen een zesde plaats in. De groei van Rotterdam is echter al jaren matig te noemen. Voor de containeroverslag, een relatief snelgroeiend segment voor hoogwaardige goederen, is dit beeld uitgesprokener. Daar dreigt Rotterdam de eerste plaats te verliezen aan Hamburg, met Antwerpen daar vlak achter.

Gemiddelde jaarlijkse groei 1999-2003 (%)

Goederenoverslag via Europese zeehavens 2003 (x mln ton)

Rotterdam Antwerpen Hamburg Marseille Le Havre Amsterdam Genua Duinkerken Bremen

1,9 5,4 7,0 1,4 2,8 3,9 4,0 6,9 8,0

328 143 106 96 71 66 54 51 50 49 40
50 100 150 200 250 300 350

Londen -0,7

Wilhelmshaven -0,2

Figuur 2.24 - Rangorde van tien grootste zeehavens in Europa naar (2003) en gemiddelde jaarlijkse % groei (1999-2003) Bron: Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam

Hamburg-Le Havre range

Rotterdam

150 140 130 120 110 100 90

1999

2000

2001

2002

2003

Figuur 2.25 - Ontwikkeling containeroverslag in de Le Havre-Hamburg range en Rotterdam,1999-2003 (1999=100) Bron: Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam

24 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Ruhrgebied Frankfurt Vlaamse Ruit Parijs München Randstad Holland Londen Milaan Hamburg Berlijn Lyon Manchester Wenen Rome Barcelona Madrid Kopenhagen Dublin Lissabon Stockholm

132 126 119 116 101 100 98 96 96 88 87 72 72 54 45 38 34 23 23 14
30 60 90

Internationale bereikbaarheid in de top-5
Hoewel aan de kwaliteit van het netwerk van internationale spoor-, weg- en luchtverbindingen nog veel is te verbeteren, is het netwerk zo compleet dat alle economische centra in Europa zonder grote omwegen bereikbaar zijn. De indicator ‘bereikbaarheid’ geeft aan hoe goed Randstad Holland in de netwerken zit, vergeleken met de andere stedelijke regio’s. De aanname is dat de aantrekkelijkheid van een regio toeneemt met de omvang, maar afneemt met de afstand. Randstad Holland neemt gemiddeld een vijfde plaats in. Alleen het Ruhrgebied, Frankfurt, Parijs en Brussel/Antwerpen scoren beter. Aan deze ligging in het netwerk zal in de komende jaren weinig of niets veranderd kunnen worden.

Randstad Holland

0

50

Figuur 2.26 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar bereikbaarheid over de weg (Randstad Holland=100; 2001) Bron: Spiekermann & Wegener

Frankfurt Ruhrgebied Vlaamse Ruit Parijs Randstad Holland Milaan Londen Berlijn Kopenhagen Hamburg Wenen Manchester München Rome Barcelona Madrid Lyon Dublin Lissabon Stockholm

105 104 102 100 100 95 91 91 88 87 85 80 80 76 73 70 70 64 56 52
20 40 60

Randstad Holland

80

100

120

Figuur 2.27 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar bereikbaarheid door de lucht (Randstad Holland=100; 2001) Bron: Spiekermann & Wegener

R e g i o R a n d sta d - 25

2.3 Verbindingen
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Capaciteit interne netwerk voor weg matig en voor spoor onvoldoende
Als aanvulling op de internationale bereikbaarheid kan ook een vergelijking worden gemaakt voor de capaciteit van het interne netwerk. Voor de autosnelwegen komt Randstad Holland, gemeten naar het aantal meters snelweg per oppervlakte, op een 4e plaats. Waarschijnlijk zegt een meting in meters snelweg per inwoner méér over de druk op de wegen: dan komt het gebied op een 8e plaats. Voor het spoorwegnet is het beeld minder positief: bij een meting per oppervlakte een 14e plaats, gemeten per inwoner een 18e plaats.

Frankfurt Vlaamse Ruit Ruhrgebied Barcelona Stockholm Lyon Randstad Holland Kopenhagen Madrid Hamburg Wenen Rome Dublin Manchester Berlijn Parijs Milaan Lissabon Londen München

197 185 143 138 136 134 129 129 127 125 124 120 120 117 113 107 98 98 94 94
0 50 100 150 200

Figuur 2.28 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar lengte snelwegnet, in meters per 1000 inwoners (2003) Bron: Spiekermann & Wegener

Berlijn Kopenhagen Frankfurt Hamburg Wenen Dublin Lyon Vlaamse Ruit Ruhrgebied Manchester Milaan Barcelona Stockholm Londen Rome Parijs München Randstad Holland Lissabon Madrid

440 329 320 239 234 232 223 216 213 195 175 168 162 152 148 143 109 98 86 79
0 100 200 300 400 500

Figuur 2.29 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar lengte van het spoorwegnet in meters per 1000 inwoners (2003) Bron: Spiekermann & Wegener

26 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Londen* 29,6 Amsterdam 15,2 Frankfurt 14,2 Parijs 13,7 Madrid 12,1 Wenen Milaan Brussel Rome Barcelona Athene Dublin 3,1 3,1 1,9 0,4 0,3 0,1 0,1
10 15 20 25 30

De tweede internethub van Europa trekt ICT-bedrijven aan
Tot slot de ligging van Randstad Holland in het internationale netwerk van internetverbindingen. Net als bij zee- en luchtvaart kent ook het internationale dataverkeer zogenaamde hubs. Dergelijke knooppunten trekken bedrijven aan, zoals datawarehouses en telecombedrijven. Amsterdam is na Londen de grootste Europese internethub.

5 *optelling van 3 internet exchanges

Beleid in Randstad Holland: internationale verbindingen de ruimte geven en interne verbindingen versterken.
De posities van Schiphol, de AmsterdamNoordzeekanaalhavens, Rotterdam-Rijnmond en de internethub in Amsterdam bevestigen het beeld van Randstad Holland als toegangspoort voor Europa. Vooral de combinatie van drie sterke posities in de internationale verbindingen maakt Randstad Holland aantrekkelijk voor internationale bedrijven en verlaagt de exportkosten voor gevestigde bedrijven. Binnen de grenzen van leefbaarheid zullen deze toegangspoorten de ruimte moeten krijgen om verder te groeien. In de ESR is dit uitgangspunt vastgelegd. De capaciteit van de interne netwerken, die achterblijft bij die van de andere stedelijke regio’s, is een achilleshiel in het vestigingsprofiel. Investeren is onontkoombaar, om congestie en kwetsbaarheid op weg en spoor tegen te gaan.

Figuur 2.30 - Rangorde twaalf grootste Europese internethubs naar omvang internetverkeer in Gbyte per seconde (juni 2004) Bron: diverse exchange sites (zie www.euro-ix.net)

R e g i o R a n d sta d - 27

2.4 Attractiviteit
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

In de Economische Strategie Randstad is aangegeven dat vooral productiviteit (innovativiteit), arbeidsparticipatie en attractiviteit bepalend zijn voor economisch succes. Dit hoofdstuk gaat over attractiviteit, over de kwaliteit van de fysieke omgeving, waarvoor lokale en regionale overheden mede verantwoordelijk zijn. Denk aan bereikbaarheid, de beschikbaarheid van betaalbare en goede bedrijventerreinen, een aantrekkelijke leefomgeving en een woningaanbod dat tegemoet komt aan de vraag. De aantrekkingskracht van Randstad Holland wordt het meest zichtbaar in de beslissingen die bedrijven en klanten nemen. Amsterdam, dat de grootste aantrekkingskracht heeft, wordt als maatgevend genomen.

Greater London 125 Ile de France/Parijs Catalonië Rhone-Alpes Stockholm Madrid Boedapest Noord-Holland/A’dam Beieren Antwerpen Darmstadt/Hessen Wenen Berlijn 64 61 41 36 29 27 26 23 22 22 19 19
30 60 90 120 150

Figuur 2.31 - Rangorde van steden naar buitenlandse investeringsprojecten (2002) Bron: Ernst & Young European Investment Monitor

stijging/daling sinds 1990

Rangorde score aantrekkelijkheid vestigingsplaats 2004

Managers over de gehele wereld geven Amsterdam een stabiele vijfde plaats
Als bedrijven van buiten de EU naar een geschikte locatie zoeken, dan kiezen ze vaak uit verschillende landen en regio’s. Een overzicht over een langere periode van de nieuwe vestigingen van buitenlandse bedrijven laat zien dat Noord-Holland/Amsterdam in 2000 op een vierde plaats stond, maar inmiddels is afgezakt naar de achtste plaats. Gegevens zijn alleen beschikbaar voor de kernsteden van de regio’s. Wordt managers van over de hele wereld naar hun oordeel gevraagd over het vestigingsklimaat, dan scoort Amsterdam een stabiele vijfde plaats.

Londen Parijs Frankfurt/Main Brussel Amsterdam Barcelona Madrid München Berlijn Milaan Dublin Manchester Stockholm Lissabon Düsseldorf Hamburg Lyon Wenen Rome Kopenhagen

0 0 0 0 0 5 10 4 6 -2 0 -1 4 0 -12 -5 -3 -2 0 -4

1 2 3 4 5 6 7 8 9 11 12 14 15 16 18 19 21 22 25 26
25 20 15 10 5 1

Figuur 2.32 - Rangorde van twintig Europese steden naar aantrekkelijkheid vestigingsplaats (2004) en stijging/daling in rangorde sinds 1990 Bron: Cushman & Wakefield/Healy & Baker (2004)

28 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Gemiddelde Top 20 Europa

Amsterdam

130 120 110 100 90
1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Groei toerisme in Randstad Holland (Amsterdam) blijft ver achter bij andere regio’s
Voor het toerisme zijn de cijfers voor stedelijke regio’s niet vergelijkbaar. De jaarlijkse groei echter wel. Tussen 1995 en 2003 groeiden veertien regio’s harder dan Amsterdam.

Aantal internationale congressen daalt en blijft achter bij de groei elders in Europa
Bij de organisatie van internationale congressen speelt de aantrekkelijkheid van een stad eveneens een belangrijke rol. In 2002 en 2003 kwam Amsterdam gemiddeld op een achtste plaats van de twintig stedelijke regio’s. Steden als Helsinki en Boedapest hebben Amsterdam eveneens gepasseerd. In 1994 was de stad nog derde.

Figuur 2.33 - Ontwikkeling toerisme in Amsterdam en gemiddelde van de top twintig van Europa, 1995-2003 (1995=100) Bron: www.tourmis.info

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Barcelona Wenen Stockholm Kopenhagen Berlijn Lissabon Helsinki Boedapest Parijs Amsterdam Praag Edinburgh Madrid Londen Rome Geneve Oslo Dublin Glasgow Götenborg top 20 gemiddelde 11,9 8,6 7,0 2,1 8,4 17,8 7,9 3,3 -3,9 -1,7 1,6 3,9 3,7 -2,8 5,0 15,2 4,4 6,9 10,4 9,7 5,2

Aantal internationale congressen 2002/2003 (gem. van 2 jaren) 83 80 71 70 59 59 51 51 50 45 43 43 42 41 37 30 30 29 25 22 48

top 20 gemiddelde

20

40

60

80

100

Figuur 2.34 - Rangorde van steden naar internationale congressen (gemiddelde 2002-2003) en gemiddelde jaarlijkse % groei van 1995-2003. Bron: International Congress & Convention Association

R e g i o R a n d sta d - 29

2.4 Attractiviteit
2 . R A N D S TA D H O L L A N D I N I N T E R N AT I O N A A L P E R S P E CT I E F

Prijzen kantoren
Een laatste indicator voor de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats is de huurprijs van kantoorruimte in het topsegment. Hoe aantrekkelijker een vestigingsplaats, hoe meer de huurder bereid is te betalen. Amsterdam - met het meest hoogwaardige segment in de kantorenmarkt van Randstad Holland - scoort hier een achtste plaats. Ook Rotterdam, Den Haag en Utrecht zouden in de top-twintig terecht komen.

Leegstand 1e kwartaal 2004 (%)

Huurprijs 2e kwartaal 2004 (Euro per m2)

Beleid in Randstad Holland: ook promotie nodig om attractiviteit op peil te houden
De aantrekkelijkheid van Randstad Holland voor ondernemers blijkt redelijk stabiel. Het streven om bij de topvijf te behoren wordt, afhankelijk van de gekozen indicator, net of net niet gehaald. Het verlies aan marktaandeel bij internationale congressen en toerisme is echter een waarschuwing dat Randstad Holland aan aantrekkelijkheid inboet. Promotie kan een bijdrage leveren aan versterking van het beeld, naast verbetering van de fysieke kwaliteit. De daarop gerichte acties uit de ESR zijn dus actueel. Blijkens de European Cities Monitor 2004 zijn voor de beeldvorming bij bedrijven over de Randstad (Amsterdam) vooral de volgende zaken belangrijk: het belastingklimaat, de prijskwaliteitverhouding en de beschikbaarheid van kantoren, de personeelskosten, het vervoer binnen de stedelijke regio en de leefkwaliteit (inclusief de kwaliteit van lucht en water).

Londen Parijs Milaan Dublin Frankfurt Stockholm München Amsterdam Madrid Brussel Barcelona Düsseldorf Berlijn Praag Hamburg Boedapest Lyon Gemiddeld Rotterdam Den Haag Utrecht

10,6 6,7 7,2 17,4 15,5 17,9 9,8 13,8 9,1 10,0 7,2 14,4 9,9 13,8 7,9 14,5 5,2 11,1 6,8 7,0 11,1

834 650 450 431 414 360 342 320 297 295 276 252 252 240 234 215 185 356
gemiddelde

180 205 190

200

400

600

800

1000

Figuur 2.35 - Rangorde van steden huurprijs topsegment kantoren (2e kwartaal 2004) en percentage leegstand (1e kwartaal 2004) Bron: Jones Lang Lasalle

30 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

3.1 Inleiding
3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Om zicht te krijgen op de verschillen in ontwikkeling binnen Randstad Holland worden in dit hoofdstuk gegevens gepresenteerd voor deelgebieden. Daarbij worden vier verschillende onderverdelingen gehanteerd: • De vier Randstadprovincies • Randstad Holland5 en het Buitengebied (Kop van Noord-Holland, Alkmaar e.o., ZuidoostUtrecht, Flevoland-Midden en Noordoostpolder/Urk) • Noordvleugel en Zuidvleugel; beide zijn op te splitsen in kernsteden en een stedelijke omgeving • Stedelijk gebied en Groene Hart In figuur 3.1 is de indeling nader aangegeven. De indeling is gebaseerd op de beschikbare statistieken en sluit niet volledig aan bij de gebruikelijke bestuurlijke indeling. In het algemeen zijn de verschillen tussen de deelgebieden van Randstad Holland niet zeer groot. Hierna zijn alleen de meest opmerkelijke toegelicht.
Kernsteden Stedelijke omgeving Groene Hart Randstad buitengebied Overig Nederland

Figuur 3.1 Randstad Holland naar deelgebieden Bron: TNO Inro

5. De gegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig van het CBS, dat gedeeltelijk andere definities hanteert dan die in de Europese vergelijking zijn gebruikt. De gegevens voor Randstad Holland kunnen in dit hoofdstuk daarom soms afwijken van die in hoofdstuk 2.

R e g i o R a n d sta d - 31

3.2 Bevolking
3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Bevolking Noordvleugel groeit sneller dan in Zuidvleugel
Randstad Holland telt in 2003 6,6 miljoen inwoners. Dat is 41% van Nederland op 16% van het nationale oppervlak. De groei ligt tussen 1995-2003 op 0,6% gemiddeld per jaar. • In Flevoland en de kop van Noord-Holland ligt de groei hoger. Vooral de stedelijke omgeving in de Noordvleugel kent een relatief hoog groeipercentage. • De Noordvleugel groeide met 0,8% per jaar sneller dan de Zuidvleugel. Het verschil is een gevolg van de sterkere verstedelijking van de Zuidvleugel, waardoor er minder geschikte woonmilieus voor jonge gezinnen te vinden zijn. • In het Groene Hart groeit de bevolking trager dan in het stedelijke deel. Dit is terug te voeren op het restrictieve woningbouwbeleid in het Groene Hart en het compacte-stadbeleid, dat woningbouw in de grote steden stimuleert.

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Nederland Zuid-Holland Noord-Holland Utrecht Flevoland Randstad Provincies Randstad Holland Randstad Buitengebied Noordvleugel Stedelijke Omgeving Kernsteden Zuidvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Stedelijk Gebied Groene Hart

Bevolkingsomvang 2003 (jaargemiddelde, x 1000)

0,6 16.225 0,4 0,5 1,0 3,6 0,7 0,6 1,0 0,8 1,0 0,5 0,5 0,5 0,5 0,7 0,4 3.446 2.580 1.157 356 7.539 6.627 913 3.181 1.843 1.337 3.446 1.843 1.603 6.000 627

1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000

Figuur 3.2 - Bevolkingsomvang (2003) en bevolkingsgroei (1995-2003) in Randstad Holland en de deelgebieden Bron: TNO Inro, op basis van CBS

Nederland
1,2 1,0 0,8 0,6 0,4 0,2 0

Randstad Holland

Noordvleugel

Zuidvleugel

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

Figuur 3.3 - Bevolkingsgroei in Noord- en Zuidvleugel (1996-2004) Bron: TNO Inro, op basis van CBS

32 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

0-14 Nederland
0,68 % 0,45 % 1,14 % 0,94 % 0,44 % 0,56 % 0,43 % 0,41 % 0,46 % 1,25 % 0,90 % 1,10 % 2,83 % 3,91 % 3,05 % 0,85 % 0,64 % 0,66 % 0,89 % 0,60 % 0,50 % 0,64 % 0,90 % 1,96 % 1,32 % 0,74 % 0,51 % 0,89 % 0,65 % -0,65 % 1,61 % 0,81 % 1,29 % 0,50 % 0,47 % 0,50 % 0,83 % 0,59 % -0,26 % 0,16 % 0,34 % 1,56 % 0,32 % 0,15 % 2,00 % 0,96 % 0,65 % 0,37 %

15-64

65+

Noord-Holland

Zuid-Holland

Utrecht

Flevoland

Randstad Provincies

Randstad Holland

Randstad Buitengebied

In de stedelijke kernen is het aandeel van de leeftijdsklasse 0-14 jaar groter dan in de directe omgeving. Buiten de stedelijke kernen wonen meer jonge gezinnen met kinderen, die de stad hebben verruild voor een eengezinswoning in de omgeving. In Amsterdam en Utrecht, de stedelijke kernen van de Noordvleugel, is het aandeel van de bevolking in de leeftijdsklasse 15-64 jaar het grootst, wat vooral voortvloeit uit de aantrekkingskracht op studenten en jongeren. De stedelijke kernen van de Zuidvleugel hebben met 14,5% het hoogste aandeel 65 jaar en ouder. De bevolking van 65 jaar en ouder groeit overigens het snelst in het Groene Hart en het Buitengebied van Randstad Holland, waar het aantrekkelijk wonen is voor senioren.

Noordvleugel

Kernsteden

Stedelijke Omgeving

Zuidvleugel

Kernsteden

Stedelijke Omgeving

Groene Hart

Stedelijk Gebied

-1,0 -0,5 0,0

0,5

1,0

1,5

2,0

2,5

3,0

3,5

4,0

Figuur 3.4 - Bevolkingsgroei naar leeftijd (gem. jaarlijkse groei in %) Bron: TNO Inro, op basis van CBS

R e g i o R a n d sta d - 33

3.2 Bevolking
3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Allochtonen trekken naar de kernsteden
In Randstad Holland is het aandeel niet-westerse allochtonen in de bevolking in de periode 1997-2004 gegroeid van 13 naar 16%. Noorden Zuidvleugel van Randstad Holland laten hetzelfde beeld zien. Verschil is er vooral tussen kernsteden en omgeving en tussen het Groene Hart en het stedelijk gebied.

Gem. jaarlijkse groei aandeel (%) 1996-2004 Nederland Noord-Holland Zuid-Holland Flevoland Utrecht Randstad Provincies Randstad Holland Randstad Buitengebied Noordvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Zuidvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Groene Hart Stedelijk Gebied 3,9 2,8 4,0 7,1 3,3 3,6 3,6 3,6 3,2 2,3 5,3 3,9 3,7 4,4 3,8 3,5

Aandeel in bevolking (2004)

10 16 16 16 11 15 16 7 16 25 10 16 24 8 7 17

Participatiegraad in Noordvleugel hoger
De arbeidsparticipatie is in de Noordvleugel hoger dan in de Zuidvleugel. In de stedelijke omgeving en het Groene Hart is de participatie hoger dan in de kernsteden. De bevolking van 15-64 jaar is in Rijnmond en Den Haag, de kernsteden van de Zuidvleugel, minder actief op de arbeidsmarkt. Tussen het landelijk en het stedelijk gebied is weinig verschil.

0

5

10

15

20

25

Figuur 3.5 - Aandeel allochtonen in totale bevolking, 1996-2004 Bron: TNO Inro, op basis van CBS

Nederland Flevoland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Randstad Provincies Randstad Holland Randstad Buitengebied Noordvleugel Stedelijke Omgeving Kernsteden Zuidvleugel Stedelijke Omgeving Kernsteden Groene Hart Stedelijk Gebied

68,8 72,7 71,4 70,2 69,3 70,1 70,1 70,1 70,9 71,3 70,4 69,1 69,9 68,5 70,8 70,0

50

60

70

80

Figuur 3.6 - Arbeidsparticipatie in de deelgebieden van Randstad Holland (2003) (%) Bron: TNO Inro, op basis van CBS

34 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

laag

midden

hoog

Opleidingsniveau in kernsteden Noordvleugel het hoogst
Het opleidingsniveau van de beroepsbevolking is in de kernsteden van de Noordvleugel het hoogst; 44% heeft een academische of HBOopleiding. Belangrijke verklaringen zijn de aanwezigheid van universiteiten en hogescholen en de arbeidsmarkt. In het Groene Hart, Flevoland en het buitengebied is het aandeel hoogopgeleiden met het laagst.

Nederland Noord-Holland Zuid-Holland Utrecht Flevoland Randstad Provincies Randstad Holland Randstad Buitengebied Noordvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Zuidvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Groene Hart Stedelijk Gebied
20 40 60 80 100

Figuur 3.7 - Beroepsbevolking naar opleiding in de deelgebieden van Randstad Holland (2003) Bron: TNO Inro, op basis van CBS

R e g i o R a n d sta d - 35

3.3 Economie
3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Noordvleugel groeit sneller dan Zuidvleugel
Het BRP per inwoner is in de Noordvleugel ca. 20% hoger dan in de Zuidvleugel. Tussen 1995 en 2003 is de jaarlijkse groei in de Noordvleugel ca. 0,4 procentpunt hoger geweest. Vooral tussen de steden is het verschil groot. Ook de arbeidsproductiviteit is in de Noordvleugel hoger dan in de Zuidvleugel: een verschil van ruim 4 procentpunt. Het verschil in jaarlijkse groei bedraagt zo’n 0,3 procentpunt, in het voordeel van de Noordvleugel.

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Nederland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Flevoland Randstad Provincies Randstad Holland Randstad Buitengebied Noordvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Zuidvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Stedelijk Gebied Groene Hart 1,8 2,5 2,0 1,8 1,2 1,9 2,0 1,6 2,2 2,7 1,8 1,8 1,6 2,0 2,0 2,1

BRP per inwoner (2003) (x 1000 euro) 28,0 34,9 32,3 28,9 20,1 30,6 31,8 21,5 35,0 42,6 29,4 28,9 31,4 26,0 32,6 24,6
10,0 20,0 30,0 40,0 50,0

Figuur 3.9 - BRP per inwoner (2003) en gemiddelde jaarlijkse groei (19952003) naar deelgebied Bron: TNO Inro, op basis van CBS
Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Nederland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Flevoland Randstad Provincies Randstad Holland Randstad Buitengebied Noordvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Zuidvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Stedelijk Gebied Groene Hart 0,8 1,5 0,8 0,8 0,5 0,9 1,0 0,6 1,1 1,2 0,9 0,8 0,7 1,0 1,0 0,9 Arbeidsproductiviteit (2003) (x 1000 euro) 70,5 75,6 72,1 70,7 67,9 71,9 72,9 60,1 75,0 76,7 74,2 70,7 73,0 67,7 73,3 67,5

10,0

20,0

30,0

40,0

50,0

60,0

70,0

80,0

Figuur 3.8 - Arbeidsproductiviteit (2003) en gemiddelde jaarlijkse groei (19952003) naar deelgebied Bron: TNO Inro, op basis van CBS

36 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Nederland Zuid-Holland Noord-Holland Utrecht Flevoland Randstad Provincies Randstad Holland Randstad Buitengebied Noordvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Zuidvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Stedelijk Gebied Groene Hart 1,9 1,6 2,0 2,4 5,1 2,0 1,8 3,1 2,0 2,0 2,1 1,6 1,5 1,8 1,8 2,2

Aantal werkzame personen (2003) (x 1000) 8.293 1.793 1.468 689 135 4.085 3.689 396 1.896 959 937 1.793 1.018 775 3.405 285

Werkgelegenheid in Zuidvleugel groeit vanaf 2001 sneller dan in Noordvleugel
Binnen Randstad Holland is de Noordvleugel de tijger: de werkgelegenheid groeide tussen 1995 en 2003 met gemiddeld 2,0% per jaar, tegenover 1,6% in de Zuidvleugel. Het verschil zit vooral in de zakelijke dienstverlening. Vanaf 2001 groeit de werkgelegenheid in de Zuidvleugel harder. Van de provincies liet Flevoland de hoogste groei zien (5,1% per jaar), ZuidHolland de laagste (1,6%).

2.000

4.000

6.000

8.000

10.000

Figuur 3.10 - Werkgelegenheid (2003) en gemiddelde jaarlijkse groei (19952003) in Randstad Holland en de deelgebieden Bron: TNO Inro, op basis van CBS

Nederland

Randstad Holland

Noordvleugel

Zuidvleugel

5 4 3 2 1 0 -1 -2

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

Figuur 3.11 - Ontwikkeling groei werkgelegenheid Nederland, Randstad Holland, Noordvleugel en Zuidvleugel, 1996-2003 Bron: TNO Inro, op basis van CBS

R e g i o R a n d sta d - 37

3.3 Economie
3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Oplopende werkloosheid
In werkloosheid is er in 2003 slechts weinig verschil tussen de vleugels: 5,2% in de Noordvleugel en 5,6% in de Zuidvleugel - in Randstad Holland als geheel is het 5,4%. De ontwikkeling in de periode 1995-2003 verloopt voor deze drie gebieden eveneens nagenoeg gelijk: een daling tot rond 3,5% in 2001 en daarna een snelle toename. In 2003 steeg de werkloosheid in Randstad Holland met 1,3 procentpunt. De werkloosheid is in 2003 het hoogst in Flevoland (5,9%) en het laagst in de provincie Utrecht en in het Groene Hart (4,0%).
3 8 7 6 5 4

Nederland

Randstad Holland

Noordvleugel

Zuidvleugel

Het verschil in de toename van de jeugdwerkloosheid tussen de vleugels is groter. Gemeten in het aandeel WW-uitkeringen van jongeren tot 25 jaar ligt de jeugdwerkloosheid in de Noordvleugel lager dan in de Zuidvleugel. Sinds 2003 wordt het verschil kleiner. in 2004 is het aandeel van jongeren tot 25 jaar in de Zuidvleugel 5,8%, tegenover 4,8% in de Noordvleugel.

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

Figuur 3.12 - Ontwikkeling jeugdwerkloosheid (WW-uitkeringen onder 25 jaar als % van alle WW-uitkeringen), 1998-2004 (1e kwartaal) Bron: TNO Inro, op basis van CBS

38 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Werkgelegenheid in innovatieve bedrijven als aandeel in de totale werkgelegenheid (%)

Academisch geschoolde werknemers als aandeel in de totale werkgelegenheid (%)

Innovatie: accentverschillen
Indicatoren voor innovativiteit zijn: de werkgelegenheid in innovatieve bedrijven, het aandeel academici in het arbeidsaanbod en het aandeel werknemers in R&D-functies. Op de eerste twee indicatoren scoort de Noordvleugel het hoogst, ook vergeleken met Nederland als geheel. Het percentage werknemers in een R&D-functie is het hoogst in de Zuidvleugel. De cijfers maken een accentverschil in specialisatie zichtbaar. De Noordvleugel is iets sterker gericht op diensten en niet-technologische innovatie. De Zuidvleugel kent een iets sterkere specialisatie in technologie.

Werknemers in R&D-functies als aandeel in de totale werkgelegenheid (%)

hoog

laag

Figuur 3.13 Drie indicatoren voor innovativiteit in Randstad Holland, naar gemeente (2000) Bron: TNO Inro/RPB, op basis van CBS Innovatie-enquête en LISA

R e g i o R a n d sta d - 39

3.3 Economie
3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Toerisme in Randstad Holland na 2000 teruggelopen
De gevarieerde landschappen, de kust en de cultuurhistorie van Randstad Holland zijn aantrekkelijke factoren voor het toerisme. Gemeten naar het aantal overnachtingen van buitenlandse toeristen is vooral Noord-Holland in trek, met Amsterdam als topper. Sinds 2000 is stagnatie zichtbaar, terwijl landelijk gezien het toerisme sinds 2002 weer groeit.

Utrecht

Noord-Holland

Zuid-Holland

Flevoland

12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
1998 1999 2000 2001 2002 2003

Investeringsniveau in Zuidvleugel hoger dan in Noordvleugel - en groeiend
De toekomstige concurrentiekracht van een regio wordt mede bepaald door de hoogte van de investeringen. De investeringsquote (investeringen als percentage van het BRP) ligt in 2003 in de Zuidvleugel twee procentpunten hoger dan in de Noordvleugel (22 om 20%). De groei in de periode 1995-2003 was eveneens hoger in de Zuidvleugel. Bij nadere analyse blijkt dat vooral de publieke investeringen in grond-, weg- en waterbouw en de investeringen in machines in de Zuidvleugel hoger uitvallen. Na Flevoland (met 42%) had het Groene Hart met 25% de hoogste investeringsquote.

Figuur 3.14 - Aantal overnachtingen in logiesaccommodaties (afkomstig uit buitenland) (x1000) Bron: TNO Inro, op basis van CBS

Gemiddelde jaarlijkse groei 1995-2003 (%) Nederland Flevoland Zuid-Holland Noord-Holland Utrecht Randstad Provincies Randstad Buitengebied Randstad Holland Noordvleugel Stedelijke Omgeving Kernsteden Zuidvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Groene Hart Stedelijk Gebied 2,6 5,9 3,8 2,6 3,7 3,5 2,2 3,6 3,5 3,5 3,5 3,8 4,0 3,4 5,2 3,5

Investeringsquote 2003 (in % van BRP) 21 42 22 20 20 22 24 21 20 23 18 22 23 21 25 21

10

20

30

40

50

Figuur 3.15 - Investeringsquote 2003 en gemiddelde jaarlijkse groei investeringen 1995-2003 Bron: TNO Inro, op basis van CBS

40 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

3.4 Verbindingen
3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN
Nederland Randstad Holland Noordvleugel Zuidvleugel

4.5 00 4.0 00 3.5 00 3.0 00 2.5 00 2.0 00 1.5 00 1.0 00 500 0

De achterkant van de medaille: de Noordvleugel kent meer files dan de Zuidvleugel
De zwaarte van files kan worden uitgedrukt in de gemiddelde lengte in kilometers, maal de duur in minuten. Toegepast op de file topvijftig van Nederland blijkt dat er sinds 1998 sprake is van een wisselend patroon, met een stijgende tendens. In de Noordvleugel is dit duidelijker zichtbaar dan in de Zuidvleugel. Als gevolg van de economische stagnatie stopt deze ontwikkeling na 2001. In de Noordvleugel, waar de zwaarte bijna driemaal zo groot is als in de Zuidvleugel, is deze trend het duidelijkst.

1998

1999

2000

2001

2002

2003

Figuur 3.16 - Filezwaarte in Randstad Holland (in 1000 kilometer-minuten) op basis van top-50, 1998-2003 Bron: TNO Inro, op basis van Verkeers Informatie Dienst

R e g i o R a n d sta d - 41

3.5 Attractiviteit
3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Voorzieningen voor kunst en cultuur in Flevoland blijven zichtbaar achter
Voorzieningen zoals kunst en cultuur dragen bij aan de leefbaarheid van een regio en daarmee aan de aantrekkelijkheid als woongebied. Gegevens zijn alleen per provincie beschikbaar. Zowel het aantal musea (per 100.000 inwoners) als het aantal bezoekers (per 100.000 inwoners) is het hoogst in Noord-Holland, dat als enige provincie boven het gemiddelde uitstijgt. Flevoland heeft een achterstand. Voor het bezoek aan podiumkunsten is het beeld vergelijkbaar: Flevoland als hekkesluiter en Noord-Holland bovenaan. Ook Zuid-Holland scoort boven het gemiddelde, Utrecht zit er ongeveer op.

1995

1997

1999

2001

Utrecht

3,7 4,2 3,8 4,0 4,9 6,4 6,1 6,2 3,9 4,9 4,7 4,4 2,3 2,5 2,6 2,1 4,8 6,1 5,7 5,5

Aantal musea per 100.000 inwoners

Noord-Holland

Zuid-Holland

Flevoland

Nederland

1,0

2,0

3,0

4,0

5,0

6,0

7,0

Utrecht

0,9 1,0 0,9 1,0 3,0 2,9 3,2 3,2 0,9 1,0 1,0 1,0 1,5 1,0 0,5 0,6 1,4 1,3 1,3 1,3

Bezoekers musea per inwoner

Noord-Holland

Zuid-Holland

Bos en natuur: het minst in het Groene Hart
De oppervlakte bos en natuur per inwoner loopt voor de deelgebieden sterk uiteen. Het ruimst bedeeld zijn de inwoners van Flevoland en als gevolg daarvan ook de Noordvleugel. In het Groene Hart is de oppervlakte bos en natuur het kleinst: hier bestaat 88% van het gebied uit ‘platteland’, dat als weiland wordt gebruikt.
Flevoland

Nederland

1,0

2,0

3,0

4,0

Figuur 3.17 - Aantal musea en aantal museumbezoekers (1995-2001) Bron: TNO Inro, op basis van CBS
1999 2000 2001 2002

Beleid in Randstad Holland
In de doelstelling van het samenwerkingsverband Regio Randstad staat expliciet dat het gebied zich ‘evenwichtig’ moet ontwikkelen. Daarmee is niet bedoeld dat alle deelgebieden dezelfde ontwikkeling moeten doormaken; differentiatie draagt juist bij aan de kwaliteiten van Randstad Holland. Evenwichtigheid dient vooral in de sociaal-economische factoren en in de leefbaarheid te worden gevonden.

Nederland 0,9
0,9 1,0 1,0

Utrecht 0,9
0,9 1,0 1,0

Noord Holland 1,4
1,5 1,5 1,6

Zuid Holland 1,1
1,1 1,3 1,2

1,0

2,0

Figuur 3.18 - Aantal bezoeken aan podiumkunsten per inwoner (1999-2002) Bron: TNO Inro, op basis van CBS

42 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN

Stedelijk

Platteland

Natuur

Nederland Noord-Holland Zuid-Holland Utrecht Flevoland Randstad Provincies Randstad Holland Randstad Buitengebied Noordvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Zuidvleugel Kernsteden Stedelijke Omgeving Groene Hart Stedelijk Gebied 0 20 40 60 80 100

Vergrijzing, werkloosheid, congestie, voorzieningen, veiligheid, productiviteit en BRP per hoofd als maat voor welvaart zijn daarvoor belangrijke indicatoren. Vergelijking van Noord- en Zuidvleugel laat zien dat de Noordvleugel een bevolking kent die sterker groeit en hoger opgeleid is, een hogere arbeidsparticipatie kent, een lagere werkloosheid en een lagere jeugdwerkloosheid, minder langdurige minima, een hogere arbeidsproductiviteit, een hoger BRP per hoofd, meer toerisme, meer mogelijkheden voor kunst en cultuur en meer bos en natuur per inwoner. Daartegenover staat dat de Zuidvleugel beter scoort op innovatie, sinds 2000 op groei van het BRP en groei van de werkgelegenheid, een hogere investeringsquote heeft, hogere publieke investeringen, hogere R&D, minder files en een lager onveiligheidsniveau. Economisch gezien is in 2000 een verandering zichtbaar, waarbij in de Noordvleugel de ombuiging van de trend sterker is dan in de Zuidvleugel. De Zuidvleugel verdient extra aandacht als het gaat om groen en economische ontwikkeling. In de Noordvleugel verdient vooral de wegcapaciteit extra aandacht, evenals het economisch evenwicht binnen de vleugel. Vooral de ontwikkeling van Almere/Flevoland vraagt extra inzet.

Figuur 3.19 - Bodemgebruik (in %, 2000) Bron: TNO Inro, op basis van CBS

R e g i o R a n d sta d - 43

Summary
R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4

An annual survey of the economic development in Europe’s urban areas
From 2004, a statistical overview of the most important developments in Randstad Holland will be published annually. This overview is drawn up by TNO Inro under commission of Regio Randstad. The main part of this survey is made up of a comparison between 20 of the most important urban areas in Europe. A smaller part of the survey describes the differences within the Randstad Holland area.

Economic strategy as a motive
The reason for the annual survey is the Randstad Economic Strategy, laid down in 2004. In this, economic targets have been formulated that Randstad Holland aims to achieve in the coming years. Randstad local governments are eager to achieve a top-5 position for the most important of these targets - Gross Regional Product, productivity, labour participation and regional attraction. In the annual survey, it is established each year whether the authorities have come closer to these targets. The collaboration between the Randstad Holland authorities also aims to achieve a balanced development within the region. This is why the differences between the Randstad Holland sectors are described in the survey as well.

An introduction describes how data is generated that can be properly compared. Subsequently, in the chapter ‘Which spot does Randstad Holland occupy?’ the position of the region among the competing urban areas is indicated, as well as the current state of developments. Here, the strong points of the various European urban areas are described. A ‘radar diagram’ offers in a single glance a clear view of the strong and weak points of the region. The two succeeding chapters illustrate, with the help of diagrams, the comparison with other regions in the international context, and the differences within Randstad Holland itself.

How is the data collected?
TNO Inro collects the data for the international comparison from public sources such as Eurostat, OECD and - for the Netherlands - CBS [Dutch Central Bureau of Statistics]. If necessary, this data has been modified to render it comparable. In order to do this, twenty European urban areas were selected and defined. Where possible, these consist of an urban core and its surrounding area. In cases where public data was missing, annually published figures have been used, such as those of Cushman & Wakefield/Healy&Baker (European Cities Monitor) and Ernst & Young (European Investment Monitor). There have only been deviations from the selection of twenty urban areas if this was functional, for example with ports.

A cross section for local government
Which position does Randstad Holland occupy in Europe? And in what direction does it develop? This is not easy to see instantly, because of the large number of tables and diagrams in the statistical survey. That is why a separate publication has been developed from the survey that is aimed at local and provincial government: the Randstadmonitor.

Which spot does Randstad Holland occupy?
The development of the Randstad Holland economy does not keep pace with the economic growth of its most important competitors. This is the most important conclusion

44 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4

that can be drawn from the 2004 Randstad Monitor. Randstad Holland occupies a top-5 position when considering labour participation - which is only surpassed by Stockholm - and regional attraction (according to the European Cities Monitor). However, productivity lags behind considerably, which also causes the BRP per head objective to fall short. Productivity growth is low as well. A top-5 position will therefore not be reached soon. The London and Paris economies are without a doubt Europe’s strongest. As far as smaller regions are concerned, Stockholm scores especially high on a large number of points, while Munich and Dublin are strong second-rank competitors too. The combination of a high labour participation and high productivity makes these regions strong.

scorecard that can be used to create a diagram of weak and strong points for each urban area. The Randstad Economic Strategy contains a large number of activities and measures that should help strengthen the economy of the area. Among these are several measures to help improve the weak points. As the survey is updated annually, an insight is gradually gained as to whether these measures have sufficient impact.

The sectors of Randstad Holland
The Randstad Holland urban area has an unusual composition. The urban structure is mainly ring-shaped with a relatively green and agricultural centre. Furthermore, the ring consists of two segments. It is interesting to see whether separate regional sectors develop in the same manner. A large number of the variables mentioned above has therefore been investigated in more detail. These studies show the diversity of Randstad Holland. Not only do they show the differences between urban, suburban and rural areas, but also between the northern and southern parts (the ‘Northern Wing’ and the ‘Southern Wing’). Not only are there differences between the sectors’ economic structures, but also between the social-economic structures, safety levels and levels of urbanisation. The survey brings these differences to light and thus can contribute to the improvement of policy for the various sectors and for Randstad Holland as a whole.

The international comparison
The comparison of the twenty urban areas reveals the strong and weak points of Randstad Holland. A young population that is increasing relatively quickly, a high degree of labour participation and a large percentage of knowledge-intensive services are among the strong points of the region. Other strong points are certainly the presence of international gateways: the airport, the seaport and a large Internet hub. In contrast, there are a number of weak points: despite the presence of many knowledge institutes and universities, a relatively small amount of funds is spent on R&D and there is relatively little high-tech employment. The capacity of internal rail connections is relatively small too. Compared to other European urban areas, the region lags behind as far as tourism and conferences are concerned. For each indicator, a ranking system of urban areas can be established. These rankings are gathered on a

R e g i o R a n d sta d - 45

Bijlage
R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4

Scorekaart
groei BRP/hoofd 1995-2003

groei arbeidsproductiviteit 1995-2003

bevolkingsgroei 0-14 jaar 1995-2002

% high tech werkgelegenheid 2000

groei werkgelegenheid 1995-2003

buitenlandse investeringen 2002

groei arbeidsvolume 1995-2003

opleidingsniveau % hoog 2003

hoogte kantoorhuur 2e Q 2004

groei attractiviteit 1990-2004

capaciteit wegsysteem 2003

capaciteit railsysteem 2003

bevolkingsgroei 1995-2003

aandeel R&D in BRP 2000

luchtvaartpassagiers 2003

arbeidsproductiviteit 2003

groei toerisme 1995-2003

arbeidsparticipatie 2003

congressen 2002/2003

kennisdiensten 2000

havenoverslag 2003

werkloosheid 2003

attractiviteit 2004

internethub 2004

BRP/hoofd 2003

Londen Parijs Ruhrgebied Milaan Randstad Holland Frankfurt/Main Manchester Vlaamse Ruit Madrid Berlijn Rome Hamburg Barcelona München Stockholm Kopenhagen Wenen Dublin Lissabon Lyon

6 5 14 13 11 7 15 10 17 19 16 9 18 1 2 3 8 4 20 12

3 10 18 15 9 16 4 12 5 20 17 19 6 8 2 14 13 1 7 11

10 1 12 13 11 6 16 14 18 17 15 7 19 2 5 4 8 3 20 9

3 7 14 17 13 11 4 8 15 16 18 10 20 5 1 19 11 2 6 9

3 9 11 13 2 6 4 12 8 7 14 5

1 2 15 10 5 3 12 4 7 9 19 16 6 8

6 6 20 15 6 6 14 6 1 2 6 19 3 4 4 18 15 6 6 17

10 12 19 10 4 16 20 14 3 18 8 9 13 17 2 6 15 1 5 6

3 11 6 5 1 9 12 8 13 14 10 4

1 4 10 14 6 12 9 2 3 7 13 8

8 9 18 12 4 16 14 13 3 20 11 19 2 15

8 14 18 7 5 17 13 15 3 20 6 19 2 16 10 4 12 1 8 11

5 12 10 1 2 7 3 9 6 14 11 13

1 2 10

1 2 11 3

13 6 5 3 17 2 10

12 2 8 16 12 5 10 11 15 6 9 14 17 1 4

2 4 15 14 3 5 7 6 13 12 17 8 16 9 1

1 4

19 16 3

14 16 9 11 18 3 10 8 20 1 15 4 12 17 13 2 5 6 19 7

18 10 19 13 15 12

10 7

1 2

4

6 2 3

17 8 1 14

7 8 4 3 10 1

7

8 5

9 6 12

10 9 12

9 8 16 14

8 5

2 9 15

4 2 3 17 6 1 14 11 7 16 9 8 5 3 4 2 12 6 1 9 8 9 5 11 6 5

2

9

13 10

14 3 8 11 7 6

15 12 1 4

3

10

4 20 5 7

1

13 20

2

5

9 7

4

5

10

18 11 14 17

6

11

17 1 6 4

8

11 4

11

3

10

6 11

11 12 18 6

18 4 15 7

18 7

18 11

Bron: TNO Inro
46 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

Verklarende woordenlijst
R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4

Begrippen met hun betekenis, zoals in de Randstadmonitor 2004 gehanteerd.
Arbeidsparticipatie (bruto): Het aantal werkzame personen en werkzoekenden, als percentage van de bevolking van 15-64 jaar. Arbeidsproductiviteit: Het Bruto Regionaal Product gedeeld door het aantal arbeidsjaren (arbeidsvolume). Geeft aan hoeveel er per arbeidsjaar wordt verdiend. Een groeiende arbeidsproductiviteit betekent toename van de efficiency in de productie. Arbeidsvolume: De werkgelegenheid, omgerekend naar volledige banen. Bereikbaarheid: De bereikbaarheid van een regio is in deze monitor voor elke regio berekend op basis van de aanname dat de aantrekkelijkheid van een regio toeneemt naarmate er meer omvangrijke regio’s dichterbij liggen. De bijdrage van andere regio’s aan de aantrekkelijkheid neemt dus toe met hun bevolkingsomvang en neemt af met hun afstand, uitgedrukt in reistijd. Beroepsbevolking : De bevolking van 15-64 jaar is de potentiële beroepsbevolking; de werkenden en werkzoekenden samen zijn de beroepsbevolking. Bruto Regionaal Product (BRP): Groei van het BRP is een maatstaf voor economische groei. Geeft aan wat bedrijven en instellingen in een gebied verdienen: omzet minus kosten van halffabrikaten en grondstoffen (formeel is dit de toegevoegde waarde). Dienstensector: Groot- en detailhandel, transport, banken en financiële diensten, overheid en non-profit. Exportquote: Omvang van de export als percentage van het BRP.
R e g i o R a n d sta d - 47

Investeringsquote: Omvang van de investeringen als percentage van het BRP. Nijverheid: Delfstoffenwinning, industrie, bouw en openbare nutsvoorzieningen. Noordvleugel: Het gedeelte van Randstad Holland in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. NUTS 1: Statistisch schaalniveau, gehanteerd door Eurostat. Voor Nederland: landsdeel, met als voorbeeld West-Nederland. NUTS 2: Statistisch schaalniveau, gehanteerd door Eurostat. Voor Nederland: provincie, met als voorbeeld Noord-Holland. NUTS 3: Statistisch schaalniveau, gehanteerd door Eurostat. Voor Nederland: COROP-gebied, met als voorbeeld Groot-Amsterdam. Stedelijke regio: Een stedelijke kern met zijn ommeland, ofwel een ‘daily urban system’, dat zowel een werkgelegenheidscentrum als woongebieden voor de werkenden omvat. Werkgelegenheid: Het aantal werkzame personen. Het aantal gewerkte uren doet niet ter zake. Werkloosheid: Aantal werkzoekende werklozen als percentage van de beroepsbevolking. Zuidvleugel: Het gedeelte van Randstad Holland in de provincie Zuid-Holland.

Overzicht van figuren
R A N D S TA D M O N I TO R 2 0 0 4
1. WAAR STAAT RANDSTAD HOLLAND?
Figuur 1.1 - De indicatoren uit de Economische Strategie Randstad Tabel 1.2 - De doelen uit de ESR en de scores in 2003 (2002) Figuur 1.3 - Ontwikkeling arbeidsproductiviteit Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen, 1995-2003 (1995=100) Figuur 1.4 - Ontwikkeling bruto regionaal product per inwoner Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en EU15-landen, 1995-2003 (1995=100) Figuur 1.5 - ESR-ster 2004 - De belangrijkste ESR indicatoren voor Randstad Holland vergeleken met de top-5 doelstelling Figuur 1.6 - De scores van een aantal economische indicatoren van Randstad Holland Figuur 2.22 - Rangorde van tien grootste luchtvaartknooppunten voor passagiersverkeer in Europa (2003) en gemiddelde jaarlijkse % groei (2000-2003) Figuur 2.23 - Geïndexeerde ontwikkeling passagiersverkeer via Schiphol in vergelijking met de top-10 van Europa, 1995-2003 (1995=100) Figuur 2.24 - Rangorde van tien grootste zeehavens in Europa naar (2003) en gemiddelde jaarlijkse % groei (1999-2003) Figuur 2.25 - Ontwikkeling containeroverslag in de Le Havre-Hamburg range en Rotterdam,1999-2003 (1999=100) Figuur 2.26 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar bereikbaarheid over de weg (Randstad Holland=100; 2001) Figuur 2.27 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar bereikbaarheid door de lucht (Randstad Holland=100; 2001) Figuur 2.28 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar lengte snelwegnet, in meters per 1000 inwoners (2003) Figuur 2.29 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar lengte van het spoorwegnet in meters per 1000 inwoners (2003) Figuur 2.30 - Rangorde twaalf grootste Europese internethubs naar omvang internetverkeer in Gbyte per seconde (juni 2004) Figuur 2.31 - Rangorde van steden naar buitenlandse investeringsprojecten (2002) Figuur 2.32 - Rangorde van twintig Europese steden naar aantrekkelijkheid vestigingsplaats (2004) en stijging/daling in rangorde sinds 1990 Figuur 2.33 - Ontwikkeling toerisme in Amsterdam en gemiddelde van de top twintig van Europa, 1995-2003 (1995=100) Figuur 2.34 - Rangorde van steden naar internationale congressen (gemiddelde 2002-2003) en gemiddelde jaarlijkse % groei van 1995-2003 Figuur 2.35 - Rangorde van steden huurprijs topsegment kantoren (2e kwartaal 2004) en percentage leegstand (1e kwartaal 2004)

2. RANDSTAD HOLLAND IN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF
Figuur 2.1 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar bevolkingsomvang (2003) en bevolkingsgroei (1995-2003) Figuur 2.2 - Ontwikkeling bevolking Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen 1995-2003 (1995=100) Figuur 2.3 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar gemiddelde jaarlijkse procentuele groei van de bevolking 0-14 jaar (1995-2003) Figuur 2.4 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar bruto participatiegraad (2003) Figuur 2.5 - Ontwikkeling bruto participatiegraad Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU-15 landen (1999=100) Figuur 2.6 - Werkzame personen naar opleiding (laag, midden, hoog), als percentages van totaal (2003) Figuur 2.7 - Rangorde van Europese stedelijke regio’s naar omvang van het BRP (2003) en gemiddelde jaarlijkse groei (1995-2003) Figuur 2.8 - Ontwikkeling BRP Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU-15 landen 1995-2003 (1995=100) Figuur 2.9 - Rangorde van Europese stedelijke regio’s naar omvang van het BRP per inwoner (2003) en de gemiddelde jaarlijkse groei van het BRP per inwoner (1995-2003) Figuur 2.10 - Ontwikkeling BRP per inwoner Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU-15 landen 1995-2003 (1995=100) Figuur 2.11 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar omvang van de werkgelegenheid (1995-2003) Figuur 2.12 - Ontwikkeling werkgelegenheid Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen 1995-2003 (1995=100) Figuur 2.13 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar werkloosheid (als % van de beroepsbevolking, 2003) Figuur 2.14 - Ontwikkeling werkloosheid Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen 1999-2003 (1999=100) Figuur 2.15 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar aandeel van de dienstensector (als % van de totale werkgelegenheid, 2003) Figuur 2.16 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar jaarlijkse groei van het aantal werkzame personen in de dienstensector (1995-2003) Figuur 2.17 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar arbeidsproductiviteit (BRP per arbeidsjaar, 2003) en groei 1995-2003 Figuur 2.18 - Ontwikkeling arbeidsproductiviteit Randstad Holland, totaal stedelijke regio’s en totaal EU15-landen 1995-2003 (1995=100) Figuur 2.19 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar aandeel werkgelegenheid in hightechsectoren (2000) en gemiddelde jaarlijkse % groei 1995-2000 Figuur 2.20 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar uitgaven voor R&D als aandeel van het BRP (2000) en gemiddelde jaarlijkse % groei (1995-2000) Figuur 2.21 - Rangorde Europese stedelijke regio’s naar aandeel werkgelegenheid in kennisintensieve diensten (2000) en gemiddelde jaarlijkse % groei 1995-2000

3. RANDSTAD HOLLAND IN DEELGEBIEDEN
Figuur 3.1 - Randstad Holland naar deelgebieden Figuur 3.2 - Bevolkingsomvang (2003) en bevolkingsgroei (1995-2003) in Randstad Holland en de deelgebieden Figuur 3.3 - Bevolkingsgroei in Noord- en Zuidvleugel (1996-2004) Figuur 3.4 - Bevolkingsgroei naar leeftijd (gem. jaarlijkse groei in %) Figuur 3.5 - Aandeel allochtonen in totale bevolking, 1996-2004 Figuur 3.6 - Arbeidsparticipatie in de deelgebieden van Randstad Holland (2003) (%) Figuur 3.7 - Beroepsbevolking naar opleiding in de deelgebieden van Randstad Holland (2002) Figuur 3.8 - Arbeidsproductiviteit (2003) en gemiddelde jaarlijkse groei (19952003) naar deelgebied Figuur 3.9 - BRP per inwoner (2003) en gemiddelde jaarlijkse groei (1995-2003) naar deelgebied Figuur 3.10 - Werkgelegenheid (2003) en gemiddelde jaarlijkse groei (1995-2003) in Randstad Holland en de deelgebieden Figuur 3.11 - Ontwikkeling groei werkgelegenheid Nederland, Randstad Holland, Noordvleugel en Zuidvleugel, 1996-2003 Figuur 3.12 - Ontwikkeling jeugdwerkloosheid (WW-uitkeringen onder 25 jaar als % van alle WW-uitkeringen), 1998-2004 Figuur 3.13 - Drie indicatoren voor innovativiteit in Randstad Holland, naar gemeente (2000) Figuur 3.14 - Aantal overnachtingen in logiesaccommodaties (afkomstig uit buitenland) (x 1000) Figuur 3.15 - Investeringsquote 2003 en gemiddelde jaarlijkse groei investeringen 1995-2003 Figuur 3.16 - Filezwaarte in Randstad Holland (in 1000 kilometer-minuten) op basis van top-50, 1999-2003 Figuur 3.17 - Aantal musea en aantal museumbezoekers (1995-2001) Figuur 3.18 - Aantal bezoeken aan podiumkunsten per inwoner (1999-2002) Figuur 3.19 - Bodemgebruik (in %, 2000)

48 - R a n d sta d m o n i to r 2 0 0 4

Kerncijfers Randstad Holland
Bevolking (in miljoenen, jaargemiddelde 2003) Bevolkingsgroei (%, 2003) Aandeel niet-westerse allochtonen in bevolking (%, 2004) Beroepsbevolking (in miljoenen, 2003) Bruto Regionaal Product (in miljarden Euro, 2003) Groei Bruto Regionaal product (%, 2003) Bruto Regionaal Product per inwoner (in duizenden Euro, 2003) Groei Bruto Regionaal Product per inwoner (%, 2003) Arbeidsparticipatie (2003) Werkloosheid (2003) Arbeidsproductiviteit (duizenden Euro per volledige baan, 2003) Groei arbeidsproductiviteit (%, 2003) Werkgelegenheid (miljoenen, 2003) Groei werkgelegenheid (%, 2003) Arbeidsvolume (miljoenen, 2003) Aandeel hoog opgeleiden in beroepsbevolking (%, 2003) Exportquote (2003) Investeringsquote (2003) Huishoudens met inkomen onder het sociaal minimum (%, 2000) Oppervlakte (x 1000 ha) Stedelijk gebied (% van totaal gebied, 2003) Bos en natuurgebieden per inwoner (m2, 2003)
Bron: CBS, bewerking TNO Inro

6,627 0,6% 16% 3,175 210,8 -0,9% 31,8 -1,5% 70,1% 5,4% 72,9 0,5% 3,689 -0,9% 2,893 34% 35% 21% 10,1% 542 26% 84

Randstadmonitor 2004
©Regio Randstad, december 2004 ISBN: 90-808963-2-2 Tekst: Regio Randstad Tekstredactie: Publicis Van Sluis Consultants Productie: Publicis Van Sluis Consultants Foto voorzijde: Huib Nederhof Foto achterzijde: Fotopersbureau Dijkstra BV Fotografie binnenwerk: Mario Elshout Kaart omslag en figuur 2.6: Geografiek BV Vormgeving: Helmi Scheepers Drukwerk: Drukkerij Giethoorn ten Brink

863 1853 859 1634 215 154 924 1642 2266
Regio Randstad Postbus 85095 3508 AB Utrecht Telefoon: +31 (0)30 258 27 05 info@regiorandstad.com www.regiorandstad.com