Ruimte voor economische kwaliteit

de visie van de Kamer van Koophandel op de toekomstige ruimtelijke inrichting van Amsterdam

december 2000

Ruimte voor economische kwaliteit

de visie van de Kamer van Koophandel op de toekomstige ruimtelijke inrichting van Amsterdam

december 2000

VOORWOORD
Nederland beleeft op het ogenblik tijden van voorspoed. De economie groeit en bloeit als nooit tevoren en bezorgt meer mensen werk en welvaart dan in lange tijd het geval is geweest. Ook de Amsterdamse regio doet het bepaald niet slecht. Het aantal werkzame personen groeit snel, sinds 1996 met zo´n 70.000 werkzame personen. Het aantal bedrijfsvestigingen nam in die periode met bijna 24.000 toe. Toch is het geen tijd om op onze lauweren te rusten. Nu is het meer dan ooit zaak de fundamenten te leggen voor de toekomstige economische ontwikkeling en zodanige condities te scheppen dat ook het bedrijfsleven van morgen haar bijdrage zal kunnen leveren aan de economische groei en de werkgelegenheid Rijk, Provincie en gemeente werken thans aan ruimtelijke plannen die mede tot doel hebben de economische ontwikkeling te faciliteren. De Kamer van Koophandel ziet het als haar taak hierbij mee te denken en oplossingen aan te dragen om knelpunten voor het bedrijfsleven weg te nemen en de trekkersrol en de concurrentiepositie van de regio op nationale en internationale schaal veilig te stellen. In 1999 heeft de Kamer van Koophandel een ruimtelijk-economische toekomstvisie voor de regio Amsterdam uitgebracht met als ondertitel “Netwerkstad voor de netwerkeconomie”. Het voor u liggende rapport is een uitwerking van deze visie voor de gemeente Amsterdam en levert een bijdrage aan de totstandkoming van het Structuurplan Amsterdam 2002. In dit rapport komen de fundamentele vragen van het Structuurplan aan de orde. Hoe kan Amsterdam ruimte scheppen voor economische kwaliteit, welke economische uitdagingen liggen voor ons en wat zijn de investeringsopgaven van morgen? In een stad en regio waar ruimte zo schaars is, zal het debat over de ruimte altijd levendig blijven. Toch doen zich soms kansen voor om dergelijke fundamentele vragen in een vroegtijdig stadium afdoende te beantwoorden en om aldus duidelijk positie in te nemen en keuzes te maken die voor een economische vitale toekomst van eminent belang zullen blijken. Zo´n kans doet zich nu voor. Dit rapport stelt u in staat deze kans met beide handen aan te grijpen en is u behulpzaam bij uw positiebepaling.

Mr. J. Bevaart Algemeen Directeur

T.H. Woltman Voorzitter

INHOUDSOPGAVE

Inleiding Deel I I.A I.B I.C I.D I.E I.F I.G Deel II II.A II.B II.C II.D II.E II.F Deel III 13 III.A Economische opgave voor Amsterdam Industrie Zeehavens, logistiek en handel Luchtvaart en luchthaven Financiële en zakelijke diensten Informatie en communicatietechnologie Toerisme, horeca, leisure en congressen Detailhandel Ruimtelijke Ordenings principes Netwerkstad voor een netwerkeconomie Ontvlechting en verknoping Bundeling en inbreiding Functiemenging en functiescheiding Herstructurering en transformatieprocessen Van visie naar uitvoering: regie De Investeringsopgaven Infrastructuur a. Rijks wegennet b. Stedelijke wegennet c. Regionaal en lokaal openbaar vervoer d. Zware rail e. Parkeren en lokatiebeleid f. Binnenvaart Stedelijke knooppunten en ontwikkelingsmilieus a. Binnenstad b. 19e en 20e eeuwse wijken c. Bedrijventerreinen d. Kantorenlocaties e. Luchthaven f. Zeehavens g. Detailhandel, horeca en leisure h. Woon-, water- en groengebieden en voorzieningen

5 6 6 7 7 7 7 8 8 10 10 10 11 11 12 12

13 13 13 13 14 14 14 14 14 15 15 16 16 16 17 17 19

III.B

Colofon

INLEIDING

Het debat over ruimte is het afgelopen jaar in alle hevigheid losgebarsten. De naderende Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en op regionale schaal, het Streekplan Noord-Holland-Zuid en het Structuurplan Amsterdam dagen het bedrijfsleven als direct belanghebbende uit tot een heldere stellingname over de gewenste ruimtelijke inrichting van Nederland. De Kamer van Koophandel Amsterdam heeft in de beleidsvisies “Ruimtelijk-Economische Toekomstvisie voor de regio Amsterdam” en “De Randstad: Kiezen voor nieuwe dynamiek” duidelijk stelling genomen over de door het bedrijfsleven voorgestane ruimtelijk-economische ontwikkeling en de samenhang tussen mobiliteit en de inrichting van de regio Amsterdam en de Randstad. Het gaat hierbij vooral over de positionering van de Noordelijke Randstad en de ontwikkelingsvisie in hoofdlijnen. Het Structuurplan Amsterdam is echter veel gedetailleerder van opzet dan het provinciale plan of de Vijfde Nota en vraagt dus ook om meer specifieke input van het Amsterdamse bedrijfsleven. Daarom is ten behoeve van het Structuurplan Amsterdam een visie geformuleerd op de ruimtelijke inrichting van Amsterdam, die enerzijds meer is toegespitst op Amsterdamse thema's en anderzijds de conclusies van “De Randstad: kiezen voor nieuwe dynamiek” vertaalt naar Amsterdamse ruimtelijke inrichtingseisen. De ruimtelijke inrichting van Amsterdam, waarvoor het structuurplan een zeer belangrijk hulpmiddel is, zal zodanig moeten worden vormgegeven dat de regio zich economisch optimaal kan ontwikkelen. Centrale uitdagingen daarbij zijn: Ÿ de inbedding van de Amsterdamse ruimtelijk-economische ontwikkeling in die van de regio (en die van de regio in die van de Deltametropool Randstad); Ÿ het waarborgen van de kwaliteit en groeikansen van de ruimtelijk-economische dragers binnen de regionale economie, de luchthaven, de zeehavens, de grote bedrijventerreinen en de stedelijke gebieden; Ÿ het voorzien in voldoende vestigingsmogelijkheden voor de voor de regionale economie belangrijke bedrijfssectoren; Ÿ het garanderen van de bereikbaarheid van de regio en binnen de regio van de onderscheiden delen van de netwerkstad; Ÿ het scheppen van ruimtelijke condities voor snelle transformatieprocessen in de stedelijke economie (onder meer door ICT) Ruimte is schaars en wordt steeds schaarser, zeker in de Kamerregio. Desondanks is de Kamer ervan overtuigd dat de regio ook in de toekomst voldoende ruimte heeft om haar rol als economische motor van de Nederlandse economie blijvend waar te maken. Dat betekent echter dat de beschikbare ruimte beter moet worden benut en het gebruik beter moet worden georganiseerd. Deze notitie is opgebouwd in drie delen. Deel I inventariseert de economische opgave voor Amsterdam, de uitdagingen waar de verschillende onderscheiden bedrijfssectoren voor staan en de eisen die zij stellen aan het toekomstige vestigingsklimaat. Deel II inventariseert de belangrijkste ruimtelijke ordeningsprincipes voor een evenwichtige en vitale ruimtelijk-economische ontwikkeling. Deel III maakt concreet welke investeringswensen de Kamer heeft.

-5-

DEEL I

ECONOMISCHE OPGAVE VOOR AMSTERDAM

De Amsterdamse economie draait in veel opzichten goed. Mainport Amsterdam met de luchthaven en zeehavens voorop heeft zich de laatste jaren ontpopt tot banenmotor bij uitstek en tot een interessant vestigingsmilieu voor een grote verscheidenheid aan binnen- en buitenlandse bedrijven. Gezamenlijk produceren deze bedrijven een hoge toegevoegde waarde (“Brainport Amsterdam”). De groei van de capaciteit en kwaliteit van vestigingsfactoren houdt echter geen gelijke tred met de economische groei. Steeds meer bedrijven worstelen met onvervulde vacatures, de congestie op de wegen is hoog, het openbaar vervoer niet optimaal, terwijl ook de kosten voor grond, bedrijfshuisvesting, kantoren en woningen stevig stijgen. Daarnaast moet worden vastgesteld dat een deel van de gunstige economische ontwikkeling wordt veroorzaakt door factoren waarop Amsterdam weinig invloed heeft. Belangrijke concurrentievoordelen als het aantrekkelijke fiscale regime en het vanuit Europees perspectief lage kostenniveau, zouden ten gevolge van de voortschrijdende Europese eenwording vluchtiger kunnen zijn dan menigeen nu voor mogelijk houdt. Zonder somber te zijn is het zaak ons te realiseren dat de hoogconjunctuur niet eeuwig duurt en dat het juist nu zaak is het fundament te leggen voor een duurzame, evenwichtige economische ontwikkeling. De Kamer ziet het daarbij als centrale opgave om: Ÿ de internationale concurrentiepositie van de Amsterdamse regio veilig te stellen; Ÿ de Amsterdamse economie in te bedden in die van de regionale economie; Ÿ de diversiteit van de regionale economie te behouden; Ÿ de kennisintensiteit van alle bedrijfssectoren en daarmee de toegevoegde waarde te verhogen; Ÿ veranderingsprocessen te stimuleren. In het navolgende wordt per bedrijfssector in kaart gebracht welke bijdrage deze levert aan de regionale economie, en aan welke uitdagingen nog het hoofd moet worden geboden. I.A Industrie De industriële sector vervult een essentiële rol in de economische structuur van de gemeente Amsterdam en staat, hoewel bescheiden in aantal vestigingen, garant voor een substantiële directe en indirecte werkgelegenheid. Bovendien vormt de industrie een bron van kennis en innovatie en draagt bovenproportioneel bij aan het Bruto Regionaal Product. Een veelzijdige economische structuur is een groot goed en een vitale industriële sector hoort daarbij. Op regionaal niveau zijn er belangrijke industriële clusters te vinden. In de Zaanstreek en IJmond met de voedingsmiddelenindustrie en basismetaal, terwijl Amsterdam sterk is in de grafische sector en in iets mindere mate in de chemische industrie en voedingsmiddelensector. In de Amsterdamse context is het zaak zodanige condities te scheppen dat de bestaande industriële sector zich verder kan moderniseren en uitbreiden, nieuwe activiteiten worden aangetrokken en er een geschikte voedingsbodem ligt om nieuwe technostarters tot wasdom te brengen. Gelet op het relatief hoge kostenniveau ligt het daarbij voor de hand in te zetten op hoogwaardige en kennisintensieve activiteiten die gevoelig zijn voor een multimodale ligging nabij Schiphol of de Zeehavens, activiteiten die aansluiten bij bestaande industriële clusters of die ontstaan uit samenwerking met Amsterdamse kennisinstellingen.

I.B Zeehavens, logistiek en handel -6-

De Zeehavens, van IJmuiden tot de Oranjesluizen vormen één van de pijlers onder de regionale economie. In het gebied werken circa 39.000 mensen en wordt zo'n 56 miljoen ton (1999) aan goederen overgeslagen. Veel meer dan de Rijnmond heeft de haven het karakter van een industriegebied waar goederen niet alleen worden overgeslagen, maar ook worden verwerkt. Hierdoor is de toegevoegde waarde van de zeehavens in verhouding groot. Het Amsterdamse deel beslaat thans hoofdzakelijk Westpoort en het Cornelis Douwesterrein. De kwaliteit van dit gebied wordt bepaald door de bedrijfsvestigingen, de terminals (container en all weather terminal), de kadefaciliteiten en de uitstekende multimodale ontsluiting, dit in samenhang met de andere havengebieden in het Noordzeekanaalgebied. Voor de toekomst is het van belang het geïnvesteerd vermogen in de havens verder te benutten door nog nadrukkelijker dan voorheen in te zetten op de synergie tussen de verwerkingsindustrie en de logistieke havenfuncties. I.C Luchtvaart en luchthaven Het belang van Schiphol voor de regionale economie kan niet genoeg worden onderstreept en neemt nog altijd in betekenis toe. De Amsterdamse economie is nauw verweven met de mondiale netwerkeconomie waarbij Schiphol als internationale hub een belangrijke functie vervult. Een goed functionerende mainport Schiphol is een cruciale vestigingsvoorwaarde voor hoofd- en nevenkantoren, de snel groeiende ICT-sector, de zeehavens en voor de uitbouw van Amsterdam als financieel, zakelijk, toeristisch, handels- en cultuurcentrum. Schiphol is een noodzakelijke voorwaarde voor een vitale en kennisintensieve economie die vanwege wereldwijde specialisaties om snelle en goede infrastructuur vraagt. Het is voor de middellange termijn de uitdaging op de huidige locatie de groei van de luchtvaart zowel luchtzijdig als landzijdig te accommoderen en de synergie tussen de regionale economie en de luchthaven gebonden bedrijvigheid te versterken. Dit vraagt om voldoende ruimtelijke reserveringen en aanzienlijke capaciteitsvergroting van de ontsluiting, aanleg van multimodale goederenknopen (met name lucht-rail) en een regionale strategie en uitvoeringsplan om de economische synergie tussen luchthaven en omgeving te versterken. I.D Financiële en zakelijke diensten Op het ogenblik is deze sector met circa 90.000 werknemers de belangrijkste private werkgever in de gemeente Amsterdam. Ook de groei van de Amsterdamse werkgelegenheid van de laatste jaren is deels op het conto te schrijven van deze sector die nieuwe producten, groeiende marktaandelen en stijgende winsten vertaalden in investeringen in personeel en huisvesting. Economische internationalisering en Europese eenwording noopt het internationale bedrijfsleven tot steeds grootschaliger fusies en bedrijfsindelingen. Nieuwe hoofd- en nevenkantoren, distributie- en servicecentra en call centers zoeken uitstekend bereikbare vestigingsmilieus met een goed opgeleide meertalige beroepsbevolking, grootstedelijke voorzieningen en een aangename leefomgeving. Deze ontwikkeling gaat niet aan Amsterdam voorbij. Een toenemend aantal buitenlandse bedrijven vestigt zich in Amsterdam, hetgeen zich de laatste jaren vertaalt in prijsverhogingen en een schaarste aan goed opgeleid personeel. Het internationale knooppunt Zuidas/Schiphol kan zich ontwikkelen tot een absolute toplocatie. De ontwikkeling van (top-)kantooractiviteiten en ook de hieronder genoemde ICT-sector vraagt naast uitgebreid ruimtelijk en infrastructuurbeleid ook om een bijpassend beleid ten aanzien van de woningbouw en voorzieningenstructuur. I.E Informatie- en Communicatietechnologie Het belang van de ICT als motor achter de economische dynamiek lijkt momenteel nauwelijks omstreden. Niet alleen genereert de ICT zelf welvaart en werkgelegenheid, maar vooral de toepassing van ICT door de 'oude' economie schept zicht op continue productiviteitsgroei door efficiency, uitschakeling van tussenpersonen en aaneenschakeling van regionale markten. -7-

De ICT-sector in Amsterdam heeft de laatste jaren een onstuimige groei doorgemaakt en wel zo zeer dat Amsterdam samen met de Haarlemmermeer in gezaghebbende kringen geldt als een van de vooraanstaande ICT-vestigingslocaties in Europa. De positie is mede het gevolg van het feit dat de ICT-sector (en dan vooral de zgn. content-bedrijven) goed aansluit op bestaande sterke bedrijfssectoren in Amsterdam, zoals de financiële sector en uitgeverijen. Bovendien beschikt de regio Amsterdam over een uitstekende internetinfrastructuur. Uitbouw van deze voorsprong is de uitdaging die Amsterdam in regionaal verband moet aangaan. Daarnaast is het van belang een open oog te houden voor nieuwe bedrijfssectoren, zoals de life sciences die nog aan het begin van hun economische groeicyclus staan. Voor zowel ICT als life sciences zijn kritische succesvariabelen: de kwaliteit van de arbeidsmarkt, uitstekende internationale bereikbaarheid (ook ondergronds), quality of life, ´massa´ en een passend aanbod aan aantrekkelijke vestigingsmilieus. I.F Toerisme, horeca, leisure en congressen Toerisme is een volgende pijler onder de stedelijke economie en bestaat uit uiteenlopende bedrijvigheid, variërend van hotelbedrijven en maaltijdverstrekkers tot personenvervoer, de reissector en amusement. De detailhandel valt hier overigens buiten. De sector is tamelijk kleinschalig van aard en staat open voor starters. Vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt bezien, biedt de sector werkgelegenheid aan relatief laaggeschoold en part-time personeel. De toeristische sector heeft indirect ook invloed op de kwaliteit van grootstedelijke cultuurvoorzieningen en de quality of life. Overigens is de toeristische sector zeker niet alleen gericht op de vakantievierende bezoeker. De zakelijke markt vormt een belangrijk segment en zorgt voor spreiding van de toeristische druk waardoor Amsterdam ook in de wintermaanden een drukbezochte bestemming blijft. Amsterdam trekt jaarlijks miljoenen bezoekers en bezet al jaren de vierde of vijfde plaats op de ranglijst van toeristensteden in Europa. Recent kreeg deze positie een impuls door de succesvolle bouw van de International Passengers Terminal Amsterdam. Ook voor de toekomst staan de structurele seinen op groen. Toerisme blijft wereldwijd een groeisector, al zal het accent verschuiven van kwantiteit naar kwaliteit en maatwerk. Amsterdam heeft alles in huis om het succes te continueren, mits zij de schaduwkanten van het huidige succes, zoals congestie en dreigende Disneyficatie weet te verminderen respectievelijk te vermijden. Uitbreiding van de capaciteit van zowel hotelaccommodaties, congrescentra als opleidingencentra is geboden. Leisure wordt de laatste jaren steeds meer herkend als een aparte snelgroeiende bedrijfstak. Op regionale schaal zijn vrij veel leisuresectoren vertegenwoordigd waarbij Amsterdam zich nadrukkelijk specialiseert in bepaalde leisuresectoren (nightlife, convenienceproducten voor toeristen), maar andere producten mist (toeristische themaparken bijvoorbeeld). Voor de toekomst is het de uitdaging ruimte te reserveren voor een breed spectrum aan leisureproducten. I.G Detailhandel De detailhandel heeft direct een economisch belang voor de bijna 30.000 mensen die daar werkzaam zijn, maar levert ook een belangrijke bijdrage aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam als woon- en leefomgeving. Een modern detailhandelsaanbod versterkt de aantrekkingskracht van Amsterdam op de binnenlandse en buitenlandse bezoeker. De laatste jaren laten een forse uitbreiding van het aantal detailhandels vierkante meters zien. In de binnenstad (aansluitend aan het kernwinkelgebied), in en nabij de Arenaboulevard waar de eerste grootschalige vestigingslocatie voor detailhandel is gerealiseerd en in Osdorp. Daartegenover staat dat oudere winkelstraten kampen met dreigende verloedering en overtollige vierkante meters hebben afgestoten. Voor de toekomst is het de uitdaging een dreigend overaanbod van vierkante meters in de hand te houden en hier regie op te voeren, terwijl er toch ruimte blijft voor structuurvernieuwing en modernisering van de detailhandel. Nieuwe wetgeving schept mogelijkheden waar die tot voor -8-

kort niet bestonden. Ook veranderend consumentengedrag vraagt om een passend aanbod in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin. Vernieuwende ontwikkelingen als e-commerce en vormen van stadsdistributie bieden nieuwe kansen.

-9-

DEEL II

RUIMTELIJK ORDENINGS-PRINCIPES

Ruimte in Amsterdam is schaars en laat niet toe dat alle ruimtelijke claims onverkort kunnen worden gehonoreerd. De Kamer zet in op een ruimtelijke kwaliteit die de gewenste economische ontwikkeling het beste waarborgt. Dat betekent dat ordening noodzakelijk is en keuzes onvermijdelijk zijn. De volgende principes zijn daarbij richtinggevend. II.A Netwerkstad voor een netwerkeconomie Amsterdam is niet meer het geëigende schaalniveau voor strategisch ruimtelijk-economisch beleid. In steeds meer opzichten blijkt het de regio te zijn die als onderdeel van de Randstad internationaal concurreert en die in onderlinge samenhang de strategisch relevante ruimtelijke-economische entiteit vormt. De netwerkstad bestaat uit deelgebieden die samen meer vormen dan de som der delen. Ook in Amsterdam houden economische fenomenen zich niet aan gemeentegrenzen. Ruimtelijk-economische dragers als de zeehavens, de luchthaven, stedelijke gebieden en de grote bedrijventerreinen houden zich niet aan gemeentegrenzen en kennen vaak hun eigen sturingsorganen met meer of minder mandaat van de deelnemende overheden. De gemeente Amsterdam biedt in economisch opzicht binnen de regio een grootstedelijk binnenstadsmilieu en toplocaties voor kantoren, maar is voor andere dragers slechts participant. Diversiteit is het leidend principe. Niet alles hoeft overal. Om een werkelijk concurrerend en verscheiden aanbod aan vestigingsmilieus te realiseren, waaronder topmilieus, is een zekere mate van selectiviteit geboden. Voor een optimale synergie tussen de onderscheiden delen van de netwerkstad is hechte samenwerking nodig, evenals een integraal kader en een duidelijke prioriteitstelling. In deze notitie gaat de Kamer uit van een regio die gelijk is aan het gebied dat thans binnen de kamerregio valt en/of tot het werkingsgebied van ROA behoort met Almere daaraan toegevoegd. II.B Ontvlechting en verknoping Mobiliteit is onlosmakelijk verbonden met economische ontwikkeling, specialisatie en als gevolg daarvan de ontwikkeling van de netwerkstad. De wijze waarop de maatschappij mobiliteit kan geleiden en daarmee de bereikbaarheid kan garanderen, is bepalend voor de ontwikkelingskansen van de regionale economie en ontwikkelingslocaties van de stad. De Kamer kiest voor een verantwoorde uitbreiding van het wegennet, een forse uitbreiding van het openbaar vervoer en een betere benutting van de bestaande capaciteit. Ontvlechten en verknopen is het devies: doorgaand verkeer scheiden van regionaal verkeer om snelle nationale en internationale verbindingen te garanderen. Voor deze doorstroomstroken kan eventueel betaald rijden worden geïntroduceerd. Voor het regionaal-economisch verkeer geldt dat op langere termijn betrouwbaarheid het belangrijkst is. Het stevig verbeteren van het openbaar vervoer zal ertoe bijdragen dat het woon-werkverkeer daar meer gebruik van zal maken, waardoor er minder druk ontstaat op het wegennet. Het openbaar vervoer-systeem is echter nog verre van optimaal. Goed bereikbare knooppunten van weg- en openbaar vervoer infrastructuur moeten gebruikt worden voor intensieve bebouwing om onnodige mobiliteit en spreiding te vermijden. Sturing en regie dient te geschieden op landelijk, randstedelijk en regionaal niveau. De Kamer ziet in Amsterdam twee knooppunten met internationale betekenis, één aan de Zuidas (in combinatie met Schiphol) en één in de Binnenstad. Stedelijke knooppunten zijn locaties die zich door hun uitstekende modale of multimodale bereikbaarheid lenen voor verdere intensivering. In Amsterdam zijn dat locaties waar lightrail of gewone spoorverbindingen de binnenring (Singelgracht) of buitenring (A10) kruisen. De multimodale knooppunten zijn Centrumgebied Zuidoost (inclusief omgeving station Duivendrecht), Amstelstation, Lelylaan, Zeeburgereiland, Centrum Amsterdam-Noord en Sloterdijk, de modale knooppunten liggen bij de -10-

(toekomstige) metrostations Weesperplein, Weteringschans en Leidseplein en het Centraal Station, waarbij het laatste knooppunt ook als multimodaal geldt. Naast knooppunten kent Amsterdam ontwikkelingszones, gebieden die zich goed lenen voor intensivering. De Kamer kiest daarbij voor de volgende gebieden: de as Wibautstraat, de as Vijzelgracht, de zone langs de A10-West, het gebied langs de toekomstige Westrandweg, flanken Zuidas, J.v Hasseltzone, Zeeburger eiland, de IJ-oevers, Six haven tot en met NSM-terrein, Wetenschaps- en Technologiecentrum Watergraafsmeer. II.C Bundeling en inbreiding Ruimte in de regio is een schaars goed. Dan doemt al snel de vraag op of het mogelijk en wenselijk is alle ruimteclaims binnen de eigen regio te accommoderen of dat uitbreidingsvraag buiten de regio moet worden gerealiseerd. De Kamer kiest voor bundeling van activiteiten in de regio en wijst corridorvorming af. Een concentratie van activiteiten genereert draagvlak voor een grootstedelijk voorzieningenniveau en hoogwaardige verkeer- en vervoeroplossingen en draagt daarmee bij aan de kwaliteit van het economisch vestigingsklimaat in de regio. Vice versa is bundeling natuurlijk ook een functie van bereikbaarheid. Zonder optimale bereikbaarheid zal de markt nooit investeren in intensieve bebouwing. Binnen de regio en zeker binnen Amsterdam is nog maar beperkt ruimte aanwezig voor nieuwe uitleglocaties. Nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve ruimtevragen zullen dus in toenemende mate geaccommodeerd moeten worden door inbreiding en intensivering van bestaand stedelijk gebied. Herstructurering van bedrijventerreinen en woonwijken kan een verouderde omgeving weer aantrekkelijk maken, terwijl het toevoegen van werkfuncties aan woonwijken en kantoorfuncties aan goed bereikbare bedrijventerreinen mogelijkheden zijn om in te spelen op een veranderende kwaliteitsvraag. Ook de mogelijkheden voor ondergronds gaan of juist de hoogte in biedt nog legio kansen. Vooral de gebieden nabij openbaar vervoer knooppunten zijn daartoe geschikt. Een stimulerend beleid waarbij ingezet wordt op optimale bereikbaarheid is de aangewezen weg om investeerders te verleiden tot intensieve bebouwing of bouwen op 'moeilijke' locaties. Een pro-actief grondprijsbeleid maakt hiervan onderdeel uit. II.D Functiemenging en functiescheiding Versterking van stedelijke milieus betekent meer functiemenging. Na jaren van ontmenging is het besef doorgebroken dat functiegemengde woon- en werkmilieus vaak een meerwaarde hebben. Het behoud en de uitbreiding van werkfuncties in woonwijken zorgt voor levendigheid in de wijk, vermindering van het woon-werkverkeer, brengt bewoners op een informele manier in aanraking met bedrijvigheid en draagt daardoor bij aan vermindering van de grootstedelijke problematiek. Functiemenging op bedrijventerreinen kan bijdragen aan de kwaliteit van het werkmilieu, mits de toegevoegde functie de werkfunctie ondersteunt. Functiemenging in woonwijken kent grenzen en die grenzen worden bereikt als de leefbaarheid onder druk komt te staan. Vooral milieubelastende bedrijven in termen van veiligheid, geluid-, geur- en stofoverlast zijn in een wooncontext niet gewenst. Dit soort bedrijven is daarom aangewezen op bedrijventerreinen. Ook deze bedrijven wensen echter in toenemende mate aantrekkelijke en sociaal veilige vestigingsmilieus met een passend aanbod aan voorzieningen. Daarom staat de Kamer op het standpunt dat op sommige bedrijventerreinen, afhankelijk van de segmentering, ruimte moet zijn voor het toevoegen van andersoortige functies, mits deze functies de primaire functie versterken of daar in ieder geval niet mee conflicteren. Concreet kan hierbij gedacht worden aan kantoor(achtige) functies op goed bereikbare locaties en commerciële en/of niet-commerciële voorzieningen. Het toevoegen van woningen aan een bedrijventerrein levert in de optiek van de Kamer vrijwel nooit een geslaagde combinatie op. Algemene randvoorwaarde bij de toevoeging van functies is dat dit niet ten koste gaat van de vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven en dus leidt tot dan noodzakelijke nieuwe uitleglocaties. -11-

II.E Herstructurering en transformatieprocessen De economische ontwikkeling kenmerkt zich door een steeds snellere verandering. Duurde een productcyclus niet zo lang geleden nog meerdere jaren, nu is de opkomst en stabilisering van een complete bedrijfssector in één jaar tijd geen uitzondering meer. Dit betekent ook dat vestigingscondities en het aanbod aan vestigingsmilieus continu moeten veranderen om in te spelen op veranderende eisen van een steeds dynamischer economie. Bij gebrek aan uitleglocaties zullen er hoge eisen gesteld worden aan het vermogen tot transformatie en aansluitend daarop de organisatie van veranderingsprocessen van bestaande stedelijke vestigingsmilieus. Nu zijn dat veelal nog stroperige processen. Marktwerking, breed gevoelde belangen en gedragen verantwoordelijkheden vergroten de slagingskans, waarbij het van belang is dat de participanten zich realiseren dat het gaat om een continu proces. Ontwikkelings- en beheersorganisaties bestaande uit eigenaren en gebruikers, zoals die in verschillende vormen nu al opereren, (bijvoorbeeld op bedrijventerreinen) vormen interessante modellen. Voor de organische ontwikkeling van het NSM-terrein is daartoe al een opzet gemaakt, de BV Durf. II.F Van visie naar uitvoering: regie Het structuurplan vervult meerdere functies. Voor de gemeente Amsterdam staat in het structuurplan de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van stad en regio en is het structuurplan het toetsingskader voor bestemmingsplannen, bouwplannen en initiatieven. Het structuurplan is tevens het ruimtelijk ontwikkelingsplan dat ruimtelijke investeringen moet initiëren. Het structuurplan vervult derhalve een zeer belangrijke regiefunctie. De Kamer legt sterke nadruk op de noodzaak tot regie. Binnen Amsterdam heeft de centrale stad bij uitstek een verantwoordelijkheid om regie te voeren over het beleid van de stadsdelen. Het structuurplan biedt hiervoor een stevige basis, die naadloos moet aansluiten op de regie die buiten Amsterdam op basis van het streekplan Noord-Holland Zuid wordt gevoerd. De Kamer heeft met zijn Ruimtelijk Economische Toekomstvisie de visie van het bedrijfsleven neergelegd op het totale streekplangebied inclusief het grondgebied van Amsterdam. Het visiedeel van streekplan en structuurplan zullen naar mening van de Kamer daarom niet onderling strijdig kunnen zijn. Het toetsingskader van beide plannen mag geen mogelijkheid geven tot interpretatieverschillen voor gebieden binnen en buiten de gemeente Amsterdam, en de plannen zullen als ontwikkelingsplannen de basis voor gezamenlijk investeringen en initiatieven door overheden moeten bieden. Voor de Kamer zijn structuurplan en streekplan plannen waarin de visie van de Kamer herkenbaar moet zijn en die een belangrijk regiefunctie vervullen om de visie daadwerkelijk in daden om te zetten.

-12-

DEEL III

DE INVESTERINGSOPGAVEN

Het structuurplan beslaat een periode van dertig jaar. Voor de eerstkomende tien jaar is het Programma Ruimtelijke Investeringen (PRI) 2000-2010 het beleidskader waaraan ook de Kamer van Koophandel zich in beginsel vasthoudt. Maar daarmee is de horizon nog niet in zicht. Voor de periode 2010-2030 zijn nieuwe prioriteiten noodzakelijk. De Kamer van Koophandel zet hierbij concreet in op de volgende projecten.

III.A Infrastructuur a. Rijkswegennet Voor de korte termijn (tot 2004) vermeldt het PRI 2000 als noodzakelijke investeringen de tweede Coentunnel, de Westrandweg en ondergrondse A6-A9 verbinding, kort gezegd de vervolmaking van de tweede ring. Ook de uitbreiding van de A10 (dokmodel Zuidas) en de corridors A1, A4 en A9 worden vermeld. De A2 mist in deze opsomming, maar hoort er bij. Overigens acht de Kamer capaciteitsvermindering van rijkswegen als de A10-West en Gaasperdammerweg uit den boze. b. Stedelijk wegennet Het PRI is kort over de uitbreidingsinvesteringen in het stedelijk wegennet. Alleen de IJ-weg wordt in de 2x2 variant gereserveerd, waarbij de daadwerkelijke realisering klaarblijkelijk samenhangt met 'de mate van compensatie die (...) geboden kan worden op de Wibautas'. De Kamer is onverminderd voorstander van een 2x2 IJ-weg van Transformatorweg tot Piet Heijntunnel ter ontsluiting van de stedelijke ontwikkelingsgebieden langs het IJ. Capaciteitsvermindering van de Wibautas is fnuikend voor de verdere economische ontwikkelingskansen van de Binnenstad. De Kamer pleit verder voor een doorsteek ter hoogte van het Haarlemmermeerstation, de zgn. Schinkeltunnel, ter ontlasting van de afslagen van de A10-Zuid. Een steeds groter deel van het Amsterdamse wegverkeer loopt via het ´hoofdwegennet auto´ en de ´overige stedelijke wegen´. Op genoemde wegen is de congestiekans sterk toegenomen.Ter waarborging van een minimale autobereikbaarheid van alle economische centra die afhankelijk zijn van het stedelijk wegennet, is het absoluut noodzakelijk de capaciteit van deze wegen volledig te handhaven. c. Regionaal en lokaal openbaar vervoer De investeringen in het regionaal en lokaal openbaar vervoer voor de periode tot 2004 zijn veelomvattend, staan vast en zijn niet omstreden. Voor de periode 2004-2010 vermeldt het PRI de sluiting van de metroring, de IJmeerlijn ter ontsluiting van IJburg en Almere, de Zuidtangent Tweede Fase Oost en de Diemertak. De Kamer ondersteunt deze investeringswensen. Voorts is het wenselijk een integrale, samenhangende visie op een regionaal lightrail-net te ontwikkelen. Hiervan maakt in ieder geval onderdeel uit de verlenging van de NoordZuidlijn naar Schiphol en een verlenging naar Zaanstad over bestaand spoor. De route langs de Noordelijke IJ-oevers zal voor de periode tot 2030 te weinig vervoerswaarde opleveren. Wel is het wenselijk de reservering te behouden. Eventueel kan bijvoorbeeld daarvan het eerste traject tot het NSM-terrein worden gerealiseerd. Voor de langere termijn (2010-2020) is ook de aanleg van een West-Oostlijn geboden, globaal lopend van Badhoevedorp tot en met IJburg. Het Sixhaven metrostation staat nergens genoemd, maar lijkt een voorwaarde voor een hoogstedelijke ontwikkeling van het Sixhavengebied en het aansluitende Shell-terrein.

-13-

d. Zware rail Ten aanzien van de zwaardere rail staat op korte termijn (tot 2004) een groot aantal projecten gepland of is reeds in uitvoering. Voor de middellange termijn (tot 2010) staat de HSL-Oost op het programma, evenals de spoorverdubbeling van de trajecten Riekerpolder en Duivendrecht en Muiderpoort via Diemen tot de Zuidas. Op korte termijn wordt gestreefd naar een NS station Watergraafsmeer ter ontsluiting van WTCW. Andere potentiële stationslocaties zijn de Hemboog, Geuzenveld, Henk Sneevlietweg en Burgemeester Roellstraat. De wenselijkheid van deze stations moet in samenhang met het te ontwikkelen regionale lightrail-net worden bezien. Voor het goederenvervoer is een goede verbinding van Westpoort met het achterland van belang, te realiseren via de aanleg van de zgn. Zuidwestboog. e. Parkeren en lokatiebeleid Voor een acceptabele autobereikbaarheid is het noodzakelijk te voorzien in voldoende parkeerruimte. Het aantal parkeerplaatsen en de locatie is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit en een instrument binnen het ruimtelijk beleid. Binnenstad, winkelgebieden, kantoren en vrijwel alle niet-commerciële voorzieningen kunnen slechts functioneren als ze naast een goede openbaar vervoersaansluiting bezoek per auto kunnen faciliteren. In lijn met het belang dat de Kamer hecht aan intensieve bebouwing nabij knooppunten van openbaar vervoer en wegen, zal in de nabijheid van knooppunten voldoende parkeergelegenheid moeten zijn. De Kamer dringt daarom aan op uitbreiding en in ieder geval behoud van het huidige aantal parkeerplaatsen boven- of ondergronds, waarbij de laatste optie uit het oogpunt van de kwaliteit van de openbare ruimte de voorkeur verdient. De resultaten van studies naar parkeergarages ter verbetering van de bereikbaarheid van de Binnenstad moeten al op korte termijn worden omgezet naar concrete daden. Daarnaast is het van groot belang om markt- en klantgerichte transferpunten op P+R locaties te ontwikkelen om daarmee de ketenmobiliteit goed vorm te kunnen geven. f. Binnenvaart De huidige waterwegen noodzakelijk voor de afwikkeling van de binnenvaart dienen volledig voor deze functie behouden te blijven.

III.B Stedelijke knooppunten en ontwikkelingsmilieus a. Binnenstad De binnenstad, met zijn grote verscheidenheid aan functies, zijn aansprekende historische stadsbeeld en zijn waarde als ontmoetingsplek, is het visitekaartje van Amsterdam in binnen- en buitenland. Met ruim 80.000 werknemers en circa een kwart van de stedelijke kantoorvoorraad is de binnenstad bovendien een belangrijk economisch kerngebied. De opgave voor de binnenstad is, vanuit economisch oogpunt, tweeërlei. Ten eerste dient de kracht van de binnenstad als vestigingslokatie te worden gewaarborgd en versterkt. Met name de zakelijke dienstverlening met een hoog representatief karakter vraagt om veel meer ruimte, die bovendien goed bereikbaar moet zijn. De IJ-oever (Oosterdokseiland, Westelijk Stationseiland) leent zich, mits de IJ-weg voldoende capaciteit biedt, voor grootschalige stedelijke ontwikkeling, met de nadruk op kantoorruimte. Ook de directe omgeving van het nieuwe metrostation Vijzelstraat/Weteringscircuit is voor de zakelijke dienstverlening in potentie een aantrekkelijk locatie. De creatieve sector (ICT, marketing, maar ook gespecialiseerde ambachten) vraagt onverminderd om meer kleinschalige vestigingsmogelijkheden. Het behoud van de werkfunctie in de grachtengordel en het herontwikkelen van het Storkterrein heeft hoge prioriteit. -14-

Ter bevordering van het toerisme is aansluiting van de Plantagebuurt bij het toeristisch kerngebied noodzakelijk. Daarnaast is er behoefte aan (veel) meer congres- en vergaderfaciliteiten (omgeving CS en RAI) en een (geleide) uitbreiding van de hotelcapaciteit. De tweede opgave voor de binnenstad is het versterken van bindende kracht: de binnenstad als natuurlijk centrum van de regionaal-economische structuur. De aantrekkingskracht van de binnenstad onderscheidt Amsterdam van zoveel andere steden. Investeringen in leefbaarheid (openbare ruimte, veiligheid), cultuur, onderwijs en bereikbaarheid hebben niet alleen rendement voor de binnenstad, maar ook voor het vestigingsklimaat van de rest van stad en regio. b. 19e eeuwse en 20e eeuwse wijken Uit economisch oogpunt zijn de oudere wijken vooral van belang als broedplaats voor startende ondernemingen, maar ook doorstarters, kleine en middelgrote dienstverlenende ondernemingen en bedrijven uit milieucategorie 1,2 en soms 3 kunnen functioneren in deze wijken en dragen bij aan de economische vitalisering van deze milieus. Het beleid gericht op het toevoegen van bedrijfshuisvesting voor kleinschalige bedrijven dient met hernieuwde energie te worden voortgezet, met name ook voor de stedelijke vernieuwingsgebieden in West, Zuidoost en Noord. Hierbij zijn alle vormen van bedrijfshuisvesting van waarde: kavels voor kleinschalige kantoorpanden, bedrijfsverzamelgebouwen, woon-werkwoningen, bedrijfshuisvesting in de plinten, atelierwoningen en ruimte voor woon-werkgroepen. In vooral de vooroorlogse wijken ligt ook een aantal verouderde winkelcentra. Het beleid gericht op revitalisering van deze winkelcentra blijft van groot belang. Tussen de vooroorlogse en naoorlogse wijken en in de naoorlogse wijken zijn nog voldoende mogelijkheden functies toe te voegen. Gelet op de wenselijkheid functiemenging na te streven zullen dat op goed bereikbare locaties vooral ook werkfuncties moeten zijn. c. Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn dragers van de stedelijke economie. Voor een robuuste economie is het van belang voldoende ruimte te reserveren voor functies die door aard en verschijningsvorm niet tussen de woonbebouwing geaccommodeerd kunnen worden. Uit bedrijfslocatiemonitoren blijkt dat er een tekort aan bedrijventerreinen dreigt, tenzij de huidige terreinen geherstructureerd en geïntensiveerd worden en zachte plannen omgezet worden in harde plannen. Hierbij wordt uitgegaan van een uitgifteniveau van 10 á 14 hectare per jaar. Op grond van dit gegeven dienen in Amsterdam de bedrijventerreinen die als zodanig in gebruik zijn de functie te behouden en moet worden vastgehouden worden aan de reservering Noorderlijke IJ-plas, de Osdorper Binnenpolder en Geuzenveld-Noord, waarbij de Kamer het compensatiemodel volgt. Worden terreinen herbestemd of vervallen reserveringen dan dient elders in Amsterdam gelijkwaardige compensatie te worden gevonden. Tevens wordt een grote behoefte geconstateerd aan kleinschalige kavels, bedrijventerreinen aan de Zuidkant van de stad en aan goed onderhouden, representatieve terreinen. Hieraan dient tegemoet te worden gekomen door gemengde terreinen meer te bestemmen voor kleinschalige bedrijven en parkmanagement te bevorderen. Investeringszekerheid blijft een groot goed. Posities en belangen van bestaande bedrijven alsmede hinderzones en milieugrenzen dienen ten allen tijde te worden gerespecteerd. Bepaalde bedrijfssectoren hechten aan functiegemengde terreinen nabij de binnenstad. Ten behoeve van deze categorie bedrijven kunnen op het NSM-terrein, Shell-terrein en Wetenschapsen Technologie Centrum Watergraafsmeer andere functies worden toegevoegd waaronder desgewenst enkele woningen. Afhankelijk van het succes zou op middellange termijn een soortgelijke ontwikkeling kunnen plaatsvinden op (de rest van het) Buiksloterham/Papaverweggebied. Het gebied ten westen van de M.S. van Riemsdijkweg en de Haparandaweg blijft in de visie van de Kamer van Koophandel ook op lange termijn gereserveerd voor zwaardere vormen van bedrijvigheid. -15-

De komst van een bioscience incubator naar Amsterdam wordt bevorderd. Kennisinstellingen zoals het Academisch Medisch Centrum, het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit en bijvoorbeeld het universitair cluster in de binnenstad zouden ruimte moeten bieden voor technostarters. De markt voor bedrijventerreinen heeft overigens een regionaal karakter. De ontwikkeling, uitgifte en segmentering van bedrijventerreinen is nu in veel verschillende handen en moet veel beter regionaal worden afgestemd. d. Kantorenlocaties De Amsterdamse kantorenmarkt ontwikkelt zich in een hoog tempo. Mede als gevolg van de hoogconjunctuur blijft de vraag van de markt naar meer en kwalitatief hoogwaardige kantoorruimten onverminderd hoog. Hoewel het huidige aanbod kantoorruimte in de regio Amsterdam niet zodanig is dat er van een ruime keuze gesproken kan worden, is de plancapaciteit van 4,1 miljoen vierkante meters ruim voldoende (te weten bijna een verdubbeling van de capaciteit). Voor een gezonde vraag/aanbod-verhouding dienen voldoende plannen ontwikkeld en gefaseerd in gang gezet te worden. Waakzaamheid blijft echter geboden, omdat de kantorenmarkt bekend staat om zijn cyclische karakter. Daarbij tekent de Kamer overigens aan dat de kantoorbehoefte thans op een structureel hoger niveau ligt dan bijvoorbeeld tien jaar geleden. Wij constateren dat het zicht op de regionale kantorenmarkt dreigt te vertroebelen. Er is in de regio sprake van onvoldoende programmatische afstemming. Daarom is, als basis voor verdere uitwerking in streekplan en structuurplan een samenhangende kantorenstrategie op regionale schaal noodzakelijk die moet waarborgen dat het juiste kantoor op de juiste plaats terecht komt. Zonder een heldere strategische visie en afstemming op regionaal niveau dreigt bovendien een overaanbod aan kantoren, ongewenste onderlinge concurrentie tussen ontwikkelingslocaties in de regio en mismatches tussen bereikbaarheidsprofielen van locaties en mobiliteitsprofielen van kantoorbedrijvigheid. e. Luchthaven Voor de regionale economie blijft het van groot belang dat Schiphol op haar huidige locatie blijft. De regionaal economische ontwikkeling is dermate verweven met de huidige locatie van de luchthaven dat een eventuele verplaatsing zeer ontwrichtend zou werken en zou leiden tot grootschalige kapitaalvernietiging. De synergie tussen Schiphol en omgeving hebben de regio tot een succesvolle vestigingslocatie voor kantoren en bedrijven gemaakt. Schiphol is samen met de Zuidas de enige internationale toplocatie in Nederland. Een sterke ontwikkeling van “airportcity” zal samen met de Zuidas uit het oogpunt van grondschaarste en bereikbaarheid van de luchthaven en omgeving vanuit een regionaal-economische strategie moeten plaatsvinden. Hiertoe zijn een integraal grond- en vestigingsbeleid en -strategie voor de as Nieuw Vennep/Hoofddorp/Schiphol/Zuidas/Amsterdam Zuidoost en naar Westpoort onmisbaar. Het verdient aanbeveling na te gaan of kantorenlocaties beter kunnen profiteren van de nabijheid van Schiphol door transferia en incheckpunten ter plekke. f. Zeehavens De Zeehavens vormen een essentieel onderdeel van een breed samengestelde regionale economie, en verdienen daarom de ruimte om zich ook op lange termijn verder te ontwikkelen. De ruimtebehoefte van haven- en havengebonden bedrijfsleven blijft onverminderd hoog en kan maar in beperkte mate worden gedekt door een verdere intensivering van het ruimtegebruik op en herstructurering van de bedrijventerreinen. Het gebied ten westen van de Haparandaweg moet ook op lange termijn beschikbaar blijven voor zeehavengebonden bedrijvigheid. De gereserveerde bedrijventerreinen in de Wijkermeerpolder en Westzanerpolder zijn noodzakelijk -16-

om de economische positie van de haven op maatschappelijk aanvaardbare wijze verder uit te bouwen. Ook moet nu spoedig besloten worden tot de aanleg van een nieuwe brede zeesluis. Ontwikkeling, acquisitie en uitgifte dient zoveel mogelijk centraal geregisseerd plaats te vinden. g. Detailhandel, horeca en leisure Ten aanzien van de detailhandel is het handhaven van evenwicht tussen nieuwe marktbehoefte (lees toevoeging van vierkante meters) en een gezonde basis van de bestaande detailhandelsstructuur de opgave. Uitbreiding van de zogenaamde grootschalige detailhandel (GDV) zou alleen moeten worden toegestaan als de GDV-locatie nabij de Arena goed loopt en de markt ruimte biedt voor nieuwe locaties. Centrum Amsterdam-Noord is dan de aangewezen plek. Ten aanzien van de horeca is er veel behoefte aan uitbreiding van de hotelcapaciteit in elk deelsegment, maar vooral ook in de lagere middencategorie. Ook uitbreiding van ruimte ten behoeve van congressen en opleidingen is geboden, bij voorkeur in de nabijheid van knooppunten. Amsterdam mist bepaalde sectoren binnen de leisuremarkt. Vooral de afwezigheid van een toeristisch entertainmentpark valt op. Ingezet zou moeten worden op het faciliteren van een dergelijke voorziening in combinatie met een (permanent) evenemententerrein. Vooral de omgeving van het IJ biedt daar nog ruimte voor. Voor leisurefaciliteiten die veel bezoekers trekken dient voldoende ruimte te worden gereserveerd nabij knooppunten van openbaar vervoer, voor faciliteiten met een lokaal verzorgend karakter is in de wijken nog ruimte. Ook groengebieden bieden voor daartoe geschikte activiteiten kansen. Leisure dient zo min mogelijk op bedrijventerreinen te worden gesitueerd. h. Woon- water- en groengebieden en voorzieningen Met de toenemende verdienstelijking van de economie, worden ook de eisen die werknemers aan hun woonomgeving stellen een steeds belangrijker factor bij de lokatiekeuze. De omgeving moet niet alleen bereikbaar zijn, voldoende vestigingsmogelijkheden bieden en beschikken over een stabiel, ondernemersvriendelijk overheidsklimaat, maar ook een veilige woon- en leefomgeving bieden die aantrekkelijk is voor werkgever en werknemer. Amsterdam scoort in dat laatste opzicht overigens zeker niet slecht en beschikt over een grootstedelijk aanbod van commerciële en niet-commerciële voorzieningen dat op tal van punten de vergelijking met de concurrentie kan doorstaan. Punt van zorg is de tamelijk eenzijdige woningvoorraad die nog weinig flexibel is en te weinig is aangepast aan de veranderende kwalitatieve woonwensen. De kwalitatieve opbouw van de woningvoorraad is onevenwichtig over de regio verdeeld met een oververtegenwoordiging van goedkope huurwoningen in Amsterdam en een ruimer aanbod van duurdere koopwoningen in de regio. Nu een steeds groter onderdeel van de arbeidsmarkt midden- en hoger kader betreft, is het zaak daar ook in het woonbeleid op in te spelen door bij nieuwbouw nog meer dan thans het geval is, het accent te leggen op grotere koopwoningen. Vooral in de naoorlogse stadsdelen en de overgangszones tussen vooroorlogse en naoorlogse wijken is daar ruimte voor. Deze woningen zullen lang niet iedereen kunnen bekoren. Voor de grote groep die een huis met tuin ambieert, heeft Amsterdam na IJburg geen ruimte meer. Substantiële uitbreiding van de woningvoorraad zal dus moeten plaatsvinden buiten Amsterdams grondgebied, waarbij mate name Almere, IJburg II, Purmerend en de Bollenstreek nog mogelijkheden hebben. De verbindingen van deze kernen met de werklocaties in en rond Amsterdam zijn echter bij lange na niet voldoende om zo´n groei te accommoderen, ook niet na uitvoering van het bereikbaarheidspakket. Het nieuwe structuurplan en het nieuwe streekplan vragen daarom om een nieuw regionaal verkeers- en vervoersplan na 2010. De uitbreiding van de woningvoorraad mag overigens niet gepaard gaan met een verdere verslechtering van de woon-werkbalans. Waterland, Twiske, de Amstelscheg en het Amsterdamse bos dienen als groengebied behouden te blijven. Binnen de regio dient een -17-

voldoende waterbergend vermogen te zijn. Zonder droge voeten kan ook de economie niet functioneren. Zoals creatief nagedacht wordt over mogelijke synergie tussen water en wonen kan ook worden gedacht aan nieuwe concepten voor werken aan het water en werken in het groen. Onorthodoxe plannen in die zin versterken niet alleen de water- en groenfuncties maar kunnen ook voor een grotere economische diversiteit en een uniek vestigingsklimaat zorgen.

-18-

COLOFON

Uitgave Kamer van Koophandel Amsterdam Afdeling beleidsadvisering en regiostimulering Contactpersoon: Martijn Jonker De Ruyterkade 5 Postbus 2852 1000 CW Amsterdam Telefoon : 020-5314635 Telefax : 020-5314697 E-mail : m.jonker@amsterdam.kvk.nl Kaart Gemeente Amsterdam Dienst Ruimtelijke Ordening Oplage 250x

-19-

-20-