ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

J. de Beer Y. de Jager M. Mussche (K+V) D. Ooijevaar (Deerns) B. Heijnen (Goudappel Coffeng)

april 2004 ESUP02030

II

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Voorwoord

De auteurs willen graag de volgende personen bedanken voor hun bijdrage in de vorm een interview: Dhr. Van der Velden (LVI), Dhr. Wiltenburg (KvK), Dhr. Dieben (Rentex Dieben), Wethouder Geertsema (gemeente Leiden, onder meer Economische Zaken en Grondzaken), Wethouder Rabbae, (gemeente Leiden, onder meer Milieu), Dhr. Eskes (directeur Milieudienst West-Holland). Verder willen we alle personen bedanken die hebben deelgenomen aan de workshop voor hun bijdrage aan de discussie. Hun inbreng is van essentieel belang voor het ontwikkelen van een visie op een duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet. Namens het projectteam Jeroen de Beer Projectleider Utrecht, september 2003

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

III

Samenvatting

In de Leidse regio is dringend behoefte aan ruimte voor bedrijven. Daarom wil de gemeente Leiden een nieuw bedrijventerrein ontwikkelen in de Oostvlietpolder ten zuiden van Leiden. Aangezien de gemeente Leiden nieuwe bouwlocaties duurzaam wil inrichten, is ze van plan om in de Oostvlietpolder een duurzaam bedrijventerrein te ontwikkelen. De gemeente Leiden wil zich oriënteren op de duurzame mogelijkheden van Bedrijvenpark Oostvliet. Ze heeft Ecoreal opdracht verleend een oriënteringsonderzoek duurzame bedrijventerreinen uit te voeren. Deze opdracht sluit aan op een eerder door Ecofys uitgevoerde energievisie voor het bedrijvenpark. De gemeente heeft de intentie om de resultaten van dit onderzoek te gebruiken bij het opstellen van haar Masterplan Bedrijvenpark Oostvliet en het onderzoeken van de technische en organisatorische haalbaarheid van de een duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet. De doelen van dit oriëntatieonderzoek zijn: 1. Het inventariseren van de mogelijkheden om te komen tot een duurzame inrichting van het bedrijventerrein. Speciale aandacht zal gaan naar de thema’s verkeer en vervoer en terreinbeheer. Voor het thema verkeer en vervoer zijn concrete onderzoeksvragen geformuleerd door de opdrachtgever, gericht op de mogelijkheden van stimulering van langzaam verkeer. 2. Het inventariseren van de mogelijkheden van een samenwerking tussen gemeente, bedrijven en mogelijk andere betrokken partijen met betrekking tot het bedrijventerrein; 3. Het ontwikkelen van een visie op duurzaamheid voor Bedrijvenpark Oostvliet. De resultaten van de oriëntatie stellen de gemeente en bedrijven in staat om, aan de hand van de milieuambities en financiële mogelijkheden, keuzen te maken uit de diverse duurzame kansen. De werkzaamheden zijn onderverdeeld in drie gedeelten: 1. Inventarisatie van relevante milieustromen: aan de hand van een geactualiseerd beeld van de bedrijvigheid en kengetallen die zijn vastgesteld op basis van CBS-gegevens en ervaringen van Ecoreal; 2. Verkennen van de mogelijkheden van samenwerking en van een gemeenschappelijke visie op duurzaamheid: aan de hand van een serie interviews en een gemeenschappelijke workshop. Aan de hand van de resultaten is een concept intentieverklaring opgesteld, waarin de partijen de intentie uitspreken mee te werken aan de realisatie van een duurzaam bedrijvenpark Oostvliet;

IV

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

3. Inventarisatie kansrijke projecten: aan de hand van de resultaten van de vorige twee stappen. Voor de bedrijvigheid zijn drie scenario’s opgesteld die verschillen in mate van industrieel karakter: Laag, Midden en Hoog. In figuur S.1 wordt de verdeling over de sectoren volgens de drie scenario’s gegeven. In de scenario’s Midden en Hoog zijn de sectoren met het grootste aandeel: hout/textiel/papier, bouwbedrijf, metaalproducten.
40 35 Netto grondoppervlak (ha) 30 25 20 15 10 5 0 laag midden Scenario
Figuur S.1: Verdeling sectoren over grondoppervlak volgens drie scenario’s die een toename in industrieel karakter van het bedrijvenpark weerspiegelen

overige industrie goederenvervoer over de weg milieudienstverlening groothandel showroom opslag [koelen] opslag [overdekt] opslag [open] voedselproductie metaal producten bouwbedrijf hout/textiel/papier Kantoor gerelateerd aan andere bedrijvigheid hoog

Op basis van de geactualiseerde bedrijvigheid en kengetallen per milieuthema is een beeld geschetst van de omvang van de stromen. Het energie- en waterverbruik nemen toe bij toenemend industrieel karakter. De overige drie stromen nemen af. De afvalproductie wordt gedomineerd door groothandelactiviteiten, die afnemen naarmate het industriële karakter toeneemt. Persoonsbewegingen is vooral afhankelijk van de kantoorgebonden activiteiten. Het aantal vrachtbewegingen lijkt weinig afhankelijk van het scenario, maar er is wel een verschuiving te zien in dominante sectoren.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

V

Tabel S.0.1: Omvang relevante milieustromen

Energiegebruik Waterconsumptie Afvalproductie Personenbewegingen Vrachtbewegingen

laag 215 85,962 12,200 13,973 1,084

midden 274 112,185 10,209 10,311 1,056

hoog 383 175,508 8,796 6,751 986

TJ/jaar m3/jaar ton/jaar aantal per dag aantal per dag

De arbeidsintensiteit neemt af van 1,79 werknemer per 100 m2 in het scenario Laag, naar 1,29 in het scenario Midden, tot 0,84 in het scenario Hoog. Met deze arbeidsintensiteit zullen er dagelijks 1500-3000 auto’s van werknemers naar het terrein komen. Het bedrijventerrein zal dagelijks ongeveer 500 vrachtauto’s aantrekken. De onzekerheid in de omvang van de milieustromen, zoals weergegeven in het vorige punt, is aanzienlijk. Zolang de bedrijvigheid niet beter kan worden vastgesteld, zal deze onnauwkeurigheid blijven bestaan. Zowel vanuit de gemeente als vanuit de milieudienst West-Holland als vanuit het bedrijfsleven is er draagvlak voor de intentie om van Bedrijvenpark Oostvliet een duurzaam bedrijventerrein te maken. Twee wethouders hebben in een interview aangegeven een hoog ambitieniveau na te streven. Bedrijvenpark Oostvliet kan zelfs een landelijke voorbeeldfunctie gaan vervullen voor de duurzame inrichting van nieuwe bedrijventerreinen. Er is dus voldoende politiek draagvlak. Ook het bestuurlijke draagvlak is aanzienlijk. Duurzaamheid is al jaren een belangrijk thema in de gemeentelijke besluitvorming. De Milieudienst West-Holland, als initiator van de discussie over duurzaamheid van Bedrijvenpark Oostvliet, heeft een duidelijk omschreven beeld van duurzaamheid. Dit is onder meer beschreven in het Milieubeleidsplan. Het bedrijfsleven, bij monde van de LVI, ondersteunt ook het idee van een duurzaam bedrijventerrein, maar heeft een lager ambitieniveau dan de gemeente. De LVI stelt als voornaamst eis dat de kwaliteit van het terrein bewaakt wordt over de jaren. De Kamer van Koophandel ziet een duurzaam bedrijventerrein als passend in deze tijd. In de eerste plaats vanwege de schaarse ruimte. In de tweede plaats vanwege de kostenbesparing die het bedrijven op kan leveren en ten slotte vanwege de maatschappelijk acceptatie van bedrijven. De begrippen duurzaamheid en duurzame bedrijventerreinen zijn rekbare begrippen. Het is niet verwonderlijk dat partijen die al langer met deze materie bezig zijn, zoals de Milieudienst West-Holland, beter omlijnde definities hebben. Uit een eerste inventarisatie bleek dat de volgende duurzaamheidsaspecten als het belangrijkst worden ervaren: o Kwaliteit en imago o Bereikbaarheid en vervoer o Energiehuishouding o Natuurwaarden Dit wil overigens niet zeggen dat de andere duurzaamheidaspecten mogen worden vergeten.

VI

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

De duurzaamheidaspecten waar men niets in ziet, zijn: o Afstemmen personeelsbeleid o Gezamenlijke brandweer o Beperking automobiliteit (te negatief geformuleerd) Over de invulling van de andere duurzaamheidaspecten bestaat echter nog verschil van mening. Dit kan onder meer te wijten zijn aan onbekendheid met de begrippen, zoals CO2-neutraliteit. Er is een eerste aanzet gegeven voor een discussie over de vorm van de parkmanagementorganisatie. Een overzicht is gegeven van afwegingen gerelateerd aan bestuurlijk, juridisch en financieel ontwerp van een parkmanagementorganisatie. Alhoewel er nog verschillen van inzichten zijn tussen de partijen betrokken bij Bedrijvenpark Oostvliet, is er ook duidelijk sprake van overeenstemming. Parkmanagement wordt gezien als een noodzakelijk instrument voor een aantrekkelijk duurzaam bedrijventerrein. De verschillen van inzichten bestaan onder meer over de vraag hoe de verantwoordelijkheden moeten worden verdeeld tussen bedrijfsleven en overheid, de verplichtstelling van lidmaatschap van de organisatie en het beoogde ambitieniveau. Voor het thema verkeer en vervoer zijn door de opdrachtgever vier specifieke onderzoeksvragen gesteld. De antwoorden op deze onderzoeksvragen worden hieronder samengevat: Analyse verkaveling: Om de gewenste snelheid te kunnen garanderen, wordt geadviseerd om boogstralen van R = 20 meter te hanteren op de hoofdfietsstructuur. Een boogstraal van 30 meter, zoals gesteld in de onderzoeksvraag, achten wij en de gemeente Leiden niet noodzakelijk. Structuur langzaam verkeer: - goede vrijliggende of solitaire fietspaden; - goede verbinding naar recreatiegebieden door Europaweg ter hoogte van bushalten/Kruisherenweg ongelijkvloers met het langzaam verkeer te laten kruisen; - aanleg van hoogwaardige fietsverbinding tussen NS-station Lammerschansweg en bedrijventerrein door herinrichting van oostelijke ventweg Lammerschansweg; - aanleg tweerichtingsfietspaden Europaweg; - aanleg vrijliggend fietspad Hofvlietweg. Fietsgebruik: De verwachting is dat Oostvlietpolder een belangrijke snelweglocatie wordt met een bovenregionale functie. Het verwachte aandeel fietsverkeer ligt daardoor tussen 10 en 20% van het woon-werkverkeer. Servicepunt fiets: Het aantal fietsers van en naar de omgeving van Oostvlietpolder is te gering om een rendabel servicepunt voor fietsers te creëren. Ook is het bewaakt stallen op een bedrijventerrein van deze omvang niet rendabel. Een combinatie met verkoop van fietsen of verdubbeling van het aantal fietsers zou een servicepunt in de omgeving van Oostvlietpolder rendabel en interessant kunnen maken.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

VII

Op basis van de duurzaamheidsmatrix die is besproken op de workshop en de inventarisatie van milieustromen is een overzicht gemaakt van kansrijke projecten die het duurzame karakter van het Bedrijvenpark Oostvliet kunnen verhogen. Thema Voorbereidende projecten Omschrijving project Duurzaam parkmanagement Definiëring milieubelasting en – zonering Uitgiftebeleid en kwaliteitsbewaking Aanbesteding warmte- en koudelevering CO2-neutraal op gebouwniveau Procesoptimalisatie Tijdige en goede ontsluiting openbaar vervoer en langzaam verkeer Vervoermanagement Gezamenlijk afvalbeheer Onderhoud openbare ruimte: tegengaan zwerfvuil en onkruid Waterbesparing in kantoorgebouwen Intensief bouwen Inpassen ecologische zones Online monitoren van milieustromen

Energiehuishouding

Verkeer en vervoer

Afval

Water Ruimtegebruik Kwaliteitsborging

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende aanbevelingen gedaan: 1. De workshop die in het kader van dit onderzoek is gehouden was de eerste gelegenheid dat gemeente en bedrijfsleven met elkaar spraken over de duurzaamheid van Bedrijvenpark Oostvliet. Dit werd door beide partijen als zeer nuttig ervaren. Het verdient dan ook aanbeveling om deze gesprekken voort te zetten om meer gevoel te krijgen voor elkaars standpunten en een gemeenschappelijke basis te vormen voor de besluitvorming. Het wordt aanbevolen meer duidelijkheid te scheppen over de bedrijven die zich gaan of kunnen vestigen op het Bedrijvenpark Oostvliet. Dit kan enerzijds door een verdere concretisering van het vestigingsbeleid en anderzijds door het peilen van bedrijven op hun interesse.

2.

VIII

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

3.

De concept intentieverklaring kan in overleg met de betrokkenen definitief worden gemaakt. Geïnteresseerde bedrijven kunnen worden gevraagd de intentieverklaring te ondertekenen. Voor het ontwikkelen van een parkmanagementorganisatie is allereerst duidelijkheid nodig over de betrokkenen. Pas dan kan geprobeerd worden de gezamenlijke visie in termen van doelen en strategie te ontwikkelen. Vervolgens zijn diverse afwegingen over bestuurlijk, juridisch en financieel ontwerp aan de orde. Tenslotte kan een businessplan worden opgesteld. Selecteer uit de lijst van kansrijke projecten twee of drie projecten en laat daarvoor een haalbaarheidsstudie uitvoeren.

4.

5.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

IX

Inhoudsopgave

Voorwoord

iii

1

Inleiding
1.1 1.2 1.3 1.4 Aanleiding Doelstelling Projectteam Leeswijzer

4
4 5 5 6

2

Werkwijze
2.1 2.2 2.3 Inventarisatiefase Samenwerkingsovereenkomst en visie op duurzaamheid Kansrijke projecten

7
7 7 9

3

Inventariseren relevante milieustromen
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.6.1 3.6.2 3.7 Bedrijvigheid en ruimtebehoefte Energie Water Afval Ruimtebehoefte Vervoer en transport Personenvervoer Vrachtvervoer Onzekerheden

10
10 14 17 19 20 21 21 23 23

4

Verkeer en vervoer
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 Inleiding Analyse verkaveling Structuur langzaam verkeer Huidige structuur Knelpunten en ontbrekende schakels huidige structuur Toekomstige structuur

25
25 25 26 26 27 28

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

1

4.3.4 4.3.5 4.4 4.5 4.5.1 4.6

Autoverkeer (zwart) Veiligheid van fietsers Fietsgebruik Servicepunt fiets Markt/behoefte aan servicepunt fiets Conclusies verkeer en vervoer

28 29 30 31 31 32

5

Duurzaam parkmanagement
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.5 5.6 5.7 5.7.1 5.7.2 Achtergrond Inleiding Doelstelling Werkwijze Beleidskader Uitgangspunten Aanpak van parkmanagement Bestuurlijk ontwerp Drie niveaus Verantwoordelijkheid en zeggenschap Juridisch ontwerp Financieel ontwerp Kritische succesfactoren Conclusie en aanbevelingen Conclusie Aanbevelingen

33
33 33 33 33 34 34 35 36 36 37 38 40 41 41 41 42

6

Kansrijke thema’s
6.1 6.2 6.3 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5 6.4.6 6.4.7 Inleiding Bronnen Resultaten van de Matrix Kansrijke projecten Voorbereidende projecten Energiehuishouding Verkeer en vervoer Afval Water Ruimtegebruik Kwaliteitsborging

43
43 43 43 44 44 45 46 47 48 48 49

7

Conclusies en aanbevelingen
7.1 Conclusies

50
50

2

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

7.2

Aanbevelingen

53

Bijlage I: Programma workshop duurzaam bedrijventerrein Oostvlietpolder

67

BIJLAGE 2: CONCEPT INTENTIEVERKLARING

74

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

3

1 Inleiding

1.1

Aanleiding

In de Leidse regio is dringend behoefte aan ruimte voor bedrijven. Daarom wil de gemeente Leiden een nieuw bedrijventerrein ontwikkelen in de Oostvlietpolder ten zuiden van Leiden. Aangezien de gemeente Leiden nieuwe bouwlocaties duurzaam wil inrichten, is ze van plan om in de Oostvlietpolder een duurzaam bedrijventerrein te ontwikkelen. Voor een duurzaam bedrijventerrein wordt door Novem de volgende omschrijving gegeven: "Samenwerking tussen bedrijven onderling en met overheden op bedrijventerreinen, gericht op het verbeteren van het (bedrijfs)economisch resultaat, de vermindering van de milieubelasting en een efficienter ruimtegebruik"1. Twee invalshoeken vormen de ingang voor de ontwikkeling van een duurzaam bedrijventerrein: duurzame bedrijfsprocessen en duurzame inrichting. Ecofys heeft in 2002 in opdracht van de gemeente Leiden en de Milieudienst WestHolland een energievisie opgesteld voor Bedrijvenpark Oostvliet.2 In deze energievisie worden drie scenario’s opgesteld voor de ontwikkeling van de energievraag, afhankelijk van een inschatting van de bedrijven die zich zullen vestigingen op bedrijvenpark Oostvliet. Vervolgens worden er twee concepten uitgewerkt voor de energievoorziening. Beide concepten gaan uit van een mix aan technieken en vergaande energiebesparing. De concepten onderscheiden zich van elkaar in de manier van warmtevoorziening. Het eerste concept maakt gebruik van individuele WKK voor de warmtevoorziening en het tweede concept van een centrale houtverbrandingsinstallatie met warmtedistributie. De energievisie laat zien dat het mogelijk is om de CO2-emissie die gepaard gaat met het energiegebruik in gebouwen – dus uitgezonderd procesinstallaties – gedeeltelijk is te vermijden door energiebesparing en de rest is te compenseren door inzet van biomassa. Dit noemen we CO2-neutraal op gebouwniveau. De gemeente Leiden wilde zich vervolgens breder oriënteren op de duurzame mogelijkheden van Bedrijvenpark Oostvliet. Ze heeft Ecoreal opdracht verleend een oriënteringsonderzoek duurzame bedrijventerreinen uit te voeren. Dit is de eerste stap binnen de subsidieregeling Duurzame Bedrijventerreinen3, zie Figuur 1.1. De gemeente heeft de intentie om de resultaten van dit onderzoek te gebruiken bij het
Zie www.dbt.novem.nl Energievisie Oostvlietpolder, Oktober 2002, Ecofys, Utrecht (E45251) 3 Deze subsidieregeling wordt uitgevoerd door Novem. Voor nieuwe terreinen, zoals Bedrijvenpark Oostvliet, wordt geen subsidie verleend voor de tweede fase. De subsidieregeling eindigt op 1 oktober 2003.
2 1

4

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

opstellen van haar Masterplan Bedrijvenpark Oostvliet en het onderzoeken van de technische en organisatorische haalbaarheid van een duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet.

Oriëntatie
Inventariseren relevante milieustromen/thema’s Samenwerkingsovereenkomst bedrijven, gemeente Visie bedrijventerrein

Ontwikkeling
Oprichting projectgroepen Uitwerking gekozen milieuthema’s Masterplan

Technisch/organisatorische haalbaarheid
Resultaat: concrete projectvoorstellen of contracten

Figuur 1.1: Schema van de subsidieregeling Duurzame bedrijventerreinen

1.2

Doelstelling

Het doel van dit oriëntatieonderzoek is: 1. Het inventariseren van de mogelijkheden om te komen tot een duurzame inrichting van het bedrijventerrein. Speciale aandacht zal gaan naar de thema’s verkeer en vervoer en terreinbeheer. Voor het thema verkeer en vervoer zijn concrete onderzoeksvragen geformuleerd door de opdrachtgever, gericht op de mogelijkheden van stimulering van langzaam verkeer; 2. Het inventariseren van de mogelijkheden van een samenwerking tussen gemeente, bedrijven en mogelijk andere betrokken partijen met betrekking tot het bedrijventerrein; 3. Het ontwikkelen van een visie op duurzaamheid voor Bedrijvenpark Oostvliet. De resultaten van de oriëntatie stellen de gemeente en bedrijven in staat om, aan de hand van de milieuambities en financiële mogelijkheden, keuzen te maken uit de diverse duurzame kansen.

1.3

Projectteam

Het onderzoek is uitgevoerd door Ecoreal, een samenwerkingsverband tussen Ecofys, K+V organisatieadviesbureau en Deerns Raadgevende Ingenieurs. Goudappel Coffeng heeft het deelonderzoek Verkeer en Vervoer uitgevoerd.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

5

1.4

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk wordt een korte verantwoording van de werkwijze gegeven. Hoofdstuk 3 geeft een uitgebreide beschrijving van de inventarisatie van de milieustromen. In de daaropvolgende hoofdstukken worden twee thema’s uitgelicht: verkeer en vervoer (vooral langzaam verkeer) en duurzaam parkmanagement. In hoofdstuk 6 worden kansrijke projecten beschreven die kunnen bijdragen aan de duurzaamheid van bedrijvenpark Oostvliet. Het verslag van de workshop en de concept intentieverklaring zijn te vinden in de bijlagen.

6

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

2 Werkwijze

De werkzaamheden zijn onderverdeeld in drie gedeelten: 1. Inventarisatie van relevante milieustromen 2. Verkennen van de mogelijkheden van samenwerking en van een gemeenschappelijke visie op duurzaamheid 3. Inventarisatie kansrijke projecten

2.1

Inventarisatiefase

Het doel van deze fase is een overzicht te krijgen van de omvang van de relevante milieustromen. Als eerste stap is de in de energievisie bepaalde bedrijvigheid aangepast op basis van gegevens verstrekt door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rijnland (KvK). Op basis van deze nieuwe verwachting van de bedrijvigheid zullen de volgende milieustromen worden vastgesteld: • Actualisering verwachte energievraag. De in de energievisie gehanteerde energievraag zal worden geactualiseerd. Dit zal binnen dit project niet leiden tot een actualisering van de energievisie zelf; • Inschatting van de jaarlijkse waterconsumptie op het terrein per bedrijvigheid; • Inschatting van de hoeveelheid en typen geproduceerd afval per bedrijvigheid; • Inschatting van het aantal bewegingen van personen op het terrein; • Inschatting van de ruimtebehoefte per bedrijvigheid; • Inschatting van het aantal vrachtbewegingen op het terrein; In deze inventarisatie zal gebruik worden gemaakt van ervaringsgegevens, aangevuld met waarden van het CBS en andere open literatuur.

2.2

Samenwerkingsovereenkomst duurzaamheid

en

visie

op

De oorspronkelijk doelen van deze fase waren: (1) een concept samenwerkingsovereenkomst op stellen en (2) een gemeenschappelijke visie formuleren over een duurzaam bedrijvenpark. Al snel bleek dat deze doelen te hoog waren gegrepen, met name omdat de communicatie tussen gemeente en bedrijfsleven over dit thema nog niet was gestart. De gemeente concentreerde zich op het gereed maken van het ontwerpbestemmingsplan, dat eind augustus 2003 ter inzage moest worden gelegd. Pas daarna zal de communicatie en voorlichting worden opgestart. Het opstellen van een concept samenwerkingsovereenkomst en gemeenschappelijke visie is een

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

7

proces dat meerdere overlegmomenten vraagt en dientengevolge een langere doorlooptijd heeft dan dit onderzoek ter beschikking stond. De doelstelling van deze fase is dan ook bijgesteld tot: - Een eerste verkenning van de meningen van belanghebbenden over een duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet - Opstellen van een document waarin de intentie wordt uitgesproken een duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet te realiseren, met onderkennen van punten van overeenkomst en verschil tussen bedrijfsleven en gemeenten. De werkwijze van deze fase is als volgt. Tijdens een eerste bijeenkomst met afgevaardigden van de gemeente Leiden en de Milieudienst West-Holland is een oriënterende discussie gevoerd over de definitie van een duurzaam bedrijventerrein en is een inventarisatie gemaakt van belanghebbenden die in een twee ronde geïnterviewd konden worden. In de interviewronde zijn met volgende personen gesprekken gevoerd: - Bedrijfsleven o Dhr. Van der Velden, LVI o Dhr. Wiltenburg, KvK o Dhr. Dieben, directeur Rentex Dieben - Gemeente o Wethouder Geertsema, onder meer Economische Zaken en Grondzaken o Wethouder Rabbae, onder meer Milieu - Milieudienst West-Holland o Dhr. Eskes, directeur De interviews richten zich met name op duurzaamheidaspecten en duurzaam parkmanagement. De interviewverslagen dienden als input voor een gemeenschappelijke workshop gehouden op 18 augustus 2003. Deze workshop was de eerste gelegenheid voor gemeente en bedrijfsleven om gezamenlijk te praten over het duurzame Bedrijvenpark Oostvliet. Tijdens deze workshop kwamen de volgende onderwerpen aan bod: 1. Wat is een duurzaambedrijventerrein en welke ambitie past bij Bedrijvenpark Oostvliet? 2. Prioritering van duurzaamheidsaspecten 3. Duurzaam parkmanagement Het workshopverslag is opgenomen in bijlage 1.

8

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

2.3

Kansrijke projecten

Op basis van de inventarisatie van milieustromen en meningen van betrokken partijen zijn vervolgens de duurzame kansen onderzocht voor de Oostvlietpolder. Er is een overzicht gemaakt van projecten die kansrijk zijn voor het Bedrijvenpark Oostvliet. Per project wordt: - een motivatie gegeven waarom dit project kansrijk wordt geacht; - een korte omschrijving gegeven van het project - aangegeven wat de bijdrage van dit project is aan de duurzaamheid van het bedrijvenpark. Een kwantitatieve of financiële analyse vormt hier geen onderdeel van.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

9

3 Inventariseren relevante milieustromen

3.1

Bedrijvigheid en ruimtebehoefte

Ecofys heeft ten behoeve van de Energievisie drie scenario’s opgesteld voor mogelijke bedrijfsvestiging op het duurzame Bedrijvenpark Oostvliet. Deze scenario’s zijn als volgt tot stand gekomen: (1) concept op basis van gesprekken met de Milieudienst West-Holland; (2) presentatie en discussie met begeleidingscommissie; (3) aanpassing naar aanleiding van deze discussie en (4) definitieve afstemming met afdeling EZ van gemeente Leiden. De scenario’s dragen de namen Laag, Midden en Hoog. Deze benaming duidt op de energie-intensiteit van het bedrijvenpark. In het scenario Laag heeft de verzameling bedrijven het laagste energiegebruik. Hier treft men dus relatief minder energieextensieve bedrijven aan dan in het scenario Hoog. We hanteren dezelfde indeling ook voor de andere milieuthema’s: water, afval, persoons- en vrachtbewegingen en ruimtebeslag. Aangezien een hoog energiegebruik niet automatisch betekent dat één van de andere milieuthema’s ook hoog scoort, kan het zijn dat voor een ander milieuthema de intensiteit niet oploopt van Laag naar Hoog. Sinds het uitvoeren van de Energievisie zijn de inzichten over de bedrijven die zich mogen vestigen op Bedrijvenpark Oostvliet verder ontwikkeld, met als belangrijkste criterium dat alleen bedrijven die vallen in milieucategorie 3 t/m 4.2 in aanmerking komen voor vestiging (enkele uitzonderingen daargelaten, zoals een autoshowroom langs de Europaweg). Hiermee is het karakter van het Bedrijvenpark verschoven van een gemengd bedrijventerrein naar een industrieel bedrijventerrein. De Kamer van Koophandel Rijnland heeft in 2000 een enquête uitgevoerd onder 330 bedrijven in de verschillende regio's van Kamer Rijnland (zie ook kaartje): - Duin- en Bollenstreek (geel in kaartbeeld) - Leidse agglomeratie (rood in kaartbeeld) - Alphense regio (groen in kaartbeeld)

10

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Figuur 3.1: Regio’s in de Kamer Rijnland

De deelnemende bedrijven werden onder meer gevraagd aan te geven of ze plannen hadden tot uitbreiding of gedeeltelijke verplaatsing. Op basis van deze enquête heeft Ecofys een actualisering gemaakt van de verwachte bedrijvigheid. In Tabel 3.1 staat een overzicht van de selectiecriteria en het aantal bedrijven dat overbleef na toepassing van elk criterium. In totaal voldeden 29 bedrijven aan alle selectiecriteria voor vestiging op de Oostvlietpolder. NB. Deze criteria zijn anders dan de vestigingscriteria die de gemeente zal hanteren. Er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met het aantal werknemers per vierkante meter.
Tabel 3.1: Selectiecriteria

Selectiecriterium

Totaal aantal bedrijven Milieucategorie 3 tot 4.2 Plannen voor (gedeeltelijke) verplaatsing Realisatie van plannen niet gewenst binnen 1 jaar Voorkeur voor vestiging op een bedrijventerrein Geen voorkeur voor vestiging in andere gemeente dan Leiden

Resterend aantal bedrijven na toepassen van criterium (cumulatief) 330 169 140 85 59 29

In Tabel 3.2 wordt een overzicht gegeven van de sectoren (volgens de indeling van de KvK) en het grondoppervlak dat de bedrijven aangeven nodig te hebben op de nieuwe locatie.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

11

In totaal wensen deze bedrijven beslag te leggen op 10 ha grond, dus een kwart van het netto uitgeefbaar grondoppervlak van Bedrijvenpark Oostvliet. In Tabel 3.3 worden de drie scenario’s gegeven die Ecofys gebruikt heeft in de Energievisie.
Tabel 3.2: Overzicht sectoren na selectie, op basis van KvK-enquête

Sector Vervoer en communicatie Metaalproductenindustrie Houtindustrie Groothandel Bouwnijverheid en installatiebedrijven Persoonlijke dienstverlening Overige industrie Voedings- en genotmiddelen industrie Elektrotechnische en optische industrie Transportmiddelenindustrie Machine-industrie Facilitaire diensten TOTAAL

Grondoppervlak (ha) 2.9 1.7 1.5 1.5 1.3 0.4 0.4 0.2 0.1 0.1 0.1 0.0 10.0

aandeel 29% 17% 15% 14% 12% 4% 4% 2% 1% 1% 1% 0% 100%

Tabel 3.3: Scenario’s zoals opgesteld voor de Energievisie

Scenario bedrijvigheid Kantoor Hout/textiel/papier Bouwbedrijf Metaal producten Voedsel productie Opslag [overdekt] Showroom Elektr/ optisch Groot handel Drukkerij R&D Transportmiddelen Opslag [open] Opslag [koelen] Totaal

Laag 11 3 4 2 2 4 3 2 3 1 2 3 40

Midden Hectare 9 4 3 3 3 3 3 3 2 2 2 1 1 1 40

Hoog 6 5 2 4 4 2 3 4 1 3 4

2 40

Laag Midden Hoog aandeel 28% 23% 15% 8% 10% 13% 10% 8% 5% 5% 8% 10% 5% 8% 10% 10% 8% 5% 8% 8% 8% 5% 8% 10% 8% 5% 3% 3% 5% 8% 0% 5% 10% 5% 3% 0% 8% 3% 0% 0% 3% 5% 100% 100% 100%

12

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

In de Energievisie ging Ecofys er nog vanuit dat het bedrijventerrein zou worden onderverdeeld in een business park en een gemengd bedrijventerrein (50/50). Ondertussen is het plan om van Bedrijvenpark Oostvliet een bedrijventerrein te maken voor bedrijven met een milieucategorie 3 t/m 4.2, dus met een meer industrieel karakter. De scenario’s moeten dus aangepast worden. De belangrijkste aanpassingen zijn: - Het aandeel kantoren is naar beneden bijgesteld. Uit de enquête van de KvK blijkt dat de bedrijven die vallen in milieucategorie 3.2 t/m 4 gemiddeld 6% van hun bruto grondoppervlak gebruiken als kantooroppervlak. We stellen daarom het aandeel van kantoren in het middenscenario bij van 23% in de Energievisie naar 10% van het netto grondoppervlak. Het gaat hier dus om de kantoren die gekoppeld zijn aan andere bedrijfsactiviteiten. Zelfstandige kantoren zijn niet gewenst op Bedrijvenpark Oostvliet. De reden om toch kantoren als een aparte categorie mee te nemen is dat zo kengetallen voor afvalproductie, energiegebruik en waterconsumptie nauwkeuriger kunnen worden vastgesteld. - Transportmiddelindustrie, elektrotechnische en optische industrie en machine-industrie zijn samengevoegd onder overige industrie. In het middenscenario wordt uitgegaan van 9%. - Onder bouwbedrijf wordt bouwnijverheid en installatiebedrijven verstaan. Uit de enquête blijkt dat bij veel bedrijven uit deze sector hervestigingsplannen leven. Het percentage in het middenscenario is verhoogd tot 15%. - Metaalproductenindustrie is op basis van de resultaten van de enquête verhoogd tot 15% in het middenscenario. - Aangezien uit de enquête relatief weinig bedrijven uit de voedings- en genotmiddelenindustrie naar voren komen, verlagen we het aandeel tot 3% in het middenscenario. - Opslagactiviteiten worden niet specifiek genoemd in de enquête. Hieronder wordt onder meer verstaan: koel- en vrieshuizen, open opslag en opslag in tanks. Sommige van deze opslagactiviteiten zijn onderdeel van een andere bedrijvigheid, zoals groothandel. Groothandel komt met 14% van het oppervlak uit de enquête. In het middenscenario zetten we het aandeel van groothandel op 10%; de diverse opslagactiviteiten stellen we naar beneden bij tot 12%. - De activiteiten drukkerij en R&D vervallen in de scenario’s. Voor showroom is 1% ingeschat. - Toegevoegd wordt milieudienstverlening (5%) en goederenvervoer over de weg (5%). In Tabel 3.4 wordt de geactualiseerde onderverdeling van de bedrijvigheid gegeven en de bijbehorende ruimtebehoefte.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

13

Tabel 3.4: Geactualiseerde bedrijvigheid en ruimtebehoefte

Scenario bedrijvigheid Hout/textiel/papier Bouwbedrijf Metaal producten Kantoor Groothandel Overige industrie Opslag [open] Milieudienstverlening Goederenvervoer over de weg Opslag [overdekt] Voedsel productie Opslag [koelen] Showroom Transportmiddelen Drukkerij R&D Elektr/ optisch Totaal

Laag Midden Hoog hectare 4 6 8 8 6 4 4 6 8 6 4 2 6 4 2 1.6 3.6 5.6 3.2 2.4 0 0.8 2 2.8 4 2 0 1.6 1.6 1.6 0.4 1.2 3.2 0 0.8 2.4 0.4 0.4 0.4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 40 40 40

Laag 10% 20% 10% 15% 15% 4% 8% 2% 10% 4% 1% 1% 0%

Midden Hoog aandeel 15% 20% 15% 10% 15% 20% 10% 5% 10% 5% 9% 14% 6% 5% 7% 5% 0% 4% 4% 3% 8% 2% 6% 1% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 100% 100%

100%

3.2

Energie

Op basis van de geactualiseerde bedrijvigheid en aan de hand van expert inschatting op basis van energieverbruikkengetallen van CBS en Novem aangevuld met specifieke kengetallen uit eigen expertise, zijn scenario’s opgesteld voor de energievraag. Deze worden weergegeven in Figuur 3.2.

14

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

450 400 Energievraag (TJ/jaar) 350 300 250 200 150 100 50 Laag Midden Hoog elektriciteit koude, > 10 °C koude, < 10 °C warmte < 70 °C warmte 70-120 °C warmte > 120°C

Figuur 3.2: Energievraag per categorie energiedrager volgens drie nario’s Laag, Midden en Hoog. (1 TJ MWh of 32000 m3 aardgas)

sce-

komt overeen met 280

De energievraag loopt uiteen van 215 TJ/jaar in scenario Laag tot 383 TJ/jaar in scenario hoog4. In de energievisie liep deze range van 259 tot 441 TJ/jaar. In Figuur 3.3 wordt een vergelijking gepresenteerd tussen de energievraag volgens de energievisie en het oriënteringsonderzoek. De warmtevraag zal volgens de nieuwe inschattingen lager uitvallen, terwijl de vraag naar elektriciteit nagenoeg gelijk blijft. Dit wordt veroorzaakt door het lagere aandeel van de voedingsmiddelenindustrie die verreweg de hoogste warmtevraag per hectare heeft van alle geselecteerde sectoren5. Wat betekent dit voor de energieconcepten die gepresenteerd zijn in de energievisie? Beide concepten (mix en houtverbranding) zijn nog steeds mogelijk, omdat ze allebei uitgaan van een modulair systeem, de capaciteit kan dus makkelijk worden aangepast aan de vraag. Aangezien voor de centrale houtverbrandingsinstallatie een warmtedistributienet nodig is, verdient het mixconcept de voorkeur bij deze lagere warmtevraag. Deze gaat immers uit van individuele warmtevoorziening middels WKK en vraagt geen initiële investering in een hoofdwarmtedistributienet.

Het gaat hier om het zogenaamde finale energiegebruik: de hoeveelheid energie die daadwerkelijk wordt gebruikt, in de vorm van warmte, koude of elektriciteit. 5 In de energievisie werd in het scenario Laag voor de voedingsmiddelenindustrie een lager energiekental gebruikt dan in de hogere scenario’s. De gedachte was dat het hier om kleinschaligere industrie zou gaan. In het oriënteringsonderzoek is hetzelfde kental gebruikt voor alle scenario’s, omdat deze industrie een kleiner aandeel heeft in de totale vraag.

4

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

15

500 450 400 Energievraag (TJ) 350 300 250 200 150 100 50 Laag Midden Hoog Energievisie Orienteringsonderzoek

Figuur 3.3: Vergelijking van de inschatting van de energievraag volgens drie scenario’s Laag, Midden en Hoog tussen de Energievisie

en het Oriënteringsonderzoek. (1 TJ komt overeen met 280 MWh of 32000 m3 aardgas)

In Figuur 3.4 is de energievraag per bedrijfscategorie in het middenscenario gegeven. Ten opzichte van de energievraag in Energievisie is de energievraag van de voedingsmiddelindustrie afgenomen van 122 TJ/jaar naar 49 TJ/jaar.

Energievraag per bedrijfscategorie middenscenario [274TJ/a]
Kantoor Hout/textiel/papier Transportmiddelen Bouwbedrijf Metaal producten Voedsel productie Opslag [open] Opslag [overdekt] Opslag [koelen] Showroom Groothandel Milieudienstverlening Goedervervoer over de weg Overige industrie

52 2 3 1 3 1 49 37 8

23 38

58

Figuur 3.4: Jaarlijkse energievraag per bedrijfscategorie in het scenario Midden

In de Energievisie werd naast de totale energievraag ook de energievraag op gebouwniveau bepaald. Dit betreft de energie die nodig is voor gebouwklimatisering,

16

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

verlichting en kantoorapparatuur. Deze energievraag vindt in het bijzonder plaats in kantoren, maar ook in bedrijfshallen en magazijnen. In de Energievisie werden kantoren nog aangemerkt als aparte bedrijvigheid. In dit oriënteringsonderzoek worden alleen kantoren meegenomen die onderdeel zijn van bestaande bedrijvigheid. Dit is wel een aparte energie, dus de energievraag is al bepaald. De gebouwgebonden energievraag van bedrijfshallen en magazijnen is vastgesteld aan de hand van kengetallen van het energiegebruik van deze ruimte per sector. In Tabel 3.5. is een overzicht gegeven van het energiegebruik op gebouwniveau.
Tabel 3.5: Energievraag totaal en op gebouwniveau

Energievraag (TJ/jaar) Energievraag kantoren Gebouwgebonden energievraag bedrijfshallen en magazijnen Totaal gebouwgebonden energievraag Aandeel in totale energievraag

Laag 35 40 75 35%

Midden 23 44 67 24%

Hoog 12 49 61 16%

De energievraag op gebouwniveau is afgenomen ten opzichte van de scenario’s in de energievisie, vooral doordat het aandeel kantoren is verminderd. Dat betekent dat de absolute doelstelling “CO2-neutraal op gebouwniveau” ook lager is komen te liggen.

3.3

Water

Op basis van de onderverdeling naar de sectoren en kengetallen gebaseerd op de praktijk – opgesteld door Deerns op basis van gegevens van haar klanten – is een inschatting gemaakt van het waterverbruik. Volgens deze inschatting loopt het waterverbruik uiteen van 86.000 m3/jaar in het scenario Laag tot 176.000 m3/jaar in het scenario Hoog. In Figuur 3.5 wordt het waterverbruik volgens het scenario Midden gegeven. Het totale verbruik is 122.000 m3 per jaar. Uit Figuur 3.5 blijkt dat er drie typen bedrijvigheid zijn die samen ruim 80% van de waterconsumptie voor hun rekening nemen: - Kantoren: dit is voornamelijk waterverbruik voor persoonlijke verzorging; - Metaalproducten: industrieel waterverbruik, waaronder koelwater; - Voedselproductie: water als component van voedselproductie en watergebruik voor schoonmaakactiviteiten.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

17

0.8% 0.1% 0.1% 0.5% 0.7% 7.1% 26.0% 0.5% 4.9%
kantoor hout/textiel/papier bouwbedrijf metaal producten voedselproductie opslag [open] opslag [overdekt] opslag [koelen] showroom groothandel milieudienstverlening goederenvervoer over de weg overige industrie

1.2% 26.5% 2.7%

28.8%

Figuur 3.5: Waterverbruik volgens het scenario Midden en aandelen van de verschillende sectoren. Het totale verbruik is 112.000 m3/jaar

In Figuur 3.6 wordt het waterverbruik volgens de drie scenario’s gegeven. Duidelijk is te zien dat het aandeel van kantoren afneemt van laag naar hoog en het aandeel van voedselproductie toeneemt.
200000 180000 160000 Waterverbruik (m3/jaar) 140000 120000 100000 80000 60000 40000 20000 0 laag midden hoog overige industrie goederenvervoer over de weg milieudienstverlening groothandel showroom opslag [koelen] opslag [overdekt] opslag [open] voedselproductie metaal producten bouwbedrijf hout/textiel/papier kantoor

Figuur 3.6: Waterverbruik volgens de drie scenario’s

18

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

3.4

Afval

In Figuur 3.7 wordt de afvalproductie volgens het scenario Midden weergegeven. Wat meteen opvalt, is het zeer grote aandeel van de sector groothandel. De afvalproductie van groothandels kan aanzienlijk variëren naar type groothandel. Het gaat hier overigens vooral om verpakkingsafval. Sommige groothandels nemen ook het verpakkingsafval weer in van hun afnemers. Dit is een trend die steeds duidelijker opmars doet, als gevolg van wetgeving, onder meer het Convenant Verpakkingen II. Dit soort afval kan grotendeels gescheiden worden ingezameld en gedeeltelijk worden hergebruikt en gerecycled. De afvalproductie bedraagt 255 ton per ha in scenario Midden. In Scenario Laag is dat 305 ton/ha en in scenario Hoog 220 ton/ha. Opvallend is dus dat in het lage scenario de grootste afvalproductie ontstaat. Dit heeft te maken met de afvalproductie van groothandelactiviteiten, die in het lage scenario het grootst zijn. Als de groothandel buiten beschouwing wordt gelaten, loopt de afvalproductie op van 57 naar 94 naar 142 ton per ha (Laag, Midden, Hoog).

0.0% 0.2%

9.8%

0.6%

10.9% 1.0% 4.4% 5.5% 0.1% 0.1% 0.3% 0.0%
kantoor hout/textiel/papier bouwbedrijf metaal producten voedselproductie opslag [open] opslag [overdekt] opslag [koelen] showroom groothandel milieudienstverlening goederenvervoer over de weg overige industrie

67.0%

Figuur 3.7: Afvalproductie volgens Scenario Midden. Totale productie is 10.200 ton per jaar

De onzekerheid in deze inschatting is aanzienlijk. De afvalproductie hangt sterk af van het type bedrijf binnen een sector. De kengetallen zijn gebaseerd op bedrijven die al actie hebben ondernomen om hun afvalproductie terug te dringen. Het kan gesteld worden dat het best-practice waarden betreft voor nieuwe bedrijven.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

19

In Tabel 3.6 wordt een specificatie van de afvalstromen gegeven, zover deze bekend is. De relatieve grote hoeveelheid houtafval komt van een houtverwerkende industrie. In het middenscenario zou deze houtafvalstroom genoeg zijn om in ongeveer 20% van de warmtevraag in het temperatuurgebied van 70-120°C te voorzien met een houtverbrandingsinstallatie.
Tabel 3.6: Specificatie van afvalstromen

afval ongespecificeerd houtafval kunststofafval gevaarlijk afval oudpapier restafval Afval totaal

Laag 11,033 799 11 28 169 161 12,200

Midden 8,528 1,198 17 42 214 211 10,209

Hoog 6,582 1,598 22 55 254 285 8,796

ton/jaar ton/jaar ton/jaar ton/jaar ton/jaar ton/jaar ton/jaar

3.5

Ruimtebehoefte

Er is naast de actualisering van de bedrijvigheid geen apart onderzoek verricht naar de ruimtebehoefte van de bedrijven die zich willen vestigen op Bedrijvenpark Oostvliet. Deze paragraaf is gebaseerd op twee bronnen: - de enquête van de KvK; - het rapport “Duurzame inrichting bedrijventerrein Oostvlietpolder te Leiden”, van Tauw (ongedateerd). De verdeling van de ruimte over de sectoren is gegeven in Tabel 3.4. Op basis van de enquête van de Kamer van Koophandel kan iets meer worden gezegd over hoe bedrijven denken om te gaan met de ruimte. De bedrijven werden ook gevraagd aan te geven welk gedeelte van hun grond nu bebouwd is, wat het vloeroppervlak is en de verdeling van het vloeroppervlak over kantoorruimte, bedrijfshallen en magazijnen. Het bebouwde oppervlak van de geselecteerde bedrijven is ongeveer 40% van het grondoppervlak. Dit duidt niet op een intensief ruimtegebruik. Vooral bedrijven in de sectoren “vervoer en communicatie” (voornamelijk transportbedrijven) en “overige industrie” hebben veel onbebouwd terrein. Bij overige industrie is het een incidenteel geval dat buiten beschouwing gelaten moet worden. Bij transportbedrijven is dat niet zo; die gebruiken veel ruimte. Het is niet de bedoeling dat deze bedrijven zich vestigen op Bedrijvenpark Oostvliet, tenzij zij de ruimte intensiever kunnen gebruiken. De bedrijven die hervestigingplannen hebben, werden ook gevraagd aan te geven op welk grondoppervlak en op welk vloeroppervlak de plannen betrekking hebben.

20

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Het vloeroppervlak is volgens de plannen ongeveer 40% van het grondoppervlak. Dit komt ongeveer overeen met de huidige situatie van deze bedrijven. De conclusie kan getrokken worden dat bedrijven nog geen plannen hebben intensiever met de ruimte om te gaan. Het is de bedrijven niet gevraagd welk gedeelte van het grondoppervlak ze willen bebouwen. Bij de huidige vestigingen is het vloeroppervlak nagenoeg gelijk aan het bebouwde oppervlak. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er nauwelijks multilaagsbouw is bij de huidige vestigingen. Weer geen indicatie voor intensief ruimtegebruik. Het Tauw-onderzoek gaat in op een aantal mogelijkheden van duurzaam ruimtegebruik: - integraal ondergronds bouwen - bouwen in de hoogte - dakparkeren - dakparkeren en bouwen in de hoogte De laatste optie wordt gezien de kosten/baten verhouding en de uitvoerbaarheid aanbevolen om verder te onderzoeken. Het is echter niet bekend wat er gedaan is met deze aanbeveling. Uit de serie interviews die is gehouden bleek dat de bekendheid met het Tauw-onderzoek zeer laag was.

3.6 3.6.1

Vervoer en transport Personenvervoer

In Figuur 3.8 is een overzicht gegeven van het aantal persoonsbewegingen per dag, gebaseerd op het de arbeidsintensiteit per sector. Elke werknemer betekent twee vervoersbewegingen per dag. In alle scenario’s is het aandeel van kantoren dominant. Het aantal persoonsbewegingen halveert gaande van het scenario Laag naar Hoog.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

21

16,000 14,000 12,000 10,000 8,000 6,000 4,000 2,000 0 laag midden hoog overige industrie goederenvervoer over de weg milieudienstverlening groothandel showroom opslag [koelen] opslag [overdekt] opslag [open] voedselproductie metaal producten bouwbedrijf hout/textiel/papier kantoor Persoonsbewegingen (aantal/dag)

Figuur 3.8: Aantal persoonsbewegingen per dag verdeeld over de sectoren

Aangenomen is dat een werknemer twee persoonsbewegingen per dag maakt, als hij komt en als hij gaat. De arbeidsintensiteit is dus het aantal persoonsbewegingen gedeeld door 2. De arbeidsintensiteit is neemt af van 1.79 werknemer/100 m2 in het scenario Laag, naar 1,29 werknemer/100 m2 in het scenario Midden, naar 0,84 werknemer/100 m2 in het scenario Hoog. In het scenario Hoog wordt dus niet meer voldaan aan de in de door de gemeente Leiden geformuleerde eis (vastgelegd in de Energievisie) van 1 werknemer per 100 m2. Bij de overige industrie en de voedselproductie is er vanuit gegaan dat er in twee of drie ploegen wordt gewerkt. Dit betekent een toename van de arbeidsintensiteit en het aantal persoonsbewegingen, maar niet of nauwelijks van de belasting van het wegennet. De belasting is namelijk meer gespreid over de dag.

21%

6%

Autobestuurder Autopassagier OV Fiets en brom-snor lopen en overig

10%

7%

56%

Figuur 3.9: Vervoerswijzekeuze woon-werkverkeer vergelijkbare locaties

22

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

In Figuur 3.9 is de vervoerswijzekeuze weergegeven van de werknemers op basis van gegevens van een vergelijkbare locatie. Per dag zal bedrijvenpark Oostvliet 2000 tot 4000 werknemers per auto aantrekken. Rekening houdend met carpooling (1,3 inzittende per auto) betekent dit 1500 tot 3000 auto’s. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de vervoerswijzekeuze. 3.6.2 Vrachtvervoer

In Figuur 3.10 is het aantal vrachtbewegingen per dag weergegeven, onderverdeeld naar sector. Opvallend is dat het aantal vrachtbewegingen licht afneemt naarmate de energie-intensiteit van het scenario toeneemt. Dit wordt veroorzaakt doordat het aandeel van de sectoren open opslag, groothandel en goederenvervoer over de weg afneemt. Deze sectoren worden onder meer gekenmerkt door een groot aantal vrachtbewegingen per dag.
1,200

1,000 Vrachtbewegingen (aantal/dag)

800

600

400

200

overige industrie goederenvervoer over de weg milieudienstverlening groothandel showroom opslag [koelen] opslag [overdekt] opslag [open] voedselproductie metaal producten bouwbedrijf hout/textiel/papier kantoor

0 laag midden hoog

Figuur 3.10: Aantal vrachtbewegingen per dag onderverdeeld naar sector

Volgens deze berekeningen zal bedrijvenpark Oostvliet ongeveer 500 vrachtwagens per dag aantrekken.

3.7

Onzekerheden

Het inschatten van de omvang van milieustromen van een nieuw bedrijventerrein is inherent omgeven met onzekerheden. Veel is immers nog onbekend en aannames moeten worden gemaakt over kengetallen. Het werken met scenario’s is een methode om deze onzekerheden mee te kunnen nemen in de afwegingen. In Figuur 3.11 is een overzicht gegeven van de procentue-

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

23

le afwijkingen ten opzichte van het scenario Midden per milieuthema voor de scenario’s Hoog en Laag.
Vrachtbewegingen
Laag Hoog

Personenbewegingen

Afvalproductie

Waterconsumptie

Energiegebruik

-40

-30

-20

-10

0

10

20

30

40

50

60

Figuur 3.11: Procentuele afwijkingen van het scenario Midden in de scenario’s hoog en laag per milieuthema

Uit Figuur 3.11 kan geconcludeerd worden dat de omvang van de waterconsumptie, het energiegebruik en het aantal persoonsbewegingen sterk afhangt van het scenario en dus van de bedrijvigheid. Bij afvalproductie en aantal vrachtbewegingen is deze afwijking veel geringer. Een onzekerheid die niet door de scenario’s wordt ondervangen is die in de gebruikte kengetallen. Deze zijn gemiddelden over de soorten bedrijven binnen een sector. Als uit een sector zich slechts één of enkele bedrijven vestigen op Bedrijvenpark Oostvliet, kunnen er afwijkingen optreden. Voor alle milieuthema’s behalve energie gelden de energiekengetallen voor best-practice situaties. Dit wil zeggen dat dit de beste waarden zijn die in de praktijk – dus bij bestaande bedrijven - is gerealiseerd. Onze inschatting is dat nieuwe bedrijven dit ook moeten kunnen realiseren. Voor energie zijn gemiddelde kengetallen gebruikt. De mogelijke energiebesparing is uitgebreid besproken in de Energievisie en onderdeel van de energieconcepten.

24

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

4 Verkeer en vervoer6

4.1

Inleiding

Op het gebied van verkeer en vervoer is heeft de opdrachtgever verzocht vooral de mogelijkheden van gebruik en stimulatie van de fiets te onderzoeken. De volgende vier onderzoeksvragen zijn gesteld: 1. Het zoeken naar een compromis tussen het realiseren van korte (rechtstreekse), vloeiende (boogstralen van 30 meter) fietsverbindingen en efficiënte verkaveling. 2. Hoe (in welke vorm) en waar leggen we een langzaam-verkeersverbinding aan om een relatie te leggen tussen werken en recreëren? 3. Waar wonen de werknemers van de verschillende bedrijven? Hieraan gekoppeld de vraag: hoe komen zij op hun werkbestemming (gesplitst in keuze openbaar vervoer of fiets)? Aan de hand van deze cijfers kan worden bepaald welke fietsroutes het meest nodig/kansrijk zijn. 4. Is er een markt op het bedrijventerrein voor een servicepunt fiets? Het gaat daarbij om informatie, reparatie, verhuur (ook van dienstfietsen) en verkoop eventueel in combinatie met bewaakte stallen.

4.2

Analyse verkaveling

Bij het bedrijventerrein moet worden gezocht naar een compromis tussen het realiseren van korte (rechtstreekse), vloeiende (boogstralen van 30 meter) fietsverbindingen en efficiënte verkaveling. Een optimale verkaveling en boogstralen van fietspaden conflicteren nogal eens met elkaar. Om comfortabel te kunnen fietsen zijn boogstralen vereist die ruim genoeg zijn om zonder snelheidsverlies te kunnen volgen. De ontwerpsnelheid bepaalt dus de gewenste boogstraal. Voor de hoofdfietsstructuur (doorgaande fietsverbindingen binnen bebouwde kom) naar het bedrijventerrein worden de volgende grenswaarden gehanteerd7: V = 20 km/h; R = 10 meter; V = 30 km/h; R = 20 meter. Geadviseerd wordt om R = 20 meter te hanteren op de hoofdfietsstructuur om de gewenste snelheid te kunnen garanderen.
6 7

Auteur: B. Heijne. Goudappel Coffeng Bron: Tekenen voor de fiets, Publicatie 74 van CROW; augustus 1993.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

25

Een boogstraal van 30 meter, zoals gesteld in de onderzoeksvraag, achten wij niet noodzakelijk. Ook binnen de gemeente Leiden blijkt, bij navraag, dat deze ruime boogstraal ook niet als noodzakelijk wordt geacht. De gemeente geeft aan dat er geen beleidsnotities bestaan waarin deze boogstraal als maatgevend wordt bestempeld. In de buurt van kruispunten kunnen we lagere ontwerpsnelheden hanteren en daardoor dus ook met kleinere boogstralen volstaan. Minimale ondergrens van acceptabele boogstralen is R = 4 meter. Het toepassen van boogstralen van minimaal R = 30 meter achten wij niet noodzakelijk. Alleen de belangrijke hoofdfietsstructuur vereist een straal van R = 20 meter. Bij bochten en inprikkers in het plangebied kan worden volstaan met een lagere ontwerpsnelheid en daardoor ook kleinere bochtstralen.

4.3 4.3.1

Structuur langzaam verkeer Huidige structuur

In de fietsnota van Leiden is de hoofdfietsstructuur en het onderliggende net (zie bijlage 1) van Leiden weergegeven. Nabij Oostvlietpolder is alleen de Vrouwenweg onderdeel van de hoofdstructuur. De Vlietweg is met name voor recreatief verkeer een belangrijke oost-westverbinding. Het huidige vrijliggende (of solitaire) fietspadennet ten behoeve van Oostvlietpolder is in Figuur 4.1 weergegeven.

26

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Figuur 4.1: Huidige fietspadennet in omgeving Oostvlietpolder

4.3.2 Knelpunten en ontbrekende schakels huidige structuur Voor het toekomstige bedrijventerrein Oostvlietpolder zijn in het huidige fietsnetwerk een aantal belangrijke ontbrekende schakels en knelpunten te benoemen. Zeker wanneer er een relatie wordt gezocht tussen werken en recreëren in Polderpark Cronesteijn of recreatiegebied Vlietland. De Europaweg vormt een grote barrière tussen de oostelijk en westelijk gelegen bedrijventerreinen en voor recreatieverkeer richting Polderpark Cronesteijn. Tevens zijn er geen oversteekvoorzieningen bij de bushalten ter hoogte van de Kruisherenweg. - Een goede fietsverbinding tussen het NS-station Lammenschans en Oostvliet polder ontbreekt op dit moment. - Er ontbreekt een langzaam-verkeersverbinding tussen de woonwijken van Leiden-zuidwest en Oostvlietpolder.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

27

4.3.3

Toekomstige structuur

Figuur 4.2 Voorbeeld toekomstig fietspadennet

In Figuur 4.2 is een schematische weergave gegeven van het toekomstige bedrijventerrein. Daarbij is rekening gehouden met een clustering van kavels en bedrijfspanden. 4.3.4 Autoverkeer (zwart)

Zowel ten oosten als ten westen van de N206 is men voornemens gebied in te richten als bedrijventerrein. De ontsluiting van de westelijk gelegen bedrijven kan door een verbeterde Hofvlietweg worden ontsloten. Het oostelijke deel zou kunnen aantakken op de kruising N206 - Vrouwenweg. Fietsverkeer (groen) Er moet naar worden gestreefd van en naar de recreatiegebieden goede verbindingen te creëren. De ongelijkvloerse langzaam-verkeersverbinding Europaweg ter hoogte van bushalten/Kruisherenweg is daarbij een belangrijke ontbrekende schakel. Door de aanleg hiervan wordt het fietsverkeer gestimuleerd en kunnen voetgangers vanaf de bushalten veilig de Europaweg oversteken. De fietsstructuur dient gescheiden van het autoverkeer te zijn. Door vrijliggende fietspaden of solitaire fietspaden wordt kwaliteit en veiligheid aan de fietsers geboden. Een belangrijke hoogwaardige fietsverbinding vanaf NS-station Lammenschans ontbreekt. De parallelle oostelijke ventweg van de Lammenschansweg heeft een

28

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

functie voor de ontsluiting van de bedrijven aldaar en kan niet zondermeer worden omgebouwd tot tweerichtingsfietspad tussen Oostvliet en het station Lammenschansweg. Wel is eventueel een kwaliteitslag te maken door, bijvoorbeeld, een meer comfortabele verharding. Voorgesteld wordt aan beide zijden van de Europaweg in twee richtingen fietspaden aan te leggen. Hierdoor kunnen vanaf de Europaweg inprikkers het plangebied inlopen. Daarnaast zou een verbeterde Vrouwenweg door autoverkeer kunnen worden gebruikt om de oostelijke bedrijven voor autoverkeer te ontsluiten. Een langzaam-verkeersverbinding tussen de woonwijken van Leiden-zuidwest en Oostvlietpolder, zoals aangegeven in de Fietsnota van de gemeente Leiden, achten wij een wenselijke, maar niet noodzakelijke fietsroute naar het bedrijventerrein. Voor de deze verkeersverbinding spreekt echter dat deze ook dient als recreatieve route richting Zoeterwoude. Een vrijliggend fietspad langs de Hofvlietweg is door de toekomstige ontsluitingsfunctie voor autoverkeer wel noodzakelijk. 4.3.5 Veiligheid van fietsers

Op bedrijventerreinen laat zowel de sociale veiligheid als verkeersveiligheid wel eens te wensen over. Wat betreft de sociale veiligheid is het onder meer belangrijk dat het bedrijventerrein goed verlicht wordt. Veel, met name productiebedrijven, beginnen voor zonsopgang of werken in ploegendiensten. Ook is het zicht (‘oogcontact’) van en naar de fietsers belangrijk. Fietspaden dienen daar bij voorkeur niet langs achtererven te worden aangelegd. Fietsers moeten zich ergens prettig voelen. Een verlaten bedrijventerrein met hoge hekken en slechte verlichting zal het fietsverkeer niet bevorderen. Wat betreft de verkeersveiligheid zijn vrijliggende fietspaden en duidelijkheid op kruisingen, waar het autoverkeer en het fietsverkeer met elkaar conflicteren, de belangrijkste aandachtspunten.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

29

4.4

Fietsgebruik

Op basis van OVG8-data kan een inschatting worden gemaakt van het aandeel Aandachtspunten voor verkeersveilig en sociaal veilig ontwerpen: Verkeersveiligheid: vrijliggende of solitaire fietspaden; duidelijke en overzichtelijke kruispunten; fietsers in hoofdrichting voorrang geven; bij veel erfaansluitingen geen tweerichtingsfietspaden. Sociale veiligheid: goede verlichting; bij tunnels goed doorzicht van fietsers; geen fietsvoorzieningen aan achtererven, maar langs openbare weg; lage heesterbeplanting; stallingen in het zicht, liefst bij hoofdingang (afgesloten of met aanbindmogelijkheid). fietsverkeer van woon-werkverkeer naar vergelijkbare locaties. Het gemiddeld aandeel fietsverkeer ligt op 21% (zie Figuur 4.3)

6 21

m odal-split

Autobestuurder Autopassagier OV Fiet s en brom-snor
56

lopen en overig

10 7

Figuur 4.3: Vervoerswijzekeuze woon-werkverkeer vergelijkbare locaties

Doordat Oostvlietpolder toch met name een belangrijke snelweglocatie zal worden (vergelijkbaar met bedrijventerrein Grote Polder) met een bovenregionale functie, zal naar onze schatting het aandeel fietsverkeer tussen de 10 en 20% zijn. Stimulering fietsgebruik door goede directe fietsroutes; tweerichtingsfietspad station Lammenschans en Oostvlietpolder (aan oostzijde Lammenschansweg); bedrijfsfietsen (gratis of huur) bij station Lammenschans;
8

OVG = onderzoek verplaatsingsgedrag.

30

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

-

goede overdekte stallingsvoorzieningen dichtbij werkplek bij ingang van bedrijven; scheiden van langzaam verkeer en autoverkeer met minimale conflictpunten; concentreren van het merendeel van parkeren van auto’s (werknemers) in een of twee parkeervoorzieningen, waardoor fietsgebruik aantrekkelijker wordt; ongelijkvloerse fietsoversteek Hofvlietweg - Kruisherenweg; vrijliggende fietspaden langs Europaweg en Hofvlietweg.

4.5

Servicepunt fiets

In dit hoofdstuk wordt ingegaan de (on)mogelijkheden van een servicepunt voor de fiets op of nabij het bedrijventerrein. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijke aan te bieden diensten en de potentiële markt voor het servicepunt. Een servicepunt fiets kan een aantal (gecombineerde) diensten aanbieden, de belangrijkste daarvan zijn: informatie; reparatie; verhuur (eventueel ook dienstfietsen); verkoop; bewaakt stallen. In de omgeving van Oostvlietpolder wordt veel recreatief gefietst. De verbinding Vlietweg - Roomburgerpad is een belangrijke toeristische route naar onder meer recreatiegebied Vlietland. In de omgeving van Oostvlietpolder bestaan de aangeboden diensten met betrekking van de fiets uit een tweetal fietsverkooppunten (Vijf Meilaan en Herenstraat). Daarnaast is er bij het NS-station Lammenschans bewaakte fietsenstalling met de mogelijkheid om je band te laten plakken. 4.5.1 Markt/behoefte aan servicepunt fiets

Stel dat 20% van de werknemers op de fiets komt, dat houdt in dat er circa 800 mensen op de fiets komen. De NS hanteert bij bewaakte fietsenstallingen dat er 1.500 tot 2.000 gestalde fietsen per dag moeten zijn voor een rendabele exploitatie. Conclusie Het aantal fietsers van en naar de omgeving van Oostvlietpolder is te gering om een rendabel servicepunt voor fietsers te creëren dat met name geënt is op reparatie en verhuur van fietsen. Pas wanneer het aantal werknemers dat op de fiets naar het werk komt kan een servicepunt fiets interessant worden. Ook het bewaakt stallen is op een bedrijventerrein van deze omvang niet rendabel. De stallingsvoorzieningen moeten niet centraal op één locatie worden ondergebracht, maar juist dicht bij de werkplek. Dat houdt in goede, overdekte stallingsvoorzieningen voor werknemers en bezoekers bij de ingang van het bedrijf.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

31

Pas wanneer er een combinatie wordt gezocht met de verkoop van fietsen zou een servicepunt in de omgeving van Oostvlietpolder rendabel en interessant kunnen worden. Hier zou dan met name het recreatieve fietsverkeer gebruik van gaan maken. Een goede locatie hiervoor zou kunnen zijn nabij de Lammebrug bij het café, dat nu ook al een belangrijk rustpunt is. Om de relatie openbaar vervoer en Oostvlietpolder te versterken zou er wel kunnen worden gedacht aan bedrijfsfietsen bij NS-station Lammenschans die door werknemers en bezoekers van de bedrijven gratis kunnen worden gebruikt. Tevens zullen er goede en voldoende stallingsplaatsen bij de openbaar-vervoerhalten gerealiseerd moeten worden.

4.6

Conclusies verkeer en vervoer

Analyse verkaveling Om de gewenste snelheid te kunnen garanderen, wordt geadviseerd om boogstralen van R = 20 meter te hanteren op de hoofdfietsstructuur. Een boogstraal van 30 meter, zoals gesteld in de onderzoeksvraag, achten wij en de gemeente Leiden niet noodzakelijk. Structuur langzaam verkeer goede vrijliggende of solitaire fietspaden; goede verbinding naar recreatiegebieden door Europaweg ter hoogte van bushalten/Kruisherenweg ongelijkvloers met het langzaam verkeer te laten kruisen; Een verbeterde fietsverbinding tussen NS-station Lammerschansweg en bedrijventerrein door aanpassing van de oostelijke ventweg Lammerschansweg; aanleg tweerichtingsfietspaden Europaweg; aanleg vrijliggend fietspad Hofvlietweg. Fietsgebruik De verwachting is dat Oostvlietpolder een belangrijke snelweglocatie wordt met een bovenregionale functie. Het verwachte aandeel fietsverkeer ligt daardoor tussen 10 en 20%. Servicepunt fiets Het aantal fietsers van en naar de omgeving van Oostvlietpolder is te gering om een rendabel servicepunt voor fietsers te creëren. Ook is het bewaakt stallen op een bedrijventerrein van deze omvang niet rendabel. Een combinatie met verkoop van fietsen of verdubbeling van het aantal fietsers zou een servicepunt in de omgeving van Oostvlietpolder rendabel en interessant kunnen maken.

32

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

5 Duurzaam parkmanagement9

5.1 5.1.1

Achtergrond Inleiding

In het kader van de ontwikkeling van het duurzame bedrijventerrein Bedrijvenpark Oostvliet onderzoekt de gemeente diverse aspecten met betrekking tot duurzaamheid. Een van de onderwerpen die naar voren komt is parkmanagement. Parkmanagement fungeert veelal als instrument voor de duurzame ontwikkeling van een bedrijventerrein. Het is in enge zin het expliciet maken van beheer en onderhoud op een bedrijventerrein en dat vervolgens coördineren, organiseren en (laten) uitvoeren. Breder beschouwd omvat het tevens het proces samen met stakeholders om via visievorming en strategiebepaling te komen tot realisatie. In dit hoofdstuk wordt in het bijzonder ingegaan op de overwegingen bij dit proces. 5.1.2 Doelstelling

Dit hoofdstuk beoogt inzicht te geven in mogelijke organisatievormen voor parkmanagement op het Bedrijvenpark Oostvliet. Mede op basis hiervan kunnen partijen gefundeerde keuzes maken. Uitgangspunt is dat de organisatievormen zorgen voor borging van kwaliteit en duurzaamheid en passen binnen de ambities en randvoorwaarden vanuit het Bedrijvenpark. In bredere zin heeft dit hoofdstuk tot doel een bijdrage te leveren aan de totstandkoming van een samenwerking tussen gemeente, bedrijven en mogelijk andere partijen met betrekking tot het bedrijventerrein. 5.1.3 Werkwijze

Het onderzoek naar parkmanagement sluit aan op de eind vorig jaar gepresenteerde Energievisie Oostvlietpolder (Ecofys, 2002). In mei 2003 is het onderzoek gestart met een bijeenkomst met alle betrokkenen van de gemeente Leiden en de Milieudienst West-Holland. Hierop volgde een reeks verdiepende gesprekken met onder meer wethouder Geertsema, Kamer van Koophandel, LVI Vereniging voor ondernemingen en de Milieudienst West-Holland. Op 18 augustus 2003 is een workshop met alle gesprekspartners georganiseerd. Naast de bepaling van de belangrijkste duurzaamheidsaspecten richtte deze eerste inhoudelijke workshop zich op parkmanagement. Aan de hand van stellingen is door bedrijfsleven en gemeente gediscussieerd over een tweetal toekomstbeelden en de te kiezen insteek voor parkmanage9

Auteur: M. Mussche, K+V.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

33

ment op Bedrijvenpark Oostvliet. Uiteindelijk resulteerde dit proces tezamen met het bestaande beleidskader in een beeld van de ambities en uitgangspunten ten aanzien van parkmanagement. Vanuit deze ambities en uitgangspunten zijn vervolgens de relevante overwegingen met betrekking tot de organisatie van parkmanagement onderzocht. 5.1.4 Beleidskader

In het voorontwerpbestemmingsplan Leiden Oostvlietpolder geeft de gemeente aan te streven naar vroegtijdige oprichting van een bedrijfsschap. Dit bedrijfsschap kan voorzien in de levering van productpakketten die deels verplicht dienen te worden afgenomen. Gesproken wordt over een informatiecentrum met verschillende functies: • huisvesting van het bedrijfsschap; • educatief informatiecentrum over de duurzame inrichting van het bedrijventerrein; • ontvangstcentrum zakenrelaties van bedrijven; • vergaderruimte voor servicepunt en de bedrijven. Het ambitieniveau van de gemeente ten aanzien van parkmanagement is hoog. Het bedrijfsleven dient echter zelf de organisatie ter hand te nemen. Dit is geen kerntaak van de gemeente. De gemeente heeft vanuit EZ geen middelen beschikbaar, maar kan wel een faciliterende en stimulerende rol spelen. Dit wordt bijvoorbeeld ingevuld door inzet van gemeentelijke accountmanagers. In het Ontwerp Milieubeleidsplan 2003-2010 voor Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Warmond en Zoeterwoude komt parkmanagement eveneens expliciet aan de orde. Door parkmanagement kunnen gezamenlijke energieopwekking en inkoop, het gebruik van voorzieningen, het realiseren van collectief vervoer, afvalmanagement en het verwerken van afvalwater worden gerealiseerd. Het Milieubeleidsplan gaat met name uit van invoering parkmanagement op nieuwe bedrijventerreinen. Dit zou gericht moeten zijn op reductie van afval, energiebesparing, vermindering van mobiliteit en het delen van voorzieningen. 5.1.5 Uitgangspunten

Als achtergrond voor de verdere uitwerking in de navolgende paragrafen zijn onderstaand beknopt de uitgangspunten weergegeven. Deze uitgangspunten zijn afgeleid uit het onderzoekstraject inclusief gesprekken en workshop:

De gemeente stimuleert en faciliteert de opzet van parkmanagement. Het bedrijfsleven is mede-initiator en geeft invulling aan de organisatie. De gemeente blijft ook op langere termijn betrokken bij het parkmanagement, zij het dat de betrokkenheid op termijn een meer adviserend karakter zal krijgen. Parkmanagement op Bedrijvenpark Oostvliet is verplicht voor alle bedrijven die zich er vestigen. Deze verplichting wordt verbonden aan de gronduitgifte. Dit geldt ook voor tweede en verdere lichtingen bedrijven.

34

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Het beoogde karakter van dit duurzame bedrijventerrein dient in stand te blijven. Dit betekent onder meer het handhaven van het industriële karakter (milieucategorieën 3 t/m 4.2), maar ook de borging van duurzaamheid door aandacht voor landschappelijke waarden en energiehuishouding. Aspecten die bij de invulling van parkmanagement aandacht verdienen zijn: energiehuishouding, natuurwaarden, ruimtelijke en beeldkwaliteit en imago.

Het verdere traject dient nog uitkomst te verschaffen over: • Het beoogde ambitieniveau ten aanzien van parkmanagement. Betrokkenen zijn het eens over nut en noodzaak van parkmanagement. Een gezamenlijke visie met betrekking tot de doelen van parkmanagement dient nog te worden ontwikkeld. De eerste stap is echter gezet en het door betrokkenen getoonde enthousiasme biedt perspectief.

5.2

Aanpak van parkmanagement

De aanpak van parkmanagement beslaat een zevental stappen. Het betreft drie stappen om te komen tot planvorming en vervolgens vier stappen tot aan realisatie. Dit is in onderstaand kader weergegeven. Aanpak parkmanagement: 1. initiatief en ideeontwikkeling; 2. visieontwikkeling (marktanalyse en ambitiebepaling); 3. businessplan opstellen (strategie en consequenties in beeld); 4. samenwerkingsovereenkomst inzake organisatie, diensten en financiële opzet; 5. opbouw van de organisatie; 6. contracten afsluiten; 7. realisatie en exploitatie. De planvorming voor Bedrijvenpark Oostvliet bevindt zich in stap 2. De ambitie dient in overleg met betrokkenen nog nader te worden bepaald. Een algemeen aandachtspunt is de neiging om vroeg in het proces de discussie betreffende het dienstenpakket aan te gaan. In de praktijk blijkt dit het proces te frustreren doordat op een te vroeg moment teveel details aan de orde komen. Het is raadzaam eerst het proces van visieontwikkeling te doorlopen. Dit proces dient onder meer om gaandeweg draagvlak te ontwikkelen en te verbreden. Pas daarna, bij de opstelling van het businessplan, komt het dienstenpakket aan de orde. De onderdelen van een businessplan zijn onderstaand weergegeven.

Businessplan parkmanagement: - visie op hoofdlijnen op parkmanagement; - dienstenpakket en mogelijke groei (ambitie);

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

35

-

organisatiemodel en onderbouwing (bestuurlijk, juridisch en financieel ontwerp); uitwerking in taken en planning.

Een organisatiemodel voor parkmanagement is te kenmerken door bestuurlijk, juridisch en financieel ontwerp. De visie wordt vertaald in bestuurlijke ontwerpeisen op het gebied van verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden en controle, juridische ontwerpeisen op het gebied van overeenkomsten, rechtspersoon en aansprakelijkheid en financiële ontwerpeisen op het gebied van investering, exploitatie en ondernemerschap.
Bestuurlijk ontwerp

Samenhang in de ontwerpeisen

Financieel ontwerp

Juridisch ontwerp

Figuur 5.1: Samenhang in de ontwerpeisen

De diversiteit aan ontwerpmogelijkheden op deze aspecten zorgt voor een scala aan mogelijke organisaties. Het is van belang dat er samenhang in de ontwerpeisen is. De navolgende paragrafen gaan achtereenvolgens in op het bestuurlijke, juridische en financiële ontwerp van parkmanagement.

5.3

Bestuurlijk ontwerp

Het verdient aanbeveling om bij het ontwerp te starten met het bestuurlijk ontwerp. Dit betekent het uitkristalliseren van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Hierover dienen eerst inhoudelijke keuzes gemaakt te worden voordat de uitwerking in een juridisch ontwerp plaatsvindt. Een valkuil is dat discussies over samenwerking verzanden in juridische haarkloverij voordat er inhoudelijke keuzes gemaakt zijn. 5.3.1 Drie niveaus

Het ontwerp van parkmanagement bestaat in de regel uit drie niveaus:

36

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

-

-

-

De opdrachtgever. Op dit niveau zijn de bestuurlijk, juridisch en financieel verantwoordelijken verzameld in een bestuurslaag. Dit collectief is verantwoordelijk voor de aansturing en ontwikkeling van parkmanagement. De parkmanagementorganisatie. Deze organisatie draagt zorg voor de coordinatie en organisatie van beheer en onderhoud en controleert de uitvoering daarvan. De opdrachtgever stelt de parkmanagementorganisatie samen uit de eigen gelederen of huurt een derde in op contractbasis. De uitvoeringsorganisaties. De beperkte schaal, vereiste flexibiliteit en gevraagde specialismen maken dat parkmanagementorganisatie de uitvoering grotendeels inhuren bij externe dienstverleners. De parkmanagementorganisatie houdt zich bezig met management (contractbeheer) en de uitvoeringsorganisaties met de uitvoering. Verantwoordelijkheid en zeggenschap

5.3.2

Een belangrijke vraag in de visieontwikkeling is wie de trekker is. Het antwoord hierop is bepalend voor het bestuurlijk ontwerp. Neemt een groot bedrijf dat zich wil vestigen het initiatief? Mogelijk zoekt een projectontwikkelaar contact met zich vestigende bedrijven. In deze gevallen zal de private sector met de verantwoordelijkheid ook aanzienlijke zeggenschap willen krijgen in het bestuur van de parkmanagementorganisatie. De zeggenschap (stemverhouding) kan bijvoorbeeld verdeeld worden naar rato van de vloeroppervlakte van het bedrijf, of naar rato van de financiële inbreng. Naarmate de private betrokkenheid groter is, kan de betrokkenheid van de gemeente zich meer beperken tot raad geven en stimuleren. De gemeente blijft in principe verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Naarmate de bedrijven meer belang hechten aan extra kwaliteit van de openbare ruimte, kan de parkmanagementorganisatie een deel van de verantwoordelijkheid op zich nemen. Het is mogelijk dat de gemeente verantwoordelijk is voor straten, fietspaden en riolering, maar dat de parkmanagementorganisatie het groenbeheer en de reiniging op zich neemt. Dit betekent dat het betreffende gemeentelijke budget wordt overgedragen aan de parkmanagementorganisatie (met vastlegging van minimale prestatienormen). Een aandachtspunt voor de gemeente is de afweging van aansprakelijkheid en bestuurlijke risico’s. Deze kunnen variëren van klachten over slecht groenbeheer tot omvangrijke financiële tekorten door slecht management. Het is raadzaam dit op voorhand in kaart te brengen. Voor Bedrijvenpark Oostvliet gaan we voorlopig uit van een bestuur bestaande uit vertegenwoordigers van gemeente en bedrijfsleven. Een publiek-private samenwerking (PPS) kan voor Bedrijvenpark Oostvliet voordelen bieden. De blijvende betrokkenheid van de gemeente is gewenst voor de borging van duurzaamheidsaspecten op lange termijn. De gemeente is duidelijk belanghebbende in het traject, maar kan de ontwikkeling van parkmanagement niet alleen ter hand nemen. De sleutel ligt in het identificeren en versterken van de gezamenlijkheid in het traject. Bedrijfsleven en gemeente hebben ieder vanuit de eigen invalshoek zicht op aard en omvang van risico's. Door samenwerking ontstaat de beste toegang

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

37

tot gezamenlijke kennis en expertise. Het bedrijfsleven kan bijvoorbeeld haar netwerk aanwenden voor acquisitie en de uitgifte en ontwikkeling versnellen. Ook kan zij bijdragen aan een focus op rendement. Een kanttekening is dat de PPS een gezamenlijk gedragen doel moet dienen. Ook moet er een zeker evenwicht zijn in de zeggenschapsverhoudingen. Dit vereist een goede discussie vooraf. Van belang is dat het bestuur voldoende visie en daadkracht toont. Het bestuur draagt zorg voor de mogelijkheid van de parkmanagementorganisatie om zichzelf te vernieuwen en aan te passen aan veranderende omstandigheden. Tenslotte verdient het concept van gezamenlijke verantwoordelijkheid aandacht. Gezamenlijke verantwoordelijkheid draagt namelijk het gevaar in zich dat onvoldoende duidelijk is wie wat organiseert, coördineert of uitvoert. Zeker in de ontwerpfase, wanneer verantwoordelijkheden nog niet duidelijk zijn, moeten hierover afspraken worden vastgelegd.

5.4

Juridisch ontwerp

Het bestuurlijk ontwerp geeft richting aan het juridisch ontwerp. De in het bestuurlijk ontwerp bepaalde relaties moeten worden vastgelegd in een juridisch kader. Een belangrijk juridisch aspect betreft het eigendom van grond. In de praktijk blijkt dat gemeenschappelijk eigendom positief bijdraagt aan draagvlak en voortgang. Dit zogeheten mandelig eigendom kan bijvoorbeeld gelden voor een gezamenlijk parkeerterrein op een bedrijventerrein. Een belangrijk kenmerk is dat er geen aanwijsbare eigendomsgrenzen zijn. De mede-eigenaren van een mandelig gebied zijn verenigd in een vergadering van deelgenoten. Een tweede aspect is de op Bedrijvenpark Oostvliet gewenste verplichting om deel te nemen in parkmanagement. Ook dit heeft betrekking op grondeigendom. Verplichte deelname is voor nieuw bedrijventerrein eenvoudiger te realiseren dan voor een bestaand terrein. Om ook in de toekomst de verplichte deelname zeker te stellen, kan de gemeente kiezen voor erfpacht, de uitgifte van grond als ‘appartement’, of de vestiging van een erfdienstbaarheid: - In een erfpachtovereenkomst kan worden bepaald dat de huidige, maar ook de toekomstige rechthebbenden van het onroerend goed zich bij de parkmanagementorganisatie moeten aansluiten; - Bij de vestiging van een appartementsrecht zijn de houders van dit appartementsrecht verplicht lid van een vereniging van appartementseigenaren; - Bij vestiging van een erfdienstbaarheid in aanvulling op de verkoop van de grond kan bepaald worden dat de gebruikers van de kavels de plicht hebben om bij te dragen in de kosten van parkmanagement. Een derde aspect betreft de keuze voor een passende rechtsvorm. Dit is afhankelijk van meerdere factoren. Onderstaand is een overzicht van de afwegingen weergegeven:

38

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Situatie Nieuw terrein. Sterke betrokkenheid van individuele bedrijven gewenst.

Adequate rechtsvorm Vereniging

Kenmerken rechtsvorm Deelname door lidmaatschap. De leden betalen en bepalen. Niet bedrijfsmatig van opzet. Leden zijn niet individueel aansprakelijk voor tekorten.

Bestaand terrein. Zelf oppakken van beheertaken. Deelname van alle bedrijven staat niet op voorhand vast.

Coöperatieve vereniging

Deelname door lidmaatschap. De leden betalen en bepalen. Bedrijfsmatige opzet is mogelijk, evenals winstuitkering aan de leden. Levering van diensten aan niet-leden is mogelijk. Leden zijn individueel aansprakelijk voor tekorten, tenzij anders vastgelegd.

Nieuw of bestaand terrein. Stichting Sterke betrokkenheid van bedrijven is niet een uitgangspunt.

Geen lidmaatschap. Geen bedrijfsmatige opzet en geen winstoogmerk. De betrokken bedrijven zijn niet aansprakelijk voor tekorten, maar delen ook niet in de winst.

Nieuw of bestaand terrein. Besloten Vennootschap Sterke betrokkenheid van bedrijven is geen uitgangspunt.

Deelname door aandeelhouderschap. Geschikt voor commerciële bedrijfsuitoefening. Aansprakelijkheid is beperkt tot het ingelegde aandelenkapitaal.

Tabel 5.1: Overzicht afwegingen rechtsvormen

Welke juridische vorm voor Oostvliet het best past hangt sterk af van de situatie. Indien bijvoorbeeld vanuit de bestaande ondernemersverenigingen een aantal in Oostvliet geïnteresseerde bedrijven opstaan, dan ligt het oprichten van een

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

39

vereniging voor de hand. Een vereniging bouwt op het uitgangspunt dat betrokkenheid van de leden c.q. de bedrijven essentieel is. Het is in die zin een meer democratische organisatievorm. Indien zich een projectontwikkelaar meldt, dan zou een PPS in de vorm van een BV of stichting opgezet kunnen worden. Betrokkenheid van individuele bedrijven speelt dan minder een rol. Een bestuur bestaande uit gemeente, projectontwikkelaar en mogelijk een enkel bedrijf kan daadkracht tonen. De stichting of BV betaalt en bepaalt.

5.5

Financieel ontwerp

De financiële structuur hangt nauw samen met de zeggenschap (bestuurlijk ontwerp). Partijen die vanuit publiek of privaat belang een groter aandeel in het bestuur op zich willen nemen, zullen in principe ook een grotere financiële bijdrage moeten leveren. Aangezien de financiële belangen kunnen oplopen, is het raadzaam de aansprakelijkheid van besturende partijen goed af te dichten (juridisch ontwerp). De voorinvesteringen zijn afhankelijk van de scope van parkmanagement. Betreft parkmanagement ook de infrastructurele inrichting van het bedrijventerrein, dan neemt de investeringsprognose aanzienlijk toe (en daarmee ook het belang van een goed bestuurlijk ontwerp). In de regel beperken de voorinvesteringen van parkmanagement zich echter tot de opzet van de parkmanagementorganisatie zelf. Dekking voor de investering kan worden verkregen uit een opslag op de grondexploitatie, een bijdrage vanuit de gemeente, eventuele subsidies of een eenmalige storting in een startfonds door bedrijven. De gevraagde en geboden diensten bepalen de vergoedingensystematiek. Veelal wordt gekozen voor een beperkt basispakket aan diensten (bijv. beveiliging, bewegwijzering, groenbeheer) en een uitgebreid facultatief pakket. Een beperkt verplicht basispakket reduceert de zogeheten ‘free rider’-problematiek. Nu speelt free rider-gedrag waarschijnlijk niet op Bedrijvenpark Oostvliet door de verplichte deelname aan parkmanagement. Het is verstandig om uitgebreide discussies over een vermeend groot verplicht basispakket te voorkomen. Het basispakket is altijd op termijn uit te breiden. Bovendien komt vanuit het Leidse bedrijfsleven het signaal dat de toekomstige Oostvliet-bedrijven een beperkt basispakket wensen. De kosten zijn uit te splitsen in beheerkosten (basispakket + overhead) en de kosten van het facultatieve dienstenpakket.

Tegenover de kosten staat de dekking van de kosten uit opbrengsten. Het betreft: - een jaarlijkse bijdrage door bedrijven in de vorm van contributie, bijvoorbeeld gerelateerd aan m2 bedrijfsvloeroppervlak (bijv. €4,-/ m2 / jaar); berijven op Bedrijvenpark Oostvliet betalen desgewenst alleen voor de

40

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

-

-

-

diensten die ze afnemen: de beheerkosten voor het verplichte basispakket + de bijbehorende overhead; een jaarlijkse bijdrage door de gemeente in de vorm van contributie; een jaarlijkse bijdrage door de gemeente vanuit de overheveling van het beheer- en onderhoudsbudget (indien de parkmanagementorganisatie de diensten organiseert en op eigen rekening laat uitvoeren); Minimaal kostendekkende maandelijkse bijdragen door bedrijven voor het afgenomen facultatieve dienstenpakket; Reclameopbrengsten; Een fee op door schaalvoordelen gunstige collectieve inkoopcontracten (de voordelen van collectieve inkoop worden hiermee niet volledig aan gebruikers doorberekend); Opslag op grondexploitatie; Efficiencywinsten door het functioneren van de parkmanagementorganisatie als organisator voor het collectief.

5.6

Kritische succesfactoren

Een zorgvuldige procesgang is vanzelfsprekend een belangrijke kritische succesfactor. Daarnaast is een veelheid aan factoren van belang voor een succesvolle opzet van parkmanagement. We lichten er onderstaand een drietal belangrijke factoren uit: - De aanwezigheid van een trekkend bedrijf of een daadkrachtige bedrijvenvereniging blijkt in de praktijk een succesfactor te zijn. De aanwezigheid van een dergelijke partij maakt het voor de gemeente eenvoudig om tot duidelijke en eenduidige afspraken te komen. - Het bedrijfsleven spreekt haar goede wil uit. Daar waar het bedrijfsleven zich geconfronteerd ziet met eigen beperkingen in organiserend vermogen, daar dient de gemeente een helpende hand toe te steken. Een stimulerende, faciliterende, maar ook soms trekkende rol in de beginfase, kan de ontwikkeling goed op gang helpen. - Het is cruciaal dat parkmanagement in principe vraaggericht opereert. Het voortbestaan van parkmanagement hangt af van een reeks van kleine voordelen en successen voor in het bijzonder de bedrijven. Hierdoor wordt krijgt parkmanagement vaart en ontstaat meer ruimte voor initiatieven vanuit een publiek belang.

5.7 5.7.1

Conclusie en aanbevelingen Conclusie

Er is bij bedrijven, Kamer van Koophandel, Milieudienst en gemeente enthousiasme voor het opzetten voor parkmanagement in Bedrijvenpark Oostvliet. Genoemde betrokkenen zien dit als een noodzakelijk instrument voor een aantrekkelijk duur-

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

41

zaam industrieel bedrijventerrein. Hiermee is een goede basis gelegd voor de verdere visievorming over parkmanagement bij betrokkenen. De afwegingen in deze notitie kunnen als achtergrond bij de visievorming worden gehanteerd. 5.7.2 Aanbevelingen

De ontwikkeling van parkmanagement bevindt zich in een prille fase. Er is een eerste indicatie van te betrekken partijen, maar bij de betrokkenen ontbreken nog de bedrijven die zich daadwerkelijk willen gaan vestigen op het bedrijventerrein. Ook kunnen projectontwikkelaars een rol spelen in de ontwikkeling van parkmanagement. In eerste instantie dient duidelijkheid verkregen te worden over de betrokkenen. Het is daarna raadzaam om door middel van een ontwikkeltraject met betrokkenen duidelijkheid te krijgen over gezamenlijke visie (doelen en strategie). Vervolgens zijn de diverse afwegingen met betrekking tot het bestuurlijk, juridisch en financieel ontwerp aan de orde. De planvorming wordt daarop afgesloten met de vastlegging in een Businessplan Parkmanagement Bedrijvenpark Oostvliet.

42

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

6 Kansrijke thema’s

6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van kansrijke projecten voor het Bedrijvenpark Leiden. De kansrijkheid is bepaald op een eerste globale inschatting van draagvlak en bijdrage aan het duurzame karakter van het bedrijvenpark. Er is nog geen analyse gemaakt van financiële en organisatorische haalbaarheid.

6.2

Bronnen

Om een selectie van kansrijke projecten voor bedrijvenpark Oostvliet te kunnen maken, zijn drie informatiebronnen geraadpleegd: • De analyse van de relevante milieustromen die door het Ecoreal team is uitgevoerd en die in het onderliggende rapport is opgenomen. • De Matrix ‘Duurzaamheidsaspecten’ zoals deze door de deelnemers aan workshop van 18 augustus is ingevuld. Zie voor meer informatie over de totstandkoming het verslag van de workshop in bijlage 1. • De kennis van het Ecoreal team over maatregelen voor bedrijventerreinen. 6.3 Resultaten van de Matrix

De Matrix ‘Duurzaamheidsaspecten’ bood de deelnemers aan de workshop van 18 augustus de keuze uit diverse sociale, economische en ecologische duurzaamheidsaspecten. Uit de gemaakt keuzes kon het volgende geconcludeerd worden: • Men is van mening dat duurzaam bedrijvenpark Oostvliet een samenspel moet zijn van zowel sociale als economische en ecologische aspecten. • Imago, in samenhang met landschapswaarde en aangevuld met de termen beeldkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit, sprong eruit als belangrijk element voor bedrijvenpark Oostvliet. • Ook bereikbaarheid werd gekozen als belangrijk element. Een element dat positief benaderd moet worden. Inperking van de automobiliteit werd in dit verband als te negatief ervaren. • Van de ecologische aspecten scoorden energiehuishouding en natuurwaarden het hoogst. • Intensief ruimtegebruik, een aspect dat in eerdere discussies vaak is genoemd, kreeg nu relatief weinig aandacht. Zie voor meer informatie over de Matrix bijlage 1.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

43

6.4

Kansrijke projecten

Op basis van de genoemde bronnen kunnen een reeks kansvolle projecten voor Bedrijvenpark Oostvliet geselecteerd worden. Deze zijn geordend aan de hand van de milieuthema’s die ook bij de analyse van milieustromen elders in dit rapport gebruikt zijn. Daarnaast zijn een drietal kansrijke projecten gesignaleerd die betrekking hebben op de voorbereidende fase van het bedrijvenpark. Deze komen als eerste aan bod. 6.4.1 Voorbereidende projecten

Duurzaam parkmanagement Motivatie: Zoals duidelijk naar voren kwam uit de workshop van 18 augustus 2003, is parkmanagement een must om de duurzaamheid van Bedrijvenpark Oostvliet te laten slagen. Over de rol van de partijen is enige overeenstemming bereikt, maar moet zeker nog verder worden gepraat. Daarom zal voordat het bedrijvenpark in werking kan treden een organisatievorm ontwikkeld en overeengekomen moeten worden. Korte omschrijving: De intentieverklaring voor een duurzaam bedrijventerrein wordt uitgewerkt in een rol- en taakverdeling voor de partijen (gemeente, bedrijven, wellicht de Kamer van Koophandel en de Milieudienst), een organisatievorm en een bijbehorend financieel model. Duurzame bijdrage: Parkmanagement draagt bij aan de duurzaamheid van het bedrijvenpark door onderhoud en beheer van het terrein. Daardoor zal het terrein langer aantrekkelijk blijven en minder snel een revitalisering moeten ondergaan. Afhankelijk van de graad van utility- en facility sharing die men binnen het parkmanagement weet te bereiken, neemt de bijdrage aan de duurzaamheid toe. Definiëring milieubelasting en milieuzonering Motivatie: Hoewel een eerste verkennende analyse van de milieubelasting van bedrijvenpark Oostvliet is uitgevoerd, kan een exactere milieubelasting pas worden gemaakt als er meer bekend is van de bedrijven die het park zullen betrekken. Met behulp van deze milieubelasting, kan het terrein worden ingedeeld in milieuzones, waarbij rekening wordt gehouden met hinder, inpassing van ecologische zones en beeldkwaliteit. De keuze om eerst de milieubelasting te preciseren, dan de milieuzonering te maken en niet andersom, hangt daarmee samen dat men mede afhankelijk is van de bedrijven die zich willen vestigen op het terrein. Korte omschrijving: met behulp van gegevens over de te vestigen bedrijven kunnen de berekeningen van de milieustromen zoals weergegeven in dit rapport worden gepreciseerd. De milieuzonering, die met behulp van de berekeningen kan worden uitgewerkt, wordt meegenomen in de planningsdocumenten van het bedrijvenpark. Duurzame bijdrage: Definiëring van de milieubelasting maakt duidelijk welke compenserende maatregelen getroffen moeten worden (‘meten is weten’). Milieuzonering vermindert de hinder (transportbewegingen, geluid en geuroverlast) en

44

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

draagt bij aan de bescherming van ecologische zones en inpassing van het terrein in de omgeving (bijdrage aan beeldkwaliteit, imago). De duurzame aspecten kwaliteitsbewaking in het uitgiftebeleid en

Motivatie: Voordat tot uitgifte van de grond wordt overgegaan, zal bepaald moeten worden of, en zo ja welke duurzame eisen aan de uitgifte worden verbonden. Om het duurzaamheidsniveau van het park te handhaven kan tijdig een systematiek voor kwaliteitsbewaking ontwikkeld worden. Dit project volgt op het voorgaande project (1.4.1.2) Korte omschrijving: Op basis van de berekende milieubelasting en de vastgestelde duurzaamheidsambitie, kunnen selectiecriteria voor de vestiging van bedrijven opgesteld en duurzaamheidseisen aan het uitgiftebeleid gekoppeld worden. Ook de vorm van het uitgiftebeleid (bijvoorbeeld die van de ‘statiegeldregeling’10) moet worden bepaald. Voor de kwaliteitsbewaking wordt een systeem ontwikkeld, waarin controlemiddelen, planning en rapportage worden opgenomen. Duurzame bijdrage: Duurzaamheidseisen worden helder gesteld richting bedrijven en de daadwerkelijke realisering komt daardoor dichterbij. De handhaving van het duurzaamheidsniveau op de langere termijn wordt ondersteund door de kwaliteitsbewaking. 6.4.2 Energiehuishouding

Aanbesteding warmte-/koudelevering Motivatie: Het wordt geadviseerd om warmte-/koudelevering aan te besteden. Aanbesteding wordt momenteel niet aanbevolen voor het elektriciteitsnet, omdat de BAEI-procedure niet van toepassing is voor bedrijventerreinen en de aanbestedingsprocedure volgens artikel 15 van de Elektriciteitswet door uitspraken van DTE een te complexe aangelegenheid is geworden. Korte omschrijving: Aanbesteding volgens een transparante procedure. Als leidraad kunnen de Europese procedures gehanteerd worden. Duurzame bijdrage: Economisch schaalvoordeel en facilitering voor bedrijven, energie efficiëntie in combinatie met de toepassing van WKK en warmtepompen, met andere woorden een bijdrage aan de CO2-neutrale doelstelling. CO2-neutraal op gebouwniveau Motivatie: Uit het onderzoek voor de energievisie11 is gebleken dat het voor Oostvliet goed mogelijk is om een CO2-neutraal terrein op gebouwniveau te realiseren. Uit de workshop kwam naar voren dat aan deze doelstelling nog steeds veel waarde
10 De statiegeldregeling houdt in dat bij de aanschaf van de bouwgrond de koper statiegeld betaalt dat hij terugkrijgt wanneer aantoonbaar duurzaam gebouwd is. 11

Energievisie Oosvlietpolder, Ecofys, oktober 2002.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

45

wordt gehecht. Ten aanzien van een deelaspect van deze doelstelling, duurzaam bouwen, hanteert de gemeente Leiden al sinds 1996 het Nationale Pakket Duurzaam Bouwen. Korte omschrijving: definiëren van maatregelen (deelprojecten), opstellen van een plan van aanpak en uitvoeren van de maatregelen met betrekking tot de volgende gebieden: • Gebouwgebonden maatregelen, waaronder duurzaam bouwen. • Duurzame energie, zowel de inzet van duurzame energiebronnen als de gezamenlijke inkoop van groene energie. • Eventueel restwarmte. Duurzame bijdrage: Economisch schaalvoordeel, utility sharing en CO2-emissie reductie. Procesoptimalisatie Motivatie: Het accent van het bedrijvenpark is in verloop van tijd verschoven naar zwaardere industrie, en bijgevolg naar meer procesinstallaties . Dit betekent dat naast de doelstelling van CO2-neutraal op gebouwniveau ook energie efficiëntie op procesniveau een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan de CO2-emissie reductie van het terrein als geheel. Korte omschrijving: Opzetten van een aanpak waarin zowel de mogelijkheden voor procesoptimalisatie binnen bedrijven als de uitwisseling van restenergie tussen bedrijven worden opgenomen. Er kunnen eisen worden vastgesteld op basis van bijvoorbeeld de MJA-212, de circulaire Energie in de Milieuvergunning, of de infobladen Energie van Infomil. Een andere, of aanvullende mogelijkheid is om met behulp van Energie Efficiëntie- en Duurzame Energiescans per bedrijf de mogelijkheden vast te stellen. Duurzame bijdrage: kostenbesparing en CO2-emissie reductie. 6.4.3 Verkeer en vervoer

Tijdige en goede ontsluiting Openbaar Vervoer en Langzaam Verkeer Motivatie: Bereikbaarheid is steeds een belangrijk criterium geweest voor bedrijvenpark Oostvliet. Tijdens de workshop bleek dat vooral ook een positieve benadering van dit aspect gewenst is. Dus niet: beperking van de automobiliteit. Wel: tijdige en goede ontsluiting voor Openbaar Vervoer (OV) en Langzaam Verkeer (LV). Het is van belang dat de ontsluiting door OV en LV in een vroegtijdig stadium plaatsvindt, omdat de ervaring leert dat wie eenmaal aan autogebruik gewend is, zich moeilijker tot alternatief vervoer laat verleiden. Korte omschrijving: Selecteren van maatregelen met betrekking tot fietsstructuur, openbaar vervoer en ketenmobiliteit (bijvoorbeeld een hoogwaardige fietsverbinding van station Lammerschans naar Oostvliet). Meer informatie is te vinden in
12 De meerjaren afspraken: convenant tussen ondernemers en overheid over energie efficiëntie.

46

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

hoofdstuk 4 van dit rapport. Opnemen van de maatregelen en de tijdige uitvoering daarvan in de planningsdocumenten. Duurzame bijdrage: Vermindering van onnodige autokilometers, ofwel een bijdrage aan CO2-emissie reductie. Vervoermanagement Motivatie: De hoeveelheid transport en automobiliteit die in samenhang met het bedrijvenpark verwacht wordt (zie paragraaf 3.3 van dit rapport) geeft reden om vervoermanagement in te voeren op bedrijvenpark Oostvliet. Ook faciliteiten als carpooling en collectief vervoer kunnen in het kader van vervoermanagement voor het terrein als geheel worden georganiseerd. Korte omschrijving: Vervoermanagement is mobiliteitsbeïnvloeding waarbij het vervoer van en naar de inrichting (van werknemers, bezoekers, zakelijke klanten en goederen) zodanig verandert dat de milieubelasting wordt teruggedrongen of tegengegaan. Dit kan zowel op bedrijfsniveau, op basis van de verruimde reikwijdte Wet milieubeheer, als op terreinniveau worden toegepast. In hoofdlijnen wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en een plan van aanpak opgesteld en uitgevoerd. Duurzame bijdrage: Vermindering van onnodige autokilometers, ofwel een bijdrage aan CO2-emissie reductie. Eventueel facility sharing (collectief vervoer, carpooling) 6.4.4 Afval

Gezamenlijk afvalbeheer Motivatie: Afvalbeheer is bij uitstek een thema dat door een gezamenlijk aanpak winst kan opleveren voor zowel de bedrijven zelf als voor het milieu. Korte omschrijving: Afvalbeheer komt tot stand door: • Het zoveel mogelijk voorkomen van afvalstromen. Hieronder vallen zowel het in beeld brengen als het (laten) uitvoeren van preventiemaatregelen. • Het optimaal scheiden en gescheiden houden van afvalstromen binnen het bedrijf. Hieronder vallen zowel het in beeld brengen als het (laten) uitvoeren van scheidingsmaatregelen en bovendien het zorgen voor een optimale inzamelstructuur. • Het afsluiten van contracten met inzamelaars die voldoen aan de door het bedrijf gewenste kwaliteit/prijs verhouding. Duurzame bijdrage: Kostenbesparing en facilitering van bedrijven (utility sharing). Minder belasting van het milieu door beperking van materiaalgebruik, hergebruik van materialen en vermindering van het restafval. Onderhoud openbare ruimte: tegengaan zwerfvuil en onkruid Motivatie: Het belang van imago, beeldkwaliteit en kwaliteit van de openbare orde kwamen tijdens de workshop nadrukkelijk naar voren. Het tegengaan van zwerfvuil

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

47

en onkruid bepaalt in belangrijke mate de aanblik van de openbare ruimte in het bedrijvenpark en is in het verleden meerdere malen een punt van zorg gebleken bij vergelijkbare bedrijventerreinen. Korte omschrijving: Bepalen en opnemen van de maatregelen met betrekking tot zwerfvuil (bijvoorbeeld het soort groenvoorziening) en onkruid (bijvoorbeeld het soort bestrating) in de planning en uitvoering van de openbare ruimte. Afsluiten van onderhoudscontracten. Duurzame bijdrage: Imagoverbetering, hogere kwaliteit van de openbare ruimte en minder belasting van het milieu indien de onkruidbestrijding milieuvriendelijk uitgevoerd kan worden. Eventueel kostenbesparing door goed beheer. 6.4.5 Water

Waterbesparing in de kantoorgebouwen Motivatie: Ongeveer een kwart van het waterverbruik op het bedrijvenpark Oostvliet zal naar verwachting voor rekening van de kantoren komen (zie paragraaf 3.3). Dit verbruik voor persoonlijke verzorging kan met relatief eenvoudige maatregelen worden teruggebracht. Korte omschrijving: Inventariseren waterbesparingsmaatregelen en plan van aanpak opstellen en uitvoeren. De uiteindelijk uitvoering kan op diverse wijzen vormen krijgen: bijvoorbeeld als eis bij de vestiging van bedrijven of als campagne voor het terrein als geheel. Duurzame bijdrage: Kostenbesparing, minder milieubelasting door verminderd watergebruik. 6.4.6 Ruimtegebruik

Intensief bouwen Motivatie: Hoewel het thema intensief ruimtegebruik bij de workshop weinig aandacht kreeg, is het steeds als belangrijk element van bedrijvenpark Oostvliet genoemd. Efficiënt ruimtegebruik moet leiden tot minder beslaglegging op natuur en landschap. Korte omschrijving: Efficiënt plannen, ontwerpen en bouwen van bedrijfspanden en faciliteiten. Meerlaagse bouw (tot maximaal 18 meter)behoort tot de opties. Minimaal ruimtebeslag door parkeerterreinen door plaatsing ondergronds of op daken kan daar onderdeel van uit maken. Ook flexibel bouwen, zodat panden door meerdere opeenvolgende bedrijven gebruikt kunnen worden, behoort tot de aandachtspunten. Duurzame bijdrage: efficiënter gebruik van schaarse ruimte, behoud van landschap en natuur. Efficiënter gebruik van materialen (flexibele bouw).

48

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Inpassen ecologische zones Motivatie: Het behoud van ecologische zones door inpassing in het bedrijvenpark draagt niet alleen bij aan de natuurwaarden, maar verhoogt ook de beeldkwaliteit van het terrein, wat het imago naar de bewoners toe zeker ten goede zal komen. Korte omschrijving: inpassen van de ecologische zones in de planningsdocumenten en opstellen en uitvoeren van een kwaliteitbewakingsplan (eventueel op te nemen in het voorbereidende project 1.4.1.3) Duurzame bijdrage: Behoud van natuur- en landschapswaarden. Vergroting van de beeldkwaliteit en het imago. 6.4.7 Kwaliteitsborging

Online monitoring van milieustromen Motivatie: Monitoring van milieustromen moet ertoe bijdragen dat de duurzaamheid ook op de langere termijn gewaarborgd wordt (‘meten is weten’). Met behulp van de gegevens kan er gecommuniceerd worden over successen en eventuele knelpunten. Korte omschrijving: Monitoring van water, energie, afval en wellicht de modal split13 via internet. Op terreinniveau, anoniem indien gewenst en met de mogelijkheid om de individuele gegevens naar de betreffende bedrijven te sturen. Duurzame bijdrage: behoud van de duurzaamheid op de langere termijn.

13

De verhouding tussen autogebruik en alternatieve vormen van vervoer.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

49

7 Conclusies en aanbevelingen

7.1 1.

Conclusies

Zowel vanuit de gemeente als vanuit de milieudienst West-Holland als vanuit het bedrijfsleven is er draagvlak voor de intentie om van Bedrijvenpark Oostvliet een duurzaam bedrijventerrein te maken. Twee wethouders hebben in een interview aangegeven een hoog ambitieniveau na te streven. Bedrijvenpark Oostvliet kan zelfs een landelijke voorbeeldfunctie gaan vervullen voor de duurzame inrichting van nieuwe bedrijventerreinen. Er is dus voldoende politiek draagvlak. Ook het bestuurlijke draagvlak is aanzienlijk. Duurzaamheid is al jaren een belangrijk thema in de gemeentelijke besluitvorming. De Milieudienst West-Holland, als initiator van de discussie over duurzaamheid van Bedrijvenpark Oostvliet, heeft een duidelijk omschreven beeld van duurzaamheid. Dit is onder meer beschreven in het Milieubeleidsplan. Het bedrijfsleven, bij monde van de LVI, ondersteunt ook het idee van een duurzaam bedrijventerrein, maar heeft een lager ambitieniveau dan de gemeente. De LVI stelt als voornaamst eis dat de kwaliteit van het terrein bewaakt wordt over de jaren. De Kamer van Koophandel ziet een duurzaam bedrijventerrein als passend in deze tijd. In de eerste plaats vanwege de schaarse ruimte. In de tweede plaats vanwege de kostenbesparing die het bedrijven op kan leveren en ten slotte vanwege de maatschappelijk acceptatie van bedrijven. De begrippen duurzaamheid en duurzame bedrijventerreinen zijn rekbare begrippen. Het is niet verwonderlijk dat partijen die al langer met deze materie bezig zijn, zoals de Milieudienst West-Holland, beter omlijnde definities hebben. Uit een eerste inventarisatie bleek dat de volgende duurzaamheidsaspecten als het belangrijkst worden ervaren: o Kwaliteit en imago o Bereikbaarheid en vervoer o Energiehuishouding o Natuurwaarden Dit wil overigens niet zeggen dat de andere duurzaamheidaspecten mogen worden vergeten. De duurzaamheidaspecten waar men niets in ziet, zijn: o Afstemmen personeelsbeleid o Gezamenlijke brandweer o Beperking automobiliteit (te negatief geformuleerd) Over de invulling van de andere duurzaamheidaspecten bestaat echter nog verschil van mening. Dit kan onder meer te wijten zijn aan onbekendheid met de begrippen, zoals CO2-neutraliteit.

2.

50

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

3.

Er is een eerste aanzet gegeven voor een discussie over de vorm van de parkmanagementorganisatie. Alhoewel er nog verschillen van inzichten zijn, is er ook duidelijk sprake van overeenstemming. Parkmanagement wordt gezien als een noodzakelijk instrument voor een aantrekkelijk duurzaam bedrijventerrein. De verschillen van inzichten bestaan onder meer over de vraag hoe de verantwoordelijkheden moeten worden verdeeld tussen bedrijfsleven en overheid, de invulling van (verplichte) deelname aan de organisatie en het beoogde ambitieniveau. Over de mogelijkheden van het stimuleren van langzaam verkeer zijn de volgende conclusies getrokken: Analyse verkaveling: Om de gewenste snelheid te kunnen garanderen, wordt geadviseerd om boogstralen van R = 20 meter te hanteren op de hoofdfietsstructuur. Een boogstraal van 30 meter, zoals gesteld in de onderzoeksvraag, achten wij en de gemeente Leiden niet noodzakelijk. Structuur langzaam verkeer: - goede vrijliggende of solitaire fietspaden; - goede verbinding naar recreatiegebieden door Europaweg ter hoogte van bushalten/Kruisherenweg ongelijkvloers met het langzaam verkeer te laten kruisen; - aanleg van hoogwaardige fietsverbinding tussen NS-station Lammerschansweg en bedrijventerrein door herinrichting van oostelijke ventweg Lammerschansweg; - aanleg tweerichtingsfietspaden Europaweg; - aanleg vrijliggend fietspad Hofvlietweg. Fietsgebruik: De verwachting is dat Oostvlietpolder een belangrijke snelweglocatie wordt met een bovenregionale functie. Het verwachte aandeel fietsverkeer ligt daardoor tussen 10 en 20%. Servicepunt fiets: Het aantal fietsers van en naar de omgeving van Oostvlietpolder is te gering om een rendabel servicepunt voor fietsers te creëren. Ook is het bewaakt stallen is op een bedrijventerrein van deze omvang niet rendabel. Een combinatie met verkoop van fietsen of verdubbeling van het aantal fietsers zou een servicepunt in de omgeving van Oostvlietpolder rendabel en interessant kunnen maken.

4.

5.

Sinds het uitvoeren van de Energievisie door Ecofys zijn de inzichten in de bedrijven die zich mogen vestigen op Bedrijvenpark Oostvliet duidelijker geworden. Het karakter van het park is verschoven van een gemengd bedrijventerrein naar een terrein met een duidelijk industrieel karakter. Op basis van een enquête van de Kamer van Koophandel is een geactualiseerd beeld gevormd van de bedrijvigheid. Per sector is een inschatting gemaakt van het areaal dat deze sector mogelijk zal beslaan. Om de onzekerheden over de indeling van het terrein te kunnen analyseren is gebruik gemaakt van drie scenario’s. In het midden scenario zijn de

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

51

sectoren met het grootste aandeel: hout/textiel/papier, bouwbedrijf, metaalproducten. Ook al zijn zelfstandige kantoren niet gewenst op Bedrijvenpark Oostvliet, toch wordt in het midden scenario aangenomen dat 10% van het grondoppervlak wordt gebruik voor kantoren. Het betreft hier alleen kantoren die gerelateerd zijn aan andere bedrijvigheid. 6. Op basis van de geactualiseerde bedrijvigheid en kengetallen per milieuthema is een beeld geschetst van de omvang van de stromen, zie Tabel 7.1. De scenario’s Laag, Midden en Hoog geven oplopende energie-intensiteit weer. Het kan ook worden gesteld dat het industriële karakter van het bedrijventerrein toeneemt. Het energie- en waterverbruik nemen toe bij toenemend industrieel karakter. De overige drie stromen nemen af. De afvalproductie wordt gedomineerd door groothandelactiviteiten, die afnemen naarmate het industriële karakter toeneemt. Persoonsbewegingen is vooral afhankelijk van de kantoorgebonden activiteiten. Het aantal vrachtbewegingen lijkt weinig afhankelijk van het scenario, maar er is wel een verschuiving te zien in dominante sectoren.
Tabel 7.1: Overzicht milieustromen volgens drie scenario’s

Energiegebruik Waterconsumptie Afvalproductie Personenbewegingen Vrachtbewegingen 7.

laag 215 85,962 12,200 13,973 1,084

midden 274 112,185 10,209 10,311 1,056

hoog 383 175,508 8,796 6,751 986

TJ/jaar m3/jaar ton/jaar aantal per dag aantal per dag

De arbeidsintensiteit neemt af van 1,79 werknemer per 100 m2 in het scenario Laag, naar 1,29 in het scenario Midden, tot 0,84 in het scenario Hoog. Met deze arbeidsintensiteit zullen er dagelijks 1500-3000 auto’s van werknemers naar het terrein komen.Het bedrijventerrein zal dagelijks ongeveer 500 vrachtauto’s aantrekken. De onzekerheid in de omvang van de milieustromen, zoals weergegeven in het vorige punt, is aanzienlijk. Zolang de bedrijvigheid niet beter kan worden vastgesteld, zal deze onnauwkeurigheid blijven bestaan. Op basis van de duurzaamheidsmatrix die is besproken op de workshop en de inventarisatie van milieustromen is een overzicht gemaakt van kansrijke projecten die het duurzame karakter van het Bedrijvenpark Oostvliet kunnen verhogen.

8.

9.

52

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Thema Voorbereidende projecten

Energiehuishouding

Vekeer en vervoer

Afval

Water Ruimtegebruik Kwaliteitsborging

Omschrijving project Duurzaam parkmanagement Definiëring milieubelasting en – zonering Uitgiftebeleid en kwalilteitsbewaking Aanbesteding warmte- en koudelevering CO2-neutraal op gebouwniveau Procesoptimalisatie Tijdige en goede ontsluiting openbaar vervoer en langzaam verkeer Vervoermanagement Gezamenlijk afvalbeheer Onderhoud openbare ruimte: tegengaan zwerfvuil en onkruid Waterbesparing in kantoorgebouwen Intensief bouwen Inpassen ecologische zones Online monitoren van milieustromen

7.2

Aanbevelingen

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende aanbevelingen gedaan: 1. De workshop die in het kader van dit onderzoek is gehouden was de eerste gelegenheid dat gemeente en bedrijfsleven met elkaar spraken over de duurzaamheid van Bedrijvenpark Oostvliet. Dit werd door beide partijen als zeer nuttig ervaren. Het verdient dan ook aanbeveling om deze gesprekken voort te zetten om meer gevoel te krijgen voor elkaars standpunten en een gemeenschappelijke basis te vormen voor de besluitvorming. Het wordt ook aanbevolen meer duidelijkheid te scheppen over de bedrijven die zich gaan of kunnen vestigen op het Bedrijvenpark Oostvliet. Dit kan enerzijds door een verdere concretisering van het vestigingsbeleid en anderzijds door het peilen van bedrijven op hun interesse. De concept intentieverklaring kan in overleg met de betrokkenen definitief worden gemaakt. Geïnteresseerde bedrijven kunnen worden gevraagd de intentieverklaring te ondertekenen. Voor het ontwikkelen van een parkmanagementorganisatie is allereerst duidelijkheid nodig over de betrokkenen. Pas dan kan geprobeerd worden de gezamenlijke visie in termen van doelen en strategie te ontwikkelen. Vervolgens zijn diverse af-

2.

3.

4.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

53

wegingen over bestuurlijk, juridisch en financieel ontwerp aan de orde. Tenslotte kan een businessplan worden opgesteld. 5. Selecteer uit de lijst van kansrijke projecten twee of drie projecten en laat daarvoor een haalbaarheidsstudie uitvoeren.

54

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Bijlagen

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

55

BIJLAGE 1: Verslag Workshop Duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet, 18 augustus 2003

Aanwezig: Gemeente Leiden - Alexander Geertsema, Wethouder Economische Zaken - Jan van Doggenaar, Economische Zaken - Alwin Kaashoek, Stedenbouw - Arjan de Kok, projectleider Bedrijvenpark Oostvliet - Dirk-Jan Scholten, Ruimtelijke Ordening - Ellen Smit, Economische Zaken - Annemiek Suijkerbuijk , Assistent projectleider Bedrijvenpark Oostvliet Milieudienst West-Holland - Derk Eskes, directeur - Rob Heemskerk - Tom Schonenberg Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rijnland - Frits de Jong - Kurt Jan Wiltenburg LVI - Bert van der Velden Ecoreal - Jeroen de Beer, Ecofys (voorzitter) - Yolanda de Jager, Ecofys - Martijn Mussche, K+V

Cc: Programma: zie bijlage I Inleiding De voorzitter geeft een korte inleiding op het doel van de workshop: peilen wat de ideeën van verschillende partijen zijn wanneer men duurzaam en Bedrijvenpark Oostvliet met elkaar combineert. Dit is de eerste keer dat de verschillende partijen met elkaar praten over dit onderwerp. Het mag daarom niet worden verwacht dat alle partijen hetzelfde kennisniveau hebben en het op alle punten met elkaar eens zijn. Op basis van de resultaten van de workshop zal een document worden opgesteld waarin de intentie wordt uitgesproken om van Bedrijvenpark Oostvliet een

56

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

duurzaam bedrijventerrein te maken. De mate van detail hangt onder meer af van de resultaten van de workshop. De workshop is onderdeel van het oriënteringsonderzoek Duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet, dat Ecoreal in opdracht van de gemeente Leiden uitvoert. De workshop bestaat uit drie gedeelten: 1. Wat is een duurzaam bedrijventerrein en wat is het gewenste ambitieniveau voor bedrijvenpark Oostvliet? 2. Wat zijn de belangrijkste duurzaamheidsaspecten voor Bedrijvenpark Oostvliet? 3. Parkmanagement: hoe moet een duurzaam bedrijvenpark Oostvliet georganiseerd worden? 1. Wat is een duurzaam bedrijventerrein en wat is het gewenste ambitieniveau voor Oostvliet? Doelen van deze sessie zijn om (1) gemeenschappelijke definities voor de begrippen duurzaamheid en duurzaam bedrijventerrein en (2) de ambities van verschillende partijen te peilen. Het onderdeel wordt ingeleid door vier vertegenwoordigers van belanghebbende partijen die de gelegenheid krijgen hun standpunten toe te lichten. Vervolgens is er een discussie aan de hand van vijf definities van een duurzaam bedrijventerrein (zie bijlage).
Inleiding door de vertegenwoordigers van verschillende belanghebbenden

Bert van der Velden (LVI): Duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet moet een terrein worden waar bedrijven zich lang kunnen vestigen. Duurzaam betekent het blijvend handhaven van de milieucategorieën en de milieuzonering op het terrein (categorieën 3 en 4). In Oostvliet wordt nu een plek gecreëerd waar bedrijven zich kunnen vestigen waarvoor elders binnen Leiden eigenlijk geen bestemming is. Het zou niet goed zijn voor de kwaliteit en uitstraling van het terrein als bijvoorbeeld detailhandel zich daar ook kan vestigen. - Derk Eskes (Milieudienst West-Holland) In het Milieubeleidsplan staat wat de doelstellingen van Leiden zijn met betrekking tot duurzame bedrijventerreinen. De belangrijkste aandachtspunten zijn: o een gezonde en veilige leef- en werkomgeving; o een relevante bijdrage aan CO2-reductie; o geluid, geuroverlast en luchtkwaliteit. Voor bedrijvenpark Oostvliet zijn van belang: o ecologische waarden, waarvoor de basis is gelegd in het bestemmingsplan;

-

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

57

-

-

een CO2-neutraal terrein, waarmee gedoeld wordt op de energiehuishouding en het gebruik van duurzame materialen bij de bouw; o parkmanagement. Alexander Geertsema (wethouder EZ gemeente Leiden): De belangrijkste vraag is welke bedrijven je wilt kunnen huisvesten. De gedachten gaan nu uit naar de milieucategorieën van 3 t/m 4.2. Duurzaamheid betekent dat Oostvliet over vijf à tien jaar nog steeds geschikt is als bedrijventerrein. Daarnaast wordt de ambitie om een CO2-neutraal terrein te realiseren gehanteerd. Het realiseren van duurzame energiebronnen stuit echter nog wel op weerstand (men vreest bijvoorbeeld geuroverlast door een houtverbrandingsinstallatie). Tot slot is ook het stedenbouwkundig aspect, dat wil zeggen de inpassing van het terrein in het gebied en de verkeersbelasting, van belang.. Kurt Jan Wiltenburg (Kamer van Koophandel): Bedrijven kunnen op het gebied van duurzaamheid meer dan ze denken. Tegelijkertijd moet er goed naar ze geluisterd worden. Qua milieubelasting kan bij Oostvliet beter gekeken worden naar het terrein als een geheel. Vooruitlopend op de stellingen, zijn de stellingen 4 en 5 het meest van toepassing op Bedrijvenpark Oostvliet (zie voor de stellingen bijlage 2). o

Discussie aan de hand van de stellingen. Opmerking: de uitwerking van de discussie is opgesplitst in punten van overeenstemming en punten van verschil.

Voorafgaand aan de discussie werd een stemming gehouden over de stellingen (zie voor de stellingen bijlage 2). Eenieder mocht twee stemmen uitbrengen. De uitkomst was als volgt: - Stelling 1: 0 stemmen - Stelling 2: 1 - Stelling 3: 7 - Stelling 4: 5 - Stelling 5: 8 of meer Hieruit blijkt dat stelling 5 meest favoriet is, gevolgd door stelling 3. De meest gedetailleerde stellingen verdienen daarmee de voorkeur. Er wordt gesproken over een CO2-neutraal terrein: dat wil zeggen dat de emissie van CO2 wordt vermeden, of wordt gecompenseerd door de inzet van duurzame energie. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van een houtverbrandingsinstallatie voor warmtelevering. De ambitie die is beschreven in de energievisie is CO2neutraliteit op gebouwniveau. Procesinstallaties zijn hiervan dus uitgezonderd. Inmiddels is het accent van het bedrijvenpark verschoven naar zwaardere industrie, dus met meer procesinstallaties. Wat moet nu de ambitie zijn? Nog steeds CO2neutraal op gebouwniveau, of ook voor procesactiviteiten?

58

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

-

-

Overeenstemming: CO2-neutraal op parkniveau kan in ieder geval de ambitie zijn. Op gebouwniveau kan dit verplicht worden gesteld. Op procesniveau kan aan bedrijven worden gevraagd de emissie van CO2 te reduceren of compenseren. Tegenstelling: in hoeverre kun je een dergelijke ambitie aan bedrijven opleggen? Dit vragen zowel ambtenaren van de gemeente als afgevaardigden van het bedrijfsleven zich af. Hierbij wordt geopperd dat je per bedrijf kunt kijken wat mogelijk is.

Wat wil dat zeggen: een terrein dat lang mee gaat (naar aanleiding van stelling 2)? - Overeenstemming: lange houdbaarheid van een terrein gaat samen met goed onderhoud van de openbare ruimte, zodat het terrein over een aantal jaren geen zware revitalisering hoeft te ondergaan. - Tegenstelling: hoever gaat de verantwoordelijkheid van bedrijven voor onderhoud van de openbare ruimte? De LVI vindt dat onderhoud niet via “duur” parkmanagement geregeld moet worden en dat bijdragen aan onderhoud weliswaar reëel is, maar dat deelnemen aan uiteenlopende gezamenlijke faciliteiten niet gaat. Bedrijven moeten bijdragen naar mate ze gebruik maken van de voorzieningen. Free-rider gedrag moet daarbij worden voorkomen. De wethouder en de Kamer van Koophandel brengen daar tegen in dat parkmanagement toch juist handig is voor bedrijven en dat er geen onmogelijke dingen gevraagd worden. Het concept is alleen nog nieuw. LVI vindt dat de gemeente moet bewaken dat er geen andere activiteiten op het terrein komen dan die welke voldoen aan de milieucategorie 3 tot 4. Er zijn voorbeelden van terreinen waar bij de initiële uitgifte wel strenge criteria werden gesteld, maar bij latere bedrijfsvestigingen niet. De gemeente, bij monde van wethouder Geertsema, wil zich het recht voorbehouden om na een aantal jaren, als inzichten en behoeften gewijzigd kunnen zijn, ook andere bedrijven toe te laten. Conclusie - Het begrip duurzaam bedrijventerrein kan nog niet eenduidig gedefinieerd worden. De LVI heeft het met name over behoud van kwaliteit, terwijl de Milieudienst er veel meer aspecten bij betrekt. Overigens zijn bepaalde aspecten van een duurzaam bedrijven terrein reeds verankerd in het bestemmingsplan, zoals ecologische waarden. Hier was geen discussie meer over. - Er bestaat verwarring over het begrip CO2-neutraal en het bijbehorende ambitieniveau. Hierover moet eerst meer duidelijkheid worden gegeven, voordat eisen aan bedrijven kunnen worden opgelegd. - Eigenlijk moet men spreken over duurzame ontwikkeling van een bedrijventerrein. Niet alleen de duurzame aspecten zijn van belang, maar ook het tijdspad waarbinnen men de duurzaamheid wil bereiken en de instandhouding van een bepaald kwaliteitsniveau. Hierbij speelt parkmanagement een cruciale rol (dit

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

59

wordt besproken in sessie 3 van deze workshop). 2. Wat zijn de belangrijkste duurzaamheidaspecten? Het doel van deze sessie is duurzaamheidaspecten te bespreken en prioriteiten te stellen. In drie groepen wordt door het plakken van jubel ☺ - en klaag stickers gekozen voor bepaalde duurzaamheidaspecten (zie de matrix in bijlage 3, gebaseerd op de Novem-brochure: Duurzame bedrijventerreinen in strategisch perspectief, een springplank, 2003). Daarna worden de uitkomsten plenair gepresenteerd Werkgroep 1:
Sociale aspect Economische aspect Ecologische aspect

-

Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Kinderopvang Afstemmen Personeelsbeleid Gezamenlijke brandweer Bereikbaarheid / vervoer Parkeren

-

-

Imago ☺ Aantrekkelijkheid ☺ Kostenreductie Schaalvoordelen benutten ☺ Facility sharing ☺ Utility sharing ☺

-

-

Energiehuishouding ☺ Natuurwaarden (flora en fauna) ☺ Duurzaam materiaalgebruik Waterhuishouding Afval Beperking automobiliteit Intensief ruimtegebruik ☺ Landschapswaarden / ruimtelijke kwaliteit ☺☺

Toelichting: De gezamenlijke brandweer werd als overbodig gezien, omdat de brandweerkazerne dichtbij is en het terrein te klein is voor deze faciliteit. De groep heeft geen jubelstickers geplakt bij de sociale aspecten omdat de verwachting is dat dit gedekt wordt door parkmanagement. De groep hecht sterk aan ruimtelijke kwaliteit en imago. Dit wordt gezien als een mogelijkheid voor bedrijven om te laten zien dat ze aan duurzaamheid werken. Het moet natuurlijk wel zo zijn dat er ook duurzaamheidsaspecten worden opgenomen. De belangrijkste zijn: energie, natuurwaarden en benutten schaalvoordelen.

Werkgroep 2: Sociale aspect Economische aspect Ecologische aspect

60

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

-

Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Kinderopvang Afstemmen Personeelsbeleid Gezamenlijke brandweer Bereikbaarheid / vervoer ☺ Parkeren

-

-

Imago ☺☺☺☺ Aantrekkelijkheid / bereikbaarheid ☺ Kostenreductie Schaalvoordelen benutten Facility sharing Utility sharing Flexibel ruimtegebruik

-

Energiehuishouding ☺ Natuurwaarden (flora en fauna) Duurzaam materiaalgebruik Waterhuishouding Afval Beperking automobiliteit Intensief ruimtegebruik ☺ Landschapswaarden

Toelichting: Imago speelt een belangrijke rol voor bedrijven: de uitstraling van het bedrijventerrein kan een positief en versterkend effect hebben op het imago van het bedrijf. Dit legt de nadruk op de noodzaak om een onderbouwde duurzame identiteit voor Bedrijvenpark Oostvliet te creëren. Bereikbaarheid wordt zowel vanuit sociaal als economisch oogpunt genoemd. Vanuit economisch oogpunt noemt men het in combinatie met aantrekkelijkheid. De onderbouwing voor aantrekkelijkheid ligt overigens dicht bij de argumenten voor imago. Energiehuishouding wordt door de groep als belangrijk verzamelbegrip voor diverse aspecten van duurzaamheid gezien. De groep waardeert dit even hoog als bereikbaarheid.
Werkgroep 3: Sociale aspect Economische aspect Ecologische aspect

-

Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Kinderopvang ☺ Afstemmen Personeelsbeleid Gezamenlijke brandweer Bereikbaarheid / vervoer ☺☺ Parkeren

-

Imago Aantrekkelijkheid Kostenreductie Schaalvoordelen benutten Facility sharing Utility sharing Beeldkwaliteit ☺

-

-

Energiehuishouding ☺☺ Natuurwaarden (flora en fauna) Duurzaam materiaalgebruik ☺ Waterhuishouding ☺ Afval Beperking automobiliteit Intensief ruimtegebruik Landschapswaarden

Toelichting:

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

61

Het aspect beeldkwaliteit wordt in de lijst gemist en daarom toegevoegd, met nadruk op een fraai aanzien van de bedrijfsgebouwen. Energiehuishouding scoort hoog vanwege de samenhang met de CO2-neutrale doelstelling. Duurzame materialen vormen al langere tijd een vast onderdeel van het gemeentelijk beleid. Van kinderopvang wordt verwacht dat de bedrijven het graag zullen willen. Het aspect Bereikbaarheid en vervoer tenslotte, verdient twee jubelstickers, maar beperking van de automobiliteit wordt in verband daarmee als een te negatieve benadering afgewezen. Minder groei van de automobiliteit zou een betere omschrijving zijn, en daarnaast verdient een positieve benadering zoals tijdige stimulering van ander vervoer de voorkeur. De laatste klaagsticker valt de gezamenlijk brandweer toe, met de reden dat het terrein daarvoor te klein, en de reeds bestaande brandweer onder handbereik is.
Gezamenlijke uitkomst Sociale aspect Economische aspect Ecologische aspect

-

-

-

-

Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Kinderopvang Afstemmen Personeelsbeleid 2 Gezamenlijke brandweer 1 Bereikbaarheid / vervoer ☺2☺3 Parkeren

-

Imago ☺ 1 ☺ 2 Aantrekkelijkheid Kostenreductie Schaalvoordelen benutten Facility sharing Utility sharing Flexibel ruimtegebruik

-

-

Energiehuishouding ☺ 3 Natuurwaarden (flora en fauna) ☺ 1 ? Duurzaam materiaalgebruik Waterhuishouding Afval Beperking automobiliteit 3 Intensief ruimtegebruik Landschapswaarden

Opmerkingen: - De jubelsticker van groep 1 bij imago heeft als noot dat imago verbonden is aan het aspect landschapswaarden. Behoud van de landschapswaarden zal het imago van terrein en dus van de bedrijven ten goede komen. - Bij de jubelsticker van groep 1 bij natuurwaarden staat een vraagteken omdat de stickeractie van de groep geen eenduidige uitkomst had. Andere ‘bejubelde’ aspecten van deze groep zijn dus evenzeer van belang.

62

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Conclusie - De verspreiding over de categorieën aspecten is redelijk gebalanceerd. Ook later in de workshop wordt nog door deelnemers opgemerkt dat sociale, economische en ecologische aspecten alle deel uit maken van duurzaamheid. - Imago en bereikbaarheid worden als belangrijkste aspecten aangeduid voor Bedrijvenpark Oostvliet. Gezamenlijk faciliteiten als brandweer en personeelsbeleid worden niet van toepassing geacht en inperking van de automobiliteit wordt ervaren als een te negatieve insteek voor het mobiliteitsvraagstuk. - Van de ecologische aspecten scoren energiehuishouding en natuurwaarden het hoogst. Intensief ruimtegebruik, een aspect dat in eerdere discussies vaak is genoemd, kreeg weinig toejuichingen.

3. Parkmanagement: hoe moet duurzaam bedrijvenpark Oostvliet georganiseerd worden? Parkmanagement in enge zin is het expliciet maken van beheer en onderhoud van een bedrijventerrein en het vervolgens coördineren, organiseren en (laten) uitvoeren. In brede zin is parkmanagement te definiëren als het proces met stakeholders om via visievorming en strategiebepaling te komen tot realisatie van beheer en onderhoud van een bedrijventerrein. Als leidraad voor de discussie is een tweetal toekomstbeelden geschetst en vervolgens in stemming gebracht (zie bijlage): Toekomstbeeld 1: "Duurzaam parkmanagement Oostvlietpolder": - het ambitieniveau t.a.v. parkmanagement is relatief hoog; - duurzaamheid is leidend; - de gemeente is initiator en trekker; - een breed verplicht basispakket; - parkmanagement is verplicht; - kostendekkendheid is ondergeschikt aan duurzaamheid. Dit toekomstbeeld kreeg 8 stemmen. Toekomstbeeld II: "Gezamenlijk voordeel uit parkmanagement": Kenmerkende aspecten van dit toekomstbeeld zijn: - het ambitieniveau: stapsgewijze verbetering; - economische haalbaarheid leidend; - de ondernemers (VOO) zijn initiator en trekker; - een beperkt verplicht basispakket; - parkmanagement is niet verplicht; - duurzaamheid is ondergeschikt aan kostendekkendheid.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

63

Dit toekomstbeeld kreeg 4 stemmen. De discussie is vervolgens aan de hand van vijf stellingen gevoerd: 1. Parkmanagement in Oostvlietpolder moet op een hoog ambitieniveau worden ingezet: het heeft een voorbeeldfunctie voor de Leidse regio. De gemeente en LVI vragen zich af of dit realistisch is. Leidt het niet tot veel concessies? 2. Het bedrijfsleven is goed in staat zelf het initiatief tot parkmanagement te nemen. Wethouder en ambtenaren zijn het hier niet mee eens. Dit is tevens de reden om niet op toekomstbeeld II te stemmen. Het is te vrijblijvend en er is het risico van free-riding gedrag. De wethouder geeft aan dat bijvoorbeeld winkeliers om een centrale organisatievorm vragen waarbij ze zich aan kunnen sluiten. Echter, de organisatie hoeft niet geheel bij gemeente te liggen. De KvK geeft aan dat bedrijven zich meer dan bewoners moeten organiseren om door gemeente gehoord te worden als het gaat om zaken als onderhoud openbare ruimte. Synthese: De gemeente zal op z'n minst mede-initiator moeten zijn. Alle partijen zijn het erover eens dat parkmanagement verplicht moet zijn wil het kunnen slagen. 3. Het zwaartepunt binnen parkmanagement mag best meer liggen op gezamenlijk economisch voordeel door bijvoorbeeld schaalvoordelen bij de inkoop, dan op bijvoorbeeld duurzaamheid. De KvK geeft aan dat de stelling niet goed is: het economische is onderdeel van duurzaamheid en niet op zich staand. De LVI noemt dat de uitgangspunten zodanig moeten zijn dat ze niet gewijzigd hoeven te worden (geen concessies als het gaat om de vestiging van een aantrekkelijk bedrijf). De projectleider van de gemeente wijst op bedrijfsoverstijgende zaken als duurzame energie productie, waarbij je bedrijven tot deelname moet verplichten. Synthese: Gezamenlijk economisch voordeel is niet voldoende, het accent dient ook te liggen op duurzaamheid. Er moet een redelijk pakket van verplichtingen zijn. De LVI bevestigt dat het de bedrijven ook wel iets mag kosten, maar dan willen ze er iets voor terug. Deelname aan parkmanagement levert volgens de gemeente in ieder geval een bijdrage aan een positief imago van het bedrijf. 4. De gemeente dient blijvend deel te nemen in de parkmanagementorganisatie teneinde de duurzaamheiddoelstellingen te waarborgen. De gemeente is het eens met de stelling, maar uiteindelijk wil de gemeente zich terugtrekken en hoogstens adviserend zijn. Milieudienst, LVI en KvK geven de voorkeur aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid, dat is meer dan een adviserende rol voor de gemeente. Synthese: De gemeente is blijvend betrokken binnen parkmanagement. Het uitvoerend niveau wordt door bedrijven gedaan en het bestuurlijk niveau wordt gezamen-

64

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

lijk behartigd. 5. De parkmanagementorganisatie moet op termijn - zonder overheidsbijdrage kostendekkend zijn. De KvK is het er in eerste instantie mee eens, maar sluit zich vervolgens bij LVI aan. De LVI is het niet eens met de stelling, want er zitten gedelegeerde taken van de overheid bij. Dus mag de overheid ook bijdragen. De gemeente wil echter niet bijspringen bij tekorten ontstaan door slecht management. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen kosten voor de organisatie en kosten voor activiteiten. De organisatie kan bijvoorbeeld betaald worden uit een (verplichte) contributie van de bedrijven. Activiteiten kunnen dan betaald worden door de deelnemende bedrijven. In beide posten kunnen activiteiten zitten waarvoor de gemeente een bijdrage kan geven. De projectleider van de gemeente heeft een voorkeur voor het teruggeven van de openbare ruimte aan de bedrijven, waardoor de bedrijven er meer aan doen en de openbare ruimte een hoger kwaliteitsniveau krijgt. Synthese: Gemeente en bedrijfsleven zijn het erover eens dat de parkmanagementorganisatie een kostendekkende vergoeding dient te ontvangen voor van de gemeente overgenomen taken. Conclusies en vervolg Aansluitend op de conclusies van de deelsessies, kunnen de volgende algemene conclusies worden getrokken: Bij alle partijen bestaat de intentie om mee te werken aan een duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet. Er is nog geen overeenstemming bereikt over de duurzaamheidaspecten waaraan het terrein moet voldoen. Wel is een eerste aanzet gegeven. De duurzaamheidaspecten waar men zich het meest in herkend zijn: o Kwaliteit en imago o Bereikbaarheid en vervoer o Energiehuishouding o Natuurwaarden Dit wil overigens niet zeggen dat de andere duurzaamheidaspecten mogen worden vergeten. Duurzaamheidaspecten waar men niets in ziet, zijn: o Afstemmen personeelsbeleid o Gezamenlijke brandweer o Beperking automobiliteit (te negatief geformuleerd) Over de invulling van de andere duurzaamheidaspecten bestaat echter nog verschil van mening. Dit kan onder meer te wijten zijn aan onbekendheid met de begrippen, zoals CO2-neutraliteit. - Parkmanagement is een must om de duurzaamheid van Bedrijvenpark Oostvliet te laten slagen. Over de rol van de gemeente is enige overeenstemming bereikt, maar moet zeker nog verder worden gepraat.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

65

Vervolg: De projectleider Bedrijvenpark Oostvliet gaf aan het eind van de bijeenkomst aan dat dit een goede eerste aanzet was voor de discussie met andere partijen en dat daar zeker een vervolg aan wordt gegeven. Ecoreal zal op basis van deze workshop een intentiedocument opstellen dat ter commentaar wordt voorgelegd aan de deelnemende partijen.

66

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Bijlage I: Programma workshop duurzaam bedrijventerrein Oostvlietpolder

Datum: 18 augustus 2003 Tijd: 9.00 – 12.30 uur Locatie: Gemeentearchief, Boisotkade 2a, Leiden (tel.: 071-516 5355) Verzoek: wilt u, gezien het volle programma, tijdig aanwezig zijn? Voorzitter: J. de Beer, Ecofys 9.15 – 9.30 9.30 – 9.45 9.45 – 10.00 Binnenkomst en koffie Welkom en introductierondje (J. de Beer) Presentatie gemeente plan Oostvlietpolder (A.V. de Kok, projectleider)

Inleiding duurzaamheid (J. de Beer) 1. Wat is een duurzaam bedrijventerrein en wat is het gewenste ambitieniveau voor Oostvlietpolder? (lees ter voorbereiding bijlage 1: wat is een duurzaam bedrijventerrein?) 10.05 – 10.20 Korte inleiding door vertegenwoordigers van verschillende belanghebbenden 10.20 – 10.45 Discussie (aan de hand van de verstrekte stellingen) 2. Wat zijn de belangrijkste duurzaamheidaspecten? (bekijk ter voorbereiding bijlage 2: duurzaamheidsmatrix) 10.45 – 10.50 Inleiding (Y. de Jager, Ecofys) 10.50 – 11.10 Prioritering duurzaamheidaspecten in drie werkgroepen 11.10 – 11.25 Plenair bespreken van de uitkomsten: uiteindelijke prioritering 3. Hoe moet duurzaam bedrijvenpark Oostvliet georganiseerd worden? (lees ter voorbereiding bijlage 3: toekomstbeelden) 11.25 – 11.35 11.35 – 11.55 Inleiding over parkmanagement (M. Mussche, K+V) Discussie

10.00 – 10.05

11.55 – 12.00

Samenvatting, vervolg en afsluiting

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

67

Bijlage 1.1: Wat is een duurzaam bedrijventerrein? Ter voorbereiding op de workshop Duurzaam Bedrijventerrein Oostvlietpolder van 18 augustus as.

Hoewel het begrip ‘duurzaam bedrijventerrein’ met enig gemak in de mond wordt genomen, valt het bij nadere beschouwing niet mee om een eenduidige definitie te geven. Wat is een duurzaam bedrijventerrein nu eigenlijk? Hieronder treft u stellingen aan die betrekking hebben op deze vraag. De stellingen zijn gebaseerd op de interviews die met verschillende vertegenwoordigers van belanghebbende partijen werden gehouden. Aan u de vraag (te beantwoorden gedurende de workshop) welke stelling u het meeste aanspreekt. 1. Een duurzaam bedrijventerrein is vooral business as usual. Het levert niet veel extra problemen op. Een duurzaam bedrijventerrein betekent voldoen aan milieueisen, een CO2neutraal terrein op gebouwniveau en een terrein dat lang mee kan. Een duurzaam bedrijventerrein betekent het gebruik van duurzame materialen bij de bouw en een CO2-neutraal parkmanagement, wat zowel de inzet van duurzame energie inhoudt (Biomassa, zonne-energie, windenergie) als ook een overlegstructuur. Een duurzaam bedrijventerrein is een kwestie van maatwerk. Het is een begrip dat niet eenduidig is en per terrein en per bedrijf zal verschillen. Een duurzaam bedrijventerrein betekent vanuit milieu oogpunt een zo min mogelijk afwentelen van milieueffecten en vanuit economisch oogpunt flexibel bouwen met behoud van kwaliteit zodat het terrein zo lang mogelijk meegaat, goed onderhoud en een goede organisatie van het beheer.

2.

3.

4.

5.

68

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Bijlage 1.2: Duurzaamheidsmatrix

Sociale aspect
- Imago - Aantrekkelijkheid - Kostenreductie - Schaalvoordelen benutten - Facility sharing - Utility sharing - Energiehuishouding

Economische aspect

Ecologische aspect

- Verkeersveiligheid

- Sociale veiligheid

- Natuurwaarden (flora en fauna) - Duurzaam materiaalgebruik - Waterhuishouding - Afval - Beperking automobiliteit - Intensief ruimtegebruik - Landschapswaarden -

- Kinderopvang

- Afstemmen personeelsbeleid

- Gezamenlijke brandweer

- Bereikbaarheid / vervoer

- Parkeren

-

-

-

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

CONCEPT

69

Bijlage 3.1: Toekomstbeelden parkmanagement Oostvlietpolder Toekomstbeelden parkmanagement Oostvlietpolder Onderstaand is een tweetal toekomstbeelden geschetst met betrekking tot de ontwikkeling van parkmanagement op bedrijventerrein Oostvlietpolder. Er is getracht om realistische beelden neer te zetten. Dit betekent dat beide toekomstbeelden voor betrokkenen positieve en minder positieve elementen bevatten. Het doel van deze beelden is om de discussie los te maken. Het gaat om vragen als: • Welk beeld spreekt het meest aan? • Wat is haalbaar? • Op welke ambitieniveau moet je daarvoor inzetten? Toekomstbeeld 1: Duurzaam parkmanagement Oostvlietpolder Het is 2010 en de Oostvlietpolder heeft zich geprofileerd als duurzaam industrieterrein. Er is sinds enkele jaren een parkmanagementorganisatie actief en succesvol. De gemeente heeft het initiatief genomen tot het oprichten van deze organisatie. Het bedrijfsleven is enthousiast over de mogelijkheden van parkmanagement, maar het bleek in de aanloop lastig de bedrijven te mobiliseren. Enerzijds kwam dit doordat de bedrijven elkaar niet kenden en de organisatiegraad onvoldoende was. Anderzijds bleken de initiële investering en jaarlijkse kosten een belemmering te zijn. Inmiddels zijn alle bedrijven lid van de parkmanagementorganisatie. Dit is met name te danken aan de leidende rol van de gemeente als oprichter van de parkmanagementorganisatie. Bij gronduitgifte (erfpacht) wordt deelname in het parkmanagement verplicht gesteld. Bedrijven dienen in ieder geval een basispakket af te nemen. Dit is door middel van een kettingbeding ook voor toekomstige bedrijven verplicht. Bij de inrichting van het duurzame bedrijventerrein is al rekening gehouden met gezamenlijke utilities als gezamenlijke energievoorziening, levering industriewater, hergebruik afvalwater, afvalverwerking, telecom, maar ook een collectief parkeerterrein. Duurzaamheid staat daarbij hoog in het vaandel. Doordat het parkmanagement al in een vroeg stadium operationeel was, kon deze organisatie vanaf het begin optreden als aanspreekpunt voor bedrijven en overheden. De kwaliteit en duurzaamheid is hiermee vanaf het begin geborgd. Het blijkt dat de industriele bedrijven hier veel baat van hebben. Gezamenlijke facilities in het verplichte basispakket zijn er in de vorm van gezamenlijke beveiliging, reiniging, bewegwijzering, terrein- en groenbeheer (tegen vergoeding overgenomen van de gemeente) en enkele gezamenlijke voorzieningen. Bij de toegang tot het bedrijventerrein is een facilitypoint ingericht met diverse voorzieningen voor bedrijven zoals restaurant/catering, diverse vergaderzalen en enkele kleine kantoorunits. De gemeente voorziet dat zij haar rol als deelnemer in de parkmanagementorganisatie in een periode van vijf jaar kan afbouwen. Vanaf dat moment zal het parkmanagement volledig kostendekkend moeten kunnen opereren. De deelnemende bedrijven betwijfelen of het uitgebreide basispakket dan kan worden gehandhaafd.

70

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Kenmerkende aspecten van dit toekomstbeeld zijn: • het ambitieniveau is relatief hoog; • duurzaamheid is een leidend principe; • de gemeente is initiator en trekker van parkmanagement; • een breed verplicht basispakket aan utilities en facilities; • parkmanagement is verplicht; • kostendekkendheid wordt nagestreefd, maar is ondergeschikt aan duurzaamheid. Toekomstbeeld II: Gezamenlijk voordeel uit parkmanagement Het is 2010 en de Oostvlietpolder biedt de ruimte die vele kleinere industriebedrijven in Leiden zochten. Samen met een projectontwikkelaar heeft een metaalbedrijf het initiatief genomen om de Vereniging Ondernemers Oostvlietpolder op te richten. Inmiddels is de helft van de bedrijven lid van deze vereniging. De vereniging treedt op richting gemeente als belangenbehartiger van deze bedrijven. Daarnaast heeft de vereniging parkmanagement geïnitieerd. De vereniging heeft geïnventariseerd bij de bedrijven aan welke vormen van samenwerking behoefte is. Een gezamenlijke behoefte bleek te bestaan uit beveiliging en bewegwijzering en terreinbeheer. Dit is nu opgenomen in een verplicht basispakket. De vereniging streeft naar stapsgewijze uitbreiding met expliciet door bedrijven gewenste voorzieningen. Voor gezamenlijk utilitymanagement bleek bij een groot deel van de ondernemers te weinig draagvlak. De verschillen tussen de behoeften van bedrijven bleken te groot. Over borging van de duurzaamheid wordt nog nagedacht. De gemeente heeft hierbij een voorwaardenscheppende en stimulerende rol op zich genomen. Op het vlak van energievoorziening heeft de gemeente samen met het energiebedrijf gekozen voor een het plaatsen van windturbines. Een biomassacentrale bleek bij de ondernemers op weerstand te stuiten vanwege vermeende geuroverlast. De parkmanagementorganisatie onderzoekt nu voor de leden de mogelijkheid om gezamenlijk mantelcontracten af te sluiten voor reiniging, energie en telecom. Een vraag die nu actueel is op het bedrijventerrein is: "hoe gaan we om met de free riders, de bedrijven die niet meedoen met parkmanagement, maar wel profiteren?". Er is door de vereniging voorlopig gekozen voor een harde lijn waarbij de free riders worden uitgesloten van terreinbeheer, bewegwijzering en beveiliging. Kenmerkende aspecten van dit toekomstbeeld zijn: • het ambitieniveau is gericht op stapsgewijze verbetering; • economische haalbaarheid is een leidend principe; • de Vereniging Ondernemers Oostvlietpolder is initiator en trekker; • een beperkt verplicht basispakket aan utilities en facilities; • parkmanagement is niet verplicht; • duurzaamheid wordt nagestreefd, maar is ondergeschikt aan kostendekkendheid.

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Concept

71

Stellingen:

Parkmanagement in Oostvlietpolder moet op een hoog ambitieniveau worden ingezet: het heeft een voorbeeldfunctie voor de Leidse regio. Het bedrijfsleven is goed in staat zelf het initiatief tot parkmanagement te nemen. Het zwaartepunt binnen parkmanagement mag best meer liggen op gezamenlijk economisch voordeel door bijvoorbeeld schaalvoordelen bij de inkoop, dan op bijvoorbeeld duurzaamheid. De gemeente dient blijvend deel te nemen in de parkmanagementorganisatie teneinde de duurzaamheidsdoelstellingen te waarborgen. De parkmanagementorganisatie moet op termijn - zonder overheidsbijdrage kostendekkend zijn.

K+V / Martijn Mussche 13 augustus 2003

72

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Concept

73

BIJLAGE 2: INTENTIEVERKLARING

In deze bijlage is de integrale tekst opgenomen van de intentieverklaring voor het Duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet. Deze intentieverklaring is op 24 maart 2004 ondertekend door de genoemde partijen.

74

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

I NT E NT I E V E R K L AR I NG

Intentieverklaring Oostvliet -

Duurzaam

Bedrijvenpark

LVI vereniging voor ondernemingen, vertegenwoordigd door de heer R. Plug, vice-voorzitter, - Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rijnland, vertegenwoordigd door de heer drs. A. Berkhout, directeur, - Gemeente Leiden, vertegenwoordigd door de heer A.C. Geertsema, wethouder economische zaken, en de heer W. de Boer, wethouder werkgelegenheid en milieu

spreken hierbij het volgende af in het kader van het project Duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet voor de periode tot 2014: 1. Partijen nemen kennis van de resultaten van de oriënteringsstudie van het project Duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet (bijlage 1) en de Energievisie Oostvlietpolder (bijlage 2), erkennen dat er kansen liggen voor een duurzame ontwikkeling van een bedrijvenpark in Oostvlietpolder en willen deze kansen gezamenlijk verder verkennen. 2. Partijen verklaren zich bereid samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen overheden en bedrijfsleven na te streven, gericht op het verbeteren van het bedrijfseconomisch resultaat, de vermindering van de milieubelasting, een efficiënter ruimtegebruik en het realiseren van een snelle en directe ontsluiting van het bedrijvenpark. 3. Partijen verklaren zich in te zullen spannen om in goed overleg met elkaar te komen tot een parkmanagementorganisatie die tot taak heeft een duurzaam parkbeheer te voeren. Deelname aan de parkmanagementorganisatie zal verplicht zijn voor de bedrijven die zich vestigen op Bedrijvenpark Oostvliet. Het streven is gericht op de totstandkoming van een

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Concept

75

parkmanagementorganisatie bij de start van de gronduitgifte. 4. Partijen onderschrijven de ambitie om de CO2 - emissie die ontstaat door het gebruik van energie in gebouwen zover mogelijk te reduceren en het resterende te compenseren. Productieprocessen zijn uitgezonderd van deze ambitie. Partijen zullen hiervoor een aparte doelstelling formuleren. 5. De kwaliteit van Bedrijvenpark Oostvliet zal ook in de toekomst bewaakt worden door een volgens in goed overleg nader te bepalen criteria uit te voeren uitgifte- en vestigingsbeleid. 6. De kwaliteit zal in een nader te bepalen vorm worden toebedeeld aan de op te richten parkmanagementorganisatie.

Zij hebben daarbij het volgende overwogen: 1. De partijen spreken de gedeelde wens uit samen te werken in de ontwikkeling van een Duurzaam Bedrijvenpark Oostvliet, gezamenlijk de koers te controleren en het traject te doorlopen. 2. In de Leidse regio is dringend behoefte aan ruimte voor bedrijven, zoals beschreven in het vastgestelde bestemmingsplan Oostvlietpolder. 3. De gemeente Leiden wil nieuwe bouwlocaties duurzaam en waar mogelijk ruimte-intensief inrichten. 4. Voor bedrijven in de milieucategorie 3.2 t/m 4 zijn er in de Leidse regio momenteel weinig vestigingsmogelijkheden. 5. Bedrijven die nu gevestigd zijn in woonwijken en een ernstige mate van hinder veroorzaken die niet ter plekke kan worden opgelost, dienen betrokken te worden bij het zoeken van oplossingen voor de gesignaleerde problemen. 6. Maatschappelijk verantwoord ondernemerschap kan leiden tot kostenbesparingen op termijn en tot milieuwinst.

76

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

7. Een duurzame uitstraling kan worden verkregen door bewaking van de kwaliteit en imago van het Bedrijvenpark Oostvliet. 8. Parkmanagement is een noodzakelijk en cruciaal instrument voor een aantrekkelijk en duurzaam bedrijvenpark. Aldus verklaard en getekend te Leiden op 24 maart 2004,

_____________________ LVI vereniging voor ondernemingen, Namens deze de heer R. Plug, vice-voorzitter

_____________________ Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rijnland, namens deze de heer drs. A. Berkhout, directeur

_____________________ Gemeente Leiden, namens deze de heer A.C. Geertsema, wethouder economische zaken

_____________________ Gemeente Leiden, namens deze de heer W. de Boer, wethouder werkgelegenheid en milieu

ORIËNTERINGSONDERZOEK DUURZAAM BEDRIJVENPARK OOSTVLIET

Concept

77