Nota Wijkregie Barendrecht

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1. 1.2. 2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 6. 6.1. 6.2. 7. Het proces tot op heden Leren van anderen Het collegeprogramma Definitie Wijkregie Doelstellingen Randvoorwaarden Aandachtspunten van het minicongres Wijkindeling Overlegvormen in wijkregie Agendabepaling van wijkregie Partners Stadsdeelregisseur Het organiseren van bewoners Wijkbudgetten Introductie van zelfbeheer Van Groei naar Bloei Positionering van wijkregie binnen de organisatie Rol van het bestuur Financiën Proces Fasering Relatie naar bestaande samenwerkingsvormen Communicatie Doorgroei naar wijkontwikkeling Wanneer geslaagd?

Beleidskader

Vormgeving

Consequenties voor de gemeente

Implementatie

Perspectief voor de toekomst

Voorstel

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 1 van 19

1. Inleiding 1.1. Het proces tot op heden

Op 2 november 2006 heeft het college de startnotitie voor introductie wijkbeheer vastgesteld. In de startnotitie is een proces geschetst om te komen tot een vorm van interactief wijkbeheer, zoals dat beschreven is in het coalitieprogramma 2006-2010. Raadsleden, actieve bewoners, ambtenaren en professionals zijn actief betrokken bij de gedachtevorming over wijkbeheer. Er is een minicongres geweest in december 2006 om de uitgangspunten vast te stellen en er is een excursie geweest naar Spijkenisse in maart 2007. Beide bijeenkomsten werden goed bezocht. Er zijn meerdere gesprekken gevoerd tussen niet-gemeentelijke partners en de projectleider over hun rol in wijkbeheer. Wijkbeheer leeft als thema sterk in de ambtelijke organisatie. Meerdere afdelingen hebben tijd besteed aan het denken over hun rol in wijkbeheer. Daarnaast hebben vijf afdelingen geparticipeerd in de ambtelijke werkgroep en stuurgroep. 1.2. Leren van anderen

Niet alleen in Barendrecht wordt door gemeente en professionele partners gezocht naar een methode om burgers actief te betrekken bij het beheer en ontwikkeling van hun wijk. In veel gemeenten is inmiddels ervaring op het terrein van een wijkgerichte aanpak. Met deze ervaringen kan Barendrecht zijn voordeel doen. Er is voor deze nota daarom gebruik gemaakt van ervaringen van andere gemeenten zoals Spijkenisse en Veldhoven. In 2005 heeft de Wetenschappelijk Raad voor het regeringsbeleid het rapport “Vertrouwen in de buurt” gepubliceerd. Dit rapport geeft veel inzicht in de successen en valkuilen van verschillende vormen van burgerbetrokkenheid. Ten aanzien van diverse aspecten van wijkregie zijn aanbevelingen uit dit rapport verwerkt. 2. Beleidskader 2.1. Het collegeprogramma

Als uitgangspunt voor de vormgeving van wijkbeheer gelden het coalitieakkoord en het collegeprogramma. Het coalitieakkoord zegt: “Er moet interactief wijkbeheer komen, waarbij de bewoners, in overleg met de gemeente, binnen een gemeentelijk budget hun eigen woonomgeving kunnen inrichten en onderhouden.” Wat wijkbeheer is, is verder uitgewerkt door het college. In het collegeprogramma 2006-2010 omschrijft het college regie op de ruimte als volgt: “De kwaliteit van de openbare ruimte is een belangrijke factor in de uitstraling, die wij als gemeente hebben. Wij hechten aan een hoge kwaliteit van de leefomgeving van onze bewoners. Wij kiezen voor een samenhangende aanpak van het wijkbeheer. Hiermee wordt bedoeld dat, behalve groen en wegen, ook andere beleidsvelden, zoals jeugd, welzijn en onderwijs, in een latere fase betrokken worden bij afstemming van werkzaamheden in de wijk en de communicatie naar de burger. Hierbij worden bewoners nauw betrokken: niet meer over mensen en hun leef-, woon-, werkomgeving denken, maar met mensen.’ Het college kiest voor een brede definitie van wijkbeheer. Wijkbeheer houdt dus niet op bij dagelijks onderhoud, maar gaat ook over fysiek beheer, veiligheid en sociaal beheer.” Naast de visie van het politieke bestuur op wijkbeheer zijn er nog drie ontwikkelingen die moeten worden betrokken bij de vormgeving van het wijkbeheer in Barendrecht; de totstandkoming van de vraaggerichte organisatie (‘Van buiten naar binnen’) in 2009, het speerpunt van college en directie-

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 2 van 19

team om de integraliteit te bevorderen en ten slotte het bestuurlijke uitgangspunt om ‘samen leven’ meer centraal te stellen. Het college heeft daarom aan de ambtelijke organisatie opdracht verstrekt om de nieuwe inzichten van het politieke bestuur te vertalen naar een praktische opzet van wijkbeheer. De probleemstelling in de startnotitie van 2 november is als volgt beschreven: Stel een lange termijnvisie op waarin we het eindbeeld schetsen van wijkbeheer (strategisch stuk – WAT?-vraag); De visie gaat ten minste in op integraliteit en interactiviteit en geeft aan hoe fysiek en sociaal beheer en veiligheidsaanpak met elkaar worden verbonden. Breng in beeld welke processtappen nodig zijn om bij het eindbeeld te komen (HOE?-vraag); Bepaal wat de best passende structuur is (taken, bevoegdheden & verantwoordelijkheden) en breng daarbij in kaart wat de personele en financiële consequenties zijn (WIE?-vraag); 2.2. Definitie Wijkregie

De term Wijkbeheer wordt in Nederland gebruikt voor tal van verschillende werkwijzen ten aanzien van het beheren van wijken. Het varieert van een niet-interactieve wijze van fysiek beheer van de buitenruimte door de gemeente tot een integraal en interactieve wijze van sociaal en fysiek beheer van de wijk. Dit zelfde geldt voor het veelgebruikte synoniem Wijkgericht werken. De term wijkcoördinatie roept een geringer ambitieniveau op omdat er geen sturing en ontwikkeling uitgaat van het begrip coördinatie. De term wijkontwikkeling is het meest ambitieus, maar wordt snel in verband gebracht met vastgoed en ruimtelijke ordening, maar symboliseert wel een hoog ambitiniveau. De gemeente Barendrecht kiest voor een vorm van wijkbeheer dat niet slechts gericht is op behoud van de bestaande kwaliteiten (wijkbeheer), maar gericht is op het benutten van de kansen van de wijk (wijkontwikkeling). Voorgesteld wordt om de neutralere term Wijkregie te gaan hanteren. Wijkbeheer heeft daarin een prominente plaats. Maar de Barendrechtse wijkregie moet evolueren naar een vorm van wijkontwikkeling. “Wijkregie is een gezamenlijke aanpak van professionele partners en bewoners met als doel de leefbaarheid in een bepaald gebied te verbeteren. De aanpak richt zich op sociale, fysieke en veiligheidsaspecten.” 2.3. Doelstellingen

In de gemeente Barendrecht wordt Wijkregie gezien als methode om de leefbaarheid in wijken te vergroten. Door de enorme groei van Barendrecht na de tweede wereldoorlog is Barendrecht nu een stad met wijken, groter dan bijvoorbeeld Gorinchem, Goes, Vlissingen en Waalwijk. De wijken verschillen van elkaar verschillen ten aanzien van de fysieke inrichting, de aanwezigheid van sociale verbanden en de bevolkingsamenstelling. Hoofddoelstelling van wijkregie: Wijkregie moet leiden tot een vergroting van de leefbaarheid van wijken doordat bewoners en professionals invulling gaan geven aan het eigenaarschap van bewoners van hun leefomgeving. Subdoelstellingen: ! Vergroten van de effectiviteit van de inzet van alle partners, ! Verbinden van fysieke en sociale aanpak in wijken, ! Vergroten van objectieve en subjectieve veiligheid, ! Vergroten van betrokkenheid van bewoners bij hun wijk, ! Versterken van sociale cohesie in de wijk, ! Versterken van bewonersorganisaties, ! Verbeteren van samenwerking tussen de wijkpartners, ! Het verbeteren van de dienstverlening aan burgers, ! Het optimaal afstemmen van het aanbod op de vraag.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 3 van 19

Wanneer wijkregie vorm heeft gekregen zal er waarschijnlijk behoefte komen aan een volgende stap: wijkontwikkeling. Bewoners, bedrijven, instellen en gemeente ontwikkelen in nauwe samenwerking de wijken. Vooralsnog beperken we ons tot wijkregie, als eerste stap voorwaarts. 2.4. Randvoorwaarden

De WRR geeft ten aanzien van de gebiedsgerichte aanpak een viertal randvoorwaarden: Ten aanzien van de beleidsinhoud: ! Differentiatie naar buurt. De ene buurt is de andere niet. Wil je bewoners inhoudelijk en procesmatig bereiken, dan is het zaak in te spelen op hun specifieke problematiek en op hun potentieel om daar wat aan te kunnen doen. Als mensen merken dat overheid en sociale spelers hen serieus nemen en ze bovendien aanspreken op zaken die voor hen van direct belang zijn, zijn ze sneller bereid om ook zelf actief bij te dragen aan de aanpak van leefbaarheidsvraagstukken in hun directe omgeving. ! Integraal beleid. Het bestaande beleid komt in de regel voort uit functioneel gerichte sectorale beleidskokers en wordt – zeker bij fysieke inrichting en veiligheid – verder gecompliceerd door de hiërarchische gelaagdheid van de overheid. De vraag hier is hoe tot meer integrale beleidsvorming te komen. In dat kader behoeft ook de afstemming tussen de sociale spelers aandacht. Met name de sociale pijler is toe aan revisie. Ten aanzien van het beleidsproces: ! Coproductie van beleid. Waar voldoende samenhang bestaat, moeten beleidsmakers ruimte durven bieden aan bewoners. Dat vereist dat zij hun eigen uitgangspunten herbezien: het moet om mensen draaien en beleidsmonopolies moeten worden opgeheven. Verder is een breed draagvlak nodig om bestand te zijn tegen politieke wisselingen en publicitaire schokgolven. Nieuwe benaderingen voor het betrekken van bewoners en andere ‘niet-traditionele’ partijen bij de beleidsvorming zijn beloftevol. ! Gepaste afstand bij uitvoering. Overheid en sociale spelers moeten dicht bij burgers zijn als en waar dat urgent is, maar moeten in andere gevallen juist een gepaste afstand houden, en zeker geen bewonersinitiatieven gaan ‘onteigenen’. Het gaat dus in het algemeen om het bewaren van een productieve afstand en spelregels die een goede wisselwerking tussen burgers en instanties bevorderen. Op sociaal gebied is verder speciale aandacht vereist om te voorkomen dat kwetsbare groepen of individuen in een isolement raken. 2.5. Aandachtspunten van het minicongres

Tijdens het mini-congres op 13 december 2006 zijn door de aanwezigheden aandachtspunten meegegeven voor de vormgeving. Onderstaande opsomming is een globale conclusie op basis van de uitkomsten van een viertal werkgroepen. ! ! ! ! ! ! ! ! ! Maak de wijkindeling niet te grof. Bewoners willen zich kunnen herkennen in de wijkindeling. Wijkregie moet vooral bijdragen het verbeteren van de sociale cohesie. De wijken moeten herkenbaar zijn voor burgers. Jeugdproblematiek is het belangrijkste onderwerp. Verkeersproblematiek is nummer twee. Bewoners moeten geen formele rol hebben, bewonersgroepen wel. Maak wijkregiebudgetten en geef bewonersgroepen een rol in het besteden ervan. Maak geen deelgemeenten. Betrek alle organisaties in wijken, gebruik bij voorkeur bestaande netwerken. Zorg voor een vaste contactpersoon bij de gemeente.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 4 van 19

! ! ! !

Laat wijkregie vooral over preventie gaan. Gebruik internet. Gemeente en beroepskrachten zijn vooral faciliterend aan bewoners. Opvallend is dat het plegen van storingsonderhoud nergens is genoemd.

Het enthousiasme tijdens het mini-congres was groot. Veel aanwezigen waren van mening dat de integrale wijkaanpak al veel eerder had moeten starten. De bereidheid om een bijdrage te gaan leveren bij instellingen en verenigingen lijkt aanwezig. 3. Vormgeving 3.1. Wijkindeling

Huidige wijkindeling Wijkregie begint praktisch bij het bepalen wat de wijkindeling is. De gemeente Barendrecht heeft hierin nog geen keuze gemaakt. Het Van Dale woordenboekt definieert ‘wijk’ als volgt: ‘gedeelte van een stad of dorp dat ruimtelijk min of meer een afgesloten geheel vormt.’ In het verleden is door het college, in overleg met diverse partners, een wijk- en buurtindeling vastgesteld. Barendrecht heeft 25 wijken (nummer 1 t/m 22 en 30,31 en 50). De meeste wijken kennen ook nog een buurtindeling. In de dagelijkse praktijk worden de veel wijknamen gebruikt, bv Buitenoord, Oranjewijk, Meerwede, Smitshoek, Noord etc. Het CBS heeft de Barendrechtse indeling overgenomen, waardoor de wijken ook een formeel CBS-nummer hebben gekregen. Voor de totstandkoming van de wijkveiligheidsplannen is de gemeente ingedeeld in een viertal wijken. Deze indeling is niet gebaseerd op een historische of stedenbouwkundige indeling, maar er is een logische groepering van bestaande wijken gemaakt die aansluit bij de gebiedsindeling van o.a. de politie. Deze wijkindeling bestaat slechts op papier. Op het gebied van zorg wordt gewerkt aan woonzorgcirkels. Bij de keuze voor de cirkels is geen rekening gehouden met wijkindelingen. De politie heeft de gemeente ingedeeld op basis van wijkagenten. Dit zijn er zes. In Barendrecht is altijd veel aandacht geweest voor gemengde wijken. In tegenstelling tot veel andere middelgrote en zeker grote steden, kent Barendrecht geen wijken waar alleen goedkope huurwoningen of dure koopwoningen te vinden zijn. Deze menging wordt als zeer positief ervaren en kan gerust als een van de kwaliteiten van de gemeente worden benoemd. Tegelijkertijd zorgt de grote sociaaleconomische diversiteit van de wijken voor een geringere binding van de wijkbewoners met elkaar. Barendrechters zoeken hun sociale verbanden vooral binnen de familie, werkomgeving, kerkgenootschap, sportverenigingen en sociaal-culturele verenigingen. De wijk speelt hierin nauwelijks een rol. De wijkindeling heeft daarom nu weinig feitelijke betekenis. Weinig instellingen of activiteiten zijn georganiseerd op het niveau van de wijk. Toch koesteren de meeste Barendrechters de historische wijkindeling. De wijk is voor hen de vertrouwde omgeving waar men zich veilig voelt. De binding met de wijkindeling is dardoor sterker dan dat men op basis van de ogenschijnlijk matige sociale cohesie in wijken zou verwachten. De ervaring met de wijkveiligheidsplannen heeft geleerd dat het wijzigen van de wijkindeling op tegenstand stuit bij bewoners en professionals. Ervaringen van elders Tijdens het werkbezoek aan Spijkenisse kwam naar voren dat zij hetzelfde dilemma hebben gehad. In Spijkenisse is dit oplost door de wijkindeling niet te wijzingen maar daarboven een administratieve/organisatorische tussenlaag te creëren. Deze laag wordt gevormd door rayons. Spijkenisse bestaat nu uit drie rayons met gemiddeld 24.000 inwoners. De ambtelijke organisatie is deels op deze rayonindeling aangepast. Grote steden kennen eigenlijk allemaal een wijkgerichte aanpak. De afstand tussen de stedelijke beleidskaders en de praktijk in de wijk is groter dan in kleine gemeenten. Wijken variëren in omvang, maar hebben meestal zo’n 10.000 inwoners. Meerkernige gemeenten kennen vaak het fenomeen dorpsraad. Ook Heerjansdam, nu behorend bij Zwijndrecht, heeft zo’n raad.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 5 van 19

Barendrechtse indeling Voorgesteld wordt de formele statistische wijkindeling niet aan te passen maar de wijkregie op een tussenniveau te organiseren. Het tussenniveau beweegt zich tussen de formele wijkindeling van wijken en het gemeentelijke niveau. De nieuwe eenheden moeten niet alleen administratief zijn. Ze moeten een herkenbare samenhang hebben en een zodanige omvang dat het nog efficiënt is voor partners om deel te nemen aan de overlegvormen en samenwerkingsverbanden. Het is niet haalbaar om de grenzen zodanig te kiezen dat ze precies samenvallen met huidige indelingen bij alle deelnemende partners. Van belang is dat de bereidheid bestaat de eigen indeling aan te passen om goed te kunnen participeren in wijkregie. Een werkbaar aantal eenheden in Barendrecht is zeven. Een aanzienlijk groter aantal stuit op weerstand bij professionele partners. Het aantal overlegmomenten wordt dan te groot, waardoor inefficiëntie ontstaat. Minder eenheden maakt de eenheden onherkenbaar. Er is geen voor de handliggende naamgeving. Mogelijk zijn Gebied, Rayon, Stadsdeel of District. Wijkregie is in Barendrecht een gevolg van de sterke groei; de groei van dorp naar stad. Voorgesteld wordt daarom om de terminologie van Stadsdeel te hanteren, al zal dat voor oude Barendrechters nog wat onwennig zijn. Maar wijkregie is een typisch stedelijk kenmerk. Alleen steden en meerkernige gemeenten, vragen om een indeling in deelgebieden om integraal te kunnen werken. De voorgesteld indeling is als volgt: Stadsdeel 1: Noord, Binnenland en Centrum (inclusief Dierenstein en Reijerwaard) Stadsdeel 2: Buitenoord, Oranjewijk en Ter Leede (inclusief oostelijke deel Zuidpolder&Achterzeedijk) Stadsdeel 3: Lagewei, Vrouwenpolder, Molenvliet enNieuweland (inclusief westelijke deel Zuidpolder&Achterzeedijk) Stadsdeel 4: Bijdorp, Dorpzicht, Paddewei en Centrum-west (inclusief Kooiwalbos en bedrijventerrein De Punt) Stadsdeel 5: Vrijenburg, Vrijheidsakker en Vaanpark 4 (inclusief Vrijenburgerbos, St. Clarabos en Carnisserweg) Stadsdeel 6: Smitshoek en Riederhoek (inclusief Riederpark) Stadsdeel 7: Meerwede, Gaatkensoog, Havenkwartier, Waterkant en Vaanpark 1, 2 en 3 (inclusief Koedood) In een latere fase kunnen partners in het stadsdeel een voorstel doen aan het college welke naam ze het stadsdeel zouden willen geven. Hierbij wordt de straatnaamcommissie betrokken. Deze naam kan dan worden geformaliseerd. De voorgestelde indeling is de oude indeling van de wijkveiligheidsplannen, waarbij opgemerkt kan worden dat de drie grootste wijken zijn opgespitst in twee wijken.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 6 van 19

3.2.

Overlegvormen in wijkregie

Om tot een gezamenlijke aanpak in wijken te komen is het noodzakelijk de gezamenlijkheid te zoeken. Voor deze gezamenlijkheid is het van belang eerst tot een gedeelde definitie van kansen en problemen (visievorming) en taakverdeling te komen. Er worden twee niveaus van overlegonderwerpen onderscheiden: A) Het collectieve niveau B) Het individuele niveau Op het collectieve niveau worden zaken besproken die betrekking hebben op de leefbaarheid. Iedereen is welkom om mee te doen. Op het individuele niveau bespreken professionele partners personen. Deze informatie is vertrouwelijk. Om tot een gezamenlijke aanpak te komen op het collectieve niveau is er een regulier overleg tussen partners per stadsdeel; het stadsdeeloverleg. Partners zijn gelijkwaardig. Ze overleggen met elkaar. Het stadsdeeloverleg mag niet verworden tot een overleg van de gemeente met de overige partners. Het stadsdeeloverleg komt periodiek bijeen. Dit wordt vastgesteld door het overleg zelf. Uitgegaan wordt van een frequentie van zes keer per jaar, of zo vaak het stadsdeeloverleg het zelf noodzakelijk acht. Het voorzitterschap en secretariaat van het overleg rusten bij de partners. Bij voorkeur worden niet beide rollen door een vertegenwoordiger van de gemeente vervuld. Het stadsdeeloverleg wordt ook gebruikt door partners als klankbord. Het overleg geeft partners ook ongevraagd advies. Professionals houden een periodiek overleg op het individuele niveau. Aan dit overleg nemen geen bewoners deel en ligt een privacyconvenant ten grondslag. Tijdens het overleg worden problemen met individuen, groepen individuen en gezinnen besproken. Aangezien alleen professionele partners deelnemen is wijkbinding van een geringer belang. Om resultaat te boeken zal een maandelijkse frequentie noodzakelijk zijn. Om de werklast te verminderen kunnen overleggen van een twee of drie stadsdelen worden gecombineerd. De werknaam van het overleg is het casusoverleg. Ook nu al worden veel individuen besproken in de gemeente Barendrecht. Dit gebeurt o.a. op het gebied van overlastgevende jeugd. Bestaande overlegvormen gaan bij voorkeur op in het nieuwe casusoverleg, zodat wijkregie niet naast bestaande samenwerkingsverbanden wordt opgestart. Nadrukkelijk moet gesteld worden dat de vormgeving van de overlegvormen een verantwoordelijkheid is van de gezamenlijke partners in de stadsdelen. Differentiatie is mogelijk.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 7 van 19

3.3.

Agendabepaling van wijkregie

De WRR citeert het promotieonderzoek van Van Poll (1997). Hij stelt vast welke factoren een rol spelen bij de beoordeling van de woon- en omgevingskwaliteit door burgers. Als belangrijkste buurtfactoren beschouwt hij: ! voorzieningen, zoals scholen, groen, openbare verlichting, openbaar vervoer en winkels; ! (sociale) veiligheidsrisico’s, zoals inbraak, vandalisme, drugs, straatroof, verkeer; ! sociale banden in de buurt; ! milieuhinder, zoals geluidsoverlast, straatvuil, verlaten gebouwen, slecht onderhoud; ! drukte, zoals bevolkingsdichtheid in de buurt. Deze onderwerpen zijn in Barendrecht herkenbaar in de wijkveiligheidsplannen, maar ook in de bestuurlijke agenda. De ervaring met de wijkveiligheidsplannen, ervaringen uit andere gemeenten en het minicongres leren dat ontwikkeling van jeugd, verkeersveiligheid en vervuiling de terugkerende prioriteiten zijn. De onderwerpen van wijkregie moeten aansluiten bij de problemen en kansen van de wijken en bij de invloedsfeer van de betrokken partners. De hierboven genoemde onderwerpen vormen daarbij een goed vertrekpunt, maar uiteindelijk zijn de wijkpartners vrij hun eigen collectieve agenda te bepalen. Jaarlijks wordt een top 5 per stadsdeel vastgesteld of geactualiseerd. Het opstellen van een top 5 dwingt partners tot een gezamenlijke prioriteitstelling. Duidelijk wordt dat je niet overal tegelijk aan kunt werken. Na de vaststelling van de top 5 formuleert het stadsdeeloverleg een kort plan van aanpak voor het komende jaar, waar naast de doelstellingen en ambities ook de concrete bijdragen van de partners staan. Van partners wordt verwacht dat zij binnen hun eigen prioriteitstelling rekening houden met de prioriteiten van de stadsdelen. De coördinatie van het opstellen van de Top 5 wordt verzorgd door de gemeente. Binnen de wijkregie kan gebruik gemaakt worden van verschillende instrumenten om de agenda vast te stellen. Bij voorkeur nemen bewonersorganisaties hierin het voortouw en is de gemeente faciliterend. Eerder gebruikte methoden zijn de wijkschouw en schriftelijke en internetenquêtes. Partners bepalen hun werkwijze zelf, dus de methodiek kan per stadsdeel verschillen. 3.4. Partners

Het begrip wijkpartner wordt breed opgevat. Uitgangspunt is dat een ieder die een bijdrage wil en kan leveren aan de leefbaarheid van een stadsdeel, wijk of buurt een gewaardeerde partner is. Dit betekent dat er per stadsdeel verschillende wijkpartners zijn. Er is een verschil in wijkpartners ten aanzien van collectieve niveau (stadsdeeloverleg) en het individuele niveau (casusoverleg). Richtlijn: ! De partner levert een bijdrage aan het vergroten van de leefbaarheid van de wijk, ! De partner is bereid zijn inzet in de wijk bespreekbaar te maken met andere partners, ! De partner is geen vertegenwoordiger van een individueel belang, ! De partner stelt zich niet op als louter vragende partij, maar is ook bereid een actieve bijdrage te leveren. Stadsdeeloverleg Vaste partners zijn: gemeente, woningcorporaties, politie, bewonersorganisaties, onderwijs (o.a. brede scholen) en welzijnswerk. Per wijk zijn er tal van verenigingen en instellingen/organisaties met een grote betekenis voor de leefbaarheid, zoals kerken, sportverenigingen, scouting, winkeliers/ondernemersverenigingen, NSstations enzovoort. Casusoverleg

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 8 van 19

Partners zijn: gemeente, politie, maatschappelijk werk, welzijnswerk, Halt, Openbaar ministerie, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdzorg (AMK en Jeugdreclassering), corporaties en onderwijsinstellingen. Afhankelijk van de casuïstiek dient bekeken te worden welke partners een bijdrage kunnen/moeten leveren. Ten aanzien van de vertegenwoordiging van partners in de overlegvormen kan het volgende worden gesteld: ! Om maatwerk mogelijk te maken zullen partners met vertegenwoordigers moeten werken. Vooral voor institutionele partners is het van belang enig mandaat neer te leggen bij de gesprekspartner in de wijk. Wanneer op wijkniveau geen afspraken te maken zijn met de vertegenwoordigers neemt de animo voor wijkregie snel af. ! De gemeente is een bijzondere partner. Zij heeft op veel beleidsterreinen een regisserende of zelfs een bepalende rol. Deze rollen leiden niet vanzelfsprekend tot een dominante rol in het proces van wijkregie. ! De partners blijven zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop zij de gemaakte afspraken realiseren. ! Het samenwerken binnen de wijkregie betekent dat partners een commitment met elkaar aangaan. Verantwoordelijkheden verschuiven daardoor echter niet. Het is van belang dat ieder zijn kerntaken zo goed mogelijk uitvoert. Partners houden elkaar daarop scherp. Er mag geen rolvervaging gaan optreden tussen partners. 3.5. Stadsdeelregisseur

De gemeente stelt per stadsdeel een regisseur aan. Deze medewerker richt zich op de procesgang binnen de gemeentelijke organisatie. De medewerker is verantwoordelijk voor het onderhouden van contacten met bewoners, bewonersgroepen en professionele partners. De stadsdeelregisseur is de regisseur van wijkregie en de gebiedsgerichte samenwerking. Hij regisseert vooral op proces en niet op inhoud. De stadsdeelregisseur is een echte (intern en extern gerichte) bruggenbouwer. De stadsdeelregisseur heeft de volgende taken: ! Onderhouden van netwerken in de wijk en tussen partners van de wijkregie; ! Deelnemen aan het stadsdeeloverleg; ! Zorgdragen voor opstellen van Top 5; ! Vormgeven aan de communicatie over de wijkregie; ! Beheren van de wijkbudgetten; ! Deelnemen aan het casusoverleg; ! Informeren van het college over ontwikkeling van de wijk; ! Adviseur van de vakafdelingen t.a.v. beleidsontwikkelingen. 3.6. Het organiseren van bewoners

Een belangrijke partner in de wijkregie zijn bewonersorganisaties. Bewoners van een wijk besluiten zelf tot het oprichten van een bewonersorganisatie. Hiermee organiseren zij zich en kan de organisatie optreden als spreekbuis van de wijk. De aanwezigheid van een bewonersorganisatie versterkt de positie van de bewoners in een wijk in b.v. onderhandelingssituaties met de gemeentelijke overheid, het bedrijfsleven, corporaties of welzijnsorganisaties. Op dit moment zijn er bewonersorganisaties in Buitenoord, Smitshoek en Carnisselande. Voor de toekomst is een toename van bewonersorganisaties zeer wenselijk, bij voorkeur tenminste één organisatie per stadsdeel. Veel bewoners hebben wel de wens maar niet de kennis en vaardigheden zich (langdurig)goed te organiseren. De steun die bewonersorganisaties nodig hebben, betreft vaak het wegwijs maken in bureaucratische processen en het in contact brengen met de juiste mensen. Maar ook het bemoedigend toespreken van mensen en hun laten zien wat ze kunnen vormt een belangrijke ondersteuning.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 9 van 19

Bewoners en bewonersorganisaties kunnen hiertoe ondersteuning krijgen van een opbouwwerker. Er komt daarom t.b.v. de wijkregie tenminste een extra opbouwwerker. De positionering van deze opbouwwerker wordt nader door het college bepaalt. De taken van deze functionaris zijn: ! Bewonersorganisaties organisatorisch ondersteunen ter verbetering van hun functioneren, ! Bewoners en bewonersorganisaties ondersteunen bij het ontwikkelen van wijk(verbeter)plannen ! Bewonersorganisaties en bewoners ondersteunen en begeleiden bij het organiseren van sociaal culturele activiteiten met en voor bewoners. ! Vergroten van de deelname van bewoners aan activiteiten en organisaties in de wijk. De bewonersorganisaties kunnen jaarlijks van de gemeente een vaste tegemoetkoming voor organisatie- en activiteitskosten ontvangen. De organisatiekosten zijn bedoeld voor de huur van vergaderruimte en bijkomende kosten om de bewonersorganisatie op een goede manier te laten functioneren (bijvoorbeeld secretariaatskosten). Hiervoor bestaat reeds een gemeentelijke regeling, die ook mogelijkheden biedt voor nieuwe bewonersorganisaties. 3.7. Wijkbudgetten

De stadsdeeloverleggen moeten slagvaardig zijn. Daarom is het van belang dat kleine activiteiten en kleine fysieke ingrepen een kort besluitvormingstraject kennen. Hiertoe wordt aan de stadsdeelregisseur een tweetal budgetten toegekend: het sociale en het fysieke wijkbudget. Sociaal Wijkbudget Het sociaal wijkbudget is bedoeld voor de organisatie van activiteiten die bijdragen aan verbetering van de sociale cohesie. Hierbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld de organisatie van straatspeeldagen, wijkdagen, kerstacties etc. Het budget is van groot belang. Voorkomen moet worden dat wijkregie vooral een fysieke aanpak wordt, zoals bij veel gemeenten is gebeurd. Fysiek Wijkbudget Iedere stadsdeelregisseur heeft jaarlijks een fysiek wijkbudget ter beschikking. Het fysieke wijkbudget is bedoeld als snel handgeld voor kleine ingrepen (bijvoorbeeld voor de bijplaatsing van een bankje, een prullenbak of plantsoenhekje). Het stadsdeeloverleg adviseert over de inzet van de wijkbudgetten, dat budget wordt beheerd door de stadsdeelregisseur. De gemeente beslist als beheerder van het openbaar gebied of een advies al dan niet wordt overgenomen. Een advies van het stadsdeeloverleg wordt beschouwd als een zwaarwegend advies. Indien er geen noodzaak is tot het treffen van snelle fysieke maatregelen maar er een incidenteel tekort ontstaat in de activiteitsmiddelen bijvoorbeeld door de organisatie van een veelomvattende activiteit kan een stadsdeeloverleg verzoeken om een deel van het fysiek budget hiervoor te mogen inzetten. Voor beide budgetten geldt dat alle betrokkenen in de wijk een voorstel kunnen doen aan de stadsdeelregisseur voor besteding van wijkbudgetten, ook indien de betrokkene niet vertegenwoordigd is in het stadsdeeloverleg. Budgetten voor grotere projecten dienen te worden aangevraagd bij de betreffende partner (meestal gemeente of corporatie) en vervolgens zal deze bekijken of het verzoek past binnen het eigen beleid, planning en begroting. Vooralsnog worden geen uitgebreide kaders meegegeven aan de besteding van de budgetten. Mocht dit noodzakelijk blijken, zal dit alsnog in overleg met de stadsdeeloverleggen gebeuren. Voor de besteding van de wijkbudgetten gelden enkele eenvoudige spelregels, zoals: ! Voor het idee moet aantoonbaar draagvlak zijn onder wijkbewoners; ! Initiatieven van bewoners zelf en die zij ook zelf kunnen uitvoeren hebben voorrang; ! Het idee moet snel gerealiseerd kunnen worden;

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 10 van 19

! !

Het idee moet een bijdrage leveren aan de doelstellingen van de wijkregie; Er zijn geen andere middelen voorhanden waaruit het initiatief gefinancierd kan worden.

De voeding van de wijkbudgetten komt uit de reguliere budgetten voor wijkactiviteiten en wijkbeheer van de gemeente (afdelingen SWOC, BPZ en BOR). Aangezien wijkregie een stimulans betekent voor het nemen van initiatieven zullen de budgetten worden verhoogd. 3.8. Introductie van zelfbeheer

De gemeente Barendrecht kent nog geen georganiseerde vorm van zelfbeheer. Zelfbeheer kan gedefinieerd worden als: “Bewoners nemen het feitelijke onderhoud van een deel van de buitenruimte over van de gemeente.” In theorie kan het ook buitenruimte betreffen die niet in eigendom van de gemeente is, maar van een andere overheid, corporatie of particulier. Het betreft soms groenstroken of veldjes die door bewoners worden ingericht met zomergoed of als moestuin, kruidentuin of rozentuin. De introductie van zelfbeheer maakt geen onderdeel uit van wijkregie. Maar dat betekent niet dat zelfbeheer geen bijdrage kan leveren aan de eerder geformuleerde doelstellingen voor wijkregie. Zelfbeheer komt voort uit de wens van bewoners om meer verantwoordelijkheid te dragen voor de eigen leefomgeving. Bewoners kunnen daarmee meer sturing geven aan de fysieke kwaliteit van de leefomgeving, meestal met een verbetering van de sociale leefomgeving als gevolg. Zelfbeheer is in Barendrecht tot op heden niet gestimuleerd. De meerwaarde voor de sociale cohesie in de wijken is daarin onvoldoende meegewogen. Naast de voordelen voor de sociale cohesie in buurten en straten kleven er ook nadelen aan zelfbeheer: ! Wanneer de initiatiefnemers wegvallen, verloedert de omgeving snel, doordat het beheer stopt, ! Het aangezicht van de buitenruimte verrommelt doordat invulling heel kleinschalig wordt. Uit de doelstellingen van wijkregie volgt dat ook zelfbeheer in de gemeente zeker een kans moet krijgen. Het zelfbeheer zal invloed hebben op de werkwijzen van de gemeentelijke beheerafdelingen (BOR en Buitendienst). Zelfbeheer moet, zeker bij de start, goed worden begeleid. De gemeente zal er op moeten toezien dat het zelfbeheer ook op een kwalitatief goed niveau wordt gecontinueerd. Indien het beheer stopt moet de gemeente het beheer weer overnemen van bewoners. Een voorstel voor introductie van zelfbeheer zal door het college worden vastgesteld, in overleg met het opbouwwerk en de corporaties. 4. Consequenties voor de gemeente 4.1. Van Groei naar Bloei

De gemeente Barendrecht heeft de periode van grote groei bijna achter de rug. Met de realisatie van Vrijheidsakker, Vrijenburg, Vrouwenpolder en Lagewei zitten de grote uitbreidingen erop. Het dorp is een stad geworden met bijna 50.000 inwoners. Wijkregie is een van de grote uitdagingen van de gemeente, maar er zijn er meer; zoals de centrumontwikkeling, de revitalisering van bedrijventerreinen en de wet maatschappelijke ondersteuning. De gemeentelijke organisatie werkt momenteel aan een optimalisatie van cultuur, processen en structuur. Dit verbetertraject heeft de toepasselijke naam “Van Groei naar Bloei’ meegekregen. Een van de aspecten van de ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie is de versterking van de vraaggerichtheid. De uitdaging voor wijkregie zit hem in het helder krijgen van de vraag van bewoners, het intern en/of extern uitzetten van die vraag en het toezien op het vervolgproces. De uitvoering blijft echter de verantwoordelijkheid van de gemeentelijke vakafdelingen en de betrokken partners. Op deze wijze vraagt wijkregie om een gemeentelijke vraaggerichte procesorganisatie.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 11 van 19

De gemeente is al gestart met het afstemmen van de organisatie op het vraaggericht werken door werkprocessen te stroomlijnen (b.v. vergunningen) en de klachtenafhandeling te optimaliseren (service-centrum). De vraaggerichte organisatie moet vorm krijgen in 2009. Wijkregie is daarbij een van de belangrijke ontwikkelingen. Vooralsnog is onbekend hoe de wijkregie een definitieve plaats krijgt in de gemeentelijke organisatie. Voor 2008 wordt uitgegaan van het optimaliseren van de bestaande situatie. 4.2. Positionering van wijkregie binnen de organisatie

Partners van de gemeente hebben tijdens het mini-congres aangegeven dat er behoefte is aan vaste contactpersonen binnen de gemeentelijke organisatie. Het college zal een nadere uitwerking geven aan de consequenties van wijkregie voor de gemeentelijke organisatie. Ten aanzien van de wijkregie is vooral behoefte aan een wijkgerichte focus bij de afdelingen BOR, Buitendienst en SWOC. De afdelingen wijzen per stadsdeel een vaste contactfunctionaris aan voor de stadsdeelregisseur en het stadsdeeloverleg. Contactfunctionarissen kunnen meerdere stadsdelen tegelijk bedienen. Voor bewoners en wijkpartners zal de stadsdeelregisseur in veel gevallen het eerste aanspreekpunt vormen. Gemeentelijke vakafdelingen vormen een ‘back-office’ waar ze niet of pas in een latere fase mee te maken krijgen. De contactfunctionarissen zijn bekend bij de wijkpartners en nemen, indien noodzakelijk deel aan de overleggen van ‘hun’ stadsdeel. De vakafdelingen blijven verantwoordelijk voor de gemeentelijke beleidsvorming. Stadsdeelregisseurs adviseren de vakafdelingen, maar geven geen sturing aan de beleidsvorming. Om wijkregie in te voeren is geen wijziging van de gemeentelijke organisatiestructuur vereist. Ten behoeve van de introductie van Wijkregie zal er in 2008 een projectorganisatie worden gestart. De projectorganisatie moet zorgen dat de betrokkenheid van afdelingen ten aanzien van fysieke en sociale en repressieve en preventieve aanpak in evenwicht is. In het kader van de ontwikkeling van de vraaggerichte organisatie wordt gezocht naar de gewenste inbedding en ondersteuning in de vraaggerichte organisatie.

Wijkpartner

GEMEENTE

Vakafdeling

Wijkpartner

Vakafdeling Wijkregie Regisseur Vakafdeling

Wijkpartner

De focus van de stadsdeelregisseur is gericht op de wijken van het stadsdeel. Omdat veel werkzaamheden zich richten op de afstemming met collega-ambtenaren en professionele partners die niet in de het stadsdeel gehuisvest zijn, biedt decentrale huisvesting geen meerwaarde. Vanzelfsprekend worden stadsdeeloverleggen bij voorkeur wel in het stadsdeel zelf gevoerd.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 12 van 19

4.3.

Rol van het bestuur

Aangezien wijkregie leefbaarheid als centrale thema heeft, kan het zich verheugen in een grote mate van politieke belangstelling. Leefbaarheid is immers ook een van de grootste speerpunten van de Barendrechtse raad en het Barendrechtse college. De door de WRR gestelde hamvraag voor de politiek luidt: Hoe kan de politiek vonken laten overslaan naar bewoners en op haar beurt geïnspireerd geraken door de duizenden bloemen die opbloeien in de buurten? Binnen het voorgestelde buurtbeleid zijn, volgens de WRR, sleutelrollen weggelegd voor de gemeentelijke politiek: het college aan de ene kant en de raad aan de andere. Het zijn moeilijke rollen en de uitvoering luistert nauw. Zowel college als raadsleden moeten de bewoners met hun leefbaarheidsvraagstukken begrijpen en passende beleidslijnen kunnen ontwikkelen en controleren. Ze moeten zichtbaar betrokken zijn bij de sociale herovering en daarvoor de eindverantwoordelijkheid willen en kunnen dragen. Maar ze mogen daarbij nooit de sociale spelers bij de uitvoering van de overeengekomen doelstellingen in de buurt voor de voeten lopen. In plaats daarvan moeten politici zich meer tot de hoofdlijnen beperken. Dit lijkt strijdig met het heersende gevoel onder politici en burgers, die roepen dat ‘de politiek de wijk in moet’ en een directe betrokkenheid bij buurtinitiatieven moet tonen. De essentie van de volksvertegenwoordiging is gelegen in het afwegen van prioriteiten en het uitoefenen van een afdoende toezicht. Het college is belast met de uitvoering van de overeengekomen hoofdlijnen van beleid. In het kader van de effectiviteit dient het college in te grijpen bij het te ver achterblijven van buurtinitiatieven in wijken en het stagneren van een gewenste voortgang door professionele partners. De uitvoering van wijkregie behoort tot de bevoegdheden van het college. Indien wijkregie beleidsmatige of financiële knelpunten oplevert of zichtbaar maakt, zal het college voorstellen voor beleidsaanpassingen aan de raad doen. Snel handelen is van groot belang voor het slagen van wijkregie. Het college en het directieteam zullen daarom mandaten laag in de ambtelijke organisatie neerleggen, opdat bestedingen van wijkbudgetten geen lange procedures kennen, maar direct tot actie kan worden overgegaan. Wanneer de eerste ervaringen zijn opgedaan zullen raad en college de voortgang van wijkbeheer bespreken met betrokken organisaties van bewoners en professionals. Er wordt in de raadsperiode 2006-2010 niet gekozen voor een portefeuille-indeling naar wijken. Als aanspreekpunt over de voortgang van wijkregie geldt de wethouder met wijkregie (voorheen wijkbeheer) in zijn portefeuille. 4.4. Financiën

De realisatie van wijkregie in Barendrecht vereist vooral bereidheid van organisaties om in hun prioriteitstelling van beleid en uitvoering richting te laten geven door gezamenlijkheid en daarin gebiedsgerichte differentiatie toe te staan. Daarmee redden we het alleen niet. Er zijn personele en budgettaire versterkingen nodig om met succes wijkregie te kunnen vormgeven. Instellen van wijkbudgetten Er zijn een tweetal werkbudgetten noodzakelijk; een sociaal en fysiek werkbudget. Het sociale wijkbudget bedraagt voor de zeven stadsdelen samen in 2008 50.000 euro. De voeding wordt gevonden in het bestaande activiteitenbudget (sociale structuren, minus het budget buurtbemiddeling) en in het veiligheidsbudget. De fysieke wijkbudgeten bedragen samen 70.000 euro. Voeding wordt gevonden in de reguliere beheerbudgetten van de afdeling BOR. Het college stelt jaarlijks de verdeling over de stadsdelen vast. Daarbij wordt gekeken naar omvang van ieder stadsdeel en de aard en omvang van de problematiek. Beschikbaarheid van opbouwwerk

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 13 van 19

Om bewonersparticipatie te versterken is extra opbouwwerkcapaciteit noodzakelijk. Op dit moment is de beschikbaarheid marginaal. Gezien de lage sociale cohesie is dit een groot knelpunt. De beschikbaarheid van meer opbouwwerk is noodzakelijk. Beschikbaarheid van Stadsdeelregisseurs Introductie van wijkbeheer betekent dat er meer inzet gepleegd wordt op de verbinding tussen de gemeentelijke organisatie en bewoners. Hoewel hiervan zeker positieve gevolgen verwacht mogen worden voor de gemeentelijke organisatie, moet niet de illusie bestaan dat deze taak kostenneutraal gerealiseerd kan worden. Een beter toegankelijkheid betekent meer vraag. Diverse activiteiten die deel uitmaken van wijkbeheer worden reeds verricht. Dat blijkt ook uit de eerdere paragrafen. Voorgesteld wordt derhalve twee formatieplaatsen voor stadsdeelregisseurs beschikbaar te stellen. Hiervan zal 0,8 formatieplaats door de huidige ambtelijke organisatie worden ingebracht (0,5 door BPZ en 0,3 door BOR). Communicatie Over de activiteiten in de stadsdelen zal intensief met bewoners moeten worden gecommuniceerd door de gemeente , door bewonersorganisaties en door professionele organisaties. Deze communicatie zal ook bijdragen aan de groei van de betrokkenheid van burgers. Een deel van de communicatie zal lopen via bestaande informatiekanalen. Totale jaarlijkse uitgaven traject wijkregie Opbouwwerkers Stadsdeelregisseurs Wijkbudgetten sociaal Wijkbudgetten fysiek Communicatie Onvoorzien Totaal: Dekking jaarlijkse uitgaven traject wijkregie Begroting 2008 Wijkregie Begroting 2008 Formatie-uitbreiding Beheergelden BOR Activiteitengelden SWOC Bestaande formatie Veiligheidsbudget Bijdrage corporaties Totaal: 80.000 120.000 50.000 70.000 50.000 30.000 400.000 90.000 90.000 70.000 12.000 48.000 40.000 50.000 400.000

Na controle is gebleken, dat in de Voorjaarsnota abusievelijk maar de helft van het benodigd budget voor wijkregie was opgenomen. Oorspronkelijk was het bedrag € 180.000 voor wijkbeheer in het overzicht Nieuw Beleid opgenomen (€90.000 voor personeel en €90.000 voor directe kosten). In de voorjaarsnota is het budget verlaagd van €180.000 naar € 90.000, doordat ten onrechte gemeend was dat het bedrag dubbel was opgenomen. Dit is in de begroting 2008 gecorrigeerd. 5. Implementatie 5.1. Proces

Bij de invoering van wijkregie zijn veel partners betrokken. Er zal een lange periode nodig zijn om de doelstellingen van wijkregie te bereiken voor voordat wijkregie een reguliere werkwijze is verworden bij alle betrokken partners.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 14 van 19

De invoering van wijkregie zal vanuit de gemeente en vanuit de partners intensief worden begeleid. Wijkregie is geen project maar een nieuwe manier van werken. De implementatie van wijkregie zal projectmatig worden aangepakt. De partners zullen de invoering van wijkregie begeleiden in het platform Wijkregie. Wanneer de implementatie voltooid is zal het platform een voorstel doen aan de berokken organisaties over het vervolg. Het is waarschijnlijk dat ook na de implementatiefase behoefte is aan een overlegplatform over de resultaten van de samenwerking en de uitbouw en actualisatie van de samenwerking. De gemeentelijke organisatie organiseert de introductie van wijkregie als project. Wanneer de implementatie is voltooid wordt de projectstructuur opgeheven. In de organisatieontwikkeling ‘Van Groei naar Bloei’, kan het zijn dat aanpassingen worden doorgevoerd ten aanzien van de gemeentelijke structuur, waardoor de projectstructuur overbodig wordt. De gemeente kent bij de start een stuurgroep en een projectgroep. Platform Wijkregie Het platform wordt gevormd door de kernpartners van wijkregie. Het platform komt twee keer per jaar bijeen, of zo vaak als de voorzitter noodzakelijk acht. Taken van het platform ! Bewaken dat de implementatie van wijkregie binnen de kaders plaats vindt, ! Delen van ervaringen op het gebied van wijkregie, ! Oplossen van knelpunten in de implementatie, ! Signaleren wanneer partners onvoldoende willen of kunnen bijdragen aan wijkregie, ! Aan de gezamenlijk partners en de gemeenteraad aangeven wanneer het concept van wijkregie dient te worden bijgesteld, op basis van ervaringsgegevens, ! Organiseren van draagvlak voor de wijkregie, ! Toetsen van de voortgang op de (sub)doelstellingen, ! Aangeven wanneer wijkregie een nieuwe fase kan ingaan. De leden van het platform zijn: Wethouder Wijkregie (voorzitter) Gemeentelijk projectleider (secretaris) Directeur hoofddossier Wijkregie Directeur Welzijnsstichting Directeur Patrimonium Vestigingsmanager Vestia Districtchef Politie Directeur Onderwijsinstelling (vertegenwoordiger namens werkveld) 2 deelnemers namens bewonersorganisaties of andere niet-professionele deelnemers Gemeentelijke Stuurgroep De (ambtelijke) stuurgroep wordt gevormd door hoofden van de afdelingen die betrokken zijn bij de vormgeving van wijkregie. De projectgroep komt het eerste jaar frequent bijeen. Het voorzitterschap ligt bij de directeur. Taken van de gemeentelijke stuurgroep ! Bewaken dat de implementatie van wijkregie binnen de kaders plaats vindt, ! Ambtelijke coördinatie van de stadsdeelregisseurs begeleiden op de inzet op de prioriteiten zoals in de wijken gesteld, ! Delen van ervaringen op het gebied van wijkregie, ! Oplossen van knelpunten in de implementatie, ! Signaleren wanneer partners onvoldoende willen of kunnen bijdragen aan wijkregie, ! Aan het Directieteam of het platform wijkregie aangeven wanneer het concept van wijkregie dient te worden bijgesteld, op basis van ervaringsgegevens. Gemeentelijke Projectgroep

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 15 van 19

De (ambtelijke) projectgroep wordt gevormd door medewerkers van de afdelingen die betrokken zijn bij de vormgeving van wijkregie. De meeste medewerkers worden voor deze werkzaamheden deel van de projectorganisatie Wijkregie. De projectgroep komt het eerste jaar zeer frequent bijeen. Het voorzitterschap ligt bij de projectleider. Taken van de gemeentelijke projectgroep ! Bewaken dat de implementatie van wijkregie binnen de kaders plaats vindt, ! Afstemmen van de werkzaamheden in de verschillende stadsdelen, ! Delen van ervaringen op het gebied van wijkregie, ! Zorgdragen voor interne gemeentelijke communicatie, ! Oplossen van knelpunten in de implementatie, ! Signaleren wanneer partners of afdelingen onvoldoende willen of kunnen bijdragen aan wijkregie, ! Aan de stuurgroep aangeven wanneer het concept van wijkregie dient te worden bijgesteld, op basis van ervaringsgegevens, ! Zorgen voor inhoudelijke verbinding tussen de projectorganisatie en de lijnorganisatie. 5.2. Fasering

Wie de doelstellingen van wijkregie en de huidige situatie van Barendrecht bekijkt, zal tot de conclusie komen dat realisatie een zaak van langere adem zal worden. Het verwachtingspatroon van actieve burgers en professionals mag niet zijn dat Barendrecht in een korte tijd een integrale wijkregie kent waarin prioriteiten vooral door bewonersgroepen worden gestuurd en de aanpak door bewoners samen met professionals en medewerkers van de gemeente ter hand wordt genomen. Overhaaste invoering van wijkregie zal deze illusie voeden. De invoering kan ongefaseerd en gefaseerd worden ingevoerd. Fasering kan op inhoud, op partners en geografisch. Invoering van wijkregie in fases kent de volgende aandachtspunten: ! Voorkomen moet worden dat een deel van de partners of wijken zich achtergesteld voelt, ! Fasering mag er niet toe leiden dat de implementatie halverwege blijft steken en dus stagneert, ! Het moeizaam starten in een wijk kan ook meer zeggen over de specifieke wijk(partners) dan over het totale proces. ! Door gefaseerd te starten kunnen aanloopproblemen bij anderen worden voorkomen, ! Bij geografische fasering werkt de ambtelijke organisatie op twee sporen, wat een extra kans is op onduidelijkheden en spanningen tussen afdelingen en medewerkers ! Het starten zonder actieve bewoners betekent een risico dat de vormgeving te ambtelijk wordt, waardoor bewoners niet meer willen aanhaken. ! De bewonersparticipatie dient in enige mate vorm te krijgen. De fasering moet aansluiten bij de mogelijkheden van het opbouwwerk. ! Wanneer wijkregie wordt ingevoerd moet de professionele ondersteuning op orde zijn en moeten wijkbudgetten ook bestemd kunnen worden. De aandachtspunten leiden er toe dat fasering onontkoombaar is. Het activeren van bewoners is een van de belangrijkste aspecten van wijkregie. Wanneer bewonersparticipatie niet groeit, is wijkregie niet geslaagd. Er moet dus voldoende capaciteit zijn bij de stadsdeelregisseur en opbouwwerker om aan activering inhoud te geven. Dat kan met de voorgestelde personele bezetting niet voor heel de gemeente tegelijk worden gerealiseerd. Voorgesteld wordt om de wijkregie geografisch gefaseerd te starten: ! Stadsdeelregisseurs en opbouwwerkers starten per 1 januari 2008 voor alle stadsdelen. ! Casusoverleggen starten na 1 januari 2008 gemeentedekkend, omdat anders bestaande overlegvormen hierin niet kunnen opgaan. ! Wijkbudgetten zijn voor alle stadsdelen beschikbaar vanaf 1 januari 2008

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 16 van 19

! ! !

Het platform Wijkregie selecteert een drietal wijken om per 1 januari 2008 wijkregie te starten. De deelnemende partners tekenen hiertoe voor 1 januari 2008 een convenant. Het platform Wijkregie bepaalt het tijdstip waarop andere wijken starten, waarbij het uitgangspunt is dat de fasering zo kort mogelijk moet duren, maar niet onnodig wordt geforceerd. Het platform Wijkregie en stuurgroep/projectgroep starten in het najaar van 2007.

Om de invoering mogelijk te maken zal het college een gedetailleerd stappenplan opstellen. 5.3. Relatie naar bestaande samenwerkingsvormen

Wijkregie beslaat zowel fysieke als sociale samenwerking op wijk- en stadsdeelniveau. In diverse wijken en ten aanzien diverse beleidsvelden zijn al overlegvormen op het werkgebied van wijkregie. Deze overlegvormen integreren bij voorkeur in de bestaande structuur van platform, stadsdeeloverleggen en casusoverleggen. Vooral ten aanzien van jeugd en sociale structuren moet gekeken worden naar integratie met de voorgestelde structuur. Het besluit om op te gaan in de structuur van wijkregie wordt genomen door het overleg c.q. samenwerkingsverband zelf. . 5.4. Communicatie De successen en activiteiten van wijkregie moeten goed uitgedragen worden, bijvoorbeeld door in elke wijk jaarlijks een specifieke activiteit in de schijnwerpers te zetten of raadsleden en andere bestuurders te betrekken bij projecten en activiteiten. Het college zal voorafgaand aan de invoering van wijkregie een communicatieplan vaststellen. Tijdens het minicongres is er op aangedrongen internet te gebruiken als middel voor het betrekken van bewoners. Dit middel biedt ongekende mogelijkheden om burgers te informeren en om hun mening te peilen over kwesties. Ook kunnen bewoners eenvoudig met elkaar in discussie. Het jonge instrument kent in het land vele verschijningsvormen. In sommige wijken hebben actieve bewoners het voortouw genomen en draait er inmiddels een actieve site van wijkbewoners, die goed wordt bezocht. In Barendrecht zijn dergelijke initiatieven in het kader van wijkregie zeer welkom. Het benodigde budget is laag, maar de inzet van vrijwilligers is erg hoog. Budgetten kunnen gevonden in de budgetten voor bewonersorganisaties of in het sociale wijkbudget. In de startfase zal bekeken worden hoe internet ook vanuit de partners, o.a. vanuit de gemeente kan worden benut. Naar bewoners toe moet duidelijk worden dat wijkregie een brede aanpak is van veel partners tezamen. Invoeren van een huisstijl doet hieraan geen recht. In de praktijk wordt deze stijl alleen gebruikt door de gemeente. Om alle inzet op wijkregie zichtbaar te maken zal de stuurgroep een logo laten ontwerpen dat in de vorm van een stempel op alle correspondentie met externen kan worden geplaatst. Partners zijn vrij om dit logo te plaatsen op alle correspondentie of stukken over de Barendrechtse wijkregie. Op deze wijze kan de gezamenlijkheid in beeld worden gebracht, zonder dat bestaande huisstijl van partners wordt verlaten. De stadsdeelregisseurs zullen in samenspraak met de partners een voorstel ontwikkelen over de communicatie van de gezamenlijk aanpak. Daarbij kan er een verschil worden gemaakt per stadsdeel. 6. perspectief voor de toekomst 6.1. Doorgroei naar wijkontwikkeling

Een van de uitdagingen wordt de komende jaren in wijkregie niet alleen wijkbeheer maar ook wijkontwikkeling vorm te geven. Hierbij gaat het steeds om integraliteit van fysieke en sociale uitdagingen.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 17 van 19

De huidige aanpak wordt gekenmerkt door een focus op korte termijn aanpak. Dit is een gevolg van de wens tot daadkracht op dagelijkse wijkgebonden problematiek. Wanneer wijkregie succesvol is, is de verwachting dat de behoefte zal gaan bestaan bij partners om ook het perspectief van de middellange termijn duidelijk te gaan benoemen. Een van de mogelijkheden is het gezamenlijk opstellen van een wijkvisie. Hierin kan de bewonersorganisatie een belangrijke voortrekkersrol vervullen. Zodra dit proces start verschuift het zwaartepunt van wijkbeheer naar wijkontwikkeling. Het is belangrijk dat gemeente en opbouwwerk deze doorgroei gaan ondersteunen. Op dit moment is er nog geen inzicht in hoe wijkontwikkeling vormgegeven zou moeten worden. Gezien de fase van wijkregie is dat ook niet mogelijk. Wanneer de implementatiefase van wijkregie is voltooid is meer duidelijkheid over het perspectief van de gezamenlijke partners. Voor wijkregie is het niet noodzakelijk dat op voorhand gestart wordt op het ambitieniveau van wijkontwikkeling. Het gat tussen het huidige niveau van commitment van bewoners en het gewenste niveau bij wijkontwikkeling is hiervoor nog te groot. De gemeente gaat in 2007 samen met bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties antwoord geven op de vraag ‘Wat voor gemeente wil Barendrecht in 2025 zijn?’. Dit heeft de gemeenteraad maandag 18 december 2006 besloten tijdens een openbare raadsvergadering. De gemeente vindt het erg belangrijk dat er een breed gedragen visie komt op de toekomst van Barendrecht. De gemeente gaat immers een cruciale fase van haar ontwikkeling in. De afgelopen decennia is er veel energie gestoken in de bouw van kwalitatief goede woningen en voorzieningen en het college van burgemeester en wethouders vindt het nu tijd om ook nadrukkelijk te investeren in de samenleving. Om samenhangende keuzes te kunnen maken op het gebied van wonen, werken en leven is een duidelijk beeld van de toekomst noodzakelijk. “Het beeld van Barendrecht in 2025 gaat een duidelijke koers vormen die richting geeft aan de plannen van de gemeente voor zowel de korte als lange termijn. Het toekomstbeeld ontstaat door een verkenning van maatschappelijke wensen, landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen en kenmerkende elementen uit het verleden en heden van Barendrecht. Omdat de gemeente streeft naar een toekomstbeeld dat overeenkomt met de wensen van bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties, zoekt de gemeente nadrukkelijk de samenwerking met deze partijen.” Het gemis aan het ontbreken van wijkvisies kan worden opgevangen door de uitkomsten van het proces ‘Barendrecht 2025’. Uit het beschreven Barendrechts perspectief zijn voldoende uitdagingen voor wijkontwikkeling te distilleren. 6.2. Wanneer geslaagd?

Vanzelfsprekend is wijkregie geslaagd als de doelstelling en de subdoelstellingen zijn gehaald. Maar het is van belang ook te kijken naar haalbare scenario’s op de korte en middellange termijn. De stuurgroep zal indicatoren vast stellen om de meetbaarheid van de effecten van wijkregie te vergroten. De stuurgroep toetst periodiek of de doelstellingen worden behaald. Het formuleren van indicatoren op gemeentelijk niveau kan bij gaan dragen aan het zichtbaar maken van de resultaten. Hierover wordt separaat met de raad gesproken. De subjectieve beoordeling door de partners van de waarde van wijkregie zal in tussentijdse evaluaties ook een grote rol spelen. Ten aanzien van wijkregie wordt de volgende voortgang nagestreefd: Procesresultaat per 1 januari 2009 ! In drie stadsdelen heeft wijkbeheer een jaar gedraaid. Aanloopproblemen zijn opgepakt. ! De convenanten zijn getekend en worden nageleefd. ! Tenminste een tweetal nieuwe pilot-stadsdelen wordt opgestart. ! Wijkregie heeft input geleverd voor het vormgeven van de gemeentelijke vraaggerichte organisatie. Resultaat op doelstellingen per 1 januari 2009

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 18 van 19

! ! ! ! ! !

In de drie pilot-stadsdelen zijn bewoners actief betrokken in het proces. Zij werken samen met partners aan wijkregie. In de stadsdeeloverleggen wordt structureel door een vertegenwoordiging van bewoners en belangrijke verenigingen deelgenomen. Het aantal wijk/buurtgebonden bewonersinitiatieven neemt toe in de pilotgebieden. In de drie pilot-stadsdelen zijn actieve bewonersorganisaties gestart of versterkt. De wijkbudgetten zijn besteed aan door bewoners geïnitieerde projecten. 50% van de bewoners van het stadsdeel is op de hoogte van wijkregie. Flexibiliteit van de gemeentelijke organisatie en andere organisaties is vergroot.

Procesresultaat per 1 januari 2010 ! De laatste stadsdelen is er nu wijkregie of wordt binnen 3 maanden gestart. ! Het aantal bewonersorganisaties is toegenomen, de levensvatbaarheid van deze organisaties is goed en de activiteiten zijn ook gericht op de eigen rol van bewoners. ! De stuurgroep heeft de doelstellingen geëvalueerd en formuleert een perspectief voor wijkregie in de komende jaren. Resultaat op doelstellingen per 1 januari 2010 ! In alle pilot-stadsdelen zijn bewoners actief betrokken in het proces. Zij werken samen met partners aan wijkregie. In de stadsdeeloverleggen wordt structureel door een vertegenwoordiging van bewoners en belangrijke verenigingen deelgenomen. ! Het aantal wijk/buurtgebonden bewonersinitiatieven neemt toe. ! In alle pilot-stadsdelen zijn actieve bewonersorganisaties gestart of versterkt. ! De wijkbudgetten zijn besteed aan door bewoners geïnitieerde projecten. ! 70% van de bewoners van de stadsdelen van het eerste uur is op de hoogte van wijkregie, van de andere gestarte stadsdelen 50%. ! Alle casusoverleggen functioneren en formuleren concrete acties op voorkomende problemen. Hierin is preventie een belangrijke factor. ! Het aantal bezoekers van sociaal-culturele activiteiten in de gemeente ligt hoger dan in 2007. ! Flexibiliteit van de gemeentelijke organisatie en andere organisaties is verder vergroot.

Nota Wijkregie Barendrecht

pagina 19 van 19