You are on page 1of 2

Wat staat er in de aanklacht?

De aanklacht bestaat uit 21 pagina’s met citaten uit interviews, krantenartikelen, websites en een
beschrijving van de film Fitna. Daarin vergelijkt Wilders de Koran met Mein Kampf en noemt hij
de islam fascistisch en ziek. Hij bepleit het sluiten van de grenzen voor alle allochtonen die niet uit
het Westen komen.

Het Openbaar Ministerie seponeerde de zaak eerst, omdat het geen veroordeling verwachtte. Dat
gebeurde op advies van het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie en van de hoogleraren Theo
de Roos uit Tilburg en Henny Sackers uit Nijmegen. “Geen der uitlatingen van de heer Wilders,
geïsoleerd noch in onderlinge samenhang, beoordeeld naar het positieve strafrecht, is met redelijke
kans op succes te vervolgen”, aldus Sackers.
Mogen politici hun mening dan niet verkondigen?
In parlement of gemeenteraad mogen politici inderdaad alles zeggen. Daarbuiten zijn ze gelijk aan
gewone burgers. Daar gelden de beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting uit artikel 7 van de
Grondwet en artikel 10 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Die beperkingen
zijn niet groot: vrijelijk je mening geven is een kenmerk van een democratie. De uitingsvrijheid
geldt ook voor wat „verontrust, schokt of kwetst”. Beperkingen mogen alleen als dat bij wet is
vastgelegd en als ze inhoudelijk „dringend nodig zijn in een democratische samenleving” – om
mensen te beschermen tegen het kwetsen van hun (religieuze) gevoelens, bijvoorbeeld.
Waar kijkt de rechter naar?
De rechter kijkt of een uiting onnodig grievend is in relatie tot de maatschappelijke discussie: wie
zegt het, wat zegt-ie en waar komt het vandaan. Politici, kunstenaars, columnisten, imams en
andere beroepsmatige deelnemers aan het publieke debat krijgen extra ruimte. Zo werden de
orthodox-christelijke politicus Leen van Dijke en de Rotterdamse imam El Moumni vrijgesproken,
omdat hun snoeiharde opvattingen over homo’s gebaseerd waren op hun godsdienst. Ook
toenmalig Tweede Kamerlid Hirsi Ali was niet strafbaar toen ze de islam “achterlijk” noemde en de
profeet Mohamed “pervers”. In het algemeen worden vergelijkingen met Nazisme of Fascisme of
opmerkingen over de Holocaust wél gestraft. Dat overkwam bijvoorbeeld ook het evangelisten
echtpaar Goeree, die verkondigden dat de Joden de Holocaust aan zichzelf te danken hadden
(gebaseerd op een bijbeltekst). Zij werden meermalen veroordeeld totdat justitie oordeelde dat het
echtpaar 'onverbeterlijk was'.
Waarom werd de zaak eerst geseponeerd?
De kritiek van Wilders beperkt zich hoofdzakelijk tot de islam, een godsdienst – en dat mag.
Bovendien wordt aangenomen dat artikel 137c bedoeld is om groepen gelovigen te beschermen
tegen straatrellen, niet tegen godsdienstkritiek. Het artikel dateert uit de jaren 30, toen het
parlement antikatholieke en antisemitische uitingen wilde dempen uit vrees voor de openbare orde.
Ook betwijfelde het OM of artikel 137d (aanzetten tot haat) was overtreden. Hoogleraar Sackers
vond van niet. Wilders heeft een duidelijke afkeer van moslims, maar daarbij blijft het, volgens
hem. Van ophitsen of opruien is geen sprake. Hij ziet bij Wilders geen “onverzoenlijk verlangen”
om moslims te “verdelgen”.
Hoogleraar De Roos denkt echter dat Wilders 137d mogelijk wel heeft overtreden. Hij meent dat
iemand zich dan “extreem haatdragend” over de groep moslims moet uitdrukken, en op een
wervende manier. Dat ‘aanzetten’ doet Wilders, meent De Roos, omdat hij als politicus speeches
houdt, publiceert en interviews geeft. Maar spoort hij ook aan tot haat, wat volgens hem
“existentiële bedreigdheid” betekent? Dat zou kunnen, vindt De Roos, gezien Wilders’
vergelijkingen tussen islam en fascisme. Juist daarin zit -volgens De Roos- een dreiging met
geweld.
Beval het hof daarom toch tot vervolging van Wilders?
Ja, de raadsheren bij het Hof oordeelden dat Wilders “conflictueuze tweespalt” in Nederland wil
veroorzaken. Juist een politicus moet zich -volgens het Hof- verantwoordelijk gedragen.
Groepsbelediging leek het hof kansrijk. De uitspraken van Wilders over de islam waren zo
consistent en samenhangend dat “duidelijk blijkt” dat hij godsdienstkritiek gebruikt om moslims
als groep te kwetsen. Politieke uitingsvrijheid moet, aldus het hof, leiden tot “een maatschappelijk
aanvaardbare bijdrage aan het publieke debat”. Dat was hier -volgens het Hof- niet zo. Het
strafrecht krijgt een rol als “de bijdrage aan het publieke debat onnodig kwetsend is voor een groep
gelovigen door hen in hun religieuze waardigheid aan te tasten, terwijl die bijdrage tevens aanzet
tot haat, intolerantie, vijandschap en discriminatie.” Er zijn burgers, ook politici “voor minder
vergaande uitlatingen dan die van Wilders veroordeeld”, aldus het hof. Dat laatste moge zo zijn,
maar zo werd ook Joop Glimmerveen van de Nederlandse Volksunie veroordeeld voor uitlatingen
die door anderen later vrijelijk gezegd mochten worden. Hij werd bijvoorbeeld ooit veroordeeld
voor de opmerking “Nederland is vol”. Tegenwoordig zou daar niemand meer voor vervolgd
worden. Het oordeel van het Hof is echter gevaarlijk, omdat zij een oordeel uitspreekt over wat
Wilders bedoelt volgens het Hof . Op zo'n manier kan de wet wel heel ruim uitgelegd worden:
Iemand kan dan ook veroordeeld worden voor gebruik van het woord 'allochtoon' als de rechter
vindt dat hij dat 'discriminerend bedoelt'.
Kan Wilders worden veroordeeld?
Ja die mogelijkheid bestaat. In feite heeft het Amsterdamse Hof gezien haar eerdere uitspraak dat al
gedaan. Maar de rechtbank mag iets anders vinden. Ze moet dan veel argumenten weerleggen. En
niet alleen die van het hof. Ook de Hoge Raad heeft van zich laten horen. Dit rechtscollege
schrapte onlangs de veroordeling wegens groepsbelediging van Mike B. die in november 2004 een
poster met ‘Stop het gezwel dat islam heet’ voor zijn raam plakte.De Hoge Raad oordeelde dat de
rechtbank en het Hof artikel 137 c 'te ruim' hadden uitgelegd. In haar advies over de zaak Wilders
adviseerde de Hoge Raad de Amsterdamse rechter bovendien om te onderzoeken of Wilders zich
“onmiskenbaar” had gericht tot een bepaalde groep mensen met een eigen godsdienst. Dat arrest
werd algemeen begrepen als bescherming van het burgerrecht om algemene godsdienstkritiek te
leveren. Een veroordeling wegens groepsbelediging lijkt dus weinig waarschijnlijk. Hoe de
rechtbank aanzetten tot haat en discriminatie wegens ras of godsdienst door een belangrijk
politicus buiten het parlement zal beoordelen, valt nog te bezien.

Wetboek van Strafrecht (Sr)
Artikel 137c
1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk
beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of
levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte
maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste
twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Artikel 137d
1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of
discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen
wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of
homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar
of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte
maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste
twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.