Afrekenen met zwerfafval

Een meetmethode voor stedelijke gebieden

Wat is zwerfafval? Onder zwerfafval wordt verstaan: afval dat door mensen is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn. En afval, dat door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen.

NederlandSchoon
Stichting Nederland Schoon Bezuidenhoutseweg 12 • 2594 AV Den Haag • Postbus 11736 • 2502 AS Den Haag Telefoon 070 304 20 80 • Fax 070 304 20 88 • E-mail info@nederlandschoon.nl Website www.nederlandschoon.nl

Afrekenen met zwerfafval
Een meetmethode voor stedelijke gebieden

Colofon
Het normeringssysteem voor zwerfafval is in 1994 in opdracht van de Stichting Nederland Schoon ontwikkeld door de vakgroep Milieu, Natuur en Landschap van de Katholieke Universiteit van Nijmegen (KUN). Het betreft hier een tweede en volledig herziene druk.

T EKST
Stichting Nederland Schoon, met medewerking van De Straat Milieu-adviseurs B.V. Delft en op basis van de originele tekst van P. Leroy (KUN) en A. Speijers (Vereniging Milieuprisma).

V ORMGEVING
Atwee, Amersfoort

E INDREDACTIE
Stichting Nederland Schoon, Den Haag © Stichting Nederland Schoon, november 2000 ISBN: 90-75222-02-5

Vermenigvuldiging en publicatie van (onderdelen van) deze uitgave is toegestaan voor intern gebruik, na toestemming van de uitgever en op voorwaarde van bronvermelding.

Afrekenen met zwerfafval
Een meetmethode voor stedelijke gebieden

Wat is zwerfafval? Onder zwerfafval wordt verstaan: afval dat door mensen is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn. En afval, dat door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen.

Op de toptien van nationale irritaties, staan weggegooide peuken, proppen, blikjes, schillen, dozen en ander zwerfafval hoog genoteerd. Zwerfafval maakt onze woon- en leefomgeving lelijk om te zien. Het vervuilt de bodem, het grondwater, sloten en plassen.

2 INHOUD NEDERLAND SCHOON -

Inhoud

1.

I NLEIDING
Aanleiding Ondersteuning bij aanpak zwerfafval Doelstelling handleiding Opbouw handleiding

5
5 5 5 5

2. M ATERIAAL
Inleiding Schoonheidsgraden Omgevings- en belevingsfactoren

7
7 7 7

3. N AAR

EEN NORM

9
9 9 10 11

Inleiding Deelnemers Opbouw bijeenkomst Streefwaarde of ondergrens?

4.

DE

METHODE IN DE PRAKTIJK

13
13 13 13 13 14 14

Inleiding Uitgangspunt voor programmering uitvoering Ondersteuning uitvoering Beoordeling en toetsing aan norm Communicatie Toepassing in kader van wijkgerichte aanpak

5. M EER

WETEN ?

17
3 INHOUD NEDERLAND SCHOON -

6. S COREFORMULIEREN

19

7.

S CHEMA

MEETMETHODE - EN WIJKGERICHTE AANPAK

22

8.

B EELDMATERIAAL

23

Afbraaktijd banaan- en sinaasappelschillen: In het Nederlandse klimaat 1 à 3 jaar.

4 INLEIDING NEDERLAND SCHOON -

1
De methode wakkert het probleembesef aan en helpt bij het vaststellen, programmeren en uitvoeren van beleidsdoelstellingen. Bovendien maakt de methode het mogelijk om de resultaten van het beleid te toetsen en te controleren.

Inleiding

A ANLEIDING
In 1994 heeft Stichting Nederland Schoon een normeringssysteem voor zwerfafval laten ontwikkelen. Dit systeem helpt mensen, die op enigerlei wijze betrokken zijn bij de zwerfafvalproblematiek, om zwerfafvalproblemen volgens een geobjectiveerde methode te beoordelen, te normeren en aan te pakken. Op grond van de ervaring die in de afgelopen zes jaar met de methode is opgedaan, is nu deze herziene handleiding opgesteld. “Afrekenen met zwerfafval” geeft u een duidelijke instructie voor het gebruik van de methode en een overzicht van de diverse mogelijkheden voor toepassing in de praktijk.

O NDERSTEUNING

BIJ AANPAK ZWERFAFVAL

De methode kan bij de aanpak van zwerfafval op drie manieren van nut zijn: • De methode levert materiaal op grond waarvan iedere gebruiker van de openbare ruimte (zoals burgers, winkeliers, verantwoordelijken van woningbouwverenigingen, scholen, buurthuizen en politiek en ambtelijk verantwoordelijken) een oordeel kan vormen over de omvang en de ernst van de zwerfafvalproblematiek in de eigen woon- of werkomgeving. Zo wil de methode bijdragen aan een groter en breder gedragen probleembesef. • De methode levert beeldmateriaal waarmee zwerfafvalsituaties op een geobjectiveerde en gestandaardiseerde manier kunnen worden ingedeeld. Anders gezegd, er is een voor heel Nederland geldig meetinstrument ontwikkeld voor wat men onder ‘vuil’ en ‘schoon’ verstaat. Op grond van de methode kunt u, als gebruiker van de openbare ruimte, bepalen onder welke schoonheidsgraad een gebied valt en welke graad u wilt bereiken. De methode maakt het mogelijk duidelijke en werkbare doelstellingen voor zwerfafvalbeleid te bepalen. Die normstelling vormt dan de basis voor de uitvoering. • De methode kan worden gebruikt om de uitgevoerde werkzaamheden te toetsen en te controleren.

D OELSTELLING

HANDLEIDING

De bedoeling is, dat dit uiteindelijk leidt tot ‘inburgering’ van de meetmethode in de praktijk van alledag.

O PBOUW

HANDLEIDING

Ingesloten bij deze handleiding: • scoreformulieren voor het eigen maken van het referentiekader (beeldmateriaal) van Nederland Schoon. • beeldmateriaal van de door Nederland Schoon ontwikkelde methode.

NEDERLAND

Na de inleiding in hoofdstuk 1 volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het materiaal waaruit de meetmethode bestaat. Hoofdstuk 3 beschrijft de werkwijze om gezamenlijk tot een norm ten aanzien van zwerfafval te komen. Hoofdstuk 4 vertelt hoe de meetmethode en de normering in de praktijk kunnen worden toegepast. Hoofdstuk 5, tenslotte, bevat nadere informatie over Stichting Nederland Schoon.

SCHOON

-

INLEIDING

Deze handleiding kan twee dingen voor u doen: • Inzicht geven in hoe de meetmethode kan worden gebruikt om tot een norm voor zwerfafval te komen. • Informeren over de gebruiksmogelijkheden van de meetmethode bij de aanpak van de zwerfafvalproblematiek.

5

Schoonheidsgraad 1 (zeer vuil) op verharding.

Schoonheidsgraad 3 Over de uitstraling van graffiti valt te twisten, maar de aanwezigheid heeft geen invloed op de schoonheidsgraad voor zwerfafval. De straat is matig schoon.

6 MATERIAAL

Schoonheidsgraad 5 (zeer schoon) op onverhard oppervlak.

NEDERLAND

SCHOON

-

2

Materiaal

I NLEIDING
Bij de methode hoort een set van 31 beelden waarop verschillende locaties staan afgebeeld (zie bijgevoegd beeldmateriaal). Daarop zijn hoofdzakelijk stedelijke situaties te zien, zoals woon- en winkelstraten en de directe omgeving van glasbakken, papiercontainers en abri’s. Op de locaties bevinden zich verschillende hoeveelheden en soorten zwerfafval, hetzij op de verharde delen (straat en stoep), hetzij op de onverharde delen (bermen en groenstroken).

S CHOONHEIDSGRADEN
Aan de verschillende situaties op het beeldmateriaal zijn schoonheidsgraden toegekend, die de mate van verzorging aangeven. Daarbij is de volgende schaalverdeling gebruikt: 1. zeer vuil 2. vuil 3. matig schoon 4. schoon 5. zeer schoon Op de beelden staan zowel verharde (18 stuks) als onverharde (13 stuks) locaties afgebeeld. Daardoor kan voor beide typen locaties een afzonderlijk oordeel worden gegeven. Alle beelden zijn genummerd. Op het scoreformulier voor de projectcoördinator staat per beeldnummer een code vermeld, die aangeeft welke schoonheidsgraad is toegekend - en of de afbeelding betrekking heeft op een verharde of onverharde locatie. Voor deze code zijn twee cijfers gebruikt plus de letter V (verhard), of O (onverhard). Het eerste cijfer is de schoonheidsgraad. Het tweede cijfer geeft de volgorde binnen de groep met dezelfde schoonheidsgraad aan. Afbeelding V.4.1 is nummer 1 van de groep afbeeldingen met schoonheidsgraad 4 voor een verharde locatie. Afbeelding O.2.3. is nummer 3 van de groep afbeeldingen met schoonheidsgraad 2 voor een onverharde locatie.

7 MATERIAAL NEDERLAND SCHOON -

O MGEVINGS -

EN BELEVINGSFACTOREN

Bij de bepaling van de schoonheidsgraden is nadrukkelijk géén rekening gehouden met andere factoren dan zwerfafval, die de waardering voor de omgeving kunnen beïnvloeden. Graffiti bijvoorbeeld. Of de staat van onderhoud van gebouwen. Ook natuurlijk vuil (zoals losliggend blad en stuifzand) en hondenpoep zijn bij de standaardisering niet meegenomen. Bij het toekennen en toetsen van de schoonheidsgraad hoeven zulke kenmerken dus niet te worden meegerekend.

Afbraaktijd drankblikje: Het grootste gedeelte is na 1,5 jaar als blikje onherkenbaar. Na 50 jaar is het als oxide verdwenen in de bodem. Het aluminiumdeksel blijft nog vele jaren zichtbaar achter.

8 NORM NEDERLAND SCHOON NAAR EEN

3

Naar een norm

I NLEIDING
Gebruikers van de methode kunnen het beste eerst samen het beeldmateriaal bekijken. Zij moeten allereerst een oordeel vellen over de afgebeelde vervuilingsituaties en de toegekende schoonheidsgraden. Die kennismaking draagt bij tot een beter probleembesef en het vormen van een mening over de stand van zaken in de eigen woon- of werkomgeving. Het probleembesef is noodzakelijk voor de belangrijke tweede stap: het vaststellen van de schoonheidsgraad van de openbare ruimte waar het om gaat. Dit kan een gemeente als geheel zijn of een bepaalde wijk of straat. Daarbij kan overal dezelfde schoonheidsgraad worden gehanteerd of, afhankelijk van tijd en plaats, voor uiteenlopende niveaus worden gekozen. Degene die eindverantwoordelijk is voor het beheer en dus de schoonheid van een woonwijk, stelt de normen voor zwerfafval vast. Voor centra, woongebieden, parken, fietspaden en wegen, zal dit in de regel het gemeentebestuur zijn. Het verdient aanbeveling vooraf aan het vaststellen van de norm overleg te voeren met de direct betrokkenen zoals burgers, winkeliers, ondernemers en de uitvoerende dienst. Voor het vaststellen van de norm voor zwerfafval kan een normbijeenkomst georganiseerd worden. Ten aanzien van de selectie van de deelnemers en de opzet van de bijeenkomst volgt hier een toelichting.

D EELNEMERS
De selectie van de deelnemers is afhankelijk van de onderliggende doelstelling en van het benodigde draagvlak. Als de norm richtinggevend wordt voor de inspanningen van de uitvoerende dienst zijn bijdragen van leidinggevenden en uitvoerend personeel nodig. Binnen het wijkbeheer moeten vertegenwoordigers van alle betrokken partijen een bijdrage aan de normering kunnen leveren. Maakt de bepaling van de norm onderdeel uit van het bestuurlijk proces, dan zullen zowel leden van het college van B&W als gemeenteraadsleden hun oordeel willen geven. Het staat de organisator in principe vrij om het aantal deelnemers te bepalen. Het is natuurlijk wel verstandig de omvang van het gezelschap af te stemmen op een van de belangrijkste functies van de meetmethode. Dat is de bevordering van een onderlinge gedachtewisseling over de oorzaken van zwerfafval en de mogelijkheden voor de bestrijding ervan. Dergelijke discussies komen bij grote gezelschappen minder goed uit de verf. Afhankelijk van het aantal deelnemers kan de ruimte variëren van een goed verduisterde vergaderruimte tot een schouwburgzaal.

9 NORM NEDERLAND SCHOON NAAR EEN

O PBOUW
Het beeldmateriaal is geselecteerd na een nauwgezet begeleide proeffase. De afbeeldingen geven een groot aantal verschillende situaties weer. De herkenbaarheid van deze situaties bleek in het hele land toereikend. Er is dus geen reden om aan te nemen, dat de oordelen van uw panels zullen afwijken van de oordelen van de panels, die aan de ontwikkeling van de methode deelnamen. Toch is het verstandig om de schoonheidsgraden niet als een vaststaand gegeven te presenteren. Door de aanwezigen een eigen oordeel te ontlokken, wordt de betrokkenheid bij het onderwerp vergroot. Bovendien moet in elke situatie rekening worden gehouden met individuele opvattingen van deelnemers. Als deze niet op tafel komen, wordt de discussie en de besluitvorming wellicht bemoeilijkt.

BIJEENKOMST

Een normbijeenkomst kan als volgt worden opgebouwd: • Inleiding; • Presentatie 10 referentie-afbeeldingen; • Beoordeling overige afbeeldingen; • Vergelijking scores en discussie; • Vaststelling gezamenlijke norm. Inleiding De organisator of projectcoördinator zal in zijn inleiding uitleg verschaffen over de doelstelling en het verloop van de bijeenkomst. De uiteindelijke doelstelling is voor alle bijeenkomsten dezelfde, namelijk kennis nemen van de schoonheidsgraden en bepalen van een gezamenlijke norm. Voor deze inleiding zijn geen standaardrecepten te geven. Het is in elk geval verstandig om een duidelijk onderscheid te maken tussen de beoordeling en de toepassing van de normen. De deelnemers zullen over het algemeen dezelfde schoonheidsgraad toekennen. Over de beoordeling bestaat meestal maar weinig verschil van mening. De deelnemers kunnen echter sterk van mening verschillen over de haalbaarheid en de wenselijkheid van de schoonheidsgraden. Deze twee onderwerpen moeten daarom goed gescheiden worden. Het is verstandig om in de inleiding uitsluitend aandacht te besteden aan de techniek van beoordeling. De toepassing kan beter aan de orde worden gesteld bij de discussie achteraf. Presentatie 10 referentie-afbeeldingen De presentatie start met de weergave van de vijf schoonheidsgraden voor verharde locaties, gevolgd door die voor onverharde ruimtes. De volgorde loopt hierbij steeds van zeer vuil tot zeer schoon. Beoordeling overige afbeeldingen Bij de overige 21 afbeeldingen is met behulp van statistische technieken een toevalsvolgorde bepaald. De volgorde loopt hier dus niet keurig van zeer vuil tot zeer schoon. De deelnemers worden niet op de hoogte gebracht van de toegekende waarden en moeten nu zelf een score toekennen. Deze score moet een afgeronde schoonheidsgraad zijn. Tussenwaarden zijn niet toegestaan. De deelnemers noteren de toegekende scores op een scoreformulier, waarvan een voorbeeld is opgenomen in deze handleiding. Op het scoreformulier van de projectcoördinator staat voor elke afbeelding de schoonheidsgraad in code vermeld. Vergelijking scores en discussie In deze fase worden de scores van de verschillende deelnemers vergeleken. De ervaring leert, dat er enige verschillen van mening kunnen optreden, maar dat de bandbreedte bescheiden is. Vaststelling gezamenlijke norm De uitwerking van dit onderdeel van de bijeenkomst is afhankelijk van de fase van de beleidsvorming, waarbinnen de meetmethode wordt gehanteerd. De kern van de zaak blijft het bereiken van overeenstemming over de voor de eigen gemeente, wijk of straat gewenste schoonheidsgraad. Uitzonderlijke situaties daargelaten, zal deze discussie zich toespitsen op de stappen, die genomen moeten worden om schoonheidsgraad 4 (schoon) te realiseren.

10 NORM NEDERLAND SCHOON NAAR EEN

3
S TREEFWAARDE
OF ONDERGRENS ?

Een belangrijke vraag die tijdens de normbijeenkomst beantwoord moet worden, is de vraag of de norm gezien moet worden als gemiddelde streefwaarde of als ondergrens. Een norm als ondergrens betekent dat ingegrepen moet worden zodra de schoonheidsgraad onder de norm dreigt te komen.

5 schoonheidsgraad 4 3 2 1 0 1 2 3 dag
De term streefwaarde betekent dat de waarde niet altijd wordt gehaald: na het schoonmaken zal de schoonheidsgraad aan de streefwaarde voldoen of hoger liggen, maar na verloop van tijd kan de schoonheidsgraad onder de streefwaarde zakken.
De norm als ondergrens: direct ingrijpen als de schoonheidsgraad onder de norm dreigt te komen.

schoonheidsgraad ondergrens 4 5 6

5 schoonheidsgraad 4 3 2 1 0 1 2 3 4 5 dag
In deze handleiding bedoelen we met de term ‘norm’ in het vervolg de ondergrens.
De norm als streefwaarde: gemiddeld dient de schoonheidsgraad aan de norm te voldoen.
11 NORM NEDERLAND SCHOON NAAR EEN

schoonheidsgraad streefwaarde 6 7 8 9 10

Afbraaktijd patatbakje: Wordt door het zonlicht langzaam brosser, maar het materiaal blijft eeuwig bestaan.

12 PRAKTIJK NEDERLAND SCHOON IN DE

4
Voor het plannen van de werkzaamheden, het begroten en nacalculeren zijn verschillende softwareprogramma’s op de markt. In deze programma’s kunnen per gebiedstype de kwaliteitseisen worden ingevoerd aan de hand van het schoonheidsgradensysteem. In combinatie met precieze gegevens over zaken als schoon te maken arealen, meters weggoot en in te zetten productiemiddelen (personeel en materieel), kan onder andere worden berekend welk budget nodig is om aan de gestelde normen te voldoen. Factoren zoals graffiti, de staat van het straatmeubilair en dergelijke spelen geen rol bij de beoordeling van de schoonheidsgraad (zie ook pagina 7). Wel is het zinvol de medewerkers van de buitendienst een signaleringsfunctie te laten vervullen. Wanneer zij een bekladde muur of een kapotte stadsbank aantreffen, kunnen zij dit melden bij de verantwoordelijke beheerder.

De methode in de praktijk

I NLEIDING
De methode leent zich in eerste instantie om gezamenlijk tot een norm voor zwerfafval te komen. Maar de methode biedt meer toepassingsmogelijkheden. Samengevat komt het erop neer dat u met behulp van de methode en het beeldmateriaal een instrument heeft om: • Met betrokkenen overeenstemming te bereiken over de norm en op basis daarvan afspraken te maken (zie ook hoofdstuk 3); • De uitvoering te programmeren en prioriteiten te stellen; • Te besluiten om een straat wel of niet schoon te maken; • De resultaten van het schoonmaken te beoordelen en aan de norm te toetsen; • Het referentiekader zichtbaar te maken voor burgers, belangenverenigingen en dergelijke. Deze toepassingsmogelijkheden zijn in dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Zij worden aan het eind van dit hoofdstuk nog eens geïllustreerd aan de hand van een stappenplan voor een wijkgerichte aanpak van zwerfafval.

U ITGANGSPUNT

VOOR PROGRAMMERING UITVOERING

De vastgestelde norm is het uitgangspunt voor de programmering van de werkzaamheden ten aanzien van zwerfafval. Op grond daarvan stelt de uitvoerende dienst algemene en specifieke veegplannen op, en wordt de benodigde inzet aan menskracht en middelen berekend. Op grond van de beoogde schoonheidsgraad kunnen ook anderen dan de uitvoerende dienst taken en verantwoordelijkheden krijgen. In het kader van het wijkbeheer kunnen (ambtelijke) projectcoördinatoren in samenspraak met vertegenwoordigers van de wijk afspraken maken over de toegestane vervuiling in de wijk.

O NDERSTEUNING

UITVOERING

NEDERLAND

Aan de hand van de methode kunnen de behaalde resultaten beoordeeld en getoetst worden aan de gestelde norm. Dat betekent dat wordt nagegaan of en in welke mate de beoogde schoonheidsgraad ook daadwerkelijk wordt gehaald. Het vergt veel tijd om van elke straat of locatie binnen een gebied de schoonheidsgraad te beoordelen. De schoonheid van het gebied zal daarom steekproefsgewijs moeten plaatsvinden. De wijze waarop de steekproef kan worden samengesteld, is hier toegelicht. Ook het belang van het meetmoment is verder uitgewerkt.

SCHOON

-

IN

DE

B EOORDELING

EN TOETSING AAN NORM

PRAKTIJK

Het beeldmateriaal biedt ook ondersteuning bij de voorbereiding van de uitvoering, in het bijzonder bij het doorgeven van de normen aan uitvoerenden. Binnen de uitvoerende dienst kunnen medewerkers aan de hand van de normen hun inspanningen bepalen. Het is handig om kleurkopieën van het beeldmateriaal te maken, die bijvoorbeeld in de veegwagens kunnen worden opgehangen. De afdrukken kunnen ook in de wijk worden gebruikt in het overleg tussen (buitendienst)medewerkers en burgers.

13

Steekproef Om een algemeen beeld van de schoonheidsgraad van een gebied (gemeente, woonwijk, straat) te krijgen, moet een representatieve steekproef worden samengesteld. Dit kan als volgt: • Maak voor het totale gebied een overzicht van de verschillende typen wegen en straten, bebouwing, specifieke vervuilingsbronnen, probleemlocaties, parken, groenstroken en dergelijke en inventariseer deze in aantallen; • Trek een steekproef waarin de geïnventariseerde straten, locaties en dergelijke in voldoende mate vertegenwoordigd zijn; • Stel voor alle geselecteerde straten, locaties en dergelijke een meetpunt en een meetrichting vast. Meetmoment De hoeveelheid zwerfafval in een wijk of straat hangt onder andere af van: • De aanwezigheid van vervuilingsbronnen, zoals bijvoorbeeld een patatkraam; • Het aantal bezoekers in het gebied; • De tijdsduur sinds de laatste schoonmaakbeurt; • Windkracht en windrichting. Voor een beoordeling van de gemiddelde schoonheidsgraad ligt een meetmoment tussen twee schoonmaakrondes het meest voor de hand. Dit voor zover met vaste schoonmaakfrequenties wordt gewerkt. Bij het bepalen van het meetmoment moet verder rekening worden gehouden met de tijdstippen waarop in het betreffende gebied evenementen plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een markt of kermis. Bij dergelijke evenementen ontstaat relatief veel zwerfafval, waardoor een meting tijdens of net na zo’n evenement tot een slechtere beoordeling zal leiden dan normaal. De toetsing vindt vooral plaats op uitvoerend niveau. De medewerkers van de uitvoerende dienst en hun leidinggevenden hebben hierbij een heldere referentie nodig voor de afgesproken norm. Ook hierbij zijn de eerder genoemde kleurkopieën een dankbaar hulpmiddel.

Ook als er nog geen norm is gesteld, kan de methode worden ingezet voor een beoordeling van de omgeving. Op basis van een dergelijke beoordeling kan de discussie worden gestart over de gewenste norm. Voor de beoordeling gelden dezelfde aandachtspunten als voor de toetsing (steekproef en meetmoment).

C OMMUNICATIE
14 PRAKTIJK

De methode, en dan met name het beeldmateriaal, is bijzonder geschikt als hulpmiddel in de communicatie. De beelden maken in één oogopslag duidelijk wat wordt bedoeld met ‘vuil’ en ‘schoon’ en welke norm wordt gehanteerd. Hier volgt een aantal mogelijkheden voor toepassing van het beeldmateriaal in de communicatie: • Het instrueren van de buitendienstmedewerkers over het gewenste resultaat; • Het afstemmen van de gewenste norm met diverse belangenorganisaties (bijvoorbeeld buurtverenigingen bij wijkgerichte aanpak); • Het informeren van inwoners, ondernemers of andere betrokkenen over de gestelde norm voor hun gebied; • Het terugkoppelen van de resultaten aan inwoners (gerichte aanpak van zwerfafval in wijk X heeft na één jaar geleid tot stijging van schoonheidsgraad van 3 naar 4).

NEDERLAND

SCHOON

-

IN

DE

4
T OEPASSING
IN KADER VAN WIJKGERICHTE AANPAK

Een globale beschrijving van een wijkgerichte aanpak van het zwerfafvalbeleid illustreert de diverse toepassingsmogelijkheden van de methode. Wijkgericht werken heeft tot doel om samen met bewoners en gebruikers afspraken te maken over de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte. Een achterliggend doel is het krijgen van draagvlak voor de invulling en het beheer van de openbare ruimte. Er wordt uitgegaan van een integrale aanpak op wijkniveau. Naast de bestrijding en verwijdering van zwerfafval spelen ook aspecten als groenbeheer, bestrijding van hondenpoep, verwijdering van graffiti en onderhoud van straatmeubilair een rol. Bij deze integrale aanpak is de signaleringsfunctie van de buitendienstmedewerkers bij uitstek van belang. Deze medewerkers zijn de ogen en oren van de gemeente. Zij kunnen gebreken snel doorgeven. Uiteindelijk zal de service aan de burger en de kwaliteit van de openbare ruimte hierdoor verbeteren. Het stappenplan in de tabel op pagina 22 illustreert de verschillende onderdelen van een wijkgerichte aanpak en laat duidelijk zien op welke momenten en met welk doel de methode van Nederland Schoon kan worden toegepast. Bij de beschreven wijkgerichte aanpak is de methode te gebruiken voor het vaststellen van normen, het programmeren van de werkzaamheden, het beoordelen/toetsen van de schoonmaakwerkzaamheden en het communiceren met de (wijk)bewoners.

Kortom: de vele toepassingsmogelijkheden maken de methode tot een waardevol en praktisch hulpmiddel om af te rekenen met zwerfafval!

15 PRAKTIJK NEDERLAND SCHOON IN DE

Afbraaktijd kauwgom: Wordt niet echt afgebroken en blijft zeker 20 tot 25 jaar in het milieu aanwezig.

16 WETEN? NEDERLAND SCHOON MEER

5
Het kost de Nederlandse samenleving jaarlijks 550 miljoen gulden om de vele tonnen zwerfafval zo goed mogelijk op te ruimen. Bij veel van dat afval kan dat niet eens. Plastics, vetten en metalen kunnen in grond en water achterblijven en jarenlang het milieu vervuilen.

Meer weten?

De Stichting Nederland Schoon is opgericht in 1991 door de ANWB, de NVRD - vereniging voor afvalen reinigingsmanagement - en het bedrijfsleven. Sinds 2000 brengt de Stichting met nieuw elan de waarde van een schoon woon- en leefmilieu naar voren. Hinder door zwerfafval wordt voorkómen door te werken aan betere openbare voorzieningen, door het stimuleren van effectieve controles en sancties tegen overtreders. En vooral door het informeren en positief beïnvloeden van doelgroepen die als veroorzakers van zwerfafval kunnen worden aangemerkt. Nederland Schoon wil de communicatie tussen de partijen die betrokken zijn bij de zwerfafvalproblematiek op gang brengen en stimuleren. Het ontwikkelen van meetmethoden voor zwerfafval past in deze strategie. Naast deze handleiding voor woongebieden, zijn een aantal methoden, die bestemd zijn voor specifieke locaties als stranden en bedrijfs- en industrieterreinen, in voorbereiding. Meer informatie over Stichting Nederland Schoon in het algemeen en de meetmethoden in het bijzonder vindt u op www.nederlandschoon.nl U kunt Nederland Schoon ook schrijven, bellen, faxen of mailen.

Stichting Nederland Schoon Bezuidenhoutseweg 12 2594 AV Den Haag Postbus 11736 2502 AS Den Haag Telefoon: 070-3042080 Fax: 070-3042088 E-mail: info@nederlandschoon.nl Website: www.nederlandschoon.nl

17 WETEN? NEDERLAND SCHOON MEER

Afbraaktijd peuken: Vooral door de filters kan het zeker 2 jaar duren voor deze vervuiling is verdwenen.

18 SCOREFORMULIER NEDERLAND SCHOON -

Scoreformulier deelnemers

Op het scoreformulier kunt u de score voor de verharde en de onverharde ruimte aangeven. Daarnaast kunt u bij elke afbeelding opmerkingen over de aard van de vervuiling noteren. Deze opmerkingen zijn zeer bruikbaar tijdens de discussie over de zwerfafvalproblematiek.

Nummer afbeelding

verhard

Score onverhard

Opmerking

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

1 2 3 4 5 1 2 3 4 5

19 SCOREFORMULIER NEDERLAND SCHOON -

21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

Afbraaktijd petfles: Tien jaar in de schaduw.

20 SCOREFORMULIER NEDERLAND SCHOON -

Scoreformulier projectcoördinator

Het scoreformulier voor de projectcoördinator bevat de codes van de afbeeldingen. De afbeeldingen worden in toevalsvolgorde aangeboden met uitzondering van de eerste tien afbeeldingen.

Nummer afbeelding

Code afbeelding verhard

Score onverhard

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

V.1.1 V.2.1 V.3.1 V.4.1 V.5.1 O.1.1 O.2.1 O.3.1 O.4.1 O.5.1 V.5.2 V.2.2 V.3.2 O.4.2 O.2.2 V.1.2 V.4.2 V.1.3 O.3.2 O.5.2 V.3.3 V.2.3 V.4.3 O.1.2 O.3.3 V.5.3 V.4.4 V.2.4 O.4.3 O.2.3 V.3.4

1 2 3 4 5 1 2 3 4 5 5 2 3 4 2 1 4 1 3 5
21 SCOREFORMULIER NEDERLAND SCHOON -

3 2 4 1 3 5 4 2 4 2 3

Schema meetmethode- en wijkgerichte aanpak

V OORBEELD VAN TOEPASSING MEETMETHODE VAN IN HET KADER VAN EEN WIJKGERICHTE AANPAK

N EDERLAND S CHOON

Inventarisatie wijkgegevens samen met bewonersvertegenwoordigers

• • •

Typen straten/bebouwing; Specifieke vervuilingsbronnen (bijvoorbeeld scholen, snackbars); Parken/groenstroken.

Vaststellen norm(en) samen met bewonersvertegenwoordigers

Gewenste schoonheidsgraad per wijk/straat middels normbijeenkomst op wijkniveau aan de hand van de meetmethode van Nederland Schoon.

Vaststellen benodigde beheersinspanning en kosten op basis van gestelde norm(en)

• •

Frequentie en werkwijze per wijk/straat; Inzet mensen en middelen per wijk/straat.

Eventueel te bepalen door invoer gewenste schoonheidsgraad in speciaal softwareprogramma voor reinigingsdiensten.

Bepalen prioriteiten op basis van beschikbaar budget samen met bewonersvertegenwoordigers

Gewenste schoonheidsgraad afstemmen op budgettaire mogelijkheden (prioriteitsgebieden met hoge kwaliteit).

Periodiek vastleggen resultaat beheersinspanning

22 SCHEMA

• •

Schoonheidsgraad; - objectief (via meetmethode Nederland Schoon) - subjectief (bijvoorbeeld via bewonersenquête, klachtenregistratie) Werkelijke inzet mensen/middelen; Kosten (personeel, materieel, afvoer- en verwerking etcetera).

Toetsing resultaat aan norm Terugkoppelen toetsingsresultaat richting bewonersvertegenwoordigers, wijkbewoners

SCHOON

-

NEDERLAND

Resultaten visueel illustreren met behulp van beeldmateriaal van meetmethode Nederland Schoon.

Aanpassen benodigde/gewenste beheersinspanning

23

NEDERLAND

SCHOON

-

BEELDMATERIAAL