Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 7 maart 2007 / rapportnummer 1791-62

Gemeenteraad van Rijssen-Holten Postbus 244 7460 AE RIJSSEN

uw kenmerk TH061220A onderwerp Toetsingsadvies over het MER Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten

uw brief 20 december 2006 doorkiesnummer (030) 234 76 03

ons kenmerk 1791-63/Mn/eh Utrecht, 7 maart 2007

Geachte raad, Met bovengenoemde brief stelde u de Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) in de gelegenheid een toetsingsadvies uit te brengen over een milieueffectrapport (MER) ten behoeve van de besluitvorming over Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten. Overeenkomstig artikel 7.26 van de Wet milieubeheer (Wm) bied ik u hierbij het advies van de Commissie aan. De Commissie hoopt met haar advies een constructieve bijdrage te leveren aan de besluitvorming. Zij zal graag vernemen hoe u gebruik maakt van haar aanbevelingen. Dit houdt in dat de Commissie graag het (ontwerp)besluit en de evaluatiedocumenten krijgt toegestuurd. Hoogachtend,

dr. D.K.J. Tommel Voorzitter van de werkgroep m.e.r. Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten

Postadres Bezoekadres

Postbus 2345 3500 GH UTRECHT Arthur van Schendelstraat 800 Utrecht

telefoon (030) 234 76 66 telefax (030) 233 12 95 e-mail mer@eia.nl website www.commissiemer.nl

Advies over het milieueffectrapport Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten

Advies over het milieueffectrapport over Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten, uitgebracht aan de Gemeenteraad van Rijssen-Holten door de Commissie voor de milieueffectrapportage; namens deze de werkgroep m.e.r. Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten, de secretaris de voorzitter

drs. R. Meeuwsen Utrecht, 7 maart 2007

dr. D.K.J. Tommel

INHOUDSOPGAVE
1. 2. 3. INLEIDING ....................................................................................... 1 OORDEEL OVER HET MER .............................................................. 2 2.1 3.1 3.2 3.3 3.4 Algemeen ........................................................................................ 2 Behoefteraming............................................................................... 2 Locatiekeuze ................................................................................... 3 Inrichtingsmodellen........................................................................ 3 Overige opmerkingen ...................................................................... 4 TOELICHTING OP HET OORDEEL EN AANBEVELINGEN................... 2

BIJLAGEN
1. Brief van het bevoegd gezag d.d. 20 december 2007 waarin de Commissie in de gelegenheid wordt gesteld om advies uit te brengen 2. Kennisgeving in het Rijssens Nieuwsblad d.d. 27 december 2006 3. Projectgegevens 4. Lijst van inspraakreacties en adviezen

1.

INLEIDING
De gemeente Rijssen-Holten is voornemens een bedrijventerrein te ontwikkelen nabij de kern van Holten en de A1. De omvang van het bedrijventerrein is ongeveer 72 hectare, met een netto oppervlakte van 51,5 hectare. Voor dit voornemen wordt een structuurplan voorbereid. Gekoppeld aan de voorbereiding van het Structuurplan is een plan-milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het bedrijventerrein komt nabij de afrit Lochem/Holten van de A1 en direct ten westen van de provinciale weg N332 tussen Lochem en Raalte te liggen en is bestemd voor lokale bedrijven. Het college van burgemeester en wethouders bereidt het structuurplan voor, de gemeenteraad stelt het structuurplan vast. Bij brief van 18 december 20061 heeft de gemeenteraad van Rijssen-Holten. de Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het opgestelde MER. Het MER is op 18 december 2006 ter inzage gelegd2. Het advies is opgesteld door een werkgroep van de Commissie voor de m.e.r.3 De werkgroep treedt op namens de Commissie voor de m.e.r. en wordt verder in dit advies 'de Commissie' genoemd. De Commissie heeft kennis genomen van de inspraakreacties en adviezen4, die zij van het bevoegd gezag heeft ontvangen. In dit advies verwijst de Commissie naar een reactie wanneer deze naar haar oordeel:  informatie bevat over een essentiële tekortkoming in het MER, waarvoor de Commissie adviseert een aanvulling op het MER op te stellen alvorens de besluitvorming doorgang kan vinden;  informatie bevat over de inhoud van het MER die van belang is voor de besluitvorming en waarover zij een aanbeveling doet in het advies. De Commissie heeft de volgende documenten bij de toetsing Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek bekeken:  Deel A: Structuurplan Lokerbroek;  Deel B: Milieurapport plan-m.e.r. Structuurplan Lokerbroek;  Deel C: Waterstructuurplan Lokerbroek;  Deel D: Bijlagen Structuurplan Lokerbroek;  Contra-expertise behoefteraming bedrijventerrein Lokerbroek. Bureau Louter, november 2006. De Commissie heeft de volgende aanvullende informatie aan de gemeente gevraagd en ontvangen:  Reactie op Behoefteberekening bedrijventerrein/rapport Milieudefensie & Louter. Gemeente Rijssen-Holten, 28 februari 2007;  Informatie verkeer en vervoer. Ontvangen op 1-3-2007;  Informatie calamiteitenroutes en topografische kaart studiegebied. Ontvangen op 22-2-2007.

1 2 3 4

Zie Zie Zie Zie

bijlage bijlage bijlage bijlage

1. 2. 3 voor de samenstelling van de werkgroep en andere projectgegevens. 4 voor een lijst hiervan.

1

2.
2.1

OORDEEL OVER HET MER
Algemeen
Aanvullende informatie Tijdens de toetsing heeft de Commissie aanvullende informatie aan de initiatiefnemer gevraagd. Het betrof een toelichting op de ontsluiting van het bedrijventerrein bij calamiteiten, een toelichting op de verkeers- en vervoerscijfers en een goede topografische kaarten met daarop de in het MER gebruikte namen. Daarnaast heeft de Commissie een reactie aan de gemeente gevraagd op het rapport ‘Contra-expertise behoefteraming bedrijventerrein Lokerbroek’. De Commissie heeft deze informatie ontvangen en meegenomen bij het opstellen van dit toetsingsadvies. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de ontvangen informatie over de behoefteraming, de calamiteitenroutes en verkeer en vervoer. De Commissie is van oordeel dat de essentiële informatie in het MER, gezien in samenhang met de aanvullende informatie, aanwezig is. Het MER geeft een goede beschrijving van de inrichtingsmodellen voor de locatie Lokerbroek en van de effecten daarvan op het milieu. Er is daardoor goede en bruikbare informatie beschikbaar gekomen om het milieubelang een volwaardige plaats te kunnen geven in de besluitvorming. De Commissie vindt de effectbeschrijving van geluid, lucht, externe veiligheid, water, natuur, archeologie en landschap helder en waardevol bij het nemen van het besluit.

3.
3.1

TOELICHTING OP HET OORDEEL EN AANBEVELINGEN
Behoefteraming
Het MER gaat uit van een ruimtebehoefte gebaseerd op een onderzoek uit 2003. In dit onderzoek is gekeken naar beschikbare ruimte in de gemeente en uitgegaan van intensief ruimtegebruik op het nieuwe terrein. Op basis van dit onderzoek is er vraag naar 72 hectare bruto bedrijventerrein voor bedrijven uit de gemeente. Het MER geeft echter niet aan of dit onderzoek uit 2003 nog actueel is en op welke aannames dit onderzoek is gebaseerd5. In haar reactie op het rapport van Louter onderbouwt de gemeente haar behoefteraming. Op basis daarvan acht de Commissie een vraag naar 72 hectare (bruto) niet onaannemelijk. ■ De Commissie adviseert om bij het opstellen van het bestemmingsplan de behoefteraming te actualiseren.

5

Zie ook bijlage 4 inspraakreacties 1,3,5,7,8,9 en 13 waarin wordt aangegeven dat de behoefteraming niet meer actueel is en is gebaseerd op verkeerde aannames. Een aantal inspraakreacties verwijst naar een contraexpertise van bureau Louter in opdracht van Milieudefensie waarin wordt ingegaan op de behoefteraming van de gemeente en een behoefteraming wordt uitgevoerd die uitkomt op een vraag van maximaal 25 hectare. De Commissie heeft kennis genomen van dit rapport en de gemeente gevraagd om een reactie op deze contraexpertise.

2

3.2

Locatiekeuze
Het MER geeft aan dat op basis van eerder uitgevoerde locatiestudies6 binnen de gemeentegrenzen van Rijssen-Holten het zoekgebied is ingeperkt tot de zone ten zuidwesten van Holten. Dit zoekgebied is ingedeeld in vijf zones waarvan Lokerbroek en Holterbroek (Vletgaarsmaten 3) uiteindelijk verder zijn vergeleken. Op basis van een multicriteria-analyse concludeert de initiatiefnemer dat Lokerbroek de meest geschikte locatie is voor een bedrijventerrein van 72 hectare. De Commissie constateert dat er goede informatie in de locatieafweging is gebruikt en dat werkwijze en overwegingen transparant zijn. De Commissie acht de keuze voor Lokerbroek daarmee inzichtelijk gemaakt.

3.3

Inrichtingsmodellen
De initiatiefnemer is erin geslaagd om vanuit de thema’s water, natuur en landschap en cultuurhistorie onderscheidende modellen te maken voor de inrichting van het bedrijventerrein. ■ De Commissie adviseert om deze informatie te gebruiken bij de uitwerking van het bestemmingsplan en voor het natuuraspect te denken aan de natuurlijke ontwikkelingspotenties van het gebied, in aansluiting op de fysieke omstandigheden van het gebied (bijvoorbeeld broekbos in de kwel- en inundatiezone). Duurzaamheid In het MER en het structuurplan ontbreken uitgangspunten voor de duurzame inrichting en het intensief ruimtegebruik. Het MER verwijst naar gemeentelijke beleidsdoelstellingen, maar een concrete uitwerking hiervan ontbreekt. De effectbeschrijving gaat ook niet in op de aspecten duurzaamheid en ruimtegebruik. Tevens verwijst het MER naar de provinciale doelstellingen voor duurzame bedrijventerreinen in 2020, maar dit is niet doorvertaald naar randvoorwaarden voor het initiatief. ■ De Commissie adviseert in de uitwerking van het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein de aspecten duurzaamheid en intensief ruimtegebruik concreet uit te werken in een programma van eisen. Calamiteitenroutes In de ontwerpeisen wordt gesteld dat naast de hoofdontsluiting het terrein minstens over twee extra calamiteiten ontsluitingen moet beschikken. Het MER geeft aan dat alleen inrichtingsmodel C over calamiteitenroutes beschikt en dat op basis van deze uitgangspunten model A en B niet geschikt zijn. Onduidelijk is of de bestaande fietsroutes die worden ingericht als calamiteitenroute hier wel geschikt voor zijn. De Commissie heeft om een toelichting gevraagd.

6

De volgende documenten zijn als achtergrondinformatie naar de Commissie toegestuurd en meegenomen bij het opstellen van dit advies: - Locatieonderzoek bedrijventerreinlocaties, BRO, 14 oktober 2003; - Locatieonderzoek nieuw bedrijventerrein, BRO januari 2006; - Locatieonderzoek nieuw bedrijventerrein bijlage: analyse, BRO januari 2006; - Locatieonderzoek nieuw bedrijventerrein kaartenbijlage, BRO januari 2006; - Ruimtebehoefte bedrijven in de gemeente Rijssen-Holten, Stogo april 2003; - Visie Bedrijventerreinen, Takkenkamp maart 2005.

3

De initiatiefnemer heeft aangegeven dat het terrein Lokerbroek wordt omsloten door de Doorlopendedijk aan de oostzijde, de Oude Stationsweg aan de westzijde en de Larenseweg aan de zuidzijde. De twee geprojecteerde calamiteitenontsluitingen aan de noordzijde op de Doorlopendedijk en de Oude Stationsweg, alsmede de ontsluiting op de Larenseweg, gaan over bestaande goede landbouwwegen. Deze wegen worden momenteel gebruikt door (zwaar) landbouwverkeer (40-tons vrachtwagens) voor aan- en afvoer van veevoeder, landbouwproducten en vee. De wegen zijn onlangs nog voorzien van bermverstevigingen in de vorm van grasstenen. Deze wegen zullen niet worden verwijderd of veranderd bij de aanleg van het bedrijventerrein. De wegen zijn wel bedoeld voor langzaam verkeer en calamiteitenontsluiting, maar behouden hun huidige technische kwaliteiten en blijven ook berekend op zwaar transport ten behoeve van de blijvende agrarische bedrijven die aan de genoemde wegen gelegen zijn. Naar overtuiging van de gemeente zijn deze wegen beslist berekend op het gebruik door hulpdiensten in de vorm van brandweerwagens van 25 ton of meer. Ook ambulances kunnen elkaar op deze wegen probleemloos passeren. Op basis van deze informatie en de informatie uit het MER constateert de Commissie dat model A en B door eenvoudige aanpassingen ook op de calamiteitenroutes zijn aan te sluiten en dat de verschillen tussen de modellen op het gebied van verkeer minder groot zijn dan in het MER wordt gesteld. ■ De Commissie adviseert de informatie over de calamiteitenroutes mee te nemen in de besluitvorming. Fasering Uit het MER wordt niet duidelijk wanneer het bedrijventerrein wordt aangelegd en of dit gefaseerd gebeurt. De fasering van de aanleg van bedrijven op het terrein kan invloed hebben op het ruimtegebruik, de inrichting en de milieuhinderzones. Uit de reactie van STOGO op het rapport Louter blijkt dat het gezien de onzekerheidsmarges in de behoefteraming en de risico’s op ‘planuitval’ bij bijvoorbeeld de uitbreiding bij Vletgaarsmaten, het raadzaam is de fasering en definitieve omvang van Lokerbroek hierop af te stemmen. ■ De Commissie adviseert in het bestemmingsplan aan te geven hoe de fasering verloopt en bij de verdere uitwerking, inrichting en gronduitgifte rekening te houden met de invloed van gefaseerde aanleg.

3.4

Overige opmerkingen
Beleidskaders In het MER ontbreekt een beschrijving van het beleid uit de Nota Mobiliteit. Het provinciaal beleid en het waterschapsbeleid7 zijn in het MER niet vertaald naar doelstellingen en randvoorwaarden die bepalend zijn voor het initiatief. ■ De Commissie adviseert om deze beleidskaders en de daaruit voortvloeiende randvoorwaarden in de uitwerking van het bestemmingsplan verder uit te werken.

7

Zie bijlage 4 inspraakreactie 15 die aangeeft dat op grond van de waterhuishoudkundige toestand ontwikkeling van een bedrijventerrein in Holterbroek, en met name de locatie Lokerbroek, niet gewenst is.

4

Verkeer en vervoer In het MER is beschreven hoe het terrein zal worden ontsloten, welke intensiteiten op de belangrijkste ontsluitingswegen en de A1 per etmaal in 2020 zullen optreden en welke I/C-verhoudingen dat op etmaalbasis zal opleveren. Op basis daarvan wordt geconstateerd dat een voldoende vlotte verkeersafwikkeling wordt gewaarborgd, terwijl deze informatie niets zegt over de werkelijke afwikkelingskwaliteit van de wegen De Commissie heeft gevraagd om de I/C-verhoudingen voor het drukste uur op de dag te geven, omdat dit maatgevend is en bepaalt of het verkeer kan worden afgewikkeld. Daarnaast wordt in het MER gebruik gemaakt van gegevens uit gemeentelijke en provinciale modellen om de verkeersgegevens te presenteren. De Commissie heeft gevraagd het cijfermatige verschil aan te geven tussen deze modellen. Liggen de cijfers van de provincie voor 2006 en 2010 hoger of lager dan wat er in het gemeentelijk model zit? Kan er een toelichting en onderbouwing worden gegeven van de gegevens die in het MER zijn gebruikt? De Commissie heeft op deze vragen reactie van de gemeente ontvangen, maar constateert dat de vragen hiermee niet zijn beantwoord. De Commissie beschouwt de informatie over verkeer en vervoer echter niet als essentieel in de besluitvorming, omdat deze niet onderscheidend is voor de locatiekeuze. ■ De Commissie adviseert bij de verdere uitwerking in het kader van het bestemmingsplan de verkeersontsluiting nader te onderbouwen met capaciteitsberekeningen op basis van I/C-verhoudingen voor het maatgevend spitsuur. Dit geldt met name voor de N332, onder meer nabij de aansluiting op de A1 en voor de aansluiting van het bedrijfsterrein. Werk dit uit op basis van de daarvoor geschikte methodiek (inclusief de bijbehorende vormgeving). ■ Voorts adviseert de Commissie bij deze uitwerking eveneens aan te geven voor welke berekeningen welk verkeersmodel is gebruikt: het provinciaal of het gemeentelijk model en aan te geven, welk basisjaar voor het verkeersmodel is gehanteerd en op welke wijze het basisjaar van het verkeersmodel tot stand is gekomen. Gebruikelijk daarvoor zijn gegevens voor een spitsperiode voor een gemiddelde werkdag (in voorof najaar). ■ Ten slotte adviseert de Commissie aan te geven, welke snelheid voor de berekeningen van wegverkeerslawaai is gebruikt, dit gelet op de functie van de wegen, zoals de Larenseweg en de N332 (GOW-B 60 km/h resp GOW-A of autoweg, dus met 80 of 100 km/h in plaats van 70 km/h). Motorcrossterrein Op bladzijde 3 van het structuurplan (deel A) is sprake van een eventueel te vestigen motorcrossterrein op Lokerbroek. In het MER is deze optie niet nader uitgewerkt. ■ De Commissie adviseert deze optie in aanvulling op het MER nader uit te werken of bij het besluit uit het plan te verwijderen, aangezien een motorcrossterrein een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit kan zijn. Water Het MER geeft aan dat de locatie Lokerbroek vanuit waterhuishoudkundig oogpunt niet de meest voor de hand liggende locatie is. De Commissie constateert dat in de inrichtingsmodellen ruim aandacht wordt besteed aan de effecten op water. Ondanks de waterhuishoudkundig ongunstige ligging van Lokerbroek kan het waterschap instemmen met de voorgestelde maatregelen

5

(ophoging, vasthouden en berging in het plangebied) en verzoekt deze op te nemen in het bestemmingsplan8. ■ De Commissie adviseert om in het bestemmingsplan de waterhuishoudkundige maatregelen verder uit te werken en financieel te verankeren. Regel daarbij ook het beheer en onderhoud van deze maatregelen. Natuur De Commissie acht voldoende onderbouwd dat er geen effecten te verwachten zijn op Natura 2000-gebieden Sallandse heuvelrug en De Borkeld. Gezien de afstand en gelet op het type bedrijven (categorie 1-4) en de emissies daarvan, zijn effecten niet te verwachten. Externe veiligheid Het MER stelt dat voor externe veiligheid de PR-contour van 10-6 binnen de terreingrenzen van de individuele bedrijven moet liggen. Deze voorgestelde maatregelen zijn erg strikt en kunnen intensief ruimtegebruik belemmeren, doordat voor uitvoering ervan grote kavels nodig zijn. ■ De Commissie adviseert om deze strikte veiligheidseis los te laten op het moment dat er geen direct veiligheidsbelang mee wordt gediend.

8

Zie bijlage 4 inspraakreactie nummer 15.

6

BIJLAGEN bij het toetsingsadvies over het milieueffectrapport Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten

(bijlagen 1 t/m 4)

BIJLAGE 1
Brief van het bevoegd gezag d.d. 20 december 2006 waarin de Commissie in de gelegenheid wordt gesteld om advies uit te brengen

BIJLAGE 2
Kennisgeving van het voorontwerp structuurplan in het Rijssens Nieuwsblad d.d. 27 december 2006

BIJLAGE 3
Projectgegevens Initiatiefnemer: College van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten Bevoegd gezag: Gemeenteraad van Rijssen-Holten Besluit: structuurplan Activiteit: Opstellen van een structuurplan ten behoeve van de aanleg van een circa 72 hectare groot bedrijventerrein. Procedurele gegevens: verzoek om advies: 14 juli 2006 advies uitgebracht: 22 augustus 2006 kennisgeving plan-mer: 20 december 2006 toetsingsadvies uitgebracht: 7 maart 2007 Bijzonderheden: De gemeente Rijssen-Holten werkt aan de ontwikkeling van een 72 hectare groot bedrijventerrein dat zij wil ontwikkelen ten zuidwesten van Holten. Hiervoor stelt zij een structuurplan op, gekoppeld hieraan is een planmilieueffectrapport (MER) opgesteld. Het bedrijventerrein komt nabij de afrit Lochem/Holten van de A1 en direct ten westen van de provinciale weg N332 tussen Lochem en Raalte te liggen. De Commissie heeft in de reikwijdte en detailniveau fase geadviseerd dat het MER een goede basis moet vormen voor het meewegen van het milieubelang in de besluitvorming, daarvoor moeten de volgende zaken worden uitgewerkt:  gebruik het MER om de kennis en inzichten die in de in diverse rapporten en notities zijn gepubliceerd, inzichtelijk samen te vatten. Geef aan welke keuzes reeds zijn gemaakt, motiveer de locatiekeuze en presenteer de informatie in een overzichtelijke effectvergelijkingstabel;  geef aan voor welke categorie en type bedrijven het bedrijventerrein wordt aangelegd en geef aan wat de ambitie is op het gebied van intensief en meervoudig ruimtegebruik, duurzame inrichting, inwaartse milieuzonering en inpassing en ontwikkelingsmogelijkheden voor landschap en natuur. Schets inrichtingsmodellen en maak aannemelijk dat deze ambities realiseerbaar zijn op de gekozen locatie(s);  geef inzicht in de milieueffecten en ga hierbij in het bijzonder in op de effecten op waterberging en verkeer en vervoer in zowel het plangebied als het studiegebied. Ga in op de kansen en bedreigingen voor de gekozen locatie; toon aan dat de opgave voor het bedrijventerrein haalbaar is vanuit de randvoorwaarden vanuit milieu, water, natuur en agrarisch gebruik;  maak een samenvatting die als zelfstandig document kan worden gelezen door besluitvormers en insprekers en die een goede afspiegeling is van de inhoud van het MER. In het toetsingsadvies constateert de Commissie dat het MER een goede beschrijving van de inrichtingsmodellen voor de locatie Lokerbroek en van de effecten daarvan op het milieu geeft. Er is daardoor goede en bruikbare in-

formatie beschikbaar gekomen om het milieubelang een volwaardige plaats te kunnen geven in de besluitvorming. De Commissie vindt de effectbeschrijving van geluid, lucht, externe veiligheid, water, natuur, archeologie en landschap helder en waardevol bij het nemen van het besluit. In het toetsingsadvies geeft de Commissie een aantal aanbevelingen voor de besluitvorming en de verdere uitwerking van het bedrijventerrein. De Commissie adviseert:  om bij het opstellen van het bestemmingsplan de behoefteraming te actualiseren;  in de uitwerking van het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein de aspecten duurzaamheid en intensief ruimtegebruik concreet uit te werken in een programma van eisen;  de aanvullende informatie over de calamiteitenroutes mee te nemen in de besluitvorming;  in het bestemmingsplan aan te geven hoe de fasering verloopt en bij de verdere uitwerking, inrichting en gronduitgifte rekening te houden met de invloed van gefaseerde aanleg;  de verdere uitwerking in het kader van het bestemmingsplan de verkeersontsluiting nader te onderbouwen met capaciteitsberekeningen op basis van I/C-verhoudingen voor het maatgevend spitsuur;  bij deze uitwerking eveneens aan te geven voor welke berekeningen welk verkeersmodel is gebruikt: het provinciaal of het gemeentelijk model;  om de optie voor een motorcrossterrein in aanvulling op het MER nader uit te werken of bij het besluit uit het plan te verwijderen, aangezien een motorcrossterrein een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit kan zijn;  om in het bestemmingsplan de waterhuishoudkundige maatregelen verder uit te werken en financieel te verankeren. Regel daarbij ook het beheer en onderhoud van deze maatregelen. Samenstelling van de werkgroep: ir. T.B.J. Bremer ir. J.A.M. van Dijk L. Th. de Leu dr. D.K.J. Tommel (voorzitter) dr. N.P.J. de Vries Secretaris van de werkgroep: drs. R. Meeuwsen

BIJLAGE 4
Lijst van inspraakreacties en adviezen
nr. datum reactie 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 20070202 20070130 20070131 20070129 20070129 20070130 20070130 van persoon of instantie plaats

8. 20070125 9. 20070125 10. 20070131 11. 12. 13. 14. 200607 20070114 20070127 20070117

Natuur en Milieu Overijssel D66 afdeling Rijssen-Holten LTO Noord afdeling Rijssen-Holten Ing. W.B.A. Kooiker RT namens H.W. Beldman M.D. Bonnema Gemeente Hof van Twente IVN Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie Afdeling Rijssen-Enter Houdt het Holterbrook groen, zoals beloofd Regio Stedendriehoek Maria Op Heij namens Landbouwbedrijf Veltkamp BV J. Jansen Camping de Holterberg Milieuraad Rijssen-Holten Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten Waterschap Rijn en IJssel Verslag hoorzitting

Zwolle Holten Holten Holten Goor Rijssen Holten Deventer Holten Holten Holten Rijssen Amersfoort Doetinchem

15. 20070125 20061220

Alle bovengenoemde inspraakreacties zijn ontvangen door het bevoegd gezag dat ze op de navolgende datum(s) aan de Commissie ter beschikking heeft gesteld: nrs. 1 t/m 15 op 13 februari 2007

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Structuurplan Bedrijventerrein Lokerbroek Rijssen-Holten

De gemeente Rijssen-Holten is voornemens een bedrijventerrein te ontwikkelen nabij de kern van Holten en de A1. Het bedrijventerrein komt nabij de afrit Lochem/Holten van de A1 en direct ten westen van de provinciale weg N332 tussen Lochem en Raalte te liggen en is bestemd voor lokale bedrijven. De oppervlakte van het bedrijventerrein is ongeveer 72 hectare bruto en 51,5 hectare. Voor dit voornemen is een structuurplan voorbereid. Gekoppeld aan de voorbereiding van het Structuurplan heeft de gemeente een plan-milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage gaat in op het MER.

ISBN: 978-90-421-2043-3