IJMOND VEELZIJDIG

Economisch Stimuleringsprogramma IJmond 2005-2007

Datum : 28-9-04 1. Inleiding 2. Conclusies IJmond2000+ periode 2001-2004

3. Voorstel nieuwe programma periode 2005-2007 3.1 3.2 3.3 3.4 Het programma Het Projectbureau De partners en de bestuurlijke structuur Samenvattende conclusie

4. Besluiten

Bijlage 1:

Resultaten IJmond2000+ in de periode 2001-2004

Hoofdstuk 1: Inleiding

Het economisch stimuleringsprogramma IJmond2000+ is een samenwerkingsverband tussen de vier IJmond-gemeenten, de provincie Noord-Holland, het bedrijfsleven in de regio en een aantal lokale en regionale organisaties. Deze samenwerking bouwt voort op het eerdere programma IJmond IJzersterk. Het samenwerkingsverband heeft als doel de uitvoering van het economische beleid vorm te geven waardoor de regionale economie een extra impuls krijgt. In deze inleiding geven we kort aan wat in de notitie besproken wordt. De lezer kan aan de hand daarvan eventueel een selectie maken van onderdelen die voor hem of haar interessant zijn. De IJmondregio staat vooral bekend als de staalregio, maar is ook sterk in de vissector en transport & logistiek. Hoe kan de regio deze potenties uitbouwen binnen de internationale concurrentiepositie van de Noordvleugel. Daarom streeft het nieuwe economisch stimuleringsprogramma enerzijds naar het versterken van deze sectoren, die onder de huidige economische omstandigheden onder druk staan. Anderzijds zet het nieuwe programma ook in op het verkleinen van de kwetsbaarheid door een grotere diversiteit in economische activiteiten te creëren. Uitgangspunt is dat samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven nodig is om de economische structuur van de regio daadwerkelijk te versterken. De regio heeft een aantal sterke punten die benut kunnen worden bij het stimuleren van de economie in de regio. De gunstige ligging aan zee, langs het Noordzeekanaal, in de nabijheid van Amsterdam, Zaanstad, Schiphol en Haarlem. De goede ontsluiting over de weg (A9 en A22), het spoor (spoorlijnen Uitgeest - Amsterdam en Heemskerk - Haarlem/Amsterdam) en het water. De aanwezigheid van strand, duinen en meren (Alkmaarder- en Uitgeestermeer). Een goed gemotiveerd arbeidsaanbod. Het huidige programma IJmond2000+ loopt tot en met het jaar 2004. Dit programma-einde was voor de Stuurgroep IJmond2000+ reden om allereerst terug te kijken naar de afgelopen periode. Zij heeft daaruit de nodige conclusies getrokken. Deze conclusies en de ambities van de partners zijn de input voor het nieuwe economische stimuleringsprogramma. Doelstelling hierbij is, hoe kan de regio haar middelen zo effectief mogelijk inzetten om haar economische potenties te benutten. Herkenbaarheid en daadkracht zijn hierbij de sleutelwoorden. De evaluatie van IJmond2000+ is gebaseerd op de ervaringen van de stuurgroepleden, de bevindingen uit het rapport “Drie keer V” en op de laatste gegevens over de resultaten van IJmond2000+. In hoofdstuk 2 worden de conclusies van de evaluatie kort weergegeven. De belangrijkste conclusie uit dit hoofdstuk is dat de doelstellingen van het programma niet overal gehaald zijn.

1

Op basis van een korte schets van de beleidsontwikkelingen bij het Rijk, Provincie Noord-Holland en het bedrijfsleven worden in hoofdstuk 3 de economische prioriteiten benoemd die voor een vervolgprogramma in aanmerking komen. Per prioriteit wordt aangegeven hoe zij zo efficiënt mogelijk kan worden uitgevoerd. Dit met als doel de menskracht en middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten waardoor er zoveel mogelijk concrete resultaten geboekt kunnen worden in de komende periode. Aan de hand van de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de consequenties van deze nieuwe doelmatige aanpak. In bijlage 1 wordt de evaluatie van het programma IJmond2000+ 20012004 per programmapunt uitgewerkt en wordt ingegaan op het functioneren van de organisatie van het programma. Hier zijn de achtergronden te lezen van de conclusies uit hoofdstuk 2. Tot slot kwam bij het totstandkomen van het nieuwe programma vanuit de gemeenten de wens naar voren dat zij, op basis van de positieve ervaringen van het project “samen taken uitvoeren”, de economische taken die bovenlokaal kunnen worden uitgevoerd willen onderbrengen in het nieuwe regionale economische projectbureau. Dit streven zal de komende programma periode verder worden uitgewerkt. Het doel is om aan het einde van deze periode een regionaal bureau economische zaken te hebben.

2

Hoofdstuk 2: Conclusies IJmond2000+ 2001-2004 De evaluatie van het programma heeft binnen de Stuurgroep de nodige aandacht gekregen. In dit rapport wil de Stuurgroep zich echter richten op de toekomst vandaar dat zij in dit rapport niet uitgebreid stilstaat bij de evaluatie. De conclusies vindt zij belangrijk als les naar de toekomst. Indien de lezer op basis van de conclusies behoefte heeft aan meer achtergrond informatie dan is dit in bijlage 1 terug te vinden. Conclusies evaluatie: Op dit moment, bijna aan het eind van de periode 2001-2004 van IJmond2000+, onderschrijven alle partijen nog steeds het belang van een goede regionale samenwerking tussen gemeenten, provincie en bedrijfsleven als het gaat om het stimuleren van de regionale economie. De afgelopen periode is veel werk verzet en er zijn belangrijke successen behaald, maar door diverse oorzaken zijn de ambitieuze doelstellingen die aan het begin van de periode zijn geformuleerd niet op alle fronten gerealiseerd. De verwachtingen waren achteraf gezien te hoog gespannen. Er zijn in de nieuwe periode verbeteringen te verwachten als elk thema voldoende aandacht krijgt en als er meer aansprekende projecten opgepakt worden, die zich richten op concrete resultaten. Verder is geconstateerd dat het Projectbureau met name haar rol als subsidiegever goed vervuld heeft, maar dat er in de toekomst winst te behalen valt als het Projectbureau ook de rol vervult van initiator, stimulator, projectmanager, regisseur en fondsenwerver. De relatie met de andere stichtingen in de IJmond waarmee de partners van IJmond2000+ een relatie hebben kan transparanter en effectiever. De stichtingen BIC, RTC, SREIJ en IJmond2000+ kunnen ondergebracht worden in een nieuwe stichting hierdoor wordt de relatie met de externe commerciële partijen transparanter en ontstaat er door kruisbestuiving binnen de verschillende taken meer daadkracht. De samenwerking tussen de partners kan beter, de bestuurlijke structuur moet vereenvoudigd worden om in de nieuwe periode slagvaardiger op te kunnen treden. Eindconclusie: Ondanks dat de resultaten niet op alle fronten volledig zijn gerealiseerd kan door een stevige regionale aanpak met de daarbij behorende slagvaardige organisatie meer resultaat geboekt worden.

3

Hoofdstuk 3: Voorstel IJmond2000+ periode 2005-2007

Op basis van de conclusies in hoofdstuk 2 heeft de Stuurgroep IJmond 2000+ haar ambities ten aanzien van het vervolgprogramma onder de loep genomen. De ambities staan onder druk door de bezuinigingen bij de diverse partners. Voor alle partners geldt meer dan voorheen dat het nieuwe programma voordelen moet opleveren in menskracht en middelen. Daarom moet het nieuwe programma naadloos aansluiten bij de beleidsvoornemens van de partners. Daarom heeft de Stuurgroep haar ambities getoetst aan de beleidsvoornemens van het Rijk, Provincie, gemeenten en het bedrijfsleven. Een programma dat aansluit op deze ontwikkelingen kan immers rekenen op steun van de partners en kan eerder aanspraak maken op uitvoeringsmiddelen. Met name dit laatste is zeer belangrijk omdat de afzonderlijke partners onvoldoende middelen hebben om de ambities te realiseren. In dit hoofdstuk wordt eerst de inhoud behandeld van een nieuw programma, het Projectbureau en de samenwerking tussen de partners en de bestuurlijke structuur, met daarbij een resultaatverplichting voor de komende jaren. Aan het eind van het hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies samengevat.

3.1 Beleidsontwikkelingen en uitvoering voor de komende jaren In het vorige hoofdstuk is geconcludeerd dat alle partijen de regionale samenwerking tussen overheden en bedrijfsleven onderschrijven. Daarnaast is het van belang dat partners die items kiezen die hun gezamenlijk binden en waarvan de partners vinden dat zij door samenwerking meer resultaat kunnen halen dan iedere partner afzonderlijk. De gemeenten hebben met het project “samen taken uitvoeren” hier positieve ervaring mee opgedaan. Daarom streven zij ernaar om zaken die bovenlokaal kunnen gebeuren vanuit de gemeentelijke organisaties onder te brengen in een regionaal economisch bureau. Bij het tot stand komen van het nieuwe programma is deze wens nog niet expliciet meegenomen. De komende periode van het programma zullen de gemeenten inzetten op het samenvoegen van economische taken. Per jaar zal aangegeven worden welke taken samengevoegd kunnen worden waardoor aan het einde van deze programmaperiode er een stevig regionaal bureau economische zaken zal zijn. Het nieuwe programma dat hierna wordt beschreven is een gebaseerd op de vijf operationele thema’s van IJmond2000+. Deze thema’s worden getoetst aan de nieuwe beleidsontwikkelingen van Rijk, Provincie, IJmondgemeenten en het bedrijfsleven. Indien een thema ook in de nieuwe beleidsontwikkelingen relevant is lichten we per thema toe hoe verbeteringen in de uitvoering bereikt kunnen worden.

4

Ruimte voor bedrijven In de nota Ruimte wordt de IJmond niet expliciet uitgewerkt maar wordt wel aangegeven dat de randstad moet inzetten op economische versterking om haar internationale concurrentiepositie vast te houden. In de nieuwe nota van het ministerie van Economische Zaken “Pieken in de delta” wordt ook ingegaan op de versterking van onze nationale economie. De IJmond wordt hier wederom niet expliciet in genoemd maar dat de IJmond wel de aandacht van het ministerie heeft gekregen mag blijken uit het feit dat het project herstructurering IJmond Noord (van de Kagerweg tot en met BPY) en de Wijkermeerpolder geplaatst zijn op de lijst met top projecten. Op basis hiervan kan het project IJmond Noord ook een subsidie aanvragen bij het ministerie van Economische Zaken. Ook de Provincie voert een stimulerend beleid ten aanzien van herstructurering op de bedrijventerreinen. Zij heeft hiervoor vanuit de HIRB-regeling 24 miljoen euro beschikbaar voor de komende drie jaar. Ook de IJmond geeft in haar toekomstvisie aan dat zij wil inzetten op het beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen. De ontwikkeling van de IJmond–corridor geeft duidelijk aan dat zij de verdere economische ontwikkeling van de IJmond gekoppeld ziet aan voldoende kwalitatief beschikbaar bedrijventerrein. Het bedrijfsleven zet eveneens in op het voldoende aanwezig zijn van bedrijventerreinen. Gezien de gezamenlijke prioriteit die alle partners aan dit onderwerp geven mag geconcludeerd worden dat dit thema in het nieuwe programma thuishoort. Om te voorkomen dat het programma een opsomming wordt van alle mogelijke projecten in de regio worden hieronder ter indicatie enkele projecten benoemd zonder dat hiermee de lijst voor de komende jaren compleet is. Mogelijke projecten: Zuiderscheg; Wijkermeerpolder / Kagerweg Oost; Topproject Velsen-Noord; Herstructurering zeehaven IJmuiden; HAL-kade; Houtwegen; Bedrijvigheid en wonen; Nieuwe zoeklocatie. Kaart bedrijventerreinen IJmond

5

De projecten blijven in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de huidige opdrachtgevers, in de meeste gevallen een van de gemeenten. Het verleden heeft echter geleerd dat het oppakken van deze projecten niet vanzelfsprekend gebeurt. Vaak is de wil er wel maar de dagelijkse hectiek zorgt ervoor dat zaken niet opgepakt kunnen worden. Een subsidie aanvraag, het begeleiden van een herstructurering en bovenlokale afstemming, zaken die vaak meer tijd vergen dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Om de gemeenten, die immers zelf allemaal een minimale personele bezetting hebben, te ontlasten en te voorkomen dat zaken worden uitbesteed aan commerciële partijen, waardoor in de regio onvoldoende kennis opgebouwd kan worden en de extra kosten die dat met zich meebrengt, wordt het nieuwe programma zo ingericht dat dit thema daadkrachtig opgepakt kan worden. Een projectleider kan hier uitkomst bieden. Deze projectleider maakt jaarlijks in overleg met de betrokken gemeenten een actieplan waarin aangegeven wordt welke projecten bovenlokaal worden opgepakt en wat de verantwoordelijkheid is van het Projectbureau en de gemeenten.

6

Het actieplan zal in nauw overleg met de verschillende partners worden opgesteld en het Projectbureau zal die zaken initiëren en oppakken die niet vanuit de andere partners worden opgepakt. De inzet van de projectleider moet voor partijen voordeel opleveren. Door een goed actieplan wordt ook voorkomen dat enerzijds taken blijven liggen waardoor kansen gemist worden en anderzijds dat zaken dubbel gebeuren. De projectleider zal zich richten op bovenlokale projecten die vlot moeten worden getrokken en ten uitvoer moeten worden gebracht. Jaarlijks wordt er een contract met de Stuurgroep afgesloten over de te behalen resultaten. Doelstelling voor de komende drie jaar: - planvoorbereiding van 100 ha. te herstructureren bedrijventerrein - aanleg van 15 ha nieuw bedrijventerrein - vinden van 30 ha nieuw bedrijventerrein Infrastructuur Wil de regio zich verder economisch profileren dan zal de regio ook voor haar economische functies goed bereikbaar moeten zijn. Zowel het Rijk, de Provincie als de gemeenten zijn het hier over eens. De nadruk van het Rijk ligt echter niet op de IJmond. Tot nu toe staan er geen projecten van de IJmond in het MIT. Om dit te veranderen zal de IJmond veel intensiever moeten lobbyen. Voor het Rijk en de Provincie zal veel duidelijker gemaakt moeten worden welke economische voordelen er te behalen zijn als de IJmond goed bereikbaar is. Een van de kenmerken van succesvolle economische centra is immers hun bereikbaarheid. Gezien de ligging van de IJmond kan zij hier haar voordeel mee doen. Welke regio ligt immers aan zee en het Noordzeekanaal en 15 autominuten weg bij de luchthaven en het internationale zakencentrum van Amsterdam. Door deze unieke ligging kan de IJmond zich optimaal economisch profileren. De activiteiten in dit thema richten zich op projecten die de bereikbaarheid van de regio vergroten voor zover ze van belang zijn voor de economische ontwikkeling. Hierbij wordt onder andere aan de volgende projecten gedacht: A8 – A9; A208 – A9; Ontsluiting strand IJmuiden; Bereikbaarheid van De Pijp; Versterking multimodale overslagpunten. De uitvoering van deze projecten ligt in eerste instantie bij de gemeenten. Echter de projecten hebben ook een bovenlokaal karakter. De meeste projecten hebben ook een lange doorlooptijd en vergen het nodige lobbywerk bij het Rijk en Provincie alvorens tot aanleg kan worden overgegaan. Gezien de complexiteit van deze projecten is het raadzaam om de uitvoering van dit item nadrukkelijk bij het nieuwe programma neer te leggen. Hiermee creëren de partners van het nieuwe programma een duidelijk bovenlokaal aanspreekpunt dat zijn aandacht aan dit item kan besteden zonder dat het door de waan van de dag wordt ondergesneeuwd. Lobby en fondswerving is een belangrijk onderdeel in de taakuitvoering.

7

Doelstelling voor de komende drie jaar: Versterking bereikbaarheid door: - lobby A8-A9 met daarbij voorkeurstracé - 2 multimodale overslagpunten - betere ontsluiting van minimaal 2 economische en toeristische centra Innovatie en ondernemerschap Deze thema’s zijn terug te vinden in de nota “Pieken in de delta” van het ministerie van Economische Zaken en de nieuwe economische agenda van de Provincie Noord Holland. In de IJmond visie wordt ook het belang van goed ondernemerschap benadrukt en wordt de nodige aandacht gevestigd op het differentiëren van de economische structuur. Om goed op dit thema te kunnen inspelen is het belangrijk om te weten hoe de economische structuur eruit ziet. Na enkele jaren van economische teruggang liet het bedrijfsleven in de IJmond in 2003 een omzetstijging zien van 2,8 procent. Hiermee doet de IJmond het aanzienlijk beter dan de Amsterdamse Kamer van Koophandel-regio. De IJmond laat een wat meer fluctuerend beeld zien dan de rest van de regio (zie figuur), hetgeen kan worden geweten aan de kleine omvang en eenzijdige gerichtheid van de economie. De goede cijfers van 2003 zijn voor het grootste deel toe te schrijven aan de industrie en in het bijzonder aan Corus IJmuiden dat in 2003 een goed jaar doormaakte. Als Corus wordt weggelaten uit de cijfers – waarmee overigens het ‘Coruseffect’ niet is geneutraliseerd - dan blijkt dat de omzet van het IJmondse bedrijfsleven in 2003 is gedaald, zij het met een afname van 0,2 procent, minder dramatisch dan het landelijke bedrijfsleven dat zijn omzet met 1,9 procent zag dalen.

IJmond en KvK-regio, 1998-2003

sectoren in de IJmond, 2001-2003
industrie 10 8 6 bouw groothandel detailhandel diensten totaal

8
omzetverandering (procenten)

IJmond KvK-gebied KvK- gebied

6 4 2 0

4 2 0 -2 -4 -6 1998 1999 2000 2001 2002 2002 2003 2003 -8 -10

-2 -4 -6

2001

2002

2003

Omzetontwikkeling bedrijfsleven Bron: ERBO-enquête, Kamer van Koophandel Amsterdam

8

Ook de groothandel en de diensten deden het goed in 2003. De bouw en de detailhandel daarentegen draaiden in 2003 minder omzet dan het jaar ervoor. De ontwikkeling van het rendement, de winst en de werkgelegenheid in 2003 van het bedrijfsleven in de IJmond zijn eveneens bovengemiddeld goed. Ondanks de ‘koppositie’ van de IJmond op deze fronten is het vertrouwen van de ondernemers hier het laagst van alle deelregio's in het gebied van de Kamer van Koophandel Amsterdam. Slechts een op de vier IJmondse ondernemers kijkt met vertrouwen naar de toekomst. Het investeringsklimaat kan hierdoor beïnvloed worden. Om in te spelen op deze ontwikkelingen kunnen de sectoren waar de regio al sterk in is verder gestimuleerd worden. De regio IJmond is van oudsher sterk in de sectoren vis, metaal en transport & logistiek. Deze sectoren kunnen de regio aantrekkelijk maken voor andere sectoren om zich te vestigen. Een baan in de industrie levert immers ook een functie elders op. Door deze sterke sectoren in de regio te ondersteunen op het gebied van innovatie, opleiding, uitstraling en arbeidsmarkt bereikt de regio een optimale spin off. De gedachte is, dat het meer oplevert om de sectoren die al een solide basis in de regio hebben te ondersteunen, dan om geheel nieuwe sectoren van de grond proberen te krijgen. De IJmond mag immers trots zijn op haar verworvenheden. De grote bedrijven, het MKB, de starters en de opleidingen zijn in clusters bijeen gebracht om zo bestaande kennis te kunnen bundelen en om gezamenlijk op te kunnen komen voor de belangen van de bedrijven die in de regio zijn gevestigd. Naast deze sterke clusters kent de IJmond ook specialismen op het gebied van gezondheidszorg. Heliomare en het Rode Kruis Brandwondencentrum hebben een unieke expertise die als cluster verder uitgebouwd kan worden. In de voorgaande periode heeft innovatie en ondernemerschap veel aandacht gekregen en zijn er goede resultaten geboekt. Toch kan de aandacht efficiënter ingezet worden doordat de versnippering in de organisatiestructuur in de regio met de komst van het nieuwe programma zal verdwijnen. De regio krijgt één duidelijk aanspreekpunt voor ondernemers en starters. Hierdoor zal de aandacht gericht kunnen worden op het ontwikkelen van nieuwe aansprekende projecten die zich richten op concrete resultaten. De rol van het nieuwe programma IJmond is ontwikkelen, coördineren en afstemmen. De volgende items kunnen verder in projectvorm worden uitgewerkt: Kenniscluster vis; Logistiek knooppunt; Stimulans ICT toepassingen; Kenniscluster gezondheidszorg; Begeleiden van starters. Om deze projecten succesvol te laten verlopen moge het duidelijk zijn dat hiervoor een duidelijk aanspreekpunt in de regio wordt ingesteld. Dit aanspreekpunt zal vorm krijgen door het aanstellen van een projectleider. Deze projectleider krijgt als opdracht nieuwe concrete en aansprekende projecten te ontwikkelen en in gang te zetten. De projectleider is verantwoordelijk voor de te behalen resultaten en moet ervoor zorgen dat er bestuurlijk draagvlak is.

9

Doelstelling komende drie jaar: - begeleiden van 200 ondernemers tot kwaliteitsverbetering bedrijfsvoering - 45 starters begeleiden vanuit werkloosheid - 150 starters begeleiden Arbeidsmarkt en scholing Het bedrijfsleven in de regio heeft voldoende geschoold personeel nodig om haar concurrentiepositie te behouden. De kloof tussen vraag en aanbod is een van de onderwerpen die zowel landelijk, provinciaal als gemeentelijk veel aandacht krijgt. Deze aansluiting van het aanbod naar de vraag doet zich zowel binnen de bedrijven als bij werklozen voor. In de tijd van laagconjunctuur worden medewerkers die niet geheel aan de vraag voldoen ontslagen. Bedrijven zijn kritischer want de continuïteit van het bedrijf staat immers onder druk. Door deze economische laagconjunctuur is de werkloosheid in de IJmond naar een zorgelijk niveau gestegen. De lage werkloosheid was altijd een opvallend kenmerk van de IJmond, maar dit is de laatste twee jaar ingrijpend veranderd. De werkloosheid in de IJmond is in 2003 met 33 procent gestegen. Er kwamen ruim duizend werklozen bij. In totaal staan er in de regio nu ruim 4.000 personen zonder baan ingeschreven bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Op dit moment zijn er onvoldoende banen om de beroepsbevolking aan het werk te krijgen. Verwacht mag worden dat als de economie aantrekt het aantal banen weer zal toenemen. Toch is het probleem van de werkloosheid niet opgelost. Zoals we in de tijd van hoogconjunctuur al signaleerden is er soms een gat tussen het opleidingsniveau van een werkloze en de gevraagde opleiding. Om hier op in te spelen, immers naast de grote financiële consequenties voor de gemeenten van bijstandsuitkeringen, is het voor het bedrijfsleven van wezenlijk belang, om over goed geschoold personeel te kunnen beschikken. Aangezien het CWI en de sociale diensten en anderen zich voornamelijk bezig houden met het aanbod van werklozen is het voor de economische structuur in de regio van essentieel belang dat veel beter ingespeeld wordt op de vraag. Deze vraag bepaalt namelijk of werklozen en jongeren kunnen instromen. Vandaar dat in het nieuwe programma wordt ingezet op projecten die vanuit het bedrijfsleven komen en waar, in samenwerking met de aanbod organisatie, door middel van scholing ingespeeld wordt op het versterken van het bedrijfsleven in de regio. Naast het scholen van werklozen is het tevens van belang dat de huidige werkenden in de IJmond bijgeschoold blijven voor hun taak. Hiermee komt de kwaliteitsverbetering van het bedrijfsleven tot stand. Samen met het bedrijfsleven en brancheorganisaties en onderwijsinstituten zal het Projectbureau een aanzet geven om de kwaliteitsverbetering middels scholing te ontwikkelen. Het betreft de projecten: Instroom technisch onderwijs; Vraaggestuurde opleiding en vacaturevervulling.

10

Ook voor dit thema wordt een projectleider aangesteld met dezelfde verantwoordelijkheden als hierboven genoemd, namelijk nieuwe projecten initiëren met concrete resultaten en voldoende bestuurlijk draagvlak. Doelstelling voor de komende drie jaar: opleiden van 100 werklozen naar een baan opleiden van 100 werkenden met ontslag bedreigd fondswerving voor de regio middels ESF

Toerisme en recreatie / Promotie en acquisitie Dit thema heeft als doel werkgelegenheid te creëren door de vrijetijdseconomie te bevorderen. Dit is met name de taak van het bedrijfsleven, de overheid speelt alleen een ondersteunende rol. Zowel het Rijk ,de Provincie als de gemeenten herkennen zich in deze rol. De kunst is om de overheden die voorwaarde scheppende taak op zich te laten nemen zodat het bedrijfsleven in deze branche optimaal kan floreren. Samen met het bedrijfsleven zal nog sterker dan voorheen gekeken moeten worden hoe de sterke kanten van de IJmond over het voetlicht gebracht kunnen worden. De afgelopen periode is veel inzet gepleegd om de IJmond als totaal te profileren, de komende periode zal met name per doelgroep recreant/toerist gekeken moeten worden hoe het toeristisch product versterkt kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gerichte acties voor strandtoeristen, wandelaars en fietsers. De projecten die in het kader van dit thema uitgevoerd worden zijn: Promotie van toerisme in de IJmond; Uitbreiding van accommodaties; Fysieke projecten rond bazaar, strand en recreatieschappen. Ook hier heeft de projectleider de taak om aansprekende nieuwe projecten te ontwikkelen waar concrete resultaten mee gehaald kunnen worden. Doelstellingen voor de komende drie jaar: - toename van het aantal toeristen met 5000 - gerichte actie op minimaal drie doelgroepen samen met het bedrijfsleven Regionaal aanspreekpunt Naast het uitvoeren van alle beleidsontwikkelingen is het van belang dat de IJmond op economisch gebied een aanspreekpunt krijgt. Dit aanspreekpunt is verantwoordelijk voor de beleidsbeïnvloeding bij de Provincie, Den Haag en Brussel namens de IJmond – partners. Het Projectbureau kan in de toekomst dit aanspreekpunt zijn want zij weet immers als geen ander wat er bij de partners in de regio leeft. Door deze taakinvulling kan de regio zich beter profileren en profiteren van verschillende regelingen. Tevens kan het Projectbureau dienen als eerste aanspreekpunt voor bedrijven. Uit enquêtes bij de verschillende gemeenten blijkt dat de service naar bedrijven toe nog niet overal optimaal is en dat bedrijven vaak onvoldoende op de hoogte zijn waar ze wat kunnen krijgen.

11

Het regionale aanspreekpunt zal bij eventuele lokale vragen bedrijven doorverwijzen naar de juiste medewerker bij de gemeente en bij bovenlokale vragen zelf initiatief nemen om de vragen te beantwoorden. Door het creëren van een regionaal aanspreekpunt kan zowel op het bedrijfsleven als op de beleidsbeïnvloeding optimaal ingespeeld worden. Doelstelling komende drie jaar: - profileren van de IJmond richting Rijk en EU - vraagbaak bovenlokale ondernemersvragen Samengevat kan gesteld worden dat de huidige thema’s uit het IJmond2000+ programma nog steeds actueel zijn en goed passen in nieuwe beleidsontwikkelingen van Rijk, Provincie, gemeenten en het bedrijfsleven. Het nieuwe economische programma IJmond zal echter de uitvoering van deze thema’s moeten verbeteren. De uitvoering zal door het aanbrengen van duidelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij projectleiders meer power krijgen waardoor zichtbare resultaten behaald kunnen worden. Daarnaast ontstaat door het kiezen van duidelijke bovenlokale aanspreekpunten voor de verschillende thema’s een duidelijkere structuur die de efficiëntie en transparantie alleen maar kan bevorderen. Het zal duidelijk zijn dat dit ingrijpende wijzigingen bij het Projectbureau tot gevolg heeft. We gaan daar in de volgende paragraaf verder op in. 3.2 Het Projectbureau De wijzigingen die voorgesteld worden zijn in lijn met de conclusies in hoofdstuk 2 over het functioneren van het Projectbureau in de afgelopen periode. Daar is geconcludeerd dat het Projectbureau in de periode 20012004 vooral de rol van subsidiegever heeft gehad en dat de rol van initiator, aanjager en projectleider onvoldoende uit de verf gekomen is. Als voornaamste oorzaken zijn genoemd, wisseling in programmamanagement, te weinig personele capaciteit om al deze taken en rollen uit te kunnen oefenen en een overlap in taken met andere stichtingen. Het Projectbureau zal in de komende periode meer taken op zich nemen, dat kan dan alleen door de beschikbare formatie te vergroten. In paragraaf 3.1 hebben we voorgesteld om het Projectbureau de volgende taken op zich te laten nemen: Projectleiderschap voor bovenlokale projecten van de thema’s “Ruimte voor bedrijven” en “Infrastructuur”; Projectleiderschap van de thema’s “Innovatie en ondernemerschap”, “Arbeidsmarkt en scholing”, “Toerisme en recreatie / Promotie en acquisitie”; “Regionaal aanspreekpunt”. Dit betekent concreet dat het Projectbureau voor vijf thema’s een regionaal aanspreekpunt krijgt middels projectleiders en daarnaast de economische beleidontwikkeling oppakt. Het Projectbureau wordt aangestuurd door een programmadirecteur die eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van het programma en voor de externe en bestuurlijke contacten.

12

De programmadirecteur stuurt de projectleiders, de algemeen medewerker en het secretariaat aan. De directeur is de opdrachtgever voor de projectleiders en algemeen medewerker en rapporteert aan de Stuurgroep. Jaarlijks worden voor de verschillende thema’s contracten met de Stuurgroep afgesloten. Hierdoor krijgt de Stuurgroep direct invloed op de prioritering. Met deze personele bezetting kan het Projectbureau haar rol als initiator en stimulator van aansprekende thema’s en projecten waarmaken en kan zij voor de algemene regionale beleidsontwikkeling op economisch gebied een ondersteunende en coördinerende rol vervullen. Dat zal zich in het bijzonder voordoen waar het gaat om regionale inbreng bij provinciale, nationale en Europese inhoudelijke beleidsnotities. Benodigde formatie en financiering Op dit moment heeft het Projectbureau een programmadirecteur in dienst en een vacature voor één projectleider. Daarnaast is er 10 uur secretariële ondersteuning ingehuurd. De voorgestelde maatregelen brengen dus een behoorlijke personele uitbreiding met zich mee. De geadviseerde totale formatie bestaat uit één programmadirecteur, vijf projectleiders en een algemeen medewerker. Wij stellen voor uit te gaan van een halve formatieplaats voor de functie van programmadirecteur en van 36 uur voor de projectleider innovatie en ondernemerschap. De overige thema’s kunnen volstaan met een invulling van 24 uur. De secretariële ondersteuning wordt naar 16 uur uitgebreid. Deze uitbreiding zal per saldo een verschuiving geven in het totale budget. In totaal gaat de formatie van het Projectbureau van 2,2 fte naar 4,9 fte. Tot nu toe had het Projectbureau zo´n 165.000 euro aan personeelsbudget. Daarnaast gaf het 158.000 euro uit voor project ontwikkeling en begeleiding van projecten voor starters en ondernemers. Een deel van deze subsidie zal door de versterking in de personele inzet niet meer extern worden uitgegeven. Hoe groot dit gedeelte is kan nu nog niet gezegd worden omdat na goedkeuring van dit programma met de commerciële partijen onderhandeld moet worden over de inbedding van hun taken in het nieuwe programma. De voorwaarde scheppende taken zullen daarbij aan het Projectbureau worden overgedragen terwijl de commerciële taken op projectbasis bij meerdere partijen aanbesteed zullen worden. Tevens bleek in het verleden dat door een tekort aan personele inzet projecten niet adequaat en doelmatig konden worden opgepakt. Hierdoor werd het programma niet naar behoren uitgevoerd en bleef een gedeelte van het budget bestemd voor projecten onderbesteed en kon er onvoldoende geprofiteerd worden van subsidies. Op basis van het voorstaande wordt voorgesteld het budget voor personele inzet te verhogen naar 300.000 euro. In de volgende paragraaf doen we concrete voorstellen voor de vereenvoudiging van een aantal overlegstructuren.

13

3.3 De partners en de bestuurlijke structuur Een van de conclusies in hoofdstuk 2 is dat de samenwerking tussen de partners beter kan. De nieuwe werkwijze zoals in de vorige paragraaf is voorgesteld draagt hieraan bij. Het is duidelijker wat van wie verwacht wordt en de projectleiders kunnen op basis van de goedgekeurde projectplannen aangesproken worden op de projectuitvoering. De projectleiders en de algemeen medewerker hebben een expliciete en belangrijke rol in het bevorderen van de samenwerking, afstemming en samenhang. De andere conclusie is dat de bestuurlijke structuur vereenvoudigd zou moeten worden. We doen daar hieronder een concreet voorstel voor. Op dit moment bestaat de Stuurgroep uit twaalf leden. Daarnaast gaan de andere stichtingen op in de nieuwe stichting IJmond. Het totaal van de stichtingsbesturen bestaat uit 27 leden. We stellen voor dit aantal in de nieuwe periode terug te brengen tot acht leden, te weten: de gedeputeerde als voorzitter en vertegenwoordiger van de provincie Noord-Holland, één vertegenwoordiger per gemeenten, één vertegenwoordiger vanuit de FED, één vertegenwoordiger vanuit de Kamer van Koophandel, één vertegenwoordiger van CORUS als grootste werkgever in het gebied. Deze samenstelling gaat uit van het principe dat de Stuurgroep zo klein mogelijk moet zijn en dat de partijen die de grootste financiële bijdrage leveren erin vertegenwoordigd moeten zijn. In deze constructie is het noodzakelijk dat de verschillende partijen die zich door één persoon laten vertegenwoordigen hun vooroverleg zo organiseren dat de Stuurgroep effectief kan beslissen. Dit geldt voor de Kamer van Koophandel, de FED-IJmond en voor de vier gemeenten. Om de betrokkenheid, daadkracht en de verantwoordelijkheid van de stuurgroepleden te vergroten krijgen de afzonderlijke leden van de Stuurgroep een portefeuille met onderwerpen toebedeeld waar het lid als eerste projectverantwoordelijkheid voor draagt. Verder kan door de veranderingen in de bestuurlijke structuur het Kernteam opgeheven worden. De taken van het Kernteam kunnen overgenomen worden door het overleg van de projectleiders van het Projectbureau. Het overleg met gemeenten, bedrijven en instellingen is immers hun verantwoordelijkheid. Als laatste wordt voorgesteld het dagelijks bestuur van de stichting op te heffen. De huidige taken van het dagelijks bestuur kunnen overgenomen worden door de Stuurgroep, op voorwaarde dat de programmadirecteur een ruimer mandaat krijgt. Daardoor is het minder vaak nodig om de Stuurgroep te raadplegen.

14

De veranderingen zoals ze hier voorgesteld zijn, zorgen ervoor dat de bestuurlijke structuur sterk vereenvoudigd wordt en aan slagkracht wint. De nieuwe structuur heeft bijvoorbeeld de volgende concrete voordelen: De al bestaande politieke afstemmingskanalen worden efficiënter benut. De slagvaardigheid wordt vergroot doordat een kleine Stuurgroep beslist over de projecten en programma’s. De leden worden betrokken bij de voor hen relevante onderwerpen en de Stuurgroep kan besturen op hoofdlijnen. De verkleining van de Stuurgroep heeft ook een nadeel. Uit de evaluatie bleek dat de platformfunctie die de oude Stuurgroep vervulde gewaardeerd werd door de leden. Ook de leden van de andere besturen gaven aan het contact met de andere partners in hun bestuur hoog te waarderen. Dat betekent dat met het drastisch verkleinen van de Stuurgroep een andere vorm gevonden moet worden voor het uitwisselen van informatie. Een goede oplossing is om een comité van advies in te stellen dat twee keer per jaar bijeen komt en dat de Stuurgroep adviseert. Voor het comité van advies worden alle betrokken bestuurders uitgenodigd.

3.4 Samenvattende conclusie Samengevat kan gesteld worden dat de huidige thema’s uit het IJmond2000+ programma nog steeds actueel zijn en goed passen in nieuwe beleidsontwikkelingen van het Rijk, de Provincie, gemeenten en het bedrijfsleven. Het nieuwe programma IJmond zal echter de uitvoering van deze thema’s moeten verbeteren. De uitvoering zal door het aanbrengen van duidelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij de thema’s, projectleiders en de algemeen medewerker meer power krijgen waardoor zichtbare resultaten behaald kunnen worden. Daarnaast is door het kiezen van duidelijke bovenlokale aanspreekpunten voor de verschillende thema’s een duidelijke structuur ontstaan die de efficiëntie en transparantie alleen maar kan bevorderen. Tevens is in hoofdstuk 3 een nieuwe uitvoeringsstructuur uitgewerkt die moet leiden tot de gewenste verbeteringen. In de komende periode zullen bij het Projectbureau projectleiders aangesteld worden voor de thema’s “Ruimte voor bedrijven”, “Infrastructuur”, “Innovatie en ondernemerschap”, “Arbeidsmarkt en scholing” en “Toerisme en recreatie / Promotie en acquisitie” die op basis van jaarlijkse actieplannen de thema’s vormgeven. Hiermee wordt de uitvoering van het programma en de toegevoegde waarde van het nieuwe programma transparanter en zichtbaarder. De Stuurgroep zal jaarlijks haar prioriteiten in het programma kunnen aanbrengen. Voor het nieuwe zesde thema “Regionaal aanspreekpunt” wordt voorgesteld een algemeen medewerker aan te stellen die de IJmond regio vertegenwoordigt bij rijksbeleidsontwikkelingen en inspeelt op Brusselse ontwikkelingen.

15

Tevens kan deze persoon ook het eerste aanspreekpunt voor bovenlokale vragen van het bedrijfsleven worden en een coördinatiefunctie voor het bedrijfsleven vervullen naar de lokale overheden. Alle functies zullen voor 24 uur worden ingevuld met uitzondering van de projectleider innovatie en ondernemerschap deze functie zal full-time bezet worden. Dit betekent concreet dat de personeelsformatie van het Projectbureau uitgebreid moet worden van 2,2 fte naar 4,9 fte. Deze uitbreiding wordt gefinancierd uit het totale budget van het programma waarin een verschuiving plaatsvindt tussen het personele en het projecten budget. Hiermee krijgt de regio capaciteit om projecten op te zetten en aan te jagen en kunnen projecten ook daadwerkelijk tot uitvoering komen. In het verleden was het immers zo dat door gebrek aan menskracht het projecten budget onderbesteed bleef. De financiële bijdrage van de partners aan het nieuwe programma blijft per saldo gelijk. Als laatste wordt voorgesteld om de bestuurlijke structuur te vereenvoudigen. Van 27 bestuursleden wordt het nieuwe bestuur teruggebracht naar acht leden en het dagelijks bestuur van de stichting wordt opgeheven.

16

Hoofdstuk 4: Besluiten

In dit hoofdstuk formuleren we de gevraagde besluiten, gebaseerd op de conclusies uit hoofdstuk 2 en 3. Op grond van het gegeven dat: a. alle partijen het belang onderschrijven van een goede regionale samenwerking tussen gemeenten, provincie en bedrijfsleven als het gaat om het stimuleren van de regionale economie, b. de operationele thema’s nog steeds actueel zijn en passen binnen de diverse beleidsprogramma’s, c. in de periode 2005-2007 verbeteringen te verwachten zijn als elk thema voldoende aandacht krijgt en als er meer aansprekende projecten opgepakt worden die zich richten op concrete resultaten, d. er slagvaardiger gewerkt kan worden als de samenwerking tussen de partners verbeterd en de bestuurlijke structuur vereenvoudigd wordt. vragen wij in te stemmen met de onderstaande maatregelen:

1. De bijdragen aan het nieuwe programma, ondanks de inflatie, voor de partners gelijk te houden; 2. De uitvoering te richten op de thema’s “Ruimte voor bedrijven”, “Infrastructuur”, “Innovatie en ondernemerschap”, “Arbeidsmarkt en scholing” en “Toerisme en recreatie / Promotie en Acquisitie” 3. De regionale economische beleidsontwikkeling in het nieuwe programma onder te brengen; 4. De thema’s via jaarplannen te prioriteren en aan te sturen; 5. Binnen het budget een verschuiving te laten plaatsvinden van het budget projecten naar personele inzet; 6. De Stuurgroep terug te brengen tot acht personen; 7. Het Kernteam op te heffen; 8. Het dagelijks bestuur van de stichting op te heffen.

17

Bijlage 1 In deze bijlage blikken we terug op de periode 2001-2004 van het economisch stimuleringsprogramma IJmond2000+. We bekijken eerst per programmapunt de resultaten van het programma. Vervolgens staan we stil bij het functioneren van het Projectbureau en bij de samenwerking tussen de verschillende partners en de bestuurlijke structuur. Aan het eind van deze bijlage vatten we de belangrijkste conclusies samen. 1. Het programma IJmond2000+ kende de volgende vijf operationele thema’s: Ruimte voor bedrijven; Infrastructuur; Innovatie en ondernemerschap; Arbeidsmarkt en scholing; Toerisme en recreatie / Promotie en acquisitie. IJmond2000+ is gestart in 2001 en loopt tot eind 2004. Halverwege de looptijd zijn de eerste resultaten geëvalueerd in het rapport “Drie keer V = IJmond-economie op hoger plan”. Nu de looptijd van IJmond2000+ bijna voorbij is, staan we nogmaals stil bij de resultaten, met de bedoeling op basis daarvan een advies te geven over de voortzetting na 2004. In het onderstaande gaan we kort in op elk thema. In bijlage 1 vindt u meer gedetailleerde gegevens over de resultaten. Ruimte voor bedrijven Doelstelling van het thema was om voldoende ruimte te creëren voor bedrijfsactiviteiten, door nieuwe bedrijventerreinen te realiseren en oude bedrijventerreinen te herstructureren. Begin 2004 moeten we concluderen dat de ambitieuze doelstellingen die aan het begin van de looptijd geformuleerd zijn niet volledig gehaald zijn (zie bijlage 1). Zo was het de bedoeling om 82 hectare bedrijventerrein te herstructureren. Op dit moment is 35 ha gerealiseerd en is er een eerste aanzet gegeven voor een plan van aanpak voor de herstructurering van het bedrijventerrein “De Pijp”. Achteraf kunnen we concluderen dat de looptijd te kort was om de doelstellingen te kunnen halen. Het creëren en herstructureren van bedrijventerreinen zijn activiteiten die een lange looptijd kennen. Om tot resultaten te komen moet eerst een plan van aanpak gemaakt worden, daarna moeten fondsen geworven worden en vervolgens neemt ook de daadwerkelijke herstructurering veel tijd. Conclusie is daarmee, dat de doelstellingen weliswaar niet gehaald zijn, maar dat achteraf bezien de ambitie te hoog is geweest voor de looptijd van vier jaar.

18

Bereikbaarheid en infrastructuur Doelstelling van het thema was om de bereikbaarheid van de regio op meerdere fronten te vergroten. Het ging daarbij zowel om de fysieke bereikbaarheid, bijvoorbeeld over de weg, maar ook over digitale bereikbaarheid. Bij de start van IJmond2000+ zijn drie knelpunten in de bereikbaarheid aangewezen: de aanleg van de Westelijke Randweg, de tweede weg naar het strand in IJmuiden en de ICT-infrastructuur. In de afgelopen periode zijn veel zaken in gang gezet. Zo hebben de gemeenten de lopende zaken, zoals de Westelijke Randweg en de strandontsluiting opgepakt en heeft onderzoek naar de mogelijkheden van mono-rail tussen de Bazaar en het station Beverwijk uitgewezen dat deze exploitabel kan zijn. Dit onderzoek is ingebracht in de planvorming rond het centrumgebied Beverwijk. Wel moeten we net als bij het vorige thema concluderen dat de ambitie om alle knelpunten in een periode van vier jaar op te lossen te hoog is geweest (zie bijlage 1). Ook het vergroten van de bereikbaarheid en de verbetering van de infrastructuur is een zaak van lange adem. Innovatie en ondernemerschap Het thema Innovatie en Ondernemerschap heeft als doel startende ondernemers te ondersteunen en om reeds gevestigde ondernemers te stimuleren om door middel van innovatie blijvend te investeren in de toekomst. De resultaten van dit thema zijn over het geheel genomen zeer bevredigend geweest. Met name de ondersteuning van ondernemers bij innovatieve ontwikkelingen en de ondersteuning van starters is zeer succesvol verlopen: er is meer ondersteuning geboden dan in de oorspronkelijke doelstelling geformuleerd was. Ook is er een behoorlijk aantal nieuwe banen gecreëerd, hoewel hier de volledige doelstelling niet gehaald is (zie bijlage 1). Dat ook de begeleiding van startende ondernemers succesvol is geweest, blijkt bijvoorbeeld uit het gegeven dat van de 70 personen die begeleid zijn er inmiddels 44 een eigen bedrijf begonnen zijn. Een goed voorbeeld van een innoverende activiteit die een impuls aan het bedrijfsleven heeft gegeven is het project Solea dat zich bezighield met innovatieve tongkweek. Door de goede resultaten van dit project is het bedrijfsleven inmiddels tot uitvoering overgegaan. Het Projectbureau heeft voor deze activiteiten de rol van subsidiegever vervuld. Arbeidsmarkt en scholing Doel van dit thema is vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar aan te laten sluiten door zowel werkenden als werkzoekenden mogelijkheden te bieden om een scholing te volgen. Zo zorgen de projecten ervoor dat werkzoekenden terug kunnen keren in het arbeidsproces en dat werkenden betere kansen hebben om hun baan te behouden. In de afgelopen periode hebben 181 mensen een baan gevonden nadat zij een scholing gevolgd hadden en hebben 160 mensen een bijscholing gevolgd. Hoewel dit natuurlijk goede resultaten zijn, zijn de aantallen achtergebleven bij de oorspronkelijke doelstelling (zie bijlage 1). We moeten constateren dat in veel gevallen de afstand tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zo groot bleek te zijn, dat ze niet in kort tijdsbestek door middel van een scholing voldoende te verkleinen was.

19

Toerisme en recreatie / Promotie en acquisitie De gedachte achter dit thema is dat de werkgelegenheid in de regio een enorme impuls kan krijgen als de toeristische sector versterkt wordt. Dit thema richt zich daarom op het vergroten van de bekendheid van de regio in het algemeen en op het promoten van de regio als aantrekkelijk gebied voor toerisme en recreatie in het bijzonder. In de periode 2001-2004 is het Toeristisch Platform IJmond opgericht. Doel is de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de gemeenten te versterken als het gaat om initiatieven die de toeristische sector kunnen stimuleren. Verder is de regio IJmond ieder jaar prominent aanwezig geweest op de vakantiebeurs. De concrete doelstellingen die aan het begin van de looptijd geformuleerd zijn, zijn echter niet gerealiseerd. Er is veel energie gestoken in voorwaardenscheppende maatregelen, die pas op langere termijn effect hebben op de werkgelegenheid. Wel is de afgelopen jaren met veel succes energie gestoken in de promotie van de IJmond. De imagocampagne “IJmond veelzijdig” is zowel bij het bedrijfsleven als bij de gemeenten goed ontvangen. Ook de billboards zijn een goed initiatief om het imago van de IJmond te versterken. Met het oog op acquisitie is het Projectbureau een aanspreekpunt geweest voor bedrijven die zich in de regio wilden vestigen. Een concreet resultaat is bijvoorbeeld dat met behulp van IJmond2000+ zich onlangs een Koreaans bedrijf in de IJmond gevestigd heeft. Verder zijn geïnteresseerde bedrijven regelmatig in contact gebracht met de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied. Conclusie en evaluatie Op grond van het bovenstaande moeten we concluderen dat er veel werk verzet is en dat er belangrijke successen behaald zijn, maar dat de ambitieuze doelstellingen die aan het begin van de periode geformuleerd zijn niet op alle fronten gerealiseerd zijn. Het is zinvol om stil te staan bij de oorzaken, vooral omdat daaruit af te leiden is welke verbeteringen eventueel aangebracht kunnen worden om in een volgende periode alsnog resultaten te boeken op grond van wat in de afgelopen periode in gang gezet is. Als eerste is geconstateerd dat alle partijen nog steeds het nut en de noodzaak van de vijf operationele thema’s onderschrijven. De inhoud van het programma is weloverwogen gekozen op basis van bestaande knelpunten en kansen in de IJmond. Dit is in de loop van de periode alleen maar versterkt door een verslechterende economie. De partijen zijn er nog steeds van overtuigd dat regionale afstemming bijdraagt aan het oplossen van knelpunten en dat samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en andere partijen van groot belang is. De partijen zijn daarom van mening dat de doelen nog steeds nagestreefd moeten worden en dat het belangrijk is om te achterhalen welke factoren bij kunnen dragen aan een effectiever programma in de periode 2005-2007. Een tweede belangrijke constatering is dat de verwachtingen achteraf gezien waarschijnlijk te hoog gespannen waren. IJmond2000+ is de opvolger van het succesvolle IJmond IJzersterk dat op essentiële punten verschilde van IJmond2000+.

20

Zo had IJmond IJzersterk de beschikking over een kleine 30 miljoen euro aan subsidies, terwijl IJmond2000+ met een budget van ongeveer 3,5 miljoen euro werkt. De personele bezetting werd teruggebracht van zeven naar twee personen, waarmee er minder menskracht beschikbaar was om de projecten te realiseren. De doelstellingen zijn onvoldoende aangepast aan deze realiteit. Verder zijn de doelstellingen op bepaalde punten ook te ambitieus geweest om de eenvoudige reden dat de realisatie van bijvoorbeeld wegen en bedrijventerreinen meer tijd vergt dan vier jaar en omdat de economie in deze periode verslechterde. Maar uiteraard is het niet genoeg om het bij deze constatering te laten. De evaluatie laat zien dat er meer factoren een rol spelen bij het al dan niet behalen van resultaten. Zo is opgemerkt dat de inspanningen vooral op twee van de vijf thema’s gericht waren, te weten het thema “Innovatie en ondernemerschap” en het thema “Toerisme en recreatie / promotie en acquisitie” en dat de andere thema’s onvoldoende aandacht gekregen hebben. Ook is geconstateerd dat er meer aansprekende projecten opgepakt zouden moeten worden die zich richten op concrete resultaten. De evaluatie liet verder zien dat er ook winst te behalen is door aanpassingen te doen bij het Projectbureau, door de samenwerking tussen de partners te verbeteren en door de bestuurlijke structuur te vereenvoudigen. Omdat dit als een belangrijke voorwaarde voor een effectiever programma gezien wordt, blikken we in de volgende paragrafen terug op de rol die het Projectbureau in de afgelopen periode gespeeld heeft en evalueren we de samenwerking tussen de partners en de bestuurlijke structuur. 2 Het Projectbureau Tijdens de looptijd van IJmond2000+ bestond het Projectbureau uit twee mensen: een programmamanager en een projectleider. Het Projectbureau had de volgende opdracht. Projecten met economische impact initiëren. Partners bijeen brengen. Extra gelden naar de regio halen. Op dit moment kunnen we concluderen dat het Projectbureau vooral een duidelijke rol gespeeld heeft als subsidiegever voor projecten die uitgevoerd zijn. Voorbeelden zijn de volgende projecten: IJmond Draaischijf in beweging (thema Infrastructuur); IJmond Digitaal, e-@ctief, Ondernemend IJmond.nl en het project Informatiebeveiliging en Awareness (thema Innovatie en ondernemerschap); Solea en Fish-IC (thema Innovatie en ondernemerschap); De begeleiding van starters door de stichting BIC (thema Innovatie en ondernemerschap); De regiocampagne IJmond Veelzijdig, de brochure “Een zee aan ontspanning”, de website “toerisme-ijmond.nl” en de plaatsing van route-informatiezuilen (thema Toerisme en recreatie / Promotie en acquisitie).

21

Daarnaast had het Projectbureau een begeleidende en subsidiërende rol in het herstructureren van bedrijventerreinen en heeft het veel energie gestoken in het toeristisch platform. Kritiekpunt is dat het Projectbureau vooral projecten van anderen gefaciliteerd heeft en dat het zelf weinig projecten geïnitieerd heeft. Voor de uitvoering van de projecten heeft het Projectbureau sterk geleund op de uitvoerende stichtingen zoals het RTC en het BIC, waardoor haar eigen rol onvoldoende uit de verf is gekomen. Het Projectbureau had vaker de rol van aanjager, initiatiefnemer en projectleider moeten nemen. Een belangrijke oorzaak voor deze tekortkoming is de beperkte personele bezetting van het Projectbureau in combinatie met het gegeven dat het Projectbureau in haar korte bestaan drie projectmanagers heeft zien komen en gaan. Dat is de continuïteit van IJmond2000+ niet ten goede gekomen. Samenvattend kunnen we concluderen dat het Projectbureau met name de rol van subsidiegever goed vervuld heeft, maar dat er in de toekomst winst te behalen valt als het Projectbureau ook de rol vervult van initiator, stimulator, projectmanager, regisseur en fondsenwerver. 3 Samenwerking met andere stichtingen In de IJmond zijn naast IJmond2000+ ook ander stichtingen actief die een duidelijke link hebben met IJmond2000+ en haar partners. De Stuurgroep heeft de taken van deze andere stichtingen te weten Business Implementation Centre (BIC), Regionaal Technologie Centrum (RTC), Stichting Regionale Economie IJmond (SREIJ), Recreatie Uitgeestermeer en Toerisme Wijk aan Zee in beeld laten brengen. Uit een extern onderzoek naar deze stichtingen bleek dat met name het BIC en het RTC onderling een overlap in taken heeft en tevens is er een grote overlap met IJmond2000+. Feitelijk is het zo dat IJmond2000+ de andere stichtingen subsidieert en dat de werkzaamheden van deze stichtingen door commerciële bedrijven worden uitgevoerd. Daarnaast bleek dat er een overlap was van deelnemende organisaties in stichtingbesturen. Hierdoor is er veel vergaderd over dezelfde punten en daarnaast is het voor de buitenwacht niet duidelijk bij wie ze voor welk probleem kunnen aankloppen. Dit alles maakt de uitvoering niet transparant. De Stuurgroep en ook de andere besturen van de stichtingen hebben daarom gezamenlijk geconcludeerd dat alle stichtingen moeten opgaan in een nieuw op te richten stichting. Hierdoor kan de regio slagvaardiger opereren, besturen hoeven minder te vergaderen en zo ontstaat er een aanspreekpunt in de regio voor economische stimulering. De commerciële partijen worden meer op afstand gezet waardoor verantwoordelijkheden beter afrekenbaar worden. 4 De partners en de bestuurlijke structuur Alle partners zijn zich bewust van het belang van een goede samenwerking als het gaat om het stimuleren van de regionale economie. Tussen de diverse partners is dan ook op verschillende punten intensief samengewerkt. Zo hebben de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest en Velsen per 1 januari 2002 hun samenwerking geïntensiveerd.

22

De gemeenten zijn zich sterk bewust van de grote maatschappelijke en economische samenhang in de IJmond en willen door samenwerken een efficiënter en effectiever openbaar bestuur realiseren. Efficiënter doordat sommige taken goedkoper of beter uitgevoerd kunnen worden op grotere IJmond-schaal. Effectiever door krachten te bundelen en door samen de belangen van de regio te behartigen naar andere overheden en maatschappelijke organisaties. De Provincie Noord-Holland heeft met name een rol gespeeld door het Projectbureau financieel te ondersteunen bij het realiseren van projecten. Verder heeft de gedeputeerde een belangrijke bijdrage geleverd als voorzitter van de Stuurgroep. Op andere punten kan de samenwerking nog verbeteren. Zo zouden de partners het Projectbureau meer als samenwerkingspartner moeten gaan zien in plaats van als externe partij en subsidiegever. Ook in de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven valt veel te verbeteren. Verder zou het goed zijn als het bedrijfsleven en de scholings- en kennisinstituten vaker zelf initiatieven tonen. Wanneer de wisselwerking tussen het programma en het bedrijfsleven beter tot stand komt zal dat de resultaten ten goede komen. Tijdens de evaluatie bleek verder dat de bestuurlijke structuur met gemengde gevoelens bekeken wordt. Enerzijds waarderen de partners de functie van ontmoetingsplaats, anderzijds is de structuur te complex in verhouding tot de omvang van het programma en het Projectbureau. De rollen van het Projectbureau en haar bestuur, het Kernteam en de Stuurgroep moeten opnieuw vastgesteld worden. Er valt veel aan slagvaardigheid te winnen bij een eenvoudiger structuur. Samenvattend kunnen we concluderen dat er in de samenwerking tussen de partners het een en ander te verbeteren valt en dat de bestuurlijke structuur vereenvoudigd moet worden om in de nieuwe periode slagvaardiger op te kunnen treden. 5 Samenvattende conclusie Op dit moment, bijna aan het eind van de periode 2001-2004 van IJmond2000+, kunnen we constateren dat alle partijen nog steeds het belang onderschrijven van een goede regionale samenwerking tussen gemeenten, provincie en bedrijfsleven als het gaat om het stimuleren van de regionale economie. Als we terugkijken naar de afgelopen periode moeten we concluderen dat er veel werk verzet is en dat er belangrijke successen behaald zijn, maar dat door diverse oorzaken de ambitieuze doelstellingen die aan het begin van de periode geformuleerd zijn niet op alle fronten gerealiseerd zijn. De verwachtingen waren achteraf gezien te hoog gespannen. Er zijn in de nieuwe periode verbeteringen te verwachten als elk thema voldoende aandacht krijgt en als er meer aansprekende projecten opgepakt worden, die zich richten op concrete resultaten.

23

Verder is geconstateerd dat het Projectbureau met name haar rol als subsidiegever goed vervuld heeft, maar dat er in de toekomst winst te behalen valt als het Projectbureau ook de rol vervult van initiator, stimulator, projectmanager, regisseur en fondsenwerver. De relatie met de andere stichtingen in de IJmond waarmee de partners van IJmond2000+ een relatie hebben kan transparanter en effectiever. De stichtingen BIC, RTC, SREIJ en IJmond2000+ kunnen ondergebracht worden in een nieuwe stichting hierdoor wordt de relatie met de externe commerciële partijen transparanter en ontstaat er door kruisbestuiving binnen de verschillende taken meer daadkracht. Bijlage 1: Resultaten IJmond2000+ in de periode 2001-2004

THEMA UIT
OPERATIONEEL PLAN

DRIE KEER V = IJMOND- TE BEHALEN
ECONOMIE OP HOGER PLAN, RESULTAAT

RESULTAAT PER 01- ER

TAAT

2001-2002

REGIONALE AMBITIE PROJECTEN 2003 -2004 EIND 2004 Verruiming 82 ha. Herstructurering De Pijp geherstructureerde bedrijventerreinen Verbreding 20 ha. nieuwe Zakelijke bedrijventerreinen Dienstverlening, 15.000 m2 bruto Masterplan Beverwijk vloeroppervlak kantoorlocaties Regionaal Acquisitie 500 nieuwe banen Platform (RAP) erbij Bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de IJmond 2003 Brochure “een zee aan ondernemen” Geherstructureerd: 35 ha Nieuw terrein: 0 ha Kantoorlocatie Beverwijk: 0 m2 bruto vloeroppervlak Gerealiseerd: 80 banen

Ruimte voor bedrijven

Infrastructuur

Versterking IJmond draaischijf in Beweging Verruiming Railferry HumberNoordzeekanaalgebied 3 opgeloste knelpunten bereikbaarheid 10 nieuwe banen erbij T.a.v. knelpunt Westelijke Randweg doorbraak. Resterend: 2 knelpunten Gerealiseerd: 0 banen Gerealiseerd: 329 ondersteunde bedrijven 155 banen

Innovatie en ondernemerschap

Versterking Kenniscluster voor Mariene Productie (KCMP)

200 ondersteunde bedrijven 400 nieuwe banen

24

erbij Kennis- en Innovatiecentrum FishIC IJmond Duurzaam IJmond Digitaal: - Ondernemend IJmond.nl Informatiebeveiliging en Awareness Begeleiding starters (BIC-IJmond) Arbeidsmarkt Scholingen Versterking Instroom vakmensen metaal Toeleiding taal & (beroepen) oriëntatie Verbreding Verruiming Blijft een beoordelingscriterium voor projecten Toerisme / Promotie en Acquisitie Versterking Haalbaarheid ontwikkeling HalkadeIJmuiden 50 nieuwe bedrijven Toerisme: 5 banen in de regio gerealiseerd 300 nieuwe banen erbij Haalbaarheid/quick scan 100 banen erbij in Zeeaquarium toerisme Toeristisch platform (IJMOND op de kaart door samenwerking) Verbreding Imagocampagne IJmond Veelzijdig: - IJmond Primeur - Bill Boards - Week van de Zee 2003 - Introductie “IJmondertje” (koekje) Gerealiseerd: 250 (om)geschoolde 181 banen werklozen met baan 500 (bij)geschoolde 160 bijgeschoolden werknemers

25

- flyer met kortingsbonnen van Toeristische attracties - Politiek ontmoet bedrijfsleven - Nacht van Europa - Kunstmanifestatie Vloedmerk - Gemeente Focus (RTL-Z) Vakantiebeurs Utrecht 2003 Digitale routeinformatiezuilen Verruiming Economische impact Beverwijkse Bazaar

26

27