ECONOMISCH BELEID EN ACQUISITIE GEMEENTE DORDRECHT Juni 2004

Rapport 5

Experts: Bob Verburg Ben Westerdijk

ECONOMISCH BELEID EN ACQUISITIE GEMEENTE DORDRECHT

1.

DE OPDRACHT................................................................................................................3 1 a. De opdracht uit de overeenkomst.................................................................................3 1 b. De realisatie van de opdracht/ werkwijze .....................................................................3

2.

KEUZES MAKEN .............................................................................................................4

3.

“DORDRECHT MAAKT ZICH KLAAR VOOR DE REGIO “ ...........................................6 3 a. Shipping Valley en Dordrecht Maritiem .........................................................................6 3 b. Toeristische ontwikkelingen...........................................................................................7 3 c. Ondernemersloket .........................................................................................................8 3 d. Marketing ....................................................................................................................10 3 e. Bedrijventerreinen en zakelijke dienstverlening...........................................................11 3 f. Kennis en innovatie ......................................................................................................12 3 g. De eigen organisatie....................................................................................................13

LIJST VAN GEÏNTERVIEWDEN ...........................................................................................15

2

1. DE OPDRACHT
1 a. De opdracht uit de overeenkomst In de periode 1999 – 2003 kende de gemeente Dordrecht een lagere groei van de bedrijvigheid dan de andere grote en vergelijkbare steden. Er is dan ook sprake van twijfel over de effectiviteit van de huidige aanpak van het economisch beleid. In januari 2004 is het rapport ´Samen Stad´ van de commissie Dijkstal verschenen. Dit rapport geeft advies over de samenwerking in de Drechtsteden. De belangrijkste bevindingen van de commissie zijn, voor zover relevant voor deze opdracht van het expertteam dat er geen duidelijke en gedeelde richting is waar de samenwerking op gebaseerd is, en waar besluiten aan gestaafd kunnen worden. Er zijn geen gezamenlijke prioriteiten gesteld en de ambities zijn nagenoeg niet financieel vertaald. De plannen die er zijn, en dat zijn er vele, komen in uitvoering niet van de grond. Op 15 maart 2004 hebben de gemeente Dordrecht en het expertteam uitvoering Grotestedenbeleid een overeenkomst gesloten, waarin de volgende opdracht staat geformuleerd: De gemeente Dordrecht wil een versterkte inspanning plegen op de uitvoering van het economisch beleid. Het expertteam is gevraagd een richtinggevend advies uit te brengen waarin de randvoorwaarden voor succes worden aangegeven. Het wiel hoeft echter niet opnieuw uitgevonden te worden. Langs drie sporen zal gezocht worden naar verbeterpunten. 1. Het doorlichten van de gemeentelijke organisatie, met name de wijze van werken. Op basis van een interviewronde en best practices bij andere steden zullen aanbevelingen voor de wijze van acquisitie worden gedaan. 2. Het op basis van aanwezig materiaal en enkele discussiebijeenkomsten zoeken naar aangrijpingspunten voor versterking van de netwerken. 3. Het op basis van enkele discussiebijeenkomsten bezien wat er op het gebied van Citymarketing/city-branding al gebeurt en hoe dat eventueel beter kan. De bovengeschetste aanpak zal leiden tot een beknopte rapportage waarin de nodige aanbevelingen zullen worden opgenomen. Deze eindrapportage voorziet hierin.

1 b. De realisatie van de opdracht/ werkwijze De drie basisvragen van de opdracht voor het expertteam gaan over het ‘hoe’. Wat moet de gemeentelijke organisatie veranderen c.q. oppakken om daar te komen waar ze komen wil. Voordat de vraag van het hoe beantwoord kan worden, zal eerst de vraag ‘waarheen’ beantwoord moeten worden, evenals die van de ‘condities waaronder’. Waar wil de gemeente heen en met welke werkelijkheden heeft de gemeente dan te maken. De kern van de activiteiten van de experts lag in het voeren van gesprekken zowel in de organisatie als in het veld. Deze gesprekken zijn vooraf gegaan door het kennisnemen van de documenten aangeleverd door het ambtelijk begeleidingsteam GSB Dordrecht Vanuit de gemeente komt naar voren dat de resultante van het economisch beleid moet zijn:

3

het halen van meer werkgelegenheid naar stad en regio. Men wil een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn door het bieden van een goed pakket en juiste mix van aansprekende vestigingsplaatsfactoren voor bedrijven. Tevens wil men een stad waar bezoekers en toeristen graag komen en wat langer willen verblijven. Een stad waar de mogelijkheden om het uitgavenpotentieel van toerist en recreant verder worden benut dan tot nu toe en ook de mogelijkheden voor recreatie en toerisme substantieel worden uitgebreid. Zoals blijkt uit de vraagstelling aan het expertteam is de gemeente zich er van bewust, dat het willen boeken van resultaat op economisch terrein gevolgen kan hebben voor de positionering van het beleidsveld economie (in ruime zin) in de eigen organisatie . De aanpak van de experts was een praktische. Na lezing van de nota’s en notities die over het economisch beleid zijn verschenen in de gemeente Dordrecht, zijn de experts gesprekken gaan voeren zowel intern als extern. De gesprekken waren er op gericht om scherp te krijgen: welke factoren en actoren van invloed zijn (welke personen, wat is het blikveld) op het succes en niet succes van het economische beleid of er een gedeeld gevoel van urgentie aanwezig is om dit probleem aan te pakken waar de grenzen, beperkingen en de tegenstellingen liggen, dus hoe het ‘speelveld’ er bij ligt waar men warm voor loopt, hoe momenteel wordt gewerkt en hoe de boodschap wordt overgebracht waar de gemeente kan leren van successen en eventuele missers.

Gedurende het traject is regelmatig teruggekoppeld over bevindingen met een daarvoor gevormde ambtelijke werkgroep.

2. KEUZES MAKEN
De belangrijkste stap die de gemeente Dordrecht zal moeten zetten is het maken van keuzes binnen de pijler economie. Het gaat dan vooral om het vaststellen van outputdoelstellingen voor de korte termijn met een doorkijk naar de middellange termijn. Het komende convenant inzake de GSB III- periode biedt hiertoe natuurlijk alle mogelijkheden, en kan daarmee als voertuig hiervoor dienen. In dit rapport geven de experts van het expertteam aan wat in hun ogen de keuzes zijn die de gemeente Dordrecht zou moeten maken. De keuzes die zij presenteren zijn het resultaat van de gesprekken die de experts gevoerd hebben en het beeld wat daaruit naar voren is gekomen. De experts hebben zich hierbij laten leiden door de bijdrage die acties kunnen leveren aan de stedelijke en regionale economie en werkgelegenheid. Dat is immers het kerndoel van het economisch beleid van de gemeente Dordrecht. Het beeld dat naar voren kwam uit de diverse gesprekken is in de volgende steekwoorden samen te vatten. Het economisch beeld van Dordrecht: De werkloosheid onder de laagopgeleiden ligt boven het landelijke gemiddelde Er zijn relatief veel starters

4

Er is geen toeristisch bedrijfsleven van betekenis. De evenementen geven vooralsnog geen toeristische aanhechting De betekenis van de binnenvaart wordt onvoldoende erkend en herkend Dordrecht is een historische stad, wat kansen biedt voor de versterking van de binnenstedelijke economie. Dordrecht vormt een fysiek multi-modaal knooppunt en zal daar economisch gezien meer van kunnen profiteren Het baggerbedrijfsleven heeft zijn bakermat in de regio

Ten aanzien van de organisatie en het economisch beleid: De voorstellen van de commissie Dijkstal moeten verder worden opgepakt om de regionale samenwerking veel krachtiger te maken. Een omslag moet gerealiseerd worden naar een sterke regionale uitvoeringsorganisatie. Er is geen herkenbare economische eenheid in de gemeentelijke organisatie Er is geen economisch profiel van betekenis gedurende lange tijd en waar ook iedereen achter blijft staan Dordrecht richt zich te veel op de onderkant van de markt hetgeen zijn weerslag heeft op het type bedrijfsleven en winkelbestand . Het ondernemersloket heeft potentie, en dat wordt door velen ook zo gezien.

Economische kansen en bedreigingen voor Dordrecht Dordrecht is onvoldoende in beeld in ondernemersland en het imago is onder de maat. Lokaal economisch beleid moet altijd geplaatst worden in het regionaal economisch perspectief,als grootste stad moet Dordrecht de leiding daartoe nemen. De Drechtsteden moeten worden bezien als een bedrijfsregio. De economische spin-off van de Biesbosch-gebieden wordt onvoldoende benut De economische spin-off van de molens van Kinderdijk, gelegen tussen Rotterdam en Dordrecht, wordt onvoldoende benut Water moet veel meer gezien worden als een economische drager ook voor cruisevaart en watertoerisme. Dat moet zich met name vertalen in een versterking van de fysieke infrastructuur . Dordrecht moet zich meer kunnen richten op het generen van kennis van buiten en aansluiting zoeken bij economische c.q. ondernemersnetwerken. De huidige netwerken zijn nogal oligarchisch gericht wat een belemmering kan zijn voor vernieuwing De Dordtse zeehaven is een kleine speler in relatie tot het gehele deltahaven gebied. Het havenbeleid moet dan ook gezien worden als onderdeel van het economisch beleid en er moet samenwerking gezocht worden met de sterke partners in de havenregio. De externe bereikbaarheid van Dordrecht wordt door de toenemende congestie als beperkend ervaren. Maar ook de interne bereikbaarheid wordt als een belemmering gezien voor de ontwikkeling voor meer kwaliteit in de binnenstad Ten aanzien van bedrijfsterreinen is het beeld dat ze of verouderd zijn of nieuw zijn en leeg staan. De herstructurering van bedrijventerreinen kan adequaat deels opgepakt worden en deels krachtig voortgezet worden nu Dordtse zeehaven door het ministerie van Economische zaken als prioritair gebied is aangewezen en door de Provincie financiering voor upgrading mogelijk is. De afwezigheid van hoger onderwijs in de breedte wordt als een gemis ervaren. Maar het (v)mbo onderwijs biedt kansen. De plannen voor onderwijsleerbedrijven

5

bevorderen niet alleen het ambacht maar kunnen, passend bij de economische speerpunten, ook een bijdrage leveren aan een versterking van het kenniscluster.

3. “DORDRECHT MAAKT ZICH KLAAR VOOR DE REGIO “
Dit is het centrale thema dat gekozen wordt voor de het economisch beleid dat gemeente Dordrecht voorstaat. De onderliggende thema’s en actiepunten moeten dan ook gezien worden als opmaat richting het regionaal economisch beleid.

3 a. Shipping Valley en Dordrecht Maritiem Shipping Valley is een uitstekend concept dat profiel geeft aan het maritiem economisch cluster. Het sluit aan bij wat Dordrecht door de geschiedenis heen sterk gemaakt heeft. Het moet vandaag wederom een herkenbaar economisch speerpunt worden. Dat betekent dat er bereidheid moet zijn om beleid in daadkracht om te zetten, om vast te blijven houden aan de uitgangspunten, dat ook over “de dijk ” gekeken moet worden om het in een regionaal perspectief te houden. Binnen het clusterprogramma Shipping valley kan het Dordrecht Maritiem programma vorm krijgen door brede politieke en bestuurlijke steun voor watergebonden bedrijvigheid. Dat zal dan uitwerking moeten krijgen in concrete uitvoeringsprogramma’s die gericht zijn op thema’s als de binnenvaart en short-sea vaart, het watertoerisme, de cruisevaart, cultuur, de Biesbosch, wonen op het water, refitt en reparatiewerven, het baggercluster, onderwijs en innovatie. In Dordrecht zal men duidelijk moeten kiezen voor een maritiem cluster beleid, en men zal moeten leren van de ervaringen van een aantal hieronder genoemde projecten. Zo heeft de Stichting Nederland Maritiem Land te Rotterdam veel expertise om steun te geven op basis van strategische verkenningen uitgevoerd door Policy Research Corporation te Rotterdam. Deze strategische verkenningen zijn ook gedaan in opdracht van de provincie Noord-Holland hetgeen geresulteerd heeft in het programma Noord-Holland Maritiem. Ook de gemeente Alkmaar is succesvol met het programma Alkmaar Maritiem. De gemeente Utrecht wil met het parkhavenproject het maritieme gezicht versterken. En tot slot is men in Leeuwarden- Zuiderburen een wonen op water ontwikkeling gestart. In Engeland is floating-homes een nieuwe lifestyle ontwikkeling. De binnenvaart heeft toekomst. De bedrijfstak ontwikkelt zich voorspoedig, kenmerkt zich door relatief veel private gezinsbedrijven. Transport per schip is goedkoper, milieuvriendelijker en soms ook voor grote hoeveelheden sneller dan over de weg of rail. Dordrecht en de overige Drechtsteden zijn nog steeds een belangrijke “thuisbasis”. Acties: De volgende acties zullen door Dordrecht in gang moeten worden gezet, wil men het concept ‘ Shipping Valley’ los kunnen trekken: 1. De bagger, binnenvaart (en shortsea) en watersport vormen de drie speerpunten voor Shipping Valley 2. Realisering van overnachtingsfaciliteiten voor binnenvaart. 3. Concentratie van een servicecluster met reparatie en refitt faciliteiten (serviceketen binnenvaart). 4. Op het Leerpark een maritiem kennis- en innovatiecluster (PPS constructie) voor de binnenvaart opzetten, gekoppeld aan het bestaande VMBO onderwijs en het

6

Scheepvaart- en Transportcollege, met ondersteuning van de Hogeschool InHolland. Het kenniscluster zou ook de externe veiligheidsaspecten(in relatie tot water)tot zijn aandachtsgebied kunnen rekenen. 5. Scheiding van kadeaanlegplaatsen van binnenvaart en cruisevaart. 6. Er moeten stevige samenwerkingsrelaties gezocht worden met het verzelfstandigde Havenbedrijf Rotterdam op onderdelen van promotie en acquisitie (zowel droog als nat) en de Port Promotion Council. 7. Op middellange termijn moeten onderdelen van het havenbedrijf Dordrecht verzelfstandigd worden. Het havenbedrijf moet veel meer gezien gaan worden als onderdeel van een groter economisch geheel. De PWA-kade zou bijvoorbeeld als eerste de vorm van een aparte werkmaatschappij ontwikkeld kunnen worden. 8. Nieuwe jachthavens moeten mogelijk gemaakt worden zowel aan de rivierenkant (staande mast route) als aan de Biesbosch kant. 9. Het project de stadswerven is een uitstekende mogelijkheid voor een tweede kenniscluster (PPS constructie) gericht op de watersport met een servicecluster en watersportmuseum (zowel historisch als moderne watersport). Het versterkt deze bedrijfstak en draagt bij aan “water als economische drager”. Op deze manier worden tevens verbindingen gelegd met de cultuur van de oude stad. 10. Op middellange termijn een diversiteitsslag in het wonen door mogelijkheden van wonen op het water te realiseren.( drijvende waterwoningen is een nieuwe life style vorm).Dit geldt uiteraard niet voor de locaties waar bedrijvigheid prioriteit moet hebben 11. Dordrecht Maritiem(samen met maritiem bedrijfsleven) ook inzetten voor marketing naar bedrijfsleven (altijd verwijzen naar Shipping Valley) en toerist. ”Be good and tell it” geldt ook hier.

3 b. Toeristische ontwikkelingen Alhoewel watertoerisme ook al bij het thema Shipping vallley en Dordrecht maritiem is besproken, wil dit niet zeggen dat het daarom niet geïntegreerd bij het onderdeel toerisme thuishoort. Toerisme en recreatie behoren in de visie van de experts tot het cluster economie. Het moet bijdragen aan stedelijke economie en meer economisch toegevoegde waarde ook in termen van werkgelegenheid opleveren. De kracht van Dordrecht ligt erin om water en cultuurhistorie meer aan elkaar te verbinden. Het zijn pijlers die in gezamenlijkheid die toegevoegde waarde kunnen leveren. Steden als Haarlem en Gouda, zijn daar al aardig in geslaagd. Het betekent niet dat het dan geen regionale componenten heeft. De molens van Kinderdijk hebben een grote potentie om bezoekers vervolgens naar Dordrecht te krijgen. Opvallend ten aanzien van dit thema is dat de VVV bijna volledig afhankelijk is van de overheid. Er is nauwelijks tot geen toeristisch bedrijfsleven omdat er o.m.geen verblijfstoerisme is en de horeca gemiddeld op een te laag niveau zit. Ook in Zaanstad wordt gepoogd om de bezoekers van de Zaanse Schans de stad in te krijgen. Dordrecht is terecht trots op het succes van haar evenementen. Deze evenementen zouden echter meer economisch toegevoegde waarde op kunnen leveren. De evenementen dragen wel bij aan meer bekendheid, maar het terugkeerbezoek is beperkt en het levert geen duidelijke duurzame impuls op voor de horeca.(als zo ongeveer bijna het laatste hotel de tent sluit, is er toch echt wat aan de hand)

7

De Biesbosch is een uniek recreatiegbied, maar wordt onvoldoende herkend als ook iets van Dordrecht. Kortom er moet een meer duurzame toeristische onderstroom komen. De experts hebben gemerkt dat beleid en uitvoering vaak te ver uit elkaar liggen. Dit heeft tot een gefragmenteerde aanpak geleid, met het te weinig benutten van economische kansen. Toerisme en recreatie moet daarom in de uitvoering meer vanuit het cluster economie worden benaderd. Acties: De volgende acties zullen door Dordrecht in gang moeten worden gezet om de mogelijkheden van recreatie en toerisme optimaal uit te nutten:

1. De uitvoering van binnenstadsbeleid(stadswerven) zou bij voorkeur in een vorm van ontwikkelingsbedrijf moeten geschieden waarin met name bedrijfsleven in participeert.Van het bedrijfsleven mag verwacht worden dat zij kennis heeft van de markt en risicodragend wil investeren. Een ambitieus project als de stadswerven zou op die manier versneld kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is Cape Holland in Den Helder, mogelijk gemaakt door overheden en bedrijfsleven samen. 2. De toeristische as water – cultuurhistorie zal steeds vanuit het economisch belang moeten worden opgepakt. De benadering moet ook gekanteld worden : van aanbod gericht naar vraaggericht. 3. Kinderdijk als toeristisch knooppunt moet voortvarend vanuit regioverband opgepakt worden.(Ook hier geldt dat een ontwikkelingsbedrijf tot versnelling zal leiden.) Het versterkt daarmee de samenwerking in de Drechtsteden, is een impuls voor de cruisevaart en kan een verbinding zijn voor de bezoekers van Kinderdijk (nu 500.000) met Dordrecht als oudste stad. 4. De evenementen zijn een goed vertrekpunt maar ook hier geldt weer dat het niet alleen moet gaan om het imago van de stad maar veel meer om het economisch gewin. Het leidt niet tot extra bestedingen in de stad ,er zit geen marketing beleid achter, het geeft wel drukte maar niet of weinig gewin. Er moet dus derhalve een andere aanpak komen. Het moet een logisch onderdeel zijn van het marketing beleid en onderdeel van de vernieuwde economische sturing(paragraaf 3g) 5. Het bedrijfsleven is teveel afwezig. De overheid kan het niet alleen. De overheid heeft als belangrijke taak om het vertrouwen van financiers en risicodragende marktpartijen te winnen en waar te maken. Het moet de moeite waard gevonden worden om in Dordrecht te investeren.Ook hier geldt dat het een essentieel onderdeel is van het marketing beleid. 6. De recente nominatie voor de volgende Floriade biedt nieuwe kansen voor het toerisme en zal mits goed opgepakt een multipliereffect hebben op investeringen en voorzieningen.Het levert een toeristische recreatieve verbinding tussen Kinderdijk, Groothooft en de Stadswerven. Ook al wint Dordrecht en de Drechtsteden de nominatie niet dan is uitvoering van het plan toch geboden . 7. Dordrecht is de stad van de reformatie, ook internationaal is dat van betekenis .Het levert een specifiek segment toeristen op waarin Dordrecht niet concurrerend is met andere steden. Ook hier geldt “be good an tell it”, met bescheidenheid kom je niet ver.

3 c. Ondernemersloket Het ondernemersloket geeft de gemeente Dordrecht de mogelijkheid om op zeer korte termijn met de economische promotie en acquisitie een stap te zetten.

8

Het ondernemersloket is er namelijk in geslaagd in een relatief korte tijd bij velen een indruk te geven dat het een potentie heeft mits het maar door wordt ontwikkeld. Het moet vooral ook een facilitair punt worden voor het bedrijfsleven. Het is het eerste fysieke punt waar Dordrecht kan laten merken dat het ondernemers veel te bieden heeft. Mede door zijn huidige plaats in de organisatie blijft de scoop waarin gewerkt te beperkt. De verbreding van de werkwijze, de bereikbaarheid en toegankelijkheid alsmede de toerusting van de medewerkers zullen vooral de factoren zijn die de kwaliteit van en waardering voor het loket zullen gaan bepalen. Het succes wordt mede bepaald door de wijze en door het tempo van behandelen en afhandelen van vergunningen etc. in onderdelen van de ambtelijke organisatie. In de opmaat naar meer regionaal economisch beleid is het van belang dat meer in termen van de totale bedrijfsregio wordt geredeneerd. Aan de andere kant zullen ondernemers moeten ervaren en merken in de contacten dat Dordrecht de economische ontwikkeling belangrijk vindt. Het loket moet alert zijn op de vertaling van beleid naar uitvoering. Het is een loket van en voor ondernemers waarbij de locatie ook die uitstraling moet hebben. Het is een loket voor promotie en acquisitie. Verbindingen met nieuwe beleidsontwikkelingen in het cluster van Leerpark, Gezondheidspark en Sportboulebard maar ook de Stadswerven kunnen incentives zijn voor nieuwe bedrijfsontwikkelingen op bijv het terrein van private zorgvoorzieningen , life style en vrijetijds bedrijven.

Acties: 1. Het ondernemersloket moet zich verder profileren. Het moet zich sterk verbreden en verkoop grond mag niet meer de enige “drive” zijn. Promotie en acquisitie moet opgepakt worden door professionals die zich richten op het aantrekken van nieuwe bedrijven.Zij opereren vooral in de markt. De acquisiteurs begeleiden ook bedrijven die willen verplaatsen of uitbreiden. 2. Een versterking moet derhalve worden gevonden door te werken met goed ingevoerde accountmanagers. Dat wil zeggen goed ingevoerd in de relevante netwerken en koppelingen met de bedrijfsregio, de havenregio en de Kamer van Koophandel. 3. De gemeente heeft zich terecht veel moeite getroost om een vestiging van de Kamer van Koophandel in Dordrecht te behouden. Het is maar de vraag of bij volgende reorganisaties de Kamer zijn vestiging in Dordrecht zal behouden. De gemeente moet er alles aan doen om bij de uitvoering van haar beleid de Kamer haar rol te kunnen laten vervullen. 4. Het ondernemersloket/bedrijvencontactpunt zou dan ook geplaatst moeten worden in het kantoor/locatie van Kamer van Koophandel. De bedrijfs-contactfunctionarissen c.q. accountmanagers opereren vanuit die vestigingslocatie. Zij moeten goed ingevoerd zijn in het bedrijfsleven, dat betekent dat ze weten wat er speelt en assertief reageren. Maar zij moeten ook makkelijk in de eigen ambtelijke organisatie kunnen opereren. Men moet dus zowel intern als extern goed kunnen functioneren. Assertiviteit, acquisitie en resultaat gericht, faciliterend aan het bedrijfsleven zijn primaire kenmerken van de bedrijfs-contactfunctionarissen. 5. Succescritera (doelstellingen formuleren en daarop afrekenen) moeten derhalve niet alleen meer gericht zijn op verkochte grond, maar ook op werkgelegenheidscijfers, startende ondernemers, nieuw vestigingen, effecten bedrijfsregio en havenregio.

9

3 d. Marketing In de citymarketing valt op dat het geen economische doelstelling heeft. Ook dit wordt alleen vanuit het cultuurhistorische vlak benaderd. De economische kant zou hier veel meer over het voetlicht moeten komen. Door dat te doen kan Dordrecht relaties leggen met het water/havens en het winkelgebied. De gemeente Maastricht is er bijvoorbeeld goed in geslaagd om bij haar marketing de relatie te leggen tussen cultuurhistorie/ water en het winkelbestand. Het valt op dat in de communicatie vooral aan het corporate image (“branding “) van de stad is gewerkt. Op zich zelf is niets op tegen maar onvoldoende wordt de vraag gesteld wat wil ik er mee bereiken. En bereik ik dat ook op deze manier. Bereik ik op deze manier de investeerders, is er vraag naar vestigingsmogelijkheden, vindt er een kwaliteitsslag plaats in de horeca etc. Experts adviseren om zeer scherp de positionering van Dordrecht,de branding,het imago te sturen vanuit de corporate image benadering met sturing vanuit het Bestuur. De marketing (in economische zin) van stad en bedrijfsregio moet sterk pro actief en assertief zijn en derhalve economisch aangestuurd worden.. Het Dordrecht marketing beleid moet derhalve tot doel hebben de economische potenties en de kansen en mogelijkheden voor ondernemers en bedrijfsleven te etaleren. Het moet dan ook gedaan worden vanuit het verbrede ondernemersloket die voldoende voeling heeft met het bedrijfsleven, weet wat daar leeft en derhalve in het takenpakket van promotie en acquisitie thuis hoort. Het geschiedt vanuit een vernieuwde economische sturing (zie ook 3g/actie 2 economische sturing).

Acties:

1. Promotie en acquisitie moeten in termen van marketing hand in hand gaan. Het imago van Dordrecht is onder de maat. Er is geen Dordrecht marketing magazine. Het zou gewenst zijn om voor de bedrijfsregio Drechtsteden dat wel te hebben. Kijk hiervoor bijvoorbeeld naar het Noordkop-magazine en als dat teveel tijd en inspanning kost, zou gestart kunnen worden met een stadsmagazine (zoals Lelystad of Alkmaar). 2. Meedoen met handelsmissies, bedrijfsbezoeken afleggen, jaarvergaderingen van ondernemers of werkgeversverenigingen faciliteren zijn voorstellen die direct kunnen worden opgepakt. Hierover kan Dordrecht dan weer wat laten zien en horen in het magazine. 3. Maak samen met de kamer van koophandel een programma om topsprekers uit het bedrijfsleven binnen te halen en maak daar een jaarprogramma van 4. Het Dordrecht(Drechtsteden)magazine moet vooral een produkt zijn van het ondernemersloket. Het is belangrijk vanaf het begin de interactie in/met de bedrijfsregio en havenregio aandacht te geven in dit magazine. .

10

3 e. Bedrijventerreinen en zakelijke dienstverlening De juiste mix van een aantal vestigingsplaatsfactoren zijn van invloed op het vestigingsgedrag van ondernemers. De fysieke bereikbaarheid , maar ook de ICT(breedband)bereikbaarheid zijn primaire harde factoren. Goed inzicht in de beschikbaarheid van arbeidskrachten, de juiste arbeidsmoraal, het cultuuraanbod in de stad, de kwaliteit van de zorgvoorzieningen, het onderwijsaanbod, de weekendrecreatiemogelijkheden, het niveau van de horecavoorzieningen (hotels en restaurants) , de veiligheid, de kwaliteit van de openbare ruimte, parkmanagement en vervoersmanagement zijn voorts vestigingsplaatsfactoren die van invloed zijn . De herstructeringsopgave is groot. De fondsen die de provincie beschikbaar stelt zijn een belangrijke impuls, ook de aanwijzing van het rijk dat Dordrecht prioritair gebied is in de herstructureringsopgave zal de uitvoering alleen maar kunnen c.q. moeten versnellen. Ook hier geldt dat de weg van beleid naar uitvoering het best kan geschieden door een werk c.q. ontwikkelingsmaatschappij. In het laatste thema wordt verder ingegaan wat dat betekent voor de regionale ontwikkelingsmaatschappij. Er wordt wisselend geklaagd over de bereikbaarheid. De externe bereikbaarheid zou vooral bij de afrit s-Gravendeel (knooppunt N3/A16) verbeterd moeten worden. De interne bereikbaarheid (binnenstad) wordt als remmend gezien voor een goed en kwalitatief vestigingsklimaat. Dordrecht heeft geen aantrekkelijke en uitnodigende “poorten” bij binnenkomst stad. Dat maakt het noodzakelijk daar toch inzet op te plegen omdat een uitnodigende “poort” wervend werkt. Het algehele economische klimaat is momenteel niet best , dat is een factor die sterk de vraag naar ruimte voor ondernemers negatief beïnvloed. Dat laat onverlet dat gerichte promotie wel doorgezet moet worden. Dat vertaalt zich dan in acquisitiesuccessen bij terugkerende economische groei van enige betekenis.

Acties: 1. Nadat beleid inzake herstructureringsopgave en planning bedrijventerreinen is vastgesteld, zal Dordrecht vooral uitvoeringsgerichte maatregelen moeten nemen middels een zelfstandige werkmaatschappij. 2. De (nieuwe) zakelijke dienstverlening lokaties moeten vooral gepromoot worden samen met private partijen vanuit het oogpunt wat Dordt te bieden heeft aan unieke vestigingsplaatsfactoren. 3. De zakelijke dienstverlening lijkt in eerste instantie vooral te kijken naar de bereikbaarheid, parkeren en ICT en telecomvoorzieningen. Kijk hiervoor naar de goede voorbeelden van Geldermalsen en Breda. Probeer geen kopie te maken van de bedrijfsontwikkeling langs de A15(dozenbouw). 4. Prioriteit moet gegeven worden aan inzet op realisatie verbetering van de bereikbaarheid bij het knooppunt N3/A15. Verbetermogelijkheden van de bereikbaarheid van en parkeren in de binnenstad zal vanuit het marketingbeleid moeten worden aangegeven. 5. Na de ontwikkeling van de call-centers is er nu een beweging om centralisaties van administraties na te streven. Bedrijven met meerdere vestigingen en decentrale

11

administraties willen deze concentreren uit kosten en efficiencyoverwegingen. De vestigingsplaats van zo’n centralisatie is niet zozeer gebonden aan de andere operationele zaken van het moederbedrijf en kan dus de ‘beste’ plaats zoeken.

3 f. Kennis en innovatie De nadruk op kennis en innovatie is alom aan de orde. Het kabinet heeft het innovatieplatforum geinstalleerd. Vele grote steden hebben diverse varianten van kennis en innovatiekringen opgericht. De provincie heeft een ambitieus programma ontwikkeld. De opgave is echter om niet te stranden in aardige praatclubjes. Het gaat er om de economische ontwikkeling aan de beschikbare kennisinfrastructuur te koppelen. Met de aanwezigheid van relatief veel starters, de plannen rond het leerpark, zorgpark, de stadswerven, de economische clusters in Shipping Vallley/Dordrecht Maritiem heeft Dordrecht de potentie om op onderscheiden terreinen en locaties tot succesvolle koppelingen te komen. Als kennis onvoldoende aanwezig dan zal de kennis van buiten moeten komen. Hogeschool Inholland en ook andere instellingen van hoger onderwijs zullen zeker bereid zijn daar waar mogelijk die input te leveren.(zie:. het Industriele Kennis en Technologiecentrum Zaanstad). Breedbandtoegankelijkheid is ontegenzeggelijk van buitengewoon belang als onderdeel van de kennisinfrastructuur. In verschillende gemeenten (bijv Deventer, Hilversum) lopen breedbandprojecten. Dordrecht heeft zijn eigen programma van ICT en de stad.De Europese Commissie stelt in het nieuwe Europees programma eContentplus gelden beschikbaar voor breedband.

Acties: 1. Er is ruimte voor een kenniscluster op het Leerpark(binnenvaart) en de Stadswerven (watersport). Op het Gezondheidspark is ruimte voor een kenniscluster voor life style. De gemeente zal deze ontwikkelingen in belangrijke mate moeten faciliteren en stimuleren. 2. Een kenniscluster moet bij voorkeur aan een starterscentrum gekoppeld worden. Gelet op ervaringen elders is dat namelijk de basis voor de vorming van een business innovatiecentrum (zie: RTC IJmuiden, Immovator Hilversum.). Dit centrum (BIC) omvat de gehele keten dus inclusief de kapitaalverkrijging en de marktresearch. Een sterke PPS constructie is derhalve noodzakelijk. Het BIC is ook een regionaal georiënteerd kennis-en activiteitencentrum dat programma’s organiseert die bijdragen aan de versterking van de sociale- en economische structuur van de regio. Derhalve is deze ontwikkeling ook een opmaat voor het regionaal economisch beleid. De beleidsvoorstellen voor de creatieve stad zijn een goede aanvulling om tot netwerkvorming te komen voor innovatieve ondernemers in de onderstroom. Het BIC en de Drechtse kenniskamer kunnen daaraan een bijdrage geven. 3. Ook hier is weer een speerpunt het opzetten van nieuwe netwerken tussen het bedrijfsleven onderling en het bedrijfsleven en het onderwijs. Deze activiteit moet vanaf het begin op regionaal niveau plaatsvinden. Aanbevolen wordt een netwerk te stimuleren waar praktische kennis wordt uitgewisseld tussen bedrijfsleven en onderwijs. Lezingen en bijeenkomsten over uiteenlopende onderwerpen bieden hier bijvoorbeeld mogelijkheden voor. Leren van elkaar is het motto. Weten wat er bij de ander leeft.

12

4. Dit gebeurt in samenwerking met de Kamer van Koophandel en het relevante bedrijfsleven en onderwijsorganisaties bijvoorbeeld onder de naam: De Drechtse Kenniskamer: de basis voor ambities en innovaties. 5. Uiteraard zullen er op nog andere onderscheiden terreinen innovaties mogelijk zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de bagger.

3 g. De eigen organisatie De voorgestelde actiegerichte thema’s hebben hun effecten op de interne organisatie. De organisatie is individueel overtuigd van de geweldige bijdrage die wordt geleverd. De experts zijn overstelpt met nota’s en programmatische uitwerkingen. De experts zijn een “ja maar “ cultuur tegengekomen. Veel beleid , maar beperkte daadkracht. Aandacht voor de economie heeft tot voor kort niet echt gespeeld. Ook het rapport Dijkstal maakt melding van veel beleid met weinig daadkracht. In het zittende college is door de vorming van een afzonderlijke portefeuille economische zaken een begin gemaakt op dat terrein. De ambtelijke organisatie heeft kenmerken van een oligarchische bureaucratie.Al eerder is geconstateerd ( paragraaf 2) dat het huidige netwerk oligarchisch gericht is.Dat leidt tot de conclusie dat de beide oligarchisch clusters (binnen en buiten) elkaar in stand houden. In sommige situaties kan dat leiden tot doodlopende vernieuwende trajecten en belemmert derhalve vernieuwingen. Experts stellen dan ook voor om tot een andere economische aansturing te komen. Versterking van de economische betekenis van de centrumpositie en verbreding van de economische structuur geldt daarbij als uitgangspunt en sluit aan bij de keuzes van de gemeente in het regionaal meerjaren ontwikkelingsplan De vizier op de regio is voor het economisch beleid van eminent belang. Dijkstal geeft daar ook de ingrediënten voor in zijn rapport “samen stad”. En ook de voorzitter van het Drechtstedenbestuur heeft bij de ontvangst van het rapport gezegd dit rapport niet zomaar toe te willen voegen aan de grote stapel. De experts hebben derhalve de actiethema’s als ondertitel meegegeven : Dordrecht maakt zich klaar voor de regio, maakt zich klaar voor regionaal economisch beleid.

Acties: 1. De wethouder economische zaken wordt toegerust met een “adviesraad regionaal economische ontwikkeling” (REO-D). De adviesraad bestaat uit 5-7 personen allen met een stevige signatuur en met autoriteit op het gebied van maritiem (bagger, binnenvaart, watersport,haven), innovatie, bestuur, toerisme en wetenschap. Twee personen komen uit de top van het regionale bedrijfsleven de overigen van daarbuiten. 2. Daarnaast komt er een stevig economisch secretariaat bestaande uit 4 FTE waarvan 2 uit de eigen organisatie te weten directeur stadsontwikkeling en directeur havenbedrijf. De leiding komt van buiten. Het is het economisch werksecretariaat voor Dordrecht en de Drechtsteden en REO-D en de verbindende schakel met het vernieuwde ROM-D. De andere economische sturing krijgt dus vorm door de REO-D en het economisch werksecretariaat Deze aanpak is vooralsnog voor 3 jaar, in het derde jaar wordt bekeken wat de ervaringen zijn. In deze aanpak is er derhalve geen plaats meer voor het programmabureau.

13

3. Toerisme en recreatie(inclusief de Hollandse Biesbosch) behoren in de visie van de experts onderdeel te zijn van de andere economische aansturing. De aandachtsvelden toerisme en recreatie zijn momenteel bestuurlijk niet bij Economische zaken ingedeeld. De experts geven aan dat bij de vorming van een nieuw college in 2006 het de voorkeur heeft dat wel te doen. In de komende twee jaar moeten deze beleidsvelden qua ambtelijke aanpak (binnen de door het college van Ben W gestelde lijnen) wel in interactie met het economische secretariaat gaan opereren. 4. Na het rapport van de commissie Dijkstal heeft bureau Beerenschot opdracht gekregen om met uitwerkingsvoorstellen te komen w.o. richting geven aan de ROM-d nieuwe stijl. De experts zijn van mening dat de ROM-D substantieel versterkt moet worden als een zelfstandige ontwikkelingsmaatschappij en rechtspersoon (NV). Die zorgt draagt voor de uitvoering van het regionaal gestelde beleid zoals vastgesteld door het politiek bestuurlijke orgaan. ROM-D heeft een Raad van Commissarissen en heeft een PPS constructie. De Raad van Commissarissen is samengesteld uit vertegenwoordigers van de private en publieke partijen . ROM-D krijgt een zware directie, afkomstig uit het bedrijfsleven en ervaring met PP ontwikkelingsbedrijven. ROM-D is sterk operationeel gericht en geeft tevens inhoud aan de “Drechtse Kenniskamer “, werkt samen met het economisch secretariaat van de REO-D en maakt gebruik van het ondernemersloket. De Drechtsteden vormen gezamenlijk een bedrijfsregio. Voor afzonderlijke opgaven(bijv. herstructurering bedrijventerreinen) kunnen werkmaatschappen worden opgericht. 5. De experts hebben een voorkeur om voor het project de stadswerven ( met de economische en toeristische ontwikkeling) een vergelijkbare maatschappij als de ROM-D op te richten. De slagvaardigheid wordt daardoor vergroot. Participatie van het bedrijfsleven is daarbij noodzakelijk. 6. Het Havenbedrijf Dordrecht moet op termijn verzelfstandigd worden.Alleen door gaan is geen begaanbare weg. De verladingscapaciteit is relatief veel te gering en speelt derhalve geen rol van betekenis. Een joint venture en participatie van het verzelfstandigde havenbedrijf Rotterdam ligt voor de hand. Het bevordert het denken en handelen in een havenregio. 7. Het ondernemersloket moet een kwaliteitsimpuls krijgen gebaseerd op de in paragraaf 3c/actie 4 genoemde primaire kenmerken van de professionals. Door de sterk verbrede taakstelling en opdracht zijn er andere kwaliteiten nodig.De economische sturing geschiedt door de REO-D

14

LIJST VAN GEÏNTERVIEWDEN

Bedrijf Ooms Drechtsteden Makelaars Galerie De Coninck ABN/AMRO Schuttevaer BNG VVV Dordrecht Da Vinci Deltalings Rotterdam Nederland Maritiem Albert Schweitzer Ziekenhuis Collegeleden B&W Dordrecht Burgemeester Wethouder ruimtelijke ontwikkeling Wethouder Onderwijs, Milieu en Toerisme Wethouder Economische Zaken Ambelijke leden Expert Team Mevr. A. van Heijningen (ambtelijke begeleider Expert Team Dhr. R. Naaktgeboren Mevr. N. van de Griend Dhr. C. van Netten Dhr. W. Ronken (vanaf begin juni 2004) Mevr. M. van Kalmthout Directies ambtelijke organisatie Dhr. H. Wesseling (Algemene Directie, Gemeentesecretaris) Dhr. R. Meester (Algemene Directie) Dhr. H. van Gangelen (Directeur R.O.M. D) Dhr. D. Verheijen (Directeur Binnenstad) Dhr. F. Ligthart (Directeur Havenbedrijf)

Naam Dhr. T. Rommelse Dhr. V. de Coninck Drs. R.A. Groenewegen Dhr. R.J. Zwiers Dhr. Roderijk Dhr. Zindel Dhr. Hoefeijzers Dhr. K.J. Asselberg Dhr. Wijnolst Dhr. Smit

Dhr. R.J.G. Bandell Dhr. C. Sas Dhr. Drs. G. Veldhuijzen Dhr. F.J. van den Oever

15