Eindrapportage “Aanzet tot duurzaam ondernemen op bedrijventerrein Randwyck”

Opgesteld door: LWV in samenwerking met de Samenwerkende Ondernemingen Randwyck (SOR)

Maastricht, 11 maart 2004

Correspondentienummer: Projecttitel:

4800001821 Gezamenlijk naar duurzaam ondernemen op bedrijventerrein Randwyck 0388-02-06-02-051 Oriënteringsproject, mede mogelijk gemaakt door een door Novem verleende subsidie in het kader van de Subsidieregeling duurzame bedrijventerreinen

Projectnummer: Projectsoort:

INHOUDSOPGAVE Pagina

Samenvatting 1. 2. 3. Inleiding Beschrijving van het project Conclusies (en aanbevelingen)

3 6 9 15

Bijlagen: Bijlage 1: Documentatie input formulier Bijlage 2: Samenstelling projectgroep Bijlage 3: Projectbladen “Top-5” Bijlage 4: Milieustromen en kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden Bijlage 5: (aanzet tot een) Gemeenschappelijke visie Bijlage 6: Concepttekst intentieverklaring Bijlage 7: Verslag oriënteringsgesprekken Bijlage 8: Wervingsbrief met vooraankondiging 1e extra editie Nieuwsflits SIM Bijlage 9: Overzicht met ideeën voor samenwerking Bijlage 10: Overzicht bedrijven op bedrijventerrein Randwyck Bijlage 11: 1e extra editie Nieuwsflits SIM Bijlage 12: 2e extra editie Nieuwsflits SIM

© LWV

Pagina 2

11 maart 2004

SAMENVATTING

Doel en inhoud van het project Doel van dit oriënteringsproject was het intensiveren van de samenwerking tussen de bedrijven onderling en tussen de bedrijven en de overheid op bedrijventerrein Randwyck. Centraal staat structurele samenwerking die op termijn dient te resulteren in een verbetering van het (bedrijfs)economische resultaat met gelijktijdige vermindering van de milieubelasting en een efficiënter en duurzaam gebruik van de beschikbare ruimte.

Activiteiten Om dit doel te realiseren zijn een aantal verschillende stappen gezet. Na het oprichten van een projectgroep, waarin zowel de bedrijven als de overige samenwerkingspartners (Kamer van Koophandel Zuid-Limburg, LIOF bedrijventerreinen, de gemeente Maastricht en de provincie Limburg) participeren, is er een oriëntatie uitgevoerd. Deze stap was bedoeld om een eerste indruk te verkrijgen van wat er op bedrijventerrein Randwyck “leeft”. Vervolgens zijn de milieustromen en de kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden aan de hand van de met de 1e extra editie van de Nieuwsflits SIM meegestuurde checklist geïnventariseerd. Op basis van deze inventarisatie is een “Top-5” met op korte termijn op te starten projecten samengesteld. Doel van deze projecten is het enthousiasmeren van en vergroten van draagvlak bij de bedrijven. In de 2e extra editie van de Nieuwsflits SIM is aan de bedrijven gevraagd aan te geven aan welke projecten en werkgroepen men wenst deel te nemen.

Projectplanning in één oogopslag
Projectorganisatie (januari 2003)

Oriëntatie (januari-februari) januari- februari)

Formalisering afspraken / aanzet tot visie (oktober)

“OntwikkelingsOntwikkelingstraject“ (Start: najaar 2003)

Inventarisatie ( maart-mei) maart- mei)

Projectdefiniëring (mei-augustus) mei- augustus)

© LWV

Pagina 3

11 maart 2004

Bereikte resultaten Onderstaand volgt een opsomming van de behaalde projectresultaten: De op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven en de overige samenwerkingspartners zijn in kaart gebracht; Gemeenschappelijk draagvlak bij de bedrijven en de overige samenwerkingspartners heeft geresulteerd in een inspanningsverplichting van de in het oriënteringstraject gevormde projectgroep om in het najaar van 2003 te starten met een ontwikkelingstraject gericht op de totstandkoming van een masterplan; Deze inspanningsverplichting is in een intentieverklaring vastgelegd en geeft een aanzet tot feitelijke intensivering van de samenwerking tussen de bedrijven onderling en de bedrijven en de overheid op het bedrijventerrein Randwyck; Op basis van de uitgevoerde inventarisatie van de relevante milieustromen en het door de bedrijven getoonde interesse werden de volgende milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden als kansrijk beschouwd: - Personenvervoer en bereikbaarheid; - Ruimtegebruik; - Personeel; - Terreinbeheer in brede zin (invoering van een parkmanagement-organisatie); Er zal bij het uitwerken van deze milieuthema’s worden gestreefd naar het ambitieniveau “quick win+”, waarbij naast aandacht voor versterking van de concurrentiekracht van de op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven en verbetering van het bedrijfseconomisch rendement ook uitdrukkelijk wordt gewerkt aan het behalen van milieuwinst; “Top-5” met op korte termijn op te starten projecten. Deze projecten zijn bedoeld als “smaakmakers” en dienen als signaal naar de bedrijven om te laten zien dat er daadwerkelijk wordt gestart met het geven van concrete invulling aan de beoogde samenwerking. Deze “eerste serie” met projecten is samengesteld op basis van een tweetal argumenten. Ten eerste op het op dit moment door de bedrijven gehechte belang aan het doorvoeren van efficiëncy-verbeteringen en het realiseren van kostenbesparingen. Ten tweede zijn deze projecten bedoeld als “brugfunctie” om de bedrijven (via het genereren van ideeën binnen de werkgroepen) bewust te maken van en te enthousiasmeren voor de mogelijkheden om bedrijfseconomisch voordeel te combineren met het behalen van milieuwinst; Slagvaardige projectorganisatie, bestaande uit een coördinerende projectgroep en een werkgroepenstructuur, gericht op het doorlopen van een ontwikkelingstraject. De samenstelling van de werkgroepen vormt de eerste stap van het ontwikkelingstraject; Eindrapportage “Aanzet tot duurzaam ondernemen op bedrijventerrein Randwyck” en een tweetal extra edities van de Nieuwsflits SIM.

© LWV

Pagina 4

11 maart 2004

Conclusies en aanbevelingen De met het project beoogde doelstellingen zijn allen binnen de geplande periode en de daarvoor benodigde middelen gerealiseerd. De relevante milieustromen en de kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden zijn in kaart gebracht en met de belangrijkste samenwerkingspartners is in de projectgroep afgesproken om in het najaar van 2003 te starten met een ontwikkelingstraject gericht op de totstandkoming van een masterplan. De in het oriënteringstraject gevormde projectgroep beschouwt deelname aan het ontwikkelingstraject als een inspanningsverplichting voor intensivering van de samenwerking om mee te denken en te werken aan de mogelijkheden voor parkmanagement in Maastricht in brede zin en het vastleggen van de resultaten hiervan in een masterplan. In dat kader heeft de LWV bij Novem een nieuwe subsidieaanvraag ingediend. De gemaakte afspraken zijn in een intentieverklaring vastgelegd (zie bijlage 6). Gebaseerd op het tijdens de themabijeenkomst door de bedrijven getoonde enthousiasme kan worden geconcludeerd dat de “bottom-up”-aanpak, waarbij de wensen en behoeften van de ondernemers centraal staan, in combinatie met de actieve benadering van de bedrijven haar eerste vruchten begint af te werpen. Daarom zullen beide uitgangspunten ook tijdens het ontwikkelingstraject weer worden gehanteerd. In verband met creëren van betrokkenheid bij de bedrijven zal parallel hieraan worden gestart met de uitvoering van de projecten behorend tot de “Top-5”. Omdat de in het kader van het project uitgebrachte twee extra edities van de Nieuwsflits SIM ook voor andere gemeenten en bedrijvenverenigingen interessant kunnen zijn, is besloten om beide versies op de internetpagina van de LWV te plaatsen. Onder www.lwv.nl worden beide edities beschikbaar gesteld.

© LWV

Pagina 5

11 maart 2004

1. INLEIDING

1.1

Aanleiding

De Limburgse Werkgeversvereniging (LWV) is al jarenlang actief op het gebied van belangenbehartiging, kennisuitwisseling en het stimuleren van samenwerkingsprojecten voor de Limburgse ondernemers. De LWV is van mening dat er tot nu toe nog te veel kansen blijven liggen waarbij economische ontwikkelingen worden gecombineerd met een verbetering van het milieu. Samenwerking tussen de bedrijven onderling en tussen de bedrijven en de overheden gebeurt naar mening van de LWV nog steeds te weinig en op veel te geringe schaal! Eén van de vele redenen om hieraan invulling te geven, is ontstaan uit de steeds schaarser wordende ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen en de hieruit voortvloeiende behoefte om de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen te handhaven en te verbeteren. Dit is ook door de overheden onderkend. De Provincie Limburg heeft daarom binnen het bedrijventerreinenbeleid ervoor gekozen “Duurzame Ontwikkeling” als uitgangspunt te hanteren zowel bij de revitalisering als bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Met duurzame ontwikkeling doelt de Provincie op het versterken van de concurrentiekracht, met behoud van een aantrekkelijk vestigingsklimaat in combinatie met milieu- en terreinwinst, waarbij wordt ingezet op de volgende speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5. Efficiënt ruimtegebruik; Milieuwinst; Profilering/segmentering; Beheer; Verbetering van de bereikbaarheid.

De LWV en de Samenwerkende Ondernemingen Randwyck (SOR) onderstrepen het belang hiervan. Met het bij Novem indienen van een subsidieaanvraag hebben zij in het afgelopen najaar het initiatief genomen om op bedrijventerrein Randwyck samenwerking tussen de bedrijven onderling en tussen de bedrijven en de overheid te intensiveren. Deze samenwerking dient op termijn te resulteren in een verbetering van het (bedrijfs)economische resultaat met gelijktijdige vermindering van de milieubelasting en een efficiënter en duurzaam gebruik van de beschikbare ruimte. Gebaseerd op het door Novem in de “Leidraad Duurzame Bedrijventerreinen” geschetste verduurzamingsproces, heeft deze rapportage betrekking op het oriënteringstraject.

1.2

Beschrijving van het bedrijventerrein

Het bedrijventerrein Randwyck is een relatief jong gemengd bedrijventerrein. Begin jaren ’80 is het terrein in gebruik genomen. Het terrein heeft een oppervlakte van circa 150 hectare en is gelegen aan de zuidzijde van Maastricht parallel aan de A2.

© LWV

Pagina 6

11 maart 2004

Op het bedrijventerrein zijn circa 150 bedrijven uit de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, handel, logistiek, nijverheid en commerciële dienstverlening gevestigd met in totaal circa 12.000 arbeidsplaatsen. De samenstelling van de bedrijven ziet er globaal als volgt uit: 25% Zakelijke dienstverlening; 25% Handel en reparatie; 15% Gezondheidszorg en onderwijs; 10% Industrie; 10% Openbaar bestuur, financiële dienstverlening en distributie van energie en water; 10% Vervoer, opslag en communicatie; 5% Bouwnijverheid en overig. Op basis van het aantal arbeidsplaatsen ziet de verdeling van de bedrijven er als volgt uit: < 5 arbeidsplaatsen: 45% van de bedrijven; 5 tot 10 arbeidsplaatsen: 15% van de bedrijven; 10 tot 25 arbeidsplaatsen: 17% van de bedrijven; 25 tot 100 arbeidsplaatsen: 13% van de bedrijven; 100 tot 250 arbeidsplaatsen: 5% van de bedrijven; > 250 arbeidsplaatsen: 5% van de bedrijven. Het bedrijventerrein wordt gekenmerkt door het MECC, het Academisch Ziekenhuis, de Universiteit van Maastricht, kantorencomplexen, bedrijvenparken en bedrijven met opslagloodsen en magazijnen. Circa 33% van de bedrijven is lid van de Samenwerkende Ondernemingen Randwyck (SOR). Binnen de ondernemersvereniging vindt periodiek overleg plaats en worden ten behoeve van de ondernemers regelmatig bijeenkomsten georganiseerd.
© LWV Pagina 7 11 maart 2004

1.3

Beoogde projectdoelstelling

Doel van dit project was het intensiveren van de samenwerking tussen de bedrijven onderling en tussen de bedrijven en de overheid op bedrijventerrein Randwyck. De samenwerking dient op termijn te resulteren in een verbetering van het (bedrijfs)economische resultaat met gelijktijdige vermindering van de milieubelasting en een efficiënter en duurzaam gebruik van de beschikbare ruimte.

1.4

Belangrijkste samenwerkingspartners

Het selecteren van de samenwerkingspartners heeft als volgt plaatsgevonden. Allereerst werden de belangrijkste partijen benaderd en werd geïnventariseerd in hoeverre men aan dit project wilde deelnemen. Vervolgens is bekeken wie er namens deze organisaties voor de projectgroep in aanmerking zou komen. Hierbij is onder andere rekening gehouden met reeds hiermee opgedane ervaringen en de reguliere taken van de beoogde projectgroepleden. Naar aanleiding van de oriënterende interviews met de deelnemende partijen is unaniem besloten om de projectaansturing tijdens het oriënteringstraject door een (ambtelijke) projectgroep te laten vervullen. Voor de samenstelling van deze projectgroep wordt verwezen naar bijlage 2. Onderstaand staan de belangrijkste samenwerkingspartners opgesomd: Bestuur van de Samenwerkende Ondernemingen Randwyck (SOR); Alle op bedrijventerrein Randwyck gevestigde ondernemers; Gemeente Maastricht; Kamer van Koophandel; LIOF Bedrijventerreinen; Provincie Limburg. Om een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen van de energie- en waterverbruikscijfers zijn ook met de Nutsbedrijven Maastricht en e-Water Group, een dochteronderneming van het waterleidingbedrijf WML, contacten gelegd en afspraken gemaakt.

1.5

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk worden de projectdoelstelling, de gevolgde werkwijze en de ervaren knelpunten uiteengezet. Hoofdstuk 3 beschrijft de behaalde projectresultaten en de daarop gebaseerde beslissing om in het najaar van 2003 te starten met een ontwikkelingstraject. De rapportage van de geïnventariseerde milieustromen en de kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden is in de bijlagen opgenomen.

© LWV

Pagina 8

11 maart 2004

2. BESCHRIJVING VAN HET PROJECT

2.1

Doelstelling

De projectdoelstelling luidde als volgt: In kaart brengen van de belangrijkste te betrekken samenwerkingspartners en hun belangen en doelstellingen; Inventariseren van de bedrijfsgegevens en de relevante milieustromen; Inventariseren van de bij de bedrijven en de samenwerkingspartners levende wensen, behoeften en ervaren knelpunten op het gebied van gemeenschappelijke duurzaamheidsthema’s in het algemeen en milieuthema’s in het bijzonder; Vertalen van de verzamelde informatie in concrete mogelijkheden en kansrijke gezamenlijke oplossingen, c.q. projecten, ingedeeld naar milieuthema’s en ambitieniveaus; Creëren van gemeenschappelijk draagvlak bij de bedrijven en overige betrokkenen resulterend in een intensivering van de samenwerking tussen bedrijven onderling en bedrijven en overheid; Opstarten van één à twee (kleinschalige milieu)projecten; Vastleggen van de uitkomsten van dit “Oriënteringsproject” in de eindrapportage “Aanzet tot duurzaam ondernemen op bedrijventerrein Randwyck”; Opstellen van een intentieverklaring met een inspanningsverlichting voor het gezamenlijke deelnemen aan een “Ontwikkelingstraject” (fase 3 uit het door Novem in de “Leidraad Duurzame Bedrijventerreinen” geschetste verduurzamingsproces) gericht op het opstellen van een masterplan.

2.2

Bijstelling doelstelling en projectaanpak

Gedurende het project is binnen de projectgroep een aantal maal besloten om van het oorspronkelijke plan van aanpak af te wijken. De belangrijkste wijzigingen luiden als volgt: De projectgroep is gedurende het oriënterings- en het ontwikkelingstraject samengesteld uit vertegenwoordigers van de samenwerkingspartners met inhoudelijke kennis en ervaring. Op deze wijze kon het oriënteringsproject conform planning worden uitgevoerd; Doordat de checklists niet door alle bedrijven (volledig) zijn ingevuld, bestond er soms een onvolledig beeld van de relevante milieustromen. Naar aanleiding daarvan zijn met de Nutsbedrijven Maastricht, e-Water Group en de gemeente afspraken gemaakt over het aanleveren van onder andere de energie- en waterverbruikscijfers en gegevens met betrekking tot de verkeersstromen. Gedurende het ontwikkelingstraject worden eventuele detailgegevens op “natuurlijke” momenten nader gespecificeerd. Voor het kunnen maken van een goede inschatting van de kansrijke milieuthema’s werd dit niet als een knelpunt beschouwd.

© LWV

Pagina 9

11 maart 2004

2.3

Projectfasering en werkwijze

Onderstaand overzicht beschrijft de gevolgde projectaanpak in hoofdlijnen. In de volgende paragraaf wordt de gevolgde werkwijze nader uiteengezet.

Projectplanning in één oogopslag
Projectorganisatie (januari 2003)

Oriëntatie (januari-februari) januari- februari)

Formalisering afspraken / aanzet tot visie (oktober)

“OntwikkelingsOntwikkelingstraject“ (Start: najaar 2003)

Inventarisatie ( maart-mei) maart- mei)

Projectdefiniëring (mei-augustus) mei- augustus)

2.4

Beschrijving uitgevoerde werkzaamheden

Alle te Randwyck gevestigde bedrijven zijn gedurende het project actief benaderd door een combinatie van een enquête (“Checklist”), wervingsbrieven, een aantal gesprekken met ondernemers, een ondernemersbijeenkomst en twee extra edities van de “Nieuwsflits SIM”. Ook voor de overige bij het project betrokken partijen geldt dat met hen nauwe contacten werden onderhouden en dat er periodiek overleg werd gevoerd, gericht op het afstemmen van elkaars activiteiten. Onderstaand volgt een chronologische beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden. Stap 1: Projectorganisatie

Naar aanleiding van de in januari gestarte oriënterende interviews met de (mogelijke) deelnemende partijen is een projectgroep samengesteld. De LWV, initiatiefnemer en subsidieaanvrager, verzorgde alle ondersteunende werkzaamheden samenhangend met het projectmanagement.

© LWV

Pagina 10

11 maart 2004

Stap 2:

Oriëntatie

In januari is een globale (theoretische) oriëntatie op mogelijke gezamenlijke projecten uitgevoerd. Dit resulteerde in het overzicht met ideeën voor samenwerking (zie bijlage 9). Hierbij werd onder andere gebruik gemaakt van bestaande publicaties en elders opgedane ervaringen. Gezien het globale karakter van deze oriëntatie werden de projecten weliswaar naar verschillende (milieu)thema’s ingedeeld, maar werd hieraan geen ambitieniveau toegekend; Gebaseerd op de ledenadministratie van de SOR en de gegevens van de Kamer van Koophandel is een overzicht bedrijven op bedrijventerrein Randwyck samengesteld (zie bijlage 10). Doel hiervan was het verkrijgen van een goed en actueel beeld van de op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven en hun activiteiten; Om een eerste indruk te verkrijgen van de onder de betrokken partijen levende wensen, behoeften, ideeën en mogelijke knelpunten hebben verschillende interviews plaatsgevonden (zie bijlage 7); De uitkomsten van de interviews zijn vervolgens verwerkt in een concept-enquête. Hierbij werd ook gebruik gemaakt van het overzicht met ideeën voor samenwerking en voorbeelden van elders in het land gebruikte enquêteformulieren; Eind februari vond het 1e projectgroepoverleg plaats. Tijdens dit overleg is de conceptenquête kritisch doorgenomen en beoordeeld op de punten duidelijkheid, volledigheid en de gewenste vorm van maatwerk.

Stap 3:

Inventarisatie

De 1e extra editie van de Nieuwsflits SIM is eind maart per post verstuurd naar alle op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven en de overige betrokken partijen. Deze editie werd in zijn geheel aan het project gewijd. De definitieve enquête (“checklist”) werd als inlegvel meegestuurd (zie bijlage 11). Doel van de checklist was het inventariseren van de “kerngegevens”. Hiermee wordt gedoeld op enerzijds de belangrijkste milieustromen en anderzijds de bij de bedrijven levende wensen, behoeften en ervaren knelpunten. Zowel van de zijde van de ondernemers als van de zijde van de overige samenwerkingspartners is de nieuwsflits positief ontvangen. Om aan het project zoveel mogelijk ruchtbaarheid te geven is de nieuwsflits sinds eind maart terug te vinden op de internetpagina van de LWV (www.lwv.nl); Voorafgaand aan de extra editie van de Nieuwsflits is naar alle bedrijven een wervingsbrief verstuurd. In deze brief werd melding gemaakt van het LWV/SORinitiatief en de in dat kader uit te brengen extra editie van de Nieuwsflits SIM (zie bijlage 8); Er zijn verder verschillende activiteiten uitgevoerd om draagvlak voor het project te verkrijgen en te behouden. Hierbij valt te denken aan de begin april gestarte belronde (circa 40% van de ondernemers is telefonisch benaderd) om zo veel mogelijk bedrijven te overtuigen van het belang van het invullen van de checklist. Verder is ook tijdens de algemene ledenvergadering van de SOR uitgebreid aandacht aan het project besteed. Tenslotte zijn er met zeven ondernemers gesprekken gevoerd. Hiervan zijn geen verslagen gemaakt. Al deze activiteiten waren gericht op het creëren van draagvlak en het verkrijgen van een zo hoog mogelijke respons; De retour ontvangen checklists werden vertaald in een overzicht met relevante milieustromen en kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden (zie bijlage 4);
© LWV Pagina 11 11 maart 2004

Begin mei vond het 2e projectgroepoverleg plaats. Tijdens dit overleg werden de tussentijdse uitkomsten van de tot dan toe retour ontvangen checklists nader toegelicht en besproken. Verder werd aandacht besteed aan gesignaleerde knelpunten en werden daarvoor mogelijke oplossingen aangedragen (zie paragraaf 2.5). Tenslotte werd tijdens het projectgroepoverleg een keuze gemaakt voor een “Top-5” met op korte termijn projecten op te starten projecten. Er is bewust gekozen voor een vijftal projecten met een sterke bedrijfseconomische component. Reden hiervoor is dat deze eerste projecten zijn bedoeld als “smaakmakers” voor het enthousiasmeren van en verkrijgen van draagvlak bij de bedrijven. Gebaseerd op hiermee reeds opgedane ervaringen is van deze projecten bekend dat hiermee op korte termijn aanzienlijke successen kunnen worden behaald. Nadat het interesse van de bedrijven is gewekt, zullen de deelnemers tijdens de projectuitvoering, maar ook tijdens het uitwerken van nieuwe kansrijke samenwerkingsmogelijkheden, bewust worden gemaakt van de mogelijkheden om bedrijfseconomisch voordeel te combineren met het behalen van milieuwinst. Stap 4: Projectdefiniëring

Vervolgens is voor elk van de projecten van de “Top-5” een projectblad gemaakt (zie bijlage 3). Het projectblad bevat een globale omschrijving van het desbetreffende project. Hierbij komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod: beknopte omschrijving van het doel van het project, het milieuthema en het ambitieniveau (quick win of quick win+), de beoogde resultaten, een omschrijving van het te doorlopen traject, de projectorganisatie, de doorlooptijd, de voordelen, maar ook de kosten en de inbreng van de deelnemende ondernemers; Op 21 mei werd de themabijeenkomst “Met gezamenlijke projecten aan de slag” georganiseerd. Hiervoor werden alle op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst werd aandacht besteed aan de resultaten van de uitgevoerde inventarisaties. Verder werd tekst en uitleg gegeven over de “Top-5” met projecten en de beoogde werkgroepenstructuur. De themabijeenkomst werd bezocht door twaalf bedrijven. Verder hadden zestien bedrijven aangegeven voor de bijeenkomst helaas verhinderd te zijn, maar wel graag over het vervolgtraject geïnformeerd te willen worden. Er waren veel positieve reacties en er werden door de aanwezigen verschillende nieuwe ideeën voor mogelijke samenwerking aangekaart. Verder was er veel animo voor deelname aan de werkgroepen; De 2e extra editie van de Nieuwsflits SIM is op 7 juli per post verstuurd naar alle op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven en de overige betrokken partijen (zie bijlage 12). Ook deze editie werd in zijn geheel aan het project gewijd. Er werd uitgebreid aandacht besteed aan de projecten van de “Top-5”, de taakvelden van de werkgroepen en de beoogde projectorganisatie. Als inlegvel was een retourfax bijgevoegd, met het verzoek aan de bedrijven om aan te geven aan welke projecten en werkgroepen men wenste deel te nemen. Ook nu weer is circa 40% van de ondernemers telefonisch benaderd. In eerste instantie heeft dit geresulteerd in zeventien bedrijven die zich hebben aangemeld. De ontvangen reacties worden in het ontwikkelingstraject nader uitgewerkt. Ook de 2e extra editie van de nieuwsflits is terug te vinden op de internetpagina van de LWV (www.lwv.nl); Medio juli vond het 3e projectgroepoverleg plaats. Tijdens dit overleg werd wederom aandacht besteed aan de uitkomsten van de retour ontvangen checklists. Met betrekking tot het verkrijgen van een overzicht van de relevante milieustromen zijn sommige milieustromen tot stand gekomen door de beschikbare informatie met ervaringscijfers te extrapoleren. Gedurende het ontwikkelingstraject worden de eventueel benodigde detailgegevens op “natuurlijke” momenten nader gespecificeerd. Op basis van de
© LWV Pagina 12 11 maart 2004

ontvangen checklists is tijdens het overleg een geactualiseerde lijst met relevante milieustromen en kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden samengesteld (zie bijlage 4). Verder is afgesproken in het najaar van 2003 te starten met een ontwikkelingstraject gericht op de totstandkoming van een masterplan. In dat kader heeft de LWV een plan van aanpak opgesteld en op basis hiervan in de eerste helft van augustus bij Novem een nieuwe subsidieaanvraag ingediend. De concept-eindrapportage van 8 augustus jl. is als bijlage meegestuurd. De in het oriënteringstraject gevormde projectgroep beschouwt deelname aan het ontwikkelingstraject als een inspanningsverplichting voor intensivering van de samenwerking om mee te denken en te werken aan de mogelijkheden voor parkmanagement in Maastricht in de brede zin en het vastleggen van de resultaten hiervan in een masterplan. Stap 5: Formalisering afspraken / aanzet tot gemeenschappelijke visie

Op basis van de van de bedrijven ontvangen reacties en de door de samenwerkingspartners ingeschatte kansen, werden vervolgens kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden gedefinieerd. Bij het bepalen van de kansrijke milieuthema’s werden door de projectgroep de volgende criteria gehanteerd: - De respons van de bedrijven gebaseerd op het door de bedrijven getoonde interesse voor de verschillende samenwerkingsmogelijkheden per milieuthema; - De aard en de omvang van de verschillende milieustromen; - De (aanzet tot een) gemeenschappelijke visie van de projectgroepleden op een duurzame ontwikkeling van bedrijventerrein Randwyck (zie bijlage 5); - De elders door de projectgroepleden opgedane positieve ervaringen met de gezamenlijke aanpak van kansrijke milieuthema’s. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de gemaakte inschatting voor elk van de gehanteerde criteria: Milieuthema Respons bedrijven + +/+/+ + + Omvang milieustromen + + + + +/+/+ + + Visie op duurzame ontwikkeling + + +/+/+/+ + + Elders opgedane ervaringen +/+ + + +/+ +/+ +/Kansrijk

Personeel Terreinbeheer Water Afval-, grond- en hulpstoffen Goederenvervoer Energie Personenvervoer Bereikbaarheid Ruimtegebruik en veiligheid

Ja Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja

© LWV

Pagina 13

11 maart 2004

De volgende milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden worden door de projectgroep als kansrijk beschouwd: - Personenvervoer en bereikbaarheid; - Ruimtegebruik; - Personeel; - Terreinbeheer in brede zin (invoering van een parkmanagement-organisatie); Op 21 oktober vond de startbijeenkomst plaats. Tijdens deze bijeenkomst werd de beoogde werkgroepenstructuur gepresenteerd en vond de officiële aftrap van de projecten behorend tot de “Top-5” plaats. Verder werd aandacht besteed aan de kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden, de door de samenwerkingspartners uitgesproken bereidheid met betrekking tot de wijze waarop de aanzet voor een gemeenschappelijke visie op de duurzame ontwikkeling van bedrijventerrein Randwyck in een masterplan zal worden uitgewerkt; Na het verkrijgen van bestuurlijk akkoord wordt de inspanningsverplichting begin 2004 bekrachtigd met het ondertekenen van de intentieverklaring. Hieraan zal een stuk publiciteit worden gegeven. Hiertoe zal gebruik worden gemaakt van de eigen media, LWV-mededelingen, de internetpagina van de LWV, het schrijven van een persbericht en het gericht benaderen van de redacties van “Limburg onderneemt”, “Ondernemen in Limburg” en de “Kamerkrant”.

2.5

Ervaren knelpunten en verbeteringsmaatregelen

Gedurende het oriënteringstraject hebben zich ook een tweetal knelpunten voorgedaan. Hieraan is tijdens het projectgroepoverleg aandacht besteed en gezamenlijk naar een oplossing gezocht. Uitgaande van de Novem-publicatie “Leren van falen: succes behalen”, vallen beide onder de hoofdcategorie “Proces en organisatie”. Knelpunt 1: kleine bedrijven en niet-leden tonen weinig interesse Gedurende het project is meerdere malen gebleken dat de kleine en niet-aangesloten bedrijven weinig interesse tonen. Daar ook het versturen van “herinneringsbrieven” en telefonisch contacten niet het gewenste effect bleken op te leveren, is in de projectgroep besloten de aandacht in eerste instantie te richten op de georganiseerde bedrijven en de grotere nietaangesloten bedrijven. Naar verwachting zullen de kleine en de minder “actieve” bedrijven in de toekomst volgen wanneer de resultaten van de eerste samenwerkingsprojecten bekend zijn. Knelpunt 2: invullen checklist vormt een drempel Tijdens de contacten met de bedrijven is gebleken dat het volledig invullen van de bij de 1e nieuwsflits meegestuurde checklist voor veel bedrijven een zodanige werkbelasting vormde dat de checklists onvolledig of helemaal niet werden ingevuld. Knelpunt voor de meeste bedrijven vormde het kwantificeren van de milieustromen. Om de bedrijven niet te frustreren is door de projectgroep besloten om bij de bedrijven niet verder aan te dringen op het aanleveren van de benodigde gegevens en te kiezen voor een andere aanpak. De milieustromen zijn vervolgens geïnventariseerd door met de Nutsbedrijven Maastricht, eWater Group en de gemeente afspraken te maken over het aanleveren van onder andere de energie- en waterverbruikscijfers en gegevens met betrekking tot de verkeersstromen. Waar nodig en mogelijk is verder op basis van ervaringscijfers een extrapolatie uitgevoerd. Gedurende het ontwikkelingstraject worden de eventueel benodigde detailgegevens op “natuurlijke” momenten nader gespecificeerd. Voor het kunnen maken van een goede inschatting van de kansrijke milieuthema’s werd dit niet als een knelpunt beschouwd.
© LWV Pagina 14 11 maart 2004

3. CONCLUSIES (EN AANBEVELINGEN)

3.1

Bereikte resultaten De op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven en de overige samenwerkingspartners zijn in kaart gebracht; Gemeenschappelijk draagvlak bij de bedrijven en de overige samenwerkingspartners heeft geresulteerd in een inspanningsverplichting van de in het oriënteringstraject gevormde projectgroep om in het najaar van 2003 te starten met een ontwikkelingstraject gericht op de totstandkoming van een masterplan; Deze inspanningsverplichting is in een intentieverklaring vastgelegd en geeft een aanzet tot feitelijke intensivering van de samenwerking tussen de bedrijven onderling en de bedrijven en de overheid op het bedrijventerrein Randwyck; Op basis van de uitgevoerde inventarisatie van de relevante milieustromen en het door de bedrijven getoonde interesse werden de volgende milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden als kansrijk beschouwd: - Personenvervoer en bereikbaarheid; - Ruimtegebruik; - Personeel; - Terreinbeheer in brede zin (invoering van een parkmanagement-organisatie); Er zal bij het uitwerken van deze milieuthema’s worden gestreefd naar het ambitieniveau “quick win+”, waarbij naast aandacht voor versterking van de concurrentiekracht van de op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven en verbetering van het bedrijfseconomisch rendement ook uitdrukkelijk wordt gewerkt aan het behalen van milieuwinst; “Top-5” met op korte termijn op te starten projecten. Deze projecten zijn bedoeld als “smaakmakers” en dienen als signaal naar de bedrijven om te laten zien dat er daadwerkelijk wordt gestart met het geven van concrete invulling aan de beoogde samenwerking. Deze “eerste serie” met projecten is samengesteld op basis van een tweetal argumenten. Ten eerste op het op dit moment door de bedrijven gehechte belang aan het doorvoeren van efficiëncy-verbeteringen en het realiseren van kostenbesparingen. Ten tweede zijn deze projecten bedoeld als “brugfunctie” om de bedrijven (via het genereren van ideeën binnen de werkgroepen) bewust te maken van en te enthousiasmeren voor de mogelijkheden om bedrijfseconomisch voordeel te combineren met het behalen van milieuwinst; Slagvaardige projectorganisatie, bestaande uit een coördinerende projectgroep en een werkgroepenstructuur, gericht op het doorlopen van een ontwikkelingstraject. De samenstelling van de werkgroepen vormt de eerste stap van het ontwikkelingstraject; Eindrapportage “Aanzet tot duurzaam ondernemen op bedrijventerrein Randwyck” en een tweetal extra edities van de Nieuwsflits SIM.

© LWV

Pagina 15

11 maart 2004

Conclusies en aanbevelingen De met het project beoogde doelstellingen zijn allen binnen de geplande periode en de daarvoor benodigde middelen gerealiseerd. De relevante milieustromen en de kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden zijn in kaart gebracht en met de belangrijkste samenwerkingspartners is in de projectgroep afgesproken om in het najaar van 2003 te starten met een ontwikkelingstraject gericht op de totstandkoming van een masterplan. De in het oriënteringstraject gevormde projectgroep beschouwt deelname aan het ontwikkelingstraject als een inspanningsverplichting voor intensivering van de samenwerking om mee te denken en te werken aan de mogelijkheden voor parkmanagement in Maastricht in brede zin en het vastleggen van de resultaten hiervan in een masterplan. In dat kader heeft de LWV bij Novem een nieuwe subsidieaanvraag ingediend. De gemaakte afspraken worden begin 2004 in een intentieverklaring vastgelegd. Gebaseerd op het tijdens de themabijeenkomst door de bedrijven getoonde enthousiasme kan worden geconcludeerd dat de “bottom-up”-aanpak, waarbij de wensen en behoeften van de ondernemers centraal staan, in combinatie met de actieve benadering van de bedrijven haar eerste vruchten begint af te werpen. Daarom zullen beide uitgangspunten ook tijdens het ontwikkelingstraject weer worden gehanteerd. In verband met creëren van betrokkenheid bij de bedrijven zal parallel hieraan worden gestart met de uitvoering van de projecten behorend tot de “Top-5”.

3.3

Follow-up

Het ontwikkelingstraject is afgelopen najaar reeds opgestart. Hiertoe is een werkgroepenstructuur opgezet. In het plan van aanpak “Projectbeschrijving: van oriëntering naar ontwikkeling van een masterplan met gemeenschappelijke visie op duurzaamheid voor bedrijventerrein Randwyck” is nader beschreven op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven.

3.4

Bruikbaarheid van resultaten voor derden

Omdat de in het kader van het project uitgebrachte twee extra edities van de Nieuwsflits SIM ook voor andere gemeenten en bedrijvenverenigingen interessant kunnen zijn, is besloten om beide versies op de internetpagina van de LWV te plaatsen. Onder www.lwv.nl worden beide edities beschikbaar gesteld.

© LWV

Pagina 16

11 maart 2004

Bijlage 1: Documentatie input formulier
Projectgegevens: Novem projectnummer: Volledige rapporttitel: Verkorte titel: Opdrachtgever: Auteurs: Publicatiedatum: Aantal pagina’s: Te verkrijgen bij: Contactpersoon: Telefoonnummer: E-mail: Prijs: 0388-02-06-02-051 Eindrapportage “Aanzet tot bedrijventerrein Randwyck” nvt LWV Mark Hendriks en Rob Schaap 11 maart 2004 16 (exclusief de bijlagen) LWV Karin Gillissen (0475) 352625 gillissen@lwv.nl € 15,- inclusief verzendkosten

duurzaam

ondernemen

op

Trefwoorden: Randwyck, LWV, oriëntering, initiëring, samenwerkingspartners, milieustromen, kansrijke milieuthema’s, samenwerkingsmogelijkheden, inspanningsverplichting, deelnamebereidheid

Samenvatting: Hiervoor wordt verwezen naar de samenvatting voorin deze eindrapportage.

In te vullen door Novem: Programma: Hoofdlijn: Eind/tussenrapport (E/T):

© LWV

Pagina 17

11 maart 2004

Bijlage 2: Samenstelling projectgroep
Yvonne de Bie Karin Collombon Ruud Burlet Paul Damoiseaux Luuk Dohmen Ernst Scipio Maurice Frankort Mark Hendriks Guido Houben Marleen van Oeveren Charles Remeijers Eric Schreuders Rob Schaap (Kamer van Koophandel) (Provincie Limburg) (Voorzitter BVB) (Voorzitter SOB) (Voorzitter SOS) (Voorzitter SOR) (Limburgse Werkgevers Vereniging) (Limburgse Werkgevers Vereniging) (Gemeente Maastricht) (Gemeente Maastricht) (Gemeente Maastricht) (LIOF Bedrijventerreinen) (Limburgse Werkgevers Vereniging)

© LWV

Pagina 18

11 maart 2004

Bijlage 3: Projectbladen “Top-5” Projectblad 1: Raamcontract gezamenlijke afvalinzameling (versie november 2003)
Milieuthema: Afval-, grond- en hulpstoffen. Projectdoelstelling en ambitieniveau: Afsluiten van een raamcontact voor de gezamenlijke afvalinzameling; Periodiek evalueren en verlengen van het raamcontract; Ambitieniveau: quick win+ (kostenbesparing, verdergaande afvalscheiding en onderlinge uitwisseling van reststoffen). Beoogde resultaten: Efficiënte en milieuverantwoorde “afvoer op maat“, waarbij de containertypes en ledigingfrequenties zijn afgestemd op de individuele behoeften van elk bedrijf; Verdergaande afvalscheiding; Onderlinge uitwisseling en hergebruik van reststoffen (voorwaarde: alleen mogelijk indien de reststoffen zonder verdere bewerking kunnen worden ingezet); Minder vervoersbewegingen en -kilometers als gevolg van gecombineerd afvaltransport; Raamcontract afvalinzameling met één of een beperkt aantal betrouwbare afvalafvoerder(s) die voldoen aan een aantal binnen de werkgroep nog nader te formuleren kwaliteitscriteria; Substantiële besparing op de afvalkosten, waarbij de daadwerkelijk gerealiseerde besparing sterk zal afhangen van de tot nu toe door de deelnemende bedrijven op dit gebied reeds verrichte inspanningen. Soortgelijke projecten hebben in het verleden besparingen op de afvalkosten opgeleverd van meer dan 10%. Stappenplan ten behoeve van de projectuitvoering: 1. Week 43-44: inventariseren van de aard, de omvang en de kosten samenhangend met de huidige afvalstromen (inventarisatieformulier versiedatum: 23 oktober 2003); 2. Week 45-46: verwerken van geïnventariseerde gegevens in een bestek; 3. Week 48 of 49: 2e werkgroepoverleg: vaststellen van het bestek en de te benaderen afvalafvoerders (uitgangspunt: alle bij de deelnemende bedrijven actieve afvalafvoerders); 4. Week 50: opvragen van offertes; 5. Week 4: uitvoeren van een eerste globale offertevergelijking; 6. Week 6: 3e werkgroepoverleg: maken van een keuze uit de nader uit te werken 3 à 5 offertes; 7. Week 7-10: uitvoeren van een gedetailleerde offertevergelijking door de gegevens voor elk individueel bedrijf in een Excel-rekenschema in te voeren; 8. Week 12: 4e werkgroepoverleg: presentatie offertevergelijking, besluit om eventueel met een beperkte delegatie van de werkgroep een gesprek met maximaal 3 afvalafvoerders aan te gaan (doel hiervan is het opvragen van eventuele aanvullende informatie); 9. Week 15: gesprekken met afvalafvoerders; 10. Week 18: verwerken van de aanvullingen in de offertevergelijking; 11. Week 20: 5e werkgroepoverleg: presentatie offertevergelijking en formuleren van een advies;

© LWV

Pagina 19

11 maart 2004

12. Week 26: tijdens een ondernemersbijeenkomst advies uitbrengen aan de deelnemende bedrijven en maken van een definitieve keuze; 13. Begin juli 2004: ondertekenen van een raamcontract voor de periode tot en met 31 december 2005; 14. Juli: Accountmanager neemt contact op met de deelnemende bedrijven om een individueel contract af te sluiten; 15. Vanaf dat moment kunnen ook andere bedrijven tot de raamovereenkomst toetreden; 16. Doorlooptijd bedraagt 6 à 9 maanden. Voordelen voor de deelnemende bedrijven: Milieuverantwoorde “afvoer op maat“, waarbij de containertypes en ledigingfrequenties zijn afgestemd op de individuele behoeften van elk bedrijf; Onderlinge uitwisseling en hergebruik van reststoffen; Substantiële besparing op de afvalkosten. Inbreng van de bedrijven: De kosten voor deelname bedragen éénmalig € 1.000,- per bedrijf. Dit bedrag is men echter alleen verschuldigd indien de jaarlijkse besparing € 1.000,- of meer bedraagt. Indien deze besparing lager uitvalt, zijn géén kosten verschuldigd; Van de deelnemende bedrijven wordt verwacht dat zij de benodigde inventarisatiegegevens (afvaloverzicht en één kopiefactuur over 2003 van elke afvalstroom) tijdig aanleveren en dat de lopende afvalcontracten tijdig worden opgezegd; Verder wordt van hen verwacht dat zij aan het gezamenlijke afvalinzamelingcontract onvoorwaardelijk zullen deelnemen, indien door de werkgroep kan worden aangetoond dat de afvoerkosten minimaal gelijk blijven of lager zullen uitvallen.

© LWV

Pagina 20

11 maart 2004

Projectblad 2: 2003)
Milieuthema: Energie.

Gezamenlijke inkoop van energie (versie november

Projectdoelstelling en ambitieniveau: Afsluiten van een mantelovereenkomst voor de inkoop van energie; Ambitieniveau: quick win+ (kostenbesparing en eventuele inkoop van duurzaam opgewekte elektriciteit). Beoogde resultaten: Gezamenlijke mantelovereenkomst met een energieleverancier; Elk bedrijf beschikt over een individueel contract op maat dat precies aansluit bij de met de bedrijfsactiviteiten samenhangende energiebehoeften en de eventueel door het bedrijf geopperde wensen met betrekking tot de mate van duurzaamheid; Optimalisatie van het energieverbruik; Gemiddeld minimaal 10% besparing op de energiekosten ten opzichte van 2002. Stappenplan ten behoeve van de projectuitvoering: Week 46-47: inventariseren van de benodigde energiegegevens (inventarisatieformulier versiedatum: 7 november 2003); Week 48-49: verwerken van geïnventariseerde gegevens in een bestek; Week 50: 2e werkgroepoverleg: vaststellen van het bestek; Week 51: opvragen van energietarieven (“brede” offertes opvragen); Week 4: uitvoeren van een tariefvergelijking; Week 5: 3e werkgroepoverleg: presentatie tariefvergelijking en formuleren van een advies (c.q. maken van een keuze); Week 6: tijdens een ondernemersbijeenkomst advies uitbrengen aan de deelnemende bedrijven en maken van een definitieve keuze; Februari/maart: ondertekenen van een mantelovereenkomst voor de periode tot en met 31 december 2005; Februari/maart: afsluiten van individuele contracten (doorlooptijd: 5 maanden). Voordelen voor de deelnemende bedrijven: Contract op maat dat precies aansluit bij de met de bedrijfsactiviteiten samenhangende energiebehoeften; Gemiddeld minimaal 10% besparing op de energiekosten ten opzichte van 2002. Inbreng van de bedrijven: De kosten voor deelname (van LWV-leden) bedragen € 150,- per elektriciteitsaansluiting en € 250,- per aardgasaansluiting of € 300,- voor beiden; Voor bedrijven die geen lid van de LWV zijn, worden de deelnamekosten nog nader bekeken.

© LWV

Pagina 21

11 maart 2004

Projectblad 3: 2003)
Milieuthema: Goederenvervoer.

Raamcontract motorbrandstoffen (versie november

Projectdoelstelling en ambitieniveau: Afsluiten van een raamcontract voor de inkoop van motorbrandstoffen; Ambitieniveau: quick win (kostenbesparing). Beoogde resultaten: Raamcontract motorbrandstoffen; Gemiddeld circa 5% besparing op de brandstofkosten. Stappenplan ten behoeve van de projectuitvoering: Week 44-45: inventariseren van de gegevens samenhangend met het verbruik aan motorbrandstoffen (inventarisatieformulier versiedatum: 24 oktober 2003); Week 46-47: verwerken van geïnventariseerde gegevens in een bestek; Week 49 of 50: 2e werkgroepoverleg: vaststellen van het bestek en de te benaderen leveranciers van motorbrandstoffen (uitgangspunt: alle bij de deelnemende bedrijven actieve leveranciers); Week 51: opvragen van offertes; Week 5: uitvoeren van een offertevergelijking; Week 8: 3e werkgroepoverleg: presentatie offertevergelijking en formuleren van een advies; Week 11: tijdens een ondernemersbijeenkomst advies uitbrengen aan de deelnemende bedrijven en maken van een definitieve keuze; Eind maart 2004: ondertekenen van een raamcontract voor de periode tot en met 31 december 2005; Vanaf april: Accountmanager neemt contact op met de deelnemende bedrijven om een individueel contract af te sluiten; Vanaf dat moment kunnen ook andere bedrijven tot het raamcontract toetreden; Doorlooptijd bedraagt 3 à 5 maanden. Voordelen voor de deelnemende bedrijven: Gemiddeld circa 5% besparing op de brandstofkosten. Inbreng van de bedrijven: Deelname is gratis. Van de deelnemende bedrijven wordt verwacht dat zij de benodigde inventarisatiegegevens (brandstofverbruik en een kopiefactuur over 2003) tijdig aanleveren en de lopende contracten per omgaande opzeggen; Verder wordt van hen verwacht dat zij aan het gezamenlijke contract onvoorwaardelijk zullen deelnemen, indien door de werkgroep kan worden aangetoond dat de motorbrandstofkosten minimaal gelijk blijven of lager zullen uitvallen.

© LWV

Pagina 22

11 maart 2004

Projectblad 4: Rijstijltraining november 2003)
Milieuthema: Personen- en goederenvervoer. Projectdoelstelling en ambitieniveau:

“Het

Nieuwe

Rijden”

(versie

Verzorgen van rijstijltrainingen “Het Nieuwe Rijden”; Ambitieniveau: quick win+ (verbeteren van de verkeersveiligheid, een lager brandstofverbruik per gereden kilometer en minder schadegevallen resulterend in kostenbesparingen door een verlaging van het ziekteverzuim, lagere verzekeringspremies en verlaging van het betaalde eigen risico). Beoogde resultaten: Aanleren van nieuwe defensieve, brandstofbesparende en vlotte rijstijl (zonder tijdsverlies); Hoger comfort, minder stress en een grotere verkeersveiligheid voor de chauffeurs en bestuurders (verlaging van het ziekteverzuim als gevolg van ongevallen); Minder schadegevallen en lagere onderhoudskosten (onderzoek heeft uitgewezen dat elke euro besparing op de brandstofkosten ook een besparing van één euro op kosten samenhangend met schades en onderhoud oplevert); Vrachtwagen- en buschauffeurs: gemiddeld 7,5% besparing op de brandstofkosten; Automobilisten: gemiddeld 12,5% besparing op de brandstofkosten; Terugdringing van de milieubelasting. Stappenplan ten behoeve van de projectuitvoering (onder voorbehoud, afhankelijk van het wel of niet opstarten van een pilot-training): Week 45-46: inventariseren van het aantal personen dat hieraan zal deelnemen; Week 47: verwerken van geïnventariseerde gegevens in een bestek; Week 49 of 50: 2e werkgroepoverleg: vaststellen van het bestek en de te benaderen aanbieders van deze rijstijltraining; Week 51: opvragen van offertes; Week 3: uitvoeren van een offertevergelijking; Week 5: 3e werkgroepoverleg: presentatie offertevergelijking en formuleren van een advies (c.q. maken van een keuze); Eind februari 2004: start rijstijltrainingen; Doorlooptijd bedraagt 4 maanden. Voordelen voor de deelnemende bedrijven: Grotere verkeersveiligheid voor de chauffeurs (lager ziekteverzuim); Minder schadegevallen (lagere verzekeringspremies en/of verlaging van de kosten samenhangend met het betaalde eigen risico); Lagere onderhoudskosten; Gemiddeld 7,5 tot 12,5% besparing op de brandstofkosten. Inbreng van de bedrijven: De trainingskosten op locatie te Maastricht bedragen voor automobilisten en beroepsgoederenchauffeurs respectievelijk circa € 180,- en € 50,- per persoon excl. BTW.
© LWV Pagina 23 11 maart 2004

Projectblad 5: 2003)
Milieuthema: Personeel.

Gezamenlijke opleiding BHV (versie november

Projectdoelstelling en ambitieniveau: Kennis- en ervaringsuitwisseling met betrekking tot BHV-trainingen; Verzorgen van opleidingen “Bedrijfshulpverlening”; Ambitieniveau: quick win+ (kostenbesparing en verbetering van de BHV). Beoogde resultaten: Verbetering en instandhouding van de bedrijfshulpverlening; Tijdsbesparing op het inkopen en organiseren van de trainingen en het terugdringen van de reistijd; Bieden van meer flexibiliteit in de planning van de trainingen; Kwalitatief goede trainingen tegen de scherpste prijs. Stappenplan ten behoeve van de projectuitvoering: Week 44-45: inventariseren van het gewenste type BHV-training en het aantal personen dat hieraan zal deelnemen (inventarisatieformulier versiedatum: 29 oktober 2003); Week 46-47: verwerken van geïnventariseerde gegevens in een bestek; Week 49 of 50: 2e werkgroepoverleg: vaststellen van het bestek en de te benaderen aanbieders van BHV-trainingen (uitgangspunt: alle bij de deelnemende bedrijven actieve trainers); Week 51: opvragen van offertes; Week 5: uitvoeren van een offertevergelijking; Week 8: 3e werkgroepoverleg: presentatie offertevergelijking en formuleren van een advies; Week 11: tijdens een ondernemersbijeenkomst advies uitbrengen aan de deelnemende bedrijven en maken van een definitieve keuze; Eind maart 2004: start BHV-trainingen; Doorlooptijd bedraagt 3 à 5 maanden. Voordelen voor de deelnemende bedrijven: Besparing op organisatie- en reistijd; Kwalitatief goede trainingen tegen de scherpste prijs. Inbreng van de bedrijven: De trainingskosten komen voor rekening van de deelnemende bedrijven; Van de deelnemende bedrijven wordt verwacht dat zij de benodigde inventarisatiegegevens tijdig aanleveren en de lopende contracten tijdig opzeggen.

© LWV

Pagina 24

11 maart 2004

Bijlage 4: Relevante milieustromen en kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden
1. Inleiding

Eén van de doelstellingen van het oriënteringstraject was het kwantitatief en kwalitatief inventariseren van de relevante milieustromen en het op basis daarvan maken van een inschatting van de kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden. Om hieraan invulling te geven is gekozen voor het voeren van een aantal interviews en het uitzetten van een enquête. Deze werd eind maart als inlegvel bij de 1e extra editie van de Nieuwsflits SIM naar alle op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven verstuurd. De volgende milieustromen c.q. (milieu)thema’s werden geïnventariseerd: Personeel; Terreinbeheer; Water; Afval-, grond- en hulpstoffen; Goederenvervoer; Energie; Personenvervoer; Bereikbaarheid; Ruimtegebruik en veiligheid. De resultaten van de uitgevoerde inventarisatie worden in de volgende paragrafen nader uiteengezet. In totaal hebben op Randwyck vijftien bedrijven (11%) de checklist ingevuld. Deze bedrijven bieden werkgelegenheid aan 52% van de op Randwyck werkzame personen. Daar de mate van de milieubelasting van de bedrijven te Randwyck niet ver uiteenloopt, kan worden geconcludeerd dat de bedrijven die de enquête hebben ingevuld een representatief beeld geven van wat er op bedrijventerrein Randwyck onder de bedrijven leeft. Onderstaand is het animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten uitgedrukt in een percentage van het aantal bedrijven dat de checklist heeft ingevuld. Op deze wijze wordt een eerste globale indruk verkregen van het door de bedrijven getoonde interesse voor mogelijke samenwerking op het gebied van bovengenoemde milieuthema’s.

2.

Algemeen

Bij de opvolging van de checklist is gebleken dat het volledig invullen van de checklist voor veel bedrijven een zodanige werkbelasting vormde dat de checklists onvolledig of helemaal niet werden ingevuld. Knelpunt voor de meeste bedrijven vormde het kwantificeren van de milieustromen. Om de bedrijven niet te frustreren met het verzoek om gedetailleerd informatiemateriaal aan te leveren, is door de projectgroep besloten om bij de bedrijven op dit moment niet verder aan te dringen op het aanleveren van de benodigde gegevens en te kiezen voor een andere aanpak.

© LWV

Pagina 25

11 maart 2004

In dat kader is besloten om voor het kwantificeren van de onvolledige milieustromen een beroep op de samenwerkingspartners te doen. Zowel met de gemeente, de Nutsbedrijven Maastricht als e-Water Group werden afspraken gemaakt over het aanleveren van cijfermateriaal met betrekking tot een aantal milieustromen. Hierbij valt te denken aan de energie- en waterverbruikscijfers, de omvang van het gevaarlijk afval, de onttrekking van grond- en oppervlaktewater, de vervoersstromen en het ruimtegebruik. De verkregen informatie is vervolgens verwerkt en waar nodig en mogelijk op basis van ervaringscijfers geëxtrapoleerd. De nog ontbrekende (detail)gegevens zullen op “natuurlijke” momenten gedurende het ontwikkelingstraject nader worden gespecificeerd. Voor het kunnen maken van een goede inschatting van de kansrijke gezamenlijke milieuthema’s werd dit niet als een knelpunt beschouwd.

3.

Personeel

Met betrekking tot het thema “personeel” werd onder andere aandacht besteed aan het aantal medewerkers, eventueel personeelsgebrek, de bedrijfstijden, ploegendiensten en de interesse voor gezamenlijke projecten. De bedrijven die de checklist hebben geretourneerd bieden werk aan 6.225 medewerkers en representeren daarmee 52% van de werkgelegenheid op bedrijventerrein Randwyck. De omvang van het aantal arbeidsplaatsen per bedrijf loopt uiteen van 7 tot 2.000 medewerkers. 53% van deze bedrijven is een zelfstandig bedrijf en geen enkel bedrijf werkt met ploegendiensten. 42% van de bedrijven begint ‘s ochtends om 8.00 uur en 36% begint tussen 7.00 en 7.30 uur. De overige 22% begint rond 8.30 uur. Geen van de bedrijven kent een structureel personeelsgebrek. Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven die gereageerd hebben levende animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten: 1. Gezamenlijke internetpagina 50% 2. Gezamenlijk gebruik van kinderopvang 64% 3. Gezamenlijk gebruik van sport- en fitnessfaciliteiten 71% 4. Gezamenlijk gebruik van kantinefaciliteiten 21% 5. Broodjesservice (in de nabije omgeving) 57% 6. (Eet-)café, brasserie (in de nabije omgeving) 64% 7. Supermarkt (in de nabije omgeving) 36% 8. Copyshop (in de nabije omgeving) 29% 9. Gezamenlijke arbeidspool / uitleen van personeel 29% 10. Gezamenlijke vacaturebank / aanbieden van stages 36% 11. Raamcontract voor catering 29% 12. Raamcontract inkoop kantoorartikelen 57% 13. Raamcontract inkoop computerbenodigdheden 36% 14. Raamcontract met uitzendbureaus 36% 15. Raamcontract met Arbo-diensten 43% 16. Raamcontract ten behoeve van multimediadiensten 21% 17. Aanleg glasvezelkabelnetwerk met voldoende ICT-capaciteit 36% 18. Gezamenlijke opleiding: bedrijfshulpverlening 64% 19. Gezamenlijke opleiding: KAM-coördinator 36% 20. Gezamenlijke opleiding: vorkheftruckchauffeur 14% 21. Themabijeenkomst “grensarbeiders” 29%

© LWV

Pagina 26

11 maart 2004

4.

Terreinbeheer

Met betrekking tot het thema “terreinbeheer” werd onder andere aandacht besteed aan hinder van derden, ongewenste bedrijven, het geven van een kwaliteitsoordeel over de particuliere terreinen en de openbare ruimte en de interesse voor strenger toezicht en het opzetten van een posthaal- en brengservice. De 29% van de bedrijven heeft aangegeven parkeerhinder te ervaren. Uit de reacties blijkt dat er op Randwyck geen sprake is van ongewenste bedrijven. Onderstaand volgen de door de bedrijven toegekende cijfers voor het beheer van de particuliere terreinen: Uitstraling van de particuliere gebouwen 8,2 Uitstraling van particuliere “open” opslag 7,1 Uitstraling van het particuliere groen 7,0 Uitstraling van braakliggende kavels 5,0 Gemiddeld: 6,8 (op een schaal van 1 tot 10) Onderstaand volgen de door de bedrijven toegekende cijfers voor het beheer van de openbare ruimte: Uitstraling van het bedrijventerrein als geheel 6,3 Uitstraling van “uw” straat 6,6 Zicht vanaf de openbare weg op uw bedrijf 6,9 Onderhoud van het wegdek 6,8 Onderhoud van voet- en fietspaden 6,2 Onderhoud van kabels, leidingen en riolering 6,3 Hoeveelheid openbaar groen 6,0 Onderhoud van het openbaar groen 5,4 Kwaliteit van het straatmeubilair 5,7 Vegen van wegen en paden 5,2 Gladheidbestrijding 5,2 Verwijdering van zwerfvuil 4,9 Postbus (situering en openingstijden) 6,4 Brievenbussen (situering en ledigingstijden) 6,0 Gemiddeld: 6,0 (op een schaal van 1 tot 10) Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven die gereageerd hebben levende animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten: 22. Strenger toezicht op ongewenst parkeren en zwerfvuil 43% 23. Post haal- en brengservice 21%

5.

Water

Met betrekking tot het thema “water” werd onder andere aandacht besteed aan de omvang en kwaliteit van het waterverbruik, de voorzieningen voor de behandeling van afvalwater en de interesse voor gezamenlijke projecten.

© LWV

Pagina 27

11 maart 2004

De bedrijven op Randwyck hebben allen behoefte aan water van drinkwaterkwaliteit (leidingwater) en lozen op het riool. 29% van de bedrijven loost het afvalwater via een olie/vetafscheider. Gebaseerd op de door de bedrijven ingevulde checklists en een uitgevoerde extrapolatie is een schatting gemaakt van de omvang van het jaarlijkse waterverbruik. De bedrijven op Randwyck verbruiken op jaarbasis in totaal circa 400.000 m3 leidingwater en 200.000 m3 grondwater. Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven die gereageerd hebben levende animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten: 24. Quick scan op waterbesparingsmogelijkheden 14% 25. Themabijeenkomst “waterbesparingsmogelijkheden” 14% 26. Benutting van hemelwater (spoeling toiletten of processen) 36% 27. Benutting van oppervlaktewater (koeling of processen) 7% 28. Benutting van hemelwater t.b.v. bluswatervoorzieningen 21% 29. Gezamenlijke afvalwaterzuivering 7% 30. Uitwisseling van water (e-water) tussen bedrijven 7%

6.

Afval-, grond- en hulpstoffen

Met betrekking tot het thema “afval-, grond- en hulpstoffen” werd onder andere aandacht besteed aan de aard en de omvang van de afvalstoffen en de interesse voor gezamenlijke projecten. Gebaseerd op de door de bedrijven ingevulde checklists en een uitgevoerde extrapolatie is een schatting gemaakt van de omvang van de jaarlijks op Randwyck vrijkomende afvalstoffen: afgewerkte olie: 50 ton bouw- en sloopafval: 250 ton gevaarlijke afvalstoffen: 100 ton houtafval: 200 ton karton en papier: 500 ton kunststoffen: 50 ton lege metalen vaten: 10 ton olie-/wateremulsies: 10 ton restafval ofwel bedrijfsafval: 500 ton schroot en metaal: 150 ton Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven die gereageerd hebben levende animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten: 31. Quick scan op afvalpreventiemogelijkheden 21% 32. Themabijeenkomst “afvalpreventiemogelijkheden” 21% 33. Opstellen van een afvalpreventieplan 21% 34. Gezamenlijk milieupark 21% 35. Reststoffenbeurs (uitwisseling en hergebruik van reststoffen) 21% 36. Raamcontract voor gezamenlijke afvalinzameling 43% 37. Invoering van een milieuzorgsysteem (NEN ISO 14001) 14% 38. Benutting van afvalstoffen voor energieopwekking 29%

© LWV

Pagina 28

11 maart 2004

7.

Goederenvervoer

Met betrekking tot het thema “goederenvervoer” werd onder andere aandacht besteed aan de samenstelling van het eigen wagenpark, de belading van de voertuigen en de interesse voor gezamenlijke projecten. Om de complexiteit van het invullen van de checklist te beperken is in de projectgroep ervoor gekozen om de omvang van de vervoersstromen per vervoersmodaliteit niet in de checklist op te nemen. Wel werd aan de bedrijven gevraagd om aan te geven of men voor het vervoer van goederen (intensiever) gebruik wenst te maken van de binnenvaart of het spoor. Het wagenpark van de bedrijven op Randwyck wordt geschat op circa 500 voertuigen, bestaande uit 300 personenauto’s, 150 bestelbussen en 50 vrachtwagens en vorkheftrucks. Gebaseerd op het van de gemeente ontvangen cijfermateriaal vinden er op de ontsluitingwegen van Randwyck per dag de volgende vervoersbewegingen plaats: Personenauto’s, bestelbussen en vrachtwagens met vier wielen Bussen en vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen 2.616 912 Vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger en trekkers met oplegger 744 264

Limburglaan Molensingel

33.936 11.712

Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven die gereageerd hebben levende animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten: 39. Rijstijltraining “Het Nieuwe Rijden” 7% 40. Gezamenlijk gebruik interne transportmiddelen 7% 41. Raamcontract inkoop motorbrandstoffen 36% 42. Raamcontract onderhoud wagenpark 14% 43. Raamcontract verzekering wagenpark 29% 44. Raamcontract met leasemaatschappij 36% 45. Vervoerscoördinatie gericht op optimalisering beladingsgraad 7% 46. Facility point met gezamenlijke voorzieningen 7% 47. (Intensiever) gebruik van de binnenvaart 0% 48. (Intensiever) gebruik van de spoorverbinding 0%

8.

Energie

Met betrekking tot het thema “energie” werd onder andere aandacht besteed aan de aard en de omvang van het energieverbruik, de mogelijke benutting van energiestromen door andere bedrijven en de interesse voor gezamenlijke projecten.

© LWV

Pagina 29

11 maart 2004

Gebaseerd op de door de bedrijven ingevulde checklists en de gegevens van het Nutsbedrijf Maastricht verbruiken de bedrijven op Randwyck op jaarbasis in totaal circa 20.000.000 m3 aardgas en 50.000.000 kWh elektriciteit. Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven die gereageerd hebben levende animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten: 49. Quick scan op energiebesparingsmogelijkheden 7% 50. Themabijeenkomst “energiebesparingsmogelijkheden” 36% 51. Opstellen van een bedrijfsenergieplan 21% 52. Gezamenlijke inkoop van elektriciteit 50% 53. Gezamenlijke inkoop van “natuurstroom” of “groene” stroom 29% 54. Gezamenlijke inkoop van aardgas 57% 55. Aanschaf van zonnecollectoren (verwarming van tapwater) 21% 56. Aanschaf van zonnecellen (opwekking van elektriciteit) 29% 57. Gezamenlijke utilities 21% 58. Benutting van restwarmte of restkoude tussen bedrijven 29% 59. Benutting energie-inhoud “omgeving” 14%

9.

Personenvervoer

Met betrekking tot het thema “personenvervoer” werd onder andere aandacht besteed aan de woonplaats van de medewerkers en de wijze waarop zij naar hun werk reizen en de interesse voor gezamenlijke projecten. Gebaseerd op de door de bedrijven ingevulde checklists is een schatting gemaakt van de verdeling van de medewerkers naar woonplaats: Maastricht: 38% Regio: 54% Buitenland: 8% De verdeling van de medewerkers volgt uit: Te voet / fiets: Bus: Trein: Carpool: Auto: Combinatie: naar vervoerswijze voor het woon-/werkverkeer ziet er als 17% 3% 10% 3% 65% 2%

Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven die gereageerd hebben levende animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten: 60. Hoogwaardige (snelle) fietsverbindingen 50% 61. Openbaar vervoer op loopafstand met een hoge frequentie 57% 62. Periodieke actuele informatie over het openbaar vervoer 57% 63. Besloten groepsvervoer (“Directbus”) 36% 64. Faciliteren van carpoolen door coördinatiepunt voor personenvervoer 43% 65. Opstellen van een vervoersplan 14%

© LWV

Pagina 30

11 maart 2004

10.

Bereikbaarheid

Met betrekking tot het thema “bereikbaarheid” werd onder andere aandacht besteed aan het geven van een kwaliteitsoordeel over de bereikbaarheid en bewegwijzering van het bedrijventerrein, de bereikbaarheid van het bedrijf en de interesse voor gezamenlijke projecten. De bereikbaarheid en bewegwijzering van het bedrijventerrein werden door de bedrijven beoordeeld met respectievelijk het cijfer 7,5 en 6,3. Onderstaand volgen de door de bedrijven toegekende cijfers voor de bereikbaarheid van het bedrijf tijdens en buiten de spitsuren: Voor voetgangers 7,5 (spitsuren) 7,2 (buiten de spitsuren) Voor fietsers 8,3 8,2 Per bus 7,2 7,3 Per “Directbus” 6,0 6,3 Per trein 6,9 6,8 Met de personenauto 6,0 7,7 Voor vrachtwagens 5,6 7,0 Via het spoor 6,0 6,0 Via de binnenvaart 2,5 2,5 Gemiddeld: 6,2 6,6 (op een schaal van 1 tot 10) Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven die gereageerd hebben levende animo voor deelname aan de verschillende gezamenlijke projecten: 66. Verbetering van de externe bereikbaarheid 79% 67. Verbetering van verkeersontsluiting op het bedrijventerrein 64% 68. Verbetering van de interne en/of externe bewegwijzering 79% 69. Realiseren van parkeerplaatsen langs de openbare weg 43% 70. Collectieve parkeervoorzieningen voor personenauto’s 43% 71. Collectieve bewaakte parkeervoorzieningen voor vrachtwagens 21%

11.

Ruimtegebruik en veiligheid

Met betrekking tot het thema “ruimtegebruik en veiligheid” werd onder andere aandacht besteed aan de redenen voor vestiging op de huidige locatie, de omvang en de mate van bebouwing van het bedrijfsterrein, ruimteoverschot of -gebrek, uitbreidings- of verhuisplannen, het geven van een kwaliteitsoordeel over de veiligheid op het bedrijventerrein en de interesse voor gezamenlijke projecten. Belangrijkste vestigingsmotieven voor de bedrijven waren de beschikbare ruimte (86%) en de bereikbaarheid (57%). De ligging ten opzichte van de klanten werd door 29% van de bedrijven als reden aangevoerd. Verhuis- of uitbreidingsplannen zijn er op dit moment niet.

© LWV

Pagina 31

11 maart 2004

Gebaseerd op de door de bedrijven ingevulde checklists, ziet het ruimtegebruik van de particuliere terreinen er globaal als volgt uit: Bebouwd: 66%; Verhard onbebouwd: 26%; Onverhard: 8%. Met de gemeente is afgesproken dat er wordt nagegaan of het mogelijk is om nog aanvullende gegevens te verstrekken. Hierbij valt te denken aan de verdeling van de totale ruimte naar: uitgegeven terreinen (bebouwd, gemiddelde bebouwingshoogte, verhard onbebouwd en onverhard onbebouwd), openbare ruimte en nog voor uitgifte beschikbare ruimte. Onderstaand volgen de door de bedrijven toegekende cijfers voor de veiligheid op het bedrijventerrein: Verkeersveiligheid op het bedrijventerrein 6,6 Gevoel van sociale veiligheid: overdag 7,4 Gevoel van sociale veiligheid: ’s avonds 4,9 Gevoel van sociale veiligheid: ’s nachts 4,4 Kwaliteit van de openbare verlichting 6,0 Risico’s en gevaren rondom andere bedrijven 6,9 Collectieve beveiliging 6,7 Gemiddeld: 6,1 (op een schaal van 1 tot 10) Onderstaande opsomming toont het onder de bedrijven levende animo verschillende gezamenlijke projecten: 72. Raamcontract voor onderhoud van gebouwtechnische installaties 73. Raamcontract voor bedrijfspandonderhoud 74. Raamcontract collectieve schoonmaakdiensten 75. Raamcontract voor groenonderhoud 76. Gezamenlijk gebruik van vergader- en opleidingsfaciliteiten 77. Gezamenlijk gebruik van overdekte opslagruimten 78. Gezamenlijk gebruik van “open” opslagruimten 79. Coördinatiepunt voor ruimteoverschot en ruimtegebrek 80. Gezamenlijke waardebepaling van uw bedrijf 81. Gezamenlijk optreden met betrekking tot Belvédère 82. Opstellen van een bedrijfsnoodplan 83. Afstemmen van bedrijfsnoodplannen en BHV-organisaties voor deelname aan de 36% 36% 57% 43% 50% 14% 7% 43% nvt nvt 21% 79%

12.

Kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden

Hoewel uit de inventarisatie blijkt dat er door de individuele bedrijven voor alle milieuthema’s interesse is getoond, is er op sommige samenwerkingsmogelijkheden niet of nauwelijks gereageerd. Een belangrijke reden hiervoor is de onbekendheid met de materie en de hiermee samenhangende mogelijkheden. Mede daarom is bij het maken van een keuze van de kansrijke milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden niet uitsluitend gekeken naar de respons van de bedrijven en de omvang van de milieustromen. De projectgroepleden hebben zich hierbij ook laten leiden door hun visie op een mogelijke duurzame ontwikkeling van Randwyck en de elders door hen opgedane ervaringen.

© LWV

Pagina 32

11 maart 2004

Bij het bepalen van de kansrijke milieuthema’s werden door de projectgroep de volgende criteria gehanteerd: - De respons van de bedrijven gebaseerd op het door de bedrijven getoonde interesse voor de verschillende samenwerkingsmogelijkheden per milieuthema; - De aard en de omvang van de verschillende milieustromen; - De visie van de projectgroepleden op een duurzame ontwikkeling van bedrijventerrein Randwyck; - De elders door de projectgroepleden opgedane positieve ervaringen met de gezamenlijke aanpak van kansrijke milieuthema’s. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de gemaakte inschatting voor elk van de gehanteerde criteria: Milieuthema Respons bedrijven + +/+/+ + + Omvang milieustromen + + + + +/+/+ + + Visie op duurzame ontwikkeling + + +/+/+/+ + + Elders opgedane ervaringen +/+ + + +/+ +/+ +/Kansrijk

Personeel Terreinbeheer Water Afval-, grond- en hulpstoffen Goederenvervoer Energie Personenvervoer Bereikbaarheid Ruimtegebruik en veiligheid

Ja Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja

De volgende milieuthema’s en samenwerkingsmogelijkheden worden door de projectgroep als kansrijk beschouwd en hieraan zal tijdens het ontwikkelingstraject in het op te stellen masterplan nader inhoud worden gegeven: Personenvervoer en bereikbaarheid; Ruimtegebruik; Personeel; Terreinbeheer in brede zin (invoering van een parkmanagement-organisatie).

© LWV

Pagina 33

11 maart 2004

Bijlage 5: (aanzet tot een) Gemeenschappelijke visie
Het op bedrijventerrein Randwyck uitgevoerde oriënteringstraject heeft geresulteerd in een eerste aanzet tot een gemeenschappelijke visie op het begrip duurzaamheid in het algemeen en de toekomstige duurzame ontwikkeling van bedrijventerrein Randwyck in het bijzonder. Tijdens het ontwikkelingstraject zal de visie in het masterplan nader worden uitgewerkt. Onderstaand wordt de gemeenschappelijke visie kort uiteengezet: De samenwerkingspartners zien duurzaamheid op bedrijventerrein Randwyck als het gezamenlijk streven van de bedrijven onderling en de bedrijven en de overheid naar een verbetering van het bedrijfseconomisch resultaat, vermindering van de milieubelasting en een zo efficiënt mogelijk gebruik van de beschikbare ruimte. Om aan de duurzame ontwikkeling van bedrijventerrein Randwyck vorm en inhoud te geven, zien de samenwerkingspartners voor zichzelf, maar vooral ook voor de individuele bedrijven een prominente rol weggelegd. De samenwerkingspartners willen hieraan invulling geven door het hanteren van een project- en werkgroepenstructuur waarin een bottom-up aanpak centraal staat. De bedrijven zullen een belangrijke input aan de werkgroepen gaan geven door mee te denken en inspanning te leveren aan het genereren van projecten en maatregelen. De milieuthema’s “Personenvervoer en bereikbaarheid”, “Ruimtegebruik”, “Personeel” en “Terreinbeheer” worden door de samenwerkingspartners op bedrijventerrein Randwyck als kansrijk beschouwd. Bij het bedenken van de projecten en maatregelen met betrekking tot de twee milieuthema’s “Personenvervoer en bereikbaarheid” en “Ruimtegebruik” wordt op Randwyck ingezet op het ambitieniveau “quick win+”, waarin naast aandacht voor versterking van de concurrentiekracht en een verbetering van het bedrijfseconomische rendement nadrukkelijk wordt ingezet op het behalen van milieuwinst door aandacht voor preventie, reductie en efficiënt ruimtegebruik. De samenwerkingspartners hechten daarnaast veel waarde aan goede voorzieningen voor het op Randwyck werkzame personeel. De aantrekkelijkheid van het werkklimaat op Randwyck wordt naar de mening van de samenwerkingspartners voor een groot deel bepaald door de aanwezige voorzieningen en de reeds eerder genoemde bereikbaarheid van het bedrijventerrein. Vandaar dat de samenwerkingspartners hieraan nu en in de toekomst blijvend aandacht willen besteden. Het geven van invulling aan terreinbeheer wordt door de samenwerkingspartners beschouwd als een belangrijke voorwaarde om gestructureerde aandacht voor samenwerking te kunnen waarborgen. De samenwerkingspartners zien daarom op Randwyck op termijn een belangrijke rol weggelegd voor een parkmanagementorganisatie waarin door verschillende partijen zal worden geparticipeerd.

© LWV

Pagina 34

11 maart 2004

Bijlage 6:

Intentieverklaring
(Concept versie 20 februari 2004) Project “Samen werken aan een duurzame ontwikkeling van bedrijventerrein Randwyck”
Ondergetekenden: Het bestuur van de Stichting Samenwerkende Ondernemingen Randwyck / SOR, in deze vertegenwoordigd door de voorzitter, de heer E. Scipio Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maastricht, in deze vertegenwoordigd door de wethouder, de heer J.J.M. Aarts Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg, in deze vertegenwoordigd door de gedeputeerde, de heer M.J.A. Eurlings Het bestuur van de Kamer van Koophandel Zuid-Limburg, in deze vertegenwoordigd door de vice-voorzitter, de heer P.J. Lindner LIOF Bedrijventerreinen B.V., in deze vertegenwoordigd door de directeur, de heer R. Hammer Het bestuur van de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV), in deze vertegenwoordigd door de voorzitter, de heer J. Nijhuis Overwegingen: Teneinde de Maastrichtse bedrijventerreinen duurzaam te ontwikkelen, dient er sprake te zijn van samenwerking tussen de bedrijven onderling en tussen de bedrijven en de overheden; De beoogde samenwerking dient zich te richten op projecten die bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de bedrijventerreinen door versterking van de concurrentiekracht, verbetering van het (bedrijfs-)economische resultaat, vermindering van de milieubelasting en een zo efficiënt mogelijk gebruik van de beschikbare ruimte; Voorwaarde voor het oppakken van projecten met uitsluitend bedrijfseconomische voordelen, is dat een deel van de hiermee te behalen financiële resultaten ten goede moeten komen aan duurzame projecten die wél bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van de bedrijventerreinen; Een tweede voorwaarde voor de beoogde samenwerking is het opzetten van een structurele parkmanagement-organisatie met als doel het coördineren en organiseren van de gezamenlijke activiteiten; De financiering van de uit te voeren projecten en de parkmanagement-organisatie dient plaats te vinden met bijdragen van die partijen die hiervan de meeste baten zullen hebben. Indien gewenst of noodzakelijk zal voor deelprojecten naar aanvullende financiering worden gezocht. In het masterplan zal dit nader worden uitgewerkt.

© LWV

Pagina 35

11 maart 2004

Verklaringen: 1. De LWV is initiatiefnemer, subsidieaanvrager en projectleider; 2. Alle partijen onderschrijven de resultaten van het “Oriënteringstraject” en de kansen die er liggen voor een duurzame ontwikkeling van bedrijventerrein Randwyck; 3. Alle partijen nemen gedurende het “Ontwikkelingstraject” zitting in de projectgroep en geven sturing aan het gezamenlijk opstellen van een masterplan. Het masterplan dient als bouwsteen voor de daadwerkelijke duurzame ontwikkeling van het bedrijventerrein en bestaat uit een gemeenschappelijke visie, een beschrijving van de beoogde parkmanagement-organisatie, een financieringsvoorstel en een actieplan met concrete uitvoeringsprojecten voor de kansrijke milieuthema’s; 4. Alle partijen verklaren na afronding van het masterplan een formeel besluit te nemen met betrekking tot de vaststelling van dit plan. Na vaststelling van het masterplan wordt het één en ander in een samenwerkingsovereenkomst vastgelegd; 5. De SOR en de LWV besteden actief aandacht aan het verhogen van de organisatiegraad door het werven van nieuwe leden en “achterblijvers” te overtuigen van de voordelen van samenwerking.

Aldus bepaald op 20 februari 2004: Namens het bestuur van de Stichting Samenwerkende Ondernemingen Randwyck E. Scipio …………………………………..

Namens het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maastricht J.J.M. Aarts …………………………………..

Namens het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg M.J.A. Eurlings …………………………………..

Namens het bestuur van de Kamer van Koophandel Zuid-Limburg P.J. Lindner …………………………………..

Namens LIOF Bedrijventerreinen B.V. R. Hammer …………………………………..

Namens het bestuur van de Limburgse Werkgevers Vereniging J. Nijhuis …………………………………..

© LWV

Pagina 36

11 maart 2004

Bijlage 7: Verslag oriënteringsgesprekken Gemeente Maastricht
Gesprek met Peter Bertholet en Ferdy Bremmer (29 januari 2003) De gemeente hecht veel waarde aan het geven van invulling aan gebiedsmanagement; De gemeente heeft echter nog geen scherp beeld wat dit concreet kan inhouden; De gemeente denkt aan het overdragen taken en verantwoordelijkheden voor het bovenen ondergrondse beheer en de exploitatie van het gebied; Volgens de gemeente past Randwyck-Noord niet binnen de definitie van een bedrijventerrein! Vandaar dat de gemeente er voorstander van is om onderscheid te maken tussen Randwyck-Noord en Randwyck-Zuid; De gemeente spreekt de wens uit om het LWV- en het Amstelland-initiatief op elkaar af te stemmen om zodoende te voorkomen dat de gemeente in een zodanige positie wordt gemanoeuvreerd waarin de gemeente voor een keuze wordt gesteld; Om een mogelijk afbreukrisico te beperken is een goede procesgang vereist. De gemeente doelt hier op het in kaart brengen van de doelstellingen van de betrokken partijen en eventuele hiermee samenhangende belangentegenstellingen. Verder wijst de gemeente op het belang van het “managen” van de verwachtingen van alle betrokkenen!; De gemeente spreekt haar voorkeur uit om ook “De Geusselt” bij het project te betrekken; Tenslotte is afgesproken dat er op 18 februari eerst een strategische afstemming zal plaatsvinden alvorens de gemeente besluit om aan het LWV-initiatief haar medewerking toe te zeggen. Rob geeft tijdens deze strategische afstemming door middel van een presentatie tekst en uitleg over de beoogde doelstellingen, de te volgen aanpak en tijdpad en de van de gemeente verwachte inbreng. Van de zijde van de gemeente zal hieraan worden deelgenomen door de heren:  Peter Bertholet (directielid Dienst Stadsbeheer en Facilitaire Zaken SBF);  Math Jongen (directielid Dienst Sociale en Economische Zaken SEZ);  Wim Meijs (directielid Stadsontwikkeling en Grondzaken); Indien de gemeente besluit om aan het project haar medewerking te verlenen, zal in samenwerking met Marleen van Oeveren een inhoudelijke ambtelijke club uit de benodigde disciplines worden samengesteld. Mogelijke belangen van de gemeente: Stimuleren van een goed vestigingsklimaat (o.a. bereikbaarheid, profilering, segmentering en uitstraling; Voorkomen van functionele veroudering; Beheerconstructie; Verminderen van de milieubelasting.

© LWV

Pagina 37

11 maart 2004

Provincie Limburg
Gesprek met Ester Temme, Karin Collombon en Alain Nijssen (29 januari 2003) De provincie verzoekt de LWV na te denken over de volgende punten:  Doelstellingen LWV-initiatief op korte- en lange termijn;  Aandacht voor de kleinere Maastrichtse bedrijventerreinen;  Visualiseren van de toekomstige beoogde organisatorische invulling rondom het bedrijventerreinmanagement en de rol van alle betrokkenen hierin; De provincie kan als medegebruiker van Randwyck-Noord ook worden benaderd om aan gezamenlijke projecten deel te nemen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het aanbieden van een aantal faciliteiten. Huub Wintraken van Facilitaire Zaken is hiervoor het aanspreekpunt; Momenteel heeft de provincie nog géén visie ten aanzien van de Maastrichtse bedrijventerreinen; De provincie ziet voor zichzelf de volgende beleidsmatige rol weggelegd:  Communiceren over en inbrengen van elders opgedane ervaringen;  Geven van een zo breed mogelijk invulling aan het aspect duurzaamheid;  Op ad hoc basis uitoefenen van bestuurlijke druk. Mogelijke belangen van de provincie: Tot stand brengen van revitalisering en kwalitatieve upgrading van verouderde bedrijventerreinen; Stimuleren van het opzetten van beheerconstructies; Behalen van ruimtewinst door efficiënter ruimtegebruik.

© LWV

Pagina 38

11 maart 2004

Kamer van Koophandel en LIOF Bedrijventerreinen
Gesprek met Yvonne de Bie, Marc van Tilburg en Eric Schreuders (16 januari 2003) Volgens de KvK zijn de bodemstromen in het verleden voor met name Beatrixhaven reeds geïnventariseerd. Knelpunt vormt het bodembeheerplan van de gemeente Maastricht, omdat dit als gevolg van aanpassingen in het landelijk beleid moet worden geactualiseerd; LIOF BT adviseert om geen aandacht meer te besteden aan vervoermanagement. Voor vrijwel alle bedrijventerreinen in Limburg en ook de meest Maastrichtse zijn onderzoeken uitgevoerd gericht op het in beeld brengen van mogelijkheden voor carpoolen, aansluiting en intensivering van OV, fietsplannen etc. Geen van de onderzoeken heeft tot een daadwerkelijk resultaat geleid; De KvK meldt dat de revitalisering van Beatrixhaven ondanks vele gesprekken nog steeds niet van de grond is gekomen. Het ontbreekt volgens het LIOF aan enthousiasme en capaciteit; Het LIOF adviseert om de uitvoering van de projecten na elkaar te plannen, zodat eventuele kinderziektes kunnen worden weggenomen; Met betrekking tot de projectdeelname adviseert het LIOF dat gestreefd moet worden bedrijven een minimum basispakket aan diensten te laten afnemen. Met dit basispakket dient te worden voorkomen dat alleen de “krenten uit de pap worden gehaald”. Daarnaast zal bij het aanbieden van diensten en de verrekening van kosten daarvan rekening moeten worden gehouden met het afromen van een nader vast te stellen percentage voor de administratieve afhandeling (kosten van de bedrijventerrein organisatie) en voor de nog te starten duurzaamheidsmaatregelen; De KvK en het LIOF zien voor zichzelf de volgende rol weggelegd:  Communiceren over en inbrengen van elders opgedane ervaringen;  Stimuleren en geven van invulling aan beheer van bedrijventerreinen. Mogelijke belangen van de KvK en het LIOF: Verbeteren van de bedrijfsomgeving en het investeringsklimaat in brede zin; Tot stand brengen van structureel beheer van de bedrijventerreinen.

© LWV

Pagina 39

11 maart 2004

Samenwerkende Ondernemingen Randwyck (SOR)
Gesprek met Sjef Kreutzer (29 januari 2003) Algemene opmerkingen: Waarschijnlijk splitsing tussen Randwyck-Noord en Randwyck-Zuid; Inzetten op ledenwerving door middel van een wervingsbrief voor alle ondernemers op heel Randwyck. De brief bevat de volgende inhoud:  Melding maken van het LWV/SOR-initiatief en de afstemming hiervan op “Amstelland”;  Opsomming van de voordelen voor de ondernemers van een SOR-lidmaatschap (o.a. sterkere gezamenlijke positie naar de gemeente en belangenbehartiging);  Vooraankondiging van de extra editie van de SIM Nieuwsflits;  Enquête van M&M Logistiek (behoefte aan “busvervoer”) als bijlage meesturen. Met uitzondering van de bedrijven die door M&M Logistiek al zijn benaderd. Voor deze groep bedrijven geldt dat hiervan in de brief géén melding wordt gemaakt; Zoeken van afstemming met “Amstelland”:  Vergelijken van de doelstellingen;  Gevolgd plan van aanpak;  Reeds geïnventariseerde gegevens;  Samenstelling van de werkgroepen en behaalde resultaten;  Benaderen van de beheerders (in plaats van de gebruikers);  Financiële bijdrage van € 6.000,- van de SOR; De te versturen enquêtes voor Randwyck-Noord en -Zuid zullen waarschijnlijk sterk van elkaar afwijken. Situatieschets: Gemengd bedrijventerrein daterend uit 1985 en nog steeds in ontwikkeling; Het MECC, het AZM, de universiteit, de “Autoboulevard” en de Maastrichtse Toeleveringsbedrijven domineren dit bedrijventerrein. Afgeronde projecten: Collectieve beveiliging door VNV sinds 1999. Zowel van het bedrijventerrein als van de woonwijk. Dit laatste wordt door de gemeente betaald; Busvervoer door M&M Logistiek (dhr. Jan Haasnoot tel. 043 - 3212793). Knelpunten: Parkeren en files. Gewenste projecten: Behoeft om Randwyck-Zuid mee te laten profiteren van Randwyck-Noord; Randwyck-Zuid koppelen aan het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein Maastricht/Eijsden.

© LWV

Pagina 40

11 maart 2004

Bijlage 8: Wervingsbrief met vooraankondiging 1e extra editie Nieuwsflits SIM
Roermond, 11 maart 2003

Betreft: Bedrijventerreinmanagement

Geachte heer, mevrouw, Op de Maastrichtse bedrijventerreinen zijn vier bedrijvenverenigingen actief. Dit zijn de Stichting Ondernemingen Beatrixhaven (SOB), de Samenwerkende Ondernemingen Randwyck (SOR), de Samenwerkende Ondernemingen Scharn (SOS) en de Bedrijvenvereniging Bosscherveld (BVB). Deze vier verenigingen zijn aangesloten bij de stichting Samenwerkende Industrieterreinen Maastricht (SIM) en hebben op dit moment in totaal 248 leden. Begin dit jaar is de SIM in samenwerking met de Limburgse Werkgeversvereniging (LWV) gestart met het geven van invulling aan Bedrijventerreinmanagement. Doel hiervan is de bedrijven te ontlasten door alle niet-core business gerelateerde activiteiten van de bedrijven over te nemen en dit voor alle deelnemende bedrijven in één keer op te lossen. In de loop van de komende dagen ontvangt u een extra editie van de “Nieuwsflits SIM” waarin wij het project onder andere aan de hand van een aantal succesvolle voorbeelden nader voor u uiteenzetten. Als inlegvel bij deze “Nieuwsflits SIM” treft u een checklist aan waarop u uw oordeel kunt geven over de huidige situatie op uw bedrijventerrein. Verder kunt u op de checklist aangeven voor welke gezamenlijke activiteiten en projecten er binnen uw bedrijf interesse bestaat. Op basis van de reacties van de ondernemers worden veelbelovende samenwerkingsprojecten nader uitgewerkt en op korte termijn opgestart. Het hiermee beoogde resultaat is het realiseren van samenwerking gericht op versterking van de concurrentiekracht, het verbeteren en in stand houden van een aantrekkelijk lokaal vestigings- en werkklimaat en het behalen van zowel bedrijfseconomische- als milieuvoordelen. Wij hopen hiermee uw interesse te hebben gewekt en zien uit naar uw reactie. Indien u nog geen lid bent van één van onze verenigingen, kunt u zich door middel van bijgaand lidmaatschapsformulier bij ons aanmelden. Met vriendelijke groeten, drs. M.L.J. Hendriks secretaris

© LWV

Pagina 41

11 maart 2004