Verwarming

Ventilatie

energiegebruik

Door: ir. A.J. Mieog

TNO-MEP

De gemeente Apeldoorn heeft de ambitie in 2020 een energieneutrale stad te zijn. Immers duurzaamheid is de toekomst voor goed wonen en werken. Het ontwikkelde kwaliteitsplan kent negen thema’s, zoals energie, water, afval en bereikbaarheid, waarvoor maatregelen en voorwaarden zijn geformuleerd. Verschillende initiatieven komen nu van de grond, zoals het zongericht oriënteren van woningen en het gebruik van zonneboilers, warmtepompen, warmtenetten en duurzame bouwmaterialen. Ook bij ontwikkeling van bedrijventerreinen geeft de gemeente Apeldoorn actief invulling aan het aspect duurzaamheid. Een voorbeeld hiervan is het bedrijventerrein, De Ecofactorij, waar een duurzame energie-infrastructuur is voorzien.

Op ‘De Ecofactorij’ duurzame energie-infrastructuur
De gemeente Apeldoorn en het Parkmanagement van De Ecofactorij hebben TNO-MEP, die het kennissegment duurzaam ondernemen in portefeuille heeft, gevraagd een haalbaarheidsstudie te verrichten naar de mogelijkheden van een duurzame energie-infrastructuur op De Ecofactorij. Tevens moet op de diversiteit van mogelijkheden een kosten/ batenanalyse worden uitgevoerd, zodat bij aanvang van de inrichting van het bedrijventerrein de beslissingen kunnen worden genomen die uiteindelijk resulteren in de hoogste kosteneffectiviteit. De eerste fase hiervan is onlangs afgerond. Belangrijkste conclusie is dat het mogelijk is op duurzame en kosteneffectieve wijze de warmte- en koudebehoeften van de bedrijven die zich zullen vestigen op De Ecofactorij te combineren en te integreren. Door de modulaire opbouw wordt de beste prijs/prestatieverhouding gerealiseerd en kunnen bedrijven die zich in de toekomst op de Ecofactorij gaan vestigen eenvoudig op het concept aansluiten. In de tweede fase, die zojuist van start is gegaan, werkt TNO aan de implementatie van het vervolgtraject. De gemeente Apeldoorn trekt door haar aanpak en door de samenwerking met TNO internationaal de aandacht. In oktober ontvangt de gemeente een groot aantal buitenlandse gemeenten die van de opzet willen leren.

Figuur 1. Situatieschets van het bedrijventerrein De Ecofactorij.

Het project is mede mogelijk gemaakt dankzij het programma Duurzame Energie in Nederland dat door Novem wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. TNO verzorgt ook het subsidiemanagement voor De Ecofactorij.

Situatieschets
Bij aanvang van het onderzoek was van slechts vier bedrijven bekend dat zij zich zouden vestigen op De Ecofactorij. Het bedrijventerrein, waarvoor een bebouwingsdichtheid geldt van 50 %, heeft een uitgeefbaar grondoppervlak van

juli/augustus 2003

485

Verwarming

Ventilatie

71 hectare. In totaal zijn er 20 tot 25 kavels beschikbaar. Op het moment van onderzoek is dus van een groot deel van het bedrijventerrein onduidelijk welke bedrijven zich er zullen vestigen. Bedrijven die zich mogen vestigen op De Ecofactorij zijn grootschalige bedrijven in de productsector. Het bedrijf Fibroned zal een biomassacentrale op de locatie neerzetten, die naast elektriciteit ook hoge-temperatuurwarmte zal produceren. Deze warmte gaat men gebruiken om enkele stadswijken van de gemeente Apeldoorn via een warmtenet van warmte te voorzien. Verder heeft de centrale nog circa 50 MW aan laagwaardige warmte (30 °C) beschikbaar. Op dit moment is de firma Grolleman reeds begonnen met de bouw van een koel- en vrieshuis, waarbij ze gebruik maakt van de nieuwe milieuvriendelijke ammoniak-CO2-koeltechniek. De koelinstallatie produceert een grote hoeveelheid laagwaardige warmte van circa 30 °C. Normaal gesproken wordt deze warmte via condensors aan de omgeving afgevoerd. In het concept van De Ecofactorij zou die warmte een andere bestemming kunnen krijgen. Het gebouw van de technische groothandel Reesink was bij aanvang van het onderzoek al gereed. Dit bedrijf heeft enkele grote hallen met voornamelijk een warmtebehoefte. Ten slotte gaat Van Vemde Projectontwikkeling rond het einde van 2004 een bedrijfsverzamelgebouw realiseren. Op basis van de bouwplannen wordt bij deze laatste verwacht

dat de warmte- en koudevraag ongeveer gelijk zullen zijn. Behalve de bedrijven heeft ook de gemeente Apeldoorn een positieve inbreng gehad op het gebied van duurzaamheid voor het bedrijventerrein door een warmtewisselaar in het wegdek aan te brengen. De asfaltcollector (WinnerWay) wordt aangesloten op het bronnensysteem, zodat de zonnewarmte kan worden opgeslagen voor latere verwarmingsdoeleinden. Door de koeling in de zomer wordt de standtijd van het wegdek groter (minder slijtage), terwijl de weg in de winter door verwarming ijsvrij kan worden gehouden (geen milieubelasting door zoutstrooien). Bij de aanvang van het onderzoek waren nog geen voorzieningen geregeld voor de warmte- en koudeopslag met de asfaltcollector. Verder wil de gemeente Apeldoorn op het bedrijventerrein vijf windmolens plaatsen, met een gezamenlijk vermogen van 10 MW.

Mogelijke opties
Bij de aanvang van het onderzoek was nog niet duidelijk hoe het bedrijventerrein zich in de loop van de jaren zal gaan ontwikkelen. Om gefundeerd een afweging te kunnen maken welke oplossing voor de energie-infrastructuur de meest ideale is, moest een zo nauwkeurig mogelijke schatting worden gemaakt van de warmte- en koudevraag van het totale bedrijventerrein. Op basis van de plannen van de gemeente en de bedrijven, waarvan reeds bekend is dat ze zich gaan vestigen, en met behulp van

software die door TNO is ontwikkeld, is een vrij nauwkeurige inschatting gemaakt. De geschatte warmtebehoefte is ongeveer gelijk aan de geschatte koudebehoefte (airconditioning). Het geschatte thermische vermogen voor verwarming en koeling bedraagt circa 13 MW. De warmtevraag bestaat naast de verwarming van kantoren en andere panden, uit het maken van proceswater. In het onderzoek zijn drie mogelijkheden voor de inrichting van een duurzame energie-infrastructuur bekeken. Allereerst is gekeken of het mogelijk is de lagetemperatuurrestwarmte van de biomassacentrale in te zetten voor een warmtenet over De Ecofactorij. Voor de warmtedistributie zijn hiertoe de varianten stralennet en ringleiding onderzocht. De tweede optie is het inzetten van warmte/koudeopslag in de bodem, waarbij Vrieshuis Grolleman extra warmte kan leveren die vrijkomt bij het vriesproces. De derde mogelijkheid die is bekeken, is alleen van belang als de warmtevraag van het bedrijventerrein veel groter is dan de koelbehoefte. In dat geval bestaat de mogelijkheid lage-temperatuurrestwarmte van Fibronet te gebruiken om de aquifers te regenereren voor de warmte/koudeopslag.

Keuze
De drie opties zijn beoordeeld op haalbaarheid, investeringen, verwacht energiegebruik en mogelijke subsidies. Een belangrijke overweging daarbij was dat het bedrijventerrein gefaseerd gebouwd gaat worden. Om de initiële investeFiguur 2. Schematische weergaven warmte/koudeopslag in zomer en wintercondities [2]

van/naar gebouwinstallatie

van/naar gebouwinstallatie

zomerbedrijf
warmtewisselaar

winterbedrijf
warmtewisselaar

Aquifer

Aquifer

koude bron

warmebron

koude bron

warmebron

486

juli/augustus 2003

Verwarming

Ventilatie

Warmtepomp Grolleman condensor toekomstige bouw Van Vemde WinnerWay

koelinstallatie energiezuiniger gaan draaien. De regeling tussen de bedrijven is zo opgesteld, dat de directe energieuitwisseling tussen de bedrijven onderling en met de WinnerWay prioriteit heeft boven gebruik van de warmte/koudeopslag (aquifer). De warmte/koudeopslag wordt hierdoor zo min mogelijk gebruikt, wat resulteert in een lager energiegebruik van het aquifersysteem.

Knelpunten en oplossingen
aquifer

ondergronds

Figuur 3. Gedetailleerde opbouw eerste stap gezamenlijk aquifersysteem.

ringskosten beheersbaar te houden is dan de mogelijkheid om de duurzame energie-infrastructuur in stappen aan te leggen van groot belang. Uit de analyse blijkt dat warmte/koudeopslag als de interessantste optie naar voren komt. Dit systeem kan eenvoudig modulair worden gerealiseerd. Door als bedrijventerrein samen te werken kunnen kosten, zoals op het terrein van vergunning, geohydrologisch onderzoek en proefboring, over de kavels worden verdeeld. De kosten per kavel en de terugverdientijd worden zo geminimaliseerd. Voor de bedrijven die zich op korte termijn gaan vestigen, wordt een eerste doublet aangelegd. Zodra meer bedrijven zich gaan vestigen, wordt het aantal doubletten naar behoefte uitgebreid. [1] De warmte/koudeopslag werkt in het kort als volgt (figuur 2). In de winterperiode wordt warmte aan de bodem onttrokken door de warmtepomp. Hierdoor wordt de bodem afgekoeld en is warmte beschikbaar voor de gebouwen. In de zomerperiode wordt het afgekoelde grondwater gebruikt voor de koeling van de gebouwen. Een belangrijk voorwaarde waaraan het systeem zal moeten voldoen, is de (milieu-)eis van de provincie dat zowel de massabalans als de thermische balans over een periode van vijf jaar in evenwicht moet blijven. Daarmee bedoelt men dat over die periode de onttrokken hoeveelheden water en warmte in balans moeten zijn met de teruggevoerde hoeveelheden.

Die eis is niet ongunstig: want die draagt bij aan de maximalisering van het energetisch rendement van het systeem, doordat een systematisch stijgende of dalende temperatuur van de aquifer ermee voorkomen wordt. In figuur 3 is de opbouw van de eerste stap voor een gezamenlijk aquifersysteem voor De Ecofactorij meer gedetailleerd weergegeven. Hierbij leveren Van Vemde, Grolleman en de WinnerWay warmte en koude aan de aquifer. Grolleman levert, indien nodig, extra warmte dat wordt geleverd door de koelinstallatie. Hierdoor kan de bodem in balans blijven. Voor de warmte/koudelevering van de totale Ecofactorij wordt verwacht dat er nog drie extra aquifers nodig zijn. In dit concept voor de energie-infrastructuur worden diverse soorten van duurzame energievoorziening toegepast. Er wordt gebruik gemaakt van warmte- en koudeopslag, asfaltcollectoren en warmtepompen met ammoniak als koudemiddel. Als Grolleman de warmte van de koelinstallatie aan de bron kan leveren, ontstaat een extra voordeel: door de lagere condensatietemperatuur zal de

Een steeds weer terugkerend knelpunt bij de realisatie van duurzame bedrijventerreinen is gelegen in de organisatorische aspecten. Een vraag die vaak blijft hangen is wie de verantwoordelijkheid en initiatieven neemt om tot realisatie van de gestelde ambities te komen. De gemeente speelt een cruciale rol door de randvoorwaarden te scheppen die voor bedrijven de stap om duurzame middelen in te zetten zo klein mogelijk maken. De verzamelde bedrijven hebben gezamenlijk het Parkmanagement De Ecofactorij opgericht, hebben zo een centraal aanspreekpunt en ook is de overlegstructuur geregeld. De slagvaardigheid van de bedrijven is op deze wijze sterker geworden. Initiatieven om met meer bedrijven tegelijkertijd aan duurzaamheid te werken hebben hierdoor een grotere kans op realisatie. Ten slotte blijken de bedrijven de subsidie, verkregen in het kader van de DENregeling, als zeer stimulerend te ervaren.

Referenties [1]
TNO-Rapport TNO-mep

R2003/153, ‘Eco-

factorij: Mogelijkheden voor realisatie van een duurzame energie-infrastructuur’, G. Kuin, Ir. A.J. Mieog, Ir. S. Lobregt, 2003 [2]
TNO-Rapport NITG

02-178-B, ‘Putten voor

Warmte/Koude-opslag, een aanzet tot certificering van de ondergrond’, Drs. V. van Hoegaerden, 2002.

Subsidies
Novem ondersteunt het project met een substantiële subsidie. Deze subsidie geldt voor het gehele bedrijventerrein. Ook nieuwe toetreders kunnen, als zij participeren in de gemeenschappelijk energie-infrastructuur, aanspraak maken op deze subsidie. Verder vallen warmtepompen binnen de Energie Investeringsaftrek, zodat ook hier subsidie op te verkrijgen is.

juli/augustus 2003

487