Gemeente Zwolle

Startnotitie
februari 2003

Milieu-effectrapportage Hessenpoort 2

dossier T0087-62-003 datum 11 februari 2003 registratienummer ON-A20021946 Definitieve Versie

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 3 3.1 3.2 3.3 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

INLEIDING Bedrijventerrein Hessenpoort 2 Aanleiding voor de MER procedure Doel en procedure MER Startnotitie Hessenpoort 2 Reikwijdte van de milieu-effectrapportage Mogelijkheid tot inspraak Meerwaarde van de milieu-effectrapportage Leeswijzer NOODZAAK VOOR HESSENPOORT 2 Inleiding Provinciaal en gemeentelijk beleid Behoefte aan bedrijventerreinen Lokatiekeuze Gebiedskenmerken nadere inperking AMBITIES HESSENPOORT 2 Inleiding Algemene uitgangspunten Ambitie duurzame ontwikkeling TE BESCHOUWEN ALTERNATIEVEN Inleiding Nulalternatief Economisch Alternatief Meest Milieuvriendelijk Alternatief Voorkeursalternatief

4 4 4 4 5 5 6 6 6 7 7 7 8 10 15 16 16 16 20 22 22 22 22 22 23

-2-

4.6 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 6 6.1 6.2 6.3

Werkwijze bij samenstellen alternatieven DE EFFECTBESCHRIJVING Inleiding Landschap, archeologie en cultuurhistorie Bodem en water Ecologie Verkeer en vervoer Geluid en trillingen Licht Lucht Externe veiligheid Duurzaam bedrijventerrein Ruimtegebruik DE PROCEDURES Ruimtelijke procedures De MER procedure Hoe kunt u reageren?

23 24 24 25 25 26 26 27 28 28 28 28 29 30 30 30 32

-3-

1

INLEIDING

1.2 Aanleiding voor de MER procedure
Op grond van het Besluit milieu-effectrapportage uit de Wet milieubeheer dient de milieu-effectrapportage te worden doorlopen bedrijventerrein voor de realisatie van bedrijventerreinen waarvan het oppervlak, inclusief geluidszone, groter is dan 150 hectare. Indien het bedrijventerrein Hessenpoort 2 exclusief geluidszone een bruto oppervlak van 170 hectare heeft is het direct m.e.r.plichting. Indien het bruto oppervlak 140 hectare bedraagt is het niet direct m.e.r.-plichting. Echter als de geluidszone wordt meebeschouwd zal het totale oppervlak naar verwachting meer dan 150 hectare bedragen en. Daarmee is de uitbreiding Hessenpoort 2 m.e.r.-plichtig. De m.e.r.-procedure wordt doorlopen voor het eerste ruimtelijk plan dat in juridische zin voorziet in de aanleg van het bedrijventerrein. Voor Hessenpoort 2 is dat het bestemmingsplan.

1.1 Bedrijventerrein Hessenpoort 2
De gemeente Zwolle is voornemens het

Hessenpoort uit te breiden. Dit bedrijventerrein ligt aan de noordoost zijde van de stad. De vraag van bedrijven naar ruimte is boven verwachting groot. De verwachting is dat de ruimte die na 2003 kan worden aangeboden beperkt is. De uitbreiding Hessenpoort 2 omvat tenminste 140 hectare bruto. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de noodzaak en haalbaarheid van een extra reservering van circa 30 hectare bruto voor een spooraansluiting gecombineerd met spoorgebonden bedrijfsvestigingen. Hiermee zou de omvang van Hessenpoort 2 circa 170 hectare bedragen. In hoofdstuk 2 zijn de beoogde sectoren nader toegelicht. In het streekplan van de provincie Overijssel is reeds een uitbreiding van bedrijventerreinen rondom Zwolle aangegeven, waarbij deze uitbreiding aansluitend op het bestaande bedrijventerrein Hessenpoort gelokaliseerd zal worden.

1.3 Doel en procedure MER
Het doel van de milieu-effectrapportage is om de besluitvormers op een systematische en zorgvuldige wijze te voorzien van zo objectief mogelijke informatie over de milieugevolgen van de voorgenomen activiteit, alsmede van de alternatieven. Daartoe worden de te

-4-

verwachten milieugevolgen van de aanleg, het gebruik en het beheer van Hessenpoort 2 in beeld gebracht. Op deze wijze kan het milieu-aspect volwaardig worden meegewogen in het

1.5 Reikwijdte van de milieu-effectrapportage
In algemene zin geldt dat milieu-effectrapportages kunnen worden doorlopen op drie schaalniveaus: · een beleids-mer gaat in op het nut en de noodzaak van een bepaalde ontwikkeling, bijvoorbeeld de vraag of het noodzakelijk is om in de regio Zwolle ruimte te scheppen voor een bedrijventerrein; · · in een locatiekeuze-mer worden een aantal alternatieve locaties beoordeeld, onder andere vanuit milieu-criteria; in een inrichtings-mer worden de milieugevolgen van de inrichting van een bepaalde locatie in beeld gebracht. De milieu-effectrapportage voor Hessenpoort 2 is een inrichtingsmer. Nut en noodzaak zijn reeds onderzocht en worden als een gegeven beschouwd. De afgelopen maanden is onderzoek verricht naar de meest geschikte locatie voor uitbreiding. Ook de milieu-aspecten zijn in dat onderzoek uitgebreid beschouwd. Momenteel is een zoekgebied bepaald waarbinnen de exacte begrenzing wordt vastgesteld (zie figuur 3). Het bepalen van de exacte begrenzing is onderwerp van de milieu-effectrapportage. In deze startnotitie wordt op hoofdlijnen ingegaan op de behoefte aan een bedrijventerrein en vervolgens de locatiekeuze. In het Milieu-effectrapport zullen beide aspecten uitgebreid aan bod komen.

besluitvormingsproces. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zwolle treedt in de procedure op als initiatiefnemer en de gemeenteraad als bevoegd gezag. De resultaten van de milieueffectrapportage worden weergegeven in het Milieu-effectrapport (MER).

1.4 Startnotitie Hessenpoort 2
Met de publicatie van deze startnotitie is de mer-procedure formeel gestart. Het doel van de startnotitie is allereerst om het initiatief voor de milieu-effectrapportage voor Hessenpoort 2 bekend te maken. In de tweede plaats heeft de startnotitie tot doel om informatie te verstrekken over de voorgestane activiteit en mogelijke alternatieve uitwerkingen daarvan. Ten derde geeft de startnotitie op hoofdlijnen aan welke (milieu-) effecten in de milieu-effectrapportage in beschouwing worden genomen, zodat inzicht ontstaat in de consequenties van de voorgenomen activiteit en een afweging tussen verschillende alternatieven kan worden gemaakt.

-5-

1.6 Mogelijkheid tot inspraak
Iedereen kan een inspraakreactie op de startnotitie geven, bijvoorbeeld over de onderwerpen die in de milieueffectrapportage behandeld moeten worden. De Commissie voor de milieu-effectrapportage stelt vervolgens, mede op basis van de inspraakreacties en een bezoek aan het gebied, een advies voor de richtlijnen op. In de richtlijnen is weergegeven wat in het MER dient te worden onderzocht. Het bevoegd gezag stelt de richtlijnen vervolgens vast. In hoofdstuk 6 is aangegeven hoe de inspraak is geregeld.

Naast de planvorming speelt de milieu-effectrapportage een rol bij een duurzame inrichting en gebruik van de bedrijfskavels. In aansluiting op de ambities van Hessenpoort 1 zal ook bij de uitgifte van Hessenpoort 2 worden gestuurd op duurzaamheid. Concreet betekent dit dat kavels bij voorkeur worden uitgegeven aan bedrijven die de duurzaamheidsambitie hoog in het vaandel hebben staan. In het kader van de milieu-effectrapportage zullen daartoe voorstellen worden gedaan voor uitgiftecriteria. Deze voorstellen zullen mede zijn ingegeven door een separaat op te stellen nota Milieukwaliteitsplan Hessenpoort 2. Deze nota bevat zowel de fysieke milieukwaliteitseisen als de organisatorische eisen en de criteria die bij de selectie van de bedrijven een rol spelen.

1.7 Meerwaarde van de milieu-effectrapportage
Zoals onder andere in § 1.3 gesteld zullen in het kader van de milieu-effectrapportage de milieugevolgen van de aanleg, het gebruik en het beheer van Hessenpoort 2 in beeld worden gebracht. Omdat de milieu-effectrapportage is geïntegreerd in de planvorming kunnen (tussen)resultaten van de milieueffectrapportage worden gebruikt om het plan te optimaliseren. Door tussentijds inzicht in de milieugevolgen wordt zodoende het milieu-aspect op een volwaardige wijze meegenomen in de planvorming. Keuzes ten aanzien van de inrichting kunnen derhalve bewust worden gemaakt.

1.8 Leeswijzer
In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op noodzaak voor de realisatie van Hessenpoort 2. Hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de gemeentelijke ambities ten aanzien van Hessenpoort 2 en hoofdstuk 4 van de te beschouwen alternatieven in de MER. In hoofdstuk 5 is aandacht voor de te onderzoeken milieu-effecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de m.e.r.-procedure toegelicht.

-6-

2

NOODZAAK VOOR HESSENPOORT 2

richting (tussen de A28 en de spoorlijn), conform de voorstellen in het kader van de gemeentelijke herindeling plaats kunnen vinden. De provincie stelt dat een nieuwe ontwikkeling past binnen het streekplan waarbij gepleit wordt voor een uniek en afwijkend concept om zo de overige terreinontwikkelingen in de provincie niet te beconcurreren. Structuurplan Zwolle 1996 Het structuurplan Zwolle 1996 (vastgesteld door burgemeester en wethouders van Zwolle op 18 december 1996) gaat ervan uit dat na 2005 een doorkijk op de ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gegeven. Inmiddels zijn de ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van economie en mobiliteit dermate snel verlopen dat de gemeente binnenkort zal starten met een maatschappelijke discussie over de ontwikkelingen van de stad, wat zal resulteren in een nieuw structuurplan voor de gemeente Zwolle. De omvang van Hessenpoort 1 werd tijdens het opstellen van het structuurplan al naar boven bijgesteld als reservering. Daarnaast is de uitgifte van bedrijventerreinen veel sneller verlopen dan gedacht. In het structuurplan 1996 is reeds aangegeven dat stedelijke uitbreidingen meer moeten zijn dan een kwantitatief vraagstuk. Zij hebben nadrukkelijk ook een functie als voortzetting en versterking van de stedenbouwkundige en functionele structuur. De ontwikkeling van Hessenpoort 2 sluit aan op het

2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de noodzaak voor de aanleg van Hessenpoort 2 weergegeven. In paragraaf 2.2 is daartoe het streekplan en vervolgens het gemeentelijk structuurplan aangehaald. Paragraaf 2.3 bevat een beschrijving van het belang van de uitbreiding van Hessenpoort. In paragraaf 2.4 is aangegeven welke locatie gekozen is om deze uitbreiding te realiseren.

2.2 Provinciaal en gemeentelijk beleid
Streekplan 2000+ Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel heeft op 13 december 2000 het Streekplan Overijssel 2000+ vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkeling van Zwolle zal gericht moeten zijn op versterking van haar (inter)nationale positie. Dit houdt in dat voor de komende streekplanperiode nog een aanzienlijke groei van het ruimtebeslag voor wonen, werken en voorzieningen noodzakelijk zal zijn. Een uitbreiding van Hessenpoort zal dan in noordelijke

-7-

structuurplan. Op de plankaart is deze ontwikkeling indicatief aangegeven, namelijk aansluitend op Hessenpoort 1. Ook toen is bij de inrichting van het gebied rekening gehouden met de vestiging van spoorgebonden bedrijvigheid.

·

Weinig concurrerende bedrijventerreinen in de regio.

Hessenpoort 1 is in 4 jaar tijd bijna geheel uitgegeven. Er is momenteel nog 7 hectare direct beschikbaar. De belangrijkste conclusie uit genoemde rapporten is dat de komende 10 jaar een vraag verwacht wordt van 10 tot 12 hectare netto per jaar (14 tot

2.3 Behoefte aan bedrijventerreinen
Noodzaak voor Hessenpoort 2 Aan de ontwikkeling van Hessenpoort 2 is een uitvoerig marktonderzoek vooraf gegaan. De belangrijkste elementen voor de onderbouwing voor de uitbreiding van Hessenpoort zijn weergegeven in het rapport ‘Voorlopige indicatie van het programma’ van Van Werven, juli 2001. Daarnaast is de rapportage ‘Vraagbepaling en programmering bedrijventerreinen stedelijk netwerk Zwolle-Kampen, Van Werven (maart 2002) van belang. Van Werven komt in zijn rapporten tot de conclusie dat de positie van Zwolle vanuit de markt geredeneerd erg goed is: · · · · Logistiek aantrekkelijk, veel vestigers vanuit de randstad; Beschikbaarheid van ruimte; Rendement op de investering, volgens de inschatting van de banken loopt men in Zwolle geen risico; Ligging van Zwolle als uitvalsbasis voor Noord en Noordoost Nederland;

17 hectare bruto, exclusief spoorgebonden bedrijven). Deze bandbreedte geeft aan dat het onmogelijk is om exact op de hectare te schatten hoeveel vraag er vanuit het bedrijfsleven is voor Hessenpoort. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft de ‘minimumvariant’ van 140 hectare bruto bekrachtigd. Buiten deze 140 hectare bruto zal naar alle waarschijnlijkheid 30 hectare bruto gereserveerd worden voor een spooraansluiting eventueel gecombineerd met spoorgebonden bedrijfsvestigingen eventueel aangevuld met de (mogelijk) te verplaatsen lijnwerkplaats. Hier wordt momenteel onderzoek naar uitgevoerd. Binnen de gemeente Zwolle is naast Hessenpoort 1 geen ruimte meer voor grootschalige bedrijven. Op bedrijventerrein Marslanden is momenteel nog circa 16 hectare beschikbaar. De doelgroep van Marslanden is echter een andere dan die van Hessenpoort. Omdat volgens de verwachting het aanbod van bedrijfskavels voor grootschalige bedrijven na 2002 beperkt zal zijn, terwijl er wel sprake is van een vraag, wordt de ontwikkeling van Hessenpoort 2 ter hand genomen.

-8-

Karakterisering Hessenpoort 2 Op Hessenpoort 1 zijn voor het overgrote deel bedrijven in de sector transport/distributie en logistiek gevestigd, daarbij gaat het zowel om verplaatsers uit regio´s waar de beschikbaarheid van bedrijventerrein een probleem vormt als om bedrijven die om logistieke redenen kiezen voor een extra logistiek centrum in de periferie van de Randstad. De verwachting zich is dat de Dit

De sectoren die in aanmerking komen voor vestiging op Hessenpoort 2 zijn: · · · Assemblage & Productie, Value Added Logistics, Transport & Distributie, Groothandel.

Gestreefd wordt naar bedrijven met een ‘stuwend karakter’. Dit betekent dat de vestigers naast directe werkgelegenheid ook indirect werkgelegenheid creëren bij toeleveranciers en afnemers in de regio. De bedrijven dienen minimaal 1 hectare af te nemen. Het aantrekken van grootschalige bedrijven hoeft niet per definitie te betekenen dat er weinig directe werkgelegenheid gecreëerd wordt. Met name in de assemblage, Value Added Logistics en bepaalde industriële sectoren hebben een hoge

bovengenoemde

gesignaleerde

trends

voortzetten.

betekent dat een groot aantal bedrijven dat niet meer uit de voeten kan op de huidige locatie (op met name de Veluwe en bedrijven binnen de stad Zwolle) zullen kiezen voor Hessenpoort en dat diverse landelijk opererende bedrijven om logistieke redenen kiezen voor een uitvalsbasis in Zwolle. Doelgroepen Zoals in het voorgaande is aangegeven, wordt met de ontwikkeling van Hessenpoort 2 ingestoken op het aantrekken van relatief grote bedrijven. De bedrijven die hiermee bedoelt worden bedienen een bovenregionale markt. Voorlopig wordt gedacht aan de doelgroepen die vallen binnen de VNG milieucategorieën 2 t/m 5. Deze bedrijven zorgen ook vaak voor afgeleide bedrijvigheid in de toelevering en uitbesteding (stuwende bedrijven).

arbeidsintensiviteit. Dit zal mede gestimuleerd worden door intensieve benutting van private kavels. Naast arbeids- en ruimteintensieve bedrijvigheid zal ook ruimte geboden worden aan meer ruimte-extensieve bedrijven. In samenhang met de aard van de te verwachten activiteiten moet worden bepaald of er specifieke maatregelen moeten worden getroffen om bedrijven te kunnen aansluiten op de digitale snelweg. bedrijven. De locatiekwaliteiten van Hessenpoort 2 zijn namelijk uitermate geschikt voor dit type

-9-

Marktprofiel in regionaal verband De ontwikkeling van Hessenpoort 2 dient primair om de economische ontwikkeling van de stad Zwolle te stimuleren en secundair om het aanbod van bedrijventerreinen in de regio (IJssel-Vecht) te completeren. Het terrein heeft een uniek karakter en is daardoor weinig concurrerend voor andere terreinen in de regio. Dit houdt in dat binnen het terrein (Hessenpoort 2) de “juiste” bedrijven op de “juiste” plaats gepositioneerd worden waardoor efficiencyvoordelen, kwaliteitsvoordelen en ruimtewinst op het terrein en indirect daarbuiten kan worden behaald. Centrale thema’s hierbij zijn segmentering, grootschaligheid, duurzaamheid en hoogwaardigheid. Naar aanleiding van de Concept Nota van Uitgangspunten is door de Provincie blijvend aandacht gevraagd voor de volgende punten: · · Afstemming van de verdeling van het aanbod in het programmeringsoverleg met de provincie, Afstemming van de verdeling van het aanbod in het interprovinciaal · samenwerkingsverband West van de Regiovisie Zuid-Drenthe / Noord-Overijssel, Afstemming van de verdeling van het aanbod binnen de netwerkstad Zwolle-Kampen.

2.4 Lokatiekeuze
Hierna is de locatiekeuze toegelicht. Daartoe zijn ten eerste in de vorm van een terreinprofiel de belangrijkste uitgangspunten voor uitbreiding weergegeven. Vervolgens is aangeven waarom bepaalde delen binnen het grondgebied van Zwolle niet in aanmerking komen. Daarna is een ruim zoekgebied aangegeven waarbinnen op een gedetailleerde wijze onderzoek is gedaan naar de locatie voor uitbreiding (figuur 2). Dit nader onderzoek leerde vervolgens dat de uitbreiding mogelijk kan plaatsvinden in het zuidoostelijk deel van het zoekgebied. Deze nadere inperking van het zoekgebied is in figuur 3 weergegeven. De ontsluiting van Hessenpoort 2 is momenteel onderwerp van een verkeersstudie. De varianten die uit deze studie voortkomen en de milieueffecten van deze varianten zijn onderdeel van de milieu-effectrapportage. Terreinprofiel Om economische redenen is er behoefte aan een grootschalig regionaal bedrijventerrein (omvang circa 140 hectare bruto + circa 30 hectare bruto voor een spooraansluiting en spoorgebonden bedrijven) geschikt voor middelgrote tot grote bedrijven uit vooral de logistieke en industriële sector. De locatie-eisen van dit type bedrijvigheid zijn vooral gericht op een optimale (en indien mogelijk multimodale) bereikbaarheid. Een aantal bedrijven heeft

- 10 -

ook een grote ‘zichtbehoefte’. Vanuit de gemeente wordt gestreefd naar een bedrijventerrein met een hoogwaardig en duurzaam karakter waarbij conflicten met woongebieden en bestaande natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden geminimaliseerd moeten worden. Welke delen zijn niet geschikt Noord- en zuidzijde Zowel de noordzijde als zuidzijde van Zwolle zijn minder geschikt voor een grootschalig bedrijventerrein gezien de toenemende woonbebouwing (noordzijde) en de ligging van de ecologische hoofdstructuur (zuidzijde). Zuidwestzijde Bij de ruimtelijke afweging van het zoekgebied is ook naar de zuidwestzijde van de stad gekeken aangezien ook hier mogelijkheden lijken te bestaan voor een combinatie van weg- en spoorinfrastructuur (locatie nabij het knooppunt Hattemerbroek). Deze locatie is verkeerskundig echter niet aan te sluiten op de hoofdinfrastructuur (nieuwe aansluitingen op de A28 en A/N50 buiten de bestaande aansluitingen Wezep en Hattem zijn niet mogelijk gezien de kleine afstand tot het knooppunt Hattemerbroek en de bruggen over de IJssel en spooraansluiting op de Veluwelijn en de nieuwe Hanzelijn is railtechnisch moeilijk uitvoerbaar.). Voorkeur voor de noord-oostzijde Het bovengenoemde terreinprofiel is het best in te passen aan de noordoostzijde van de stad Zwolle. Ook de omvang van het terrein (circa 140 hectare bruto + circa 30 hectare bruto spoor en spoorgebonden bedrijven) is zonder veel conflicterende belangen met andere functies in te passen in dit gebied. In vergelijking tot overige gebieden rondom Zwolle is de afstand tot grootschalige woonbebouwing groot. De beperkingen als gevolg van aanwezige ecologische waarden zijn kleiner in vergelijking met de andere gebiedsdelen rondom Zwolle. De aanwezige cultuurhistorische waarden zijn gering en voor zover aanwezig relatief verspreid in het gebied en bovendien zijn ze naar verwachting goed inpasbaar. Dit maakt het zoekgebied geschikt voor Hessenpoort 2 en biedt qua omvang perspectieven voor een reservering voor een eventuele uitbreiding in een verdere toekomst. Alleen in dit zoekgebied is een goede aansluiting op snelweg- en spoorinfrastructuur mogelijk (multimodaliteit) en is in beperkte mate ook een goede zichtzone realiseerbaar. De aansluiting op weg en spoor is essentieel om een multimodale bereikbaarheid voor bedrijven te garanderen. De mogelijke aantakking van de N35 op de A28 versterkt de keuze voor een locatie aan de noordoostzijde van de stad.

- 11 -

Economisch en financieel gezien kent het zoekgebied tevens voordelen. De mogelijk aanhechting met Hessenpoort 1 biedt mogelijkheden voor samenwerking tussen bedrijven (toelevering

Zoekgebied Hessenpoort 2

Figuur 2

Begrenzing zoekgebied

- 12 -

en uitbesteding) en vergroot het economisch draagvlak voor collectieve voorzieningen in het kader van parkmanagement (dat op Hessenpoort 1 gerealiseerd gaat worden). Financieel gezien kan een aanhechting aan Hessenpoort 1 kostenvoordelen opleveren met betrekking tot bouw- en woonrijpmaken doordat bestaande bovengrondse en ondergrondse infrastructuur relatief eenvoudig ‘doorgetrokken’ kan worden. Ook dient de bodemgesteldheid in het zoekgebied genoemd te worden die in vergelijking tot gebieden aan de noord en westzijde van de stad weinig beperkingen oplevert voor realisatie van een bedrijventerrein.

In dit gebied zijn echter wel externe effecten te verwachten. Het zoekgebied is in figuur 2 weergegeven. Nadere inperking zoekgebied Vervolgens is een onderzoek verricht op basis waarvan een nadere inperking van het zoekgebied tot stand is gekomen. Daartoe is op basis van de doelstellingen en wensen voor Hessenpoort 2 een aantal selectiecriteria bepaald. Het betreft de mate waarin: · · behoud van openheid van het landschap en versterking van natuurwaarden gerealiseerd kunnen worden gevoelige bestemmingen gespaard kunnen worden archeologische waarden beschermd kunnen worden kenmerkende flora en fauna zoveel als mogelijk gespaard kan worden · cultuurhistorische en landschapswaarden gespaard kunnen worden Daarnaast: · · · dient een compacte ontwikkeling van Zwolle te worden nagestreefd dienen gebieden die vanuit milieu-oogpunt reeds zwaar belast worden als eerste te worden gebruikt dient afstemming op bestaande grondwaterpeilen en bodemopbouw plaats te vinden · ·

Begrenzing van het zoekgebied De begrenzing van het zoekgebied is voor het grootste deel gebaseerd op de gemeentegrenzen in het noorden en westen en het Vechtdal aan de zuidzijde. Aan de oostzijde is de gemeentegrens gekozen als afbakening. De Bomhofsplas is buiten het zoekgebied gehouden. Een klein deel van de oostzijde is uitgesloten van het gebied omdat het de functie van grondwaterbeschermingsgebied heeft. Het omliggende terrein is aangewezen als intrekgebied voor waterwinning, wat inhoudt dat economische ontwikkelingen alleen onder voorwaarden plaats mogen vinden. De Ruiten en Veenekampen zijn uitgesloten vanwege de ligging in de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur.

- 13 -

Zoe kg e bi e d He ss e n poor t 2

· · · · · · · Een

dient een goede aansluiting op spoor, buslijnen en A28 plaats te vinden dient sprake te zijn van een goede aanhechting op bestaande bedrijventerreinen dient uitbreiding bij voorkeur plaats te vinden op reeds verworven gronden binnen de gemeentegrenzen van Zwolle dienen zichtlocaties benut te worden dient ruimte voor windmolens opengehouden te worden dient rekening gehouden te worden met hoogspanningsleidingen dient rekening te worden gehouden met recreatieve belangen confrontatie van het zoekgebied uit figuur 2 met

bovengenoemde criteria leert dat de locatie voor de uitbreiding gezocht moet worden binnen de begrenzing zoals indicatief aangegeven in figuur 3. In het Milieu-effectrapport zullen de overwegingen die ten grondslag liggen aan deze keuze uitgebreid worden gemotiveerd. Daarnaast zal de exacte begrenzing worden bepaald en worden uitgewerkt in een aantal alternatieven. De
grens zoekgebied zoekgebied spoor / spoorgebonden activiteiten

consequenties

van

een

spooraansluiting

en

de

spoorgebonden activiteiten moeten nog nader worden uitgewerkt. Het zoekgebied voor spoor en spoorgebonden activiteiten is eveneens in figuur 3 aangegeven. Het aspect mobiliteit lijkt een kritieke factor bij verdere ontwikkelingen. Hiervoor zal een

Figuur 3:

Nadere inperking zoekgebied

- 14 -

verkeersstudie moeten worden gemaakt. Op grond van de uitwerking van een spooraansluiting, de verkeersstudie en de milieu-effectrapportage zal de locatie en begrenzing definitief worden bepaald.

Bebouwing en grondgebruik In het gebied komt verspreid liggende woon- dan wel (agrarische) bedrijfsbebouwing voor. Deze bebouwing ligt onder andere aan het Westeinde, de Kranenburgweg, de Markteweg, de Nieuwleusenerdijk, en de Berkummerbroekweg. De verkaveling van het gebied is rationeel waarbij het grondgebruik overwegend bestaat uit weidebouw. Naast melkveehouderijbedrijven bevinden zich in het gebied enkele varkenshouderijen. Natuur en landschap Ten zuiden van de locatie ligt het dal van de Overijsselse Vecht. Dit vormt een onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur en heeft hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het gebied behoort tot het milieubeschermingsgebied Vecht en Regge. Tolhuislanden en met name het noordelijk gelegen Veenekampen hebben landschappelijke en ecologische waarden, met name voor weidevogels. Nutsvoorzieningen De locatie wordt doorsneden door diverse nutsleidingen. Het betreft onder andere een gasleiding langs de Nieuwleusenerdijk en een gedeelte van de Kranenburgweg. In het zuidoosten bevinden zich meerdere hoogspanningsleidingen die in verbinding staan met het trafostation direct ten oosten van de locatie.

2.5 Gebiedskenmerken nadere inperking
Begrenzing In het westen wordt de nadere inperking begrensd door de A28 en Hessenpoort 1. Aan de noordzijde strekt het gebied zich uit tot de Steenwetering en het zandpad, dat haaks staat op de Steenwetering en dat uitkomt op de Tolgracht. De oostelijke begrenzing wordt gevormd door de spoorlijn. Hessenpoort 1 vormt de zuidelijke begrenzing. De mogelijkheid om aan de zuidzijde van Hessenpoort 1 kavels uit te geven wordt ook onderzocht. Ontsluiting De locatie wordt aan de zuidzijde via de N34 (de Hessenweg) ontsloten op de A28, die deel uitmaakt van het landelijke hoofdwegennet. De N34 heeft een regionale functie. Momenteel wordt een tracéstudie uitgevoerd. De locatie wordt in oost-west richting doorsneden door de N758, de Nieuwleusenerdijk, die een verbinding vormt tussen Zwolle en Nieuwleusen. Daarnaast liggen binnen de locatie enkele wegen van lagere orde.

- 15 -

3

AMBITIES HESSENPOORT 2

3.2 Algemene uitgangspunten
Beleidskader Het vigerende landelijke, regionale en gemeentelijke beleid stimuleert door haar taakstellend karakter de realisatie van Hessenpoort 2. Hierbij zijn wel een aantal belangrijke uitgangspunten genoemd waarmee tijdens de ontwikkeling van het nieuwe terrein rekening gehouden moet worden. Het rijk hecht grote waarde aan een kwalitatief goed en hoogwaardig terrein nabij een grote stedelijke kern zolang de natuurlijke-, landschappelijke-, en cultuurhistorische waarden zo min mogelijk worden aangetast. De provincie stelt dat een nieuwe ontwikkeling past binnen het streekplan waarbij gepleit wordt voor een uniek concept met een bovenregionaal karakter om zo de overige terreinontwikkelingen in de provincie niet te beconcurreren. De gemeente ten slotte heeft op relatief korte termijn kwalitatief hoogwaardige ruimte nodig om de groeiende vraag naar bedrijfsruimte te kunnen beantwoorden. Uitgangspunten beleid: · Hessenpoort 2 is bestemd voor (boven)regionale bedrijven met een grootschalige karakter die werkgelegenheid creëren dat aansluit bij de arbeidsmarkt van de stad, de regio en de provincie.

3.1 Inleiding
In dit hoofdstuk komen aspecten uit de Nota van Uitgangspunten Hessenpoort 2 aan de orde die de uitgangspunten en ambities ten aanzien van een (duurzame) ontwikkeling van het bedrijventerrein beschrijven. In het kader van de milieu-efffectrapportage zal deze duurzaamheidsambitie nader worden ingevuld. De eerder genoemde nota Milieukwaliteitsplan Hessenpoort 2 speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast zal in het Milieu-effectrapport worden geïnventariseerd welke overige beleidskaders op de verschillende bestuurlijke niveaus en wet- en regelgeving relevant zijn voor het voornemen. Het betreft onder andere het Besluit gemeentelijke herindeling en het bestemminghsplan Hessenpoort 1. In paragraaf 3.2 zijn de uitgangspunten voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein wat verder uitgewerkt, daarnaast is in paragraaf 3.3 op hoofdlijnen aangegeven welke duurzaamheidsambitie wordt nagestreefd bij de aanleg en inrichting van het terrein.

- 16 -

·

Gemeenten gevarieerd

zorgen aanbod

gezamenlijk van

voor

een

voldoende voor

Uitgangspunten economie & bedrijvenprofiel: · Er is marktbehoefte aan een omvang van 140 hectare tot 170 hectare bruto voor Hessenpoort 2 (de uitgifteperiode is 10 jaar). · · · Hessenpoort 2 dient volgens de economische prognoses vanaf medio 2003 bebouwbaar te zijn. Hessenpoort 2 is bestemd voor (boven)regionale bedrijven met een grootschalige karakter (provinciaal, gemeentelijk). De sectoren die in aanmerking komen voor vestiging op Hessenpoort 2 zijn: Assemblage & Productie, Transport & Distributie, ICT, Groothandel, Chemie, Recycling (voorlopig wordt gedacht aan doelgroepen die passen binnen de VNG categorieën 2 t/m 5). · In regionaal verband dient afstemming van het aanbod plaats te vinden. Mobiliteit & logistiek Bij Hessenpoort 2 wordt gestreefd naar een goed en multimodaal ontsloten terrein. De bereikbaarheid (en zichtbaarheid) vanaf de A28 en de interne ontsluiting zijn van cruciaal belang voor de meeste bedrijven. Tevens is het van belang dat de extra verkeersbewegingen die gegenereerd worden door Hessenpoort 2 geen belemmeringen vormt voor de doorstroom en veiligheid op bestaande wegen.

vestigingsmogelijkheden zoveel mogelijk

bedrijven, waarbij zij elkaar aanvullen. · · · · · Bedrijventerreinen ontsloten. Bij de locatie en begrenzing dient ruimtelijke corridorvorming vermeden te worden. In alle vestigingsmilieus wordt een goede architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit gerealiseerd. Intensief ruimtegebruik is uitgangspunt (nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid). Duurzaamheid wordt in het beleid op alle schaalniveaus nagestreefd. Economie & Bedrijvenprofiel Indien er op korte termijn geen nieuwe terreinen ontwikkeld worden, zullen nieuw te vestigen bedrijven moeten uitwijken naar andere plaatsen. Zwolle dient derhalve nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen die complementair zijn aan het regionale aanbod en de gewenste bedrijven kunnen huisvesten. Wel dient het profiel van Hessenpoort 2 te passen binnen het regionale en Zwolse bedrijventerreinenpakket. worden multimodaal

- 17 -

Uitgangspunten mobiliteit en logistiek · Congestievrije en goed gedimensioneerd hoofdwegennet (snelweg A28, nationaal beleid) met goede directe aansluitingen op het landelijk hoofdwegennet en op het regionale wegennet (N34/N35), · · · · · · · Streven naar directe aansluiting op het spoorwegennet (spoorlijn Zwolle-Meppel). Een spooraansluiting moet de realisatie van een lijnwerkplaats in de toekomst mogelijk maken. Planologisch mogelijk maken en reserveren van 0,4 hectare voor laad- en losfaciliteiten voor vrachtvervoer door de lucht. Gestreefd wordt naar een duurzaam veilig bedrijventerrein en omgeving. Beheersen van de mobiliteit d.m.v. stimuleren van openbaar vervoer en vervoermanagement. Het behouden van een goede bereikbaarheid en doorgang voor omliggende landbouwfuncties Directe (brom-)fietsverbindingen creëren met de woonwijken van Zwolle en de omliggende plaatsen (Staphorst, Nieuwleusen, Dalfsen). Veiligheid Ten aanzien van de veiligheid op een terrein is het noodzakelijk goede bluswatervoorzieningen en meerdere toegangswegen te creëren. Daarnaast is het van belang dat d.m.v. functionele

segmentering potentieel (brand)gevaarlijke situaties geclusterd worden. Uitgangspunten Veiligheid: · Het terrein wordt volgens de regelgeving en wetgeving ontwikkeld en ingericht. · · · Waarborgen goede bereikbaarheid van Hessenpoort 1 en 2 voor hulpdiensten. Centrale (bluswater)voorzieningen. Een goede milieuzonering

Exploitatie Hoofddoelstelling voor Hessenpoort 2 is het creëren van werkgelegenheid voor de regio en de stad. Naast deze economische doelstelling wordt gestreefd naar een positieve financieel-economische ontwikkeling. Uitgangspunten: · De ontwikkeling van Hessenpoort 2 vindt plaats op basis van minimaal een budgettair neutrale exploitatie. · · Hanteren van marktconforme grondprijzen. Uitgegaan wordt van een exploitatieperiode van 10 jaar.

- 18 -

Natuur Een nieuw bedrijventerrein heeft altijd invloed op de (natuurlijke) omgeving. Het terrein dient daarom zowel fysiek als functioneel zo gepositioneerd te worden dat negatieve effecten op het omliggende natuurlijke landschap tot een minimum wordt beperkt. Hierbij is het uitgangspunt om bestaande natuurwaarden zoveel mogelijk te handhaven en het terrein in te passen in de natuurlijke omgeving (waaronder enkele vogelbroedgebieden en de Steenwetering). Waardevolle natuurgebieden dienen daarom ontzien te worden. Indien natuur- en landschapswaarden verloren gaan zal het wordt compensatiebeginsel gestreefd naar de worden gehanteerd. van de Daarnaast versterking

Landschap, archeologie en cultuurhistorie Het landschap van het onderzoeksgebied toont zich als een uitermate vlak en eenvormig weidegebied. De patronen van wegen, waterlopen en kavelsloten verraden echter een eeuwenlange ontwikkeling, die nu nog uitermate goed afleesbaar is. Zowel een aantal punten, lijnen als vlakken hebben cultuurhistorische waarde. Bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 in of nabij dit gebied dient rekening gehouden te worden met deze bestaande landschapsstructuur. Nieuwe wegen en waterlopen dienen geënt te worden op bestaande patronen Bovendien dient bij de locatiekeuze van Hessenpoort 2 en de inrichting, de openheid van het landschap tussen het Vechtdal en Rouveen, als onderdeel van een veel groter verband namelijk het regionale en zelfs landelijke landschapspatroon, behouden te blijven. De zandwinplas in de hoek van de A28 en de Steenwetering heeft geen grote landschappelijke- of cultuurhistorische waarde. Vanuit dit oogpunt kan de plas bij de ontwikkelingsplannen voor Hessenpoort 2 worden betrokken. Uitgangspunten: · Waardevolle gebieden ontzien. · Ontwikkeling van de Steenwetering als een ecologische en recreatieve water-as, corridor en buffergebied.

Steenwetering als een ecologisch en recreatieve water-as en als corridor en buffergebied. Ook aanwezige natuurwaarden in het Vechtdal en de Tolhuislanden dienen vooraf versterkt te worden indien Hessenpoort 2 in de nabijheid gepland wordt. Tevens zullen bestaande groenstructuren in het onderzoeksgebied van Hessenpoort, die een corridorfunctie vervullen, moeten worden doorgezet. Binnen het bedrijventerrein wordt gestreefd naar een groenstructuur die als geleding van het terrein functioneert, geënt is op de bestaande patronen van wegen en waterlopen en die de potenties van het gebied benut ten aanzien van natuurontwikkeling en recreatie.

- 19 -

·

Behoud en versterking van de aanwezige natuurwaarden in het Vechtdal, Tolhuislanden en in de Ruiten en Veenekampen.

vastgoed

en

kostenbesparing

zijn

belangrijke

economische

drijfveren die duurzaamheid tot een doel maken. In het kader van de planvorming Hessenpoort 2 wordt een separaat document opgesteld, de Nota Milieukwaliteitsplan waarin de duurzaamheidambities zijn verwoord en aan het begrip handen en voeten wordt gegeven. Hoofdthema’s binnen de Zwolsche duurzaamheidsambities zijn: · ruimte · energie · water · duurzaam bouwen · grond- en afvalstoffen Ruimte Gestreefd wordt naar efficiënt ruimtegebruik in het openbaar en privaat gebied. Voorbeelden hiervan betreffen een hoge bebouwingsdichtheid op de kavels waarbij gebruik gemaakt wordt van ruimte-intensieve bouwprincipes, hoger bouwen en in meer lagen bouwen, gezamenlijk gebruik van de ruimte, hoogspanningsleidingen onder de grond en innovatieve logistieke systemen, met andere woorden het optimaal benutten van de beschikbare ruimte.

·

Behoud van openheid van het landschap tussen het Vechtdal en Rouveen van als de onderdeel bestaande van het regionale als landschapspatroon.

· · ·

Handhaven

landschapstructuur

afspiegeling van de ontstaansgeschiedenis. Nieuwe wegen en waterlopen en buitenbegrenzing enten op bestaande landschappelijke patronen. Bouwrijp maken op een duurzame wijze / milieuvriendelijke manier, d.w.z. met behoud van het gemiddelde waterpeil en bij voorkeur met een gesloten grondbalans.

3.3 Ambitie duurzame ontwikkeling
Het begrip duurzaamheid staat in Zwolle centraal bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen, zo ook voor Hessenpoort 2. Duurzaamheid wordt daarbij opgevat als een zo 'zuiver' mogelijke afweging tussen economie, ruimte en milieu. Duurzaamheid is geen doel dat alleen vanuit milieukundig perspectief wordt nagestreefd. Ook vanuit economisch perspectief is een duurzame ontwikkeling gewenst. Continuïteit van bedrijven en bedrijventerreinen, behoud en ontwikkeling van de waarde van het

- 20 -

Energie Voor Hessenpoort 2 zal gestreefd worden naar het duurzaam en efficiënt gebruik van energie. Bij het aangeven van energieambities wordt gezocht naar het scheppen van omstandigheden waarin duurzaam energiegebruik bedrijven rationele economische voordelen oplevert. Voorbeeld van een duurzame energie maatregel in Zwolle is een energievisie, die voor het bedrijventerrein wordt opgesteld. Daarnaast wordt in ieder geval via het in het College vastgestelde windmolenproject gestreefd naar 10 megawatt windenergie op of nabij Hessenpoort 2. Water Van belang is de beheersing van de waterkwaliteit en –kwantiteit. De kwaliteit is van belang voor de natuur en de omgeving. Zuinig gebruik draagt bij aan en aan vermindering duurzaam van gebruik de van afwateringsproblematiek

Duurzaam bouwen / Grondstoffen Voor duurzaam bouwen wordt een lijst opgesteld met verplichte en facultatieve dubo-maatregelen. Het Nationaal pakket duurzaam bouwen vormt hiervoor de basis. Afvalstoffen Een bijdrage aan het zuinig gebruik van grondstoffen wordt geleverd door de afvalstroom te beperken, te hergebruiken en te stroomlijnen. Het matchen van afvalstromen tussen bedrijven wordt aangeduid als integraal ketenbeheer. Hierbij zijn voordelen voor bedrijven (lagere kosten) en milieu te behalen (zuiniger gebruik grondstoffen). Voorbeelden zijn gezamenlijke afvalcontracten, afvalpreventie, betere afvalscheiding, benutten van restafval door andere bedrijven.

grondstoffen. Voorbeelden zijn het terugdringen van drinkwater in productieprocessen, stimulering van hergebruik van afvalwater en het gebruik van regenwater, realiseren van voldoende bergingscapaciteit met een integraal water- en peilbeheer. Het streven is erop gericht niet meer water naar de omgeving af te voeren dan nodig is. Water zal nadrukkelijk medeordenend zijn bij de ruimtelijke inrichting van het terrein.

- 21 -

4

TE BESCHOUWEN ALTERNATIEVEN

eventuele

effecten

van

voltooide

of

in

uitvoering

zijnde

ontwikkelingen. Een beschrijving van deze situatie is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of, en zo ja, in welke mate er sprake is van milieueffecten door de realisatie van Hessenpoort 2. Het nulalternatief dient louter en alleen om de aard en de ernst van de effecten te kunnen voorspellen. Het is geen reële ontwikkelingsvariant.

4.1 Inleiding
Op grond van de Wet milieubeheer dienen in het kader van de milieu-effectrapportage alternatieven te worden beschreven en met elkaar vergeleken. In ieder geval betreft het een nulalternatief, dat de situatie in 2010 beschrijft als Hessenpoort 2 niet wordt ontwikkeld. Voor Hessenpoort 2 worden een Voorkeursalternatief (VKA), een Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) en een Economisch Alternatief (EA) ontwikkeld. Hierna zijn de alternatieven kort beschreven. Doordat deze alternatieven van elkaar verschillen worden kansen en beperkingen inzichtelijk en kan uiteindelijk een weloverwogen keuze worden gemaakt voor de vormgeving van Hessenpoort 2.

4.3 Economisch Alternatief
Het Economisch Alternatief zal gericht zijn op een minimalisatie van de kosten en een maximalisatie van de opbrengsten. Aspecten die in dit alternatief uitgewerkt worden zijn onder andere optimaal grondgebruik en intensief ruimtegebruik.

4.4 Meest Milieuvriendelijk Alternatief 4.2 Nulalternatief
Het nulalternatief betreft de situatie in 2010 als Hessenpoort 2 niet wordt gerealiseerd, waarbij wel rekening wordt gehouden met Het Meest Milieuvriendelijk Alternatief is gericht op een optimaal behoud en waar mogelijk versterking van natuuren landschapswaarden. Daarnaast bevat het maatregelen die gericht zijn op een mitigatie en waar relevant compensatie van negatieve milieu-effecten.

- 22 -

4.5 Voorkeursalternatief
Het voorkeursalternatief bevat de ingrediënten uit het Meest Milieuvriendelijk Alternatief en het Economisch Alternatief. Dit voorkeursalternatief wordt vervolgens uitgewerkt tot een stedenbouwkundig plan en tenslotte een bestemmingsplan. In het kader van de effectbeschrijving wordt het

In het Milieu-effectrapport zal worden weergegeven op welke wijze dit proces is verlopen.

voorkeursalternatief vergeleken met de referentiesituatie (het nulalternatief).

4.6 Werkwijze bij samenstellen alternatieven
Op dit moment is nog niet exact aan te geven op welke wijze de alternatieven - en daarmee de hoofdplanstructuur van Hessenpoort 2 - zal worden ontwikkeld. Zeker is dat de milieu-effectrapportage parallel loopt aan de bestemmingsplanprocedure, waardoor beide rapporten in wisselwerking met elkaar kunnen worden opgesteld. Het milieu-effectenonderzoek toeleverend en is gedurende het planproces van aard. enerzijds anderzijds toetsend

Toeleverend wanneer het uitgangspunten en handgrepen kan aanreiken voor de plannen, toetsend wanneer het planonderdelen kan beoordelen en zonodig kan bijsturen.

- 23 -

5

DE EFFECTBESCHRIJVING

Duurzaam bouwen · materiaalgebruik energiegebruik en energievoorziening ·

5.1 Inleiding
Een belangrijk onderdeel van de milieu-effectrapportage is de effectbeschrijving van de alternatieven. Het nulalternatief vormt hierbij het referentiekader. Op basis van de effecten worden de alternatieven vergeleken. De effecten worden per milieu-aspect geanalyseerd, waarbij de volgende indeling wordt voorgesteld: Natuurlijk milieu · · · landschap, archeologie en cultuurhistorie bodem en water flora en fauna

Ruimtegebruik · relatie met overige ruimtelijke ontwikkelingen en functies in het gebied In het MER zal de effectbeschrijving, waar mogelijk, met kwantitatieve gegevens onderbouwd worden. Indien het niet mogelijk is de effecten te kwantificeren of een normering ontbreekt waaraan getoetst kan worden, is de beschrijving kwalitatief. Naast de omvang en de ruimtelijke spreiding van de effecten wordt aangegeven van welke aard zij zijn (tijdelijk dan wel permanent, omkeerbaar of niet omkeerbaar, korte of lange termijn) en of er eventueel cumulatie kan optreden. De beschrijving wordt voor elk aspect afgerond met een samenvattende waardering in een tabel en met een conclusie. Onzekerheden en onnauwkeurigheden in de voorspellingsmethoden en in de gebruikte gegevens worden vermeld. Hierna is op hoofdlijnen aangegeven welke effecten per aspect worden beschouwd in het MER.

Woon- en leefmilieu · · · · · verkeer en vervoer geluid en trillingen lucht licht externe veiligheid

- 24 -

5.2 Landschap, archeologie en cultuurhistorie
In het MER wordt een beschrijving opgenomen van het huidige landschap, geomorfologie, cultuurhistorie en eventuele archeologische vondsten. Bij de beschrijving van de kenmerken van het huidige landschap zal de opbouw hiervan en met name de ruimtelijke samenhang en de hoofdstructuur aan de orde komen. De visueel-ruimtelijke componenten van het landschap worden beschreven in termen als openheid, doorzicht, reliëf en kleinschaligheid. Realisering van een bedrijventerrein heeft effecten op de geomorfologie en de huidige landschappelijke structuur en relaties in het gebied. Het open, agrarische gebied zal na realisering van Hessenpoort 2 veranderen in een gedeeltelijk bebouwd oppervlak. Visuele relaties zullen onder invloed van de vestiging van bedrijfsgebouwen en de terreininrichting worden aangetast; bestaande zichtlijnen zullen worden onderbroken. De mate van deze effecten is afhankelijk van de landschappelijke inpassing van het bedrijfsterrein.

5.3 Bodem en water
Met betrekking tot de bodem zullen de ingrepen direct samenhangen met de graafwerkzaamheden voor de aanleg van (ondergrondse) infrastructuur voor het bedrijventerrein. Voor wat betreft het aspect water wordt enerzijds het grond- en oppervlaktewater in het gebied beschouwd. Ook het waterbeheer binnen bedrijventerrein Hessenpoort 2 zal aan de orde komen. Het stedelijk waterbeheer dient te voldoen aan de principes van duurzaamheid en integraal waterbeheer. Hierbij wordt geduid op een beheer met aandacht voor het sluiten van kringlopen en het toezien op continuering van landschappelijke en ecologische waarden. In de Vierde Nota Waterhuishouding is onder meer nadruk oppervlak gelegd en het op de waterketen, van de bevordering planning van van de waterbesparing, hergebruik van water, afkoppeling van verhard afstemmen verstedelijking op ecologische, hydrologische aspecten en op belevingswaarde.

- 25 -

5.4 Ecologie
Aan de hand van de in het studiegebied voorkomende flora en fauna, die in verband worden gebracht met de kenmerken van het gebied, zal een beschrijving van de planten- en dierenwereld worden gegeven waarbij met name aandacht besteed zal worden aan de aanwezige weidevogels ten noorden van Hessenpoort 1. De beïnvloeding van de flora en fauna vindt enerzijds plaats door het fysieke ruimtebeslag van het terrein en activiteiten. Anderzijds vindt beïnvloeding plaats door verstoring en

5.5 Verkeer en vervoer
Centrale thema’s in het verkeers- en vervoersbeleid zijn sturing van de mobiliteit waarbij het openbaar vervoer een reëel alternatief moet zijn voor de auto en een substantiële verhoging van de verkeersveiligheid. De effectbeschrijving in het Milieu-effectrapport zal hoofdzakelijk gebaseerd zijn op de volgende drie aspecten: De wijze waarop de mobiliteit wordt beïnvloed De ontsluiting en de bereikbaarheid van Hessenpoort 2 is een belangrijk item. Hessenpoort 2 is een C-locatie. Dergelijke terreinen hebben over het algemeen een goede bereikbaarheid via het hoofdwegennet, maar zijn minder goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Dit wil echter niet zeggen dat er geen ambitie kan worden geformuleerd voor de bereikbaarheid en sturing van de mobiliteit. In de milieu-effectrapportage zal hierover een duidelijke visie moeten worden neergezet: op welke wijze kan de locatie een bijdrage leveren aan de beperking van de mobiliteit en het bevorderen van het openbaar vervoer en het gebruik van de fiets? In de effectbeschrijving zal voor zover relevant aandacht worden besteed aan de volgende aspecten: · · het aantal motorvoertuigen in het plan- en studiegebied het totaal aantal kilometers in Hessenpoort 2

versnippering van het leefgebied van de flora en fauna. De effecten op flora en fauna zijn permanent. Afhankelijk van de opzet van het plan kan – tot op zekere hoogte – sprake zijn van mitigatie of compensatie. In de effectbeschrijving zal veel aandacht worden geschonken aan de wijze waarop de planopzet mogelijkheden biedt voor een duurzaam ecologisch systeem. Er kan bijvoorbeeld worden aangesloten op ecologische structuren in de omgeving zodat bestaande waardevolle elementen worden behouden en / of versterkt.

- 26 -

·

de vervoerswijzekeuze

5.6 Geluid en trillingen
Centraal thema in het geluidshinderbeleid is het terugdringen van het aantal geluidgehinderden en de geluidsbelasting op gevoelige bestemmingen. Met uitzondering van de geluidhinder die optreedt tijdens de aanleg, treden alle effecten in relatie tot geluid op in de gebruiks- en beheersfase. Het betreft: Geluidshinder van de activiteiten op het bedrijventerrein De geluidsbelasting van de verschillende cumulatief worden bepaald, waarna de geluidsgevoelige objecten zal worden bepaald. Wegverkeerslawaai In het kader van de milieu-effectrapportage zal het studiegebied worden bepaald. Het betreft dan alle wegen waarop ten gevolge van de aanleg van Hessenpoort 2 de intensiteiten met meer dan 30% toenemen dan wel met meer dan 20% afnemen. Een dergelijke toe- of afname is ongeveer gelijk aan een verandering van 1 dB(A). De geluidsbelasting op de gevoelige bestemmingen aan deze wegen zal in beeld worden gebracht. Trillingen Op de wegen van het plan- en studiegebied zal worden aangegeven of er voor bebouwing sprake kan zijn van inrichtingen immissie zal op

De wijze waarop invulling wordt gegeven aan duurzaam veilig Verkeersonveiligheid manifesteert zich met name bij conflicten tussen auto’s enerzijds en fietsers en voetgangers anderzijds. Deze conflicten doen zich zowel voor op wegvakken waar autoverkeer en langzaam verkeer zich in dezelfde richting bewegen als op plaatsen waar zij elkaar kruisen. Uitgangspunt bij de vormgeving van de infrastructuur is een opbouw volgens het principe ‘Duurzaam Veilig’. In het Milieu-effectrapport zal worden aangegeven in hoeverre hieraan wordt voldaan. Verkeersafwikkeling Uitgangspunt bij de ontwikkeling van Hessenpoort 2 is een congestievrije verkeersafwikkeling op de wegvakken en de kruispunten, zowel in Hessenpoort 2 als op het hoofdwegennet. Het doorgaand verkeer maakt hierbij geen gebruik van het interne wegenstelsel. Het effect wordt in beeld gebracht door: · · de mate waarin het verkeer adequaat kan worden afgewikkeld. mogelijke sluiproutes

- 27 -

trillinghinder. Hiervoor wordt een toetsafstand van 50 meter gehanteerd.

5.9 Externe veiligheid
De externe veiligheid geeft aan hoe groot de kans is dat een omwonende van Hessenpoort 2 betrokken raakt bij een ongeval. Meerdere bronnen zijn bepalend voor deze kans, te weten: · · · · Kabels en leidingen (bestaande trafostation); Vervoer van gevaarlijke stoffen; Stationaire installaties; Aard van de bedrijvigheid (opslag gevaarlijke stoffen).

5.7 Licht
Indien bedrijven ook ’s avonds en ’s nachts in gebruik zijn, zal het terrein kunstmatig verlicht moeten worden. De planontwikkeling zal er rekening mee houden dat eventuele lichthinder voor gevoelige bestemmingen tot een minimum wordt beperkt. In het MER zal worden aangegeven in hoeverre men hierin is geslaagd.

In de milieu-effectrapportage worden de risico’s berekend.

5.8 Lucht
De kwaliteit van de lucht kan veranderen door de uitstoot van stoffen als CO2, CO en NO2. Bronnen zijn het verkeer en de uitstoot van bedrijven. Gezien de bedrijfstypologie en de hoeveelheid extra verkeer is het niet de verwachting dat op grote schaal luchtverontreinigende stoffen worden geëmiteerd. Er wordt daarom vooralsnog vanuit gegaan dat eventuele effecten op een kwalitatieve wijze kunnen worden beschouwd.

5.10 Duurzaam bedrijventerrein
In het MER zal worden beschreven in hoeverre in de alternatieven invulling is gegeven aan het duurzaam zijn: · · · · In hoeverre is sprake van een duurzame energievoorziening Welke maatregelen zijn genomen om de energievraag te beperken Wordt er gewerkt met een gesloten grondbalans bij het bouwrijpmaken In hoeverre worden secundaire grondstoffen ingezet ontwikkelen van Hessenpoort 2. Aspecten die onder andere worden beschreven

- 28 -

·

In

hoeverre

is

aandacht

besteed

aan

duurzaam

materiaalgebruik voor de bebouwde omgeving. De effectbeschrijving zal zich beperken tot het niveau van een globaal bestemmingsplan. Daarnaast zullen aanbevelingen voor de verdere planvorming worden gegeven. Deze zullen verder worden uitgewerkt in de nota Milieukwaliteitsplan Hessenpoort 2.

5.11 Ruimtegebruik
De effecten op het ruimtegebruik ontstaan doordat andere functies plaats moeten maken voor het bedrijventerrein of dat deze worden beïnvloed. Het gaat dan met name om de agrarische functie die moet wijken. In de Milieu-effectrapportage zal in kwantitatieve zin het verlies aan bestaande functies inzichtelijk worden gemaakt.

- 29 -

6

DE PROCEDURES

Is het MER gereed, dan wordt het door de initiatiefnemer officieel aan het bevoegd gezag aangeboden en beoordeeld op volledigheid en kwaliteit, rekening houdend met de richtlijnen. Als het bevoegd gezag het MER aanvaardbaar acht, wordt het MER samen met het voorontwerp-bestemmingsplan bekendgemaakt en ter inzage gelegd. In deze fase wordt gelegenheid tot inspraak gegeven. Tot 4 weken na de publicatie is iedereen in de gelegenheid in te spreken op de kwaliteit van het MER en op het voorontwerp-bestemmingsplan. Op grond van artikel 10 Bro plegen Burgemeester en Wethouders bij de voorbereiding van het ontwerp-bestemmingsplan (waar nodig) overleg met betrokken gemeenten en rijks- en provinciale diensten en wordt het plan ter beoordeling bij de Provinciaal Planologische Commissie gelegd. Tevens wordt het MER in deze periode ter toetsing aangeboden aan de Commissie-m.e.r. en de wettelijke adviseurs. De Commissie heeft tot vijf weken na sluiting van de inzagetermijn of, indien deze later is, tot een maand na het tijdstip waarop de openbare zitting is gehouden, de tijd om haar oordeel te geven in de vorm van een toetsingsadvies. De Commissie betrekt in haar advies de richtlijnen van het bevoegd gezag en ingediende adviezen en opmerkingen.

6.1 Ruimtelijke procedures
Volgens de Wet milieubeheer verdient het sterk de voorkeur om de ruimtelijke en milieuprocedures parallel te schakelen. De milieu-effectrapportage zal gekoppeld worden aan het opstellen van het bestemmingsplan voor Hessenpoort 2.

6.2 De MER procedure
De formele start van de m.e.r.-procedure vindt plaats door openbare kennisgeving van deze startnotitie in de Staatscourant en de regionale dag- en weekbladen. Vervolgens ligt de startnotitie gedurende 4 weken ter inzage. Binnen 9 weken brengt de Commissie voor de milieueffectrapportage een advies voor richtlijnen voor het MER uit. Vervolgens zal het bevoegd gezag de richtlijnen vaststellen. Aan de hand van de richtlijnen wordt door de initiatiefnemer het MER opgesteld. Gelijktijdig wordt het voorontwerp-bestemmingsplan opgesteld. Er zal hierbij een sterke wisselwerking plaatsvinden tussen de opsteller van het MER en van het bestemmingsplan. Bovendien is er sprake van een efficiënte tijdsplanning.

- 30 -

Nadat de overleg- en inspraakreacties en adviezen over het MER en het voorontwerp-bestemmingsplan zijn binnengekomen, gaat het bevoegd gezag na in hoeverre deze gevolgen dienen te hebben voor de inhoud van het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens gedurende 4 weken ter inzage gelegd. De van gemeenteraad de termijn beslist van de over de vaststelling Het van door het de

Milieueffectrapportage (m.e.r.)
Termijnen Initiatiefnemer/ Bevoegd gezag Anderen Initiatiefnemer/ Bevoegd gezag

Bestemmingsplan
Anderen Termijnen

Startnotitie

Bekendmaking

4 wkn

Inspraak/ advies Advies richtlijnen Cmer

5 wkn

bestemmingsplan binnen 8 weken of uiterlijk 4 maanden na afloop terinzagelegging. gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan wordt vervolgens gedurende 4 weken ter inzage gelegd. Gedeputeerde Staten beslissen over goedkeuring binnen 12 weken of uiterlijk 6 maanden na de terinzagelegging van het bestemmingsplan. Tot slot kan gedurende een periode van 6 weken nog beroep tegen het bestemmingsplan worden ingesteld.

4 wkn (+max. 8 wkn)

Richtlijnen Opstellen voorontwerpbestemm.plan

Opstellen MER

Bekendmaking MER Inspraak/ advies 4 wkn

Bekendmaking voorontw. bp. Inspraak en Overleg art. 10 Bro 4 wkn

5 wkn

Toetsingsadvies Cmer

Verwerking inspraakreacties Advies PPC

6 mnd

Terinzagelegging ontwerp bestemm.plan Vaststelling bestemmingsplan Terinzagelegging vastgesteld plan

4 wkn

4 mnd

4 wkn

Goedkeuring GS

6 mnd

Terinzagelegging goedgek. plan Evaluatie milieugevolgen Beroep bij Raad v State

6 wkn

- 31 -

6.3 Hoe kunt u reageren?
Inspraakreactie U kunt vanaf pm tot pm uw inspraakreactie sturen aan het bevoegd gezag: Gemeenteraad van Zwolle P/a Gemeente Zwolle Afdeling Stad en Landschap Team Juridische Planologie 8000 GA ZWOLLE Postbus 10007 Telefoon: 038-4983271 Bezoekadres: Lübeckplein 2

Daarnaast kunt u de startnotitie-MER en de plannen inzien in de gemeentewinkel van Zwolle. Diezerstraat 82, Zwolle

Informatie Indien u informatie wilt over de milieu-effectrapportage of over de plannen voor Hessenpoort 2 kunt u zich schriftelijk of telefonisch wensen tot de initiatiefnemer: College van B&W van Zwolle P/a Gemeente Zwolle

Eenheid Ontwikkeling Afdeling Projectontwikkeling
Postbus 10007 8000 GA ZWOLLE

- 32 -

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden., Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
-1-