Gemeenteblad Nijmegen

Jaartal / nummer

2003 / 70
Naam

Subsidieverordening bodemsanering bedrijfsterreinen Nijmegen (2003)
Publicatiedatum

30 juli 2003
Opmerkingen

Formulieren en verklaring

-

Vaststelling van de verordening bij raadsbesluit van 12 maart 2003 (raadsvoorstel nummer 40/2003). De inwerkingtreding, in artikel 18 van de verordening bepaald op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad, is op 31 juli 2003.

N.B.: Als bijlagen (geen formeel onderdeel van de publicatie) zijn toegevoegd: Aanvraagformulier verlening subsidie behorend bij artikel 3 van de verordening Verklaring als bedoeld in artikel 6.2 van de verordening Aanvraagformulier vaststelling subsidie behorend bij artikel 10 van de verordening

Aantal bladzijden / verkoopprijs

32 / € 1,60

gb03-070f.doc

De Raad van de Gemeente Nijmegen, 12 maart 2003; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 februari en 11 maart 2003; Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; Gelet op de Algemene wet bestuursrecht; Gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Nijmegen 2002; Besluit • De Subsidieverordening bodemsanering bedrijfsterreinen Nijmegen als volgt vast te stellen. SUBSIDIEVERORDENING BODEMSANERING BEDRIJFSTERREINEN NIJMEGEN

Hoofdstuk I Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN Begripsomschrijvingen

In deze Subsidieverordening wordt verstaan onder a. de Awb: de Algemene wet bestuursrecht; b. de Wbb: de Wet bodembescherming; c. de Subsidie: de subsidie op grond van deze verordening; d. het Convenant: het op 11 juni 2001 in werking getreden Convenant Bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende Bedrijfsterreinen; e. de Notitie: de Notitie Bodemsanering Bedrijfsterreinen, die als Bijlage 1 aan het Convenant is gehecht; f. de Circulaire Ouderdomsbepaling: de Circulaire ouderdomsbepaling bij bodemverontreiniging op in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen, Staatscourant 2002, 86; g. een Onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 23 april 1991, zaak C-41/90 (Höfner), Jurisprudentie 1991, blz. I-1979, met uitzondering van de onderneming die behoort tot de landbouwsector zoals bedoeld in de Communautaire richtsnoeren voor Staatssteun in de landbouwsector, Publicatieblad EG 2000, C 028 van 1 februari 2000, blz. 2; h. een MKB-bedrijf: een kleine en/of middelgrote Onderneming zoals bedoeld in Aanbeveling 96/280/EG van de Europese Commissie van 30 april 1996, Publicatieblad EG 1996, L 107 van 30 april 1996, blz. 4; i. een Bedrijfsterrein: het perceel waarop een Onderneming al dan niet in hoofdzaak haar bedrijfsactiviteiten verricht; j. de Verwerving: de verkrijging van een Bedrijfsterrein in de hoedanigheid van eigenaar overeenkomstig de artikelen 3:83, 3:84 en 3:89 van het Burgerlijk Wetboek, of in de hoedanigheid van erfpachter overeenkomstig artikel 3:98 juncto de artikelen 3:83, 3:84 en 3:89 van het Burgerlijk Wetboek;

2

k. de Saneringskosten: de kosten • van voorbereiding van de sanering, voorzover na de verlening van de Subsidie in de zin van afdeling 4.2.3 Awb gemaakt, zoals: opstellen saneringsbestek, besteksraming en –gunning, draaiboek, advisering en aanschaffen, niet-duurzame kapitaalgoederen of de reële huurprijs daarvan, aanbesteding, advies keuze adviesbureau en budgetbewaking; • van uitvoering van de sanering, zoals: boringen, monsterneming, analyses, landmeten, pompen, graafwerk, damwanden, opvullen met schone grond, laden/lossen, transport, sloop/herstel, en bemaling; • • • van toezicht, technisch overleg, (eind)rapportage en evaluatie; van tijdelijke beveiligingsmaatregelen en nazorg; van opslag en reiniging van de verontreinigde grond, en stort alleen indien het ServiceCentrum Grondreiniging een ‘nietreinigbaarverklaring’ heeft afgegeven. Het oordeel van het ServiceCentrum Grondreiniging is niet vereist indien artikel 3 van de Regeling Beoordeling Reinigbaarheid Grond Bodemsanering (Staatscourant 2000, 121) van toepassing is; • die in verband met sanering verschuldigd zijn op grond van andere verplichtingen (zuiveringslasten, stortingsrechten, nutsbedrijven, verzekeringen, vergunningen/ontheffingen, leges, niet terugvorderbare BTW, kadastrale rechten); l. de Netto-saneringskosten: de Saneringskosten verminderd met de omzetbelasting (BTW) indien en voorzover deze in vooraftrek kan worden genomen, alsmede verminderd met de kosten die samenhangen met andere werkzaamheden dan het onderzoek of de sanering (Samenlopende kosten) die • in ander verband reeds waren voorgenomen of verplicht, zoals het bouwrijp maken, het graven van een bouwput, het slopen van opstallen, de taken voor waterleidingmaatschappijen voortvloeiende uit de Waterleidingwet, • • met een ander oogmerk extra worden verricht, bijvoorbeeld het verbeteren van de infrastructuur na sanering, in een ander kader uit praktische overwegingen gelijktijdig worden uitgevoerd, zoals het vernieuwen van de riolering, en voorts verminderd met het concrete bedrag dat bij de Verwerving op de koopsom in mindering is gebracht met het oog op de aanwezigheid van een verontreiniging van het Bedrijfsterrein, indien en voorzover de Verwerving heeft plaatsgevonden op of ná 1 januari 1983 en de bedoelde vermindering met het concrete bedrag blijkt uit de schriftelijke stukken die aan de Verwerving ten grondslag liggen; m. het Schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering: het verslag waarin voor wat betreft de sanering dan wel, in het geval van een gefaseerde sanering in de zin van artikel 38 lid 4 Wbb, voor wat betreft een fase of meerdere fasen van een sanering is opgenomen • • een beschrijving van de getroffen saneringsmaatregelen; een beschrijving van de kwaliteit van de bodem na het uitvoeren van (de fase(n) van) de sanering, waaronder mede begrepen een beschrijving van de aard en de omvang van de verontreiniging indien na de sanering verontreiniging in de bodem aanwezig is gebleven;

3

indien de verontreinigde grond is afgegraven of het verontreinigde grondwater aan de bodem is onttrokken, de hoeveelheid, de kwaliteit en de bestemming van die grond onderscheidenlijk dat grondwater;

• • •

indien ten behoeve van de sanering grond wordt aangevoerd de hoeveelheid, de kwaliteit en de herkomst van de aangevoerde grond; een evaluatie van de mate waarin de effecten van de getroffen saneringsmaatregelen overeenstemmen met de beoogde effecten; indien na de sanering nog verontreiniging in de bodem aanwezig is: een aanduiding dat de verontreiniging beperkingen in het gebruik met zich brengt, dan wel maatregelen noodzakelijk maakt;

de datum waarop de feitelijke saneringswerkzaamheden zijn afgerond. Doel van de verordening

Artikel 2

Deze verordening heeft ten doel het verstrekken van de Subsidie ten behoeve van de sanering van de bodem van een in gebruik zijnd en blijvend Bedrijfsterrein.

HOOFDSTUK II Artikel 3

DE AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE Wijze van indienen van de aanvraag

De aanvrager vraagt de Subsidie aan met behulp van een door Burgemeester en Wethouders vastgesteld en ter beschikking gesteld aanvraagformulier. Artikel 4 a. b. c. d. De inhoud van de aanvraag

De aanvraag bevat in ieder geval: de naam en het adres van de aanvrager, alsmede van de eigenaar of de erfpachter van het Bedrijfsterrein indien dat niet dezelfde persoon is als de aanvrager; de dagtekening; een aanduiding van de beschikking die gevraagd wordt; gegevens omtrent de ernst van de verontreiniging ter plaatse van het Bedrijfsterrein in de zin van artikel 6.1, onder d., zoals blijkend uit de resultaten van een Nader Onderzoek in de zin van artikel 1 Wbb; e. f. gegevens omtrent de urgentie van de sanering van de verontreiniging ter plaatse van het Bedrijfsterrein, zoals bedoeld in artikel 6.1, onder f., eerste •; gegevens omtrent de voorgenomen sanering van de verontreiniging, zoals blijkend uit een saneringsplan waarmee overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 2 Wbb bij beschikking is ingestemd danwel op de datum van dagtekening van de aanvraag zoals bedoeld onder b. nog dient te worden ingestemd; g. een begroting van de met de sanering verbonden Saneringskosten en Nettosaneringskosten, op basis van het onder f. bedoelde saneringsplan, waarbij heeft te gelden dat deze begroting dient te worden opgemaakt volgens een goede werkomschrijving, waarvan de kosten worden opgesteld in de vorm van een voldoende gedetailleerde inschrijfstaat en waarin een duidelijk inzicht wordt geboden in de omvang en de eenheidsprijzen van werkzaamheden, en waarbij voorts heeft te gelden dat de kosten van de opdrachtgever (zoals met betrekking tot aanbesteding, directievoering en milieukundige begeleiding) in het geval de Netto-Saneringskosten

4

meer dan € 50.000 bedragen maximaal 10% van deze Netto-saneringskosten mogen zijn, in het geval deze kosten gelijk zijn aan of minder dan € 50.000 een bedrag ter grootte van maximaal 20% van de Netto-saneringskosten; h. gegevens omtrent (de eigendom van en de erfpachtsituatie ter plaatse van) het Bedrijfsterrein en de juridische relatie van de onder a. bedoelde aanvrager tot het Bedrijfsterrein, zoals blijkend uit een kopie van de koopovereenkomst, een kopie van de akte van eigendomsoverdracht en, wanneer van toepassing, een kopie van de akte tot vestiging van het erfpachtsrecht en de akte tot overdracht van het erfpachtsrecht; i. j. gegevens omtrent de Onderneming; gegevens omtrent de ouderdom van de verontreiniging zoals bedoeld in de invulformulieren die zijn gehecht aan de Circulaire Ouderdomsbepaling. Artikel 5 De ontvangst van de aanvraag

Burgemeester en Wethouders bevestigen onverwijld de ontvangst van de aanvraag.

HOOFDSTUK III Artikel 6 6.1

DE VERLENING VAN DE SUBSIDIE

De voorwaarden voor de Subsidie

De Subsidie wordt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 9.2, 9.3, 9.4 en 9.5, verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. b. c. d. e. de subsidieaanvraag wordt ingediend door of namens de eigenaar of de erfpachter van een in gebruik zijnd Bedrijfsterrein waarvan de Verwerving door de onder a. bedoelde eigenaar of erfpachter vóór 1 januari 1995 heeft plaatsgevonden welk Bedrijfsterrein op het tijdstip van het indienen van een aanvraag om Subsidie ernstig verontreinigd is in de zin van artikel 29 Wbb welke ernstige verontreiniging voor wat betreft een percentage van 80% of meer vóór 1 januari 1975 is veroorzaakt, hetgeen wordt bepaald op basis van de Circulaire Ouderdomsbepaling, f. van welk Bedrijfsterrein de sanering van de verontreiniging • ofwel milieuhygiënisch urgent is in de zin van artikel 37 Wbb, en de in de beschikking ernst en urgentie in de zin van de artikelen 29 en 37 Wbb op grond van de Circulaire Bepaling Saneringstijdstip voor Gevallen van Ernstige Verontreiniging waarvoor Sanering Urgent is, Staatscourant 1997, 47, dan wel de voor deze Circulaire in de plaats komende wet- en/of regelgeving, opgenomen urgentietermijn op de dagtekening van de aanvraag voor de Subsidie, zoals bedoeld in artikel 4, onder b., wordt ingediend nog niet is verstreken; • ofwel verplicht is als gevolg van de activiteiten die ter plaatse van het Bedrijfsterrein worden verricht, g. van welk Bedrijfsterrein de ernst van de verontreiniging zoals bedoeld onder d. en e. en (het ontbreken van) de urgentie van de sanering zoals bedoeld onder f. blijkt uit een beschikking van het bevoegd gezag in de zin van de Wbb,

5

h.

voor welk Bedrijfsterrein de aanvraag voor de Subsidie is ingediend vóórdat met de sanering van het Bedrijfsterrein een aanvang is gemaakt overeenkomstig een saneringsplan waarmee ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 2 Wbb bij beschikking is ingestemd en deze beschikking in werking is getreden in de zin van het bepaalde in artikel 20.3 van de Wet milieubeheer,

i.

terwijl Burgemeester en Wethouders kunnen instemmen met de begroting van de met de sanering van het Bedrijfsterrein verbonden Saneringskosten en Nettosaneringskosten, zoals bedoeld in artikel 4 onder g.

6.2

In afwijking van het bepaalde in artikel 6.1, onder c., wordt de Subsidie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.3 en de voorwaarden die zijn neergelegd in artikel 6.1, onder d. tot en met i., eveneens verleend aan de in artikel 6.1, onder a., bedoelde eigenaar of erfpachter van een in gebruik zijnd Bedrijfsterrein waarvan de Verwerving na de datum van inwerkingtreding van deze Verordening in de zin van artikel 17 heeft plaatsgevonden, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. deze eigenaar of erfpachter overlegt als bijlage bij het in artikel 3 bedoelde aanvraagformulier aan Burgemeester en Wethouders een Verklaring overeenkomstig een door Burgemeester en Wethouders opgesteld model waaruit blijkt dat deze eigenaar of erfpachter zich op de datum van Verwerving jegens Burgemeester en Wethouders heeft verplicht het Bedrijfsterrein te (doen) saneren, terwijl b. uit de onder a. bedoelde Verklaring tevens blijkt dat de eigenaar of erfpachter naar genoegen van Burgemeester en Wethouders financiële zekerheid heeft gesteld voor het bedrag ter grootte van de Saneringskosten verminderd met de mogelijk aanspraak op de Subsidie die zou hebben te gelden voor de eigenaar of erfpachter van wie hij het Bedrijfsterrein heeft verworven. Indien de eigenaar of erfpachter van een in gebruik zijnd Bedrijfsterrein aan de voorwaarden in de in de eerste volzin van deze bepaling voldoet, wordt hij bij de bepaling van de hoogte van de Subsidie zoals bedoeld in artikel 7 gelijk gesteld met degene van wie hij rechtstreeks de eigendom of de erfpacht heeft verworven.

6.3

Het in artikel 6.1, onder h., bedoelde saneringsplan heeft betrekking op het gehele geval van ernstige verontreiniging zoals bedoeld in artikel 1 Wbb. In afwijking van de vorige volzin mag in milieuhygiënisch urgente gevallen, waarbij de verontreiniging zich over meer percelen uitstrekt dan slechts het Bedrijfsterrein, het saneringsplan betrekking hebben op uitsluitend de verontreiniging ter plaatse van het bedrijfsterrein en daarmee op een deelsanering indien aan de navolgende voorwaarden is voldaan: • • de bron van de verontreiniging bevindt zich niet op het bedrijfsterrein, en; een gezamenlijke aanpak van de sanering van het gehele geval van de verontreiniging is naar het oordeel van het bevoegd gezag in de zin van de Wbb niet mogelijk, en; • naar het oordeel van het bevoegd gezag in de zin van de Wbb bestaan geen milieuhygiënische bezwaren tegen een deelsanering. De in de vorige alinea geformuleerde uitzondering geldt uitdrukkelijk niet in het geval de sanering van de verontreiniging van het Bedrijfsterrein uitsluitend verplicht is als gevolg van de activiteiten die ter plaatse van het Bedrijfsterrein worden verricht, zoals bedoeld in artikel 6.1, onder f., tweede ?, tenzij het een dermate omvangrijk geval van

6

diffuse verontreiniging betreft dat het eisen van de sanering van het gehele geval van verontreiniging naar het oordeel van het bevoegd gezag kennelijk onredelijk zou zijn. Artikel 7 7.1 De hoogte van de Subsidie

In het geval de eigenaar of erfpachter van het Bedrijfsterrein waarvan de ernstige verontreiniging in de zin van artikel 29 Wbb voor 80% of meer vóór 1 januari 1975, zoals bepaald op basis van de Circulaire Ouderdomsbepaling, heeft plaatsgevonden, een directe of indirecte betrokkenheid heeft gehad bij de veroorzaking van die verontreiniging dan wel een duurzame rechtsbetrekking heeft gehad met de veroorzaker(s) bedraagt de Subsidie 35% van de Netto-saneringskosten.

7.2

In het geval de eigenaar of erfpachter van het Bedrijfsterrein waarvan de ernstige verontreiniging in de zin van artikel 29 Wbb voor 80% of meer vóór 1 januari 1975 is veroorzaakt, zoals bepaald op basis van de Circulaire Ouderdomsbepaling, niet zelf heeft veroorzaakt, en evenmin een directe of indirecte betrokkenheid heeft gehad bij de veroorzaking dan wel een duurzame rechtsbetrekking heeft gehad met de veroorzaker(s) bedraagt de Subsidie a. bij Verwerving vóór 1 januari 1975: 60% van de Netto-saneringskosten; b. bij Verwerving op of ná 1 januari 1975 maar vóór 1 januari 1987: 35% van de Netto-saneringskosten; c. bij Verwerving op of ná 1 januari 1987 maar vóór 1 januari 1995: 20% van de Netto-saneringskosten.

7.3

In afwijking van het bepaalde in de artikelen 7.1 en 7.2 bedraagt de Subsidie in het geval het Bedrijfsterrein ten dienste staat aan een MKB-bedrijf a. in het geval zoals bedoeld in artikel 7.1: 40% van de Netto-saneringskosten; b. bij Verwerving vóór 1 januari 1975: 70% van de Netto-saneringskosten; c. bij Verwerving op of ná 1 januari 1975 maar vóór 1 januari 1987: 40% van de Netto-saneringskosten; d. bij Verwerving op of ná 1 januari 1987 maar vóór 1 januari 1995: 25% van de Netto-saneringskosten.

7.4

De Subsidie bedraagt in het geval de in artikel 7.2 onder b. dan wel de in artikel 7.3 onder c. bedoelde Verwerving heeft plaatsgevonden op of ná 1 januari 1975 maar vóór 1 januari 1983: de in artikel 7.2 onder a. respectievelijk de in artikel 7.3 onder b. bedoelde Subsidie, tenzij Burgemeester en Wethouders op basis van de schriftelijke stukken die aan de Verwerving ten grondslag liggen van oordeel zijn dat de aanvrager ten tijde van de Verwerving op de hoogte was dan wel redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de ernstige verontreiniging van het Bedrijfsterrein.

7.5

In geval de uitvoering van de sanering van het Bedrijfsterrein overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 lid 4 Wbb in fasen geschiedt, en de ontvanger van de Subsidie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.4, de mogelijkheid heeft een aanvraag tot vaststelling van de Subsidie zoals bedoeld in artikel 10 in te dienen wanneer een of meer fasen van de sanering zijn voltooid, wordt de hoogte van de Subsidie, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7.1 tot en met 7.4, berekend over de Netto-saneringskosten die zijn gemoeid met de uitvoering van de voltooide fase(n) van de sanering.

7

7.6

De Subsidie wordt met betrekking tot de sanering van een geval van ernstige verontreiniging zoals bedoeld in artikel 1 Wbb danwel de (deel)sanering van een Bedrijfsterrein zoals bedoeld in artikel 6.3, tweede volzin, éénmalig verleend, vastgesteld en uitbetaald, met dien verstande dat wanneer zich de situatie als bedoeld in artikel 7.5 voordoet, heeft te gelden dat de Subsidie, onverminderd de plicht tot voltooiing van de gehele sanering overeenkomstig het saneringsplan zoals bedoeld in artikel 6.1, onder h., éénmalig wordt verleend, vastgesteld en uitbetaald met betrekking tot de voltooide fase(n) van de sanering.

7.7

De Subsidie wordt niet verstrekt in het geval ten behoeve van de uitvoering van de sanering van de bodem van het Bedrijfsterrein een andere financiële bijdrage van de overheid dan deze Subsidie is, wordt dan wel kan of had kunnen worden verkregen. De Subsidie wordt evenmin verstrekt indien de saneringsverplichting voortvloeit of samenhangt met maatregelen die hadden moeten worden getroffen op grond van het Besluit tankstations milieubeheer (besluit van 20 januari 1994, Stb. 53, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 oktober 2001, Stb. 487).

Artikel 8 8.1 8.2

De beslissing op de aanvraag tot verlening van de Subsidie

Burgemeester en Wethouders beslissen op de aanvraag tot verlening van de Subsidie binnen een termijn van dertien weken na de ontvangst van de aanvraag. Burgemeester en Wethouders kunnen de in artikel 8.1 bedoelde termijn, met redenen omkleed, eenmalig met een termijn van dertien weken verlengen. De aanvrager wordt van de verlenging zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld.

8.3

In het geval onvoldoende gegevens zijn aangeleverd om de aanvraag te kunnen beoordelen wordt de in de artikelen 8.1 en 8.2 bedoelde beslistermijn opgeschort met ingang van de dag waarop Burgemeester en Wethouders de aanvrager uitnodigen de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

Artikel 9 9.1 a. b.

De inhoud van de beschikking tot verlening van de Subsidie de hoogte van de Subsidie in een percentage zoals bedoeld in artikel 7, en de maximale hoogte van de Subsidie in euro, op basis van het percentage zoals bedoeld onder a. van de begroting van de Netto-saneringskosten zoals bedoeld in artikel 4, onder g., vermeerderd met een percentage van 15% over de Netto-saneringskosten.

De beschikking tot verlening van de Subsidie vermeldt in ieder geval

9.2

De beschikking vermeldt voorts dat de Subsidie wordt verleend onder de navolgende voorwaarden en verplichtingen: a. in het geval wordt gesaneerd naar een meer gevoelig gebruik dan gebruik als Bedrijfsterrein, dient het Bedrijfsterrein gedurende een periode van vijf jaar na de datum waarop de feitelijke saneringswerkzaamheden zijn afgerond, zoals vermeld in het Schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering, in gebruik te blijven als Bedrijfsterrein; b. binnen twaalf maanden nadat door het bevoegd gezag ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 2 Wbb is ingestemd met het saneringsplan, zoals bedoeld in artikel 6.1, onder h., dient een daadwerkelijk begin te worden gemaakt met de uitvoering van de sanering;

8

c.

de sanering van het Bedrijfsterrein dient te worden afgerond en uitgevoerd overeenkomstig het saneringsplan waarmee ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 2 Wbb door het bevoegd gezag is ingestemd, zoals bedoeld onder b.;

d.

binnen dertien weken na de datum waarop de feitelijke saneringswerkzaamheden zijn afgerond, dient overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 een aanvraag tot vaststelling van de Subsidie te worden ingediend, welke aanvraag vergezeld dient te gaan van een Schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering waaruit volgt dat de sanering is uitgevoerd en afgerond overeenkomstig het saneringsplan zoals bedoeld in artikel 4, onder f.,

e.

de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie, zoals hierboven bedoeld onder d. en in artikel 10, dient voorts vergezeld dient te gaan van een financieel verslag ter zake van de daadwerkelijk met de (fase(n) van de ) sanering verbonden Netto-saneringskosten op basis van het saneringsplan zoals bedoeld in artikel 4, onder f., welk financieel verslag vergezeld dient te gaan van een in opdracht en voor rekening van de aanvrager van de Subsidie door een externe accountant, zoals bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, opgestelde verklaring omtrent de rechtmatigheid en de getrouwheid met betrekking tot het financieel verslag die wordt afgegeven na toetsing van de vorenbedoelde kosten aan artikel 7 van deze verordening,

f.

in het geval de Netto-saneringskosten op een tijdstip gelegen direct vóór de aanvang van de uitvoering van de (fase(n) van de) sanering in totaal worden geraamd op een bedrag dat gelijk is aan of minder dan € 50.000 dient de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie, zoals hierboven bedoeld onder d. en in artikel 10, vergezeld te gaan van minimaal twee concurrerende offertes van aannemers, terwijl deze aanvraag in het geval de Netto-Saneringskosten op een tijdstip gelegen direct vóór de aanvang van de uitvoering van de (fase(n) van de) sanering in totaal worden geraamd op een bedrag hoger dan € 50.000 vergezeld dient te gaan van minimaal drie concurrerende offertes van aannemers, waarbij steeds heeft te gelden dat een schriftelijke motivering zal moeten worden bijgevoegd indien niet wordt gekozen voor de goedkoopste offerte,

g.

bij de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie, zoals hierboven bedoeld onder d. en in artikel 10, dient een verklaring van de milieukundige begeleider en de directievoerder inhoudende dat de Netto-Saneringskosten doelmatig zijn

9.3 9.4

besteed, zijn gevoegd. Burgemeester en Wethouders kunnen aan de beschikking tot verlening van de Subsidie nadere voorschriften en verplichtingen verbinden. De in artikel 9.3 bedoelde voorschriften kunnen de ontvanger van de Subsidie in geval de uitvoering van de sanering van het Bedrijfsterrein overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 lid 4 Wbb in fasen geschiedt de mogelijkheid bieden een aanvraag tot vaststelling van de Subsidie zoals bedoeld in artikel 10 in te dienen wanneer een of meer fasen van de sanering zijn voltooid, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.5.

9.5

De in artikel 9.3 bedoelde voorschriften kunnen, in aanvulling op het bepaalde in artikel 9.2, voorts verplichtingen bevatten met betrekking tot de verwezenlijking van de uitvoering van de sanering van de bodem van het Bedrijfsterrein.

9

HOOFDSTUK IV Artikel 10 10.1

DE VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

De aanvraag tot vaststelling van de Subsidie

De ontvanger van de Subsidie dient binnen dertien weken na de datum waarop de feitelijke saneringswerkzaamheden zijn afgerond, zoals vermeld in het Schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering, bij Burgemeester en Wethouders een aanvraag in tot vaststelling van de Subsidie, met behulp van een door Burgemeester en Wethouders vastgesteld en ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

10.2

In geval de uitvoering van de sanering van het Bedrijfsterrein overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 lid 4 Wbb in fasen geschiedt, en de ontvanger van de Subsidie overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.4 de mogelijkheid is geboden een aanvraag tot vaststelling van de Subsidie in te dienen wanneer een of meer fasen van de sanering zijn voltooid maar niet de volledige sanering is voltooid, dient de ontvanger van de Subsidie binnen acht weken na de datum waarop de feitelijke saneringswerkzaamheden met betrekking tot de fase van de sanering die in het kader van het bepaalde in artikel 7.5 bij de bepaling van de hoogte van de Subsidie als laatste dient te worden meegerekend zijn afgerond, zoals vermeld in het Schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering, bij Burgemeester en Wethouders een aanvraag in tot vaststelling van de Subsidie, met behulp van een door Burgemeester en Wethouders vastgesteld en ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

10.3

De in de artikelen 10.1 en 10.2 bedoelde aanvraag tot vaststelling van de Subsidie bevat in ieder geval: a. b. c. d. de naam en het adres van de aanvrager; de dagtekening; een aanduiding van de beschikking die gevraagd wordt; een Schriftelijk verslag van de uitvoering van de (fase(n) van de) sanering in het geval waaruit blijkt dat de sanering is uitgevoerd en afgerond overeenkomstig het saneringsplan, zoals bedoeld in artikel 9.2, onder d., e. een financieel verslag ter zake van de daadwerkelijk met de (fase(n) van de) sanering verbonden Netto-saneringskosten en een aan dit financieel verslag gehechte verklaring omtrent de rechtmatigheid en de getrouwheid, zoals bedoeld in artikel 9.2, onder e., f. minimaal twee concurrerende offertes van aannemers in het geval de Nettosaneringskosten op een tijdstip gelegen direct vóór de aanvang van de uitvoering van de (fase(n) van de) sanering in totaal op een bedrag gelijk aan of minder dan € 50.000 werden geraamd, dan wel minimaal drie concurrerende offertes van aannemers in het geval de Netto-Saneringskosten op bedoeld tijdstip in totaal een bedrag op hoger dan € 50.000 werden geraamd, waarbij steeds heeft te gelden dat een schriftelijke motivering dient te worden bijgevoegd indien bij de uitvoering van de (fase(n) van de sanering van het Bedrijfsterrein niet is gekozen voor de goedkoopste offerte, zoals bedoeld in artikel 9.2, onder f., g. een verklaring van de milieukundige begeleider en de directievoerder inhoudende dat de Netto-Saneringskosten doelmatig zijn besteed, zoals bedoeld in artikel 9.2, onder g.

10

Artikel 11

De ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie

Burgemeester en Wethouders bevestigen onverwijld de ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie. Artikel 12 12.1 12.2 De beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie

Burgemeester en Wethouders beslissen op de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie binnen een termijn van dertien weken na de ontvangst van de aanvraag. Burgemeester en Wethouders kunnen de in artikel 12.1 bedoelde termijn, met redenen omkleed, eenmalig met een termijn van dertien weken verlengen. De aanvrager wordt van de verlenging zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld.

12.3

In het geval onvoldoende gegevens zijn aangeleverd om de aanvraag te kunnen beoordelen wordt de in de artikelen 12.1 en 12.2 bedoelde beslistermijn opgeschort met ingang van de dag waarop Burgemeester en Wethouders de aanvrager uitnodigen de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

Artikel 13 a.

De inhoud van de beslissing tot vaststelling van de Subsidie

De beschikking tot vaststelling van de Subsidie vermeldt in ieder geval of is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen voor de verlening van de Subsidie zoals bedoeld in artikel 9, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9.2, onder a., en b. in het geval aan de voorwaarden voor de verlening van de Subsidie zoals bedoeld in artikel 9, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9.2, onder a., is voldaan: de hoogte van de Subsidie in euro, zoals bepaald op basis van de berekening waarin het percentage zoals bedoeld in artikel 9.1, onder a., juncto artikel 7 wordt gerelateerd aan de daadwerkelijk in het kader van de sanering gemaakte Netto-saneringskosten, zoals bedoeld in artikel 10.3, onder e., alsmede c. dat in het geval is gesaneerd naar een meer gevoelig gebruik dan gebruik als Bedrijfsterrein, moet blijven worden voldaan aan de voorwaarde zoals bedoeld in artikel 9.2, onder a., op straffe van wijziging of intrekking van het besluit tot vaststelling van de Subsidie zoals bedoeld in artikel 15.

HOOFDSTUK V

DE UITBETALING, DE INTREKKING EN DE WIJZIGING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 14 14.1 14.2

De uitbetaling van de Subsidie

De Subsidie wordt door Burgemeester en Wethouders uitbetaald als bijdrage ineens binnen acht weken na de beslissing als bedoeld in de artikelen 12 en 13. Op de Subsidie wordt geen voorschot verleend. De intrekking, de wijziging en de terugvordering van de Subsidie

Artikel 15 15.1

Met betrekking tot de intrekking en de wijziging van het besluit tot verlening en het besluit tot vaststelling van de Subsidie zijn de artikelen 4:48 en 4:49 Awb onverkort van toepassing.

11

15.2 15.3

Met betrekking tot de terugvordering van de Subsidie is artikel 4:57 Awb onverkort van toepassing. Op het intrekken dan wel wijzigen van een besluit tot vaststelling van de subsidie is artikel 4:49 Awv van toepassing.

HOOFDSTUK VI Artikel 16

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Toezicht op de naleving

Burgemeester en Wethouders kunnen personen aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze subsidieverordening. Artikel 17 Evaluatie doeltreffendheid en effecten subsidie in de praktijk

Burgemeester en Wethouders publiceren het in artikel 4:24 Awb bedoelde verslag, voor het eerst één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 18 18.1 18.2 Inwerkingtreding en werkingsduur

Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking in het Gemeenteblad. Deze verordening vervalt met ingang van de dag waarop de Wbb en/of de op die wet gebaseerde regelgeving in het onderwerp van deze verordening voorziet.

Artikel 19

Bekendmaking

De vaststelling van deze verordening wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad en huisaan-huisblad De Brug. Artikel 20 Nijmegen. Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van 12 maart 2003 De voorzitter, De raadsgriffier, Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening bodemsanering bedrijfsterreinen

mevr. dr. G. ter Horst

mevr. drs. M.M.V. Jorritsma-Mientjes

12

Gemeente Nijmegen
Bureau bodem
AANVRAAGFORMULIER VERLENING SUBSIDIE Behorend bij artikel 3 Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Nijmegen

Ingevulde formulieren kunt u sturen aan: B&W Gemeente Nijmegen t.a.v. Bureau Bodem (G640) Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

Voor vragen en/of informatie kunt u contact opnemen met bureau Bodem van de gemeente Nijmegen onder telefoonnummer 024-329 9637

Dit A. B. C.

aanvraagformulier omvat 3 onderdelen: Vragen omtrent de locatie, de aanvrager en de onderneming Vragen omtrent de ouderdomsbepaling van de verontreiniging Vragen omtrent de sanering en de saneringskosten

3 bijlagen: 1. Formulier bij A: Onderdeel onderneming 2. Formulier bij B: Ouderdomsbepaling 3. Overzicht toe te voegen stukken

Deze aanvraag om subsidie dient te omvatten: 1. 2. 3. Ingevulde en geparafeerde vragenlijsten A, B en C Ingevulde bijlagen 1 en 2: formulieren bij A en B Toegevoegde stukken: _____ (aantal vermelden)

Betreft locatie: ___________________________________________ Aldus naar waarheid ingevuld en ondertekend te _______________________________ (plaats) op _______________________________ (datum)

Aanvrager: Naam ____________________________________________ Handtekening

Eigenaar/erfpachter: (Indien anders dan aanvrager) Naam ____________________________________________ Handtekening

____________________________________________

____________________________________________

Ad A. Vragen omtrent de locatie, de aanvrager en de onderneming Op dit blad vult u de gegevens in omtrent de locatie, de aanvrager, de zakelijk gerechtigden, de gebruikers en de onderneming alsmede het (vermoedelijke) geval van ernstige bodemverontreiniging waarop de aanvraag om subsidie betrekking heeft. Locatie Adres locatie: ________________________________________________________________________________________ Kadastrale gegevens: _________________________________________________________________________________ Bestemming van de locatie1: __________________________________________________________________________ Is dit (vermoedelijke) geval van ernstige bodemverontreiniging al bekend bij het bevoegd gezag: Aanvrager Naam: _______________________________________________________________________________________________ Adres: _______________________________________________________________________________________________ Woonplaats: _________________________________________________________________________________________ Telefoon/mobiel: _____________________________________________________________________________________ Indien u zich laat vertegenwoordigen door een adviseur Naam adviseur: ______________________________________________________________________________________ Naam bedrijf: ________________________________________________________________________________________ Adres bedrijf: ________________________________________________________________________________________ Eigenaar Bent u de eigenaar van de locatie?: ja / nee ja / nee

Zo nee, naam eigenaar: _______________________________________________________________________________ Zijn er nog meerdere zakelijk gerechtigden2?: ja / nee

Zo ja, na(a)m(en): ____________________________________________________________________________________ en soort rechtsverhouding (bijv. erfpachter, opstalhouder, servituut)______________________________________

Gebruiker Bent u de gebruiker van de locatie?: ja / nee

Zo nee, naam gebruiker: ______________________________________________________________________________ Zijn er nog meer gebruikers?: ja / nee

Zo ja, na(a)m(en): ____________________________________________________________________________________ en soort rechtsvorm: _________________________________________________________________________________ Paraaf aanvrager: Paraaf eigenaar/erfpachter:

____________________________________________

____________________________________________

1

Dit moet blijken uit het geldende bestemmingsplan. (andere) eigenaren/erfpachters, niet zijnde de aanvrager, moeten met de aanvraag instemmen blijkende uit de mede-parafering en mede-ondertekening van de aanvraag.

2

Onderneming Rechtsvorm aanvrager: natuurlijk persoon / rechtspersoon

Indien rechtspersoon, naam bedrijf: ____________________________________________________________________ Inschrijfnummer van de onderneming in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel:___________________________________________________ Branche/sector van de onderneming: ___________________________________________________________________ UBI-code3: ___________________________________________________________________________________________ Deelnemer BSB-operatie: ja / nee

Aard van de activiteiten van de onderneming: __________________________________________________________ Bedrag van de locatie op de balans: _____________________________________________ zonder / met opstallen Dit betreft: de marktwaarde / de verontreinigde waarde

Voldoet u aan de criteria voor een MKB-bedrijf 4? ja / nee Bij deze aanvraag om subsidie moet het ingevulde formulier uit bijlage 1 worden toegevoegd. Veroorzaker Veroorzaker verontreiniging: ___________________________________________________________________________ Relatie tussen de aanvrager/eigenaar/erfpachter/overige zakelijk gerechtigden en de veroorzaker van de verontreiniging:___________________________________________ Gedurende welke periode? ____________________________________________________________________________ Is de aanvrager, niet zijnde de eigenaar, gelieerd aan de eigenaar?: Is de aanvrager, niet zijnde de onderneming, gelieerd aan de onderneming?:
5

ja / nee / n.v.t. ja / nee / n.v.t.

Datum dat de aanvrager, zijnde de eigenaar, de locatie heeft verworven : _________________________ / n.v.t. Is bij de aankoopprijs rekening gehouden met de aanwezige verontreiniging?6: ja / nee / n.v.t.

Toevoegen een kopie van de koopovereenkomst en van de transportakte.

Paraaf aanvrager:

Paraaf eigenaar/erfpachter:

______________________________________________

______________________________________________

3

Uniforme Bronindeling (gezamenlijke uitgave van het Ministerie VROM en het IPO, april 2001) Zie de aangehechte bijlage waarin de criteria voor een MKB-bedrijf zijn opgenomen, zoals deze zijn vastgelegd in Aanbeveling 96/280/EG van de Europese Commissie van 3 april 1996 (Publicatieblad Europese Gemeenschappen, L107, 30 april 1996) Dit moet blijken uit de koopovereenkomst en de transportakte; eventueel moet een verklaring als bedoeld in art. 6.2 van de Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Nijmegen worden toegevoegd. Zie hiervoor de verordening. Dit moet blijken uit de koopovereenkomst en de transportakte

4

5

6

Ad B. Vragen omtrent de ouderdomsbepaling van de verontreiniging Bij deze aanvraag om subsidie moet het volledig ingevulde en ondertekende invulformulier behorende bij de circulaire ouderdomsbepaling worden toegevoegd. Deze vindt u in de aangehechte bijlage 2. Hierbij wordt opgemerkt dat de begrippen “aanvrager”, “ontvanger van de subsidie” (zie subsidieverordening) en “initiatiefnemer” (zie circulaire) voor deze subsidieverordening dezelfde betekenis hebben.

Paraaf aanvrager:

Paraaf eigenaar/erfpachter:

______________________________________________

______________________________________________

Ad C. Vragen omtrent de sanering en de saneringskosten De sanering Heeft het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van de ernst en urgentie van het geval van ernstige bodemverontreiniging?: Zo ja, een kopie van het besluit toevoegen. Betreft het saneringsplan het gehele geval van ernstige bodemverontreiniging?: Het saneringsplan toevoegen, inclusief begroting, voor het gehele geval van ernstige bodemverontreiniging. Ook alle voorgaande onderzoeken, bv: nader onderzoek, saneringsonderzoek. Heeft het bevoegd gezag ingestemd met het saneringsplan?: Zo ja, kopie van het besluit toevoegen. Directe aanleiding voor de sanering - Milieuhygiënisch (datum vermelden afloop urgentietermijn) ja, datum: _________________ / nee - Activiteiten waarvoor sanering verplicht/gewenst is (zoals bouwvergunning, verkoop) ja / nee ja / nee ja / nee

ja / nee

- Anders, namelijk: ____________________________________________________________________________________

Verwachte aanvangstijdstip van de sanering: ____________________________________________________________ Zijn er meerdere bronnen van verontreiniging op de locatie: ja / nee

Bevindt de bron van de verontreiniging zich op meerdere terreinen, waarvan de (alle) eigenaren/overige zakelijk gerechtigden niet bij deze subsidie-aanvraag zijn betrokken? ja / nee Zo ja, wie is/zijn de eigena(a)r(en) van de andere locatie(s) ________________________________________________ _______________________________________________________________________________________________________ De saneringskosten Begrote kosten van de sanering volgens het saneringsplan7: _______________________________________________ Is er, afgezien van fiscale verrekening van de saneringskosten en BTW, een andere overheidsfinanciering dan deze subsidieregeling van toepassing op de sanering?: ja / nee Zo ja, welke? __________________________________________________________________________________________ Is/wordt uit andere bronnen financiering verkregen?: Zijn er verhaalsmogelijkheden op derden (gebruiker/rechtsvoorganger)?: ja / nee ja / nee

Zo ja, wie?:___________________________________________________________________________ _________________ en welke actie is ondernomen?: _________________________________________________________________________

Paraaf aanvrager

Paraaf eigenaar/erfpachter

___________________________________________

________________________________________________

7

In het saneringsplan dient door berekeningen inzichtelijk te worden gemaakt dat voor een sobere en doelmatige saneringsmethode (binnen de saneringsvariant) is gekozen. Hiertoe dienen verschillende methoden die alle hetzelfde saneringsdoel nastreven expliciet naast elkaar te worden afgewogen.Tevens moet in het saneringsplan een realistische begroting worden gevoegd die is opgesteld door een deskundige derde die het saneringsplan heeft opgesteld of het werk gaat uitvoeren. Bij de aanvraag Vaststelling Subsidie moet u bij saneringen die zijn begroot op een bedrag gelijk aan of minder dan € 50.000,- minimaal twee concurrerende offertes voegen en bij saneringen die zijn begroot op een bedrag hoger dan € 50.000,- minimaal drie. Indien niet is gekozen voor de goedkoopste offerte, moet een motivatie daarvoor worden bijgevoegd.

BIJLAGE 1 Formulier bij A: Onderdeel onderneming Voldoet u aan de criteria van een MKB-bedrijf? ja / nee

Deze vraag kunt u beantwoorden aan de hand van de vastgestelde definities van de kleine en middelgrote ondernemingen. Deze zijn hieronder weergegeven. Indien u 3 maal ja invult bij punt 1 voldoet u aan de criteria van een MKB-bedrijf. (Bron: Publicatieblad Europese Commissie van de Europese Gemeenschappen L 107, 30 april 1996, bijlage “Door de Commissie vastgestelde definities van de kleine en middelgrote ondernemingen”, artikel 1, leden 1, 3, 6, 7 en 8)

1. De kleine en middelgrote ondernemingen, hierna “KMO’s” genoemd, worden omschreven als ondernemingen: met minder dan 250 werknemers ja / nee Ø zie hiervoor de punten 6 en 7 en waarvan ofwel de jaaromzet 40 miljoen ecu (euro) niet overschrijft, ja / nee ofwel het jaarlijkse balanstotaal 27 miljoen ecu (euro) niet overschrijdt ja / nee Ø zie hiervoor de punten 6 en 8 en die het zelfstandigheidscriterium in acht nemen ja / nee Ø zie hiervoor punt 3

3. Als “zelfstandig” wordt beschouwd de onderneming die niet voor 25% of meer van het kapitaal of van de stemrechten in handen is van één onderneming of van verscheidene ondernemingen gezamenlijk die niet aan de definitie van de KMO of van de kleine onderneming, naar gelang van het geval, beantwoorden. Deze drempelwaarde mag in twee gevallen worden overschreden: indien de onderneming in handen is van openbare participatiemaatschappijen, van ondernemingen van risicokapitaal of van institutionele beleggers, mits deze individueel noch gezamenlijk in enig opzicht zeggenschap over de onderneming hebben; indien het wegens de spreiding van het kapitaal onmogelijk is te weten in wiens handen het is, en de onderneming verklaart dat zij redelijkerwijs mag aannemen niet voor 25% of meer in handen te zijn van één onderneming of van verscheidene ondernemingen gezamenlijk die niet aan de definitie van de “KMO” of van de kleine onderneming, naar gelang van het geval, beantwoorden. 6. Indien ondernemingen op de balansdatum boven of onder de aangegeven werknemersdrempels of financiële maxima blijven, verkrijgen, respectievelijk verliezen, zij de hoedanigheid van “KMO”, “middelgrote onderneming”, “kleine onderneming”, of “micro-onderneming” eerst indien die omstandigheid zich gedurende twee opeenvolgende boekjaren voordoet. 7. Het aantal werknemers komt overeen met het aantal jaar-arbeidseenheden (JAE), zijnde het aantal gedurende een jaar voltijds werkende werknemers, waarbij deeltijdwerkers en seizoenarbeiders in fracties van JAE worden uitgedrukt. Het in aanmerking te nemen referentiejaar is het laatste afgesloten boekjaar. 8. De voor de omzet en het balanstotaal te hanteren drempels zijn die welke betrekking hebben op het laatste afgesloten boekjaar van twaalf maanden. Bij recent opgerichte ondernemingen waarvan de jaarrekening nog niet is afgesloten, dienen de in aanmerking te nemen bedragen te worden bepaald door middel van een in de loop van het boekjaar te goeder trouw gemaakte schatting.

BIJLAGE 2 Formulier bij B: Ouderdomsbepaling Zie voor toelichting Circulaire Ouderdomsbepaling. Deze kunt u vinden onder: http://www.vrom.nl/Docs/bodem/bodem_cirouderdomsbepaling.pdf

Algemene gegevens
Gegevens initiatiefnemer
Invullen door initiatiefnemer Naam bedrijf Adres Kadastraal nummer Aard van het bedrijf Rechtspersoonlijkheid Moederbedrijf Contactpersoon Beschrijving (vermoedelijk) geval bodemverontreiniging coördinaten ubi-code Invullen door bevoegd gezag

Statusblad
Het statusblad geeft een samenvatting van de informatie uit de achterliggende bladen en is bedoeld om de proceshistorie vast te leggen. Voor een voorspoedige procedure willen wij proberen om dit proces uit 1 vooroverleg te laten bestaan. Wij verzoeken u voor het vooroverleg op dit blad alle noodzakelijke stappen in te vullen. Als u zelf op grond van de gegevens uit stap 1, 2 of 3 concludeert dat dit niet voldoende informatie zal opleveren, zult u ook de volgende stap(pen) moeten invullen.

Statusblad
Ingevuld door Naam Naam bedrijf Datum Handtekening Aangevuld door

Samenvatting van de informatie
Ingevulde technische Initiatiefnemer pagina's Bevoegd gezag Conclusie bevoegd gezag q q q q q q q q q q q q q q onvoldoende grond voor eindoordeel à volgende stap veroorzaking op of na 1-1-1975 veroorzaking vóór 1-1-1975 onvoldoende grond voor eindoordeel à volgende stap veroorzaking op of na 1-1-1975 veroorzaking vóór 1-1-1975 onvoldoende grond voor eindoordeel à volgende stap veroorzaking op of na 1-1-1975 veroorzaking vóór 1-1-1975 Bijlagen

Stap 1 Stap 3 Stap 4 Stap 2

Bedrijfsgegevens en aard van q bodemverontreiniging Gegevens over potentieel bodembedreigende activiteiten Specifieke (historische) documenten

Overige bewijsstukken q

q

q q

veroorzaking op of na 1-1-1975 veroorzaking vóór 1-1-1975

Eindconclusie
Hierbij verklaart ondergetekende dat de in dit formulier ingevulde gegevens naar waarheid zijn ingevuld Ingevuld door initiatiefnemer Handtekening Hierbij verklaart ondergetekende, namens het bevoegd gezag dat op basis van de bovengenoemde gegevens het geval beschouwd wordt als een geval dat in belangrijke mate (80% of meer) vóór 1-1-1975 is veroorzaakt. Zie hiervoor doorslaggevende informatie stap 1 / 2 / 3 / 4 (doorhalen wat niet van toepassing is) Ingevuld door bevoegd gezag

Datum

Formulier stap 1
Algemene bedrijfsgegevens en gegevens over gebruikte stoffen
Bedrijfsgegevens
Invullen door initiatiefnemer Huidige bedrijfsvoering Vanaf (jaartal) Evt. vorige bedrijfsvoering Vanaf (jaartal) Bijzonderheden ubi-code Invullen door bevoegd gezag ubi-code

Aard van de verontreiniging
Invullen door initiatiefnemer Aard van de bodemverontreiniging (stoffen) Vermoedelijk veroorzaakt door Invullen door bevoegd gezag Maatgevend voor ouderdom?

Bijzonderheden

Beoordeling door bevoegd gezag q Verontreiniging in belangrijke mate vóór 1-1-1975 veroorzaakt op basis van aard van de stoffen (zie lijst stap 1) q Verontreiniging veroorzaakt op of na 1-1-1975 op basis van aard van de stoffen (zie lijststap 1) q Aard van de stoffen heeft onvoldoende duidelijkheid over tijdstip van ontstaan van de verontreiniging à vul stap 2 in

Formulier stap 2
Algemene beoordeling veroorzaking vóór en op of na 1-1-1975 inzake de bedrijfsvoeringsperiode
Potentieel bodemverontreinigende activiteit 1
Invullen door initiatiefnemer Omschrijving activiteit Periode Mogelijke verontreinigende stoffen Weken de bodembeschermende voorzieningen af van de gangbare voorzieningen in de betreffende periode? Invullen door bevoegd gezag Jaren vóór 1-1-1975 (Po) Jaren 1975-1980 (P1) Jaren 1981-1986 (P2)

Weegfactoren indien afwijkend

X Y Uitkomst

Formulier stap 3
Specifieke aanpassing van de weegfactoren en/of standaardwaarden
Historische bronnen
Invullen door initiatiefnemer Document referentie Korte omschrijving van de argumenten uit dit document om te komen tot andere weegfactoren Voorstel voor weegfactoren op basis van bovengenoemde documenten X Y Uitkomst % Invullen door bevoegd gezag Acceptatie bronnen Acceptatie argumenten q q Ja Ja q q Nee 8 Nee

Conclusie weegfactoren X Y Uitkomst % Beoordeling door bevoegd gezag q Verontreiniging in belangrijke mate vóór 1-1-1975 veroorzaakt op basis van formule (% > 80%) q Verontreiniging veroorzaakt op of na 1-1-1975 op basis van formule (% < 80%) q Specifieke historische bronnen geven onvoldoende duidelijkheid over tijdstip van ontstaan van de verontreiniging à vul stap 4 in.

8

motiveer met redenen de afwijzing

Formulier stap 4
Specifieke beoordeling op basis van gerichte bewijsmiddelen
Historische bronnen
Invullen door initiatiefnemer Document referentie Korte omschrijving van de argumenten uit dit document om de verontreiniging te classificeren als verontreiniging die in belangrijke mate is ontstaan vóór 1-1-1975 Invullen door bevoegd gezag Acceptatie bronnen q Ja q Nee

Acceptatie argumenten

q

Ja

q

Nee

Beoordeling door bevoegd gezag q Verontreiniging in belangrijke mate vóór 1-1-1975 veroorzaakt op basis van specifiek rapporten q Verontreiniging veroorzaakt op of na 1-1-1975

BIJLAGE 3 Toe te voegen stukken

Hieronder vindt u een opsomming van de toe te voegen stukken die per onderdeel gevraagd zijn. Stukken bij Ad A. q Een kopie van de koopovereenkomst en van de transportakte q Indien van toepasssing: Verklaring als bedoeld in artikel 6.2 van de subsidieverordening en de daartoe benodigde bijlagen: - Een kopie van de koopovereenkomst en van de transportakte van de vorige eigenaar - Bankgarantie Stukken bij Ad C. q Indien van toepassing: Kopie van het besluit ten aanzien van ernst en urgentie van geval van ernstige bodemverontreining q Saneringsplan, inclusief begroting, voor het gehele geval van ernstige bodemverontreiniging q Alle voorgaande onderzoeken (bv. nader onderzoek, saneringsonderzoek) q Indien van toepassing: Kopie van het besluit ten aanzien van de instemming met het saneringsplan

Gemeente Nijmegen
Bureau bodem
VERKLARING Als bedoeld in artikel 6.2 van de Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Nijmegen

Het ingevulde formulier kunt u sturen aan: B&W Gemeente Nijmegen t.a.v. Bureau Bodem (G640) Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

Voor vragen en/of informatie kunt u contact opnemen met bureau Bodem van de gemeente Nijmegen onder telefoonnummer 024-329 9637

(Naam koper A) ______________________________________, verder te noemen _______________________ (A) gevestigd te (plaats) ______________________________ te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door _________________________________________________,

IN AANMERKING NEMENDE: dat (A) _________________________ blijkens akte van notariële overdracht d.d. ___________ van (naam verkoper B) _______________________________, verder te noemen ____________________ (B) het eigendom of het erfpachtsrecht heeft verworven van een bedrijfsterrein, gelegen aan de (adres) ___________________________________________ te Nijmegen, kadastraal bekend (gegevens invullen) ____________________________, hierna te noemen: “het bedrijfsterrein”;

dat (B) ________________________ de eigendom van het bedrijfsterrein vóór 1 januari 1995 heeft verworven, hetgeen blijkt uit gegevens omtrent (de eigendom van en de erfpachtsituatie ter plaatse van) het bedrijfsterrein en de juridische relatie van (B) _____________________ tot het bedrijfsterrein, zoals blijkend uit een kopie van de koopovereenkomst, een kopie van de akte van eigendomsoverdracht en, wanneer van toepassing, een kopie van de akte tot vestiging van het erfpachtsrecht en de akte tot overdracht van het erfpachtsrecht; dat (A) ____________________ een mogelijke aanspraak op subsidie van (B) __________________________ op grond van de Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Nijmegen wenst over te nemen en zich in verband met het bepaalde in artikel 6.2 van de Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen wenst te verbinden een (mogelijk) noodzakelijke sanering op eigen kosten tijdig uit te voeren en daarvoor heden tevens financiële zekerheid stelt; dat de gemeente Nijmegen deze verklaring mede ondertekent teneinde tot uitdrukking te brengen dat deze voldoet aan het bepaalde in artikel 6.2 van de Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Nijmegen;

VERKLAART: Artikel 1 (A) ______________________ verbindt zich onvoorwaardelijk en onherroepelijk jegens de gemeente Nijmegen, voorzover zich op het bedrijfsterrein een ernstige verontreiniging in de zin van artikel 29 Wet bodembescherming bevindt, deze verontreiniging voor eigen rekening en risico, tijdig en naar genoegen van het bevoegd gezag in de zin van de Wet bodembescherming overeenkomstig deze wet en de daarop gebaseerde regelgeving te (doen) saneren. (A) ______________________ heeft aan bovenvermelde saneringsverplichting voldaan indien het bevoegd gezag in de zin van de Wet bodembescherming met een schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering, als bedoeld in artikel 1 sub m van de Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Nijmegen, heeft ingestemd. Artikel 2 Tot meerdere zekerheid van de verbintenissen die voortvloeien uit de in artikel 1 genoemde saneringsverplichting (waaronder de eventuele verplichting tot vergoeding van schade en kosten in geval van niet-nakoming van de saneringsverplichting) stelt (A) _________________________ ten genoegen van de gemeente Nijmegen een onherroepelijke bankgarantie tot een maximumbedrag van (bedrag) €______________________, welke bankgarantie in kopie aan deze verklaring is gehecht. Artikel 3 Deze bankgarantie vervalt indien het bevoegd gezag in de zin van de Wet bodembescherming op basis van door (A) ______________________ aangeleverde onderzoeksrapportage concludeert dat het bedrijfsterrein niet ernstig verontreinigd is in de zin van artikel 29 Wet bodembescherming. Artikel 4 De gemeente Nijmegen heeft heden het origineel van de in artikel 2 genoemde bankbankgarantie ontvangen en verklaart door mede-ondertekening van deze verklaring dat (A) ________________ aan devoorwaarden tot het afleggen van een verklaring en het stellen van een bankgarantie als bedoeld in artikel 6.2 van de Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Nijmegen heeft voldaan. Aldus opgemaakt op (datum)________________________ te Nijmegen Voor akkoord Namens burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen Hoofd bureau Bodem Naam _________________________________________ Handtekening _________________________________________ Koper A Naam _________________________________________ Handtekening _________________________________________

Gemeente Nijmegen
Bureau bodem
AANVRAAGFORMULIER VASTSTELLING SUBSIDIE Behorend bij artikel 10 Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Nijmegen

Ingevulde formulieren kunt u sturen aan: B&W Gemeente Nijmegen t.a.v. Bureau Bodem (G640) Postbus 9105 6500 HG Nijmegen

Voor vragen en/of informatie kunt u contact opnemen met bureau Bodem van de gemeente Nijmegen onder telefoonnummer 024-329 9637

Dit formulier vaststelling subsidie omvat 3 onderdelen: A. Vragen omtrent de sanering en de saneringskosten B. Verklaring milieukundig begeleider en directievoerder C. Accountantsverklaring verantwoording Bijlage: 1. Overzicht toe te voegen stukken

Deze aanvraag om vaststelling van de subsidie dient te omvatten: 1. 2. 3. Ingevulde en geparafeerde vragenlijst A Ingevulde en ondertekende verklaringen B en C Toegevoegde stukken: _____ (aantal vermelden)

Betreft locatie: _____________________________________________

Aldus naar waarheid ingevuld en ondertekend te _______________________________ (plaats)

op ________________________________ (datum)

Aanvrager: Naam ____________________________________________ Handtekening

Eigenaar/erfpachter: (Indien anders dan aanvrager) Naam ____________________________________________ Handtekening

____________________________________________

____________________________________________

Ad A. Vragen omtrent de sanering en de saneringskosten Deze vraag hoeft u alleen voor wat betreft de onderdelen locatie en aanvrager in te vullen als er wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het ingediende aanvraagformulier Verlening Subsidie. Locatie Adres locatie: ________________________________________________________________________________________ Kadastrale gegevens: _________________________________________________________________________________ Bestemming van de locatie1: ___________________________________________________________________________ Kopie van de beschikking omtrent de aanvraag om verlening subsidie toevoegen. Aanvrager Naam: ________________________________________________________________________________________________ Adres: ________________________________________________________________________________________________ Woonplaats: __________________________________________________________________________________________ Telefoon/mobiel: ______________________________________________________________________________________ Indien u zich laat vertegenwoordigen door een adviseur Naam adviseur: _______________________________________________________________________________________ Naam bedrijf: _________________________________________________________________________________________ Adres bedrijf: _________________________________________________________________________________________ Sanering Zijn er wijzigingen opgetreden sinds de datum waarop het bevoegd gezag een subsidiepercentage heeft toegekend aan de sanering van de onderhavige locatie?

ja / nee

Zo ja, welke (bijv. eigenaar/saneringsplan/kosten) _______________________________________________________ ______________________________________________________________________________________________________ Saneringskosten Werkelijk gemaakte netto-saneringskosten2______________________________________________________________ Schriftelijk verslag van de uitvoering van de sanering Om de exacte hoogte van het subsidiebedrag te kunnen vaststellen, moet het bevoegd gezag beschikken over een schriftelijk verslag (evaluatierapport) van de uitvoering van de sanering waarmee het bevoegd gezag moet instemmen. Dit schriftelijk verslag moet worden toegevoegd. Paraaf aanvrager Paraaf eigenaar/erfpachter

____________________________________________

____________________________________________

1

Dit moet blijken uit het geldende bestemmingsplan. Bij saneringen die begroot zijn op een bedrag gelijk aan of minder dan € 50.000,- moeten minimaal twee concurrerende offertes worden overlegd en bij saneringen die zijn begroot op een bedrag hoger dan € 50.000,moeten minimaal drie concurrerende offertes worden overlegd. Indien niet is gekozen voor de goedkoopste offerte, moet een motivatie daarvoor worden bijgevoegd

2

Ad B. Verklaring milieukundige begeleider en directievoerder Wij hebben de milieukundige verantwoording over de periode van (datum)______________________________ tot en met (datum)______________________________________ van (naam onderneming, eigenaar/erfpachter) _________________________________________________________ betreffende de kosten van sanering van het bedrijfsterrein, plaatselijk bekend (adres)_____________________________________________________________ en kadastraal bekend gemeente (gegevens invullen) __________________________________________________ sluitend met een totaalbedrag van (bedrag) € ____________________________ gecontroleerd. Deze verantwoording is bestemd voor het afleggen van rekening en verantwoording aan het Wbb-bevoegd gezag omtrent de correcte toepassing van subsidiegelden overeenkomstig het doel van de subsidieverlening, waaronder de eventuele waargenomen samenloop en de doelmatigheid van de gemaakte kosten. Ons onderzoek is verricht in overeenstemming met algemeen aanvaarde controlegrondslagen en met inachtneming van: a. De Wet bodembescherming (Wbb) en de daaraan gelieerde regelgeving; b. De Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen zoals die door het bevoegd gezag is vastgesteld; c. De beschikking van het Wbb-bevoegd gezag, datum _____________________ kenmerk____________________ waarin de bijdrage is verleend. Op grond van ons onderzoek zijn wij van oordeel dat de subsidiegelden zijn besteed in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgeving en overige door de Minister en het Wbb-bevoegd gezag gestelde voorwaarden.

Aldus volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend Te Op

________________________ (plaats) ________________________ (datum)
Naam directievoerder ____________________________________________ Naam bedrijf ____________________________________________ Adres ____________________________________________ Postcode en plaats ____________________________________________

Naam milieukundig begeleider ____________________________________________ Naam bedrijf ____________________________________________ Adres ____________________________________________ Postcode en plaats ____________________________________________

Handtekening

Handtekening

___________________________________________

____________________________________________

Ad C. Accountantsverklaring verantwoording Wij hebben de financiële verantwoording over de periode van (datum)__________________________ tot en met (datum)______________________________________ van (naam onderneming, eigenaar/erfpachter) ______________________________________________ betreffende de kosten van sanering van het bedrijfsterrein, plaatselijk bekend (adres)______________________________________________________________________________ en kadastraal bekend gemeente (gegevens invullen) _____________________________________________________ sluitend met een totaalbedrag van (bedrag) € ____________________________ gecontroleerd. Deze verantwoording is bestemd voor het afleggen van rekening en verantwoording aan het Wbb-bevoegd gezag. Ons onderzoek is verricht in overeenstemming met algemeen aanvaarde controlegrondslagen en met inachtneming van: a. De Wet bodembescherming (Wbb) en de daaraan gelieerde regelgeving; b. De Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen zoals die door het bevoegd gezag is vastgesteld; c. De beschikking van het Wbb-bevoegd gezag, datum ____________________, kenmerk _________________ waarin de bijdrage is verleend. Op grond van ons onderzoek zijn wij van oordeel dat: a. De bijdrage is besteed in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgeving en overige door de Minister en het Wbb-bevoegd gezag gestelde voorwaarden; b. De in de verantwoording van de onderneming opgenomen gegevens juist en volledig zijn weergegeven. Een financieel verslag van de daadwerkelijk met de sanering verbonden Netto-saneringskosten toevoegen.

Aldus volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend te op

________________________ (plaats) _______________________ (datum)

Naam accountant __________________________________________ Naam acountantskantoor __________________________________________ Adres __________________________________________ Postcode en plaats __________________________________________

Handtekening

__________________________________________

BIJLAGE 1 Toe te voegen stukken Hieronder vindt u een opsomming van de toe te voegen stukken die per onderdeel gevraagd zijn. Stukken bij Ad A. q Kopie van de beschikking omtrent de aanvraag om verlening subsidie q Twee, dan wel drie, concurrerende offertes q Indien van toepassing: Een motivatie indien niet is gekozen voor de goedkoopste offerte q Een schriftelijk verslag (evaluatierapport) van de uitvoering van de sanering Stukken bij Ad C. q Een financieel verslag van de daadwerkelijk met de sanering verbonden Netto-saneringskosten